nu tijdelijk voor
€ 2,95
Twee werelden één blad www.tulpia.nl / Jrg 4 Nr 15 / dec jan 2010 / € 2,95
ISTANBUL WAS LANG EEN WARE SPROOKJESWERELD
popster kİbariye opent derde turkey now-festival
reizen In Eger werd de legende geschiedenis
Istanbul 2010 culturele hoofdstad van Europa met columns van Süleyman van den Broek, KALMAN BENKÖ, lily sprangers en verder: tulpia actueel, kijk op zaken, Brussels Lof, tulpia forum en reizen
Hightech kan eenvoudig zijn. Levensechte film- en muziekbeleving, gewoon thuis. Maak kennis met het 3·2·1 GSX DVD home entertainment-systeem van Bose. ®
Home cinema uit slechts twee zichtbare luidsprekers.
automatisch de muziek waarvan u het meest geniet en doet voor-
Genieten van het krachtige geluid van een BOSE 3·2·1 -systeem
stellen voor andere nummers die u al lang niet meer hebt afgespeeld.
®
wordt nu nog gemakkelijker. Het 3·2·1
®
®
GSX DVD home
entertainment-systeem, gebaseerd op de exclusieve TrueSpace
®
Eenvoudig te installeren en te gebruiken. Dankzij de
digitale signaalverwerking, brengt films en muziek tot leven
HDMI-aansluiting is het makkelijk om uw HDTV aan te sluiten.
met geluid dat u lijkt te omringen. Twee krachtige GEMSTONE
Het 3·2·1 GSX-systeem kan uw dvd’s upscalen naar 1080p
®
®
luidsprekerarrays en een uit het zicht te plaatsen ACOUSTIMASS ®
(full HD) voor een betere beeldkwaliteit. Het elegante media
module produceren een vol, ruimtelijk geluid waarvan
center is uitgerust met alle functies die u nodig hebt om te
u zou verwachten dat alleen een systeem met vijf
genieten van films en muziek, inclusief een dvd/cd-speler
luidsprekers het kan produceren.
en een am/fm- ontvanger. Met de universele afstandsbediening
Intelligente muziekweergave. Het systeem kan ook
eenvoudig bedienen.
kunt u uw systeem en de meeste aangesloten apparatuur uw favoriete muziek opslaan (tot 200 uren cd- en MP3 muziek) en is uitgerust
Overtuig uzelf. Vraag om een demonstratie bij de
met het nieuwe en innovatieve
geautoriseerde Bose dealer en hoor wat er gebeurt
uMusic + intelligente weergavesysteem. ®
wanneer hightech en eenvoud samenkomen.
Dit systeem ontwikkelt de vaardigheid om muziek voor u uit te zoeken, selecteert
VOOR FILMS. VOOR MUZIEK. VAN BOSE.
3·2·1 GSX ®
DVD home entertainment-systeem Voor dealer-adressen bel +31 (0)299 - 390290, e-mail consumenteninfo@bose.com of bezoek www.bose321.nl
Colofon
Tulpia actueel 08 Istanbul, culturele hoofdstad van Europa
Beste lezer,
12 Een klungelige Kerstman in Istanbul
Tot onze vreugde hebben wij veel bemoedigende reacties ontvangen op de vernieuwde Tulpia. Natuurlijk blijven wij voortdurend streven naar kwaliteitsverbeteringen van het tijdschrift. In het kader daarvan herintroduceren we de fotorubriek, Fotopia. Wij hopen dat u ook deze zult waarderen.
13 Van Oranjeturk tot filmster 14 Derde Turkey Now-festival oogt indrukwekkend Ontdek mysterieus en dynamisch Istanbul / p. 28
ISTANBUL, CULTURELE HOOFDSTAD van europa / p. 08
16 In het web van de mysterieuze Ergenekon 18 Kersverse consul wil er voor iedereen zijn 19 Man met een missie 20 Kansrijker met goed Nederlands
BRUSSELS LOF 24 Onderzoek: Islam geen breekpunt bij
EU toetreding 27 Eerste President van de EU is saai Nederland‘s bijdrage aan Istanbul 2010 / p. 36
DERDE TURKEY NOW-festival OOGT INDRUKWEKKEND / P. 14
KIJK OP ZAKEN 44 Rabobank biedt allochtone klant groeikansen 46 Dertig zenders, één handeling
LITERATUUR
ISTANBUL 2010 CULTURELE HOOFDSTAD VAN EUROPA / p. 29 Istanbul is in 2010 culturele hoofdstad van Europa. Met een geschiedenis van meer dan 2500 jaar is de stad het religieus en het cultureel centrum en de hoofdstad van twee imperiums geweest, maar heeft ook vandaag niets aan vitaliteit en schoonheid ingeboet. Istanbul is een stad waar Oost en West als twee geliefden elkaars hand vasthouden. In dit nummer en de nummers erna probeert Tulpia de keizers, sultans, architecten, dichters, schrijvers en vele andere weer tot leven te wekken zodat de mensen van vandaag ze kunnen ontmoeten.
48 Denken, dromen en schrijven in het Nederlands 50 Een verdwaalde meeuw in Rotterdam Eindhovens design met Turkse hulp / p. 38
Een verdwaalde meeuw in theaterland / p. 50
REIZEN 54 In de stad van de konak 60 In de voetsporen van Süleyman de prachtlievende 64 Wandelen met Kyra
columns
In 2010 is Istanbul culturele hoofdstad van Europa. Voor Tulpia is dat aanleiding om deze “stad van twee werelden” ruim aan bod te laten komen. In onze rubriek Brussels Lof publiceren wij de resultaten van een opmerkelijk onderzoek naar de rol die de islam speelt bij de Turkse toetreding tot de Europese Unie. Tijdens de kerst kunt u genieten van drie reisverhalen opgetekend in Turkije, Hongarije en Nederland. Tenslotte vraag ik uw aandacht voor onze rubriek Tulpia Forum, waarin de forumleden hun wensen en angsten voor 2010 kenbaar maken. Ook u kunt dat doen en wel door ons een mail te sturen. Deze plaatsen we op onze website. Namens alle medewerkers van Tulpia wens ik u een gelukkig Nieuwjaar en een voorspoedig 2010.
28 Süleyman van den Broek: met andere ogen De lijdensweg van Mark Twain in Istanbul / p. 40
In de stad van de konak / p. 54
43 Kalman Benkö: de vervalste weegschaal 47 Lily Sprangers: de taal van thuis
diversen 06 Fotopia 22 Tulpia Forum 52 Helden achter straten
30 Ontdek mysterieus en dynamisch Istanbul 36 Nederland‘s bijdrage aan Istanbul 2010 38 Eindhovens design met Turkse hulp 40 De lijdensweg van Mark Twain in Istanbul 4 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
De grand bazaar uit 1457 / p. 28
In de voetsporen van Süley man de prachtlievende / p. 60
Tuncay Çinibulak, MA Hoofdredacteur
Tulpia / jaargang 04 / nr 15 5
TULPIA INHOUD
IN DEZE EDITIE
TWEE WERELDEN ééN BLAD
TULPIA JRG 4 / NR 15 / DEC JAN 2010 WWW.TULPIA.NL Postbus 56822, 1040 AV Amsterdam Tel: +31 (0)20-337 64 90 / 222 19 82 Hoofdredactie Tuncay Çinibulak Redactie Frans Jeursen, Erhan Gürer, Marjanne de Haan, Sonja Havermans, Kyra Kuitert, Maaike Lange Eindredactie John de Graaff Correspondenten Boris Peters (Brussel), Marc Guillet (Istanbul) Grafisch ontwerp Ingrid Scheinhardt Aan dit nummer werkten mee Süleyman van den Broek, Kalman Benkö, Lily Sprangers, Martine de Vente, Danny Verbaan, Uğur Pekdemir, Famile Arslan Foto’s Slawomira Kozieniec, Sabri Varan, Turks Ministerie van Cultuur en Toerisme, Selahattin Servi, Tulpia Media Team Vertegenwoordiging in Turkije Yusuf Deniz Çinibulak (Istanbul) Uitgever Sakine Güzeldere / Uitgeverij Tulpia Media. De rubriek ‘Brussels Lof’ is mede mogelijk gemaakt door een subsidie van het Europafonds. Coverfoto Turks Ministerie van Cultuur en Toerisme © Tulpia 2009 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt via internet, door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever of auteursrechthebbende.
FOCUS
fotopia
Een groep werkloze Kerstmannen wacht in een islamitische wijk in Istanbul op opdrachten: een fragment uit de recente film Neşeli Hayat van regisseur en acteur Yılmaz Erdoğan. Deze maand draait de film in de Nederlandse bioscopen.
6 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
TULPIA ACTUEEL door Door Frans Jeursen Fotografie Sabri Varan en Turks Ministerie van Cultuur en Toerisme
Park Sultan Ahmet onder Özgül Özkan Yavuz, hoofd Publiciteit Istanbul 2010 (foto: Sabri Varan)
Istanbul, culturele
hoofdstad 2010
Istanbul is in 2010 culturele hoofdstad van Europa. Deze bijzondere stad van twee werelden wil vooral haar schoonheid en culturele rijkdom aan de wereld tonen.
M
elina Mercouri heeft als de Griekse minister van cultuur aan de basis gestaan van het fenomeen ‘culturele stad’. In 1983 nam de befaamde ex-actrice het initiatief voor een dergelijke Europese uitverkiezing. Mercouri stond met name voor kunst en geschiedenis, voor vernieuwing op basis van traditie en zo voor vernieuwing van de traditie zelf. Ze vond dat er te vaak alleen maar aandacht aan steden werd besteed in een economische en politieke context. Zo leek het alsof een stad niet heel veel meer was dan wat er in die
8 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
twee beperkte kaders zichtbaar van kan worden gemaakt. Mercouri zag een stad als een levend organisme, als een brandpunt van schoonheid, leven en cultuur. Het was volgens haar tijd om te beseffen hoe uitermate bijzonder sommige steden zijn. Bij het eerste evenement in Athene (1985) was nog sprake van ‘culturele stad’, maar met ingang van 1999 werd dat ‘hoofdstad van cultuur’. Zo wordt nog meer de nadruk gelegd op het unieke van een plaats. De eerste twintig jaar werden de steden jaarlijks uitgekozen op basis van hun culturele ge-
schiedenis, de evenementen die ze op touw zetten, hun infrastructuur en of ze beschikten over de financiën om een jaar lang ‘culturele hoofdstad’ te zijn. Vandaag de dag wordt ook gekeken naar de sociaaleconomische potentie en hoe het functioneren als culturele hoofdstad als een katalysator kan werken om een stad tot ontwikkeling en volle ontplooiing te brengen. Culturele hoofdstad zijn betekent in de praktijk het openen van nieuwe musea, stedelijke vernieuwing en restauratie en bescherming van bedreigd cultuurgoed bij-
voorbeeld historische architectuur, maar daar blijft het niet bij. Ook het organiseren van concerten, symposia en dansvoorstellingen, exposities, modeshows en wat al niet meer hoort er inmiddels bij. Voor 2010 is de keuze onder meer gevallen op Istanbul. De laatste decennia wordt steeds duidelijker dat Istanbul een cruciale en vaak beslissende rol heeft gespeeld in de hele Europese geschiedenis. Meer dan 2000 jaar al is het een centrum van politieke en militaire macht en van kunst en religie. In tal van landen binnen haar invloedssfeer
‘Istanbul was heel lang een ware sprookjeswereld’
Tulpia / jaargang 04 / nr 15 9
Etno Career - Check point voor kleurrijk talent Het trainingsinstituut Stichting Helpdesk en het uitzendbureau Etno Career werken samen om voor hoger opgeleide professionals te bemiddelen op de arbeidsmarkt. In de loop der jaren hebben wij onze expertise geoptimaliseerd en we beschikken over een groot aanbod aan kleurrijk talent. Als werkgever en/of als professional bent u bij ons aan het goede adres voor de volgende diensten:
www.etnocareer.nl info@etnocareer.nl Krelis Louwenstraat 1-3 1055 KA Amsterdam Tel. 020 - 5840300.
Een folkloregroep in Istanbul afkomstig uit de Baltische Staten (foto: Sabri Varan)
waren alle blikken gericht op de reusachtige, inspirerende metropool aan de Bosporus. Istanbul was heel lang een ware sprookjeswereld die de fantasie van de mensen in het verre westen op hol deed slaan, die dichters en schilders inspireerde en politieke avon turiers aantrok. Het jaar is door de organisatoren van Istanbul 2010 ingedeeld in vier seizoenen, die elk hun eigen kenmerkende evenementen, exposities en concerten hebben. Elk seizoen is gekoppeld aan een van de vier elementen. De Aarde, waarmee het programma begint, bewaart het verleden en daarom staat dit kwartaal in het teken van de geschiedenis en de culturele erfenis van de stad. Direct wordt duidelijk hoezeer het verleden van Istanbul niet los kan worden gezien van dat van de rest van Europa. Er zijn exposities, zoals ‘Moeders, Godinnen, Sultana’s’, en ‘Imperial passions’. Bij deze laatste worden bijvoorbeeld de talenten van de afzonderlijke sultans voor het voetlicht gehaald zoals schetsen, tim meren, vormgeving, muziek en poëzie. Lucht, het tweede segment van het jaarprogramma, concentreert zich op spiritu10 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
ele zaken, muziek, torens, minaretten en zuilen. De ondertitel van deze lenteperiode is ‘Heaven Sent’. Met het element Water, gekoppeld aan de ondertitel ‘De stad en de zee’, wordt de zomerperiode ingeleid. Er zijn nautische activiteiten op de Bosporus, zoals een regatta van zogeheten ‘tall ships’. Er zijn performances en concerten, altijd in relatie tot warme bronnen, cisternen, fonteinen en aquaducten. Er wordt ook aandacht besteed aan het bezoek dat de beroemde Hongaren Franz Liszt en Bela Bártok (naast Essen in Duitsland is ook het Hongaarse Pécs culturele hoofdstad) ooit aan Istanbul hebben gebracht. Het jaar wordt met Vuur afgesloten. Het gaat hierbij met name om het vuur van de vernieuwing. De ondertitel voor deze periode is dan ook: ‘Het smeden van de toekomst’. Planning en architectuur, kunst en vooruitzien zijn hier het motto. Praktische oplossingen voor complexe problemen, daar gaat het bij dit laatste element om. Een bezoek aan Istanbul is altijd gerechtvaardigd, maar 2010 is echt een prachtige gelegenheid om naar de parel aan de Bosporus te gaan.
Voor agenda en meer zie:
www.istanbul2010.org
• • • • •
Werving & selectie Training & advies in intercultureel management Detachering Coaching en mentoring Inburgering en beroepsopleiding
Bent u als werkgever ook op zoek naar hoog opgeleid talent met kleur, of als kleurrijke professional op zoek naar de juiste werkgever? Neem dan contact op met Etno Career voor de volgende functies: • Accountancy • Beleidsmedewerker • Financieel medewerker • Manager • NT docenten • P&O medewerker • Projectmedewerker
TULPIA ACTUEEL door Frans Jeursen fotografie archief Neşeli Hayat
Een klungelige Kerstman in Istanbul
Van Oranjeturk tot filmster Van Turkije naar Nederland en weer terug. Die sprongen heeft Tonguç Oksal geen windeieren gelegd. Binnenkort
De Turkse regisseur Yılmaz Erdoğan, bekend van Vizontele,
is de acteur te bewonderen
Vizontele Tuuba en Organize Işler, lanceert na een pauze
in een topproductie.
van vier jaar weer een nieuwe film. Voor Neşeli Hayat, oftewel Vrolijk Leven, heeft hij een breed scala aan eersteklas acteurs rond zich verzameld. De Nederlander Tonguç Oksal is ook van de partij. Tonguç Oksal (midden) en het bruidspaar
H
et verhaal speelt zich weliswaar af in de kersttijd, maar uiteraard is de strekking van de nieuwe film van Yılmaz Erdoğan breder. De boodschap is dat wat wij het echte leven noemen niet veel meer realiteit heeft dan de leugens waar alle kinderen in geloven, in dit geval de Kerstman. Het is een inzicht dat misschien wat treurig lijkt, maar het maakt het ook mogelijk de ernst van veel zaken te relativeren, en zo wat gelukkiger en meer ontspannen te leven. Hoofdpersoon Rıza Şenyurt, een moslim, leeft in de buitenwijken van de grote stad Istanbul. Succesvol kun je hem bepaald niet noemen. Zo is hij bijvoorbeeld werkloos en zijn leven gaat eigenlijk steeds verder bergafwaarts. Rıza leeft van dag tot dag en vraagt zich af of er ooit nog wel iets van hem terecht zal komen. Al rondzwalkend krijgt hij een baan voor een maand aangeboden: als Kerstman. Met dit aanbod weet hij zich aanvankelijk geen raad. Hij heeft bijvoorbeeld geen flauw benul wat een Kerstman is en wat zo iemand doet. Rıza neemt de job toch aan, al ontgaat het hem volkomen waarom hij zich moet verk leden als een oude man met een witte baard, gestoken in een rood kostuum. Hij neemt zijn nieuwe opdracht serieus, want samen met zijn vrouw doet hij er werkelijk
12 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
alles aan om de kneepjes van het ‘Kerstmanvak’ onder de knie te krijgen. Rıza raakt zo verzeild in allerlei benarde situaties. Die zijn echter niet alleen om te lachen, maar hebben ook een tragische kant. Het positieve aan het geheel is dat hij een aantal belangrijke zaken leert over het leven, zoals het feit dat geld niet gelukkig maakt. En luidt het spreekwoord niet dat oude mensen, dronkenlappen en kinderen de waarheid spreken? Dat gebeurt in deze film volop. Een tragikomisch verhaal dus dat handelt over menselijke hulpeloosheid en stuurloosheid. Dat alles bekeken met een welwillende ironie, die toch de blik niet verduistert op waar het in het leven echt om gaat. Zo worden de lotgevallen van de nep-Kerstman een metafoor voor belangrijkere zaken en monden ze uit in de fundamentele vraag: ‘wat is geluk’. Alles wat de hoofdpersoon beleeft, leidt hem uiteindelijk naar een antwoord op die vraag: geluk zit niet in bezittingen, maar in het samenzijn met andere mensen. Bij de montage van Neşeli Hayat, waar Yılmaz Erdoğan zelf het ‘screenplay’ voor maakte, bleek trouwens dat een groot deel van de beelden kwalitatief onvoldoende was om op het witte doek te vertonen. Hierop besloot Erdoğan het mislukte deel helemaal opnieuw op te nemen met zijn leerlingen.
H
‘De lotgevallen van de nep-Kerstman worden een metafoor voor belangrijkere zaken’
ij heeft een rol in de nieuwste film van sterregisseur Yılmaz Erdoğan en dat is veelbetekenend. De weg naar een glanzende filmcarrière ligt nu voor hem open en ja, hij heeft al aanbiedingen voor rollen in twee producties. Maar wie is Tonguç Oksal? In zijn geboorteland Turkije volgde hij van 1985 tot 1991 een opleiding inter nationale economie aan de universiteit van Adana maar studeerde hij tegelijkertijd theaterkunde op het conservatorium. Toen kwam het idee bij hem op naar Nederland te verkassen, omdat de mogelijkheden hem er groter leken. Ook hier volgde hij min of meer een tweesporenbeleid. Eerst bezocht hij de Katholieke Universiteit Brabant waar hij zijn economiestudie voortzette. In 1992 verhuisde hij naar Amsterdam om aan de UvA colleges te lopen in film en theaterwetenschappen. Een gewone student zou denken dat hij al genoeg hooi op zijn vork had, zo niet Tonguç. Hij begon met de theatergroep ADS, speelde in tv-series als Unit13 en Pleidooi, acteerde in de film Chopsticks en had rollen in toneelstukken. Tonguç nam echter nog meer werk op zijn bord. In 1998 was hij de initiator van een Turks Nederlandse theaterscholing en in hetzelfde jaar ontstond in het kader hiervan
het festival Theaterontmoetingen. Met deze activiteiten zou hij tot 2005 doorgaan. De studie economie kreeg een praktisch vervolg toen Tonguç zich ging bezighouden met de distributie van Turkse films in Europa. Ook op dit terrein bleek hij een pionier. Momenteel zijn Turkse films, na Engelse en Amerikaanse producties, in de Benelux het meest in trek. Je zou denken dat Nederland voor hem een paradijsje was, maar dat is niet helemaal het geval. “Nederland was een droomland, gastvrij en met een voortreffelijk sociaal en democratisch klimaat. Lange tijd voelde ik mij een echte Oranjeturk en noemde ik mijzelf een Turkse Amsterdammer. Nederland en Noorwegen waren voor mij oases van ware menselijkheid, maar de situatie is heel sterk veranderd. Na 9/11 verdwenen de mense lijkheid en humaniteit in rap tempo. Dat had ik nooit voor mogelijk gehouden; de situatie raakte in toenemende mate gepolariseerd. In het Nederland dat nu begon te ontstaan, zou ik altijd een ‘buitenlander’ blijven. Toen ik het voor en tegen had afgewogen, kwam ik tot de conclusie dat mijn kansen in Turkije lagen. Daarom ben ik teruggegaan. Momenteel woon ik al weer enige tijd in Istanbul. En dan voor een rol worden gevraagd door Yılmaz Erdoğan betekent hier dat je een acteur van karakter bent. Dat opent vele deuren, Aldus Oksal.”
Daarnaast is hij in Turkije betrokken bij het opzetten van een nieuwe kunstopleiding, waar hij zelf docent wordt. Verder treedt hij met regelmaat op als adviseur van producers als het gaat om de distributie van films. “Niet dat ik me bemoei met de fysieke distributie van films; ik beperk me tot het geven van adviezen. Zelf wil ik me de komende tijd vooral toeleggen op acteren.”
’Nederland en Noorwegen waren voor mij oases van ware menselijkheid’
Tulpia / jaargang 04 / nr 15 13
TULPIA ACTUEEL door Frans Jeursen fotografie Tuncay Çinibulak
OPROEP
Derde Turkey Now-festival oogt indrukwekkend Als culturele hoofdstad van Europa staat Istanbul in 2010 in het centrum van de belangstelling. Het hele jaar is de metropool aan de Bosporus een ware staalkaart van muziek, mode, fotografie en theater. Al deze stromingen zijn volgend jaar gelukkig ook dichter bij huis te zien. Amsterdam en Rotterdam ontvangen twee maanden lang een keur aan Turkse artiesten tijdens het festival Turkey Now.
Schrijf je in op Tulpia’s literaire workshops! zondere uitvoeringen en opvoeringen. Voor de openingsavond, donderdag 4 februari, heeft Turkey Now een concert geor ganiseerd met de Turkse zangeres Kibariye en het Rosenberg Trio, dat vermaard is vanwege de bijzondere soort zigeunerjazz. Kibariye is in Turkije een superster, heeft reeds twintig cd’s op haar naam staan en beschikt over het vocale vermogen om in een groot
maanse rijk in de huizen van welgestelde Turken te horen was. Het muziekgenre is het best te omschrijven als ‘lichtklassiek’ en het gaat om ‘suites’ met ritmes die in de loop van de uitvoering steeds intenser worden. Nurettin Çelik, de leider van het ensemble, heeft in Turkije met zijn groep zangers en instrumentalisten, onder wie Coşkun Sabah, een grote naam opgebouwd. Wie deze uitvoering bijwoont, hoort niet alleen muziek zoals die vandaag de dag wordt gespeeld in de uitgangsgelegenheden in Istanbul, maar maakt tegelijkertijd een reis terug in de tijd. (Doelen, Rotterdam, 27 februari 2010, 20.15 uur. Tropentheater, Amsterdam, 28 februari, 15 uur) Het is onmogelijk om alle evenementen van Turkey Now te bespreken, maar enkele willen we toch alvast onder de aandacht brengen: Istanbul Sacré: spirituele en religieuze muziek van de Griekse, joodse, Armeense en islamitische gemeenschappen van Istanbul. Instrumentaal en zang. (Doelen, Rotterdam, 18 februari, 20.15 uur. Tropentheater, Amsterdam, 19 februari, 20.30 uur).
Şevval Sam
G
elukkig, de organisatoren in Turkije en Nederland hebben tijdig oog voor elkaar gehad. Want anders zou elk evenement, of het nu wordt gehouden aan de Bosporus, het IJ of op het Zuidplein, niet zo nadrukkelijk het thema ‘diversiteit’ dragen. Zo wordt de bijzonderheid en eigenheid van culturele uitingen onderstreept, maar ook de harmonie die bijvoorbeeld in Istanbul tussen uiteenlopende vormen van kunst en sociale beleving kan bestaan. Onder het motto ‘diversiteit in eenheid’ heeft Kulsan, de organiserende stichting in
14 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
Serkan Çağrı
Nederland, grote namen en aanstormende talenten voor ons land weten te interesseren. Daarmee is de omvang van de derde editie van Turkey Now ronduit indrukwekkend te noemen. Van 4 februari tot en met 4 april 2010 staan meer dan zestig voorstellingen op het programma in Amsterdam (Muziek gebouw aan het IJ, Melkweg, Bimhuis, Meervaart, Tropentheater) en Rotterdam (Doelen, Theater Zuidplein). De verwachtingen zijn hooggespannen, bijvoorbeeld omdat de Turkse artiesten in sommige gevallen gaan samenwerken met lokale musici en acteurs.
Kibariye
‘Grote namen en aanstormende talenten komen naar Nederland‘ Om u al een beetje in de stemming te brengen, zetten we een aantal mogelijke hoogtepunten op een rijtje. Ook in volgende editie van Tulpia besteden we aandacht aan bij-
Coşkun Sabah
aantal stijlen absolute perfectie te bereiken. Haar repertoire beweegt zich tussen Ana tolische volksmuziek en het genre dat met de term arabesque wordt aangeduid. Meestergitarist Stochelo Rosenberg en zijn neven op ritmegitaar en contrabas zijn op hun eigen terrein geheel aan haar gewaagd. (Doelen, Rotterdam, 4 februari 2010, Grote Zaal, 20.15 uur) Het Pera Fasıl Ensemble, met Nurettin Çelik en Coşkun Sabah, vergast de toehoorders op de zogeheten Fasıl, die al tijdens het Otto
Ensemble Serkan Çağrı (klarinet) met de Bulgaarse zangeres Yıldız Ibrahimova. Balkan jazz, zigeunermuziek, folksongs, avant-garde, klassiek. (Doelen, Rotterdam, 6 maart, 20.30 uur) Het Ahirkapi Orkest: wervelende zigeunermuziek. (Doelen, Rotterdam, 10 maart, 20.15 uur. Tropentheater, Amsterdam, 19 maart, 20.30 uur)
Eind januari begin februari 2010 start Tulpia in samenwerking met de auteurs Jan Brok ken en Judith Koelemeijer een reeks van 5 workshops over literair schrijven.Daarin worden beginnende auteurs, aanstormend talent, maar ook meer ervaren literatoren op weg geholpen naar een succesvolle carrière. Tijdens de bijeenkomsten brengen de docenten de deelnemers allerlei technieken bij alsook de fijne kneepjes van het vak, zoals compositie en stijl, samenhang, de rode draad, zinsbouw en formulering. Daarnaast komen belangrijke praktische vragen aan de orde zoals: hoe vind ik de juiste uitgever, een goede eindredacteur en hoe zit het met de auteursrechten? Na twee algemene sessies krijgt iedere deelnemer individuele begeleiding. In overleg met de deelnemers zal de frequentie van de workshops vastgesteld worden. Er is een strenge voorselectie. Alleen zeer gemotiveerde en talentvolle schrijvers in spè worden toegelaten. Iedere deelnemer wordt persoonlijk uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek. Stel je schrijfplannen niet langer uit en meld je aan bij: Erhan Gürer: info@tulpia.nl Inschrijven kan tot: Maandag 11 januari Duur: 5 sessies elk van 3 uur Kosten deelname: 600,- p.p. incl. lesmateriaal en consumptie Plaats: Amsterdam Locatie: Atheneum Boekhandel of bij Tulpia Opmerking: De Bijdrage voor deelname wordt
Meer informatie op:
www.turkey-now.info, www.kulsan.org, www.dedoelen.nl en www.tropentheater.nl
in zijn geheel aan de docenten uitgekeerd. Tulpia organiseert deze bijeenkomsten belangeloos, stelt gratis lesruimte ter beschikking en probeert zelfs tegemoet te komen in de kosten voor deelname..
Tulpia / jaargang 04 / nr 15 15
TULPIA ACTUEEL door ERHAN GURER
In het web van de mysterieuze Ergenekon
“De ‘heksenjacht’ leidt in Turkije tot felle discussies”
In Turkije brokkelt een geheim netwerk binnen de staat af, de Ergenekon. De moord op de Armeense journalist Hrant Dink was in 2007 het ‘hoogtepunt’ van de activiteiten. Deze misdaad leidde echter ook het verval in. De ontrafeling van een bijzonder fenomeen, aan de hand van de negen helse ringen van Dante.
N
a Italië, Spanje, Frankrijk, Grieken land en Nederland rekent ook Turkije af met haar geheime staybehind netwerk binnen de staat, de Ergenekon, het Turkse Gladio. De zaak kwam aan het rollen toen op 12 juni 2007 in een huis in de wijk Üsküdar in Istanbul een wapendepot werd ontdekt. Sindsdien zijn er elders in het land veel van deze opslagplaatsen gevonden; zijn er tientallen generaals, hoge bureaucraten, universiteitsbestuurders, journalisten en programmamakers aangehouden en zijn er huiszoekingen geweest bij voorzitters van GONGO’s (Governmentoperated Non-governmental organization). In de Turkse media vindt een verhitte discussie plaats tussen voor- en tegenstanders van deze ‘heksenjacht’. De tegenstanders spreken van een aanval op het seculiere Turkije door de huidige regering van Recep Tayyip Erdoğan (gesteund door de Verenigde Staten). Voorstanders noemen het een democratiseringsproces waarbij een einde komt aan de terreur van het illegale netwerk binnen de Turkse staat. Wat is de achtergrond van dit netwerk en hoe kwam het aan het licht? Net als in andere landen werd ook in Turkije – met de hulp van de CIA en de NAVO – een netwerk opgericht. Aanvankelijk om de communistische invloed te neutraliseren. Na de val van het commu nisme werd het ook gebruikt om de democratisch gekozen regeringen ten val te brengen. In de jaren negentig van de vorige eeuw kwam er 16 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
een nieuw soort nationalisme op in Turkije. Dit nieuwe nationalisme, ulusalcılık, werd ook gesteund door de linkse en republikeinse bewegingen in Turkije. Zij waren tegen de globalisering en meenden dat Amerika met hulp van de gematigde moslims Turkije voor zijn karretje wilde spannen. In Turkije speelde dit netwerk een belangrijke rol achter de schermen totdat Erdoğan in 2002 aan de macht kwam en de traditionele machthebbers verraste met een combinatie van gematigde islam en democratische hervormingen naar Europees model. Een groep militairen organiseerde (tussen 2002 en 2004) een aantal coups. Die mislukten omdat er binnen het leger geen overeenstemming kon worden bereikt. De oude generaals gingen met pensioen en de nieuwe zagen niets in coups. Vanaf 2005 veranderde het netwerk van tactiek: er moest een gecoördineerde chaos worden geschapen om zo de militairen te dwingen tot een ingreep. Dat werd de initiatiefnemers fataal. De periode 2005-2007 kenmerkte zich door een complot tegen de regering van Erdoğan en culmineerde in de moord op de Armeense journalist Hrant Dink, op 19 januari 2007. Dit was niet alleen het hoogtepunt in de carrière van Ergenekon, maar ook het begin van het einde. Halil Berktay, historicus en columnist van het antimilitaristische dagblad Taraf, ontrafelde de organisatie aan de hand van de negen ringen van de hel in La Divina Commedia
‘De oude generaals gingen met pensioen en de nieuwe zagen niets in coups’ van de Italiaanse schrijver Dante Alighieri. Ring 1 bestond uit het leger dat door het hervormingsproces de macht binnen de Nationale Veiligheidsraad verloor en naar nieuwe manieren zocht om een vinger in de pap te houden. Vanaf 2005 belegde de legerleiding wekelijks persconferenties om te praten over de Turkse actualiteit. Ring 2 bestond uit de bureaucratie met aan het hoofd de president, Ahmet Necdet Sezer (2000-2007). Hij benoemde de voorzitters van de hoge rechterlijke organen en de universiteitsbesturen. Samen met deze instituties probeerde Sezer alle hervormingen tegen te houden als een soort last line of defence. Ring 3: de media. Sommige journalisten en programmamakers op de televisie begonnen een nationalistische campagne tegen de regering van Erdoğan en beïnvloedden zo de publieke opinie. Ze gingen zelfs zo ver dat ze nieuws ensceneerden om de bevolking
Een recente film gewijd aan de geheime operaties en organisatievorming, zoals in de zaak Ergenekon.
te laten geloven dat het moslimfundamentalisme oprukte. Ring 4 bestond uit de GONGO’s, een door de overheid bestuurde en dus slechts vermeende niet-gouvernementele organisatie (NGO) die zich voordoet als een NGO. Toen het netwerk geen greep meer had op de bevolking en de NGO’s ging het nog een stap verder en werd ook het internet geïnfecteerd. Ring 5 is het psychologische oorlogsplan om het vertrouwen in de politiek tot een minimum te beperken en het creëren van een situatie waarbij de ingreep van het leger onvermijdelijk zou worden. Ook ring 6 is psychologische oorlogvoering. Het voorzag in het creëren van een massa door het organiseren van grote demonstraties (Cumhuriyet Mitingleri), zogenaamd om het secularisme te beschermen. Ring 7 bestond uit een juridische aanval op intellectuelen, die de taboes rond de
Koerdische en Armeense kwesties wilden doorbreken. Gewapend met het antidemocratische artikel 301 van het Turkse Wetboek van Strafrecht, begon Kemal Kerinçsiz – de ultranationalistische advocaat en oprichter van de Grote Juristenvereniging (Büyük Hukukcular Birliği) – vanaf 2005 een serie rechtszaken tegen intellectuelen als Orhan Pamuk en Elif Şafak. Ring 8 bestond uit het organiseren van ‘knokploegen’ op het platteland. Gepensioneerde leger- en politiefunctionarissen richtten plaatselijke verenigingen op (Müdafaa-i Hukuk Cemiyetleri) en bereidden jongeren voor op het plagen van aanslagen op leden van de minderheden om zo het land in een chaos te storten. Hrant Dink werd door een van deze jongeren vermoord. Ring 9 was het laboratorium van het netwerk: de Nationale Veiligheidsacademie. De academie was onderdeel van de Militaire
Academie en gaf cursussen aan zorgvuldig geselecteerde hoge bureaucraten en journalisten. Deze zouden vanuit hun sleutelposities de publieke opinie rijp maken voor een coup. Waarom doet het leger dit en waarom laten sommige generaals zich verleiden tot dit soort illegale praktijken? Het zit in hun opleiding. Al vanaf hun 15e jaar worden zij geïndoc trineerd in de beginselen van het kemalisme en zij zien zich als de enige hoeders van de republiek Turkije. Zij willen, althans een deel van hem, geen militaire dictatuur, maar achter de coulissen wel graag aan de touwtjes blijven trekken, voor het geval dat. Zij vertrouwen de bevolking niet, want die is onwetend en zal niet opkomen voor de principes van Atatürk. Zij zal zich laten lijmen door de islamitische politici. De coups zijn de laatste pogingen (lees: stuiptrekkingen) van een kaste die voor het eerste in de geschiedenis de regering niet meer kan soufleren. Tulpia / jaargang 04 / nr 15 17
TULPIA ACTUEEL
Man met een missie
In een prachtig monumen
‘De organisatie van
Ahmet Temurci is een blij mens. Als nieuwbakken directeur
taal pand in Leiden zetelt
Turken in Nederland
van het Turks Verkeersbureau in Nederland mag hij direct
sinds kort Joost Peters,
is erg versnipperd’
Istanbul gaan verkopen als culturele hoofdstad van Europa.
de nieuwe honorair consulgeneraal van Turkije. Tulpia sprak uitvoerig met hem over het invullen van deze erebaan.
Joost Peters
D
e Turkse ambassadeur in Nederland heeft twee ‘rechterhanden’, te weten de beroepsconsulaten in Rotterdam en Deventer. Die zijn er vooral voor administratieve procedures, zoals het verlengen van een Turks paspoort of de aangifte van een geboorte. Daarnaast is er in Amsterdam ook nog een honorair consulaat en Hans Risch is de eerste honorarair-consul. Bij een dergelijke functie ligt het accent op handelsbevordering tussen de twee landen en op sociale en culturele initiatieven. Na Hans Risch, is Joost Peters is in maart van dit jaar benoemd tot honorair consul-generaal voor de steden Amersfoort, Utrecht, Leiden, Hoorn, Alkmaar en Den Helder. Het werk gebeurt voor ‘de eer’, vandaar de titel ‘honorair’. Peters vertelt over het werk, dat hij verricht met zijn staf van drie personen: “We krijgen soms opdrachten en verzoeken vanuit de ambassade of van de consuls. We introduceren elkaar bij onze respectievelijke netwerken. In principe kan iedere Turkse 18 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
inwoner of ondernemer in Nederland met vragen bij ons terecht. Of het nu gaat om een conflict met de plaatselijke overheid of om een ondernemer die in Turkije aan de slag wil. Daarnaast pakken we zelf projecten op. Omdat we in twee universiteitssteden zitten, zijn we bijvoorbeeld begonnen met het organiseren van uitwisseling- en stageprogramma’s voor studenten.” Joost Peters begint te glunderen als hij vertelt over een project waar hij de afgelopen maanden zijn schouders onder heeft gezet. “De conservator en de directeur van het Utrechtse museum ‘Van speelklok tot pierement’ brachten begin dit jaar een bezoek aan het Dolmabahçepaleis in Istanbul. Daar ontdekten zij een antiek orchestrion (mechanisch muziekinstrument met als basis een pijporgel, red.) dat al jaren werd gebruikt als bezemkast. Er ontstonden plannen om dit instrument, dat ooit door de Duitse keizer Wilhelm aan de sultan was geschonken, te restaureren. Toen de financiering hiervoor niet rond dreigde te komen, heb ik gepro-
beerd de initiatiefnemers te helpen via mijn contacten. Zo is inmiddels ook de Turkse ambassadeur erbij betrokken en erg enthousiast geraakt. Het ziet ernaar uit dat het misschien gaat lukken. Dan klinkt er eind volgend jaar, sinds honderd jaar, hopelijk weer muziek in het paleis. Dat zou toch fantastisch zijn!” Het merendeel van de circa 140 honorair consuls in Nederlands zijn actief in particuliere beroepen of in het bedrijfsleven. Een aantal is al met pensioen. De titel honorair consul (-generaal) is namelijk aan een persoon verbonden, niet aan een bedrijf.
‘Ambassadeur Uğur Doğan komt het kantoor in Leiden op 20 januari 2010 officieel openen’
zekeringsmaatschappij van de Garanti Bank over (het huidige Eureko Sigorta) en ook is ruim de helft van de circa 400.000 Turken in Nederland via Achmea voor ziektekosten verzekerd. Middels het honorair consulaat kan Achmea zijn structurele betrokkenheid tonen en laten zien dat het niet slechts om de ‘quick win’ gaat. Ik wil daarbij wel benadrukken dat ik geen honorair consulgeneraal van Achmea ben, maar van Turkije. Dat wil zeggen dat ik mijn diensten aan álle bedrijven en personen aanbied.” Wat heeft Peters privé met Turkije? “Ik ben er enkele keren geweest. Dat is niet vaak, maar ik heb er wel heel veel contacten, die ik kan inschakelen als ik ergens hulp bij nodig heb. Daarnaast vind ik Turken hartelijke, trotse en ondernemende mensen die goed geïntegreerd zijn. Mijn droom is om Turkije nog eens per trein van oost naar west te doorkruisen, om het land nog veel beter te leren kennen.” Hij heeft nog een andere droom. “Het valt mij op dat de organisatie van Turken in Nederland erg versnipperd is, bijvoorbeeld bij de ondernemers. Als alle circa 15.000 Turkse ondernemers hun krachten zouden bundelen wordt het een commerciële machts factor met veel meer onderhandelingskracht, ook in ‘Den Haag’. En als de vele Turkse ondernemersverenigingen bijvoorbeeld een inkoopcombinatie zouden laten oprichten kunnen ze de grootste kortingen bedingen, bijvoorbeeld bij verzekeringsmaatschappijen, bij de inkoop van kantoorartikelen, bij autoverhuurbedrijven, etc. Ik snap dat hier tijd voor nodig is, maar ik zou er graag aan bijdragen.”
“Als smeltkroes van culturen is het niet verwonderlijk dat de stad deze eer te beurt valt.”
N
atuurlijk, Istanbul 2010 is een bijzonder evenement, maar voor Ahmet Temurci staat er als nieuwe directeur van de Turkish Tourist Board in Den Haag meer op het spel. De komende drie jaar wil hij namelijk uitbouwen wat zijn voorganger Murat Karakuş in evenzovele jaren zo mooi op de rails heeft gezet. Net als Karakuş stelt Temurci de veel zijdigheid van zijn vaderland centraal. “Voor Nederlandse toeristen blijft Turkije een populaire bestemming als het gaat om zon- en zeevakanties, al dan niet ‘all inclusive’. Maar het land biedt met haar unieke landschappen en natuurlijke rijkdommen meer dan alleen een onvergetelijke ‘zandvakantie’.” Ahmet Temurci spreekt uit ervaring want hij werd in 1974 geboren in Rize, een van de mooiste steden aan de Zwarte Zee. Naar dit ‘nieuwe Turkije’ ga je straks op vakantie met een eigen opdracht. Je gaat sporten (golf, skiën, mountainbiken, raften), op de gezondheidstour (wellness, spa, operaties aan ogen en tanden) of op zoek naar cultuur (oudheidkundige steden, openluchtmusea, bijzonder historisch erfgoed zoals in Anatolië). Met een aantal voorbeelden onderstreept directeur Temurci de grote variëteit op bijvoorbeeld sportgebied. “Belek in Antalya biedt golfliefhebbers ongekende mogelijkheden. In 2008 is de plaats zelfs verkozen tot de golfbestemming van het jaar! Het is dan ook niet verwonderlijk dat Belek in 2012 het toneel is van het Amateur Golf Championship. Maar op een heel an-
der terrein timmeren we ook aan de weg. De bergen, met hun goede kwaliteit sneeuw en moderne skiresorts, maken Turkije perfect voor een wintersportvakantie.” De organisatoren van de 15de Universiade, de Olympische Spelen voor universiteitsstudenten, hebben dat goed begrepen. De wintersport editie van 2011 heeft plaats in Palandöken, in het oosten van Turkije.
‘Istanbul is altijd een bezoek waard, maar in 2010 moet je zeker gaan!’ Maar eerst is er nog 2010, het jaar van Istanbul. Temurci neemt dan ook de gelegenheid te baat om Nederlandse toeristen voor die bijzondere metropool te winnen. “Istanbul is een heel grote stad met heel veel verschillende aspecten. Een smeltkroes van culturen, ik zei het al eerder. De stad is altijd een bezoek waard, maar in 2010 kan echt een ontdekkingsreis worden gemaakt door het kleurrijke, culturele leven van Istanbul. En dat vind ik eigenlijk ook het mooie aan deze Europese uitverkiezing: culturele activiteiten zijn in mijn ogen bijzonder geschikt om bruggen te slaan tussen mensen. Istanbul 2010 is volgens mij dus een heel belangrijk element waar het de promotie van Turkije in Nederland betreft.” Tulpia / jaargang 04 / nr 15 19
door JOHN DE GRAAFF
TULPIA ACTUEEL door KYRA KUITERT fotografie kyra kuitert
Kersverse consul wil er voor iedereen zijn
Wel is het zo dat in het geval van Joost Peters zijn werkgever de functie faciliteert, zoals de zorg voor huisvesting en onkosten vergoeding. Peters is directeur externe betrekkingen bij Achmea Holding NV en tevens adviseur van de Raad van Bestuur. Wat is de motivatie van het bedrijf om dit honorair consulaat te ondersteunen? “Achmea is al langer structureel bij Turkije betrokken. Zo nam het in 2006 de ver
TULPIA ACTUEEL door Frans Jeursen fotografie Deelgemeente delfshaven
Kansrijker met goed Nederlands
‘Hoe beter je een taal beheerst, des te rijker en ruimer je wereld’
De moderne samenleving is multicultureel. In zo’n gemeenschap worden veel ‘vreemde’ talen gesproken, wat de onderlinge communicatie er niet altijd makkelijker op maakt. De Rotterdamse deelgemeente Delfshaven onderkent dit probleem en zij stelt alles in het werk om te komen tot het gebruik van een gemeenschappelijke taal. Fred Burggraaf staat voor de klas
K
lassiek is het verhaal van de toren van Babel. Door een ingreep van God spreken de arbeiders opeens verschillende talen en begrijpen ze elkaar niet meer. Zo kunnen ze niet samenwerken en het enorme bouwproject mislukt: er is sprake geweest van een Babylonische spraakverwarring. Zoiets moeten we in ons multiculturele land koste wat kost voorkomen. In Delfshaven hebben ze dat goed begrepen. Bestuurders van de Rotterdamse deelgemeente proberen vooral mensen te helpen om elkaar te bereiken. En hoe kom je nu directer en persoonlijker met anderen in contact dan door het gebruik van een gemeenschappelijke taal? Taal is het sociale instrument bij uitstek en de olie tussen de raderen van de samenleving. Bovendien: wie helder in een taal zaken onder woorden kan brengen, kan ook helder denken. Zo kweek je wederzijds begrip en daaruit vloeit tolerantie voort. Bovenstaand besef is diepgeworteld bij bestuurder en portefeuillehouder Fred Burg20 Tulpia / jaargang 04 / nr 14
graaf van de deelgemeente Delfshaven. “We moeten tot ons door laten dringen hoe uitermate belangrijk de situatie is waarin iemand als kind aan zijn leven in de gemeenschap begint. Met welke woordenschat treed je als kleuter de wereld en de anderen tegemoet? Soms is die woordenschap heel klein en beperkt, bijvoorbeeld door de achtergrond van je ouders. Dan heb je vanaf het eerste begin al een achterstand en een rem op je verdere ontwikkeling. Zulke kinderen valt het een stuk moeilijker om later op school het ‘gemeenschappelijke Nederlands’ te leren. Kom je daarentegen uit een etnische groep die ‘rijk’ is aan taal, dan zijn er minder hobbels op het educatieve en communicatieve parcours. Een ‘nieuwe’ taal als Nederlands gaat er vermoedelijk in als koek.” “Neem een eenvoudig begrip als ‘koffer’,” vervolgt Burggraaf. “Hoeveel associaties hangen daar niet mee samen? Reizen, van huis zijn, onderweg zijn, bepaalde artikelen die in een koffer horen als je op reis gaat. En met welk doel reis je: ga je op vakantie, maak
je een dienstreis of ga je emigreren. Koffers zijn er voor weekeindjes uit of voor een lange tocht, en ga zo maar door. Hoe beter je dus een taal beheerst, des te rijker en ruimer je wereld, en des te soepeler je in die wereld kunt bewegen. Je hebt dan een grotere kans je als mens maximaal te ontplooien en meer te bereiken.” Omgekeerd is Burggraaf zich ook bewust van de belemmering die een specifieke taal kan betekenen. “Ik doel op de straattaal die groepen jongeren onderling gebruiken. Die taal kan je op een bepaald moment in de weg zitten. Ga je na het voltooien van een opleiding ergens solliciteren, dan moet je heel goed beseffen dat elk milieu en elke branche van het bedrijfsleven of de overheid zo weer hun eigen taal hebben. Die leer je vanzelf als je ergens werkt, maar het uitgangspunt van alles is het algemeen beschaafd Nederlands. Dat moet je echt eerst onder de knie krijgen.” Daar is goede educatie voor nodig. “Wij willen in Delfshaven door prima onderwijs
‘Straattaal kan je op een bepaald moment in de weg zitten’ zo goed en zo vroeg mogelijk een solide basis leggen voor de gemeenschappelijke taal en daarmee voor de gemeenschap zelf,” stelt Burggraaf. Niet voor niets is een van de tien actiepunten van het Rotterdams onderwijsbeleid ‘Rotterdam Taalstad’. Hierin past de door Delfshaven belegde conferentie ‘Wijzer met taal’, met workshops, lezingen en het proefproject ‘onderwijstijdverlening taal’. Naast dit alles is het ‘Inspiratieboek Taal’ verschenen met informatie, tips en werkvormen over hoe je taal kunt inbouwen in activiteiten en hoe je de woordenschat van kinderen kunt vergroten. Een goed begin is immers, zoals het spreekwoord zegt, het halve werk! Tulpia / jaargang 04 / nr 15 21
TULPIAFORUM Famile Arslan
Uğur Pekdemir
Erdinc Sacan,
Advocate
voorzitter TANNET.
voorzitter Stichting de Nieuwe Generatie
WAT ZIJN UW WENSEN EN WAT VREEST U VOOR HET NIEUWE JAAR? Een goed voornemen Elke jaarwisseling is een moment om terug te blikken en om goede voornemens te formuleren. Voor 2010 zijn mijn persoonlijke goede voornemens: gelukkig blijven en goed leven. Voor de Turken in Nederland heb ik, naast deze voornemens, ook andere. Ik hoop dat de Turkse gemeenschap zich meer zal profileren en gaat deelnemen aan het publieke debat. Let wel, deze gemeenschap is buitengewoon goed georganiseerd en zou zich zeer goed kunnen manifesteren in het publieke bestel, mits zij bereid is om enkele concessies te doen. Nee, ik zeg het verkeerd, concessie is niet het juiste woord. De groep moet zich beraden op haar positie in Nederland vanuit een andere invalshoek. Niet als de grootste groep niet-westerse allochtonen, maar als een gemeenschap van nieuwe Nederlanders met een smaakje. Voorwaarde is dat zij de segregatie en polarisatie binnen haar eigen groep bespreekbaar en behandelbaar maakt. Tot op heden is de verdeeldheid binnen de Turkse gemeenschap haar grootste obstakel geweest voor het bewerkstelligen van een sterke politieke en bestuurlijke beïnvloeding. Met andere woorden: een vergelijkbare ontwikkeling zoals in Turkije dat zichzelf aan het heroriënteren is op haar positie en relaties. Amerika en Europa hebben tot hun grote ongenoegen moeten constateren dat Turkije een eigen mening kan formuleren en haar eigen koers bepaalt. Ik mag weer trots zijn op mijn geboorteland.
22 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
Naar een nieuwe politieke cultuur Als we bedenken dat de meeste Turkse Nederlanders hier als laagopgeleide arbeiders zijn gekomen, zijn we optimistisch gestemd over de toekomst. We zien dat in toenemende mate namen van Turkse origine in maatschappelijk hogere functies beginnen op te duiken. Ook de trend van succes via ondernemerschap zet zich door. Bovendien stijgt het aandeel van de jongeren dat doordringt tot academische studies. Dat alles neemt niet weg dat de Nederlandse Turken in vergelijking met autochtone Nederlanders op diverse gebieden achterblijven. Dat geldt onder meer voor het afbreken van opleiding zonder diploma, het werkloosheidpercentage, de schuldenproblematiek, etc. Op korte termijn zijn er dus veel zorgen. Politiek gezien wordt 2010 gezien als een belangrijk jaar omdat er gemeenteraadsverkiezingen zijn. Het integratiedebat zal hoogstwaarschijnlijk de strijd om de zetels gaan domineren. De stigmatiserende uitspraken kunnen/zullen desintegrerend werken. De uitdaging is deelname aan de maatschappij, daarbij is deelname aan politiek en bestuur de hoogste vorm van intercreatie. Die deelname moeten we niet direct vertalen naar een partij voor allochtonen. Eén partij voor allochtonen suggereert dat allochtonen een homogene groep zijn. Zoals met alle andere bevolkingsgroepen is dat ook bij hen niet het geval. Gelukkig vinden we veel Nieuwe Nederlanders terug in de gevestigde partijen. Samen met de autochtone partijleden kunnen zij werken aan een nieuwe politieke cultuur.
Een toon die hoop uitstraalt In 2010 zullen gemeenteraadsverkiezingen worden gehouden. Een belangrijk moment voor alle partijen. Er zullen een paar gevestigde partijen flinke klappen krijgen, andere zullen opleven. De kandidatenlijsten worden langzamerhand bekend. Er zijn volgend jaar voor het eerst lijst trekkers van Turkse afkomst, bijvoorbeeld in Helmond en in sommige deelgemeenten van Rotterdam. Ik wacht vol spanning op de resultaten van de verkiezingen. Ook verwacht ik dat er een nieuwe beweging zal ontstaan: van young professionals van autochtone en allochtone komaf, die gezamenlijk zullen optreden. Een nieuwe generatie die al in alle lagen van de samenleving succesvol met elkaar samenwerkt. Geen tegenreactie maar een nieuw stroming. De huidige politiek in Nederland is veranderd in na-aperij, meeloperij. Er zijn weinig politici en politieke partijen die durven vast te houden aan hun eigen politieke overtuiging. De media en sommige schreeuwlelijken hebben momenteel de macht. Ik hoop dat in 2010 de intellectuele laag in Neder land; onder andere schrijvers, wetenschappers en managers de teleurstellende, negatieve toon in de diverse discussies zal veranderen in een toon die hoop uitstraalt. Samuel Johnson zei: “Hoop is op zichzelf een soort geluk, en misschien wel het grootste geluk dat deze wereld te bieden heeft.”
Tulpia / jaargang 04 / nr 15 23
door frans jeursen fotografie europese commissie
brussels lof
ONDERZOEK
Islam geen breekpunt bij EU toetreding Over de eventuele toetreding van Turkije tot de Europese Unie wordt al jaren gesproken. Tal van argumenten zijn al aangevoerd, zowel voor als tegen. Maar niets blijkt zo gevoelig te liggen als het religieuze element.
D
e islam speelt volgens Turkse Neder landers een heel grote rol in de besluitvorming om Turkije al dan niet toe te laten tot de Europese Unie. Bij autochtone Nederlanders doet de religie er veel minder toe, zo blijkt uit onderzoek van MCA Communicatie, uitgevoerd in opdracht van Tulpia. Het Utrechtse bureau noemt de conclusies opmerkelijk. “In tegenstelling tot wat in brede kring wordt gedacht, laten autochtone Nederlanders zich bij hun keuze veel minder leiden door vooringenomenheid jegens de islam. Veel van het wantrouwen is misplaatst te noemen,” aldus de onderzoekers. MCA Communicatie bekeek in hoeverre de islam als motief wordt gebruikt om de Turkse toetreding te dwarsbomen. Daarvoor werden enkele honderden mensen geïnterviewd.
24 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
Van de ondervraagde Turken denkt
44% dat de islam uiteindelijk een heel grote rol speelt om Turkije al dan niet het EUlidmaatschap te verlenen. Slechts 17% van de Nederlanders is deze mening toegedaan. Ruim een kwart van de ondervraagde Nederlanders en Turken ziet de religie niet als mogelijk breekpunt, maar stelt wel dat de islam een item is in de onderhandelingen.
Als beide groepen worden opgeteld, blijkt 68% van de Turken (vooral mannen, 81%) de overtuiging toegedaan dat de islam een zwaarwegende factor is bij de besluitvorming. Slechts 44% van de Nederlanders denkt er zo over. Turkse vrouwen zijn vaker neutraal dan Turkse mannen (24% tegenover 10%). Ze denken ook minder (56%) dat de islam een groot gewicht in de schaal zal leggen. Bij autochtone Nederlanders zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen te verwaarlozen.
MCA noemt het opmerkelijk dat Turkse jongeren (tot 29 jaar) veel meer dan hun ouders denken dat de islam een (heel) grote rol speelt (71% tegen 61%). Daarentegen vindt 20% van de Nederlanders de religie niet van belang; 30% is wat dit betreft neutraal. Dat over deze kwestie terdege wordt nagedacht, blijkt volgens de onderzoekers uit het feit dat slechts 5% van de Turken en 2% van de Nederlanders geen mening heeft. Turkije toelaten is één ding, maar
betekent dit tegelijkertijd dat via de grote broer aan de Bosporus tal van andere isla mitische landen hun invloed in Europa kunnen vergroten? Ongeveer de helft van de Nederlandse Turken antwoordt hier bevest igend op, tegen een derde van de autochtone Nederlanders. De laatste groep is duidelijk minder bezorgd, want 34% is helemaal niet bang voor het vergroten van de in-
‘Een derde van de Turken en een kwart van de Nederlanders denkt dat Turkije nooit EU-lid wordt’ vloedssfeer door islamitische landen. Bij de autochtonen is dit geen factor van doorslaggevend belang in de opinievorming. Nog eens 35% van de Nederlanders is op dit punt gewoonweg neutraal. De onderzoekers concluderen
dat een derde van de Turken en een kwart van de Nederlanders denkt dat Turkije nooit wordt toegelaten tot de EU. Achtentwintig procent van de Nederlanders tegen 29% van de Nederlandse Turken denkt aan toeTulpia / jaargang 04 / nr 15 25
‘Steeds meer
De Belg Herman Van
Nederlanders
Rompuy werd in november
zien een Turkse
gekozen tot eerste president
toetreding zitten’
van de Europese Unie. Nog op de avond van zijn verkiezing werd hem gevraagd naar zijn mening over toetreding van Turkije tot de EU.
Herman Van Rompuy en wordt gefeliciteerd door Catherine Ashton
treding binnen een periode van zes tot tien jaar. Dat betekent in elk geval dat beide bevolkingsgroepen binnen een jaar optimistischer zijn geworden. In 2008 zag nog 26% van de Turken hun vaderland binnen zes tot tien jaar toetreden. Onder de autochtonen kan in dezelfde periode een stijging van 16 naar 38% worden genoteerd. De Nederlandse Turken geloven wel minder dan de autochtonen dat de toetreding op korte termijn een feit wordt. De groep die meent dat een Turks EU-lidmaatschap binnen drie tot vijf jaar is gerealiseerd, slonk van 20 naar 13%. Onder autochtone Nederlanders nam de verwachting op een snel resultaat met één procent toe van 25 naar 26. Vorig jaar meende nog 39% van de autochtonen dat een Turks lidmaatschap tot de onmogelijkheden behoorde.
26 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
Tot slot heeft MCA de mensen nog
gevraagd naar de opstelling van de Europese Unie. Driekwart van de Nederlandse Turken is van oordeel dat Turkije in het hele toetredingsproces aan het lijntje wordt gehouden. Die mening is 40% van de autochtonen toegedaan. Acht procent van de Nederlandse Turken en 25% van de autochtone Nederlanders stelt dat de toetreding absoluut niet opzettelijk wordt vertraagd. Turkse mannen zijn hierbij stelliger dan vrouwen. Liefst 82% van de mannen tegenover 61% van de vrouwen meent dat de voltooiing van het proces met oneigenlijke argumenten wordt uitgesteld. Maar al met al is het enthousiasme voor de Europese Unie bij Nederlandse Turken al weer gedeeltelijk weggeëbd en teruggelopen van 55% naar 47%. Heel opvallend is dat Nederlanders daarentegen juist meer gaan zien in een Turkse toetreding. Het percentage voorstanders groeide binnen een jaar van 42% tot 49%.
I
n de aanloop naar de Europese top van staatshoofden en regeringsleiders op 19 november in Brussel werd gevreesd dat het een lange nacht zou worden. De Europese Raad stond immers voor de opdracht de eerste president van de EU te verkiezen plus een Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands Beleid. Van eensgezindheid over de kandidaten leek geen sprake. Zo bleef de Britse premier Gordon Brown tot het laatste moment zijn voorganger Tony Blair steunen als kandidaat voor het EU-presidentschap en lobbyden Nederlandse diplomaten voor Jan Peter Balkenende. Op de avond van de 19de was het echter snel gepiept. Onder leiding van de Zweedse premier Frederik Reinfeldt werden de staatshoofden en regeringsleiders het tijdens het diner snel eens over de invulling van de posten. Herman Van Rompuy (62), op dat moment nog premier van België, werd verkozen
als de eerste president van de Europese Unie. De Britse Catherine Ashton (53) kreeg de post van Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands Beleid. Beide functies zijn ontstaan in het Verdrag van Lissabon, dat de EU effectiever en democratischer moet maken. De keuze voor Van Rompuy maakt duidelijk dat de leiders van de 27 EU-landen geen president willen met een groot ego. Machtige landen als Duitsland en Frankrijk willen geen president die hen overschaduwt en een persoonlijk stempel zet op het EU-beleid. Waar de leiders van de EU-landen wel voor kozen is een wat saaie, serieuze man van consensus en overleg, die partijen bij elkaar brengt en houdt. Wat dat betreft heeft Van Rompuy zich in de complexe realiteit van de Belgische politiek al bewezen. Een rimpel in het verder vrijwel geruisloze parcours naar zijn benoeming tot de eerste EU-president was een uitspraak over Turkije
‘Vanaf nu is mijn mening volstrekt irrelevant, ook over Turkije’ die in internationale media werd aangehaald. “Turkije is geen onderdeel van Europa en zal nooit onderdeel van Europa worden,” zo zei hij in 2004 in een toespraak tot het Belgische parlement. Van Rompuy, een christendemocraat, behoorde op dat moment overigens tot de oppositie. In dezelfde toespraak zei hij ook dat een lidmaatschap van Turkije ‘de fundamentele christelijke waarden van Europa’ zou ondermijnen. De uitspraak was geen belemmering om Van Rompuy te benoemen. Wel werd op de Tulpia / jaargang 04 / nr 15 27
door onze correspondent in Brussel BORIS PETERS
brussels lof
Saaie, serieuze man van consensus
‘De EU-president zal in de praktijk meer een voorzitter dan een president zijn’ een verlenging met eenzelfde periode, zal in de praktijk meer een voorzitter dan een president zijn. Zijn taak is het voorbereiden en leiden van de vergaderingen van de Europese Raad, de staatshoofden en regeringsleiders van de EU. Tot nu werd dit gedaan door de regeringsleider van het land dat op dat moment voor zes maanden het roterende voorzitterschap van de EU had. De EU-president moet proberen de vergaderingen tot een goed einde te brengen door compromissen te vinden waar alle 27 landen zich achter kunnen scharen. Of zoals Van Rompuy het zelf zei direct na zijn benoeming: “Voor deze functie is slechts één profiel mogelijk. Een profiel van dialoog, van eenheid en van actie.” Frederik Reinfeldt, de Zweedse premier die de top voorzat waarop Van Rompuy werd benoemd, voegde daaraan toe dat de nieuwe president ‘iemand is die naar iedereen luistert en ervoor zorgt dat er geen verliezers zijn’. 28 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
TULPIACOLUMN SÜleyman van den Broek / Levenskunstenaar
persconferentie, direct na zijn uitverkiezing, gevraagd naar zijn mening ten aanzien van een Turks lidmaatschap. “Vanaf nu is mijn mening volstrekt irrelevant,’’ antwoordde hij. Turkije riep de EU na de benoeming van Van Rompuy op zich te houden aan de tot nu toe genomen beslissingen m.b.t. de toe tredingsonderhandelingen. Het Turkse persbureau AA citeerde hierbij Egemen Bagış, de Turkse minister voor EU-zaken en onder handelaar in het toetredingsproces. Die zei dat het goed was dat Van Rompuy al een neutrale omgang met Turkije heeft beloofd. Gezien taakomschrijving en bevoegdheden ligt het niet voor de hand dat Van Rompuy hiervan zal afwijken. De nieuwe EU-president is de vertegenwoordiger van de EU in het buitenland op het niveau van staatshoofden en regeringsleiders. Van Rompuy moet zich echter ver houden van de terreinen waar de Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands Beleid verantwoordelijk voor is, namelijk het veiligheidsbeleid en de buitenlandse betrekkingen van de EU. De EU-president, die is benoemd voor een periode van 2,5 jaar met de mogelijkheid van
MET ANDERE OGEN
N
a een verblijf van een week in Istanbul drink ik koffie aan de Maas en geniet nog na van de stad van twee werelden. Twee mannen komen het café binnenvallen. De een loopt spontaan naar mijn tafel, pakt de kranten die onder mijn neus liggen en ploft neer bij zijn vriend iets verderop. Hij werpt een blik in de krant, kijkt mij een beetje zuur aan en zegt tegen zijn vriend. “Ze hebben in Zwitserland verboden om meer moskeeën te bouwen. Dat moeten wij ook doen. Weg met al die minaretten.” Ik stoor mij niet aan zijn frustratie en drink de laatste slokjes van mijn koffie op. Deze meneer gaat echter maar door met de waslijst van zijn ongenoegens. Hij vindt dat de besnijdenis van moslimmannen ook verboden moet worden, dat het schandalig is dat Geert Wilders niet welkom is in Turkije en dat Nederland moet stoppen om jaarlijks miljarden euro’s in de bodemloze put te storten die de Europese Unie heet.
FOCUS Ontdek mysterieus en dynamisch Istanbul / p. 30
Ik denk even terug aan Istanbul. Daar discussieerden we over de strate gieën die de EU zou moeten volgen om de moordende concurrentie met de Aziatische tijgers als China, India en Japan aan te kunnen. In India studeren per jaar meer dan 200.000 studenten af in ICT. Vervolgens begeven die zich wereldwijd op de arbeidsmarkt. Ze zijn zeer gemotiveerd en bereid voor elk prijsje te werken. Zulke grote aantallen halen wij in heel de Europese Unie niet. Bovendien bieden onze jongens hun diensten niet aan voor een habbekrats. Om er voor te zorgen dat de goedkope, maar wel gekwalificeerde werkkrachten uit India ons hier het werk niet uit han den nemen, moet de EU juist meer landen in zijn invloedsfeer betrekken. Ik denk zelfs aan een soort cordon van landen rond de Unie, zodat die niet ten prooi valt aan de Aziatische tijgers uit het ‘Verre Oosten’. Dit besef is al jaren geleden doorgedrongen tot de EU-leiders en daar om willen ze landen als Turkije binnen halen. Onder invloed van een handjevol kortzichtige politici, hebben mensen echter geen oog voor de meerwaarde van een verenigd Europa. De Europese Unie is het grootste beschavingsproject dat de mensheid ooit heeft gekend. Dankzij de Unie is er op dit westelijke deel van het continent al 65 jaar geen bloed meer ver goten en de aangesloten landen hebben een historische welvaartsniveau bereikt. Dankzij de vrije handel en de interne markt heeft de Nederlandse leeuw meer ruimte gekregen om hier een bepaald mate van welvaart te garanderen. De globalisering van de wereldeconomie dwingt de kleine staten zich aan te sluiten bij de machtige economische mogendheden of te verpauperen. Dat laatste mag nooit de keuze van Nederland zijn. Deze en andere punten had ik heel graag met de beide heren willen bediscussiëren. Ze keren echter steeds hun blik van me af, zodra ik iets wil zeggen. Dan roep ik maar de serveerster bij me en bestel weer een kopje koffie. Ik vraag haar ook de heren iets van mij aan te bieden, het liefst iets puur Nederlands. Ze slaan mijn aanbod vriendelijk af. Vervolgens dring ik er bij de serveerster op aan om de twee iets uit de wereldkeuken te laten bestellen en maak een uitnodigend gebaar. Dit laatste in de naam van de tulp en van de Europese Unie. Dit keer accepteren ze. Ze bladeren door de menukaart en maken hun keuze kenbaar: een kopje Franse vanille koffie en kopje Wiener Mélange. Dan groeten ze mij vriendelijk en gaan weer over tot de orde van hun gesprek. Bij het verlaten van het café geef ik ze nog een exemplaar van Tulpia en deel mede dat Istanbul volgend jaar de culturele hoofdstad van Europa is. Wellicht is het een goed idee om een bezoek te brengen aan de stad van twee werelden en om de wereld eens met andere ogen te bekijken.”
Nederland‘s bijdrage aan Istanbul 2010 / p. 36
Eindhovens design met Turkse hulp / p. 38
ISTANBUL 2010 CULTURELE HOOFDSTAD VAN EUROPA Istanbul is in 2010 culturele hoofdstad van Europa. Met een geschiedenis van meer dan 2500 jaar is de stad het religieus en het cultureel centrum en de hoofdstad van twee imperiums geweest, maar heeft ook vandaag niets aan vitaliteit en schoonheid ingeboet. Istanbul is een stad waar Oost en West als twee geliefden elkaars hand vasthouden. In dit nummer en de nummers erna probeert Tulpia de keizers, sultans, architecten, dichters, schrijvers en vele andere weer tot leven te wekken zodat de mensen van vandaag ze kunnen ontmoeten.
De lijdensweg van Mark Twain in Istanbul / p. 40
De grand bazaar uit 1457 / p. 30
Tulpia / jaargang 04 / nr 15 29
door onze correspondent in Istanbul MARC GUILLET fotografie tuks ministerie van cultuur en toerisme
tulpia focus
Ontdek...
mysterieus en dynamisch Istanbul Istanbul is in 2010 culturele hoofdstad van Europa. Wat heeft deze eeuwenoude metropool en hoofdstad van twee wereldrijken te bieden? Een fascinerende stad die je met haar unieke mix van oriëntaalse en westerse dynamiek nieuwe energie geeft.
W
aarom naar Istanbul? Omdat Istanbul in 2010 culturele hoofdstad van Europa is. Er is hard gewerkt om historische gebouwen een grondige opknapbeurt te geven. Prioriteit ligt bij de grote sultanmoskeeën en paleizen – de Süleymaniye moskee, het Topkapıpaleis, praalgraven van de sultans – wat natuurlijk een afspiegeling is van de politieke voorkeuren van de regerende AK-partij, die haar wortels heeft in de politieke islam. Byzantijnse hoogte punten, zoals de imposante stadsmuren van Theodosius II, de Aya Sophia, de Maria-vande-Mongolen-kerk en de Pantokrator-kerk, krijgen veel minder aandacht. De Aya Sophia – na de verovering van Constantinopel (1453) een moskee en sinds
30 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
1935 een museum – trekt twee miljoen bezoekers per jaar. Ondanks het feit dat het museum met 40 miljoen lira aan inkomsten een goudmijn is voor de stadskas, schijnt het onmogelijk te zijn de renovatiewerkzaam heden eindelijk te voltooien. Voor de restauratie heeft het comité in 2010 maar 1 miljoen Turkse lira beschikbaar gesteld. Al meer dan tien jaar (!) staat er een enorme 50 meter hoge stellage voor de restaurateurs in het enorme middenschip. Het ijzeren gevaarte neemt veel weg van de magie van de meer dan 1400 jaar oude kerk van de ‘Heilige Wijsheid’ (537), die tot 1520 de grootste kathedraal ter wereld was. Maar de gigantische koepel van bijna 56 meter hoogte en de prachtige resten van de fraaie figu-
ratieve mozaïeken maken veel goed. Vergeet niet naar de galerijen op de eerste verdieping te gaan via de steile helling links van de hoofdingang. Deze helling met eeuwenoude, uitgesleten stenen was in de Byzantijnse tijd bedoeld om de keizerin, prinsessen, hof dames en de echtgenoten van de aristocratische families per koets naar boven in de
‘Toeristen moeten straks reserveren voor een bezoek aan de Aya Sophia’ Aya Sophia
Tulpia / jaargang 04 / nr 15 31
Istanbul aan de Bosporus
kerk te rijden. De mooiste mozaïeken zijn de bewonderen op de zuidgalerij, met onder meer een afbeelding van Maria en Johannes de Doper met Christus. De nieuwste attractie is een mozaïek van een engelengezicht van een zesvleugelige serafijn die in juli van dit jaar voor het eerst in 160 jaar weer voor het publiek zichtbaar werd gemaakt door de bepleistering eraf te halen. De 700 jaar oude engel van de hoogste rang werd voor het laatst gezien door de Osmaanse sultan Abdülmecit en de Zwitserse architect Gaspare Fossati, die de restauratie in die tijd coördineerde. De serafijn werd na de restauratie bedekt met witkalk en een ijzeren masker. Omdat er zoveel belangstelling van toeristen is voor de ‘nieuwe’ aanwinst heeft museumdirecteur Haluk Dursun besloten om een telescoop te installeren, zodat iedereen de engel goed kan zien zodra de ijzeren stellage eindelijk is ontmanteld. Om de groeiende toeristenstroom beter in de hand te houden, komt er trouwens voor de Aya Sophia een reserveringssysteem, aldus museumdirecteur Dursun.
32 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
Mısır Çarşısı: de Egyptische bazaar Eerste kennismaking
Door haar haven was Istanbul altijd een kosmopolitische stad. Handel en geld verdienen kwamen op de eerste plaats, en dat is nog steeds zo. Daarnaast was er geld voor cultuur en architectuur. Zestien eeuwen lang was het tevens een machtige hoofdstad: van 1453 tot 1923 van het Osmaanse Rijk en daarvoor van het Byzantijnse Rijk. Die islamitische en christelijke culturen hebben architectonische meesterwerken achtergelaten die we vandaag nog steeds kunnen bewonderen. Istanbul strekt zich uit over de Europese en Aziatische oevers van de Bosporus. In het historische centrum, ten zuiden van de Gouden Hoorn, zijn alle toeristische trekpleisters: het Topkapı paleis, de Aya Sophia, de Blauwe moskee en de Grote Bazaar. Aan de overkant van de Gouden Hoorn ligt Beyoğlu, het moderne centrum, waar tot 1923 de ambassades waren gevestigd (nu consulaten) en waar langs de altijd drukke winkelpromenade İstiklal Caddesi talrijke bars, clubs en restaurants zijn. Al in de tijd van de sultans woonden hier de meeste buitenlanders – niet-moslims – en was deze wijk
‘Istanbul moet je zien vanaf het water van de Bosporus’ het uitgaanscentrum van Constantinopel. Het werd gezien als het Sodom en Gomorra van de stad en zo zien veel vrome moslims in Istanbul het nog steeds. Talloze inwoners zijn wel moslim, maar niet praktiserend en zij genieten net zo van zang, dans en alcohol als de buitenlanders. Overnachten
Istanbul heeft veel hotels in alle prijsklassen, onder meer rond de Blauwe Moskee en de Aya Sophia, in de wijk Sultanahmet. Touroperators als Kras bieden arrangementen voor een weekend vanaf 299 euro, inclusief vlucht (KLM), overnachtingen plus ontbijt in een driesterrenhotel in deze toeristische buurt. Corendon.com biedt vluchten plus overnachtingen per weekend vanaf 189 euro. Wie niet op een paar euro hoeft te kijken,
kan boeken in het luxe Four Seasons, gevestigd in een voormalige gevangenis, op een steenworp afstand van de Aya Sophia. Wie het liefst in de uitgaanswijk Beyoğlu wil logeren, kan terecht in een van mijn favoriete hotelletjes: Vardar Palace aan de Sıraselviler Caddesi. Het is op twee minuten lopen van het beroemde Taksimplein en de İstiklal Caddesi, dé winkelboulevard van oud Istanbul. Kamerprijzen vanaf 74 euro voor twee personen inclusief ontbijt. En je wordt gratis van het vliegveld opgehaald. Panorama
De beste manier om de oude glorie en de skyline van Istanbul te zien, is vanaf het water. Er worden diverse rondvaarten georganiseerd, die alle vanaf de kade bij Eminönü beginnen en die variëren in duur en prijs. Aan te raden is de vijf uur durende rondvaart over de Bosporus met de Turkse Zeedienst (Eminönü Pier 3; kaartverkoop vanaf een uur voor vertrek). De tocht voert langs het Dolmabahçepaleis, oude forten, schilderachtige dorpjes en de prestigieuze Bosporus universiteit waar bijna alle colleges in het Engels worden gege-
ven. Tijdens de trip worden zes plaatsen aangedaan, onder meer het mooie dorp Kanlıca, bekend om zijn romige yoghurt en de kleine İskender Pasja-moskee van de beroemde architect Sinan, en het dorpje Yeniköy uit het Byzantijnse tijdperk met zijn 19de-eeuwse villa’s. De laatste stop is Anadolu Kavağı, een dorp aan de Aziatische oever van de Bosporus. Loop daar wat rond en klim naar de ruïne van een oud fort waar je een prachtig uitzicht hebt op de ingang van de Zwarte Zee. Terug beneden geniet je van een heerlijke lunch met verse vis met witte wijn, raki of bier. Let op: vraag voor je van boord gaat wanneer de boot weer vertrekt. Op stap
Heerlijk slenteren door de bazaarwijk kan op elk uur van de dag. Alleen op zondag zijn de labyrinten van winkeltjes gesloten. Mijn favoriete wandelroute begint altijd aan de kade van Eminönü, waar veel veerboten aanleggen. Vlak naast en rechtsachter de Yeni Camii (de Nieuwe Moskee) zijn twee grote deuren die toegang geven tot de kleurrijke, L-vormige kruidenbazaar (Mısır Çarşısı). Het is er een
‘De kruidenbazaar is een feest voor alle zintuigen’ en al bedrijvigheid en een feest voor alle zintuigen. Je loopt er in een exotisch tableau van geuren en kleuren. Noten, zaden, specerijen, theesoorten, chocolade, snoep, honing, olijven, allerlei vage middeltjes die de geslachtsdrift zouden stimuleren en een geneeskrachtige werking zouden hebben, en tegenwoordig ook huishoudelijke artikelen. Ga rechts na het verlaten van de kruidenbazaar de Yeni Camii Caddesi in en loop naar boven de heuvel op en houdt rechts aan tot een van de straatjes je binnenleidt in de Grote Bazaar. Wanneer je twijfelt, vraag je gewoon aan een willekeurige Istanbulu naar de Kapalı Carşı (waarbij je de letter i uitspreekt als een u in het woord dus). Wie eenmaal binnen is moet zich gewoon overgeven aan alle indrukken van de koopwaar in de duizenden winkeltjes. Verdwalen is niet erg. Wie een interessante uitgang zoekt Tulpia / jaargang 04 / nr 15 33
Kapalı Carşı: de overdekte grand bazaar gebouwd door Fatih Sultan Mehmet in 1457
vraagt gewoon naar Tramway Beyazit. Daar kun je opstappen om in de richting van de Blauwe Moskee (in het Turks: Sultan Ahmet Camii) en de Aya Sophia te rijden. De afstand is ook goed te lopen. Na 20 minuten ben je bij de twee concurrerende godshuizen, waarvan de Aya Sophia tegenwoordig dienst doet als museum. Het Topkapıpaleis ligt vlak achter de voormalige kerk. Het paleis, dat op een heuvelige kaap werd gebouwd nadat de Turken Constantinopel in 1453 veroverden op de christelijke Byzantijnen, was ruim 350 jaar lang de residentie van de sultans. Ook de vertrekken van hun vrouwen, concubines en kinderen waren er gevestigd. Deze kunnen tijdens een half uur durende rondleiding worden bezocht. (Open van woensdag tot en met maandag. Het Topkapipaleis zelf is elke dag open van 9-17; gesloten op dinsdag). Borrelen
Aan het eind van de middag is de Galatabrug de mooiste plek om te borrelen en daarna een vorkje te prikken, met vis uiteraard als hoofdgerecht en een glaasje raki (de Turkse 34 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
anijsdrank), die aangelengd met water melkwit wordt. Onder de brug – door Nederlanders tegenwoordig ‘De brug van Geert Mak’ genoemd – zijn talloze restaurantjes met terrasjes waar je een fantastisch uitzicht hebt op de oude stad en de boten op de Bosporus. Wanneer de schemer over de stad neerdaalt, kun je genieten van de fraai verlichte moskeeën in de verte. De prijzen van de maaltijden en drankjes zijn heel redelijk. Voor 15 tot 20 euro kun je heel goed met zijn tweeën eten. Een andere toeristische trekpleister waar het gezellig tafelen is, is de Çiçek Pasajı, in het midden van de İstiklal promenade en de straatjes daar meteen achter, vooral Nevizade. De meeste restaurantjes hebben terrasjes waar het altijd gezellig druk is. Geniet van de mezes (koude, meestal vegetarische voorgerechten), kebabs, maar vooral van de verse vis die je vanaf het dienblad kunt uitkiezen. Naarmate de avond vordert komen steeds meer zigeunermuzikanten langs de tafels. Uiteraard zingen de Turken mee, want zij zijn echte levensgenieters. Dames staan vaak spontaan op om met de zwoele bewegingen als volleerde buikdanseressen hun vrienden
Een Spaanse volksdansgroep trekt dansend door de straten van Istanbul
‘Wie de drukte, het lawaai en de uitlaatgassen in de stad even wil ontvluchten, moet naar de Prinseneilanden’ en echtgenoten, maar ook ons als publiek te vermaken. Het feest is helemaal compleet als je als buitenlander je schroom overwint en gewoon meedanst op de tonen van de opzwepende muziek. Nightlife
’s Avonds is de wijk Beyoğlu rondom de İstiklal promenade de uitgelezen plek om te stappen. Er zijn allerlei soorten bars en clubs waar vaak live muziek is; van Türkü bars in de zijstraatjes van Taksim richting Galatasaray Lisesi tot het restaurantje Badehane bij
Tünel waar de groep ‘Native Project’ crossover muziek speelt: Balkan muziek, zigeunermuziek en een beetje flamenco. Goede dj’s zijn te vinden in Sefahathane, Dogz Star, Indigo, Cambaz en restaurant 360 (fantastisch uitzicht) dat na een uur of elf verandert in een club. De belangrijkste plek om (buitenlandse) artiesten live te zien is nog steeds de rocktempel Babylon. Daarnaast zijn er Ghetto, Otto Santral, Jolly Joker, Mojo, Life Roof en Bronx. Voor jazzliefhebbers zijn onder meer de Nardis Jazz Club en Jazz Stop aan te bevelen. Het tijdschrift Time Out Istanbul geeft de meest actuele informatie over het uitgaansleven, met alle adressen en telefoonnummers. Zondagochtend
Een ochtendwandeling in de ontwakende stad. Bijvoorbeeld in het dorp Eyüp, een paar kilometer buiten de oude stadsmuren van Istanbul, aan de oever van de Gouden Hoorn. Met bus 39, 55T of 99A vanaf het busstation schuin tegenover de Nieuwe Moskee, naast de Galata-brug. Eyüp is de geboorteplaats van Eyüp Ensari, de vaandeldrager van de profeet Mohammed. Er is een moskee met zijn graf-
tombe, die een bedevaartsoord is voor moslims uit de hele wereld. Op de heuvels achter de moskee is een schitterende begraafplaats met Osmaanse grafstenen waar gezinnen op zondag picknicken en bruidsparen poseren voor de fotograaf. Bovenop de heuvel is het Pierre Loti Café, genoemd naar de Franse romancier die tijdens zijn verblijf hier in 1876 verliefd werd op een getrouwde Turkse en daar een autobiografische roman over schreef. Op het terras voor het café heb je een prachtig uitzicht op de Gouden Hoorn en de stad.
je vervoeren met een koetsje naar boven en geniet daar van het uitzicht. Op het grootste eiland, Büyükada, is vrijwel het hele jaar boven ook een restaurantje geopend. Loop daarna op het gemak terug naar beneden en geniet van de relaxte sfeer, de oude houten herenhuizen en de katten, die ook genieten van dit heerlijke stukje Istanbul.
Prinseneilanden
Een unieke ervaring voor een ieder die de drukte, het lawaai en de uitlaatgassen in de stad even wil ontvluchten zijn de Prinseneilanden voor de kust van Istanbul. Het grootste heet Büyükada. De autoloze zondag is hier permanent ingevoerd. Er rijden alleen paardenkoetjes. En verder gaat het vervoer per fiets en de benenwagen. Je moet er wel een dag voor uittrekken. Neem de veerboot naar de Adalar (eilanden). Na dik een uur arriveer je op een van de eilanden. Je kunt uitstappen waar je wilt. De boot stopt bij elk eiland. Laat Tulpia / jaargang 04 / nr 15 35
door onze correspondent in Istanbul MARC GUILLET fotografie Slawomira Kozieniec
tulpia focus
Dans, design...
sen Istanbul en de Architectuur Biënnale in Rotterdam. De bedoeling is dat een deel van de Biënnale overgebracht wordt naar Istanbul. Op het gebied van de podiumkunsten is er een aantal interessante activiteiten. Dansgroep Amsterdam, Codarts en theater Rast gaan waarschijnlijk samenwerken voor een tweeluik in Istanbul. Begin 2010 staat er een ‘dance factory’ op stapel, een soort workshop over verschillende dansvormen met Turkse dansers en choreografen. En in september volgt dan een ‘dance platform’, in het kader waarvan dansvoorstellingen worden gegeven. Het consulaat steunt dat project in ieder geval financieel. Verder zal het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten deelnemen aan het theaterfestival in mei. “Wat betreft de beeldende kunsten is er contact met galerie BMSuma van Beral Madra, hoofd van de afdeling beeldende kunsten van het comité 2010, en met het Garanti Platform om moderne kunst hier naartoe te halen. We zijn heel ver gevorderd om de tentoonstelling van World Press Photo in het voorjaar hierheen te halen, in samenwerking met Multi Turkmall. Het is weliswaar een internationaal event, maar het heeft een duidelijke Nederlandse basis. Dat is een project met een heel hoog profiel op het gebied van fotografie, actualiteit en pers. Bovendien gaat het consulaat-generaal – net als dit jaar – weer Amsterdam Night Watch sponsoren. Een concert van contemporaire Nederlandse jazz in de Istanbulse club Ghetto.”
en jazz in Istanbul De consul-generaal Onno Kervers in Istanbul heeft er zin in. Istanbul maakt zich op om zijn vele gezichten aan de wereld te tonen en het Nederlandse consulaat draagt zijn steentje bij. “We hebben een budget dat ons in staat stelt om Nederlandse cultuur naar Istanbul en Turkije te brengen.”
I
stanbul maakt zich op om zich de komende twaalf maanden van zijn beste kant te laten zien, want dan is de paleizenstad aan de Bosporus culturele hoofdstad van Europa. De Turkse organisa toren hebben vele honderden projectvoorstellen ontvangen. Van Turkse organisaties. Maar ook van buitenlandse instellingen. Het Nederlandse consulaat-generaal, dat erg actief is in het promoten van samenwerking
‘Turkije is een focusland voor het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken‘ tussen Nederlandse en Turkse kunstenaars en cultuurdragers, heeft ook een aardige waslijst ingediend, zegt consul-generaal Onno Kervers in het fraaie Palais de Hollande. “Turkije is een focusland voor het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. We hebben een budget dat ons in staat stelt om Nederlandse cultuur naar Istanbul en Turkije te brengen. We zijn vooral gericht op het promoten van jonge, onbekende kunstenaars die zonder dat steuntje in de rug moeilijk een podium vinden. Daarnaast treden we ook in hoge mate op als makelaars. Wij zijn constant in contact met stichtingen en 36 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
cultuurfondsen. Ik denk aan de Mondriaan Stichting, het Nederlands Fonds voor Podium kunsten, het BKVB voor Beeldende Kunst, het Cultuurparticipatiefonds en de overkoepelende Stichting voor Internationale Culturele Activiteiten (SICA). Door hen met ons netwerk hier in Turkije in contact te brengen genereren wij, zonder dat wij daar noodzakelijkerwijs geld in investeren, een culturele uitwisseling tussen Nederland en Istanbul; en in toenemende mate ook met de rest van Turkije.” Vanaf het moment dat de consul-generaal in de zomer van 2008 aankwam, heeft hij zich met Daniël Stork, het hoofd van de culturele afdeling, gericht op de voorbereiding van 2010: Istanbul als culturele hoofdstad van Europa. Hij probeerde daar extra aandacht voor te krijgen bij de fondsen in Nederland. Dat is volgens Kervers gelukt ‘want de fondsen komen regelmatig in Istanbul langs’. “Daarnaast hebben we een reeks speciale activiteiten ontplooid. We hebben goed en regelmatig contact met Şekib Avdagiç, de directeur van de organisatie van Istanbul 2010. Gesprekken over de projecten die wij zouden willen doen. Bovendien overleggen wij ook met zijn medewerkers uit de verschillende sectoren, zoals beeldende kunst, architectuur, podiumkunsten, om hen te enthousiasmeren voor de mogelijkheden van een Nederlandse inbreng in ‘Istanbul 2010’. Waar nodig kunnen we daar fondsen voor beschikbaar stellen. Aan de ene kant zijn we erg vraag gestuurd en gaan we geen dingen opleggen, maar te-
gelijkertijd proberen we dan wel de culturele samenwerking met Turkije te zoeken op de gebieden waar wij sterk in zijn en die voor Nederland in het cultuurbeleid prioriteit hebben: design, mode en architectuur. Een voorbeeld waarin we niet alleen makelaar waren maar ook financiële steun hebben geboden, was het project ‘Made in Şişhane’. Jonge Nederlandse designkunstenaars werden daarin gekoppeld aan kleine ambachtslieden – metaalbewerkers, meubelmakers – in de wijk Şişhane’. Dat was zowel in het belang van de ambachtslieden als van de designers.” Het consulaat heeft met zijn activiteiten veel belangstelling gegenereerd – zowel vanuit Nederland als vanuit Turkije. Daar is een grote variëteit aan mogelijke activiteiten uitgerold. Een deel daarvan ligt ter beoordeling bij het comité van ‘Istanbul 2010’ om in aanmerking te komen voor financiële ondersteuning. Het consulaat heeft achttien projecten ingediend op het gebied van architectuur en stedenplanning, podiumkunsten, beeldende kunsten, literatuur en muziek. Daar zit een aantal zeer kansrijke projecten bij. Een project loopt al en krijgt financiële steun van het consulaat-generaal: architectuurfotografie van de bekende Nederlandse fotograaf Bas Princen. Een reizende tentoonstelling, die begin 2010 in Istanbul is te zien in kunsthal Depo. Het gaat over architectuur in Istanbul, Amman, Beiroet en Caïro. De tentoonstelling zal na Istanbul daarom ook in die steden zijn te zien. Een ander project is een samenwerking tus-
‘De tentoonstelling van World Press Photo proberen we naar Istanbul te halen’
Onno Kervers
Ondanks de economische crisis en de nieuwe bezuinigingsronde die het ministerie van Buitenlandse Zaken uitvoert, verwacht het consulaat in Istanbul een verantwoord budget voor publieksdiplomatie en projecten voor culturele samenwerking, zo zegt Onno Kervers. “Dat heeft te maken met de grote belangstelling in Nederland voor Istanbul als culturele hoofdstad van Europa in 2010. Maar ook daarmee dat heel Turkije voor Nederland economisch en cultureel van groot belang is. Ik ga ervan uit dat het budget voor 2010 zeker even hoog is als voor dit jaar: 180.000 euro.” Tulpia / jaargang 04 / nr 15 37
met Turkse hulp
door DANNY VERBAAN
tulpia focus
Eindhovens design...
Ontwerpster Lara de Greef is terug in Nederland, met een bijzondere lamp. Die maakte ze tijdens een bijzondere workshop in de wijk Şişhane in Istanbul, met steun van lokale ambachtslieden. “Daar kan dus nog gewoon heel veel.” In een werkplaats in Şişhane krijgen de deelnemers aan het project uitleg van de Turkse architecte/ontwerpster Aslı Kıyak İngin (met witte sjaal)
Lara de Greef
D
e vliegreis is nog niet geboekt, daar zijn haar plannen nog niet concreet genoeg voor. Toch is Lara de Greef van plan om nog eens terug te gaan naar Istanbul. Kort geleden deed de Nederlandse ontwerpster in de wijk Şişhane mee aan een cultureel project en maakte ze er met hulp van lokale ambachtslieden een bijzondere designlamp. “Het was een goede kennismaking, óók om meteen te zien wat er zoal mogelijk is,” vertelt De Greef (31). “Nou, er kan dus gewoon heel veel.” Het klinkt enthousiast en dat is niet zonder reden. Want de werkwijze van de vijf jaar geleden afgestudeerde creatieveling uit Eindhoven sluit, realiseert De Greef zich, perfect aan bij hetgeen de bedrijfjes in de Turkse metropool bieden: ze werken kleinschalig, 38 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
met kleine oplagen, kunnen daardoor aan alle wensen voldoen en doen dat bovendien tegen lage prijzen. “Om mijn lamp te laten maken, was ik ongeveer 35 euro kwijt. In Nederland zouden de kosten het vijfvoudige zijn geweest, of nog wel meer, denk ik.” Dat De Greef er terechtkwam, was door een initiatief van Teike Asselbergs. “Zij is een Nederlandse kunstenares/vormgever die in Istanbul woont. Om de wijk Şişhane te promoten, riep ze op de academies geïnteresseerden op zich te melden voor een workshop, begin oktober.” De Eindhovense gaf zich op en werd geselecteerd – net als drie andere Nederlanders, onder wie Frank Willems, een collega-produktontwerper met wie De Greef toevallig haar atelier deelt. “Ik logeerde bij een Turkse architecte. Een heel westerse vrouw die architectuur had gestudeerd in New York.” De opdracht was om in enkele dagen tijd een product te bedenken, te ontwerpen en te realiseren, waarbij de deelnemers een beroep moesten doen op het plaatselijke bedrijfs leven. Pas bij een rondleiding kreeg De Greef een indruk van die wijk. “Er zijn werkplaatsen van stoffeerders, metaal- en houtbedrijven, bedrijven die zich bezighouden met plexiglas… Ook alles wat met verlichting heeft te maken, is daar geclusterd.” Als Nederlandse was ze wel verbaasd over de wijze waarop dat
‘Ik werk met materialen als glas, textiel, keramiek, hout, staal, noem maar op’ is gebeurd: “Je hebt er tien shops naast elkaar die bijvoorbeeld echt alleen maar bolletjes en peertjes verkopen. Het lijkt alsof ze allemaal exact hetzelfde assortiment hebben.” Lachend: “En dat lijkt niet alleen zo, het ís ook zo. Al die bedrijfjes doen specifiek één ding, en ze zijn ook nog eens piepklein. Ik heb gezien dat iemand lichtknopjes maakte in een ruimte die zo groot is als een toilet.” Het betekende dat ze voor elk afzonderlijk onderdeel naar steeds weer andere ambachtslieden moest. Die keken steevast vreemd op wanneer de blonde en 1,87 meter lange Nederlandse binnenstapte. “En ze spreken er geen woord Engels. Soms zat je een paar uur te praten voordat ze duidelijk was wat je wilde. Gelukkig waren er studenten die alles voor ons vertaalden.” Ondanks alles resulteerde het in een unieke lamp, met een kap van stof; die omspant de kern die weer bestaat uit een schaal van plexiglas die op bijzondere en speelse
wijze het licht reflecteert. De presentatie had plaats tijdens de gala, een cultureel spektakel dat elk jaar in Istanbul wordt gehouden. De werkstukken hingen bovendien korte tijd in het Nederlands consulaat waar ze zijn bekeken door een Nederlandse handelsmissie onder leiding van staatssecretaris Heemskerk van Economische Zaken. Lara de Greef was op dat moment alweer terug in Nederland om er te werken aan haar presentatie tijdens een designevenement in Eindhoven. “Ik bedenk en maak producten,” vertelt ze. “Ik ben opgeleid om te werken met materialen als glas, textiel, keramiek, hout, staal, noem maar op.” In 2006 bracht dit haar al eens in India om de bevolking te helpen met het ontwikkelen van artikelen van bamboe die aantrekkelijk zijn voor de Europese markt. “Ze maken er gevlochten mandjes die je aan de muur kunt hangen om er je bril in te doen. Heel leuk, maar er is niemand die ze wil hebben. Dat snapten die mensen niet. Ik heb toen een wijnrek voor ze bedacht en gemaakt. Maar dát snapten zij weer niet, omdat ze zelf geen wijn drinken.” Veel concreets leverde het niet op, maar de ervaring had ze niet graag willen missen. “Zelf heb ik van bamboe een stoel en een aantal andere meubels gemaakt. Bamboe heeft eigenlijk een heel negatief imago. Het wordt geassocieerd met van die stoelen van
gevlochten rotan – een beetje jaren zeventig, zeg maar. Voordat ik naar India ging, vond ik het zelf ook heel lelijk, terwijl bamboe heel stevig is; het is vergelijkbaar met hardhout.” In haar atelier in een voormalige bedrijfshal laat ze een foto zien van de betreffende stoel. Het is een eenvoudig model, van lichtgekleurd hout. Dan wordt een pakket uitgerold waarin zelf gemaakte lepels van keramiek blijken te zitten. Waarschijnlijk worden ze geëxposeerd in een museum of een galerie. “En ik ben nu weer bezig met een poef van keramiek die je daadwerkelijk kunt gebruiken om er je benen op te leggen.”
‘Je hebt er tien shops naast elkaar die alleen maar bolletjes en peertjes verkopen‘
De rotan stoel die De Greef bedacht. ‘Hij is heel stevig’.
Tulpia / jaargang 04 / nr 15 39
door Frans Jeursen
rubrieks tulpia focus naam
De lijdensweg...
van Mark Twain in Istanbul
‘De Hagia Sophia, het badhuis; alles valt hem eigenlijk tegen‘
De Amerikaan Samuel Langhorne Clemens (1835-1910), beter bekend onder zijn schrijversnaam Mark Twain, trekt als jonge dertiger een aantal jaren door Europa. Vanaf het schip Quaker City schrijft hij columns naar huis. Die worden in 1869 gebundeld in ‘Innocents abroad’ (onschuldige of onnozele zielen in het buitenland), dat in de VS een daverend succes wordt. Wij volgen de ‘reporter’ bij zijn bezoek aan Istanbul. Mark Twain
A
ls het schip in 1867 aanmeert op de Bosporus vlakbij Istanbul schrijft Mark Twain dat het op het eerste gezicht de mooiste stad is die het reisgezelschap tot dusver heeft aangedaan: “De dicht op elkaar gepakte huizen zwellen omhoog vanaf de waterkant en spreiden zich uit over de koepels van vele heuvels; en de tuinen die er zo nu en dan tussenuit springen, de grote bollen van de moskeeën en de ontelbare minaretten waar je ook kijkt, geven de metropool dat aparte oosterse aspect waar je van droomt als je boeken leest over reizen door het oosten; Istanbul biedt een nobele aanblik.” Maar, merkt de Amerikaan op, de stad is eerder schilderachtig dan mooi. Ondanks de hitte keurig in jasje-dasje gestoken, belandt Twain in wat voor hem een circus is. Mensen, dichtopeengepakt ‘als bijen’ en waanzinnig gekleed. “Ze dragen ‘donder en bliksem kostuums’, die zelfs door een kleermaker met een delirium tremens van de drank en bezeten door zeven duivels niet bedacht hadden
40 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
kunnen worden.” De winkels maken op hem de indruk van ‘dozen’ of ‘kasten op de eerste etage’, waarin de Turken met gekruiste benen zitten, lange pijpen roken en ‘ruiken als… Turken’. De grote bazaar omschrijft hij als ‘een monsterachtig grote bijenkorf van piepkleine winkeltjes’, maar zeer de moeite waard om te bezoeken. Te midden van die kakofonie valt hem wel de stilletjes dwalende eskadrons van gesluierde vrouwen op. Minder in z’n sas is hij bij de Hagia Sophia, in zijn tijd nog een moskee. Twain komt naar eigen zeggen te staan voor de ‘meest verwaarloosde oude schuur in de hele heidense wereld’. Hij bekritiseert de vermaarde architecten van keizer Justinianus, die ‘oude, lelijke pilaren’ hebben gebruikt en hij beklaagt zich over de Turken, die ‘monsterachtig grote inscripties in goudmozaïek hebben aangebracht in het Turks (!), die lijken op aanplakbiljetten voor een circus’. Het vooroverbuigen tijdens het gebed vindt de antiklerikale Amerikaan maar een vreemd soort gymnastiek.
‘Hij raakt gefascineerd door de eskadrons van gesluierde vrouwen’
Neen, om eens echt te genieten in Istanbul trekt Mark Twain naar een beroemd Turks bad. Hij hoopt in een oosters sprookje terecht te komen met eunuchen, waaiers van pauwenveren en exotische parfums. Het interieur van het badhuis valt hem echter erg tegen. Dan verstuikt hij ook nog eens zijn enkel, omdat de houten slippers die hij krijgt aangereikt te ruim zijn. Maar dat is nog niet alles: Twain kan niet omgaan met de waterpijp en hoest ‘als de Vesuvius’. Ook de gedachte dat ‘duizenden heidense tongen’ aan het mondstuk van de pijp hebben gezeten, vergalt de pret. Als de bediende hem dan vervolgens bedekt met zeepschuim en zijn rug ‘zwabbert met een paardenstaart’ gaat Twain ‘als een sneeuwachtig standbeeld van zeepschuim’ door het gebouw wandelen om iemand te vinden die het er weer af haalt. Tot slot drinkt de grote Amerikaanse toerist zijn Turkse koffie in zijn geheel op, inclusief de drab van het maalsel op de bodem van het kopje. Kan het iemand verbazen dat hij zich verslikt en paars aanloopt? Conclusie
van de mondaine globetrotter: wat men de mensen in het westen voorspiegelt over het Turkse bad is gelogen en het bad zelf is een ‘kwaadaardige zwendel’. Bevalt de scepticus werkelijk niets in de grote, monumentale stad aan de Bosporus? Gelukkig wel, getuige het volgende verhaal. In een straat ziet Mark Twain een man die een groep van wel honderd ganzen keurig in de pas bij elkaar houdt. Met een klein tikje van zijn stok kan hij het bataljon gevederde vrienden van richting laten veranderen en de groep gehoorzaamt voorbeeldig aan zijn bevelen. Na enige tijd wordt het toch wel zaak om te kijken of er niet eentje is gevlucht of gestolen. De ‘herder’ zet hierop zijn stok tegen de muur van het dichts bijzijnde gebouw en gebaart de ganzen om één voor één door de ontstane opening te lopen. Keurig achter elkaar marcheren de dieren tussen stok en muur door, wat de begeleider de kans biedt om de groep keurig en accuraat te tellen. Het is een gebeurtenis die Mark Twain in het Istanbul van 1867 eigenlijk nog het meest aanspreekt. Tulpia / jaargang 04 / nr 15 41
Goed dat je er bent recherchekundige. Met je HBO-opleiding kun je bij de politie een belangrijke
bestaande werkwijzen onder de loep te nemen. Daarmee
bijdrage leveren aan het oplossen van zware misdrijven. Als
vervul je een belangrijke rol in het veiliger maken van de
recherchekundige kun je jouw kennis en vaardigheden inzetten om criminele praktijken aan te pakken. Door
HBO’ers
samenleving. Wil je meer weten over het werk van een recherchekundige en de meerwaarde die jouw
jouw inzicht lukt het bijvoorbeeld om het effect van een
achtergrond kan bieden? Kijk dan voor meer informatie op
rechercheonderzoek naar drugshandel te vergroten. In je
www.kombijdepolitie.nl/recherchekundige.
functie analyseer je onderzoeksmethoden, je rechercheert, coördineert opsporingszaken en durft met een kritische blik
TULPIACOLUMN
H
et bedrijf waarbij ik werkte ging door de crisis failliet. Flexibel opstellen kraait het kabinet, superoptimistisch, steeds herscholen, er zijn banen genoeg als je maar wilt en niet lui bent. Ach, 62 jaar oud en honderden sollicitatiebrieven verder nam ik het zekere voor het onzekere. Ik ging voor de spiegel staan en probeerde aan helemaal niets te denken. Het zweet liep mij, moet ik bekennen, bij die voor mij onnatuurlijke en onmenselijke inspanning tappelings van de slapen. Aanvankelijk lukte het me niet, dus ik dacht eerst maar eens een treetje lager beginnen met een aperte leugen. Ik rechtte mijn rug en sprak op luide toon: “Mensen leven langer en doen bij het ouder worden een steeds groter, dis proportioneel beroep op de gezondheidszorg, die daardoor onbetaalbaar dreigt te worden.” Aantoonbaar een onwaarheid maar algemeen geaccepteerd, en bedoeld om ouderen ‘schuldig’ te maken en als profiteurs af te schilderen. Nog maar eentje: “Het betalen van AOW aan grotere groepen ouderen legt een onevenredige financiële druk op de jongeren.” Nu zal hij toch mooi worden! Vroeger vertelde dezelfde overheid mij dat ik door een leven lang premies te betalen een RECHT op AOW opbouwde en die eigenlijk zelf bij elkaar spaarde. Tegenwoordig wil men ons doen geloven dat AOW een onverplicht geschenk door de jeugd is en probeert men een recht om te draaien in een aalmoes. Mooi niet: zelf opgebouwd, zelf betaald! Van een leugen is het maar een kleine stap naar volslagen gedachteloosheid. Nu was ik klaar en had ik een absoluut intellectueel vacuüm tussen de oren. Daarna trok ik een korte broek aan om jonger te lijken. Bijna perfect: nu alleen nog ongeletterde onzin uitkramen, dan zou iedereen er vast en zeker van overtuigd zijn dat ik erg ‘spontaan’ was, moderne deugd nummer één. Ik lachte vergenoegd; die sollicitatiecommissie en die baan had ik allebei al voor 99% in mijn zak. Het liep helaas anders: in mijn herwonnen jeugdig elan was ik vergeten mijn baard af te scheren. Waarom worden ouderen nu overal en voor alle banen afgewezen? Waarom knagen de politieke ratten aan hun door Willem Drees zo zwaar bevochten AOW? Waarom wordt juist ‘jeugd’ oftewel gebrek aan kennis en ervaring zo hoog aangeslagen? Omdat de maatschappelijke weegschaal is vervalst en het ‘omgekeerde’ aanwijst. Is dat niet het wezen van de leugen: het omdraaien van de waarheid? En draagt de duivel niet de titel ‘vader van alle leugen’? Hoe was het ook alweer oorspronkelijk, wat was de maatstaf? Wij lezen in het bijbelboek Daniël dat tijdens een feest van Belsazar, de laatste koning van Babylon en een heiligschenner, een hand in de lucht verscheen die de woorden Mené Mené Tekèl Ufarsin op de muur schreef. ‘Tekèl’ werd door de profeet Daniël aan de koning uitgelegd als ‘Gij zijt in de weegschaal gewogen en te licht bevonden’. De straf volgde direct en Belsazar werd door de Perzen die zijn rijk binnenvielen gedood. Om onduidelijke redenen werkt dat ‘wegen’ tegenwoordig omgekeerd. Jonge lichtgewichten oogsten bij sollicitatiegesprekken onveranderlijk de zegepalm van de overwinning en ouderen worden in de afgrond van de WW en vervol gens de bijstand gestoten. Misschien is het daarom niet zo vreemd om te zeggen dat de huidige situatie ‘van god los’ is? Wij hopen dat de werkelijkheid niet langer op zijn kop, maar op zijn voeten komt te staan. Wij hopen ook dat licht en donker en zwaar en licht niet langer met elkaar worden verward. En ten slotte hopen wij (maar dat laatste met tegenzin) dat onze eigentijdse politieke, sociale en economische ‘wegers’ op hun beurt het welverdiende maar vreselijke lot van koning Belsazar bespaard zal blijven.
Kalman Benkö / historicus
DE VERVALSTE WEEGSCHAAL
Uw advertentie hier? Alleen voor MKB’ers slechts €500,-
www.tulpia.nl sales@tulpia.nl
www.kombijdepolitie.nl/recherchekundige Tulpia / jaargang 04 / nr 15 43
KIJK OP ZAKEN door Martine de Vente fotografie tulpia media team
Rabobank biedt allochtone klant groeikansen De Rabobank heeft zijn oorsprong op het platteland, maar zoekt nu de stad op. Daar zitten de allochtone klanten, die de bank vanuit zijn voorliefde voor maatschappelijk verantwoord ondernemen graag wil bereiken. Of is er nog een reden?
Kaya Koçak
‘Zoek naar je kern en pak van je cultuur wat goed is‘
T
urken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen zijn bij de Rabobank graag geziene gasten. Het imago van maatschappelijk verantwoorde onderneming wordt daarmee natuurlijk heerlijk opgepoetst. Maar er is een tweede reden dan de bank zo kien is op hun komst. Bij deze zogenaamde TMSA-groep zit volgens adviseur diversiteit Kaya Koçak meer groeipotentie dan bij autochtone Nederlanders. 44 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
Zo is het gemiddelde opleidingsniveau van de nieuwe generatie hoger dan dat van hun ouders en zijn de jongeren vaker ondernemers. “De tweede en derde generatie begint niet meer standaard een shoarmazaak, maar gaat in de financiële dienstverlening of de groothandel. Ook zoeken ze het in sectoren waar ze een combinatie kunnen maken met het land van herkomst.” Rabobank Nederland is de overkoepelende organisatie van alle Rabobanken, die elk zelfstandig opereren. Van oudsher zijn er minder van deze banken in de grote steden, maar daar woont wel het merendeel van de Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen. Veel mensen met een zogenaamde dubbele achtergrond bankieren dus niet bij de van oorsprong agrarische bankinstelling. Toch gaat de Rabobank de grote steden in. “We werken ook vanuit maatschappelijke betrokkenheid, vandaar dat we daar meer aanwezig willen zijn,” aldus Koçak . Niet alleen in de Randstad, maar ook in plaatsen als Enschede en Tilburg is volgens hem de belangstelling van de Rabobanken voor een ‘divers’ beleid groot. Meer allochtone klanten trekken, lukt niet door Turken Turken te laten helpen of
Marokkanen Marokkanen. Diversiteit is volgens Koçak dat klanten bij de bank kunnen vinden wat ze zoeken. “We kijken naar klantgroepen. Als er meer ZZP’ers komen, dan kijken we met de bank wat dat voor onze producten betekent.” Een wet in het bankieren is dat je de bank kiest die je ouders ook hadden. Wat dat betreft valt er voor de Rabobank dus nog veel te winnen. “Er is een aantal momenten in een leven dat je van bank kunt veranderen; zoals wanneer je gaat studeren en als je gaat ondernemen.” Vooral met het oog op dat moment zijn Rabobanken in grote steden actief, bijvoorbeeld met microfinanciering voor ondernemers. Koçak zou graag zien dat de Belastingdienst gaat aanschuiven bij dergelijke projecten. “Voor een starter duurt het altijd erg lang voor hij aangifte moet doen bij de belasting. Daardoor komen vooral veel beginnende ondernemers in de problemen.” Naast de allochtone klant zoekt de Rabobank trouwens ook naar de allochtone medewerker of medewerkster. Maar van positieve discriminatie zal geen sprake zijn, waarschuwt Dorothé Alfrink, programmamanager diversiteit bij Rabobank Nederland. “We hebben een leiderschap- en een mede-
Dorothé Alfrink ontvangt een bos bloemen na een presentatie in Utrecht
‘De tweede en derde generatie begint niet meer standaard een shoarmazaak‘ werkerprofiel. Voor iedereen gelden dezelfde hoge eisen.” Bij een benoeming moeten op de kandidatenlijst echter ook namen staan van allochtonen en vrouwen. “Dat dwingt ons verder te kijken dan het eigen kringetje, maar de kandidaten moeten wel dezelfde talentklasse hebben.” Bij werving en selectie van vrouwen en allochtonen werkt het direct benaderen van de doelgroep niet, stelt Alfrink. “Als je iets wilt met diversiteit, dan zit je met een dilemma. De groep wil niet apart worden aangesproken en vraagt om een andere aanpak. In de werving en selectie moet je dus je methoden aanpassen.” Jongeren van allochtone afkomst die bij de bank binnenkomen hebben volgens haar minder vaak een rol-
model voor ogen dan autochtone studenten uit de middenklasse. “Ze missen feedback over wat normaal is.” Datzelfde geldt volgens haar voor autochtone studenten uit een achterstandsmilieu. Daarbij komt dat veel studenten tegenwoordig snel afstuderen en door geldgebrek thuis blijven wonen en weinig nevenactiviteiten ontplooien. Zo leren ze niet om te netwerken en om zelf problemen op te lossen. “Als werkgever gaan wij die taak overnemen. We leggen uit dat je ook wel eens naar een borrel moet als je geen zin hebt, en dat een borrel niet betekent dat je heel veel moet drinken, maar dat het met een cola ook kan.” Ze geeft onder meer sollicitatietrainingen aan jongeren met een dubbele cultuur. “Aan hen vraag ik altijd hoe ze me zien, welke achtergrond ik volgens hen heb. Vaak veronderstellen ze dat mijn ouders literair onderlegde intellectuelen zijn, ergens in de grachtengordel wonen en dat ik zelf bij het corps zat. Allemaal niet waar. Wat ik daar altijd mee probeer aan te geven is het volgende: ‘stap uit die rol van allochtoon’. Sommige jonge allochtonen hebben last van ‘mental slavery’. Je Turks zijn of Marokkaans zijn is niet je toegevoegde waarde. Dat je hierdoor
een grotere gemeenschapszin hebt en dat je er altijd voor je familie bent, daar ben je door gevormd. Maar ook Nederland heeft een bijdrage geleverd aan je ontwikkeling. Het gaat erom wat je met je ‘bagage’ hebt gedaan. Ik ben de laatste die zal ontkennen dat het moeilijker is carrière te maken als je allochtoon, homo of vrouw bent, maar dat is geen reden om niets te doen. Zoek naar je kern en pak van je cultuur wat goed is. Dat is je eigen emancipatieproces.” Allochtone meiden ambitieuzer Net als autochtone studenten willen allochtone studenten zich ontwikkelen en een leuke baan krijgen. Daarin verschillen ze niet, zo bleek in 2007 uit onderzoek van de Rabobank. Wel is er een onderscheid wat betreft vrijetijdsbesteding. Autoch tone studenten doen meer aan sport, allochtone studenten besteden meer tijd aan de gemeenschap en aan de familie. Een opvallende uitkomst was dat de autochtone studenten in vergelijking met de allochtonen een homogenere vrienden kring hadden. Wat betreft de vrouwen: allochtone meiden zijn ambitieuzer dan hun autochtone seksegenoten.
Tulpia / jaargang 04 / nr 15 45
Computeren zonder muziek, wie doet dat nog? Bij klassieke tonen kun je diep nadenken, mailen wordt veel leuker met pop. Turksradio.nl voorziet dus in een behoefte. Winkels, kapperszaken en horecagelegenheden maken steeds meer gebruik van de website.
Mustafa Güney
H
et idee achter Turksradio.nl is eenvoudig maar effectief. Via het webportal kunnen direct zo’n dertig Turkse radiozenders worden beluisterd. Het grote voordeel is dat bezoekers al die zenders via één webadres kunnen bereiken, in plaats van dat zij telkens zelf een ander station via internet moeten opzoeken. “Ik heb gekozen voor de algemeen bekende Turkse zenders, gecombineerd met specifieke jongerenzenders,” vertelt Mustafa Güney (24), oprichter van Turksradio. nl en de drijvende kracht achter de site. “Het aanbod varieert van zenders die vooral pop, rock en slow motion uitzenden tot zenders met gesprekken over politieke ontwikkelingen.” Behalve naar radio luisteren kunnen bezoekers zich via de site op de hoogte stel-
46 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
len van evenementen op muziekgebied, de nieuwste albums met Turkse muziek en zich abonneren op de nieuwsbrief. Het bezoekersaantal van de website schommelt rond de 18.000 per maand. “Dit zijn zogenaamde unieke bezoekers. Van hen bezoekt meer dan 40% de website meer dan negen keer per maand,” zegt Güney niet zonder een zweempje trots. De website die hij eigenhandig bouwde en in gemiddeld drie uur per week onderhoudt, is pas iets meer dan een jaar operationeel. Een uitgekiende doelgroepencampagne via communities als Twitter en Hyves en veel mond-tot-mondreclame trok het aantal bezoekers behoorlijk op. Door de website simpel en functioneel te houden, weet hij hen ook aan zich te binden. “Hoewel ik dat niet met statistieken kan staven, heb ik
‘Een online mediabureau in Istanbul is zijn ultieme droom‘ de indruk dat het leeuwendeel van de bezoekers tussen de 15 en 30 jaar is. Maar ik weet ook dat veel Turkse zakenlui de site gebruiken. Waarschijnlijk zitten deze twee doelgroepen het meest achter de computer.” Voor Güney zelf was het starten van de website een test. Hij wilde ervaren hoe het zou zijn als hij bedrijfsmatig de Turkse markt in Nederland in zou duiken. “Ik kom
‘Het leeuwendeel van de bezoekers van Turksradio.nl is tussen de 15 en 30 jaar‘ naamde duale studie waarbij theorie direct in de praktijk werd toegepast en studeren dus met werken werd gecombineerd. Hoewel Güney op een haar na is afgestudeerd en zijn scriptie nog moet worden goedgekeurd, heeft hij al wel een baan. Sinds vijf maanden is hij ‘Publisher manager’ bij Scoot Media in Hoorn. “In deze functie houd ik mij bezig met ‘online of affiliate marketing’. Ik help organisaties als Vodafone of Staatsloterij om met hun websites geld te verdienen,” licht hij zijn functie toe. Het eigen ondernemen bleef echter lokken. “Ik organiseerde al andere activiteiten waaronder een groot wijnevenement in Haarlem. Ik wilde graag iets doen met mijn Turkse nationaliteit.” Bij het maken van die keuze ging hij niet over een nacht ijs. “Om de Turkse markt hier te verkennen ben ik eerst met verschillende ondernemers gaan praten en heb ik bijeenkomsten bezocht om trends te ontdekken.” Entertainment aanbieden via internet was niet de enige reden om Turksradio.nl te beginnen. “In een interview las ik dat de Turken hier vaak onvoldoende op de hoogte zijn van de ontwikkelingen en de cultuur in Turkije. Met de site kon ik daar wat aan doen.” Het webportal loopt volgens hem boven verwachting en daarmee is zijn test tot zover geslaagd. Zijn ambitie is om een online mediabureau in Istanbul te beginnen. Want, zo vertelt hij ook tijdens workshops aan studenten, “als je ondernemend bent, discipline hebt maar vooral als je creatief kunt denken, dan is het helemaal niet moeilijk om geld op internet te verdienen”.
N
iet zo lang geleden sprak ik met een hoogopgeleide Turks-Nederlandse kennis met een uitstekende baan over de problemen die afgestudeerde allochtonen op de Nederlandse arbeidsmarkt ondervinden. In eerste instantie wilde ik een groot deel van de schuld bij discriminatie leggen. Je zult de Nederlandse werkgevers de kost moeten geven die nog steeds een sollicitatiebrief/-mail van iemand met een niet-Nederlandse naam meteen terzijde leggen. Onverstandig natuurlijk, alleen al uit demografisch oogpunt. Mijn gesprekspartner noemde echter een andere factor waar veel van zijn vrien den tegenaan liepen: de tekortschietende beheersing van het Nederlands, vooral schriftelijk. Uiteindelijk bleek dit vaak een reden voor ontslag of voor het uitblijven van promotie. Ik ging bij mezelf na of ik dit als werkgever (sinds 1990) kon beamen. En hoewel ik me vaak ook heb geërgerd aan het slordige taalgebruik bij autoch tone stagiair(e)s/medewerkers, moet ik toegeven dat mensen met een Turkse achtergrond (mijn collega’s niet te na gesproken) hier vaker steken laten vallen. Voor jonge mensen die hier geboren en getogen zijn zou, na het afronden van een academische studie, de taal toch niet langer een wezenlijke handicap mogen zijn? De positie van ‘allochtonen’ in het onderwijs is een actueel onderwerp. In het vorige nummer van Tulpia luchtte Zeki Arslan van Forum zijn hart over de teleurstellende onderwijsprestaties van leerlingen met een Turkse achtergrond. Rapporten over de achterstanden onder allochtone kinderen in het Amster damse basisonderwijs en de onlangs verschenen SCP-studie ‘Making up the Gap; migrant education in The Netherlands’ spreken boekdelen. Na lezing van die rapporten en afgaande op eigen ervaringen, vallen me een paar dingen op die soms buiten de discussie blijven. Ik noem ze, hoewel het slechts in een aantal gevallen om specifieke Turks-Nederlandse zaken gaat. Zo bleek uit het SCP-rapport dat taalachterstand op school enigszins wordt weggewerkt en het maakt daarbij minder uit dan 11 jaar geleden hoe ‘zwart’ de school in kwestie is. Ook het veelgehoorde verwijt, dat leerlingen met een nietNederlandse achtergrond vaker dan hun CITO-resultaten aangeven naar het VMBO worden verwezen, wordt weerlegd. De taal die thuis wordt gesproken lijkt de doorslaggevende factor voor onderwijsprestaties en dientengevolge de prestaties op de arbeidsmarkt. In het SCP-rapport geven Turks-Nederlandse ouders aan veel meer problemen te hebben met de Nederlandse taal dan alle andere allochtone groeperingen. Het Jaarrapport Integratie 2008 van het CBS wijst op de negatieve correlatie tussen de taal die thuis wordt gesproken en CITO-resultaten; kinderen die thuis geen Nederlands spreken halen beduidend lagere cijfers op de CITO-toets. Ook vroegtijdig schoolverlaten is en blijft onder niet-Westerse allochtonen een veel hardnekkiger probleem dan onder autochtone Nederlanders. Het valt dus niet te ontkennen dat sociaaleconomi sche factoren een belangrijk effect hebben op de kansen van hun kinderen op succesvolle afronding van hun opleiding. Turkse Nederlanders scoren op al die punten nog steeds minder dan autochtonen. Positief is dat deelname aan het hoger onderwijs stijgende is onder migrantengroepen – onder Turken steeg dit percentage van 15,5 in 1995/96 naar 36,6 in 2007/2008 (Marokkanen in 2007/2008 40,2, Surinamers 48,9 , autochtonen 56,1). In vergelijking met de generatie van hun ouders gaan tweede generatie Turkse Nederlanders nu 6 keer zo vaak naar de universiteit. Blijkbaar zijn dit ontwikkelin gen die tijd nodig hebben. Falend integratiebeleid, grote instroom van migranten en cumulatie van problemen in het onderwijs weerhouden een groeiende groep nieuwe Nederlanders er niet van om toch de universiteiten en hogescholen te betreden. Nederland Kennisland heeft deze afgestudeerden hard nodig. En als de taal dan nog af en toe een probleem vormt, moeten werkgevers misschien op dit punt een extra handreiking doen. Met de vergrijzing in ons land kunnen we ons niet veroorloven zo slordig met menselijk kapitaal om te springen.
Tulpia / jaargang 04 / nr 15 47
TULPIACOLUMN
DE TAAL VAN THUIS
LILY SPRANGERS / directeur turkije instituut
KIJK OP ZAKEN door SONJA HAVERMANS
Dertig zenders, één handeling
uit een ondernemersfamilie en stond tijdens mijn tienerjaren op de Zwarte Markt in Beverwijk. Op mijn veertiende had ik daar mijn eigen handeltje in inkoop en verkoop van mobiele telefoons.” Toen Güney echter van 3 vwo in 4 mavo terechtkwam, besloot hij toch te kiezen voor zijn schoolcarrière. Hij ging terug naar het vwo en koos daarna voor een opleiding commerciële economie aan de Hogeschool van Amsterdam. Dit was een zoge-
LITERATUUR door frans jeursen fotografie Naomi Rijpkema
Denken, dromen en schrijven in het Nederlands De zoektocht naar Turks Nederlandse schrijvers stond centraal in het vorige nummer van Tulpia. Die artikelen hebben veel aanstormende talenten geïnspireerd. Om hen een kans te geven, zet Tulpia zich belangeloos in voor het opzetten van een serie workshops, op weg naar het schrijverschap (zie de oproep elders in dit nummer). Wij stellen twee talenten aan u voor. Murat Işık
D
e romanschrijver Gabriel García Márquez is zijn held, en dat verbaast ons niets. De verhalen van Murat Işık delen een belangrijke kwaliteit met het proza van de Colombiaanse Nobelprijswinnaar: je wordt er onmiddellijk helemaal ingetrokken. Je ziet wat de schrijver ziet, ruikt wat hij ruikt, hoort wat hij hoort. Het maakt zijn teksten rijk en tegelijk voor iedereen toegankelijk, zoals dat bij vertellers van hoge kwaliteit altijd het geval is. Murat Işık schrijft uiterst beeldend en warm; wellicht is dat iets wat het Zuid-Amerikaanse emotionele beleven van de wereld verbindt met de manier waarop men in Turkse gezinnen en families met elkaar omgaat. Is het toeval dat zijn grootvader in het dorp in Oost-Turkije, waar hij woonde, altijd direct door mensen wordt omringd als hij weer eens een verhaal begint te vertellen? Wij denken van niet. Murat komt vol48 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
gens ons in ieder geval uit een opmerkelijk gezin. Zijn familie is afkomstig uit een arme streek, maar zijn vader is desondanks een lezer en zo is Murat vanaf zijn vroegste jeugd omringd door boeken. Zijn ouders dringen hem de literatuur weliswaar niet op, maar de belangstelling wordt in die tijd wel gewekt. Daarbij komt dat het gezin alevitisch is en niet aan strenge islamitische regels is gebonden. De gelijkheid van man en vrouw is thuis bijvoorbeeld een vanzelfsprekendheid. Murat Işık werd geboren in Izmir, maar daar zou hij niet lang blijven wonen. Na drie jaar Hamburg moest het gezin Duitsland noodgedwongen verruilen voor Nederland. Murat was nog zo jong dat Nederlands al snel zijn eerste taal werd en Turks zijn tweede. Pas als 13-jarige zou hij naar Turkije terugkeren om zijn geboorteland te zien. Hij groeide op in de Bijlmer in Amsterdam, in de flat Fleerde. Op advies van zijn
juf in de eerste klas van de basisschool ging Murat naar de openbare bibliotheek. Daar ontdekte hij zijn liefde voor het lezen. Toen hij 15 jaar was, begon hij zelf te schrijven. Heel on-Turks koos hij niet voor de poëzie, maar voor het proza. Voor hem is proza pas ´echt’ schrijven en dan geen korte verhalen, maar een roman. Grote affiniteit heeft hij met auteurs als Orhan Pamuk, Willem Frederik Hermans en John Maxwell Coetzee. Murat kwam er gaandeweg achter dat hij in hart en nieren schrijver was. Hij verslond in zijn tienerjaren de werken van Leon de Winter, maar toch zag zijn toekomst perspectief er aanvankelijk heel anders uit. Traditioneel stippelt men in Turkse gezinnen voor de kinderen een carrière uit vol zekerheid, goede verdiensten en status. Op een dag zei zijn vader: “Waarom ga je geen rechten studeren?” Op zijn 17de ging hij naar de universiteit. De studie viel hem aanvankelijk tegen, maar de precisie van het den-
ken en vooral het exacte formuleren spraken hem aan. In 2001 ging hij in het kader van een uitwisselingsprogramma naar San Francisco voor een studie internationaal strafrecht. Eenmaal daar volgde hij ook het vak creative writing. In San Francisco mailde hij uitvoerig met het thuisfront en kijk: elke mail groeide uit tot een kort verhaal. Ter plekke maakte hij, nota bene op zijn verjaardag, de aanslagen van 9/11 mee.
‘Proza is volgens Murat Işık pas echt schrijven‘ Murat studeerde af en ging als jurist aan de slag op het kantoor van het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes. Zijn literaire carrière ontwikkelde zich los daarvan. In 2006 begon hij zijn Volkskrantblog ‘Schrijven in de
oceaan’. In juni 2007 werd hij winnaar van de verhalenwedstrijd Juni Kunstmaand met zijn verhaal ‘De Purperen Citroen’. Daarna publiceerde hij korte verhalen in literaire bladen als Lava Literair, DUF en De Brakke Hond. Via zijn agent Paul Sebes kwam hij in beeld bij Nederlandse uitgeverijen. Murat werkt aan zijn debuutroman die in 2011 verschijnt bij uitgeverij Anthos. Hij staat dus op de drempel van een lite raire carrière die misschien zijn juridische werk zal verdringen. Rest de vraag waarom de Nederlandse literaire wereld zo weinig schrijvers met een Turkse achtergrond kent. Volgens Murat zijn Nederlandse Turken nog veel te sterk gericht op de standaardstudies als rechten, geneeskunde en economie. Bovendien kiezen schrijvende jongeren steevast voor de poëzie in het Turks in plaats van het proza in het Nederlands. Voor hem is dat geen optie: hij denkt, droomt en schrijft in het Nederlands. Tulpia / jaargang 04 / nr 15 49
door frans jeursen fotografie stichting sahne
LITERATUUR
Een verdwaalde meeuw Schrijver en theatermaker Vedat Gültekin heeft het gehad met Nederland. Nog een paar klussen en dan keert hij voorgoed terug naar Turkije. ‘Ik pas niet meer in Nederland’
“S
chrijven is net als sport,” zegt Vedat Gültekin op gedecideerde toon. “Je moet het elke dag doen, anders verleer je de kunst.” Welnu, schrijven doet en deed hij; al had hij in zijn jonge jaren niet veel op met het Nederlands, Turks was als taal immers veel rijker en dieper. Daar is hij inmiddels wel wat op teruggekomen. Nu ziet hij in dat alle talen heel diep met de persoon zijn ver weven, en dat ook in het Nederlands veel moois en waardevols is te vinden. In de praktijk bediende Gültekin zich aanvankelijk alleen schriftelijk en verbaal van het Nederlands als dat echt nodig was. Als schrijver waren er trouwens nog wel meer hindernissen om ‘aan de bak’ te komen dan de taal alleen. Begin jaren negentig vroeg men hem een paar verhalen te schrijven. Zijn thema was de eenzaamheid van de liefde, een universeel onderwerp dat bijna iedereen kan boeien. Dat viel echter bij de ‘bestellers’ niet in goede aarde want die wilden, geheel in lijn met de politieke tijdgeest, teksten over de problematiek van jongeren en allochtonen. Zoiets beperkt natuurlijk sterk je opties om iets gepubliceerd te krijgen. Bovendien schrijft en schreef hij in het Turks en dat betekent uiteraard dat het geschrevene moet worden vertaald. Vedat Gültekin stamt uit een vrij gezin waarin veel werd gelezen. Zijn vader kwam naar Nederland in 1968 en kreeg een baan bij de NRC. Dagelijks lagen er meerdere kranten op tafel zoals de NRC, het AD en het Rotter50 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
dams Nieuwsblad, en dan werd er heftig gediscussieerd. Zoiets scherpt de geest. Lezen en je mening formuleren was het motto. In het verlengde hiervan ligt het schrijven dat voor hem een grote vrijheid betekende. Hij kon immers aan het papier toevertrouwen wat hij niet hardop durfde te zeggen. In 1988 vertrok Vedat naar Utrecht om te gaan studeren aan de Hogeschool voor de Kunsten. In die tijd speelde hij al amateurtoneel in een theater in Rotterdam en daar hield zijn ‘eerste échte professionele baan’ aan over, bij Peter Pan Producties in Den Haag. “Als acteur is je werk eigenlijk je diploma en wat je doet en gedaan hebt bewijst je kwaliteit.” Maar dan verzucht hij: “Was ik maar psychologie gaan studeren, want daar had ik later vast veel aan gehad”. Theater maken, vindt hij, leer je in de praktijk, maar in Turkije toch wel heel anders dan in Nederland. “In Turkije maak je theater vanuit een idee dat je na aan het hart ligt en waarover je met de andere spelers en de regisseur fel debatteert. Het gaat om de inhoud. Hier in Nederland is dat anders; het theater is hier dood. Mensen wachten eerst af of de subsidie kan worden geregeld en gaan dan pas aan de slag. Theater is zo tot een ambtenarenkwestie verworden. Inhoudelijk theater bestaat hier bijna niet meer; de mensen willen lekker lachen. Je mag niet denken en velen willen ook helemaal niet denken.” Toch wil Vedat niet cynisch klinken; hij ziet ook wel degelijk goede dingen in Nederland. De situatie op literair vlak is wat hem betreft omgekeerd aan die van het
Vedat Gültekin tijdens zijn voorstelling
‘Lezen en je mening formuleren was thuis het motto‘
theater. “In de lage landen leest, zegt hij, 75% van de mensen en dat percentage is veel hoger dan in Turkije.” Vedat is in meer dan één opzicht een burger van twee werelden. Hij staat niet alleen tussen Turkije en Nederland, maar ook tussen de cultuur zoals die was en zoals die inmiddels is geworden, een moeilijke spagaat. “Toen ik vijftien was, had je alleen de tv-zenders Neder land 1 en 2 en lazen we allemaal de Russische klassieken, als Tolstoi en Dostojevski. Nu zijn er veel alternatieven zoals het internet, Hyves en Facebook. Je past je aan of je vereenzaamt en raakt geïsoleerd. Ik ben theatermaker en schrijver dus ik moet Facebook hebben. Anderzijds schrijf ik dagelijks wel twintig dialogen en lees ik alle nieuwe Turkse literatuur: je moet in deze tijd noodgedwongen een fifty fifty bestaan leiden.” Geïsoleerd leven doet hij dus niet, maar toch betekent Nederland voor Vedat niets meer. “Ik pas niet meer in Nederland.” Al is hij wel verliefd op Rotterdam. “Mijn stad is Feyenoord, mijn dorp is de Afrikanerbuurt.” Vedat schreef zelfs een toneelstuk over Rotter dam: De reiziger en de meeuw, dat in 2001 werd opgevoerd. “Oorspronkelijk werd de
stad gesticht door boeren uit Brabant en Limburg, maar na de Tweede Wereldoorlog weer opgebouwd door migranten; eerst Italianen en Spanjaarden, later door Turken en Marok kanen. Zij zijn de verdwaalde meeuwen zoals die in Rotterdam van de zeekust binnenvliegen en slaags raken met de lokale duiven.” Toch wil Vedat niet langer meer in Nederland leven. In 2010 werkt hij nog mee aan een klucht, geschreven door Maarten Vonk, en het jaar daarna aan een bewerking van Mozarts Entführung aus dem Serail. Hij wacht
‘Het theater in Nederland is dood’ nog even tot zijn zoon de basisschool heeft afgemaakt en keert dan in 2011 voorgoed naar Turkije terug. In de Mozartbewerking speelt hij de rol van de wijze en grootmoedige vorst Bassa Selim. Dat geeft ons inziens goed aan wat we hier met hem verliezen; een man van intelligentie, cultuur en talent met een verfrissend en sprankelend gevoel voor ironie. Tulpia / jaargang 04 / nr 15 51
door frans jeursen
HELDENACHTERSTRATEN
Grote Nederlanders hebben hun naam gegeven aan straten, bruggen, pleinen en parken. Maar weten we eigenlijk wie ze waren? In deze rubriek wekt Tulpia hen opnieuw tot leven. Deze keer: politicus Willem Drees (1886-1988).
twee werelden één blad www.tulpia.nl Jrg 4 nr 14 / nov dec 2009 / € 4,95
Pragmatisch en menswaardig ‘Vadertje Drees’ is zijn bekendste bijnaam; al gedenken veel Hagenaars hem vooral als ‘Het engeltje van barmhartigheid’, toen hij van 1919 tot 1931 wethouder van sociale zaken in de Hofstad was. Willem Drees werd geboren op 5 juli 1886 als zoon van een bediende bij de Twentsche Bank. Zijn ouders waren lid van de orthodoxe vleugel van de Nederlandse Hervormde Kerk, maar de jonge Drees kon zich niet verenigen met het leerstuk dat wie niet in het heilswerk van Jezus geloofde voor eeuwige verloren zou zijn. Dat ging hem te ver en in de loop van de jaren ontwikkelde hij zich tot agnost, dat wil zeggen tot iemand die zich strikt van een oordeel onthoudt over het al dan niet bestaan van god. Drees was tot 1906, net als zijn vader, bankbediende en wel bij dezelfde Twentsche Bank. Daarna werd hij stenograaf (1906-1919), wethouder van sociale zaken, later financiën in Den Haag (1919-1933) en lid van de Tweede Kamer voor de S.D.A.P. (1933-1940), waarvan hij in 1939 fractievoorzitter werd. Na de Tweede Wereldoorlog droegen in de periode 1948-1958 liefst vier kabinetten zijn naam. De problemen waarmee hij werd geconfronteerd waren niet gering; de wederopbouw van een geruïneerd land na de Tweede Wereldoorlog; de dekolonisatie van Nederlands-Indië, waardoor Nederland haar positie als wereldmacht verloor en uiteraard de affaire rond Greet Hofmans in 1956. Door resoluut optreden en het wegsturen van de gelijknamige gebedsgenezeres, die een onwenselijk grote invloed kreeg op koningin Juliana, redde Drees de Nederlandse monarchie van de ondergang. Wat voor man was hij? Iemand die gepassioneerd streed tegen sociaal onrecht, maar tegelijk altijd gematigd en pragmatisch bleef. “Niet alles kan en zeker niet alles tegelijk,” 52 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
was een van zijn stelregels. Drees kwam altijd op voor werklozen, ouderen en laagst betaalden. Zelf leefden hij en zijn vrouw uiterst sober en eenvoudig. Toen Amerikaanse diplomaten vlak na de oorlog kwamen praten over Amerikaanse hulp aan Nederland troffen ze een premier aan die in een rijtjeshuis woonde en kregen ze een kopje thee met een mariakaakje. Een van de diplomaten, de befaamde Averell Harriman, vond dat een land waar de premier zo bescheiden leefde zeker alle hulp nodig had. Drees was een echte heer, integer en zoals dat heet ‘onkreukbaar’, maar wel echt ‘rood’. Destijds dachten velen dat die eigenschappen niet samen gingen. Als minister in de kabinetten Schermerhorn-Drees (1945-1946) en Beel (1946-1948) kwam Drees met diverse sociale wetten. Maar zijn naam zal altijd verbonden blijven aan de ‘Noodwet Ouderdomsvoorziening’, die in 1957 leidde tot de instelling van wat wij nu de AOW noemen. Voor alles ging het hem om het behoud van menselijke waardigheid. Oudere mensen moesten niet op vernederende wijze financieel afhankelijk zijn van hun kinderen of van de magere aalmoezen, hen toegeworpen door autoritaire liefdadigheidsinstellingen. Hij wilde ze niet krenken in hun zelfrespect. Een golf van verlichting ging door het land met de instelling van de AOW, ook al omdat daarmee een duidelijke grens gesteld werd aan het werkzame leven. De jaren die na de definitieve beëindiging van de arbeid op 65-jarige leeftijd nog restten, konden voortaan in rust en relatieve gezondheid doorgebracht worden, en in principe zonder ernstige geldzorgen. Die gouden jaren werden de oudere gegund als dank voor zijn of haar bijdrage aan de opbouw van de samen leving. Vandaag is van dat gedachtegoed niets meer over.
orhan pamuk Het museum van de onscHuld
nazim hikmet ingenieur van de menselijke ziel
reizen een gebeds kleed onder Het nacHtkastje
Waar blijven de Turkse schrijvers?
Abonnement op Tulpia tijdelijk nog voordeliger!
Bejan matur: de hoofdstad van de eenzaamheid
‘Standbeeld’ van Willem Drees
Grote Nederlanders aller tijden Wij roepen de lezers van Tulpia en de bezoekers van www.tulpia.nl op hun top 10 van grote Nederlanders naar ons toe te sturen. De redactie stelt hieruit een top 30 samen. Reacties kunnen naar:
Redactie Tulpia, Postbus 56822 1040 AV Amsterdam of naar redactie@tulpia.nl
Tulpia start een campagne om zijn abonneeaantal te verdubbelen. In dit kader verlagen wij tijdelijk de prijs van een los nummer van € 4,95 naar € 2,95. Daarnaast verlenen wij flinke kortingen en geven wij aan onze nieuwe abonnees diverse geschenken weg, zoals boeken en wijnen. We noemen in dit verband de roman Het Museum van de Onschuld ,van de Nobelprijswinnaar voor de literatuur Orhan Pamuk. Voor aanmelding en voor een overzicht van alle geschenken voor nieuwe abonnees ga naar onze website: www.tulpia.nl Naam Achternaam Adres Postcode Woonplaats Kruis aan: 4 nummers + 1 nr. gratis 6 nummers + 2 nrs. gratis 12 nummers + 3 nrs. gratis of een geschenk 15 nummers + 4 nrs. gratis of een geschenk 18 nummers + 5 nrs. gratis of een geschenk
Knip de coupon uit en stuur het op naar: Tulpia, Postbus 56822, 1040 AV Amsterdam
Lezers van Tulpia krijgen € 5,korting op het nieuwste boek van Orhan Pamuk, Het museum van de onschuld. Knip deze bon uit en lever hem bij de kassa in. Geldig 8 januari 2010.
met columns van süleyman van den Broek, Jean tillie, kalman BenkÖ en verder: tulpia actueel, kiJk op zaken, Brussels lof, tulpia forum en reizen
top 10
Kortingsbon!
€ 11,80 € 17,70 € 35,40 € 44,25 € 53,10
Actienummer 901-70263 Normale prijs: € 34,95 Actieprijs: € 29,95 Korting: € 5,Uitgeverij: De Arbeiderspers ISBN 9789029571499
door CEVAHIR VARAN EN SABRI VARAN  fotografie sabri varan
tulpia reizen
In de stad...
van de konak
Het oude centrum van Safranbolu telt meer dan duizend monumenten. Het stadje in de provincie Karadeniz staat sinds 1994 op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Logisch dus dat er jaarlijks 50.000 Japanse toeristen een fotootje komen nemen. Izzetpasa moskee
54 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
N
Na een reis van zes uur komen we aan in het prachtige Safranbolu, in het westen van de provincie Karadeniz, op zo’n tweehonderd kilometer ten noorden van de hoofdstad Ankara. Ik kies voor het oude deel van de stad, omdat daar nog historische Turkse huizen zijn te vinden. De naam van de stad is ontleend aan saffraan, een zeldzame plantensoort uit Turkije. De bladeren zijn veelal lichtpaars of donkerpaars, vandaar ook Safranbolu. Saffraan wordt in de Turkse keuken gebruikt vanwege de bijzondere smaak. De huizen zijn er groter dan normaal. Daarom noemt men ze ook wel ‘konak’, een woord dat naar hun proporties verwijst. Ik kies voor verblijf in een konak, dat ‘Mevrouw Merves Konak’ heet. Volgens de eigenaresse, mevrouw Münire, is het gebouw al meer dan 200 jaar oud. Sinds 1930 zijn er diverse restauraties geweest, de laatste in 2005. De kamers zijn fors. Eten doe je op de grond, wat typerend is voor de Turkse eetcultuur in Anatolië. Sinds het begin van de 20ste eeuw worden er geen konaks meer gebouwd. De resterende worden
56 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
boven v.l.n.r. Japanse toeristen, spelend meisje linker pagina heuvel van Hidir
gebruikt als nachtverblijf, noodkwartier, eethuis etc. Volgens onze gids zijn de bijzondere bouwsels een belangrijke reden waarom Safranbolu zulke grote aantallen toeristen trekt, vooral ‘s zomers. In 2008 kwamen er liefst 124.000, onder wie 54.000 van Japanse komaf en een groot aantal fotografen. Want deze opmerkelijke stad heeft haar historische en culturele erfgoed tot op de dag van vandaag goed weten te bewaren. Maar hoe ziet zo’n konak er nu eigenlijk uit? De onderkant is gemaakt van steen en de eerste verdieping is van hout. Op de bovenste etage zie je veel ramen. Voorheen waren dit balkons, maar in de loop van de tijd is dat veranderd. De huizen in Safranbolu maken stuk voor stuk duidelijk hoe Turkije er honderd jaar geleden uitzag. De economische omstandigheden in die tijd maakten het noodzakelijk om met grote families in grote huizen te leven. Ik denk dat we er door het analyseren van de indeling en het gebruik van deze huizen achter kunnen komen hoe de cultuur in de loop van de tijd is geëvolueerd.
Tijdens het Romeinse rijk was Safranbolu al een plek waar mensen zich vestigden. In het zuiden van de stad, om precies te zijn in het dorpje Sipahiler, staat een oude Romeinse kerk. Met de komst van de Turken onderging de stad, met name in de twaalfde eeuw, een grote culturele verandering. Uit die tijd zijn Cinci Hoca, Köprülü Mehmet Paşa en Izzet Mehmet Paşa overgebleven; stuk voor stuk religieuze kunstwerken. Van Ainsworth weten we dat er in het jaar 1838 in Safranbolu 3000 huizen van moslims waren en 250 huizen van christenen. In de konak ‘Mevrouw Hatice’ kom ik een zekere meneer Mustafa tegen. De intellectueel weet veel over de stad. In zijn hand houdt hij een platte grond vast en vertelt over allerlei bezienswaardigheden. Ook stelt hij dat de Ark van Noah zich in Safranbolu bevindt. Of dat zo is, weet ik niet. Eén ding is zeker: deze stad beschikt over een schat aan culturele rijkdom. ’s Avonds bezoek ik een restaurant. Op de muur staat een humoristische tekst, die ik voor de helderheid volledig zal weergeven.
‘Safranbolu heeft haar historische en culturele erfgoed goed weten te bewaren‘
Tulpia / jaargang 04 / nr 15 57
boven het plein onder het paleis van de Burgemeester
boven v.l.n.r. een cursist, de eetkamer
Het eerste glas: is goed voor het welzijn Het tweede glas: is een goede beslissing Het derde z...... derde glas: is goed voor een vrolijk humeur Het vierde glas: maakt een beetje moe Vijfde glas: maakt ons wat armer Zesde glas: kan vervelend zijn Zevende glas: kan voor ruzie zorgen Achtste glas: ontstaat er ruzie Negende glas: mondt uit in het politiebureau Met deze tekst wil de eigenaar ons waarschuwen om toch maar niet te veel alcohol te nuttigen, ook al is de raki nog zo lekker. Na het eten brengt chauffeur Ibrahim ons naar het dorpje Yörük , dat dertien kilometer verderop ligt. We komen in de ochtend aan. Ik zie een oude dame die aan toeristen uit Oostenrijk van alles en nog wat vertelt over haar woonplaats, al is haar Engels matig. Maar daar malen de toeristen niet om: de plek is prachtig en er wordt dan ook volop gefotografeerd. In het centrum van de dorp bevindt 58 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
zich een café. Daar gaan zowel mannen als vrouwen heen. Er is ook een expositie van schilderijen van Mehmet: al met al een cultureel hoogstandje. Het dorpje Yörük is ontstaan ten tijde van het Ottomaanse Rijk. Er wonen veel mensen uit Turkmenistan. Die zijn al in de 15de eeuw naar deze plek gekomen. Het gebied heet Yörükan-ı Taraklıborlu. De mannen meldden zich van oudsher aan voor dienst in het Turkse leger. Ze vormden een belangrijk onderdeel en dat verklaart weer de sterke Otto maanse invloed, niet alleen op de regio maar ook op het dorp. Ten tijde van de Turkse republiek veranderde er niet veel. Ook hier zijn de huizen in konak-stijl. De begraafplaats is ingericht volgens de normen en regels van het Bektaşi-filosofie. Weliswaar veranderde een en ander in de 19de eeuw, maar de stijl is nog altijd herkenbaar. Achter elk huis vind je overigens een mooie achtertuin, een uniek verschijnsel. Het maakt dat de bouwstijl hier is georiënteerd op zowel de stad als het dorp. Je zou misschien beter kunnen spreken van een ‘postmodern’ dorp.
‘Yörük moet je eigenlijk een ‘postmodern’ dorp noemen‘
Tulpia / jaargang 04 / nr 15 59
tekst en fotografie HENK BOOM
tulpia reizen
Serie: in het voetspoor van de prachtlievende
In Eger werd de legende geschiedenis In het vijfde deel van zijn reis in het voetspoor van sultan Kanuni Süleyman (1520-1566) brengt Henk Boom ons in de Hongaarse stad Eger. Daar worden de Turken nog steeds afgebeeld als de meest bloeddorstige barbaren die ooit voet hebben gezet in Hongarije. Tastbare herinneringen aan de gruwelijke strijd László Fodor tussen de resten van wat ooit een hamam was. onder Nog steeds worden in Eger de Turken zo afgebeeld.
zijn nergens te vinden.
V
astberaden staat László Fodor tussen de ruïnes van Valide Szultánma Fürdö in de Hongaarse stad Eger. Ooit was hier een hamam, gebouwd in 1593 en vernoemd naar de echtgenote van sultan Mehmed III. Nu ligt onder een golfplaten dak een troosteloze hoeveelheid stenen. “Vroeger stond hier een huis zonder dat de bewoners wisten wat zich onder hun vloer bevond,” vertelt hij. “Totdat ze de binnenplaats, die gebruikt werd voor de kippen, wat groter wilden maken. Toen vonden ze de restanten van het badhuis.” Hoewel het nog lichtjaren lijkt te duren voordat de hamam in ere kan worden hersteld, twijfelt hij niet aan het nut van volledige restauratie. “Want Turkse baden zijn een weldaad voor de mens,” stelt Fodor vast. Zijn beroep is archeoloog. Als optimist is hij ervan overtuigd dat zijn droom werkelijkheid wordt: een volledig vernieuwd Turks badhuis in zijn woonplaats, 130 km ten oosten van Boedapest. De Hongaarse overheid wil meewerken mits het een museum wordt. De Turkse regering heeft
60 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
geld toegezegd mits de baden in ere worden hersteld. Niemand die verder iets doet, maar László blijft hopen op een wonder. Eigenlijk is het maar vreemd gesteld met het Turkse erfgoed in Eger. De stad werd in 1596 definitief ingelijfd in het Osmaanse Rijk en zou 91 jaar Turks blijven. Eerdere pogingen van het leger van sultan Süleyman om de stad te veroveren, leden schipbreuk. Nadat Boeda (toen nog zonder Pest) in 1541 voor de tweede keer was ingenomen door Süleyman werd Eger de belangrijkste fortificatie van de Hongaren in het nog resterende noorden, dat niet door de Turken was bezet. Een lastige luis in de pels van de Turken. Elf jaar later werd onder leiding van enkele vizieren – Süleyman zelf had even geen tijd – een aanval voorbereid op het fort. Vanaf dat moment werd de legende over de belegering geschiedenis en worden de Turken in Eger nog steeds afgebeeld als de meest bloeddorstige barbaren die ooit voet hebben gezet in Hongarije. De verdediging van de stad was in handen van Ist-
ván Dobó. Volgens de Hongaarse versie had Dobó zo’n tweeduizend mannen en vrouwen tot zijn beschikking om het fort te verdedigen. Buiten de poorten zou een leger hebben gestaan van 80.000 man. Zes weken duurde de belegering. Dobó hield stand. Het Turkse leger werd in de pan gehakt en droop af. Waar of….? László Fodor schudt zijn hoofd. Als archeoloog heeft hij al dertig jaar met handen en schop in de grond van Eger gegraven. Met 8000 doden aan Turkse zijde en 300 doden aan de kant van Dobó zou je toch iets moeten vinden dat op een massagraf lijkt. Niets van dat alles. Hier en daar een paar verminkte skeletten, kennelijk van soldaten die door kanonskogels of zwaardslagen om het leven kwamen. Meer vond hij niet. “Dat betekent dat niet echt kan worden bewezen dat er duizenden mensen bij de belegering om het leven zijn gekomen,” is zijn conclusie. Met die constatering heeft Fodor zich niet echt geliefd gemaakt in Eger. Want als er één stad in Hongarije is waar de Turkse furie nog dagelijks in
‘Optimist László Fodor blijft hopen op een wonder‘ leven wordt gehouden, is het wel hier. In de eerste plaats vanwege de fiere, in brons gegoten István Dobó en zijn paard op het centrale plein. Onder de hoeven van het paard worden de Turkse invallers vertrapt. De ketting rondom het standbeeld is versierd met trofeeën in de vorm van een halve maan. Elke dag weer worden de bewoners en bezoekers van Eger zo herinnerd aan de triomfantelijke overwinning van Dobó in 1552. Veel belangrijker nog is een boek van de Hongaarse auteur Géza Gárdonyi (1863-1922). Zeker geen auteur van wie er dertien in een dozijn gaan. Als medewerker van diverse kranten en getalenteerde schrijver van korte romans werd hij in 1910 Tulpia / jaargang 04 / nr 15 61
Het centrale plein van Eger met het standbeeld van István Dobó. Op de achtergrond het intussen geheel gerestaureerde fort.
Schilderingen op schuttingen verbeelden details uit de roman van Gárdonyi.
toegelaten als lid van de nog steeds prestigieuze Hongaarse Academie van Wetenschappen. In zijn privéleven was hij minder geslaagd. Zijn in 1885 gesloten huwelijk liep in 1892 op de klippen. Daarna trok hij zich terug in Eger, samen met zijn moeder. Daar legde hij de basis voor het populairste boek uit de geschiedenis van Hongarije: ‘Egri csillagok’. In de Engelse vertaling gaat het om ‘Eclipse of the Crescent Moon’. De Duitstalige versie heet ‘Sterne von Eger’. Het boek is een meer dan geromantiseerde versie van de gebeurtenissen in 1552 waarin twee helden, Dobó en springstoffenexpert Gergely Bornemissza, de hoofdrol spelen in hun heroïsche verzet tegen het Osmaanse leger. De uitgeverij portretteert Gárdonyi’s boek als een ‘overtuigende mixture van geschiedenis en fictie’. Het gaat om ‘een Hongaarse literaire klassieker, een stevige favoriet bij volwassenen en kinderen.’ Of, zoals George Cushing in het voorwoord van de Engelstalige editie schrijft: “Het bevat alle ingrediënten voor een goed
hun kanonnen waren afkomstig van de beste smederijen in Europa. Zij hadden enorme hoeveelheden kruit, kanonskogels, geweren en wapens. Hun begeerte naar bloed was duivels’. Het boek van Gárdonyi werd voor het eerst in 1899 gepubliceerd. Drie jaar geleden werd zijn roman door een populair televisieprogramma uitgeroepen tot het meest gelezen boek in Hongarije. Een soort Da Vinci Code. Veel historie maar lang niet altijd correct weergegeven. Je leest er ook zo door heen. Maar dat laat onverlet dat Gárdonyi de toon heeft gezet voor wat nu de officiële geschiedenis is van de Turkse nederlaag in Eger. Elke zichzelf respecterende leraar of lerares gaat minstens één keer per schooljaar met de leerlingen op bedevaart naar Eger. Uiteraard staat daar een standbeeld van Gárdonyi. Het huis van de auteur is een van de meest bezochte woningen in Hongarije. Om de Turkse nederlaag nog eens extra te onderstrepen, zijn er souvenirshops in Eger waar T-shirts en plakplaatjes worden verkocht met af-
62 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
‘Een leger van 80.000 Turken legde het in Eger af tegen 2000 mannen en vrouwen‘ Victoriaans avonturenverhaal voor jongens.” Gárdonyi heeft geen moeite om te overdrijven. Als het Turkse leger Eger nadert, zien de verdedigers volgens de auteur een legermacht van ‘150.000 tijgers met een menselijk gezicht, vernielzuchtige wilde beesten. Misschien zelfs wel 200.000. De meesten van hen waren van kinds af aan getraind in het schieten met pijl en boog en met geweren, in muren beklimmen en in militair leven. Hun zwaarden waren in Damascus gemaakt, hun harnassen waren van Derbend-staal, hun lansen waren gesmeed door meesterlijke handwerklieden in Hindoestaan,
beeldingen van Turkse barbaren en gruweldaden. László Fodor kan er alleen maar zijn hoofd om schudden. “We kunnen nooit aannemen dat wat Gárdonyi heeft geschreven, honderd procent waar is. Het blijft een roman. Hij huldigt het principe dat het fort zo goed werd verdedigd dat de Turken zich wel moesten terugtrekken. Dat schreef hij omdat dát het eindresultaat van zijn boek moest worden. De Turken moesten groot in aantal zijn, de verdedigers weinig, het kasteel groot en toch waren ze in staat om de Turken van het lijf te houden.” Roman of niet, tegen Gárdonyi is geen kruit gewassen, ook niet als je archeoloog bent. Wat Fodor rest, is het herstel van de Turkse baden in een stad waar, voor zover bekend, één moslim woont: een Syrische immigrant. Een 42 meter hoge minaret herinnert aan andere tijden toen Eger nog achttien minaretten telde. Maar het is wel de minaret die overbleef op het noordelijkste punt van wat ooit het Osmaanse Rijk was.
Nieuw boek De kronieken zijn bewerkingen van passages uit het boek van journalist Henk Boom over sultan Süleyman, dat uitgeverij Athenaeum volgend jaar op de markt brengt.
Tulpia / jaargang 04 / nr 15 63
DOOR Kyra Kuitert fotografie Carolien van den Handel
tulpia reizen
Genieten van...
het herfstbos Wat is er nu mooier dan een wandeling te maken als de blaadjes in alle tinten rood, geel en bruin om onze oren vliegen? De geur van paddenstoelen en vochtig hout. In de tweede aflevering van de serie ‘Wandelen met Kyra Kuitert’ gaan we met de trein naar de provincie Utrecht voor een stevige wandeling door het herfstbos. De route voert langs een aantal prachtige landgoederen, waarbij bos, heide en zandverstuivingen elkaar afwisselen.
L
ekker wandelen en treinen zijn een goede combinatie. De NS heeft door heel Nederland 38 wandelroutes uitgezet, uiteenlopend van vier tot meer dan twintig kilometer. Onderweg van station naar station zie je de mooiste stukjes van ons land, van de Limburgse heuvels tot de polders bij Zoetermeer. En uiteraard heeft elk jaargetijde zijn eigen charme. Zo kozen we voor deze herfstperiode een goedgemarkeerde wandeling door een groot bosgebied, die begint bij station Driebergen-Zeist. De wandeling eindigt na veertien kilometer op station Maarn. Dit zal al met al ongeveer drie uur vergen. Desgewenst kun je de route inkorten door na acht kilometer in Austerlitz de bus te nemen. Je kunt de routebeschrijving van de beschreven route downloaden en uitprinten, maar hij is ook verkrijgbaar op de stations Driebergen-Zeist, Utrecht Centraal en Arnhem. Om energie op te doen genieten we, voordat we op pad gaan, van een (h)eerlijke en gezonde maaltijd bij het nieuwe Natuurcafé La Porte op station Driebergen-Zeist. Voor de liefhebbers zijn er onderweg, behalve picknickbanken op mooie plaatsen, nog horecagelegenheden. In Austerlitz 64 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
is café-restaurant De Jonckvrouw, die je alleen al vanwege de naam zou bezoeken. In Maarn bevindt zich vlakbij het station een bakkerij met koffiehoekje en onder het spoor en de snelweg door is een Chinees restaurant. Maar genoeg over de inwendige mens, we gaan aan de wandel! De route is, dankzij de roodwitte markeringen en het kaartje, prima te volgen en al snel komen we bij Landgoed Bornia. Dit landgoed was vroeger bezit van een familie die woonde op de ‘Bornia State’ in Leeuwarden. De naam Bornia betekent grens en was hier toepasselijk, omdat het landgoed op de grens lag van de gemeenten Driebergen en Zeist. In Bornia lopen we zelfs door een stuk duingebied, en dat in Utrecht! We zitten dan ook midden op de Utrechtse Heuvelrug, die zo’n 150.000 jaar geleden tijdens de voorlaatste ijstijd is ontstaan. Hierbij perste het ijs, dat vanaf het noorden tot dit deel van Nederland oprukte, de grond, met dikke lagen zand en grindafzettingen, omhoog tot zogenaamde stuwwallen. De Utrechtse Heuvelrug, die loopt van Huizen in het westen tot Rhenen in het oosten, is er één van. De rug heeft verscheidene ‘toppen’ boven de vijftig meter; de Amerongse Berg is met 68 meter het hoogtepunt.
Al in de ijstijd hebben hier mensen gewoond, wat blijkt uit opgravingen waarbij overblijfselen van nederzettingen en grafheuvels zijn gevonden. Het dorp Austerlitz is genoemd naar de beroemde ‘Pyramide’. Na de slag bij Austerlitz (tegenwoordig Slavkov genoemd) in Tsjechië werd hier door de Fransen in 1804 een piramide gebouwd als eerbetoon aan hun voorbeeld Napoleon Bonaparte. Geïnspireerd door diens veldtocht naar Egypte werd gekozen voor een piramide, bekroond met een obelisk. Vooral als u met kinderen bent is deze unieke plek een omweg waard, er is namelijk een heel grote speeltuin. In Austerlitz lopen we een stuk over De Oude Postweg, één van de 16de-eeuwse postwegen door ons land. Deze postweg vormde ooit de verbinding tussen Amsterdam en Arnhem. In het landgoed Den Treek loop je onder meer langs het voormalige theehuis de ‘Koepel van Stoop’. Tot voor kort werd aangenomen dat de pilaren van dit gebouwtje afkomstig zijn van de voormalige Koopmansbeurs in Amsterdam, maar vermoedelijk betreft het hier kopieën van de zuilen. De statige beukenlanen geven dit gebied een bijzondere charme. Vlak voor Maarn doorkruisen we de zoge66 Tulpia / jaargang 04 / nr 15
NS en LAW wandelpaden
‘De Utrechtse Heuvelrug is een prachtige herinnering aan de voorlaatste ijstijd‘ naamde ‘Koeheuvels’, een open zandverstuiving met heideplantjes en jeneverbesstruiken. Het is een restant van een oorspronkelijk veel groter stuifzandgebied met heide en een eeuwenoude schapencultuur. Doordat het gebied in snel tempo is dichtgegroeid, wordt sinds 1997 geprobeerd het oorspronkelijke open en gevarieerde heide- en stuifzandterrein weer te herstellen. Een van de vele voorbeelden van natuurbehoud in Nederland. Aangezien het herfst is wordt het vroeg donker. Het loopt dan ook al tegen zonsondergang als Maarn in zicht komt. We sluiten de wandeling af met een oer-Hollandse warme chocolademelk met appeltaart bij de bakker. Met rozige wangen verlaten we het etablissement en wachten op de trein die ons naar huis brengt. Intussen kunnen onze voeten genieten van een welverdiende rust.
Op de website www.eropuit.nl staan alle NS wandelingen met informatie over de stations die begin- en eindpunt zijn, het soort landschap, de lengte van de route en eventueel aanvullend vervoer. www.eropuit.nl. NS heeft de meeste wandelingen uitgezet in samenwerking met het Wandelplatform-LAW (Lange-Afstand-Wandelpad). Het wandelplatformLAW is een koepelorganisatie die de belangen van de recreatieve wandelaar behartigt en het landelijke wandelnetwerk van doorgaande wan delroutes in Nederland coördineert. Dit netwerk bestaat uit circa veertig langeafstandsroutes met een totale lengte van ruim zesduizend kilometer. Zowel officiële Lange Afstands Wandelpaden (LAW’s) als Nationale Streekpaden en Themapa den maken deel uit van dit netwerk. Een LAW is een doorgaande route van A naar B terwijl streekpaden en themapaden een rondwandeling vormen. Alle paden zijn beschreven in gidsen. Ze zijn goed gemarkeerd met roodwitte tekens op bomen, lantaarnpalen of speciale paaltjes. Als je goed oplet zul je deze tekens zeker her en der in het land gaan ontdekken. www.wandelnet.nl.
De beschreven wandeling loopt een stuk over het Trekvogelpad (LAW 2). Dit pad is in 1999 ontstaan ter gelegenheid van het 100-jarig bestaand van de Vogelbescherming Nederland. Zo wordt ruime aandacht besteed aan de vogels die in de verschillende gebieden gezien kunnen worden. De route voert van Bergen aan Zee aan de Noordzee naar Enschede, vlakbij de Duitse grens. Het totale pad heeft een lengte van 380 kilometer. www.
trekvogelpad.startpagina.nl Over de auteur Kyra Kuitert studeerde landschapsarchitec tuur en heeft een passie voor wandelen. In een serie artikelen neemt ze je mee op ontdekkingsreis door het Nederlandse landschap.
Tulpia / jaargang 04 / nr 15 67
Gaat u voor uzelf beginnen? Controleer of u op fiscaal gebied klaar bent voor de start Kijk op belastingdienst.nl/starters Gaat u voor uzelf beginnen? Controleer of u op fiscaal gebied klaar bent voor de start Gaat u voor uzelf beginnen? Gaat uzelf beginnen? Kijk u opvoor belastingdienst.nl/starters Controleer of u op fiscaal gebied klaar bent voor de start Controleer of u op fiscaal gebied klaar bent voor de start Kijk op belastingdienst.nl/starters Kijk op belastingdienst.nl/starters
24_OND_251x292_Tulpia.indd 1
5624_OND_251x292_Tulpia.indd 1
24_OND_251x292_Tulpia.indd 1
30-11-09 1
30-11-09 10:14
30-11-09 1