Helden achter straten
Willem van Oranje
Onderzoek
leefsituatie Turken in amsterdam
Wandelen van Zandvoort naar Istanbul
Twee werelden één blad
Studies en glansrijke carrières Popstar Atİye Denİz Het idool van de jongeren Jaargang 4 • Nr 13 sept/okt 2009 • € 4,95
Etno Career - Check point voor kleurrijk talent Het trainingsinstituut Stichting Helpdesk en het uitzendbureau Etno Career werken samen om voor hoger opgeleide professionals te bemiddelen op de arbeidsmarkt. In de loop der jaren hebben wij onze expertise geoptimaliseerd en we beschikken over een groot aanbod aan kleurrijk talent. Als werkgever en/of als professional bent u bij ons aan het goede adres voor de volgende diensten:
www.etnocareer.nl info@etnocareer.nl Krelis Louwenstraat 1-3 1055 KA Amsterdam Tel. 020 - 5840300.
2
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
• • • • •
Werving & selectie Training & advies in intercultureel management Detachering Coaching en mentoring Inburgering en beroepsopleiding
Bent u als werkgever ook op zoek naar hoog opgeleid talent met kleur, of als kleurrijke professional op zoek naar de juiste werkgever? Neem dan contact op met Etno Career voor de volgende functies: • Accountancy • Beleidsmedewerker • Financieel medewerker • Manager • NT docenten • P&O medewerker • Projectmedewerker
AAN DE SLAG MET BUITENLANDSE ArBEIDSkrAchTEN. hOE ZIT DAT? Werkt u met buitenlandse arbeidskrachten? Let dan goed op.
Zij mogen hier alleen aan de slag met de juiste papieren. U bent verplicht dit te controleren. Controleer uw situatie op www.weethoehetzit.nl
vOOrkOM prOBLEMEN Dit is een initiatief van het ministerie van SZW in samenwerking met de Belastingdienst.
WEE T hOE hE T ZIT.NL Tulpia • ja argang 04 • nr 13
3
In deze editie focus
Studies en glansrijke carrières 28 Studeren en carrière 30 Opbloeien bij een topwerkgever 32 Levenshouding als instrument voor succes 33 Carrière maken aan de Bosporus 35 Mensen virtueel bij elkaar brengen 38 I have a dream 42 Turkse muziek is een cultureel mozaïek 44 Van ontheemde migrant tot bijzonder hoogleraar
4
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
tulpia actueel 08 KISA KISA 09 Onderzoek: Amsterdamse Turken
leven in isolement
brussels lof 16 Een droom die al vijftig jaar
voortduurt 19 Turks EU-lidmaatschap in moeilijk
vaarwater 21 De lusten en de lasten van de EU 16 22
coverstory 22 Popstar: Atiye Deniz
Geboren om twee werelden dichter bij elkaar te brengen
reizen 48 Mijn reis naar Diyarbakır, Mardin
en Hasankeyf
tulpia divers 54 Dromen en laten dromen
in Delfshaven 57 U geeft een toekomst aan meisjes
in lentebloesem 59 Stap voor stap van Zandvoort
48 54
naar Istanbul 64 In het voetspoor van de prachtlievende:
Dronk de sultan Turkse of Griekse koffie? 67 Servicepagina
Columns 13 Jean Tillie: Etnische organisaties 47 Meryem Kanmaz, Bij de buren:
Türkiye, here we come! 63 Süleyman van den Broek
Quo vadimus
59 64
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
5
Rubriek serie - helden naam achter straten
Dagelijks kom je ze tegen. Pleinen, bruggen, straten en parken zijn naar hen vernoemd: de Nederlandse helden aller tijden, maar weet u wel wie ze eigenlijk zijn? Willem van Oranje, Spinoza, Erasmus, Rembrandt, Johan van Oldenbarneveldt, Michiel de Ruyter of Joost van den Vondel? In deze nieuwe rubriek “Helden achter straten” wekt Tulpia ze opnieuw tot leven. De aftrap is gewijd aan de “Vader des Vaderlands”, zonder wie Nederland misschien nooit zou hebben bestaan.
Willem van Oranje (1553 - 1584) Vader des Vaderlands
Standbeeld van de “Vader des Vaderlands” op ’t Plein tegenover de Tweede Kamer in Den Haag.
Fotografie tulpia media team De “Vader des Vaderlands” wordt hij terecht genoemd, maar anderen en met name de Spaanse koning Filips II, aan wie hij trouw gezworen had, noemden hem “De pest van de gehele Christelijkheid en de vijand van het menselijk geslacht”. Zijn bijnaam was “Willem de Zwijger” maar hij stond bekend om zijn wel bespraaktheid, zijn plezier in lange discussies en zijn vermogen om mensen voor zijn stand punten te winnen. Hij is de belichaming van Nederland, maar was van geboorte een alloch toon en er wordt betwijfeld of hij ooit iets an ders gesproken heeft dan Duits of Nederlands doorspekt met tal van Duitse woorden. Niet voor niets zingen wij als eerste regels van ons volkslied nog altijd “Wilhelmus van Nassauen ben ik van Duitschen bloed.” Een immigrant dus, maar dan wel een die we tegenwoordig volledig vereenzelvigen met alles waar onze natie voor staat. Veel Nederlandser dan Willem van Oranje kun je immers niet zijn. Willem wisselde vrij makkelijk van religie, werd geboren als lutheraan, ging over tot het katholicisme toen dat hem het beste uitkwam en daarna weer tot het lutheranisme. Een man dus van tegengestelden, maar vóór alles een vurig pleitbezorger van godsdienstvrijheid. Die vaste overtuiging brengt hem mede in botsing met de verre heerser in Spanje die hier in Ne derland uiteindelijk de dienst uitmaakte. To lerantie daar stond hij voor en laat dat nu een van de belangrijkste eigenschappen zijn waar Nederlanders zich nog altijd op beroemen! Willem van Oranje werd op 23 april 1553 in het Duitse Dillenburg geboren. Zijn vader was Graaf Willem van Nassau en zijn moeder Juli
6
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
ana van Stolberg. Op 11 jarige leeftijd erft hij van zijn oom René van Châlons de titel prins van Oranje en al diens landgoederen in de Ne derlanden. Keizer Karel de vijfde liet Willem naar Brussel komen voor een goede opleiding en deed hem trouw zweren aan het katholicisme. Hij leerde in Brussel goede, beter “Hoofse” ma nieren, talen waaronder Latijn, Frans, Spaans, Italiaans en wat Nederlands. Ondertussen was hij bij keizer Karel in de gunst gekomen. Tus sen Karel’s opvolger, de fanatieke en vrome ka tholiek Filips II en de prins van Oranje, boterde het echter totaal niet. De Spanjaard was uiterst stroef in de omgang en negeerde bovendien steeds vaker Oranje’s adviezen, waar die van zijn kant weer niet al te sportief op reageerde. Boven alles wilde Filips de bloedige jacht op de protestante ketters in de Nederlanden met alle kracht en met inzet van de gevreesde en wrede Spaanse Inquisitie doorzetten. Willem pleitte voor tolerantie en verdraagzaamheid maar tevergeefs. Bij de eerste Spaanse gruweldaden protesteerde Willem niet, en men zegt wel dat dat hem de bijnaam “Willem de Zwijger” ople verde. Al spoedig werd het hem echter teveel en in 1566 kwam het tot een breuk met de Spaanse koning; de Nederlandse opstand was geboren. Willem streefde naar eendracht tussen de pro testanten en katholieken om onder het Spaanse juk uit te komen en koos ondubbelzinnig par tij tegen Spanje en voor de Nederlanden. Hij bracht legers op de been die niet veel konden beginnen tegen de Spaanse veldheer Alva en vluchtte naar Enkhuizen en later het land uit. Oranje bekeerde zich, daartoe aangezet door
politieke belangen, weer tot het Lutheranisme en groeide uit tot de morele leider van Holland en Zeeland. In 1579 weet de prins de Unie van Utrecht tot stand te brengen een bond van de Noordelijke provincies tegen het dreigende ge vaar uit het zuiden. In het verdrag wordt o.a. bepaald dat niemand vervolgd mag worden vanwege zijn geloofsbeleving, een primeur in de Europese geschiedenis. Dan gaat Willem zo ver de Fransen te vragen de soevereiniteit over Nederland te aanvaarden, een klap in het ge zicht van zijn wettige koning Filips II. “Hoog verraad” vindt de Spanjaard en zet een prijs op Oranjes hoofd. Na diverse aanslagen lukt het Filips’ vertrouweling Bathasar Gerards, Oranje in het Prinsenhof te Delft dood te schieten. Een politiek-religieuze moord. Gerards wordt voor zijn daad met onbeschrijfelijke folteringen te rechtgesteld. Willem is nu een symbool gewor den en de “Vader des Vaderlands”. Zijn laatste woorden: “God heb medelijden met mij en met mijn arme volk”.
top 10 Grote Nederlanders aller tijden Wij roepen de lezers van ons tijdschrift en de bezoekers van onze website op, om zelf hun top tien van grote Neder landers aller tijden naar ons toe te sturen. Uiteindelijk stelt de redactie daaruit de top 30 samen. Stuur uw lijstje naar: Redactie Tulpia, Postbus 56822 1040 AV Amsterdam of mail het naar ons: redactie@tulpia.nl
Twee werelden één blad
Helden
Colofon TULPIA Jaargang 4 • Nr. 13 september/oktober 2009
De vakantie is voorbij, de scholen zijn weer begonnen en er worden weer zaken gedaan. Ook in de zomermaanden hebben wij hard gewerkt, onder andere om dit nummer te maken en onze website te vernieuwen. Tevens hebben wij voorbereidingen getroffen voor promotieactiviteiten op de Turkse televisie zoals Star TV, Kanal D. Daarnaast zal Tulpia acte de présence geven op de jongeren portals hababam.nl, turkse-studenten.nl en turkije.startpagina.nl.
Hoofdredactie Tuncay Çinibulak (hoofdredactie@tulpia.nl) Redactie Miriam van Coblijn, Erhan Gürer, Sonja Havermans, Suzan Koçak, Kyra Kuitert (redactie@tulpia.nl) Eindredactie Frans Jeursen Correspondentie Marc Guillet Grafische vormgeving Ingrid Scheinhardt Aan dit nummer werkten mee Ahmet Azdural, Süleyman van den Broek, Yusuf Deniz Çinibulak, Meryem Kanmaz, Kyra Kuitert, Raymonde Mayland, Uğur Pekdemir, Mehmet Soytürk, Jean Tillie Foto’s Slawomira Kozieniec, Marius Roos Sabri Varan, André van Velzen, Tulpia Media Team Vertegenwoordiging in Turkije Yusuf Deniz Çinibulak (Istanbul) istanbul@tulpia.nl Correspondentie Postbus 56822 1040 AV Amsterdam E-mail: info@tulpia.nl Tel: +31 (0)20-337 64 90 / 222 19 82 Uitgever Sakine Güzeldere Uitgeverij Tulpia Media De rubriek ‘Brussels Lof’ is mede mogelijk gemaakt door een subsidie van het Europafonds.
In dit nummer stellen wij weer tal van interessante onderwerpen aan de orde en introduceren de nieuwe rubriek “Helden achter straten”. Daarin worden markante personen uit de Nederlandse geschiedenis weer tot leven gewekt. In het kader daarvan stellen wij ook een top 30 van grote Nederlanders aller tijden samen. U kunt daarover meebeslissen. Geef uw top 10 aan ons door en kijk voor meer informatie op onze website. Deze keer is het coververhaal gewijd aan popstar Atiye Deniz, het idool van jongeren. Deze halfbloed-dame heeft met haar Turks-Westerse muziek en dans in rap tempo de harten en de zielen van de Turkse jongeren in heel Europa en Turkije veroverd. Onze fotograaf Sabri Varan reisde van mei tot september kris kras door Turkije en kwam terug met interessante fotoreportages over mensen, bijzondere landschappen en nog onontdekte gebieden. In dit nummer voert hij ons mee naar het zuidoosten van Turkije, de bakermat van Oosterse en Westerse culturen. Naast dit al brengen wij een reisverhaal over een voettocht van Zandvoort tot in Istanbul. Onze nieuwe medewerkster Kyra Kuitert liep mee met wandelaar Sedat Çakır en maakte een reportage van een worsteling met de natuur die 105 dagen duurde. Tulpia Focus staat dit keer helemaal in het teken van studeren en carrière. Welke studies, banen en bedrijven zijn favoriet? Studenten en professionals vertellen hun eigen succesverhalen. Last but not least brengen wij de resultaten van een speciaal onderzoek, dat in opdracht van Tulpia uitgevoerd werd door het Amsterdamse onderzoeksbureau O+S. Onderwerp is de leefsituatie van Turken en andere allochtonen in Amsterdam. Met gepaste trots delen wij u nog mede dat u Tulpia voortaan om de twee maanden op de deurmat kunt verwachten. Wij verhogen de verschijningsfrequentie van vier naar zes nummers per jaar. Zo hopen wij u vaker en nog beter te kunnen informeren over de actuele ontwikkelingen hier in Nederland en in Turkije.
© Tulpia 2009
Geniet nog van het mooie weer en van dit nummer zou ik tenslotte nog willen zeggen. Misschien zien we elkaar tijdens de lezersdag van Tulpia op donderdag 24 september. Geef u daarvoor op via onze website of door een mail te sturen aan redactie@tulpia.nl
Coverfoto: Atiye Deniz
Tuncay Çinibulak, MA Hoofdredacteur
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt via internet, door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever of auteursrechthebbende.
Helden achter straten
Willem van oranje
Onderzoek
leefSituatie turken in amSterdam
Wandelen van Zandvoort naar Istanbul
StudieS en glanSrijke carrièreS PoPStar atİye denİz Het idool van de jongeren
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
7
tulpia aCtueel
KISAKISA 24 september: Lezersdag Tulpia
Op donderdag 24 september tussen 19.00 -21.00 uur organiseert de redactie van Tul pia een lezersdag op het redactiekantoor aan de Slotermeerlaan 69, 1064 HA Amsterdam. Lezers van Tulpia kunnen kennis maken met de mensen achter het blad. U wordt uitgeno digd ons redactiekantoor te bezoeken en uw bevindingen met ons te delen. Als aandenken ontvangt u van ons een klein geschenk. Geef u op via: redactie@tulpia.nl
Seminar exportkredietverzekering
Op 29 september a.s. vindt een seminar plaats over exportkredietverzekering, het gaat daar bij om het verzekeren van betalingsrisico’s exporttransacties en investeringen in het bui tenland. De bijeenkomst vindt plaats op het kantoor van Atradius DSB in Amsterdam. Voor bijwonen en vragen, Monique Duns: 020-553 2329, monique.duns@atradius.com. Handelsreis naar Turkije
Sluit je aan!
Tulpia biedt zijn lezers en contacten de moge lijkheid om zich aan te melden voor ons net werk. Dat kan via Facebook, Hyves en Linked In. Meer hierover en voor aanmeldingen zie www.tulpia.nl Werf abonnees voor Tulpia!
Tulpia start een campagne om zijn abon neeaantallen te verdubbelen. Aan nieuwe abonnees geven wij flinke kortingen en ge schenken. U kunt Tulpia cadeau doen en een geschenk ontvangen, maar u kunt ook actief abonnees werven. Neem in dit geval contact met ons op om de voorwaarden te bespreken. Contact: Selma Salome, 020-337 6490. sales@tulpia.nl
Tussen 11 en 17 oktober gaat een handelsde legatie onder leiding van EZ- staatssecretaris Frank Heemskerk naar Turkije. De handels missie betreft het Tuzla gebied en bestaat uit twaalf bezoeken aan bedrijven voornamelijk aan scheepswerven en ontwerpbureaus. Voor ondernemers die nieuwe kansen willen creë ren en willen inspelen op nieuwe markten, is deelname aan deze economische missie zeer aan te raden. In korte tijd krijgt u door een op maat gesneden programma een goed inzicht in de mogelijkheden die de Turkse markt u biedt. Hierin staan matchmaking en infor matie over de praktijk van het zakendoen met Turkije centraal. Info: Angélique Uding: 070-778 8371. www.evd.nl/evenementen
Tulpia op Turkse televisiezender
Handelsreis uit Turkije
In de maanden september en oktober zijn de commercials van Tulpia wekelijks te zien op de Turkse televisiezenders Euro Star en Euro D. Deze zenders zijn in heel Nederland te ontvangen. De commercials zijn bijvoorbeeld te zien bij Ibo Shov, bij de Turkse televisiese ries Yaprak Dökümü, Aşk-ı Memnu, Küçük Kadınlar en Bir bulut olsam.
In opdracht van de EVD ontvangt Phaff Export Marketing tussen 8 t/m 13 oktober 2009 een handelsdelegatie uit Turkije. Deze bestaat uit eigenaren van grote tuinbouwbe drijven en van bedrijven die niet actief zijn in de glastuinbouw maar plannen hebben om er in te investeren. Tijdens deze reis maken de Turkse gasten kennis met de Nederlandse glastuinbouw in de meest brede zin van het woord. De kosten voor deelname aan deze reis bedragen 75 euro. Contact: Ir. Jan Doeksen: 0321 387 935, jd@phaff.com Seminar duurzame energie Turkije
SenterNovem en EVD organiseren op 30 sep tember een seminar over duurzame energie in Turkije en over de kansen die het Neder landse bedrijfsleven op dat vlak heeft. De hoge economische groei tussen 2002 en 2007 heeft laten zien dat Turkije niet zonder ener gie kan. Jaarlijks geeft Turkije 40 miljard dol lar uit aan olie, gas en elektriciteit. Er is een steeds grotere vraag naar duurzame energie en energie-efficiency. Tijdens de interactieve
8
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
bijeenkomst delen experts hun kennis en er varing opgedaan in Turkije met elkaar. Van der Valk Hotel Den Haag-Nootdorp. Contact: Menno Ouwerkerk, 070-778 81 37, ouwerkerk@evd.nl Meld je aan voor Turkey Trade Award
Op 15 december 2009 organiseert NETUBA, Netherlands Turkey Business Association i.s.m. ING, FME-CWM en Fenedex, voor de vijfde maal de uitreiking van de Turkey Trade Award. Deze prijs wordt één keer in de twee jaar uitgereikt en wordt toegekend aan een bedrijf of persoon die op een opmerkelijke en bijzondere wijze heeft bijgedragen aan de handels- en/of investeringsrelatie tussen Nederland en Turkije. NETUBA wil de acti viteiten van Nederlandse bedrijven die zich hebben onderscheiden onder de aandacht brengen. De competitie staat open voor zowel kleine en middelgrote als grote internationale bedrijven. Meedoen? Marian Reijnen: mreijnen@nchnl.nl. Aanmelden kan tot uiterlijk 19 oktober 2009. Dchter Kemal Özer overleden
Kemal Özer is één van de belangrijkste he dendaagse Turkse dichters, en overleed 75 jaar oud op 30 juni in Istanbul. In Nederland werd hij in 1982 bekend dankzij Poetry Inter national waar hij met zijn melodieuze voor dracht veel indruk maakte op het publiek. Adriaan van Dis schreef hierover: “Toen Kemal Özer zijn gedichten las, renden zijn landgenoten opgewonden naar het podium. Al las hij over verheven zaken, het feit dat hij daar in een voor hen vertrouwde taal op een podium sprak, vervulde vele Turken toen met zichtbare trots. Een trots die even later door alle aanwezigen gedeeld werd. Uit zijn ge dichten spreekt ontegenzeggelijke kwaliteit; vooral zijn metaforen uit de handarbeider wereld verrassen’’. Het werk van Kemal Özer hoort bij twee van de belangrijkste stromingen in de Turkse po ëzie: “de Tweede Nieuwen” en later het “Soci aal Realisme.” Behalve poëzie publiceerde Kemal Özer ook kinderboeken, essays en interviews met kun stenaars, en vertaalde hij literaire werken in het Turks, onder andere ook van Pablo Ne ruda. Hij heeft verschillende prijzen gekregen en zijn werk is in vele talen vertaald.
Amsterdamse Turken leven in isolement Het Amsterdamse onderzoeksbureau O+S onderzocht in opdracht van Tulpia de leefsituatie van de Amsterdammers. Er werd gekeken naar woonsituatie, migratie, beroepsbevolking, werkloosheid, opleiding, geestelijke gezondheid, tevredenheid met het Amsterdamse bestuur en naar de verbondenheid van allochtone Amsterdammers met hun stad. Hieronder een aantal opmerkelijke resultaten uit het rapport.
Door Tuncay Çinibulak en Frans Jeursen
Het aantal gemengde vriendschappen onder de Amsterdamse Turken is de afgelopen vier jaar dramatisch teruggelopen, blijkt uit het recente onderzoek van het onderzoeksbureau O+S, in opdracht van Tulpia. In 2004 had 63% van de Turkse Amsterdammers nog eens gemengde vriendengroep, terwijl dit percen tage in 2007 gezakt bleek naar 44%. De daling bij Marokkanen en Surinamers was minder groot, respectievelijk 10 en 15%. Van alle et nische groepen hebben de Turken het minst vaak contact met hun buren. 14% heeft bij voorbeeld zelden of nooit contact, terwijl dit percentage bij de Surinaamse Amsterdam mers 12% is en bij de Marokkaanse Amster dammers maar 9%. 80 70 60 50 40 30 20 10 0
70
55
63
44
62
Een ander onderwerp dat het O+S heeft on derzocht is de segregatie of het gevoel onder allochtone Amsterdammers gediscrimineerd te worden. Bij 49% van de Turken is dat het geval bij 38% van de Surinamers en bij 52% van de Marokkanen. Naar eigen zeggen heb ben de Amsterdamse Turken het meest te lij den van verbaal geweld op straat (31%). Van alle etnische groepen voelen Marokkanen zich het vaakst gediscrimineerd, voorname lijk in de media en dan in 91% van de gevallen vanwege hun etnische achtergrond. Die laat ste hebben bovendien vaker dan de Turken (66% tegenover 44%) de indruk dat hun re ligie bij de slechte behandeling een rol speelt. Wel is het beeld dat de Amsterdammers van
52
60
‘52% van de Marokkanen voelt zich gediscrimineerd, 49% van de Turken en 38% van de Surinamers.’
67 2004 2007
Surinamers
Turken
Marokkanen Overige niet-westerse allochtonen
Percentage Amsterdammers met gemengde vriendengroep
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
9
120 100
17
80 60
7 19
19
32
39
29
32
29
31
40 20
7 19
55
74
75 49
hoog middelbaar laag
40
30
0 Surinamers
Turken
Marokkanen
Overige Westerse allochtonen
Westerse allochtonen
Autochtonen
Etnische groepen naar opleidingsniveau, 2007
de Turken en de Surinaams stadsgenoten hebben in de laatste vier jaar iets positiever geworden: (1%). Opleidingsniveau
Als wij kijken naar het opleidingsniveau, dan valt op dat driekwart van de Amsterdamse Turken en Marokkanen een lage opleiding heeft (resp. 74 en 75%) Slechts 7% van beide groepen volgde hoger onderwijs. Bij Surina mers is dat beter met respectievelijk 55 en 17%. Autochtonen verkeren in de beste posi tie met ‘slechts’ 29% laag- en 41% hoog op geleiden. Dat laatste beeld zien we ook bij de Westerse allochtonen. Kinderen van allochtone Amsterdammers krijgen vaak een laag schooladvies en zij sco ren bij de Cito-toetsen ook veel lager dan de nakomelingen van autochtone Amsterdam mers. Allochtone kinderen komen onder het stedelijk gemiddelde van 537 punten waar au tochtone kinderen met 541 punten ruim 4% boven zitten. De adviezen met betrekking tot welke school na het basisonderwijs gevolgd zou moeten worden, weerspiegelen deze si tuatie. Ruim een kwart (28%) van de Turkse kinderen krijgt te horen dat ze het best naar het Vmbo kunnen gaan, terwijl dat onder autochtonen 10% is. Autochtonen worden in 33% van de gevallen verwezen naar het VWO, maar bij Turken is dat slechts 6%. Ongeveer een kwart van de Turkse, Marokkaanse en Surinaamse kinderen verlaat bovendien voortijdig de school. Werkloosheid
Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat in 2007/2008, 15% van het totaal aantal Am sterdamse Turken werkloos was. (20% hier
10
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
van is vrouw en 12% man). In aantallen uit gedrukt gaat het hier om 3830 mensen. (Het percentage ligt waarschijnlijk nu veel hoger door de economische crisis). Bij Marokka nen en Surinamers kwam dat in 2007/2008 respectievelijk uit op 20% (6449 mensen) en 12% (4356). Onder autochtonen was de werk loosheid echter in totaal niet hoger dan 4% (9612 mensen) een duidelijk contrast met de andere groepen.
‘13% van de Turken tussen 25 en 34 jaar is werkloos en 23% van de Marokkanen tussen 20 en 24 jaar.’
Autochtonen Antilliaans Turks
26% 39%
Surinaams Marokkaans
17% 3% 15%
Werkloosheid onder Amsterdammers, juli 2008
Verdeeld naar stadsdelen, leven de meeste geregistreerde werkloze Turkse Amsterdam mers in Geuzenveld-Slotermeer (18%), ge volgd door Amsterdam Noord (13%) en Bos en Lommer (13%). Marokkanen scoren in de drie laatstgenoemde wijken 15, 11 en 11%. De meeste werkloze Surinamers (35%) huizen zoals te verwachten in Amsterdam Zuidoost. Het merendeel van de werkloze Turken en Ma rokkanen heeft slechts basisonderwijs genoten. Onder de Turkse Amsterdammers is de groot ste groep werklozen te vinden in de categorie tussen 25 en 34 jaar (13%), terwijl dat bij de Ma rokkanen de groep tussen 20 en 24 (23%) is.
‘Allochtone kinderen scoren bij de Cito-toets lager dan autochtone kinderen en krijgen vaak een laag school advies.’
% 100
15
14
10
10
7
7
85
86
88
89
92
93
80 60 40 20
loondienst eigen bedrijf werkt mee in eigen bedrijf
0 Autochtonen
Westerse allochtonen
Turken
Overige niet-westerse groepen
Marokkanen
Surinamers/ Antillianen
Aandeel ondernemers in Amsterdam van de werkzame beroepsbevolking, 2007
Ondernemerschap
Geestelijke gezondheid en religie
In Amsterdam is het grootste deel van de werkzame beroepsbevolking (87%) in loon dienst, maar er is ook een aanzienlijke groep met een eigen bedrijf (13%). In 2006 telde de hoofdstad 67.000 ondernemers. Eén op de drie ondernemers is buiten Nederland gebo ren, evenals vier van de tien starters. Het aan deel zelfstandige ondernemers is het hoogst onder autochtonen (15%) en Westerse alloch tonen (14%). Turken en overige Niet-Westerse allochtonen scoren 10%. Van de werkende Marokkaanse en Surinaamse Amsterdam mers is slechts 7% ondernemer.
Opmerkelijk is dat in het verleden (2003) van alle groepen Turkse vrouwen tussen 20 en 64 jaar het vaakst een beroep deden op de ste delijke geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Met 54 op de 1000 inwoners staken ze ver uit boven de Surinaamse- en de Marokkaanse vrouwen, die beide op 40 promille stonden. Onder de mannen kwamen de Turken met 31 promille na de Marokkanen ( 36 promille), terwijl de score bij autochtone mannen onder de 20 promille bleef. Daarbij komt dan nog dat inwoners van Turkse en Marokkaanse afkomst verhoudingsgewijs minder snel hulp inroepen dan anderen. Landelijk gezien doen Surinamers even vaak als Turken (alle bei 22 promille) een beroep op de geestelijke gezondheidszorg. Mensen uit overige nietWesterse landen doen dat met 71 promille het vaakst.
Huisvesting
Van de Amsterdamse Turken heeft 16% een koopwoning. Bij de Marokkaanse Amster dammers ligt dit percentage veel lager en wel op 6% en bij de Amsterdamse Surinamers op 18%. Als we kijken naar het aantal Amster damse Turken dat in een sociale huurwoning leeft, komen we op 74%. Dit percentage is bij de Marokkanen veel hoger, namelijk 86% en bij de Surinamers 74%. % 100
17
15
75
74
Verbondenheid
Het O+S heeft ook de maatschappelijke par ticipatie en de verbondenheid met de stad onder allochtone Amsterdammers in cijfers
5
15
16
70
68
80 60 40
86
20 0
9 Surinamers
11 Turken
‘74% procent van de Turken, 86% van de Marokkanen en 75 % van de Surinamers woont in een sociale huurwoning. ’
8 Marokkanen
15 Antillianen
16 Overige niet-westerse allochtonen
25
31
41
44
30 Westerse allochtonen
26
particuliere huurwoning sociale huurwoning koopwoning
Autochtonen
Hoofdbewoner: soort verhuurder of eigenaar woning in 2008
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
11
uitgedrukt. 78% van de Turken voelt zich ver bonden met Amsterdam en nog eens 68% met de Amsterdammers. Marokkanen hebben ook veel op met de stad en haar bewoners: respectievelijk 82 en 64%. Bij de Surinaamse Amsterdammers liggen de percentages hoger. Van hen voelt 87% verbondenheid met Am sterdam en 68% met de bewoners. Bij autoch tone Amsterdammers voelt 91% een band met Amsterdam en 76% met hun stadgenoten.
Marokkaanse Amsterdammers scoren het hoogst (74%) wanneer het gaat om het belang dat zij hechten aan hun religie. Bij de Turkse Amsterdammers is dit percentage 64% en bij de Surinaamse Amsterdammers 62%. De re ligie speelt bij autochtonen slechts in 25% van het aantal gevallen een rol van betekenis. Dit onderzoek is kosteloos te downloaden via www.tulpia.nl
‰ vrouwen in Amsterdam
‰ mannen in Amsterdam
0-19 jaar
20-64 jaar 65 jaar e.o.
0-19 jaar
20-64 jaar
65 jaar e.o. Amsterdam Nederland
Antillen Suriname Marokko Turkije Over. niet-Westers land Westers land Nederland
15 12 6 9 15 7 17
35 40 40 54 42 14 28
17 29 4 13 24 10 29
24 14 10 10 16 10 28
32 27 36 31 30 9 19
21 31 9 14 20 8 23
29 27 25 29 29 11 24
17 22 21 22 71 7 20
% onbekende herkomst
41%
52%
58%
41%
53%
55%
52%
36%
Totaal
22
62
63
31
46
47
48
32
‰ totaal
‰ totaal
Cliënten met GGZ per 1.000 inwoners naar land van herkomst, leeftijd en geslacht, 2003
Geuzenveld-Slotermeer populair onder Turken De Turkse gemeenschap in Nederland telt rond 400.000 zielen. In 2008 woonde bijna 10 procent hiervan, te weten 38.913 personen, in Amsterdam. Uit het onderzoek van het O+S. blijkt dat 31% van het totaal aantal Amsterdamse Turken tussen de 0-18 jaar is, 60% tussen 18 en 55 jaar en 9% tussen 55 en 85+. De cijfers laten zien dat de eerste generatie “gastarbeiders” flink geslonken is en dat de Turkse gemeenschap in Amsterdam een gezonde beroepsbevolking heeft.
Autochtonen Antilliaans Turks
30,3 44,4
Marokkaans Overige
10,7 Als we kijken naar het aandeel van Turken in de totale Amsterdamse bevolking 747.290, komen ze met 5,2 % na Surinamers (9,2%) en Marokkanen (9,0%) op de derde plaats. Het aantal Turkse Amster dammers is in de afgelopen vijf jaar licht toegenomen en wel met 4%. Volgens de prognoses van het O+S zal de stijging de komende decennia minder hard gaan. Het aantal Turken zal in 2030 gegroeid zijn tot 5,6 %, een stijging van 0,4%. Migratie Tussen 2004 en 2008 vertrokken 1565 Turken uit de hoofdstad, waar van de helft naar het buitenland (791). Omdat personen niet verplicht zijn te melden waarheen ze emigreren, is het niet bekend in welk land zij zich gevestigd hebben. Van de overige verhuisden er relatief veel naar Zaandam (135), Almere (124) en Haarlemmermeer (80). De rest (515), is vertokken naar andere plekken in Nederland. In 2007 verhuisden er relatief veel Turken uit stadsdeel Amsterdam Noord (55), Watergraafsmeer (53) en Zeeburg (39). In het stadsdeel Centrum kwamen er 28 Turken bij, in Zuideramstel 26 en in Zuidoost
12
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
Surinaams
7,5 5,6 1,5
Bevolking naar herkomstgroepering, in 2030
11. Het stadsdeel Geuzenveld -Slotermeer telt op dit moment met 18% de meeste Turkse bewoners op de voet gevolgd door Amster dam Noord (13 %) en Bos en Lommer (12%). In 2004 vestigden 667 Turken zich vanuit het buitenland in de stad. Vorig jaar was dat aantal gestegen naar 685. Bij de Marokkanen zien we een sterke teruggang van 1039 in 2004 tot 604 vorig jaar. Deze trend geldt ook in mindere mate voor de Surinamers. In vier jaar zakte de immigratie van Surinaamse Amsterdammers van 836 naar 630 mensen. Daar tegenover staat bijna een verdubbeling van het aantal Britten (1206) en een viervoudiging van het aantal Indiërs (719). Het aantal nieuwe Amsterdammers uit Bulgarije steeg van 55 tot 820 van Roemenen van 99 tot 511.
Column
JEAN TILLIE • Hoogleraar
Etnische organisaties: zegen of struikelblok voor de integratie?
V
eel mensen kijken altijd wat argwanend naar etnische vrijwilligers organisaties. Die zouden de integratie belemmeren omdat leden van zulke organisaties zich afkeren van de Nederlandse samen leving en zich alleen maar bezighouden met de eigen etnische groep. Het omgekeerde is echter het geval. Etnische organisaties bevorderen de integratie juist. Hoe komt dat? Niet alleen burgers, maar ook overheden kunnen zich parasitair gedra gen. Politici en ambtenaren kunnen laks zijn en hun particuliere belang laten prevaleren boven het algemene belang. In zo’n situatie vullen autoriteiten en beleidsmedewerkers hun eigen zakken en dragen ze maar weinig bij aan het realiseren van collectieve doeleinden en het leveren van publieke diensten. Dat alles resulteert in een overheid die inefficiënt en corrupt is. Vrijwilligersorganisaties daarentegen kunnen in een democratische context vaak efficiënter controle uitoefenen op de overheid dan individuen en ze zijn beter in staat er op toe te zien dat zulke situaties zich niet voordoen. Alleen daarom al kun nen vrijwilligersorganisaties bijdragen aan de groei van het politieke vertrouwen van hun leden. Ook onderlinge netwerken tussen maat schappelijke organisaties bevorderen dat. Het politieke vertrouwen in de ene organisatie kan zich via netwerken verspreiden naar andere organisaties, bovendien kunnen netwerken van organisaties een over heid nóg beter controleren dan een enkele instelling dat kan. Er is nog een reden waarom leden van maatschappelijke organisaties vaak meer vertrouwen hebben in overheidsinstellingen. Zij produceren zelf collectieve goederen en zijn daardoor minder afhankelijk van de overheid. Die geringere afhankelijkheid maakt hun controlepotentieel groter. Als de overheid goed gecontroleerd wordt zal ze beter functi oneren en dat zal dan weer sneller leiden tot een toename in politiek vertrouwen. Het proces is te vergelijken met dat waarin iemand verzeild raakt die een aannemer vraagt zijn of haar huis te verbouwen. Wie veel van verbouwingen weet, zal de aannemer goed kunnen controleren en, als die aannemer zijn of haar werk goed doet, zal hij of zij het bedrijf sneller vertrouwen. Wie weinig bouwkundige kennis heeft, zal de aannemer niet kunnen controleren en, in deze grotere afhankelijkheid, sneller wantrouwend worden of, zo men wil, minder snel vertrouwen hebben in het correct uitvoeren van de werkzaam heden), ook als de aannemer zijn werk goed doet. Het netwerk van maatschappelijke organisaties schept sociaal kapitaal en genereert het daaraan gekoppelde sociale en politieke vertrouwen. Om die reden fungeren deze organisaties als fundament van de democratie. Dit werd al in 1835 geconstateerd door Alexis de Tocqueville in zijn klassieker De la Dćmocratie en Amerique. Tocque ville zag dat “het meest democratische land ter wereld” dat land was
waar mensen zich het meest organiseerden. Amerikanen maakten van maatschappelijke organisaties gebruik voor het ontplooien van alle denkbare activiteiten. Vrijwilligersorganisaties zetten buurtfeesten op touw, bouwden kroegen en kerken, distribueerden boeken en zonden missionarissen uit naar verre streken om daar goede werken te verrichten. In de jaren zestig van de vorige eeuw werd de relatie tussen het bestaan van maatschappelijke organisaties en de kwaliteit van de democratie empirisch aangetoond door Gabriel Almond en Sidney Verba in hun studie The civic culture: Political Attitudes and Democracy in Five Nations. Zij schreven al in 1963: “Als een burger lid is van een vrijwilligersorganisatie, is zijn sociale wereld groter, én minder afhankelijk van de politiek. De organisatie waarvan hij lid is, kan tegenover de overheid zijn belangen vertegenwoordigen. De over heid van haar kant zal dan niet zo snel activiteiten ontwikkelen die het individu kunnen schaden.” Diverse etnische groepen hebben in de loop van de tijd organisaties opgericht, die voor en met hun leden een gemeenschappelijk doel nastreven. Er zijn etnische sportverenigingen, religieuze, culturele en politiek georiënteerde organisaties en belangenverenigingen. Het gaat hier, landelijk gezien, om honderden organisaties met een enorme diversiteit aan activiteiten, variërend van websitegemeenschappen tot welzijns- of religieuze organisaties. De Poldermoskee is een recent voorbeeld van het laatste. Initiatiefnemer is Mohammed Cheppih die de moskee in 2007 stichtte. Hij richt zich vooral op jongeren en wil met de Poldermoskee teruggrijpen naar de, in zijn visie, oorspronke lijke functie en het oorspronkelijke doel van een moskee: midden in de samenleving staan en een proactieve houding aannemen ten opzichte van de omgeving. Preken worden in de Nederlandse taal gehouden en in het vrijdaggebed wordt voorgegaan door steeds andere jonge imams. Bovendien wil de Poldermoskee ontmoetingen tussen mos lims en niet-moslims stimuleren. Als er veel van zulke organisaties zijn en als die organisaties ook nog intensief contact met elkaar hebben, spreken we van een hechte etnische gemeenschap. Ook deze hechtheid bevordert de integratie van de leden van de organisaties. Het maakt immers dat men leert om te gaan met verschillen binnen de gemeenschap. Leden van etnische organisaties ontwikkelen zo een blik ‘naar buiten’, want omgaan met verschillen impliceert dat men het individuele eigenbelang moet over stijgen. Deze blik ‘naar buiten’ verlegt zich dan ook naar de Nederlandse samenleving. Op deze manier worden immigranten en hun nazaten in etnische vrijwilligersorganisaties opgeleid tot betrokken burgers. Daarom bevorderen etnische organisaties de integratie van hun leden.
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
13
14
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
Hightech kan eenvoudig zijn. Levensechte film- en muziekbeleving, gewoon thuis. Maak kennis met het 3·2·1 GSX DVD home entertainment-systeem van Bose. ®
Home cinema uit slechts twee zichtbare luidsprekers.
muzikale voorkeuren kennen, speelt uw favoriete muziek vaker af,
Genieten van het krachtige geluid van een BOSE 3·2·1 -systeem
en biedt tevens uitgebreide Playlist functionaliteit.
®
wordt nu nog gemakkelijker. Het 3·2·1
®
®
GSX DVD home
entertainment-systeem, gebaseerd op de exclusieve TrueSpace
®
Eenvoudig te installeren en te gebruiken. Dank-
digitale signaalverwerking, brengt films en muziek tot leven
zij de HDMI-aansluiting is het nu nog gemakkelijker om uw
met geluid dat u lijkt te omringen. Twee krachtige GEMSTONE
HDTV aan te sluiten. Het 3·2·1 GSX-systeem kan uw dvd’s
®
luidsprekerarrays en een uit het zicht te plaatsen ACOUSTIMASS ®
®
upscalen naar 1080p (full HD) voor een betere beeldkwaliteit.
module produceren een vol, ruimtelijk geluid waarvan
Het elegante media center is uitgerust met alle functies die
u zou verwachten dat alleen een systeem met vijf
u nodig hebt om te genieten van films en muziek, inclusief
luidsprekers het kan produceren.
een dvd/cd-speler en een am/fm-ontvanger. Met de universele afstandsbediening kunt u uw systeem en de meeste aangesloten
Intelligente
muziekweergave.
Het
systeem
apparatuur eenvoudig bedienen.
kan ook uw favoriete muziek van cd’s en MP3’s opslaan (tot 200
Overtuig uzelf. Vraag om een demonstratie bij de
uren) en is uitgerust met het innovatieve uMusic + intelli-
geautoriseerde Bose dealer en hoor wat er gebeurt
®
gente
weergavesysteem.
De
wanneer hightech en eenvoud samenkomen.
in-
telligente weergavemodus leert uw
VOOR FILMS. VOOR MUZIEK. VAN BOSE.
3·2·1 GSX ®
DVD home entertainment-systeem Voor dealer-adressen bel +31 (0)299 - 390290, e-mail consumenteninfo@bose.com of bezoek www.bose321.nl Tulpia • ja argang 04 • nr 13
15
brussels lof
Een droom die al vijftig jaar voortduurt Een halve eeuw geleden vroeg Turkije het lidmaatschap van de EEG aan. “Na vijftig jaar van inspanningen valt er nog steeds niets te vieren,” liet Egemen Bağış, een topdiplomaat in een verklaring weten. Tulpia blikt terug op de moeizame weg die Turkije sinds 1959 heeft afgelegd en kijkt hoe de kansen er nu voor staan. Door Tuncay Çinibulak en Frans Jeursen
D
e toetredingsonderhandelingen tussen Turkije en de Euro pese Unie verlopen moeizaam en de meningen over het Turkse lidmaatschap blijven verdeeld. Velen zijn “Europa moe”. Uit het eigen onderzoek van Tulpia blijkt dat 69 pro cent van de Turken niet meer gelooft dat Turkije ooit lid wordt van de Unie. Aan de andere kant is meer dan 60% van de Europese bevol king gekant tegen een Turks lidmaatschap. Ook binnen Turkije zelf groeit de weerstand, onder andere op grond van het feit dat men de EU verdenkt van het hanteren van een “dubbele standaard” bij het be oordelen van aanvragen tot toetreding. Voormalige Oostbloklanden zouden heel gemakkelijk toegelaten zijn, terwijl men in het geval van Turkije aan strenge eisen vasthoudt. Velen weten zich bovendien nog heel goed te herinneren hoe “Ankara” weigerde de Deense premier Rasmussen te accepteren als secretarisgeneraal van de NAVO. Hij had de publicatie van de beruchte Deense spotprenten van profeet Mohammed niet verboden en de Koerdische tv-zender Roj TV niet uit de lucht gehaald. Velen zagen de Turkse woede en dwang als absurd en als totaal in strijd met de Europese grondrechten zoals vrijheid van meningsuiting en scheiding van kerk en staat. Turkije werd agressief gevonden, net als toen haar legers in 1529 met de stormram voor de stadspoorten van Wenen stonden. De “moslimplunderaar van het christelijke Constantinopel” en de bond genoot van de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog had blijkbaar nog veel te leren alvorens hij tot de kring van de Europese naties toegelaten kon worden. De Nederlandse eurocommissaris Frits Bolkstein was trouwens al eerder van mening dat Turkije geen Europees land was en schatte wat dat betreft de Oekraïne veel hoger in. En toch zag het er aanvankelijk veelbelovend uit toen Mustafa Kemal Pasja in 1923 de Turkse Republiek stichtte. Het was het einde van het grote Ottomaanse Rijk als de ‘zieke man’ van Europa en de geboorte van een krachtige jonge staat die zich uitdrukkelijk naar het Westen richtte. Kemal Pasja, die later de eretitel Atatürk verwierf, voerde met
16
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
straffe hand hervormingen door en moderniseerde het land ingrij pend. In de Tweede Wereldoorlog bleef Turkije neutraal en sloot zich op de valreep in 1945 nog bij de geallieerden aan. Het was een keuze die blijvend de Turkse politieke koers zou bepalen. In de periode van de zogeheten ‘Koude Oorlog’ stond het land dan ook schouder aan schouder met de Verenigde Staten en de naties van West-Europa om het “rode gevaar” te keren. In 1949 werd Turkije lid van de Raad van Europa en in 1952 trad het land tot de NAVO toe. De eerste echte stap om deel uit te gaan maken van een groter Europa was de aanvraag tot toetreding tot de EEG op 31 juli 1959, ingediend door de Turkse premier Adnan Menderes, de eerste democratisch ge kozen premier van het land. Diens regering werd echter al na een jaar door een coup van het leger ten val gebracht en de premier zelf berecht en opgehangen. Het duurde even voordat men van de schrik bekomen was. De Nederlandse diplomaat Charles Rutten die aan de wieg van de EEG had gestaan, bracht de Europese verontwaardiging tot uitdruk king met een onderkoeld:“Moet dat nu?” De onderhandelingen wer den met het verdrag van Ankara in 1963 hervat. Doel van dat verdrag was een Europese vrijhandelszone met Turkije in te stellen, maar ook een volwaardig lidmaatschap van de EEG lag al in het verschiet. De EEG presenteerde het associatieverdrag met de volgende bewoordingen: “Sedert meerdere decennia volgt Turkije de beweging voor samenwerking en toenadering in Europa en neemt deel aan alle politieke en economische organisaties van de vrije wereld. De associatieovereenkomst tussen Turkije en de gemeenschappelijke markt is een nieuwe etappe in de lijn van deze traditionele politiek.” Ook de toenmalige Nederlandse minister van buitenlandse zaken Jozef Luns was positief gestemd en optimistisch. Hij hield op 27 no vember 1963 een toespraak in het Europees Parlement, sprak over het “Fundamentele Europese karakter van Turkije” en onderstreep te dat toetreding van Turkije tot de EEG op termijn mogelijk was.
historie 1923 1949 1952 1959 1960 1963 1971 1974 1980 1987 1995 1999 2005 2009 ????
Stichting Republiek Turkije Turkije lid van Raad van Europa Treedt tot de NAVO Aanvraag lidmaatschap van de EEG Staatgreep en executie premier Menderes Associatieverdrag Militairen grijpen naar de macht Invasie van Cyprus Staatsgreep Officiële aanvraag lidmaatschap van de EU Douane-unie tussen Turkije en de EU Turkije wordt kandidaat-lid Start onderhandelingen voor volledig lidmaatschap Cruciaal jaar in Turks-Europese betrekkingen Turkije lid van de EU
Wederom kwam er een kink in de kabel toen het Turkse leger in 1971 opnieuw een staatsgreep pleegde en in 1974 Noord-Cyprus binnenviel In 1970 werd een protocol aan het verdrag van Ankara toegevoegd waarin een tijdsche ma opgenomen was voor het afschaffen van tarieven en quota´s die geheven werden op de handel in goederen tussen Turkije en de zes EEG-leden. Wederom kwam er een kink in de kabel toen het Turkse leger in 1971 opnieuw een staatsgreep pleegde en drie jaar later, in 1974 Noord-Cyprus binnenviel. Deze invasie was een antwoord op een staatsgreep op Cyprus die gepleegd was met de steun van in Grie kenland regerende militaire junta van ko lonels. Hoe dan ook, deze gebeurtenissen zorgden voor een ernstige verkoeling in de verhoudingen tussen Europa en Turkije. Ook de militaire staatsgreep in 1980, maakte de betrekkingen tussen Ankara en Europa er niet beter op. De EEG besloot het associatie verdrag van 1963 op te schorten tot 1988. On danks deze hobbels en tegenslagen bleef Tur kije verder timmeren aan de “Europese”weg. Op 14 april 1987 diende de Turkse regering van Turgut Özal een aanvraag in tot lidmaat
schap van de EEG. Griekenland zette de voet dwars en sprak er zijn veto over uit. De aan dacht van alle Europese leiders was op dat moment trouwens gevestigd op de val van de Berlijnse muur en de problemen rond de Duitse eenwording. Om die reden was er geen belangstelling om de Turkse toetreding op de agenda te zetten. Pas elf jaar later begon het tij te keren. De EU aanvaardde de Turkse aan vraag tot lidmaatschap en Turkije werd op 12 december 1999 officieel kandidaat-lid. De volgende stap in de ontwikkeling van de relaties tussen Turkije en de EU werd geno men in 2002. In december van dat jaar vond de Europese Raad, in Kopenhagen dat “de EU zonder dralen” de onderhandelingen met Turkije over de toetreding moeten beginnen. Turkije begon ijverig te werken aan het vol doen aan de gestelde eisen. In december 2004 kwam de Europese Raad tot de conclusie dat Turkije voldeed aan de politieke “Kopenha gen Criteria”. Dat zijn er drie: ten eerste moet het toetredende land beschikken over stabiele politieke instellingen en de Europese waarden
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
17
Een jaar na de Turkse aanvraag tot lidmaatschap van de EEG, werd premier Adnan Menderes opgehangen door de militairen. zoals democratie, vrijheid van meningsuiting en de mensenrechten respecteren. Ten twee de moest de kandidaat een functionerende markteconomie hebben die in staat is te con curreren met de Europese markt. Op de derde plaats moest het aspirant-lid het “acquis com munautair” overnemen, dat wil zeggen: alle verdragen en regels van de EU overnemen en toepassen in eigen land. Een bijkomend cri terium was dat de kandidaat-lidstaat een Eu ropees land moest zijn. Hierover zijn de me ningen nog altijd verdeeld, maar de Raad van Europa stelde resoluut vast dat Turkije zonder enige twijfel een Europees land is. Op grond van de rapportage en de aanbeve ling van de Europese Raad werd er in oktober 2005 een begin gemaakt met de toetredings onderhandelingen. Daarbij werd echter door de EU wel gesteld dat die onderhandelingen een “Open einde” hadden en de toetredingsprocedure niet als een reeds gelopen race gezien moest worden. De Oostenrijke Volks partij en de Duitse CDU probeerden nog roet in het eten te gooien met hun voorstel Turkije geen volledig lidmaatschap, maar slechts een “geprivilegieerd partnerschap” te verlenen. Deze pogingen konden de voortgang van de onderhandelingen echter niet meer tegen houden. In het voortgangsrapport van november 2006 sprak de Europese Commissie zijn waar dering uit voor de voortgang die Turkije ge boekt had met het voldoen aan de gestelde ei sen. Die waardering had echter voornamelijk betrekking op inspanningen geleverd op het veld van onderwijs en cultuur. Er was tevens kritiek op de schendingen van de democra tische rechten van burgers en minderheids groepen. Ook de kwestie Cyprus vormde nog steeds een heet hangijzer. Hoewel het Griekse deel van Cyprus in 2004 EU-lid werd, zijn de problemen op het verdeelde eiland nog lang niet opgelost. De EU wil dat het Turkije in het kader van de Douane Unie (1995) zijn havens en vliegvelden open stelt voor Griekse en Cypriotische sche pen en vliegtuigen. De regering in Ankara weigert dit pertinent en vindt dat de EU eerst
18
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
maar eens de beloofde 259 miljoen euro moet verstrekken, bedoeld om de infrastructuur van het Turkse deel van het eiland te verbeteren. De Grieks Cyprioten van hun kant dreigen hun veto uit te spreken over de Turkse toetre ding. Ondertussen worden er onderhandelin gen gevoerd tussen Noord en Zuid-Cprus, en velen verwachten dat Cyprus uiteindelijk van zijn vetorecht geen gebruik zal maken. In de rapportage van de Europese Commissie van november 2007 maakt de commissie ex pliciet melding van de problemen rond wets artikel 301 inzake de vrijheid van menings uiting. Regeringen zijn afwisselend voor of tegen een Turkse toetreding, maar Oosten rijk heeft al gedreigd zijn veto daar over uit te spreken. Ook het feit dat enkele Europese landen aangekondigd hebben een referendum uit te schrijven en het volk te laten bepalen of Turkije wel of niet moet worden toegelaten veroorzaakte in Turkije veel onrust en ont goocheling. Dit is een cruciaal jaar in de onderhandelin gen met de EU. In een van de aanvullende criteria die aan het Turks lidmaatschap ver bonden zijn, is bepaald dat de Commissie aan de hand van zogenaamde ijkpunten zal bekijken of nieuwe hoofdstukken van het acquis geopend kunnen worden. Ook is de voortgang van de onderhandelingen in hoge mate afhankelijk gemaakt van de bereidheid van Turkije om het Ankara Protocol uit te voeren en Turkse (lucht-)havens open te stel len voor EU-lid Cyprus. De Europese Raad zal zich in december 2009 over deze kwestie buigen. Indien de Turkse regering het An kara Protocol niet ten uitvoer legt, kan dit ernstige consequenties hebben voor de on derhandelingen. Sceptici menen zelfs dat er in december abrupt een einde kan komen aan een avontuur dat vijftig jaar heeft geduurd, optimisten daarentegen denken dat het Turk se lidmaatschap een kwestie van tijd is. Als Turkije voldoet aan de eisen, verwacht Euro parlementariër Emine Bozkurt, dat Turkije op zijn vroegst in 2014 volledig lid wordt van de Unie. Tweede Kamerlid Ferdi de Lange (VVD) echter gelooft dat de Turkse droom pas in 2020 bewaarheid wordt.
Turks EU-lidmaatschap in moeilijk vaarwater Op 4 juni jl. werden er in 27 lidstaten van de Europese Unie verkiezingen gehouden voor het Europese Parlement, periode 2009-2014. Opvallend bij deze verkiezingen was de opmars van extreem rechtse kandidaten die in één klap 27 zetels wisten te bemachtigen. Deze parlementariërs zijn faliekant tegen de Turkse toetreding tot de Europese Unie. Wat vinden de Nederlandse Turken van deze verkiezingsuitslag? Ahmed Azdural, directeur Inspraakorgaan Turken (IOT): “Ik vind het zorge
lijk dat rechtse partijen bij de laatste Europese Verkiezingen zoveel terrein hebben gewonnen. Het Europese ideaal houdt immers vrede, de mocratie en mensenrechten in. Bij de discus sie over de mogelijke toetreding van Turkije worden door nationalisten thema’s als (al dan niet gedeelde) geschiedenis, cultuur en gods dienst op een verkeerde manier ingebracht. Juist doordat die zaken altijd overgewaardeerd werden, heeft Europa zo’n bloedige geschiede nis achter de rug, zie ook de recente oorlog in voormalig Joegoslavië. Blij kun je met deze uitslagen niet zijn. Het resultaat is niet gun
Mehmet Soytürk, voorzitter Nederlands-Turkse Ondernemers Vereniging (Hotiad): “De linkse partijen, die door de
bank genomen voor een Turkse toetreding tot de EU zijn, hebben weinig hun best ge daan. De gevolgen van de wereldomspan nende crisis zijn vermoedelijk een andere belangrijke factor die de uitslag van de ver kiezingen negatief beïnvloede: mensen die niet tevreden zijn over de huidige situatie
stig voor het Turkse lidmaatschap van de EU, maar als troost kun je denken aan het advies van de WRR uit 2004. Daarin staat dat de toe nadering tussen Europa en Turkije niet van vandaag of gisteren is, maar al in 1871 begon en nog vele jaren in beslag zal nemen. Je kunt je afvragen of er bij deze verkiezingen sprake is van een zege van rechts of van een falen van links. Een aantal partijen maakt zijn standpunt onvoldoende duidelijk. Er zijn spelregels afge sproken en daar mag je vervolgens niet tijdens het spel zelf van afwijken. Je kunt van mening verschillen over de mate waarin door Turkije wordt voldaan aan de Kopenhagen Criteria. Dat is een heilzame discussie, maar over die
criteria zelf kan niet meer getwist worden. Door te suggereren dat het wel kan, houdt men de kiezers voor de gek. Natuurlijk zijn wij voorstanders van een Turkse toetreding. Het centrale thema van het IOT is immers integratie. Daadwerkelijke toetreding van Turkije zou de boodschap inhouden dat moslims, en Turken in het bij zonder, er gewoon bij horen, en dat zou de integratie weer sterk bevorderen. Een Turks lidmaatschap van de EU zou bovendien de definitieve ontkrachting betekenen van de sombere theorie van Samuel Huntington (Amerikaan), die een vernietigende botsing tussen culturen voorspelde.
hebben dit via de stembus laten merken. De rechtse partijen hebben van die ontevreden heid gebruik gemaakt door te stellen dat de aanwezigheid van Turken in tal van landen slecht is voor de economie. Politici met wie ik gesproken heb, geven mij de indruk dat ze het volk naar de mond praten en niet zeggen wat ze er eigenlijk zelf van vinden. Zij waaien met alle winden mee. Bij diverse ministeries in Nederland zwijgt men over de toegevoegde waarde van Turken voor de Nederlandse eco nomie en samenleving in het geheel. Er gaan zelfs stemmen op om de eventuele toetreding van Turkije per referendum te regelen. In dat geval zal het dominante geluid van de rechtse partijen een nadelige factor zijn. Ik heb geen idee wanneer Turkije ooit lid van de EU zal worden. Voor Europa zou een Turks lidmaatschap van de EU goed uit pakken, maar of dat voor Turkije ook geldt betwijfel ik. De Turkse economie is nog niet voorbereid op de vele restricties die haar bij
toetreding tot Europa opgelegd zullen wor den. Turkije zou hierdoor wel eens heel na delig beïnvloed kunnen worden in haar groei en ontwikkelingsmogelijkheden. Nu gaat het in Turkije economisch goed, maar dat zou na toetreding wel eens anders kunnen worden. Ik heb het gevoel dat er met twee maten ge meten wordt. Turkije liet Cyprus lid worden van de EU, maar daar staat weinig tegenover. De kwestie Cyprus zou geen struikelblok meer zijn voor een Turkse toetreding, maar is dat nog steeds. Turkije heeft aan veel ei sen voldaan maar in een aantal gevallen is dat uiteindelijk schadelijk gebleken voor het land zelf. Het gewijzigde Artikel 301 bijvoor beeld over vrijheid van meningsuiting en het gebruik van de eigen taal, levert nu al pro blemen op vooral in verband met de minder heidsgroeperingen in Turkije. Ik denk dat het Turkse lidmaatschap uiteindelijk voor de Ne derlandse Turken niet zo belangrijk is omdat die toch Nederlanders zijn.”
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
19
Uğur Pekdemir, voorzitter Turks Academisch Netwerk (Tannet): “Ik vind de
winst van de rechtse partijen zorgelijk omdat die een Turkse toetreding moeilijker maakt. De EU wil openstaan naar de wereld, maar hoort dan ook niet bang te zijn voor nieuwe ontwikkelingen. Ook willen de EU-landen bepaalde waarden hoog houden. Naar ik meen hoort daar ook ‘afspraak is afspraak’ bij en moet er niet gemeten worden met twee maten. Turkije verdient beter. Het land is sinds 1952 als NAVO-lid een trouwe bondgenoot van het Westen en sterk op dat Westen georiënteerd. Nu dreigt het land de rekening te moeten beta len van de toetreding van de laatste 10, 15 lan den met name de voormalige Oostbloklanden die kort geleden lid zijn geworden. Turkije kan bovendien een goede brugfunctie vervullen tussen Oost en West; geen ‘Clash of Civiliza tions’ à la Bush sr. Ik juich de constructieve toenadering van Obama van harte toe. De linkse partijen zijn gedesoriënteerd en drijven af naar de rechter kant. De bur ger weet niet meer waar zij voor staan. Links zou niet de populisten moeten na-apen maar ‘ouderwets links’ moeten zijn met een passie voor de mens en de maatschappij: links moet ‘kleur bekennen’!
Als inwoner van Europa ben ik een groot voor stander van de Turkse toetreding. Een Turks lidmaatschap van de EU bevordert de stabi liteit in Europa alsook democratie en wereld vrede. Laten we niet vergeten dat oprichters van de Europese Unie als Monet en Schumann de EU in het leven riepen om een herhaling van de Tweede Wereldoorlog onmogelijk te maken. De normen en waarden die we delen moeten we naleven: houd Turkije niet aan het lijntje maar neem een besluit, hak de knoop door. Verander niet steeds de criteria voor toetreding en stel geen eisen die je niet gesteld hebt aan de voormalige Oostbloklanden. Aan de criteria op juridisch en democra tisch gebied voldoet Turkije inmiddels. Had men dezelfde eisen met betrekking tot men senrechten en de rechten van minderheden gesteld aan de recent toegetreden naties, dan hadden die de ‘drempel voor het EU-lidmaat schap nooit gehaald. Ik vind dat Turkije nu de lasten van het EU-lidmaatschap heeft en niet de lusten. Turkije zou zich meer eisend op moeten stellen, moeten dreigen en zou bijvoorbeeld uit de Douane Unie moeten stappen. Volgens de OESO heeft Turkije immers betere papieren dan de al toegetreden Oostbloklanden. Wanneer Turkije daadwerkelijk zal toetreden, is voor velen koffiedik kijken. Uit het recente onderzoek van Tulpia blijkt dan ook dat bijna 70% van de Nederlandse Turken niet meer gelooft dat Turkije ooit daadwerkelijk lid zal worden. Kennelijk zijn zij ook “Europa moe” en laat het hen koud. Voor de Turkse gemeen schap zal de Turkse toetreding weinig uitma ken, maar het Turkse lidmaatschap zou wel laten zien dat Europa een geheel is, dat ook de Turken ‘bij de familie horen’ en dat er fair en ethisch gehandeld wordt.”
verharden Van de 736 nieuwe Europarlementariërs zijn er twee van Turkse herkomst: Emine Bozkurt (herkozen Pvda’er) en de nieuw komer Ismail Ertuğ (SPD) uit Duitsland. Europarlementariërs Vural Öger, Cem Özdemir en de “nationale zwager van Tur ken” Joost Lagendijk, hebben hun politieke loopbaan bij het EP beëindigd. Op de vraag of de verkiezingszege van de rechtse en extreemrechtse partijen het Turkse toetredingsproces zullen beïnvloe den, zegt Emine Bozkurt dat ze verwacht dat de algehele houding van het EP ten aanzien van Turkije zal verharden. Toch denkt ze niet
20
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
dat dat een werkelijke belemmering vormt voor het toetredingsproces zelf. “Daarover wordt op zijn vroegst tijdens de volgende termijn (2014-2020) een beslissing geno men.” Bozkurt wijst er bovendien op dat niet alle christendemocraten tegen toetreding zijn. De invloed van bijvoorbeeld de Partij voor de Vrijheid (5 zetels) zal beperkt zijn, als de partij onafhankelijk blijft. İsmael Ertuğ (SPD) is van mening dat de verkiezingszege van de rechtse partijen geen invloed zal hebben op het toetredingsproces. “Zolang Turkije voortgang boekt, blijven de betrek kingen intact,” aldus Ertuğ.
Uw advertentie hier? Alleen voor MKB’ers slechts €500,-
www.tulpia.nl sales@tulpia.nl
De lusten en de lasten van de EU Kandidaat-lid Turkije wil dolgraag en ‘kost wat kost’ lid worden van de Europese Unie. De eenwording brengt ongetwijfeld veel voordelen, maar volgens historicus Kalman Benkö heeft in Turkije niemand oog voor de negatieve gevolgen ervan. Om de Turken een spiegel voor te houden, beschrijf hij wat de dagelijkse prakrijk in het EU-land Hongarije is als het gaat om de lokale economie en de boeren. Ooit poogde Napoleon Europa te verenigen, maar in de sneeuw van Moskou en op het gras van Waterloo sneuvelde zijn droom. Met de stichting van de Europese Unie is dat visioen na eeuwen nieuw leven ingeblazen. De nobele gedachte is dat een verenigd Europa ons al len op een ‘hoger plan’ brengt en van de unie een instelling zal maken die zich economisch en politiek kan meten met grootmachten als de Verenigde Staten en China. Voor dit doel, en om het idee meer kans van slagen te geven zijn zelfs oude vijanden uit het communisti sche Oostblok toegelaten. De EU is inmiddels bijna zestig jaar. De economische en politieke eenheid is groeiend. Toch zitten er schaduwkanten aan het een heidsideaal, waar de planners in Brussel wellicht wat te weinig rekening mee houden. Oost-Europa is namelijk naast een integraal deel van een groeiend politiek en sociaal ge heel, ook een nieuwe ‘markt’ voor de grotere bedrijven. Die maken in de nieuwe lidstaten gebruik, maar ook misbruik van de hun toe gezegde tijdelijke belastingreducties. Tot ver bazing van de lokale regeringen verplaatsen ze na afloop van die periode hun hele fabriek naar het volgende land om opnieuw van een gunstig belasting klimaat te kunnen profite ren. Ter plekke blijven de werklozen achter bij lege en kale fabrieksgebouwen. Deze en an dere bijverschijnselen van de Europese Uni ficatie en van regelingen die met heel andere bedoelingen opgezet werden, hebben een zeer nadelig effect op het welzijn van de lokale be volkingen. Een voorbeeld: ooit had Hongarije de best draaiende economie van Oost-Europa, nu
balanceert het land op de rand van het bank roet. Overal in de winkels verdringen in plas tic verpakte West-Europese producten met hoge ‘Westerse’ prijzen massaal de goedkope producten van de lokale landbouw en veeteelt. Kleine boeren gaan daardoor met duizenden tegelijk failliet. Ze worden gewoon buitenge sloten door handelsfirma’s en winkelketens die een voordelige, soms zelfs gesubsidieerde ‘Europese deal’ maken met zakenpartners in het Westen. Ooit at ik in Hongarije met smaak spot goedkope, echte zongerijpte Hongaarse pa prika’s, bijna een nationaal symbool, nu vind ik in het schap in de winkel alleen nog maar de veel duurdere, geplastificeerde en smake loze “California paprika’ uit de Nederlandse glastuinbouw. Is het Hongaarse verhemelte aangetast of is het plotseling chique om véél meer te betalen? Is hier sprake van een echte ‘vraag’ of van bedenkelijke machinaties? De gewone man in de straat weet het antwoord: de kosten van het levensonderhoud worden door het bedrijfsleven en de handel over de gehele breedte kunstmatig opgedreven. Als we daarbij bedenken dat een ‘normaal’ salaris in Hongarije rond de drie vier hon derd euro schommelt, bedreigt de ´Wes terse’ producten- en prijzengolf niet alleen de boeren, maar ook de consumenten in de kern van hun bestaan. Daarbij komt het feit dat ook de stortvloed aan nieuwe Europese regels veel kleinere bedrijven kansloos maakt te overleven. Een bekende restauranthouder in Boedapest die het afval voorheen aan een boer met varkens afstond, een regeling waar beiden van profiteerden, moest nu de restjes voor een aanzienlijk bedrag laten vernietigen.
Dat werd hem te duur en hij zag zich gedwon gen zijn zaak te sluiten. Andere traditionele en lokale producten, zoals sommige kaas soorten, voldoen niet aan EU-regels en mo gen opeens na honderden jaren niet meer ge maakt en verkocht worden. Zo stoot men de kleine producenten met bizarre en bovendien zinloze bureaucratie het brood uit de mond. Voor de welgestelden, zoals de oude commu nisten en de nieuwe economische elite, is dat alles geen punt, want die doen immers goede ‘Europese’ zaken. Hun portemonnee wordt dikker en dikker en die van de armen steeds dunner. Is het Europese ideaal van “eenheid en welvaart voor allen”, wel te verenigen met deze overal in de EU optredende sterke tweedeling? De Hongaarse regering zou het in ieder geval niet aandurven de volgende Éuropese stap te zetten en de Euro, weer zo´n efficiënt instrument van prijsverhoging en winstmaximalisatie, in te voeren. Met het oog op het lidmaatschap van de EU, adviseer ik de Turkse regering een kijkje te gaan nemen in de nieuwe lidstaten en te leren van wat daar al mis is gegaan. Misschien zal Ankara dan voorzichtiger zijn met zijn ge bonk op de Brusselse deur en een afgewogen besluit nemen bij de onderhandelingen. De Turkse media zouden een keer met de boeren in Hongarije moeten gaan praten. Wellicht dat ze dan het Turkse volk zouden moeten informeren dat het niet alles goud is wat er blinkt in Brussel en bij de Europese Unie.
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
21
Atiye Deniz
22
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
Geboren om twee werelden dichter bij elkaar te brengen Zij is razend populair onder de Turkse jongeren in Europa en Turkije. Met haar dynamische dans en swingende muziek heeft zij binnen korte tijd de harten van miljoenen weten te veroveren. Atiye Deniz (20) heeft een Nederlandse moeder en een Turkse vader. Hoe vertaalt zij deze biculturaliteit in haar muziek en dans en welke Nederlandse artiesten zijn haar idolen? Onze vertegenwoordiger in Istanbul, Yusuf Deniz Çinibulak, ging bij haar op bezoek en maakte dit exclusieve interview. “Ik ben geboren om te dansen en te zingen en mensen uit twee continenten bij elkaar te brengen.” Door Yusuf Deniz Çinibulak
Z
ij is razend populair onder de Turkse jongeren in Europa en Turkije. Met haar dynamische dans en swingende muziek heeft zij binnen korte tijd de harten van miljoenen weten te veroveren. Atiye Deniz (20) heeft een Nederlandse moeder en een Turkse vader. Hoe vertaalt zij deze biculturaliteit in haar muziek en dans en welke Nederlandse artiesten zijn haar idolen? Onze vertegenwoordiger in Istan bul, Yusuf Deniz Çinibulak, ging bij haar op bezoek en maakte dit exclusieve interview. “Ik ben geboren om te dansen en te zingen en mensen uit twee continenten bij elkaar te brengen.”
Gammel en onverzorgd komt zij binnen, ploft neer en vraagt haar manager of ze iets te drinken krijgt. Zij heeft het de nacht ervoor erg laat gemaakt in de badplaats Bodrum. Daar was zij te gast in de televisie-uitzending Ibo Show, Star TV. “Hoe ik ben en hoe ik leef, is te horen in mijn muziek en te zien in mijn dans,” zegt zij spontaan, voordat de vraag volledig uitgesproken was. “Ik ben opge groeid met allerlei soorten muziek; van Turks traditioneel, pop, tot en met Nederlands, jazz en alle andere Westerse genres. In mijn eigen muziek probeer ik Oosterse en Westerse stij len samen te smelten tot een geheel. Ik noem mijn muziek dan ook ‘halfbloed’, ‘fusion van
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
23
continenten’. Ik heb altijd geprobeerd om de twee culturen en hun uiteenlopende mu zieksoorten met elkaar te verweven, zoals ik in mijn persoonlijkheid en karakter de twee verschillende werelden samenbreng.” Atiye Deniz is een wereldburger en voelt zich in alle culturen als een vis in het water. Zij is kind van een Turkse vader en een Nederlandse moe der en geboren in Hausen, een dorpje bij het Duitse Bremen. “Zodra ik in Nederland ben, voel ik mij Nederlander, in Duitsland Duitser en in Turkije Turk. Ik denk dat de wereld ook deze kant opgaat. Mensen zullen multicultu reel zijn zoals ik.” Deze flexibele houding heeft zij met haar opvoeding thuis meegekregen. “Ik heb het helemaal getroffen met mijn muzikale ouders en familie, de vrije opvoeding die ik heb gehad en de steun die ik altijd kreeg om mijn droom waar te maken. Van meet af aan geloofde mijn familie dat ik ooit door zou bre ken en populair zou worden. Dat gaf mij een enorme kick en de drive om mij helemaal in te zetten om mijn doel te bereiken.” Op haar vijfde moest de latere popstar haar vei lige omgeving in Hausen verlaten en verhuizen naar Amerika omdat vader daar een interes sante baan kreeg. “Ik groeide op tussen bloe sems en groen. Misschien wel hierdoor kreeg ik
24
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
“
Van meet af aan geloofde mijn familie dat ik ooit door zou breken.
een voorliefde voor de natuur, voor schoonheid en een heel positieve levenshouding. Als je goed naar de natuur luistert en daarmee één wordt, geeft de natuur je al zijn positieve krachten. In Amerika voelde ik mij echter ontworteld en ik heb het in de tijd die ik daar doorbracht heel moeilijk gehad. In één klap kwam ik in een totaal andere omgeving, mijn vriendinnetjes waren er niet meer en ik moest in een vreemde taal communiceren.” Na een tijdje emigreerde het gezin naar Turkije en toen Atiye elf was naar Nederland. “Ik vond het in Nederland wel leuk, want met mijn schoolgenootjes kon ik Ne derlands praten en mijn oma en opa van mijn moeders kant woonden er ook.” In Eindhoven volgde zij allerlei cursussen en workshops op het terrein van moderne dans, ballet, wals en jazz, daarna emigreerde zij weer terug naar haar geboortedorp in Duitsland en maakte haar middelbare school af. Muziek en dans werden haar met de paplepel ingegoten. “Vanaf mijn vijfde speel ik al darbuka en piano, en ik dans en zing. Ik heb les sen gehad in ballet en moderne dans. Darbuka
”
(een soort handtrommel, red.), heeft mijn vader mij leren spelen en al vanaf mijn geboorte heb ik geluis terd als hij er op bezig was. Hij speelde en ik danste op het ritme.” Al vroeg genoot zij van alle aandacht die zij dan kreeg. “Mijn vaders familie komt uit Ha tay en bij ons is het altijd heel gezellig en heeft men veel waardering voor muziek en dans. In de familie is iedereen muzikaal. Ze kunnen zingen en spelen een instrument. Mijn oma van vaders kant moedig de mij altijd aan om te zingen en te dansen en mij voor te bereiden op het podium. Dat deed ik dan ook, denkend aan mijn idolen The Gipsy Kings. Ik drong er bij mijn oma op aan elke avond hun mu ziek op te zetten zodat ik kon dansen.” Ook haar moeder speelde een belangrijke rol in haar muzikale ontwikkeling. “Ik heb mijn stem ge kregen van mijn moeder en mijn gevoel voor ritme en dans van mijn vader. Mijn moeder heeft een prachtige stem en die fascineerde mij altijd enorm. Ik weet zeker dat ze met haar stem door zou kunnen breken in de muziek, maar zij is te bescheiden om op het podium te zingen.” De popstar denkt dat ze voorbestemd is om te zingen en te dansen. “Dans en muziek reinigen mijn ziel en ik word er door herbo ren. Ik voel me gelukkig als ik op het podium sta of bezig ben met muziek en dans.” Haar vader komt uit de Zuid-Turkse stad Hatay en haar moeder uit het Groningense Harlingen.
“
Nederlanders zijn erg openhartig, relaxed en vrijheidslievend.
“Mijn vader stamt uit een heel arme familie, maar was altijd wel erg ambitieus. Na zijn middelbare school ging hij in Duitsland organische chemie studeren en specialiseerde zich in de land- en tuin bouw. De vader van mijn moeder, was ook daar mee bezig. Zij zijn in contact met elkaar gekomen en be gonnen samen zelfs een bedrijf. Daar heeft hij mijn moeder ontmoet en hij was op slag verliefd. Mijn moeder vond hem ook heel leuk, maar zij dacht niet meteen aan een huwelijk. Twee jaar hebben ze el kaar niet gezien. De zaken die hij samen met mijn opa deed gingen goed en op een gegeven moment nam mijn vader mijn moeder mee op vakantie naar Turkije ‘om haar de schoonheid van het land te la ten zien.’ Daar sprong de vonk over en mijn moe der gaf hem haar jawoord. Vervolgens verhuisden zij naar Duitsland en werd ik geboren.” Ze ziet haar vader niet vaak, want hij is een zakenman die druk in de weer is met zijn multinationale bedrijf in land bouwproducten dat vestigingen heeft in Duitsland en in Turkije.
”
Atiye Deniz heeft haar band met Nederland en de Nederlandse cultuur nooit verbroken. “In Neder land spreek ik met mijn moeder en mijn vrienden
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
25
Nederlands. Als ik naar Duitsland kom, maak ik ook altijd een uitstapje naar Den Haag, omdat mijn oma en opa en een oom daar ook een huis hebben en er vriendinnen van mijn moeder wo nen. Het is altijd weer fijn om in Nederland te zijn. Het land is een deel van mijn leven geworden.” De zangeres hoopt zelf ook ooit een tweede huis in Nederland te hebben. “Ik vind Nederland heel kleurrijk en multicultureel. Het eten is er lekker. Ik ben bijvoorbeeld dol op kroketten. De mensen zijn er openhartig, relaxed en vrijheidslievend. Nederlanders zijn bijvoorbeeld openhartiger dan Duitsers en meer ‘mensen van de wereld’. Er zijn mooie cafés en restaurants. Nederlanders hech ten veel waarde aan kunst en cultuur, lezen en reizen veel waardoor zij open staan voor andere culturen.” En hoe was haar eerste bezoek aan Ne derland? “Ik merkte meteen hoe vrij dit land was, want jongeren zoenen zomaar op straat.” Op de vraag of zij ooit van plan is om een videoclip in het Nederlands te maken, lacht zij. “Ik vind zin gen in het Nederlands en Duits wel een beetje moei lijk en zing het liefst in het Engels en Turks. Duits en Nederlands klinken niet zo goed in mijn oren, maar wie weet, ontmoet ik een Nederlandse popartiest en zingen we samen een duet.” Haar favoriete Neder landse artiesten zijn Sabrina Starke, Pete Philley en Doe Maar. “Toen ik in Eindhoven woonde, luis terde ik vaak naar Nederlandse muziek. Datzelfde
26
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
“
Ik lijk wel op Istanbul, ook een halfbloed die Oost en West verenigt.
”
deed mijn moeder al in Duitsland en via haar heb mijn voorliefde daarvoor ontwikkeld.”
De multiculturaliteit loopt als een rode draad door haar leven. “Veel mensen met wie ik samenwerk, zijn halfbloed. Dat geldt ook voor twee van mijn leeftijdgenoten die in mijn videoclips spelen en samen met mij optreden.” Ook haar idolen zijn van twee werelden. “Vanwege zijn dans en muziek staat Michael Jackson bij mij nog altijd op num mer een, maar ik ben ook dol op Sade, Sezen Aksu, Nil Karaibrahimgil, Duman, Teoman, Sultana en Sabrina Starke.” De popstar tenslotte: “Iemand zei onlangs tegen mij: ‘Je lijkt op Istanbul.’ Omdat Istanbul ook halfbloed is en Oost en West verenigt, een plek is waar twee con tinenten samen komen. Zo voel ik mij ook. Daarom voel ik me thuis in deze stad. Mijn le vensdoel is met mijn muziek en dans mensen uit alle culturen bij elkaar te brengen en mensen er aan te herinneren dat ze elkaars verschillen moe ten accepteren en tolerant zijn. Mensen moeten hun culturele diversiteit als een rijkdom ervaren, zoals Istanbul.”
focus
Studies en glansrijke carrières Tulpia • ja argang 04 • nr 13
27
Studeren en carrière “Een goed begin, is het halve werk.” Dat maakt in één klap duidelijk wat het belang is van een goede opleiding die iemands ta lenten ontwikkelt en van een weloverwogen eerste stap op de maatschappelijke ladder is. Jaarlijks gaan duizenden studenten een hboopleiding volgen of naar de universiteit. Vaak is het zo dat de studiekeuze bepalend is voor het verdere verloop van hun leven. Welke kansen krijg je en welke creëer je zelf, onder welke omstandigheden moet je aan je studie beginnen en hoe zal de wereld er uitzien als je klaar bent? Moeilijk te voorspellen, dat ze ker. Je kunt bij het uitzoeken van een school of opleiding je hart en je interesses volgen of kiezen voor een studie die een financieel vei lige toekomst in het vooruitzicht stelt. Altijd ben je je bewust op een kruispunt van wegen naar de toekomst te staan. We leven in onzekere tijden en de wereld omvattende economische crisis maakt plan nen voor jongeren heel wat problematischer dan voor hun ouders. Voor hen zag de wereld
Zoiets legt een hele verantwoordelijkheid op de schouders van vooral de allochtone jonge ren. Naar hen gaan immers de harten en de hoop van de vorige generatie uit. Tulpia wil je een handje helpen bij het door hakken van belangrijke knopen. Goede beslis singen kun je immers alleen nemen als je over goede informatie beschikt. Niet dat we aller lei soorten studies willen bespreken, die taak is aan de scholen en decanen en meestal be schikken die over veel voorlichtingsmateriaal. Ons plan is daarentegen jongeren een beeld te geven van het belang van de context waarin keuzes tot stand komen. We informeren je over de mogelijkheden je studie deels in het buitenland te volgen en zo wat internationale ervaring op te doen. Daar naast laten we je kennis maken met mensen die nu studeren of na hun schoolopleiding al de eerste stappen naar een carrière gezet heb ben. Verder vestigen we je aandacht op stu dentenverenigingen waarbij je je als jongere
“
Tulpia wil jongeren en studenten stimuleren en een handje helpen bij het kiezen van een goede opleiding .
er nog betrekkelijk overzichtelijk uit. Ook zij, en zeker de vaders en moeders van allochtone jongeren in Nederland, hebben echter vaak radicale en ingrijpende beslissingen genomen. Zo gingen ze bijvoorbeeld wonen en werken in een vreemd land ver weg. Dat deden ze met de intentie de toekomst van hun kinderen ze ker te stellen. Ze wilden hen laten leven in een betere wereld waarin ze meer mogelijkheden zouden hebben dan zijzelf gekregen hadden.
”
met een Turkse achtergrond thuis zou kun nen voelen. Vriendschappen, relaties en con tacten opgedaan gedurende je studietijd kun nen immers een beslissende wending aan je leven en je loopbaan geven. Dan spreken we het nog niet over het plezier dat je met elkaar kunt hebben. We hopen je met dit al een rui mere blik te geven op wat het volgen van een opleiding of studie allemaal inhoudt en geven we je een steuntje in de rug bij het kiezen.
28
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
Een overzicht van alle Turkse studentenverenigingen is te vinden op www.tulpia.nl
trends Het aantal studenten van Turkse afkomst dat een hbo-opleiding volgt of op de universiteit studeert wordt steeds groter. Dit komt niet alleen door de bevolkings groei onder de Nederlandse Turken (inmiddels 400.000 zielen), maar ook door een toenemend besef dat de basis voor een goede carrière en voor maat schappelijk succes al in het onderwijs gelegd wordt. Turken scoren niet veel lager dan andere allochtone studenten wanneer het gaat om aantallen per soort opleiding. Toch kan het veel beter. Bijna een kwart van de Nederlandse jeugd tussen 0 en 25 jaar, en dan spreken we over meer dan één miljoen jongeren, heeft een allochtone achtergrond. Beper ken we ons tot de niet-Westerse alloch tonen, dan gaat het om een percentage van 70% daarvan. Van deze groep heeft 21% een Marokkaanse achtergrond en 21% een Turkse. Niet-Westerse alloch tone jongeren zijn tegenwoordig beter opgeleid dan voorheen. Toch valt er nog wel een inhaalslag te maken ten opzichte van de autochtone jeugd. De Landelijke Jeugdmonitor becijferde in haar eerste kwartaalrapportage van dit jaar dat het aantal niet-Westerse allochtone jongeren dat in 2001 een diploma van het hoger onderwijs be haalde, in 2006 verdubbelde naar 4000. Deelname aan hoger onderwijs door niet-Westerse vrouwelijke allochtonen tussen de 18 en 25 jaar steeg van 74% in 2003 naar 85% 2008. De landelijke jeugdmonitor en het Cen traal Bureau voor de Statistiek zeggen “Gesteund door de gunstige economie van de afgelopen jaren nam ook het aandeel jongeren met werk onder de niet-Westers allochtonen tussen 15 tot 23 jaar toe: van 47% in 2003 naar 56% in 2008. Ondanks deze groei hebben zij nog steeds veel minder vaak een baan dan autochtone jongeren (respectievelijk 56% en 81% in 2008).”
Opleidingen De stichting De Nieuwe Generatie heeft in fe bruari van dit jaar onderzoek gedaan onder de leden van de netwerksites die aan haar verbon den zijn. Doel was vast te stellen welke studies het meest populair zijn bij de jongeren van de drie grootse groepen allochtonen in Neder land. Kijken we naar alle drie de groepen dan blijkt een studie Rechten percentueel verreweg favoriet, alhoewel bij Surinamers en Turken economie op de eerste plaats komt. Wie dat gaat studeren heeft meestal vooral de ambitie
een eigen bedrijf op te richten. In dit kader noemen we de studierichting ‘management, economie en recht’, die veel studenten trekt uit alle drie de groepen. Onder Marokkanen komt rechten als winnaar uit de bus, nog vóór eco nomie, vermoedelijk omdat de advocatuur in hun land van herkomst in hoog aanzien staat. Ook de opleiding ‘Sociaal Juridische Dienst verlening’, die natuurlijk ook een belangrijke ‘rechten’ component heeft, scoort hoog en komt bij deze groep op de vierde plaats.
top 5
top 5
top 5
Turkse-studenten.nl (1423 leden)
Marokkaanse-studenten.nl (618 leden)
Surinaamse-studenten.nl (140 leden)
1 Economie (13%) 2 Rechten (11%) 3 Bedrijfskunde (5%) 4 Management, Economie & Recht (5%) 5 Psychologie (4%)
1 Rechten (15%) 2 Economie (10%) 3 Management, Economie & Recht (8%) 4 Bedrijfskunde (6%) 5 Sociaal Juridische Dienstverlening (5%)
1 Economie (15%) 2 Rechten (13%) 3 Management, Economie & Recht (5%) 4 Pedagogische Wetenschappen (5%) 5 Sociale wetenschappen (5%)
Studies, banen en werkgevers top 10
top 10
top 10
Favoriete studies
Meest gewilde banen
Populairste werkgevers
1 Economie 2 Rechten 3. Geneeskunde 4 Bedrijfswetenschappen 5 Sociale wetenschappen 6 Communicatiewetenschappen 7 Psychologie 8 Pedagogiek 9 Pabo 10 Geschiedenis
1 Advocaat 2 Arts 3 Bankemployé 4 Accountant 5 Ondernemer 6 Marketing medewerker 7 Docent basisonderwijs 8 Bedrijfsmanager 9 Sociaal wetenschapper 10 Journalist
1 Rabobank 2 Philips 3 Unilever 4 Overheid 5 Shell 6 Heineken 7 ABN Amro 8 OLVG ziekenhuis 9 Deloitte 10 Warchild
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
29
Opbloeien bij een topwerkgever Door Sonja Havermans Fotografie tulpia media team
H
oewel Öznur Taşkın alweer zes jaar student af is, is zij opnieuw actief betrokken bij het studentenleven. Samen met haar collega’s is zij de motor achter de campagne ‘Werken bij het Rijk, als je verder denkt.’ Taşkın werkt als recruiter diversiteit voor het Expertisecen trum Arbeidscommunicatie, onderdeel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. In het kader van de alge mene imagocampagne, is het haar taak men sen met een biculturele achtergrond (vooral studenten en net afgestudeerden) te informe ren over werken bij de Rijksoverheid. Taşkın: “Wij staan op carrièrebeurzen en organise ren bijeenkomsten voor stagiaires, starters
“
bij het Rijk. “De combinatie van een wisselwer king tussen politiek en beleid en maatschap pelijke meerwaarde, vind je alleen hier”, zegt Taşkın bevlogen. Bovendien: “De secundaire arbeidsvoorwaarden bij ons zijn goed, net zo als de doorgroeimogelijkheden en de kansen om jezelf te ontwikkelen.” Het argument dat het bij de ministeries moeilijk binnenkomen is, wijst ze van de hand. “Vaak kennen sollicitanten de weg niet. Wanneer iemand over de juiste kwaliteiten beschikt, zoals zelfreflectie en relativerings vermogen, heeft hij of zij hier zeker mogelijk heden.” Het belangrijkste advies van Taşkın is: “Blijf vooral jezelf.” Ze vindt dat veel studen ten wat netter moeten zijn wat hun CV betreft,
In 2007 had 7,9% van de werknemers bij het Rijk een biculturele achtergrond. In 2011 moet dat 11,9% worden.
”
en professionals. Aan de ene kant willen wij talenten werven en aan de andere kant zijn wij benieuwd hoe populair het Rijk is bij de diverse doelgroepen.” Met studenten lijkt Taşkın iets te hebben. Zij vindt een ‘win-win’-situatie belangrijk. “Ik benader studentenverenigingen en vraag studenten om ons te helpen bij het organise ren van een beurs of een informatieavond. Degenen die dat doen, kunnen assistentie van ons krijgen bij het vinden van een ‘ingang bij de Rijksoverheid. Ik wijs hen de weg en help hen soms met hun CV.” Wanneer zij over haar werk vertelt, straalt de recruiter. Vooral het menselijke aspect, het directe contact met mensen en het maatschap pelijk nut, maken haar baan voor haar aan trekkelijk. Haar hart ligt met andere woorden
30
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
maar in tegenstelling tot veel recruiters beoor deelt Taşkın een CV niet alleen op de feiten: ze leest vooral tussen de regels door. Hoewel er vanwege de crisis ook bij de Rijksoverheid minder vacatures zijn, gaat het Expertisecentrum Arbeidscommunicatie gewoon door met zijn activiteiten. Taşkın: “Wij werken anti-cyclisch. In de toekomst verwachten wij opnieuw krapte op de ar beidmarkt en daarom wil de overheid ook nu zichtbaar blijven.” In het kader van het diver siteitbeleid, gericht op het optimaal gebruik maken van verschillen tussen mensen, streeft men er naar in 2011 vijftig procent meer bi culturelen bij de Rijksoverheid in dienst te hebben. In 2007 had 7,9% van de werknemers aldaar een biculturele achtergrond, maar dat moet 11,9% worden in 2011. De Rijksoverheid
‘leeft’ bij de doelgroep biculturelen meent Taşkın. Dat bleek wel bij een informatiebij eenkomst die deze zomer op een snikhete vrijdagavond gehouden werd. “Maar liefst 17 managers en wel 70 geïnteresseerde kandida ten kwamen opdagen. Dat is geweldig.” Taşkın zelf behoort tot de vroege lich ting van biculturele medewerkers. Tijdens het derde jaar van haar studie kreeg zij de kans stage te lopen bij het Ministerie van Justitie. Ze bleef er hangen, in eerste instan tie als onderzoeker. Na haar studie trad ze in dienst en hield ze zich bezig met beleid ma ken met betrekking tot de aanpak van cri minele jongeren. Twee jaar geleden switchte ze naar haar huidige, meer dynamische en uitvoerende functie. Nadat Taşkın de MAVO, de HAVO en het VWO doorlopen had, studeerde ze Turkologie in Leiden. Ze deed niet alleen haar hoofdstudie maar liep ook colleges in rechten en in tal van keuzevakken. Toch vond ze daarnaast nog tijd om samen met andere studenten een Turkse studentenvereniging op te richten waarbinnen ze een voortrekkersrol vervulde. Taşkın: “Niet dat ik nu zoveel had aan de contacten die ik in dat kader opdeed. Ik hield presentaties en kreeg gaandeweg steeds meer ervaring met or ganiseren en met het motiveren van mensen. De sociale vaardigheden die ik daardoor ont wikkelde, vormen de belangrijkste winst. Het gaat namelijk niet alleen om wat iemand doet of kan, maar vooral om wat erachter zit.” Ooit wilde Taşkın professor worden, later literatuur vertalen en uiteindelijk bleek ze een behoorlijk extroverte generalist die zoveel mogelijk van haar kwaliteiten in een functie wil benutten. Bij de Rijksoverheid kan ze haar ei kwijt. De gepassioneerde werkneemster vat haar verhaal in één zin samen: “Mijn werkgever staat in de top 3 van werkgevers in Nederland. Daar ben ik trots op.”
“
Mijn hart ligt bij de overheid en ik ben trots dat mijn werkgever in de top 3 van werkgevers staat.
”
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
31
Levenshouding als instrument voor succes Door Frans Jeursen Fotografie Tulpia Media Team
A
li Ay is een begrip in Nederland. Hij is sympathiek en altijd behulpzaam. Ali Ay heeft velen bijgestaan bij het vinden van oplossingen voor hun problemen, maar ook bij het vormgeven aan hun toekomstplannen. Sinds enige tijd runt hij het werving- en selectiebureau EtnoCareer in Amsterdam. Zijn belangrijkste instrumen ten zijn zijn bijzondere karaktereigenschap pen en zijn professionaliteit. Hij zoekt, traint, bemiddelt en plaatst hoog opgeleide allochto nen en “kleurrijk talent” bij diverse instanties en bedrijven. Ay stamt uit het Turkse dorp Bahadin in Centraal-Anatolië, een plek die, naar hij zegt, veel gedreven mensen heeft voortgebracht, waaronder schrijvers, artsen, advocaten en dichters. Kenmerkend voor de lokale bevolking zijn hun solidariteit, het hechte sociale leven en de bereidheid om elkaar te helpen. Tot op de dag van vandaag is Ay vice-voorzitter van een vereniging in Nederland die de banden met de geboortestad in stand houdt. Die vereniging werd enerzijds opgericht om inwoners van Ba hadin te helpen en te ondersteunen als ze naar West-Europa komen, anderzijds zet deze zich in om de welvaart van het dorp te vergroten. In 1980 reisde Ay vanuit Anatolië naar Den Haag, naar zijn broer en vond een baan in de tuinbouw. Hij begon een studie aan de Sociale Academie, werkte zes jaar op het arbeidsbureau en een accountancy kantoor en geeft nu leiding aan uitzendbureau EtnoCareer. Een zakelijk initiatief dat wel, maar eigenlijk met een inten tie die omgekeerd is aan die van de bedrijven die je standaard in de branche tegenkomt. Ay spoort zijn klanten aan om door te zetten, door te leren, vooral te lezen en zichzelf breed te ontwikkelen. “Veel jongeren worden door de economische en politieke situatie ontmoe digd,” vertelt Ay op zijn kantoor in de Amster
32
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
damse stadswijk Bos en Lommer. “Ze denken: waarom nog studeren als aan het einde van de rit bijna onvermijdelijk de werkeloosheids uitkering volgt en een echt toekomstperspec tief ontbreekt. Dat is dus niet zo. Bovendien kan een geslaagde student die een passende baan heeft gevonden als voorbeeld dienen voor tal van andere jongeren. Hierdoor groeit hun zelfrespect en wordt hun maatschappelijke po sitie versterkt. Een succesvolle student wordt gezien als een prominent lid van de samen leving,” aldus Ay, die ondanks de economische crisis in jong kleurrijk talent blijft investeren. Ay vindt dat hoogopgeleide jonge professio
“
hoeven en plaatsen ze bij de overheid en bij diverse bedrijven.” Daar komt nog bij dat EtnoCareer speciaal aandacht besteedt aan het wegwerken van te kortkomingen van cliënten die specifiek zijn voor bepaalde bevolkingsgroepen. Ay noemt als voorbeeld “bescheidenheid”. Ook de jon gere generatie aankomende juristen, artsen, politicologen en ingenieurs heeft er nog mee te kampen dat die verder zo lofwaardige eigen schap als een rem werkt op de carrière. “Juist omdat bescheidenheid zo’n positieve eigen schap is dringt het niet zo snel tot je door dat
Een geslaagde student die een passende baan heeft gevonden kan als voorbeeld dienen voor tal van anderen.
nals zich binnen deze samenleving moeten ontwikkelen tot onmisbare werkkrachten en talenten. Daartoe moeten allochtonen dan wel twee keer beter hun best doen dan autoch tonen en een instelling hebben die gericht is op verandering. Een positieve houding is daarbij onmisbaar. “Dat is het soort mensen waarvoor EtnoCareer wil bemiddelen.” Ay traint zijn klanten en spoort ze aan om een soort sociaal kapitaal op te bouwen in de vorm van persoonlijke kwaliteiten, een positieve le venshouding, motivatie en flexibiliteit. “Tij dens de studie moeten jongeren zich ook hier op toeleggen en niet primair investeren in het verwerven van commerciële competenties. Bij ons kloppen hoogopgeleide jongeren aan die qua functie misschien wel klaar zijn voor de arbeidsmarkt, maar qua levenshouding, presentatie, netwerk en doorzettingsvermo gen nog veel te leren hebben. Wij trainen ze, wijzen ze op punten die nog verbetering be
”
die ook nadelige gevolgen kan hebben en moet iemand anders je daar op wijzen. Je moet leren in welke omstandigheden je assertief en zelf verzekerd moet zijn en je goede eigenschappen en kwaliteiten duidelijk tegenover een poten tiële werkgever moet etaleren. Het gaat hierbij niet om sollicitatietrucs en om handigheidjes tijdens het gesprek, maar om heel fundamen tele zaken.” Ay meent dan ook dat zijn EtnoCareer in veel opzichten verschilt van andere bemiddelings bureaus. “Die streven er naar iemand alleen maar over de eerste drempel heen te helpen. EtnoCareer begeleidt mensen voor langere tijd. Uiteindelijk draait alles om het hebben of verwerven van de juiste mentaliteit om sociale bewogenheid en om goed functioneren op je werk en in de samenleving. Die levenshouding verschilt niet veel van die van de inwoners van Bahadin.”
Carrière maken aan de Bosporus
In Nederland was Sezer Arslan al een geslaagd ondernemer. Toch vond hij dat de ware uitdagingen in Turkije lagen en dat daar grotere successen te behalen vielen. Vier jaar geleden vertrok hij naar Istanbul en zette het ene bedrijf na het andere op. “Ik heb toen de juiste beslissing genomen”, zegt hij zonder aarzeling. Maar verliep alles ook zoals hij verwachtte? Door Marc Guillet Fotografie Slawomira Kozieniec
“W
aar ik hier in het begin erg moeilijk aan kon wennen is de sterke hiërarchie in de zaken cultuur”, zegt ondernemer Sezer Arslan. Dat merk je ook bij het aannemen van nieuwe medewerkers. Mijn eigen mensen durfden in het begin niet bij mij binnen te komen. Als ze me zagen, gingen de schouders omlaag, werden ze bescheiden en voorzichtig, letten ze heel erg goed op wat ze zeiden en werd hun stem onzeker. Dat komt door hun ervaringen bij eerdere werkgevers.” De 35-jarige Arslan kwam vier jaar geleden naar Turkije en merkte aan heel veel dingen dat hij erg Nederlands was geworden, terwijl hij toch in Turkije zijn jeugd doorbracht. “Als Nederlander probeer ik die bescheiden hou ding van mijn medewerkers te veranderen.
“
Het idee van ik ben een Turk en ik zal me daar wel redden is de verkeerde insteek.
Ik zeg tegen mijn mensen: ‘Je mag me best tutoyeren, je mag best Sezer zeggen, schou ders omhoog, zelfverzekerder.’ Ze willen het wel veranderen, maar het gaat heel moei zaam. Mij bij de naam noemen doen ze echt niet. Een van mijn werknemers zei: ‘Meneer Arslan u moet mij echt niet dwingen u bij de voornaam aan te spreken, want ik voel me al leen prettig als ik u meneer noem’. Daar merk je aan dat je echt een Nederlander bent en dat je bepaalde cultuurverschillen niet gemak kelijk kunt veranderen. Zodoende pas je je gewoon aan.” Veel werknemers vinden het
”
getuigen van een gebrek aan respect als ze hun baas bij de voornaam zouden noemen. “Ik moet me ook aanpassen aan de Turkse cultuur: als ik een afspraak heb met een an dere ondernemer, met iemand van de over heid of een burgemeester moet ik mijn jasje dichtknopen, hem heel beleefd aanspreken en goed opletten wat ik zeg.” Het gevolg van die hiërarchische bedrijfscul tuur is volgens de Amsterdamse Turk ook dat werknemers vaak te afwachtend zijn en bang om zelf beslissingen te nemen of met
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
33
initiatieven te komen. “In het algemeen zijn Turken bang om fouten te maken. Ze denken: ‘de patron’ weet alles en alles wat hij zegt is goed, dus spreek hem niet tegen want dat kost je je baan’. Toen ik dat in het begin merkte, heb ik er bij iedereen op aangedrongen om met ideeën en commentaar te komen. Ik heb hen op het hart gedrukt dat het niet erg is om fouten te maken, omdat je daarvan juist leert, dat je je intern fouten kunt permitteren en die kunt absorberen om het daarna naar buiten toe beter te doen. Wat ik stimuleer is te wer ken met zo weinig mogelijk hiërarchie in de organisatie, maar met hiërarchie in verant woordelijkheden. Als mensen verantwoor delijkheden durven nemen, krijgen ze ook de ruimte om bepaalde dingen te doen. Bij mijn mensen werkt dat echt goed waardoor ik nu zelfsturende teams heb die er echt voor gaan en er daardoor ook geen sprake is van een 9 tot 5 mentaliteit zoals in Nederland. Als hier iets af moet en je geeft ze die verantwoorde lijkheid dan gaan ze gewoon door. Ik heb het een keer meegemaakt dat een medewerkster heel de nacht heeft doorgewerkt. Zij was ver antwoordelijk voor een project en dat stimu leerde haar enorm.” Arslan, wiens vader in een dorp bij Kastamo nu aan de Zwarte Zee werd geboren en na een paar klassen lagere school voor de schapen van heel het dorp moest zorgen, is behalve ITen call centerondernemer ook boer, en daar is hij maar wat trots op. “Als men mij vraagt wat ik hier doe, zeg ik altijd: ‘ik ben bezig met de natuur en met de mens’. Mijn bedrijf Plantapharm, waarmee ik drie jaar geleden begon, heeft innovatie en ontwikkeling hoog in het vaandel. We zijn bezig met het ontwik kelen van nieuwe producten in de landbouw. Zo hebben we in Belek (Antalya) 80 hectare grond voor oreganoteelt. Oreganoproducten hebben een belangrijke marktpotentie bin nen de pluimvee- en melkveesector. In de olie die we winnen uit oregano zitten actieve stoffen met een natuurlijke antibiotische wer king. Die olie wordt verwerkt in allerlei voer voor pluimvee en melkvee.” De landbouw is zijn ‘natuuractiviteit’. Zijn ‘mensenactiviteit’ is outsourcing en betreft met name het call center Oxivo dat hij voor
34
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
een opdrachtgever in Nederland heeft opge zet. “Wij bieden in Turkije de mogelijkheid om contactcenters op te zetten voor telesales of inbound klantservice. Oxivo is een outsourcebedrijf met twee activiteiten: de ontwikkeling van software en een contact center. Wij bieden programmeurs aan aan bedrijven die programmeercapaciteit nodig hebben. Verder bieden wij aan bedrijven die contactcenteractiviteiten nodig hebben zowel personeel en faciliteiten als de infrastructuur. De klanten voor de call centers zitten in Ne derland, Duitsland en Turkije.” Het was voor Arslan en zijn vrouw Hülya niet gemakkelijk om de beslissing te nemen zich in Turkije te vestigen. Toen ze hier eenmaal woonden, bleek ook dat het niet zo makkelijk was als sommigen denken. Arslan: “Het idee van ‘ik ben een Turk en ik zal me daar wel redden’ is de verkeerde insteek. Wat je merkt zodra je hier gaat wonen is dat je een Ne derlander bent geworden. Als me wordt ge vraagd ‘ben je nou een Turk of een Nederlan der? antwoord ik altijd met een wedervraag: ‘kun jij een keuze maken tussen je vader en je moeder?’ In Nederland richt je zo je eigen
“
gaan hier veel moeizamer en kosten veel tijd, ook door het chaotische verkeer. Een van de vele leuke dingen aan het leven in Istanbul is dat de mensen veel spontaner zijn dan in Nederland, zo heeft de ondernemer gemerkt. “Vrienden bellen me met ‘hee, we gaan over een uurtje ergens uit eten, gaan jul lie ook mee?’ Als ik dan niet kan en zeg ‘laten we een afspraak maken voor later deze week’ lachen ze en zeggen: ‘daar heb je die Neder landers weer’. Zijn medewerkers in het call center hebben allemaal een redelijke opleiding, maar bij de mensen die op zijn akkers werken, is dat niet het geval. Het onkruid moet gewied worden, en al dat bukken is natuurlijk slecht voor hun rug. Dus besloot Arslan uit Nederland een idee over te nemen van een biologische boer: een aanhanger achter de trekker met vijf bed den waar arbeiders al liggend het onkruid kunnen wieden. “Nou aan dergelijke nieuw lichterij begonnen ze echt niet. De voorman zei: ‘ben je nou helemaal gek, denk je dat we liggend ons geld willen verdienen?’ Als Ne derlandse Turk denk je toch dat je dat voor
Een medewerker zei: Ben je nou helemaal gek, denk je dat we liggend ons geld willen verdienen?
”
bedrijf op. Je gaat naar de Kamer van Koop handel, schrijft je in, en je kunt beginnen. In Turkije moet je door een doolhof van bureau cratie heen met een hele papierwinkel. Dan verzucht je ‘jee, moet ik mijn kostbare tijd als ondernemer hier allemaal aan besteden? Zo kom ik niet toe aan zaken doen.’ Als je ech ter weet dat je hier moet opboksen tegen zo’n tijdrovende bureaucratie dan huur je voor je bedrijf iemand in die zich speciaal daarmee bezig gaat houden. De notaris zoals we die in Nederland kennen, hebben we hier in Turkije niet. Hier moet je voor elk document weer er gens een stempel halen. Zelfs voor een over heidsdocument moet je de goedkeuring van een overheidsinstantie krijgen. Veel dingen
elkaar krijgt, maar vergeet het maar. De les is dat je de culturele verschillen moet begrijpen en respecteren, en moet meenemen in je doen en laten. Kijk, als ik een technisch probleem heb en ik bel naar een bureau dan duurt het vaak een paar dagen en vele telefoontjes voordat ik een technicus zie. Nadat hij zijn werk heeft gedaan geef ik hem 20 Turkse lira (9 euro) extra, zodat hij ergens kan lunchen. In Nederland zouden ze dat zien als omko ping, maar dat is helemaal niet zo. Het is gewoon een fooi en ik investeer daarmee in mijn contacten. Ik krijg van hem zijn tele foonnummer, en de volgende keer dat ik een probleem heb, bel ik zijn nummer en word ik veel sneller geholpen, ook na werktijd.”
Mensen virtueel bij elkaar brengen Door Frans Jeursen Fotografie tulpia media team
E
rdinç Saçan (1979) is een bijzondere ‘online marketeer’. Hij adviseert on dernemers hoe ze beter met hun web sites geld kunnen verdienen, hoe ze be ter vindbaar kunnen zijn en aan welke criteria hun websites moeten voldoen om interessant te zijn voor adverteerders. Op dit moment be heert hij meer dan vijftig websites en zijn ITactiviteiten breiden zich voortdurend uit. Aan energie en ondernemingslust ontbreekt het de geboren en getogen Bosschenaar niet. Na de Havo, waar hij studeerde van 1992-1997, bezocht hij de Fontys Hogeschool in Eindho ven en in 2001 rondde hij zijn studie bedrijfs kundige informatica af. “Aanvankelijk wilde ik een opleiding ‘International Business’ gaan volgen,” vertelt hij laconiek, “maar mijn vader, die destijds bij de bandenfabriek Michelin werkte, had mijn interesse gewekt voor iets heel anders. Zijn fabriek ging dicht en hij wist voor mij goedkoop een computer te bemach tigen. Vanaf dat moment was mijn aandacht helemaal gericht op een studie waarin je met de computer iets kon doen. Natuurlijk ging ik in het begin allerlei games spelen en toen het internet opkwam, bleef ik vaak na de lessen surfen op school.” Fontys Hogeschool bood hem een unieke com binatie. Daar kon hij een technische opleiding aan een economische faculteit volgen want hij wilde aanvankelijk ondernemer worden. Ook was de portie wiskunde die de leerlingen er moesten verwerken niet extreem groot, zoals bij andere scholen, en dat kwam hem goed van pas. “Internet, computers en chatten waren al
lemaal wel heel mooi, maar ik wilde van mijn hobby een droombaan maken. Een vriend wees me op de site startpagina.nl. Ik wilde daar toen een Turkse variant van maken. Ik begon in 2000 met de Turkije.startpagina.nl die in het begin niet veel meer omvatte dan een verzameling van links.” Zonder het te beseffen, had hij een gat in de markt gevonden. “Ik kreeg telefoontjes van bedrijven die op mijn site wilden adverteren. Ik had helemaal geen idee van advertentieta
“
middelbare school had ik huiswerkbegeleiding gekregen in de moskee. Het sprak voor mij vanzelf dat ik op mijn beurt gratis les aan an deren zou geven. Daarna werd ik vrijwilliger bij een aantal Turkse ‘zelforganisaties’. Uiter aard moest zijn sociale drang ook een uitweg vinden op het net. Eerst ontstond in 2005 de website turkse-studenten.nl, later, in 2007 kwam daar een stichting “De Nieuwe Genera tie” bij. Een of tweemaal per jaar organiseren de oprichters van de stichting activiteiten voor de leden van de website, maar hun bemoeienis
Ik houd ontwikkelingen op het gebied van internet goed in de gaten en zet ze altijd in om mijn doelen te bereiken.
rieven en zoog ze gewoon uit mijn duim. En het werkte.” In 2001 besloot hij tot een profes sionele en gedifferentieerde aanpak. Hij koos er aanvankelijk voor Nederlanders op allerlei manieren voor te gaan lichten over vakan tiemogelijkheden in Turkije, maar daarmee bracht hij een proces op gang dat uit zichzelf verder ging. Aangezien de concurrentie tussen websites in het Turks heel sterk was, bleef hij in het Nederlands communiceren. “Zo ontstond lokum.nl, een multifunctioneel portal. Daar naast concentreerde ik mij op nieuws en acti viteiten voor diverse allochtone groepen.” Altijd al bewoog Erdinç’ leven zich tussen de polen van het sociale en het zakelijke. “Op de
”
ten gunste van hun medemensen gaat veel ver der. Via het web wordt geprobeerd, mensen die een opleiding volgen tot arts, jurist of econoom en tal van anderen, onderling met elkaar in contact te brengen. Daarnaast is er veel infor matie over evenementen, concerten en vooral niet te vergeten vacatures op de site. Erdinç ge looft echt in wederzijdse hulp, en met name als het gaat om studerende jonge Turken. Daarbij maakt hij dan heel goed gebruik van het meest moderne middel dat hem daartoe ter beschik king staat en waar hij al vroeg een passie voor ontwikkelde. “Ik houd de ontwikkelingen op het gebied van internet goed in de gaten en zet ze altijd in om mijn doelen te bereiken: virtu eel mensen bij elkaar brengen.”
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
35
Hoogopgeleide Turken gaan steeds vaker voor een carrière naar Turkije tekst en foto’s MARC GUILLEt
E
yüp Karso zit lekker in zijn vel, dat merk je aan alles. Maar wat wil je: de Nederlandse bankier van Turkse af komst, mag de komende jaren werken in de stad waar zijn wieg stond, in Istanbul, de dynamische metropool aan de Bosporus met zijn ruim 15 miljoen inwoners. Het eco nomische en financiële hart van Turkije; dat is natuurlijk toch van een heel andere orde dan Hendrik-Ido-Ambacht, een dorp van 20.000 inwoners, waar hij met zijn vrouw Şengül en zijn twee zonen Cemre en Erden tot een jaar geleden woonde. “Het mooie van mijn baan hier is dat ik niet in een gespreid bedje kwam. Ik kan mijn werk zelf invullen en er zelf mijn stempel op drukken. Je bent 40 en je mag in het buitenland iets opbouwen met een sterke werkgever als de Rabobank achter je: wat wil je nog meer?” Karso is een van de honderden hoogopgeleide Turkse Nederlanders die jaarlijks uit Neder land vertrekken en zich in het kader van werk vestigen in het land van hun ouders. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat hun aantal tussen 2002 en 2007 ruim verdrievoudigd is. Het vertrek naar Istanbul had nog heel wat voeten in aarde voor het ge zin van Karso. “Mijn jongste zoon van negen wilde echt niet. Die zei: ‘dat is niks voor mij; ik ben een Nederlander.’ Mijn kinderen zijn niet tweetalig opgevoed, alleen maar Neder lands. Mijn oudste van elf vond het machtig, die vond het stoer. Mijn vrouw wilde ook niet, hoewel ze in Istanbul is geboren en daar 22 jaar heeft gewoond. We hadden in Nederland een eigen huis laten bouwen. Zij had er haar eigen sociale leven, vrienden en vriendinnen. We hebben er zeven maanden over gepraat.
36
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
“
Wees goed voorbereid. Denk niet dat het hier vlekkeloos gaat verlopen, het tegenovergestelde is waar.
In die tijd zijn we drie keer hier geweest. Het was een heel langzaam proces, en ik heb het plan om in Istanbul te gaan wonen en werken niet ‘verkocht’ aan mijn vrouw. Zij moest het uiteindelijk ook willen, anders had ik het niet gedaan. Het gaat heel goed”. Karso’s kinderen zitten op een internationale school in Istanbul. “Daar wordt alleen Engels gesproken, maar dat is geen probleem. Nu, na het eerste jaar, hebben ze op hun rapporten gemiddeld 8,9, dus ik ben verschrikkelijk trots. Mijn vrouw doet allerlei cursussen, onder meer om haar Engels op te krikken. Nu zeggen ze al ‘we blijven toch wel langer hè?’ Dat geeft een goed gevoel.” Karso’s vader vertrok in 1971 naar Nederland. Eyüp was een kleuter van vier toen hij naar de lage landen verhuisde. Als oudste van acht kinderen bleek hij net zo ondernemend en ge dreven als zijn vader. Hij deed VWO in Dor drecht, studeerde rechten aan de Katholieke Universiteit Brabant en kreeg in Zwijndrecht zijn eerste officiële baan bij de Rabobank. Daar maakte hij carrière, was acht jaar voor zitter van de ondernemingsraad en deed in de avonduren Heao – sales en account manage ment – aan de Hogeschool Brabant. Hij viel in positief opzicht op en kreeg eind 2007 van Rabobank International het verzoek om zijn CV op te sturen.
”
De Rabobank wil haar klanten die interna tionaal zaken doen kunnen volgen bij hun stap over de grens, ook naar Turkije. Om die reden had de bank de ambitie in Istanbul een Inter national Desk te openen. Klanten die voorheen in Turkije wilden gaan investeren, kregen van de Rabobank het advies om met een bank in Turkije in zee te gaan. Nu is er de mogelijkheid gecreëerd om internationaal zaken te doen via hun lokale Rabobank in Nederland. “Dat houdt in dat klanten van de Rabobank die in Turkije een bedrijf willen opzetten, of op wel ke andere manier dan ook zaken willen doen, via lokale Rabobanken in Nederland naar mij in Istanbul worden doorverwezen. Ik bied on dersteuning via onze partnerbank Türk Eko nomi Bankası (TEB).” Directeur Karso is actief op heel het traject en biedt hulp bij het vinden van een antwoord op alle vragen omtrent de juridische, fiscale en an dere vestigingsaspecten. Bovendien analyseert hij of het plan haalbaar is en welke bancaire producten er nodig zijn. “Ik praat onder andere met sectorspecialisten binnen onze partner bank en adviseer de lokale Rabobank. Samen met de lokale Rabobanken kijken we dan naar de mogelijkheden om de zakelijke doelen van onze klanten te realiseren. Als wij kansen zien ga ik met de Rabobankklant op locatie kijken en overleggen we met een van de 370 TEB-filialen. Op het moment echter dat de Rabobank een
‘letter of comfort’ of een ‘letter of outstanding’ afgeeft en het ook nog eens zo is dat een ver tegenwoordiger van de Rabobank samen met de partnerbank in Turkije de aanvraag opstelt, geeft dat toch wel een hele andere dimensie aan zo’n financieringsaanvraag. Ook worden er re keningen geopend via onze partnerbank.” Karso merkt dat er een groeiende belangstel ling is voor zaken doen in Turkije. Hij is in september vorig jaar gestart. “Inmiddels ben ik al dertien keer naar Nederland gevlogen om daar presentaties te geven en te vertel len over de do’s en de don’ts in de Turkse zakencultuur. Daarnaast kwam ik terug om contacten te hebben met klanten, met onder nemersverenigingen en met hoogopgeleide Turkse Nederlanders. Ik maak duidelijk wat er wel en niet kan.” Steeds vaker komt hij in Nederland hoogop geleide Turken tegen die zeggen ‘ik wil ook naar Turkije, dat lijkt me een mooie uitda ging’, maar hij waarschuwt ze altijd. “Het is niet vanzelfsprekend dat ze in Turkije zitten te wachten op Turken uit Nederland. Per jaar komen er in Turkije 400.000 afgestudeerden van de universiteiten op de arbeidsmarkt. Die moeten keihard werken om iets te bereiken. In Nederland gaat dat toch wel wat makkelij ker. Je moet als Turkse Nederlander je meer waarde kunnen aantonen om het in Turkije te kunnen maken. Bovendien moet je je kwets baar opstellen en open staan voor de Turken en voor hoe het in hun land toegaat. Door je ‘open minded’ en respectvol op te stellen be reik je meer.” Karso heeft diverse adviezen voor degenen die aan een Turks avontuur willen beginnen. “Wees goed voorbereid. Denk niet dat het hier vlekkeloos gaat verlopen, het tegenover gestelde is waar. Dromen zijn prima, maar blijf realistisch. Je moet ook afvragen: ‘waar wil ik over een paar jaar staan?’ Een stukje visie moet je wel hebben, maar je moet steeds realistisch afwegen wat er mee- en tegen kan vallen, ook als je hier woont. Je kunt het zien als lopen over een brug terwijl je die nog aan het bouwen bent. Dat is wat ik nu continu doe: gewoon lopen tot er weer een stuk van de brug wordt aangelast, en dan weer verder, totdat ik een keer de overkant bereik. Dat duurt nog wel eventjes, dat doe je niet in een jaar. Je kunt het wel willen, maar je moet het samen doen, met je gezin en je collega’s.”
“
Veel allochtone kinderen worden ondergewaardeerd en krijgen een laag schooladvies.
”
Geen barrière voor een glansrijke Carrière Door Raymonde Mayland
“P
ut yourself on the map.” Dat is de slagzin van de studenten vereniging Piri Network, die het afgelopen jaar opgericht werd door voorzitter Hakan Yıldırım (25). “Wij willen studenten die internationaal den ken samenbrengen en op de kaart zetten.” De naam Piri is ontleend aan de Ottomaanse zeevaarder Piri Reis. “Hij was een ontdek kingsreiziger uit de zestiende eeuw,” legt Ha kan uit. “Piri heeft een nauwkeurige geogra fische kaart gemaakt waar ook Amerika op stond, terwijl dat toen nog niet was ‘ontdekt’. Hij liet de nieuwe wereld zien en dat was voor die tijd heel bijzonder. Kijk hier hangt ie dan,” zegt Hakan wijzend op een poster boven een bureau. Piri Network heeft een kantoorruimte op de Universiteit van Tilburg. Hakan studeert aan de universiteit van Tilburg. Daar hebben de stichters van Piri
Network elkaar ontmoet en vriendschap ge sloten. “Wij hoorden veel buitenlandse stu denten zeggen, dat ze het gevoel hadden ge discrimineerd te worden en dat ze meenden niet dezelfde kansen te krijgen als studenten die van oorsprong Nederlands zijn. In plaats van daar over te klagen, wilden we er iets aan doen, en zo is onze studentenvereniging ge boren,” aldus Hakan. Van zijn organisatie zijn niet alleen Turken lid maar ook mensen die uit Bulgarije, de Filippijnen en uit diverse landen van Afrika afkomstig zijn. “Wij infor meren onze leden over de studie- en carrière kansen in Nederland en daarbuiten. We ho pen dat ze na hun studie een goede start kun nen maken en de eerste stap zetten op weg naar een glansrijke carrière”. De leden van Piri Network volgen verschillen de studies, zoals Bedrijfseconomie, Bestuurs kunde, International business, Rechten en
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
37
Psychologie. Voorwaarde om lid van Piri Net work te worden is dat de studenten ambitieus zijn en aan hun carrière na de studie denken. “Als ze daar nog geen heldere voorstelling van hebben helpen we ze die te krijgen. We bren gen studenten samen om van gedachten te wisselen, te netwerken. We doen ook gezellige dingen samen, hoor. Dat is echter niet de voor naamste reden waarom je lid van Piri Network moet worden.” Hakan is opgegroeid in Duitsland, waar zijn familie nog steeds woont. Vijf jaar geleden is hij naar Nederland gekomen om te studeren. “Na de middelbare school wilde ik een stu die ‘International Business’ gaan doen aan een universiteit waar in het Engels gedoceerd werd, maar ik had altijd moeite met vreemde talen. Om mijn Engels op te krikken heb ik een jaar op een Amerikaanse High School gezeten. Daarna is hij daadwerkelijk ‘interna tional Business’ gaan studeren. “In Duitsland kon ik zo’n opleiding in het Engels niet vinden, zodoende kwam ik in Tilburg terecht.” Hakan kreeg thuis veel steun en aandacht van zijn vader en moeder. Ze spoorden hem aan om te gaan studeren. “Toen ik jong was, zeiden mijn ouders mij voortdurend dat ik op school mijn best moest doen,” vertelt Hakan. “Dat heeft me, denk ik, gebracht naar waar ik nu ben. Mijn moeder vond dat ik het als buitenlander in Duitsland, twee keer zo goed moest doen als de Duitsers om met hen te kun nen concurreren. Ik denk dat dat destijds wel klopte, maar nu zijn de verschillen niet zo rele vant meer. Toch is het waar dat de werkgevers eerder voor een Duitser kiezen dan voor een Turk. Die voorkeur voor de eigen groep zie je in nog sterkere mate in Nederland.” Volgens Hakan worden veel buitenlandse kinderen on dergewaardeerd. “De studenten die hier opge groeid zijn, vertellen dat zij ondanks een hoge score voor de Cito-toets een laag schooladvies hebben gekregen. Dat vind ik jammer en op merkelijk.” Hakan besluit zijn verhaal met het ontvouwen van zijn toekomstplannen: “Eerst wil ik hier in Nederland bij een multinational aan de slag en daarna, na een jaar of vijf, een filiaal daarvan in Turkije openen of uitbouwen.”
I have a dream Door Raymonde Mayland
“A
mbitieus. Ja, dat ben ik wel,” zegt Mahmut Sungur (22), lid van de raad van toezicht bij de Turkse studentenvereniging Anatolia. Deze gedreven derdejaars student Bestuur- en Organisatiewetenschappen aan de Vrije Universiteit (VU) ziet zijn activiteiten bij de vereniging als basis voor een goede carrière bij de Verenigde Naties of bij een instituut bin nen de Europese Unie. In een kleurrijke kamer in het gebouw van de Vrije Universiteit in Amsterdam, neemt Mah mut plaats op de bank. In de ruimte hangen allerlei kunstwerken aan de muur. Andere staan rondom op de kastjes en tafeltjes in de kamer. Sinds 2005 is hij lid van de studenten vereniging. “Anatolia brengt studenten bijeen en speelt in op hun culturele behoeften,” ver telt hij. “Wij organiseren een breed scala aan activiteiten, zoals lezingen en discussies over maatschappelijke onderwerpen. Daarnaast bieden we de leden cursussen aan om hun stu dievaardigheden te verbeteren en bezoeken we bedrijven en andere instellingen die internati onaal actief zijn.” Mahmut was op zoek naar mensen van zijn ‘soort’ en kwam bij Anatolia terecht. ”Van mijn nichten, die destijds lid waren, hoorde ik enthousiaste verhalen over de vereniging. Vanwege Anatolia koos ik dan ook voor de VU. In het eerste jaar van mijn studie nam ik alleen deel aan de activiteiten van de vereni ging.” Mahmut is sinds januari toezichthouder bij de vereniging. Hij geeft het bestuur advies en ziet er op toe dat men zich aan de richtlijnen houdt. Daarvoor was hij secretaris en daarna anderhalf jaar voorzitter. De studentenvereniging telt tweehonderd le den, overwegend mensen van Turkse komaf.
38
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
Slechts enkelen hebben een andere etnische achtergrond en meer dan de helft is vrouw. “De meeste van onze leden zijn zeer ambitieus en studeren rechten of volgen een economische studie. Velen bij ons weten dat zij als autoch tone studenten beter hun best moeten doen om even succesvol te zijn als de autochtonen.” Mahmut constateert dat dat laatste veel Turkse studenten angst inboezemt. “Er zijn jongeren die bij voorbaat al denken dat ze zullen falen vanwege hun afkomst. Ik vertel ze dat we na tuurlijk een inhaalslag moeten maken, maar dat niets onmogelijk is als je je best doet. Ze moeten ook kijken naar de meerwaarde die ze hebben als iemand die thuis is in twee cultu ren. Sommige bedrijven of instellingen zoeken juist naar mensen met een kleurtje.” Mahmut heeft als student een druk leven, toch maakt hij tijd vrij om een nieuwe stichting op te richten. “Het wordt een educatief centrum, met als doel scholieren met een multiculturele achtergrond te helpen om beter te leren en ze te stimuleren om door te gaan met hun studie. Ik wil leerlingen van het basisonderwijs bij staan bij het voorbereiden van hun Cito-toet sen en middelbare scholieren ondersteunen in de aanloop tot hun eindexamens. Een mentor wil ik voor ze zijn. Vakgerichte bijlessen voor allochtone scholieren, vind ik heel nodig. Dat laatste blijkt ook uit de cijfers van het CBS. Daarom zou ik die nieuwe stichting graag in Amsterdam willen opzetten.” Voordat het zo ver is, gaat de ambitieuze student echter eerst een half jaar in Ankara studeren. Als hij terug is, wil hij verder gaan met zijn plannen en zijn studie afmaken. Daarna wil hij een masters opleiding Internationale Betrekkingen doen. “Als ik klaar ben, hoop ik mijn droom waar te maken: werken bij een internationale organi satie zoals de Verenigde Naties of bij een in stelling van de EU.”
In de wieg gelegd voor een succesvolle loopbaan
Murat Ersoy (links)
Door Sonja Havermans
I
n 2005 was hij student van het jaar. Hij volgde een mastersopleiding aan de ‘Webster University’, voerde opdrach ten uit voor 25 topbedrijven waaronder Shell, Nike en KPMG en start binnenkort als trainee bij de ABN AMRO. Met zijn 29 jaar heeft Murat Ersoy al een behoorlijk CV opgebouwd, maar niet op de eerste plaats door ijver- of eerzucht. Veeleer lijkt het lot hem gunstig gezind te zijn van wege zijn welwillendheid, nieuwsgierigheid en betrokkenheid. “Ik heb mijn succes niet alleen aan mijzelf te danken, hoor,” zegt hij bescheiden. “Mijn vader heeft mij vooruit ge schopt en mij de kans gegund me te ontwik kelen. De medewerkers van de Haagse Ho geschool, vooral de decaan van commerciële economie hebben mij geïnspireerd en steeds gesteund.” Ooit was Murat de jongste taxichauf feur in Den Haag en verhuurde hij huizen die mensen ‘over‘ hadden, opgesplitst in ge meubileerde studio’s, aan expats en studen ten. “Mijn middelbare schoolperiode verliep moeizaam. Ik was ouder dan de rest van mijn klas en voelde me wijzer,” vertelt hij. In eerste instantie kreeg hij het advies een LEAO-op leiding te gaan volgen. Zijn ouders lieten hun oudste zoon, die in Rotterdam op een zwarte school zat, echter opnieuw testen door een Haagse ‘witte’ basisschool. De conclusie was dat de jongen méér in zijn mars had. Het ge zin dat ooit van Den Haag naar Rotterdam vertrok, verhuisde met de drie kinderen weer terug. Murat deed het laatste jaar basisschool over, daarna MAVO, HAVO, VWO en een studie aan de Haagse Hogeschool. “Binnen
ons gezin was studeren een ‘must’. Als zoon van een ondernemer, lag een studie commer ciële economie voor de hand.” Murat voelde zich op de Hogeschool wel thuis en ontpopte zich als een actieve student. “Ik studeerde, ik worstelde fanatiek, ik werkte, had een ondernemende vriendenclub en was voortrekker binnen de studentenvereniging.”
“
het tot hem door wat er gaande was. “Ik ben uit 550.000 studenten van 73 onderwijsinstel lingen gekozen, en wel als eerste allochtoon.” De gevolgen waren: vijf maanden lang publi citeit in de media en een scholarship voor de mastersopleiding International Business Stu dies bij de Webster University in St. Louis in Amerika. Een jaar lang volgde hij onderwijs
Ik ben uit 550.000 studenten van 73 onderwijsinstellingen gekozen tot student van het jaar.
Murat richtte de Turkse studentenvereniging ‘Eurasia’ op. Die groeide met 350 betalende leden uit tot een van de grootste allochtone studentenvereniging van Nederland. Om ‘zijn’ vereniging op de kaart te zetten en uit natuur lijk interesse onderhield de ‘open minded’ stu dent contacten met ondernemers en andere verenigingen. “Ik nam regelmatig een kijkje bij andere clubs en was altijd bereid te helpen. Ook werd ik door de schoolleiding ingescha keld bij evenementen en werkte ik met ple zier mee aan het project talentontwikkeling.” Daarnaast regelde de netwerker voor zichzelf een betaalde superstage, met auto van de zaak en secretaresse. In Dubai lukte het hem zonder enige ervaring in no time een marketingplan te implementeren. Toch kwam de verkiezing tot “student van het jaar 2005” voor deze veelzijdige Hagenees als een volslagen verrassing. Pas toen hij op het Ministerie van OC&W gehuldigd werd, drong
”
daar, in Leiden en Sjanghai. “Die studie was een verrijking. Ik ben me meer een wereldbur ger gaan voelen.” In de herfst van vorig jaar haalde Murat zijn diploma. Hij voert nu op freelance basis opdrachten uit voor de Turkse ambassade en het Turks Verkeersbureau. Ook wordt hij door grote bedrijven regelmatig gevraagd iets voor hen te doen, hetzij op persoonlijke titel hetzij met de door hem in 2006 opgezette congresor ganisatie Multipotentials. “Ik ben een echte re gelaar. Ik krijg dingen voor elkaar die anderen niet lukken en pak problemen aan waar ze geen zin in hebben.” De man die servicegerichtheid en maatschappelijke betrokkenheid hoog in het vaandel heeft staan, zegt continu crisis plannen te maken, maar zorgen om ‘Dé Crisis’ maakt hij zich niet, althans niet voor zichzelf. Zijn ambitie is om als internationaal zaken man in management succesvol te zijn. “Mijn kracht is dingen voor elkaar krijgen.”
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
39
“Ik wil minster worden”
“De boel bij elkaar houden”
Door Suzan Koçak
Ü
nal Mutlu (19) is tweedejaars stu dent geneeskunde aan de Erasmus Universiteit en vice-voorzitter van de studentenvereniging Cosmicus. Ambities heeft Ünal genoeg. Ze gaan zelfs over de grens. “Ik wil gewoon wat voor de maatschappij betekenen”, zegt hij op rustige toon. “Ik geef al jaren bijles aan leerlingen op de HAVO en VWO van het Cosmicus Col lege in Rotterdam. “Omdat ik vrij actief was, is mij gevraagd om voorzitter te worden van de studentenvereniging. Dat heb ik met twee handen aangenomen.” Cosmicus bestaat als sinds 1995 op landelijk niveau en heeft de juridische vorm van een stichting, maar als lokale afdeling Rotterdam is ze pas een jaar actief.” Cijfers over het aantal leden zijn niet beschikbaar. “Ons ledenbestand is zeer divers. Er zijn Irakezen, Pakistanen, Nederlanders, Koerden, Turken en zelfs Chi nezen aangesloten.”
Cosmicus is een stichting die een bijdrage wil leveren aan de ontwikkeling van studenten en alumni. Zij doet dat via diverse projecten. “Zo hebben we een cursus speedreading opgezet, waar je kunt trainen om ongeveer duizend woorden per minuut te lezen. Onlangs heb ben we ook een bijeenkomst gehad met als titel: `Leiders van de toekomst`. Daarin leerde
40
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
je niet hoe je de volgende Barack Obama kunt worden, maar wel hoe je je als individu kunt ontplooien en je prestaties kunt verhogen.” Daarnaast dient Cosmicus nog een hoger doel, legt ünal uit. “Het klinkt misschien heel idea listisch, maar we streven naar vrede. Wereld burgerschap is ons ideaal en daarvoor moet je investeren in de ontplooiing van mensen. Waar kun je dat nu beter doen dan bij een groep am bitieuze hoogopgeleide mensen? Toch zijn de studenten niet alleen maar serieuze toekom stige wereldleiders. We kunnen ook wel lol hebben, hoor. We organiseren bijvoorbeeld ook sportactiviteiten en studiereizen.” Net begonnen aan zijn tweede jaar is ünal erg tevreden met zijn keuze.”Deze studie is perfect voor mij. Ik heb altijd de natuur bewonderd. Het grootste wonder van de natuur is het men selijk lichaam.” Hoewel hij na zijn studie graag als arts op de universiteit wil werken, heeft hij ook hele andere aspiraties. “Politiek vind ik heel interessant en ik zou mijzelf wel terug willen zien op het departement van volksgezondheid, al heeft Nederland zijn zaken op dat terrein wel redelijk op orde. In Afrikaanse landen en India is dat wel anders. Ik wil na mijn studie in deze landen gaan werken als arts of meehelpen in het onderwijs en educatie.”
O
lcay Başaran (24) is tweedejaars student rechten aan de Haagse Hogeschool en voorzitter van de studentenvereniging Eurasia. Hij weet niet precies wat hij later wil worden, maar wel ambieert hij een baan bij een advocatenkantoor. Zover is het nog lang niet en daarom geniet hij nog van zijn studen tenleven en zijn werk binnen de studentenver eniging. Hij wisselt graag van gedachten met de studenten van zijn 4000 leden tellende ver eniging Eurasia. “Op school leer je vaak alleen je klasgenoten kennen. Via de vereniging kom je ook in contact met studenten uit andere studie richtingen. Dat is goed om inspiratie op te doen en contacten te leggen.” Studenten die een HBO- of de universitaire op leiding volgen kunnen zich vrijelijk aansluiten bij Eurasia. Studies als rechten en accountancy sco ren hoog bij de meeste leden van Eurasia. Volgens Olcay is zijn vereniging interessant voor studen ten vanwege de activiteiten die ze ontplooit. “Wij brengen studenten in contact met het zakenleven waardoor zij makkelijker een stageplaats vinden en organiseren activiteiten in de heilige maand ramadan, zoals iftar-maaltijden.” Daarnaast ver zorgt Eurasia studiereizen, debatavonden, sporten muziekdagen.
Een stage om nooit te vergeten Door erhan Gürer
Na afronding van zijn studie wil Olcay nog doorleren. “Ik wil een mastersopleiding in dezelfde richting doen en later bij een advo catenkantoor werken.” Zo’n duidelijke toe komstvisie hebben zijn medestudenten vol gens Olcay niet. Om die reden wisselen veel Turkse studenten van studie of zetten ze er een punt achter. “De schooluitval onder de Turkse studenten is misschien daarom ook vrij hoog”, zegt Olcay. “Het percentage schooluitval ligt bij studies waarin de het precieze gebruik van de taal een belangrijke factor is, is veel hoger dan bij opleidingen als accountancy.” Olcay schrijft de schooluitval ook toe aan de ‘uitzichtloosheid’ bij studenten en het gebrek aan doorzettingsvermogen. “Natuurlijk krij gen velen thuis ook niet de nodige steun en in spiratie. Er is een enorme kloof tussen de bele vingswereld van deze jongeren en hun ouders. Die laatste zijn vaak laagopgeleid en weten bar weinig van de studies van hun kinderen, waar door ze hen ook niet kunnen helpen en stimu leren. Mijn ouders motiveren mij wel, maar inhoudelijk kan ik ook niet met ze praten. Dat gemis hebben wij dus allemaal. Bij Eurasia stimuleren wij elkaar om onze opleidingen af te maken en de eerste stappen te zetten in de richting van een goede carrière.”
H
et gaat goed met de onderwijs samenwerking tussen Nederland en Turkije. Maar liefst dertig onder wijsinstellingen namen in novem ber 2008 deel aan een bedrijvenmissie van het ministerie van Economische Zaken. Dit jaar zijn verschillende programma’s gestart door Nederlandse onderwijsinstellingen en hun partners in Turkije. Een daarvan is het sta geproject van Turkije Instituut en de Hoge school INHolland. Roshni Bechan en Michiel
“
internationale ambities. “Ná Istanbul hebben we die zeker wel,” vervolgt Rosni. De twee willen in ieder geval een ‘minor’ doen in het buitenland of daar zelfs afstuderen. Vooral Roshni zag er in het begin tegen op om af scheid te nemen van haar familie, maar een maal in Istanbul had ze geen spijt van haar besluit. “Dat kwam in de eerste plaats door Oxivo. We voelden ons meteen thuis bij het bedrijf,” zegt Roshni. “De medewerkers wa ren allemaal afkomstig uit verschillende lan
Turken bleken open en gastvrij en mijn kijk op hen is daardoor erg veranderd.
van Horssen zijn twee van de acht studenten die in het kader van dit project stage hebben gelopen bij een bedrijf in Istanbul. Roshni (21) en Michiel (22), beide vierde jaarsstudenten commerciële economie aan de Hogeschool INHolland in Rotterdam, liepen stage bij Oxivo, een Nederlands-Turks ICT-bedrijf in Istanbul, waarover elders in dit nummer een reportage te lezen is. Twee gemotiveerde en ambitieuze studenten die al heel vroeg in hun leven wisten dat ze iets met marketing of management wilden doen. ”Het leuke aan mijn studie is dat je je creativiteit kwijt kunt in de projecten,” vertelt Roshni. Voorafgaand aan hun stage hadden ze geen
”
den en spraken goed Engels of Nederlands. We maakten snel vrienden en hadden een ac tief en sociaal leven.” Michiel vult haar aan: “In de onderlinge omgang speelde het cul tuurverschil geen enkele rol. Turken bleken open en gastvrij. Mijn kijk op hen is hierdoor erg veranderd.” Tijdens hun stage schreven ze een marketing advies voor een nieuw te lanceren product. “Dat was leerzaam omdat marketing in Tur kije totaal anders is dan in Nederland,” vindt Michiel. “Wij kozen voor gigantische beeld reclames, terwijl je je in Nederland meer zou gaan focussen op de feitelijke aspecten van een product.”
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
41
Turkse muziek is een cultureel mozaïek Roshni is nog steeds onder de indruk van het sociale leven in Istanbul: “De ‘van werk naar huiscultuur‘ bestaat daar niet. In Istanbul zit je niet thuis, zelfs al heb je geen geld om iede re avond buitenshuis te eten. Je gaat toch even buiten lopen. Alles gebeurt daar op straat, in Nederland binnen de muren. Je voelt je in Is tanbul bijna schuldig als je een keertje thuis blijft.” Michiel in één adem: “Ik vond het leuk om het leven in een andere stad te proeven, een kans te krijgen om mij persoonlijk te ontwikkelen, mijn vaste patronen te verlaten en mijn hoofd leeg te maken. Ik vond het geweldig om de stad door middel van het openbaar vervoer te leren kennen. Wij hebben vaak op goed geluk nieuwe routes uitgeprobeerd en belandden zo in wijken waar een gewone toerist, nooit komt. Na een tijd kon ik zelfs autochtone be woners de busroutes uitleggen.” Roshni: “Istanbul is een moderne wereld stad en vooral de winkelcentra zijn geweldig. Zelfs Michiel heeft het ‘shoppen’ leren waar deren. Dat komt doordat er in Istanbul grote shopping malls zijn waar je je de hele dag kunt vermaken.” Roshni en Michiel zijn de initiatiefnemers het Turkije Instituut en Hogeschool INHolland zeer dankbaar voor deze stage. “Ik vind het een heel goed project om studenten te stimu leren in landen als Turkije op stage te gaan,” vindt Roshni. “Ik ben wel bereid toekomstige stagiaires over mijn ervaringen te vertellen.” Michiel tenslotte: “Je zou ook meer aandacht kunnen geven aan het leren van het Turks. In Turkije spreken nog te weinig mensen Engels en een basiscursus Turks zou niet slecht zijn om de cultuur, de mensen en het sociale leven nog beter te leren kennen.”
42
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
Leo Vervelde is artistiek coördinator Turkse muziek op het Rotterdams Conservatorium, onderdeel van de Codarts Hogeschool voor de Kunsten. Deze opleiding die sinds september 2005 bestaat, is uniek in de wereld. Door Miriam van Coblijn
D
ecennialang was het op het Rotter dams Conservatorium alles klas sieke muziek wat de klok sloeg. Rond 2000 ontstond een groeiende vraag naar een studierichting Turkse muziek. Toen is het roer omgegaan en nu is er sprake van een topopleiding. Het conservatorium vervult daarmee een voortrekkersrol in Europa, want nergens in de wereld heeft een conservatorium een afdeling Turkse muziek. “Al eerder boden we opleidingen Indiase muziek, flamenco gitaar, Argentijnse tango en Latijns-Ameri kaanse muziek,” vertelt Vervelde. “Turkse muziek is enorm veelzijdig. Er zijn talloze sub stromingen ontstaan door input uit verschil lende windrichtingen.” Het programma-aanbod van de afdeling Turkse muziek is divers. De Bacheloroplei ding heeft de enige erkende studierichting Anatolische Bağlama (beter bekend als Saz) buiten Turkije. Saz, ook wel de Turkse luit genoemd, speelt een prominente rol in de Turkse volksmuziek. Andere onderdelen van het studieprogramma zijn Turkse percussie (darbuka), gezongen teksten en Turkse- en Westerse muziektheorie en geschiedenis. Voor bijvakken kunnen de studenten een
keuze maken uit de andere studierichtingen van de Hogeschool. Vervelde: “Naast een rijke traditie aan volksmuziek, klassieke muziek en zigeuner muziek, heeft Turkije ook een opmerkelijk rijke schakering aan popmuziek. Het grootste genre is de Arabesk, de Turkse vorm van de smartlap. Die vindt zijn oorsprong in Egypte, waar dergelijke muziek in de jaren veertig bij films als soundtrack werd gebruikt.” Een belangrijk onderdeel van de opleiding is – naast de studie van het hoofdinstrument – het verwerven van de vaardigheid om samen te werken met musici van andere Europese- en wereldmuziekrichtingen. Het leerplan bestaat verder uit: Bağlama (hoofdvak), gitaar of piano (bijvak), zang, ritmiek, Turkse percussie, en semblespel, koor, Westerse en Turkse muziek theorie, didactiek, methodiek en psychologie en professioneel management voor musici. “Wij hebben topdocenten in dienst, met gron dige kennis van en ervaring in het vak en een diep begrip voor de verschillende genres.” Vaste docenten zijn: Kemal Dinç, Ruben van Rompaey en Martin Greve. “Niet alleen de le raren van het Rotterdams Conservatorium ge
“
Bij ons volgen Turkse, Griekse en Nederlandse studenten de opleiding Turkse muziek.
”
foto: Hans Speekenbrink
“
Leo vermoedde dat hij met Martin een genie had ontdekt, maar hij was daar niet helemaal zeker van.
ven les, er worden ook regelmatig workshops georganiseerd met gastdocenten uit Turkije,” aldus Vervelde. “Inmiddels volgen naast Turk se ook enkele Griekse en Nederlandse studen ten de opleiding Turkse muziek. De voertaal op onze academie is Engels.” Een bijzonder docent
Martin Greve, studierichtingleider, docent en musicoloog is een autoriteit op het gebied van Turkse muziek. Van geboorte Duitser is hij na jaren van research steeds verder ‘ge turkificeerd’ zoals hij het lachend noemt. Sinds 1990 doceert hij over muziek in Tur kije en over Turkse muziek in migratielan den. Zijn boek “Die Musik der imaginären Turkei” werd vooral in Turkije zelf, lovend ontvangen en leverde hem de nodige be kendheid op. “Ik ben in contact gekomen met Turkse muziek door mijn Turkse bu ren,” vertelt Greve. “Zij waren nieuwsgierig naar die Duitse jongen die fluit speelde in zijn appartementje en ik was geïnteresseerd in de voor mij vreemde klanken die ik van hen hoorde. Later keerde de familie terug naar Turkije en Greve zocht ze op. “Ik kwam Turkije binnen vanuit het oosten en reisde naar het westen. In het oosten was de mu
ziek nog net zo als in de jaren twintig van de vorige eeuw, met overwegend Arabische invloeden. De muziek die amper een eeuw geleden in Turkije werd gemaakt was zo an ders. Hoe kunnen een land en zijn muziek zo snel en zo drastisch veranderen, vroeg ik me af? Die vraag intrigeerde mij in hoge mate. Ik verdiepte mij steeds meer in de Turkse muziek en kwam met mijn boek.” Greve zegt het imago van de Turkse muziek een ‘boost’ te willen geven door te laten zien dat die hoort bij een heel rijke cultuur. “De studierichting Turkse muziek aan onze Ho geschool maakt furore,” zegt Greve. “Daarbij biedt het brede aanbod aan opleidingen stu denten uitstekende kansen tot het verwerke lijken van prachtig crossovers. Een belangrij ke “meerwaarde, want hun toekomst en hun carrière zullen voor een groot deel bepaald worden door de vraag of ze daartoe in staat zijn. Afgestudeerden van het conservatorium zwermen uit over de hele wereld: soms kom ik ze tegen als hoofddocent Turkse muziek een andere keer weer bij een muziekgezelschap. Onze droom is de realisatie van een Bachelor opleiding Turks-Ottomaanse hoofse muziek van voor 1923.”
”
Greve werd tijdens een conferentie over Turkse muziek in het Duitse Essen in 2002 ‘ontdekt’ door Vervelde en Tuncay Çinibulak, hoofdre dacteur van Tulpia, die voor het conservato rium op zoek waren naar de beste docenten. “Leo had het gevoel dat hij een goudmijn ont dekt had, maar was daar toch niet helemaal ze ker van,” vertelt Çinibulak, zelf een expert op het gebied van de Turkse muziek. “Hij vroeg zich af of Martin echt zo’n genie was. Ik had diens boek even doorgebladerd, stuitte op na men van lokale en minder bekende musici en authentiek lyrische teksten, en fluisterde Leo in het oor dat Martin echt de gedroomde kan didaat was.” Er volgden gesprekken en Greve werd aangesteld als docent. Daar hield de zoektocht naar topdocenten echter niet mee op. Samen met George Wie chel, toenmalige artistieke directeur van het conservatorium, sprak Çinibulak in Istanbul met de meesters van de Turkse bağlama, zo als Arif Sağ, Erdal Erzincan en Erol Parlak. Çinibulak: “Vanwege het drukke leven van de meesters kwam het uiteindelijk niet tot een duurzame samenwerking, maar ik hoop Arif Sağ ooit op het conservatorium te zien rondlopen en vele concerten te geven met zijn leerlingen in heel Europa.”
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
43
Van ontheemde migrant tot bijzonder hoogleraar Uzay Kaymak is benoemd tot bijzonder hoogleraar kunstmatige intelligentie aan de Erasmus Universiteit. Op zijn vijftiende kwam hij naar Nederland en moest drie jaar in een taalklas zitten. Hij weigerde dat en kwam via omwegen op de universiteit terecht, waar ook zijn carrière begon. “Er zijn weinig hoogleraren van Turkse, Marokkaanse of Surinaamse afkomst.” Door Marianne Wilschut Fotografie andrÉ van velzen
A
an de boekenkast in de werkkamer van Uzay Kaymak (1968) op de tiende verdieping van de Erasmus Universiteit hangt een toga in een kledingbeschermer waar zijn naam in gele letters op is geprint. “Vorige week was er een oratie van een collega uit Tilburg waar ik bij was en dan moet ik tegenwoordig een toga dragen”, zegt de hoogleraar. Uzay Kaymak is op 6 maart benoemd tot bijzonder hoogleraar intelligence and computation in economics aan de vakgroep econometrie van de Eras mus universiteit in Rotterdam. Hij is daar mee de vijfde hoogleraar in Nederland van Turkse afkomst. Kaymak’s vakgebied is het bedenken van computersystemen met een logica die dichter bij die van de mens staat dan de gangbare computerlogica die van nullen en enen uit gaat. Deze ‘slimme’ systemen kunnen bedrij ven helpen bij het nemen van routinematige beslissingen. “Als je bijvoorbeeld een offerte aanvraagt bij een verzekeraar dan krijg je tegenwoordig vrij snel antwoord. Het is dan niet zo dat daar iemand in een kantoortje snel voor je heeft zitten rekenen, maar je ont vangt een offerte die door een computer is samengesteld. Alleen de moeilijke gevallen
44
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
worden nog door een verzekeringsexpert af gehandeld. Ook helpen intelligente compu tersystemen bedrijven om klanten te identi ficeren. Een goed voorbeeld is een vliegtuig, daar zijn alle stoelen in de economy class hetzelfde maar toch hebben ze bijna allemaal een andere prijs. De computer helpt vlieg
“
Big brother?
Mede dankzij ons surfgedrag, onze bonus kaart en andere klantenkaarten die in onze portemonnee zitten, laten we dus veel meer informatie over onszelf achter dan waar we ons misschien wel van bewust zijn. Kaymak denkt echter niet dat dat een ontwikkeling is
In Nederland gaat veel talent verloren. Daarom zijn er zo weinig hoogleraren van Turkse, Marokkaanse of Surinaamse afkomst.
maatschappijen om te bepalen welke prijs voor welke klant geschikt is. Een zakenman die veel vliegt en volgende week maandag voor een vergadering in Rome moet zijn zal bijvoorbeeld eerder een hogere ticketprijs betalen dan een toerist die niet aan een be paalde dag of een bepaald tijdstip gebonden is. Bovendien: iedereen die ooit een boek bij Amazon heeft besteld, kreeg daarna wel eens een aanbod van soortgelijke boeken die hij of zij wellicht ook interessant zou kunnen vin den, ook weer zo’n voorbeeld van database marketing.”
”
waar we ons erg veel zorgen over moeten ma ken. “Het maakt ons leven ook makkelijk. We moeten als maatschappij echter wel afspraken maken over wat we nog toelaatbaar vinden. We hebben bijvoorbeeld allemaal een mobiele telefoon op zak waarmee we 24 uur per dag traceerbaar zijn. Als mijn baas mij via mijn telefoon gaat traceren en probeert te achter halen waar ik allemaal ben geweest tijdens werktijd, dan ben ik daar minder gelukkig mee. Als ik daarentegen dankzij mijn telefoon in het puin van een aardbeving makkelijker te traceren ben, dan ben ik daar gelukkig mee.
“
Bij Tannet, een netwerk van hoogopgeleide Turkse Nederlanders zie ik heel veel talent rondlopen.
”
Daarnaast is er ook nog het elektronisch pa tiëntendossier dat levens kan redden. Veel pa tiënten krijgen nu nog te laat de juiste behande ling omdat artsen niet een totaalbeeld hebben van zijn of haar medische gegevens. Van de andere kant kan ik me ook wel voorstellen dat mensen liever niet willen dat gegevens uit hun medisch dossier bij de zorgverzekeraar of een hypotheekverstrekker terechtkomen. Afspra ken maken over wie toegang heeft tot welke in formatie en voor welk doel blijft dus belangrijk. De maatschappij moet daar alert op blijven.” Kaymak is weliswaar de vijfde hoogleraar van Turkse afkomst, maar hij is wel een van de weinigen van dat lijstje die grotendeels in Nederland is opgegroeid. Toen hij vijftien jaar was reisde hij samen met zijn moeder en zusje zijn vader achterna. “Ik vond het vreselijk om op die leeftijd mijn vrienden in Ankara achter te moeten laten,” herin nert hij zich nog. Eenmaal in Nederland leek het er aanvankelijk op dat de hoogbegaafde Kaymak vanwege zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal een paar klassen terug gezet zou moeten worden. “Zowel in Turkije als in Nederland scoorde ik bij testen vrij hoog, maar toch kreeg ik het advies om eerst met andere buitenlandse kinderen drie jaar in een internationale schakelklas (ISK) Ne derlands te leren en daarna pas bij Havo 3 in te stromen. Omdat ik het absoluut niet zag zitten en omdat ik goed Engels kon, ben ik
toen naar de internationale school gegaan.” Een paar jaar lang pendelde de jonge whizz kid daardoor tussen zijn woonplaats Rotter dam en zijn Engelstalige school in Eindhoven. Later zou hij in Delft gaan studeren. Kaymak is blij dat hij deze route heeft genomen. “Als ik eerst drie jaar ISK-lessen gevolgd had en daarna pas naar de Havo was gegaan, dan was ik niet gekomen waar ik nu ben. Ik ben een uitzondering realiseer ik me. Veel jongeren die uit een ander land naar Nederland kwa men, hebben wel zo’n ISK-traject doorlopen en zijn vervolgens op een lager niveau inge stroomd dan ze eigenlijk aan hadden gekund. Ik ben ervan overtuigd dat Nederland zo veel talent is misgelopen en dat dat een van de re denen is dat er nu zo weinig hoogleraren zijn van Turkse, Marokkaanse of Surinaamse af komst. Een ander deel van het verhaal is dat de nieuwe Nederlanders die wel een academi sche studie gaan volgen, eerder kiezen voor een studie die leidt tot een beroep met status zoals medicijnen of rechten. De animo voor de wetenschap is niet groot. “De laatste jaren doet de Nederlandse Organisatie voor Weten schappen (NWO) wel meer haar best om bij allochtone studenten een wetenschappelijke carrière te promoten dus ik denk dat dat gelei delijk aan wel resultaat zal hebben.” Doen universiteiten wel genoeg om nieuw talent binnen te halen? “Tegenwoordig zijn termen als internationalisering en diversiteit op de universiteit toverwoorden. Er wordt al
meer aandacht aan dat soort zaken besteed dan toen ik nog studeerde, maar ik denk wel dat universiteiten het nieuwe talent dat er is nog onvoldoende benutten.” Wat dat betreft zou Kaymak ook een voorstander zijn van het invoeren van een quotum voor academici van allochtone afkomst? “Meestal zijn mensen die afkomstig zijn uit de groep waarvoor dat quotum wordt voorgesteld, huiverig voor zo’n instrument. Ze zijn bang dat het tot stigma tisering leidt. Uit verschillende onderzoeken blijkt echter dat wanneer de situatie scheef zit, een quotum helpt bij het rechttrekken ervan. Als bijvoorbeeld mocht blijken dat er geen geschikte persoon is om een bepaalde functie in de wetenschappelijke staf van de universi teit te vervullen dan vind ik dat die plek open moet blijven. Dat stimuleert het bestuur van de universiteit om beter te zoeken. Ik ben het niet eens met de stelling dat er onder de nieu we Nederlanders geen geschikte kandidaten voor zulke functies te vinden zouden zijn. Ik ben bestuurslid van Tannet, een netwerk van hoogopgeleide Turkse Nederlanders, en daar zie ik heel veel talent rondlopen.” Kan zijn eigen vakgebied misschien hel pen bij het opsporen van dat talent? “Er zijn al intelligente systemen die bijvoorbeeld via in ternet op zoek gaan naar voor bepaalde func ties geschikte mensen. Expert mining heet dat. Ik vind alleen niet dat het aan een organisatie als Tannet is om dat soort systemen te gebrui ken om talent te vinden. Wij gaan heel erg uit van de betrokkenheid van mensen. We zoeken geen toeschouwers maar mensen die vinden dat ze zelf hun bijdrage moeten leveren, maar voor de personeelsfunctionarissen van de uni versiteiten die zeggen dat ze geen divers talent kunnen vinden, zou het zeker een oplossing kunnen zijn.”
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
45
Meer kleur, betere gemeente Door Suzan Koçak Het is een trend: het streven naar een goede afspiegeling van de maatschappij binnen een bedrijf. Veel instellingen willen een zo divers mogelijk palet aan medewerkers met uiteen lopende culturele achtergronden in dienst heb ben. De gemeente Haarlem is hier een voor beeld van. Onder jongeren is de overheid een favoriete werkgever, al hebben ambtenaren over het al gemeen geen goed imago. “Gemeentes hebben de reputatie stofnesten te zijn waar alles traag verloopt,” vertelt Miriam Kenter, adviseur werving en selectie van de gemeente Haarlem. “Haarlem staat bekend als een Noord-Hollands provincie stadje, maar in mijn optiek is het een moderne metropool.” Kenter constateert dat veel mensen niet goed weten dat de gemeente een topwerkgever is. “We hebben een breed scala aan diensten en producten. De gemeente is een dynamische instelling en de functies zijn zeer divers. Er zijn bovendien genoeg door groeimogelijkheden.”. Kenter: “Haarlem is een gemeente die vooral op vooruitgang gericht is. Je hebt er als ambtenaar genoeg vrijheid om jezelf te ontplooien, carrière te maken en de mogelijkheid om je eigen carrièrekansen te creëren.” Met het stoffige imago van de gemeente valt het volgens haar best mee. “Sommige procedures verlopen inderdaad traag, maar daar kun je zelf je stempel op drukken en er vaart achter zetten.” Daarbij geldt dan ook nog dat democratische processen nu eenmaal overleg met de verschillende belanghebben den vereisen en vragen om het maken van zorgvuldige afwegingen. Haarlem heeft momenteel circa 148.000 inwo ners, waarvan er 35.000 een niet-Nederlandse achtergrond hebben. De grootste groep bestaat uit Turken (17 procent), gevolgd door Indi ërs (13 procent) en Marokkanen (12 procent). Hoeveel allochtone werknemers bij de ge meente Haarlem in dienst zijn, is niet bekend. Volgens Kenter wordt dat niet geregistreerd, “maar in verhouding tot het aantal inwoners zijn het er vast niet veel. We willen wel meer di
46
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
versiteit binnen onze teams. Persoonlijk denk ik dat mensen met een andere culturele ach tergrond een waardevolle toevoeging kunnen zijn, omdat zij wellicht een geheel andere kijk op de zaken hebben. Als het beleid steeds wordt gemaakt door een persoon die alles vanuit één etnisch perspectief bekijkt, vergeet je daarbij de belangen van veel andere groepen mensen.” De gemeente heeft veel vacatures open staan voor HBO-ers en WO-ers. “Vanaf deze maand komen er weer een aantal posities binnen de gemeente vrij, onder andere die van gemeen tesecretaris. We proberen in de toekomst ook meer juniorfuncties te creëren, zodat hoogop geleiden zonder ervaring met het gemeentelijke apparaat, wel bij ons aan de slag kunnen,” aldus Kenter. Daarnaast is de gemeente van plan vol gend jaar een traineeship van twee jaar in te
“
der jaren heb ik op verschillende afdelingen ge werkt zoals P&O en GON (Gemeentelijk Op vang Nieuwkomers). Het contact met klanten heb ik altijd prettig gevonden en toen de afde ling GON werd opgedoekt ben ik een interne opleiding gaan doen. Daarna ging ik als klant manager aan de slag. Tijdens mijn werk kom ik in contact met klanten met verschillende achtergronden. Ik merk daarbij dat Turkse Ne derlanders een band met mij voelen en dat ze daardoor makkelijker met mij praten. Ander zijds denken ze dat ze bij mij dingen gemak kelijker voor elkaar kunnen krijgen, omdat ik toevallig een Turkse ben. Ik ben voor iedereen even streng. Regels gelden echter voor iedereen. Misschien dat ik zelfs wel strenger ben voor mensen uit mijn eigen bevolkingsgroep, juist omdat ik mij net iets meer met hen verbonden voel en ze uit die luie stoel wil krijgen.”
We willen wel meer diversiteit binnen onze teams. Mensen met een andere culturele achtergrond hebben een meerwaarde voor de gemeente.
stellen, waarbij de deelnemer veel verschillende opdrachten binnen de gemeente krijgt, om zo ervaring op te doen. “We hopen dan natuurlijk dat de trainee daarna bij ons blijft.” www.haarlem.nl Gratis abonnement op vacaturenieuws mogelijk
Şükriye Çelik-Urfalı (38) werkt al
achttien jaar bij de gemeente Haarlem. Sinds 2007 vervult ze de functie van klantmanager op de afdeling Sociale Zaken en Werkgele genheid.
“Vlak nadat ik mijn MEAO-opleiding had af gerond, kwam ik via een speciaal project voor allochtonen bij de gemeente terecht. In de loop
”
“Op mijn afdeling zijn er een aantal mede werkers van Turkse, Marokkaanse en Antil liaanse komaf, maar voor de rest zijn er bij deze gemeente niet veel allochtonen in dienst. Toch voel ik mij er enorm thuis. Ik ben nooit anders behandeld, omdat ik een andere etni sche achtergrond heb. Pas sinds een paar jaar ben ik praktiserend moslim en draag ik een hoofddoek. Mijn collega’s hebben veel vra gen gesteld, maar toonden er altijd veel be grip voor. Later is er zelfs een gebedsruimte ingericht. Ik denk dat ik in zekere zin ook een lans gebroken heb voor jonge meiden met een hoofddoek. Ze hoeven niets meer uit te leggen, omdat iedereen het al eerder bij mij gezien heeft. Het initiatief van de gemeente om meer allochtonen aan te nemen vind ik prima. De gemeente kan best een beetje kleur gebruiken.”
Column
Bij de buren meryem kanmaz • Journalist
Türkiye, here we come!
H
et Brusselse Liedseplein aan het Noordstation, het kloppend hart van de Turkse wijk en doorgaans een drukte van jewelste, maar ook de Haachtsesteenweg, liepen de afgelopen weken leeg. Nergens meer Turks brood of simit te vinden, en al evenmin Turkse kranten en tijdschriften. De restaurants en pide-zaken bleven gesloten. De winkeltjes en de beenhouwers hadden een bordje met ‘jaarlijks verlof’ buiten gehangen. De wijken Schaarbeek en Sint Joost zijn niet in een winter-, maar een zomerslaap gesukkeld. Met de tropische temperaturen van de laatste dagen lijkt Brussel wel een mediterrane stad tijdens haar namiddags iësta. Geen dagelijkse bedrijvigheid, geen toeterende auto’s, fluitende mannen, vrouwen die boodschappen doen of giechelende meisjes op het plein of in de straten. De Turken en Marokkanen in de wijk zijn aan de uittocht naar hun landen van herkomst begonnen. Al veertig jaar is dit een vast ritueel waarbij er naar uitgekeken wordt om een hele maand lang in Turkije te zijn, bij de familie. Een maand lang laaf je je aan de Turkse lucht, muziek, keuken, familie en vrienden om er dan vervolgens weer een jaar tegen te kunnen. De meesten keren zomers dan ook niet enkel naar Turkije terug, maar naar hun streek, dorp of stad van afkomst waar velen inmiddels een huis hebben staan. Ook de rest van de fami lie, de ooms en tantes, neven en nichten, buren en andere stadsge noten in de diaspora keren terug. Er is altijd wel ergens een trouwerij, verloving of besnijdenisfeest en zoniet dan zijn er wel verwanten die bezocht moeten worden. We hebben hier van doen met een gevoel van gemis dat weg gewerkt moet worden, met heimwee die men probeert te verzachten.
te nemen naar Europa. De speciale tomaten- of peperpuree, granaat appelazijn, olijfolie of gedroogde vruchten, noten, thee, met andere woorden zo’n beetje alles wat het land voortbrengt. Pas met de jongere generaties die hier in West-Europa opgroeiden en die geen last hadden van heimwee of gemis, kon het jaarlijkse bezoek werkelijk een vakantie worden. Andere landen en steden bezoeken of zelfs andere continenten? Niets van dat al. De bestemming blijft Turkije maar men gaat niet meer linea recta naar de stad of het dorp van herkomst. De nieuwe trend is om een dag of tien door te brengen aan de Turkse Rivièra, in een all-in resort in Bodrum, Kemer of Antalya, de klassieke strand-, zee- en zonvakantie die reispromotoren jaarlijks in de aanbieding hebben. Daarna wordt de vakantie voortgezet met een bezoek aan de familie. Het vergt minutieuze planning en organisatie om vakantie en familie bezoek te combineren. Soms, als een koppel bestaat uit een man en een vrouw die niet beiden uit dezelfde streek afkomstig zijn, wordt het nog ingewikkelder. Enkele dagen zijn “Heimat” bezoeken én even in haar dorp langsgaan en daar dan ook nog eens een weekje of een aantal dagen met z’n tweetjes aan vastknopen. Vakantie als totale onderdompeling in de Turkse cultuur, taal, tempera tuur en temperament. Zo kunnen ze er weer even tegen, tot het straks in de winter weer tijd wordt voor een citytrip naar Istanbul, die andere toeristische topper welke de Turken in de diaspora (her)ontdekken. Dat laatste zeker nu de metropool in 2010 in de schijnwerpers zal komen te staan als Culturele Hoofdstad van Europa.
Eigenlijk is het jaarlijkse verblijf in Turkije geen echte vakantie, want er moet van alles geregeld worden. Niet alleen legt iedereen zich toe op het zo goed mogelijk nakomen van alle bovengenoemde familieverplichtingen maar ook moet het huis daarginds onderhouden worden of gerepareerd. Bovendien, doet iedereen vlak voor het vertrek de obligate boodschappen en slaat van alles in om mee terug
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
47
reizen
Mijn reis naar Diyarbakır, Mardin en Hasankeyf
Tulpia start een nieuwe fotoreportage over Turkije. Onze fotograaf Sabri Varan reisde er rond. Hij legde mensen op de gevoelige plaat vast maar ook landschappen en met name de bezienswaardigheden van Klein Azië. Hij trok van Istanbul naar Diyarbakır (Zuidoosten), van Edine (Noodwesten) naar Mardin van Antalya naar Trabzon en maakte onvergetelijke reportages. Wij starten deze serie met een verslag van zijn reis door Zuidoost-Turkije. Door Sabri Varan 48
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
49
Hoewel ik mijn reis in Edirne ben begonnen, komt deze bijzondere stad een andere keer aan de orde. Ik wil graag eerst mijn ervarin gen in Diyarbakır vertellen. De afstand tussen Istanbul en Diyarbakir bedraagt 1800 km. In het vliegtuig bestaat de helft van de reizigers uit soldaten maar ook de burgemeester van Diyarbakır, Os man Baydemir maakt deel uit van het gezel schap. Baydemir is een beleefde man: hij zag mij, stond op en gaf mij een hand. Het is mei maar in Diyarbakır is het erg warm. We zijn op weg naar ons hotel en onderweg zien we in de straten van de stad overal affiches van een groot zomerfestival, dat vier dagen duurt. Op dat festival komen mensen uit de hele streek
50
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
af. Zeven jaar geleden was ik voor het laatst in Diyarbakır. Vroeger werd je overal gefouil leerd en als je op straat liep vroeg men je naar je identiteitsbewijs. Dat behoort gelukkig alle maal tot het verleden. Je kunt nu zonder angst over straat lopen. Wanneer ik tegen de Koer den daar zeg dat ik uit Nederland kom en dat ik van Turkse komaf ben, krijg ik een warme ontvangst en bieden ze me iets te eten of te drinken aan. Toch zijn er van de kant van de lokale bevolking ook wel wantrouwende blik ken. Ze zijn erg voorzichtig met de vreemden die de stad binnenkomen. Ze willen weten wie je bent en wat je hier komt doen. Later komt het vaak tot een warm gesprek. Het festival duurt vier dagen en het is erg druk
in de straten van Diyarbakır. ‘s Avonds op het grootste plein van de stad dansen duizenden mensen volksdansen. Ik ben op weg naar “Dengbej”-huizen, een cultureel centrum dat de gemeente heeft laten bouwen. Binnen is het druk en dat is daar de normale gang van zaken. Er wordt gezongen, gegeten en gedronken. Een oude man zingt in het Koer disch “ağıtlar” oftewel ontroerende volkslied jes, anderen vertellen verhalen. Diyarbakır’s “nachtegaal” Seyithan is 75 jaar, zijn stem is ontroerend en warm. Iedereen noemt hem “onze meester”. Hij is even goed in het zingen van Koerdische als van Turkse liederen. Voor mij zingt hij een Turks lied en na afloop daar van begroet hij mij vriendelijk.
Pagina linksboven De historische Hasanpaşa Han in Diyarbakır. Pagina rechtsboven Straatverkopers en muzikanten voor Ulu moskee in Diyarbakır. Onder v.l.n.r. Een man die zich wast voor het middaggebed in Diyarbakır, Kunstenares Yekbun aan het werk in haar eigen atelier in Diyarbakır, straatbeeld uit Diyarbakır, een dansende vrouw tijdens het culturele festival in Diyarbakır.
Als men naar Diyarbakır komt, is een bezoek aan de historische plek “Hasanpaşa Han” aan te raden. De vroegere “Hans” (herber gen), worden nu gebruikt als koffiehuizen, restaurants, toeristische verkooppunten of boekhandels. Hier ontmoet ik Siyabent, een ober. Hij is opgegroeid in het West-Turkije. Daar heeft hij ook de universiteit bezocht. Uiteindelijk heeft hij echter zijn studie niet af gemaakt en is teruggekeerd naar Diyarbakır. Tijdens het gesprek met Siyabent drinken we “menengiç”, een soort koffie die je alleen in deze streek kunt drinken. Vanuit Diyarbakır gaan we naar het dorp Gözlü. Onderweg zien we politiebureaus en soldaten die de wacht houden. Gedurende de reis bekijk ik verlaten grasvelden en overal bloeien lentebloemen. Ik word verblind door de prachtige kleuren. Aangekomen in het dorp kijken de dorpelingen je argwanend aan. De vrouwen draaien gelijk hun gezich ten naar een andere kant en lopen weg. De mannen praten eerst Koerdisch, maar als ze geen respons krijgen, schakelen ze over op het Turks. Zodra ik mijn fotocamera uit de tas haal, komen de nieuwsgierige kinderen om mij heen staan. De kleurrijke kleding van de meisjes oogt heel feestelijk en iedereen wil op de foto. Er is een hele mooie tafel voor ons ge dekt met allerlei dorpse lekkernijen. We eten
op onze knieën op de grond. De vrouwen ge bruiken de maaltijd in een aparte kamer. Dat vind ik erg bizar. Het dorpshoofd Şeyhmus vertelt ons het volgende: “Ik ben 45 jaar, maar heb nog nooit met mijn vrouw samen gege ten, laat staan met mijn moeder. Dit is hier een eeuwenoude traditie en daar houden de mensen zich aan.” In het dorp bezoek ik een basisschool en ik praat met de lokale leraren. Ze kwamen van elders en vertellen allemaal dat ze eerst hun bedenkingen hadden en bang waren voor de lokale bevolking, maar dat ze nu van dit dorp zijn gaan houden. Op school hebben ze wel computers, maar nog geen internetverbin ding. Ze vragen me of ik ze vanuit Nederland een laptop en een beamer kan sturen, waarop ik antwoord: “Ik zal kijken wat ik kan doen”. De tweede stop van mijn reis is Şanli Urfa. De straten hier zijn heel schoon. Naast historische architectuur zijn er hier ook nieu we gebouwen te bewonderen. Zodra wij in de stad zijn, komen er kinderen op ons af die ons vrijwillig willen begeleiden. Ons oog valt op een jongen van 16 jaar genaamd Garip. Hij is dun en heeft een donker gelaat. Garip stu deert toerisme in de West-Turkse stad Aydın. De jongen is niet erg communicatief en lacht niet veel. Ik vraag naar de reden, waarop hij antwoord: “Een man van waarde lacht niet
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
51
Boven Binnenplaats van de Halil Ibrahim Moskee in Şanli Urfa. Pagina rechts Kinderen in Diyarbakır wachtend op reizigers om hun bagage te dragen. Onder v.l.n.r Een man in Mardin in de koperslagers passage, brug over de rivier Tigris (Dicle), schoolkinderen tijdens een picknick in Hasankeyf.
en praat niet als het niet nodig is.” Samen lo pen we door de straten van de profetenstad en bekijken we de vissen in het meer. Door ’s zomers te werken helpt Garip zijn ouders bij hun levensonderhoud en financiert hij zijn studie. We hebben honger en ik stel voor om samen wat te gaan eten. Garip wijst dit af. Hij is een trotse jongeman en wil niet overkomen als een arme sloeber. We lopen door de krui den passages en daarna trek ik verder. De volgende stop is Mardin. De oude stad met zijn historische cultuur is onbeschrijfelijk mooi. De straten zijn smal. Stel dat er brand uitbreekt, dan kan hier geen brandweer bij de vuurhaard komen. Onze gids brengt ons naar een Assyrische kerk genaamd “Kırklar Kili
52
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
sesi”. Als je in Mardin bent, moet je zeker de straatjes van de koperslagers gaan zien. Een ven hen, Abdulvahap geheten, heeft 45 jaar ervaring in het vak. Hij is geboren en geto gen in Mardin, maar vertelt ons dat hij Ara bische ‘roots’heeft. Dankzij zijn buren kent hij vier talen: Arabisch, Assyrisch, Koerdisch en Turks. “De Assyriërs hebben ons hierheen gehaald om voor hen te werken en zij hebben ons gevormd tot wie we nu zijn. Ze hebben ons beschermd, werk en eten gegeven. Wat hebben wij hen teruggegeven? We hebben ve len van hun grondgebied verjaagd,” zegt hij verdrietig. Eigenlijk wil ik mijn reis hier voorlopig wel beëindigen, maar mijn liefde voor Hasankeyf
drijft me voort. In Hasankeyf is niemand hoopvol gestemd. Men wacht nieuwsgierig af of deze historische stad onder water zal verdwijnen door de bouw van een enorme stuwdam in de buurt. Een oude man vertelt: “Ze kunnen ons van ons leven beroven, maar onze grond krijgen ze niet.” Een vrijwillige gids heeft ons een week lang begeleid. Het is een meisje van 11 jaar genaamd Esra Öztekin. Ze heeft in ons reisdagboek neergeschreven wat ze voor Hasankeyf zou verlangen: “Ik wens dat er geen dammen worden gebouwd. De geschiedenis van Hasankeyf mag niet verloren gaan. Ik wil meer scholen in Hasan keyf.” Laten wij het hierbij laten en hopen dat haar wens uitkomt.
Culturen in de schaduw Het Zuidoosten van Turkije is decennia lang voor toeristen een blinde vlek op de kaart geweest. Nu het politieke en gewapende conflict aldaar aan intensiteit inboet, keert het normale leven weer terug en wordt duidelijk hoe mooi het gebied eigenlijk is. De culturen, tradities en de historische bezienswaardigheden die decennia lang in de ‘schaduw’ zijn gebleven, treden weer aan het daglicht. Het Zuidoosten van Turkije maakt deel uit van een groot gebiedin het Midden-Oosten, de bakermat van vele Oosterse en Westerse beschavingen. De geschiedenis van deze regio begint rond 7000 voor Christus. In de nieuwe steentijd tussen 2000 v.Chr. en 1500 v. Chr. kwamen de Hurrieten, rond 1200 v. Chr. gevolgd door de Hittieten en later door diverse andere volkeren. Hier ligt Mesopotamië oftewel twee stromenland. In het gebied rond de Bijbelse rivieren Fırat (Eufraat) en de Dicle (Tigris) leefde
de profeet Abraham, die door drie wereldreligies als aartsvader wordt beschouwd. Sommigen geloven dat Abraham werd geboren in de plaats die nu Şanlı Urfa heet (het vroegere Ur van de Chaldeeën) en dat hij later naar het zuiden, dat wil zeggen naar de stad Harran, is getrokken. In Harran, dat een belangrijk geschiedkundig en cultureel centrum van Mesopotamië is geweest kan men nog de ruïnes van een van de grootste en oudste islamitische universiteiten bezich tigen. Wanneer je over de Mesopotamische vlakte naar het zuiden reist, is de eerste hoge berg die je verwelkomt, de mythische Nemrut, met het mausoleum van de Comagenen-koning Antiochus, op de 2150 meter hoge top. De voornaamste plaats in de regio is Diyarbakır. Andere steden zijn Mardin, dat beroemd is om zijn regionale architectuur en Gazi Antep, een groot handels- en industriecentrum met vele overblijfselen van oude steden van de Hittieten. Diyarbakır wordt door de toeristen zonder twijfel
het meest bezocht. Het vormt zo’n beetje de hoofdstad van het hele Zuidoosten en is de drukste en tevens de mooiste stad van het hele gebied. In Diyarbakır kan men prachtige histori sche muren zien. Die zijn net iets korter dan de Chinese Muur, dat wil zeggen: 5,5 km lang en gemaakt van zwarte stenen. De muur stamt uit de Middeleeuwen en staat er om bekend dat er allerlei soorten gesteentes in verwerkt zijn. Niet alleen Diyarbakır maar ook Mardin is zeer aantrekkelijk voor toeristen. De stad is gebouwd door deskundige architecten en heeft daarom een bijzonder architectuur. De plek is een waar cultureel mozaïek want er wonen zowel Koerden als Turken, Christenen als Arabieren. Het is zeer bijzonder om er eerst christelijke kerkliederen te horen zingen en vervolgens de Imam in de Mos kee. In het oosten van de streek ligt de stad Şanlı Urfa. Ook is Şanlı Urfa beroemd vanwege zijn keuken die in Turkije op de eerste plaats staat. Door Sabri varan
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
53
TULPIA DIVERS
Dromen en laten dromen in Delfshaven
Door Frans Jeursen
O
oit waren we allemaal kleine jonge tjes en meisjes, zonder carrière of kapitaal. We hadden geen verplich tingen of knellende maatschappelij ke banden. Wel liepen we over van fantasieën over wat de toekomst allemaal nog voor ons in petto zou hebben. Ikzelf wilde aanvanke lijk graag geheim agent worden of saxofonist, later admiraal en daarna paus. Het mooiste van die jonge jaren was echter dat het prik kelen van je fantasie je enorm stimuleerde om op zoek te gaan naar je eigen talenten en die naar beste vermogen te ontwikkelen. Je kunt een kind daarom geen groter geschenk geven dan iets wat hem of haar aanspoort tot dromen. Dit diepe inzicht leeft ook bij Fred Burg graaf van de Rotterdamse deelgemeente Delfshaven. Er moest daarom een boek voor kinderen komen, vol verhalen en afbeeldin gen, een boek met ‘voorbeelden’, een fontein
54
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
van enthousiasmerende mogelijkheden en kansen, een boek geënt op thema’s, personen en herinneringen uit Delfshaven zelf. Bijzon dere mensen, gebeurtenissen uit het verleden van de deelgemeente, beroemdheden die iets met Delfshaven hadden of hebben, ze moes ten allemaal de revue passeren en door hun inspiratie iets bijdragen aan de toekomst en het ontplooien van de mogelijkheden van de jonge inwoners. “Een boek kan een wereld openen en een
toekomst bieden,” vindt Burggraaf. “Ander zijds wilden we de lezertjes attent maken op het plezier dat je kunt ontlenen aan het sim pelweg doen van bepaalde dingen ook al zou je niet in staat blijken daarin het hoogste ni veau te halen. Simpelweg voetballen bijvoor beeld, ook al kom je niet in de eredivisie. Ook lezen en tekenen, kunnen je gelukkig maken in weerwil van de vele kleine en grote tegen slagen die het leven nu eenmaal altijd met
Fietsenmonster
“
Roem, geld en macht hebben immers al velen bitter teleurgesteld en bleken een mens niet gelukkig te maken.
”
zich meebrengt.” Tevredenheid met de kleine dingen en geneugten daar ging het om want zoals de spreuk luidt: “eenvoud is het kenmerk van het ware.” Roem, geld en macht hebben immers al velen bitter teleurgesteld en bleken een mens niet gelukkig te maken.
Zo gezegd zo gedaan en het ambitieuze project werd op de rails gezet. Burggraaf: “Elk verhaal in het boek is geworteld in Delfsha ven. Of het nu gaat over een opa die er nog woont of de befaamde vlootvoogd Piet Hein die er vandaan kwam, of je nu kennismaakt met een talentvolle Fado-zangeres, een voet
baller of een kind dat al gedichten schrijft. Doel is iedereen aan te moedigen tot ‘leven’.” Natuurlijk hebben de initiatiefnemers ook andere intenties. De verhalen zijn geschreven voor verschillende, steeds hogere niveaus van leesvaardigheid op de zogeheten AVI schaal. Zo kan een lezend kind als het wil ‘opklimmen en zijn taalvaardigheid gaandeweg vergroten. Omdat het een lees- en vóórleesboek is kun nen ook minder ‘gealfabetiseerde’ ouders er hun voordeel mee doen. “Zo draagt een boek voor een kind, indirect ook nog een steentje bij aan verdere integratie in de Nederlandse samenleving.” En dan nog, is een gratis boek door de deelgemeente beschikbaar gesteld en uitgereikt niet zelf al een rijk bezit en een soort toverkistje waar je maar de sleutel van hoeft om te draaien om verre en exotische we relden te betreden? Is het bovendien niet een puik middel tegen de steeds verder oom zich heen grijpende ‘óntlezing’ die ons allemaal geestelijk steeds armer en armer maakt?
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
55
Carlos (stadsdeelvoorzitter) De auteur van het boek, Eric Westerveld,
vindt van wel. Hij schreef een boek van 180 pa gina’s met 25 verhalen, elk voor zich een kleine parel en een afgesloten geheel. Westerveld: “Het gaat om een zogeheten ‘levensloopbesten dig’ boek, een boek dat lang meegaat en dat je telkens weer ter hand kunt nemen om verder te lezen.” Hoe hoger de graad van taalbeheer sing, des te langer de verhalen. Westerveld schreef bijvoorbeeld over Piet Hein als kind. Hij vroeg zich af: “Wat zou de kleine jongen hebben kunnen denken en meemaken toen hij nog niet de beroemde vlootvoogd was die hij later zou worden?” Een ding willen Westerveld en Burggraaf allebei benadrukken. Dit is geen project voor zielige achtergestelde kindertjes in een achterstandswijk. Delfshaven is vol van gelukkige kinderen die niet negatief naar hun omgeving kijken. Met het boek wil de deelge meente een grote groep kinderen extra stimu leren en daar is niets mis mee.
56
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
“
Ikzelf weet wat een keerpunt in mijn leven het was toen ik op zevenjarige leeftijd een boek met Griekse mythen en sagen kreeg.
“Als schrijver van dit artikel weet ik
maar al te goed wat een keerpunt in mijn le ven het was toen ik op zevenjarige leeftijd van mijn buurmeisje Thea Notermans een boek met Griekse mythen en sagen kreeg. Nooit is mijn belangstelling voor lezen, maar ook voor tal van andere boeiende dingen in het leven, meer verflauwd. Tot op de dag van vandaag ben ik de goede geefster dankbaar. Om die re den vind ik dat we dit project van Delfshaven niet hoog genoeg kunnen waarderen.”
”
U geeft een toekomst aan meisjes in lentebloesem Door Frans Jeursen
S
tel je voor: je bent een Turks meisje van tegen de veertien en je hebt tien broertjes en zusjes. Of: je bent enigst kind, je vader is ambtenaar en je woont met je ouders in de stad in een huur woning wat aanzienlijke kosten met zich mee brengt. In beide gevallen is het minder waar schijnlijk dat je na de lagere school naar een vervolgopleiding zult gaan. Woon je dan ook nog op het uitgestrekte platteland van Anatolië of Thracië, dan kelderen je kansen op middel baar onderwijs tot een magere vier tot zeven procent. Voor je broers liggen de zaken anders, maar jouw vooruitzichten op economische zelfstandigheid en een goede toekomst zijn uiterst gering, tenzij iemand of een instelling zoals het Annefonds je te hulp schiet. Een vreemde naam eigenlijk want “Anne” betekent in het Turks “moeder”. Minder vreemd wordt het wanneer we kijken naar de
loopbaan van de oprichter, oud-diplomaat en oud- consul-generaal (1989-1994) Jan Jonker Roelants. Die had altijd al een voorliefde voor de landen rond de Middellandse Zee en toen hem bij het wisselen van post de keuze gela ten werd tussen het besneeuwde Helsinki in het wel erg noordelijke Finland en het zon nige Ankara, aarzelde hij geen moment. Hij vond Turkije fascinerend en de harte lijkheid en gastvrijheid van de bevolking spraken hem zeer aan. Al spoedig zette hij een program voor culturele uitwisseling op tussen Turkije en Nederland met het doel het hier in de polders nog relatief onbekende land te introduceren en bekendheid te geven. Zo ontstond de Stichting Nederland-Turkije. Roelants rapporteerde bovendien aan het Mi nisterie van Buitenlandse Zaken over thema´s als mensenrechten en was betrokken bij de oprichting van het eerste Blijf van mijn lijf
Huis in Istanbul. Daaruit blijkt wel dat zijn belangstelling breder is dan het puur artis tieke of historische. In 2002 organiseerde hij een grote tentoonstelling van rond de veertig Turkse kunstenaars in Nederland en septem ber 2008 haalde hij zelfs een groep Turkse modeontwerpers hier naar toe. Tijdens zijn werk in Ankara en Istanbul was hij onder de indruk gekomen van de kracht en het potentieel van de Turkse vrouw. Hij besef te dat een groot deel van de veranderingen die in de Turkse samenleving noodzakelijk wa ren alleen door sterke vrouwen doorgevoerd zouden kunnen worden. “Ik heb veel van die vrouwen leren kennen, maar zag ook hoeveel potentieel er was onder de meisjes,” vertelt Roelants. “Ik wilde een fonds oprichten om studiebeurzen uit te reiken aan kansarme meisjes om middelbaar beroepsonderwijs te kunnen volgen.” “Na hun studie moeten zij
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
57
“
25 meisjes volgen nu met de hulp van het Annefonds een voortgezette opleiding.
kunnen werken en daardoor economische zelfstandig worden. Deze meisjes worden de moeders van de toekomst. Vandaar de naam van de stichting die in 2005 opgericht werd.” Het Annefonds werkt samen met een Turkse partner, stichting TEV (Türk Eğitim Vakfi). Deze instelling heeft veel ervaring met dit werk. Zij draagt meisjes voor en adviseert het Annefonds. “Wij kijken naar de geschikt heid van de kandidaten en naar hun regionale spreiding binnen Turkije. Is de beurs eenmaal toegekend dan volgt de TEV de jongedames tijdens hun studie,” aldus Roelants. De oplei dingen op het vlak van toerisme, elektronica, textielbewerking, industrieel ontwerpen of communicatietechnologie duren gemiddeld vier jaar. De opleiding wordt altijd in overleg gekozen en met het oog op de economische mogelijkheden van de regio waar de kandi daatjes wonen. Het studiegeld wordt boven
58
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
dien direct aan de meisjes zelf uitgekeerd en besteed aan boeken, schriften en school uniformen. De studentes zijn uiterst gemo tiveerd om van hun opleiding een succes te maken. Negentig procent van hen voltooit de studie. De mensen van het Annefonds en de TEV zelf werken helemaal vrijwillig en ont vangen geen vergoeding voor hun diensten. “Niets is beter dan welvaart,” vindt Roelants, “om de situatie in een land te verbeteren.” Sinds de oprichting volgen vijfentwintig meisjes een voortgezette opleiding. Om de werkzaamheden beter te stroomlij nen, heeft Roelants Yasmin Hilberdink aan getrokken als secretaris. Zij is half Oosten rijks en half Turks. Hilberdink is daarnaast werkzaam bij de Stichting Kamermuziek Amsterdam. “Ik wil dat die meisjes ook mu ziekonderwijs wordt gegeven,” vindt Hilber dink. “Turkije heeft een rijke muziektraditie.
”
Talentvolle leerlingen moeten ook een muzi kale carrière kunnen maken, bijvoorbeeld in Westerse muziek of welke soort dan ook.” Hilberdinks dubbele achtergrond maakt dat ze een brugfunctie kan vervullen tussen Ne derland en Turkije en dat verhoogt dan weer de efficiency waarmee het Annefonds kan opereren. “Het Annefonds is geheel aangewe zen op giften van particulieren,” zegt Hilber dink. “Van overheidssteun is tot dusver geen sprake. Daarom is elk kleine beetje steun van harte welkom. Met uw steun geeft u geen geld, maar koopt u een toekomst voor deze meisjes zodat zij in de lente van hun leven tot bloei kunnen komen.”
www.annefonds.nl info@annefonds.nl
Stap voor stap van Zandvoort naar Istanbul Op 25 april begon “wandelaar voor de integratie”, Sedat Çakır aan een lange mars. Zijn doel is verdraagzaamheid te bevorderen tussen diverse culturen en religies. Maar vooral om geld in te zamelen voor Stichting Atay die financiële ondersteuning biedt aan mensen met nierproblemen en kanker. Onze nieuwe medewerkster Kyra Kuitert liep vanaf Servië met hem mee tot aan Turkije en tekende dit reisverslag op. In Istanbul werd hij verwelkomd door onze correspondent Marc Guillet. Door Kyra Kuitert
Intro is veel te lang heb ik alvast ingekort, oké?
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
59
“
Als we in de eenzame berghut wakker worden, worden we getrakteerd op een knalblauwe lucht.
Het is half juli. Sedat heeft het grootste gedeel te, 2.500 kilometer, van zijn reis al afgelegd. Hij wandelde in weer en wind, onder de bran dende zon en in de vrieskou door Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Hongarije en Servië. Ik ontmoet hem aan de Bulgaars-Servische grens en we lopen via Sofia en het Vitosha ge bergte naar het Bulgaarse Rila gebergte. Na een lange dag klimmen, hebben we vanavond een koude, eenzame berghut gevonden waar Sedat bij een startend vuurtje terugblikt op zijn tocht. “In Nederland moest ik er een beet je inkomen,” vertelt hij terwijl hij de theepot met water vult. “Gelukkig liepen er de eerste dagen regelmatig mensen een stukje met mij mee. Het was soms erg fris. Ik was blij dat ik enkele nachten bij vrienden en bekenden kon slapen,” vervolgt hij, terwijl hij met zijn stok het vuur oprakelt. “Voor ik het wist, was ik bij onze oosterburen. Duitsland is een prachtig wandelland. Er zijn goedgemarkeerde fietsen wandelpaden en het landschap is erg af wisselend. Ik heb het merendeel van de tijd langs rivieren gelopen zoals de Rijn, de Main, de Tauber en de Donau.” In Duitsland maakte Sedat veel contact met Turken in hun winkeltjes, supermarkten en moskeeën. “Onderweg naar het zuiden werd ik niet alleen door Turken, maar ook door an dere bevolkingsgroepen gastvrij ontvangen.”
60
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
Sedat schenkt een kopje thee in en terwijl hij daar zijn handen aan verwarmt gaat hij ver der. “Wandelen opent letterlijk en figuurlijk nieuwe deuren voor je. Ik weet niet meer hoe vaak ik door wildvreemden ben uitgenodigd voor het eten of om iets te drinken en hoeveel interessante mensen ik onderweg ben tegen gekomen. Sommigen boden zelfs een warm bedje aan om te overnachten.” Tussendoor sliep hij in hotels of in zijn lichtgewicht tentje. “Ondanks de vele spontane contacten en de vriendelijke mensen onderweg, was het ver der een eenzaam bestaan en als het regende, verveelde ik me. Dan belde ik mijn familie en vrienden in Nederland,” vertelt hij en neemt hij een slokje van zijn thee. Dankzij het vuurtje begint het lekker warm te worden in de berghut. We hebben de hele dag in de regen bergopwaarts gelopen, het laatste stuk zelfs in de wolken. Boven het kacheltje hangt dan ook een waslijn met druipende sokken, klamme broeken en t-shirts. We ver heugen ons op ons diner dat bestaat uit droog brood en een blikje sardientjes. Als je alles in je rugzak mee moet sjouwen, wordt het leven nu eenmaal sober. “In Oostenrijk ging alles heel soepel,” gaat hij verder. “Ik liep er grote stukken langs de Donau en door prachtige Wenen. Hier start ook de ‘Sultanstrail, een historische wandelroute tot Istanbul die we
”
“
Het gaat hier vooral om het bevorderen van verdraagzaamheid tussen mensen met diverse culturele en religieuze achtergronden.
aan het ontwikkelen zijn. De route van We nen naar Istanbul werd in de Middeleeuwen ook gebruikt door pelgrims en kruisvaarders die naar Jeruzalem gingen en door de legers van de sultans die tot twee keer toe probeer den Wenen te veroveren. “Hoewel ik langzaam naar het zuiden liep, werd het weer er niet beter op. In Hon garije begon het om de haverklap te hozen en ik schuilde in kerken en bushokjes. Ondanks mijn poncho was ik regelmatig doorweekt. Dat zag er vermoedelijk meelijwekkend uit. Sommige passanten hielden mij, met mijn aangegroeide baard, broek met gaten en wandelstok, waarschijnlijk voor een zwerver. Desondanks werd ik ook in Hongarije meest al vriendelijk geholpen en boden mensen mij regelmatig fruit, koffie en sterke drank aan. En dat laatste lusten ze daar!” Met betrekking tot Servië voelde Sedat zich aanvankelijk minder gerust: hij had zoveel negatieve verhalen over het land gehoord: “Na een, voor mijn gevoel eeuwenlang durende, laatste twee kilometer kwam ik bij de Servische grens. Aan de Hongaarse zijde verliep alles gladjes, maar aan de Servische kant zag het er ongezellig uit, nog steeds met een communis tische uitstraling: autoritair en angstwekkend. De Servische douaneambtenaar was echter erg vriendelijk en sprak Engels. Na een enkele
”
stempel en informatie over Servië, mocht ik het land in. Ook later bleken de Serviërs bijzonder behulpzaam en vriendelijk. Het leek wel of ze ál die negatieve verhalen juist met kracht de wereld uit wilden helpen.’’ Het licht in de berghut verflauwt langzaam aan en aangezien er geen elektriciteit is, besluiten we vroeg in onze slaapzakken te kruipen. De hele nacht loeit een koude wind rond de hut die op een bergpas op 2200 meter hoogte ligt. Gelukkig worden we de volgende ochtend getrakteerd op een knalblauwe lucht en dan zien we pas goed waar we zijn. Het is prachtig in dit gedeelte van het Rila-gebergte en om ons heen ligt zelfs sneeuw. De kleren zijn gedroogd en na een ontbijt bestaande uit de rest van het brood van de vorige dag en een stuk chocola trekken we verder. Ondanks de julizon, is het buiten een graad of twaalf. De afdaling van de pas gaat lekker. Na anderhalf uur beseffen we echter dat we de verkeerde kant oplopen. Dit gebeurde in Bulgarije om de haverklap. Onze kaart is te weinig gedetail leerd om voetpaden te kunnen onderscheiden en de routemarkering is beroerd. We volgen deels de E8, een Europese wandelroute, maar ook daar lopen we regelmatig vast omdat het pad simpelweg ophoudt in een dicht bos of ons verschillende kanten tegelijk opstuurt. Heel jammer want deze ‘laatste wildernis van
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
61
istanbul Na 108 dagen in Istanbul aangekomen, meldt onze correspondent Marc Guillet, is Çakır onherkenbaar. Zijn vrouw Khadiya slaakt een kreet van verbazing als ze haar man voor het eerst weer ziet aan de rand van de stad. “Ik herken hem bijna niet,” zegt ze. Dat is niet zo verwonderlijk. Sedat Çakır heeft een baard en snor van ruim honderd dagen en is bijna 15 kilo afgevallen. “Mijn broekriem zit vijf gaatjes strakker, anders zakt hij van mijn kont,” zegt hij. Hij omhelst zijn vrouw en 10-jarige dochter Soraya. De afgelopen maanden maakten zij zich zorgen over Çakır, maar nu zijn ze opgelucht en trots. Soraya wijkt niet meer van papa’s zijde. Ze houdt hem stevig vast alsof ze hem nooit meer wil loslaten. Çakır wordt verder ontvangen door Consul Generaal Onno Kervers op het consulaat in İstanbul.
Europa’ met zijn eindeloze bergen, bossen, meren en schone lucht, heeft veel potentie voor wandelliefhebbers. Na een dag flink doorwandelen zonder een mens tegen te komen, zien we tegen zonson dergang een aantal bouwvallige houten hutjes aan de rand van een weiland. De hele familie loopt uit om ons te bekijken. We vragen of we hier onze tent op mogen zetten. Ze verstaan ons niet, maar lachen ons goedmoedig toe en we worden meegenomen om in hun woon wagen te slapen. We verwonderen ons over dit extreem arme gemeenschapje. Huisjes, tuin en woonwagen zijn weliswaar groten deels uit restmaterialen opgebouwd, maar alles is schoon en zorgvuldig onderhouden. Opa, een charismatische reus van een kerel met handen als kolenschoppen, wordt erbij gehaald. Hij blijkt, net als ongeveer een mil joen andere mensen in Zuid-Bulgarije, Turks te spreken. Als hen duidelijk wordt dat Sedat moslim is, is het ijs helemaal gebroken. Het wordt donker. Sedat en opa gaan samen bid den in de woonwagen en ik word bij de fami lie in het huisje uitgenodigd. In de kamer zijn twee bedden, een gammele tafel en wat oude stoelen, die verlicht worden door een gas lamp. De houtkachel maakt het hutje lekker warm. We krijgen brood, aardappels, vlees en salade. Deze eenvoudige zachtaardige men sen doen mijn hart smelten.
62
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
Ook voor Çakır is het een emotioneel weerzien. Bij het Topkapı paleis, van waaruit de sultans bijna 400 jaar het Ottomaanse Rijk bestuurden, steekt hij beide armen als een overwinnaar in de lucht. Hij heeft het volbracht en is opgelucht dat het erop zit. “Natuurlijk was het zwaar,” zegt Çakır met een zucht. “Ik ben vaak verdwaald en verkeerd gelopen. Je loopt met een rugzak van 14 kilo door dunbevolkte gebieden, soms over karresporen, vaak is er ook geen enkel pad en raak je ondanks kompas, kaart en TomTom de weg kwijt. Ik zat meer dan eens in een dip en had motivatieproblemen, maar de prachtige vergezichten, de wilde bloemen en planten, het geweldige gevoel van vrijheid, en de vele spontane ontmoe tingen onderweg met hartelijke en gastvrije, meestal arme mensen, waren fantastisch. Dan denk je ‘daar doe ik het voor’.”
De volgende ochtend worden we gewekt door het gekukel van een haan en het loeien van een koe. Wat een romantiek! De hele familie is, ondanks de ochtendkou, vroeg in de weer. Het is dan ook een druk leven dat ze hier lei den: koeien melken, boter en kaas maken, bes sen en wilde aardbeien plukken en jam ma ken, jagen, de was doen, hout hakken, etc. We wassen ons met rivierwater, terwijl opa zich naast ons zit te scheren. Vervolgens krijgen we een ontbijt van biscuitjes en warme melk, rechtstreeks van de koe, en een heel brood en zelfgemaakte kaas voor onderweg. Ze willen absoluut geen geld van ons. Gelukkig heb ben we vele prachtige foto’s gemaakt die we zullen uitprinten en opsturen. Met tranen in mijn ogen neem ik afscheid van deze bijzon der vriendelijke mensen. Sedat is nog altijd blij met zijn tocht. “Het gaat hier niet alleen om een sportieve prestatie, maar vooral om het bevorderen van verdraagzaamheid tussen mensen met diverse culturele en religieuze achtergronden. Met mijn lange mars hoop ik daar een steentje aan bij te dragen.”
Meer over deze wandeling: www.turkijecorrespondent.nl www.atay.nl www.wandelenvoorintegratie.nl
Uw advertentie hier? Alleen voor MKB’ers slechts €500,-
www.tulpia.nl sales@tulpia.nl
Column
SÜleyman van den Broek • Levenskunstenaar
Quo vadimus
A
l heel lang twijfel ik of ik er over zou moeten beginnen, maar nadat deze zomer de emmer bij mij overgelopen is, gooi ik het er maar uit. In de laatste tijd hebben wij in Nederland veel stranden bezocht. Zelden was ik tevreden over de bediening en de service en al hele maal niet over de sfeer. Een ervaring die de kroon spant, wil ik hier met u, de lezer, delen.
Ik lig met mijn vrouw en mijn vierjarige dochter op een ligbank voor een paviljoen bij Wijk aan Zee. Hoe het komt weet ik het niet, maar voordurend staan wij in de belangstelling van de autochtone badgasten. Zij luisteren naar wat wij zeggen, ze houden in de gaten wat er op ons bord ligt en negeren ons als we iemand iets vragen. Opeens komt een vrouw van in de veertig op mijn vrouw af die op haar rug ligt te genieten van de zon. Zonder iets te vragen, grijpt zij een van de kussens onder haar hoofd weg en blijft nog even staan. Kreunend komt mijn vrouw overeind en kijkt onbegrijpend om haar heen. Zwangere vrouwen kunnen immers bij acute bewegingen geen beroep doen op hun buikspieren, vandaar de pijn. De vrouw veront schuldigt zich en loopt snel weg. Ik voel van meet af aan de spanning die er hangt, maar pretendeer dat dat door mijn zondagshumeur komt. Ik sus mijn vrouw en ga voor haar wat te drinken halen. Wanneer ik binnen aan de beurt ben, dringt een andere vrouw met grote borsten voor en geeft haar bestelling door. Verbaasd kijk ik om me heen om vast te stellen of ik misschien onzichtbaar ben ge worden, want dit overkomt mij geregeld. Als ik opmerk dat ik aan de beurt was, keert zij nog eens extra haar rug naar mij toe en doet alsof haar neus bloedt. Inwendig kook ik, maar ik probeer rustig te blijven.
een in de buurt ziet dit, maar niemand zegt er iets van. Mijn vrouw is voortdurend gespannen omdat ze bang is dat ik ruzie zal maken. Ik maak haar duidelijk dat wij langzaam maar zeker moeten opstappen en roep mijn dochtertje die iets verderop op het zand speelt. Wanneer ze met een brede glimlach komt aanrennen, wordt zij om vergelopen door een dikke dame die al de hele tijd naast ons stoom zat af te blazen. Om haar plaats niet aan ons af te moeten staan, bleef zij namelijk de hele middag zitten waar ze zat. Toen wij aankwamen was zij bezig om weg te gaan, maar toen zij ons zag zoeken naar een zitplaats, zag ze daar van af. Zelfs nadat haar man haar diverse keren gevraagd had om binnen te gaan zitten kwam ze niet van haar plaats. Je zou kunnen zeggen dat ik die dag gewoon pech had, maar dit overkomt mij behalve in Amsterdam en Zandvoort, overal in Neder land. Ik snap niet hoe het komt, want mijn vrouw ziet er heel Westers uit en is altijd Westers gekleed. Ook zonder haar maak ik geregeld mee dat een barkeeper mij negeert, of ik krijg koude koffie of koffie zonder melk en suiker. Omdat die vaak ook niet gebracht worden, haal ik ze zelf op. Mijn koude koffie smaakt mij dan echter niet meer en uit frustratie loop ik snel weg. Quo vadimus. Waar gaan we heen met dit land? Veel hoogopgeleide Turken die ook last hebben van de anti-allochtone sfeer in Nederland, zoeken hun heil in Istanbul. Ik heb met vrienden afgesproken dat wij ondanks het verslechterde klimaat hier in Nederland, niet zullen emi greren en dat we ons zullen blijven inzetten om het tij te keren en zo de goede reputatie van Nederland als tolerant land hoog te houden.
Als ik dan terug ben op het terras, ga ik weer op de kussens liggen. Ik heb mijn ogen amper dichtgeknepen of ik schrik en ga weer over eind zitten. Een langharige hond staat op mijn kussens op zoek naar de bal. Ik duw hem weg en kijk rond of ik zijn baas ergens zie. Voordat ik iets gezegd heb, verontschuldigt die zich en roept zijn hond terug, maar gaat tevens door met het gooien van de bal in mijn richting. Ik wil een opmerking maken, maar hij draait zich om en gaat weg. Ieder
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
63
SERIE - IN HET VOETSPOOR VAN DE PRACHTLIEVENDE
Dronk de sultan Turkse of Griekse koffie?
Door henk boom
G
riekse koffie? Mag het ook Turkse koffie zijn? Iets van triomf klinkt er in de stem van Ali Memiş Kapundo naki, de eigenaar van de Mevlanawinkel in de Socrates-straat op Rhodos. Grie ken willen niet graag worden herinnerd aan het feit dat hun koffie Turks is. Omgekeerd ook niet. De discussies daarover duren al net zo lang als die over de vraag of Baklava van oorsprong Grieks, dan wel Turks is. Ali moet toch al zeker zeventig jaar oud zijn. Zijn echtgenote, schiet als een schicht ach ter in de winkel tussen koffie en kamer. Het pand waar de winkel in is ondergebracht, dateert uit de vijftiende eeuw. De mozaïek vloer van kiezelstenen doet eerder Grieks aan dan Turks. Aan de wanden veel borden met Turkse afbeeldingen, eentje zowaar met de triomfantelijke intocht van sultan Süleyman in de oude stad in december 1522. Verder veel snuisterijen, Arabische liflafjes en Turkse fol klore. Zeker negentien geurende substanties (banaan, vanille, mentol, aardbei, coca cola, tabak, sinaasappel, citroen.) laat hij mij rui ken die stuk voor stuk in de Turkse waterpijp kunnen. Of is het een Griekse waterpijp? De spanning tussen de kleine Turkse kolonie op
64
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
Rhodos en de omringende Griekse meerder heid van de bevolking is minder dan op Cy prus maar toch dagelijks merkbaar. Ali weet als geen ander hoe het is. Trots wijst hij naar een portret van een besnorde man. “Mijn grootvader”, zegt hij. Of er wellicht problemen zijn met de Griekse autoriteiten? Tenslotte is hij een Turk en….“Problemen zijn er niet”, antwoordt hij nors. Even zwijgt hij en…“Morgen kan het anders zijn”. Als hij de koffie serveert, vraag ik hem nog een keer. “Griekse koffie?” “Nee,” zegt hij opnieuw, “Turkse koffie.”
“
In augustus 1522 landde het Osmaanse leger op de kust van het eiland.
In 1522, voordat de Turken kwamen, werd het eiland geregeerd door de ridders van de Orde van Sint Jan van Jeruzalem. Johannie ters werden ze ook wel genoemd naar hun be schermheilige Johannes de Doper. De ridders waren echter ook slavendrijvers en piraten. Niet alleen schepen met pelgrims, die op weg
”
De triomfantelijke intocht van Süleyman na de overgave door de Johannieters, verbeeld op een schotel in de Mevlana-winkel.
waren naar Mekka werden, onderschept, maar ze vielen ook voortdurende handelsvloten aan die tus sen Egypte en Istanbul voeren. De verovering van Rhodos stond daarom hoog op de prioriteitenlijst van sultan Süleyman. In augustus 1522 landde het Osmaanse leger vanuit Anatolië op de kust van het eiland. Vier maanden zou het beleg duren. Daarna hielden de gigantische verdedigingsmuren, die ook vandaag nog recht omhoog torenen, stand tegen het kanonvuur en de ondergrondse mijnen, totdat het restant ridders daags voor de kerst akkoord ging met de overgave. Volgens Süleyman’s biograaf, de Amerikaanse schrijver Fairfax Downey, zou de sultan bij die ge legenheid de volgende wijze woorden hebben ge sproken. “Ik voer geen oorlog om rijkdommen te vergaren, maar om de glorie, de onsterfelijkheid en de groei van mijn rijk te bevorderen; ik wil een eeu wigdurend voorbeeld zijn van de genadigheid en de deugden van een Turkse keizer.” Daarmee kwam het einde aan een van de langste belegeringen uit de geschiedenis. Uit de kronieken valt op te maken dat aan Turkse zijde 44.000 man sneuvelden, andere bronnen houden het zelfs op 50.000 doden. Schattingen van slachtoffers aan de christelijke kant komen niet veel hoger dan 2.000. In totaal werden 53 ondergrondse mijnen tot ont ploffing gebracht en werden er 85.000 kanonskogels
afgeschoten. Enkele tientallen van die grote granie ten bollen liggen nu opgestapeld tussen de wallen van de St. Athanasius Toren en de Koskinou Poort. Rhodos kwam zo onder Osmaans bestuur, een situ atie die tot 1912 zou voortbestaan. Sindsdien woont er op Rhodos een Turkse minderheidskolonie die nog eens sterk slonk na het uitbreken van de crisis rond Cyprus in 1974. Er was voor veel Turken een goede reden om naar Anatolië te vluchten namelijk de angst voor Griekse represailles. De co-existentie van Grieken en Turken heeft tegenwoordig nog al tijd een moeizaam en gespannen karakter. Officieel worden de 3000 Turken op Rhodos niet
“
Ouders maken zo hun kinderen bang: “Als je niet eet, roep ik de Turk.”
als Turk erkend. De Griekse overheid spreekt over ‘moslim-Grieken met een Turkse achtergrond’. De nog steeds aanwezige moskeeën zijn geen Turkse gebouwen, maar moslimgebouwen. De vroegere Osmaanse school is gesloten. De iets verderop lig gende Süleyman-moskee is geheel gerestaureerd maar is buiten dienst. Buren houden het er op dat
”
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
65
Boven Het oude stadsgedeelte van Rhodos met rechts de Süleyman-moskee. Op de achtergrond het Turkse vasteland.
Boven Ali Memiş Kapundonaki, in het raam van zijn Mevlana-winkel op Rhodos.
Onder De overgebleven kogels tussen de verdedigingswallen van het beleg van 1522.
Onder Het Turkse kerkhof op Rhodos.
de lokale overheid van plan is er een museum van te maken, maar de Turken willen het als moskee behouden. In de Turkse gemeen schap vreest men dat het hier om een kwestie van reciprociteit gaat: indien de Turkse auto riteiten Griekse scholen en kerken openstel len voor de in Istanbul en Izmir overgebleven Grieken, zullen de Grieken ook een paar sleu tels teruggeven. “Dus geen Turkse gebouwen?” vraag ik aan Mustafa Seyh, die zeven jaar voorzitter is geweest van de door hem opgerichte Turkse vereniging. “Nee”, is zijn antwoord. Als ik hem vraag wat zijn kinderen op school leren over Süleyman, schudt hij zijn hoofd. “Ze le ren dat de Turk heeft alleen gemoord en ge dood. Wij stammen dus af van slechteriken. Als hier een Grieks kind niet wil eten, zegt de moeder: Als je niet eet, roep ik de Turk.” Wat, behalve de minaretten, nog het meest de herinnering levend houdt aan eeuwen Turkse aanwezigheid op Rhodos is de Osmaanse be graafplaats. Het kerkhof met tientallen zer ken en grafstenen met Arabische Korantek
66
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
sten ligt er enigszins verwaarloosd bij. Waar belangrijke mannen begraven liggen, is net zoals in Turkije, een stenen tulband op de grafsteen geplaatst. In twee overdekte graf tombes, naast het terrein waarop nu het ca sino is gevestigd en waar zich een tennisclub bevindt, vind je alleen nog de restanten van stenen sarcofagen. Het enige dat nog goed in stand wordt gehou den, is de ruimte met de sarcofaag van Murat Reis, een Osmaanse piraat die ooit meevocht op Cyprus en bij de belegering van Malta. Niet alles is binnen honderd procent volgens de islam. Aan de sarcofaag hangen enkele Byzantijnse motieven. Als de Turk, die heer en meester is over het kerkhof, de zerken en de sarcofagen, mij vraagt om mijn schoenen uit te doen, laat hij oogluikend toe dat ik ze aanhoud. “Nou ja, ga maar,” zegt hij terwijl hij zich omkeert alsof hij niet wil zien dat ie mand met schoenen naar binnen gaat. Als ik ook hem vraag of het moeilijk is om hier als Turk tussen de Grieken te leven, kijkt hij me verbaasd aan. “Moeilijk? Nee hoor, ik woon hier toch?”
boek In het derde deel van zijn reis in het voetspoor van sultan Süleyman (15201566) voert journalist Henk Boom ons mee naar Rhodos. Dat Griekse eiland werd kort voor de kerst van 1522 na een langdurige belegering veroverd door het Osmaanse leger. De herinnering aan die belegering is overal zichtbaar. De artikelen zijn bewerkingen van passages uit Boom’s boek over Süleyman dat uitgeverij Athenaeum volgend jaar op de markt zal brengen.
SERVICEPAGINA Vandaag geen pont: Erdal Balcı In Istanbul pendelen de hele dag ponten heen en weer tussen de twee continenten Europa en Azië. De inwoners van deze wereldstad steken de Bosporus over om naar het andere deel van de stad te gaan, leggen daar een familiebezoek af, gaan er zaken doen, of eten en drinken. Balcı reist met deze bewoners mee, spreekt met hen, filosofeert over zijn stad en vertelt over de geschiedenis ervan, mijmert over zijn kindertijd, en denkt na over de mensen die hij hier op de pont en elders heeft leren kennen. Zo ontmoette hij een theeverkoper, die verlangt naar zijn vroe gere leven in Amsterdam, een onheilsprofeet met een haviksneus en anderen die vol verhalen zitten. Op het water van de Bosporus zijn alle levens net zo verscheurd als Turkije zelf. Vandaag geen pont is een ontroerend boek waarin Balcı op poëtische wijze aan de hand van de verhalen die hij op de pont hoort, zijn eigen ziel en die van zijn land blootlegt. Moet Europa bang zijn voor Turkije? Balcı geeft het antwoord. Nieuwe abonnees van Tulpia krijgen dit boek gratis. Voor meer info: www.tulpia.nl Vandaag geen pont: Erdal Balcı. Uitgeverij J.M. Meulenhoff, Amsterdam 2009. 129 p.. € 17,95
Orhan Pamuk: Het zwarte boek Het zwarte boek begint als een klassieke speur dersroman, waarin de zoektocht naar twee ver dwenen mensen de rode draad vormt. Al gauw blijkt die draad niet meer dan een meanderend lijntje in een kolossaal weefwerk, waarin horen en zien je vergaat.Galip, advocaat in Istanbul, is getrouwd met zijn nichtje Rüya. Als zij op een dag verdwijnt, koestert hij de sterke verdenking dat zij er met haar halfbroer Jelal, een gevierd
dagbladcolumnist wiens roem Galip benijdt, vandoor is gegaan. Galip werpt zich op als privédetective en zwerft kriskras door Istanbul op zoek naar zijn vrouw en haar halfbroer. Tegelijkertijd neemt hij de identiteit aan van Jelal. Hij schrijft zelfs diens columns, die hij laat publiceren als ouder, niet eerder verschenen werk. Zijn taak als speurder verricht hij minder bekwaam en de tol die hij moet betalen voor zijn geheime operatie is hoog. Orhan Pamuk heeft met Het zwarte boek een roman geschre ven die het leven in Istanbul weerspiegelt in al zijn complexiteit en heel zijn drieduizend jaar oude geschiedenis. Orhan Pamuk (1952) is de belangrijkste moderne Turkse schrijver. Met zijn briljant geschreven boeken plaatst hij zich in de grote traditie van de moderne literatuur. Zijn werk is en wordt vergeleken met dat van Borges, Joyce, Calvino en Eco.’Pamuk doet vanwege zijn onbarmhartige intelligentie en zijn meanderende introspectie denken aan Proust.’ Orhan Pamuk: Het zwarte boek. Arbeiderspers, Amsterdam 2009. 566 p, € 25,-
Greg en Lucy Malouf: Turquoise, een culinaire reis door Turkije De uit Libanon afkomstige Australische kok Greg Malouf en zijn partner Lucy trokken vijf weken door Turkije en ontdekten de Turkse gastvrijheid en de enorme rijkdom van de Turkse keuken. Na een historische inleiding komen achtereenvolgens het oude en het nieuwe, het Europese en het Azatische Istanbul aan bod, Cappadocie in centraal Anatolië, de prachtige Egeïsche kust en, aan de grens met Syrië, Gaziantep. Er is veel aandacht voor de Turkse geschiedenis en voor de vele restanten van de antieke beschavingen die nog steeds te bezichtigen zijn. Er zijn ontmoetingen met koks, huisvrouwen, vissers enz. Na elk reisverslag volgen heel inspirerende recepten voor achter eenvolgens soepen, dipsauzen, groente, vlees,
vis, wild, desserts en zoetigheid, vaak met extra informatie over bijvoorbeeld yoghurt, mezze, puddingwinkels, koffiehuizen enz. Het boek werd royaal en prachtig uitgegeven met fantas tische foto’s. met een verklarende woordenlijst en een receptenregister. Gemist worden de regio’s van het noorden en oosten van Anatolië en het gebied rond de berg Ararat waar ook nog veel te ontdekken valt. Oblong formaat. Greg en Lucy Malouf: Turquoise, een culinaire reis door Turkije. Kosmos, Amsterdam 2008. 356 p. € 34,95.
CD BaranÁ Trio: Gül ve Bülbül (de roos end e nachtegaal) Baraná Trio brengt de CD Gül ve Bülbül, de Nachtegaal en de Roos uit. Dit is tevens de titel van hun live-optreden met zowel tradi tionals als eigen composities. Het geheel vertegenwoordigt een breed spectrum van de Turkse volksmuziek. Rode draad in de CD is de onmogelijke liefde van de nachtegaal voor de roos, een klassiek Turks thema dat in zeer veel oude (mystieke) teksten terugkeert. Baraná Trio werkt het ene moment serieus, dan weer speels uit. Jagende ritmes en verzengende bal lades vormen de aanleiding voor avontuurlijke improvisaties. Het Baraná Trio bestaat uit drie leden van Barana en Co: de Turkse vocalist/multiinstrumentalist Behsat Üvez, de Nederlandse klarinettist Steven Kamperman en de eveneens Nederlandse accordeonvirtuoos Bart Lelivelt. Het Baraná Trio: drie muzikanten, die elkaar perfect begrijpen. Deze CD is verkrijgbaar in de Turkse muziekhan del of te bestellen via www.barana.nl
Tulpia • ja argang 04 • nr 13
67
Word agent en pak winkeldiefstal in je eigen buurt aan. Als politieagent moet je op elk moment
tot dader, van iemand die de benen
groeien in het politievak. Kijk voor meer
klaar zijn om in actie te komen. Bijvoor-
neemt tot iemand die niet meer op zijn
informatie over de opleiding, het werk
beeld als je een winkeldief op heterdaad
eigen benen kan staan. Jij blijft iedere
of een voorlichting bij jou in de buurt
betrapt. Maar politiewerk is meer dan het ar-
(V)MBO’ers m/v
situatie de baas en werkt samen met je collega’s aan
resteren van criminelen. Je zorgt ervoor
een wijk waarin iedereen met een gerust
dat mensen zich veilig kunnen voelen in
gevoel over straat kan. Houd jij van actie,
hun wijk en helpt mensen in nood. Je
ben je fit en laat je niet over je heen
werk is net zo afwisselend als de mensen
lopen? Dan biedt de politie je een af-
die je daarbij tegenkomt. Van slachtoffer
wisselende baan en de kans om door te
op www.kombijdepolitie.nl.