4 OKTOBER 2017
MAGAZINE VOOR KMO’S EN ONDERNEMERS
Pulse
TILLE LINGIER EN LINDE LUYTEN, REDOPAPERS
‘Onze ambitie? Impact hebben op de papierberg’
FINANCE
Uw boekhouder kan nu ook failliet gaan
INNOVATIE
Hoogtechnologisch ondernemen met wormen
PULSE 4 OKTOBER 2017
INHOUD
Papier hier! Tille Lingier en Linde Luyten van Redopapers maken unieke producten van papieroverschotten en misprints
4 23 ENERGIE EN MILIEU
Vrije beroepers worden meer ondernemers - maar kunnen dus ook failliet gaan
29
FINANCE
4
Papier hier!
23
8
100 procent duurzame energie: kleine stapjes naar autonomie
INNOVATIE
12
Een laadpaal op de bedrijfsparking
26
Bouwbedrijf, inclusief piloot
16
Brussel bant de plastic zak
29
Wormen als wondermiddel
HUMAN RESOURCES 18
21
Een complex lappendeken van opleidingen Erasmus voor jonge ondernemers: win-winsamenwerking
Uw boekhouder kan ook failliet gaan
IT-TELECOM 32
75.000 babysitters later
36
Restaurant draait op iPad en cloud
38
Productieve snufjes
Alexandre Meire (Pur Ver): ‘Voor alle duidelijkheid: er zitten geen wormen in ons eindproduct’
Inspiratie voor ondernemers Pulse verschijnt vier keer per jaar. Elke editie zit vol concrete tips en besteedt aandacht aan trends en actualiteit in telecom, IT, hr, internationalisatie, financiën, energie, overheid, vastgoed, innovatie, marketing en technologie.
Colofon Pulse is een gratis bijlage bij De Tijd van 4 oktober 2017 en een initiatief van Tijd Connect. De Tijd is een uitgave van Mediafin. Product Manager: Helena Wilmet, Alexia Mangelinckx Redactie: Dimitri Dewever, Wouter De Broeck, William Visterin, Timothy Vermeir Eindredactie: Kiki Feremans Foto en illustratie: Pieter Van Eenoge, Studio Dann Lay-out: Mark Troosters, Christine Dubois Directie: Dirk Velghe, Frederik Delaplace, Arnaud Delmarcelle Adres: Tour & Taxis, Havenlaan 86c bus 309, 1000 Brussel Abonnementen en distributie: Tel. 0800/55 150, E-mail: abo@tijd.be Advertenties Trustmedia: Tel. +32(0)2 422.05.11, E-mail info@trustmedia.be Verantwoordelijke uitgever: Dirk Velghe, Havenlaan 86c bus 309, 1000 Brussel
Volgende publicatiedatum 13 december 2017
Niets uit deze uitgave mag door middel van elektronische of andere middelen worden gereproduceerd en/of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming van de uitgever © Mediafin
CONNECT
ENERGIE & MILIEU
Papier hier! Amper 23 waren ze, toen grafisch ontwerpers Tille Lingier en Linde Luyten in 2015 Redopapers oprichtten. Hun zakenmodel? Gratis misprints en papieroverschotten ophalen bij drukkerijen, en die op ambachtelijke wijze verwerken tot designproducten zoals blocnotes, kalenders en andere papieraccessoires. De eindproducten brengen ze op de markt via hun webshop en een twintigtal winkels in Vlaanderen en Nederland. ‘Ons initiatief is heel organisch gegroeid’, vertelt Tille Lingier. ‘Alles begon met een pop-upwinkel in Antwerpen, waar we twee maanden ons idee uitgeprobeerd hebben, om te zien of het levensvatbaar was. We verzamelden toen onder meer papier van kopiecenters waar we weekplanners en todolijsten van maakten.’ Al vrij snel vroegen lokale winkels of ze die producten ook konden verkopen, gaat Linde Luyten voort, medeoprichtster van Redopapers. ‘En verschillende organisaties en bedrijven informeerden of we iets met hun papieroverschot konden aanvangen. Dat was ons vertrekpunt. In nauwelijks anderhalf jaar tijd zijn we geëvolueerd van een uit de hand gelopen hobby naar een volwaardige onderneming, waar we sinds vorig jaar allebei voltijds werken.’
© Studio Dann
MILIEUBEWUST ONDERNEMEN De grondstoffen van Redopapers bundelen ecologische met economische voordelen, weet Tille Lingier. ‘Het belangrijkste voor ons? Er belandt minder papier op de afvalberg. Bovendien besparen de deelnemende bedrijven
tijd en geld, omdat ze minder afval moeten afvoeren of vernietigen. Wij zijn dan weer gebaat met gratis grondstoffen, die we verwerken tot nieuwe commerciële producten.’ ‘Ook in ons productieproces trekken we die duurzaamheid door. Zo is ons
5 PULSE 4 OKTOBER 2017
Duurzaam ondernemen start vanuit een passie; het realiseren van een ideaal. Geld verdienen komt pas later. Dat is de filosofie achter Redopapers: een Antwerpse start-up die unieke handgemaakte producten ontwikkelt en verkoopt met papieroverschotten van drukkerijen.
Vandaag belanden er nog altijd tonnen herbruikbare grondstoffen onnodig op de vuilnisbelt. Tille Lingier Medeoprichtster Redopapers
Tille Lingier en Linde Luyten, Redopapers
atelier gevuld met gerecupereerd materiaal en tweedehands meubilair. Want anderen bewust maken en inspireren, dat is een deel van onze missie: zĂŠlf iets creatiefs ondernemen met de overschotten en reststromen van bedrijven. Vandaag belanden er
nog altijd tonnen herbruikbare grondstoffen onnodig op de vuilnisbelt.’ Anderen inspireren is ook een van de hoofdredenen van de workshops die Redopapers op regelmatige basis organiseert. ‘Zo kun je bij ons onder
6 ENERGIE & MILIEU
meer boeken leren binden’, legt Tille Lingier uit. ‘Klassieke opleidingen rond boekbinden zijn vaak complex en ontoegankelijk. Wij leren in vier uur tijd onze cursisten op een laagdrempelige manier de basis aan. Daarvoor gebruiken ze eigen huis-, tuin- en keukenmateriaal, en gerecycleerd papier dat wij leveren. Gemiddeld nemen er twintig mensen deel aan een workshop. Soms houden we het ook doelbewust kleinschaliger. De cursisten gaan naar huis met een nieuwe ecologische insteek over de cyclus van restmateriaal.’
MAATSCHAPPELIJK GEËNGAGEERD Milieubewustzijn en maatschappelijk engagement vormen de rode draad bij Redopapers. ‘We houden onze productie bewust lokaal’, verduidelijkt Tille Lingier. ‘Zo is er minder transport nodig: dat is minder vervuilend en kostenbesparend. De leveringen aan winkels in en rond Antwerpen gebeuren trouwens allemaal via een fietskoerier. Daarnaast geloven we ook in sociale tewerkstelling. De helpende handen in ons atelier zijn voornamelijk leerlingen uit het buitengewoon onderwijs. We bieden die mensen een zinvolle werkervaring aan. Vanaf vol-
EEN KILO PAPIER Het duurzame zakenmodel van Redopapers wordt perfect geïllustreerd door de unieke abonnementsformule ‘Een Kilo Papier’, waarop klanten sinds september kunnen intekenen. ‘Daarmee willen we het bewust cadeau geven stimuleren’, verduidelijkt Tille Lingier. ‘Elke abonnee krijgt zes maanden elke maand een verrassing toegestuurd. Dat is telkens een exclusief product, ontworpen met gerecupereerd papier van drukkerijen. Na een half jaar vormen de papierwaren samen een totaalgewicht van één kilogram. Ook daarmee brengen we duurzaamheid extra onder de aandacht.’
© Studio Dann
gend jaar willen we ook enkele afgestudeerde leerlingen uit die scholen een of meerdere dagen per week een vaste job aanbieden. In oktober verhuizen we naar een grotere locatie. We groeien gestaag.’
materialen niet langer bruikbaar zijn. Afhankelijk van de wensen van de klant zetten we dat papier om in nieuwe producten, zoals relatiegeschenken, notieblokjes voor eigen personeel, enzovoorts.’
Redopapers werkt ook samen met organisaties die hun papieroverschot zélf willen hergebruiken. Intussen zijn er partnerships met Oxfam, Broederlijk Delen, het Museum van Hedendaagse Kunst en de Steinerschool in Antwerpen. ‘Bij cultuurhuizen en musea zijn dat meestal de catalogi en de posters van het vorige seizoen’, vertelt Tille Lingier. ‘Andere bedrijven hebben een papieroverschot nadat ze bijvoorbeeld hun logo of huisstijl vernieuwd hebben, en hun oude omslagen, briefhoofdingen en verpakkings-
AFVAL ALS INSPIRATIEBRON De verwerking van papierafval is ook een inspiratiebron, zegt Linde Luyten. ‘Het gebruikte papier wordt persoonlijk door ons geselecteerd. Dat is een uitdagend maar tijdrovend proces. Het moeilijkste is het combineren van papier met verschillende diktes, afmetingen en structuren, om dat vervolgens te herwerken tot een nieuw eenvormig formaat voor een eindproduct. Maar daar halen we ook inspiratie uit. Door geprint papier te combineren met blanco vellen ont-
7 PULSE 4 OKTOBER 2017
ONDERNEMERSTIPS Een netwerk dat voortdurend vergroot en uitgebouwd wordt: dat is ontzettend belangrijk bij het oprichten en opschalen van een bedrijf, volgens Tille Lingier van Redopapers. ‘Hoe meer relevante mensen en bedrijven er op de hoogte zijn van je bedrijfsactiviteiten, hoe meer kansen er gecreëerd worden. Spreek bedrijven aan, wissel ideeën uit met collega’s en geef lezingen: dat zijn mijn tips.’ ‘Daarnaast is het ook belangrijk om vragen niet uit te stellen. Bij twijfel kun je terecht bij iemand uit je werkgerelateerde netwerk, of klop je aan bij een van de vele ondernemersorganisaties in België. In ons geval hebben Flanders DC en designplatform De Invasie ons sterk geholpen om te staan waar we vandaag staan.’ © Studio Dann
In nauwelijks anderhalf jaar zijn we geëvolueerd van een uit de hand gelopen hobby naar een volwaardig bedrijf. Linde Luyten Medeoprichtster Redopapers
staan er interessante nieuwe designs. Zo versnijden we posters vaak op zo’n manier dat er toevallige, abstracte ontwerpen ontstaan: heel mooi als boekcover bijvoorbeeld.’ ‘Voorlopig halen we het papier nog zelf op met onze auto’, zegt Tille Lingier. ‘Na een bezoek aan een drukkerij keren we doorgaans terug met een halve ton papier. Vorig jaar verwerkten we meer dan vijf ton papier tot nieuwe producten. Dat getal willen
we volgend jaar verdubbelen. Maar in een drukkerij worden elke dag tonnen papier weggegooid. Op dit moment zijn we niet groot genoeg om daar een groot verschil te maken. Onze ambitie? Het punt bereiken waarop we dat wel kunnen. De komende jaren willen we het aantal drukkerijen en bedrijven waar we mee samenwerken dan ook drastisch verhogen. Elk bedrijf met papieroverschotten mag trouwens altijd contact opnemen’, besluit Tille Lingier.
8 ENERGIE & MILIEU
100 procent duurzame energie: kleine stapjes naar autonomie Californië wil 100 procent op hernieuwbare energie draaien tegen 2045, Zweden heeft hetzelfde voorgenomen tegen 2040. Drie jaar geleden schaarde een groep multinationals zich achter hetzelfde doel onder de noemer #RE100. De groep is inmiddels aangegroeid tot meer dan honderd bedrijven, waaronder internetreuzen Google en Facebook en een hele reeks banken, verzekeraars en farmabedrijven. Nu is het altijd uitkijken met voornemens. Zeker als ze luid worden verkondigd. Streven naar 100 procent hernieuwbaar kan verschillende dingen betekenen: dat een bedrijf zijn verbruikte energie zoveel mogelijk zelf produceert uit hernieuwbare bronnen, maar ook dat het uitsluitend stroom aankoopt die ‘groen’ is. Tussen die twee betekenissen gaapt een groot gat, omdat de oorsprong van de aangekochte groene energie een punt van discussie blijft. ‘In het lijstje staan heel wat bedrijven die stroom aankopen die gedekt is door groene garanties van oorsprong’, zegt Piet Vanden Abeele, adviseur energie bij Unizo. Die garanties kunnen vrij verkocht worden en tonen alleen aan dat ten minste een deel van de aangekochte stroom uit hernieuwbare bronnen wordt gewonnen. Uitsluitend draaien op aangekochte groene stroom is daarom een gemakkelijkheidsoplossing. ‘Kmo’s kunnen dat ook doen, zonder al te veel investeringen of knowhow’, zegt Vanden Abeele.
Het was misschien niet meteen rendabel, maar we hebben er veel uit geleerd. REMOFRIT IN VERREBROEK – DE PIONIER Wim Lannoey Zaakvoerder Remofrit
‘Alleen is het verschil dat die grote bedrijven een marketingmachine hebben, die dat mooi kan kaderen als 100 procent hernieuwbare energie.’ Wie echt gebruik wil maken van de mogelijkheden van de energietransitie - besparen door in te zetten op energie-efficiëntie, eigen productie die aansluit op het verbruikspatroon – moet een stap verder durven te gaan. En daarvoor is het volgens Unizo nog te vroeg. ‘We verwachten pas een doorbraak zodra investeren in batterijen economisch rendabel wordt’, zegt Piet Vanden Abeele. ‘In de praktijk werken zelfstandigen en kleine bedrijven vaak met zonnepanelen met terugdraaiende teller. Alleen betaalbare batterijen die windstille, donkere winterdagen overbruggen, kunnen helpen om volledig op hernieuwbaar te draaien.’ Maar wachten is ook geen optie. ‘Je hoeft niet meteen voor de volle 100 procent te gaan. Kleine initiatieven halen ook al heel wat uit. Er zijn nu al veel kmo’s die via een mix van maatregelen streven naar een hoog gehalte hernieuwbare energie’, aldus Vanden Abeele.
Aardappelverwerker Remofrit was in 2000 een van eerste bedrijven in België dat een micro-warmte-krachtkoppelingcentrale (600kW) installeerde om een deel van het eigen verbruik te dekken. ‘Er bestonden zelfs nog geen groenestroomcertificaten. Het was
© RV
9 PULSE 4 OKTOBER 2017
Grote bedrijven pakken er graag mee uit dat ze streven naar 100% duurzame energie. Maar is dat nobele voornemen ook zinvol voor kmo’s?
DIE NU OP EIGEN BIOGAS DRAAIT zuiver pionierswerk. Misschien niet meteen rendabel van, maar we hebben er wel veel uit geleerd’, zegt Wim Lannoey, zaakvoerder en drijvende kracht achter het proces. Remofrit verwerkt aardappelen tot een kant-en-klaar versproduct voor frituren,
horeca en grootkeukens. In het productieproces zijn aardappelschillen het belangrijkste nevenproduct. Een deel wordt verwerkt tot hoogwaardig veevoeder, terwijl een – steeds groter – deel via een vergister in biogas wordt omgezet. Waterzuivering speelt in dit proces een centrale rol. ‘De nieuwe waterzuiveringsinstallatie die we in 2013 hebben geïnstalleerd, werd ontworpen in functie van onze energiebehoefte’, legt Lannoey uit. ‘Deze nieuwe vergister werkt op aardappelschillen, onbruikbare resten en zetmeel uit het proceswater. Het vrijgekomen biogas voedt een veel grotere WKK-centrale (1800kW).’ Naast stroom voor de fabriek, die ononderbroken draait behalve van zaterdag op zondag, levert de centrale ook thermische energie in de vorm van warm water. ‘Dat water gebruiken we om de kantoren te verwarmen en schoon te maken. Maar ook om de stoomketels te vullen en om in de winter de vergistingsinstallatie op temperatuur te houden. Remofrit is zo het enige bedrijf uit de aardappelsector dat 100 procent zijn eigen energie kan leveren’, zegt Lannoey. De grootste zorg gaat over de steeds strengere lozingsnormen. ‘Onze nevenstromen (aardappelschillen etc.) worden op de eigen site verwerkt, en het water dat daarbij vrijkomt moeten we zonder probleem kunnen lozen. Als de lozingsnormen te streng wor-
den, komt ook de hele energievoorziening in het gedrang.’ Het model van Remofrit is uiteraard niet copy/paste over te zetten naar eender welk bedrijf. ‘Energievoorziening is altijd afhankelijk van het type activiteit. Maar het helpt wel als je afnamepatroon constant is.’
TIPS ° Maak gebruik van nieuwe etappes (nieuwe site, investering in extra installaties) om het hele energiehuishouden te herbekijken.
° Betrek alle stromen (ook afval) op de site in een energieaudit.
° Vertrek van een integraal beleid dat bestaat uit water, afval, warmte en stroom.
° Kies niet voor technologie die niet rijp is (= te duur) of in een onstabiel wettelijk kader opereert.
° Reken met bureaucratie en trage aflevering van vergunningen.
10 ENERGIE & MILIEU
HET GRAND HOTEL REYLOF IN GENT – ENERGIE ALS UITHANGBORD Het Gentse Grand Hotel Reylof, een beschermd gebouw uit 1724 in Louis-IVstijl, is een van de drie Belgische hotels van de Nederlandse Sandton groep. De hele metamorfose naar een hedendaags viersterrenhotel stond van bij het begin (2011) in het teken van een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk. ‘We waren het eerste hotel in België dat een BREEAM-certificaat kreeg, het label voor integrale duurzaamheid van gebouwen. Sinds 2013 hebben we ook het Green Key label, dat ons verplicht om 100 procent groene stroom aan te kopen en waar mogelijk zelf te produceren’, zegt Koen Scheire, hoofd van de technische dienst en verantwoordelijk voor alle energieprojecten in het hotel. Het hotel installeerde een microwarmtekrachtkoppeling (WKK). Die wekt stroom voor eigen gebruik op, terwijl de restwarmte van het systeem het hotel-
water verwarmt. Het hotel gebruikt zijn energieprestaties als uithangbord. ‘We maken onze energieproductie en het verbruik per kamer zichtbaar voor de gasten. Dat draagt zeker bij tot bewustwording, al zien we dat toeristen nog steeds veel meer energie verbruiken dan pakweg businessklanten.’ De grootste kostenpost van het streven naar 100 procent duurzame energie? Het onderhoud van de WKK-centrale, zegt Scheire. ‘Dat is bijzonder duur. En we verbruiken ook nog relatief veel gas. Uiteindelijk maken de groenestroomcertificaten het project
economisch rendabel.’ Naast besparing en relatieve autonomie, zijn er nog, zij het minder tastbare, voordelen. ‘Je kunt de voordelen nooit helemaal in cijfers vatten. Het kan best dat mensen bij ons boeken vanwege ons energiebeleid. Het maakt hoe dan ook deel uit van ons imago.’
© RV
COLRUYT GROEP – VAN ENERGIEVERBRUIKER NAAR ENERGIEPRODUCENT
TIPS ° Begin met kleine initiatieven: energie-efficiëntiemaatregelen, aankopen groene stroom,…
° Maak de energiedoelstelling deel van de brede, duurzame bedrijfsstrategie.
° Kijk uit voor wijzigingen in het beleid die investeringsonzekerheid creëren.
° Speel positief in op weerstand van omwonenden (coöperatie,..).
Een opvallend Belgisch lid van de #RE100 is de Colruyt Groep. Het bedrijf is alles behalve een papieren tijger die zichzelf een groen etiket geeft. De warenhuisgroep had eind jaren 90 al een milieucharter waarin duurzaam energiegebruik bovenaan stond. In 2008 liet Colruyt zijn ecologische voetafdruk opmeten en stelde het een CO2-reductieplan op. ‘Het doel? Alle verbruik dekken door groene stroom, hetzij via aankoop of via eigen productie’, zegt Stephan Windels, businessunitmanager van Eoly. Daarom begon Colruyt met energieproductie uit wind, zon en warmtekracht. Die activiteit zit sinds 2012 in een aparte bedrijfsunit, vroeger WE Power, vandaag Eoly. Sinds begin dit jaar is die ook als B2B-energieleverancier op de markt. ‘Onze energietak is organisch gegroeid. De knowhow die we vandaag in huis hebben is langzaam opgebouwd, in functie van de vraag’, zegt Stephan Windels. Het harde pionierswerk is achter de rug. En daar kunnen kmo’s wel bij varen. ‘De technologie die vandaag voorhanden is, maakt een snelle instap mogelijk. De drempel om in hernieuwbaar te investeren is veel lager’, aldus Windels. Dat heeft niet alleen te maken met het kostenvoordeel. ‘Zelf instaan voor je stroom-
voorziening, zoals wij doen in onze hoofdzetel in Halle, heeft een enorme meerwaarde’, zegt Stephan Windels. ‘Toen er drie winters geleden sprake was van afschakelingsplannen, hadden wij geen last van die dreigende onzekerheid.’ De stap van energieverbruiker naar energieproducent heeft volgens Windels bovendien een beter bedrijf gemaakt van Colruyt. ‘Als leverancier van groene energie krijgen wij de expliciete vraag hoe wij produceren en werken. Dat verplicht ons tot totale transparantie.’ Colruyt toont ook begrip voor die vraag. ‘Precies omdat wij geëvolueerd zijn van verbruiker naar producent. Elk energieproject krijgt vandaag bijvoorbeeld een coöperatief luik, dat omwonenden de kans geeft om er mee richting aan te geven.’ Colruyt zit nog niet aan 100 procent. ‘Vooral het zwaar vervoer heeft nog weinig werkbare duurzame alternatieven. We hebben vandaag al vrachtwagens die op CNG rijden. Ook hybride oplossingen bekijken we. De laatste, meest vervuilende kilometers van het traject door de stad zouden we elektrisch kunnen rijden.’
12 ENERGIE & MILIEU
Een laadpaal op de bedrijfsparking ‘Toen we een tijdje geleden beslisten om drie nieuwe bedrijfswagens te kopen, kozen we voor plug-inhybridevoertuigen. Tegelijk zagen we ook steeds meer klanten en leveranciers die met elektrische of hybride wagens reden. Voor ons was dat de aanleiding om zelf ook te investeren in laadpunten.’ Aan het woord is Carlo Delmulle van bouwonderneming Danilith uit Wortegem-Petegem. ‘Omdat we zelf nog geen mogelijkheid hadden om elektrische wagens op te laden, besloten we meteen om te investeren in laadinfrastructuur’, vervolgt Carlo Delmulle. ‘Op de parking hebben we vier laadpunten die ook beschikbaar zijn voor bezoekers.’ De eigen hybride auto's staan uiteraard niet altijd op de parking van de onderneming. Daarom installeerde Danilith bij de drie hybriderijders – Carlo Delmulle is overigens een van hen – ook thuis een laadpunt.
gebracht. Er zijn ‘domme’ palen die eigenlijk een veilig stopcontact zijn, maar laadpalen kunnen ook met elkaar verbonden worden. ‘Veel organisaties hebben maar een beperkte stroomcapaciteit op overschot om een aantal elektrische wagens mee te laden’, legt hij uit. ‘Zo kunnen wij aan de wagen geven wat hij nodig heeft. De ene wagen vraagt meer vermogen dan een andere, en net zo goed verschilt de tijd dat ze ingeplugd zijn.’ Heeft uw onderneming geen eigen parking, dan kunt u in Vlaanderen een beroep doen op het paalvolgt-wagenprincipe, weet Steven Colla. U overlegt bij de lokale overheid over de installatie van een publieke laadpaal in de buurt. Het laadpunt staat dan uiteraard op publiek domein en is niet exclusief voor uw onderneming.
PAAL OP EEN PARKING Of je een bouwvergunning nodig hebt voor een laadpaal? Neen hoor, zegt Stefan Meers van laadpunteninstallateur EV-BOX: ‘Zo’n laadpunt is niet veel meer dan een paal op een parking. Je laat die het best installeren door een elektricien die een speciale opleiding volgde. De installatie moet ook gekeurd worden.’ Steven Colla van chargepointoperator Allego wijst op de intelligentie die in de laadinfrastructuur kan worden
BELASTBAAR VOORDEEL Let wel: net zoals een tankkaart aanleiding geeft tot extra heffingen, zal ook de ‘brandstof’ van uw Tesla belast worden, zegt juriste Nele Mertens van hr-dienstenleverancier Acerta. ‘Op de kosten voor privéverplaatsingen zijn werknemers- en werkgeversbijdragen verschuldigd’,
Dankzij de laadpalen ziet iedereen dat we innovatief bezig zijn met energie en ecologie. Carlo Delmulle Danilith
klinkt het. ‘Voor de RSZ moet u de waarde van dat voordeel zo correct mogelijk bepalen.’ De elektriciteit voor woon-werken dienstverplaatsingen worden niet als loon beschouwd, en zijn dus vrij van socialezekerheidsbijdragen. Fiscaal, zo vult de expert aan, wordt een oplaadbeurt aan het bedrijfslaadpunt volledig hetzelfde behandeld als een tankbeurt in een benzinestation: gaat het over een elektrische wagen die ter beschikking wordt gesteld als firmawagen, dan is alles bij de waardering van de firmawagen inbegrepen. ‘Maar als het om een privévoertuig gaat waarvoor de werkgever een laadpaal ter beschikking stelt (zoals het geven van een tankkaart zonder bedrijfswagen), dan gaat het om een belastbaar voordeel. De behandeling is dan dezelfde als die voor de losse tankkaart.’
© RV
13
EXPERT AAN HET WOORD
PULSE 4 OKTOBER 2017
Kris Holvoet, Manager Sales Planning & Steering Alphabet Belgium
Een laadpunt op uw bedrijfsparking? Eigenlijk is het een logische volgende stap in het mobiliteitsverhaal. De onderneming, de klanten én de werknemers halen er voordeel uit.
OPERATIONELE LEASING VOOR PRIVÉPERSONEN: DE FLEXIBELE OPLOSSING VOOR UW MOBILITEIT Wenst u geen grote investering te doen in de aankoop van een nieuwe wagen? Rijdt u graag zorgeloos tegen een vast maandtarief? Dan is het Business to Employee (B2E) aanbod van Alphabet de ideale oplossing voor u. Een wagen kopen is een grote investering. En een wagen bezitten veroorzaakt vaak onverwachte kosten. Daarom is operationele leasing een interessante formule: voor een vast maandbedrag beschikt u immers over een all-in oplossing, ook als privépersoon. Vanaf september kunnen alle werknemers van onze klanten een auto leasen als privépersoon.
Ook de onderneming die in de laadpalen investeert, kijkt het best even naar de fiscale behandeling. ‘Volledig elektrische wagens zijn in ons land voor 120 procent fiscaal aftrekbaar voor ondernemingen’, geeft Stefan Meers aan. ‘Dat geldt óók voor de laadinfrastructuur, tenminste als de onderneming een volledig elektrische wagen aankoopt.’
AANTREKKELIJK VOOR KLANT EN LEVERANCIER Terug naar Danilith in WortegemPetegem. Daar merken ze dat meer en meer klanten en leveranciers hun wagen op de parking opladen, al is het ook niet zo dat het vierde laadpunt elke week gebruikt wordt. Delmulle: ‘De laadpunten zijn erg zichtbaar, wat goed is voor het beeld dat we uitstralen naar de buitenwereld: iedereen ziet dat we een groene onderneming zijn, dat we innovatief met ecologie en energie bezig zijn.’ Carlo Delmulle wil nog even terugkomen op de heisa die er onlangs was rond plug-inhybrides. De verhalen over de hybride SUV die fiscaal interessant is, maar nooit met het stopcontact wordt verbonden. ‘Bedrijven die dergelijke auto’s kopen en ze echt willen gebruiken, kunnen eigenlijk niet anders dan ook zelf laadinfrastructuur installeren. En het geeft ook gewoon een erg fijn gevoel als je in het weekend naar de bakker rijdt en de motor helemaal niet hoort aanslaan.’
Een wagen leasen bij Alphabet is interessant omwille van verscheidene redenen. Eerst en vooral hebt u de kans om met een splinternieuwe wagen te rijden tegen een zeer gunstig maandelijks tarief. In dat tarief zijn onderhoud en verzekering begrepen, maar ook pechbijstand, herstellingen, zomerbanden, vervangwagen en taksen. Gevolg? Geen onverwachte kosten en geen onaangename verrassingen. U krijgt het gebruiksrecht over de wagen, Alphabet blijft de eigenaar. U rijdt dus in een nieuwe en betrouwbare wagen, die zuiniger is dan een tweedehands auto. Daardoor betaalt u minder voor brandstof en onderhoud. Bovendien kunt u na afloop van uw contract opnieuw een gloednieuwe auto leasen zonder u zorgen te hoeven maken over de marktwaarde en de verkoop van uw vorige wagen. U rijdt dus altijd met een eigentijdse wagen, aangepast aan uw huidige behoeften. Want ons aanbod biedt steeds een selectie aantrekkelijke auto’s met een rijk uitrustingsniveau. Flexibel Flexibiliteit staat bij deze formule centraal. Aan de start van het contract kiest u voor een jaarkilometrage van 10.000, 15.000 of 20.000 kilometer. Hebt u aan het einde van uw contract meer kilometers gereden? Geen probleem. U betaalt slechts enkele eurocenten per extra gereden kilometer. Staan er minder kilometers op uw teller dan wat vooropgesteld was, dan worden die vergoed aan dezelfde voorwaarden. “Cash4Car” Met het B2E aanbod biedt Alphabet ook het perfecte antwoord op de “Cash4Car” regeling die vanaf 2018 in voege treedt. Indien de werkgever “Cash4Car” aanbiedt, kunnen werknemers die ervoor opteren om hun bedrijfswagen in te ruilen voor een financiële vergoeding hier een passend alternatief vinden door zelf hun nieuwe wagen te leasen. Interesse? Aarzel dan niet om contact op te nemen met Alphabet. Een initiatief van Partner Content i.s.m.
16 ENERGIE & MILIEU
© Belga
Brussel bant de plastic zak Een revolutie kun je het Brusselse verbod op plastic zakjes moeilijk noemen. Milieuminister Céline Frémault (CdH) kondigde de maatregel al ruim een jaar geleden aan. De middenstand kreeg voldoende tijd om zich voor te bereiden op het plasticloze tijdperk. Het Brussels Hoofdstedelijke Gewest zet hiermee ook gewoon een richtlijn om die twee jaar geleden werd aangenomen door het Europese Parlement in Brussel. Doel van die richtlijn: een substantiële vermindering van het aantal plastic zakjes per inwoner. In 2010 bedroeg het gemiddelde aantal zakjes per inwoner nog 198. Liefst 90 procent daarvan zijn zogenoemde lichtgewichtzakjes (minder dan 50 micron) die door hun beperkte herbruikbaarheid vaker in het milieu terechtkomen en effectief schade toebrengen aan ecosystemen. Europa wil daarom dat het gemiddelde aantal zakjes per inwoner naar 90 daalt in 2019 en naar 40 in 2025. Overheden kiezen zelf hoe ze dat streefgetal bereiken. Ofwel door een verbod, ofwel via een ontradende heffing. Wallonië was de eerste om plastic zakjes te bannen. Sinds 1 december vorig jaar geven handelaars geen plastic zakjes meer en sinds maart dit jaar zijn ook geen lichtgewichtzakjes meer te vinden. Vlaanderen heeft nog niet uitgemaakt voor welke aanpak het kiest. Minister van Leefmilieu Joke
17 PULSE 4 OKTOBER 2017
Brusselse handelaars mogen sinds 1 september geen plastic zakjes meer meegeven aan klanten. Vanaf 1 september 2018 geldt er ook een verbod op de lichtere zakjes, vaak gebruikt voor groenten en fruit. Papieren en herbruikbare zakken zijn de meest gekozen alternatieven.
Schauvliege (CD&V) had in februari een totaalverbod aangekondigd, naar het voorbeeld van Wallonië en Brussel. Maar coalitiepartner Open Vld schoot dat voorstel af, omdat ze plastic zakjes liever betaald maken. Daarmee vertolken ze ook het standpunt van de zelfstandigenorganisaties Unizo en NSZ. ‘We zien meer heil
De eerste dagen geven we de herbruikbare tassen weg aan onze trouwe klanten. Daarna gaan we ze verkopen.
in een verplichte ontradende minimumprijs per plastic kassazakje van minder dan 50 micron, dan in een verbod’, zegt Piet Vanden Abeele, adviseur op de Unizo-studiedienst. Het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ) noemt een verbod ook ‘verregaand’, maar erkent wel de noodzaak om de hoeveelheid plastic terug te dringen. Het NSZ raadt handelaars aan om biologisch afbreekbare of herbruikbare draagtassen aan te bieden. ‘Die kunnen ze voor een beperkte prijs verkopen of wegschenken aan hun trouwe klanten’, zegt Sven Nouten van het NSZ. Hij vraagt begrip voor de investering die dat vraagt. ‘Als handelaars te veel moeten vragen voor de draagtassen bestaat het gevaar dat de consument niet mee wil.’
Stanley Vandermeeren Rhino Primeur
Gilles Leemans – Tout prêt & Tout près (Brussel)
METEEN OVERGESCHAKELD OP BIOLOGISCH AFBREEKBAAR Ook Gilles Leemans, zaakvoerder van broodjeszaak Tout prêt & Tout près moest niet veel tijd steken in de omschakeling. ‘We hebben zes maanden geleden onze leverancier van bekertjes en servetjes ingeschakeld. Die kon meteen papieren en biologisch afbreekbare zakjes leveren.’ Zonder zakjes gaat het niet. ‘Wie meer dan twee broodjes komt kopen, moet een zak kunnen krijgen. We vragen nu nog na hoeveel een papieren zak met logo ons extra zal kosten. Hopelijk is dat geen al te grote investering, want het is zo al ingewikkeld genoeg’, zucht Leemans. Toch is hij niet tegen de maatregel. ‘Het zal tot minder plastic leiden. En dat is geen slechte zaak.’
Stanley Vandermeeren – Rhino Primeur (Ukkel)
PAPIER, HERBRUIKBAAR OF KARTON? De Ukkelse fruit- en groentezaak Rhino biedt zijn klanten de keuze uit drie mogelijkheden: een papieren zak, een herbruikbare draagtas of een kartonnen doos. De doos en de papieren zak zijn gratis. De herbruikbare tassen kosten 2 tot 4 euro. ‘De eerste dagen geven we de tassen weg aan onze trouwe klanten. Maar daarna gaan we ze verkopen. Anders zouden mensen ze gewoon weer weggooien’, zegt Stanley Vandermeeren van Rhino. ‘We kozen bewust niet voor de dikkere plasticzakken die andere zaken voor 10 cent verkopen. Wat is 10 cent nog? Het aantal verbruikte zakken daalt niet en ze belanden net zoals voorheen op de vuilnishoop.’ Voordien zat een klant gemakkelijk aan twee zakken per winkelbezoek. ‘Als herbruikbare tassen ingeburgerd geraken, zal dat een voelbaar verschil maken.’ De omschakeling vroeg weinig tijd of geld, aldus Stanley Vandermeeren. ‘We zijn een paar maanden geleden begonnen met leveranciers zoeken en offertes vergelijken. Momenteel bekijken we nog of we een zak met ons logo bestellen. Die zou iets duurder kunnen zijn. Maar ook dat kunnen we met de verkoop eruit halen.’
HUMAN RESOURCES
Een complex lappendeken van opleidingen Sinds 1 januari 2017 zijn het twee dagen, maar op termijn moeten alle Belgische bedrijven per werknemer gemiddeld vijf opleidingsdagen per jaar aanbieden: dat heeft minister van Werk Kris Peeters vastgelegd in een nieuwe opleidingsverplichting. De grote lijnen liggen vast. Voor de uitwerking van de concrete modaliteiten is het nog wachten tot wellicht 2018. De praktische realisatie wordt nog vastgelegd in sectorale cao’s. De sectorale loonakkoorden wijzen vooruit naar die onderhandelingen. Er zijn dus nog heel wat onduidelijkheden, vertelt Yves Stox, juridisch expert bij Partena Professional. ‘Voor kmo’s met 10 tot 20 werknemers wordt een minder strikt regime verwacht, maar de specifieke regels daarvoor ontbreken.’ Ondernemingen die minder dan 10 mensen tewerkstellen vallen buiten de regeling: zij zijn niet verplicht om personeelsopleidingen aan te bieden. ‘Daarnaast zijn er de sectorale cao’s, die nog tot deze herfst afgesloten kunnen worden. Maar de verplichting van twee opleidingsdagen loopt al vanaf 1 januari 2017. Zo ontstaat er een complex lappendeken, dat verwarring zaait bij de ondernemers. Probeer dit jaar al aan het gemiddelde van twee opleidingsdagen per werknemer te geraken’, raadt Stox aan, ‘en hou dat ook netjes bij in de boekhouding en de sociale balans.’
Waarom ook zouden ondernemingen geld uitgeven aan personeelsopleidingen zonder praktisch nut? Yves Stox Partena Professional
VRIJE INVULLING Het begrip opleiding krijgt een zeer ruime invulling, verduidelijkt Yves Stox. ‘Bij opleidingen denken we spontaan aan een taalcursus, een scholing voor een nieuw softwarepakket of een vaardigheidsworkshop. Maar informele opleidingen tellen evenzeer mee. Denk aan: coaching, deelnames aan conferenties, enzovoorts. Zelfs trainingen waarbij de ene werknemer een andere werknemer klaarstoomt voor een bepaalde functie, of een deelname aan een vakbeurs kunnen meetellen als een opleiding. Dat geeft ondernemingen heel wat invullingsvrijheid.’ ‘Ze moeten de relevantie van die opleidingen bovendien niet verantwoorden; daar is geen controlemechanisme voor. Als de overheid dat wel eisen, zou dat overregulering zijn’, vindt Stox. ‘Waarom ook zouden ondernemingen geld geven aan personeelsopleidingen zonder prak-
19 PULSE 4 OKTOBER 2017
© Studio Dann
Volgens de nieuwe wet Werkbaar en Wendbaar Werk moeten Belgische bedrijven investeren in opleidingen op sectoraal of ondernemingsniveau. Zo houden werknemers hun kennis op peil en ontwikkelen ze nieuwe competenties en vaardigheden. Wat moet nu al? Wat is nog onduidelijk? En wat brengt de toekomst?
Yves Stox, Partena Professional
tisch nut? Overigens maakt de regeling ook geen onderscheid tussen bijvoorbeeld een “gratis” coaching on the job en dure managementopleidingen.’ Bij veel ondernemingen is het moeilijk om te bepalen welke opleidingen voor het voltallige personeel nodig zijn. ‘Dat hangt sterk af van de aard van de bedrijfsactiviteit’, zegt Yves Stox. ‘Een bedrijf dat zich bijvoorbeeld gespecialiseerd heeft in koeltechnieken, wil zijn voltallige technische dienst naar een opleiding sturen voor een nieuw toestel. Maar voor andere sectoren - of onderdelen in een onderneming, denk aan: informatica-afdelingen, hr-medewerkers en managers - is dat al een pak moeilijker. Daarom kunnen bedrijven in de praktijk ook voor individualisering kiezen, door personeelsleden zelf te laten bepalen welke opleidingen ze willen volgen, en welk budget ze daarvoor uittrekken.’
20 HUMAN RESOURCES
‘Ook volgens de nieuwe regeling mogen werkgevers die aanvragen weigeren. Werknemers kunnen geen claim leggen op een bepaalde opleiding. De werkgever bepaalt wat wel en niet opportuun is, en welke opleidingen aanvaard worden of niet. Ondernemingen kunnen die opleidingen intern regelen en aansturen, of ze kunnen daarvoor een beroep doen op een extern bedrijf of een consultant. Ook daarin hebben ze heel wat vrijheid.’
KOSTEN EN SUBSIDIES Er is een verschil wanneer opleidingen binnen of buiten de werkuren plaatsvinden, zegt Yves Stox. ‘Buiten de werkuren heeft de werknemer recht op de doorbetaling van zijn loon. Dat is geen overloon, maar het normale uurloon. Daardoor gaan ondernemingen wellicht geneigd zijn om opleidingen tijdens de werkuren in te plannen. Al zijn er uiteraard ook werknemers die niet onderworpen zijn aan de arbeidstijd, zoals vaak bij managers het geval is. Wat extra loonkosten betreft, maakt het als werkgever dan niet uit of die werknemers binnen of buiten de werkuren een opleiding volgen.’
© Belga
Ook deelnemen aan een conferentie wordt gezien als een opleiding.
Probeer dit jaar al het gemiddelde van twee opleidingsdagen per werknemer te halen. Yves Stox Partena Professional
OPLEIDINGEN IN DE PRAKTIJK De wet Werkbaar en Wendbaar Werk verandert, op wat extra administratie na, weinig aan het opleidingsbeleid in onze onderneming, zegt Geert Aelbrecht, Chief Human Resources Officer van de bouw- en vastgoedgroep BESIX die in ons land 2.500 medewerkers telt. ‘Ons beleid was altijd al gericht op de noden van ons personeel, hoe ze hun job zo optimaal mogelijk kunnen uitvoeren en hoe ze vooruitgaan in hun carrière. Of ze daar nu twee, vijf of tien opleidingsdagen voor nodig hebben, is ondergeschikt.’ ‘Opleidingen zijn voor alle werknemers zinvol, ongeacht hun leeftijd, ervaring of functie’, vindt Aelbrecht. ‘Alles verandert sneller dan ooit: nieuwe administratieve richtlijnen, technische tools, veiligheidsvoorschriften. Daar zijn voortdurend opleidingen voor nodig. We plannen enerzijds een aantal verplichte opleidingen, en anderzijds investeren we ook in opleidingen waarmee onze mensen vooruitgaan in hun carrière: dat doen we zowel voor arbeiders, bedienden als kaderleden.’ ‘Ten slotte luisteren we ook naar onze mensen: hebben ze specifieke persoonlijke vragen of noden? Werknemers die individueel willen investeren in kennis of hun persoonlijke ontwikkeling, krijgen van ons de nodige ondersteuning. Opleidingen zorgen er uiteindelijk voor dat iedereen – de werknemer, zijn afdeling en het bedrijf - erop vooruitgaat.’
De wet Werkbaar en Wendbaar Werk zegt niets over bijkomende subsidies voor werkgevers die investeren in opleidingen. ‘De traditionele subsidiemodellen blijven wel voortbestaan’, verduidelijkt Yves Stox. ‘Zo blijft de kmo-portefeuille van kracht, een maatregel waardoor ondernemers financiële steun krijgen bij de aankoop van opleidingen. Daarnaast zijn er ook tussenkomsten van sectororganisaties. En er zijn Vlaamse en Waalse subsidiemaatregelen, zoals de Strategische Transformatiesteun voor kmo’s en grote ondernemingen die willen investeren in een groot opleidingstraject.’ ‘Uiteindelijk mogen ondernemingen zich niet blindstaren op kosten en het behalen van het minimumaantal opleidingsdagen per werknemer’, vindt Yves Stox. ‘Belangrijker is dat ze de vraag stellen of iedereen weet wat hij moet weten in het bedrijf. Kwaliteit lijkt mij veel belangrijker dan kwantiteit. Opleidingen spelen bovendien ook steeds vaker mee bij het invullen van vacatures. Potentiële werknemers vragen tijdens sollicitatiegesprekken dikwijls welke opleidingen de werkgever aanbiedt. Het belang van opleidingen wordt de komende jaren alleen maar groter’, besluit Stox.
21 PULSE 4 OKTOBER 2017
HUMAN RESOURCES
Erasmus voor Jonge Ondernemers: win-winsamenwerking
Beginnende ondernemers in het buitenland laten samenwerken met ervaren ondernemers: dat is de opzet van het door de EU ontwikkelde Erasmus voor Jonge Ondernemers-programma. Hoe werkt dat precies? En wat winnen beide partijen ermee? Enkele getuigenissen.
Š RV
In het Europese uitwisselingsprogramma voor jonge ondernemers gaat het niet over stageplaatsen, maar over echte samenwerking.
Erasmus is een uitwisselingsprogramma waarmee studenten een deel van hun studies of stage in het buitenland kunnen doorlopen. Begin 2009 lanceerde de Europese Commissie een variant voor jonge ondernemers. Het programma Erasmus for Young Entrepeneurs geeft nieuwe ondernemers de kans om een tot zes maanden samen te werken met ervaren bedrijfsleiders uit een ander land van de Europese Unie, en een handvol andere deelnemende landen. Starters zijn Europeanen met concrete plannen om hun eigen bedrijf
op te starten of die dat minder dan drie jaar geleden gedaan hebben. De samenwerking kan in een aansluitende periode gebeuren, of flexibel, fragmentarisch verspreid over verschillende momenten. Vorig jaar vonden er over heel Europa 960 samenwerkingen plaats. De populairste landen voor jonge ondernemers zijn Groot-BrittanniĂŤ, Spanje en Duitsland. BelgiĂŤ staat op de vijfde plaats. Intermediaire organisaties, zoals het bij ons in 2012 opgerichte Startups.be, helpen bij het vinden en koppelen van geschikte partners.
22 HUMAN RESOURCES
DE MATCHMAKER De uitwisseling van ervaring, en dat je van elkaar kunt leren: dat is het hoofddoel van dit programma. Diana Pati Coördinator bij Startups.be
Het Gentse Forcit, dat organisaties klaarmaakt voor de toekomst (met klanten als BNP Paribas Fortis, de NAVO, Securex en Ageas) nam vorig jaar enkele maanden een jonge ondernemer uit Litouwen onder zijn vleugels. Henri Jacobs, oprichter van Forcit: ‘We vinden het een meerwaarde om verschillen te omarmen in cultuur, geslacht, leeftijd, achtergrond en waarden. De Litouwse jonge ondernemer dacht actief mee over oplossingen voor de internationalisering van ons bedrijf; hoe we internationaal konden schalen.’ De samenwerking tussen Forcit
DE JONGE ONDERNEMER Gastbedrijven hebben doorgaans een groter netwerk dan starters. Thomas Paris Mad Kings
‘De uitwisseling van ervaring, en dat je van elkaar kunt leren: dat is het hoofddoel van dit programma’, vertelt Diana Pati, programmacoördinator bij Startups.be. ‘Het linken van gastondernemers aan nieuwe ondernemers gebeurt in de eerste plaats via een geautomatiseerde databank. Die bevat alle gegevens van bedrijven die een jonge medewerker willen begeleiden, en van nieuwe ondernemers die in het buitenland ervaring willen opdoen. Het systeem stelt een match voor. Als die je niet bevalt, kun je op zoek naar een betere match.’ In de praktijk blijkt dit systeem niet
altijd doeltreffend, waardoor de rol van intermediaire organisaties niet te onderschatten valt. ‘Over enkele jaren komt er een nieuwe, modernere applicatie, maar tot dan zijn we aangewezen op onze instincten. Het koppelen van gastbedrijven en jonge ondernemers is vandaag hoofdzakelijk een manueel proces. Om iedereen te helpen aan de best mogelijke match, staan we rechtstreeks in contact met intermediaire organisaties in Europa, zodat we in principe voor iedereen op maat een geschikt programma kunnen opzetten.’
HET GASTBEDRIJF
en de jonge ondernemer werd vanwege het succes twee maanden verlengd. ‘We lieten hem nadenken over zijn identiteit, en hij heeft hij ons team dichterbij elkaar gebracht.’
gaven hem een afscheidscadeau als bedankje. Het overige gedeelte heeft hij zelf betaald.’
Gastbedrijven zijn niet verplicht om daar een salaris tegenover te zetten. Toch gaat het niet over een stageplaats, maar over een échte samenwerking. De EU geeft maandelijks een basisvergoeding aan de ondernemers, die schommelt tussen de 500 à 1.000 euro. Forcit gaf een extra vergoeding, zegt Henri Jacobs. ‘Wij betaalden zijn vervoerskosten en entreegelden tot conferenties. En we
Forcit start inmiddels een nieuwe samenwerking op. ‘Samen met Startups.be proberen we opnieuw een jonge ondernemer tijdelijk in dienst te nemen. We missen de vorige wel een beetje. Eigenlijk zoeken we een evenwaardige plaatsvervanger. Ik kan het programma andere bedrijven alleen maar warm aanbevelen’, aldus nog Henri Jacobs.
Thomas Paris uit Brussel trok vorig jaar naar Groot-Brittannië, om er als jonge ondernemer ervaring op te doen bij Undiscovered London: een bedrijf dat tours en events in en rond de Britse hoofdstad organiseert. ‘De mentorfunctie van een ervaren bedrijfsleider sprak me wel aan’, zegt Thomas Paris, ondertussen zelf oprichter van het digitale marketingbedrijf Mad Kings. ‘Het is ook de ideale gelegenheid om kennis te maken met nieuwe mensen en contacten te leggen. Gastbedrijven hebben
doorgaans een veel breder en groter netwerk dan een startende ondernemer. Ik vond het dan weer boeiend om mijn expertise te delen, en ik kon er mijn skills en zakelijk inzicht aanscherpen. Je haalt er uit wat je er zelf instopt. Als je gewoon in een ander bedrijf gaat zitten, zul je niet veel bijleren. Het is een proces dat van iedereen inspanningen vraagt, maar je krijgt er heel wat voor terug. Voor mij was dit een kans die ik met beide handen gegrepen heb.’
23
FINANCE
Uw boekhouder kan ook failliet gaan
PULSE 4 OKTOBER 2017
Binnenkort kunnen ook vrije beroepers failliet gaan. Dat is een van de meest opvallende elementen uit de nieuwe insolventiewet die in juli werd goedgekeurd. Dat wordt een grote verandering voor de boekhouders, artsen, notarissen en apothekers. Maar ook voor hun particuliere én professionele cliënten is dit een belangrijke evolutie.
De nieuwe insolventiewet maakt van vrije beroepers meer ondernemers. Dirk Bruloot Universiteit Gent
Vandaag stelt de wet dat een koopman die de middelen niet meer vindt om zijn schuldeisers te betalen of wiens schuldeisers geen vertrouwen meer hebben dat ze hun geld ooit nog zien, zich in staat van faillissement bevindt. Vanaf 1 mei 2018 krijgt de ‘koopman’ uit de wetgeving gezelschap van alle andere ondernemers, dus óók de vrije beroepers zoals boekhouders, artsen, notarissen en apothekers, maar ook de belastingconsulenten, architecten, vastgoedmakelaar, advocaten, tandartsen en bedrijfsrevisoren, om er maar een paar te noemen.
© Pieter Van Eenoge
Dat de architect, arts of accountant vanaf 1 mei volgend jaar behandeld wordt als alle andere ondernemers, heeft voordelen, zegt advocaat Dieter Vanoutrive van het kantoor Racine. ‘In de eerste plaats voor de schuldeisers op het vlak van uniformiteit en coherentie bij insolvabiliteit van hun schuldenaar. De vrije beroepers worden ook niet langer door elke schuldeiser afzonderlijk
24 FINANCE
aangevallen. Je kunt alles uit handen geven aan de curator, die hierin is gespecialiseerd. Bovendien staat in de nieuwe wet dat een medecurator wordt aangesteld die uit dezelfde beroepsgroep komt en dus weet hoe het er aan toe gaat. Als een arts failliet gaat, zal één curator advocaat zijn, zoals nu, maar komt er een tweede bij die zelf ook arts is.’
poging kan organiseren. Voor de failliete ondernemers geeft dat de mogelijkheid om “proper” bankroet te gaan en eventueel een nieuwe start te nemen. Voor een advocaat die failliet gaat, is dat bijvoorbeeld nog iets anders dan voor een doorsnee ondernemer: je krijgt een stempel, terwijl je net als advocaat anderen bijstaat en advies verleent.’
LEREN UIT FOUTEN Ook professor Diederik Bruloot, verbonden aan het instituut Financieel Recht van de Universiteit Gent, ziet de nieuwe insolventiewet als een stap vooruit. ‘De nieuwe wet, die van vrije beroepers meer ondernemers maakt, is er op gericht om mensen zeer snel een doorstart te laten maken’, legt hij uit. ‘In de huidige wet zit dat niet zo goed in elkaar en kun je maar zinvol met een nieuwe activiteit starten zodra het faillissement is afgerond. Nu wordt het fresh startmodel volledig omarmd. De nieuwe wetgeving is doorspekt met dat gedachtegoed.’ Dat is ook voor Christine Mattheeuws, voorzitster van het Nationaal Syndicaat van Zelfstandigen (NSZ), een van de belangrijkste voordelen van de nieuwe wet. ‘In de Verenigde Staten heerst de filosofie dat je kunt leren uit je fouten en opnieuw kunt beginnen. Die filosofie vinden we nu terug in onze Belgische wetgeving.’ Ze wijst er ook op dat steeds meer vrije beroepers in de problemen raken: door de opmars van de vrije beroepen is er vandaag veel meer concurrentie. Bovendien zijn vrije beroepers typisch mensen die hun activiteit uitvoeren vanuit hun passie, vaak ook alleen. ‘Ze kennen hun beroep door en door, en zijn bijvoorbeeld een zeer goede arts. Maar dat wil niet zeggen dat ze iets kennen van de financiële kant van de zaak.’ De NSZ-voorzitster is ook erg tevreden over de mogelijkheid tot een minnelijke schikking buiten de gerechtelijke sfeer. ‘Er kan een bemiddelaar aangesteld worden, die in alle discretie een herstelplan uitwerkt en een reddings-
Als uw accountant failliet gaat en de btw-aangifte niet op tijd indient, mag u zich beroepen op overmacht. Diederik Bruloot Universiteit Gent
RISICO VOOR CLIËNTEN Een faillissement heeft ook impact op de cliënten van de vrije beroeper: het heeft repercussies voor de werking van een onderneming als de advocaat of accountant in een faillissementsprocedure zit. ‘Het allerbelangrijkste’, vindt Dieter Vanoutrive, ‘is dat de cliënt altijd vrij kan kiezen wie zijn boekhouding doet of zijn zaken behartigt – dat is de essentie van een vrij beroep. En dus kan de cliënt bijvoorbeeld naar de curator stappen met de vraag om de volledige boekhouding opnieuw bij hem te nemen. Die curator kan suggereren om naar een andere advocaat of accountant over te stappen, bijvoorbeeld als heel het handelsfonds overgedragen zou worden aan een ander bureau.’ De afhandeling van een faillissement van een vrije beroeper is in dat opzicht ook anders dan voor ‘gewone’ ondernemingen. Diederik Bruloot: ‘Een overeenkomst tussen een vrije beroeper en de cliënt wordt geacht “intuitu personae” te zijn aangegaan. Het zijn overeenkomsten met een specifieke persoon – díe accountant of díe advocaat. Dat betekent dat bij een faillissement die soort overeenkomst automatisch onmiddellijk wordt beëindigd. Er is dus
© Pieter Van Eenoge
25 PULSE 4 OKTOBER 2017
DE INSOLVENTIEWET IN 5 PUNTEN De nieuwe insolventiewet gaat in op 1 mei 2018. De wetgeving is van toepassing op iedereen die een zelfstandige activiteit uitoefent, dus ook vrije beroepers. Om een faillissement in alle discretie voor te bereiden, is een ‘stil faillissement’ mogelijk. Zo wordt het mogelijk de activa te verkopen vóór ze in waarde zakken door het nakende faillissement. Ondernemers kunnen nog tijdens de faillissementsprocedure met een nieuwe activiteit starten. De faillissementsprocedure wordt digitaal: alles kan nu elektronisch. Gaat het om een ondernemer die als natuurlijk persoon handelde, dan kan die een eenvoudige kwijtschelding krijgen van de schulden die nog terugbetaald moeten worden nadat de curator de activa heeft verkocht.
geen lopend contract meer dat eventueel kan worden overgekocht door een ander kantoor.’ Voor de cliënt kan een faillissement van een vrije beroeper, zo verduidelijkt Diederik Bruloot, een grote impact hebben. Maar dat is een risico die je als ondernemer moet dragen. ‘Maar als je accountant plots failliet gaat en zijn verplichtingen niet meer uitvoert – de btw-aangifte is niet op tijd ingediend – kun je wel je eventueel op overmacht beroepen tegenover wie jou zou aanspreken.’ Zal de nieuwe wetgeving het erg negatieve imago van het faillissement, en al wie ermee te maken heeft, kun-
nen uitwissen? Dat is nog maar de vraag. Het is in elk geval een stap in de goede richting, al veranderen maatschappelijke percepties niet zo snel. Hoe dan ook: zelfs áls een faillissement ooit beschouwd zou worden als een normale stap in het leven van een ondernemer – ‘koopman’ of vrije beroeper – het zal nooit het doel van een starter zijn om failliet te gaan. ‘Daarom ook dat we het project Boost2Succes hebben gelanceerd, onder bevoegdheid van de Vlaamse minister van Werk, Philippe Muyters’, zegt Christine Mattheeuws. ‘We willen ondernemers sterker maken zodat ze niet failliet hoeven te gaan.’
INNOVATIE
© Studio Dann
Bouwbedrijf, inclusief piloot ‘In vergelijking met andere sectoren zoals landbouw of security staat onze sector qua praktische toepassingen het verst’, aldus Goele Kerckhofs, adviseur transformatie bouw bij de Confederatie Bouw Limburg. ‘Waren drones twee jaar geleden toekomstmuziek, ook omdat de wetgeving niet helemaal klaar was, dan begint het nu echt te leven bij onze leden.’
WERKGROEP De bouw is eerder een traditionele sector, maar rond de inschakeling van drones neemt hij blijkbaar wel het voortouw. Ook de Confederatie Bouw zelf werkt daar aan. ‘In het voorjaar van 2017 zijn we gestart met een werkgroep die bouwbedrijven de kans biedt om hun ervaringen met drones te delen.’ En in september startte Confederatie Bouw Limburg zelfs met een droneopleiding voor een groep van ongeveer twintig deelnemers. De mogelijkheden voor de bouwsector zijn, volgens Goele Kerckhofs, divers: van inspectie en werftoezicht tot opmetingen en monitoring. ‘Steeds meer bouwbedrijven realiseren zich dat drones heel wat voordelen bieden, van kostenbesparingen tot het efficiënter inzetten van middelen.’ Toch verschillen deze voordelen van bouwbedrijf tot bouwbedrijf. ‘In de klassieke bouw of utiliteitsbouw, gaat het vooral over inspectie en
Tom Hoogmartens, Wegenbouw Hoogmartens
27 PULSE 4 OKTOBER 2017
Dé sector in België waar drones volop doorbreken? Die van de bouw. Sommige pioniers in de bouwsector staan al ver met de dronetechnologie. ‘Wij hebben altijd onze dronepiloot ter beschikking.’ WIE WIL DRONEPILOOT WORDEN?
thermische beelden. Bij wegenbouw zien we drones frequenter opduiken voor grondverzet, volumebepalingen, werfopvolging of kwaliteitscontrole’, aldus Kerckhofs.
PIONIER Een van de ‘early adopters’ is Hoogmartens Wegenbouw uit het Limburgse Opglabbeek, een familiebedrijf van de derde generatie met zowat 80 werknemers van wie 50 arbeiders. Het bedrijf is vooral actief in België en Nederland en bouwt en renoveert wegen, vertelt gedelegeerd bestuurder Tom Hoogmartens. Hoogmartens pioniert met drones. ‘Wij zetten al twee jaar drones in’, vertelt hij. Het bedrijf gebruikt de technologie voor opmetingen van oppervlakte en volume. ‘Terreinen worden vastgelegd via foto’s die de drone maakt. Speciale software brengt die foto’s bij elkaar om te komen tot een
Het is makkelijker om je bij te scholen van landmeter tot dronepiloot dan omgekeerd.
3D-tekening van een omgeving. Zo brengen wij het hele terrein in kaart.’
VOORDELEN De drones worden voor verschillende doelen gebruikt. ‘Dat kan zijn om klanten advies te geven over onderhoud en verharding’, vertelt Hoogmartens. Hij geeft het voorbeeld van een parking bij bioscoopketen Kinepolis. Die druk gebruikte parking is na verloop van tijd aan vernieuwing toe. ‘Wij laten onze drone dan over de parking vliegen, zodat onze experts alles kunnen opmeten. Zo komen we met een advies over wat Kinepolis het best en het meest kostenefficiënt met die parking kan doen.’ Daarnaast dienen drones ook om wegenwerken voor te bereiden. Tijdens de werken kunnen ze de vooruitgang inschatten, en ook achteraf komen ze van pas. ‘Na werkzaamheden laten wij onze drones over de site vliegen. Dat dient dan als bewijs en bevestiging dat de beloofde werken effectief zijn uitgevoerd’, zegt Hoogmartens. ‘Vroeger moesten wij dat allemaal manueel bekijken, maar nu sturen wij onze dronepiloot naar zo’n afgewerkt terrein. Dat leidt ook tot een snellere oplevering.’
OMGESCHOOLDE LANDMETER Tom Hoogmartens Gedelegeerd bestuurder Hoogmartens Wegenwerken
De dronepiloot is medewerker van Hoogmartens, een landmeter die de
Deze zomer waren er in België al zowat 400 licenties uitgereikt aan mensen die met drones aan de slag willen. Zowat anderhalf jaar geleden trad dronewetgeving voor professioneel gebruik van de onbemande vliegtuigjes in werking. KLASSEN De vereiste licenties kunnen verschillen, want de droneregelgeving hanteert diverse klassen. Voor elk van deze klassen gelden verplichtingen en beperkingen. Klasse 1 is voor dronepiloten vanaf 18 jaar die met onbemande vliegtuigen tot zelfs 150 kilo mogen vliegen en daarmee tot zowat 90 meter hoog mogen gaan. Een licentie in klasse 2 mag u al vanaf 16 jaar behalen. Al bent u hier beperkt tot drones van maximaal 5 kilogram die tot zowat 45 meter hoog mogen vliegen. Wie commercieel wil vliegen kan dat zowel met een licentie klasse 1 als klasse 2. In beide gevallen moet uw drone geregistreerd worden, mag u nooit vliegen in een gecontroleerd luchtruim en hebt u een verzekering nodig voor burgerlijke aansprakelijkheid. EN ALS HOBBY? Voor alle duidelijkheid: voor een eigen, recreatieve drone moet u geen licentie halen. Het gaat dan om toestellen van maximaal 1 kilogram die tot 10 meter hoog mogen vliegen en dit alleen boven privéterrein. En uiteraard moet u altijd de privacywetgeving respecteren.
28 INNOVATIE
© Studio Dann
‘Drones zorgen voor een snellere oplevering en minder discussies met de klant.’
officiële licentie van dronepiloot behaalde. ‘Hij doet dat erbij, naast zijn gewone werk. Want die man is niet hele dagen met zijn drone in de weer. Ik schat dat hij 20 procent van zijn tijd een drone inschakelt. De klassieke opmetingen, dus zonder drone, zijn vandaag zeker nog belangrijk.’ Dit komt ook omdat drones hun beperkingen hebben. ‘Je kunt met een drone niet zomaar onder een boom vliegen of in een drukke woonwijk’, stelt hij. ‘En er zijn ook wettelijke beperkingen. Zo mag je in bepaalde steden, zoals Leuven of Zaventem, niet of maar tot een zeer beperkte hoogte met drones aan de slag.’
CONCURRENTIEEL VOORDEEL? Zijn drones voor een bedrijf in wegenbouw een concurrentieel voordeel? Tom Hoogmartens: ‘Het helpt
om onze prijsoffertes te visualiseren en dat is best wel een troef. We kunnen soms ook sneller vooruit met onze projecten en op basis van de informatie van de drones hebben we
minder discussies met een klant. Door die voordelen haalden we de technologie zelf in huis. Maar natuurlijk kunnen andere bouwbedrijven dat ook doen.’
DRONES: ZELF DOEN OF UITBESTEDEN? Meer en meer bouwbedrijven kiezen er voor om een van hun werknemers de dronepilootopleiding klasse 1 te laten volgen. Ook bij Hoogmartens heeft de piloot zo’n klasse 1-brevet. ‘Dat is de hoogst haalbare licentie. Het houdt bijvoorbeeld in dat je over mensen mag vliegen.’ Tom Hoogmartens koos er dus voor om een eigen personeelslid bij te scholen. ‘Je kunt een beroep doen op een gespecialiseerd dronebedrijf, maar zij missen toch vaak de kennis van de wegenbouw. Vliegen zelf is niet zo’n probleem. Maar dan begint het pas. Het gaat om het verzamelen en interpreteren van data op basis van gespecialiseerde software. Dat is voor veel van die bedrijven een behoorlijke uitdaging’, vindt hij. ‘Ik denk dat het makkelijker is om je bij te scholen van landmeter tot dronepiloot dan omgekeerd.’
29 PULSE 4 OKTOBER 2017
INNOVATIE
Wormen als wondermiddel
Slechts tien bedrijven ter wereld ontwikkelen op hoogtechnologische wijze wormencompost als bodemverbeteraar. Het Belgische Pur Ver mag zich de grootste Europese producent noemen. Het biologische product en het bijhorende ecologische ondernemersverhaal zijn uniek.
Compostwormen scheiden een ultrafijn compost uit dat bijzonder rijk is aan micro-organismen en humus, die planten helpen bij het vinden van de nodige mineralen. Het resultaat? Een soort wondermiddel voor de bodem. Dat bleek ook enkele jaren geleden uit onderzoek van de Université de Gembloux. ‘Je zou ons bedrijf een onofficiële spin-off van de universiteit kunnen noemen’, vertelt Alexandre Meire, gedelegeerd bestuurder van Pur Ver. ‘We houden ons sinds 2012 bezig met de productie van een hoogwaardige bodemverbeteraar. Die verkopen we onder meer in big bags van 500 kilogram aan professionele land- en tuinbouwbedrijven, stedelijke groendiensten, telers en verwerkingsbedrijven die er bijvoorbeeld premiumpotgrond van maken. En we verkopen ook in zakken en emmers van 20, 3 of 1,25 kilogram aan particulieren via een vijftigtal tuincentra. Als naamloze vennootschap streven we uiteraard winst na, maar we zijn ook erg begaan met de grote ecologische voordelen van ons product.’
ECOLOGISCHE PRODUCTIE Het productiesysteem van Pur Ver rust op drie pijlers, verduidelijkt Alexandre Meire. ‘Ten eerste kopen we heel goedkoop organisch afval in, dat op zich weinig marktwaarde heeft. Denk aan aardappelschillen, koffiedik, groenteresten, draf van brouwerijen enzovoort. Eigenlijk
© Studio Dann
Alexandre Meire, Pur Ver
30 INNOVATIE
waarderen we afval op. Die grondstoffen zijn bovendien lokaal: we kopen ze niet in het buitenland, maar wel in een straal van 200 kilometer rond onze fabriek. Zo houden we onze transportketen zo klein mogelijk.’ ‘Ten tweede wordt de voornaamste arbeid in onze fabriek door wormen geleverd. Daarvoor hebben we slechts een aantal automatische machines nodig. We zijn dus ook energiezuinig en stoten nauwelijks CO2 uit. En ten derde bevat ons eindproduct geen chemische toevoegingen. Het is volledig natuurlijk, en dat heeft ook een invloed op het gebruik: de bodem die met ons product verrijkt wordt, doet planten en gewassen ook op een 100 procent biologische manier groeien. Nog een bijkomend voordeel: ons product is volledig geurloos, in tegenstelling tot de meeste meststoffen.’
STRATEGISCH WORMENLEGER Per vierkante meter productielijn zijn in de fabriek van Pur Ver 100.000 wormen actief. In totaal tellen de zes productielijnen van de fabriek 60 miljoen dieren, die gekweekt, gevoed en gestimuleerd worden in een volledig op zich functionerend ecosysteem. ‘De wormen bevinden zich in de bovenste laag van vijftig centimeter hoge vergaarbakken. Bovenaan worden ze gevoed. Onderaan zit een filter die hun vertering en uitwerpselen – de wormencompost dus - laat doorsijpelen.’ ‘Voor alle duidelijkheid: er zitten géén wormen in ons eindproduct. De dieren worden alleen voor de productie ingezet. Omdat wormen hermafrodieten zijn, vermenigvuldigen ze zich autonoom. Ze leggen tijdens de productie voortdurend eitjes, waaruit kleine wormpjes ontstaan. We hoeven nooit nieuwe wormen toe te voegen.’ ‘Door belangrijke parameters te optimaliseren en stabiliseren, denk aan de hoeveelheid en de aard van de voeding, de omgevingstemperatuur en de vochtigheid, hebben we voortdurend controle over de dichtheid
van de wormenpopulatie en de kwaliteit van de compost. We kunnen 365 dagen per jaar onze productie garanderen. In 2017 zullen we zo’n 350 tot 400 ton wormencompost produceren. Het product moet daarna gemixt worden met aarde of potgrond. Zo ontstaat er uiteindelijk uit 300 ton wormencompost in totaal 2.000 ton verrijkte bodem’, berekent Alexandre Meire.
WAALS/VLAAMSE SAMENWERKING Opmerkelijk aan Pur Ver is de vestigingsplaats van de productiesite van het bedrijf, zowat op de (taal)grens tussen Henegouwen en West-Vlaanderen, tussen Doornik, Kortrijk en Lille. Zowel een strategische als een symbolische plaats, want Pur Ver heeft met Didier Dumolin en voormalige Lutosa-baas Guy Van den Broeke Waalse én Vlaamse publieke en privé-investeerders en bestuurders. ‘We werken ook samen met Waalse en Vlaamse bedrijven en wetenschappelijke instellingen’, gaat Alexandre Meire voort. ‘We vinden onszelf op en top Belgisch. Ik merk trouwens bijzonder weinig cultuurverschillen tussen Walen en Vlamingen. De bestuurders aan beide kanten van de taalgrens zijn even bekwaam en energiek. Er is ook een echte klik ontstaan tussen hen. Ze vormen niet twee groepen die toevallig samenwerken, maar ze zijn één team, dat zich inzet voor hetzelfde doel.’
© Studio Dann
INTERNATIONALE COACH Alexandre Meire kwam tijdens het oprichtingsjaar van Pur Ver in contact met de Amerikaan Tom Herlihy, die met zijn pioniersbedrijf Worm Power al sinds 2003 met wormen biologische compost produceert. ‘Ik ontmoette hem in de loop van 2012 in de Verenigde Staten, op ’s werelds enige vakconferentie voor bedrijven die met wormen werken. Hij zag dat we een goede relatie hadden met een universiteit, en geloofde in ons model. We zijn contact blijven houden. Hij was geregeld een aanspreekpunt voor mij, wanneer ik met vragen of twijfels zat. Ondertussen is hij ook op bezoek geweest bij ons, om de processen van zijn en ons bedrijf te vergelijken. In een relatief kleine wereld als de onze, heb je er alleen maar baat bij wanneer collega’s elkaar helpen. Dat maakt ons werk nog een stuk interessanter.’
31 PULSE 4 OKTOBER 2017
Voor alle duidelijkheid: er zitten géén wormen in ons eindproduct. Alexandre Meire gedelegeerd bestuurder Pur Ver
uitbouwen. Dan denk ik voornamelijk aan het buitenland. Momenteel verkopen we ons product hoofdzakelijk in België en een klein stukje in het noorden van Frankrijk.’ ‘We vergeten zeker niet dat we met dieren werken, met levend materiaal. Het vraagt heel wat tijd om voldoende wormen te kweken en een nieuwe productielijn te optimaliseren. Als we zouden beslissen om een tweede fabriek op te starten, zal die pas volledig productief kunnen zijn na anderhalf tot twee jaar. Binnen de tijdslijn van een jong bedrijf als het onze, is dat behoorlijk lang. Maar we geloven er 100 procent in’, besluit Alexandre Meire. Alexandre Meire: ‘De voornaamste arbeid in onze fabriek wordt door wormen geleverd.’
‘Meestal neem ik wel een Vlaming mee naar meetings aan Vlaamse zijde, en een Waal naar meetings aan Waalse zijde. Zo zijn er nooit taalproblemen en smoren we mogelijke clichés en vooroordelen bij onze klanten meteen in de kiem’, lacht Alexandre Meire.
TOEKOMSTMUZIEK Nu het productie- en verkoopproces van Pur Ver inmiddels afgewerkt is, is het tijd om na te denken over de toekomst. Groeien en exporteren
mag niet ten koste gaan van de kwaliteit van het eindproduct of het ecologische aspect van de onderneming, meent Alexandre Meire. ‘We zijn volop aan het studeren om naast onze wormencompost nog een tweede product te maken. En daarnaast hebben we de ambitie om onze technologie en de bijhorende productiecapaciteit te verdubbelen in Pecq. Dat idee bestuderen we volop met onze raad van bestuur. We willen ook de komende jaren een of meerdere bijkomende sites oprichten en
IT-TELECOM
75.000 babysitters later Net zoals Airbnb dat doet voor verhuurders en huurders van woningen, brengt Bsit via zijn platform twee partijen samen: ouders en babysitters. ‘Al zijn we intussen wat geëvolueerd’, merkt Dimitri de Boose op, CEO en medeoprichter van Bsit. ‘Het is niet uitsluitend voor babysits. Onze dienst is er ook als je op zoek bent naar een nanny of iemand die je kinderen van school kan halen.’ Bsit is een mooi voorbeeld van de (mobiele) appeconomie. De dienst wordt gebruikt via smartphones, al komt er binnenkort nog een desktopen Windows-versie van de app. Het zakenmodel vloeit voort uit de commissie die ouders betalen voor het gebruik van de oppasdienst. ‘De ouders bepalen zelf hoeveel ze per uur betalen voor hun oppasser. Onze fee bestaat uit 15 minuten, dus een kwart van het uurloon. En dan maakt het niet uit of het oppassen één uur of tien uur duurt’, stelt de Boose. Ouders die kiezen voor de abonnementsformule van kleine 10 euro per maand, betalen geen commissie. ‘Bovendien kunnen ze dan gebruik maken van onze premiumservices zoals het inschakelen van nannies of opvang van school’, vertelt de Boose. Intussen biedt Bsit zijn diensten ook aan bij bedrijven. Ze kunnen hun medewerkers een Bsit-abonnement aanbieden als soort van extralegaal voordeel.
Dimitri de Boose, Bsit
33 PULSE 4 OKTOBER 2017
© RV
‘Een Uber voor babysits? Misschien, al vergelijk ik me dan eerder met Airbnb’, zegt Dimitri de Boose van het jonge Brusselse bedrijf Bsit. Hun toepassing brengt ouders en babysits samen. Met één grote uitdaging voor Bsit: een gestage omzetstroom. ‘We zijn de grootste Belgische consumentenapp. Al is dat op zich niet voldoende.’
VAN DE BLAUWE NAAR DE STILAAN RODE OCEAAN
Dé oplossing om klanten aan je te binden is er niet. Het is eerder een combinatie van kleine dingen. Dimitri de Boose CEO Bsit
In ‘Blue Ocean Strategy’, een managementbestseller van enkele jaren geleden, omschrijven W. Chan Kim en Renée Mauborgne innovatie als het zoeken naar een blauwe oceaan. U kunt proberen de beste zijn in een bestaande markt, dat is de ‘red ocean strategy’, waar de zee rood kleurt door het bloed van haaien die elkaar of andere vissen oppeuzelen. Of u kunt op zoek gaan naar een markt die nog niet is aangeboord: de blauwe oceaan. In het ideale scenario creëert u zelfs een eigen markt en wordt u vanzelf marktleider omdat u de enige speler bent. Klassiek voorbeeld is Henry Ford, die zowat in zijn eentje de autoindustrie deed ontstaan.
GEEN WINST Bsit is vandaag geen start-up meer. Het bedrijf bestaat twee jaar. Het telt twintig medewerkers. Een vijftal medewerkers staan in voor de technische ontwikkeling, twee voor de support en de rest voor onder meer sales, marketing en andere functies. Winst maakt het bedrijf nog niet, klinkt het eerlijk. Over omzet kan of wil de Boose liever niets zeggen, wel
‘In België waren wij met onze dienst uniek. Haast niemand deed het. Dat was voor ons zwemmen in de blauwe oceaan’, aldus Dimitri de Boose van babysitapp Bsit. ‘In Frankrijk, waar we nu uitbreiden, is het anders. Daar is meer concurrentie en kleurt de oceaan iets roder. Al komt de concurrentie daar wel van heel erg diverse en vaak kleinere bedrijven.’
34 IT-TELECOM
HOE BINDT U KLANTEN AAN UW APP? Waarom zouden babysitters en ouders nog via uw app werken, zodra ze een vaste babysitter hebben? Vrij vertaald: hoe bent u zeker van uw inkomstenstroom? Want: cash is king. Snel omzet generen is dé uitdaging voor een jong bedrijf. ‘Daar zijn wij ook altijd mee bezig’, erkent Dimitri de Boose. ‘Dé oplossing bestaat niet, het is een combinatie van kleine dingen.’ o Gebruiksgemak Via de app moeten ouders en oppassers snel en efficiënt met elkaar in contact komen. Ook als ze elkaar al kennen. ‘Ouders moeten babysitters snel kunnen benaderen. Sneller dan bij wijze van spreken een sms sturen naar je babysitter’, aldus de CEO. Ook de betaling via de app gebeurt automatisch en veel efficiënter en sneller dan wanneer het offline zou verlopen. o Betrouwbaarheid & veiligheid Oppassers worden door ouders geëvalueerd en gedeeld. ‘Transparantie is erg belangrijk’, klinkt het. ‘Daarnaast is het via onze app ook mogelijk om voor 1 euro extra een verzekering aan te kopen. Op die manier zijn ouders verzekerd, wat bij een onderlinge regeling vaak niet zo is.’ o Loyaltyprogramma Trouwe klanten worden beloond. Ze verdienen punten als ze het platform gebruiken, waarmee ze via het loyaltyprogramma iets kunnen uitkiezen. ‘Deze prijzen worden aangeboden door onze partners.’ o Volume Dat is cruciaal: de app moet door veel mensen gebruikt worden. Momenteel telt Bsit 100.000 ouders en dus potentieel betalende gebruikers, maar dat moeten er nog meer worden. ‘Vandaar onze expansie naar bijvoorbeeld Frankrijk’, stelt Dimitri de Boose.
over de evolutie. ‘Die is dit jaar tien keer hoger dan in 2016. Er zit dus flinke groei in, maar dat moet ook in deze sector’, vertelt hij. Een cijfer dat hij wel laat vallen is 1,8 miljoen euro. ‘Dat is het totale bedrag dat oppassers het voorbije jaar via onze app hebben verdiend. En dat bedrag neemt flink toe.’
NABIJHEID In ons land is Bsit een vooraanstaande app. ‘Als je in de Play Store van Google kijkt, dan is onze app zowat de meest gedownloade consumentenapp van Belgische makelij’, aldus de Boose. Ruim 100.000 ouders hebben de app gedownload en 75.000 oppassers hebben zich aangemeld. Die maken niet allemaal regelmatig gebruik van de dienst, maar Bsit beschikt wel over een trouwe basis gebruikers. Het verschil maakt Bsit, volgens de
CEO, met de snelheid van de dienst en de nabijheid. ‘90 procent van de oppassers wordt gevonden binnen een uur. In een stedelijke omgeving, zoals Brussel of Gent, gebeurt dat zelfs binnen tien minuten’, zegt de Boose. Erg belangrijk is ook de afhandeling van de transactie. ‘Dat moet allemaal vlot en efficiënt gebeuren. Voor ouders is het na een avondje uit altijd zo’n lastig moment om uit te rekenen hoeveel je moet betalen aan je babysitter. Maar via onze app gebeurt dat automatisch.’ Bovendien was Bsit een van de eerste om Android Pay aan te bieden in ons land. 45 procent van hun klanten betaalt al via de app. Begin dit jaar was dat nog maar 25 procent. Die
35 PULSE 4 OKTOBER 2017
Populair zijn in België is mooi, maar niet voldoende.
elektronische betalingen, geïmplementeerd door de betalingsprovider Stripe, zijn voor Bsit cruciaal. De efficiëntie van de betalingen, en van de hele app zelf, verhindert dat ouder en babysitter na verloop van tijd onderling in cash gaan betalen. Want dan zou Bsit geen commissie meer ontvangen. ‘De betalingssoftware is vrij vlot te integreren in de code van de app. Ook dat was voor ons erg belangrijk.’
INTERNATIONAAL Dimitri de Boose CEO Bsit
Om de kwaliteit van de oppassers te garanderen zijn er diverse maatregelen. ‘Voor een ouder is het natuurlijk cruciaal dat een betrouwbaar iemand op zijn kinderen komt passen.’ Zo wordt via het betalingssysteem van Stripe ook de identiteit gecheckt. Ouders geven vrienden inzage in hun
advertentie
oppassers, zodat de ‘goede krachten’ transparant worden gedeeld. En daarnaast krijgt iedere oppasser – helemaal in de sfeer van Uber en Airbnb – een review. ‘Ook ouders kunnen overigens worden beoordeeld’, zegt de Boose nog. Intussen werkt Bsit aan internationale uitbreiding. ‘De Belgische markt is eigenlijk te klein voor een dienst die voor een groot stuk op volume werkt. Onze dienstverlening moet om te beginnen erg gebruiksvriendelijk zijn, en daarnaast trachten wij de markt te vergroten. Daarom doen we na België, Nederland en Luxemburg intussen ook Frankrijk aan’, vertelt de Boose. ‘Als je met ons zakenmodel succesvol wilt zijn, moet je internationaal gaan. Populair zijn in België is mooi, maar op zich niet voldoende.
36 IT-TELECOM
Restaurant draait op iPad en cloud ‘Kassa’s zijn voor een restaurant cruciaal. Ze moeten doeltreffend en betrouwbaar zijn. Anders heeft dat meteen effect op je zaak’, zo begint ondernemer Bernard Sironval. Onder de naam Otomat baat hij een pizzarestaurant uit in Gent en in Antwerpen. Twee eetgelegenheden met dezelfde naam. ‘Al wil ik het zeker geen keten noemen’, zegt hij. Zijn aanpak doet een beetje Amerikaans aan: reserveren hoeft niet. Sironval mikt in zijn restaurants op een zeker verloop, waarbij eenzelfde tafel per avond twee of drie keer bediend wordt. ‘Mensen die bij ons bestellen, kunnen uiteraard blijven’, verduidelijkt Bernard Sironval. Verder opende de ondernemer deze zomer in Antwerpen ook nog een frituur/restaurant onder de naam ‘Baraque Friture’.
VEEL OPENER DAN VROEGER In Sironvals restaurants wordt uw bestelling aan tafel genoteerd met een iPad. Al gaat het om veel meer dan dat toestel. ‘Vroeger waren kassasystemen vrij statisch. Hardware en software waren onlosmakelijk aan elkaar gekoppeld. Nu niet meer’, licht hij toe. ‘Vandaag kan ik iPads en printers kopen, waar ik dan nadien de app aan koppel. Het is allemaal veel opener en dynamischer geworden.’ Alle bestellingen, en dus eigenkijk het
het hele estaurant draait nu als app. De hele achterliggende toepassing wordt als dienst aangeboden, in het jargon is dat Software as a Service. ‘Ik betaal een maandelijks bedrag waar alle updates zijn inbegrepen. Vroeger, bij de traditionele kassasystemen, betaalde ik een eenmalig bedrag, al moest ik toen ook om de twee jaar updaten en extra betalen’, vertelt Sironval, ‘dan is het nu goedkoper.’
BESTELLINGEN AL SWIPEND iPads en apps voor bestellingen zijn, volgens Sironval, makkelijker voor zijn personeel. ‘Die zijn vandaag in hun vrije tijd ook volop in de weer met smartphones en tablets. Swipen zit hen in de vingers. Een opleiding is eigenlijk niet meer nodig. Zo’n app biedt onze kelners ook meer informatie over de maaltijden en dranken die we aanbieden, als klanten daar specifieke vragen over hebben. De kelner moet alleen klikken en voor meer info.’ De bestellingen komen automatisch terecht in het kassasysteem en rollen uit de aangekoppelde printer, zodat de keuken aan de slag kan. In zijn frituur verschijnen de bestellingen in de keuken zelfs op een scherm. ‘De verbinding ter plaatse is lokaal, maar alle data worden om de paar dagen naar de cloud verzonden. Gevolg? Ik kan bij wijze van spreken thuis de hele
37 PULSE 4 OKTOBER 2017
© Studio Dann
Bernard Sironval baat twee restaurants en een frituur uit. Bestellingen gebeuren bij hem met een iPad, zijn hele backoffice draait in de cloud. ‘Toen ik twee jaar geleden met de restaurants begon, nam ik me voor om zoveel mogelijk digitaal te werken. Ook in onze sector zit daar de toekomst.’
ZIT DE TOEKOMST VAN EEN RESTAURANT IN DE CLOUD?
Klanten extra laten betalen omdat ze hun bankkaart gebruiken? Niet goed bezig. De toekomst is digitaal. Bernard Sironval Otomat
De kassa-applicatie in de restaurants van Bernard Sironval is van de Canadese aanbieder Lightspeed. Al heeft het systeem een Belgische link: Lightspeed nam twee jaar geleden het Belgische Posios over, dat zich specialiseert in iPad-cloudkassa’s. ‘Vandaag weken er nog altijd 70 medewerkers voor Lightspeed in Gent’, vertelt Zhong Xu, die vijf jaar geleden Posios mee oprichtte. Van de zowat 27.000 restaurants met tafelbediening in België gebruiken vandaag al 2.200 een kassasysteem van Lightspeed. Elke maand komen daar wereldwijd volgens Zhong Xu 300 restaurants bij.
° VOORDELEN VAN IPAD EN CLOUD VOOR RESTAURANTS: Een systeem met app en iPad is flexibeler en de prijsformule is interessant. ‘Je kunt er elke iPad aan koppelen en dus vrijwel meteen starten’, stelt Zhong Xu. De abonnementsformule begint vanaf 69 euro per maand om één kassa/terminal te koppelen. ‘Daar zijn updates inbegrepen. Ook de overheidswetgeving kan al eens veranderen voor deze sector en wij doen die aanpassingen centraal. Bovendien kunnen wij dankzij de abonnementsformule ook met ons aanbod blijven innoveren. De klant is namelijk veel minder aan ons gebonden.’
° VOORDELEN VAN TRADITIONELE KASSASYSTEMEN VOOR RESTAURANTS:
backoffice raadplegen’, aldus Sironval. Hij ziet nog een extra voordeel aan deze manier van werken: de openheid, en in het verlengde ervan de uitbreidingsmogelijkheden. ‘De basisfunctionaliteit die je krijgt via zo’n kassa-app is beperkter dan via een traditioneel kassasysteem. Dat moet ik toegeven. Maar je kunt er wel heel wat modules aan koppelen. Bovendien blijf je als gebruiker ook altijd up-to-date.’
Toch zijn er ook nadelen of aandachtspunten aan een iPad-cloudkassasysteem zoals dat van Lightspeed. De kassa-app is, zo geeft Bernard Sironval toe, op zich beperkter qua functionaliteit dan de traditionele kassasystemen, die zowel uit hardware als software bestaan. Al kun je er, door apps en de cloud, wel modules aan toevoegen om de reikwijdte uit te breiden. Een aanbieder als Lightspeed werkt met het iOS-besturingssysteem van Apple, waardoor alleen iPads en iPhones gebruikt kunnen worden voor de bestellingen - en dus niet het populaire Android. Dat systeem is volgens Zhong Xu te gefragmenteerd. Toch zijn iPads niet de goedkoopste tablets en zijn dergelijke toestellen soms ook behoorlijk kwetsbaar.
DIGITAAL De consequentie is wel dat de hele werking digitaal wordt. ‘Dat is vandaag met de witte kassa in principe ook al het geval. Maar veel uitbaters hebben zo’n witte kassa staan, en gebruiken die niet of amper’, stelt Sironval vast.
‘De overheid kan dat ook niet allemaal controleren.’ Zelf prefereert hij betaling via bankkaart. ‘Winkeliers die hun klanten nog extra laten betalen omdat ze hun bankkaart gebruiken, die zijn volgens mij niet goed bezig. De toekomst is digitaal.’
38 IT-TELECOM
Productieve snufjes 1
1 - HIPPE SPEAKER - Het Deense Libratone is naar eigen zeggen de eerste die speakers ontwierp met zachte vormen, opvallende kleuren en stoffen elementen. Deze ZIPP Nordic Black, beschikbaar in 12 kleuren, biedt gebruikers van Spotify Premium meteen toegang tot opgeslagen afspeellijsten. Zowel de sleeptimer als standbymodule maken het toestel ook vrij energie-efficiënt. Kostprijs: 299 euro. 2 - PERFORMANTE SMARTPHONE - De Elite x3 van HP is een performante smartphone (phablet) van bijna 6 inch met HP's Workspace-technologie. De Elite x3
3
Hebbedingetjes voor nerds of onmisbare toepassingen die uw kantoorleven mobieler én productiever maken? Ziehier onze selectie uit het nieuwste aanbod van IT-gadgets.
2
richt zich op ondernemingen met mobiele werkers, zoals verkopers. Zij kunnen hun phablet ter plekke aan een groter scherm koppelen, en werken in een Windows-omgeving die vanaf een serverpark naar de smartphone wordt gestuurd. De Elite x3 met Desk Dock kost zowat 880 euro. Daarnaast is er ook een 12,5 inch Lap Dock, die wordt aangestuurd door de phablet. 3 - WELKE AUTO? - Wat Shazam is voor muziek, is Blippar voor auto’s. De app herkent, naast andere voorwerpen, elke auto gemaakt sinds 2000. Hij toont het merk, model, bouwjaar, eventuele
reviews en de kostprijs. De app werkt zelfs als een auto traag voorbij rijdt. Al werkt Blippar wel het best bij Amerikaanse auto’s. 4 - TEL UW STAPPEN - Zitten is het nieuwe roken en dus is de Medisana Vifit Touch activitytracker een nuttig hulpmiddel. Het meet onder meer het aantal stappen, de afgelegde afstand, het calorieverbruik en de totale bewegingstijd. ’s Nachts registreert hij de duur en kwaliteit van uw slaap. De ViFit touch toont ook binnenkomende gesprekken en berichten van uw smartphone. De adviesprijs is 99,95 euro.
4
BUSINESS PARTNERS ADVERTORIAL
OOK UW BEDRIJF OP DEZE BLADZIJDEN? Neem vandaag nog contact op met de accountmanagers bij Trustmedia op 02/422.05.07 of via info@trustmedia.be
Kapitaalverminderingen worden vanaf 2018 belast Bovendien, wanneer u ooit wel 500.000 reserves uitkeert, dan zouden deze ook maar voor de helft belast mogen worden: voor de helft aangerekend op de reserves, belast tegen 30 procent dividendbelasting, en voor de overige helft aangerekend op het verminderde kapitaal dat niet onbelast uitgekeerd mocht worden. Maar dat is nog niet aangekondigd. ‘De wet is nog niet geschreven, maar gezien de vele aspecten van die wet en het verder uit elkaar groeien van het boekhoudrecht en het fiscaal recht wordt dit geen sinecure’, denkt Mark Delboo.
Mark Delboo
De opmerkelijkste maatregel uit het zomerakkoord van de federale regering, waarover bijna niemand spreekt, is die rond kapitaalverminderingen. Vanaf 2018 zouden die pro rata in functie van de belaste reserves worden belast.
‘Voor holdings van voor 2017 kan deze wetgeving zelfs een positieve kant hebben.’
Concreet: een belastingvrije kapitaalvermindering zou alleen nog mogelijk zijn als er geen opgebouwde reserves op de balans voorkomen. Stel dat op het passief van een vennootschap 1.000.000 kapitaal geboekt staat en 1.000.000 belaste reserves. Dan is bij een kapitaalvermindering van 500.000 op de helft geen belasting verschuldigd en op de andere helft 30 procent dividendbelasting. Gemiddeld wordt dus 15 procent belasting geheven. ‘Eigenlijk wordt de belasting die in principe ooit verschuldigd zou zijn op de uitkering van de opgebouwde reserves naar voren gehaald, om die nu al te innen’, legt advocaat Mark Delboo uit. ‘Maar voor een vennootschap die na zo’n kapitaalvermindering verlies begint te maken, waardoor de reserves weer dalen, is dat wel een zeer zure belasting.’ Het lijkt daarbij ook waarschijnlijk dat bij een kapitaalvermindering de pro rata-belasting die betrekking heeft op bijvoorbeeld liquidatiereserves (waarop al 10 procent heffing werd betaald), na de vereiste wachttermijn van vijf jaar nog slechts tegen 5 procent wordt geïnd.
REACTIE Bedrijven met overtollige liquiditeiten en een groot kapitaal, doen er dus goed aan om nog voor het jaareinde hun kapitaal te verminderen. Dat kan nog altijd onbelast. ‘Voor holdings van voor 2017, waarbij een step-up werd gecreëerd door inbreng van aandelen, kan deze wetgeving zelfs een positieve kant hebben. Meestal zijn er in de eerste jaren nog maar weinig of geen liquiditeiten via dividenden in de holding terechtgekomen. Zij moeten vanaf nu een consequent dividendbeleid opstarten, om na een paar jaar één grote kapitaalvermindering door te voeren. Dan moeten ze wel op het proportionele deel van de belaste reserves belasting betalen, maar in de praktijk valt dit waarschijnlijk nog wel mee. Daarop de algemene antimisbruikbepaling toepassen, lijkt onwaarschijnlijk. Misschien is dat een pleister op de wonde.’
DELBOO Optimismelaan 1b3, 1140 Brussel T. +32(0)2-502 59 87 Franklin Rooseveltlaan 172-174, 8790 Waregem T. +32(0)56-62 51 00 Paalsteen 5, 9830 Sint-Martens-Latem T. +32 (0)9-220 51 10 Liersebaan 238/B, 2240 Zandhoven T. +32 (0)3-331 80 80 www.delbooadvocaten.be
BUSINESS PARTNERS ADVERTORIAL
Gelukkige en productieve medewerkers dankzij Lean Cleaning Met Lean Management streeft u naar een maximaal resultaat met zo weinig mogelijk verspilling. Dezelfde principes past schoonmaakbedrijf Care toe voor het onderhoud van de werkvloer. Omdat Lean Cleaning gelukkige en productieve werknemers oplevert. ‘Gemiddeld besteden we acht uur per dag op het werk’, stelt Wim Loncke, CEO van Care. ‘Een schone en efficiënte werkplek is dus een absolute vereiste. In “lean”-termen spreken we van een “verliesvrije omgeving”, waarin je je op het werk concentreert en niet op de ballast rondom.’ Lean Management gaat niet alleen over efficiënt archiveren en een georganiseerd klassement. Ook een uitpuilende vuilbak en een smerig toetsenbord verhinderen kwaliteitsvol werk. Bovendien werkt een vuile werkomgeving allergieën en ziekteverzuim in de hand. CEO Wim Loncke: ‘Care zorgt met innovatieve technieken voor een
propere en goed onderhouden werkomgeving. Die draagt bij tot meer welzijn op het werk.’ METEN IS WETEN De “lean”-technologie evolueert voortdurend. Denk aan doeltreffende afvalcontainers met sensoren, rondrijdende vuilnisbakken, toiletdeuren met tellers die signaleren wanneer een toilet schoongemaakt moet worden, en zelfs kantoorver-
lichting die aangeeft of een ruimte intensief gebruikt werd of niet. ‘Apps meten de vervuiling nauwkeurig, zodat de schoonmaakploeg efficiënt en gericht kan schoonmaken’, zegt Wim Loncke. Een verstopt toilet, een lekkende kraan of een haperende koffiemachine? Zulke defecten worden snel opgespoord of zelfs voorkomen, zodat medewerkers niet geïrriteerd raken. ‘Ook daarin investeert Care samen met de klant, stap voor stap.’ Care is een partner die meedenkt met zijn klanten. ‘Wie zich goed voelt in zijn werkomgeving, is ook productiever. En laat dat precies het ultieme doel zijn van de leanfilosofie én van Care’, besluit Wim Loncke.
Care Luchthavenlei 7B 2100 Deurne +32 (0)3 287.06.10 www.care.be
De spin in het web van uw organisatie De facility manager levert in een organisatie op vele vlakken een belangrijke bijdrage. Als een spin in het web heeft hij snel toegang tot netwerken en speelt hij een grote rol bij het halen van de doelstellingen van een organisatie. Facility management is nog te weinig bekend bij managers en ondernemers, vindt Jos Duchamps, managing director van PROCOS Group, een consultancybureau dat adviseert in facility– en asset management in de werkomgeving. ‘De meeste kennen er wel
onderdelen van: schoonmaak, technisch onderhoud, onthaal, catering… Eigenlijk overkoepelt facility management alle nietkerntaken van een organisatie. Het garandeert dat een bedrijf zijn missie haalt.’
optimaliseert ook het onderhoud’, voorspelt Jos Duchamps. ‘Robots worden vandaag bijvoorbeeld al ingezet voor eenvoudige en repetitieve taken. En ook schoonmaakbedrijven en beveiligingsfirma’s zetten ze al in.’
De uitdagingen voor het vakdomein zijn groot en divers, weet Jos Duchamps. ‘Telewerk en thuiswerk raken bijvoorbeeld ruim ingeburgerd. Bedrijven gaan hun werkomgevingen hierdoor op een andere manier inrichten, met de nadruk op zones voor samenwerking of collaboration. Daarbij zijn de integratie met het personeelsbeleid en de samenwerking met het ICT-departement voor de facility manager essentieel voor het succes van zulke veranderingstrajecten.’
Tot slot staat de facility manager financieel onder druk. ‘Organisaties zoeken naar nieuwe contractvormen met meer flexibiliteit, hoge kwaliteit en lage kosten. De uitbesteding van de facilitaire diensten wordt vaak ten onrechte als de wonderformule gezien. Daarom zoekt de facility manager een evenwicht en probeert hij kwaliteit en kosten op elkaar af te stemmen’, besluit Jos Duchamps.
ROBOTS Ook technologie zal het uitzicht van onze werkomgeving en het facility management sterk veranderen. ‘Technologie reduceert het energieverbruik tot het strikte minimum en
Jan Blockxstraat 1 - 2018 Antwerpen Tel : 03 242 94 60 www.procosgroup.com procos.belgium@procosgoup.com
Meer omzet dankzij smart language training
Professor Piet Desmet, gewoon hoogleraar Franse taalkunde aan KU Leuven, noemt smart education dé oplossing voor ondernemers die effectieve taaltrainingen zoeken. ‘Geen technologie om de technologie, maar oplossingen inzetten waarvan de effectiviteit is aangetoond in de praktijk. Ik denk dan aan adaptief en gepersonaliseerd leren, virtual classrooms, adaptieve e-testing, learning analytics.’ Business Language & Communication Centre (BLCC) behoort tot de absolute voortrekkers in dit domein. Door de structurele samenwerking met KU Leuven is educatieve technologie deel gaan uitmaken van hun trainingsaanbod. Kathleen Heireman, CEO van BLCC: ‘Slimme
©KU Leuven
Een goede talenkennis draagt bij tot succesvol zakendoen, zo blijkt uit een studie van de universiteit van Genève. De hamvraag daarbij: hoe organiseren bedrijven vandaag het best resultaatgerichte taaltrainingen? Of hoe haalt u optimaal rendement van de ingezette tijd en middelen?
taaltrainingen zijn een oplossing voor professionals die een flexibele, snelle en op maat ontwikkelde training willen. Face-to-face sessies worden verrijkt met educatieve technologie en dit zowel voor white-collar als voor blue-collar doelgroepen. Een taaltraining wordt zo perfect afgestemd op drukke agenda’s en buitenlandse verplaatsingen. Ideaal ook voor internationale ondernemingen die één wereldwijde oplossing voor taaltraining zoeken.’
LEARN EN EARN BLCC spitst zijn virtuele trainingen toe op specifieke professionele taalnoden en dat is uniek. Ook al bevinden trainer en trainee zich op verschillende locaties, dankzij de juiste technologie en didactiek focust de training op specifieke functie- en sectorgerichte taalnoden, zonder dure en tijdrovende verplaatsingen. ‘Zo gaan “learn” en “earn” optimaal hand in hand’, besluit Heireman.
Op www.blcc.be/learn-earn leest u meer over de BLCC-kennismakingsactie voor lezers van Pulse Magazine. Tel. 02/725.00.52 of 056/22.73.51
Warmtenetten vragen stevige afspraken Warmtenetten zijn een duurzaam energieconcept. Toch komen ze maar moeizaam tot stand. ‘Er zijn verschillende hinderpalen, ook juridische’, stellen advocaten Natalie Ulburghs en Bernard Vanheusden van Monard Law. ‘Een goede begeleiding is essentieel.’ Warmtenetten gebruiken restwarmte van bijvoorbeeld een fabriek om water te verwarmen. Via een systeem van ondergrondse leidingen wordt het warme water tot bij de
gebruiker geleid. De voorbije jaren kregen zulke netten veel aandacht. Toch blijft het aandeel van warmtenetten in Vlaanderen voorlopig vrij beperkt. Dat komt door talrijke barrières en onzekerheden.
en een stevige coördinatie opzetten, dat is niet vanzelfsprekend.’
Daar zitten ook juridische belemmeringen bij. ‘Maar die zijn niet onoverkomelijk’, vinden Natalie Ulburghs en Bernard Vanheusden, die warmtenetprojecten begeleiden, bij de aanleg en de exploitatie. ‘Het nieuwe regulerende kader laat veel vrijheid. Goede contracten met stevige afspraken zijn daarom essentieel.’
De aanleg van een warmtenet vraagt een grote investering, terwijl de inkomsten onzeker zijn en de terugverdientijd lang is. ‘Bovendien moet je rekening houden met energierechtelijke, contractuele, zakenrechtelijke, vennootschapsrechtelijke,… aspecten’, weet Bernard Vanheusden. ‘Het lijkt begrijpelijk dat geïnteresseerden aarzelen. En toch zijn juridisch sluitende projecten perfect mogelijk’, besluiten Natalie Ulburghs en Bernard Vanheusden.
STRUCTUUR Voor de exploitatie van het warmtenet heb je een goede organisatiestructuur nodig, legt Natalie Ulburghs uit. ‘Vaak zijn er meerdere spelers met verschillende belangen: lokale overheden, producenten, leveranciers, netbeheerders, grote afnemers, consumenten … Het evenwicht vinden tussen al die spelers,
Antwerpen, Brussel, Gent, Hasselt Tel: +32 78 05 06 11 Contactpersoon: Natalie.Ulburghs@monardlaw.be www.monardlaw.com
BUSINESS PARTNERS ADVERTORIAL
Kunst op kantoor Een fresco op een kantoormuur, een antieken schrijftafel, een schilderij om een vergaderzaal op te fleuren... Hoe financiert u al die kunst - privé of via uw vennootschap?
Kunst en antiek verminderen niet in waarde, vindt de administratie. En dus kunt u die niet afschrijven. ‘Wel aftrekbaar zijn kunstwerken die onlosmakelijk met een gebouw verbonden zijn, zoals een fresco op de muur van uw werkruimte of een antiek bureau waaraan u dagelijks werkt’, weet Dirk Van Collie, vennoot van accountancykantoor Alaska Kortrijk-Ieper. Ook de huur van kunst door de vennootschap is fiscaal aftrekbaar. Van Collie: ‘Kunst huren als decoratie voor uw werkruimte is perfect te verantwoorden. Dat kan van derden en van uzelf, tegen een marktconforme huurprijs. Privé wordt u slechts voor 30 procent belast op dit huurinkomen. Bovendien geniet u ook van een kostenforfait van 15 procent. Stel een huurcontract op en bouw eventueel ook een aankoopoptie in, net zoals kunstverhuurbedrijven dat doen.’ Er is nog een tweede mogelijkheid om kunst die u privé aankoopt als decoratie in uw vennootschap aftrekbaar te maken. ‘U koopt een werk privé en u verkoopt het vruchtgebruik aan de vennootschap. De vennootschap verwerft het vruchtgebruik voor 10 à 15 jaar, en kan dat afschrijven. Dit vruchtgebruik is de geactualiseerde waarde van vandaag van de genots(huur)waarde over de looptijd van het vruchtgebruik’, weet Van Collie. ‘Zo financiert u een belangrijk deel van de totale aankoopwaarde van het kunstwerk vanuit uw vennootschap. De vergoeding voor het vruchtgebruik die u in één keer ontvangt is ook onbelast. Bovendien dooft
het vruchtgebruik na de vooropgestelde looptijd uit zonder vergoeding.’ ‘Zo’n constructie, hoe interessant ze ook is, past u het best niet om de haverklap toe’, waarschuwt Dirk Van Collie. ‘Net als bij de huur van kunst blijft het de bedoeling uw werkruimte een kwaliteitsvolle en professionele uitstraling te geven.’ EEN COLLECTIE UITBOUWEN? Met de reserves in een vennootschap kunt u ook perfect kunst en antiek kopen als belegging, bevestigt Van Collie. ‘Maar let op dat u als vrije beroeper dit in uw vennootschap als goede huisvader doet. Doet u het te vaak, dan kan het als een commerciële activiteit gezien worden.’ Vergeet ook niet dat de meerwaarde altijd belast wordt. ‘Als u uw vennootschap opdoekt, komen de verborgen meerwaarden boven water. Als u dus kunstwerken in uw vennootschapscollectie hebt die na jaren substantieel meer waard zijn geworden, moet u op die meerwaarde vennootschapsbelasting betalen plus de roerende voorheffing. Daarom brengt u uw beste stukken beter onder in uw privécollectie’, besluit Dirk Van Collie.
Brugge • Gent • Hasselt • Ieper • Kortrijk www.alaska-group.eu
BUSINESS PARTNERS ADVERTORIAL
Wegwijs in het kluwen van paritaire comités
paritaire comités van toepassing zijn op een en dezelfde economische hoofdactiviteit. Het is haast onvermijdelijk dat een kluwen van 300 paritaire comités tot problemen rond afgrenzing leidt.’ Een verkeerde keuze kan dramatische gevolgen hebben. ‘Werknemers die bijvoorbeeld zijn ingeschaald volgens barema’s van een verkeerd paritair comité kunnen 20 tot 25 jaar teruggaan om loonachterstallen op te eisen volgens de barema’s van het juiste paritair comité.’ Filip Tilleman, Advocaat Tilleman van Hoogenbemt RV
Ons land telt meer dan 300 paritaire comités. Elke grote of kleine onderneming moet kiezen bij welk comité ze hoort. Dat is een cruciale keuze, beklemtoont arbeidsrechtspecialist Filip Tilleman.
‘Werknemers kunnen 20 tot 25 jaar teruggaan om loonachterstallen op te eisen volgens de barema’s van het juiste paritair comité.’
Een paritair comité is een overlegorgaan tussen werkgever en werkne-mers, waarin onderhandeld wordt over de collectieve arbeidsovereen-komst of cao. In België zijn er meer dan 300 paritaire comités, elke be-drijfstak heeft er een. Als werkgever moet u kiezen bij welk comité u hoort. ‘Die keuze is bepalend voor alle mogelijke arbeidsvoorwaarden in een onderneming’, zegt Filip Tilleman, advocaat bij Tilleman-van Hoogenbemt in Antwerpen. ‘Denk aan loonbarema’s, arbeidstijd, mogelijkheden van tijdskrediet. Die worden allemaal bepaald door sectorale cao’s, en die zijn vastgeklonken aan een specifiek paritair comité.’ Maar de keuze voor een paritair comité is geen gemakkelijke keuze, weet Filip Tilleman. ‘Het criterium is de economische hoofdactiviteit van uw onderneming. Die bepaalt bij welk paritair comité uw bedrijf hoort. Maar er kunnen verschillende
Sectorale cao’s Elk paritair comité heeft zijn sectorale cao’s. Het belang van die cao’s kan niet genoeg benadrukt worden, vindt Filip Tilleman. ‘Sectorale cao’s hebben voorrang op de arbeidsovereenkomst en het arbeidsreglement. U kunt in uw onderneming geen regeling invoeren die ingaat tegen een sectorale cao. Ook al gaan de vakbonden akkoord. Dat beseffen veel te weinig werkgevers.’ En wat als uw bedrijf een nieuwe activiteit opstart? ‘De keuze voor een paritair comité is geen statisch gegeven. Als de economische hoofdactiviteit van uw bedrijf verandert, moet u ook een nieuw paritair comité kiezen. Als werkgever moet u het initiatief daarvoor nemen. Want als u dan niet doet, kunnen werknemers loonachterstallen eisen op basis van het juiste paritair comité.’
Advocatenkantoor Tilleman – Van Hoogenbemt, Meir 24, bus 6, 2000 Antwerpen, T 03 220 64 00, filip.tilleman@tvh-law.be.