Skip to main content

PrimaOnderwijs #3 Januari 2026

Page 1

Voor alle professionals in het onderwijs Nummer 3 / Januari 2026

Verschijnt 5x per jaar

janneke ter bille

‘Laat ze plannen, fouten maken, verantwoordelijkheid nemen. Daardoor groeien ze.’

PROFESSIONALISERING

samen doorleren vakmanschap ter inspiratie

Zo professionaliseert de Alan Turingschool, vertellen Martin en Eva

Primaonderwijs onderzoekt:

Hoe professionaliseren onderwijsprofessionals nou eigenlijk?

Scriptie van mimi onder de loep

Debat over kansengelijkheid voedt juist opwaartse druk


Speel de gratis Go VMBO game en kom alles te weten over het voort­ gezet onderwijs en het vmbo. Ontdek talenten en interesses tijdens een ontdekkingstocht op de eerste schooldag. Stel vragen aan leerlingen en docenten én los puzzels op in lokalen. Ouders en leerkrachten vinden op de website govmbo.nl meer informatie over het vmbo.

gratis GAME SPEEL DE GRATIS KOM ALLES TE WETEN OVER HET VOORTGEZET ONDERWIJS EN HET VMBO!

GOVMBO.NL


voorwoord

Professionalisering

samen doorleren

Velen van ons kennen het wel: Je volgt een ééndaagse training waarvan je onwijs blij wordt. Je bent even heel geïnspireerd, ziet het helemaal zitten en weet zeker dat je het nu anders gaat aanpakken. En even lukt dat ook, maar al snel word je weer geleefd door de waan van de dag.

Jullie vakmanschap vormt de ruggengraat van goed onderwijs. Werken in een professionele leercultuur waarin leren en verbeteren vanzelfsprekende onderdelen zijn van het dagelijkse werk, draagt bij aan dat vakmanschap. Maar een stimulerende schoolcultuur ontstaat niet vanzelf. Dat gaat verder dan een studiedag: het is een gedeelde verantwoordelijkheid en een structurele investering. Dús…in deze editie van PrimaOnderwijs hebben we weer ruimschoots aandacht voor het thema professionalisering. Een school die bekend staat om professionalisering is de Alan Turingschool in Amsterdam. Maar hoe pakt deze school dit aan? We gingen in gesprek met Martin Bootsma en Eva Naaijkens die in 2016 de leiding kregen over de school. Laat je inspireren door hoe zij het doen op pagina 6. We willen je graag ook wat wijzer maken als het gaat om generatie Z, waarmee velen van jullie te maken hebben. Want dat is echt een generatie die anders in elkaar steekt. Je doet ze echter tekort als je ze alleen als ‘lastige leerlingen’ ziet. Janneke ter Bille verklaart hun gedrag en helpt je met concrete tips verder op pagina 36.

Zelf deden we ook onderzoek. De resultaten vind je op pagina 16. Daar zijn jullie aan het woord over professionalisering. Want zijn jullie bereid om te leren? En wat is dan het budget en de hoeveelheid uren die besteed mogen worden? Op deze en andere vragen hebben 1534 respondenten ons van informatie voorzien. En iemand die zelf afgelopen jaren druk bezig geweest met professionaliseren is Mimi van Hoek. Zij schreef haar scriptie over kansengelijkheid en opwaartse druk in het onderwijs. “Wie hoger klimt, krijgt meer status, invloed en gemiddeld ook een hoger salaris. “Het idee is: macht en waardering verdien je. In het onderwijs vertaalt dat zich naar streven naar het hoogste niveau. Dat werkt door in verwachtingen van ouders, scholen en leerlingen.” Benieuwd naar wat zij nog meer vindt: lees het op pagina 48. Onderwijsprofessionals zijn voorlopig nog niet uitgeprofessionaliseerd. Ik hoop daar met deze editie weer een inspirerende bijdrage aan te leveren. Maar ben of heb jij nou een lichtend voorbeeld, wij zetten het graag in de spotlight. Stuur de redactie gerust een mailtje. Veel leesplezier! Wiesette Haverkamp Hoofdredacteur PrimaOnderwijs

Ideeën, vragen, verzoeken voor PrimaOnderwijs? Mail naar redactie@primaonderwijs.nl Volg @PrimaOnderwijs ook op Instagram, LinkedIn, Facebook en Spotify. PrimaOnderwijs 3


Vakbeurs voor EdTech en innovatie in het onderwijs

11-12 FEBRUARI 2026 JAARBEURS, UTRECHT Ontdek twee dagen lang hoe technologie en nieuwe ideeën het onderwijs van morgen vormgeven. Ontmoet inspirerende experts, innovators en vakgenoten en werk samen aan verandering van het onderwijs.

HAAL JE GRATIS TICKET VIA IPON.NL


Inhoud

Inhoud Nummer 3 januari 2026 Voor alle professionals in het onderwijs fess Voor alle pro

10 20 52

16

St. Lezen: Belang van school/mediabibliotheek

22

Zo werkt de Oranjeschool in Rotterdam-Zuid

06 12 27 28 36 41 47 48 59

Benieuwd naar een gastles van Cliniclowns?

Volg ons

Colofon Hoofdredactie Wiesette Haverkamp Vormgeving Martin Hollander Medewerkers Marco van den Berg, Esmee Weerden, Natasja de Vrind Beeld Shutterstock, Erwin Winkelman Fotografie

ionals in het

onderwijs

ONDERZOEK

Professionalisering: het onderzoek

Financieel wijzer dankzij geldsprookjes

Professionalisering op de Alan Turingschool Vakmanschap in de kleuterklas Column Esther Ontdek het lob-lesprogramma De Beschermers Gen Z: lastig of onbegrepen? Column BiOND Recensie: Het ABC van motivatie in onderwijs ‘Wie hoger klimt, krijgt meer status’ Column Stefan

@primaonderwijs

Redactie 030 - 241 70 44, redactie@primaonderwijs.nl, postbus 40266, 3504 AB Utrecht Sales 030 - 241 70 21, account@edg.nl Klantenservice 030 - 241 70 20 klantenservice@edg.nl Verschijning en verspreiding PrimaOnderwijs verschijnt 5 keer per jaar. Verspreiding via gecontroleerde distributie door EDG Media bij alle basisscholen en scholen in het voortgezet onderwijs in Nederland. Naast het magazine biedt PrimaOnderwijs een wekelijkse nieuwsbrief en de website www.primaonderwijs.nl

Met 100.000 lezers het grootste blad voor alle onderwijsprofessionals.

PrimaOnderwijs is een uitgave van

©Copyright 2026 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgenomen of openbaar gemaakt zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. De uitgever is niet aansprakelijk voor enig handelen op grond van de in dit blad gegeven adviezen of gedane mededelinge n.


Zó professionaliseert de Alan Turingschool Toen Eva Naaijkens en Martin Bootsma in 2016 de leiding kregen over een kleine basisschool in de Amsterdamse Poolstraat, was de opdracht helder: ‘de school vlot trekken en zorgen dat die floreert’. Ze begonnen met 137 leerlingen; tien jaar later telt de Alan Turingschool er 330. Groei is geen doel, maar wel een resultaat. “We zetten vooral in op professionalisering en professionaliteit van de leraar”, legt Martin uit. Tekst: Wiesette Haverkamp Fotografie: Dorieke Fotografie

De school werd overgenomen in een periode waarin resultaten tegenvielen en leerlingen probleemgedrag vertoonden. De eerste ingreep was niet per se spectaculair, wel schoolbreed gericht op: gedrag, ritmes en routines. Het team formuleerde een duidelijke gedragsaanpak om leraren ruimte te geven voor het lesgeven. In alle klassen gelden dezelfde gedragsafspraken waarin ze steeds gecoacht worden. Verder hebben alle lokale dezelfde rustige klasinrichting. “Bij ons geen tierelantijntjes in de klas”, vertelt Martin. “Zo kunnen veel leerlingen beter werken.” De schoolleiding is dagelijks zichtbaar in de klassen. Deuren staan open, er wordt gelopen, gekeken en gesproken. “We komen elke dag langs. We praten even met de leraren, we kijken naar het werk en hoe het gaat.” Niet als controle, verduidelijkt hij: “Er is eigenlijk niemand die zegt dat het onprettig is. Sterker nog, ze vinden het juist fijn dat er wordt ingecheckt.”

Kennisrijk onderwijs als ruggengraat De Alan Turingschool is een ‘hele gewone basisschool’, benadrukken Naaijkens en Bootsma: “We werken met een aantal speerpunten die uit de school-

6

Eva Naaijkens

plannen en het jaarplan komen. Deze speerpunten komen jaarlijks terug. Zo creëren we een permanente vorm van onderhoud en scholing. Vakmanschap van de leraren staat bij ons centraal. We zetten daarbinnen permanent in op lezen en rekenen. Daarnaast is er een


Er zijn scholen geneigd mee te gaan in hypes, Daar zijn wij terughoudend in

expliciete keuze voor wereldburgerschap binnen kennisrijk, thematisch onderwijs. Vanaf groep 1 werken leerlingen schoolbreed met inhoudelijke kennisthema’s: van kaartlezen en het plantenrijk tot Rembrandt en ‘Op weg naar Mars’. Deze thema’s koppelen we aan kerndoelen. In groep acht zorgen we dat alle tien tijdvakken van geschiedenis aan bod zijn geweest. Ook voor aardrijkskunde, natuur en techniek is genoeg aandacht. Er wordt heel veel gelezen. We maken geen gebruik van methodes, maar maken dat onderwijs zelf.” Het thematisch onderwijs wordt schoolbreed vormgegeven, met vier gezamenlijke thema’s per jaar en aanvullende leerlijnen per bouw en groep.

Expertleraren in huis Heel belangrijk is de rol van interne expertleraren. Dat zijn leraren die aantoonbaar sterk zijn op een domein, zelf goede lessen geven én collega’s coachen. Ze helpen bij studiedagen, doen klassenbezoeken en ontwikkelen inductieprogramma’s voor nieuwe collega’s. “Ik ben ervan overtuigd dat er in elk schoolteam mensen zitten die over een aspect van het curriculum meer weten en meer kunnen”, vertelt Martin. “Als je die in je team een rol geeft, behoud je ze voor de organisatie.” Experts zijn er op rekenen, gedrag (in samenwerking met de kwaliteitscoördinator), thematisch onderwijs en maakonderwijs. Ook wordt externe expertise gericht ingezet voor klassenbezoeken. Zo was er een bezoek van gedragsdeskundige Kees van Overveld en een studieochtend schrijfonderwijs met Suzanne van Noorden, direct gekoppeld aan het nieuwe thema in de klassen. Concreet betekent dit: Zeven studiedagen per jaar; Tien leer-werkbijeenkomsten van twee uur, steeds rond een kerndomein, met literatuur, didactische keuzes en vaak een voorbeeldles uit het eigen team; Zeven uitgebreide klassenbezoeken zowel in- als extern per leraar per jaar (met nagesprek), aangevuld met korte, frequente kijkmomenten door schoolleiding en kwaliteitscoördinatoren; Bij iets nieuws maken we tijd voor initiële trainingen van 12–15 uur bij nieuwe aanpakken, plus 9–15 uur vervolgcoaching uitgesmeerd over de tijd en passend bij de vraag van een docent; Doorlopende literatuurbijhouding en het delen daarvan in het team.

• •

Martin Bootsma

Opgeteld is dat minimaal 50 uur per jaar aan professionalisering per leraar, exclusief de uren waarin leraren zelf vakliteratuur lezen en materialen ontwikkelen. “Je mag best verwachten dat leraren zelf ook regelmatig vakbladen doorlezen en literatuur bijhouden. 123 uur voor professionalisering en duurzame inzetbaarheid volgens de cao? Dat is noodzakelijk”, vindt Martin. De kern van de visie is collectief vakmanschap. “Niet jij als individu”, zegt Martin. “Het is een verschuiving van ik en mijn klas naar het team en de hele school.” Alle scholing is teambreed; er is geen knip tussen bouwen of leerjaren. Dat bevordert uitwisselbaarheid en versterkt de school als geheel. Jaarlijks wordt een ‘sterkste opstelling’ gemaakt: welke groep vraagt welke leraar, gegeven de onderwijs- en gedragsbehoeften? Kijken naar data is vanzelfsprekend. De school gebruikt kijkwijzers, leerlingresultaten en gerichte peilingen. Zo is in groep 8 een vragenlijst afgenomen naar kennis en attitudes rond burgerschap en democratische waarden. Ook kijken Naaijkens en Bootsma over de grenzen: Vlaamse taalprogramma’s zoals Elodie en Britse woordenschat-aanpakken worden >>

• •

Je moet eigenlijk alleen maar een zij-instromer aannemen als je die dubbel kan zetten

PrimaOnderwijs 7


8


Leraarschap is geen vrij beroep. Dán moet je kunstenaar worden

gevolgd en – waar passend – vertaald naar de eigen praktijk. Het team ging samen op schoolbezoek in Antwerpen; de vraag is altijd: wat nemen we hier als professionals van mee?

Geen hypebeleid De jaarplanning van de Alan Turingschool is “saai” – en dat is bewust. Er komt niet overhaast iets nieuws bij. “Er zijn scholen geneigd mee te gaan in hypes”, zegt Martin. “Daar zijn wij terughoudend in.” Meertaligheid krijgt plek in de dagelijkse praktijk, maar wordt niet uitgerold als apart scholingstraject zolang de basisprioriteiten onderhoud vragen. Hetzelfde geldt voor AI: interessant, maar pas na een zorgvuldige weging in school- en jaarplan. “De kernvraag blijft: doen we de nog de goede dingen, doen we ze goed, hoe weten we dat, en wat zeggen anderen ervan?”

Inductie en begeleiding: zachte landing De school is opleidingsschool en investeert stevig in inductie. Nieuwe collega’s, zeker zij-instromers, krijgen waar mogelijk dubbele inzet en systematische begeleiding: 60 uur coaching in jaar één, 30 uur in jaar twee. “Je moet eigenlijk alleen maar een zij-instromer aannemen als je die dubbel kan zetten”, zegt Martin. “Anders gebruik je iemand om een gat in de formatie te dichten. Daar is de zij-instromer de dupe van.”

Resultaten: stabiliteit, werkgeluk en doorstroom Het team is stabiel, verloop is laag. In de beginfase vertrokken enkele onderbouwleraren die zich niet in de nieuwe koers konden vinden. Daarvoor kwam een

team terug dat bewust voor de visie kiest. “Als je het samen doet, vanuit een duidelijke visie, en je helpt leraren om hun vak te ontwikkelen, vinden ze het heel fijn om hier te werken.” Voor leerlingen vertaalt de aanpak zich in sterkere doorstroom naar het voortgezet onderwijs, met meer kennisbasis en leesvaardigheid als hefboom. Naaijkens en Bootsma typeren hun eigen rol als instructional leadership: dicht op de inhoud, zichtbaar in de klassen, meedenkend en meewerkend in studiedagen. “De kans is groter dat een schoolleider die kennis heeft van pedagogiek en didactiek verschil maakt,” zegt Martin. “Wij zitten er altijd bij – of het nu over schrijven, rekenen of instructie gaat.” Tegelijk is er professionele ruimte, maar wel achter de professionele standaard. “Leraarschap is geen vrij beroep. Dán moet je kunstenaar worden. Het is niet zo dat een leraar in zijn groep een andere didactiek of pedagogiek kan hanteren dan het collectief; het collectief staat voorop.”

Morgen starten Morgen beginnen? Dit zijn de tips: “Begin met een duidelijke visie, veranker die in school- en jaarplannen, kies enkele curriculaire zwaartepunten (gedrag, instructie, lezen, rekenen) en onderhoud ze. Werk schoolbreed, organiseer expertrollen, plan klassenbezoeken en leer-werkbijeenkomsten, deel literatuur, meet wat je doet en wees terughoudend met hypes. Leef niet bij de waan van de dag: structuur en organisatie zijn key. Professionalisering is daarom geen project, maar een werkwoord.”

PrimaOnderwijs 9


‘Scholen met een goede mediatheek zien hun resultaten verbeteren’ Een school zonder bibliotheek is eigenlijk niet compleet, vindt Daan Beeke, specialist voortgezet onderwijs bij Stichting Lezen. “Zonder bibliotheek mis je het hart van de school.” Toch neemt het aantal schoolbibliotheken in het voortgezet onderwijs af. Precies op het moment dat in de nieuwe kerndoelen Nederlands de rijke taal- en leesomgeving nadrukkelijk centraal staat. Tekst: Marco van den Berg

Stichting Lezen trok aan de bel en sloot zich aan bij het IFLA-UNESCO Schoolbibliotheek Manifest. De organisatie nam ook het initiatief om anderen op te roepen dit manifest te ondertekenen. “Het is voor ons een speerpunt om het belang van de schoolbibliotheek en mediatheek duidelijk te maken”, vertelt Beeke. “Niet alleen omdat wij dat zelf vinden, maar ook omdat je in de nieuwe kerndoelen en in de nieuwe eindtermen ziet dat een rijke leesomgeving heel belangrijk wordt geacht. Dan moet er in de school iets te kiezen en te ontdekken zijn.” In het manifest wordt een duidelijke koppeling gemaakt tussen mediatheken en informatievoorziening. “Het gaat om een brede, inclusieve informatiebron waar leerlingen toegang toe moeten hebben. Het manifest maakt duidelijk dat dit een recht is, geen luxe. Iedereen zou op school toegang moeten hebben tot een open bibliotheek.”

Safe space Uit onderzoek van Stichting Lezen blijkt dat het aantal mediatheken jaar na jaar afneemt. “Als die verdwijnen, bestaat de kans dat kinderen nooit in aanraking komen met boeken. Scholen met een goede mediatheek zien hun resultaten verbeteren in combinatie met goed 10

Daan Beeke

leesbeleid en hebben daarnaast baat bij een rustige plek waar leerlingen kunnen studeren, informatie en literatuur kunnen vinden en hulp krijgen bij het zoeken. Een plek waar ze gezien worden en stoom kunnen afblazen. Een goede bibliotheek is een safe space in de school.” Ook is er een link met de nieuwe kerndoelen. Beeke wijst op kerndoel 1A voor de onderbouw van het vo: de school zorgt voor een rijke taal- en leesomgeving. “Daar staat onder andere dat de school een veelzijdig en actueel aanbod van jeugd- en young adultliteratuur biedt, binnen een vaste leesroutine, en dat leesmotivatie gestimuleerd wordt. Al die elementen kun je laten samenkomen in een goede mediatheek of schoolbibliotheek.”

Foto: Annemarie Terhell

Begin een rijke leesomgeving in de mediatheek


Volgens hem is het vrijwel onmogelijk om zo’n omgeving te creëren zonder een kundige professional. “Je hebt iemand nodig die weet wat een goede collectie is, die met jongeren kan omgaan, leesadvies kan geven, maar ook kan helpen bij zoekvaardigheden en digitale vaardigheden. Een mediatheek is niet alleen een ruimte met boeken. Het gaat om die combinatie van collectie, expertise en inbedding in het schoolbeleid.” Beeke is zeker niet tegen digitale middelen, maar ziet beperkingen. “Een goede digitale lezer is een lezer die ook offline goed kan lezen. Je hebt extreem goede leesvaardigheid nodig om digitale bronnen op waarde te kunnen schatten. Om in te schatten of wat je leest enig waarheidsgehalte heeft.”

hoe het gesteld is met je leesbeleid. En als dat allemaal nog een stap te ver is, begin dan in elk geval met lezen en boeken een belangrijke plek geven in het curriculum. Dat kan ook met veel boeken in de klas.” Samenwerking met de openbare bibliotheek is daarbij onmisbaar. “De openbare bibliotheek is de eerste organisatie waar je heen kunt gaan. Via het programma de Bibliotheek op school kunnen boeken de school in komen en kan een leesmediaconsulent meewerken aan goed leesbeleid. Daar komt de komende jaren extra geld voor vrij. Vmbo-, havo- en vwo-scholen kunnen er gebruik van maken.”

Papieren boeken hebben daarom een niet te vervangen waarde. “Een lange tekst lezen op een scherm is minder aantrekkelijk dan uit een boek, dat weten we uit onderzoek. En om die concentratie en die leesroutine te oefenen, werkt papier beter. Daar komt bij dat een mooie schoolbibliotheek, liefst centraal in de school, ook iets uitstraalt. De school wordt een instituut waar je studeert, waar het normaal is om over boeken te praten, waar lezen belangrijk is.” Foto: Annemarie Terhell

Foto: Annemarie Terhell

Kundige professional

Elke school een schoolbibliotheek Dat staat inmiddels ook in het beleidsplan van Stichting Lezen. “Ons ideaal is: elke school een schoolbibliotheek met mediathecaris”, zegt Beeke. ‘”We willen bijdragen aan de totstandkoming van een opleiding tot mediathecaris. We werken aan een bewustwordingscampagne richting docenten, schoolleiders en schoolbesturen. De Nationale Mediatheek Trofee hebben we vernieuwd en verbeterd. En we voeren lobby in Den Haag, zodat landelijk beleid ook nóg beter bijdraagt. In een latere fase willen we scholen die wel willen maar niet weten hoe, praktisch gaan helpen.” Voor schoolleiders en hun teams is er alle reden om in gesprek te gaan over de mediatheek, weet Beeke. “Probeer de mediatheek een plek te geven in het beleid, bijvoorbeeld via een taal- of leesteam. Via de leesscan op lezeninhetvo.nl kun je eenvoudig nagaan

Wie wint de Mediatheek Trofee? Meer weten over het manifest of benieuwd naar het programma de Bibliotheek op school? Scan de QR-code

Maak kans op de eerste prijs, €1.000,- aan nieuwe boeken en een professionele video van jullie mediatheek. Stichting Lezen en Springlezend zijn op zoek naar de beste schoolbibliotheken en mediatheken van het land. Wordt jouw school één van de genomineerden? Scan de QR-code om mee te doen

PrimaOnderwijs 11


Het begint bij de kleuters

Vakmanschap dat schoolbreed effect heeft Wanneer je de kleuterklassen van de Groen van Prinstererschool in Voorburg binnenstapt, valt je meteen iets op: kinderen bouwen een fietsenwinkel, ontwerpen prijslijsten of stemmen over de naam van hun pizzeria. Spel is hier geen pauzemoment, maar het kloppend hart van het leren. Kleuterleerkracht encoördinator jonge kind Maud Rutjens vertelt wat dit vraagt van het vakmanschap van de leerkrachten, en ook wat het oplevert. Tekst: Esmee Weerden

Op de Groen van Prinstererschool zijn talentontwikkeling, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid belangrijke pijlers. In die visie heeft het jonge kind een stevige plek. “Als je kinderen een goede start wilt geven met basisvaardigheden, moet je zorgen voor betrokkenheid, plezier en betekenisvol leren. Daar leg je in groep 1 en 2 de basis voor”, aldus Maud.

De school ging voor een aanpak waarin kinderen mede-eigenaar zijn van de thema’s. Hoekenspel is daarbij leidend en activiteiten zijn binnen dat spel functioneel. Twee jaar werkte het team intensief aan deze omslag. “Je moet dingen loslaten, opnieuw leren kijken. Maar toen het eenmaal klikte, werd het een tweede natuur.”

De zoektocht naar een visie op het jonge kind

Kinderen bouwen de thema’s op

Na een aantal jaren op Curaçao gewoond te hebben, merkte Maud dat haar kennis over kleuteronderwijs toe was aan verdieping. De pabo bood destijds weinig specifiek over het jonge kind, en op verschillende scholen miste ze een duidelijke visie.

Elk thema ontstaat vanuit een probleemstelling: een kapotte fiets, een brief of iets onverwachts in de klas. Kinderen verkennen eerst samen het probleem en verzamelen ideeën. Daarna bepalen ze wat er nodig is voor het spel. Vervolgens werken ze aan de opbouw van de hoeken en richten ze de speelleeromgeving in, passend bij het thema.

Ze zag dat: • spel onvoldoende werd benut om taal en rekenen te versterken; de • overgang naar groep 3 te groot was; • kinderen weinig eigenaarschap hadden. Daarom volgde ze de Master Educational Needs met modules gericht op het jonge kind en een nascholing van Tessel van der Linde. “Ik vroeg me af: wat vind ík goed kleuteronderwijs? Hoe ziet betekenisvol leren eruit? Toen vielen alle puzzelstukjes in elkaar.” 12

Het resultaat is betekenisvol spel waarin verschillende ontwikkelgebieden op een natuurlijke manier samenkomen. Terwijl kinderen woordkaartjes schrijven of een poster ontwerpen, werken ze ongemerkt aan taal. Bij het bedenken van prijzen, het tellen van producten of het afrekenen in de winkel zijn ze met rekenen bezig. In het spel overleggen en stemmen ze samen over keuzes, waardoor burgerschap zichtbaar wordt.


Maud Rutjens

“Kinderen hebben niet door dat ze aan het leren zijn”, vertelt Maud. “Ze zijn zó betrokken dat het leren vanzelf ontstaat.” Ook ouders doen mee. Zij helpen materialen verzamelen via ‘meeneemlijsten’ en worden onderdeel van het proces. “Voor onze pizzeria kwamen ouders met stapels pizzadozen binnen. Voor onze garage brachten ze autoonderdelen. Het vergroot de betrokkenheid enorm.”

Materiaal als derde pedagoog Thematisch en spelgericht werken vraagt om rijke materialen. De school heeft daarom een jaarlijks, ruim budget voor ontwikkelings- en themamateriaal. “Kleuteronderwijs is vaak het ondergeschoven kindje in budgettering. Maar materiaal ís ons curriculum. Als je wilt dat kinderen betekenisvol spelen en leren, moet die omgeving tiptop zijn”, zegt Maud. Het effect is zichtbaar: betrokken kinderen, enthousiaste ouders, gemotiveerde leerkrachten. En vooral: een stevige basis voor de verdere schoolloopbaan. “Spel is de natuurlijke manier waarop kinderen leren. Als je dat serieus neemt, komt alles samen: welzijn, ontwikkeling en basisvaardigheden.”◗

Een soepele overgang De overgang naar groep 3 bleek in het verleden groot. Daarom werkt de school nu met een doorlopende lijn waarin ook groep 3 thematisch en spelgericht werkt, vooral in de middagen en in circuitvorm. “Kinderen herkennen de manier van werken”, zegt Maud. “Ze blijven spelend leren, maar nemen wel de schoolse stappen die nodig zijn. Daardoor voelt groep 3 minder als een breuk.” Ook onderlinge samenwerking blijft belangrijk. De directie ondersteunt deze manier van werken actief, wat volgens Maud essentieel is: als de schoolleiding de visie begrijpt en uitdraagt, durft een team te vernieuwen. Leerkrachten bereiden hun thema’s samen voor, kijken bij elkaar in de klas en bespreken wat werkt.

Vakmanschap vraagt voortdurende ontwikkeling Voor Maud is vakmanschap iets wat voortdurend in beweging is. “Je moet blijven lezen, trainingen volgen, reflecteren. Je kunt niet leunen op wat je tien jaar geleden hebt geleerd.” Recent volgde het team bijvoorbeeld een nascholing over motoriek. “We wisten weer: kruipen, rollen en kruislings bewegen zijn belangrijk voor de ontwikkeling van het brein en daarmee voor leren lezen. Als kleuterleerkracht moet je die kennis paraat hebben.”

Marije den Dulk is werkzaam bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap als onderwijscoördinator. Vanuit het Masterplan basisvaardigheden ondersteunt zij scholen tijdens de activiteitenperiode van de subsidieregeling Verbetering basisvaardigheden. “In groep 1 en 2 leg je het fundament voor taal, rekenen, burgerschap en digitale geletterdheid. Inspirerend om te zien hoe serieus de Groen van Prinstererschool dit neemt. Hun visie is evidenceinformed opgebouwd en het vakmanschap van kleuterleerkrachten wordt doelgericht versterkt. De schoolleider speelt daarin een sleutelrol: zij creëert tijd, ruimte en vertrouwen om te professionaliseren. Dat is precies wat het Masterplan basisvaardigheden wil stimuleren. Ook de overgang naar groep 3 vind ik sterk. Een zachte landing voorkomt leerverlies. Door spel en thematisch werken door te trekken, blijven kinderen betrokken en leren ze beter.” Wie zich verder wil verdiepen in de basisvaardigheden en inspiratie zoekt, kan terecht op masterplanbasisvaardigheden.nl

PrimaOnderwijs 13


Ga als een rake t n

ucatheek.nl d E r aa

OPBLAAS BAAR ZONNEST ELSEL

HOUTEN PUZZEL THEMA RUIMTE

GEMOTORISEERD ZONNESTELSEL

EDUCATIEVE POSTERS

Ontdek h et heelal me educathe ek.nl/ruim t te

DE SCHOOLLEVERANCIER VAN HET ONDERWIJS.


Professionaliseren begint bij nieuwsgierigheid Elke onderwijsprofessional kent zo’n moment: een veranderende leerlingenpopulatie, een team dat nieuwe richting zoekt, een complex vraagstuk dat niet meer past binnen de bekende kaders. Precies daar ontstaat groei. Niet vanuit verplichting, maar vanuit een innerlijke drijfveer: je wilt beter begrijpen, bewuster handelen en steviger leidinggeven. PrimaOnderwijs & NSO-CNA

Bij NSO-CNA Leiderschapsacademie ondersteunen we die ontwikkeling. Jaarlijks begeleiden we honderden (toekomstige) schoolleiders in hun persoonlijke en professionele groei. Toch zien we steeds vaker dat organisaties niet alleen individueel, maar ook collectief willen leren. Daarom bieden we naast open opleidingen ook incompany- en maatwerktrajecten voor organisaties die verder willen komen dan losse stappen.

Incompany: leren vanuit je eigen praktijk Met een incompany opleiding haal je onze geaccrediteerde programma’s letterlijk in huis. Maar belangrijker: we passen ze volledig aan op jullie context. Door theorie, praktijk en jullie eigen vraagstukken te verweven, ontstaat een leeromgeving die meteen effect heeft. Een ander voordeel van incompany-opleidingen is dat schoolleiders van verschillende locaties elkaar ontmoeten. We zien vaak dat deelnemers elkaar ook na de opleiding blijven opzoeken om van elkaar te leren en samen meer te bereiken.

Maatwerktrajecten: wanneer je de hele organisatie in beweging wilt krijgen Als er organisatiebreed een verandering op gang gebracht moet worden, brengt een maatwerktraject je vaak verder. Bijvoorbeeld wanneer een nieuw strategisch kompas moet landen of wanneer teams op zoek zijn naar een nieuwe manier van samenwerken.

In zo’n traject ontwikkelen we samen met jullie een uniek programma dat aansluit op de echte uitdagingen. Het begint met een open, soms spannend gesprek. Waar schuurt het? Welke overtuigingen blokkeren of versnellen? Welke verandering moet voelbaar worden in alle lagen van de organisatie? Juist die eerlijkheid maakt maatwerk krachtig. Het resultaat: trajecten die niet alleen inspireren, maar daadwerkelijk gedrag, cultuur en samenwerking veranderen.

Direct toepasbaar en betekenisvol Onze leiderschapstrajecten richten zich exclusief op het onderwijs, geleid door docenten die zelf bekend staan en vaak nog werken in het veld. Dat stelt ons in staat onze opleidingen bijzonder praktijkgericht te maken: vanaf de start werken de deelnemers aan vraagstukken in hun school, vanuit onderbouwde theorie. Zo wordt de verandering die je organisatie nodig heeft, direct ingezet. En dat is precies waarom zoveel organisaties voor NSO-CNA kiezen.

Klaar voor de volgende stap in professionalisering? Laten we beginnen met een goed gesprek. Neem contact op met onze maatwerkcoördinator Hendrico Hillebrand op 020-5692027 of h.hillebrand@nso-cna.nl. PrimaOnderwijs 15


Voor alle professionals in het onderwijs

ONDERZOEK

Onderwijsprofessionals aan het woord:

zo professionaliseren wij PO

Type onderwijs VO go/mbo

66%

30%

4%

Hoe professionaliseren onderwijsprofessionals eigenlijk? Wanneer doen jullie dat, wat vinden jullie belangrijk en hoeveel ruimte krijgen jullie ervoor? PrimaOnderwijs onderzocht dit in het voorjaar van 2025. Ruim twee derde van de 1.534 respondenten komt uit het primair onderwijs, ongeveer een derde uit het voortgezet onderwijs. Dit zijn de meest opvallende inzichten. 1. Jullie zijn bereid om te leren De bereidheid om te leren is er: meer dan de helft van de onderwijsprofessionals die meededen aan het onderzoek was afgelopen jaar van plan om een training, cursus of opleiding te volgen. Slechts 10% zegt ‘nee’ en de rest wist het nog niet. Hoewel de meerderheid minstens een paar keer per jaar deelneemt aan professionaliseringsactiviteiten, valt op dat ongeveer 1 op de 5 leerkrachten en docenten dat hooguit één keer per jaar doet. De belangrijkste drijfveren om te professionaliseren zijn dat ze meer uitdaging in het werk zoeken én het werk beter willen kunnen uitvoeren. Jullie zien professionalisering als iets dat energie geeft, maar het moet direct toepasbaar zijn.

31%

Weet niet hoe het professionaliseringsbeleid op de eigen school is ingericht 16

2. Budget of hoeveelheid uren vaak onbekend Een van de meest opvallende uitkomsten van het onderzoek is dat 39%van de onderwijsprofessionals weet niet welk budget ze precies hebben voor professionalisering. In het po loopt dat zelfs op tot 45%. Ook over het aantal uren dat ze mogen besteden is veel onduidelijkheid: meer dan de helft weet dat niet (po: 60%, vo: 44%). Dit vraagt om duidelijker beleid en betere communicatie, want wie niet weet wat kan, benut de mogelijkheden vaak niet.

39%

Weet niet welk budget hij of zij heeft voor professionaliseringsactiviteiten


27%

Moet voornamelijk in eigen tijd professionaliseren

6. Hoe haalbaar vinden leerkrachten professionalisering?

73% Tijdens werktijd

3. School bepaalt meestal de richting

Bij 44% beslist de schoolleiding of het bestuur over de besteding van het professionaliseringsbudget; bij 38% gebeurt dit in samenspraak. En hoe zit het met de tijdsinvestering? Bijna driekwart professionaliseert tijdens werktijd, maar een kwart doet dat voornamelijk in eigen tijd, een aanzienlijk aandeel.

Een ruime meerderheid (65%) geeft de haalbaarheid van individuele bijscholing een 6 of hoger; 35% zelfs een 8 of hoger. Er is dus een redelijke basis, maar knelpunten zitten vooral in tijd en organisatie.

65%

Geeft de voorkeur aan fysieke trainingen of cursussen (en dus niet online) Functie

4. Het liefst fysiek, kort en praktijkgericht Onderwijsprofessionals zijn duidelijk in hun voorkeuren: de meerderheid (65%) kiest voor fysieke Leerkracht/docent trainingen op school of op locatie, liefst in één dag (43%). Thema’s die het meest in trek zijn, zijn Mentor Didactiek & pedagogiek (16%) en Onderwijskwaliteit IB-er/kwaliteitscoördinator & schoolontwikkeling (14%). Ook Leerontwikkeling & zelfregulerend leren, Leiderschap & coaching en (locatie)directeur Persoonlijke ontwikkeling & werkgeluk zijn gewilde thema’s. Teamleider

22%

Kiest professionaliseringactiviteiten vooral op basis van aanbevelingen van collega’s 5. Professionaliseringskeuzes ontstaan vaak spontaan

Anders

54% 9% 9% 6% 3% 27% oefent meerdere functies uit

19%

Wat zegt dit over professionalisering anno 2025? Onderwijsprofessionals willen zich graag ontwikkelen, vinden dat waardevol én belangrijk voor hun werkplezier. Maar onduidelijkheden, beperkte tijd en soms gebrek aan regie maken de uitvoering ervan niet altijd even gemakkelijk. Deze editie van PrimaOnderwijs belicht het thema professionalisering daarom van meerdere kanten. Wellicht helpt dit om geïnspireerd te raken en op school het gesprek aan te gaan.

42% zegt dat ze met professionalisering bezig

zijn ‘wanneer er iets interessants voorbij komt’. Dat suggereert dat bij veel leerkrachten en docenten professionalisering minder vooraf gepland is, en vaker ontstaat vanuit inspiratie of een directe werkbehoefte. De meeste ruimte om te professionaliseren ligt in september–november, én in maart–april. Rond de zomer en december is het juist het minst haalbaar.

Wanneer de meeste ruimte om te professionaliseren?

Sep 10%

Okt 15%

Nov 10%

Feb 9%

Mrt 14%

Apr 13%

PrimaOnderwijs 17


Prikkel je nieuwsgierigheid. Ontdek de kracht van thematisch onderwijs.

Het grote Blink onderwijscongres

Laat je meenemen in de wereld van nieuwsgierigheid en thematisch onderwijs tijdens het grote Blink onderwijscongres op 18 maart 2026. Tijdens deze dag vol verwondering, verbeelding en verhalen staat een vraag centraal: “Wat als…?” De oervraag van nieuwsgierigheid. De vonk die leren in beweging zet. Wat kun je verwachten?

Met schrijver Kluun als energieke daghost start je de ochtend met een plenair programma over de wereld én de kracht van nieuwsgierigheid. Neurowetenschapper Harold Bekkering, onderwijsexpert Anneke Smits en Roos van der Linden (Leraar van het Jaar 2024) laten je ieder vanuit hun eigen invalshoek ervaren hoe belangrijk nieuwsgierigheid is voor leren. Én hoe thematisch onderwijs die nieuwsgierigheid versterkt – zodat leren weer mag sprankelen. Daarna gaan kinderboekenauteurs Kevin Hassing en Jacques Vriens in gesprek over het belang van leesplezier en lezen uit nieuwsgierigheid.

Kies jouw workshops vol inspiratie

Na de lunch kies je tijdens twee rondes uit een breed aanbod aan workshops van o.a. Karen Heij, Jason Fredrick, Jos Cöp, Erna van Koeven en Kevin Hassing, die je concrete handvatten geven om direct toe te passen in je eigen lespraktijk in het basisonderwijs.

Informatie

Datum: woensdag 18 maart 2026 Locatie: De Rijtuigenloods, Amersfoort Prijs algemeen: € 239,Prijs Blink-scholen: € 199,-* *Werk je op school met een van de methodes van Blink, dan heb je een kortingscode ontvangen waarmee je € 40,- korting op de toegangsprijs krijgt.

Ga voor meer informatie en tickets naar

Ontdek de kracht van beter leren.

Blink Adv. Onderwijscongres 192x285.indd 1

27-11-2025 13:33


Foto © Anneke Hymmen

Op zoek naar een concrete invulling voor het burgerschapsonderwijs die écht impact maakt? Bij Wereldmuseum worden leerlingen uitgedaagd om met een open blik naar zichzelf en de wereld te kijken. Binnen wereldburgerschap worden door Wereldmuseum tien thema’s onderscheiden en zijn er dynamische programma’s die leerlingen actief betrekken en inspireren!

Wereldburgerschap in het museum en online PrimaOnderwijs & Wereldmuseum

Verplichte hoofdlijnen onderwijs

De aanpak

Wereldmuseum sluit helemaal aan bij de verplichte hoofdlijnen van het burgerschapsonderwijs: het stimuleren van een actieve en verantwoordelijke houding in de samenleving, het respectvol omgaan met diversiteit, kritisch denken en creatief handelen. Het onderwijsaanbod van Wereldmuseum bestaat niet uit losse programma’s maar is een samenhangend thematisch pakket, dat aansluit bij leeftijd, belevingswereld en onderwijscurriculum.

Inspireren tot wereldburgerschap, hoe dan? Bij Wereldmuseum vind je in de onderwijsprogramma’s drie pijlers terug: Ontmoeten: leerlingen komen door verhalen over voorwerpen en mensen in contact met meerdere perspectieven. Ze ontdekken hoe ontmoetingen tussen mensen wereldwijd al eeuwenlang tot nieuwe inzichten, kunst en creativiteit leiden. Dialoog: bij Wereldmuseum gaan we het gesprek aan over thema’s die er écht toe doen - ook de lastige. Er wordt een open dialoog gecreëerd waar leerlingen leren luisteren, kritisch denken, (h)erkennen en respectvol reageren. Maken: maken is denken met je handen. Door zelf te maken, leer je creatief handelen en je begrijpt ook steeds meer van cultuur en betekenisgeving. Focus op het verbinden van hoofd, hart en handen, draagt bij aan meer kennis en empathie en een actieve verbinding met de wereld.

Tien thema’s, eindeloze mogelijkheden Of je nu start vanuit wereldoriëntatie, taal, creatieve vakken of geschiedenis: Wereldmuseum heeft programma’s die aansluiten bij jouw leerlingen en leerdoelen. Wereldburgerschap kun je ook vakoverstijgend benaderen. Denk aan themaweken of projecten rond:

• Iconen van het • • •

werelderfgoed Nieuwe iconen van de populaire cultuur Identiteit Spiritualiteit

• Samenleven • Creativiteit • Kolonialisme • Globalisatie • Klimaat • Beeldvorming

De thema’s zijn uitgewerkt in een activerend programma in het museum als ook in online lesaanbod op LessonUp. Wil je een programma liever vanuit een ander thema benaderen? Dat kan! Wereldmuseum staat open voor maatwerk.

Trek eropuit en bezoek Wereldmuseum met je klas! Reserveer direct via de website of neem contact op en ontdek welk programma het beste bij jouw klas past.

Bekijk het complete aanbod Scan de QR-code voor het aanbod van Wereldmuseum Leiden.

Scan de QR-code voor het aanbod van Wereldmuseum Amsterdam.

Scan de QR-code voor het aanbod van Wereldmuseum Rotterdam.

Scan de QR-code om meer te weten te komen over wereldburgerschap bij Wereldmuseum

PrimaOnderwijs 19


Geen vacatures, geen uitval door werkdruk en actief team

‘Een sterke leercultuur begint bij keuzes durven maken’ In heel Nederland zoeken scholen naar manieren om goed onderwijs te blijven geven terwijl de werkdruk stijgt en het lerarentekort voelbaar is. Veel teams worstelen: hoe bewaak je de kwaliteit als er steeds minder tijd en ruimte lijkt te zijn? Tekst: Esmee Weerden

Op de Oranjeschool in Rotterdam-Zuid klinkt een ander geluid. Directeur Ralf van Iperenburg heeft geen vacatures, geen uitval door werkdruk en een team dat actief wil leren en groeien. De school is sinds augustus aspirant-expertiseschool binnen Ontwikkelkracht, dankzij haar sterke professionele leercultuur.

Een kleine school met grootse ambities De bijna honderd jaar oude Oranjeschool staat midden in een diverse arbeiderswijk. “Daar heb je je als school toe te verhouden”, vertelt Ralf. Sinds 2019 geeft hij er leiding en vanaf het begin was zijn visie duidelijk: een school is zo sterk als haar lerende cultuur. “Alles valt of staat met het vermogen om jaarlijks beter te worden. Dat begint bij een stevig, gezamenlijk kennisfundament. Pas als dat staat, kun je excelleren.”

Een gezamenlijke kennisbasis Toen Ralf startte, voerde hij met alle collega’s gesprekken: wat wil je leren, waar ligt je affiniteit en wat geeft jou plezier in je werk? Die gesprekken brachten twee dingen boven tafel: het team had nooit echt uitgesproken wat het gezamenlijk belangrijk vond, en collega’s bleken verrassend helder te weten waarin zij zich wilden ontwikkelen. 20

Dat inzicht vormde de basis voor gerichte professionalisering. Leerkrachten volgden opleidingen tot gedrags-, taal-, reken-, jonge kind- en leesspecialist. Opvallend is dat Ralf zelf invalt wanneer medewerkers scholing volgen. “Als je een professionele leercultuur wilt, moet je bereid zijn er iets voor te doen. Bovendien houdt het mij scherp.”

Structuur die ruimte geeft Een lerende cultuur gedijt het beste in een goede structuur. Daarom maakte Ralf één fundamentele keuze: de leerkracht geeft onderwijs, alle overbodige taken gaan eraf. Geen commissies meer, geen losse projecten en geen continue stroom aan mailbox-acquisitie. Ralf filtert alles bij ‘de poort’. “Dat maakt ons koersvast. Je kunt


Schoolleiders moeten laten zien dat zij zelf blijven leren, lezen en onderzoeken niet alles doen, hoe leuk sommige dingen ook lijken. De belangrijkste taak is goed onderwijs geven en blijven leren.” Ook de jaarplanning is zo ingericht dat drukke periodes voorspelbaarder zijn en piekbelasting beter te dragen is.

Een school zonder tekorten Dat alles heeft effect. De Oranjeschool heeft geen vacatures. Leerkrachten kiezen bewust voor deze plek omdat ze hier inhoudelijk kunnen groeien, opleidingen kunnen volgen en mee kunnen denken over het onderwijs. “Je kunt hier carrière maken voor de klas”, zegt Ralf. “Leerkrachten hebben invloed op het onderwijs dat we vormgeven, en ze krijgen ruimte om zich te specialiseren. Het maakt ons onderwijs aantrekkelijk en toekomstbestendig.” Behoud vóór werving: het blijkt een succesformule. Ontwikkelkracht: leren van en met andere scholen Sinds augustus is de Oranjeschool aspirant-expertiseschool binnen Ontwikkelkracht, het landelijke programma dat scholen helpt werken aan een sterke leercultuur en evidence-informed onderwijs. De expertise die de Oranjeschool gaat delen, is gedragscultuur. “Wij geloven in een warm maar streng klimaat”, zegt Ralf. “Leerlingen weten wat we verwachten en krijgen de rust om te leren. Die aanpak willen we ook aan andere scholen overbrengen.” Het eerste jaar wordt gebruikt om het traject te ontwikkelen: hoe leer je andere scholen iets wat bij jou vanzelfsprekend voelt?

Adviezen voor andere scholen Elke verbetering begint in ieder geval bij durven kiezen, zegt Ralf. “Scholen doen vaak te veel tegelijk. Als je echt stappen wilt zetten, moet je prioriteiten stellen.” Daarbij hoort ook het besef dat cultuurverandering tijd kost: na een jaar is niets af, en ook na twee jaar niet. De Oranjeschool werkt al vijfenhalf jaar aan de gedragscultuur en blijft steeds bijschaven. Daarnaast benadrukt Ralf het belang van voorbeeldgedrag. “Schoolleiders moeten laten zien dat zij zelf blijven leren, lezen en onderzoeken. Dat werkt door in het team en in de schoolcultuur.” Minstens zo belangrijk is een duidelijke structuur: ruimte voor leren ontstaat niet vanzelf. Het vraagt om ruis wegnemen,

taken herverdelen en helder organiseren wat prioriteit heeft. Tot slot pleit de directeur voor leren van en met elkaar. “Kennisoverdracht hoort thuis bij de mensen die dagelijks voor de klas staan. Leerkrachten kunnen elkaar enorm versterken. Daar ligt de echte kracht van het onderwijs.” Wat het oplevert voor leerkrachten en leerlingen Een sterke leercultuur vraagt visie, lef en consequent keuzes maken, maar het resultaat is een school waar leerkrachten willen blijven, leerlingen tot leren komen en kwaliteit duurzaam is. Zo zijn de resultaten al jaren stabiel hoog op de Oranjeschool, terwijl dat eerder anders was. Uit een recent oudertevredenheidsonderzoek blijkt dat zowel het aanbod voor snel lerende kinderen als het welbevinden sterk is verbeterd. Volgens Ralf hangt dat nauw samen: “Hoe meer leerlingen leren, hoe gemotiveerder ze worden om verder te leren.” Dat is misschien wel het belangrijkste advies: investeren in je schoolteam en je leerlingen is de beste route naar toekomstbestendig en succesvol onderwijs. ◗

Congres Ontwikkelkracht Ontwikkelkracht biedt ondersteuning aan schoolteams in het primair en voortgezet onderwijs die het onderwijs duurzaam willen versterken. Voor scholen die meer willen weten over Ontwikkelkracht vindt op 21 januari 2026 het Congres Ontwikkelkracht plaats, in het Beatrix Theater in Utrecht. Aanmelden kan kosteloos via congresontwikkelkracht.nl

PrimaOnderwijs 21


23 t/m 27 maart 2026

Doe jij met jouw klas ook mee?

GELDSPROOKJES TE MOOI OM WAAR TE ZIJN?

weekvanhetgeld.nl

25457 WvhG’26 - 2A4 spread PrimaOnderwijs.indd Alle pagina's


Doe mee met de Week van het geld van 23 t/m 27 maart!

Voor PO & VO

Duik met jouw klas in de wereld van ‘Geldsprookjes’! Leerlingen ontdekken hoe ze slimme geldkeuzes maken aan de hand van klassieke sprookjes in een modern jasje. Zo twijfelt Roodkapje tussen oma en de sale, terwijl Sneeuwwitje wordt verleid door de finfluencer-heks die gouden bergen belooft. Maar niet alles wat blinkt, is goud. Ontdek het tijdens de Week van het geld!

Leer jouw leerlingen geldsprookjes herkennen Geldsprookjes zijn verleidelijke, maar vaak onjuiste of onrealistische ideeën over geld. De luxe levens van influencers, ‘nu-of-nooit’-deals en verhalen over snel rijk worden – leerlingen zien het dagelijks. Maar wat is feit en wat is fabel? Kom er samen met jouw klas achter tijdens de Week van het geld. Meedoen is eenvoudig met onze gratis themapakketten en gastlessen voor het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Waar kies jij voor?

Hoe kun je met jouw klas meedoen aan de Week van het geld? Bestel het gratis themapakket Met het Geldsprookjes themapakket stel je eenvoudig je eigen geldles samen.

1

Vraag een gratis gastles aan Video

Een financieel expert van een bank, verzekeraar of het ministerie van Financiën komt graag bij jullie in de klas een gastles geven.

4

3

Bestel de gratis ‘Geldsprookjes’ poster

Bekijk met de klas onze explainervideo’s

Hang ‘m op in de klas en laat zo zien dat jullie meedoen aan de Week van het geld!

En behandel zo onderwerpen als digitaal geld, in-game aankopen en geldsprookjes.

2

Kom meer te weten over onze themapakketten voor het basisonderwijs op de volgende bladzijde!

Direct bestellen of aanvragen Ga naar weekvanhetgeld.nl/po of naar weekvanhetgeld.nl/vo

08-12-2025 10:44


Week van het geld themapakket

Financieel wijzer worden met geldsprookjes Hoe behandel je financiële educatie op een manier die past binnen een drukke lesweek en aansluit bij de belevingswereld van kinderen? Met het gratis themapakket van de Week van het geld kun je als leerkracht direct en eenvoudig met het thema aan de slag. Dit jaar met herkenbare geldsprookjes als startpunt voor elke les. Tekst: Esmee Weerden

Van 23 tot en met 27 maart vindt de 15e editie van de Week van het geld plaats. Tijdens deze jubileumeditie staat het thema ‘Geldsprookjes – te mooi om waar te zijn?’ centraal. Leerlingen leren misvattingen over geld herkennen, slimme reclametrucs doorzien en hun verwachtingen over geld realistisch houden. Met de lesmaterialen uit het themapakket kun je als leerkracht eenvoudig je eigen financiële les geven en deze onderwerpen op een toegankelijke en leuke manier behandelen.

Sommige leerkrachten gebruiken één les, terwijl anderen het materiaalinzetten

vertrouwd én nieuw tegelijk.” Robieke Roesink, educatief ontwikkelaar bij Podium, werkte mee aan de ontwikkeling van het pakket: “Sprookjes prikkelen de fantasie en nemen leerlingen écht mee in een verhaal. Daardoor blijft de lesstof veel beter hangen.” Een voorbeeld uit het themapakket is het verhaal van Roodkapje, die onderweg naar oma wordt verleid door een geldwolf met ‘op=op’ en ‘nu of nooit’-aanbiedingen. “Reclameteksten die kinderen dagelijks zien”, legt Fabiënne uit. “Met dit sprookje willen we leerlingen bewust maken dat zulke claims niet automatisch betekenen dat iets een uitzonderlijke deal is die nooit meer terugkomt. Door dat kritisch denkvermogen te ontwikkelen, leren kinderen om zich minder te laten leiden door impulsieve keuzes.” Robieke vult aan: “Doordat onderwerpen in sprookjes zijn verpakt, voelt het minder beladen en gaan leerlingen veel gemakkelijker het gesprek aan over slimme keuzes.”

Themapakket: een educatieve blokkendoos Het themapakket bevat kant-en-klare lessen en opdrachten. “Het is een soort educatieve blokkendoos”, vertelt Fabiënne. “Leerkrachten kiezen zelf welke onderdelen ze gebruiken. Ze kunnen het pakket in zijn geheel inzetten of losse onderdelen integreren in hun eigen les.” Die flexibiliteit maakt het eenvoudig om de duur én de inhoud van de lessen af te stemmen op de behoeften

voor een volledige themaweek Geldsprookjes In het lesmateriaal worden klassieke sprookjes in een modern jasje gebruikt. “Dat zorgt direct voor herkenning”, vertelt Fabiënne Rauwers, communicatieadviseur van de Week van het geld. “Leerlingen zien meteen: hé, dit is Sneeuwwitje of Hans en Grietje. Maar wie beter kijkt, ontdekt dat ieder sprookjesfiguur voor een gelddilemma staat. Dat maakt het verhaal Fabiënne Rauwers 24


van zowel de leraar als de klas. Fabiënne: “Sommige leerkrachten gebruiken één les om het thema aan te stippen, terwijl anderen het materiaal inzetten voor een volledige themaweek. Het is maar net wat het beste uitkomt.”

Elk themapakket bevat vier onderdelen

• Interactieve lessen met informatie, filmpjes en gespreksvragen

• Educatieve opdrachten zoals kleurplaten (groep •

Doordat de opdrachten aansluiten bij taal- en rekenlessen, kunnen scholen financiële educatie moeiteloos integreren

do or

1 t/m 8) Doebladen (groep 3 t/m 6) en Doeboekjes (groep 7 en 8) Explainervideo’s over onder andere geldsprookjes, rages, reclames en influencers Docentenhandleiding met instructies en differentiatiemogelijkheden

Robieke Roesink

Ge m

aa kt

Ontwikkeld met input van leerkrachten OP OP=

OMA’S HUISJE

GELDWOLF SALE

1+

1

%

TE MOOI OM

?

WAAR TE ZIJN

weekvanhetgeld.nl

De inhoud van het pakket verschilt per leerjaar. Pakketten zijn beschikbaar vanaf groep 1. Robieke: “We stemmen alles af op het kennisniveau en de belevingswereld van de leerlingen. In de onderbouw staan we vooral stil bij wat geld eigenlijk is, terwijl we in de bovenbouw onderwerpen behandelen als in-game aankopen en influencers.”

Aansluiting kerndoelen en kernvakken De opdrachten uit het themapakket sluiten aan bij de Nibud-leerdoelen en de kernvakken rekenen en taal. Financiële educatie loopt daardoor niet naast het reguliere lesprogramma, maar erin mee. Zo maken groep 3 en 4 rekensommen met geld via kleuren-opnummer kleurplaten, ontdekken groep 5 en 6 via een begrijpend lezen tekst over Assepoester en de midnight sale hoe verleidingen werken, en berekenen groep 7 en 8 welk telefoonabonnement voor Hans en Grietje het voordeligst is. “Doordat de opdrachten aansluiten bij taal- en rekenlessen, kunnen scholen financiële educatie moeiteloos integreren in wat er al op het programma staat”, zegt Robieke. Fabiënne: “De materialen sluiten bovendien ook aan op de nieuwe kerndoelen voor het basisonderwijs, waarin is opgenomen dat leerlingen leren over sparen, lenen en het herkennen van verleidingen.”

De lessen uit het themapakket vragen weinig voorbereidingstijd en kunnen door elke leerkracht, ook na de Week van het geld, worden gegeven. Robieke: “In de docentenhandleiding staan duidelijke lesinstructies, zodat specifieke financiële kennis niet nodig is.” Fabienne: “Leerkrachten kunnen het inzetten wanneer het past, tijdens de Week van het geld of in de maanden erna.” Daarnaast is er rekening gehouden met het speciaal onderwijs en met leerlingen die juist extra uitdaging kunnen gebruiken. “Via onze online omgeving krijg je als leerkracht ook toegang tot de online materialen van de andere pakketten”, legt Fabiënne uit. “Zo kun je eenvoudig ook andere materialen van andere groepen gebruiken in je les. Daarnaast zetten we op onze materialen nergens het woord ‘groep’, maar spreken we van ‘niveau’. Zo ervaren leerlingen het materiaal nooit als te jong of te oud, wat bijvoorbeeld goed werkt in het speciaal onderwijs.”

Gratis themapakket aanvragen Leerkrachten kunnen het Geldsprookjes themapakket voor groep 1 t/m 8 gratis aanvragen. Het materiaal wordt begin maart geleverd, zowel digitaal als fysiek. Ook zijn er themapakketten voor het vo en mbo aan te vragen. Meer informatie: weekvanhetgeld.nl/themapakket PrimaOnderwijs 25


De komende maanden hebben

Professionaliseren? Natuurlijk met de meest gekozen opleider voor het onderwijs.

we inspirerende congressen in onze planning staan. De volledige agenda vind je op medilexonderwijs.nl/aanbod

Congres

Congres

Congres

Venijn bij meiden

Werken met AI in het onderwijs

Leerlingen in een moeilijke thuissituatie

Omgaan met de onderlinge machtsstrijd tussen meiden

Impact, inzicht en inspratie over AI op school

Over het ondersteunen van leerlingen die het thuis zwaar hebben

Donderdag 16 april 2026

Maandag 18 mei 2026

Maandag 18 mei 2026

www.medilexonderwijs.nl/venijn

www.medilexonderwijs.nl/ai

www.medilexonderwijs.nl/moeilijkthuis

Congres

Congres

Congres

ADHD bij meisjes

Vertrouwenswerk in po en vo

Van vakmanschap naar meesterschap

Herkennen en begeleiden van meisjes met ADHD

Ontwikkelingen, handvatten, vaardigheden en paktijkvoorbeelden

Zo ontwikkel je expertise in een professionele schoolcultuur

Woensdag 10 juni 2026

Maandag 15 juni 2026

Woensdag 24 juni 2026

www.medilexonderwijs.nl/vertrouwenswerk26

www.medilexonderwijs.nl/meesterschap

www.medilexonderwijs.nl/adhd

de voor Scan de QR co aanbod ons complete

www.medilexonderwijs.nl


t is hebben. He n in aarde Het vormgeven wat voete t je van een prof kan uitziet, wa essionedit meenschap zowel als er nu le leer rge gem lee e tea le ho een m schap kan wat als als indivkijken sione voeten in aard motiveerkr n een profes goed om te iduele leerkracht goed rt,ach e hebben. Het en twat geven va om te kijken hoe er nodig is ter uele lee is Het vorm dit er nu uitziet, verbetering. als individ tering. wat je team als ze is ter verbe zowel als er nodig Om wnload de t het do wa ges tis en prek zijn gra hierove als rng opjegan n 2026, en motiveert, va va g ont ijs te , gesprekskabre bren rw en ngn. Ze Ondegen, ontvang je als ng te arte horen n de Prima gratis downloa er op ga worpenuarinummer va bij het januarinummer van d deze sprek hierov ont de Prima Ond her bij het jan door Est Om het ge erwijs van 202 horen Prin ld-PO.van Onderwijswereld-PO. ten, knip 6, en zijn arten. Ze pen,ere rwijsw lamineren, en gesprekska van Onde prat r en the maa Es ar! r! n door praten ma en , ontworpe ren ppen, lamine kni n, nte Pri

Column De onderwijswereld van Esther van der Knaap onderwijswereld-po.nl

Nieuwe definitieve conceptkerndoelen taal Jawel, het is een hele mond vol, maar dit is hoe de nieuwe kerndoelen Nederlandse taal nu genoemd worden. Na de conceptkerndoelen, zijn er nu de definitieve conceptkerndoelen, die na een wetswijziging volledig definitief en daarmee verplicht zijn vanaf 2027. Deze kerndoelen zijn tot stand gekomen in samenwerking met het werkveld, en onderbouwd door wetenschappelijke kennis. Ze sluiten daarmee fantastisch aan bij het thema van deze PrimaOnderwijs. Hieronder deel ik wat er nog meer fantastisch aan is in mijn ogen.

Samenwerking met de werkvloer Er is zowel tijdens het opstellen van de kerndoelen als in de testfase nauw samengewerkt met de werkvloer: zo’n 200 scholen hebben de doelen getoetst aan de dagelijkse onderwijspraktijk. Het zijn daarmee ook echt kerndoelen door en voor het werkveld geworden.

Rijke teksten vormen de basis Er wordt een zeer duidelijk statement gemaakt over de verarming van het tekstaanbod. Al jaren wordt door diverse betrokkenen aangegeven dat bijvoorbeeld methodes voor wereldoriëntatie erg verarmd zijn, en soms verworden zijn tot weetjesboeken in plaats van dat ze samenhangende rijke teksten aanbieden. Dat moet door invoering van deze kerndoelen dus anders: rijke, complexe teksten gaan een belangrijke rol spelen.

Integratie is essentieel Letterlijk staat er in de onderbouwing van de conceptkerndoelen: ‘Het leggen van verbindingen tussen het leergebied Nederlands en de andere leergebieden is dus een voorwaarde voor duurzame kennis- en taalontwikkeling.’ Waar we jaren taal als apart vak hebben beschouwd, vertelt de wetenschap ons iets anders: taal is overal! Wanneer we taal geïntegreerd aanbieden, wordt zowel de inhoud van de tekst als het gebruik van onze taal betekenisvoller, en sterker nog: beklijft het beter.

Hoe dit er in de praktijk uitziet Je kunt nu al beginnen met voorsorteren op deze definitieve conceptkerndoelen, en dat kan makkelijker dan je denkt. In de kerndoelen onderscheiden we literatuur, communicatie en taal (spelling/grammatica).

- Leerlingen lezen samen met de leerkracht rijke teksten over een onderwerp/thema (literatuur). Hiervoor kun je gewoon de thema’s nemen waar je momenteel mee werkt, zorg alleen dat er binnen die thema’s rijke teksten aangeboden worden (methodes doen dat niet altijd; wees kritisch!) - Zij doorgronden de tekst door tekstgerichte vragen, relaties met andere teksten en het communiceren over de inhoud van de tekst (communicatie: spreken en luisteren) - Zij verwerken de inhoud van de tekst door een product (communicatie: schrijven en/of spreken). Als kwaliteitscriteria aan dit product koppel je correct taalgebruik (taal: spelling/grammatica)

Gevolgen - Een betekenisvoller aanbod - Verbeterende kennisbasis over zowel het thema als het gehele taaldomein - Verhoogde betrokkenheid: want het gaat nu ergens om - Meer ruimte op je rooster: wanneer je immers gaat integreren, speel je tijd vrij. Al met al zie ik het zonnig in met deze nieuwe conceptkerndoelen. Is het al 2027?

Gratis gesprekskaarten Het vormgeven van een professionele leergemeenschap kan wat voeten in aarde hebben. Het is zowel als team als als individuele leerkracht goed om te kijken hoe dit er nu uitziet, wat je motiveert, en wat er nodig is ter verbetering. Om het gesprek hierover op gang te brengen, ontvang je als gratis download deze gesprekskaarten. Ze horen bij het januarinummer van de PrimaOnderwijs van 2026, en zijn ontworpen door Esther van Onderwijswereld-PO. Scan de QR- code en printen, knippen, lamineren, en praten maar! Esther van der Knaap PrimaOnderwijs 27


Online lob-lesprogramma De Beschermers

Werken aan vrede, veiligheid en een rechtvaardige samenleving

Het online lesprogramma De Beschermers biedt leerlingen een unieke inkijk in beroepen die bijdragen aan een veilige, rechtvaardige samenleving. Defensie, de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), Douane en Politie werken samen om leerlingen in het middelbaar onderwijs kennis te laten maken met het werk van militairen, beveiligers, douaniers en agenten. Maar laten ook zien dat je meer kunt doen bij deze organisaties in de ICT, zorg en techniek. Het lesprogramma helpt leerlingen te ontdekken dat werken binnen deze organisaties verder gaat dan wat ze in de media zien. Of het nu in een gevangenis, de haven van Rotterdam, op Schiphol of op straat is, overal werken mensen samen aan een veilig Nederland. Projectleider Annemarie Vonk benadrukt: “Iedereen die bij wil dragen aan een veilig Nederland kan bij deze werkgevers alle kanten op en is nooit uitgeleerd. We hebben continu goede mensen nodig. Daarom willen we dat leerlingen weten welke mogelijkheden er zijn bij Defensie, DJI, Douane en Politie.”

Lesstof die aansluit bij jongeren Amy Grinwis-Middelbeek, docent op de CSG Prins Maurits in Middelharnis, bevestigt: “De structuur van het programma is heel helder en afgestemd op het niveau van mijn mavo-3 leerlingen. Het maakt werken voor een veiliger Nederland concreet en dichtbij. Door dit programma krijgen ze echt een goed beeld van wat hen te wachten staat als ze later voor een beroep bij een van deze organisaties kiezen.” Ook Raymond van der Pool, docent en coach op het Fioretti College in Hillegom, is te spreken over De Beschermers: “Het online lesprogramma laat een breed scala aan mogelijkheden zien, waardoor leerlingen een goed onderbouwde keuze kunnen maken voor hun 28

Het is heel eenvoudig voor hen om de beroepen te verkennen en met elkaar Te vergelijken vervolgopleiding”, zegt hij. “En het mooie is dat alles binnen één programma vertegenwoordigd is. Ik begin vaak klassikaal. Daarna gaan leerlingen zelfstandig aan de slag. Het is heel eenvoudig voor hen om de beroepen te verkennen en met elkaar te vergelijken. Bovendien sluit het programma goed aan bij hun belevingswereld: het programma is kort en krachtig. Als het te lang zou duren, dan is de aandacht weg.”

Bescherming in de praktijk: wat de organisaties doen Elke organisatie heeft haar eigen manier om bij te dragen aan de bescherming van ons land. Zo waakt Douane over Nederland door bijvoorbeeld echte producten van namaak te onderscheiden en te zorgen dat gevaarlijke goederen buiten de landsgrenzen blijven. Defensie staat paraat om ons land te verdedigen, zowel bij Amy Grinwis-Middelbeek, docent op de CSG Prins Maurits


(natuur-) rampen als bij dreigingen van buitenaf. DJI beveiligt en begeleidt mensen in justitiële inrichtingen, met als doel een veilige terugkeer in de samenleving. Politiemensen zorgen voor balans tussen vrijheid en veiligheid, en beschermen ons op straat maar ook online.

Raymond van der Pool, docent Fioretti College

ict’ers, zorgmedewerkers en technische vakmensen. In les 2 kiezen leerlingen welke functie hen het meest aanspreekt, doen ze onderzoek naar de skills die je in huis moet hebben en wat het beroep nog meer biedt.

Binnen deze vier organisaties werken tienduizenden mensen met uiteenlopende opleidingen en talenten in verschillende beroepen. Voor leerlingen wordt zichtbaar hoe divers de werkplekken zijn. Annemarie Armbrust, docent geschiedenis en maatschappijvakken op het Maupertuus in Driebergen, herkent dit uit haar lessen: “De leerlingen vonden het vooral heel interessant om meer te leren over werken bij Justitie. Het idee van een ‘beschermer’ zijn sprak sommigen best aan.”

interesse de mogelijkheid om verder te klikken

Raymond merkt op dat het programma een mooie aanvulling is op de LOB-activiteiten op zijn school: “Het programma biedt leerlingen met interesse de mogelijkheid om verder te klikken voor meer informatie of om zich aan te melden voor een open dag. Zo worden ze echt meegenomen in het verhaal, en krijgen ze de kans om hun interesse in de sector te verdiepen. Het ultieme compliment is natuurlijk wanneer leerlingen dankzij het programma besluiten om daadwerkelijk voor een beroep in deze sector te kiezen.”

Met name het vakoverstijgende aspect van het programma vindt Amy bijzonder waardevol: “Ik zet het lesprogramma ook in tijdens andere vakken, zoals mijn aardrijkskundelessen. Eerst bekeken we met de klas in het lesprogramma wat de marine en Douane doen en vervolgens gaf ik hen de opdracht om een smokkelroute voor cocaïne op een wereldkaart in kaart te brengen. Zo werkten we ook met onderwerpen als antipiraterij-missies. Het geeft leerlingen een breed perspectief op de rol van onder andere Defensie en Douane en maakt het allemaal tastbaar.”

Het programma biedt leerlingen met voor meer informatie

Opzet lesprogramma Het online lesprogramma De Beschermers is speciaal ontwikkeld voor vmbo- en havo-leerlingen uit de bovenbouw en gaat over waardevolle beroepen waar je lef, mensenkennis en inlevingsvermogen voor nodig hebt. In een plenaire les maken zij kennis met de vier organisaties, de mensen die er werken en hun taken. Daarna gaan de leerlingen de diepte in en maken ze kennis met het team dat militairen, beveiligers, douaniers en agenten ondersteunt, denk aan

Praktische informatie Interesse in het GRATIS lesprogramma De Beschermers?

Meld je aan: www.onderwijsinformatie.nl/debeschermers

PrimaOnderwijs 29


Maakt elke leerling zichtbaar

Partner in leren: ‘Van kleuter tot professional’ Cito helpt met inzicht

Een leven lang leren. Werk je in het onderwijs, dan zit het in je DNA. Als leraar wil je jezelf blijven ontwikkelen. Om je vak te versterken, maar vooral om je leerlingen verder te helpen. Inzicht in toetsing en examinering is dan essentieel. “En daar komt Cito in beeld. Wij zijn partner in professionalisering. In het primair en voortgezet onderwijs, mbo en ho. Van kleuter tot professional”, vertelt Charlotte van der Meer, teamleider Training & Advies. “Toetsen is zoveel meer dan een A4’tje uitdelen”, benadrukt Charlotte. “Het begint bij je visie op toetsing. Wat wil je weten? Hoe past dat in je onderwijs? Hoe geef je er betekenisvolle feedback op? En hoe kun je toetsen inzetten om je leerlingen te laten groeien? Dat vraagt om toetsen waarmee je vooruit kunt kijken.”

Menselijk maatwerk

Het team van Charlotte bestaat uit ervaren trainers. Allemaal met onderwijsbloed. “Iedereen heeft voor de klas gestaan. Daardoor spreken we dezelfde taal als leraren. Professionaliseringsvragen gaan bij ons nooit over ‘hoe het hoort’, maar over ‘wat werkt in jouw context’.”


Charlotte van der Meer

Of het nu een training, adviestraject of een combinatie ervan is: Cito staat voor persoonlijk contact en maatwerk. “We gaan écht naast scholen staan. We kijken mee, denken mee en bouwen mee aan een sterk fundament voor toetsing en examinering. Wij zijn geen trainingsfabriek: we beginnen altijd met het leren kennen van mensen. Om vervolgens samen een route te bepalen, die past.”

Primair onderwijs: grip op groei In het basisonderwijs is toetsing een belangrijk middel om de ontwikkeling van kinderen te volgen. En dat gaat verder dan de cijfers voor rekenen en taal. Het draait om inzichten in groei, talenten en behoeften. Leerling in beeld PO van Cito ondersteunt daarin. “Wil je alles uit het volgsysteem halen, dan moet je weten hoe je data interpreteert en hoe je daar de juiste acties aan koppelt. Voor elk onderdeel van Leerling in beeld kun je daarom een heel praktische training volgen”, zegt Charlotte. En er is meer onderweg. “We werken aan een training over toetsgeletterdheid. Want hoe beoordeel je een spreekbeurt of werkstuk betrouwbaar? Hoe zorg je dat feedback leerlingen verder helpt? Dat is best ingewikkeld. Met de nieuwe training gaan we daar meer richting aan geven. De pilot start dit schooljaar. Daarna rollen we het breder uit. Meedoen? Laat het ons weten: adviespo@cito.nl.”

Voortgezet onderwijs: sterk door samenwerking Als Charlotte naar het voortgezet onderwijs kijkt, dan ziet ze een duidelijke beweging: docenten willen meer formatief werken. Gericht op groei, in plaats van afrekenen. “Maar een goede toets maken én er goede feedback op geven is een vak op zich.

Ook daarmee helpen we scholen. Als partij die de basis van toetsen en beoordelen stevig kan neerzetten. Dat doen we altijd samen en op maat gemaakt.” Dat maatwerk werkt, bewijst de samenwerking met onderwijsorganisaties als Stichting Carmelcollege. Zo’n 3.000 docenten op 45 scholen volgen daar een maatwerkversie van de training Toetsbekwaamheid BKE. “Het doel is duidelijk: toetsing laten bijdragen aan de kwaliteit van onderwijs en aan de waarde van het diploma. En dat lukt”, ziet Charlotte. “Want Carmel ervaart nu al minder toetsdruk, meer inzicht en beter onderwijs.” Benieuwd naar de details? Vijf betrokkenen delen hun ervaringen in een brochure: cito.nl/toetsbekwaamheid#carmel

Persoonlijk, praktisch en passend Dat is precies wat Cito voor ogen heeft: professionalisering die leraren versterkt, scholen vooruit helpt en leerlingen laat groeien. “Wij combineren kennis en praktijk, korte workshops en meerjarige trainingstrajecten, advies en begeleiding. Altijd samen met scholen én passend bij hun visie. Van po en vo tot mbo en ho. Als partner in een leven lang leren.”

Waarom Cito voor training en advies? ✔ Persoonlijk en betrouwbaar ✔ Maatwerk mét kwaliteit ✔ Jarenlange kennis en ervaring Heel veel meer lezen? Scan de QR-code:


Anne Frank Krant 2026 in de klas

Familie in oorlogstijd De Anne Frank Krant 2026 staat in het teken van familie. Met verhalen over Anne én Margot Frank ontdekken leerlingen hoe oorlog gezinnen raakt. Het lesmateriaal biedt handvatten om met leerlingen in gesprek te gaan over vrijheid, uitsluiting en saamhorigheid. PrimaOnderwijs & Anne Frank Stichting

Hoe blijf je als gezin samen wanneer je vrijheid onder druk staat en alles om je heen in elkaar valt? En wat betekent familie wanneer je je leven niet meer vrij kunt leiden? Deze vragen vormen de rode draad in de Anne Frank Krant 2026, het jaarlijks terugkerende lespakket van de Anne Frank Stichting voor groepen 7 en 8. Het thema familie blijkt zowel historisch als actueel: het raakt leerlingen direct, omdat iedereen mensen om zich heen heeft die belangrijk voor ze zijn, juist in onzekere tijden. De krant, die vanaf half maart wordt geleverd, bestaat uit zestien pagina’s met verhalen, historische beelden en opdrachten die uitnodigen tot reflectie. Leerlingen ontdekken hoe de Tweede Wereldoorlog het leven van families volledig ontwrichtte, en hoe persoonlijke verhalen helpen om moeilijke geschiedenis tastbaar te maken.

32


Margot in het licht In deze editie krijgt Margot Frank een prominente plaats. Margot, die in 2026 honderd jaar zou zijn geworden, is vaak overschaduwd door haar jongere zus Anne. De krant laat leerlingen kennismaken met wie Margot was: wat ze leuk vond, hoe ze haar rol in het gezin vervulde en hoe zij de gebeurtenissen van de oorlog beleefde. De stemmen uit het verleden, zoals de herinnering van vriendin Jetteke Frijda, die in 2003 tegen Otto Frank zei dat het ”jammer is dat het niet méér over Margot gaat”, geven haar verhaal opnieuw kleur.

Familie toen en nu Het thema familie vormt een krachtige kapstok om grotere onderwerpen voor het voetlicht te brengen: uitsluiting, vooroordelen, diversiteit en vrijheid. Leerlingen lezen over hoe gezinnen in oorlogstijd keuzes moesten maken die hun dagelijks leven ingrijpend veranderden. Ze leren hoe verschillende groepen, zoals de Roma en Sinti, te maken kregen met discriminatie en vervolging, en hoe ook binnen een gezin niet iedereen dezelfde kansen kreeg. De krant legt zo verbindingen tussen toen en nu. Wat betekent het als iemand anders wordt behandeld dan jij? Hoe voelt het als een deel van je familie niet veilig is? Door zulke vragen te koppelen aan concrete verhalen krijgen abstracte begrippen als vrijheid, gelijkwaardigheid en saamhorigheid een directe betekenis. Het materiaal sluit aan bij de kerndoelen voor Geschiedenis, Oriëntatie op Jezelf en de Wereld en Nederlands (OJW 36, 37, 38 en NL 3, 6, 7, 8). Daarmee ondersteunt het scholen die burgerschap een vaste plek in hun curriculum willen geven. ”Anne is een leeftijdsgenoot in wie leerlingen zich deels kunnen herkennen”, zegt leerkracht Sylvia Otten. “Dat maakt het gemakkelijker om ingewikkelde onderwerpen bespreekbaar te maken.”

Een hulpmiddel voor burgerschap Meer dan de helft van de basisscholen gebruikt jaarlijks de Anne Frank Krant. Gemeenten kunnen scholen daarbij ondersteunen, bijvoorbeeld via subsidie of gezamenlijke bestellijsten. Online is bovendien gratis verdiepingsmateriaal beschikbaar via LessonUp, met video’s, interviews en extra achtergrondinformatie. Met het thema familie geeft de editie van 2026 leerkrachten goede handvatten om te werken aan historisch besef, empathie en burgerschap. Want wie de verhalen achter de geschiedenis leert kennen, begrijpt beter waarom vrijheid en gelijkwaardigheid nooit vanzelfsprekend zijn.

EXTRA: De klas van Anne – Ontdek de verhalen Naast de krant bevat het pakket ook dit jaar een bijzondere Extra: De klas van Anne – Ontdek de verhalen. In groepjes verdiepen leerlingen zich in de klasgenoten van Anne Frank op het Joods Lyceum. Ze onderzoeken één levensverhaal en maken op basis van foto’s, documenten en teksten een eigen poster. Samen vormen die posters een tentoonstelling in de klas. Zo wordt vergeten geschiedenis, gemaakt door de leerlingen, zichtbaar in het eigen klaslokaal. Deze werkvorm stimuleert samenwerking, onderzoekend leren en reflectie. Kinderen ontdekken dat achter elke naam een verhaal schuilgaat. Ook ontdekken ze en dat geschiedenis geen afgesloten hoofdstuk is, maar een verzameling levens die doorwerken in het heden.

Meer informatie en bestellen: www.annefrankkrant.nl

Vragen: krant@annefrank.nl

PrimaOnderwijs 33


kant-en-klare boekenpakketten bij jouw methode(s)! Themaplein maakt lezen betekenisvol, motiverend en rijk. Themaplein biedt kant-enklare boekenpakketten aan bij elk thema van iedere taal-, lees- en wereldoriëntatiemethode. Het ondersteunt leerkrachten bij het creëren van een rijke taal- en leesomgeving, zoals de kerndoelen voorschrijven.

rijen zijn re uitgeve verleg e rd e e m Met n in o npakkette or sluiten de boeke o rd a a d n de afgestem thema’s in e d aan op ze direct odes. hun meth

Voor meer informatie, kijk op: schoolsupport.nl/themaplein

Themaplein ad - PrimaOnderwijs 172 x 127,5 liggend.indd 1

20-11-2025 15:13


Professionalisering: veel meer dan kennis opdoen Professionalisering gaat verder dan het volgen van een cursus of training, benadrukt Joyce Witte, teamlead voor de onderwijs en kinderopvang opleidingen bij Habeo+. “Het draait om kennis en zeker ook om persoonlijke groei. Als je nieuwe vaardigheden leert, ontdek je vaak iets over jezelf. Wat zijn je sterke kanten, waar loop je tegenaan, en wat doet dat met je? Die bewustwording maakt je niet alleen beter in je werk, het maakt je ook beter als mens: een meerwaarde binnen de organisatie.” PrimaOnderwijs & Habeo+

In alle opleidingen van Habeo+ zit een sterke koppeling met de praktijk. Deelnemers voeren opdrachten uit binnen hun eigen organisatie en halen daarbij feedback op bij collega’s. Ook reflecteren deelnemers op wat dat met hen doet. “Zo ontstaat een leerproces waarin de deelnemer, het team en de organisatie samen groeien”, zegt Witte. Volgens haar werkt professionalisering pas echt als het een structureel onderdeel is van het werk. “Een eendaagse training is inspirerend, maar zakt vaak weg in de hectiek van de dag. Als scholing structureel is ingebed, bijvoorbeeld via een opleiding of een intern leertraject, blijft het gesprek over ontwikkeling levend. Dat is winst voor de medewerker én de organisatie.”

Basisvaardigheden hoog op agenda Wat valt op in de praktijk? “Basisvaardigheden zoals taal en rekenen staan hoog op de agenda, net als leiderschapsontwikkeling en specialisaties. Daarnaast bewegen onderwijs en kinderopvang naar elkaar toe in integrale kindcentra. Dat levert nieuwe rolprofielen op, zoals dubbelfuncties tussen pedagogisch professional en onderwijsassistent.” Januari is het moment om alle profielen opnieuw onder de loep te nemen, omdat de formatieruimte op tafel komt. Professionalisering kan helpen om die ruimte slimmer te benutten. “Door gericht te kijken naar kwaliteiten en ambities kun je mensen laten doorgroeien naar bijvoorbeeld een andere bouw, coördinatierol of richting leiderschap. Zo vergroot je binding met en behoud van je collega’s.”

Tegelijk zijn er knelpunten: het leraren- én pedagogisch personeelstekort, beperkte scholingsbudgetten en tijd. “Planning is essentieel. We zien dat besturen intern ‘academies’ opzetten. Experts binnen de school brengen dan hun kennis vanuit onze opleidingen over op collega’s. De scholing vindt bij ons veelal ‘s avonds plaats zodat teams daardoor flexibeler blijven in hun bezetting en overdag beschikbaar blijven.” Een concreet voorbeeld: een bestuur dat op elke school een taal- én rekencoördinator opleidde en het traject bewust over een langere periode uitstrekte. “Dit zorgde voor rust bij zowel de deelnemers aan het traject als binnen de organisatie. Het opleidingstraject leverde direct inhoudelijke keuzes op in het lees- en rekenbeleid en hielp om talent te behouden.” Regionale samenwerking zoals dit voorbeeld in Zeeland, waar besturen gezamenlijk leiderschapstrajecten aanbieden, maakt dergelijke trajecten bovendien haalbaar bij kleine aantallen. Hoe houd je balans tussen ontwikkeling en werkdruk? “Maak leren behapbaar”, zegt Witte. “We werken met ‘flipping the classroom’: theorie en voorbereiding doe je flexibel online, de contacttijd is voor verdieping vanuit onze expertdocenten waardoor je toepassingen in je eigen praktijk kunt vormgeven. Leerteams functioneren als ‘critical friends’ en versnellen leren van en met elkaar.” De kern, besluit Witte: “Blijven leren is geen luxe. Het is wat onderwijs- en opvangorganisaties toekomstbestendig maakt.” In de PrimaOnderwijs Podcast gaat Joyce verder in op de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang en wat dat organisatiebreed aan professionalisering vraagt. Scan de QR-code om bij PrimaOnderwijs Podcast uit te komen. www.primaonderwijs.nl/primaonderwijs-podcast PrimaOnderwijs 35


Foto Jorieke Philippi

Generatie Z in de klas Janneke ter Bille

Duidelijkheid, vrijheid en verbinding

Wie met jongeren werkt, hoort het overal: ‘deze generatie is anders’. Ze lijken moeilijk te motiveren, stellen eindeloos veel vragen en accepteren niet zomaar dat iets ‘nu eenmaal zo is’. Maar wat zegt dat eigenlijk over generatie Z – en vooral: wat betekent het voor docenten? Pedagoog en generatie-expert Janneke ter Bille deelt haar inzichten uit de praktijk. Tekst: Wiesette Haverkamp

“Afhankelijk van welke bron je leest, begint generatie Z ergens rond 1995”, vertelt Janneke. “Ze zijn opgegroeid met internet, smartphones en sociale media. De jongsten zitten nu in klas 2 of 3 van het voortgezet onderwijs, de oudste zijn twintigers. Deze generatie kent geen wereld zonder technologie – online en offline zijn voor hen volledig met elkaar verweven.”

Dat had ook invloed op scholen. “Docenten zijn meegegaan in die verschuiving. Velen willen graag aardig gevonden worden of vermijden conflicten. Dat is begrijpelijk, want niemand wil klachten of boze ouders. Maar als je te veel in die conflictvermijding blijft hangen, verlies je gezag. En daarmee ook de verbinding met je leerlingen.”

Dat heeft invloed op hun manier van leren én communiceren. “Ze staan altijd ‘aan’. De wereld is groot, maar via hun telefoon direct bereikbaar. Dat maakt ze vindingrijk, creatief en nieuwsgierig. Tegelijkertijd zie je dat de mentale druk toeneemt. Ze voelen een constante prikkelstroom en dat eist zijn tol.”

Waarom, waarom, waarom

Een belangrijk verschil met eerdere generaties zit in de opvoeding, zegt Janneke. “De babyboomers groeiden op in een vrij autoritaire opvoedstijl: ‘Je doet wat ik zeg, punt.’ In de generaties daarna werd het steeds losser. Ouders wilden hun kinderen meer betrekken bij beslissingen, en met de komst van de zogenoemde curling- en pamperouders werd geluk belangrijker dan gehoorzaamheid.”

36

Het beeld van ‘lastige leerlingen’ komt volgens Janneke vooral voort uit misverstanden. “Generatie Z zegt niet zomaar ‘ja en amen’. Ze willen weten waarom iets moet. Als jij niet uitlegt waarom een opdracht of les belangrijk is, ben je ze kwijt. Ze zijn gewend om eerst het resultaat te zien, en daarna pas de stappen ernaartoe – net als in de filmpjes op social media. Dus leg uit: dit is wat we gaan doen, dit is het resultaat en dáárom is het relevant.” Ze benadrukt dat dit niet betekent dat die jongeren geen grenzen willen. “Ze hebben juist behoefte aan duidelijkheid. Ze willen weten waar ze aan toe zijn. Alleen: ze accepteren gezag niet meer vanzelfspre-


kend. Respect moet je verdienen. Als docent krijg je dat niet door streng te zijn, maar door consequent, eerlijk en voorspelbaar te handelen.” Janneke maakt onderscheid tussen streng en duidelijk. “Streng voelt voor leerlingen als macht. Duidelijkheid is iets anders: dat gaat over grenzen stellen. Tot hier en niet verder. En als je eroverheen gaat, dan volgt een consequentie. Dat is niet hard of autoritair – het is betrouwbaar. Strengheid roept weerstand op. Duidelijkheid geeft veiligheid.”

Van manager naar begeleider Scholen managen teveel volgens Janneke. “We nemen jongeren teveel werk uit handen. Alles staat al in Magister, toetsen zijn gepland, cijfers berekend. En dan zeggen wíj: ze nemen geen eigenaarschap! Maar hoe kunnen ze dat ook leren als we alles voor ze regelen? Laat ze plannen, fouten maken, verantwoordelijkheid nemen. Daardoor groeien ze. Een manager lost problemen op. Een begeleider helpt de ander zelf oplossingen te vinden.”

voelen, is de kans dat ze meebewegen veel groter.” Ook pleit ze voor reflectie bij docenten. “Vraag jezelf af: waarom koos ik voor dit vak? Wat wil ik jongeren leren, wat is mijn eigen ‘unique selling point?’ Voor de een is dat humor, voor de ander rust of structuur, waarmee ze leerlingen bereiken. Dat maakt je menselijk en herkenbaar. Je hoeft geen vriend van je leerlingen te zijn: het is een docent-leerlingrelatie. Maar oprechte aandacht is wel nodig.” Grenzen stellen hoort daar nadrukkelijk bij. “Als leerlingen weten dat jij doet wat je zegt, dan weten ze waar ze aan toe zijn.” Volgens Janneke hebben jongeren die voorspelbaarheid nodig ook al verzetten ze zich er soms tegen. “Ze willen vrijheid, maar hebben structuur nodig. Dat lijkt tegenstrijdig, maar het gaat hand in hand. Binnen duidelijke kaders kunnen ze autonomie ervaren. En dat is precies waar ze naar verlangen.”

Van ‘moeilijk’ naar ‘mogelijk’

gevonden worden of vermijden conflicten

Generatie Z vraagt om een andere houding, maar niet om een compleet nieuw onderwijssysteem, vindt Janneke. “We hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden. Het begint met nieuwsgierigheid. Kijk verder dan het gedrag: wat zit erachter? Een leerling die brutaal doet, zegt misschien eigenlijk: ‘Zie mij, hoor mij, geef mij richting’.”

Wat betekent dit in de praktijk? “Begin met de relatie”, zegt Janneke stellig. “Relatie, competentie en autonomie zijn de basis van motivatie. Sta bij de deur, maak oogcontact, zeg goedemorgen. Dat zijn kleine dingen die er enorm toedoen. Als leerlingen zich gezien

Janneke besluit: “We kunnen veel leren van deze generatie. Ze zijn ondernemend, creatief en denken in mogelijkheden. Ze dagen ons uit om eerlijker, duidelijker en menselijker te zijn. En als we dat doen, dan zie je iets moois gebeuren: leerlingen die niet tegen je werken, maar mét je. Dat is de kracht van echte verbinding.”

veel docenten willen graag aardig

PrimaOnderwijs 37


Advertorial PrimaOnderwijs_Versie 3-B.pdf 1 1-12-2025 16:44:28

Heb je een prangende onderwijsvraag? Stel ‘m aan de Kennisrotonde en je krijgt een onderbouwd antwoord!

C

M

Y

CM

MY

CY

CMY

K

Jouw werk versterken met kennis uit onderzoek: dat is waar het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs voor staat. We identificeren vraagstukken, signaleren trends, stimuleren innovatie, laten kennis ontwikkelen en maken kennis toegankelijk en bruikbaar. Zo krijg je als leerkracht of onderwijsprofessional een goed beeld van wat écht werkt in de klas en op school. Bijvoorbeeld als je meer wilt weten over pedagogische en didactische onderwerpen.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief via nko.nl/nieuwsbrief Het NRO is voortaan het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs. De Kennisrotonde, Onderwijskennis en het Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs zijn onze diensten. kennisrotonde.nl onderwijskennis.nl nationaalcohortonderzoek.nl

In onze leidraden vind je concrete aanbevelingen om direct mee aan de slag te gaan. De leidraden kun je downloaden op Onderwijskennis.

Wil je verdiepend inzicht in de leerlingprestaties op jouw school? Meld je dan aan voor de schoolraportages van het NCO.

In de thematische overzichten op Onderwijskennis staan praktijkvoorbeelden, praktische handvatten en wetenschappelijke kennis handig bij elkaar.


Waar beleving en onderwijs samenkomen:

ervaar AMAZE met je klas

Ontdek hoe technologie, creativiteit en beleving samenkomen bij AMAZE Amsterdam . AMAZE Amsterdam biedt een unieke kans om leerlingen kennis te laten maken met de kracht van immersieve techniek, digitale kunst en zintuiglijke storytelling. PrimaOnderwijs & AMAZE

Door leerlingen af en toe buiten het klaslokaal te laten stappen, krijgen ze de kans om te ervaren hoe licht, geluid en beeld kunnen samensmelten tot een inspirerende totaalbeleving. Een beleving die nieuwsgierigheid aanwakkert, actief leren stimuleert en nog lang blijft hangen. Tijdens een bezoek aan AMAZE stappen leerlingen een andere werkelijkheid binnen. In meerdere bijzondere ruimtes ontdekken zij hoe lasers, projecties, interactieve technologie en sounddesign samenwerken om verhalen te vertellen zonder woorden. Het is een uitje dat nieuwsgierigheid opwekt, verwondering oproept en leerlingen anders naar technologie en creativiteit laat kijken. Elke ruimte nodigt uit tot ervaren én reflecteren: Hoe werkt dit? Wat voel je? En welke rol speelt technologie in de wereld om ons heen? AMAZE maakt abstracte thema’s zoals mediacultuur, techniek, digitale kunst en samenwerken ineens tastbaar. Hierdoor sluit een bezoek perfect aan bij lessen in kunst & cultuur, media & entertainment, techniek of samenwerking.

Docenten kunnen kiezen uit verschillende educatieve pakketten: van een regulier groepsbezoek tot uitgebreidere programma’s met opdrachten, verdieping of zelfs een spreker uit het relevante vakgebied. Zo kan het bezoek gemakkelijk worden gekoppeld aan jouw lesprogramma en krijgt de ervaring blijvende betekenis in de klas. AMAZE is goed bereikbaar, net buiten het centrum, geschikt voor zowel bovenbouw als onderbouw en biedt een veilige en inspirerende route door verschillende ruimtes. De totale duur van het programma is circa 60 tot 75 minuten, waardoor het uitstekend in schooltijd past. Voor leerlingen is het een ervaring die ze niet snel vergeten; voor docenten een inspirerende manier om leren buiten de klas tot leven te brengen. Neem jouw klas mee naar een wereld waar technologie en creativiteit samenkomen en ontdek hoe een bezoek aan AMAZE leerlingen verrijkt, verwondert en blijvend inspireert.

Meer informatie en alle educatieve pakketten vind je op amaze-amsterdam.com/schooluitje.

PrimaOnderwijs 39


Goed voorbereid op het schoolverkeersexamen?

Vraag 1:

Wat doe je bij dit verkeersbord? Ik stop Ik rijd door Ik ga direct naar Educatheek.nl!

Opzoekboek

Oefeningenboek

Antwoordenboek

Leskist Bokabox verkeer

Met de Leskist Verkeer van Bokabox kunnen kinderen zelf verkeersborden samenstellen.

DE SCHOOLLEVERANCIER VAN HET ONDERWIJS.


COLUMN

Onlangs gaf mijn laptop de geest. Heel vervelend, maar volgens mijn kinderen mocht ik na elf jaar intensief gebruik niet klagen en was het gewoon tijd voor een nieuwe. Met enige tegenzin accepteerde ik hun oordeel en trok ik naar de computerwinkel in mijn woonplaats. Het meisje dat me hielp heette Azra. Het zal vast beleid van de winkel zijn, maar toen ze mij een hand gaf en zich voorstelde, verbeterde mijn humeur meteen.

LOB IS NIET ALLEEN VAN DE DECAAN Azra vroeg waar ik de laptop voor gebruikte. Met mijn antwoord ‘mijn werk’ kon ze niet zo veel. Voor ik er erg in had liet ik het begrip LOB vallen. Toen ik de afkorting wilde toelichten, begon ze te glimlachen. Dankzij de LOB-lessen op school werkte zij nu bij de computerwinkel. Als bijbaantje. Ze wilde na haar eindexamen naar de opleiding ICT system engineer. Haar informaticadocent had haar kennis laten maken met computers. Niet alleen met het gebruik ervan, hij had de leerlingen de apparaten ook laten open schroeven, doormeten en printplaten laten vervangen. ‘Ik kan nu zelf een computer bouwen uit losse onderdelen,’ zei Azra. Haar ogen straalden. Door die docent was een compleet nieuwe wereld voor haar open gegaan. LOB is meer dan profielkeuze en studiekeuze, een taak die traditioneel bij de decaan lag. Met de curriculumherziening maakt LOB nadrukkelijk onderdeel uit van de eindtermen van élk eindexamenvak. Een leerling moet verbanden kunnen leggen tussen opgedane ervaringen, persoonlijke interesses, kwaliteiten, vervolgopleidingen en toekomst. LOB is niet alleen van de decaan, elke vakdocent moet in de les aandacht besteden aan LOB. Zodat de leerlingen ervaringen opdoen, ontdekken wie ze zijn, wat ze kunnen en wat ze willen. Voor de vakdocent betekent dat niet per se een verzwaring van de taken. Het zien van de twinkeling in de ogen van de leerling is juist een verrijking van het vak.

Onze vereniging biedt verbinding, vertegenwoordiging en scholing voor begeleiders in het vo en mbo. Samen werken we aan een stevig fundament waardoor zij met vertrouwen de begeleiding kunnen bieden die jouw leerlingen verdienen.

Azra heeft haar passie gevonden. En ik heb dankzij haar vakkundig advies een laptop waar ik weer jaren mee vooruit kan! Minette van den Bemd Directeur BiOND www.biond.nu


Mariëtte en Jenneke in gesprek over taal en taalbeleid. In het vaardighedenlokaal van de moderne vreemde talen kunnen leerlingen lekker lezen.

Van taalbewuste vakdocent naar taalvaardige leerling Wil je met je schoolteam bijdragen aan curriculumontwikkeling en de nieuwe kerndoelen implementeren? Dan is professionalisering van alle docenten in taalbewust vaklessen geven nodig. Maar hoe pak je dit aan? Jenneke Wilms van CPS ging hierover in gesprek met Mariëtte Wever, docent Engels en Frans, en taalcoördinator op het Stellingwerf College in Oosterwolde, een school voor vmbo, havo en vwo. PrimaOnderwijs & CPS Onderwijsontwikkeling en advies

“Het eerste dat ik gedaan heb toen ik als taalcoördinator van mijn schoolleiding aan de slag mocht, is hulp zoeken. Ik heb een expertgroep taal samengesteld met enthousiaste collega’s uit verschillende vakken, want je wilt dat elke verandering breder gedragen wordt. Daarnaast heb ik structureel overleg met de verantwoordelijke uit de schoolleiding, want het is noodzakelijk dat het taalbeleid aansluit bij de visie en de ambities van de school: waar wil de school naartoe en hoe past het plan voor taal daarbij? Een derde punt gaat over de voorwaarden: welke ruimte, tijd en ondersteuning krijg je als taalcoördinator vanuit de schoolleiding.” Bij de opleiding tot taalcoördinator van CPS merkte Mariëtte dat het Stellingwerf College deze voorwaarden goed faciliteert. Hoewel zij vanuit vorig werk bekend is met beleid maken, wilde zij zich graag 42

professionaliseren op het gebied van taalbeleid en kwam zij bij CPS terecht. In de opleiding leer je hoe je een schoolspecifiek taalbeleidsplan ontwikkelt dat rekening houdt met het nieuwe curriculum en ook hoe je dit door professionalisering van de docenten in de klas kunt brengen, want in de les moet het uiteindelijk gebeuren.

Onderzoek doen “Met de expertgroep taal hebben we op het Stellingwerf College als eerste onderzocht hoe docenten aankijken tegen de taalvaardigheid van de leerlingen, hun eigen taalvaardigheid en hoe zij met taal in hun lessen omgaan”, vertelt Mariëtte. “Ook zijn de taaltoetsen geanalyseerd. Het is belangrijk te weten op welk taalniveau de leerlingen binnenkomen. Dan blijken er toch veel leerlingen te zijn die eigenlijk nog niet op het juiste en vereiste taalniveau zitten om optimaal te kunnen profiteren van ons onder-


wijs. In deze streek, Zuidoost-Friesland, is dat niet heel vreemd, want de laaggeletterdheid ligt met 13,4% boven het landelijk gemiddelde, dus dat vraagt extra aandacht en is ook voor ons team een uitdaging.”

Voor het vergroten van de woordenschat gaat Mariëtte zich ook hard maken voor het schrift in de tas. In dit schrift noteren leerlingen bij alle vakken nieuwe woorden. Dit bevordert het woordbewustzijn.

Plannen maken

Mariëtte heeft dit jaar een aantal bijeenkomsten met het docententeam. Daarin heeft zij aandacht voor taalbewust lesgeven en hoe docenten leerdoelen kunnen koppelen aan de taal van het vak. “Taalbeleid heeft alles te maken met schoolontwikkeling en de professionalisering van docenten. De training bij CPS leidt tot directe professionalisering, waarna elke deelnemer / taalcoördinator met kennis en vertrouwen een goed beleidsplan kan maken. In mijn presentaties aan het team wil ik vooral aantonen dat in de lessen al veel goeds gebeurt en dat meer taalbewust lesgeven voor alle docenten goed te doen is; dat je met bewuste, kleine interventies op het gebied van taal bij je vak al zoveel voor de leerling kunt betekenen. Als we dit schoolbreed aanpakken, gaat het werken, daarvan ben ik overtuigd.”

Uit dat eerste onderzoek bleek dat 88% van de docenten graag wil dat er afspraken gemaakt worden met betrekking tot taal en taalbeleid. Vanuit deze informatie is de expertgroep aan het werk gegaan en is gestart met het maken van een omschrijving van de taalvaardige leerling en de taalbewuste vakdocent. “Als je dit niet helder hebt, kun je er niet op sturen”, aldus Mariëtte. Mariëtte Wever taalcoördinator op het Stellingwerf College

“Uiteindelijk zijn we gekomen tot een actielijst met 21 punten. Een vrij ambitieuze lijst, maar ik vind het ook belangrijk dat je hoge verwachtingen van de docenten hebt. Als je alleen maar beren op je weg ziet, schiet het niet op. Misschien is niet alles haalbaar, maar het geeft wel aan waar we naartoe willen. Bovendien hoeft niet alles meteen te worden ingevoerd, het wordt een gefaseerd taalbeleidsplan voor vier jaren.”

Een rijke taal- en leesomgeving Een van de speerpunten van het beleid is te komen tot een wekelijks leesuur voor alle klassen en niveaus. “Lezen is aantoonbaar een probaat middel als je taalvaardigheid wilt verbeteren. Als je zegt dat lezen erbij hoort, dan moet er echt ruimte voor gemaakt worden, zodat de leerling zich leert focussen en in een andere hersenflow komt. Dat lukt niet in verloren uurtjes.” Het Stellingwerf College heeft het geluk dat de bibliotheek in de school is. In het kader van het project DBOS (de bibliotheek op school) is dit schooljaar gestart met een intensieve samenwerking met de bibliotheek. Brugklasleerlingen leren zelf boeken reserveren en brengen een fysiek bezoek aan de bibliotheek. Ook worden zwakkere lezers in deze samenwerking intensief geholpen. Collega Nederlands Jorien Bos coördineert dit proces samen met de leesconsulenten van de bibliotheek.

Jenneke Wilms en Els Loman, onderwijsadviseurs taalbeleid en taalgericht vakonderwijs bij CPS Onderwijsontwikkeling en advies.

Professionalisering op het gebied van curriculum en taalbewust lesgeven met de trainingen van CPS Academie: - Opleiding taalcoördinator - Taalbewust lesgeven in alle vakken - Regie op curriculumontwikkeling - Begrijpend lezen bij alle vakken - Beter schrijven, beter leren bij alle vakken - Actief met woordenschat bij moderne vreemde talen - Haal meer uit literatuuronderwijs met het nieuwe curriculum Kijk voor een compleet overzicht op www.cps.nl/academie PrimaOnderwijs 43


56 activerende tools om leerlingen te coachen

Toolkit

leren Zelfregulerend

tools 56 activerende coachen om leerlingen te

Zelfregulatie is een belangrijke vaardigheid voor een succesvol leven lang leren. Maar hoe stimuleer je zelfregulerend leren bij leerlingen/ studenten? Deze toolkit bevat 56 handige tools waarmee je het proces van zelfregulerend leren doelgericht kunt activeren, ondersteunen en begeleiden.

Prijs Auteurs ISBN Sector

€ 39,95 Ariena Verbaan en Miriam Op de Beek 9789065082640 vo en mbo

Bestel deze en meer uitgaven op cps-uitgeverij.nl


Leren tussen leeuwen, microben en sterrenstelsels Wil je je leerlingen niet alleen óver natuur leren, maar natuur laten ervaren? Dan is een bezoek aan ARTIS de juiste keuze. ARTIS is meer dan een dierentuin en biedt een ontdekkingsreis door natuur, wetenschap en de plek die wij daar zelf in innemen. Tussen flamingo’s, microben en ruimtevaart wordt leren tastbaar en betekenisvol. ARTIS biedt voor het primair onderwijs een breed en gevarieerd aanbod dat naadloos aansluit bij de kerndoelen. PrimaOnderwijs & ARTIS

In ARTIS-Park is het hele jaar door iets nieuws te leren. Natuur verandert immers mee met de seizoenen. Zo ontdekken leerlingen in het voorjaar jonge dieren, zien ze in de zomer insecten volop actief, en leren ze in de herfst en winter hoe planten en dieren zich aanpassen aan kou en minder licht.

dat ze essentieel zijn voor onze gezondheid en het ecosysteem. Zo ontdekken ze welke microben zuurstof produceren en waarom wij zonder hen niet zouden bestaan.

Met de ‘Dierenspeurtocht’ kijken leerlingen nauwkeuriger dan ooit. Wie spot als eerste de Antony’s pijlgifkikker? En wie herkent zichzelf in het haar van een pinché-aapje? Deze speelse opdrachten laten leerlingen met nieuwe ogen naar dieren kijken.

Een reis door het heelal

Scan de QR-code voor meer informatie

Voor wie durft, is er de Poepsafari. Samen onderzoeken leerlingen wat poep vertelt over dieren, gezondheid en ecosystemen. En ja: ook ruiken aan olifantenpoep hoort daarbij , een ervaring die leerlingen niet snel vergeten.

In ARTIS-Planetarium wordt de verbeelding geprikkeld. Leerlingen reizen door het heelal, bezoeken de maan, zon, Mars en Saturnus, en leren hoe sterrenbeelden ontstaan. Tijdens ‘In de maneschijn’ ontdekken ze waarom de maan steeds anders lijkt en hoe het zonnestelsel in elkaar zit. Voor de jongere groepen is er het vrolijke verhaal van Artis de Partis en Planeet Sok, dat jonge kinderen spelenderwijs kennis laat maken met de ruimte.

Ontdek het onzichtbare leven

Leren van ervaren

In Micropia ontdekken leerlingen een wereld die normaal gesproken voor het blote oog verborgen blijft. Tijdens verschillende Micro Missies onderzoeken ze bacteriën, gisten, algen en andere microben. Ze leren dat microben niet alleen overal leven (in water, lucht, voedsel en zelfs op het papier in hun hand) maar ook

In ARTIS leer je van natuur door het te ervaren. Na een dag in natuur kijken leerlingen anders naar de wereld om hen heen, worden ze nieuwsgierig en stellen vragen. Wat ze zien en meemaken zet iets in beweging en legt de basis voor begrip, respect en zorg voor natuur. PrimaOnderwijs 45


DIGITALE DEALS

Interactieve USB camera plug-and-play overheadprojector

Laptopkarren

tot 32 tablets en laptops

De Ideao DC400 is de gemakkelijkste oplossing die uw leerervaring op afstand kan verbeteren. De interactieve plug-and-play USB camera werkt volgens het principe van de overheadprojector.

Wiseq koptelefoons

met staffelkorting

Laat je leerlingen luisteren naar muziek, video’s of lessen met een veilige kinderkoptelefoon.

Telefoonkoffers en kasten tot 60 telefoons

De oplossing voor scholen en sportverenigingen: berg mobiele telefoons veilig op tijdens de les, training of sportwedstrijd. Deze stevige aluminium telefoonkoffers zijn er in verschillende groottes en uitvoeringen.

DE SCHOOLLEVERANCIER VAN HET ONDERWIJS.


Boekrecensie

Het ABC van motivatie in onderwijs Titel: Schrijver: Uitgeverij: Bladzijdes: Thema:

Het ABC van motivatie in onderwijs Maarten Vansteenkiste & Bart Soenens Lannoo Campus 433 Motivatie

voor voldoende nieuwe leerstof en werkvormen. Ook de verschillende soorten motivatie worden in dit deel uitgewerkt.

Tekst: Natasja de Vrind

In het onderwijs willen we dat leerlingen leren én dat ze zich goed voelen op school. Om beide doelen te bereiken, is een motiverend klimaat noodzakelijk. In de praktijk zijn veel leraren zoekende om hun motiverende opdracht zo goed mogelijk in te vullen. Soms moeten ze daarbij trekken en sleuren. Motiveren wordt dan ‘moet’-iveren. Volgens de zelfdeterminatietheorie vormen ABC-ervaringen – Autonomie, verBondenheid en Competentie – het fundament voor duurzame motivatie. Als leraren systematisch aandacht schenken aan dit ABC, worden excellentie en welzijn met elkaar verzoend. Deze superhandige hulpbron begint met de vraag: Bestaat er een universeel motivatierecept? Leraren en leerlingen beïnvloeden elkaar voortdurend, waardoor ze in een positieve of negatieve spiraal terechtkomen. Bepaalde leraarstijlen zijn zeker ABC-ondersteunend en motiverend. Via een link naar een website kun je jouw leraarstijl ontdekken. Het boek bestaat uit drie delen en zestien hoofdstukken. Na ieder deel is er lijstje met korte, puntsgewijze ‘take-home’-boodschappen. Het eerste deel behandelt het psychologische basisbehoeften van leerlingen: het ABC-fundament. Leerlingen willen van nature graag zelf keuzes maken, hechte vriendschappen ontwikkelen, beter worden en zich ontwikkelen. Aan leraren de taak om veiligheid te bieden, te werken aan het groepsgevoel en te zorgen

In het tweede gedeelte wordt ingegaan op de grondhouding van een ABC-ondersteunende leraarstijl. De grondhouding van autonomie-ondersteuning ligt bij nieuwsgierigheid en openheid. Als je een nieuwsgierige grondhouding hebt, vind je beter aansluiting bij je leerlingen. Probeer bewust te denken vanuit het perspectief van je leerlingen. Bij verbondenheid staat de relatie en zorgzaamheid centraal. Wees vooral jezelf en authentiek. Vertrouwen staat centraal bij competentie-ondersteuning. Wees procesgericht en vertrouwensvol naar je leerlingen toe. Zo worden fouten voor hen leerkansen.

Bij verbondenheid staat de relatie en zorgzaamheid centraal. Wees vooral jezelf en authentiek

Het laatste deel heet Het leraarkompas: de gids voor de onderwijspraktijk. Op basis van je intuïtie bouw je als leraar, met vallen en opstaan, ervaring op over hoe je leerlingen het beste kunt motiveren. Met het leraarkompas leer je welke motiverende en demotiverende stijlen zich ten opzichte van elkaar verhouden. Het leraarkompas leert je met open vizier kijken en kun je zo gebruiken als reflectietool. Dit boek is een aanrader voor iedere leraar, beginnend of ervaren, die worstelt met de motivatie van een of enkele leerlingen. Het geeft je handvatten vanuit praktijkvoorbeelden en leert je ook vanuit jezelf te kijken. Wat kun jij anders doen om het tij te keren? PrimaOnderwijs 47


‘Kansengelijkheid’ met eenzijdige bril Hoe het debat zélf de opwaartse druk voedt

Wie kansengelijkheid zegt, denkt vaak aan gelijke kansen om ‘zo hoog mogelijk’ uit te komen. Precies daar wringt het, betoogt Mimi van Hoek in haar scriptie over kansengelijkheid en opwaartse druk in het onderwijs. Niet omdat gelijke kansen onwenselijk zijn, maar omdat het discours eromheen te vaak versmalt tot: iedereen moet de theoretische leerweg kunnen volgen. Daarmee krijgt praktisch onderwijs – vmbo/mbo – impliciet minder waarde, en groeit de druk om op te stromen. “Mimi. “Het suggereert dat andere routes minder zijn. Zo voed je opwaartse druk.” Tekst: Wiesette Haverkamp

Mimi plaatst die druk in de context van onze meritocratische samenleving: wie hoger klimt, krijgt meer status, invloed en gemiddeld ook een hoger salaris. “Het idee is: macht en waardering verdien je. In het onderwijs vertaalt dat zich naar streven naar het hoogste niveau. Dat werkt door in verwachtingen van ouders, scholen en leerlingen.” Zij benadrukt dat dit niet alleen een principediscussie is, maar ook voelbaar in klaslokalen en gesprekken aan de keukentafel. De taal die we gebruiken is veelzeggend. “Zeg je tegen een leerling die blij is met het vmbo: ‘Je kunt altijd nog opstromen’, dan zeg je eigenlijk: dit is nog niet goed genoeg.”

Toetscultuur als versneller In haar analyse wijst Mimi op de manier van beoordelen: de nadruk ligt al vroeg op rekenen en taal, later op doorstroomtoetsen en examencijfers. “We becijferen vooral cognitieve, theoretische vaardigheden. Er wordt nauwelijks getoetst of je iets kunt maken, bouwen of verzorgen. Dat geeft aan wat we belangrijk vinden voor vervolgonderwijs – en wat niet.” Volgens haar is dat

48

geen verwijt aan individuele docenten, maar een systeemvraag. Als inspectiekaders en kwaliteitsbeelden sterk leunen op theoretische opbrengsten, voelen scholen druk om ‘theoretisch te scoren’. Het effect: minder ruimte voor vakken en ervaringen die praktische talenten laten groeien.

Onderwaardering Mimi’s maatschappelijke zorg is concreet: tekorten in zorg, bouw en kinderopvang. “Dat zijn beroepen die de samenleving dragen. Toch ervaren leerlingen die juist die richting op willen dat hun keuze minder wordt gezien of beloond. Dan krijg je demotivatie: waarom mijn best doen als het toch pas echt telt wanneer ik opstroom?” Ze nuanceert direct: gelijke beloning voor iedereen is niet haar pleidooi. “Maar rechtvaardiger waarderen en lonen rechttrekken voor cruciale mbo-beroepen is wél nodig. Verpleegkundigen, pedagogisch medewerkers – dat is zwaar, verantwoordelijk werk.”


Een kernpunt in Mimi’s scriptie is het onderscheid tussen gelijke loopbaankansen en gelijke ontwikkelkansen. Dat eerste is de bekende ladder: kun je elk diploma en elke positie bereiken? Het tweede vraagt: krijg je onderwijs dat jouw talenten helpt groeien – cognitief, technisch, sociaal, creatief? “We focussen nu vooral op loopbaankansen binnen de theoretische route. Echte kansengelijkheid betekent óók dat kinderen hun praktische, kunstzinnige of zorgvaardigheden kunnen ontdekken en ontwikkelen. Daar hoort ruimte bij in het curriculum.”

Wat scholen morgen al wél kunnen doen Systemische verandering kost tijd en politiek draagvlak. Toch ziet Mimi handelingsruimte in scholen zelf. “Begin met aanbod. Wat bieden we – naast taal en rekenen – structureel aan waardoor leerlingen verschillende talenten kunnen ervaren? Techniek, drama, buitenlessen, verzorgen, EHBO… Als je het niet aanbiedt, kunnen kinderen niet merken dat ze er goed in zijn.” Ze is daarbij voor een schoolbrede aanpak: een gezamenlijke visie en structurele planning, in plaats van losse initiatieven van individuele leraren. “Anders ontstaat nieuwe ongelijkheid: in klas A wél ruimte, in klas B niet.” Concreet noemt Mimi voorbeelden die ze tijdens haar onderzoek tegenkwam: scholen die wekelijks dramalessen of techniekblokken inzetten, en waar leerlingen merkbaar sterker presenteren of meer zelfvertrouwen ontwikkelen. “Dergelijke ervaringen werken door: in welbevinden, maar óók in taal en rekenen. Bouwen vraagt ruimtelijk inzicht en plannen; drama versterkt taalrijkdom en mondelinge vaardigheid. Je hoeft het niet tegenover elkaar te zetten.”

Mimi van Hoek

Taal doet ertoe Een snel te beïnvloeden hefboom is ons woordgebruik. “Stop met rangordenende labels als ‘hoog’ en ‘laag’ en met routinezinnen als ‘je kunt altijd nog opstromen’,” zegt Mimi. “Benoem vmbo en mbo als volwaardige routes. En waardeer resultaten in die route: ‘Knap hoe je je in verzorging ontwikkelt’, niet: ‘Goed genoeg om misschien naar havo te gaan’.” Dat vraagt bewustwording bij teams én heldere communicatie naar ouders. “Wat voor beeld wil je als school uitdragen?”

Geen romantiek, wel realisme Mimi is geen romantische tegenstander van theorie. Ze studeert zelf aan de universiteit, maar mist soms praktijkervaring. “Ik had zélf best hbo willen doen. Het is niet minder; het is anders.” Haar oproep is nuchter: verbreed wat we onder goed onderwijs verstaan en waardeer alle bijdragen aan de samenleving. “Als we blijven doen alsof alleen de theoretische route telt, verliezen we talent én motivatie. En de samenleving betaalt daarvoor de rekening.” De essentie van Mimi’s onderzoek is verrassend eenvoudig én veeleisend: kansengelijkheid gaat niet alleen over toegang tot het hoogste treetje, maar over gelijkwaardigheid tussen routes, vanaf de basisschool. Dat vraagt dat we het curriculum verbreden, beoordelingskaders herschikken en taal herijken. Of, zoals Mimi het samenvat: “Geef elk kind de kans om te ontdekken waar het van gaat glimmen – theoretisch of praktisch. Laat het gesprek over kansengelijkheid dáár beginnen. Dan zakt de opwaartse druk vanzelf.”

PrimaOnderwijs 49


VOELDE VINCENT DE DRUK OM TE PRESTEREN?

Als ambitieuze kunstenaar ervaarde Van Gogh vast en zeker prestatiedruk. Maar hij liet net zo goed veerkracht en doorzettingsvermogen zien. Ontdek hoe je met jouw leerlingen het gesprek start over mentaal welzijn, via de kunst en het leven van Vincent van Gogh. Zo leren ze niet alleen Vincent kennen, maar ook zichzelf en elkaar.

& OP SCHOOL M U E IN HET MUS

Ontdek ons onderwijsprogramma Mentaal welzijn en burgerschap. vangoghmuseum.nl/onderwijs

Onderwijscampagne - Prima Onderwijs magazine - december 2025_192x285mm.indd 2

09/12/2025 16:54


100% veilig

Verleg je grenzen

Actief in de natuur

Een avontuurlijke schoolreis? Kom Kom klimmen klimmenin inons éénklimbos! van onze klimbossen! Beleef het klimbos al vanaf € 14.95 per leerling. Bekijk alle mogelijkheden op funforest.nl/schoolreisje Je vindt ons in Almere - Amsterdam - Rooerdam - Venlo

Schooluitje bij Fun Forest:

van spannend naar trots Een sportief schooluitje in een natuurlijke omgeving die uitnodigt tot avontuur: dat is precies wat Fun Forest biedt met de klimbossen in Amsterdam, Almere, Rotterdam en Venlo. Een goede voorbereiding vanuit school is het halve werk, merkt Stephanie Gitmans. Zij werkt al achttien jaar bij Fun Forest en heeft dagelijks contact met leerkrachten die een uitje willen plannen. Welke tips heeft zij? PrimaOnderwijs & Fun Forest

Door werkdruk wordt soms te laat geboekt, weet Stephanie. “Dan moeten we nee verkopen omdat tijd-sloten al vol zitten. Wie vroeg boekt, heeft meer keuze en meer rust. Zeker bij grote groepen is dat belangrijk.” Soms willen scholen zelfs met 250 leerlingen tegelijk komen. “Dat kan, maar dan moeten we tijd hebben om samen te puzzelen.”

durft of moet plassen, kunnen we op elk punt helpen.” Daarnaast lopen toezichthouders en redders continu door het bos. Leerkrachten worden aangemoedigd actief mee te kijken of zelfs mee te klimmen. “Dan beleef je precies wat leerlingen ervaren. Dat geeft inzicht en maakt het schoolreisje nog waardevoller.”

Wat een dag klimmen oplevert, verbaast haar keer op keer. Kinderen en jongeren komen vaak met bravoure binnen. Vooral groep 8 wil nog wel eens roepen dat het allemaal ‘saai’ wordt. “Maar eenmaal boven in de bomen zie je dat stoere snel verdwijnen”, zegt Stephanie. “Dan wordt het spannend, uitdagend, soms een beetje eng. En als ze eenmaal doorhebben dat ze het kunnen, zie je ze trots worden. Dat moment is goud waard.”

Toch wijken sommige scholen uit naar een pretpark, omdat dat ‘makkelijker’ lijkt. Stephanie begrijpt het, maar vindt het jammer. “Hier leren ze samenwerken, risico’s inschatten, hun lichaam gebruiken, creatief denken. Het is bijna een verkapte gymles, maar dan met impact.”Ook ouders hebben soms vragen, maar dat blijkt zelden een probleem. “We hebben kant-en-klare teksten en video’s die scholen kunnen doorsturen. Dat scheelt enorm veel tijd en geeft meteen duidelijkheid.”

Die trots is precies wat leerkrachten graag zien, weet ze. “Voor leraren is het heel mooi om die ontwikkeling bij hun leerlingen te zien. En het levert later vaak mooie gesprekken op in de klas.”

Aan het einde van het gesprek vat Stephanie samen waarom ze haar werk al zo lang met plezier doet. “Gun leerlingen die paar uur buiten. Laat ze ontdekken, laat ze klimmen, laat ze trots thuiskomen. Het doet zóveel.”

Veiligheid speelt een grote rol bij de voorbereiding. Fun Forest werkt met deskundige instructeurs en een helder veiligheidssysteem. Iedere leerling krijgt een gordel en helm en begint op een laag parcours. “We willen zeker weten dat ze het systeem begrijpen”, legt Stephanie uit. “Er zit altijd één haak vast, dus loskomen kan niet zomaar. En als iemand bang wordt, niet verder

Benieuwd hoe een schoolreisje bij Fun Forest eruitziet?

Ontdek alle activiteiten en reserveer eenvoudig via de QR-code of via funforest.nl/schoolreisje.

PrimaOnderwijs 51


Een lichtpuntje voor het slapengaan

Foto’s Ditta van Gent Fotografie

In deze donkere periode brengen CliniClowns Tino en Keet speciale bedtijdbezoeken in het CWZ in Nijmegen

De kinderafdeling van het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis is gehuld in zachte schemer en stilte. Na een dag vol onderzoeken, prikken en piepende apparaten proberen kinderen tot rust te komen. Maar pijn, angst en spanning houden vaak nog lang stand. “Het is een afsluiting van een dag waarop vaak van alles is gebeurd dat verwerkt moet worden”, vertelt pedagogisch zorgverlener Gerry Bruggink. “De CliniClowns helpen om de dag rustig af te bouwen. Zeker als er overdag minder leuke dingen zijn gebeurd, is dit een positieve manier om de dag af te sluiten.”

de gang CliniClowns Keet en Tino ziet verschijnen, omringd door fonkelende lichtjes. Haar gezicht licht op, de vermoeidheid maakt plaats voor een brede glimlach. “Op de spoedeisende hulp heb ik haar geen enkele keer zien lachen”, zegt Sabrina. “Maar nu was die vrolijkheid weer helemaal terug. Dat is alles voor mij.”

Sarena: een vaste gast in de winter

In hun spel houden Keet en Tino rekening met het late uur. Ze zingen zacht, spelen rustig en nemen de tijd om even echt aan te sluiten bij Sarena. Het wordt een moment waarop niemand iets van haar verwacht. Even geen onderzoeken, geen metingen, geen onrust, maar lichtheid en vrolijkheid.

Voor Sarena (6) en haar moeder Sabrina is het ziekenhuis in de wintermaanden haast een tweede thuis. Sarena heeft gecompliceerde astma en belandt regelmatig met hevige benauwdheid op de kinderafdeling. “De zorgen zijn er altijd”, zegt Sabrina zacht. “Hoe vaak moet ik haar nog vertellen dat we weer naar het ziekenhuis moeten? Ze weet precies hoe alles werkt. Dat hoort een meisje van zes helemaal niet te weten.” De koude maanden zijn zwaar. Als de luchtvochtigheid stijgt of het ineens omslaat in kou, kan Sarena’s ademhaling snel verslechteren. Soms duren de opnames dagen, soms weken. Sinterklaas hebben ze de afgelopen vier jaar niet thuis kunnen vieren. “Dat hakt erin”, vertelt Sabrina. “Het heeft een grote impact op ons gezin, zeker ook op haar oudere zus.” Op een avond worden Sarena en haar moeder na uren op de spoedeisende hulp naar de kinderafdeling gebracht. Sarena oogt vermoeid en stil — tot ze op 52


Noah: lichtjes in de quarantaine Ook voor de ouders van baby Noah, vijf maanden oud, kwam het bedtijdbezoek precies op het juiste moment. Noah lag al dagen ziek in quarantaine met het norovirus. Hij was 600 gram afgevallen, dronk nauwelijks en leek zijn ouders niet meer te herkennen. Op een avond waarop de hoop even ver weg voelde, klonk er zacht gezang en getokkel op een ukelele op de gang. Voor het raam verschenen Keet en Tino, versierd met lichtjes en een lantaarntje. “Noah is gek op lampjes”, vertelt vader Ian. “Hij vond het fantastisch om te zien. En wij ook. Het raakte me diep om hem weer te zien lachen.” Diezelfde avond dronk Noah voor het eerst weer uit de fles. De volgende dag mocht hij mee naar huis. “Een bedtijdbezoek is een klein gebaar, maar het maakte voor ons een wereld van verschil”, zegt Ian. “Op zo’n moment gun je dit echt ieder gezin dat hier doorheen moet.”

haar gezicht licht op, de vermoeidheid maakt plaats voor een brede glimlach

Waarom het werkt Ziekenhuizen kunnen in de avonduren een beangstigende plek zijn voor kinderen. De stilte maakt ruimte voor piekeren, de gebeurtenissen van de dag spelen terug in hun hoofd. Zeker in de donkere wintermaanden voelt het soms extra zwaar. Bedtijdbezoeken door de CliniClowns doorbreken dat moment. Ze bieden afleiding, laten kinderen even hun stress vergeten en helpen hen ontspannen in slaap te vallen. Het effect werkt door. Ouders kunnen, al is het maar even, de zorg loslaten. Het zorgpersoneel ziet hoe de sfeer op de afdeling verandert: van gespannen naar zacht en warm. “Het spel is echt anders dan overdag”, bevestigt medisch pedagogisch zorgverlener Gerry Bruggink. “Het is een waardevol onderdeel van de zorg die we willen bieden.”

Een ander soort spel Overdag zorgen de CliniClowns voor een flinke dosis humor en energie, maar ’s avonds is het spel anders. “Overdag gaan we voor een harde lach”, zegt Constant (CliniClown Tino). “Maar ’s avonds spelen we zacht en ingetogen. We geven de kinderen iets warms mee voor de nacht.” Het licht is gedimd, de gang is rustig. Lampjes dansen in de schemering terwijl zachte liedjes kinderen richting dromenland wiegen. Ouders voelen het tempo van de dag vertragen en ademen mee in het langzamere ritme van de avond. Het is kindgerichte en traumavrije zorg in de meest pure vorm: contact, aandacht en warmte. Soms is het een grappig moment dat het ijs breekt. Zoals bij een peuter die in isolatie zat en vanuit haar kamer keek hoe Tino per ongeluk met zijn billen tegen de deur botste. Keet kon haar lach niet inhouden, het meisje gierde het uit. Lachen maakt spanning lichter: ook dat helpt om pijn en stress los te laten.

Lichtpuntje In de lange, donkere winteravonden, wanneer kinderen in het ziekenhuis extra angstig of gespannen kunnen zijn, brengen de CliniClowns lichtheid en ontspanning. Ze komen niet alleen voor Sarena, Noah en al die andere kinderen ook voor de ouders en de mensen die dag in dag uit voor hen zorgen. Benieuwd hoe jullie het werk van CliniClowns kunnen ondersteunen én iets kunnen leren? Vraag de Gastles aan! www.cliniclowns.nl/gastles

PrimaOnderwijs 53


Rijk taalonderwijs op De Vaart Met 225 leerlingen en ruim 30 nationaliteiten kiest kindcentrum De Vaart in Heerhugowaard bewust voor inclusief en rijk onderwijs. Directeur Kevin Kooij en leerkrachten Marijke Rademaker en Anouk Munster vertellen waarom hun school werkt met de geïntegreerde lees- en taalmethode van Taalklasse, de Leerlijn Lezen en Schrijven. PrimaOnderwijs & Taalklasse

Leesplezier als motor van succes

Taal- en leesonderwijs vóór Taalklasse

Marijke ziet dagelijks het effect: “Je bouwt kennis op terwijl je met taal bezig bent, dat doet zóveel met kinderen!” Anouk merkt op: “Leerlingen zijn trots en willen hun teksten delen. Zelfs kinderen die moeite hebben met taal en lezen doen mee.”

Marijke: “We werkten met twee methodes, maar die teksten waren summier en vaak te simplistisch. Dat voelde onbevredigend. We zochten zelf al rijke teksten en kinderboeken op hoger niveau.” Anouk: “Maar dat was veel zelf puzzelen, heel tijdrovend.” “De Leerlijn was een verademing – een samenhangende aanpak die past bij onze ambitie: taal geïntegreerd in álle vakken,” zegt Kevin.

Spectaculaire resultaten De impact is zichtbaar in de resultaten. “De scores begrijpend lezen zijn spectaculair gestegen,” vertelt Anouk. “Voor 1F zitten we nu op 95%, voor 2F al op 87% – veel hoger dan verwacht.”

Rijke taal en kennisopbouw De overstap naar Taalklasse bracht structuur én plezier terug. “We gingen van invuloefeningen naar intensief lezen, praten en schrijven,” aldus Kevin. Leerkrachten Anouk en Marijke zagen meteen de meerwaarde. “De Leerlijn gaat uit van rijke kinderboeken en betekenisvolle gesprekken,” zegt Anouk. Marijke: “Het enthousiasme van de kinderen bij boeken uit de Leerlijn overtuigde ons.”

Ontdek zelf de geïntegreerde lees- en taalmethode van Taalklasse

Hoe ervaren leerlingen deze aanpak?

Met de Leerlijn Lezen en Schrijven voor groep 3 t/m 8 werk je samenhangend aan lezen, schrijven, spreken, luisteren én woordenschat. De methode is gebaseerd op rijke kennisthema’s en is eenvoudig te koppelen aan Wereldoriëntatie. Zowel fictie als non-fictie vormen in de lessen een rijke basis voor betekenisvol leren.

Anouk: “Ze zijn trots. In plaats van invullen in een werkboekje, willen ze hun teksten delen. Zelfs kinderen die moeite hebben met taal en lezen doen mee.” Kevin: “Ze strijden om wie een boek eerst mag lezen. Dat enthousiasme is onbetaalbaar.”

Benieuwd hoe dit eruitziet in de klas? Met de gratis proeflessen krijg je toegang tot complete lessen, inclusief rijke teksten, opdrachten en inspirerende lesvideo’s van bekende kinderboekenschrijvers. Scan de QR-code om de gratis proeflessen meteen aan te vragen.

54


Bij Taalklasse zien leerkrachten hun leerlingen groeien in leesplezier én resultaten Hoe geef je kinderen écht een sterke taalbasis mee? Annemiek Neefjes, medeoprichter en directeur van Taalklasse, vertelt hoe zestien jaar samenwerken met wetenschap en onderwijs samenkomen in één geïntegreerde lees- en taalmethode. Een methode gebouwd op rijke jeugdliteratuur, kennisopbouw en volop leesen schrijfplezier. Het resultaat: taal- en leesonderwijs dat leerkrachten ondersteunt en leerlingen zichtbaar laat groeien.

Annemiek Neefjes

We horen vaak van scholen: Hoe is de lees- en taalmethode van Taalklasse ontstaan? Taalklasse is opgericht in 2025, maar onze wortels liggen bij De Schoolschrijver, die al sinds 2010 scholen helpt met taal en lezen. Zestien jaar samenwerking met wetenschap en scholen komt samen in deze methode, gebaseerd op kennisrijke thema’s: de Leerlijn Lezen en Schrijven.

Wat maakt de Leerlijn anders? De methode is gebaseerd op drie pijlers: wetenschappelijk onderbouwd, plezier als motor van leren, optimale ondersteuning van de leerkracht. Deze pijlers zorgen voor een solide en effectieve aanpak. Zo liggen aan de basis van onze methode boeken als Rijke taal van Erna van Koeven en Anneke Smits, de close-reading aanpak en de DENK!-methode. Bij Taalklasse weet je dat het wetenschappelijk klopt en de lessen in de praktijk zijn getest: evidence-informed. Voor plezier zorgen we door jeugdliteratuur centraal te zetten en een unieke samenwerking te hebben met vijftig kinderboekenschrijvers, onder wie Enne Koens, Simon van der Geest en Anna Woltz. In lesvideo’s treden zij op als inspirator en gids voor leerlingen. Zo komen taal en lezen en kennisopbouw voor kinderen maximaal tot leven. We horen vaak van scholen: we willen het anders, maar hoe dan? Daarom is onze derde pijler optimale ondersteuning. Met een driedelige implementatietraining, inclusief de

we willen het anders, maar hoe dan? Taalklasse wil precies daar het antwoord op zijn

mogelijkheid tot individuele begeleiding, maar vooral met lessen die direct toepasbaar zijn: praktisch, inspirerend, effectief, en in een overzichtelijke lesomgeving. En natuurlijk sluit de Leerlijn 100% aan op de nieuwe conceptkerndoelen Nederlands.

Hoe vullen jullie het belang van jeugdliteratuur in? In elk blok van acht weken staan twee zorgvuldig gekozen voorleesboeken centraal, compleet met gesprekskaartjes. Daarnaast is er het onderdeel Lees het zelf, waarbij kinderen hun eigen leesboek kiezen uit dertig aanbevolen titels bij het thema. Bij dit onderdeel hoort een miniles die het actief lezen stimuleert. Tot slot, tijdens het onderdeel Lezen en Schrijven duiken kinderen dieper in een tekst – iets wat ze fantastisch vinden omdat ze zo de structuur en gelaagdheid leren begrijpen. Omdat er zoveel fictie en non-fictie langskomt, ontdekken kinderen eigen voorkeuren en dat is precies wat je wilt. Ook bij de leerkrachten neemt de kennis over jeugdliteratuur natuurlijk toe.

Wat horen jullie van scholen? Leerkrachten voelen zich gesteund en zien hun leerlingen groeien in leesplezier én resultaten. Wekelijks ontvangen we prachtige reacties, van ‘Zelfs kinderen die niet van lezen hielden, komen nu om een boek vragen’ tot ‘De AVI-scores gaan door het dak!’ Onze methode doet echt wat ze beoogt en belooft. PrimaOnderwijs 55


Aan de slag met de VO Gemeenteraadsverkiezingen 2026

VOO R

Op 18 maart 2026 zijn de gemeenteraadsverkiezingen, hét moment om met je klas aan de slag te gaan met de lokale politiek. Voor jongeren is de gemeente immers één van de meest impactvolle bestuurslagen, omdat die verantwoordelijk is voor zaken als sportvelden, jeugdzorg en veiligheid op straat.

Klassenbezoek@Gemeentehuis

Interactieve gastles Verkiezingen

Bezoek het gemeentehuis tijdens het educatieve programma Klassenbezoek@Gemeentehuis. Leerlingen mogen plaatsnemen achter de microfoontjes in de raadszaal en houden een raadsvergadering.

Haal de lokale politiek naar de klas met een interactieve gastles Verkiezingen en laat jouw leerlingen ervaren dat hun stem verschil maakt, of ze nu al stemgerechtigd zijn of niet.

Boek nu via: prodemos.nl/klassenbezoek

Boek nu via: prodemos.nl/ verkiezingsgastles

daagt uw talentvolle, meer- en hoogbegaafde leerlingen uit! Acadin is dé digitale leeromgeving voor de talentvolle, meer- en hoogbegaafde leerlingen (groep 1-8) in het primair onderwijs. Een omgeving die is gevuld met >675 interessante en uitdagende leeractiviteiten over allerlei onderwerpen. Speciaal geselecteerd om het leren op school voor deze kinderen te verrijken. Acadin helpt leerkrachten leerlingen te prikkelen met uitdagende leerstof waar ze hun tanden in kunnen zetten, maar ook met korte opdrachten voor de laatste 10 minuten van de les. Kenmerkend voor deze leeractiviteiten is dat ze een open karakter hebben. Leerlingen leren niet alleen feitenkennis en vaardigheden, ze leren ook hoe ze moeten leren.

“Acadin heeft veel voordelen, je ziet kinderen echt opbloeien!” “Acadin beviel zo goed dat het al snel schoolbreed is ingevoerd.” “Acadin kan worden ingezet voor alle leerlingen, maar is vooral interessant voor leerlingen die wel wat extra uitdaging kunnen gebruiken.”

Opbouw Acadin Inhoud – >675 leeractiviteiten groep 1-8 Planningsmodule – activiteiten toekennen met startdatum en deadline Begeleidingsmodule – beoordelen, portfolio

Interesse? Meer informatie over Acadin vindt u op www.acadin.nl. U kunt zich hier ook aanmelden voor het gratis webinar op 26 januari 2026 (van 15.30 - 16.15 uur) of voor een gratis proefabonnement (tien weken).

www.acadin.nl | info@acadin.nl | (070) 315 41 00


Oracy, de kracht van spreken, denken en luisteren

Scan en bestel

Dit boek is voor: Schoolleiders Leerkrachten IB-ers Onderwijsassistenten Logopedisten Leerkrachten in opleiding

i

Sluit aan bij de nieuwe kerndoelen Nederlands voor mondelinge taalvaardigheid.

“Maak spreken net zo belangrijk als lezen.””

Miriam op de Beek, CPS Prijs € 37,95 Auteurs Miriam Op de Beek en Bob Coenraats ISBN 9789065083081 Sector po

Bestel deze en meer uitgaven op cps-uitgeverij.nl


Rekenen met g€LD DE BESTE M IDDELEN OM TE LERE N REKENEN M ET GELD.

IMITATIE EUROMUNTEN

IMITATIE BILJETTEN

REKENMACHINE KASSA

WINKEL SPEELHUIS

OEFEN BOEKJES

SCHOOLMATERIALEN.NL/GELD

VOOR SCHOOL EN THUIS | MEER DAN 30 JAAR ERVARING | 14 DAGEN BEDENKTERMIJN


C O L U M N

Meester Stefan

Metaal als taal Sinds onze gewaardeerde collega Paul met pensioen is, en zijn rechterhand Asghar naar een andere school is vertrokken, ben ik veelvuldig in ons mooie technieklokaal te vinden. Samen met collega’s Peter en Jolanda proberen we de erfenis die er lag zo goed mogelijk op te pakken en richting te geven. En hoewel Paul echt wel tijd heeft gestopt in de overdracht -zo stond ik een paar keer in mijn vrije tijd met hem achter de draaibankbleef ik toch achter met wat open eindjes. Vanuit mijn achtergrond als timmerman ben ik in de technieklessen van nature meer gericht op de houtbewerking. De zogeheten comfortzone. Ik kan er erg van genieten om samen met de leerlingen te zagen, schaven, schuren, schroeven, boren en ga zo maar door. Sinds wij meer gericht zijn op betekenisvol en levensecht leren hebben wij ook veel meer handgereedschap in huis en daar wordt door iedereen volop van geprofiteerd. En toch bleef er iets knagen…..

De volgende dag moest er weer gewerkt worden en had ik meteen goed oefenmateriaal tot mijn beschikking, namelijk de leerlingen uit de vierde klas. Het werd een (praktijkonderwijs) feestje. Dani zette ik aan het werk met de elektrische afkortzaag voor metaal. Hij ging het water- en oliemengsel verversen en het apparaat weer helemaal startklaar maken. Vic ging aan de slag op de knipbank om een voorraad plaatjes aan te leggen.

Naast houtbewerking (en fietstechniek) bieden wij namelijk ook metaalbewerking aan en daar was winst te behalen! En dus vertrokken Peter en ik naar de andere kant van het land om ons bij te laten scholen op dat vlak. Het werd een cursus waarvan je meteen kon zeggen: waarom heb ik dit niet eerder gedaan? De docent (bij hem was metaalbewerking duidelijk zijn comfortzone) liep alle aspecten door van zijn lokaal en hielp met het snappen en afstellen van de verschillende instellingen. Het liefst reed ik gelijk terug naar ons eigen lokaal om te kijken of het met onze machines ook zo werkte. Eindelijk kon ik mij die laatste paar procenten eigen maken die ik nog nodig had als het op kennis over de machines aankomt. Bovendien beloofde de docent dat je door goede lessen de leerlingen als vanzelf gemotiveerd zou krijgen.

Bent ging een oefening maken op de puntlasmachine, en had nog nooit zo gemotiveerd gewerkt. Dat werken is belangrijk, dat weten we allemaal. Maar door mijn cursus had Bent niet alleen hard gewerkt, maar ook iets geleerd. Hij verstond de taal van metaal, merkte ik op. Ik was trots op hem, maar deze keer stiekem nog iets trotser op mezelf.

Meester - Stefan @meesterstefan_hrlm

PrimaOnderwijs 59


4 tips om met Mijnschoolplan te werken aan schoolkwaliteit Doelgericht werken aan schoolkwaliteit? In dit artikel leggen we uit hoe je met Mijnschoolplan focus kun aanbrengen. Ook vind je een bonustip over de koppeling met koppeling Focus PO META.

PrimaOnderwijs & Gouwe Academie

Het kan je als directeur of ib’er overvallen wat er allemaal moet gebeuren rondom Mijnschoolplan en schoolkwaliteit. Het is dan goed om focus aan te brengen, zodat je doelgericht blijft werken aan schoolkwaliteit. In dit blog geeft Cornee Bezemer van Gouwe Academie 4 tips over hoe je dit aanpakt met Mijnschoolplan.

Tip 2: Gebruik Mijnschoolplan voor een

schoolrapportage waarin je toetsen analyseert

Heb je de toetsresultaten van vorig jaar al geanalyseerd of moet je dat nog doen? De start van het jaar is daar dan een goed moment voor. In Mijnschoolplan kun je een schoolrapportage maken waarbij je bijvoorbeeld de doorstroom- en tussentijdse toetsen analyseert. De toetsen worden automatisch ingeladen, dus je hoeft niet zelf aan de slag met data verzamelen en grafieken maken. Dan kun jij je tijd besteden aan de analyse en besluiten nemen over waar je de focus op wilt legen. Eventuele actiepunten kunnen worden weggezet in de tijd zodat je planmatig werkt aan de schoolkwaliteit.

60

Tip 1: Koppel mensen aan de plannen

Voeg collega’s toe aan de werkgroepen en koppel deze aan de plannen voor dit jaar. Wil je dit jaar bijvoorbeeld oriënteren op een nieuwe methode of moet er meer aandacht komen voor de sociaalemotionele ontwikkeling van kinderen? Bespreek welke collega’s hier verantwoordelijk voor zijn dit jaar en koppel hen aan het plan. Zo blijft het niet bij een plan, maar gaan collega’s er in de praktijk mee aan het werk en wordt het gedragen door het hele team.


Tip 3: Maak verbinding met de referentie-niveaus Belangrijk is om in de schoolrapportage aandacht te geven aan de referentieniveaus. In de schoolrapportage zie je welk deel van de leerlingen een referentieniveau heeft behaald. Maar welk deel van de leerlingen ligt op koers voor een referentieniveau? Als Gouwe Academie helpen we je graag om meer inzicht te krijgen in de leerlingen en groepen die op koers liggen voor het behalen van de referentieniveaus. Verbind dit aan de schoolrapportage en je krijgt nog meer zicht op de schoolkwaliteit. Verbind je aan het aan de referentieniveaus met Mijnschoolplan, dan heb je mogelijkheden om bij te sturen en interventies in te zetten.

Tip 4: Krijg grip op doorstroomgegevens met de koppeling Focus PO META Werk je als bestuurder met meerdere scholen en merk je dat zij verschillende aanbieders gebruiken voor niet-methodetoetsen? Het vergelijken van ontwikkelscores van IEP met vaardigheidsscores van Cito is vaak lastig, om over DIA en Boom nog maar te zwijgen. Het gevolg: het zicht op de verwachte uitstroomscore van leerlingen ontbreekt. Sinds kort is er een praktische oplossing. In Ultimview is een koppeling beschikbaar met Focus PO META. Je hoeft zelf niet met Focus PO te werken: de koppeling tussen ParnasSys en Focus PO zorgt automatisch voor de juiste berekeningen. In Ultimview zie je vervolgens in één overzicht de verwachte score op de referentieniveaus voor groepen 6 tot en met 8. Zo krijg je direct inzicht in hoe de verschillende scholen ervoor staan.

Ook voor individuele scholen biedt deze koppeling meerwaarde. Je ziet per leerjaar én per vakgebied wat de verwachte scores zijn, waardoor het veel eenvoudiger wordt om trends te signaleren en gerichte keuzes te maken. Focus PO META helpt je zo om stabiel en betrouwbaar grip te houden op de kwaliteit van onderwijs.

Meer weten? Wil je meer weten over Mijnschoolplan en hoe het je kan helpen om doelgericht aan schoolkwaliteit te werken? Neem dan contact met me op. Nog niet of niet goed bekend met Mijnschoolplan? Gouwe Academie verzorgt ook scholingen voor schoolleiders over het inrichten van Mijnschoolplan. Als Gouwe Academie staan we paraat om je uitgebreid te begeleiden bij het optimaal inzetten van waardevolle instrumenten als Mijnschoolplan, maar ook Ultimview, OnsBeleidsPlan en WMK.

Gratis webinar: in 6 stappen van visie naar uitvoerbaar schoolplan Ben je benieuwd hoe je het opstellen van een schoolplan slim aanvliegt met Mijnschoolplan? Wil je een plan maken dat echt uitvoerbaar is en waar je hele team achter staat? En vind je het een uitdaging om voldoende rekening te houden met het onderzoekskader van de inspectie? Meld je aan voor ons gratis webinar: in 6 stappen van visie naar uitvoerbaar schoolplan (22 januari of 5 februari 2026).

PrimaOnderwijs 61


Woensdag 25 maart 2026 staat het NBC Congrescentrum in Nieuwegein in het teken van woordenschat. Voor de vijfde keer organiseert Rezulto het Woordenschatfestival, dit jaar onder het motto ‘Het begint met woorden’. Het evenement brengt professionals uit het onderwijs en de kinderopvang samen rond één missie: kinderen betere onderwijskansen bieden door hun woordenschat te vergroten. PrimaOnderwijs & Rezulto

Woorden als fundament Het thema benadrukt de kracht van taal. Woorden zijn niet alleen bouwstenen van communicatie, maar ook van kennis, kansen en zelfvertrouwen. Een beperkte woordenschat bij kinderen is een voorspeller van minder sociaal-maatschappelijk succes op latere leeftijd. Daarom is vroeg investeren in taal en woordenschat essentieel. Dit thema raakt iedereen: van peuters tot volwassenen, van regulier tot speciaal onderwijs, van kinderopvang tot taalklas en alle professionals die hen begeleiden.

Van theorie naar praktijk Özcan “Eus” Akyol is dagvoorzitter en opent samen met schrijver Abdelkader Benali met persoonlijke verhalen over de kracht van woorden. Aan het eind van de dag verzorgt socioloog en schrijver Milio van de Kamp de afsluitende keynote over taal, kansenongelijkheid en schoolsucces. Naast de plenaire sessies zijn er lezingen en interactieve workshops van trainers van Rezulto en experts uit het veld. Thema’s die aan bod komen zijn onder meer taal bij jonge kinderen, TOS en meertalige ontwikkeling, ouderbetrokkenheid en de samenwerking tussen thuis en school, de rol van woordenschat bij begrijpend lezen en de inzet van AI en techniek, werken met Met woorden in de weer, het gebruik van LOGO en Wereld vol woorden, 62

Woordenschatfestival viert jubileumeditie in Nieuwegein taaldenkgesprekken en drama, muziek en beweging in woordenschatonderwijs. Doorlopend zijn er activiteiten zoals een Woordenschat Escaperoom, de Woordenschatdokter voor een-op-een vragen, een plein met praktijkvoorbeelden en korte mini labs. Op de informatiemarkt inspireren organisaties en uitgeverijen met hun materialen en diensten rond taal en woordenschat. Zo krijgen deelnemers concrete ideeën en werkvormen aangereikt om kinderen woorden beter te laten begrijpen, onthouden en gebruiken. Van creatieve opdrachten tot digitale hulpmiddelen: het festival biedt zowel verdieping als directe toepasbaarheid in de praktijk. Tijdens het festival wordt ook de Woordenschat-aanmoedigingsprijs uitgereikt: een erkenning voor professionals die laten zien hoe woordenschat structureel en doelgericht onderdeel kan zijn van het dagelijks onderwijs of de kinderopvang.

Jubileumeditie met ruimte voor ontmoeting In vijf jaar tijd is het Woordenschatfestival uitgegroeid tot een ontmoetingsplek voor onderwijsprofessionals. Er is dan ook volop gelegenheid om ervaringen, vragen en concrete lesideeën uit te wisselen.

Meer informatie over het woordenschatfestival: rezulto.nl/woordenschatfestival/


EEN SCHOOLREIS VOL VERWONDERING! Zie de enige reuzenpanda’s én koala’s van Nederland en bewonder onze jonge koala van dichtbij. Ontdek de tijgerdrieling en leef je uit in de overdekte speeljungle RavotAapia. Tijdens een schoolreis naar Ouwehands Dierenpark valt er voor iedere groep iets bijzonders te beleven. Inclusief gratis doetocht vol leerzame opdrachten Eén gratis kopje koffie of thee voor begeleiders Gratis terugkomkaartje voor ieder kind

Kijk voor meer informatie op ouwehand.nl/ schoolreis

ACTIEPRIJS € 12 p.p.

(bij boeking jan t/m apr 2026)

08_ODR-Prima Onderwijs_192x285_2025.indd 1

01-12-2025 11:42


HAAL HET MAXIMALE UIT JE ORGANISATIE MET JE EIGEN ACADEMIE

MAAK KENNIS MET E-WISE TOTAAL: EEN COMPLETE ACADEMIE VOOR JOUW ORGANISATIE • Ontzorg je organisatie of onderwijsregio met een compleet leerplatform • Krijg in één oogopslag inzicht in de professionalisering van je team • Voeg eenvoudig online en offline cursussen en bijeenkomsten toe • Richt leerlijnen in voor groepen of individuen • Bouw een eigen kennisbank op door eigen content toe te voegen Vraag een demo aan op e-wise.nl/primaonderwijs


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
PrimaOnderwijs #3 Januari 2026 by EDG Media - Issuu