Quarterly PERSPECTIVES ON BANKING
En hoe pakt u de energietransitie aan?
Debat Decarbonisatie heeft een beleid van stok én wortel nodig
Duogesprek ‘Innovatie is nog te weinig een prioriteit voor de bouwsector’
Een initiatief van BNP Paribas Fortis in samenwerking met Tijd Connect.
4 Essay Johan Albrecht: ‘De hefboom naar meer levenskwaliteit’
6
Twee scenario’s om CO2 te bestrijden
8 Debat: ‘De wortel én de stok, die hebben we nu nodig’
24 20
Duogesprek: Catherine De Wolf en Nicolas Bearelle over de nood aan innovatie in de bouwsector
‘In de transportsector moet ecologie primeren op economie’
Colofon Een initiatief van BNP Paribas Fortis in samenwerking met Tijd Connect. Coördinatie: Tim De Geyter. Foto’s: Frank Toussaint tenzij anders vermeld. Lay-out: Mediafin Creative Studio. VU: WalterTorfs, Warandeberg 3, 1000 Brussel.
Tijd Connect biedt bedrijven, organisaties en overheden toegang tot het netwerk van De Tijd. Om hun visie, ideeën en oplossingen te delen met de De Tijd-community. De betrokken partner is zelf verantwoordelijk voor de inhoud.
CONNECT
Wat doet u voor de decarbonisatie? Projecten die CO2 vermijden, opvangen en opnieuw gebruiken
Piet Colruyt Impact investeerder
BNP Paribas Fortis bouwt zijn beleid op de 17 Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. SDG’s 13 en 15 streven naar de bescherming van het klimaat en het behoud van de biodiversiteit.
B NK situering B NK is een crossmediaal contentplatform over maatschappelijk verantwoord en modern bankieren. Door te informeren wil B NK het debat en de dialoog aangaan met opmerkelijke, vernieuwende en concrete verhalen. Deze editie is gepubliceerd op 21 december 2018. www.tijd.be/bnk
Scherpgesteld
15
2019 wordt een cruciaal jaar: het jaar van de ongemakkelijke waarheid. We zagen in 2018 genoeg voortekenen. Het vijfde IPCC-rapport was erg duidelijk: in dit tempo hebben we nog maximaal twaalf jaar om de energietransformatie te voltooien. Urgenda won de klimaatzaak in Nederland ook in beroep. De beurzen ondergingen wereldwijd stevige correcties. En menig warmterecord sneuvelde. Na vier jaar schaamteloos talmen over taal, kan het in de Belgische klimaatzaak eindelijk over inhoud gaan. Doet de overheid voldoende om haar bevolking te beschermen tegen de klimaatverandering? De rechter zal in alle wijsheid oordelen, ver van snelle tweets en mediagenieke quotes, en kijken of we op de goeie weg zijn. Wij kennen het antwoord al: er moet een tandje bijgestoken worden. Geen melktandje, maar een serieuze wijsheidstand. Daarom zijn de verkiezingen in 2019 ook zo belangrijk: hopelijk belandt klimaat boven aan de agenda van de onderhandelaars die eind mei een regeerakkoord gaan schrijven. Misschien is het tijd voor een regering van nationale eenheid. Met een eerste klimaatminister, een klimaatwet, een ambitieus investeringsprogramma? En als de economie begint te sputteren in 2019, laat ons niet dezelfde fout maken als in de nasleep van de vorige financiële crisis. Nauwelijks drie jaar na Al Gores ‘Inconvenient Truth’, vervielen we snel in onze oude recepten van materiële groei. Laat ons nu de haarspeldbocht nemen en voluit gaan voor een duurzame, reële economie die streeft naar welzijn voor iedereen. Ons maatschappelijk besturingssysteem heeft dringend nood aan een update: naast sociale, moeten ook ecologische correcties inherent deel uitmaken van de vrije markt. Waarom sponsoren we in België nog massaal bedrijfswagens? Waarom is vliegen nauwelijks belast? Waarom promoot onze overheid vleesconsumptie? Waarom is er geen CO2-taks? Waarom geldt voor vervuilende kolen een tarief van 12 procent? Waarom heffen we geen 6 procent op groene stroom en 21 procent op grijze? Waarom wordt wonen in de stad niet fiscaal aantrekkelijker? Waarom wordt een deel van de energierekening van huurders niet doorgeschoven naar de verhuurder? Waarom liggen er geen zonnepanelen op alle openbare gebouwen? Waarom investeren grote pensioenfondsen nog altijd ongestraft in olie en gas? Natuurlijk moet u niet wachten op de overheid. We kunnen zelf allemaal ons steentje bijdragen: bedrijven, burgers, middenveld,… Maar vandaag hebben we meer dan ooit visionaire gezagsdragers nodig, die denken in het algemeen belang én op lange termijn. De overheid moet het kader creëren voor zo’n ingrijpende energietransitie. En om die politici te helpen, hebben we u nodig. Steun Klimaatzaak, word mede-eiser, geef een mandaat aan de volgende regering om een trotse voorloper te zijn en niet achter de feiten aan te hollen. Uit liefde voor onze planeet en onze kinderen, met ethische argumenten of uit welbegrepen eigenbelang. Al die redenen houden steek. Kies maar. De haarspeldbocht komt eraan.
De hefboom naar meer levenskwaliteit Johan Albrecht
I Decarbonisatie I
Ondanks 25 jaar internationaal klimaatbeleid, blijft de CO2-uitstoot stijgen. Energietransitie is nog te veel een zijproject van een groeiverhaal zonder grenzen, vindt professor Johan Albrecht. Niet alleen moeten onze klimaatinspanningen radicaal versnellen. Ook moeten we investeren in slimme groei, die maximale levenskwaliteit biedt. ‘En gelukkig kan niemand tegen levenskwaliteit zijn.’
egen 2050 zal de wereldeconomie verdubbelen, en dat heeft een grote impact op de wereldwijde kapitaalbasis. Zo zijn er naar schatting 800 miljoen extra wooneenheden nodig tegen 2050. Die zullen niet allemaal klimaatneutraal zijn. En intussen blijft een groot aandeel van de huidige inefficiënte woningen in gebruik. Het aantal gemotoriseerde voertuigen steeg tussen 2005 en 2015 wereldwijd met 390 miljoen eenheden. Vandaag zijn er ongeveer 1,35 miljard voertuigen in gebruik, waarvan 99,99 procent gebruik maakt van een conventionele verbrandingsmotor. Tegen 2030 kan het voertuigenpark toenemen met nog eens 300 miljoen – voornamelijk fossiele – eenheden. Tussen 2006 en 2017 steeg het aantal vliegtuigen voor commercieel transport met 30 procent. En de groeiverwachtingen zijn rooskleurig, want de luchtvaartindustrie mikt op een jaarlijkse groei van minimaal 4 tot 5 procent, met dank aan de nieuwe Aziatische middenklasse. De vliegtuigen die tussen 2020 en 2040 op de markt en in de lucht komen, zullen hoofdzakelijk fossiele brandstoffen gebruiken. En dat geldt ook voor een groot deel van de schepen, vrachtwagens, bulldozers of graafmachines die overmorgen gebouwd worden. De stijging van de wereldwijde vraag naar elektriciteit wordt deels gevolgd door een toename van de fossiele capaciteit. Ook in enkele Oost-Europese landen worden nieuwe steenkoolcentrales bijgebouwd. Turkije zou zelfs de ambitie hebben om er tien bij te bouwen. Hierdoor ontstaan andermaal lock-ins met gevolgen tot 2050. Dus ja, we investeren in de energietransitie, maar ook in de expansie van het fossiele systeem. Het gevolg is bekend: het internationale klimaatbeleid bestaat 25 jaar, maar ondertussen steeg de CO2-uitstoot met ongeveer 60 procent. Ook de mens krijgt het zwaar te verduren. Vervuiling veroorzaakt jaarlijks ongeveer 9 miljoen voortijdige overlijdens. Met dank aan onze verouderde infrastructuur. Ter vergelijking: volgens de Wereldgezondheidsorganisatie overlijden jaarlijks 9,6 miljoen mensen aan kanker. Deze evoluties zijn het gevolg van economische groei zonder aandacht voor levenskwaliteit en ecologische beperkingen. De energietransitie bleef te lang een zijproject naast het groeiverhaal zonder grenzen. Intussen mort de bevolking over de slechte luchtkwaliteit, de congestie en de verouderde infrastructuur van onze steden.
T
I5I
Slimme groei streeft naar een infrastructuur die de maximale levenskwaliteit kan bieden. Hoe we onze steden transformeren en heruitvinden als hefboom naar levenskwaliteit, dat is veel belangrijker dan het aandeel elektrische voertuigen tegen 2030. En er zijn veel lowtech-oplossingen. In Kopenhagen gebeurt 62 procent van de woon-werkverplaatsingen in de binnenstad met de fiets. Dankzij de aantrekkelijke infrastructuur kozen veel inwoners vrijwillig voor de eenvoudige fiets. Met een positieve impact op congestie, grondstoffenbeslag en het prangende tekort aan beweging voor de meeste pendelaars. In een dergelijk omgeving hebben investeringen in hernieuwbare energie en slimme elektrische mobiliteit veel meer impact dan die in een almaar uitdeinend fossiel systeem. De groei van de wereldbevolking maakt het noodzakelijk om steden radicaal te transformeren. Steden met de beste levenskwaliteit worden de creatieve hubs van de toekomst en zullen floreren. Iedereen kan zonnepanelen of ledverlichting kopen, maar om steden te transformeren moeten beleidsmakers op vele knoppen tegelijkertijd drukken. Gelukkig kan niemand tegen levenskwaliteit zijn. Johan Albrecht, UGent en Itinera Institute
VERVUILING VEROORZAAKT BIJNA ZOVEEL VOORTIJDIGE OVERLIJDENS ALS KANKER. Johan Albrecht, UGent en Itinera Institute
l Decarbonisatie l
Twee scenario’s om CO2 te bestrijden Ons milieu kan een zekere hoeveelheid CO2 aan, maar die capaciteit is niet oneindig. Vergelijk het met een badkuip: om te vermijden dat die overloopt, draaien we de kraan dicht, maar vergroten we ook de afloop.
í˘ą CO2-uitstoot verminderen
42 Gigaton CO2
De mens veroorzaakt jaarlijks wereldwijd een uitstoot van circa 42 gigaton CO2 per jaar.
Hoe beĂŻnvloedt CO2 de opwarming van de aarde? Broeikasgassen zoals CO2 zorgen ervoor dat de warmte van de zon wordt vastgehouden. De laatste 250 jaar zijn er veel meer broeikasgassen in de atmosfeer beland. De gassen houden extra warmte vast, waardoor de temperatuur al 140 jaar stijgt.
Energie besparen Hernieuwbare energie inzetten Door ons energieverbruik drastisch te verminderen, minimaliseren we de CO2-uitstoot. Beter isoleren, huishoudtoestellen volledig uitschakelen, ... het zijn kleine druppeltjes die helpen de uitstoot te verminderen.
Hernieuwbare energiebronnen gebruiken in plaats van elektriciteit uit fossiele bronnen: dat verkleint de uitstoot van broeikasgassen.
I6I
Naar een circulaire economie
Door afval te recycleren in plaats van te verbranden, vermindert de uitstoot van broeikasgassen. Bovendien worden geen nieuwe grondstoffen aangeboord.
l Decarbonisatie l
í˘˛ CO2 uit de lucht halen CO2 die vrijkomt bij industriĂŤle processen wordt omgezet in waardevolle toepassingen, zoals bouwmateriaal of brandstof.
CO2 hergebruiken
CO2-opvang en opslag
Herstel van door de mens beschadigde omgevingen zoals water, lucht of grond. Diverser grondgebruik kan de bodem opwaarderen.
Bodemregeneratie
Herbebossing
Koolstofdioxidegas dat vrijkomt bij de verbranding van (fossiele) brandstoffen capteren en ondergronds opslaan.
Beter landgebruik en meer bossen kunnen de wereldwijde CO2-uitstoot tegen 2040 met 37 procent verlagen, menen Amerikaanse onderzoekers.
2.700 Gigaton CO2 Streefdoel: stijging van de temperatuur op aarde beperken tot 1,5°C.
29% 22% Wereldwijd transport is goed voor een vijfde van de totale uitstoot. Daarmee is het de vervuilendste sector.
Aandeel van fossiele brandstoffen als stroomopwekker in BelgiĂŤ. Hiermee halen die de tweede plaats, na kernenergie.
2.150 Gigaton CO2 Huidige opwarming van de temperatuur op aarde met 1°C.
15% Aandeel van thuisverwarming in de totale CO2-uitstoot.
CO2-niveau voor het industriĂŤle tijdperk
De consultants van CLIMACT uit Louvain-la-Neuve helpen organisaties om hun impact op het klimaat te verkleinen. Dat gaat over studies rond beperkingsstrategieĂŤn, juridische bijstand en financiering. Bron: CLIMACT
l Decarbonisatie l
‘De wortel én de stok, die hebben we nu nodig’ Massaal minder vlees eten, een CO2-taks op fossiele brandstoffen, CO2 gebruiken als grondstof, … De ideeën voor de energietransitie zijn talrijk, noodzakelijk - en vaak nog niet echt rendabel. Vier experts over optimisme en de noodzaak van snel handelen: ‘Als we niets doen en blijven afwachten, loopt het prijskaartje gewoon nog veel hoger op.’
Er zijn de voorbije jaren al hele bibliotheken vol geschreven over de energietransitie en de noodzaak om de CO2-uitstoot drastisch te verminderen: waar staan we in dat overgangsproces? Ivan Janssens: ‘Hernieuwbare energie is vandaag goed voor niet veel meer dan 3 procent van de totale energiemarkt. Daar hoef ik geen tekeningetje bij te maken, toch? Er zijn echt gigantische investeringen nodig om dat proces te versnellen.’ Manon Janssen: ‘Ivan heeft gelijk, maar ik zie ook licht aan het einde van de tunnel. Het prijskaartje van zonne- en windenergie is de voorbije jaren spectaculair gedaald. Die energiebronnen zijn vandaag zelfs min of meer competitief met fossiele energie. Bovendien is ook het bewustzijn dat het anders en beter moet enorm gegroeid. Dat merk ik haast elke dag.’ Als de prijzen voor niet-fossiele energiebronnen vandaag competitief zijn met het fossiele aanbod, waarom blijven we dan aanmodderen met hernieuwbare energie? Paul De Bruycker: ‘Ik twijfel eerlijk gezegd of die prijzen echt > al competitief zijn. Bedrijven die nu aan de deur kloppen met
I8I
I Decarbonisatie I
HET PANEL SÉBASTIEN SOLEILLE werkte als ingenieur voor Total en Deloitte, en is sinds enkele maanden aan de slag als Global Head of Energy Transition and Environment bij BNP Paribas. MANON JANSSEN is CEO van Ecorys en voorzitster van De Topsector Energie, dat in Nederland de drijvende kracht is achter innovaties voor de transitie naar een betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam energiesysteem. Ze is ook de voorzitter van de Industrietafel in het Klimaat Akkoord.
HET PROBLEEM IS DAT JE EXTRA BELASTINGEN NAUWELIJKS VERKOCHT KRIJGT. KIJK MAAR NAAR HET PROTEST IN FRANKRIJK. Sébastien Soleille, BNP Paribas
I9I
IVAN JANSSENS geeft les aan de UA en doet onderzoek naar de interacties tussen ecosystemen, broeikasgassen en klimaatverandering, en naar hoe we CO2 terug uit de lucht kunnen halen. PAUL DE BRUYCKER is CEO van Indaver. Als belangrijke speler in de recyclage en afvalverwerking zet Indaver in op een CO2-arme sluiting van materiaalkringlopen.
l Decarbonisatie l
> innovatieve projecten kunnen nog altijd niet
Manon Janssen
zonder subsidies als ze concurrentieel willen blijven. Dat moet dus veranderen: als we CO2 de komende jaren zoveel mogelijk willen bannen, dan moeten de duurzame alternatieven nog beter én goedkoper. Een subsidiegedreven economie is geen valabel alternatief.’ Sébastien Soleille: ‘Ik bekijk het toch iets positiever: de klimaatconferentie van Parijs in 2015 heeft duidelijk voor een mentaliteitsverandering gezorgd. De overgrote meerderheid van de bedrijven is wakker geschud. Zij beseffen dat de strijd tegen de klimaatverandering absoluut een prioriteit en een gedeelde verantwoordelijkheid is. Als we het vanuit een puur technologisch standpunt bekijken, dan staan we inderdaad nog maar aan de voet van de berg en zijn er dus nog heel veel horden. Maar die technologische uitdaging hangt nauw samen met de maatschappelijke uitdaging: bij het grote publiek is de draagwijdte van de noodzakelijke maatschappelijke veranderingen nog niet voldoende doordrongen. Daar wringt het schoentje: de consument is niet geneigd om drastische veranderingen te omarmen, omdat hij niet goed weet waar we precies naartoe moeten.’ Dus moeten we nu het grote publiek beter informeren en sensibiliseren, zodat er een breder draagvlak ontstaat voor concrete maatregelen? Manon Janssen: ‘Ik wil dit toch enigszins nuanceren: in Nederland staan we een stukje verder. Daar is al enige tijd sprake van een echte mentaliteitsshift. Het besef is daar breed doordrongen dat we af moeten van fossiele brandstof zoals gas om onze woningen te verwarmen. Nederlanders beseffen ook heel goed de financiële impact van dit soort keuzes: op korte termijn moeten we meer betalen voor onze verwarming, op langere termijn wordt het goedkoper. Maar we hebben tenminste al een plan en een duidelijke toekomstvisie, en dat is extreem belangrijk.’ Ivan Janssens: ‘Wij hebben geen onderzoek gedaan naar de noodzakelijke stappen of trajecten per land, maar het staat wel als een paal boven water dat we het aandeel van nietfossiele energiebronnen alleen maar stelselmatig kunnen opdrijven als we zwaar inzetten op bio-energie. En daarbij botsen we zowat overal op hetzelfde probleem: er is te weinig land beschikbaar voor die massale omschakeling richting bio-energie. De uitleg daarvoor is eenvoudig: zowat 80 procent van alle beschikbare landbouwgrond wordt vandaag ingezet om dierenvoeding te verbouwen. Er zijn dus twee op-
OP KORTE TERMIJN ZULLEN WE MEER BETALEN VOOR ONZE VERWARMING, OP LANGERE TERMIJN WORDT HET GOEDKOPER. Manon Janssen, Ecorys
ties: ofwel eten we massaal minder vlees, vooral minder rundsvlees, ofwel gaan we op zoek naar alternatieven om dierenvoeding anders en elders te produceren. Daar ligt vandaag voor mij de grootste kans én uitdaging om het aandeel van niet-fossiele brandstoffen op korte termijn fundamenteel te verhogen, en zo ook de CO2-uitstoot drastisch terug te dringen.’ Hamvraag is dan: wie moet het voortouw nemen, en waar te beginnen? Paul De Bruycker: ‘In essentie draait het om de wereldwijde competitiviteit. Wie zal er pakweg de Chinezen of Indiërs van overtuigen dat ze hun landbouwgrond voortaan moeten inzetten voor biobrandstoffen in plaats van dierenvoeding, waarmee ze vooral inspelen op de groeiende vleesconsumptie in hun land? Niemand, vrees ik. Dus moeten we het over een andere boeg gooien. We moeten proberen om CO2 te gebruiken als een grondstof, waardoor het een belangrijke positieve factor kan worden in dat wereldwijde competitiviteitsverhaal. Ook bedrijven zullen dan maar al te graag mee op de kar springen. En de technologie daarvoor is al min of meer beschikbaar.’
I 10 I
l Decarbonisatie l
WIJ ONDERVINDEN DOORGAANS GEEN PROBLEMEN OM NIEUWE PROJECTEN GEFINANCIERD TE KRIJGEN. Paul De Bruycker, Indaver
Paul De Bruycker
Sébastien Soleille
Manon Janssen: ‘Ik denk dat de technologie daar nog niet helemaal rijp voor is. Terwijl het ons nochtans niet aan financiële middelen ontbreekt om die technologie te ontwikkelen. Pensioenfondsen bijvoorbeeld willen maar al te graag investeren in de ontwikkeling van duurzame technologie. Bovendien heeft Nederland met de windmolens voldoende bewezen dat je, door nieuwe duurzame technieken in hun beginstadium te financieren met publieke subsidies, dit soort technologie op relatief korte tijd ook levensvatbaar en concurrentieel kunt maken. Vandaag zijn we in Nederland bijvoorbeeld nagenoeg gestopt met de subsidiëring van windenergie en verleggen we de focus naar de tijdelijke subsidiëring van nieuwe technologie die de CO2-uitstoot moet verminderen. We overtuigen bedrijven zo om nu - met hulp van de overheid - zwaar te investeren in radicale innovaties die hen op termijn net veel concurrentiëler maken.’ Je kunt de zaak ook omdraaien: als we fossiele energiebronnen een stuk duurder maken, zullen consument en bedrijfsleven wel geneigd zijn om te investeren in alternatieven? Ivan Janssens: ‘Klopt. Als we stroom op basis van fossiele
I 11 I
energiebronnen een pak duurder maken, worden de alternatieven vanzelf al een stuk concurrentiëler. Maar het is wellicht lastig om dit op wereldschaal te organiseren, en dat is noodzakelijk om Europese bedrijven competitief te houden tegenover hun Amerikaanse of Chinese concurrenten. Maar waarom zou de Wereldhandelsorganisatie niet zo’n CO2-taks kunnen opleggen?’ Manon Janssen: ‘Die richting moet het wellicht uitgaan, alleen blijft zoiets in praktijk heel lastig realiseerbaar. Een belasting heffen zorgt er niet automatisch voor dat CO2-reductieprojecten van de grond komen. Je moet bovendien niet alleen de industrie doen betalen, we zijn allemaal mee verantwoordelijk. Ook de consument zal een duit in het zakje moeten doen.’ Sébastien Soleille: ‘Ik ben daar niet zo pessimistisch over. Neem nu China: de politieke machthebbers en de bevolking vinden elkaar daar nu wel, omdat de luchtvervuiling er zo erg is, dat er wel ingrijpende maatregelen moesten komen. Tegelijk zie je dat bijvoorbeeld ook de Chinese auto-industrie zich vandaag al opwerpt tot een voorloper in elektrische auto’s. Nieuwe constructeurs daar beseffen heel goed dat ze met de klassieke verbrandingsmotor niet langer het verschil kunnen maken ten opzichte van Europa of Japan. Maar met hun innovatieve elektrische wagens kunnen ze op relatief korte termijn wereldleider worden. Waarom hebben westerse bedrijven het zo lastig met radicale omschakelingen? Omdat ze al een heel lange en succesvolle geschiedenis meedragen. Het wordt dan een stuk lastiger om het geweer van schouder te veranderen.’ Laten we het even wat concreter maken: wat is vandaag technisch al mogelijk en realistisch als we CO2 willen inzetten als grondstof? Ivan Janssens: ‘CO2 kan via plasma geconverteerd worden tot methanol of ethanol, waardoor het
Annie
>
l Decarbonisatie l
> als grondstof voor andere producten kan worden gebruikt. Maar die technologie zal de eerste tien of twintig jaar economisch wellicht nog niet rendabel zijn.’ ‘Een andere mogelijkheid is het gebruik van CO2 om algen te verbouwen. Algen zijn niet inzetbaar als biobrandstof, dat weten we ondertussen, maar ze kunnen wel een interessante bron van moleculen vormen voor de farmaceutische industrie. Dit kan dus wel tot een economisch rendabel model leiden, ook al omdat de restanten van die algen tot dierenvoeding kunnen worden verwerkt. Het bijkomende voordeel is dat je hiervoor geen landbouwgrond moet opofferen.’ ‘De meest veelbelovende technologie vandaag is die waarbij we CO2 opvangen door te laten reageren met basalt. Basalt bevat heel wat silicium, calcium en magnesium, en die materialen zijn vandaag fel begeerd in tal van sectoren en kunnen de productiviteit van de landbouw verhogen.’ Waar wachten we dan nog op? Ivan Janssens: ‘De technologie is nog niet rendabel genoeg. Maar we beschikken in theorie al over de infrastructuur, want als we het klimaatakkoord van Parijs willen realiseren dan zullen de koolmijnen gesloten moeten worden en wordt de transportinfrastructuur ervan beschikbaar voor andere doeleinden. Deze technologie zou bij wijze van spreken nu meteen kunnen worden ingezet.’ Paul De Bruycker: ‘Wij leveren nu al CO2 aan de glastuinbouw, maar de efficiëntie daarvan is voorlopig nog heel laag. Maar ik ben er wel van overtuigd dat het niet zo heel lang meer zal duren alvorens verschillende toepassingen om CO2 op te slaan en als grondstof te gebruiken wél rendabel zullen worden.’ Manon Janssen: ‘Innovatie vraagt nu eenmaal flink wat tijd. Ik denk dat we vandaag niet zo gek veel keuze hebben, en dat we gewoon moeten inzetten op al die nieuwe technologie
OFWEL ETEN WE MASSAAL MINDER VLEES, OFWEL ZOEKEN WE ALTERNATIEVEN VOOR DE PRODUCTIE VAN DIERENVOEDING. Ivan Janssens, UA
Ivan Janssens
tegelijk. Zonder nu al echt duidelijke keuzes te maken. Als we niets doen en blijven afwachten, loopt het prijskaartje op termijn gewoon nog veel hoger op.’ In welke mate kan de financiële sector een andere of grotere bijdrage leveren? Sébastien Soleille: ‘We kunnen bedrijven uiteraard helpen om innovatieve projecten en technologie te financieren, en daar zie ik stilaan toch een belangrijke trendbreuk. Vijf jaar geleden waren veel klanten amper geïnteresseerd als we de immense uitdagingen van de klimaatverandering bij hen aankaartten. Dat is vandaag heel anders: ze luisteren naar ons. En als bank moeten wij uiteraard bereid zijn om ook projecten op langere termijn mee te ondersteunen.’ Paul De Bruycker: ‘Wij ondervinden doorgaans geen problemen om nieuwe projecten gefinancierd te krijgen. Integendeel, banken zijn behoorlijk happig om mee te gaan in ons discours, op voorwaarde uiteraard dat je een sluitend businessplan kunt voorleggen. De grootste uitdaging is en blijft de noodzakelijke schaalvergroting: de sprong van kleine start-up naar echt groeibedrijf. Dat gefinancierd krijgen, het blijft in Vlaanderen nog al te vaak een pijnpunt.’ Slotvraag: moeten we echt een prijs plakken op CO2 om het tij te keren? Ivan Janssens: ‘Dat lijkt me cruciaal.’ Sébastien Soleille: ‘Het probleem is natuurlijk dat je hogere of extra belastingen vandaag amper nog verkocht krijgt. Kijk maar naar de protestacties in Frankrijk. Je moet mensen niet alleen stok, maar ook een wortel voorhouden.’ Manon Janssen: ‘Toch zou zo’n veralgemeende CO2-taks wel degelijk een zeer belangrijke trigger kunnen zijn, zowel voor de industrie als voor de individuele consument. Je moet het alleen zodanig inrichten dat het ook daadwerkelijk CO2 gaat verminderen. De volgende vraag is dan natuurlijk: hoe bepaal je die prijs? En wie neemt het initiatief, en op welk niveau? Maar op termijn gaan we zeker in die richting. De wortel én de stok, die hebben we inderdaad nodig.’ ll
I 12 I
‘We moeten het energieen klimaatbeleid koppelen’ De Europese Unie heeft eind november haar ambitieuze klimaatplannen voorgesteld. Tegen 2050 moet Europa klimaatneutraal zijn.
en van de architecten van dat plan is Jos Delbeke, tot voor kort directeur-generaal Klimaat bij de Europese Commissie. ‘Belgische bedrijven lopen voor in hernieuwbare energie, denk maar aan offshore windenergie, maar een coherent beleid, dat ontbreekt.’ Halfweg deze eeuw moet de Europese economie klimaatneutraal zijn. ‘Daarvoor rekenen we op beleidsmakers én op bedrijven’, zegt Delbeke. ‘In 2015 spraken 190 landen in Parijs af om de opwarming onder de 2 graden te houden. We kunnen onder de 1,5 graden blijven als we onze economie klimaatneutraal maken. Vandaag ligt de Europese uitstoot van broeikasgassen 22 procent onder het niveau van 1990, tegen 2030 wordt dat 40 procent, maar dit beleid brengt ons niet verder dan 60 procent in 2050. Dat is te weinig Het is dus dringend tijd voor meer actie. Een reductie van 100 procent kan alleen als we CO2 opvangen en opslaan, of de opname van koolstofdioxide stimuleren door bomen en planten.’ En die doelstelling kunnen we halen als we bedrijfsinitiatieven matchen met een coherent beleid, zowel Europees als in de individuele lidstaten. ‘De industrie heeft gelukkig al begrepen dat er geen andere weg is. Ook Amerikaanse bedrijven trouwens, al ziet hun president dat niet in.’
E
Innovatiefonds ‘In België lopen we achter in infrastructuur, ruimtelijke ordening, salariswagens, luchtkwaliteit en zeker onze transportsector. Daarmee subsidiëren we de vervuiling. Om een ambitieus beleid te voe-
BELGIË SLAAGT ER NIET IN OM BESLISSINGEN TE NEMEN. Jos Delbeke, voormalige directeur-generaal Klimaat Europese Commissie
ren, moet je klimaat en energie koppelen in plaats van het beleid steeds meer te versnipperen, zoals België dat doet. We slagen er niet in om beslissingen te nemen. Beslissingen worden in twijfel getrokken, terwijl investeerders zekerheid op lange termijn vragen. Dat staat tegenover veelbelovende bedrijfsinitiatieven in bijvoorbeeld offshore windenergie en batterijtechnologie.’ ‘We moeten bedrijven stimuleren om in milieuvriendelijke alternatieven te investeren. Dat kan met het ETS Innovatie Fonds dat over 10 miljard euro beschikt en waardevolle projecten in bedrijven kan ondersteunen. De kwaliteit primeert daarbij, en niet de nationale portefeuilles.’
I 13 I
Elektrische auto’s Ook al is Europa laat in gang geschoten, Delbeke gelooft dat we de aankoop van nieuwe wagens tegen 2025 voor een kwart tot een derde elektrisch kunnen maken. ‘Het dieselschandaal was een tegenslag, maar we recupereren snel. Alle constructeurs werken aan elektrische voertuigen. En het grote publiek is mee in dit verhaal. Het besef is er.’ ‘Ook de afgelopen warme zomer vergrootte het bewustzijn. En kijk naar de gemeenteraadsverkiezingen, die lieten zien dat er aandacht is voor luchtkwaliteit en duurzaamheid. Er bestaat een enorme dynamiek. Het komt eropaan de tanker te keren, en snel, want de tijd dringt.’ ll
l Decarbonisatie l
En hoe pakt u CO2 aan?
FRANK BECKX, GEDELEGEERD BESTUURDER ESSENSCIA VLAANDEREN
‘We bouwen aan de koolstofslimme samenleving’ Wat betekent decarbonisatie voor essenscia? Het gaat niet over koolstofarm of koolstofneutraal, maar over een koolstofslimme samenleving, waarbij je CO2 verstandig gebruikt, opvangt en hergebruikt. De producten die onze sector maakt, bijvoorbeeld isolatie, besparen ook CO2 in die sectoren waar de grootste klimaatwinsten te boeken zijn, denk aan gebouwen, transport, energie. Daarnaast is de voorbije 20 jaar de productie in de chemiesector verdrievoudigd, terwijl de uitstoot van broeikasgassen is gehalveerd. We zijn dus al klimaatpositief: de CO2-besparing in de gebruiksfase is een veelvoud van de CO2uitstoot tijdens de productie. Welke stappen zetten jullie al in die richting? Innovaties uit de chemie zijn hard nodig voor de realisaties van onze klimaatambities. BlueChem is een ambitieuze incubator voor duurzame chemie in Antwerpen en Catalisti brengt bedrijven en kennisinstellingen samen rond circulaire productieprocessen en biogebaseerde grondstoffen. We hebben ook een plan voorgelegd aan de Vlaamse regering om 25 miljoen per jaar te investeren in basisonderzoek naar duurzame chemie aan onze universiteiten en onderzoekscentra. ll
TRANSPORT
© Studio Dann
LANDBOUW
© Photonews
© RV
CHEMIE
HEIN DEPREZ, CEO GREENYARD
DIANE GOVAERTS, CEO ZIEGLER
‘Recycleerbare verpakkingsalternatieven bieden nog veel mogelijkheden’
‘Onze nieuwe opslagplaatsen zijn door en door groen’
Wat betekent decarbonisatie voor Greenyard? Groenten en fruit zitten al in de meest gezonde voedingscategorie, die ook de minste milieuimpact heeft. En toch streven we ook nog eens naar een continue daling van CO2 in onze bedrijfsvoering: direct in onze verwerkings- en logistieke processen, en indirect bij de teelt van onze grondstoffen. Welke stappen zetten jullie al in die richting? We zetten in op verschillende assen. In onze diepvries- en conservenfabrieken ligt de nadruk op energiebesparing. Bij onze versactiviteiten gaat daarnaast ook veel aandacht naar transportoptimalisatie en nieuwbouwprojecten. We hebben al mooie resultaten geboekt in het streven naar ‘minder verpakking’. Maar er zijn nog opportuniteiten bij meer recycleerbare alternatieven. Daarnaast ondersteunen we onze telers actief. Dat gaat dan over minder gewas beschermingsmiddelen en meststoffen gebruiken en meer aandacht schenken aan bodemstructuur en bodemleven. Zo experimenteren we met regeneratieve landbouwtechnieken in onze bloemenproductie. ll
I 14 I
Wat betekent koolstofvrij werken voor de groep Ziegler? Dat is een omvangrijke uitdaging, want de transportsecor is uiterst energieverslindend. Naast het gebruik van natuurlijk gas, zouden we op termijn kunnen overstappen naar een systeem op basis van elektriciteit, biogas of waterstof, maar die technieken zijn vaak duur en hebben hun sporen nog niet verdiend. Dat houdt ons niet tegen om te investeren in duurzame ontwikkelingstechnieken. Welke stappen zetten jullie al in die richting? Prioritair werken we aan de beperking van de CO2-uitstoot, aan afvalverwerking en aan schone energie. We optimaliseren bijvoorbeeld de verplaatsingen van onze voertuigen om het aantal kilometers die ze afleggen, zo laag mogelijk te houden. We zetten in op vlootnavigatie en kangoeroevervoer om onze ecologische afdruk te verkleinen. En onze opslagplaatsen van de nieuwe generatie zijn door en door groen. In Menen-Rekkem krijgt onze hal volledige ledverlichting en 3.000 m2 zonnepanelen. ll
Scholen besparen en sensibiliseren met zonnepanelen Sun for Schools installeert zonnepanelen op schooldaken. En sensibiliseert tegelijkertijd ook leerlingen, personeel en ouders.
un for Schools is een erkende coöperatie en een sociale onderneming. ‘Dankzij onze coöperanten en banken, kunnen wij de zonnepanelen financieren in zo’n twintig scholen, vooral in Brussel’, legt Alexandre Pirson uit, oprichter en projectmanager van Sun for Schools. ‘Die installaties gaan 25 jaar mee. Het eerste jaar al ligt de elektriciteitsfactuur van de school 30 tot 40 procent lager. Tien jaar lang blijven wij de eigenaar van de installatie en krijgen we de subsidies of groenestroomcertificaten. Daarna wordt de school eigenaar van de panelen.’ Tijdens de 25 jaar levensduur van de zonnepanelen besparen de scholen 2 miljoen euro, zo berekende Sun for Schools.
S
Didactische spelletjes Maar de coöperatie doet meer dan panelen installeren. Pedagogische ondersteuning rond schone energie en milieubescherming is het belangrijkste onderdeel van ons werk, zegt Alexandre Pirson. ‘We proberen iedereen in en rond de school erbij te betrekken: leerlingen, onderwijzend personeel, directie, ouders, enz. We werken met vier voltijds bij Sun for Schools,
I 15 I
en twee mensen houden zich alleen daar mee bezig. We hebben opleidingsmodules voor elke leeftijd, met didactische spelletjes, uitleg … We willen de kinderen zelf de antwoorden laten vinden. En een bezoek aan de installatie op het dak van de school maakt de milieuvriendelijke actie nog tastbaarder.’ Tijdens informatiesessies leren lesgevers en ouders hoeveel CO2 de school bespaarde. Een opvolgingsplatform geeft iedereen een beeld van de vooruitgang van de werken. ‘De ervaring bewijst het: alle doelgroepen tegelijk mobiliseren geeft de beste resultaten’, weet Alexandre Pirson. ‘In september hebben we met een volledige school, van 1.200 leerlingen, leerkrachten en ouders, een sensibilisering voor duurzame ontwikkeling geleid. Het was fantastisch.’ ll
SCHOLEN LATEN BESPAREN MET ZONNEPANELEN? PRIMA! MAAR SENSIBILISEREN ROND KLIMAAT EN MILIEU IS NOG BELANGRIJKER.
l Decarbonisatie l
Herbebossen om een klimaatcatastrofe te vermijden De verwoestende bosbranden in Californië afgelopen herfst hadden een dramatische impact op de opwarming van de aarde. Want bossen zijn uitermate belangrijk om de klimaatopwarming tegen te gaan. De ngo WeForest wil 250.000 hectare bos herstellen en beschermen tegen 2021.
ossiele energie verlaten en onze planeet herbebossen: dat zijn de twee oplossingen van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) in zijn laatste rapport van 7 oktober’, zegt Marie-Noëlle Keijzer, CEO, voorzitster en medeoprichtster van de ngo WeForest.
‘F
250.000 hectare wil de organisatie uit Overijse herbebossen en beschermen tegen 2021. ‘Als we op wereldschaal ongeveer 10 miljoen km2, de oppervlakte van de Verenigde Staten of China, herbebossen, dan kunnen we de klimaatopwarming stoppen. En als elke industrietak 1 procent van dit streefdoel voor zijn rekening neemt, dan betekent dat voor elk van hen de oppervlakte van Portugal.’ Marie-Noëlle Keijzer, wetenschapster en voormalig kaderlid uit de privésector, gelooft sterk in deze bedrijfsaanpak. Haar ngo plant niet alleen bomen, maar ana-
I 16 I
lyseert ook gronden en grondstoffen, voert ‘verrijkingsaanplantingen’ uit, onderhoudt boomkwekerijen… ‘We proberen in elke streek het oerbos te herstellen. Samen met andere ngo’s werken we aan de ontwikkeling van herbebossingsstandaarden’, verduidelijkt Keijzer. ‘Voor de start van een project, tekenen we overeenkomsten met de buurdorpen. We willen hen betrekken bij het project en aanmoedigen om de sites te beschermen.’ In de streek van de Tigris in Ethiopië zijn er bijvoorbeeld 72 wachters voor de herbeboste terreinen. ‘Ze onderhouden de bomen met snoeiwerk. En wij vullen
l Decarbonisatie l
Marie-Noëlle Keijzer
EEN BOS IS EEN BEDRIJFSPROJECT DAT MENSEN SAMENBRENGT. DAT IS VEEL OPWINDENDER DAN EEN CHEQUE ONDERTEKENEN.
© RV
hun salaris aan. We zaaien gras voor herkauwers op een naburig terrein, zodat de kuddes van de nomaden er kunnen grazen.’ WeForest werkt al samen met 300 bedrijven, waaronder BNP Paribas Fortis, Nike, Marriott en Brabantia. ‘Zij gaan een engagement op lange termijn aan, om hun koolstofverbruik te compenseren en tegelijk hun uitstoot te verminderen. Met een aantal ondernemingen werken we soms tot 20 jaar samen om “hun” bos te laten groeien. Zo krijg je een bedrijfsproject dat medewerkers, klanten en partners samenbrengt rond een ge-
meenschappelijke visie. Iedereen groeit samen met de bomen. Dat is veel dankbaarder dan gewoon een cheque ondertekenen.’ Maar heeft de aangroeiende wereldbevolking niet zozeer bossen, dan wel landbouwgrond nodig? Helemaal niet, weet Marie-Noëlle Keijzer: ‘We planten op plekken die te afgelegen of te oneffen zijn voor landbouw. We planten op erg slechte, onvruchtbare grond die niets meer opbracht. Dankzij het bos kan het water weer in de grond sijpelen. En op lange termijn zal de humus van de bomen de kwaliteit van de grond herstellen.’ Wereldwijd is er 20 miljoen km2 onvruchtbare landbouwgrond. Om de temperatuur onder controle te houden, is de helft van die oppervlakte nodig.
Herbebossen tegen armoede ‘Slechte grond, die is er overal’, vervolgt Marie-Noëlle Keijzer. ‘Zoutgronden in Australië, gebieden die verzanden in Ethiopië, in Zambia, … We moeten bebossen in landen waar de impact op het klimaat samengaat met sterke socioeconomische voordelen. Door die bevolking uit de extreme armoede te halen, geven we hen een nieuwe toekomst.’ Heel wat bedrijven handelen verantwoordelijk, benadrukt de voorzitster van de ngo. Ze beperken zich niet tot de
I 17 I
compensatie van vliegreizen van hun medewerkers, maar staan stil bij hun volledige voetafdruk: bevoorrading, productie, distributie, enz. ‘In een joert gaan leven, dat brengt niets op. Bedrijven en particulieren moeten zich verantwoordelijk gedragen. Vliegen tussen twee Europese hoofdsteden voor 20 euro, dat heeft een catastrofale impact op het klimaat. Als iedereen die trajecten zou beperken tot een reis per jaar, zou dat een grote stap in de goede richting zijn. Met videoconferenties vermijd je heel wat verplaatsingen. En dankzij de bedrijfsvoertuigencultuur in België gaan mensen 100 km van hun werkplaats wonen… Dat is absurd. Soms moet gezond verstand het afleggen tegen kostenbesparingen’, betreurt Marie-Noëlle Keijzer. Maar ze blijft geloven in de toekomst en verheugt zich over de recente vooruitgang. ‘De Franse regering vroeg de Europese Commissie om binnen 10 jaar de “geïmporteerde ontbossing” uit te roeien. De tijd dringt, want we verliezen elk jaar nog twee keer de oppervlakte van België, ondanks de herbebossing.’ Tot slot herinnert Keijzer nog even aan de Klimaatconferentie van Parijs. ‘Toen waren het de grote oliebedrijven die de invoering eisten van een koolstoftaks. Dat is een erg krachtige tool, zelfs al roept die invoering heel nu wat spanningen op, zoals we zien met het protest van de Franse fluohesjes.’ ll
l Decarbonisatie l
CO2 als hulpbron Het Zwitserse Climeworks ontwikkelde technologie die CO2 opvangt uit de lucht. Hun fabrieken verkopen die daarna aan industriële klanten uit de landbouw- en voedingssector, de automobielindustrie, … of slaan het op in de IJslandse ondergrond.
O2 verminderen, maar ook CO2 opvangen: dat is noodzakelijk om de temperatuurstijging van de aarde onder de 2°C te houden. ‘We hebben het dan over negatieve uitstoot’, verduidelijkt Louise Charles communicatieverantwoordelijke, van Climeworks. ‘Onze technologie berust op CO2-collectoren die werken zoals een spons. Aan de zijkant van elke machine stuurt een ventilator de omgevingslucht naar een filter van poreus granulaat, bewerkt met amines. Door een chemische reactie wordt de CO2 gefixeerd. Zodra de filter verzadigd is, sluiten we de machine af en verhitten we die tot ongeveer 100°C, om de chemische verbindingen tussen de koolstof en de filter te breken.’ De gebruikte warmte komt uitsluitend van hernieuwbare elektriciteit of van thermisch afval. De filter is duizenden keren herbruikbaar. En de gewonnen CO2 kan worden gecommercialiseerd onder gas- of vloeibare vorm, bijvoorbeeld om lucht in serres te overladen met CO2, een goeie meststof. De voedingsindustrie gebruikt CO2 dan weer voor bruisende drankjes, bioplastic en om de houdbaarheidsduur van verpakte producten te verlengen. Autobouwer Audi gebruikt de CO2 van Climeworks voor onderzoek naar biobrandstoffen.
C
‘Rotsen’ van koolstof Dat procedé gebeurt vooral in de Zwitserse fabriek. ‘Op onze IJslandse site werken we ook aan duurzame en permanente opslag’, gaat Louise Charles voort. ‘Het inzamelmechanisme van de CO2 is hetzelfde. Maar daarna komt er een soort van gigantische sodamachine: het gas wordt onder de vorm van spuitwater ingespoten in de ondergrond, waar het reageert met de basaltrotsen, en in twee jaar tijd zal mineraliseren.’ In de komende jaren moet de ca-
paciteit van de IJslandse fabriek vermenigvuldigd worden met 30. In de IJslandse ondergrond kunnen miljarden tonnen opgeslagen worden. Eenheden zoals in de Zwitserse fabriek gaan binnenkort open in heel Europa. Louise Charles: ‘We worden gefinancierd door een consortium van privé-investeerders. Het bedrijf haalde vorige zomer 30 miljoen Zwitserse frank op, ongeveer 25,6 miljoen euro. In totaal verzamelde het bedrijf sinds de oprichting in 2009 50 miljoen Zwitserse frank (of 44,2 miljoen euro) investeringen.’ Climeworks streeft naar de opvang van 1 procent van de CO2 uitstoot tegen 2025. ‘We zijn goed op weg om die doelstelling te bereiken’, glimlacht Louise Charles. ‘Maar dat succes ontslaat de wereld niet van zjn enorme verplichting om de CO2 -uitstoot te verminderen. Dat blijft onontbeerlijk.’ ll
I 18 I
l Decarbonisatie l
Tien zonnepanelen voor één auto e corebusiness van het Belgische bedrijf Enerdeal bestaat uit kant-en-klare zonnepanelen voor professionals. Dat is een oplossing die bijdraagt aan de energietransitie en de klimaatbescherming, meent CEO Grégoire de Pierpont. ‘We bieden onze producten in directe verkoop aan, maar ook via leasingformules’, verduidelijkt Grégoire de Pierpont, oprichter en CEO van Enerdeal. ‘Onze industriële klanten moeten hun investeringscapaciteit behouden voor hun corebusiness. Daarom zorgen wij voor de installatie van de centrale, meestal op het dak. Wij nemen de bouw, de financiering, het onderhoud en de werking voor onze rekening. Naargelang het type en de oppervlakte, mogen onze klanten rekenen op 30 tot 70 procent minder elektriciteitsverbruik.’ Daarnaast zijn ze beschermd tegen toekomstige tariefstijgingen van die energie. En ze verkleinen natuurlijk hun ecologische voetafdruk en dragen bij tot de beperking van de klimaatopwarming. Enerdeal werd 10 jaar geleden opgericht, stelt 20 personen tewerk en heeft een omzet van 7,5 miljoen euro. Het is actief in de drie Belgische gewesten, in Luxemburg en ook in Afrika. Sinds begin 2018 krijgt de Congolese stad Manono elektriciteit van de grootste autonome zonnecentrale met batterijsysteem in Centraal-Afrika. De site werd volledig uitgerust door Enerdeal, in samenwerking met het Congolese bedrijf GFI.
D
© RV
Elektrisch rijden
ONS SUCCES ONTSLAAT DE WERELD NIET VAN ZIJN ENORME VERPLICHTING OM DE CO2-UITSTOOT TE VERMINDEREN.
I 19 I
‘Tot voor kort werd de ontwikkeling op grote schaal van zonne-energie afgeremd door de onderbroken input’, erkent Grégoire de Pierpont. ‘Dat obstakel zijn we uit de weg aan het ruimen, dankzij de spectaculaire kostendaling van batterijen, die elk jaar zo’n 20 procent goedkoper worden, en die volgt op een gelijkaardige evolutie bij de zonnepanelen.’ Die prijsdaling van batterijen, samen met die van zonne-energie, zal bijdragen aan de sterke ontwikkeling van de elektromobiliteit. Want zonne-energie en elektromobiliteit zullen de volgende 5 tot 10 jaar exponentieel groeien. ‘Een enkel zonnepaneel in België kan jaarlijks genoeg energie leveren om een elektrische auto 1.500 km te laten rijden’, weet Grégoire de Pierpont. ‘Dus met tien panelen heb je genoeg energie voor de gemiddelde jaarlijkse afstand van een auto, namelijk 15.000 km.’
l Decarbonisatie l
‘Als we de CO2-uitstoot van de transportsector willen reduceren, dan moeten we ook naar onszelf als consument durven te kijken’, vindt transporteconoom Christa Sys. ‘Onze bevolking groeit aan, daardoor stijgt onze consumptie en bijgevolg neemt het transport toe. Dat gebeurt wel duurzamer, maar niet voldoende om de uitstoot te doen dalen. En dat is ronduit schokkend.’
‘Ecologie moet primeren op economie’ rofessor Christa Sys is verbonden aan het Departement Transport en Ruimtelijke Economie en aan het Centre for Maritime & Air Transport Management (C-MAT) aan de Universiteit Antwerpen. En ze is houder van de BNP Paribas Fortis Leerstoel Transport, Havens en Logistiek. Sys is gespecialiseerd in de operationele aspecten van maritiem transport. ‘Ik ben aangenaam verrast over de talloze initiatieven in de sector om de CO2-uitstoot te verminderen. Er gebeurt veel, maar de meeste bedrijven communiceren er amper over’, constateert Sys. ‘Vanuit de Leerstoel organiseer ik cafés waar de belangrijkste spelers uit de bedrijfswereld elkaar ontmoeten. Uiteraard om te netwerken, maar vooral om kennis te delen en samen oplossingen te zoeken. Samenwerking en co-innovatie zijn een absolute must.’ Een combinatie aan maatregelen is nodig om de ecologische voetafdruk van het maritiem transport te verminderen. ‘Ten eerste moeten we technologische stappen nemen. Automatisering en 3D-printing maken de nood om te delokaliseren kleiner. Ten tweede zijn er operationele maatregelen. Een mooi voorbeeld: trager varen. Dat heeft een onmiddellijke impact op de CO2-uitstoot. Ook schaalvergroting – grotere schepen – kan helpen. Al is
P
dat een tweesnijdend zwaard, omdat de havens en terminals moeten volgen. Tot slot moeten we zoeken naar de meest duurzame brandstoffen. Ik geloof sterk in biofuels, maar dan wel brandstof die niet ten koste gaat van onze voedselproductie, bijvoorbeeld op basis van algen en waterstof.’
Langetermijnvisie ‘Het is duidelijk dat de academische wereld de bedrijfswereld kan helpen met tools om de juiste keuze te maken. Daarnaast hebben we een langetermijnvisie nodig en moeten we op de overheid rekenen. In het wegvervoer zag je bijvoorbeeld dat dankzij de kilometerheffing de meeste vrachtwagens werden vervangen door modellen die veel minder CO2 uitstoten. Ook in de maritieme sector hebben we zo’n beleid nodig.’ ‘En ook de financiële sector heeft zijn
rol te vervullen. Tijdens een van mijn cafés ging het erover dat bpost leningen heeft afgesloten in functie van CSR, maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dat heeft bij de bedrijven in dat café een schokgolf teweeggebracht. Ze beseften dat ze alleen nog op financiering kunnen rekenen als ze duurzaam ondernemen. Andere beseffen dat ze goed bezig zijn, maar dat ze er te weinig over communiceren.’ ‘We moeten komen tot businessmodellen waarin duurzaamheid eerst komt. En dat betekent niet dat we moeten inboeten op economie. Dit kan nieuwe businesskansen met zich brengen. Ik ben optimistisch. Je voelt dat er iets leeft, de nood bestaat om samen oplossingen te vinden: industrie, bank en academische wereld. En maar goed ook, want de logistieke sector is enorm belangrijk. Met de opbrengsten van onze havens kun je het hele Vlaamse onderwijs betalen.’ ll
ER GEBEURT VEEL, MAAR DE MEESTE BEDRIJVEN COMMUNICEREN ER AMPER OVER. Christa Sys, transporteconoom
I 20 I
l Decarbonisatie l
Samenwerken aan duurzame investeringen Ondernemingen en organisaties uit de publieke sector kunnen sinds 1 september terecht bij het Sustainable Business Competence Centre van BNP Paribas Fortis. Dat biedt advies en ondersteuning bij duurzame investeringen. ndernemingen staan voor twee hele grote uitdagingen. Aan de ene kant creëren nieuwe innovatieve technologie en processen disruptie in hun sector. Aan de andere kant worden ze door hun eigen stakeholders (zoals leveranciers, klanten en aandeelhouders) steeds nadrukkelijker aangespoord om een duurzaam beleid te voeren. ‘Nog te vaak zien ondernemingen of organisaties dat als een probleem of een risico. Nochtans is het in de eerste plaats een opportuniteit’, zegt Guy Pollentier, die aan het hoofd staat van het Sustainable Business Competence Centre. De bankier verwijst naar cijfers van de Wereldbank. Die berekende dat er wereldwijd en jaarlijks voor meer dan 5.000 miljard dollar aan investeringen nodig zijn om de shift te maken naar een duurzame maatschappij. Pollentier: ‘Elk bedrijf moet dus nadenken hoe dat een kans kan zijn om nieuwe producten of diensten aan te boren.’ En de focus op duurzaamheid opent niet alleen de weg naar nieuwe activiteiten. Duurzame investeringen leveren vaak een besparing op, het geeft de reputatie bij stakeholders meer glans en het creëert een voorsprong op zowel de concurrentie als de veranderde wetgeving. ‘Toch merken we dat veel klanten in de praktijk nog niet echt bezig zijn met duurzaamheid. Ze denken dat het niet hun kernactiviteit is en ze missen soms ook de expertise. Net daarom willen we hen adviseren en ondersteunen, zegt Guy Pollentier. Het Sustainable Business Competence Centre levert expertise rond vier belangrijke duurzaamheidsthema’s: decarbonisatie, smart cities, circulaire economie en human capital.
O
Cocreatie Klanten die een nieuw businessmodel of een investering overwegen – zoals bijvoorbeeld hernieuwbare energie of een nieuw circulair productieproces – kunnen daarvoor terecht bij het Sustainable Business Competence Centre. Pollentier: ‘Het is vanzelfsprekend dat we als bank de financiële haalbaarheid van zo’n project bekijken. Maar we willen dieper gaan. Zo geven onze specialisten technisch advies, zodat klanten ook een zicht hebben op de technologische mogelijkheden.’ Het Sustainable Business Competence Centre fungeert ook als matchmaker. Pollentier: ‘Veel ondernemingen kennen elkaar niet. Met onze bank hebben we natuurlijk een enorm netwerk, waardoor we de juiste partijen kunnen samenbrengen om innovatieve oplossingen te ontwikkelen.’ Want hoewel bij de grote ondernemingen duurzaamheid al vaak deel uitmaakt van de bedrijfsstrategie, moeten ze door hun logge structuur wel een beroep doen op kleinere innovatieve spelers. Bij de kleine ondernemingen creëert dat dan weer een karrenvracht aan nieuwe kansen. ll
I 21 I
l Decarbonisatie l
Het bedrijf dat overbodig wil worden Hoeveel CO2 stoot uw bedrijf precies uit? Hoe vermindert u die uitstoot? En hoe compenseert u de resterende uitstoot? Dat zijn de vragen die CO2Logic beantwoordt. ‘Wij zijn wereldwijd pioniers met onze aanpak om bedrijven CO2-neutraal te maken’, vertelt CEO Antoine Geerinckx.
et grote namen als Proximus, Pain Quotidien, Lotus Bakeries, WWF, Interparking, Barco, Spadel en UCB in portefeuille oogt het palmares van CO2Logic indrukwekkend. ‘We zijn gestart in 2007, in de periode dat “An Inconvenient Truth” uitkwam, de klimaatfilm van de gewezen Amerikaanse vicepresident Al Gore’, vertelt medeoprichter Antoine Geerinckx. ‘Onze missie? Bedrijven informeren en sensibiliseren, zodat ze hun CO2-uitstoot verminderen en uiteindelijk CO2-neutraal worden. Daarvoor kunnen wij een internationaal erkend label uitreiken, gewaarborgd door certificatiebedrijf Vinçotte.’
M
Vierstappenplan CO2Logic ontwikkelde een eenvoudig vierstappenplan dat werkt voor uiteen-
lopende bedrijven, zowel industriële spelers als dienstverlenende bedrijven. ‘Alles begint bij meten. In tegenstelling tot andere labels meten wij het reële verbruik van een organisatie, jaar na jaar. We doorpluizen de facturen van elektriciteit en gas tot airconditioning en woonwerkverkeer. Zo krijgen we een beeld van de volledige CO2-voetafdruk van een organisatie. Daarmee bieden we meteen ook een antwoord op greenwashing. Onze klanten doen meer dan een hokje op een invulformulier aanvinken.’ ‘Als je een algemeen overzicht hebt van je impact, kun je maatregelen nemen. Waar liggen mogelijkheden om je CO2uitstoot eenvoudig te verminderen? Met een paar acties kan je vaak je energiekosten reduceren, en dat levert onmiddellijk een kostenbesparing op. Hoe ver-
CO2-NEUTRALE BEDRIJVEN MOGEN DAARVOOR ERKENNING KRIJGEN, ZE BETALEN EEN VRIJWILLIGE CO2-TAKS. Antoine Geerinckx, CO2Logic
I 22 I
der je gaat, hoe moeilijker. Maar daarvoor hebben wij gespecialiseerde adviseurs in huis die een aanpak op maat kunnen uittekenen. Stap drie is de restuitstoot compenseren via klimaatprojecten’, zegt Geerinckx. Als vierde stap noemt Geerinckx een sterke communicatie, intern en extern. ‘Als je ervoor kiest CO2-neutraal te zijn, draai je zelf op voor je impact op het klimaat. Je schuift het probleem niet door naar de maatschappij en de volgende generaties. Bedrijven die dat doen, mogen daarvoor erkenning krijgen, ze betalen een soort vrijwillige CO2-taks. Bovendien, als iedereen voor zijn eigen deur veegt, is heel de straat proper. Op termijn zou een bedrijf als CO2Logic niet meer nodig moeten zijn. We runnen een soort zelfmoordbusiness, maar zover is het nog lang niet. We compenseren momenteel nog steeds minder dan 1 procent van de jaarlijkse CO2-uitstoot in België.’
l Decarbonisatie l
WE RUNNEN EEN SOORT ZELFMOORDBUSINESS, MAAR ZOVER IS HET NOG LANG NIET. Antoine Geerinckx, CO2Logic
‘We willen dat de lokale bevolking het project in stand houdt. Om zeker te zijn dat de mensen hun oventje niet doorverkopen, vragen we er een klein bedrag voor, in plaats van ze gewoon uit te delen. In Benin verspreiden we bijvoorbeeld de Teg-Stove: oventjes waarmee je terwijl je kookt een gsm of ledlamp kunt opladen. Om te vermijden dat mensen hout verbranden om hun gsm op te laden, worden tegelijk ook zonnekiosken gebouwd.’
Hr-voordeel Houtoventjes Om de overgebleven CO2-impact te compenseren richt CO2Logic zich op ontwikkelingslanden. ‘In Afrika zal de CO2uitstoot de komende jaren alleen maar stijgen’, verduidelijkt Geerinckx. ‘We spelen er een actieve rol, maar we vermijden een neokoloniale aanpak, omdat we samenwerken met lokale ngo’s. Onze partners beschikken over de juiste competenties en moeten hun reputatie blijven bewijzen. Ze zetten voor en door de bevolking klimaatprojecten op. Ze planten niet zomaar bomen, terwijl er elders gekapt worden. Al onze projecten zijn gecertifieerd met het Gold Standard Label, waardoor we alles kunnen controleren.’ De strijd tegen ontbossing loopt als een rode draad door de initiatieven van CO2Logic. ‘De manier van koken is een groot probleem. 93 procent van de Afrikanen kookt op enkele stenen waartussen ze een vuurtje stoken. Aangezien de bevolking explodeert, hebben ze steeds
meer hout nodig. Daardoor komen de bossen onder druk te staan. Eeuwenoude wouden met een enorme biodiversiteit worden bedreigd. Bovendien veroorzaken houtvuren luchtwegeninfecties, na malaria de grootste doodsoorzaak in Afrika.’ Het Saving Trees-project in Oeganda pakt beide problemen aan. ‘We zochten een oplossing die zowel de bossen beschermt als de levenskwaliteit van de lokale bevolking verbetert. Die vonden we in de verspreiding van ‘simpele’ oventjes. Ze verbruiken de helft minder houtskool en produceren minder rook, goed voor een reductie van 2 ton CO2 per jaar. Een gezin bespaart er 100 dollar per jaar mee. Bovendien moeten ze minder hout sprokkelen, kunnen ze sneller koken en hebben ze minder last van luchtwegeninfecties. Hier heb je onmiddellijk een positieve impact op verschillende SDG’s of duurzame ontwikkelingsdoelen.’
I 23 I
‘Waarom bedrijven bij ons aankloppen? Stilaan beseffen de meeste organisaties dat ze iets moeten doen aan hun klimaatimpact. Ze begrijpen ook dat ze kosten besparen als ze energiezuiniger werken. Het is bovendien een marketingtroef als je kunt uitpakken met het CO2-neutraal label op je voordeur, want het is een garantie voor serieuze klimaatactie. Tot slot is een duurzaam imago steeds belangrijker in human resources. Jonge, talentvolle afgestudeerden hebben mogelijkheden zat om aan de slag te gaan. Ze zoeken naar bedrijven die dezelfde duurzame waarden nastreven als zijzelf.’ Aanvankelijk had CO2logic met scepticisme af te rekenen. ‘Is het wel correct om voor het klimaat te strijden en daar tegelijk je brood mee te verdienen, vroegen sommige ngo’s en milieuactivisten zich af. Maar ondertussen hebben we bewezen dat we samen echt een verschil maken.’ ll
l Decarbonisatie l
‘Innovatie is nog te weinig een prioriteit voor de bouwsector’ Onze woningen en bedrijfsgebouwen tekenen vandaag voor zowat een derde van onze totale CO2-uitstoot. Naast de verwarming met fossiele brandstoffen blijkt, verrassend genoeg, ook de productie van bouwmaterialen een grote boosdoener. Daar ligt dus nog flink wat potentieel in de strijd tegen CO2.
ls ingenieur-architecte trok de Belgische Catherine De Wolf eerst naar het Amerikaanse MIT, waar ze een doctoraat in buildingtechnology behaalde. Vandaag werkt ze in Zwitserland, en bestudeert ze de ecologische impact van gebouwen. We brachten haar – telefonisch – samen met Nicolas Bearelle, een van de oprichters van Revive. Die projectontwikkelaar creëert op duurzame wijze kwalitatieve en betaalbare woonbuurten. Daarvoor koopt Revive onder meer oude industriële panden op, die het dan volledig saneert. Daarbij zet de projectontwikkelaar sinds enkele jaren uitsluitend hernieuwbare energiebronnen in.
A
Hoe problematisch is het aandeel van de bouwsector vandaag in het CO2-uitstootverhaal? Catherine De Wolf: ‘De Europese bouwsector is verantwoordelijk voor zowat een derde van al het afval dat Europa produceert. Rond CO2-uitstoot scoort de sector haast even slecht, al lopen de exacte percentages uiteen van land tot land. Er is de voorbije jaren heel wat nieuwe reglementering bijgekomen om de operationele uitstoot van gebouwen – zeg maar verwarming, koeling en ventilatie – te verminderen. Maar daarbij wordt natuurlijk nog geen rekening gehouden met de CO2 die de productie van de bouwmaterialen zelf meebrengt. Dit leidt
DE CONSUMENT KAN DE BOUWSECTOR HEEL SNEL TOT EEN MENTALITEITSSHIFT DWINGEN. Catherine De Wolf, ingenieur-architect
I 24 I
soms tot paradoxale situaties: extra isolatie vermindert enerzijds wel de operationele uitstoot van CO2, maar tegelijk leidt de productie van dat isolatiemateriaal tot extra CO2.’ In welke mate is het vandaag al realistisch om gebouwen met een minimale ecologische impact tegelijk ook zo kostenneutraal mogelijk te realiseren? De CO2 die veroorzaakt wordt door de bouwmaterialen zelf lijkt daarbij een stevige olifant in de kamer? Nicolas Bearelle: ‘Doordat we in onze nieuwe projecten geen gasnetwerk moeten aanleggen, sparen we al snel enkele honderdduizenden euro’s uit. Dat geld kunnen we investeren in duurzame verwarmingstechnieken, zoals geothermie, maar op korte termijn blijft dit natuurlijk een duurder alternatief. Als je het op langere termijn bekijkt, haal je die zwaardere begininvestering er wél uit. Na vijftien jaar loopt het rendement zelfs al snel op tot 6 à 10 procent.’ ‘De bouwmaterialen, dat blijft inderdaad een pijnpunt. We leggen onze ingenieurs en aannemers op om bouwmaterialen te gebruiken die zo duurzaam mogelijk geproduceerd worden, maar zeker voor isolatiemateriaal blijft dit een stevige uitdaging.’ Hoe ver staan we vandaag al in de reductie van de CO2 bij de productie van veelgebruikte bouwmaterialen? Catherine De Wolf: ‘De uitdaging is dubbel. In eerste instantie moeten we werken aan een betrouwbare en zo breed mogelijke database die
aangeeft hoeveel CO2-uitstoot de fabricatie van een bepaald bouwmateriaal precies veroorzaakt. Pas als die gegevensbank voldoende uitgebouwd is, kunnen we daar ook echt rekening mee houden. In afwachting daarvan proberen we het circulaire model, waarbij we materialen telkens opnieuw hergebruiken, nu zoveel mogelijk te stimuleren. Als een gebouw gesloopt wordt, belanden de bouwmaterialen niet langer in een afvalcontainer en kan de CO2impact dus ook gespreid worden over meerdere levenscycli.’ Is het een goed idee om een materialenpaspoort in te voeren, zoals Nederland dat nu al probeert? Nicolas Bearelle: ‘Dat paspoort bestaat vandaag nog niet in België. Maar iedereen in onze sector die met duurzaamheid bezig is, kijkt daar inderdaad naar uit. Dat zou een stevige stap voorwaarts betekenen. Ik zie ook flink wat potentieel in modulair bouwen. Die modulaire gebouwen moet je, zodra ze van bestemming of functie veranderen, dus niet zwaar verbouwen of zelfs slopen. Ze kunnen heel vlot aangepast worden in functie van nieuwe noden. Maar nog al te veel aannemers blijven heel traditioneel denken, dat is het grote probleem in ons land. Innovatie staat doorgaans niet boven aan de todolijst in de bouwsector. Er zijn maar weinig sectoren waar, in verhouding tot de totale omzet, zo weinig wordt geïnvesteerd in innovatie.’
Catherine De Wolf
I 25 I
Het overgrote deel van onze woningen wordt nog altijd verwarmd met fossiele brandstoffen: voeren we dan niet het verkeerde gevecht, en moeten we niet eerst die gigantische bron van CO2-uitstoot aanpakken? Catherine De Wolf: ‘Ik denk niet dat we moeten kiezen. We moeten die strijd op beide fronten leveren.’
>
l Decarbonisatie l
BIJ JONGERE KLANTEN IS DUURZAME ENERGIE HAAST VANZELFSPREKEND. EN TERECHT: OP TERMIJN IS HET ABSOLUUT NIET MEER DUURDER. Nicolas Bearelle, Revive Nicolas Bearelle
>
Nicolas Bearelle: ‘Je mag vooral niet onderschatten in welke mate het bewustzijn dat het anders moet én kan ook bij de klant op korte tijd heel erg gegroeid is. De eerste vraag die wij vandaag krijgen van een 60-plusser met nieuwbouwplannen, is welke verwarmingstechnieken we zullen gebruiken. Bij jongere klanten is duurzame energie haast vanzelfsprekend, en terecht: op wat langere termijn is het gebruik van duurzame energie absoluut niet duurder meer.’ ‘Het bewustzijn rond de CO2-impact van de bouwmaterialen zelf blijft nog eerder beperkt. Bovendien bestaat er wel degelijk een prijsverschil tussen de tradtionele en meer duurzaam geproduceerde materialen. Maar ook daar kunnen we op korte termijn relatief snel vooruitgang boeken.’ Hoe kunnen we de bouwsector dan min of meer dwingen om ook in hun materiaalkeuze de duurzame kaart te trekken? Catherine De Wolf: Ik denk dat hier een belangrijke taak weggelegd is voor de overheid. Je kunt het bijvoorbeeld wettelijk verplicht maken om alleen bouwmaterialen te gebruiken waarvan we precies weten hoe ze geproduceerd werden en wat hun CO2-impact is. Dit is ook niet zo’n reusachtige stap: veel producenten zijn daar nu al vrijwillig mee bezig. Er bestaat ook al een gegevensbank die de informatie rond heel wat materialen bundelt.’ En wat met de rol van de consument? Kan een goede en correcte sensibilisering die consument - de (ver)bouwer dus - wakker schudden? Catherine De Wolf: ‘Ik denk dat thema’s zoals luchtkwaliteit en duurzaamheid de volgende jaren stevig aan belang zullen winnen. Ook bij het bredere publiek, dat daar vroeger misschien
I 26 I
nog iets minder van wakker lag. Een juiste materiaalkeuze speelt daar een belangrijke rol, omdat er bijvoorbeeld ook een rechtstreeks verband is tussen de gebruikte materialen en de afvalstroom. Ik geloof heel erg in die triggerende rol van de consument. Wij wetenschappers moeten dus blijven inzetten op de bewustmaking van die consument, net omdat die de bouwsector heel snel tot een mentaliteitsshift kan dwingen. Nicolas Bearelle: ‘Je mag het inderdaad niet aan de markt overlaten. Ik denk dat ook de overheid moet slaan en zalven. Ze kan enerzijds de bouwsector sensibiliseren, maar moet anderzijds ook een aantal fiscale maatregelen opleggen, waardoor het voor de consument aantrekkelijker wordt om de meest duurzame alternatieven te kiezen. Daarnaast zie ik toch ook heil in de realisatie van grote, collectieve bouwprojecten, omdat je dankzij die schaalgrootte het prijskaartje van innovatieve duurzame technieken per woning naar beneden kunt halen.’ ll
Ontsnap aan de fossiele zeepbel Volledig afstappen van fossiele brandstoffen betekent niet het einde van de industrialisering. Integendeel, het leidt tot een volgende fase in de modernisering van onze industrie. Als we niet snel fossiele brandstoffen achter ons laten, riskeren we alle kuststeden te verliezen, een woestijn te maken van het Middellandse Zeegebied, ecosystemen in elkaar te laten stuiken. Het gevolg? Oorlogen om voedsel en water en tientallen miljoenen klimaatvluchtelingen. Mark Carney, de gouverneur van de Britse centrale bank, waarschuwde drie jaar geleden al voor de financiële risico’s voor beleggers als we gewoon blijven investeren in de fossiele economie. Want het leeuwendeel van onze olie-, gas- en kolenreserves wordt onbruikbaar. Om onze klimaatdoelstellingen te halen, kunnen er geen nieuwe steenkoolmijnen, gas- en olievelden worden ontgonnen. En van wat nu al in gebruik is, kan minder dan een derde worden vermarkt. Als we geen fossiele brandstoffen meer kunnen ontginnen, zijn die ook niet meer veel waard. Het verschil tussen de waardering en de reële waarde van activa leidt dan tot een zeepbel. En die springt zodra de winst van de fossiele industrie niet langer als betrouwbaar wordt beschouwd. Door te investeren in zogenoemde high-carbon-, high-risk- en highcostprojecten, is het risico op kapitaalvernietiging en gestrande activa reëel en overal aanwezig. Denk aan pijpleidingen, raffinaderijen en boorplatformen of aan activa zoals bedrijfsvoertuigen, en fossiele verwarmingsinstallaties. Het kapitaal dat daarbij wordt vernietigd zou nochtans heel nuttig zijn om de energietransitie te financieren én een aantrekkelijke meerwaarde te realiseren. Disruptieve transformaties zijn vaak bepalend voor onze vooruitgang en gevestigde spelers halen het zelden van de uitdagers. Zo zijn er vandaag niet meer veel mensen die voor hun job foto’s ontwikkelen, schrijfmachines verkopen of paardenmest in steden opruimen. Wendbare, visionaire bedrijven en regio’s zijn volop de weg van decarbonisatie ingeslagen. In China rijdt 30 procent van alle bussen elektrisch en daar komen er ieder jaar 100.000 bij. Kopenhagen heeft nu meer fiets- dan autoverkeer. En in Manhattan zijn er meer Tesla-laadpunten dan benzinestations. Ambitieuze decarbonisatie zorgt nog decennialang voor jobs die je niet zomaar kunt outsourcen of vervangen door robots. Het zou tussen nu en 2030 ten minste 26 biljoen dollar aan economische voordelen opleveren. Maar we kunnen het fossiele tijdperk niet afsluiten zonder ambitieus overheidsbeleid. Transformaties op die schaal en met die snelheid hebben een sterke, aanjagende rol van de overheid nodig. De Klimaatzaak wil hier iets aan doen met de grootste Belgische rechtszaak ooit. Al meer dan 40.000 Belgen eisen een krachtdadiger klimaatbeleid van hun overheid. In Nederland heeft het gewerkt: Rutte III legt de klimaatdoelstellingen vast in een bindende klimaatwet: tegen 2030 moet de CO2-uitstoot met bijna de helft omlaag ten opzichte van 1990. Dat is meer dan wat Europa vraagt en ligt bijna in lijn met de wetenschappelijke doelstellingen. Serge de Gheldere Futureproofed
AMBITIEUZE DECARBONISATIE ZORGT NOG DECENNIALANG VOOR JOBS DIE JE NIET KUNT OUTSOURCEN OF VERVANGEN DOOR ROBOTS.
IN EEN WERELD IN VERANDERING,
IS DUURZAAMHEID BELANGRIJK VOOR ONS ALLEMAAL. In België verbruiken de gebouwen van de bank sinds 2016 100 procent groene elektriciteit.
Kantoorruimtes worden optimaal gebruikt door de introductie van het shared workplace principe.
Desktop computers zijn vervangen door zuiniger laptops.
V.U.: W.Torfs, BNP Paribas Fortis NV, Warandeberg 3, 1000 Brussel, BTW BE 0403.199.702 - RPR Brussel.
Medewerkers worden aangezet tot duurzaam gedrag via bewustmakingscampagnes.
Dankzij nieuwe technologieën voor vergaderingen op afstand worden beroepsverplaatsingen tot een minimum beperkt.
Dankzij de Green Car Policy kiezen medewerkers voor schonere wagen en ruilen 20% van de managers hun parkeerplaats voor het openbaar vervoer. De resterende CO2-uitstoot die nodig blijft voor onze activiteiten wordt gecompenseerd, door positieve projecten te ondersteunen en bomen te planten via WeForest, dat in Zambia aan herbebossing doet.
BNP PARIBAS FORTIS LEVERT VELE INSPANNINGEN OM DE CO2-UITSTOOT TE VERMINDEREN Meer op bnpparibasfortis.com
De bank voor een wereld in verandering