Skip to main content

VVT deel 2 niv. 3

Page 1

Het boek VVT deel 2 maakt deel uit van Traject V&V, een compleet aanbod voor de opleidingen Verzorgende IG en Verpleegkundige MBO. Het boek is bestemd voor de opleiding Verzorgende IG en geschikt voor alle leerwegen en/of verkorte en flexibele trajecten. VVT | deel 2

VVT deel 2 bevat, samen met deel 1, alle theorie die nodig is om als beginnend beroepsbeoefenaar in de VVT-branche aan het werk te gaan. De theorie sluit aan bij alle kerntaken en werkprocessen die van toepassing zijn op deze uitstroomverbijzondering. De leerinhouden zijn thematisch en overzichtelijk geordend. Bij het ontwikkelen van de leerinhouden van Traject V&V is uitgegaan van de beroepspraktijk van verzorgenden en verpleegkundigen. Daarnaast is rekening gehouden met de verschillende leerstijlen van studenten. Traject V&V bestaat uit meerdere onderdelen. Naast de theorie in de boeken is er een onderdeel praktijksituaties en een onderdeel vaardigheden. Praktijksituaties en vaardigheden worden in combinatie met ander ondersteunend materiaal aangeboden via de methodesite. Deze combinatie maakt Traject V&V tot een actueel en flexibel aanbod in een juiste mix van blended learning componenten. Met Traject V&V wordt opleiden tot vakbekwaam verzorgende optimaal ondersteund. ThiemeMeulenhoff Zorg geeft verschillende methodes en titels voor het MBO uit, waaronder Traject V&V, ZorgBasisboeken, Verpleegtechniek in Beeld, InCasu en Vakuitgaven Zorg (Anatomie & Fysiologie, Basisboek Pathologie e.d.). Kijk voor meer informatie op www.thiememeulenhoff.nl/mbo/zorg.

niveau

3

Auteurs C.M. Broeshart H. Drenth H.J.M. van der Ham M.L. de Jager M.M.T. van Velsen

VVT

Inhoudelijke redactie C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans

deel 2

06925029_omslag_VVT_dl2_niv3.indd 1

niveau

3

Verpleeg-, verzorgingshuizen, thuiszorg

19-06-13 12:00


VVT deel 2

Verpleeg-, verzorgingshuizen, thuiszorg (niveau 3)

C.M. Broeshart H. Drenth H.J.M. van der Ham M.L. de Jager M.M.T. van Velsen Inhoudelijke redactie: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans Met medewerking van: H.J.M. van der Ham

Eerste druk

14389_Book.indb 3

18-06-13 13:49


Colofon Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff is dé educatieve mediaspecialist en levert educatieve oplossingen voor het Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs en Hoger Onderwijs. Deze oplossingen worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met de onderwijsmarkt en dragen bij aan verbeterde leeropbrengsten en individuele talentontwikkeling. ThiemeMeulenhoff haalt het beste uit élke leerling. Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve oplossingen: www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 088 800 20 16 ISBN 978 90 06 92502 9 Eerste druk, eerste oplage, 2013 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2013 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www. auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

14389_Book.indb 4

18-06-13 13:49


Auteurs

(Technisch) tekenwerk

C.M. Broeshart

Arend van Dam

H. Drenth

Floris Oudshoorn

H.J.M. van der Ham

www.gemmart.nl: Gemma Stekelenburg

M.L. de Jager

Imago Mediabuilders

M.M.T. van Velsen

Inhoudelijke redactie C.A. Abrahamse

Overig Materiaal Brigit Roosen (2010), ‘Psychogeriatrie of gerontopsychiatrie’, NVKVV

M.H.A.J. Gloudemans

Perspekt, keurmerk in de zorg, (www.perspektkeurmerk.nl),

Redactie

Den Brok W., Triemstra M., Rademakers J., CQ-index CVA:

Bureau Kroon, Almere

Conceptontwerp Projectteam ThiemeMeulenhoff

Ontwerp Omslag: In2vorm, Barchem Binnenwerk: Imago Mediabuilders, Amersfoort

Fotografie Hans Vroege Fotografie KWF kankerbestrijding Martin Hogeboom (omslag) Mente Bousema/Meander MC Mirador Media: Koen Bakx, Anke Gielen, Maria van der Heyden

PREZO VV&T 2012 meetinstrumentontwikkeling. Kwaliteit van zorg na een CVA of beroerte vanuit het patiëntenperspectief, Centrum Klantervaring Zorg Gobbens, R., Luijkx, K. & Schols, J. (2011), ‘De Tilburg Frailty Indicator’, TVZ Tijdschrift voor verpleegkundigen, 121(2), 52-57 Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM (www.nationaalkompas.nl), Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.11, 28 maart 2013 ‘Kwaliteitskader verantwoorde zorg VVT’ (2010). Den Haag, Zichtbare zorg Sol-Bronk, M. & Voorneveld, A. (2011), ‘Solidariteit, waar hebben we het over?’ Onderzoeksrapport SVB Bevolkingsstatistiek en bevolkingsprognose voor 20102060 (www.cbs.nl), CBS

Philips Nederland Science Photo Library: Dr P. Marazzi Zorginbeeld: Frank Muller

14389_Book.indb 5

18-06-13 13:49


Ten geleide De afgelopen jaren zijn de beroepsopleidingen voor

verpleging en verzorging aangepast aan de ontwik-

beroepuitoefening. Het beroepsonderwijs in de

kelingen in de beroepspraktijk. De veranderde eisen

gezondheidszorg wordt in belangrijke mate

aan het beroep en de beroepsuitoefening zijn uitge-

bepaald door de aard van de zorgvragen en door

werkt in een nieuwe kwalificatiestructuur.

Je werkt voor mensen met verschillende achtergron-

de context waarin de beroepsuitoefening plaatsvindt (zorgsituaties).

den, zoals: oudere zorgvragers, chronisch zieken, reva-

stijl en leerervaringen hangen samen met de ken-

zorgvragers met psychiatrische problemen, vrouwen

merken van de student en zijn of haar situatie.

pasgeborenen. Ook werk je vaak samen met de man-

al met individuele zorgvragers in hun directe omge-

ving. Daarnaast richt jij je op groepen, bijvoorbeeld in

Bij de indeling van de leermiddelen is rekening gehouden met de brancheverbijzonderingen

telzorgers. Dat zijn de naasten van de zorgvrager,

zoals een ouder, partner, kind of vriend. Je werkt voor-

De leermiddelen zijn ontwikkeld op basis van

leerstijlen en leerervaringen van studenten. Leer-

liderende zorgvragers, zorgvragers met een handicap, die op het punt staan te bevallen, kraamvrouwen en

De leermiddelen zijn ontwikkeld vanuit de

voor de verzorgende-IG.

Er is rekening gehouden met het perspectief van doorstroming tussen niveau 3 en niveau 4.

een kleinschalige woonomgeving.

Binnen het competentiegerichte opleiden worden

Jouw sector

tenties bij individuele studenten. Bij het verwerven

Je wordt opgeleid om als verzorgende-IG in alle werkvelden van de verpleging en verzorging te kunnen werken. Daarnaast is in de opleiding aandacht

besteed aan verdieping in één van de volgende werkvelden: verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg,

leertrajecten afgestemd op reeds aanwezige compevan competenties staat het zich eigen maken van

kennis en beroepsvaardigheden, in combinatie met de ontwikkeling van de beroepshouding en de persoonlijke vorming, centraal.

zorg voor mensen met een handicap, geestelijke

De leermiddelen van Traject V&V sluiten daarbij aan.

Bron: Calibris KD’s 2012/2013

desite www.trajectvenv.nl, vormen een belangrijk

gezondheidszorg of kraamzorg

Deze structuur, uitgewerkt in kerntaken en werk-

processen, vormt de basis voor de inrichting van de

huidige opleidingen in de gezondheidszorg. De leermiddelen van Traject V&V zijn ontwikkeld voor, en sluiten aan bij, deze kwalificatiestructuur.

Traject V&V is een leermiddelenaanbod voor de

opleidingen verzorgende-IG (kwalificatieniveau 3)

De vaardigheden en praktijksituaties op de metho-

onderdeel van het leermiddelenaanbod. In de prak-

tijksituaties komen problemen en dilemma’s aan de

orde waarmee beroepsbeoefenaren te maken krijgen in hun dagelijkse werk en waarbij van ze verwacht

wordt dat ze met een oplossing en aanpak komen. In combinatie met de beroepspraktijkvorming wordt

de student op deze manier optimaal ondersteund in zijn professionele ontwikkeling.

en verpleegkundige mbo (kwalificatieniveau 4).

Traject V&V houdt rekening met de leeftijd van de

gangspunten:

het niveau van de doelgroep en door voorbeelden en

Traject V&V is gebaseerd op vier belangrijke uit-

14389_Book.indb 6

studenten door het taalgebruik af te stemmen op opdrachten zo te formuleren dat de verschillende

18-06-13 13:49


leeftijdsgroepen zich aangesproken voelen. De leer-

Beroepswerkelijkheid

met een meer theoretische als studenten met een

methodesite www.trajectvenv.nl, geeft realistische

middelen zijn zo ontwikkeld dat zowel studenten meer praktische inslag er gebruik van kunnen

maken. Traject V&V is inzetbaar binnen elk didac-

tisch model en biedt de docent de ruimte om invulling te geven aan zijn rol van ‘begeleider’ van het leerproces van de student.

Het onderdeel ‘praktijksituaties’, aangeboden via de beschrijvingen van zorgsituaties uit de praktijk van

de verzorgende of verpleegkundige. Deze praktijksituaties bevatten voldoende problemen en dilemma’s om als aangrijpingspunt te dienen voor het (zelfstandig) leren.

Traject V&V sluit dus aan bij actuele opvattingen

Beroepsvaardigheden

onder andere dat aandacht is besteed aan verwer-

methodesite Traject V&V en via Verpleegtechniek in

over flexibiliteit en zelfstandig leren. Dat betekent kingsopdrachten bij de theorie en zelftoetsing. Daarnaast komen de beroepsvaardigheden en de hou-

dingsaspecten van de (beginnende) beroepsbeoefenaar expliciet aan de orde. Deze elementen vormen

immers een essentieel onderdeel van de beroepsuitoefening.

In Traject V&V, inhoudelijk gebaseerd op de kwalifi-

catiedossiers, worden de werkprocessen en brancheverbijzonderingen uitgewerkt in drie onderdelen.

Het onderdeel ‘vaardigheden’, aangeboden via de

Beeld, biedt opdrachten die zijn gericht op het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaalagogische vaardigheden.

Deze drie onderdelen zijn consequent terug te vinden in het volledige aanbod van Traject V&V. De

combinatie van deze onderdelen maakt het leren

vanuit verschillende invalshoeken mogelijk en kan

zowel in een schoolse situatie als in de beroepspraktijk plaatsvinden.

Theoretische onderbouwing

Het didactisch concept van Traject V&V gaat

bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie die

waardoor het vakbekwame leren optimaal wordt

Het onderdeel ‘theorie’, in de vorm van boeken,

hoort bij het betreffende werkproces. Extra theoretische verrijking wordt de student geboden via de

nadrukkelijk uit van bovenstaande uitgangspunten, ondersteund en mogelijk wordt gemaakt.

methodesite. De boeken voor de brancheverbijzon-

Wij hopen dat gebruikers, zowel studenten als

schillende branches. Deze boeken kennen eenzelfde

Traject V&V kunnen werken. Heeft u vragen of sug-

deringen gaan verdiepend in op de zorg in de ver-

basisstructuur. Zo beginnen ze met een oriëntatie op de betreffende branche en ze eindigen met een

thema over coördinatie van zorg, kwaliteitszorg en

docenten, op een plezierige en zinvolle manier met gesties, dan stellen wij het bijzonder op prijs als u contact met ons opneemt.

voorlichting in de branche en een thema over de

Amersfoort, 2013

leving. Extra theoretische verrijking wordt de stu-

Redactie en uitgever

relatie tussen de betreffende branche en de samendent geboden via de methodesite.

14389_Book.indb 7

18-06-13 13:49


Woord vooraf Deze uitgave gaat over zorgvragers die je tegenkomt in verpleeg-, verzorgingshuizen en thuiszorg: de

VVT-sector. In vervolg op VVT deel 1 gaan we hier in

voorbeelden je in staat stellen om je van een aantal situaties een beter beeld te vormen.

op enkele andere categorieĂŤn zorgvragers. Daarbij

Aan het eind van ieder thema vind je verwerkings-

psychische/psychiatrische aandoeningen, oncologi-

gekoppeld aan elk, bij het thema behorend, hoofd-

moet je onder meer denken aan zorgvragers met

sche ziekten, maar ook ziekten als anemie en leuke-

mie. Vaak hebben zorgvragers in de VVT een combinatie van verschillende aandoeningen en ziekten

(multimorbiditeit), waardoor het complex is de juiste behandeling en verzorging te bieden.

De zorg en ondersteuning wordt in dit boek bena-

derd vanuit de verschillende werkvelden in de VVT. Dat betekent dat er aandacht is voor kort- en langdurende zorg in verpleeg-, verzorgingshuizen of

opdrachten. Deze verwerkingsopdrachten zijn

stuk. De opdrachten nodigen je uit om op actieve

wijze de leerstof verder te analyseren, zo nodig op onderzoek uit te gaan en je eigen standpunt en motivatie weer te geven.

We gebruiken in dit boek de term zorgvrager. Deze term is gekozen binnen de serie Traject V&V. In de

VVT-praktijk zijn de benamingen cliĂŤnt of bewoner meer gebruikelijk.

thuiszorg.

De auteurs van dit boek hebben ervaring in zowel de

De zorgvrager staat centraal met zijn individuele

kenheid hebben ze dit boek tot stand laten komen.

benadering in een zorgplan, zorgleefplan of ondersteuningsplan. Aan bod komen de oorzaken en

verschijnselen en de mogelijke behandeling. Vervolgens komen de competenties van de verzorgende

zorgpraktijk als in het onderwijs. Met grote betrok-

De auteurs hopen dan ook een boeiende bijdrage te leveren aan de beroepsontwikkeling van de verzorgende IG.

aan bod.

De auteurs staan te allen tijde open voor aanvullin-

In de hedendaagse gezondheidszorg is er veel bewe-

stige uitgaven.

ging. Daarover gaat het laatste thema in deze uit-

gen of opmerkingen ter verbetering van toekom-

gave. De verzorgende beroepsuitoefening beweegt

zomer 2013

miek die op gang wordt gehouden door continu

Cary Broeshart

lingen in medisch handelen en technologische ont-

Hendrik van der Ham

vanzelfsprekend mee met die dynamiek. Een dynaveranderende zorgvragen en -behoeften, ontwikkewikkelingen. Bij het schrijven van dit boek zijn we dan ook vanzelfsprekend uitgegaan van de meest

recente ontwikkelingen in de zorg voor zorgvragers

Hilda Drenth

Marjolein de Jager Thea van Velsen

met chronische aandoeningen en ziekten.

Regelmatig wordt de theorie ondersteund door

praktijkvoorbeelden. Door de voorbeelden wordt de

praktijk geĂŻntegreerd in de theorie. We hopen dat de

14389_Book.indb 8

18-06-13 13:49


IX

Inhoud 1 1

1.1

1.2

Oudere zorgvragers met een psychische stoornis 1 Oudere zorgvragers met een delier 2

Inleiding Delier

2

2

1.2.1

Oorzaken

1.2.3

Behandeling

1.2.2 1.2.4

2

Herkennen van een delier 4

3

Omgaan met zorgvragers met een delier 6

2

Oudere zorgvragers met een depressie 8

2.2

Depressie

2.1

Inleiding

8

8

2.2.1

Symptomen

9

2.2.3

Behandeling

10

2.2.2 2.2.4 2.2.5

Oorzaken

9

Herkennen van de voortekenen 12

Omgaan met zorgvragers met depressie

3

Oudere zorgvragers met schizofrenie 16

3.2

Schizofrenie

3.1

Inleiding

Schizofrenie en ouder worden 16

3.2.3

Onderhandelen met de zorgvrager 17

3.2.4

4.1

4.2

4.5

14389_Book.indb 9

Algemene aandachtspunten bij de verzorging 18

Inleiding

20

Lewy body dementie

20

4.2.1

Symptomen en behandeling

4.2.3

20

Aandachtspunten bij de verzorging en begeleiding 21

Bijkomende gedragingen of risico’s 21

Korsakov

21

4.3.1

Kenmerken

4.3.3

Aandachtspunten bij de verzorging en begeleiding 23

4.3.2

4.4

Gedragsproblemen bij schizofrenie 16

Bijzondere zorgcategorieĂŤn 20

4.2.2

4.3

16

3.2.1

3.2.2

4

16

13

Symptomen

22

22

De ziekte van Huntington Zeldzame ziektebeelden 4.5.1

23

24

Ziekte van Creutzfeldt-Jakob 24

18-06-13 13:49


X

4.5.2 4.5.3

Frontotemporale dementie met amyotrofische lateraalsclerose (FTD-ALS) 25 Semantische dementie (SD)

26

5

Verwerkingsopdrachten 28

2

Omgaan met complex gedrag en gedragsproblemen

6

Oudere zorgvragers met realiteitsstoornissen 32

6.1

6.2

Inleiding Psychose

32

32

6.2.1

Oorzaken

6.2.3

Herkennen van voortekenen 35

6.2.2 6.2.4 6.2.5

6.2.6

33

Symptomen

34

Behandeling

36

Algemene aandachtspunten bij de verzorging 37 Gevolgen 38

7

Angststoornissen bij ouderen

7.2

Angststoornissen

7.1

Inleiding 7.2.1

7.2.2

31

39

39

39

Vormen van angststoornissen Behandeling

41

40

8

Oudere zorgvragers met agressie en ontremd gedrag 43

8.2

Agressie

8.1

Inleiding 8.2.1

Vormen van agressie

8.2.3

Behandeling

8.2.2

8.3

43

43

8.2.4

Gevolgen 45

8.3.2

45

Omgaan met zorgvragers met agressie

Ontremd gedrag

8.3.1

43

47

Symptomen

47

Aandachtspunten bij de begeleiding 48

9

Verwerkingsopdrachten 49

3

Zorgvragers met oncologische aandoeningen

10

Tumoren

10.1

14389_Book.indb 10

46

Inleiding

51

52

52

18-06-13 13:49


XI

10.2

Celgroei

52

10.2.1 Goedaardige tumor

52

10.2.2 Kwaadaardige tumor 53

10.3

10.2.3 Oncologie Kanker

53

53

10.3.1 Oorzaken van kanker

54

11

Onderzoek en behandeling

55

11.2

Preventie en diagnostiek

10.3.2 Infiltratie en metastasering 54

11.1

11.3

Inleiding

55

55

11.2.1

Onderzoeksmethoden

11.3.1

Curatief en palliatief 56

Behandeling

55

56

12

Verzorging van zorgvragers met kanker

12.2

Zorgvragers met kanker

12.1

Inleiding 12.2.1

59

59

Lichamelijke aspecten

59

59

12.2.2 Aandachtspunten bij de verzorging van oncologische wonden en ulcera 60 12.2.3 Psychische aspecten

13

13.1

13.2

61

Palliatieve terminale zorg 63

Inleiding

63

Ongeneeslijk ziek 13.2.1

63

Fysieke aspecten

63

13.2.2 Palliatieve sedatie 65

14

Verwerkingsopdrachten 66

4

Zorgvragers met chronische ziekten aan bloed, beenmerg en lymfesysteem 71

15

Zorgvragers met aandoeningen aan het bloed 72

15.2

Anatomie en fysiologie van bloed, beenmerg en milt 72

15.1

Inleiding 15.2.1

72

Bestanddelen van het bloed 72

15.2.2 Beenmerg 15.2.3 Milt 15.3

14389_Book.indb 11

73

73

15.2.4 Bloedgroepen

74

Zorgvragers met anemie

74

18-06-13 13:49


XII

15.4 15.5

15.3.1

Aandachtspunten bij de verzorging

76

15.4.1 Aandachtspunten bij de verzorging

77

Zorgvragers met ziekten van de bloedplaatjes Zorgvragers met leukemie 77

15.5.1

Diagnose

15.5.2 Oorzaak

78

78

15.5.3 Verschijnselen 15.5.4 Behandeling

78

79

15.5.5 Aandachtspunten bij de verzorging

16

Aandoeningen van het lymfestelsel 81

16.2

Lymfesysteem

16.1

16.3

16.4

Inleiding

81

81

16.3.1 Verschijnselen 16.3.2 Behandeling

82

83

Zorgvragers met non-Hodgkin-lymfomen 83 16.4.1 Verschijnselen 16.4.3 Onderzoek

84

84

84

16.4.4 Aandachtspunten bij de verzorging 85 Zorgvragers met het multipel myeloom 85

16.5.1 Onderzoek en behandeling

85

16.5.2 Aandachtspunten bij de verzorging

17

Verwerkingsopdrachten 87

5

De oudere zorgvrager en multimorbiditeit

18

Multimorbiditeit en kwetsbaarheid

18.2

Multimorbiditeit 90

18.1

18.3

80

Zorgvragers met de ziekte van Hodgkin 82

16.4.2 Behandeling

16.5

76

Inleiding

90

86

89

90

18.2.1 Vormen van multimorbiditeit 90 18.2.2 Gevolgen van multimorbiditeit Multimorbiditeit en zorg 93

18.3.1 Zorg voor chronisch zieken

91

93

18.3.2 Zorg bij multimorbiditeit 95

18.3.3 De rol van de verzorgende bij multimorbiditeit

96

18.3.5 Rol van de verzorgende bij farmaceutische zorg

99

18.3.4 Farmaceutische zorg

14389_Book.indb 12

97

18-06-13 13:49


XIII

18.4

Kwetsbaarheid

100

18.4.1 Kwetsbaarheid van ouderen 100

18.4.2 De rol van de verzorgende bij kwetsbaarheid 104 19

Crisisinterventie 106

19.2

Crisissituaties 106

19.1

Inleiding

106

19.2.1 Evenwicht en decompensatie

19.2.2 Draagkracht en draaglast 107

19.3

106

19.2.3 Decompensatie bij ouderen 107 Crisisinterventies

108

19.3.1 Mens in nood

108

19.3.2 Doelstellingen van crisisinterventies 109 19.3.3 Vormen van crisisinterventie 109 19.3.4 Crisisinterventie in de VVT 20

Geriatrische revalidatie

20.2

Geriatrische revalidatie

20.1

Inleiding

112

110

112 112

20.2.1 Doelgroepen bij geriatrische revalidatie

113

20.2.2 Organisatie van geriatrische revalidatie 114

20.2.3 De rol van de verzorgende bij geriatrische revalidatie 116 21

Verwerkingsopdrachten 117

6

Coรถrdinatie, kwaliteitszorg en voorlichting 123

22

Coรถrdineren en afstemmen

22.2

Het zorgleefplan

22.1

Inleiding

124

124

124

22.2.1 Coรถrdinatie en afstemming van informele zorg

125

22.2.2 Coรถrdinatie en afstemming van professionele zorg

129

22.2.3 Coรถrdinatie en afstemming op regionaal en landelijk niveau 130

23

23.1

23.2

Kwaliteitszorg 132 Inleiding

132

Interne kwaliteitsbevordering 132

23.2.1 Projectmatige kwaliteitszorg 23.2.2 Procesmatige kwaliteitszorg

23.2.3 Deskundigheidsbevordering

14389_Book.indb 13

132

133

135

18-06-13 13:49


XIV

23.3

Externe kwaliteitsbevordering 139

23.3.1 Rol van de overheid 139

23.3.2 Rol van de zorgverzekeraars 139 24

Voorlichting, advies en instructie 140

24.2

Vormen van preventie

24.1

Inleiding

140

140

24.2.1 Wet publieke gezondheid (Wpg) 141

24.2.2 Preventieactiviteiten op microniveau 24.2.3 Preventieactiviteiten op mesoniveau

24.2.4 Preventieactiviteiten op macroniveau

25

Verwerkingsopdrachten 149

7

VVT in de samenleving

26

Maatschappelijke ontwikkelingen

26.2

Demografische ontwikkelingen

26.1

26.3

26.4 26.5

Inleiding

147

155

156

156

156

Toename vraag naar langdurende zorg Veranderende opvattingen 159

158

De toekomst van het zorgbestel 161

27

Ethische vraagstukken

27.2

Ethisch redeneren

27.1

143

145

Inleiding

163

163

163

27.2.1 Vragen rond (grenzen aan) zelfredzaamheid

163

27.2.2 Vragen rond (grenzen aan) zelfmanagement 164

27.2.3 Vragen rond (grenzen aan) bezuinigingen op gezondheidszorg 166 27.2.4 Vragen rond (grenzen aan) mantelzorg en vrijwilligerszorg 168 27.2.5 Professionele normen en persoonlijke normen 169

28

Wetgeving en financiering 170

28.1

Inleiding

28.3

Wet- en regelgeving rond de positie van de zorgvrager

28.2 28.4 29

Wet- en regelgeving rond inkomensvoorziening van ouderen en chronisch zieke mensen 170 Wet- en regelgeving rond de financiering van de zorg

172

175

Verwerkingsopdrachten 178

Begrippen Register

14389_Book.indb 14

170

183

189

18-06-13 13:49


1

Oudere zorgvragers met een psychische stoornis

‘Op de afdeling psychogeriatrie waar ik werk, wonen oudere zorgvragers met een psychische stoornis of dementie. De dagelijkse gang van zaken verloopt op deze afdeling anders dan bij andere afdelingen. ’s Ochtends ouderen aankleden gaat over het algemeen samen met zoektochten naar brillen, kledingstukken, enzovoort. ’s Nachts worden dingen verplaatst en verstopt. Het middagmaal kost veel tijd. De een heeft zijn rollator vol poppen en beren die allemaal moeten eten en drinken, de ander is op zoek naar zijn echtgenoot. De nachten zijn al helemaal bijzonder. Veel ouderen worden ’s nachts wakker en hebben dan wanen. Een keer werd ik midden in de nacht bij een vrouwelijke zorgvrager geroepen die in haar waan haar kamer vol paarden zag staan. Ik heb ze er één voor één uitgehaald tot ze aangaf dat ze weg waren. Ik ben blij dat niemand me toen bezig heeft gezien. Ik heb wel even om mezelf moeten lachen toen.’ (Inez, 29 jaar, verzorgende.)

14389_Book.indb 1

18-06-13 13:49


2

Oudere zorgvragers met een psychische stoornis

1

Oudere zorgvragers met een delier

1.1

Inleiding

Dit hoofdstuk gaat over zorgvragers met een delier. We bespreken wat een delier is en hoe je een delier herkent. Daarna gaan we in op de uitgangspunten bij de omgang met zorgvragers met een delier.

1.2

Delier

Het delier is een toestandsbeeld dat in korte tijd ontstaat (uren tot dagen) waarbij de zorgvrager vaak verward en angstig is. De oorzaak van een

delier ligt in een ontregeling in het lichaam. Een

delier is op zich een uiting van een ernstige somatische problematiek. Acute verwardheid of een delier

komt bij oudere zorgvragers regelmatig voor. De verschijnselen lijken erg op die van dementie maar de

oorzaak is anders. Een delier is een tijdelijke stoornis die gekenmerkt wordt door:

desoriëntatie; hallucinatie;

waanideeën;

verward denken;

vaak maar niet altijd is er motorische onrust / angst.

beeld het infuus te verwijderen. Bij een hypoactief

delier is de zorgvrager juist in een staat waarin alles wat er gebeurt langs hem of haar heen lijkt te gaan.

1.2.1

De oorzaken voor een delier zijn stoornissen in het lichaam. Dat kunnen ontstekingen zijn, tekorten

van belangrijke stoffen, gezwellen en een tekort of juist een overschot aan prikkels in de omgeving.

Zodra de oorzaak gevonden is en de behandeling start, verdwijnen de verschijnselen vrij snel.

Door het wankele evenwicht van de gezondheid op

latere leeftijd, krijgen oudere zorgvragers sneller een delier. Ze hebben bijvoorbeeld suikerziekte en daarbij treden sneller dan bij jongeren complicaties op. Het kost een oudere ook meer tijd om te herstellen

van een delier. Hoe langer de hersteltijd, des te groter de kans wordt op hersenbeschadiging. Ouderen die al eens een delier gehad hebben, hebben een grotere kans om nogmaals een delier te krijgen.

Medicatie kan de verschijnselen van een delier verminderen. Zolang er geen delier is vastgesteld kan de oorzaak zich verder ontwikkelen.

Het risico op een delier is groter voor mensen:

Er zijn twee vormen van delier: de hyperactieve en de hypoactieve vorm. Een hyperactief delier maakt de

zorgvrager onrustig. De zorgvrager probeert bijvoor-

14389_Book.indb 2

Oorzaken

die ouder zijn dan zeventig jaar;

die leiden aan een cognitieve stoornis, zoals dementie of CVA;

die een stoornis hebben in het gezichtsvermogen of gehoor;

18-06-13 13:49


1

die een stoornis hebben in de activiteiten van

Je bent bijvoorbeeld niet meer in staat om te zien

die gebruikmaken van alcohol en verdovende

Door het samengaan van verschillende aandoenin-

het dagelijks leven (ADL);

middelen.

Naast deze risicofactoren zijn er ook kenmerken te

noemen van situaties waarin een delier gemakkelijker ontstaat. Het gaat dan om mensen die hier in

aanleg al risico op hebben. Een delier kan bijvoor-

beeld ontstaan bij een van de volgende aandoeningen of situaties:

hersentumor; koorts;

longontsteking;

urineweginfectie; bloedarmoede;

schildklierfunctiestoornissen; leverfalen, nierfalen; uitdroging;

het doormaken van een operatie; medicijnen; obstipatie;

verandering van verblijfplaats.

In de meeste gevallen waarin een delier ontstaat zijn meerdere (gemiddeld drie) factoren uit het bovenstaande rijtje aanwezig.

1.2.2

Herkennen van een delier

Een delier is een uiting van lichamelijke problemen. De verschijnselen die bij een delier horen komen

deels overeen met die van een psychose. Dit is een

situatie waarbij iemand het contact met de werke-

lijkheid kwijt is. Ook is er overeenkomst met dementie. De verschijnselen van een delier zijn acuut en

worden veroorzaakt door een disbalans (verkeerde

verhouding) in neurotransmitters. Een neurotransmitter bestaat uit chemische stof die zorgt voor de prikkeloverdracht van de ene zenuwcel naar de

andere. Als de neurotransmitter zijn ‘werk’ niet

goed doet, geeft het lichaam een verstoorde reactie.

14389_Book.indb 3

Oudere zorgvragers met een delier

3

wat echt is of wat je fantasie is.

gen of medicijngebruik ontstaat een ontregeling van de hersenen. Een delier is een nare ervaring voor de zorgvrager. De zorgvrager heeft zichzelf niet in de

hand. De realiteitszin is verstoord en daardoor houdt

de zorgvrager geen rekening met zijn eigen beperkingen. Dat kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat de zorgvrager een verwonding oploopt. Tijdens het delier is het slaapritme veelal verstoord, waardoor de zorg-

vrager vermoeid raakt. Dit versterkt gevoelens van

prikkelbaarheid. In de perioden waarin het bewust-

zijn terugkomt, is er vaak schaamte en frustratie over wat er gebeurd is. Ook voor familie en omgeving is het uiterst verwarrend om de ander zo te zien. De

duur van een delier is sterk afhankelijk van de oorzaak en kan enkele dagen tot weken duren.

In figuur 1.1 op de volgende pagina is een vergelij-

king gemaakt tussen de verschijnselen die horen bij een delier, een psychose en bij dementie.

Een delier ontstaat snel. Het bewustzijn is wisselend. Het ene moment is de zorgvrager helder en

aanspreekbaar en het andere moment ziet hij beestjes op het behang lopen. Bij zorgvragers met een

psychose is vooral de realiteitszin verstoord en dat duurt totdat de psychose verdwijnt. Bij dementie

verloopt de verandering naar een verwarde staat veel langzamer.

Vaak zijn de verschijnselen ’s nachts heel sterk aanwezig en overdag minder of bijna afwezig. Het

slaapritme is verstoord. Overdag weet de zorgvrager niet meer wat er ’s nachts gebeurd is. Mensen die

een delier krijgen weten niet wat ze overkomt. Het is beangstigend om wanen te hebben. Voor de zorg-

vrager lijkt het alsof hij continu droomt. Ook voor de

omgeving is dit een moeilijke situatie om mee om te gaan. Vooral voor mensen die geen kennis hebben

van de verschijnselen van een delier. Zij leggen geen verband tussen het gedrag en de somatische aan-

doeningen. Een bijverschijnsel van een complicatie

18-06-13 13:49


4

Oudere zorgvragers met een psychische stoornis

als koorts is veel bekender. De omgeving is soms

lokkers van een delier. Als is vastgesteld welke oor-

verloren. Dat is in het geval van een delier niet zo.

behandeling verminderd worden.

bang dat de zorgvrager voorgoed zijn verstand heeft Bij zorgvragers die eerder een delier hebben gehad is het belangrijk te observeren welke omstandigheden voorafgaan aan verminderd bewustzijn. Zodra deze omstandigheden zich voordoen is rust het allerbe-

zaak het delier heeft, kan deze door middel van

Niet-medicamenteuze behandeling bij een delier bestaat vooral uit maatregelen om de zorgvrager terug te brengen in de realiteit:

langrijkste. Zie figuur 1.2 op de volgende pagina.

1.2.3

Behandeling

De behandeling van een delier berust op het behandelen van de onderliggende oorzaak en de vermin-

creëer een vertrouwde, rustige omgeving;

oriënteer de zorgvrager regelmatig in tijd, plaats en persoon;

wees kalm, duidelijk en geruststellend in het contact met de zorgvrager;

dering van de verschijnselen van angst en onrust.

zorg voor een regelmatig dag- en nachtritme; zorg voor een evenwichtige dosering van prikkels;

laat de zorgvrager niet onbewaakt achter;

Symptomen

delier wordt een psychiater of geriater ingescha-

Oorzaken

ties kunnen medicijnen, zoals Haldol® een rol spe-

ren van de hersenen in de war sturen en een delier

Voor de behandeling van de verschijnselen van het keld. Tegen onrust, angst, waanideeën en hallucinalen. De werkzame stof in Haldol® is haloperidol. Dit

middel behoort tot de groep klassieke antipsychoti-

ca. Het vermindert in de hersenen onder andere het effect van dopamine. Hierdoor nemen psychosen,

hevige onrust, misselijkheid en bepaalde spiertrekkingen af. Bij de diagnostiek naar de oorzaak van

het delier wordt in eerste instantie gezocht naar uitDelier

geef informatie.

Veel medische aandoeningen kunnen het functioneveroorzaken. Een beroerte, hartinsufficiëntie, hersentumor, schedelletsel, laag bloedsuikergehalte, infec-

ties en vitaminetekorten kunnen allemaal de veroorzaker zijn van een delier. Sommige zorgvragers ontwikkelen een delier na een operatie door de nawer-

king van de verdoving, door bloedstolsels of postoperatieve infecties of door een combinatie hiervan. Psychose in een korte periode,

Dementie

Ontstaan

snel, binnen een dag

Verloop

heftig, grillig

stabiel

langzaam / geleidelijk

Dag/nachtritme

gestoord

gestoord

veelal normaal

Bewustzijn

wisselend / verlaagd

sterk verlaagd en stabiel

normaal

Aandacht

verminderd

verminderd

ongestoord

Spraak

niet samenhangend

niet samenhangend

woordvindstoornissen

Lichamelijke conditie

slecht / matig

veelal goed / matig

veelal goed / matig

aantal dagen, weken

geleidelijk

Bron: NVKVV Figuur 1.1

14389_Book.indb 4

Vergelijking delier, psychose en dementie

18-06-13 13:49


1

Figuur 1.2

14389_Book.indb 5

Oudere zorgvragers met een delier

5

Aan de hand van deze schaal kan een delirium herkend worden

18-06-13 13:49


6

Oudere zorgvragers met een psychische stoornis

Medicijnen

vragen zich af of deze achteruitgang een gevolg is van

Het gebruik van bepaalde medicijnen kan (mede) de

de verhuizing. ‘Wat gaat ze snel achteruit’, denken ze. Bij

oorzaak kan zijn van het ontstaan van een delier.

lichamelijk onderzoek blijkt dat de suikerhuishouding van

Om die reden wordt het medicijngebruik van de

mevrouw ontregeld is. Ze krijgt hiervoor medicijnen en

zorgvrager eerst kritisch beoordeeld. Dit zal vervolgens tot het noodzakelijke minimum beperkt worden door:

de dosis te verlagen,

specifiek gebruik te staken,

knapt binnen drie dagen weer op. In de verzorging van zorgvragers met een delier zijn de volgende aanwijzingen van belang:

de medicijnen te vervangen door een alternatief.

1.2.4

zo min mogelijk prikkels krijgt, bijvoorbeeld door herkenningspunten te bieden zoals een klok,

Omgaan met zorgvragers met een delier

kalender of door in korte zinnen te spreken. Blijf zelf rustig en vriendelijk.

wil bijvoorbeeld het infuus dat in de weg zit uit

zijn arm trekken. Let dus op de veiligheid van de

Mevrouw Van Dam (82) woont sinds vier maanden in

zorgvrager.

zorgcentrum Heijendaal. Het gewenningsproces is goed

Figuur 1.3

14389_Book.indb 6

Voldoende voeding en vochtinname kan een spoedig herstel beïnvloeden.

welke dag het is, zit te vroeg klaar voor het eten en neemt geen deel aan gesprekken. De kinderen van mevrouw

De zorgvrager kan zelf geen goede inschatting

maken van gevolgen van zijn handelingen. Hij

Voorbeeld

verlopen. De laatste dagen is ze veranderd. Ze weet niet

Rust is van groot belang. Zorg dat de zorgvrager

Laat de zorgvrager niet alleen bij angst.

Mevrouw Van Dam verandert door een delier

18-06-13 13:50


1

Oudere zorgvragers met een delier

7

Structuur in het dag- en nachtritme geeft de

zorgvrager houvast. Hier kan medicatie een rol bij spelen.

Bij waanideeën kan contact met andere zorgvragers tot conflicten leiden. Laat de zorgvrager in dit soort situaties zo min mogelijk alleen met

anderen, om conflicten in de groep te vermijden.

Check de inname van medicatie. Verwarde ouderen kunnen menen dat de medicijnen vergif zijn en ze weggooien.

Heeft de zorgvrager een verminderd gehoor of

zicht, zorg dan dat hij zijn bril of gehoorapparaat draagt.

Stimuleer de aanwezigheid van mantelzorgers

die een positief effect op de zorgvrager hebben, zorg voor vertrouwde spullen in de omgeving.

Beperk een al te grote stroom in bezoekers. Dus

liever een bezoeker per dag die wat langer blijft

en een kalmerende werking heeft op de zorgvrager, dan drie verschillende bezoekers kort achter elkaar.

Vergroot de onrust van de zorgvrager niet door waanbeelden te weerleggen.

Monitor verslechtering van functies en gedrag, bijvoorbeeld als de zorgvrager verschillende nachten niet slaapt.

Toon begrip voor de angst van zorgvragers bij

hallucinaties en wanen. Ga niet mee in waanideeën en vermijd discussie over wat waar is.

Informeer en instrueer naasten over de bovenstaande punten, zodat zij deze in acht kunnen

nemen. Bezoekers kennen de zorgvrager in een gezondere toestand. Door in een kort gesprek

met het bezoek te evalueren kun je veel informatie verzamelen. Vraag bijvoorbeeld wat het

gedrag is dat ze opvallend vinden, maar ook

gedrag wat ze herkennen van voor het delier.

14389_Book.indb 7

18-06-13 13:50


8

Oudere zorgvragers met een psychische stoornis

2

Oudere zorgvragers met een depressie

2.1

Inleiding

Dit hoofdstuk gaat over zorgvragers met een depressie. Depressie is een ernstige psychische stoornis die het welzijn op latere leeftijd sterk vermindert. Eerst beschrijven we wat een depressie is en hoe je een

depressie bij iemand kunt herkennen. Daarna gaan we in op de behandeling en hoe je met (complex)

gedrag dat bij depressieve zorgvragers voorkomt om kunt gaan.

2.2

Depressie

Een depressie is een stoornis waarbij de zorgvrager een extreem sombere stemming heeft die langer

dan twee weken aanhoudt. Deze gemoedstoestand is niet door praten te be誰nvloeden. De definitie van

4 tot 5 procent van de ouderen een depressie heeft. Er

is geen recent onderzoek naar gedaan, dit zijn indicaties (schattingen). Depressieve symptomen komen meer voor, bij ouderen ongeveer 15 tot 30 procent.

Onder zorgcentrumbewoners is aangetoond dat 21 procent depressieve symptomen heeft en daarvan

kampt 11 procent met een echte depressie. Ook oude-

ren die thuiszorg hebben, vertonen relatief vaker een depressie. De verschijnselen van depressie verschil-

len niet heel erg tussen ouderen en jongeren. Toch is het lastiger om bij ouderen de depressie te herken-

nen. Een deel van de verschijnselen past namelijk in het beeld dat mensen hebben dat hoort bij normale veroudering. Ouderen gaan zelf ook niet heel snel

hulp vragen voor een depressie. Ze hebben het idee

dat praten over problemen niet helpt en dat het zoeken van hulp een teken van zwakte is.

depressie is vastgesteld in de DSM-IV. De zorgvrager

met een depressie kan eigenlijk niet genieten. Sociale contacten zijn moeizaam of niet mogelijk.

Depressiviteit komt in verhouding vaak voor bij

ouderen. Als zorgverlener in de ouderenzorg is de

kans daarom groot dat je met depressieve zorgvragers geconfronteerd wordt.

Bij ouderen tussen de vijfenzestig en tachtig jaar is

depressie de meest voorkomende psychische klacht. Stichtingen voor gezondheid als Parnassia of het

gezondheidsinstituut NIGZ geven aan dat ongeveer

14389_Book.indb 8

Figuur 2.1

Bij depressie is er sprake van een onvermogen om te genieten

18-06-13 13:50


2

2.2.1

Symptomen

Een depressieve zorgvrager heeft over een periode

van meer dan twee aaneengesloten weken in ieder

geval vijf van onderstaande symptomen, zoals die in

lijke factoren op hogere leeftijd vaker voorkomen.

Ook zijn er lichamelijke factoren bekend die de kans op het ontwikkelen van een depressie vergroten:

van de dag, bijna dagelijks.

Duidelijke vermindering van interesse of plezier

Duidelijke gewichtsvermindering of gewichts-

in (bijna) alle activiteiten, bijna dagelijks.

Slapeloosheid of overmatig slapen.

ernstige vermoeidheidsklachten; pijn;

levensbedreigende ziekten, zoals kanker of verminderde hersenactiviteit door het vertraagd functioneren van het zenuwstelsel.

Psychische en sociale factoren

Gevoelens van waardeloosheid of buitensporige

bepaald door de psychische gesteldheid en sociale

Vermoeidheid of verlies van energie.

Verminderd vermogen tot concentratie of besluiteloosheid.

verlies van zintuiglijke vermogens;

Geagiteerd of rusteloos zijn of juist geremd.

of onterechte schuldgevoelens.

lichamelijke ziekte of invaliditeit;

dementie;

toename.

Terugkerende gedachten aan de dood, suïcidege-

Of een zorgvrager een depressie krijgt wordt ook

factoren. Psychische en sociale factoren die de kans op een depressie vergroten zijn:

geval het eerste of tweede genoemde symptoom

Oorzaken

combinatie van erfelijke, lichamelijke, psychische en

persoon.

sociale factoren. Daardoor verschilt de oorzaak per

Lichamelijke factoren

een psychiatrische voorgeschiedenis; langdurige stress;

ingrijpende levensgebeurtenissen zoals een alleen wonen (vooral na het overlijden van de partner);

Een depressie wordt meestal veroorzaakt door een

het onvermogen om intieme relaties aan te gaan

groot verlies;

aanwezig zijn.

2.2.2

een kwetsbare persoonlijkheid;

(gebrekkige sociale competentie);

dachten, suïcideplannen of suïcidepoging.

Om van depressie te kunnen spreken moet in ieder

wonen in een stad;

lage sociaaleconomische status;

sekse, vrouwen hebben meer kans op een depressie dan mannen;

afkomst, oudere migranten hebben meer kans op een depressie.

Het krijgen van depressies is deels erfelijk bepaald.

Beschermende factoren

hebben een grotere kans op het krijgen van een

vergroten. Er zijn ook beschermende factoren voor

Mensen van wie de ouders depressief zijn geweest, depressie. Als je op jongere leeftijd een depressie

hebt gehad, dan is de kans dat je die op hogere leeftijd ook krijgt groter.

Bij ouderen zijn er, in vergelijking met jongeren,

vaker lichamelijke factoren die een rol spelen bij het

14389_Book.indb 9

9

ontstaan van de depressie. Puur omdat deze lichame-

de DSM-IV zijn omschreven:

Sombere stemming gedurende het grootste deel

Oudere zorgvragers met een depressie

Er zijn enkele factoren die de kans op een depressie depressies. Ook al zijn er risicovergrotende factoren aanwezig, dan kunnen deze dankzij beschermende

factoren toch niet tot een depressie leiden. Beschermende factoren zijn:

sociale steun;

18-06-13 13:50


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook