Page 1

De redactie FRANK MAES (hoofdredacteur), voorzitter Vereniging voor de Verenigde Naties (VVN), hoofddocent Internationaal Recht (Universiteit Gent) CEDRIC RYNGAERT (redactiesecretaris), docent Internationaal Recht (K.U.Leuven en Universiteit Utrecht) JAN WOUTERS, erevoorzitter VVN, gewoon hoogleraar Internationaal Recht en Recht der Internationale Organisaties (K.U.Leuven) NERI SYBESMA-KNOL, erevoorzitter VVN, emeritus hoogleraar Internationaal Recht (Vrije Universiteit Brussel) RIA HEREMANS, voormalig hoofd van het VNInformatiecentrum voor België, Nederland, Luxemburg en de EU-instellingen

VERONIQUE JOOSTEN, medewerkster mensenrechtendesk FOD Buitenlandse Zaken

nr. 6

Water is noodzakelijk voor het leven op Aarde en bedekt meer dan 70% van onze planeet. Niet enkel het water zelf, maar ook de soorten die enkel gedijen in het water, waaronder vissen, zijn een belangrijke voedselbron voor de wereldbevolking, terwijl de landbouw verantwoordelijk is voor 70% van de waterconsumptie. Voor een zesde van de wereldbevolking is drinkwater nog steeds een onbereikbaar goed of recht met nefaste effecten op de gezondheid en een te hoge dodentol. Water kan bedreigend zijn door stormen, tsunami’s en overstromingen of draagt bij tot conflicten over een billijke verdeling van water tussen bevolkingsgroepen en tussen landen. Deze monografie over water bundelt elf bijdragen van specialisten over diverse watergerelateerde onderwerpen, gaande van water als een mensenrecht tot water als bron van ontheemding en conflicten. Het thema water staat sinds lang prominent op de agenda van de Verenigde Naties, zowel verdragsrechtelijk als institutioneel via tal van VN-organisaties en -programma’s. Er wordt in dit boek ook stilgestaan bij politieke en juridische aspecten van het grensoverschrijdende waterbeheer, de zee, de visserij, de piraterij, de publieke participatie en het duurzaam gebruik van water. Frank Maes is sinds medio 2009 voorzitter van de Vereniging voor de Verenigde Naties. Hij is hoofddocent verbonden aan de Vakgroep Internationaal Publiekrecht van de Universiteit Gent en directeur Onderzoek van het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent. Piet Willems is assistent verbonden aan de Vakgroep Internationaal Publiekrecht van de Universiteit Gent.

PIET WILLEMS, assistent Internationaal Recht (Universiteit Gent)

Water

SVEN BISCOP, senior research fellow Egmont Instituut, professor Europese Veiligheid (Universiteit Gent)

WERELDVISIE

Frank Maes en Piet Willems (red.)

WERELDVISIE

WERELDVISIE Over de reeks Water. Bron van leven en conflicten is de zesde publicatie in een reeks van toegankelijk geschreven boeken waarin de activiteiten van de Verenigde Naties in ruime zin kritisch in kaart worden gebracht. De thema’s die in deze reeks aan bod komen zijn wereldomvattend en spreken iedereen aan die met de hedendaagse maatschappij begaan is: veiligheid, terrorismebestrijding, wapenbeheersing, vredesoperaties, mensenrechten, duurzame ontwikkeling, ontwikkelingssamenwerking, wereldhandel, vluchtelingen, milieu, zee, ruimte, internationaal recht, aids, drugsbestrijding, bevolkingsproblematiek, genderproblematiek, kinderen …

Water Bron van leven en conflicten Frank Maes en Piet Willems (red.)

Bij al deze thema’s is de rode draad het belang van een geïnstitutionaliseerde samenwerking in een geglobaliseerde wereld. Om een zo breed en objectief mogelijk beeld te geven bij ieder van deze thema’s, worden bijdragen gebundeld van VN-specialisten en betrokkenen uit de academische wereld, de overheid en de niet-gouvernementele sector. In 2005 verscheen de eerste publicatie in deze reeks: J. Wouters en C. Ryngaert (red.), De Verenigde Naties: een wereld van verschil? In 2006 verscheen de tweede publicatie in deze reeks: J. Wouters en B. Pattyn (red.), Misdaden tegen de mensheid. In 2007 verscheen de derde publicatie in deze reeks: P. Van Kemseke, België in de veiligheidsraad (1946-2006). In 2007 verscheen de vierde publicatie in deze reeks: C. Ryngaert, Anders globaliseren. Mensenrechten, milieu en internationale handel. In 2008 verscheen de vijfde publicatie in deze reeks: J. Wouters en C. Ryngaert (red.), Mensenrechten, Actuele brandpunten.

9 789033 477034


2. DE INSPANNINGEN VAN DE VERENIGDE NATIES BIJ DE ONTWIKKELING VAN HET INTERNATIONAAL WATERRECHT

Frank Maes

Inleiding Bepaalde regio’s in de wereld hebben te kampen met een gebrek aan voldoende en/ of zuiver water om te voorzien in de meest elementaire levensbehoeften. Meer dan 1 miljard mensen hebben geen toegang tot voldoende drinkwater. Terwijl de vraag naar water stijgt, vermindert het aanbod zienderogen en dit voor een steeds stijgende wereldbevolking die de kaap van 6 miljard heeft overschreden. Een gebrek aan water kan het resultaat zijn van een ongunstige geografische positie, een ongunstige geopolitieke situatie (bv. Palestijnen in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever), een natuurramp, hetzij plots of als een proces (bv. woestijnvorming) of het zich toe-eigenen van water door een bovenstroomse staat door het bouwen van een dam, het aanleggen van waterreservoirs of door het afleiden van water via irrigatie en pijpleidingen. De oorzaken van watertekort zijn toe te schrijven aan natuurlijke fenomenen en aan ingrepen door de mens. Een gebrek aan water van afdoende kwaliteit is veeleer toe te schrijven aan het misbruik van een internationale waterloop door de mens, in de zin dat de rivieren worden gebruikt voor het afvoeren van polluenten naar zee. Het is duidelijk dat in beide gevallen de benedenstroomse staten de slachtoffers zijn en bijgevolg vragende partij. Momenteel kampen 25 landen met ernstige waterschaarste. Het Worldwatch Institute schat dat tegen 2025 ruim drie miljard mensen het slachtoffer zullen worden van een structureel watertekort in verschillende gradaties. Ook de kwaliteit van het water laat te wensen over. In Agenda 21, aangenomen tijdens de Conferentie van de Verenigde Naties (VN) voor milieu en ontwikkeling (UNCED) in Rio de Janeiro in juni 1992, wordt in Hoofdstuk 18 bijzondere aandacht besteed aan het probleem van beschikbaarheid van water van voldoende kwaliteit, via een geïntegreerde benadering van gebruik, beheer en ontwik21


WATER EN GEZONDHEID  BELEID

tot water en basishygiëne, onveilige huisvesting en onveilige plaatsen voor vrije tijd, luchtverontreiniging in het binnenmilieu en het buitenmilieu, en schadelijke chemische stoffen zijn enkel groter geworden.

Toegang tot gezond water en basishygiëne Indicatoren Het Joint Monitoring Programme (JMP) van de VN is verantwoordelijk voor het meten van de vooruitgang in het kader van de VN Millennium Doelstellingen, meer bijzonder doelstelling 7/10. JMP gebruikt proxy indicatoren om te komen tot een schatting van hoeveel mensen toegang of geen toegang hebben tot veilig drinkwater en basishygiëne. Deze proxy indicatoren verwijzen naar het type infrastructuur die mensen gebruiken om aan drinkwater te komen en om aan de hygiënische basisbehoeften te voldoen. Het JMP categoriseert deze voorzieningen als “verbeterd” of “onverbeterd” (tabel 1). Mensen die over een verbeterde bron van drinkwater kunnen beschikken, werden geteld als zijnde ‘toegang hebben tot veilig drinkwater’. Mensen die gebruik maken van een verbeterde sanitaire voorziening, werden geteld als zijnde ‘toegang hebben tot (basis)hygiëne’.20 †

Tabel 1.

Classification of improved and unimproved drinking water sources and sanitation facilities.

Improved sources of drinking water

Unimproved sources of drinking water

Improved sanitation facilities

Unimproved sanitation facilities

Piped water (into dwelling, yard or plot)

Unprotected dug well

Flush/pour flush to: piped sewer system, septic tank, pit (latrine)

Public or shared latrine

Public tap/standpipe

Unprotected spring

Ventilated improved pit latrine

Pit latrine without slab or open pit

Tube well/borehole

Vendor-provided water

Pit latrine with slab

Bucket latrine

Protected dug well

Tanker truck water

Composting toilet

No facilities

Protected spring

Surface water

Rainwater collection

Ongelijkheden in toegang tot drinkwater Tabel 2 vat de data samen van het meest recente JMP rapport over toegang tot verbeterde drinkwatervoorziening. †

83


RUDY HERMAN, PETER PISSIERSENS EN WOUTER ROMMENS

De ‘Caribbean Marine Atlas’ (CMA) komt tegemoet aan de problemen van het regelmatig door orkanen geteisterd gebied van de Caribische Oceaan. Het algemene doel is een duurzaam kust- en marienbeheer te bevorderen, alsook de risico’s van aan de oceaan verwante gevaren te verminderen, gebaseerd op correcte wetenschappelijke kennis. Hierbij zal men zich binnen het CMA project toeleggen op de identificatie van de beschikbare geo-gerefereerde datasets en op het verzamelen en organiseren van deze data sets in een atlas van milieuthema’s voor het Caribisch gebied, ondersteund door de IODE- en ICAM-programma’s van de Intergouvernementele Oceanografische Commissie (IOC). CMA zal hiervoor deze gegevens uit nationale en regionale projecten en programma’s opnemen en de Atlas zal als interactief instrument worden ontwikkeld voor het ondersteunen van een duurzaam en geïntegreerd beheer van mariene gebieden en kustgebieden in de Caribische regio. De ontwikkeling van CMA zal ook een belangrijk hulpmiddel zijn in het bevorderen van de samenwerking in de regio. Belangrijk is dat het uitbouwen van een netwerk van goed werkende datacentra gemeenschappelijk de prioriteiten helpt bepalen voor de uitbouw van een duurzaam kustbeheer in deze eilandstaten.

Het Internationaal Hydrologisch Programma (IHP) Momenteel lopen er 3 FUST projecten die tegemoet komen aan de IHP- prioriteiten. Het Internationaal Hydrologisch Programma van de UNESCO heeft een aantal regionale projecten opgestart die de internationale samenwerking bevordert op het bekkenniveau van grote rivieren, de zogenaamde FRIEND-projecten (Flow Regimes from International Experimental en Network Data). UNESCO heeft, onder meer in samenwerking met de United Nations Development Program (UNDP), de World Meteorological Organization (WMO) en de Arab Bank for Economic Development of Africa (ABEDA), aanzet gegeven tot het opstarten van FRIEND/Nile. Dit FUST project beoogt het onderbouwen van het internationaal bekkenbeheer door een verbeterde wetenschappelijke samenwerking tussen de oeverstaten van de Nijl, meer specifiek op het gebied van waterbeheer en het analyseren van hydrologische regimes op een grotere regionale schaal. Er zijn 6 oeverstaten bij het Nijlbekken project betrokken: Egypte, Ethiopië, Kenia, Oeganda, Soedan en Tanzania. Goede netwerking en efficiënte samenwerking tussen de deelnemende instituten waren belangrijke doelstellingen van de eerste fase van het FRIEND/Nile Project. UNESCO is een belangrijke facilitator gebleken zowel voor het organiseren van de wetenschappelijke vergaderingen en de ‘on the job’- trainingen als voor het bekomen van basisgegevens. Men kan stellen dat het FRIEND/Nile Project een uitstekend model voor de ‘ZuidZuid’ en de ‘Noord-Zuid’ samenwerking is gebleken, zeker voor wat betreft de uitwisseling van ervaring en van hydrologische kennis tussen onderzoekers en wetenschappers van de deelnemende landen van het Nijlbekken. Zo is: †

164


PIRATERIJ: EEN BEDREIGING VOOR DE KOOPVAARDIJ

Juridische aspecten van zeeroof Begripsbepaling Een eerste probleem waarmee we vanuit juridische hoek worden geconfronteerd is de specifieke begripsbepaling. Hier komt al een formidabel obstakel om de hoek kijken, met name het ontbreken van een internationaal eenvormige begripsbepaling aangezien in verscheidene nationale wetgevingen uiteenlopende standpunten worden geformuleerd. Wanneer we het begrip zeeroof de jure gentium bekijken is de toestand, hoewel niet altijd duidelijk, toch iets toegankelijker naar de begripsbepaling toe. Hoewel gewoonterechtelijk enige vaagheid niet kan worden ontzegd, blijken er toch enkele constanten te zijn. Opdat een geweldsmisdrijf op zee op gewoonterechtelijke gronden als volkenrechtelijke zeeroof kan worden beschouwd, dienen drie elementen voorhanden te zijn. In eerste instantie dient het aangewende geweld illegaal te zijn. Verder is het vereist dat er minimaal twee schepen bij betrokken zijn en ten slotte dat het geweld zich voorgedaan heeft buiten de territoriale rechtsbevoegdheid van een kuststaat. Verdragsrechtelijk wordt vervolgens wel een duidelijke begripsbepaling gehanteerd en dit in het Verdrag van Genève over de volle zee van 1958 (VVZ). Deze bepaling werd ten andere overgenomen in Zeerechtverdrag van 1982. Verdragsrechtelijk is zeeroof iedere onwettige daad van geweld, aanhouding, alsmede iedere daad van plundering die door de bemanning of de passagiers van een particulier schip of luchtvaartuig voor persoonlijke doeleinden wordt gepleegd. De daad moet gepleegd zijn in volle zee of op een plaats die buiten de rechtsmacht van enige staat valt en gericht zijn tegen een ander schip of luchtvaartuig of tegen personen of goederen die zich aan boord bevinden (art. 15 VVZ; art. 101 Zeerechtverdrag 1982). Deze vrij rigide bepaling is voor een groot deel ingegeven door de beginselen inzake uitoefening van rechtsbevoegdheid op zee zoals geregeld door het internationaal zeerecht. Zij reflecteert ongetwijfeld een specifieke juridische logica die verband houdt met de verdeling van de rechtsbevoegdheid op zee op basis van de bestaande mariene rechtsgebieden (interne wateren, territoriale zee, aansluitende zone en EEZ, volle zee, continentaal plateau en diepzeebodem). Het leidende beginsel van de exclusieve rechtsmacht van de vlaggenstaat op volle zee is in praktijk niet noodzakelijk de meest efficiënte waarborg voor de naleving van rechtsnormen op zee. Ernstige geweldmisdrijven binnen een marien rechtsgebied onder nationale rechtsbevoegdheid (interne wateren, territoriale zee) kunnen te allen tijde aan de uitoefening van de nationale rechtsmacht van de kuststaten worden onderworpen en de vrees voor straffeloosheid is derhalve – minstens theoretisch – veel minder aanwezig dan op volle zee. In praktijk blijkt niettemin dat dit toch wat tegenvalt. 173

Water. Bron van leven en conflicten - inkijkexemplaar  
Water. Bron van leven en conflicten - inkijkexemplaar  

Water. Bron van leven en conflicten. een boek uit de Wereldvisie-reeks

Advertisement