Dijkhuizen 13, 7961 AE Ruinerwold | Tel. 088-3745440 info@uitgeverijcontainer.nl | www.uitgeverijcontainer.nl
© 2019 Uitgeverij Container BV Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. ISBN: 978-90-70502-35-5 Tweede druk 2019 Vormgeving: Uitgeverij Container Eindredactie: Uitgeverij Container
Dijkhuizen 13 7961 AE Ruinerwold Tel. 088-3745440 info@uitgeverijcontainer.nl | www.uitgeverijcontainer.nl
Leerboek voetverzorging/pedicure Weten Leerstof voor de competentiegerichte opleiding tot pedicure
1.1 Anatomie en fysiologie Om ons heen zien we mensen lopen, praten, fietsen, lachen. Mensen van alle leeftijden, geslacht, ras of type. We staan er meestal niet bij stil dat de mens functioneert dankzij de uitgebalanceerde samenwerking van cellen, weefsels, organen en het orgaanstelsel. Om dat gecompliceerde organisme enigszins te kunnen begrijpen, het gezond te houden en adequaat te kunnen verzorgen, moeten we niet alleen kennis hebben van de bouw (anatomie) en de werking (fysiologie) van het menselijk lichaam, maar ook van de ziekteleer (pathologie). Anatomie, de bouw van het lichaam Onder anatomie verstaan we de kennis van de bouw van het menselijk lichaam. Letterlijk betekent anatomie, ontleedkunde. Ontleedkunde vindt meestal plaats bij een dood lichaam. Daardoor leert men de organen kennen, de plaats waar ze zich bevinden in het lichaam en hoe ze eruit zien. Zo zijn we te weten gekomen dat organen bestaan uit verschillende weefsels die op hun beurt weer opgebouwd zijn uit cellen. Omdat we ook de werking van de verschillende organen willen kennen bestuderen we ook de levende mens. Deze wetenschap noemen we fysiologie. Fysiologie, de werking van het lichaam Fysiologie betekent letterlijk, de leer der verrichtingen. Deze wetenschap bestudeert de werking van het menselijk lichaam en de functies van de verschillende onderdelen. Dat begint al bij de cellen. Zij vormen de basis van alle levende organismen. De cel is de kleinste zelfstandig functionerende eenheid van een levende stof. In de biologie wordt onderscheid gemaakt tussen levende, dode en levenloze stoffen. In het organisme vinden processen plaats, waardoor het zich kan handhaven. Het kan groeien en zich voortplanten. Dit wordt leven genoemd. De processen die voor het leven van een organisme nodig zijn worden levensverrichtingen genoemd. We maken onderscheid tussen vegetatieve en animale levensverrichtingen. Vegetatieve functies Door de vegetatieve levensverrichtingen kan een mens groeien, zich ontwikkelen en voortbestaan. In feite regelen ze de orgaanfuncties. Wij zijn ons hiervan niet bewust en kunnen het ook niet beïnvloeden. De vegetatieve verrichtingen werken onwillekeurig, dus automatisch. We kunnen drie hoofdrichtingen onderscheiden met de bijbehorende orgaanstelsels. 11
1. Stofwisseling Om te kunnen functioneren hebben cellen voedingsstoffen nodig zoals eiwitten, koolhydraten en vetten. Wij noemen deze stoffen brandstoffen en bouwstoffen. In het spijsverteringsstelsel wordt het binnenkomende voedsel omgezet in kleinere bestanddelen die de cellen kunnen opnemen. De cellen hebben zuurstof nodig om de voedingsstoffen te kunnen verwerken tot energie. Energie ontstaat door verbranding van energierijke stoffen + zuurstof. Het ademhalingsstelsel zorgt voor de opname van zuurstof. Na verwerking in de cel zijn afvalstoffen ontstaan die hoofdzakelijk weer worden uitgescheiden door het urinewegstelsel. Ook de darmen, de longen en de huid maken deel uit van het uitscheidingsstelsel. Het transportsysteem, ons bloed, zorgt ervoor dat voedingsstoffen en zuurstof worden aangevoerd en afvalstoffen en kooldioxide worden afgevoerd.
Spijsverteringsstelsel
12
2. Groei Na de celdeling moeten de cellen eerst groeien, voordat zij hun taak kunnen uitvoeren en zich opnieuw kunnen gaan delen. Groei en levensduur hangen af van de soort cel. Sommige cellen leven maar enkele dagen, anderen maanden. 3. Voortplanting De mens zorgt voor het voortbestaan van de soort door voortplanting. Het orgaanstelsel dat hiervoor zorgt, is het voortplantingsstelsel. Animale functies De animale functies stellen de mens in staat te bewegen en te reageren op prikkels en veranderingen uit de omgeving. Om dit te kunnen doen is er informatie nodig. Hiervoor zijn het sensorisch en het motorisch systeem verantwoordelijk. De animale verrichtingen werken willekeurig, dus alleen als het nodig is of gewenst. We rekenen twee functies met de bijbehorende informatiesystemen tot de animale verrichtingen. 1. Prikkelbaarheid Het ontvangen van prikkels vindt plaats door het sensorisch systeem: de zintuigen, gezichtsvermogen, reuk, smaak, gehoor en huidgevoel. Daarom noemen we het sensorische systeem ook wel het gevoelssysteem. Het sensorische systeem vervoert informatie van de zintuigen naar het animale zenuwstelsel. 2. Beweging Als de informatie is verwerkt, kan het motorische systeem, of het bewegingsapparaat geactiveerd worden. De beenderen, spieren en gewrichten vormen samen ons bewegingsapparaat.
13
1.2 Celleer Een cel is de kleinste zelfstandig functionerende eenheid van een levende stof. In de biologie wordt onderscheid gemaakt tussen cellen van planten en dieren en tussen één- en meercellige organismen. Er zijn veel verschillen tussen planten en dieren cellen, maar de belangrijkste is de celwand. Plantencellen hebben een harde celwand die bestaat uit cellulose. Dat zijn eigenlijk de resten van de celstofwisseling die rond de cel blijven zitten. Samen vormen die resten dan de celwand. Plantencellen zijn vaak hoekig van vorm. Dierlijke cellen hebben geen celwand, maar een zachte celmembraan. Zij zijn vaak rond of ovaal van vorm. Zowel planten als dieren komen voor als één-, en als meercelligen. Een eencellige is een organisme dat bestaat uit één cel die zelfstandig alle taken vervult. Meercelligen bestaan soms uit weinig cellen, zoals wieren of uit biljoenen cellen, zoals de mens. De cellen zijn samen de bouwstenen van ons lichaam. Het menselijk lichaam bestaat uit ongeveer vijf miljard cellen. De cellen zijn niet allemaal aan elkaar gelijk. Elke celsoort heeft een specifieke vorm en functie. Groepen cellen in een meercellig organisme, zoals de mens, zijn meer gespecialiseerd in één bepaalde functie. De spiercellen zorgen er bijvoorbeeld alleen maar voor dat wij kunnen lopen.
Dierlijke cellen hebben een zacht celmembraan en zijn vaak rond of ovaal van vorm.
14