Op vakantie – On holiday
Jim Field
Op de bovenste verdieping van een hoog gebouw woont een vriendelijke hond die Mister Oscar heet.
Hello, Mister Oscar!
Hello. Hallo.
Hi. Hoi.
How are you? Hoe gaat het?
Het is een bijzondere dag vandaag. Mister Oscar en zijn goudvis Finn gaan op vakantie. Ze willen vrienden bezoeken.
Good morning, my name is Mister Oscar. Goeiemorgen, mijn naam is Mister Oscar.
ntie
a Vak
Het is tijd om in te pakken. Wat moet er allemaal mee? Een tandenborstel is wel handig, Mister Oscar! trousers de lange broek
shorts de korte broek
socks de sokken
T-shirt het T-shirt
shirt het overhemd
sunglasses de zonnebril teddy bear de knuffelbeer shoes de schoenen
umbrella de paraplu
underpants de onderbroek
Have a good trip. Goede reis.
Have a nice holiday. Prettige vakantie.
FLORISt
B OOK S HOP
FASH ION
See you soon. Tot snel. Thank you. Dank u. Have a safe journey! Veilige reis!
Eindelijk, Mister Oscar en Finn zijn klaar om te vertrekken. Fijne vakantie, Mister Oscar!
taxi de taxi
dustcart de vuilniswagen
bus de bus motorbike de brommer
car de auto
De stad is groot en de straten zijn druk. Schiet op, Mister Oscar, anders mis je de trein!
bike de fiets ambulance de ambulance
GROC
ERY HAI
RDR
ESS
ER
BA OPE
N
mail van de postauto
KE B AKER
scooter de scooter
police car de politiewagen
Y
RY
K A B
Y R E
Mister Oscar en Finn halen net op tijd de trein. Oef! Dat dat was op het nippertje!
Goodbye! Dag! See you! Tot ziens!
De trein rijdt een tunnel in‌
‌ en komt uit op het platteland.
Mister Oscar en Finn gaan kamperen met een vriendin, Ella. O nee, wat een natte boel!
It’s raining! Het regent!
Come quickly! Kom vlug!