

Wil jij slim leren, zeker slagen?

















Examenbundel
Oefen met echte examenopgaven per onderwerp en met complete examens. In het boek en online.
Oefenen, oefenen, oefenen
Uitleg b� de antwoorden
Oriëntatietoets geeft aan hoe je ervoor staat

Examenidioom
Speciaal voor de examens Duits, Engels en Frans.
Een grote woordenschat zorgt voor beter tekstbegrip
Duidel� ke voorbeeldzinnen
Ook voor de schoolexamens

Samengevat
De perfecte samenvatting om je voor te bereiden op je examen.
Zo leer je precies wat je moet weten.
Complete examenstof
R� tjes en defi nities
Geen lappen tekst






Zeker Slagen!
Zo leer je efficiënter leren.
J e leert hoe je moet leren
Hulp b� plannen
Je kr� gt zelfi nzicht en zelfvertrouwen
BIOLOGIE
4 VMBO-B DEEL B
Beste leerling,


Dit boek gebruik je samen met de digitale leeromgeving. Het is van jou, dus je mag je aantekeningen erin schrijven. Na dit schooljaar mag je het boek houden.
Veel succes en plezier met de voorbereiding op je eindexamen biologie!
Team Vivo




COLOFON
Auteurs
Rob Melchers, Rik Smale, Willy Stein
Eindredactie
Ilse Gmelig, Ramon Verwijst
Taalredactie
Suzanne Loohuis, Marcella Sleeuwenhoek
Illustraties
Gemma Stekelenburg, Rogier Trompert, Marjolein Luiken
Ontwerp
Omslag: Carlo Polman - OudZuid Ontwerp
Binnenwerk: Tom Lamers - Reclamers
Opmaak
Crius Group, Hulshout
Omslagbeeld
Shutterstock / Jack.Q
Over ThiemeMeulenhoff
ThiemeMeulenhoff is een educatieve uitgeverij die zich inzet voor het voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs. De mensen van ThiemeMeulenhoff zijn er voor onderwijsprofessionals – met ervaring, expertise en doeltreffende leermiddelen. Ontwikkeld in doorlopende samenwerking met de mensen in het onderwijs om samen het onderwijs nog beter te maken. We ontwikkelen lesmethodes die goed te combineren zijn met andere leermiddelen, naar eigen inzicht aan te passen en bewezen effectief zijn. En natuurlijk worden al onze lesmethodes zo duurzaam mogelijk geproduceerd. Zo bouwen we samen met de mensen in het onderwijs aan een mooie toekomst voor de volgende generatie.
Samen leren vernieuwen.
www.thiememeulenhoff.nl
ISBN 978 90 06 73123 1
Editie 1, druk 1, oplage 1, 2026 � ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2026
Alle rechten voorbehouden. Tekst- en datamining, AI-training en vergelijkbare technologieën niet toegestaan. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl.
De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd.
ClimatePartner
certified product climate-id.com/YI43H3
CO2 measure reduce contribute
INHOUD
Deel A
Hoofdstuk 6 Waarnemen en reageren
6.1 Hoe weet je lichaam wat het moet doen?
6.2 Het zintuigstelsel
6.3 Het zenuwstelsel
6.4 De huid
6.5 Horen
6.6 Zien
6.7 Hormonen
6.8 Alles in samenhang
Deel B
Verbranding en energie
6.9 Examenopgaven
6.9 Examenopgaven
Hoofdstuk 7 Voeding en verteren
7.1 Waarom kun je niet zonder voedsel?
7.2 Voedingsmiddelen en voedingsstoffen
7.3 Verteren van mond tot maag
7.4 Verteren van maag tot endeldarm
7.5 Het gebit
7.6 Gezond eten
7.7 Aanpassingen aan voedsel
7.8 Alles in samenhang
7.9 Examenopgaven
Hoofdstuk 9 Transport en afweer
Hoe transporteert het lichaam stoffen?
Bloedsomloop
Het hart
9.6 Afweersysteem
Online vind je extra Examenvoorbereiding. Deze module helpt je de belangrijkste leerstof nog eens door te nemen, met een zelftoets per hoofdstuk, tips over hoe je kunt leren en extra examenopgaven om mee te oefenen.
ZO WERK JE MET VIVO – De biologie van je leven
In Vivo vind je alles wat je nodig hebt voor de voorbereiding op je examen. Hieronder zie je alle onderdelen van een hoofdstuk uitgelegd.

1.1 Hoe hangt al het leven samen? In















STARTEN MET HET HOOFDSTUK

• Het hoofdstuk start met de grote vraag
Deze vraag ga je aan de hand van het hoofdstuk beantwoorden.
• De hoofdstukvraag staat in een overzichtstekening: het grote plaatje Daarin zie je de samenhang met andere hoofdstukken en de belangrijkste zaken van dit hoofdstuk om te onthouden.
• In de eerste paragraaf ontdek je waarom het onderwerp van het hoofdstuk belangrijk is, voor jouw leven én onze planeet. Ook ontdek je hoe het onderwerp samenhangt met andere onderwerpen in de biologie.














WERKEN MET DE PARAGRAFEN



• Bij de paragraaftitel zie je aan de iconen welke hoofdpunten uit het grote plaatje in de paragraaf terugkomen.
• Aan de leerdoelen zie je wat je in deze paragraaf gaat leren.
• Bij de practica ga je zelf iets onderzoeken: je docent bepaalt welke je gaat doen. Je vindt deze online.
• In de practica en opdrachten oefen je ook met verschillende vaardigheden die nodig zijn voor je examen. Bijvoorbeeld met een microscoop werken of tabellen gebruiken. Hiervoor zijn online vaardigheidskaarten te vinden.
• De paragraaf begint met een startopdracht. In deze opdracht ga je meteen actief aan de slag met het onderwerp van de paragraaf. Zo ontdek je wat je al weet en begrijp je de stof sneller en beter.
WERKEN IN HET BOEK OF ONLINE
Je kunt aan de slag in je leerwerkboek of online. In je boek vind je alles wat je nodig hebt: theorie en opdrachten. Deze staan natuurlijk ook online, plus handige extra’s.
Boek
• Theorie
• Opdrachten
• Examenvoorbereiding Online
• Theorie
• Opdrachten
• Examenvoorbereiding

• Verder oefenen op maat (Herhaling en Plus)
• Practica en vaardigheidskaarten
• Kennistoets en proeftoets














WERKEN MET DE PARAGRAFEN

• In de theorie zie je blauwgedrukte woorden: de belangrijkste begrippen
• In groene kaders staan weetjes. Je ziet bijvoorbeeld hoe het onderwerp van de paragraaf terugkomt in het dagelijks leven.
• Iedere paragraaf heeft zes basisopdrachten. Daarna is er een Terugkijkopdracht om te zien of je de leerdoelen al beheerst. Wat gaat goed en waar moet je nog aan werken?
• Online krijg je na de basisopdrachten een advies op maat om verder te oefenen: Herhaling of Plus. In het boek zie je ook altijd een herhaalopdracht en een plusopdracht
• Bij de opdrachten staat soms een icoon.
Staat bij opdrachten waar je samenwerkt met klasgenoten.
Staat bij opdrachten waar je iets moet doen. Leren door te doen!
Staat bij opdrachten waar je kritisch nadenkt.














ALLES IN SAMENHANG

• Je kijkt terug op het grote plaatje Begrijp je de verbanden en kun je de hoofdstukvraag beantwoorden met wat je hebt geleerd?
• Aan je docent kun je ook een samenvatting van het hoofdstuk vragen.
• Wil je verder oefenen? Met de afsluitende examenopgave in de Examenparagraaf oefen je de stof uit het huidige en andere hoofdstukken in combinatie.
• Met de online kennistoets en proeftoets controleer je of je de theorie goed hebt geleerd.
• Bij elke opgave hoort ook een hint je bij
EXAMENPARAGRAAF
• Hier vind je eindexamenopgaven die horen bij de theorie van het hoofdstuk. Bij elke paragraaf die over eindexamenstof gaat, horen één of meer opgaven. Ook is er een grote examenopgave waarin de stof van meerdere hoofdstukken wordt gecombineerd. Zo kun je je goed voorbereiden.


INHOUD
8 Ademhalen en verbranden


8.1 Waarom haal je adem?
In dit hoofdstuk leer je over ademhalen en verbranden. In het ‘grote plaatje’ zie je wat de hoofdstukvraag en hoofdpunten zijn. Je ziet daar ook wat dit onderwerp te maken heeft met andere onderwerpen.
Welke verbanden zijn er?




H2 - Stevigheid en bewegen uithoudingsvermogen




H5 - Planten en fotosynthese zuurstof

Wat leer je in dit hoofdstuk?
Waarom haal je adem?
Zuurstof komt via je longen in het bloed
Verbranding geeft je energie
Hoe een organisme ademhaalt, hangt af van de omgeving
Gezonde longen zijn belangrijk
1 Het grote plaatje
Voetballen
Als Frenkie de Jong over het veld sprint, ademt hij diep in (figuur 2). Zijn longen halen veel zuurstof uit de lucht. Die zuurstof is nodig om zijn spieren energie te geven. Zonder zuurstof geen energie, en zonder energie geen snelle acties of slimme passes. Ook als je niet sport, heb je zuurstof nodig. Je longen zorgen ervoor dat zuurstof uit de lucht in je bloed terechtkomt. Via het bloed komt de zuurstof bij je cellen, waar verbranding plaatsvindt. Daarbij komt energie vrij. Deze energie heeft je lichaam nodig om te bewegen, te denken en zelfs om warm te blijven. Ademhalen is heel belangrijk. En het lijkt wel vanzelf te gaan. In dit hoofdstuk leer je hoe ademhalen werkt, waarom het nodig is en hoe dieren in verschillende omgevingen zich hebben aangepast om goed te kunnen ademhalen.
Welke verbanden zijn er?
Bekijk het ‘grote plaatje’ in figuur 1.

• Je uithoudingsvermogen is je vermogen om een inspanning vol te houden. Dat hangt af van hoe goed je longen, hart, bloed en spieren samenwerken om zuurstof en glucose naar je cellen te vervoeren (hoofdstuk 2).
• Planten maken zuurstof en voedingsstoffen via fotosynthese. Zuurstof komt via je ademhaling in je lichaam. Je bloed vervoert de zuurstof naar elke cel. De cellen gebruiken de zuurstof tijdens de verbranding (hoofdstuk 5).
Wat leer je in dit hoofdstuk?
Bekijk het ‘grote plaatje’ in figuur 1.
• Zuurstof komt via je longen in het bloed. Als je ademhaalt, vullen je longen zich met lucht. Zuurstof uit de lucht wordt via de longblaasjes opgenomen in je bloed. Het bloed vervoert de zuurstof door je lichaam, zodat het bij elke cel terechtkomt.
• Verbranding geeft je energie.
Om energie vrij te maken in je lichaam, is verbranding nodig. Je bloed vervoert voedingsstoffen en zuurstof naar je cellen. De cellen gebruiken deze stoffen tijdens de verbranding. Bij de verbranding komen water, koolstofdioxide en energie vrij.
• Gezonde longen zijn belangrijk.
Omdat in alle cellen van je lichaam continu verbranding plaatsvindt, is het belangrijk dat er voldoende zuurstof bij je cellen terechtkomt. Gezonde longen zorgen ervoor dat je bloed voldoende zuurstof kan opnemen.
• Hoe een organisme ademhaalt, hangt af van de omgeving. Er bestaan verschillende manieren om adem te halen. Mensen halen zuurstof uit de lucht met behulp van hun longen. Vissen halen zuurstof uit het water met behulp van hun kieuwen.
OPDRACHTEN
1 Gassen in de lucht
In de lucht zitten verschillende gassen, zoals koolstofdioxide, stikstof, waterdamp en zuurstof. In de afbeelding zie je Myrna inademen.

Welk gas gebruikt Myrna's lichaam?
koolstofdioxide
stikstof
waterdamp
zuurstof
2 Energie
Energie komt vrij bij verbranding.
a Heb je zuurstof en voedingsstoffen nodig voor verbranding of ontstaan ze daarbij?
b Wanneer verbruik je meer energie: als je op een stoel zit of als je naar school fietst? Leg je antwoord uit.
c Als je zwemt, verbruik je meer energie dan als je op het strand ligt. Hoe komt dat?
3
Gezonde longen
Gezonde longen zorgen ervoor dat je goed kunt ademhalen. In de afbeelding zie je de longen van een gezonde persoon en de longen van iemand die jarenlang heeft gerookt. Door roken komen er allerlei schadelijke stoffen in je longen, waaronder teer. gezonde long rokerslong
Wat is een mogelijk gevolg van langdurig roken voor je longen?
● De longblaasjes maken extra slijm aan.
● De longen nemen meer zuurstof op.
● De longen worden groter en sterker.
● De longen worden kleiner en stijver.
4 Aanpassing aan de omgeving
Vissen kunnen onder water ademhalen. Met hun kieuwen halen ze zuurstof uit het water. Waarom kunnen mensen niet onder water ademhalen?
5 Waarom haal je adem?
De grote vraag van dit hoofdstuk is: Waarom haal je adem?
Wat is jouw antwoord op deze vraag?
Gebruik in je antwoord de informatie van deze paragraaf.

8.2 Ademhalen
Aan het eind van deze paragraaf kun je:
• uitleggen waarvoor je ademhaalt.
• uitleggen hoe je ademhaalt.
• de delen van het ademhalingsstelsel benoemen.
Bij deze paragraaf horen de volgende practicumopdrachten:
• Ademhaling en inspanning
• De longinhoud
Overleg met je docent of je deze practica gaat uitvoeren.
STARTOPDRACHT
1 Hoeveel blikjes lucht passen in jouw longen?
Je longinhoud bepaalt hoeveel lucht je per ademhaling kunt in- en uitademen. Met een spirometer kun je meten hoeveel liter lucht je in één keer uitblaast. Maar hoeveel is dat eigenlijk? Dat ga je vergelijken met de inhoud van een blikje frisdrank van 330 mL.
Dit heb je nodig:
• een spirometer
• rekenmachine

Een spirometer
Dit ga je doen:
1 Meet met de spirometer hoeveel lucht je maximaal kunt uitblazen in één ademhaling. Dat is je longinhoud. Schrijf deze waarde op in liters.
2 Zet je longinhoud om naar milliliters (1 liter = 1000 mL).
3 Bereken hoeveel blikjes frisdrank van 330 mL er in jouw longinhoud passen.
→ Deel je longinhoud in mL door 330 mL (de inhoud van een blikje).
4 Beantwoord de vragen en vergelijk je antwoorden met die van een klasgenoot.
a Hoeveel lucht kun jij in één ademhaling uitblazen?
Schrijf je antwoord op in liters.
b Hoeveel is dat in milliliters?
c Van hoeveel blikjes frisdrank past de inhoud in jouw longen?
Deel je longinhoud door de inhoud van een blikje.
d Heeft iedereen in de klas dezelfde longinhoud? Waarom denk je dat dat zo is?
THEORIE
Waarvoor adem je?
Je lichaam heeft energie nodig om goed te blijven werken. Deze energie komt vrij bij de verbranding van voedingsstoffen. Verbranding vindt plaats in alle cellen. Voor die verbranding is zuurstof nodig.
De lucht die je inademt, bevat zuurstof (figuur 1). Het bloed vervoert de zuurstof door je lichaam. Tijdens de verbranding ontstaan afvalstoffen, die je lichaam moet afvoeren. Het ademhalingsstelsel regelt je ademhaling en zorgt dat je voldoende zuurstof binnenkrijgt en afvalstoffen weer kwijtraakt.

1 Door je ademhaling gaat er lucht in en uit je lichaam.
OPDRACHTEN
2 Ademhalen
Wat heb je nodig voor de verbranding van voedingsstoffen in je cellen?
● koolstofdioxide
● stikstof
● water
● zuurstof
3 Zuurstof is belangrijk voor je lichaam
Waarom is zuurstof zo belangrijk voor je lichaam?
Kies uit: afvalstoffen | cellen | fotosynthese | glucose | lichaam | longen | verbranding | zuurstof
Zuurstof komt je binnen via je is nodig
voor de van in je . Hierbij ontstaan
Hoe adem je?
Als je ademhaalt, komt lucht je lichaam binnen via je neus of je mond. Inademen door je neus, in plaats van door je mond, heeft verschillende voordelen:
• De ingeademde lucht is schoner. Stof en ziekteverwekkers worden uit de lucht gefilterd door de neushaartjes en het slijmvlies (figuur 2). Trilharen in het neusslijmvlies maken een golvende beweging. Ze verplaatsen zo het slijm met de vuildeeltjes naar je keelholte. Je slikt het slijm door. In je maag maakt maagzuur de ziekteverwekkers onschadelijk.
• Je merkt gevaarlijke situaties eerder op. In je neus zitten reukzintuigen. Deze kunnen bijvoorbeeld een brandlucht snel waarnemen.
• Het neusslijmvlies bevochtigt en verwamt de ingeademde lucht. Je lichaam blijft zo makkelijker op temperatuur en droogt minder uit.
slijmcel
slijm met vuildeeltjes
trilharen
2 Het slijmvlies in je neus zorgt ervoor dat je schonere lucht inademt.
Ademhalen gaat meestal onbewust. Je doet het continu, zowel overdag als ’s nachts terwijl je slaapt. Tijdens het ademhalen beweegt soms je borstkas op en neer. Je gebruikt dan de borstademhaling. Soms zie je je buik op en neer bewegen. In dat geval maak je gebruik van de buikademhaling. In rust of ontspannen toestand gebruik je vooral de buikademhaling.
In alerte, gespannen toestand, gebruik je voornamelijk de borstademhaling. Als je nerveus bent voor bijvoorbeeld een toets kun je je ontspannen door te focussen op je buikademhaling.
TIP Als je meer wilt weten, bekijk dan het filmpje Twee soorten ademhaling
In figuur 3 en 4 zie je de twee manieren van ademhalen: borstademhaling (figuur 3, boven) en buikademhaling (figuur 4, onder).
inademing
tussenribspieren trekken samen
ribben en borstbeen omhoog
3 Borstademhaling
lucht stroomt naar de longen
tussenribspieren ontspannen
ribben en borstbeen omlaag
uitademing
inademing uitademing
lucht stroomt uit de longen
lucht stroomt naar de longen
middenrif trekt samen en gaat omlaag
buikspieren
buik komt naar voren


4 Buikademhaling
middenrif ontspant en gaat omhoog
buikspieren
buik gaat naar achteren


lucht stroomt uit de longen
4 Neus of mond?
Lees de zinnen hieronder over de voordelen van door je neus ademen. In elke zin staan twee mogelijke verklaringen.
a Kies de juiste verklaring.
De lucht die je inademt via je neus is schoner, omdat je neushaartjes stof tegenhouden | je longen het slijm wegfilteren.
b Je neus helpt je om gevaar sneller op te merken, omdat je neus kan ruiken | je longen geprikkeld raken.
c Door je neus ademen zorgt dat je minder snel uitdroogt, omdat de lucht warmer en vochtiger wordt | je minder speeksel produceert.
5 Hoe adem jij?
Bij ademhalen gebruik je verschillende spieren. Soms adem je vooral met je borst, soms vooral met je buik. In deze opdracht ga je dat bij jezelf onderzoeken.
Dit heb je nodig:
• stopwatch of timer
• stoel
Dit ga je doen:
1 In rust:
• Ga rechtop zitten op je stoel.
• Leg één hand op je borst en één hand op je buik.
• Adem rustig in en uit.
• Waar voel je meer beweging? Bij je borst of bij je buik?
2 Na inspanning:

• Sta op en doe tien squats (kniebuigingen) of druk je tien keer op.
• Ga daarna weer rustig zitten op je stoel.
• Leg opnieuw je handen op je borst en buik.
• Adem rustig in en uit.
• Waar voel je nu meer beweging?
Beantwoord de vragen.
a Waar voelde je meer beweging toen je rustig zat?
b Waar voelde je meer beweging na de squats of het opdrukken?
c Wat merk je aan je ademhaling na de inspanning?
d Waarom verandert je ademhaling als je beweegt?
THEORIE
Het ademhalingsstelsel
Het ademhalingsstelsel zorgt ervoor dat lucht je lichaam binnenkomt en weer wordt afgevoerd. De luchtwegen beginnen bij de neusholte en mondholte en lopen via de keelholte naar de luchtpijp (figuur 5). De huig en het strotklepje zorgen ervoor dat eten en drinken niet in de luchtpijp of de neusholte terechtkomen. De huig sluit de neusholte af. Het strotklepje sluit de luchtpijp af. Als je slikt, komt het eten en drinken terecht in de slokdarm.



neusholte












5 Mondholte, neusholte, keelholte









mondholte tong luchtpijp slokdarm strotklepje huig keelholte
Vanuit de keelholte komt lucht terecht in de luchtpijp. De luchtpijp blijft open door kraakbeenringen. De luchtpijp splitst zich in twee bronchiën (figuur 6). Deze vertakken zich in steeds kleinere buisjes. In de longen eindigen die vertakkingen in kleine longblaasjes. In de longblaasjes vindt gaswisseling plaats (figuur 7).
luchtpijp
bronchiën kraakbeenringen
6 De luchtpijp met kraakbeenringen vertakt zich in bronchiën.























































7 Delen van het ademhalingsstelsel










longblaasjes

bronchie



luchtpijp long borstbeen ribben middenrif



longblaasje haarvaten
WIST JE DAT?
Grote en kleine longen
De blauwe vinvis heeft de grootste longen van alle dieren en kan per ademhaling wel 5 000 liter lucht opnemen! In rust ademt hij twee tot drie keer per minuut, maar hij kan ook anderhalf uur zijn adem inhouden.
Dat is heel anders bij de Etruskische dwergspitsmuis, een van de kleinste zoogdieren. Dit diertje weegt minder dan 2 gram en haalt door zijn snelle stofwisseling wel 25 keer per seconde adem.

OPDRACHTEN
6 Onderdelen benoemen
Je ziet hier een schematische tekening van het ademhalingsstelsel. Benoem de met cijfers aangegeven onderdelen.

7
Van neus tot longblaasjes
Beschrijf in je eigen woorden welke weg lucht aflegt vanaf je neus tot aan de longblaasjes.
8 Terugkijken
Kijk terug op deze paragraaf.
a Hoe heb je de opdrachten per leerdoel gemaakt?
Noteer 0, – –, –, + of + +. 0 betekent: niets gemaakt. + + betekent: alles goed.
Je kunt ... opdrachten score extra oefenen? (Herhaling en Plus)
1. uitleggen waarvoor je ademhaalt. 2, 3 H9, P12
2. uitleggen hoe je ademhaalt. 4, 5 H10, P13
3. de delen van het ademhalingsstelsel benoemen. 6, 7 H11, P14
b Bekijk je scores van vraag a. Kies minstens één opdracht waarmee je nog wilt oefenen, nu of in voorbereiding op de toets.
TIP Noteer alvast enkele belangrijke begrippen uit deze paragraaf. Die heb je later nodig bij 8.7 Alles in samenhang.
HERHALING EN PLUS
Online kun je extra oefenen met Herhaling en Plus. Opdracht 9 en 12 staan ook in je boek.
9
Ademhalingsstelsel
Wat is een taak van het ademhalingsstelsel?
● bloed rondpompen in je lichaam
● glucose aanmaken voor energie
● lucht met zuurstof in je lichaam brengen
● voedingsstoffen verteren
12
Ademloos rennen
Farah doet mee aan een hardloopwedstrijd. Halverwege de race krijgt ze het benauwd en voelt ze zich duizelig. Ze is vergeten goed te ademen tijdens het rennen.

Leg uit waarom Farah zich duizelig voelt als ze niet goed ademt tijdens het hardlopen.
EXAMENOPGAVEN
Bij deze paragraaf kun je oefenen met eindexamenopgaven. Overleg met je docent of je de eindexamenopgave Alcoholtesten gaat maken.

8.3 Gaswisseling
Aan het eind van deze paragraaf kun je:
• benoemen dat gaswisseling in de longblaasjes plaatsvindt.
• verschillen benoemen tussen ingeademde en uitgeademde lucht.
• benoemen dat gaswisseling bij lichaamscellen plaatsvindt.
Bij deze paragraaf horen de volgende practicumopdrachten:
• Koolstofdioxide in uitgademde lucht
• Zuurstofproductie belletjes waterpest
Overleg met je docent of je deze practica gaat uitvoeren.
STARTOPDRACHT
1 Uitademen
Zonder dat je het merkt, haal je de hele dag door adem. De lucht die je uitademt, is anders dan de lucht die je inademt.
Adem uit tegen een raam.
a Wat zie je?
b Hoe komt dat?
Adem nu uit tegen je hand.
c Voelt de lucht warmer of kouder aan dan je hand?
d Hoe komt dat?
THEORIE
Gaswisseling in de longblaasjes
In je longen zitten heel veel kleine longblaasjes. Ze liggen aan het uiteinde van de kleinste vertakkingen van de luchtwegen (figuur 1). De wand van een longblaasje is heel dun. Rond elk longblaasje zit een netwerk van dunne bloedvaatjes: de haarvaten.
neusholte
keelholte
luchtpijp bronchie mondholte








1 Longblaasjes
haarvaten
longblaasjes
Als je inademt, komt lucht met zuurstof in de longblaasjes terecht. Het bloed dat door de haarvaten stroomt, bevat op dat moment weinig zuurstof maar veel koolstofdioxide. In de longblaasjes gebeurt dan iets belangrijks: gaswisseling (figuur 2).
Bij gaswisseling gaat zuurstof vanuit de lucht via het longblaasje naar het bloed.
Tegelijkertijd gaat koolstofdioxide vanuit het bloed naar het longblaasje. Je ademt deze koolstofdioxide daarna uit. Door die uitwisseling van gassen krijgt je lichaam de zuurstof die het nodig heeft om goed te kunnen werken.
De zuurstof in het bloed wordt daarna via rode bloedcellen naar al je lichaamscellen vervoerd. Die cellen hebben zuurstof nodig om energie te maken uit glucose.
wand van het longblaasje
zuurstof
koolstofdioxide



haarvat lucht
rode bloedcel





OPDRACHTEN
2 Zuurstof





2 Gaswisseling in een longblaasje









Wat gebeurt er met zuurstof in de longblaasjes?
● Zuurstof verandert in koolstofdioxide.
● Zuurstof wordt opgenomen in het bloed.
● Zuurstof wordt uit het bloed gehaald.
● Zuurstof wordt vastgehouden in de longblaasjes.
3 Haarvaten
a Hoe heet dit deel van de longen?
b In welk bloedvat bevat het bloed meer zuurstof: bloedvat 1 of bloedvat 2?
c Leg je antwoord op vraag b uit.







In de figuur zie je een deel van de longen. Bloed in bloedvat 1 stroomt naar de longen toe. Bloed in bloedvat 2 stroomt bij de longen vandaan.
Verschil tussen ingeademde en uitgeademde lucht
De lucht die je inademt, bestaat uit verschillende gassen, waaronder zuurstof, stikstof, koolstofdioxide en waterdamp. Tijdens het ademhalen verandert de samenstelling van de lucht.
In ingeademde lucht zit meer zuurstof dan in uitgeademde lucht. Uitgeademde lucht bevat juist meer koolstofdioxide en waterdamp. Dat komt doordat je lichaam zuurstof opneemt en koolstofdioxide en water afgeeft.
In de lucht die je uitademt zit dus:
• minder zuurstof;
• meer koolstofdioxide;
• meer waterdamp.
Je lichaam doet niets met stikstof: dat adem je in en weer uit. In de tabel zie je het verschil tussen ingeademde en uitgeademde lucht.
samenstelling lucht ingeademde lucht uitgeademde lucht
waterdamp weinig veel
Verschillen tussen ingeademde en uitgeademde lucht
Je kunt de aanwezigheid van koolstofdioxide in de lucht aantonen met kalkwater. Als je via een rietje uitademt, kun je je uitgeademde lucht door het kalkwater laten gaan. Zodra kalkwater in contact komt met koolstofdioxide, wordt het kalkwater troebel (figuur 3). Een stof die de aanwezigheid van een andere stof kan aantonen, is een indicator
3 Helder kalkwater wordt troebel als het in aanraking komt met koolstofdioxide.
4
Om welk gas gaat het?
In de grafiek zie je hoe het percentage van gas X verandert tijdens inademen, verblijf in de longen en uitademen.
Verloop van het percentage gas X in lucht bij in- en uitademen
20 15 25 10 5 0 percentage in lucht (%) 0 2 4 6 8 10 tijd (seconden)
inademen in de longen
uitademen
Welk gas is het meest waarschijnlijk gas X?
● koolstofdioxide
● stikstof
● waterdamp
● zuurstof
5 Ademhaling en inspanning
Je ademhaling zorgt ervoor dat je lichaam voldoende zuurstof krijgt en afvalstoffen kwijtraakt.
Dit ga je doen:
1 Vorm een tweetal.
2 Doe allebei tien squats (kniebuigingen) of spring tien keer op en neer.
3 Adem daarna diep in en uit.
4 Beantwoord daarna de vragen.

a Wat merk je aan je eigen ademhaling en die van je klasgenoot?
b Hoe denk je dat de hoeveelheid zuurstof en koolstofdioxide in je uitgeademde lucht verandert na inspanning?
c Waarom denk je dat dit gebeurt?
d Werd jullie ademhaling even snel weer normaal? Of bij de een sneller dan bij de ander? Leg uit hoe dat zou kunnen.
Gaswisseling in lichaamscellen
Via de longen komt zuurstof in het bloed. De rode bloedcellen in het bloed vervoeren de zuurstof naar al je lichaamscellen (figuur 4).
In de cellen vindt verbranding plaats. Hierbij gebruikt je lichaam zuurstof om energie vrij te maken uit glucose. Je lichaam kan die energie gebruiken om te bewegen of warm te blijven. Bij de verbranding ontstaan koolstofdioxide en water. Deze afvalstoffen gaan vanuit de cellen terug naar je bloed. Het bloed brengt de afvalstoffen naar je longen en je nieren. Via je longen adem je koolstofdioxide en waterdamp uit. Via je nieren verwijder je overbodig water uit je bloed.
















4 Gaswisseling tussen lichaamscellen en haarvaten in een spier
WIST JE DAT?
Koolstofdioxidemeter in de klas
Met een koolstofdioxidemeter kun je meten hoeveel koolstofdioxide de lucht in je klaslokaal bevat. Als het lampje van de koolstofdioxidemeter op rood springt, zit je in elkaars uitgeademde lucht. Niet echt fris, hè? Hoe meer mensen in de klas, hoe sneller de hoeveelheid koolstofdioxide in de lucht oploopt. Te veel koolstofdioxide maakt je suf en slaperig. Dus zie je een rood lampje? Dan is het tijd om even een raam open te zetten. Zo blijf je je hersenen voorzien van voldoende zuurstof!




































































spierweefsel met bloedvaten = zuurstof = koolstofdioxide cel





Een koolstofdioxidemeter in een klaslokaal
OPDRACHTEN
6 Koolstofdioxide
Wat gebeurt er met de koolstofdioxide die ontstaat in je cellen?
● Die blijft in de cellen achter.
● Die verdwijnt via de huid uit je lichaam.
● Die wordt in dezelfde cellen weer omgezet in zuurstof en naar de longen vervoerd.
● Die wordt opgenomen in je bloed en naar de longen vervoerd.
7 Sporten
Je lichaam gebruikt zuurstof voor verbranding in de cellen. Leg uit waarom de gaswisseling bij de cellen belangrijk is om te kunnen sporten.
8 Terugkijken
Kijk terug op deze paragraaf.
a Hoe heb je de opdrachten per leerdoel gemaakt?
Noteer 0, – –, –, + of + +.
0 betekent: niets gemaakt. + + betekent: alles goed.
Je kunt ... opdrachten score extra oefenen? (Herhaling en Plus)
1. benoemen dat gaswisseling in de longblaasjes plaatsvindt. 2, 3
2. verschillen benoemen tussen ingeademde en uitgeademde lucht. 4, 5
3. benoemen dat gaswisseling bij lichaamscellen plaatsvindt. 6, 7
H9
H10, P13
H11, P12, P14
b Bekijk je scores van vraag a. Kies minstens één opdracht waarmee je nog wilt oefenen, nu of in voorbereiding op de toets.
TIP Noteer alvast enkele belangrijke begrippen uit deze paragraaf. Die heb je later nodig bij 8.7 Alles in samenhang
HERHALING EN PLUS
Online kun je extra oefenen met Herhaling en Plus. Opdracht 9 en 12 staan ook in je boek.
9 Gaswisseling

In welk deel van je longen vindt de gaswisseling plaats?
● bronchiën
● longblaasjes
● luchtpijp
● neusholte
12
Astma
Timo heeft astma. Tijdens een aanval vernauwen zijn luchtwegen en krijgt hij minder lucht binnen. Hij raakt snel buiten adem.

Leg uit hoe dit te maken heeft met de gaswisseling in zijn longblaasjes.
EXAMENOPGAVEN
Bij deze paragraaf kun je oefenen met eindexamenopgaven. Overleg met je docent of je de eindexamenopgave Ademhalingsstelsel gaat maken.

8.4 Verbranding en energie
Aan het eind van deze paragraaf kun je:
• het belang van verbranding voor een organisme uitleggen.
• de verbranding van glucose in lichaamscellen in een schema weergeven.
• uitleggen hoe je lichaam energie gebruikt.
Bij deze paragraaf hoort de volgende practicumopdracht.
• Verbrandingsproducten
Overleg met je docent of je dit practicum gaat uitvoeren.
STARTOPDRACHT
1 Warm worden door beweging
In deze opdracht ervaar je hoe je lichaam energie gebruikt en wat er met je ademhaling gebeurt als je actief beweegt.
Dit heb je nodig:
• stopwatch of timer
• stoel
• pen en papier
Dit ga je doen:
1 In rust:
• Zit stil op je stoel en adem rustig in en uit.
• Tel hoeveel keer je ademhaalt in dertig seconden en noteer dit.
• Heb je het koud of warm?
2 Bewegen:
• Doe 30 seconden jumping jacks (springen met gespreide benen en armen omhoog).
• Doe 10 squats (kniebuigingen).
• Doe 20 seconden knieheffen (om de beurt je knieën zo hoog mogelijk optrekken).
3 Na de inspanning:
• Ga weer zitten en tel opnieuw hoeveel keer je ademhaalt in 30 seconden.
• Heb je het kouder of warmer dan aan het begin? Schrijf je observaties op.
a Wat merkte je aan je ademhaling tijdens en na het actief bewegen?
b Vindt er tijdens het bewegen meer of minder verbranding plaats in je spiercellen?
c Hoe komt het dat je ademhaling tijdens het bewegen sneller gaat?
d Waarom heb je het warmer na de inspanning?
THEORIE
Energie om te bewegen
Als je sport of danst, gebruik je energie (figuur 1). Die energie komt uit de verbranding van glucose in je lichaamscellen. Voor deze verbranding heb je zuurstof nodig. Glucose krijg je uit eten en drinken. Via je darmen komt glucose terecht in je bloed. Je lichaam haalt zuurstof uit de lucht die je inademt. Via je longen komt de zuurstof in je bloed. Je bloed vervoert glucose en zuurstof naar alle cellen in je lichaam. In de cellen van alle organismen wordt glucose samen met zuurstof verbrand. Daarbij ontstaan koolstofdioxide, water en energie.
Dankzij de energie die bij verbranding ontstaat, kun je tijdens het dansen draaien, springen, hossen, lachen of zwaaien met je armen. Zonder verbranding zou je lichaam stilvallen, net als een lege batterij.

1 Ook als je danst op een festival, gebruik je energie.
OPDRACHTEN
2 Verbranding
In je lichaam vindt verbranding plaats.
Welke stof heb je nodig om glucose in je lichaam te verbranden?
● koolstofdioxide
● stikstof
● water
● zuurstof
3 Een heuvel op fietsen
Je zit op de fiets en moet een heuvel op. Je merkt dat je sneller gaat ademen. Leg uit waarom je lichaam extra zuurstof nodig heeft als je een heuvel op fietst.
THEORIE
Verbranding in je cellen
In je cellen wordt glucose samen met zuurstof omgezet in koolstofdioxide, water en energie. De energie gebruik je om te bewegen en om je lichaam warm te houden. Koolstofdioxide en water zijn afvalstoffen. Die adem je uit of ze verlaten je lichaam via zweet of urine.
De verbranding kun je weergeven in een schema:
glucose + zuurstof koolstofdioxide + water + energie⚡
Je cellen werken als een soort kleine energiecentrales. Zonder verbranding zou je lichaam niet kunnen bewegen of warm blijven.
OPDRACHTEN
4 Verbranding in een schema
Wat is het juiste schema van verbranding in je cellen?
● glucose + koolstofdioxide → zuurstof + glucose + zuurstof koolstofdioxide + water + energie⚡energie + water
● glucose + zuurstof → koolstofdioxide + water + glucose + zuurstof koolstofdioxide + water + energie⚡energie
● koolstofdioxide + water → glucose + zuurstof + glucose + zuurstof koolstofdioxide + water + energie⚡energie
● zuurstof + koolstofdioxide + water + energie⚡energie → glucose + koolstofdioxide + water
Van cel tot lichaam
Je hebt geleerd dat verbranding plaatsvindt in je cellen. Die cellen zijn onderdeel van iets groters. In deze opdracht ontdek je hoe verbranding terugkomt op alle organisatieniveaus. Welk organisatieniveau hoort bij de voorbeelden?
Kies uit:
a Door wereldwijde boskap en vervuiling verandert de hoeveelheid koolstofdioxide in de lucht. Dat heeft invloed op het klimaat en op de zuurstof- en energiebalans van het leven op aarde.
b Een groep spiercellen zorgt samen voor beweging, bijvoorbeeld in je bovenbeen.
c In een stad met veel verkeer is er meer luchtvervuiling. Dat maakt het lastiger voor je longen om goed zuurstof op te nemen. Dat heeft invloed op hoeveel energie mensen kunnen aanmaken.
d Je bloedvatenstelsel vervoert zuurstof en glucose naar alle delen van je lichaam.
e Je longen zorgen ervoor dat zuurstof vanuit de lucht in je bloed terechtkomt en dat koolstofdioxide vanuit je bloed naar de lucht gaat.
f Je rent, slaapt, danst en groeit. Voor alles wat je doet, is energie nodig.
g Glucose en zuurstof reageren met elkaar. Daarbij ontstaan energie, koolstofdioxide en water.
h In een stad hebben steeds meer mensen astma. Ze vormen een groep die extra gevoelig is voor luchtvervuiling.
Hoe je lichaam energie gebruikt
Je staat op een festival. Je danst en zingt mee met de muziek. Daarvoor heb je veel energie nodig. Die energie komt vrij bij de verbranding van glucose in je cellen.
Ook als je even uitrust of slaapt (figuur 2), verbruikt je lichaam energie. Je hart blijft pompen, je hersenen blijven werken en je darmen verteren voedsel. Ook blijft je lichaam op temperatuur dankzij energie.
Verder heb je energie nodig om nieuwe cellen te maken. Bijvoorbeeld als je groeit of een wondje hebt. Hoeveel energie je nodig hebt, hangt af van verschillende dingen:
• Tijdens sporten of dansen verbruik je meer energie dan in rust.
• Grotere mensen gebruiken meer energie dan kleinere mensen.
• Jongens gebruiken gemiddeld iets meer energie dan meisjes.
• Als je in de groei bent, verbruikt je lichaam meer energie om nieuwe cellen te maken.
Je lichaam is dus dag en nacht bezig met energie gebruiken, of je nu danst op een festival, sport of slaapt.

2 Zelfs als je slaapt, verbruikt je lichaam energie.
WIST JE DAT?
Kolibries hebben veel energie nodig
Een kolibrie heeft per kilogram lichaamsgewicht veel meer energie nodig dan een mens. Dat komt doordat hij met zijn vleugels tot wel 80 keer per seconde slaat. Zijn hartslag kan oplopen tot meer dan 1.200 slagen per minuut. Bij flinke inspanning kan het hart van een mens soms tot 200 keer per minuut slaan. Het hart van een kolibrie klopt dus zes keer zo snel. Een kolibrie bezoekt soms meer dan duizend bloemen per dag om voldoende voedsel binnen te krijgen. Zonder constante energie-aanvoer zou hij al snel uitgeput raken.

OPDRACHTEN
6
Energieverbruik
Welke persoon verbruikt waarschijnlijk de meeste energie per dag?
● een baby die veel slaapt
● een kind dat rustig een boek leest
● een sporter die intensief traint
● een volwassen man die het huis schoonmaakt
7
Dansen
Je ontdekt wanneer je lichaam energie gebruikt en hoe je dat kunt merken. Je gaat dit zelf ervaren door rust en beweging met elkaar te vergelijken.

Dit heb je nodig:
• stopwatch of timer
• stoel
• trapje
• pen en papier
Dit ga je doen: Vorm een tweetal.
In rust:
1 Zit twee minuten rustig op de stoel.
2 Tel je hartslag: hoe vaak klopt je hart in 60 seconden? Noteer dit.
3 Hoe voel je je? Koud of warm? Rustig of actief? Schrijf je observaties op. Energie gebruiken:
1 Doe 30 seconden lang jumping jacks of dans op muziek. Beweeg zo actief mogelijk.
2 Tel je hartslag direct na afloop: hoe vaak klopt je hart nu in 60 seconden?
3 Hoe voel je je nu? Heb je het kouder of warmer dan eerst? Schrijf je observaties op. Beantwoord de vragen.
a Wat merkte je aan je lichaam tijdens het bewegen vergeleken met stilzitten?
b Waarom heb je tijdens bewegen meer energie nodig?
c Waar komt die energie vandaan?
8 Terugkijken
Kijk terug op deze paragraaf.
a Hoe heb je de opdrachten per leerdoel gemaakt?
Noteer 0, - - , -, + of + +.
0 betekent: niets gemaakt. ++ betekent: alles goed.
Je kunt ... opdrachten score extra oefenen? (Herhaling en Plus)
1. het belang van verbranding voor een organisme uitleggen. 2, 3
2. de verbranding van glucose in lichaamscellen in een schema weergeven. 4, 5
3. uitleggen hoe je lichaam energie gebruikt. 6, 7
H9
H10, P13
H11, P12, P14
b Bekijk je scores van vraag a. Kies minstens één opdracht waarmee je nog wilt oefenen, nu of in voorbereiding op de toets. TIP Noteer alvast enkele belangrijke begrippen uit deze paragraaf. Die heb je later nodig bij 8.7 Alles in samenhang.
HERHALING EN PLUS
Online kun je extra oefenen met Herhaling en Plus. Opdracht 9 en 12 staan ook in je boek.
9 Uitademen

Welke stof adem je uit als afvalstof van de verbranding in je cellen?
● glucose
● koolstofdioxide
● stikstof
● zuurstof
12
Kaars
Stephanie zet een brandende kaars onder een glazen stolp. Na een tijdje gaat de kaars uit.
Leg met behulp van het begrip ‘verbranding’ uit waarom de kaars uitgaat.
EXAMENOPGAVEN
Bij deze paragraaf kun je oefenen met eindexamenopgaven. Overleg met je docent of je de eindexamenopgave Oma op de hometrainer gaat maken.

8.5 Gezond ademen
Aan het eind van deze paragraaf kun je:
• uitleggen dat de kwaliteit van de lucht je gezondheid beïnvloedt.
• verschillende ademhalingsaandoeningen benoemen.
• benoemen wat roken ongezond maakt.
Bij deze paragraaf hoort de volgende practicumopdracht:
• Longinhoud
Overleg met je docent of je dit practicum gaat uitvoeren.
STARTOPDRACHT
1 Bewegen met een mondkapje
In deze opdracht ervaar je hoe het voelt om te bewegen terwijl je minder zuurstof binnenkrijgt, zoals bij bepaalde beroepen of bij sommige ademhalingsaandoeningen.

Bij verschillende beroepen is een mondkapje tijdens het werk verplicht.
Dit heb je nodig:
• mondkapje
• stopwatch of timer
• stoel
• pen en papier
Dit ga je doen:
1 In rust met mondkapje:
- Zit stil op je stoel, doe een mondkapje voor je mond en adem rustig in en uit door je mond.
- Tel hoeveel keer je ademhaalt in 30 seconden en noteer dit.
- Let op hoe je je voelt: ontspannen, vermoeid, benauwd? Schrijf je observaties op.
2 Bewegen met mondkapje:
- Doe het mondkapje voor je mond en neus.
- Doe 30 seconden jumping jacks.
- Doe 10 squats terwijl je nog steeds door het mondkapje ademt.
- Doe 20 seconden knieheffingen, blijf door het mondkapje ademen.
3 Na de inspanning:
- Ga zitten, doe het mondkapje af en adem normaal.
- Tel opnieuw hoeveel keer je ademhaalt in 30 seconden en noteer dit.
- Beschrijf hoe je je voelt na de oefening.
Beantwoord de vragen.
a Wat merkte je aan je ademhaling toen je actief bewoog met het mondkapje op?
b Waarom is het lastiger om actief te bewegen als je minder zuurstof binnenkrijgt?
c Hoe denk je dat dit voelt voor mensen met een longaandoening, zoals astma of COPD?
Schone lucht, gezonde longen
Elke dag haal je duizenden keren adem. Maar de lucht is niet altijd schoon. In de stad bevat de lucht vaak uitlaatgassen, rook en fijnstof. Fijnstof bestaat uit heel kleine stofdeeltjes (figuur 1). Je ziet ze niet, maar ze kunnen diep in je longen komen.
Haar
Diameter 50 - 70 micrometer
Rook van houtkachels en stuifmeel
Diameter kleiner dan 10 micrometer
Dringt door tot in de keel- en neusholte en in het bovenste deel van de luchtpijp
Verbranden van benzine en roet
Diameter kleiner dan 2,5 micrometer
Dringt door tot in de luchtpijp, de bronchiën en de longblaasjes
1 Verschillende soorten fijnstof vergeleken met een menselijke haar.
Het roken van sigaretten
Diameter kleiner dan 0,1 micrometer
Dringt door tot in de longblaasjes en kan worden opgenomen in het bloed
Je neus en luchtpijp houden veel stof tegen met slijm en trilhaartjes. Maar de allerkleinste deeltjes fijnstof komen toch in je longen terecht. Vooral als je aan het sporten bent, adem je dieper in (figuur 2). Dan kan er extra veel vuile lucht in je longen komen.
Fijnstof kan schade veroorzaken in je longen. Daardoor wordt ademhalen moeilijker. Je lichaam moet dan harder werken om genoeg zuurstof binnen te krijgen.
Hoe slechter de luchtkwaliteit, hoe slechter dit is voor je gezondheid. Daarom is het belangrijk om zo schoon mogelijke lucht in te ademen.

2 Tijdens het sporten adem je dieper in.
2 Uithoudingsvermogen
Je uithoudingsvermogen bepaalt hoelang je een lichamelijke inspanning kunt volhouden.
Hoe beter je uithoudingsvermogen, hoe langer je spieren voldoende zuurstof krijgen voor verbranding. Er is een verband tussen de kwaliteit van de lucht die je inademt en je uithoudingsvermogen.
Welke uitspraak legt dit verband het beste uit?
● Bij vervuilde lucht worden je longen groter, waardoor je minder goed kunt ademhalen.
● Bij schone lucht kun je minder zuurstof opnemen, waardoor je sneller moe wordt.
● Slechte luchtkwaliteit maakt het lastiger voor je lichaam om voldoende zuurstof op te nemen.
● Vervuilde lucht zorgt ervoor dat je hart sneller klopt, waardoor je uithoudingsvermogen toeneemt.
3 Thuis
De luchtkwaliteit wordt onder andere bepaald door de hoeveelheid frisse lucht en de aanwezigheid van vervuilende stoffen.
Noem twee dingen die je kunt doen om de luchtkwaliteit in je huis te verbeteren.
THEORIE
Zieke longen
Sommige mensen hebben moeite met ademhalen, bijvoorbeeld door astma of COPD.
Astma is een ziekte waarbij de kleine vertakkingen in je longen ontstoken zijn (figuur 3).
Daardoor raken deze vertakkingen sneller geïrriteerd door prikkels zoals rook, kou of fijnstof. De spiertjes in de luchtwegen trekken dan samen en er komt minder lucht door. Je moet dan vaak hoesten of een puffer gebruiken om weer goed te kunnen ademen.
3 Vertakking in de longen zonder astma (links) en met astma (rechts)
Bronchitis is een ontsteking van de luchtwegen. Je hoest hierbij veel slijm op. Als deze ontsteking lang blijft bestaan, noem je deze chronische bronchitis. Longemfyseem is een ziekte waarbij de longblaasjes kapotgaan. Je krijgt dan minder zuurstof binnen. COPD is de verzamelnaam voor chronische bronchitis en longemfyseem. Deze ziekten gaan niet over. Ze worden vaak erger door roken of vapen.
4 Aandoeningen
Lees de omschrijvingen hieronder.
Welke aandoening hoort bij de omschrijving?
Kies uit: astma | bronchitis | longemfyseem | verkoudheid
Je hebt vaak last van een piepende ademhaling. Je luchtwegen zijn extra gevoelig voor rook of stof.
Door beschadiging van de longblaasjes wordt het opnemen van zuurstof steeds moeilijker.
Je luchtwegen zijn ontstoken. Je hoest veel slijm op, vaak langdurig.
Je bent even kort ziek met hoesten en een verstopte neus. Na een week is het meestal over.
5 Interview
Er zijn verschillende ademhalingsaandoeningen, zoals astma en COPD. In deze opdracht ontdek je hoe mensen die werken in de zorg omgaan met mensen die moeite hebben met ademhalen.
Volg de stappen.
Dit ga je doen:
1 Vorm een groepje van drie of vier leerlingen.
2 Bezoek met je klas of groepje een organisatie die werkt aan gezonde lucht en longen, zoals de GGD, een huisartsenpraktijk of het Longfonds. In plaats van een bezoek kun je ook een online afspraak maken.
3 Bereid samen een interview voor met drie tot vijf vragen, bijvoorbeeld:
- Welke ademhalingsproblemen komen jullie vaak tegen bij jongeren?
- Wat kunnen mensen doen om hun longen gezond te houden?
- Hoe schadelijk is vapen of roken voor jongeren?
4 Voer het interview uit.
5 Maak samen een korte presentatie of poster van wat jullie geleerd hebben en presenteer die aan de klas.

Waarom roken ongezond is
Als je een sigaret rookt, adem je schadelijke stoffen in. Die komen je longen binnen met de rook van een sigaret. In tabaksrook zitten drie gevaarlijke stoffen:
• Koolmonoxide zorgt ervoor dat er minder zuurstof in je bloed komt. Je wordt sneller moe.
• Nicotine maakt roken verslavend. Daardoor is het moeilijk om te stoppen.
• Teer plakt aan de binnenkant van je longen en verstopt de longblaasjes (figuur 4).
Door teer en rook raken de trilhaartjes in je luchtwegen beschadigd. Die haartjes zorgen er normaal voor dat slijm met vuil wordt afgevoerd. Als de trilhaartjes niet goed werken, moet je meer hoesten om het slijm kwijt te raken.
Ook vapen is schadelijk voor je gezondheid. De damp bevat net als bij een sigaret vaak veel nicotine en andere giftige stoffen (figuur 5). Die giftige stoffen zijn ook slecht voor je longen.
Vapes hebben een lekker smaakje en lijken daardoor heel onschuldig. Maar vapen beschadigt de longen en is net zo verslavend als roken.

4 Gezonde longen en rokerslongen

TIP Wil je meer weten over dit onderwerp? Scan de QR-code en bekijk het filmpje over vapen.
WIST JE DAT?
Barbecueën is gezellig, maar niet voor je longen
Bij het verbranden van houtskool komen schadelijke stoffen vrij, zoals fijnstof, roet en koolmonoxide. Als je barbecuet, kunnen deze stoffen blijven hangen in de lucht. Als je die lucht inademt, komen de stofdeeltjes diep in je longen terecht. Dat is extra vervelend als je astma hebt of gevoelige luchtwegen. Een keer barbecueën kan geen kwaad. Maar ventileer goed of kies bijvoorbeeld voor een elektrische barbecue. Bij het verbranden van houtskool komt fijnstof vrij.

OPDRACHTEN
6 Minder zuurstof
Welke stof in sigarettenrook zorgt ervoor dat bloed minder zuurstof kan opnemen?
● koolmonoxide
● nicotine
● teer
● waterdamp
7 Leg eens uit
Iemand zegt: ‘Vapen is niet ongezond, want er zit geen rook in.’ Hoe zou jij uitleggen dat vapen wel schadelijk kan zijn?
8 Terugkijken
Kijk terug op deze paragraaf.
a Hoe heb je de opdrachten per leerdoel gemaakt?
Noteer 0, – –, –, + of + +.
0 betekent: niets gemaakt. + + betekent: alles goed.
Je kunt ... opdrachten score extra oefenen? (Herhaling en Plus)
1. uitleggen dat de kwaliteit van de lucht je gezondheid beïnvloedt. 2, 3
2. verschillende ademhalingsaandoeningen benoemen. 4, 5
3. benoemen wat roken ongezond maakt. 6, 7
H9, P12
H10, P13
H11, P14
b Bekijk je scores van vraag a. Kies minstens één opdracht waarmee je nog wilt oefenen, nu of in voorbereiding op de toets.
TIP Noteer alvast enkele belangrijke begrippen uit deze paragraaf. Die heb je later nodig bij 8.7 Alles in samenhang
HERHALING EN PLUS
Online kun je extra oefenen met Herhaling en Plus. Opdracht 9 en 12 staan ook in je boek.
9 Sporten
Je kunt veel sporten zowel buiten als binnen doen.

Yuna zegt: "Als je buiten sport naast een drukke weg, adem je meer vervuilde lucht in dan als je binnen sport met open ramen in een rustige buurt."
Is de bewering van Yuna over vervuilde lucht juist of onjuist?
● juist
● onjuist
12 Schoonmaken
In de klas van Ishaan is vlak voor de les begon flink gepoetst, met veel schoonmaakmiddel.
Het raam is dicht en de geur blijft in het lokaal hangen. Na een tijdje begint Ishaan zich duizelig te voelen en krijgt hij last van zijn keel.

Leg uit hoe de luchtkwaliteit in het lokaal de oorzaak kan zijn van Ishaans klachten.
EXAMENOPGAVEN
Bij deze paragraaf kun je oefenen met eindexamenopgaven. Overleg met je docent of je de eindexamenopgave Luchtvervuiling bij een bosbrand gaat maken.

8.6 Aanpassingen aan de omgeving
Aan het eind van deze paragraaf kun je:
• benoemen dat zoogdieren, vogels en reptielen ademhalen via hun longen.
• uitleggen hoe bij insecten gaswisseling plaatsvindt.
• uitleggen hoe vissen ademhalen.
• uitleggen hoe amfibieën ademhalen tijdens verschillende levensfasen.
Bij deze paragraaf horen de volgende practicumopdrachten:
• Tracheeën
• Anatomie kieuwen van een vis Overleg met je docent of je deze practica gaat uitvoeren.
STARTOPDRACHT
1 Insecten observeren
Net als mensen hebben insecten zuurstof nodig. De zuurstof wordt samen met glucose verbruikt tijdens verbranding in de cellen. Hierbij komt energie vrij.
Dit heb je nodig:
• een filmpje van een insect of een echt insect (bijvoorbeeld een vlieg of een bij)
Dit ga je doen:
Observeer een insect dat bijvoorbeeld buiten op een bloem of binnen op tafel zit.

Je kunt een bij observeren die op een bloem zit.
a Hoe beweegt het achterlijf?
b Ga rustig tegenover een klasgenoot zitten en observeer elkaar. Wat beweegt er voortdurend?
c Wat zou de functie kunnen zijn van het bewegen van het achterlijf van insecten?
THEORIE
Zuurstof uit de lucht halen
Zoogdieren, vogels en reptielen ademen allemaal met hun longen. Deze organen zorgen ervoor dat zuurstof uit de lucht wordt opgenomen in het lichaam en dat koolstofdioxide wordt uitgeademd. Zoogdieren (zoals mensen en katten) hebben longen die bestaan uit miljoenen kleine longblaasjes. Vogels hebben luchtzakken naast hun longen (figuur 1).
Hierdoor stroomt zelfs tijdens het uitademen verse lucht door hun longen.
luchtpijp long luchtzakken van boven gezien
1 Luchtzakken van een vogel








Insecten hebben geen longen. Gaswisseling vindt bij insecten plaats via kleine buisjes in hun lichaam. Die buisjes heten tracheeën (figuur 2). Aan de zijkant van het lichaam van een insect zitten openingen waardoor lucht naar binnen en naar buiten kan. Via de tracheeën komt zuurstof diep in het lichaam, tot bij de cellen. Daar wordt zuurstof opgenomen en wordt koolstofdioxide weer afgevoerd.
tracheeën
dwarsdoorsnede
koolstofdioxide zuurstof
lichaamscellen
2 Bij insecten vindt gaswisseling plaats met behulp van tracheeën.
Bij libellen zie je soms het achterlijf op en neer bewegen om de ventilatie door de tracheeën te verbeteren. Sommige geleedpotigen, zoals de waterspin, nemen zelfs een luchtbel mee onder water om te ademen (figuur 3).
OPDRACHTEN
2 Longen
Welke drie dieren ademen via hun longen?
● hond, duif, hagedis
● libel, mens, slang
● vis, slang, zwaluw
● waterspin, kat, krokodil
3 Thuis
Vul de juiste woorden in.
Kies uit: kieuwen | longen | tracheeën

Insecten ademen niet met of , maar via buisjes in hun lichaam: de . De lucht komt dan binnen via kleine openingen in de huid.
THEORIE
Zuurstof uit water
Vissen zijn aangepast aan hun leefomgeving in het water. Om te ademen gebruiken vissen geen longen maar kieuwen (figuur 4). Deze zitten aan de zijkant van hun kop en worden beschermd door een klep: het kieuwdeksel.
Als een vis zijn bek opent, stroomt er water naar binnen. Het water stroomt langs dunne plaatjes in de kieuwen, waarin kleine bloedvaten zitten. Hier vindt gaswisseling plaats: zuurstof uit het water wordt opgenomen in het bloed van de vis en koolstofdioxide wordt afgegeven aan het water. Daarna sluit de vis zijn bek en stroomt het water via spleten aan de zijkant weer naar buiten (figuur 5). Omdat vissen koudbloedig zijn, hebben ze minder zuurstof nodig dan mensen of andere warmbloedige dieren. Daardoor kunnen ze ook leven in water waarin minder zuurstof zit.

4 Kieuwen van een vis































5 Water stroomt de bek van de vis in en stroomt er via de kieuwen weer uit.
OPDRACHTEN
4 Kieuwplaatjes
In de kieuwen van vissen zitten kieuwplaatjes. De wanden van kieuwplaatjes zijn heel erg dun, net als de wanden van longblaasjes. Door de kieuwplaatjes stroomt veel bloed, net als langs de wanden van longblaasjes.
Wat is de functie van de dunne wand van de kieuwplaatjes bij vissen?
● de temperatuur van het bloed regelen
● gaswisseling tussen bloed en water mogelijk maken
● het binnendringen van ziekteverwekkers voorkomen
● koolstofdioxide uit het water opnemen
5 Ademhaling bij vissen
Beschrijf in je eigen woorden hoe een vis zuurstof opneemt uit het water en tegelijkertijd koolstofdioxide kwijtraakt.
THEORIE
Hoe amfibieën ademhalen
Amfibieën, zoals kikkers en salamanders, gebruiken tijdens hun leven verschillende manieren van ademhalen. Als jonge larven (bijvoorbeeld kikkervisjes) ademen ze onder water via kieuwen (figuur 6). Als ze ouder worden, gaan ze op het land leven. Ze ontwikkelen dan longen waarmee ze lucht kunnen inademen. De kieuwen verdwijnen dan.

6 Een kikkervisje ademt via uitwendige kieuwen.
Volwassen amfibieën gebruiken niet alleen hun longen om zuurstof op te nemen. Ze kunnen ook ademhalen via hun huid. Deze huid is dun en vochtig, zodat zuurstof naar binnen kan en koolstofdioxide naar buiten kan. Die manier van ademen heet huidademhaling. Vooral onder water of in een vochtige omgeving is deze manier van ademhalen belangrijk voor amfibieën (figuur 7).

7 De alpenwatersalamander gebruikt huidademhaling.
WIST JE DAT?
Ademhalen met een cloaca Sommige schildpadden kunnen zuurstof opnemen via hun cloaca, een opening in hun achterlijf die ook dient voor uitscheiding en voortplanting. Ze gebruiken deze bijzondere manier van ademhalen om tijdens hun winterslaap onder water te blijven ademen. Ze halen dan zuurstof uit het water dat langs hun cloaca stroomt. In de winter is hun stofwisseling heel langzaam. Ze hebben dan maar weinig zuurstof nodig en kunnen maanden onder water blijven zonder naar boven te komen.

6 Alpenwatersalamander
Een alpenwatersalamander leeft zowel op het land als in het water. Welke manier van ademhalen gebruikt deze salamander vooral in een vochtige omgeving?
● huidademhaling
● kieuwademhaling
● longademhaling
● tracheeënademhaling
7 Ademen als kikker

In deze opdracht onderzoek je op welke manieren een kikker tijdens zijn leven ademhaalt. Je maakt samen met een klasgenoot een tijdlijn van de levensfasen van een kikker en laat per fase zien op welke manier dit amfibie zuurstof opneemt en koolstofdioxide uitademt.
Dit heb je nodig:
• papier (A3) of een digitale tool (bijv. Canva of PowerPoint)
• kleurpotloden of stiften (als je op papier werkt)
• je boek of het internet
Dit ga je doen:
1 Vorm een tweetal.
2 Teken of maak een tijdlijn van het leven van een kikker met vier fasen:
- ei
- kikkervisje
- overgangsfase (kikkervisje met pootjes)
- volwassen kikker
3 Schrijf bij elke fase:
- hoe de kikker ademhaalt (kieuwen, longen, huid);
- waar hij leeft (water, land of beide);
4 Voeg per fase minimaal één afbeelding toe (getekend of geplakt).
5 Bedenk een goede titel voor je tijdlijn.
6 Bespreek de tijdlijnen in de klas met je docent.
8 Terugkijken
Kijk terug op deze paragraaf.
a Hoe heb je de opdrachten per leerdoel gemaakt?
Noteer 0, – –, –, + of + +. 0 betekent: niets gemaakt. + + betekent: alles goed.
Je kunt ... opdrachten score extra oefenen? (Herhaling en Plus)
1. benoemen dat zoogdieren, vogels en reptielen ademhalen via hun longen. 2
2. uitleggen hoe bij insecten gaswisseling plaatsvindt. 3
3. uitleggen hoe vissen ademhalen. 4, 5 H10, P13
4. uitleggen hoe amfibieën ademhalen tijdens verschillende levensfasen. 6, 7
H11, P14
b Bekijk je scores van vraag a. Kies minstens één opdracht waarmee je nog wilt oefenen, nu of in voorbereiding op de toets.
TIP Noteer alvast enkele belangrijke begrippen uit deze paragraaf. Die heb je later nodig bij 8.7 Alles in samenhang.
HERHALING EN PLUS
Online kun je extra oefenen met Herhaling en Plus. Opdracht 9 en 12 staan ook in je boek.
9
Luchtzakken

Waarom hebben vogels luchtzakken naast hun longen?
● om hun lichaam af te koelen
● om lucht extra te filteren
● om ook zuurstof op te nemen tijdens het uitademen
● om water op te slaan tijdens het vliegen
12
Libel
Langs de waterkant zie je een libel stilzitten. Zijn achterlijf beweegt op en neer.

Waarom beweegt de libel zijn achterlijf op en neer?
EXAMENOPGAVEN
Bij deze paragraaf kun je oefenen met eindexamenopgaven. Overleg met je docent of je de eindexamenopgave Muggen gaat maken.
8.7 Alles in samenhang
TERUG NAAR HET GROTE PLAATJE
1 Ademhalen en verbranden
Dit hoofdstuk hangt samen met twee andere hoofdstukken. Daarnaast bevat het vier hoofdpunten. In paragraaf 1 heb je dit al gezien in het 'grote plaatje'.
Je vat nu samen wat je hierover hebt geleerd.
a Wat heb je geleerd over de samenhang tussen Ademhalen en verbranden en andere hoofdstukken?
Noteer je antwoorden in de vakjes.




H2 Stevigheid en bewegen: uithoudingsvermogen




H5 Planten en fotosynthese: zuurstof
b Wat heb je over elk hoofdpunt geleerd?
Noteer je antwoorden in de vakjes.
Kijk terug naar paragraaf 2, 3, 4, 5 en 6
Zuurstof komt via je longen in het bloed.
Kijk terug naar paragraaf 2, 3 en 4
Verbranding geeft je energie.
Kijk terug naar paragraaf 5
Gezonde longen zijn belangrijk.
Kijk terug naar paragraaf 6.
Hoe een organisme ademhaalt, hangt af van de omgeving.
c Je hebt in paragraaf 1 antwoord gegeven op de grote vraag van dit hoofdstuk: Waarom haal je adem?
Wat is nu je antwoord op de grote vraag?
Kijk nog even terug naar je antwoord in paragraaf 1. En kijk ook naar je antwoorden bij opdracht a en b.
EXAMENOPGAVEN
Bij deze paragraaf kun je oefenen met eindexamenopgaven. Overleg met je docent of je de eindexamenopgave Kortademigheid gaat maken.
Maak online de kennistoets en proeftoets bij dit hoofdstuk.
8.8 Examenopgaven
Maak de eindexamenopgaven bij de verschillende paragrafen. Met eindexamenopgaven oefen je de stof op examenniveau en wen je aan de vraagstelling van het eindexamen. Gebruik hierbij de vaardigheidskaart Examenopgaven maken. Kijk achter in deze paragraaf voor de hints bij elke opgave.
ADEMHALEN
1 Alcoholtesten
Uit: Examen BB 2023-1
Mensen die meerdere drankjes met alcohol gedronken hebben, mogen niet deelnemen aan het verkeer. De alcohol wordt opgenomen in het bloed en bereikt daarna via het hart de hersenen via een bloedvat. De alcohol heeft invloed op de werking van de hersenen.
1p
1p
a Soms controleert de politie weggebruikers op de aanwezigheid van alcohol in hun lichaam met een blaastest. De weggebruiker moet dan diep uitademen in een testapparaat. Wanneer iemand alcohol heeft gedronken, komt er alcohol in de uitgeademde lucht voor. Geef in de tabel bij elke zin aan of deze juist of onjuist is.
juist onjuist
Tijdens het blazen in het testapparaat wordt de inhoud van de borstholte groter. ● ●
De uitgeademde lucht met alcohol passeert de bronchiën. ● ●
b Onderzoekers hebben ontdekt dat de aanwezigheid van alcohol in het lichaam van een weggebruiker ook aangetoond kan worden door een meetapparaat te plaatsen over deel Q van het oor.

Hoe heet deel Q?
GASWISSELING
2 Ademhalingsstelsel
Uit: Examen BB 2016-1
a Door de neus ademen heeft voordelen ten opzichte van ademen door de mond. Een van de voordelen van neusademhaling heeft te maken met de vele bloedvaten in de wand van de neusholte.
Wat is de invloed van die vele bloedvaten op de ingeademde lucht?
● De ingeademde lucht wordt gekeurd.
● De ingeademde lucht wordt gezuiverd.
● De ingeademde lucht wordt verwarmd.
b Waar vindt in het ademhalingsstelsel de gaswisseling plaats?
● in de bronchiën
● in de longblaasjes
● in de luchtpijp
3
Oma op de hometrainer
Uit: Examen BB 2018-1
De oma van Esther doet mee aan een onderzoek naar de effecten van sporten op ouderen. Ze fietst gedurende 1600 seconden op een hometrainer. Een speciale polsband meet haar hartslag en lichaamstemperatuur. De resultaten van dit onderzoek zie je in de vier diagrammen hieronder.
opstarten fietsen met een constante kracht eindigen
kracht (wattage per minuut waarmee gefietst wordt) hartslag (aantal samentrekkingen van het hart per minuut)
temperatuur (°C) melkzuur (mM) tijd (s)
a De hartslag van oma gaat omhoog. Leg uit waarvoor het nodig is dat de hartslag omhoog gaat tijdens het fietsen.
b Na ongeveer 360 seconden na het begin van het onderzoek begint oma te zweten. Welke functie van zweten is in de diagrammen te zien?
2p
c Melkzuur ontstaat als het lichaam onvoldoende zuurstof beschikbaar heeft om glucose te verbranden.
Hoe heten de stoffen die ontstaan bij de verbranding van glucose, als er wel voldoende zuurstof beschikbaar is in het lichaam?
stof 1: stof 2:
GEZOND ADEMEN
4 Luchtvervuiling bij een bosbrand
Uit: Examen BB 2019-1
In sommige gebieden wordt een stuk bos in brand gestoken om vruchtbare grond te krijgen voor landbouw. Bij deze branden komt veel rook vrij. Deze rook bevat een stof die erg schadelijk is voor longcellen.
1p
1p
a Vooral de cellen in een bepaald deel van de longen zijn gevoelig voor deze stof. Je ziet dit deel in de afbeelding aangegeven met letter P.
Hoe heet deel P?
● bronchiën
● longblaasjes
● luchtpijp
b Sommige stofdeeltjes die vrijkomen bij bosbranden kunnen worden tegengehouden in het ademhalingsstelsel, zodat ze deel P niet bereiken. Kunnen stofdeeltjes tegen worden gehouden in de neus? En kunnen stofdeeltjes in de luchtpijp worden tegengehouden?
● alleen in de neus
● alleen in de luchtpijp
● in de neus en in de luchtpijp
AANPASSINGEN AAN DE OMGEVING
5 Muggen
Uit: Examen BB 2019-1
Als een mug je steekt, zuigt de mug bloed op uit je huid. Daarna ontstaat er een muggenbult. Deze muggenbult kan jeuken.

p
a In welke huidlaag bevinden zich de bloedvaatjes waarin de mug steekt?
● in de hoornlaag
● in de kiemlaag
● in de lederhuid
● in de opperhuid
p 1p
b Muggen zijn insecten.
Waarmee halen muggen adem?
● met de huid
● met kieuwen
● met longen
● met tracheeën
c Van muggen bestaan verschillende soorten. Vijf soorten zijn: dansmug, steekmug, tijgermug, steltmug en langpootmug.
In de afbeelding zie je een van deze soorten.
1a Het achterlijf is kleiner dan 1 cm ga naar 2
1b Het achterlijf is groter dan 1 cm ga naar 4
2a Het achterlijf heeft één kleur dansmug
2b Het achterlijf heeft meerdere kleuren ga naar 3
3a De poten hebben één kleur steekmug
3b De poten hebben meerdere kleuren tijgermug
4a Het achterlijf is zwart steltmug
4b Het achterlijf is licht gekleurd langpootmug
Determineertabel muggen
Bepaal met behulp van de determineertabel de naam van de muggensoort op de afbeelding.
● dansmug
● steekmug
● tijgermug
● steltmug
● langpootmug
ALLES IN SAMENHANG
6
Kortademigheid
Uit: Examen BB 2021-1
Er bestaan veel oorzaken voor kortademigheid, de één is onschuldiger dan de ander. Dit zijn enkele van de meest voorkomende oorzaken:
• neusverkoudheid
• allergie
• bloedarmoede
1p
a Je ziet een afbeelding van de luchtwegen.

1p
1p

P

Kortademigheid kan komen doordat deel P van de luchtwegen vernauwd is door een allergische reactie.
Hoe heet dit deel van de luchtwegen?
● bronchie
● longblaasje
● luchtpijp
b Bij mensen met een ernstige allergie zitten veel witte bloedcellen in het bloed. Wat is de functie van deze bloedcellen?
● afweer tegen ziekteverwekkers
● stolling van bloed
● transport van zuurstof
c Ook andere typen organismen die longen hebben, kunnen last hebben van kortademigheid. Welk ander type organisme haalt ook met longen adem?
● insecten
● reptielen
● vissen
HINTS BIJ EINDEXAMENOPGAVEN
Alcoholtesten
• vraag a: Wat gebeurt er als je lucht in een ballon blaast? En wat gebeurt er als je lucht uit de ballon laat lopen?
• vraag b: Dit is de komvormige buitenkant van het oor.
Ademhalingsstelsel
• vraag a: De temperatuur van bloed is hoger dan van ingeademde lucht.
• vraag b: Via dit onderdeel gaat zuurstof vanuit de lucht naar het bloed en wordt koolstofdioxide vanuit het bloed opgenomen.
Oma op de hometrainer
• vraag a: Door de inspanning hebben de spieren meer glucose en zuurstof nodig.
• vraag b: In welk diagram zie je bij 360 seconden een duidelijke verandering?
• vraag c: Je ademt deze stoffen (deels) weer uit.
Luchtvervuiling bij een bosbrand
• vraag a: Deel P is het deel van de longen waar gaswisseling plaatsvindt.
• vraag b: Stofdeeltjes kunnen worden tegengehouden door slijmvliezen en door trilhaartjes. Op welke plaatsen komen slijmvliezen en trilhaartjes voor?
Muggen
• vraag a: De opperhuid (met hoornlaag en kiemlaag) bevat geen bloedvaten.
• vraag b: Gaswisseling bij insecten vindt plaats via een buizenstelsel.
• vraag c: Zowel de poten als het achterlijf hebben meerdere kleuren.
Kortademigheid
• vraag a: Deel P is een vertakking van de luchtpijp.
• vraag b: Witte bloedcellen komen ook veel voor in je bloed wanneer je een ontsteking hebt.
• vraag c: Insecten hebben geen longen.
15 tot 25 testvragen
Slim leren, zeker slagen




Score per examenonderwerp
Gericht verder leren en oefenen
Gratis quickscan Test snel je kennis
Wil je snel inzicht in wat je al beheerst van de examenstof en waar je nog aan moet werken? Maak per vak de gratis quickscan op examenbundel.nl/quickscan en check hoe je ervoor staat.
Met handige verw�zingen naar de leerstof in Samengevat!
#ikgazekerslagen
Slim leren, zeker slagen met Examenbundel
Op examenbundel.nl vind je niet alleen de beste producten om je voor te bereiden op het examen, maar ook gratis examentips en meer. Weet je niet waar je moet beginnen? Maak eerst de quickscan!


Vi·vo - ik leef; levend





Bij biologie leer je over alles wat leeft. Over hoe planten, dieren en mensen in elkaar zitten én hoe zij met elkaar samenleven. Ook jij leeft. Dus biologie gaat ook over jou. Met Vivo kom je alles te weten over het leven in jou en om jou heen.
De biologie van je leven



