VIVOBIOLOGIE.NL
NIEUW
vanaf schoo ljaar 2022/ 2023
Vi·vo - ik leef; levend Bij biologie leer je over alles wat leeft. Over hoe planten, dieren en mensen in elkaar zitten én hoe zij met elkaar samenleven. Ook jij leeft. Dus biologie gaat ook over jou. Met Vivo kom je alles te weten over het leven in jou en om jou heen.
De biologie van je leven
BIOLOGIE Benieuwd naar Vivo? Scan de QR-code! + krijg als eerste het beoordelingsmateriaal + denk mee over de invulling van de methode + kom naar inhoudelijke events over jouw vak
PROEFKATERN 1 HAVO/VWO DEEL B NAAM KLAS
+ deel kennis met auteurs, experts en collega’s + nog veel meer...!
proefkatern_vivo hv.indd 1
8/02/2022 15:21
Vivo H0 VW incl Zo werk je met.indd 1
8/02/2022 15:37
BIOLOGIE 1 HAVO/VWO DEEL B
Vivo H0 VW incl Zo werk je met.indd 1
8/02/2022 15:37
COLOFON Auteurs Lisette van Engelen, Barend de Graaf, Marlies van den Hurk-Bakker, Jorinde Post, Annemarel Reiber - Elhorst, Willy Stein, Bram Winkelman Eindredactie Ilse Gmelig Taalredactie Marcella Spithoven Illustraties Marjolein Luiken, Gemma Stekelenburg, Rogier Trompert Ontwerp Omslag: Carlo Polman - OudZuid Ontwerp Binnenwerk: Tom Lamers - Reclamers
Omslagbeeld Ajay Sapkota / EyeEm / Getty Images
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN � ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2022
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
2
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 2
8/02/2022 12:52
INHOUD ZO WERK JE MET VIVO
4
Deel A
Deel B
Hoofdstuk 1 Waarom biologie? 1.1 Biologie, wat heb je eraan? 1.2 Levende wezens 1.3 Verschillende organismen 1.4 Organismen en hun omgeving 1.5 Alles hangt samen 1.6 Biologisch onderzoek 1.7 Verbreding: Biologie door de eeuwen heen 1.8 Verdieping: Extreme organismen 1.9 Hoofdstukafsluiting
Hoofdstuk 4 Bewegen 4.1 Hoe blijf je fit? 4.2 Spieren en pezen 4.3 Skelet 4.4 Botverbindingen 4.5 Blessures 4.6 Steunweefsels 4.7 Verbreding: Groei 4.8 Verdieping: Skeletten vergelijken 4.9 Hoofdstukafsluiting
Hoofdstuk 2 Inzoomen 2.1 Hoe zijn organismen opgebouwd? 2.2 Organen en weefsels bestaan uit cellen 2.3 Cellen en hun onderdelen 2.4 De celkern 2.5 Cellen delen, groeien en veranderen 2.6 De kleinste organismen 2.7 Verbreding: Symmetrie in de natuur en kunst 2.8 Verdieping: Organellen in de cel 2.9 Hoofdstukafsluiting
8 Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag 5.1 Waarom reageer je zoals je reageert? 9 15 5.2 Zintuigen en zenuwstelsel 5.3 Zenuwcellen en vervoer van impulsen 24 5.4 Zien 33 41 5.5 Hormonen 51 5.6 Gedrag van dieren 5.7 Verbreding: Horen, ruiken, proeven 60 en voelen 67 5.8 Verdieping: Verslavingen 73 5.9 Hoofdstukafsluiting
Hoofdstuk 3 Leven op aarde 3.1 Waardoor zijn er zoveel soorten? 3.2 Biodiversiteit 3.3 Stambomen en fossielen 3.4 Leven in het verleden 3.5 Evolutie 3.6 Uitsterven en nieuwe soorten 3.7 Verbreding: Denken over evolutie 3.8 Verdieping: Evolutie van de mens 3.9 Hoofdstukafsluiting
Hoofdstuk 6 Planten 6.1 Wat heb je aan planten? 6.2 Bladeren en wortels 6.3 Stengels en transport 6.4 Fotosynthese en verbranding 6.5 Planten zijn overal 6.6 Voortplanting van bloemplanten 6.7 Verbreding: Ongeslachtelijke voortplanting 6.8 Verdieping: Groei en bewegen 6.9 Hoofdstukafsluiting
3
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 3
8/02/2022 12:52
ZO WERK JE MET VIVO – De Biologie van je leven Je gaat aan de slag met Vivo. Bij Vivo ontdek je waarom het vak biologie belangrijk is voor jou, voor onze samenleving en onze planeet. Hieronder zie je alles wat je in Vivo tegenkomt.
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
Waarom reageer je zoals je reageert? © Shutterstock / Jacob Lund
INLEIDING Een gekko (een soort hagedis) ruikt met zijn tong! Kun je je dat voorstellen? Hij steekt zijn tong uit om geurdeeltjes te verzamelen. Daarna beweegt hij zijn
5.1
tong langs een zintuig in zijn gehemelte. De geurdeeltjes prikkelen het zintuig. De gekko herkent op deze manier soortgenoten en prooien. Ook kan een
WAAROM REAGEER JE ZOALS JE REAGEERT? Aan het eind van deze paragraaf kan ik: uitleggen wat gedrag betekent in de biologie. uitleggen wanneer je bewust gedrag vertoont. uitleggen wanneer je onbewust gedrag vertoont. uitleggen wat het nut kan zijn van gedrag bij mensen en dieren.
gekko ’s nachts kleuren zien. Iets wat mensen niet kunnen. Zo kan een gekko
• • • •
dus ook ’s nachts prooien vangen. Ook jouw lichaam reageert op je omgeving. Je reageert op wat je ziet, ruikt, hoort of voelt. Niet om een prooi te vangen, maar bijvoorbeeld om weg te rennen van
STARTOPDRACHT
een gevaarlijke situatie. Waarom reageer je zoals je reageert? Hersenen, zenuwen, zintuigen en hormonen spelen hierbij een rol – zoals je in dit hoofdstuk zult zien.
1
Maak samen met een klasgenoot een mindmap over gedrag. In het midden van de mindmap staat het woord ‘gedrag’. Zet hieromheen woorden en begrippen die volgens jullie met gedrag te maken hebben.
De hersenen sturen alles aan
H1 • Waarom biologie? Keuzes maken
H2 • Inzoomen Zenuwcellen
Wat weet je al over gedrag? Gedrag is een breed begrip. Wat weet jij al over gedrag?
HET GROTE PLAATJE
Zintuigen laten je reageren op je omgeving
Waarom reageer je zoals je reageert? Waar draait het in dit hoofdstuk om?
Welke verbanden zijn er?
Hormonen kunnen je gedrag beïnvloeden
H4 • Bewegen Zintuigen en zenuwstelsel
H9 • Hart en bloedvaten Bloedsomloop
Je maakt je eigen keuzes
8
9
STARTEN MET HET HOOFDSTUK
WERKEN MET DE PARAGRAFEN
• Het hoofdstuk start met de grote vraag. Deze vraag ga je aan de hand van het hoofdstuk beantwoorden. • De hoofdstukvraag staat in een overzichtstekening: het grote plaatje. Daarin zie je de samenhang met andere hoofdstukken en de belangrijkste zaken van dit hoofdstuk om te onthouden. • Online vind je de Uitdaging. Dit is een grotere opdracht waarbij je de stof van het hele hoofdstuk gebruikt.
• Bij de paragraaftitel zie je welke iconen uit het grote plaatje horen bij deze paragraaf. • In de leerdoelen zie je wat je deze paragraaf gaat leren. • Bij de practica gaat het om doen: je docent bepaalt welke practica je gaat doen. Je vindt deze online. • In de startopdracht ga je meteen actief aan de slag: deze opdracht gaat over de belangrijkste denkvraag van de paragraaf. Daardoor begrijp je de stof die nog komen gaat sneller en beter.
DE EERSTE PARAGRAAF • In de eerste paragraaf ontdek je waarom het onderwerp van het hoofdstuk belangrijk is, en welke rol het onderwerp speelt in jouw leven. Ook ontdek je hoe het onderwerp samenhangt met andere onderwerpen in de biologie.
4
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 4
8/02/2022 12:52
WERKEN IN HET BOEK OF ONLINE Je kunt aan de slag in je leerwerkboek of online. In je boek vind je alles wat je nodig hebt voor je toets: theorie en opdrachten. Deze staan natuurlijk ook online, plus handige extra’s. Boek • Theorie • Opdrachten
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
4
Online • Theorie • Opdrachten • De Uitdaging
Zintuigen en zenuwstelsel
• Verder oefenen op maat • Practica • Proeftoets
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
Hoofdstukafsluiting
Taken van de hersenkwabben
5.9 HOOFDSTUKAFSLUITING
Verschillende zaken worden in verschillende delen van het centrale zenuwstelsel verwerkt. Hieronder zie je zes verschillende delen van het centrale zenuwstelsel met een kleur en een nummer (I t/m VI).
KEUZEMENU Hoe leer je de theorie en begrippen uit het hoofdstuk? En hoe leg je de juiste verbanden? Kies een opdracht uit het keuzemenu achter in je boek als hulp bij het leren.
I
II
TERUG NAAR HET GROTE PLAATJE
III
1
Waarnemen en gedrag Je ziet hier nog een keer ‘het grote plaatje’ uit de hoofdstukopening.
De hersenen sturen alles aan
H1 • Waarom biologie? Keuzes maken
IV
V
VI
H2 • Inzoomen Zenuwcellen
Kies per beschrijving het deel van het centrale zenuwstelsel (I t/m VI) dat daarmee te maken heeft. Let op: Sommige hersendelen heb je niet of juist meerdere keren nodig.
Waar draait het in dit hoofdstuk om?
Welke verbanden zijn er?
1 Nummer I | II | III | IV | V | VI is het deel waarmee je alles wat je ziet verwerkt. 2 Nummer I | II | III | IV | V | VI is het deel waar het geheugen zit. 3 Nummer I | II | III | IV | V | VI is het deel waarmee je tijdens voetballen besluit de bal in het doel te gaan schoppen. 4 Nummers I | II | III | IV | V | VI en dan I | II | III | IV | V | VI zijn op volgorde de delen waarmee je ervoor zorgt dat je tijdens voetballen de bal precies in het doel schopt. 5 Nummer I | II | III | IV | V | VI is het deel waarmee je voelt dat je de bal raakt met je voet. 6 Nummer I | II | III | IV | V | VI is het deel waarmee je de scheidsrechter hoort fluiten, omdat je buitenspel stond.
Zintuigen laten je reageren op de omgeving
Waarom reageer je zoals je reageert?
Hormonen kunnen je gedrag beïnvloeden
H4 • Bewegen Zintuig- en zenuwstelsel Je maakt je eigen keuzes
H9 • Hart en bloedvaten Bloedsomloop
Je ziet links de verbanden tussen dit hoofdstuk en de andere hoofdstukken.
a Leg deze verbanden uit.
5
Noteer je antwoorden in de vakjes.
Snelle bromvlieg
Je ziet rechts iconen die laten zien waar het om draait in dit hoofdstuk.
Op je boterham zit een dikke bromvlieg. Bah! Je probeert de vlieg weg te slaan, maar deze is allang weggevlogen op het moment dat je met je hand op de plek bent waar de vlieg zat. Toch sloeg je zo snel mogelijk!
b Leg in je eigen woorden uit wat je ziet en wat je hebt geleerd in dit hoofdstuk. Noteer je antwoorden in de vakjes. Je hebt in paragraaf 1 antwoord gegeven op de grote vraag Waarom reageer je zoals je reageert? Kijk nog even terug naar wat je toen hebt geantwoord.
Hoe kan een vlieg veel sneller reageren dan dat jij kunt slaan? Verklaar dit met de bouw van het zenuwstelsel van bromvlieg en mens.
c Zou je je antwoord aanpassen na het doorlopen van dit hoofdstuk? Zo ja, wat zou je nu zeggen? Betrek in je antwoord de verbanden en de punten waar-het-om-draait uit het grote plaatje.
20
80
WERKEN MET DE PARAGRAFEN
VERBREDING EN VERDIEPING
• Blauwgedrukte woorden in de theorie zijn de belangrijkste begrippen. • In blauwe kaders staan weetjes en voorbeelden. Je ziet hoe het onderwerp van de paragraaf terugkomt in het dagelijks leven. • Iedere paragraaf heeft zes basisopdrachten. Daarna zijn er altijd drie Extra opdrachten. • Online krijg je na de zes basisopdrachten een advies op maat om verder te oefenen: Herhaling, Extra of Plus.
• Nieuwsgierig? Ga aan de slag met de extra stof. In de Verbredende paragraaf leg je de verbinding tussen dit hoofdstuk en andere thema’s. In de Verdiepende paragraaf ga je dieper in op de stof van het hoofdstuk.
HOOFDSTUKAFSLUITING • In Actief leren vind je werkvormen om de theorie te onthouden en begrijpen. • Je kijkt terug op het grote plaatje. Begrijp je de verbanden en kun je de hoofdstukvraag beantwoorden met wat je hebt geleerd? • Met de online proeftoets controleer je of je de theorie goed hebt geleerd. • Je kijkt terug op de leerdoelen. Wat gaat goed en waar moet je nog aan werken?
5
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 5
8/02/2022 12:52
HOOFDSTUK
5 Waarnemen en gedrag
INHOUD Het grote plaatje
...............................................
8
Basisstof 5.1 Waarom reageer je zoals je reageert? 5.2 Zintuigen en zenuwstelsel
...................
9
.................................
15
...................
24
..........................................................
33
5.3 Zenuwcellen en vervoer van impulsen 5.4 Zien
5.5 Hormonen
..................................................
5.6 Gedrag van dieren
.........................................
41 51
Extra stof ..........
60
..................................
67
........................................
73
5.7 Verbreding: Horen, ruiken, proeven en voelen 5.8 Verdieping: Verslavingen Hoofdstukafsluiting 5.9 Hoofdstukafsluiting © Shutterstock / Sebastian Janicki
Vivo H5 P0 Opener.indd 6
8/02/2022 15:38
DE UITDAGING Bij elk hoofdstuk hoort een Uitdaging. Deze kun je doen als vervanging van één of meer paragrafen. Gebruik de leerstof om het probleem op te lossen!
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 7
8/02/2022 12:52
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
INLEIDING Een gekko (een soort hagedis) ruikt met zijn tong! Kun je je dat voorstellen? Hij steekt zijn tong uit om geurdeeltjes te verzamelen. Daarna beweegt hij zijn tong langs een zintuig in zijn gehemelte. De geurdeeltjes prikkelen het zintuig. De gekko herkent op deze manier soortgenoten en prooien. Ook kan een gekko ’s nachts kleuren zien. Iets wat mensen niet kunnen. Zo kan een gekko dus ook ’s nachts prooien vangen. Ook jouw lichaam reageert op je omgeving. Je reageert op wat je ziet, ruikt, hoort of voelt. Niet om een prooi te vangen, maar bijvoorbeeld om weg te rennen van een gevaarlijke situatie. Waarom reageer je zoals je reageert? Hersenen, zenuwen, zintuigen en hormonen spelen hierbij een rol – zoals je in dit hoofdstuk zult zien.
HET GROTE PLAATJE De hersenen sturen alles aan
H1 • Waarom biologie? Keuzes maken
H2 • Inzoomen Zenuwcellen
Zintuigen laten je reageren op je omgeving
Waarom reageer je zoals je reageert? Waar draait het in dit hoofdstuk om?
Welke verbanden zijn er?
Hormonen kunnen je gedrag beïnvloeden
H4 • Bewegen Zintuigen en zenuwstelsel
H9 • Hart en bloedvaten Bloedsomloop
Je maakt je eigen keuzes
8
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 8
8/02/2022 12:52
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
5.1
Waarom reageer je zoals je reageert?
WAAROM REAGEER JE ZOALS JE REAGEERT?
© Shutterstock / Jacob Lund
Aan het eind van deze paragraaf kun je: uitleggen wat gedrag betekent in de biologie. uitleggen wanneer je bewust gedrag vertoont. uitleggen wanneer je onbewust gedrag vertoont. uitleggen wat het nut kan zijn van gedrag bij mensen en dieren.
• • • •
STARTOPDRACHT 1
Wat weet je al over gedrag? Gedrag is een breed begrip. Wat weet jij al over gedrag? Maak samen met een klasgenoot een mindmap over gedrag. In het midden van de mindmap staat het woord ‘gedrag’. Zet hieromheen woorden en begrippen die volgens jullie met gedrag te maken hebben.
9
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 9
8/02/2022 12:52
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Waarom reageer je zoals je reageert?
THEORIE Reageren op je omgeving Je omgeving speelt een grote rol in de manier waarop jij je gedraagt. Is het zonlicht fel en kun je hierdoor niet meer goed zien? Dan knijp je waarschijnlijk je ogen dicht of zet je een zonnebril op. Is het erg koud? Dan trek je een warme trui aan. Heb je zin om met een vriendin te kletsen? Dan app je haar om iets af te spreken. En heb je dorst? Dan pak je een glas drinken. Als mens ben je een onderdeel van je omgeving. Je hebt er altijd mee te maken en reageert erop. Dat kan bewust zijn, maar ook onbewust. Zo kan je lichaam al reageren op een pijnprikkel zonder dat je zelf doorhebt dat je je verwond hebt. Bijvoorbeeld wanneer je je hand terugtrekt als je kop thee te heet is. Reageren op je omgeving kan van levensbelang zijn. Je voorkomt verwondingen, blessures of erger.
Gedrag in het vak biologie Mensen denken bij het woord ‘gedrag’ al snel aan goed gedrag. Een manier waarop je je volgens maatschappelijke normen hoort te gedragen. In de biologie is dat niet wat we bedoelen. Bij biologie kijk je veel breder: gedrag is alles wat je doet in reactie op je omgeving of op signalen van je eigen lichaam, zoals hongergevoel of jeuk. Gedrag komt tot stand door: prikkels: veranderingen die je waarneemt in de omgeving of in je eigen lichaam; een beslissing over hoe je hierop reageert.
• •
Denk maar aan een regenbui. Je krijgt prikkels uit de omgeving en je voelt de druppels op je lichaam. Vervolgens neem je een beslissing: hoe ga ik hierop reageren? Dat kan heel verschillend zijn. Bijvoorbeeld: ik wil niet nat worden, dus ik ga naar binnen. Of: het maakt me niet zoveel uit, ik doe mijn jas dicht en ga door met waar ik mee bezig was. Ook op kleine dingen reageer je. Je reageert bijvoorbeeld op jeuk door jezelf te krabben.
© Shutterstock / Michal Cervenansky
Figuur 1 Kippenvel krijgen is ook een vorm van reageren op je omgeving.
Weten wat je doet Soms denk je echt na over hoe je ergens op reageert of hoe je iets wilt doen. Je bent je bewust van je gedrag. Het kan dan om van alles gaan: van het uitstrekken van een arm om iets op te pakken tot een gesprek voeren met een vriend. Je hebt een beslissing genomen en gaat op een bepaalde manier handelen. Toch denk je niet overal bewust over na. Zo kopieer je vaak automatisch de houding van iemand met wie je praat. Ook reageer je heel vaak uit gewoonte. Je doet het omdat je het al jaren op die manier gedaan hebt. Maar als je wilt, kun je het wel anders doen.
10
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 10
8/02/2022 12:52
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Waarom reageer je zoals je reageert?
Soms gebeurt er iets waar je lichaam snel op moet reageren. Je lichaam doet dit om je te beschermen. Op dit gedrag heb je helemaal geen invloed. Zo’n snelle reactie van het lichaam heet een reflex. Je gaat bijvoorbeeld niezen wanneer er een prikkelende stof in je neus komt. Je doet dit onbewust. Je neemt zelf geen beslissing, het gaat vanzelf. Je niest om de stof uit je lichaam te verwijderen.
© Getty Images/Cavan Images RF
Soms heeft een reflex ook invloed op je Figuur 2 Je moet niezen als er een prikkelende stof in je neus komt. bewuste gedrag. Zo kan je lichaam als reflex speeksel aanmaken wanneer je iets lekkers ziet, bijvoorbeeld een perzik. Je wordt je er vervolgens van bewust dat je zin hebt om de perzik te eten. Of je de perzik dan wel of niet pakt, is een bewuste keuze.
WIST JE DAT? Reflexen van een baby Al direct na de geboorte heeft een baby reflexen die helpen om te overleven. Strijk je over de wang van de baby? Dan draait hij automatisch naar je toe, opent zijn mond en sluit zijn lippen om je vinger. Dit is de zoekreflex. Hij gaat direct zuigen zodra hij iets in zijn mond voelt: de zuigreflex. Die is heel belangrijk bij borstvoeding!
© Shutterstock / Krystyna Taran
Andere reflexen stammen uit een eerdere De grijpreflex van een baby periode in de evolutie, toen baby’s zich aan de moeder moesten vastklampen om rondgedragen te worden. Zo maakt de baby snel een krachtige vuist wanneer je zijn handpalm aanraakt: de grijpreflex. De greep is zo stevig dat je hem eraan op zou kunnen tillen.
Leren en ontwikkelen Een baby reageert in het begin vooral reflexmatig om te kunnen overleven. Zijn gedrag is grotendeels aangeboren. Maar veel van deze reflexen verliest de baby ook weer. Hoe ouder een kind wordt, hoe bewuster hij gaat handelen. Het kind gaat leren. In het begin kijkt hij daarvoor vaak naar zijn omgeving. Hoe reageren de mensen om hem heen op bepaalde prikkels? Dat gedrag kan het kind overnemen.
Reageren op elkaar Je gedrag heeft altijd te maken met de prikkels uit je eigen lichaam of je omgeving, waaronder contacten met andere organismen. Je neemt het gedrag van een ander waar en je reageert hierop. Door gedrag kunnen mensen met elkaar communiceren. Je voert bijvoorbeeld een gesprek met een klasgenoot. Je gebruikt dan je stem om te reageren. Er zijn ook andere manieren om te reageren: bijvoorbeeld handgebaren maken of je lichaamshouding veranderen. Jij reageert dus op wat anderen doen. En anderen reageren ook weer op jou. Dit gedrag tussen soortgenoten noem je sociaal gedrag. Ook dieren communiceren met elkaar via gedrag. Denk bijvoorbeeld aan marmotten die elkaar met piepjes waarschuwen voor gevaar of kleine vogels die hun snavels wijd open doen zodat hun ouders op zoek gaan naar voedsel. 11
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 11
8/02/2022 12:52
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Waarom reageer je zoals je reageert?
OPDRACHTEN 2
Wat heb je geleerd over gedrag? Wat weet je na het lezen van deze paragraaf nog meer over gedrag? Bekijk je mindmap van de startopdracht. Vul de mindmap aan met begrippen die je hebt geleerd in de theorie.
3
Bewust en onbewust Gedrag ontstaat doordat een organisme reageert op zijn omgeving.
a Hoe heet de informatie die vanuit de omgeving binnenkomt bij mensen en dieren? ◯ ◯ ◯ ◯
beslissingen reflexen prikkels zintuigen
b Veel menselijk gedrag is bewust, maar heel vaak reageren we onbewust. Geef bij de volgende beschrijvingen aan of het gedrag bewust is of onbewust. 1 Na lang twijfelen besluit je om die felgekleurde sweater te kopen. bewust | onbewust 2 In een winkelcentrum lopen veel mensen op de maat van de muziek. bewust | onbewust 3 Je krijgt kippenvel en de haren op je arm gaan overeind staan. bewust | onbewust 4 Je vangt een bal. bewust | onbewust 5 De bel gaat en je pakt je tas. bewust | onbewust 6 Wanneer mensen om je heen gapen, doe jij dat even later ook. bewust | onbewust
c Beschrijf in je eigen woorden het verschil tussen bewust en onbewust gedrag.
4
Gedrag in de biologie Soms wordt gedrag gezien als iets positiefs of iets negatiefs. Denk bijvoorbeeld aan iemand die zegt: ‘Gedraag je eens fatsoenlijk!’. In de biologie is dat niet wat er bedoeld wordt met gedrag.
a Leg uit wat het verschil is tussen gedrag uit het voorbeeld en gedrag zoals het in de biologie bestudeerd wordt.
b Is sociaal gedrag in de biologie hetzelfde als sociaal gedrag zoals we dat in het dagelijks leven benoemen? Leg je antwoord uit.
12
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 12
8/02/2022 12:52
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Waarom reageer je zoals je reageert?
5
Gedrag van een huisdier Deze opdracht doe je samen met een klasgenoot. Kies een huisdier uit (zoals een hond, kat of konijn). Je kunt het gedrag van je eigen huisdier bekijken of filmpjes zoeken op internet.
a Alle organismen reageren op prikkels uit de omgeving. Op welke prikkels reageert het huisdier? Hoe ziet die reactie eruit?
b Mensen en dieren gebruiken gedrag om contact te leggen. Welk gedrag zie je bij het huisdier om contact te leggen met mensen of met andere dieren?
c Welk typisch gedrag vertoont het huisdier wanneer hij zijn voer heeft opgegeten?
6
Functie van gedrag Hieronder staan drie voorbeelden van gedrag. 1 Wanneer je honger hebt en iets lekkers ruikt, beginnen je speekselklieren speeksel te produceren. 2 Als een pad een keer gestoken is door een steekvlieg, dan hapt de pad niet meer naar een steekvlieg. Andere insecten eet hij wel, maar de steekvlieg laat hij voorbijgaan. 3 Vissen zwemmen vaak in grote groepen. Ze blijven dicht bij elkaar. Voor een roofdier is het dan moeilijker om de vissen te vangen.
a Wat is in het eerste voorbeeld het nut van het gedrag voor jou?
b Wat is in het tweede voorbeeld het nut van het gedrag voor de pad? c Wat is in het derde voorbeeld het nut van het gedrag voor de vissen?
d De voorbeelden hebben allemaal iets gemeenschappelijk. Als jij de functie van gedrag zou omschrijven in één zin, wat zou je dan opschrijven?
13
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 13
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Waarom reageer je zoals je reageert?
7
Het grote plaatje Bekijk het grote plaatje van dit hoofdstuk.
a Leg het verband uit tussen bewegen en gedrag (van mensen en dieren).
b Wat is het verband tussen keuzes maken en gedrag? Gebruik in je antwoord de woorden: beslissing, bewust en persoonlijk.
AFSLUITING 8
Waarom reageer je zoals je reageert? De grote vraag van dit hoofdstuk is: ‘Waarom reageer je zoals je reageert?’ Wat is jouw antwoord op deze vraag? Gebruik in je antwoord de informatie van deze paragraaf.
14
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 14
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
Zintuigen en zenuwstelsel
5.2 ZINTUIGEN EN ZENUWSTELSEL
© Shutterstock / Domenico Fornas
Aan het eind van deze paragraaf kun je: uitleggen dat zintuigen verschillende prikkels uit de omgeving opvangen. uitleggen hoe het zintuig- en zenuwstelsel is opgebouwd. uitleggen dat het zenuwstelsel bestaat uit een centraal zenuwstelsel en zenuwen. de onderdelen en functies van de hersenen benoemen. aanwijzen welke zintuigprikkels waar in de hersenen worden verwerkt.
• • • • •
Bij deze paragraaf hoort de volgende practicumopdracht: Zintuigen Overleg met je docent of je deze gaat uitvoeren.
•
STARTOPDRACHT 1
Kraak de cijfercode Je hersenen kunnen de informatie die ze binnenkrijgen heel snel verwerken. Verwonder je over je eigen leervermogen. Dit ga je doen: 1 Blijf naar de tekst kijken. 2 Na een paar tellen lees je wat er staat! D323 m3d3d3l1ng l44t j3 213n t6t w3lk3 gr6t3 pr35t4t135 6n23 h3r53n3n 1n 5t44t 21jn. 1n h3t b3g1n w45 h3t 23k3r n6g m631l1jk d323 t3k5t t3 l323n, m44r nu k4n j3 h3t w44r5ch1jnl1jk 4l w4t 5n3ll3r l323n 26nd3r j3 3cht 1n t3 5p4nn3n. D4t k6mt d66r h3t 3n6rm3 l33rv3rm6g3n v4n 6n23 h3r53n3n. Kn4p hè?
a Door welke letters moet je de cijfers in de tekst vervangen?
15
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 15
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
Zintuigen en zenuwstelsel
b Leg uit wat er gebeurt vanaf het moment dat je begint met lezen. Gebruik daarbij de woorden geheugen, ogen, hersenen en zenuw.
c Maak op deze manier zelf een tekst en laat deze door een medeleerling lezen.
THEORIE Een koude douche Je neemt een warme douche. Opeens wordt het water ijskoud. Met een gil spring je weg! Wat gebeurt er? De kou prikkelt zintuigen in je huid. Met zintuigen neem je prikkels uit de omgeving waar. Als reactie op de kou geeft je zintuig een elektrisch signaal af aan je zenuwstelsel. Dit signaal is een impuls. Een impuls is een elektrisch signaal in zenuwcellen. Zo geven zenuwcellen informatie door aan elkaar en aan andere cellen. Die informatie gaat door naar je hersenen. De weg van die impulsen zie je als een rode lijn in figuur 1. Zodra de impulsen in je hersenen aankomen, word je je bewust van de kou en besluit je om weg te springen. Om te kunnen springen sturen je hersenen impulsen via je zenuwstelsel naar je beenspieren. De weg van die impulsen zie je als blauwe lijnen in figuur 1. Je spieren brengen je benen in beweging en je springt weg. Dit gaat allemaal ontzettend snel. Vaak reageert je lichaam al voordat je beseft wat er gebeurt. Figuur 1 Het water is ijskoud!
Voor verschillende prikkels heb je verschillende zintuigen in je lichaam (zie figuur 2). Het zintuigstelsel bestaat uit alle zintuigen van je lichaam. In de ogen bevinden zich de lichtzintuigen, in de oren de gehoorzintuigen, in de neus de reukzintuigen, in de mond op de tong de smaakzintuigen en in de huid de pijn-, tast- en temperatuurzintuigen. De prikkel van het ijskoude douchewater zorgt er via het zintuigstelsel, zenuwstelsel en spierstelsel voor dat je gedrag verandert en je niet meer onder de douche blijft staan. Deze drie orgaanstelsels werken samen zodat je prikkels waarneemt en er op reageert.
16
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 16
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
Zintuigen en zenuwstelsel
geluidsprikkel
lichtprikkel
smaakprikkel
geurprikkel
warmte-, koude- of tastprikkel
Figuur 2 Voor verschillende prikkels heb je verschillende zintuigen.
Het zenuwstelsel Dankzij het zenuwstelsel kan je lichaam reageren op prikkels uit je omgeving, zoals een onverwacht koude douche. Het zenuwstelsel zorgt voor het vervoer van impulsen in je lichaam. Het zenuwstelsel bestaat uit de volgende onderdelen: hersenen ruggenmerg zenuwen
• • •
hersenen
ruggenmerg
zenuwen
De hersenen staan in verbinding met de rest van het lichaam via het ruggenmerg. Dat is een dikke bundel die vooral bestaat uit lange uitlopers van zenuwcellen. Het ruggenmerg geeft de impulsen met grote snelheid door tussen het lichaam en de hersenen. De hersenen en het ruggenmerg vormen samen het centrale zenuwstelsel. Het centrale zenuwstelsel is via zenuwen verbonden met de organen en weefsels. Zenuwen zijn bundels vol uitlopers van zenuwcellen. De zenuwen geven prikkels uit het lichaam en de omgeving via impulsen door aan het centrale zenuwstelsel.
De drie delen van de hersenen Denk terug aan de douche die opeens ijskoud werd, waardoor je binnen enkele seconden wegsprong. In die korte tijd heeft jouw zenuwstelsel enorm veel informatie verwerkt en opdrachten gegeven aan jouw lichaam. Temperatuurzintuigen gaven impulsen af die in de hersenen de juiste betekenis kregen: koud! Op een andere plek in de hersenen werd jij je bewust van dit alles. En tegelijk werd op weer een andere plek besloten welke spieren informatie moesten ontvangen om te reageren. Daardoor sprong je snel onder het koude water vandaan. De hersenen bestaan dus uit delen die eigen taken hebben én goed samenwerken.
Figuur 3 Het zenuwstelsel bestaat uit de hersenen, het ruggenmerg en zenuwen.
17
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 17
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
Zintuigen en zenuwstelsel
De hersenen bestaan uit drie delen: de hersenstam, de kleine hersenen en de grote hersenen (zie figuur 4). De hersenstam verbindt het ruggenmerg met de rest van de hersenen. Dit hersendeel regelt je ademhaling, hartslag en lichaamstemperatuur. Je hoeft over deze noodzakelijke lichaamsprocessen niet na te denken. De hersenstam doet dit zelfstandig. De kleine hersenen zitten onderaan in het achterhoofd. Dit hersendeel stemt alle spierbewegingen precies op elkaar af. Hierdoor kun je ingewikkelde Figuur 4 De drie delen van de hersenen bewegingen maken, zoals schrijven of een bal vangen. Zelfs stilstaan vraagt om afstemming van veel spieren zodat je niet omvalt. Zonder kleine hersenen zou dit enorm moeilijk zijn. De grote hersenen bestaan uit een linker- en rechterhelft. Dit hersendeel verwerkt informatie van alle zintuigen waar jij je bewust van bent. Met de grote hersenen denk je na. De grote hersenen sturen ook de bewegingen in je lichaam aan, bijvoorbeeld van je armen en benen en van je spraak.
•
grote hersenen
hersenstam kleine hersenen
•
•
Functies van de grote hersenen
aan stu re n ontva ng
n va
besluiten nemen en plannen n ate pr
va n
sk ele tsp ier en ta st pr ik k els
Je grote hersenen bestaan uit vier verschillende gebieden met elk hun eigen functie. De twee hersengebieden in het midden van je hoofd en het gebied in je achterhoofd verwerken de prikkels die je via je zintuigen binnenkrijgt (zie figuur 5). Het voorste deel van je grote hersenen is het deel waarmee je bewust nadenkt, besluiten neemt en de skeletspieren aanstuurt.
herkennen van tast
en
horen
geheugen herkenning
zien proeven
herkennen van geluid en reuk
herkennen van beelden
ruiken hersenstam
kleine hersenen ruggenmerg
Figuur 5 Hersengebieden met hun functies 18
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 18
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Zintuigen en zenuwstelsel
OPDRACHTEN 2
Het zijlijnsysteem Veel vissen hebben een speciale groep zintuigen: het zijlijnsysteem. Daardoor kunnen vissen in grote groepen zwemmen. Zo’n school vissen lijkt vaak te bewegen als één groot organisme. De zintuigen van het zijlijnsysteem liggen in de huid van de vis. Samen vormen deze zintuigen een lijn die van kop tot staart langs de zijkant van het lichaam loopt. De zintuigen van het zijlijnsysteem nemen heel nauwkeurig de beweging van het water rond de vis waar, zodat de vis direct kan reageren op bewegingen van vissen die vlakbij zwemmen. Met welke zintuigen van de mens zijn de zintuigen van het zijlijnsysteem het best te vergelijken? ◯ pijnzintuigen ◯ reukzintuigen ◯ tastzintuigen ◯ temperatuurzintuigen ◯ gezichtszintuigen
3
Onderdelen van het zenuwstelsel Het zenuwstelsel bestaat uit verschillende onderdelen. Welk onderdeel van het zenuwstelsel hoort bij de omschrijving? de grote hersenen | de hersenstam | de kleine hersenen | het centrale zenuwstelsel | het ruggenmerg 1 Het deel van het zenuwstelsel dat bestaat uit ruggenmerg en hersenen, noem je . 2 De bundel van zenuwweefsel waardoor impulsen op hoge snelheid van en naar de hersenen gaan, noem je
.
3 Het onderdeel van het zenuwstelsel waar spierbewegingen tot in detail worden afgestemd, noem je
.
4 Het onderdeel van het zenuwstelsel waarin noodzakelijke lichaamsprocessen geregeld worden, noem je
.
5 Het deel van het zenuwstelsel waarmee je bewust reageert op prikkels, noem je .
19
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 19
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
4
Zintuigen en zenuwstelsel
Snelle bromvlieg Op je boterham zit een dikke bromvlieg. Bah! Je probeert de vlieg weg te slaan, maar deze is allang weggevlogen op het moment dat je met je hand op de plek bent waar de vlieg zat. Toch sloeg je zo snel mogelijk! Hoe kan een vlieg veel sneller reageren dan dat jij kunt slaan? Verklaar dit op basis van de grootte van een bromvlieg en de grootte van een mens.
5
Onderdelen van de hersenen Welke hersendelen zie je? Kleur in de afbeelding de grote hersenen rood, de kleine hersenen groen en de hersenstam blauw.
6
Informatie in de hersenen Verschillende informatie wordt in verschillende delen van het centrale zenuwstelsel verwerkt. Hieronder zie je zes verschillende delen van het centrale zenuwstelsel met een kleur en een nummer (I t/m VI).
I
II
III
IV
V
VI
20
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 20
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Zintuigen en zenuwstelsel
Noteer per beschrijving het deel van het centrale zenuwstelsel (nummer I t/m VI) dat daarmee te maken heeft. Let op: Sommige delen komen niet of juist meerdere keren aan bod. 1 2 3 4
Dit is het deel waarmee je alles wat je ziet verwerkt: nummer . Dit is het deel waar het geheugen zit: nummer . Dit is het deel waarmee je besluit de bal in het doel te gaan schoppen: nummer . Dit zijn de delen waarmee je ervoor zorgt dat je tijdens het voetballen de bal precies in het doel schopt: eerst nummer en dan nummer . 5 Dit is het deel waarmee je voelt dat je de bal raakt met je voet: nummer . 6 Dit is het deel waarmee je de scheidsrechter hoort fluiten, omdat je buitenspel stond: nummer .
7
Evolutie van de hersenen Vanuit de evolutietheorie is bekend dat de mens afstamt van de aapachtigen. Bij de eerste aapachtigen waren de grote hersenen veel kleiner en minder ontwikkeld. Wetenschappers hebben dit ontdekt met behulp van een apenschedel van 54 miljoen jaar oud. De moderne mens heeft niet alleen veel grotere, maar ook veel verder ontwikkelde grote hersenen dan de primitieve aapsoorten 54 miljoen jaar geleden. In de hersenen van primitieve aapsoorten was het verwerken van geurprikkels wel sterker ontwikkeld dan het verwerken van overige prikkels.
primitieve aapsoorten
moderne mens © Shutterstock / Usagi-P
Verklaar waardoor de grote hersenen van de moderne mens groter en verder ontwikkeld zijn.
21
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 21
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Zintuigen en zenuwstelsel
EXTRA OPDRACHTEN 8
Verbrande tong Je hebt vast wel eens meegemaakt dat te heet eten of drinken op je tong terechtkwam. Je tong verbranden is een pijnlijke ervaring! Maar heb je wel eens opgemerkt wat er daarna gebeurt? Het verbrande deel van je tong voelt een paar dagen nutteloos. Je proeft er niks mee, je voelt het voedsel in je mond er slechter mee en tegelijkertijd is het extra gevoelig voor pijn.
a Verklaar waardoor de smaak- en tastzintuigen van de tong een paar dagen niet goed werken wanneer je je tong hebt verbrand.
b Verklaar waardoor de pijnzintuigen van de tong een paar dagen juist extra gevoelig zijn wanneer je je tong verbrand hebt.
c Beschrijf in eigen woorden hoe zenuwcellen en zintuigen bijdragen aan jouw gezondheid en veiligheid.
9
Het ‘reptielenbrein’ Sommige mensen spreken wel eens over hun ‘reptielenbrein’. Dit is raar, want mensen zijn geen reptielen, maar zoogdieren. Wat mensen met reptielenbrein bedoelen, is dat zij soms zonder nadenken reageren op een gebeurtenis in de omgeving. Vaak is dit een behoorlijk gevaarlijke situatie. Zoals bij een ongeval. Betekent dit dan dat de hersenen van reptielen alleen impulsief reageren zoals in de hersenstam gebeurt? Nee! Daar is niets van waar. Reptielen hebben net als wij gewoon grote hersenen, waarmee zij prima kunnen nadenken. Bovendien reageren mensen in een gevaarlijke situatie niet alleen via hun hersenstam. Toon met behulp van de theorie aan dat de hersenstam niet het reptielenbrein kan zijn.
22
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 22
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
10
Zintuigen en zenuwstelsel
De hersenen van een hongerige kat Een kat ruikt kattenbrokjes en wil deze opeten. Ze loopt naar de keuken, waar de brokjes klaarstaan. Zodra ze de keuken binnenloopt, ziet ze de brokjes ook. De kat besluit te gaan eten. Tijdens het eten proeft en voelt ze de brokjes. Dit gedrag komt tot stand via een aantal stappen in het centrale zenuwstelsel van de kat.
© Shutterstock / plutmaverick
In welk deel van de hersenen van de kat vinden de stappen plaats die ervoor zorgen dat de kat het beschreven gedrag vertoont? Zet de cijfers op de juiste plek in de afbeelding. 1 De geur van de brokjes wordt hier verwerkt. 2 Het gevoel van de brokjes in de bek wordt hier verwerkt. 3 Het zien van de brokjes wordt hier verwerkt. 4 Hier besluit de kat naar de keuken te gaan. 5 Voor het aanspannen van de beenspieren werken de kleine hersenen met dit deel samen.
Meer oefenen met de stof uit deze paragraaf? Kies online voor Herhaling of Plus.
23
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 23
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
Zenuwcellen en vervoer van impulsen
5.3 ZENUWCELLEN EN VERVOER VAN IMPULSEN
© Getty Images/iStockphoto
Aan het eind van deze paragraaf kun je: uitleggen hoe je met het zintuig- en zenuwstelsel kunt reageren op prikkels. uitleggen dat zintuigen prikkels omzetten in impulsen die via gevoelszenuwcellen worden doorgegeven aan het ruggenmerg en de hersenen. uitleggen dat impulsen vanuit de hersenen via bewegingszenuwcellen aan de spieren worden doorgegeven. voorbeelden van reflexen noemen en wat de functie ervan is uitleggen. verschillen noemen tussen een eenvoudig en een ingewikkeld zenuwstelsel.
• • • • •
Bij deze paragraaf hoort de volgende practicumopdracht: Drempelwaarde Overleg met je docent of je deze gaat uitvoeren.
•
STARTOPDRACHT 1
Hoe snel ben jij? Bij atletiek klinkt een startschot, de lopers schieten weg. Bij Formule 1 gaan de rode lichten uit en de race gaat van start. Als je snel reageert, begin je met een voorsprong. Proef A Dit heb je nodig: liniaal
•
© Shutterstock / Microgen
Reactiesnelheid testen met een liniaal
24
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 24
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Zenuwcellen en vervoer van impulsen
Dit ga je doen: 1 Werk in tweetallen. Spreek af wie leerling 1 en leerling 2 is. 2 Leerling 1 houdt een liniaal bij het hoogste getal vast. 3 Leerling 2 houdt duim en wijsvinger bij de 0 (niet vastpakken). 4 Leerling 1 laat de liniaal vallen, zonder waarschuwing aan leerling 2. 5 Leerling 2 pakt de liniaal zo snel mogelijk. 6 Lees af bij hoeveel centimeter de liniaal is vastgepakt. 7 Voer deze proef drie keer uit en bereken het gemiddelde resultaat. 8 Noteer de resultaten in de tabel. 9 Draai daarna de rollen om. Proef B Dit ga je doen: 1 Doe hetzelfde proefje met je ogen dicht. 2 Reageer als er ‘ja’ wordt gezegd. 3 Schrijf ook deze resultaten in de tabel.
Stockphoto
Poging 1
Poging 2
Poging 3
Gemiddeld
Proef A
Proef B
Vergelijk de resultaten tussen het proefje met open ogen en het proefje met dichte ogen. Is er een verschil? Geef daarvoor een verklaring.
THEORIE Functies en vormen van zenuwcellen Het zenuwstelsel geeft impulsen door naar het centraal zenuwstelsel. Vanuit het centraal zenuwstelsel gaan de impulsen naar de spieren. Het zenuwstelsel bestaat voor het grootste deel uit zenuwcellen. Zenuwcellen zijn speciale cellen die impulsen doorgeven. Om dit goed te kunnen doen zijn de zenuwcellen heel lang, soms wel een meter. Er zijn drie typen zenuwcellen: gevoelszenuwcellen, schakelzenuwcellen en bewegingszenuwcellen. Gevoelszenuwcellen ontvangen impulsen van zintuigcellen en geven deze door aan schakelzenuwcellen. Schakelzenuwcellen ontvangen impulsen van gevoelszenuwcellen en geven deze door aan andere zenuwcellen. Schakelzenuwcellen geven impulsen door naar de juiste plaats in het zenuwstelsel. Bewegingszenuwcellen ontvangen impulsen van schakelzenuwcellen en geven deze door aan spiercellen. De spiercellen van een skeletspier noem je ook wel spiervezels. Als spiervezels deze impulsen ontvangen, trekken ze samen. Dit zorgt dus voor een actie.
• • •
25
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 25
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
Zenuwcellen en vervoer van impulsen
zintuig
spiervezels
gevoelszenuwcel
schakelzenuwcel
bewegingszenuwcel
Figuur 1 Verschillende soorten zenuwcellen
Deze cellen werken dus goed samen om een prikkel om te zetten in gedrag (zie figuur 2). zintuigstelsel prikkel
zintuigcellen
zenuwstelsel impuls
schakelzenuwcellen
spierstelsel
actie
spiervezels
gevoelszenuwcellen
impuls
bewegingszenuwcellen
Figuur 2 Deze cellen werken samen en maken zo gedrag mogelijk.
26
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 26
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
Zenuwcellen en vervoer van impulsen
HOE ZIT DAT? De neuroloog Ben je wel eens bij een neuroloog geweest? Een neuroloog is een arts die gespecialiseerd is in neuronen. Neuronen is een ander woord voor zenuwcellen. Een neuroloog behandelt mensen die een aandoening aan hun zenuwstelsel hebben. Dat kan hoofdpijn zijn, maar ook rugpijn, dementie of epilepsie. Neurologen doen ook veel onderzoek. Door al die onderzoeken is het in 2021 gelukt om een blinde vrouw weer te laten zien. Er is een apparaatje ontwikkeld dat de functie van de zenuwcellen overneemt. Met dit apparaatje kan de vrouw nu eenvoudige vormen zien.
© Shutterstock / DC Studio
Een neuroloog onderzoekt de hersenactiviteit.
Reflex: een razendsnelle reactie Stel dat je je hand te dicht bij een brandende kaars houdt. Je trekt dan je hand bliksemsnel terug. Zo’n automatische en snelle reactie is een reflex. De meeste reflexen beschermen je tegen (ernstige) verwondingen. Een reflex werkt anders dan een normale reactie. Bij een reflex gaat de impuls vanaf de gevoelszenuwcel via de schakelzenuwcellen in het ruggenmerg direct naar een bewegingszenuwcel (zie figuur 3). De impuls gaat dus niet eerst naar de hersenen en dan pas naar de bewegingszenuwcellen, zoals bij een normale reactie. De impuls snijdt eigenlijk een stuk af. Dat zorgt voor een enorm snelle reactie. Als de impuls van een reflex bij het ruggenmerg is aangekomen, gaat er ook een impuls naar de hersenen. Pas dan kunnen je hersenen de informatie verwerken en voel je pijn.
gevoelszenuwcel
schakelzenuwcel
spier ruggenmerg
actie bewegingszenuwcel hitte
vinger
Figuur 3 De route van een reflex
27
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 27
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
Zenuwcellen en vervoer van impulsen
Zenuwstelsel bij dieren Dieren kunnen een eenvoudig of een ingewikkeld zenuwstelsel hebben, of iets daartussenin. Dat verschil is er bijvoorbeeld tussen deze twee zeedieren: de kwal en de orka. Een kwal drijft in zee en beweegt mee met de stroming. Hij eet het voedsel dat voorbijdrijft en hoeft niet te jagen. Voor deze simpele leefwijze is een eenvoudig zenuwstelsel voldoende. Een orka leeft heel anders dan een kwal. Orka’s zijn grote dieren die in sociale groepen leven en samen op jacht gaan. Daarbij gebruiken ze veel zintuigen. Ze denken na over hoe ze samen het best een prooi kunnen vangen. Tijdens het jagen communiceren orka’s daarom met hun soortgenoten. Voor deze leefwijze is een ingewikkeld zenuwstelsel nodig.
neteldieren
platwormen
wormen
insecten
inktvissen
gewervelden
Figuur 4 Zenuwstelsels van verschillende diergroepen
OPDRACHTEN 2
Soorten zenuwcellen Er zijn drie soorten zenuwcellen. Welke typen zenuwcellen zie je in de afbeelding? Noteer de nummers van de verschillende typen zenuwcellen in het juiste vakje in de afbeelding. 1 bewegingszenuwcel 2 gevoelszenuwcel 3 schakelzenuwcel
zintuigcel
spiervezels
28
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 28
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Zenuwcellen en vervoer van impulsen
3
Van waarnemen naar reageren Je krijgt dagelijks heel veel prikkels uit je omgeving. Die prikkels neem je waar. Daarna kun je daarop reageren. Hoe ontstaat jouw reactie? Kies het juiste woord. Een prikkel uit je omgeving neem je waar met een bewegingszenuwcel | schakelzenuwcel | gevoelszenuwcel | zintuig. Deze geeft een impuls door aan een bewegingszenuwcel | schakelzenuwcel | gevoelszenuwcel | zintuig. Deze impuls wordt overgedragen aan een bewegingszenuwcel | schakelzenuwcel | gevoelszenuwcel | zintuig. Impulsen laten via een bewegingszenuwcel | schakelzenuwcel | gevoelszenuwcel | zintuig een spier samentrekken. Daardoor is er een reactie.
4
De zenuwen van een hongerige kat Een kat ruikt kattenbrokjes en wil deze opeten. Ze loopt naar de keuken, waar de brokjes klaarstaan. Zodra ze de keuken binnenloopt, ziet ze de brokjes ook. De kat besluit te gaan eten. Tijdens het eten proeft en voelt ze de brokjes. In het zenuwstelsel van de kat zijn verschillende cellen actief. Hierdoor komt het gedrag tot stand.
© Shutterstock / plutmaverick
Vink in de tabel per stap de juiste celtypen aan. Bij sommige stappen moet je meerdere antwoorden geven. bewegingsgevoels schakel zenuwcellen zenuwcellen zenuwcellen 1
De geurprikkel van de kattenbrokjes wordt opgemerkt met:
2 De eerste zenuwcellen die de informatie over de geurprikkel ontvangen, zijn: 3 De kat wordt zich bewust van de kattenbrokjesgeur. De cellen die de informatie over de geurprikkel in de hersenen verwerken, zijn allemaal: 4 De kat gaat lopen. De impulsen waarmee de spieren worden aangestuurd, komen van: 5 Direct na het ruiken van de brokjes en nog voordat ze de brokjes kan zien, trekken spiertjes in de speekselklier samen, waardoor de kat extra speeksel in haar bek krijgt. Welke celtypen geven tijdens deze reflex een impuls door?
spiervezels
zintuig cellen
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
29
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 29
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Zenuwcellen en vervoer van impulsen
5
Cellen snoeien Tijdens je pubertijd raak je hersencellen kwijt! Er verdwijnen dan heel veel schakelzenuwcellen uit je hersenen. Alleen de verbindingen tussen zenuwcellen die veel gebruikt worden blijven bestaan. Dit ‘wegsnoeien’ van schakelzenuwcellen zorgt ervoor dat je hersenen veel efficiënter gaan werken en je je beter kunt concentreren. Maar je raakt als puber wel even uit balans tijdens het ‘snoeien’. Je stemming kan wisselen. Ook verandert je slaapritme, waardoor je moe kunt zijn. Waardoor zullen je hersenen efficiënter gaan werken dankzij het ‘wegsnoeien’ van schakelzenuwcellen? Tip: Vergelijk het netwerk van schakelzenuwcellen in de hersenen met een wegennetwerk dat bestaat uit dorpsstraatjes, zandweggetjes en dierenpaadjes. Er zijn daarin heel veel verschillende routes om van A naar B te komen, waarvan de meeste via een omweg lopen en niet zo snel zijn. Door de omwegen en langzame routes weg te halen én de handigste routes te verbouwen tot grote snelwegen, kom je veel makkelijker en sneller van A naar B.
6
Het verloop van een reflex Een reflex is een razendsnelle reactie op een prikkel. Bij een reflex denk je niet na voordat je reageert. De route die de impuls aflegt is heel kort. Daardoor is een reflex zo snel. Wat is de kortste route die een impuls tijdens een reflex kan afleggen? ◯ zintuigcel, bewegingszenuwcel, spiercel ◯ zintuigcel, gevoelszenuwcel, schakelzenuwcel in ruggenmerg, bewegingszenuwcel, spiercel ◯ zintuigcel, gevoelszenuwcel, schakelzenuwcel in grote hersenen, bewegingszenuwcel, spiercel ◯ zintuigcel, schakelzenuwcel in ruggenmerg, bewegingszenuwcel, spiercel ◯ zintuigcel, schakelzenuwcel in hersenen, spiercel
7
Eenvoudig of ingewikkeld zenuwstelsel Deze opdracht maak je samen met een klasgenoot. Teken een zenuwstelsel voor een dier. Het dier heeft deze kenmerken: Woont in de zee. Heeft een paar tentakels. Heeft geen ogen, neus en oren. Heeft een holte waarin eten naar binnen gaat en ontlasting naar buiten gaat. Heeft zintuigen én spiervezels aan de buitenkant. Is geen jager, maar wacht tot er voedsel voorbijdrijft.
• • • • • •
30
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 30
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Zenuwcellen en vervoer van impulsen
Dit heb je nodig: A4-papier of computer/laptop/tablet met een tekenprogramma, bijvoorbeeld Paint potloden in twee kleuren
• •
Dit ga je doen: 1 Lees de kenmerken. 2 Bespreek wat jullie gaan tekenen. 3 Teken het dier en het zenuwstelsel. 4 Geef het dier en het zenuwstelsel beide een andere kleur. 5 Werk je digitaal? Sla je werk op en deel het met je docent.
EXTRA OPDRACHTEN 8
Het einde van de impuls Impulsen worden van zenuwcel naar zenuwcel doorgegeven. Dat brengt een gevaar met zich mee: een impuls zou eeuwig doorgegeven kunnen worden binnen het zenuwstelsel. Zo’n situatie moet je niet hebben! Daarom bestaan er zenuwcellen die, wanneer zij een impuls ontvangen, zenuwcellen in hun omgeving tijdelijk ongevoelig maken voor impulsen. Deze zenuwcellen hebben dan een remmende functie. Welk type zenuwcellen kan een remmende functie hebben in het zenuwstelsel? ◯ bewegingszenuwcellen ◯ gevoelszenuwcellen ◯ schakelzenuwcellen
31
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 31
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
9
Zenuwcellen en vervoer van impulsen
Ongelijk verdeeld Het centrale zenuwstelsel heeft drie typen zenuwcellen: gevoelszenuwcellen, schakelzenuwcellen en bewegingszenuwcellen. Eén type zenuwcel komt veel vaker voor dan de andere twee. Welk type zenuwcel komt het meest voor in het centrale zenuwstelsel? Leg je antwoord uit.
10
Dwarslaesie Door een ongeval, een tumor of het gebruik van lachgas kan iemand een dwarslaesie krijgen. Bij een dwarslaesie zijn zenuwbanen in het ruggenmerg beschadigd. Daardoor is de verbinding onderbroken tussen de hersenen en de zenuwen die de organen aansturen. Sommige lichaamsfuncties vallen hierdoor uit. Een dwarslaesie kan in elk deel van het ruggenmerg voorkomen. Bekijk de figuur. In welk deel van het ruggenmerg zorgt een dwarslaesie voor de meeste uitval: groen, roze, blauw of paars? Leg je antwoord uit.
Meer oefenen met de stof uit deze paragraaf? Kies online voor Herhaling of Plus.
32
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 32
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
Zien
5.4 ZIEN
© Shutterstock / feeling lucky
Aan het eind van deze paragraaf kun je: uitleggen hoe je een beeld (bewust) kunt zien. de onderdelen van het oog benoemen en de functies uitleggen. uitleggen hoe je voorwerpen scherp kunt zien. uitleggen hoe een bril of lenzen kunnen helpen om scherp te zien.
• • • •
Bij deze paragraaf hoort de volgende practicumopdracht: Diepte zien Overleg met je docent of je deze gaat uitvoeren.
•
STARTOPDRACHT 1
Blind aan één oog? Er is een plek in je oog waarmee je niets kunt zien. In deze opdracht ontdek je dat die blinde vlek echt bestaat.
Dit ga je doen: Houd de afbeelding een armlengte van je vandaan. Doe je linkeroog dicht. Bekijk met je rechteroog de stip. Beweeg je hoofd langzaam naar de stip. Beweeg je oog niet, blijf strak naar de stip kijken. Opeens is het kruis verdwenen. Het beeld valt op de blinde vlek! Als je je hoofd verder beweegt, verschijnt het kruis weer.
• • • • • • •
Hoe komt het dat je van de blinde vlek niets merkt, als je met één oog naar je omgeving kijkt?
33
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 33
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
Zien
THEORIE Van lichtprikkel naar zien Je ogen helpen je met veel dingen. Bijvoorbeeld om overdag en ’s nachts te kunnen fietsen of om een bal te vangen die op je afkomt. Of je ziet die ene leuke persoon van een afstand op je afkomen. Je neemt zaken in je omgeving waar door ernaar te kijken. Zien doe je zodra er genoeg licht is en je ogen open zijn. Wanneer je iets ziet, kun je er vervolgens op reageren, bewust of onbewust. Zien doe je niet alleen met je ogen, maar ook met je hersenen. Als je naar een bal kijkt, valt er licht op je oog (zie figuur 2). Je oog doet er alles aan om een zo duidelijk mogelijk beeld van de bal te krijgen.
Figuur 1 Ogen van zoogdieren. Boven: mens en kat. Onder: paard en hond.
Wat gebeurt er stap voor stap? Stap 1: Het licht valt op lichtgevoelige cellen in je oog. Stap 2: Zintuigcellen zetten de lichtprikkels om in impulsen. Stap 3: De impulsen worden doorgegeven aan de oogzenuw. Stap 4: De impulsen komen terecht in de hersenen. Stap 5: De hersenen ontvangen en verwerken de impuls en maken er een beeld van. Dan pas zie je de bal bewust.
• • • • •
Figuur 2 De weg van het licht
Bouw en werking van het oog Aan de buitenkant zie je maar een klein stukje van je oog. Je oog ligt voor het grootste deel in een holte in je schedel. wenkbrauw oogspieren oogzenuw
harde oogvlies
hoornvlies wimper
Figuur 3 Model van de oogbol
34
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 34
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Zien
Aan de buitenkant van de oogbol zitten de volgende onderdelen (zie figuur 3). Het harde oogvlies is de stevige buitenlaag. Deze is wit en beschermt het oog. Het hoornvlies zit aan de voorkant van het oog. Het harde oogvlies is daar doorzichtig. Het hoornvlies laat het licht door. Met oogspieren kun je je ogen in verschillende richtingen draaien. Deze spieren zorgen ervoor dat je alle kanten op kunt kijken. De oogzenuw stuurt informatie van het netvlies naar de hersenen.
• • • •
In een dwarsdoorsnede van een mensenoog (zie figuur 4) zie je de volgende onderdelen. Het vaatvlies zit aan de binnenkant van het harde oogvlies. Bloedvaatjes in het vaatvlies zorgen voor voeding van het oog. De pupil is een ronde opening en zit midden in de iris. Hier valt licht het oog binnen. De iris zit aan de voorkant van je oog. Het is het gekleurde deel van het vaatvlies en bepaalt dus jouw oogkleur. De iris regelt dat de pupil groter en kleiner kan worden. Hierdoor kan er veel of weinig licht het oog binnenkomen. De ooglens is een doorzichtige schijf. Deze zorgt samen met het hoornvlies voor een scherp beeld op het netvlies. Een kringspier past de vorm van de lens aan. Dit gebeurt om het beeld van dichtbij of veraf scherp te stellen. Het glasachtig lichaam is een geleiachtige vloeistof en zit in de achterste ruimte van het oog. De bolle vorm van het oog wordt gevormd door met name het glasachtig lichaam. Het netvlies is een laag van zintuigcellen. Dit is de plek waar het licht dat het oog binnenkomt op terechtkomt.
• • • • • • •
harde oogvlies vaatvlies netvlies glasachtig lichaam kringspier hoornvlies pupil ooglens iris
Figuur 4 Dwarsdoorsnede van het oog
35
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 35
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
Zien
Grote en kleine pupillen Kijk eens in de spiegel terwijl je het licht aan- en uitdoet. Je ziet dan je pupillen van grootte veranderen. De verandering van pupilgrootte is een reflex, de pupilreflex. Bij veel licht worden je pupillen kleiner. Dat zorgt ervoor dat je niet verblind wordt. Als er minder licht is, worden je pupillen groter. Hierdoor kan je oog zoveel mogelijk licht opvangen.
minder licht
meer licht
Figuur 5 De pupilreflex
Van ver weg en dichtbij zien Om een voorwerp scherp te kunnen zien moeten de lichtstralen op precies de juiste plek op het netvlies vallen. Je moet dus ‘scherpstellen’. Dit doe je door de ooglens van vorm te veranderen. Dit heet accommodatie. Accommoderen gebeurt door een kringspier in het oog aan te spannen en te ontspannen. Als je in de verte kijkt, is de kringspier ontspannen en de ooglens plat. Als je van dichtbij scherp wilt zien, spant de kringspier zich aan en wordt de ooglens boller (zie figuur 6). Dichtbij kijken is dus extra inspannend voor de ogen. Bekijk figuur 6 eens iets beter. Zie je de bandjes tussen de kringspier en de lens? De kringspier en die bandjes werken samen. Als de kringspier ontspannen is, trekken de bandjes aan de lens, waardoor de lens plat wordt. Als de kringspier aangespannen is, zijn de bandjes ontspannen. De lens komt dan in zijn natuurlijke vorm, namelijk bol.
kringspier ontspannen
lensbandjes iris lens plat
kringspier aangetrokken
lensbandjes iris lens bol
Figuur 6 Accommoderen met behulp van een kringspier
Verziend en bijziend Als je verziend of bijziend bent, komen de lichtstralen niet goed samen op het netvlies. Dit kan komen doordat de oogbol te kort is of juist te lang. Daardoor komt er geen scherp beeld op je netvlies terecht en kun je dus niet scherp zien. Dat kan gecorrigeerd worden met een bril of contactlenzen. Als je verziend bent, komen de lichtstralen niet samen óp het netvlies, maar net erachter. Je hebt dan een bril met +glazen nodig. Die brillenglazen zijn een beetje bol (zie figuur 7). Als je bijziend bent, komen lichtstralen samen vóór het netvlies in plaats van rechtstreeks op het netvlies. Je hebt dan -glazen nodig. Die brillenglazen zijn een beetje hol (zie figuur 7).
36
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 36
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
normaal zicht
Zien
beeld
verziendheid
bolle lens
bijziendheid
holle lens
Figuur 7 Verziendheid en bijziendheid kegeltje
Netvlies met staafjes en kegeltjes In je oog zit je netvlies. Daar komt het licht op terecht. In het netvlies liggen twee soorten zintuigcellen: staafjes en kegeltjes. Deze zintuigcellen zijn gevoelig voor lichtprikkels. In de zintuigcellen ontstaan impulsen die naar de hersenen gaan. In de hersenen word je je bewust van wat je ziet. De staafjes zijn heel gevoelig voor licht. Daardoor kun je er zelfs ‘s nachts en in de schemering mee zien. Met de staafjes zie je alleen zwart, grijs en wit. Nachtdieren kunnen goed in het donker zien, omdat hun ogen veel staafjes bevatten. De kegeltjes zijn minder gevoelig voor licht. Je gebruikt de kegeltjes om overdag, als er meer licht is, kleuren te zien. Er zijn kegeltjes voor rood, groen en blauw.
staafje
netvlies glasachtig lichaam
oogzenuw
Figuur 8 Inzoomen op het netvlies
37
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 37
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Zien
WIST JE DAT? Reeën spotten Op meerdere plekken in Nederland leven reeën. Ga je wel eens reeën spotten? Lees dan eerst deze handige tips! Reeën kunnen ontzettend goed horen en ruiken. Maar ze kunnen niet zo heel goed zien. Net als de ogen van mensen hebben de ogen van reeën staafjes en kegeltjes. Maar reeën missen de kegeltjes waarmee ze de kleur rood kunnen zien. Trek dus gerust een knalrode of oranje jas aan wanneer je een ree wilt spotten!
© Marlies van den Hurk - Bakker
Een ree ziet niet alle kleuren.
Doordat ze die kegeltjes missen en door de lichtgevoeligheid van staafjes kunnen reeën goed bewegingen waarnemen. Een ree zal jou niet snel zien als je stil staat. Maar doe niet te veel deo of parfum op, want hun reukvermogen is uitstekend!
OPDRACHTEN 2
Onderdelen van het oog Maak de juiste combinaties. lichtgevoelige zintuigcellen waarmee je kleuren kunt onderscheiden
•
•
glasachtig lichaam
doorzichtig deel van het oogvlies
• • •
• • •
harde oogvlies
• •
• •
kegeltjes
• • • •
• • • •
ooglens
bevat bloedvaatjes die zorgen voor de voeding van het oog regelt de pupilgrootte en hierdoor de hoeveelheid licht die het oog binnenkomt de opening in de iris waardoor het licht het oog binnenkomt zorgt samen met het hoornvlies voor een scherp beeld op het netvlies geleiachtige stof die het grootste deel van het oog opvult de plek waar het licht dat het oog binnenkomt op terechtkomt lichtgevoelige zintuigcellen waarmee je in het donker kunt zien een stevige, witte beschermlaag aan de buitenkant van het oog
3
hoornvlies iris
netvlies
pupil staafjes vaatvlies
Veel licht Als er plotseling veel licht op het oog valt, dan zal de pupil: ◯ kleiner worden, zodat er niet te veel licht op het netvlies valt. ◯ kleiner worden, zodat het hoornvlies beschermd wordt. ◯ onveranderd blijven, zodat er evenveel licht op het netvlies valt. ◯ snel groter worden, zodat er zoveel mogelijk licht op het netvlies valt.
38
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 38
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
4
Zien
Accommodatie Met je ogen stel je scherp op objecten die dichtbij en ver weg zijn. Dit doe je met bepaalde spiertjes in je oog. Kies het juiste woord. Het figuurtje in de afbeelding stelt scherp op de bloem. Op dit moment is de kringspier in het oog aangespannen | ontspannen. De lens is daardoor bol | plat. Het figuurtje in de afbeelding stelt scherp op de boom. Op dit moment is de kringspier in het oog aangespannen | ontspannen. De lens is daardoor bol | plat.
• • 5
Vaker een bril In Nederland hebben steeds meer mensen tussen de 20 en 40 jaar een bril nodig. Wat kan daarvan de oorzaak zijn? Leg je antwoord uit. Tip: Denk aan de tijd dat iemand met zijn telefoon of tablet bezig is.
6
Nachtzicht en dagzicht Kies het juiste woord. De ogen van nachtdieren hebben veel: staafjes I kegeltjes Een biddende torenvalk is overdag actief en gebruikt kleuren om zijn prooi te vangen. Zijn ogen hebben dus voldoende: staafjes I kegeltjes
• •
7
© Rosemarie Kappler
Reageren op je omgeving Zintuigen laten je reageren op je omgeving. Maak een woordweb met in het midden de zin: ‘Mijn ogen laten me reageren op mijn omgeving’. Zet in het woordweb gebeurtenissen van deze ochtend waarbij je ogen je hebben laten reageren op je omgeving. Vergelijk jouw woordweb met dat van een klasgenoot.
• •
39
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 39
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Zien
EXTRA OPDRACHTEN 8
Oogspieren Wat is de functie van de oogspieren? ◯ Ze draaien het oog in de goede richting. ◯ Ze laten je oogleden knipperen, zodat je ogen niet zullen uitdrogen. ◯ Ze helpen bij het scherpstellen.
9
De vorm van de pupil Mensen hebben een ronde pupil. Veel andere zoogdieren hebben een pupil die langgerekt van vorm is. Een voorbeeld hiervan is het hert. Als een hert om zich heen kijkt, houdt hij zijn kop omhoog. De pupil is dan horizontaal gerekt. Als een hert zijn hoofd omlaaghoudt om te grazen, draait zijn oog mee. De pupil blijft dan horizontaal gerekt.
© Marlies van den Hurk - Bakker
a Is het meedraaien van de pupil wel of niet de pupilreflex? Leg je antwoord kort uit.
b Waarvoor kan het meedraaien van de pupil van belang zijn voor het hert?
c Bij welke andere dieren kan de pupil meedraaien met de positie van de kop? Noem twee dieren. Je mag het opzoeken op internet.
10
Nachtdier Een kat is een nachtdier. Kan een nachtdier overdag heldere kleuren zien? Leg je antwoord uit.
© Shutterstock / Svetlana Rey
Meer oefenen met de stof uit deze paragraaf? Kies online voor Herhaling of Plus.
40
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 40
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
Hormonen
5.5 HORMONEN
© Shutterstock / Jacob Lund
Aan het eind van deze paragraaf kun je: uitleggen hoe de vecht-vluchtrespons ontstaat en welk nut die respons heeft. enkele hormoonklieren benoemen. uitleggen wat terugkoppeling is en daar voorbeelden van geven. uitleggen hoe de alvleesklier de hoeveelheid glucose in je bloed regelt. uitleggen wat diabetes is en welke risico’s het heeft voor de gezondheid.
• • • • •
STARTOPDRACHT 1
Het hormoonspel Je zult het niet geloven! Speel het spel ‘Mens erger je niet!’ en leer over hormonen. Dit heb je nodig: speelbord voor 4 personen pionnen in verschillende kleuren dobbelsteen
• • •
Dit ga je doen: 1 Speel het spel met 2-4 personen. 2 Vergelijk het spel ‘Mens erger je niet!’ met de verspreiding van hormonen door je lichaam. Gebruik daarbij je fantasie. 3 Tijdens het spelen van het spel beantwoord je de vragen.
© Shutterstock / Christian Nieke
41
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 41
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Hormonen
a Welk onderdeel van het spel kun je vergelijken met welk onderdeel van je lichaam? Maak de juiste combinaties.
• • • • •
pionnen startplek pionnen speelbord route pionnen eindstations pionnen
• • • • •
bloedbaan hormonen hormoonklier lichaam organen
b Wat heb je bij dit spel geleerd over hormonen? Kies het juiste woord. Hormonen worden vervoerd door het bloed | zenuwstelsel. Ze werken niet | wel op elke plek in het lichaam en niet | wel op elk moment. Er zijn geen | wel verschillende hormonen.
THEORIE Vechten of vluchten? Je bent vanavond alleen thuis. Jouw ouders zijn op stap en je moet nog veel huiswerk doen. Je bent geconcentreerd aan het werk, als er opeens een hard geluid klinkt. Je schrikt! Was dat de voordeur die dichtsloeg? Een inbreker? Je zit kaarsrecht en doodstil aan je bureau. Je oren zijn gespitst, je hebt kippenvel en je hart klopt voelbaar in je borst. Je lijf zit opeens vol spanning! Deze reactie is heel normaal. Jouw lichaam reageert precies zoals de bedoeling is. Deze vecht-vluchtrespons heeft jouw verre oermensvoorouders regelmatig het leven gered. 1
onbekend geluid
7A hersenen extra alert!
2
gehoorzintuig
3
verwerking
4 5
afgifte adrenaline
lever
impuls naar bijnier
7B afgifte glucose
glucose
7C
spieren klaar voor actie
adrenaline
6 via bloedbaan
Figuur 1 De vecht-vluchtrespons. De nummers geven de volgorde aan; 7A, 7B en 7C vinden gelijktijdig plaats.
De vecht-vluchtrespons werkt als volgt (zie figuur 1). De hersenen (3) krijgen onverwachte signalen vanuit de zintuigen (1 en 2). De hersenen sturen meteen een impuls naar de bijnieren (4). De bijnieren produceren de stof adrenaline en geven die stof aan de bloedbaan af (5). 42
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 42
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Hormonen
Adrenaline stroomt met het bloed mee (6) en komt zo bij de hersenen (7A), lever (7B) en de spieren (7C). Die reageren allemaal op adrenaline. De hersengebieden voor waarneming (zien, horen, ruiken) worden extra actief: je wordt alert op alles in jouw omgeving. De lever geeft extra glucose aan het bloed af, zodat je meer energie beschikbaar hebt voor je spieren. Je haalt dieper adem, zodat er meer zuurstof in je bloed komt. De hartspier klopt sneller, zodat je bloed sneller rondstroomt. Door al deze aanpassingen ben je binnen een seconde klaar voor actie: vechten of vluchten! Adrenaline heeft dus invloed op je gedrag.
Hormonen en hormoonklieren Adrenaline is een hormoon. Hormonen zorgen ervoor dat je lichaam zich ontwikkelt en onder verschillende omstandigheden goed functioneert. Het lichaam heeft een aantal hormoonklieren en samen vormen ze het hormoonstelsel. De hormoonklieren maken verschillende hormonen en geven de hormonen af (zie figuur 2). De hypofyse ligt onder aan de hersenen. De hypofyse maakt hormonen die ervoor zorgen dat andere hormoonklieren meer of minder hormonen aanmaken. De eierstokken zorgen bij vrouwen voor vrouwelijke geslachtshormonen. De teelballen zorgen bij mannen voor mannelijke geslachtshormonen.
hypofyse
schildklier
bijnieren alvleesklier eierstokken
teelballen
Figuur 2 De belangrijkste hormoonklieren van de mens
Hormonen komen via het bloed bij organen in je lichaam. Verschillende organen kunnen verschillend reageren op hetzelfde hormoon. Een orgaan reageert alleen op een hormoon als de cellen van dat orgaan gevoelig zijn voor dat hormoon. Je noemt zo’n orgaan een doelwitorgaan. Het duurt een paar seconden voordat een hormoon het doelwitorgaan heeft bereikt en effect heeft. Dat lijkt snel, maar vergeleken met de snelheid van impulsen in het zenuwstelsel is het enorm langzaam. Hormonen blijven lang in het bloed aanwezig. Daardoor werken ze relatief lang. Hun effect op het doelwitorgaan stopt pas wanneer het hormoon uit de bloedbaan verdwenen is.
43
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 43
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Hormonen
De hoeveelheid van een hormoon in het bloed is goed geregeld. Het hormoon remt namelijk zelf de eigen hormoonklier af. Als er te veel van het hormoon is, stopt de hormoonklier automatisch met afgeven. En als er te weinig is, gaat de hormoonklier aan het werk. De hormoonklier regelt dus precies de juiste hoeveelheid hormonen die hij moet maken. Dit noem je terugkoppeling (zie figuur 3). Door terugkoppeling schommelt de hormoonhoeveelheid in het bloed rond een vaste waarde. hormoonklier hormoon
hormoon remt eigen hormoonklier
hormoon stimuleert doelwitorgaan doelwitorgaan effect
Figuur 3 Terugkoppeling bij hormonen
Adrenaline is het enige hormoon dat niet door terugkoppeling wordt geregeld. Adrenaline is verantwoordelijk voor de vecht-vluchtrespons en wordt alleen afgegeven als gevolg van een impuls uit het zenuwstelsel. In een normale situatie is het niet aanwezig in het bloed.
Glucose in het bloed Vlak voor etenstijd krijg je vast wel eens een hongergevoel. Je lichaam geeft zo aan dat het brandstof nodig heeft. De belangrijkste brandstof voor je lichaamscellen is glucose. Voedingsmiddelen met koolhydraten (zoals brood, rijst en pasta) worden in je maag en darmen omgezet in glucose. Glucose wordt opgenomen in je bloed en gaat vervolgens naar je spieren en organen. De hoeveelheid glucose in het bloed moet altijd voldoende zijn om alle cellen in leven te houden. Maar te veel glucose in het bloed is schadelijk. De alvleesklier regelt dat de hoeveelheid glucose altijd tussen een minimum- en maximumwaarde ligt. Dit gebeurt door twee hormonen aan het bloed af te geven. Wanneer de hoeveelheid glucose de maximumwaarde bereikt, wordt het hormoon insuline afgegeven. Insuline zorgt ervoor dat lever en spiercellen glucose opnemen uit het bloed. De glucose wordt in de lever en spieren opgeslagen. De hoeveelheid glucose in het bloed daalt daardoor. Wanneer de hoeveelheid glucose de minimumwaarde bereikt, wordt het hormoon glucagon afgegeven. Glucagon zorgt ervoor dat lever en spiercellen glucose afgeven aan het bloed. De hoeveelheid glucose in het bloed stijgt daardoor.
• •
Samen zorgen deze twee hormonen ervoor dat er nooit te veel of te weinig glucose in het bloed zit. Dit noem je ook wel de bloedsuikerspiegel. Dit regelsysteem (zie figuur 4) is een voorbeeld van terugkoppeling.
44
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 44
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Hormonen
verbranding insuline
lever en spiercellen nemen glucose op
cellen in de alvleesklier produceren insuline
glucosegehalte stijgt
glucosegehalte daalt
cellen in de alvleesklier produceren glucagon
lever en spiercellen geven glucose af
glucagon
voedsel
Figuur 4 Het regelsysteem van de bloedsuikerspiegel in het bloed
Diabetes door te weinig insuline Bij sommige mensen is het regelsysteem van het glucosegehalte in het bloed uit balans. Deze mensen hebben diabetes (suikerziekte). De hoeveelheid insuline in het bloed is dan te laag. Door het insulinetekort zit er te veel glucose in het bloed. Als dat vaak gebeurt, is het schadelijk voor het lichaam. De gevolgen van diabetes kunnen onder andere zijn: beschadigde bloedvaatjes en daardoor wondjes die langzaam herstellen; nierschade; beschadigingen aan zenuwen; slechtziendheid en blindheid; pijnlijke gewrichten.
• • • • •
Veel mensen met diabetes meten dagelijks hoeveel glucose er in hun bloed zit (zie figuur 5). Als blijkt dat het te veel is, geven ze zichzelf extra insuline.
© ? Shutterstock Alle rechten voorbehouden.
Figuur 5 Zelf de hoeveelheid glucose in het bloed meten 45
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 45
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Hormonen
OPDRACHTEN 2
Hormonen Als je heel erg schrikt, komt het hormoon adrenaline vrij in je lichaam.
a Wat is daar het gevolg van? ◯ ◯ ◯ ◯
Je hartslag gaat omhoog. Je luchtwegen vernauwen. Je hersengebieden worden minder actief. De hoeveelheid glucose in je bloed daalt.
b Maak de juiste combinaties.
• •
• •
adrenaline
het proces dat ervoor zorgt dat er niet te veel of te weinig van een bepaalde stof aanwezig is
•
•
hormoonklier
reactie van het lichaam op plotseling een heel hard geluid
• •
• •
terugkoppeling
een orgaan dat hormonen produceert een stof die via het bloed de werking van organen beïnvloedt
stof die de bijnieren produceren om vechten of vluchten mogelijk te maken
3
hormoon
vecht-vluchtrespons
Hormoonklieren In de figuur staan zes belangrijke hormoonklieren (nummer 1 t/m 6). Maak de juiste combinaties. 1
1
2 2
3 4 5
3
6
• • • • • •
• • • • • •
de alvleesklier de bijnieren de eierstokken de hypofyse de schildklier de teelballen
4 5
6
46
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 46
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
4
Hormonen
Hormonen en impulsen vergelijken Het hormoonstelsel en het zenuwstelsel sturen informatie door het lichaam. Er zijn overeenkomsten en verschillen tussen de twee stelsels. Geef per uitspraak aan of deze past bij het hormoonstelsel, bij het zenuwstelsel of bij beide.
1
Via dit stelsel stuurt het lichaam processen aan.
2 Via dit stelsel wordt informatie via cellen doorgegeven. 3 Via dit stelsel wordt informatie via het bloed doorgegeven. 4 Met dit stelsel wordt informatie relatief snel doorgegeven. 5 Via dit stelsel komt een signaal op slechts enkele plaatsen in het lichaam. 6 Met dit stelsel wordt informatie relatief langzaam doorgegeven. 7 Via dit stelsel komt een signaal op bijna alle plaatsen in het lichaam. 8 De signalen van dit stelsel zijn vaak langdurig aanwezig in het lichaam. 9 De signalen van dit stelsel zijn vaak kortdurend aanwezig in het lichaam. 10 Dankzij signalen vanuit dit stelsel kan je snel reageren op een situatie.
5
hormoonstelsel
zenuwstelsel
☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐
☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐
Adrenaline hersenen
Het hormoon adrenaline speelt een belangrijke rol in de vecht-vluchtrespons. Adrenaline heeft effect op verschillende doelwitorganen. Daardoor kan je lichaam snel en op de juiste manier reageren op een gevaarlijke situatie. Welke organen zijn gevoelig voor adrenaline? Omcirkel deze organen.
hart (spier)
lever
maag
bijnier
alvleesklier darm
nier
47
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 47
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Hormonen
6
Stress verlagen Adrenaline is een voorbeeld van een stresshormoon. Het komt vrij als je lichaam denkt dat er een noodsituatie is. Stresshormonen zijn heel nuttig, maar ze hebben ook nadelen. Als je te lang of te vaak stresshormonen aanmaakt, kun je last krijgen van slapeloosheid, diabetes, hart- en vaatziekten en depressies. Volgens het Nederlands Herseninstituut en het RIVM voelen mensen tegenwoordig vaak en lang stress. Bijvoorbeeld door problemen met school of de druk die je voelt om te moeten presteren. Die langdurige stress zorgt ervoor dat je te veel of te lang stresshormonen in je lijf hebt. En dat wil je niet. Gelukkig zijn er manieren om met je gedrag de productie van stresshormonen te verminderen.
a Noem een paar situaties waarin jij stress ervaarde. Je voelde toen bijvoorbeeld je hartslag omhooggaan.
b Noem drie manieren hoe je ervoor kunt zorgen dat je lichaam niet zo veel en vaak stresshormonen aanmaakt. Tip: Je mag internet gebruiken.
7
Omgaan met hypo en hyper SIRE maakt informatieve filmpjes over allerlei maatschappelijke onderwerpen. Op hun website kun je zien welke campagnes ze al gevoerd hebben. Jij werkt samen met een klasgenoot mee aan de campagne over diabetes. Jullie gaan een filmpje maken over omgaan met hypo’s en hypers. Een hypo (hypoglycemie) betekent dat iemand een te lage bloedsuikerspiegel heeft. Bij een hyper (hyperglycemie) heeft iemand juist een te hoge bloedsuikerspiegel. In beide gevallen voelt de persoon met diabetes zich helemaal niet goed en moet er actie ondernomen worden. Maar hoe herken je een hypo en een hyper? En wat kun je doen om te helpen? 1 Werk in tweetallen. 2 Zoek samen informatie over hypo en hyper. Je kunt bijvoorbeeld het filmpje ‘Wat is een hypo en een hyper?’ bekijken op YouTube. 3 Schrijf het script voor jullie filmpje. Hierin staat heel precies beschreven wie wat zegt en wat je in beeld brengt.
48
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 48
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Hormonen
Het filmpje moet aan de volgende voorwaarden voldoen. Jullie filmpje: duurt ongeveer 2 minuten; maakt duidelijk hoe je een hypo herkent; legt uit wat je kunt doen als iemand een hypo heeft; maakt duidelijk hoe je een hyper herkent; legt uit wat je kunt doen als iemand een hyper heeft. 4 Maak nu jullie filmpje. 5 Bekijk het filmpje van klasgenoten. Beoordeel dit filmpje aan de hand van de vijf voorwaarden. Ondertussen beoordelen jullie klasgenoten jullie filmpje. 6 Bekijk nu jullie eigen filmpje nogmaals. Beoordeel ook jullie eigen filmpje met een cijfer van 1 tot en met 10.
• • • • •
Beantwoord samen met je klasgenoot de volgende vragen. Welke beoordeling kregen jullie van jullie klasgenoten? Welke beoordeling gaven jullie jezelf? Zit er verschil in? Zo ja, waar ligt dat aan?
• • •
EXTRA OPDRACHTEN 8
Wit van de schrik Ken je de uitdrukking ‘Hij ziet wit van de schrik’? Mensen die erg schrikken, worden heel bleek in hun gezicht. Dat komt doordat er dan plotseling extra adrenaline vrijkomt. Verklaar waarom zo iemand bleek wordt na het vrijkomen van extra adrenaline.
9
Beweringen over hormonen Welke drie beweringen over hormonen zijn juist? ☐ Alle hormoonklieren samen vormen het hormoonstelsel. ☐ Hormonen in het bloed werken net zo snel als impulsen in zenuwen. ☐ Hormonen werken alleen in de klier waarin ze worden gevormd. ☐ Hormonen worden door hormoonklieren aan het bloed afgegeven. ☐ In het bloed in een arm van de mens komen hormonen voor.
49
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 49
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Hormonen
10
Wanneer insuline, wanneer glucagon? Kies bij elke situatie of de alvleesklier insuline of glucagon zal afgeven. 1 De hoeveelheid glucose in het bloed dreigt te laag te worden, omdat iemand intensief aan het sporten is. De alvleesklier gaat glucagon | insuline afgeven. 2 De hoeveelheid glucose in het bloed dreigt te hoog te worden, omdat iemand tijdens de lunch een zak chips aan het leeg eten is. De alvleesklier gaat glucagon | insuline afgeven. 3 De hoeveelheid glucose in het bloed dreigt vlak voordat de wekker gaat af te wijken van de gezonde waarde, omdat iemand een hele nacht heeft liggen slapen. De alvleesklier gaat glucagon | insuline afgeven. 4 De hoeveelheid glucose in het bloed dreigt af te wijken van de gezonde waarde, omdat iemand ’s ochtends vergeten is te ontbijten. De alvleesklier gaat glucagon | insuline afgeven. Meer oefenen met de stof uit deze paragraaf? Kies online voor Herhaling of Plus.
50
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 50
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
Gedrag van dieren
5.6 GEDRAG VAN DIEREN
© Getty Images/500px Plus
Aan het eind van deze paragraaf kun je: het verschil tussen inwendige en uitwendige prikkels uitleggen en voorbeelden geven. het verschil tussen aangeboren en aangeleerd gedrag uitleggen. uitleggen hoe dieren dingen leren. uitleggen hoe je het gedrag van dieren bestudeert.
• • • •
Bij deze paragraaf horen de volgende practicumopdrachten: Gedrag pissebedden Poetsgedrag vliegen Diergedrag Vogels Overleg met je docent welke je gaat uitvoeren.
• • • •
STARTOPDRACHT 1
Gedrag van pissebedden Pissebedden zul je niet in bed tegenkomen. Ze leven in de bovenste bodemlaag. Pissebedden leven van rottend hout en bladeren. Houden pissebedden van donker of van licht? Je gaat dit onderzoeken. Werk in tweetallen. Dit heb je nodig: twee pissebedden petrischaaltje boek stopwatch
• • • •
© Shutterstock / Henrik Larsson
51
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 51
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Gedrag van dieren
Dit ga je doen: 1 Zet de pissebedden in het petrischaaltje. 2 Leg het boek over de helft van het petrischaaltje. 3 Zorg dat bij het begin één pissebed in het donkere en één in het lichte gedeelte zit. 4 Kijk twee minuten lang. Na elke 10 seconden kijk je waar de pissebedden zich bevinden: in het licht of in het donker. Zet telkens een streepje in de juiste kolom. Licht
Donker
Plaats Totaal aantal
Waar zitten de pissebedden het meest: in het donker of in het licht? Vergelijk je waarnemingen met de waarnemingen van de rest van de klas.
THEORIE Wat is gedrag? Gedrag houdt meer in dan lachen, springen, lopen, rennen, zwemmen en kruipen. Gedrag gaat ook over de bewegingen die dieren maken als zij eten, paren of zelfs ademhalen. Gedrag is alles wat een dier doet als reactie op wat het dier waarneemt. Dat wat een dier waarneemt, noem je een prikkel. Uitwendige prikkels komen vanuit de omgeving om je heen, bijvoorbeeld geluid en geur. Inwendige prikkels ontstaan in je lichaam, zoals een hongergevoel of buikpijn. Inwendige en uitwendige prikkels zetten dus samen aan tot een bepaald gedrag.
© Shutterstock / Red Squirrel
Figuur 1 Wolven huilen met elkaar om te communiceren over lange afstanden.
Het gedrag van een dier is erop gericht om te overleven. Zo kan een dier ervoor zorgen dat hij zich voortplant, zijn lichaam verzorgt en op zoek gaat naar voedsel. Kijk eens naar het jachtgedrag van een vos (zie figuur 2). De vos heeft honger (inwendige prikkel). Hij gaat op zoek naar voedsel (gedrag). De vos ruikt, ziet of hoort zijn prooi (uitwendige prikkel). Als de vos dicht bij zijn prooi is, vangt hij de prooi (gedrag) en eet haar daarna op (gedrag).
© Marlies van den Hurk - Bakker
Figuur 2 Deze vos volgt een reukspoor in de sneeuw. Misschien wel naar een mogelijke prooi?
52
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 52
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Gedrag van dieren
Iedere diersoort gedraagt zich op een kenmerkende manier. Je herkent bijvoorbeeld een spreeuw aan zijn zang, aan de manier waarop hij zijn voedsel zoekt, aan hoe hij zijn nest bouwt (zie figuur 3) en aan zijn voortplantingsgedrag. Een kraai komt op verschillende manieren aan voedsel en bij elke manier hoort bepaald gedrag. Op de foto zie je hoe de kraai een visje uit zee vangt (zie figuur 4). Je kunt diersoorten dus herkennen aan hun uiterlijk en vaak ook aan hun gedrag.
© Marlies van den Hurk - Bakker
Figuur 3 Spreeuwen nestelen in natuurlijke holtes in bomen.
Aangeboren en aangeleerd Hoe weet de vlinder die uit de pop komt dat hij zijn vleugels moet oppompen? Na een tijdje vliegt hij weg. Hoe kan de vlinder meteen vliegen? Hij heeft het allemaal niet van zijn ouders geleerd. Hoe weten jonge zwijntjes dat ze melk uit de tepels bij hun moeder moeten drinken (zie figuur 5)? Dit gedrag noem je aangeboren gedrag. Aangeboren gedrag hoef je niet te leren, dat ligt vast in het DNA.
© Shutterstock / itdeepak
Figuur 4 Een kraai vangt een visje uit de zee.
Er is ook gedrag dat je kunt aanleren. Dat heet aangeleerd gedrag. Een jonge pad hapt nog naar alle insecten. Maar als een pad eenmaal is gestoken door een hommel, zal de pad daarna nooit meer happen naar een hommel of een insect dat daarop lijkt (zie figuur 6). Dat gedrag (niet happen) is aangeleerd. © Shutterstock / Nukoon
Figuur 5 Jonge zwijntjes drinken melk bij hun moeder.
53
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 53
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
Gedrag van dieren
4. De pad weet niet hoe een hommel er uitziet, pakt de roofvlieg en eet hem op.
1. Een libel beweegt aan een draadje voor de pad.
2. Met één hap grijpt de pad de libel.
3. Nu krijgt de pad een roofvlieg die erg op een hommel lijkt, maar niet kan steken.
5. Nu volgt een hommel. De hommel kan wel steken.
6. De pad pakt de hommel.
7. De hommel steekt in de tong 8. De pad spuugt de hommel van de pad. uit.
9. Als men nog een hommel aanbiedt, hapt de pad niet, maar deinst terug.
10. De roofvlieg wordt aangeboden. De pad ziet hem als hommel en éét hem niet.
11. Om te bewijzen dat de pad nog honger heeft, krijgt hij nog een libel aangeboden.
12. De pad eet hem op. Hij had dus nog steeds honger.
Figuur 6 Aangeleerd gedrag bij een pad
Gedrag bestuderen Biologen noemen de studie naar het gedrag ethologie. Als je een dier bestudeert, dan observeer je het dier. Bij een observatie ben je aan het waarnemen en beschrijven welke beweging en houding je ziet. Bij ethologisch onderzoek is het belangrijk dat je gedrag niet direct interpreteert. Interpreteren wil zeggen dat je betekenis geeft aan gedrag. Het verschil tussen observeren en interpreteren kun je bijvoorbeeld zien als je territoriumgedrag onderzoekt. Je neemt waar dat een dier zijn ontlasting op diverse plekken achterlaat. Dit is de observatie.
© Marlies van den Hurk - Bakker
Figuur 7 Dieren observeren in het wild kan overal in Nederland.
Daarna trek je de conclusie dat dit gedrag hoort bij het verdedigen van een eigen ‘grondgebied’. Dit is de interpretatie. Interpreteren doe je dus nadat je het gedrag eerst zorgvuldig hebt geobserveerd. Ook mag je bij ethologisch onderzoek geen menselijke emoties, zoals blij of boos, aan het gedrag toekennen. Bij observeren beschrijf je alleen het gedrag dat je waarneemt.
54
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 54
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Gedrag van dieren
WIST JE DAT? Chimpansees en hun medicijnenkast Er zijn chimpansees die zichzelf met dezelfde geneeskrachtige planten behandelen als de lokale bevolking. Bijzonder is dat ze de bladeren eten om te voorkómen dat ze ziek worden. Er is waarschijnlijk vooraf geen inwendige pijnprikkel aanwezig en toch weten ze dat ze de bladeren nodig hebben. De chimpansees verzamelen rond zonsopgang de geneeskrachtige bladeren. Dat is het moment dat de bladeren een © Shutterstock / Sergey Uryadnikov hoge dosis antibioticum bevatten. Ze Bonobojong kijkt het af bij een volwassen bonobo. vouwen de bladeren en maken er kleine gaatjes in. Vervolgens eten ze de bladeren op. De sappen sijpelen langzaam uit de bladeren als deze door de darm gaan. Daardoor krijgen de chimpansees niet in één keer een te hoge dosis in het bloed. Jonge chimpansees en bonobo’s kijken naar oudere soortgenoten om te leren welke planten ze moeten eten en op welke manier.
OPDRACHTEN 2
Voorbeelden van gedrag Wat zijn voorbeelden van gedrag? ☐ ademen ☐ bibberen van de kou ☐ een lichtprikkel ontvangen op het netvlies ☐ honger ☐ huilen ☐ knipperen met je ogen ☐ schreeuwen ☐ springen
3
Uitwendige en inwendige prikkels Dieren hebben te maken met verschillende prikkels. Deze prikkels kunnen inwendig of uitwendig zijn. Wat zijn voorbeelden van inwendige prikkels? ☐ honger hebben ☐ een geluid horen dat gevaar kan inhouden ☐ een geur ruiken ☐ voedsel zien ☐ angst voelen ☐ de omgevingstemperatuur voelen
55
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 55
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Gedrag van dieren
4
De leeuwin op jacht Een leeuwin gaat op jacht. De gnoe die zij wil vangen, slaat op de vlucht. Na een wilde achtervolging heeft de leeuwin de gnoe toch te pakken gekregen. De gnoe wordt vervolgens gedood en opgegeten. Welke prikkel hoort bij de beschrijving? Maak de juiste combinaties. Het dier heeft honger. Het dier ziet een prooi. Het dier ziet gevaar. Het dier ervaart stress.
5
• • • •
• • • •
inwendige prikkel gnoe inwendige prikkel leeuwin uitwendige prikkel gnoe uitwendige prikkel leeuwin
De prikkel zet aan tot gedrag Een prikkel leidt tot een bepaald gedrag. Dit kun je samenvatten in een schema. De pijlen A en B geven aan dat het effect van gedrag zorgt voor nieuwe prikkels. Daardoor kan er weer nieuw gedrag ontstaan. Het schema is niet compleet. In de vakken met nummers 1, 2, 3 en 4 moeten nog begrippen komen. Geef bij elk nummer in het schema aan welk begrip erbij hoort. Kies uit: effect | gedrag | inwendige prikkel | zenuwstelsel A uitwendige prikkel 2=
3=
4=
1= B
6
Aangeboren of aangeleerd? Gedrag kan aangeboren of aangeleerd zijn. Is het genoemde gedrag aangeboren of aangeleerd? 1 Een rups eet van een blad: aangeboren | aangeleerd 2 Een pauw laat zijn staartveren aan de vrouwtjes zien: aangeboren | aangeleerd 3 Een hond brengt een bal naar haar baasje: aangeboren | aangeleerd 4 Een vogel bouwt een nest: aangeboren | aangeleerd 5 Een mestkever verzamelt mest: aangeboren | aangeleerd 6 Een kitten drinkt melk bij zijn moeder: aangeboren | aangeleerd
56
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 56
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Gedrag van dieren
7
Drugshonden Drugshonden speuren in havens of op Schiphol actief naar drugs. Een drugshond heeft geleerd om bijvoorbeeld te gaan zitten als hij een geur herkent. De honden leren dit door middel van beloning en straf. Straf is in dit geval het niet geven van een beloning. Een beloning kan bijvoorbeeld zijn dat de hond even met een speeltje mag spelen. Bedenk zelf een methode waarop je een acht weken oude pup spelenderwijs geuren kan laten herkennen door middel van belonen en straffen. Tip: Zoek op internet informatie over deze manier van leren.
EXTRA OPDRACHTEN 8
Inwendig en uitwendig Dat wat een dier waarneemt, noem je een prikkel. Er zijn inwendige en uitwendige prikkels. Maak de zinnen af. 1 Een geluid is een voorbeeld van een uitwendige prikkel | inwendige prikkel. 2 Een geur is een voorbeeld van een uitwendige prikkel | inwendige prikkel. 3 Een hongergevoel is een voorbeeld van een uitwendige prikkel | inwendige prikkel. 4 Een aanraking is een voorbeeld van een uitwendige prikkel | inwendige prikkel. 5 Buikpijn is een voorbeeld van een uitwendige prikkel | inwendige prikkel.
57
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 57
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Gedrag van dieren
9
Padden kunnen leren De lerende pad uit het stuk theorie Aangeboren en aangeleerd vertoont zowel aangeboren als aangeleerd gedrag door inwendige en uitwendige prikkels. Geef aan of er sprake is van aangeboren gedrag, aangeleerd gedrag, een inwendige prikkel en/of een uitwendige prikkel. Let op! Bij sommige situaties moet je meerdere antwoorden geven.
aangebo- aangeleerd ren gedrag gedrag 1 In een onderzoek hangt een libel aan een draadje. De pad kijkt naar de libel die aan het draadje voor hem hangt. 2 Met één hap grijpt de pad de libel. 3 Nu krijgt de pad een roofvlieg aangeboden die erg op een hommel lijkt, maar niet kan steken. 4 De pad pakt de roofvlieg en eet deze op. 5 Nu volgt een hommel. De hommel kan wel steken. 6 De pad pakt de hommel, wordt in zijn tong gestoken en spuugt 'm uit. 7 Als de onderzoeker nog een hommel aanbiedt, hapt de pad niet, maar deinst hij terug. 8 De roofvlieg wordt weer aangeboden. De pad pakt 'm niet en deinst terug. 9 De libel wordt weer aangeboden. 10 De pad pakt de libel en eet deze op.
10
inwendige prikkel
uitwendige prikkel
☐
☐
☐
☐
☐ ☐
☐ ☐
☐ ☐
☐ ☐
☐ ☐ ☐
☐ ☐ ☐
☐ ☐ ☐
☐ ☐ ☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐
☐ ☐
☐ ☐
☐ ☐
☐ ☐
Dwergmangoesten Dave en Adnan lezen in de dierentuin de volgende informatie over dwergmangoesten. “Dwergmangoesten zijn kleine zoogdieren. Ze houden contact met elkaar door middel van geluiden. Dwergmangoesten markeren hun gebied met geurstoffen uit klieren in de wangen en bij de anus. Ze smeren de geurstof aan een takje of aan een steen.” Daarna bekijken Dave en Adnan het gedrag van een groepje van deze dieren. Ze zetten de verschillende gedragingen die ze zien in een tabel.
58
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 58
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Gedrag van dieren
gedraging
afkorting
beweegt kop
bk
loopt
lo
klimt
kl
snuffelt
sn
zit rechtop
ro
staat op vier pootjes
vp
eet iets
et
drinkt
dr
graaft in de grond
gr
likt zijn neus
ln
markeert met wangklier
mw
markeert met anaalklier
ma
Gedragingen dwergmangoesten
Vervolgens noteren ze per vijf minuten het gedrag van één dier. 1e minuut
2e minuut
3e minuut
4e minuut
5e minuut
0-5 sec
bk
dr
gr
ma
lo
6-10 sec
lo
ln
gr
ma
lo
11-15 sec
lo
mw
gr
mw
vp
16-20 sec
sn
lo
gr
mw
kl
21-25 sec
kl
lo
gr
lo
kl
26-30 sec
ln
kl
gr
ln
vp
31-35 sec
vp
bk
vp
kl
bk
36-40 sec
mw
kl
lo
kl
ln
41-45 sec
sn
kl
lo
kl
mw
46-50 sec
lo
lo
kl
bk
ma
51-55 sec
dr
sn
kl
bk
ma
56-60 sec
ln
vp
kl
bk
vp
Tijd en gedragingen dwergmangoest
In welke van de vijf minuten vertoont de dwergmangoest het meeste territoriumgedrag? Leg je antwoord uit.
Meer oefenen met de stof uit deze paragraaf? Kies online voor Herhaling of Plus.
59
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 59
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
5.7
VERBREDING:
Verbreding: Horen, ruiken, proeven en voelen
HOREN, RUIKEN, PROEVEN EN VOELEN
© Shutterstock / Volha Shakhava
Aan het eind van deze paragraaf kun je: de onderdelen van het oor benoemen en de functies uitleggen. uitleggen wat je doet om gehoorschade te voorkomen. uitleggen hoe je iets proeft en ruikt. de verschillende lagen van de huid benoemen en de functies uitleggen. uitleggen wat je doet bij een brandwond.
• • • • •
Bij deze paragraaf hoort de volgende practicumopdracht: Tastzintuigen Overleg met je docent of je deze gaat uitvoeren.
•
STARTOPDRACHT 1
Van hoog naar laag Een snel trillende, dunne snaar van een gitaar geeft een hoge toon. Dikke snaren trillen moeilijker en geven lage tonen. Het aantal trillingen per seconde (frequentie) druk je uit in Hertz. Dit heb je nodig: een app waarmee je tonen tussen 0 en 20.000 Hertz kunt maken
•
Dit ga je doen: 1 De docent, die ook meedoet, start bij 20.000 Hertz en gaat geleidelijk naar een lagere frequentie. 2 Noteer het aantal Hertz wanneer je voor het eerst iets hoort in de tabel. 3 Noteer ook het aantal Hertz wanneer je niets meer hoort. 4 Schrijf de uitkomsten van de docent ook in de tabel. Ik hoor voor het eerst iets
Ik hoor niets meer
Jij Je docent
60
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 60
8/02/2022 12:53
utterstock / a Shakhava
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
Verbreding: Horen, ruiken, proeven en voelen
Vergelijk jouw uitkomsten met die van je klasgenoten en van je docent. Hoe verklaar je het verschil?
THEORIE Horen en het gehoororgaan Je zintuigen zorgen ervoor dat de informatie van buitenaf letterlijk tot je doordringt. Met je ogen kun je lichtprikkels opvangen en neem je beelden waar. Je oren, neus, tong en huid zijn ook belangrijke zintuigen om prikkels uit de omgeving mee op te vangen. In je oor ligt het gehoorzintuig. Een vriend laat aan jou zijn gitaarspel horen. De trillingen van de bewegende snaren verspreiden zich als trillingen in de lucht. De trillingen worden via je gehoororgaan (zie figuur 1) omgezet in impulsen, die vervolgens in je hersenen aankomen. Dan pas hoor je het geluid. Met het gehoorzintuig kun je dus geluiden uit je omgeving opvangen. Hoe werkt dit? Stap 1: De geluidstrillingen laten het trommelvlies trillen. Stap 2: De bewegingen van het trommelvlies laten het eerste gehoorbeentje trillen. Stap 3: De drie gehoorbeentjes versterken de trillingen. Stap 4: De trillingen veroorzaken golfjes in het vocht van het slakkenhuis. Stap 5: De zintuigcellen in het slakkenhuis worden geprikkeld door de golfbewegingen van het vocht. Stap 6: De impulsen van de zintuigcellen komen via de gehoorzenuw in het gehoorcentrum van de hersenen aan.
• • • • • •
gehoorbeentjes
gehoorzenuw slakkenhuis
gehoorgang
trommelvlies
oorschelp
Figuur 1 Het oor met je gehoorzintuig 61
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 61
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Verbreding: Horen, ruiken, proeven en voelen
Gehoorschade Als je naar muziek hebt geluisterd via je oortjes of op een feest, piepen en suizen je oren soms. Dit zijn de eerste verschijnselen van gehoorschade. Gehoorschade is het gevolg van kapotte zintuigcellen in het slakkenhuis. Gehoorschade aan het binnenoor door harde geluiden is meestal blijvend. Lang naar harde muziek luisteren bij concerten en festivals is dus een risico. Daarom hebben veel muzikanten en bezoekers gehoorbeschermers. De eenheid van geluidssterkte is decibel (dB) (zie figuur 2).
140
vuurwerk op een meter afstand
130
luidste moment op een concert
pijngrens 120
laag overvliegend straalvliegtuig
110
toeterende auto op een meter afstand
100
klopboormachine
90
motormaaier, lawaaiig frisfeest met muziek
80
straatlawaai
70
restaurant met achtergrondmuziek
60
normaal gesprek
50 40
gefluister
© Hollandse Hoogte / Science Photo
Figuur 3 Links: onbeschadigde zintuigcellen in het binnenoor, rechts: beschadigde zintuigcellen na een concert
30 20
ritselend blaadje
10
Ruiken en proeven Je neus beschermt je tegen gevaar. Met je neus ruik je bijvoorbeeld wanneer er brand is of dat er eten bedorven is. Ruiken doe je met de reukzintuigcellen in het neusslijmvlies van je neus. Geurstoffen kunnen je reukzintuigcellen prikkelen. De reukzenuw geeft de impulsen die ontstaan door aan de hersenen. Dan pas neem je de geur waar. Met je tong kun je vijf verschillende smaken proeven. Je hebt smaakzintuigcellen voor zout, zoet, zuur, bitter en umami (hartig). De smaakzintuigcellen zitten in groepjes bij elkaar in smaakpapillen (zie figuur 5). Smaakzintuigcellen zijn gevoelig voor prikkels. De smaakzintuigcellen voor zoet zijn gevoelig voor de prikkel van een zoete stof. De smaakzintuigcellen zetten de prikkel om in impulsen. De impulsen gaan via een zenuw naar de hersenen. In je hersenen neem je de smaak waar en proef je dus wat je eet of drinkt.
0
vallende speld
dB Figuur 2 Geluiden uitgedrukt in decibel. Vanaf 80 decibel kan je binnenoor beschadigd raken.
hersenen bot reukzenuw reukzintuig neusslijmvlies
neusgat bovenkaak lip
Figuur 4 De neus met het reukzintuig (dwarsdoorsnede)
62
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 62
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
Verbreding: Horen, ruiken, proeven en voelen
smaakpapil
smaakzintuigcellen zoet zout bitter zuur umami
zenuw
Figuur 5 De smaakzintuigen op de tong
Als je verkouden bent, proef je vaak niet veel. Je reukzintuig speelt namelijk ook een belangrijke rol bij het waarnemen van smaak. Dat komt doordat je mondholte en je neusholte met elkaar verbonden zijn. Je herkent voedsel vooral met je neus en vaak al voordat je het in je mond stopt.
Voelen met je huid Je hele lichaam is bedekt met huid. Je huid is het grootste orgaan van je lichaam. De huid heeft een aantal belangrijke functies voor een organisme. 1 De huid beschermt je lichaam tegen uitdrogen en tegen het binnendringen van bacteriën, schimmels, virussen en vreemde stoffen. 2 Met je huid kun je voelen. Een harde klap, aanraking, kou of warmte prikkelen de zintuigen in je huid en beschermen je daardoor tegen gevaar. 3 De huid zorgt voor een goede lichaamstemperatuur. Als je het koud hebt, worden de bloedvaten in je huid nauwer en stroomt er minder bloed door je huid. Als je het warm hebt, voeren de bloedvaten in je huid warmte af. Je huid produceert ook zweet. Als dat verdampt, koel je af. De huid bestaat uit drie lagen: de opperhuid de lederhuid het onderhuids bindweefsel
• • •
opperhuid
lederhuid
onderhuids bindweefsel
Figuur 6 Bouw van de huid in drie lagen 63
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 63
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Verbreding: Horen, ruiken, proeven en voelen
Brandwonden Je huid is heel belangrijk. Wees dus voorzichtig met hete vloeistoffen en voorwerpen! Anders kun je een brandwond krijgen. Bij ernstige brandwonden loop je het risico op ontstekingen en uitdroging. Als je toch een brandwond oploopt, doe dan het volgende. Koel 10 minuten met lauw, zacht stromend schoon water. Doe tijdens het koelen kleding uit en sieraden af om de wond zo snel mogelijk en goed te koelen. Bedek de wond met een schone doek, steriel verband of plastic huishoudfolie. Smeer niets op de brandwond. Bel 112 bij een ernstige brandwond. Waarschuw je huisarts bij grote blaren en open wonden.
• • • • •
© Shutterstock / New Africa
Figuur 7 Een brandwond moet je koelen met lauw stromend water.
WIST JE DAT? Zien met geluid Als je 's avonds in de schemering naar de lucht kijkt, is er een kans dat je een vleermuis ziet! De meest voorkomende vleermuissoort in Nederland is de gewone dwergvleermuis. Die wonen vaak onder dakpannen of in spleten in de muren van je huis. Ze kunnen een insect uit de lucht pakken en dat naar hun mond brengen, terwijl ze met één vleugel doorvliegen. Vleermuizen © Shutterstock / Rudmer Zwerver kunnen op afstand heel goed zien, maar van dichtbij minder goed. Maar Een vliegende dwergvleermuis juist van dichtbij moeten ze insecten vangen en takken ontwijken. Dat doen ze met echolocatie. Ze maken een heel hoog geluid met hun keel. Het geluid kaatst vanaf de prooi terug en wordt opgevangen door hun oren. Zo weten ze precies waar een insect vliegt, in welke richting en hoe snel. En dan is het insect heel snel gepakt!
64
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 64
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Verbreding: Horen, ruiken, proeven en voelen
OPDRACHTEN 2
De weg van het geluid Geluidsgolven passeren de onderdelen van je oor in een bepaalde volgorde. Wat is de juiste volgorde? Noteer de cijfers 1 t/m 5 in de juiste vakjes. Let op! De route begint bij de oorschelp.
▢ gehoorbeentjes ▢ gehoorzenuw ▢ trommelvlies ▢ uitwendige gehoorgang ▢ vloeistof in het slakkenhuis 3
Herrie Mensen moeten gehoorbeschermers dragen op het werk als het geluid harder is dan 80 dB. Een gehoorbeschermer dempt het geluid met gemiddeld 30 dB.
140
vuurwerk op een meter afstand
130
luidste moment op een concert
pijngrens 120
Hoeveel herrie mogen de machines in een fabriek maken (in dB) als de arbeiders daar goede gehoorbeschermers dragen? Geef in de afbeelding het juiste aantal dB aan.
laag overvliegend straalvliegtuig
110
toeterende auto op een meter afstand
100
klopboormachine
90
motormaaier, lawaaiig frisfeest met muziek
80
straatlawaai
70
restaurant met achtergrondmuziek
60
normaal gesprek
50 40
4
gefluister
30
Verandering van smaak
Naarmate je ouder wordt, kan je smaak veranderen. Dingen die je 20vroeger lekker vond, ritselend blaadje lust je nu misschien niet meer. Of andersom. 10 Interview een volwassen persoon. vallende speld Vraag aan deze persoon welk voedsel hij/zij vroeger niet lekker 0vond, maar nu wel. Schrijf minimaal drie dingen op. Vergelijk je bevindingen met die van drie klasgenoten. dB
• • • •
a Welke overeenkomsten en verschillen hebben jullie?
65
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 65
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Verbreding: Horen, ruiken, proeven en voelen
b Scan de QR-code en bekijk het filmpje 'Hoe wordt smaak bepaald?'. Welke smaken vallen meer in de smaak bij mensen als ze ouder worden? ☐ zout ☐ zuur ☐ bitter ☐ umami
c Wat is een verklaring voor de verandering van smaak naarmate mensen ouder worden? Tip: Denk aan de ontwikkeling van het aantal smaakpapillen als je ouder wordt.
5
Warm en koud Vul de zinnen aan. De huid zorgt voor een goede lichaamstemperatuur. Als je het koud | warm hebt, worden de bloedvaten in je huid nauwer en stroomt er meer | minder bloed door je huid. Als je het koud | warm hebt, voeren de bloedvaten in je huid warmte af. Je huid produceert ook zweet. Als dat verdampt, koel je af | warm je op.
6
Verbranding aan de huid In practicumlokalen werk je soms met branders. Als je even niet goed oplet, kun je je eraan branden. Bij een verbranding aan de huid moet je snel in actie komen. Ontwerp met een klasgenoot een poster op A3-formaat waarop je in één oogopslag kunt zien wat je moet doen bij een verbranding aan de huid. Eisen waar de poster aan moet voldoen: Gebruik de theorie uit deze paragraaf. Maak duidelijke tekeningen. Zet zo min mogelijk tekst op je poster.
• • •
Wie weet kan de poster opgehangen worden in de practicumlokalen op jouw school!
7
Brandwonden Sommige brandwonden zijn heel ernstig. Dan moet de wond goed behandeld worden. Als dat niet gebeurt, kan iemand er zelfs aan overlijden. Welke stellingen zijn juist? ☐ Brandwonden kunnen ontstaan door: hete stoom, heet water, het sap van de berenklauw (plant) en elektriciteit. ☐ Koelen van een brandwond heeft nut tot 1 uur na verbranding. ☐ Koelen van een brandwond kan ook door het slachtoffer in een koud bad te leggen. ☐ Als er geen schoon water is, mag je een brandwond met slootwater koelen. ☐ Koelen van een brandwond doe je het beste met koud stromend kraanwater op de wond.
66
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 66
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
5.8
VERDIEPING:
Verdieping: Verslavingen
VERSLAVINGEN
© Shutterstock / Volha Shakhava
Aan het eind van deze paragraaf kun je: uitleggen wat er in je lichaam gebeurt als je verslaafd bent. uitleggen wat drugs zijn en enkele voorbeelden geven. uitleggen hoe verslavingen kunnen ontstaan. uitleggen waarom stoppen met een verslaving niet gemakkelijk is.
• • • •
STARTOPDRACHT 1
Wat is verslaving? Sven en zijn moeder zitten op het terras. Sven doet een spelletje op zijn telefoon, zijn moeder drinkt een glas bier. Zijn zij verslaafd? Dit heb je nodig: je telefoon of een camera
•
Dit ga je doen: 1 Werk in een groepje van 2-4 personen. 2 Maak een filmpje van maximaal twee minuten waarin je laat zien wat volgens jullie verslaving is. 3 Bekijk minstens twee filmpjes van andere groepen. 4 Beantwoord de vraag. Maken de filmpjes van de andere groepen duidelijk wat verslaving is en of Sven en zijn moeder verslaafd zijn? Leg uit waarom.
67
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 67
8/02/2022 12:53
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Verdieping: Verslavingen
THEORIE Even checken Wie zit er nog niet op WhatsApp of Instagram? In Nederland zit bijna iedereen op sociale media. Er is ook zo veel te zien en te delen. En dat is prima. Tot het te belangrijk wordt. Veel mensen hebben de behoefte om steeds weer op hun mobieltje te kijken. Ze willen niks missen. En bij elk bliepje hopen ze dat ze er weer een like of volger bij hebben. Elke nieuwe melding is een soort beloning. Elk volgend level in een game is ook een beloning. Het geeft een geluksgevoel, dat je steeds opnieuw wilt voelen. Daarom werken sociale media verslavend.
© Getty Images / Justin Lambert
Figuur 1 Sociale media spelen een belangrijke rol.
Het verlangen naar sociale media zit in je hoofd, het is geestelijk. Maar het heeft ook lichamelijke gevolgen. Verslaving aan sociale media kan zorgen voor slaaptekort, slechtere concentratie en een slecht humeur als je even niet je sociale media kunt checken of de voortgang van je game niet kunt bekijken.
Een glas bier Veel volwassenen drinken graag een glas bier of wijn. Dat geeft ze een ontspannen gevoel. In dranken zoals bier en wijn zit alcohol. Alcohol zorgt ervoor dat in je hersenen dopamine wordt aangemaakt. Dopamine hoort bij het beloningscentrum in de hersenen. Het komt vrij bij sommige handelingen. Bijvoorbeeld bij sporten, knuffelen, of drugs zoals alcohol gebruiken. Het beloningssysteem geeft je een geluksgevoel.
© Shutterstock / YaiSirichai
Figuur 2 'Normale' verslavende stoffen
Als een volwassene zo nu en dan een drankje met alcohol drinkt, is dat er één te veel, maar leidt het niet direct tot schade. Bij jongeren ligt dat anders. Je hersenen groeien namelijk door tot ongeveer je 25e levensjaar. Alcohol verstoort de ontwikkeling van je hersenen. Daardoor kun je problemen krijgen met je concentratie, geheugen en intelligentie. Alcohol werkt ook verslavend. De hersenen wennen aan alcohol, waardoor er minder snel dopamine wordt aangemaakt. Er is steeds meer alcohol nodig om het prettige gevoel op te roepen. Het verlangen naar dat gevoel is de verslaving. Dat verlangen kan geestelijk en lichamelijk zijn. Geestelijk betekent dat je veel aan alcohol drinken denkt. Lichamelijk betekent dat je lichaam reageert als je een tijdje geen alcohol drinkt. Bijvoorbeeld door trillen en een rusteloos gevoel. Alle stoffen die invloed hebben op het zenuwstelsel zijn drugs. Alcohol is een drug. De cafeïne in koffie, cola en thee is ook een drug. Cafeïne is zelfs de meest gebruikte drug ter wereld! Er zijn nog veel meer verslavende drugs, zoals XTC, lachgas en cannabis.
68
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 68
8/02/2022 12:54
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Verdieping: Verslavingen
Verslaafd aan middelen en gedrag Als je ergens steeds opnieuw zoveel behoefte aan hebt dat je de drang om ervan te nemen niet kunt weerstaan, heb je een verslaving. Er zijn twee vormen van verslaving. Een middelenverslaving: Iemand kan niet stoppen met het regelmatig innemen van een verslavende stof. Je bent bijvoorbeeld verslaafd aan sigaretten, drank, lachgas, GHB of slaapmiddelen. Een gedragsverslaving: Iemand kan niet stoppen met het regelmatig vertonen van een bepaald gedrag. Je kunt dan verslaafd zijn aan gamen, gokken of het kopen van spullen.
• •
Beginnen is makkelijk Het is makkelijk om verslaafd te raken. Het gezin speelt een rol. Ouders die geen duidelijke grenzen stellen, vergroten de kans op verslavingen bij hun kinderen. En kinderen van rokende en drinkende ouders gaan zelf ook eerder roken of drinken. Kinderen van verslaafde ouders hebben meer kans om zelf ook verslaafd te raken. Mensen met psychische problemen of met problemen thuis hebben grotere kans om verslaafd te raken. Zij nemen de drugs vaak om zich even wat beter te voelen. Mensen nemen onbewust het gedrag van groepsgenoten over. Als je vrienden roken, is de kans groot dat je ook gaat roken. En om niet bij de anderen achter te lopen, doe je steeds weer mee aan de chat. Er is dan sprake van groepsdruk. Zelfs hobby’s zoals gamen kunnen verslavend zijn. In games krijg je steeds beloningen, bijvoorbeeld punten of toegang tot een volgend level. Door zo’n beloning komt in je hersenen dopamine vrij, wat je een prettig gevoel geeft. Games zijn ontworpen om spelers zo veel en zo vaak mogelijk te laten spelen. Want dan krijg je steeds dat goede gevoel vanuit je beloningssysteem. Voor je het weet, wil je niet meer stoppen.
• • • •
© Shutterstock / Gorodenkoff
Figuur 3 Niet meer stoppen met gamen
Stoppen is moeilijk Als je een middelenverslaving hebt, is je lichaam er vaak van afhankelijk. Je voelt je heel slecht als je er niet van neemt. En je weet dat je je beter voelt als je wel weer wat neemt. Daardoor is het moeilijk om te stoppen. Lichamelijke ontwenningsverschijnselen duren vaak niet langer dan vijf dagen.
69
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 69
8/02/2022 12:54
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Verdieping: Verslavingen
Je kunt ook geestelijk afhankelijk worden. Je denkt steeds aan die verslaving en je hebt er veel voor over om er weer aan toe te geven. Zelfs jaren nadat je bent gestopt, kan deze drang nog voorkomen. Je beloningssysteem wil graag weer dopamine krijgen en stuurt daar steeds signalen over naar een ander deel in je hersenen. Dit maakt het moeilijk om van een verslaving af te komen. Veel mensen kunnen niet stoppen zonder hulp van anderen. De huisarts helpt bij het zetten van de eerste stap naar hulp. De belangrijkste stap om van een verslaving af te komen is dus het vragen en accepteren van hulp.
OPDRACHTEN 2
Drugs Er zijn allerlei soorten drugs. Noem er minstens vier. Tip: Je mag internet gebruiken. Kijk bijvoorbeeld op www.drugsenuitgaan.nl of www. drugsinfo.nl.
3
Verslavingen Je kunt verslaafd zijn aan middelen, maar ook aan bepaald gedrag. Geef aan om welke soort verslaving het gaat. middelenverslaving
gedragsverslaving
alcohol
◯
◯
2 cafeïne
◯
◯
3 gamen
◯
◯
4 gokken
◯
◯
5 hasj en wiet
◯
◯
6 heroïne
◯
◯
7 nicotine in sigaretten
◯
◯
8 seks
◯
◯
1
4
Koopverslaafd Mensen die verslaafd zijn aan spullen kopen zijn koopverslaafd. Het gaat ze niet om wát ze precies kopen, maar om het feit dát ze dingen kopen.
a Wanneer zal iemand die koopverslaafd is dopamine aanmaken? ◯ ◯ ◯ ◯
Als hij of zij besluit om te gaan winkelen. Als hij of zij een winkel binnengaat. Als hij of zij spullen in de winkel bekijkt. Als hij of zij ook echt iets koopt.
70
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 70
8/02/2022 12:54
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Verdieping: Verslavingen
b Leg jouw antwoord op de vorige vraag uit met behulp van de theorie. Gebruik de woorden dopamine, beloningssysteem en gedragsverslaving.
5
Geestelijke en lichamelijke afhankelijkheid Het is vaak erg moeilijk om van een verslaving af te komen. Veel mensen lukt dit niet zonder hulp van anderen. Dat komt doordat de verslaafde lichamelijk en geestelijk afhankelijk is. Bij milde verslavingen is steun van familie en vrienden vaak voldoende. Bij zware verslavingen is er meestal professionele hulp nodig. Dit proces kan heel moeilijk zijn. Professionele hulp bij een zware verslaving richt zich vooral op één van de twee typen afhankelijkheid. Op welk type afhankelijkheid zal professionele hulp zich vooral richten: geestelijke of lichamelijke? Leg je antwoord uit.
6
Stellingen over verslaving Enkele stellingen zijn: Het is heel onverstandig om voor je achttiende alcohol te drinken. Als ouders alcohol drinken, gaan hun kinderen ook alcohol drinken. Het is je eigen schuld als je ergens verslaafd aan raakt. Sigaretten en alcohol moeten superduur worden. Drugsdealers moeten levenslang opgesloten worden.
• • • • •
Bespreek de stellingen in de klas volgens de volgende instructies. Maak groepjes van drie. Elk groepje kiest een stelling. Bedenk samen twee argumenten voor en twee argumenten tegen de stelling. Bespreek de gevonden argumenten klassikaal.
• • • •
71
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 71
8/02/2022 12:54
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Verdieping: Verslavingen
7
Internetverslaving Volgens onderzoek vindt ongeveer 10 procent van alle jongeren zichzelf verslaafd aan internet. Zij zitten bijvoorbeeld dag en nacht te gamen. Of zij scrollen en klikken eindeloos op sociale media zoals Snapchat, YouTube, Instagram of WhatsApp. Om te bepalen of iemand echt verslaafd is aan internet kun je op de volgende kenmerken (symptomen) letten. Je doet het langer dan je eigenlijk wilt. Je kunt maar niet stoppen. Het gaat ten koste van andere dingen zoals je school of je sport en sociale contacten. Je zorgt slecht voor jezelf. Je gaat er ook 's nachts mee door. Daardoor heb je slaaptekort en word je minder fit. Je hebt last van RSI, nekklachten of branderige ogen. Je denkt steeds aan internet. Als je er niet mee bezig bent, voel je je angstig, onrustig, geïrriteerd en prikkelbaar. Je gebruikt het als vlucht, om niet aan andere dingen te hoeven denken. Je liegt tegen anderen over hoeveel tijd je aan internet besteedt.
• • • • • • • • •
Bronnen: Bureau Jeugd en Media, Mind Korrelatie, Trimbos Instituut Lees de kenmerken van een mogelijke internetverslaving. Als iemand meerdere van deze symptomen heeft, kan hij of zij verslaafd zijn aan internet.
a Ken je iemand in je omgeving die verslaafd lijkt aan internet? Hoe merk je dat? Leg je antwoord uit. Gebruik daarbij de symptomen.
Beantwoord de volgende vragen eerst alleen, dan in groepjes (2 tot 4 leerlingen) en daarna in gesprek met je docent.
b Kan iemand zelf iets doen tegen internetverslaving? Leg je antwoord uit.
c Wie of wat kan daarbij helpen? Iemand op school, ouders, vrienden, huisarts, ...?
d Wat doen makers van games om een spel zo verslavend mogelijk te maken? Leg je antwoord uit.
72
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 72
8/02/2022 12:54
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag Hoofdstukafsluiting
5.9 HOOFDSTUKAFSLUITING ACTIEF LEREN Hoe leer je de theorie en begrippen uit het hoofdstuk? En hoe leg je de juiste verbanden? Kies een opdracht uit Actief leren achter in je boek als hulp bij het leren.
TERUG NAAR HET GROTE PLAATJE 1
Waarnemen en gedrag Je ziet hier nog een keer ‘het grote plaatje’ uit de hoofdstukopening.
H1 • Waarom biologie? Keuzes maken
H2 • Inzoomen Zenuwcellen
De hersenen sturen alles aan Zintuigen laten je reageren op je omgeving
Waarom reageer je zoals je reageert?
Waar draait het in dit hoofdstuk om?
Welke verbanden zijn er?
Hormonen kunnen je gedrag beïnvloeden
H4 • Bewegen Zintuigen en zenuwstelsel H9 • Hart en bloedvaten Bloedsomloop
Je maakt je eigen keuzes
a Je ziet links de verbanden tussen dit hoofdstuk en de andere hoofdstukken. Leg deze verbanden uit. Schrijf je antwoorden in de vakjes.
b Je ziet rechts iconen die laten zien waar het om draait in dit hoofdstuk. Leg in je eigen woorden uit wat je ziet en wat je hebt geleerd in dit hoofdstuk. Schrijf je antwoorden in de vakjes.
c Je hebt in paragraaf 1 antwoord gegeven op de grote vraag 'Waarom reageer je zoals je reageert?'. Kijk nog even terug naar wat je toen hebt geantwoord. Zou je je antwoord aanpassen na het doorlopen van dit hoofdstuk? Zo ja, wat zou je nu zeggen? Betrek in je antwoord de verbanden en de punten waar-het-om-draait uit het grote plaatje.
73
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 73
8/02/2022 12:54
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
Hoofdstukafsluiting
TERUG NAAR DE UITDAGING Maak online je eindproduct bij de Uitdaging.
PROEFTOETS Maak online de proeftoets bij dit hoofdstuk.
LEERDOELEN Kruis aan hoe goed je elk leerdoel beheerst. Nog niet alle leerdoelen gehaald? Neem de bijbehorende stof nog een keer door.
Waarom reageer je zoals je reageert? Je kunt...
1
◯
◯
◯
◯
2 uitleggen wanneer je bewust gedrag vertoont.
◯
◯
◯
◯
3 uitleggen wanneer je onbewust gedrag vertoont.
◯
◯
◯
◯
4 uitleggen wat het nut kan zijn van gedrag bij mensen en dieren.
◯
◯
◯
◯
◯
◯
◯
◯
2 uitleggen hoe het zintuig- en zenuwstelsel is opgebouwd.
◯
◯
◯
◯
3 uitleggen dat het zenuwstelsel bestaat uit een centraal zenuwstelsel en zenuwen.
◯
◯
◯
◯
4 de onderdelen en functies van de hersenen benoemen.
◯
◯
◯
◯
5 aanwijzen welke zintuigprikkels waar in de hersenen worden verwerkt.
◯
◯
◯
◯
uitleggen hoe je met het zintuig- en zenuwstelsel kunt reageren op prikkels.
◯
◯
◯
◯
2 uitleggen dat zintuigen prikkels omzetten in impulsen die via gevoelszenuwcellen worden doorgegeven aan het ruggenmerg en de hersenen.
◯
◯
◯
◯
3 uitleggen dat impulsen vanuit de hersenen via bewegingszenuwcellen aan de spieren worden doorgegeven.
◯
◯
◯
◯
4 voorbeelden van reflexen noemen en wat de functie ervan is uitleggen.
◯
◯
◯
◯
5 verschillen noemen tussen een eenvoudig en een ingewikkeld zenuwstelsel.
◯
◯
◯
◯
1
uitleggen wat gedrag betekent in de biologie.
Zintuigen en zenuwstelsel. Je kunt...
2
1
uitleggen dat zintuigen verschillende prikkels uit de omgeving opvangen.
Zenuwcellen en vervoer van impulsen. Je kunt...
3
1
74
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 74
8/02/2022 12:54
Hoofdstuk 5 Waarnemen en gedrag
Hoofdstukafsluiting
Zien. Je kunt...
4
◯
◯
◯
◯
2 de onderdelen van het oog benoemen en de functies uitleggen.
◯
◯
◯
◯
3 uitleggen hoe je voorwerpen scherp kunt zien.
◯
◯
◯
◯
4 uitleggen hoe een bril of lenzen kunnen helpen om scherp te zien.
◯
◯
◯
◯
◯
◯
◯
◯
2 enkele hormoonklieren benoemen.
◯
◯
◯
◯
3 uitleggen wat terugkoppeling is en daar voorbeelden van noemen.
◯
◯
◯
◯
4 uitleggen hoe de alvleesklier de hoeveelheid glucose in je bloed regelt.
◯
◯
◯
◯
5 uitleggen wat diabetes is en welke risico's het heeft voor de gezondheid.
◯
◯
◯
◯
het verschil tussen inwendige en uitwendige prikkels uitleggen en voorbeelden geven.
◯
◯
◯
◯
2 het verschil tussen aangeboren en aangeleerd gedrag uitleggen.
◯
◯
◯
◯
3 uitleggen hoe dieren dingen leren.
◯
◯
◯
◯
4 uitleggen hoe je het gedrag van dieren bestudeert.
◯
◯
◯
◯
1
uitleggen hoe je een beeld (bewust) kunt zien.
Hormonen. Je kunt...
5
1
uitleggen hoe de vecht-vluchtrespons ontstaat en welk nut die respons heeft.
Gedrag van dieren. Je kunt...
6
1
75
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 75
8/02/2022 12:54
Actief leren © Shutterstock / Domenico Fornas
ACTIEF LEREN Hoe leer je de theorie en begrippen uit het hoofdstuk? En hoe leg je de juiste verbanden? Jij of je docent kiest een van de volgende opdrachten. Elke opdracht duurt maximaal 15 minuten. De sterren geven de moeilijkheidsgraad aan.
1 of 2 personen De ster
• • • •
•
Teken een ster met zeven punten. Elke punt geeft een van de organisatieniveaus aan: molecuul, cel, weefsel, orgaan, organisme, populatie, ecosysteem. Gebruik je minder niveaus? Dan kies je een andere vorm: een zeshoek, vijfkant, vierkant, driehoek… Zet de begrippen die in de paragraaf aan bod zijn gekomen bij één van de punten. Eventueel: Vul de punten aan met begrippen die je er goed bij vindt passen en niet in de paragraaf staan. Trek nu lijnen tussen de begrippen waartussen je een verbinding ziet en waarvan je die verbinding kunt uitleggen.
Samenhang in beeld
• • •
••
Noteer bij elk icoon uit het grote plaatje de bijbehorende begrippen. Omcirkel de begrippen die met elkaar te maken hebben met een kleur. Doe dit vervolgens ook voor andere begrippen die bij elkaar horen. Gebruik daarvoor een andere kleur. Doe dit net zo lang totdat alle begrippen in een cirkel passen. Cirkels mogen elkaar ook overlappen!
Bijvoorbeeld: zenuwcel (cel) – zenuw (weefsel) – spier (orgaan) – beweging (organisme). Een zenuwcel ontvangt een impuls. De uitlopers die zijn gebundeld in een zenuw geven dit door aan een spier. De spier trekt aan en een organisme komt in beweging. •••
Interview
Jullie gaan elkaar interviewen. Kies samen een beroep dat te maken heeft met (een deel van) het hoofdstuk, bijvoorbeeld een ecoloog, een verpleegkundige, een sporter, een hovenier. Bespreek jullie beroep met elkaar. Bedenk individueel vijf vragen die je over dit hoofdstuk aan de ander kunt stellen. Schrijf de vragen op. Interviewer 1 stelt de vragen aan degene met het beroep. Die geeft zo duidelijk mogelijk antwoord. Weet je iets niet? Geen punt, dat kan natuurlijk. Maak het zo realistisch mogelijk. Draai na vier minuten de rollen om.
• • • • •
200
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 200
8/02/2022 12:54
Actief leren
3-5 personen Woordweb
• • • •
Elke groep krijgt een vel papier met een cirkel in het midden. Elk groepslid heeft een eigen kleur pen/ stift. Schrijf in de cirkel de titel van het hoofdstuk. Schrijf of teken om beurten iets wat past bij het onderwerp. Geef daarna met pijlen de relaties tussen de begrippen en tekeningen aan. Schrijf zo nodig iets bij de pijlen.
Verschillen en overeenkomsten
• • •
•
••
Verdeel de leerdoelen van het hoofdstuk. Elke groep maakt 5-8 vragen. Formuleer alle vragen in de volgende vorm: Wat is het verschil tussen … en …? Of: Wat is de overeenkomst tussen … en …? Stel daarna om de beurt een vraag. De rest van het groepje geeft antwoord op de vraag.
Dobbelen met vraagwoorden
• • • • • •
Elke groep heeft 1 dobbelsteen met wie-wat-waar-hoewaarom-wanneer erop. Je kunt ook met een gewone dobbelsteen spelen en afspreken dat 1 ‘wie’ is, enzovoort. Gooi met de dobbelsteen. De persoon rechts van je bedenkt een vraag met het vraagwoord dat je gooit. Beantwoord met elkaar de vraag. Nu is de vragensteller aan de beurt om de dobbelsteen te gooien. De persoon rechts bedenkt de vraag die jullie met elkaar beantwoorden. Ga zo verder tot je docent aangeeft dat jullie klaar zijn.
Placemat
•
• • • • •
••
••
Trek op een A3-papier de volgende lijnen:
Schrijf in het midden de grote vraag van het hoofdstuk. Leg het papier in het midden, zodat jullie allemaal een vak voor jullie hebben liggen. Schrijf in het vak antwoorden en informatie die horen bij die vraag. Overleg nog niet! Als iedereen klaar is met noteren, volgt een gesprek. Elk groepslid licht om de beurt zijn antwoord toe. Daarna kun je vragen aan elkaar stellen en elkaar aanvullen. Noteer met je groep in het midden van de placemat een gemeenschappelijk antwoord op de grote vraag.
Klas Binnen- en buitencirkel
• • • • •
••
Jullie gaan zitten in twee kringen, een buiten- en een binnenkring. Iedereen zit dus tegenover een ander. Je krijgt een vraag van je docent. Bijvoorbeeld: ‘Welke verband is er …?’ of ‘Waar draait het om in …?’ Leerlingen in de buitenkring geven antwoord. Leerlingen in de binnenkring luisteren en mogen daarna antwoord geven of het gegeven antwoord aanvullen of corrigeren. Dan draait de buitenkring vijf plaatsen door. Je docent stelt een nieuwe vraag tot hij/zij aangeeft dat de tijd om is.
Hoeken
• • • • • • •
•••
In elke hoek hangen stellingen of je docent leest steeds een stelling voor. Loop naar de hoek van de stelling waar je het mee eens bent. Overleg in tweetallen over waarom je het eens bent met de stelling. Loop nu naar de hoek ertegenover. Je maakt een duo met iemand die een tegenovergestelde mening heeft. Deel met je duo-leerling de argumenten voor en tegen de stelling. Onthoud wat de ander zegt. Loop terug naar je ‘eigen’ hoek en deel met elkaar wat je hebt gehoord. Je docent bespreekt het met jullie na.
201
Vivo H5 BOEK per paragraaf.indb 201
8/02/2022 12:54
VIVOBIOLOGIE.NL
NIEUW
vanaf schoo ljaar 2022/ 2023
Vi·vo - ik leef; levend Bij biologie leer je over alles wat leeft. Over hoe planten, dieren en mensen in elkaar zitten én hoe zij met elkaar samenleven. Ook jij leeft. Dus biologie gaat ook over jou. Met Vivo kom je alles te weten over het leven in jou en om jou heen.
De biologie van je leven
BIOLOGIE Benieuwd naar Vivo? Scan de QR-code! + krijg als eerste het beoordelingsmateriaal + denk mee over de invulling van de methode + kom naar inhoudelijke events over jouw vak
PROEFKATERN 1 HAVO/VWO DEEL B NAAM KLAS
+ deel kennis met auteurs, experts en collega’s + nog veel meer...!
proefkatern_vivo hv.indd 1
8/02/2022 15:21