Skip to main content

Van horen zeggen – Verhalenderwijs

Page 1

Verhalenderwijs 1-2 HAVO - VWO


LEERJAAR HAVO-VWO

1/2

Verhalenderwijs 1-2 HAVO - VWO

Auteurs Cor Jongeneelen Pieter van Lier Henk van Putten Gerrit Sleeuwenhoek Epko Smit Jaap Veld Albert Wubs Eindredactie Albert Wubs


Colofon Van horen zeggen is een lesmethode voor het vak godsdienst en levensbeschouwing havo/vwo. Verhalenderwijs laat leerlingen kennismaken met een aantal Bijbelverhalen, waardoor zij leren inzien dat het ‘verhalen voor het leven’ zijn en daardoor ook voor mensen van nu van betekenis kunnen zijn. Redactie: Lizet Penson, PenTaal, Sibculo Vormgeving: Reclamers, Tom Lamers, Veghel Omslagbeeld: Gabriëlle Putuhena, Amersfoort Opmaak: Crius, Hulshout

Dyslexie In de opmaak hebben we zo veel mogelijk rekening gehouden met dyslectische leerlingen.

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 9006 07793 3 Eerste druk, eerste oplage, 2020 � ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2020

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieen in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

2


Inhoud 1

Verhalen voor het leven 1.1 Mythische verhalen 1.2 Waar komen wij vandaan?

4

2

Je weg vinden in deze wereld 2.1 Het verloren paradijs 2.2 Leven buiten het paradijs

14

3

Als het leven pijn doet 3.1 Over het lijden in het leven 3.2 Verdriet delen 3.3 Leven na de dood

20

4

De weg naar verzoening 4.1 Wantrouwen tussen familieleden 4.2 Verzoening na wantrouwen

30

5

Over liefde en verliefdheid 5.1 Als je verliefd bent 5.2 Verliefdheid in de Bijbel 5.3 Rozen verwelken...

40

6

Vrijheid en regels 6.1 Geen vrijheid zonder regels 6.2 Tien regels voor het leven 6.3 Eerbied voor je vader en moeder 6.4 Steel niet

52

7

Macht hebben en recht doen 7.1 Mensen die macht hebben 7.2 Opmerkelijke verhalen over koningen

66

8

Verhalen over Jezus 8.1 Lucas en MatteĂźs vertellen 8.2 Jezus vertelt 8.3 Op weg naar Jeruzalem 8.4 Het verhaal gaat verder

80

9

Ontmoetingen met Jezus 9.1 ZacheĂźs 9.2 Legioen 9.3 Het meisje en de dood

96

10

Wij in onze wereld 10.1 Omgaan met je medemensen 10.2 Gelijke kansen en gelijke rechten 10.3 Kan ik er wat aan doen?

3

108


1

Verhalen voor het leven

1 Verhalen voor het leven

Het schilderij dat hierboven is afgebeeld, is van de Franse kunstenaar Paul Gauguin. Hij heeft het eind 19e eeuw geschilderd toen hij op het eiland Tahiti woonde. In de linker bovenhoek staan - in het Frans - drie vragen geschreven: D'où venons nous / Que sommes nous / Où allons nous? Het schilderij is een illustratie bij die vragen, zegt Gauguin zelf. Aan de rechterkant zie je drie vrouwen met een klein kind - Waar komen wij vandaan? In het midden zie je taferelen uit het dagelijkse leven - Wat zijn wij? Aan de linkerkant zit een oude vrouw die in haar gedachten al bezig is met de dood Waar gaan we heen?

In dit hoofdstuk leer je: • • • • • 4

wat de drie grote levensvragen zijn, wat overeenkomsten zijn tussen mythische en religieuze verhalen, dat er verschillende antwoorden zijn op de vraag: Waar komen wij vandaan? verschillende scheppingsverhalen kennen, zoals de twee scheppingsverhalen uit de Bijbel, dat Bijbelverhalen lessen voor het leven kunnen zijn.


1.1  Mythische verhalen

1.1

Mythische verhalen  De drie vragen van Gauguins schilderij zijn vragen waar het in de kern om draait in het leven. Naar antwoorden op deze levensvragen hebben mensen al sinds oeroude tijden gezocht. In alle culturen en religies komen mythische verhalen voor die iets vertellen over de oorsprong van de mens, zijn plaats in de wereld en zijn uiteindelijke bestemming. In zulke mythische verhalen spelen goden en goddelijke wezens een belangrijke rol. Er zijn bijvoorbeeld verhalen die vertellen hoe een god of de goden de aarde hebben geschapen. Andere verhalen gaan over het leven van de eerste mensen, hoe die mensen met elkaar omgingen in hun strijd om in leven te blijven. Weer andere verhalen willen iets duidelijk maken over wat een mens in wezen is tegenover de goden en tegenover de hem omringende natuur. Zolang er mensen zijn, hebben ze zich verwonderd over verschijnselen in de natuur. Ze zagen de zon elke avond verdwijnen en vroegen zich dan af: Als de zon onder is gegaan, weten we dan zeker dat hij de volgende dag terugkomt? Wie zou de zon, de maan en de sterren gemaakt hebben? Vroeger dachten veel mensen dat de zon een vuur van de goden was. Veel volken vereerden de zon als een god. Ook de maan werd aanbeden, omdat die gezien werd als de godin van de nacht. Soms zagen de mensen ook andere angstaanjagende dingen: de maan die groter of kleiner werd, of de zon die overdag donker werd. Mensen zochten hier een verklaring voor door middel van mythische verhalen.

1

Een verhaal uit IJsland Hieronder lees je een voorbeeld van zo'n oeroud verhaal uit IJsland, over het begin van de wereld en over de zon en de maan. Lees het verhaal en beantwoord daarna de vragen.

De wolven van Ymir 1 In het begin was er helemaal niets op de wereld. In het noorden lag een grote massa sneeuw en ijs. En helemaal in het zuiden was een gloeiend hete vulkaan. Het ijs en de hitte kwamen steeds dichter bij elkaar. Toen ze met elkaar in contact kwamen, begon het ijs te smelten. 2 Uit het smeltende ijs kwam de reus Ymir tevoorschijn. Ymir kreeg een heleboel reuzenkinderen. Ze kwamen onder zijn oksels en tussen zijn tenen vandaan. Uit het ijs kwamen ook drie goden tevoorschijn. Ze waren broers en de oudste was Odin. 3 De drie goden vonden dat Ymir veel te groot werd. Ze werden bang voor hem, dus besloten ze hem te doden. Odin doodde Ymir met een speer. Samen hakten de godenbroers het lichaam van de reus in stukken. Van de stukken maakten ze de heuvels en de bergen. En van het haar van Ymir maakten ze de bossen. 4 Daarna besloten de goden dat er lichten moesten komen op de donkere wereld. Ze maakten een groot vuur. Van de vonken uit het vuur maakten ze de sterren. Uit de grote gele en witte vlammen maakten zij de zon en de maan.

5


1

Verhalen voor het leven

5 De kinderen van Ymir waren woedend dat hun vader vermoord was. Ze wilden wraak nemen op Odin en zijn broers. Daarom lieten zij twee wolven los, die de zon en de maan moesten verslinden. Elke dag jagen de wolven op de zon en de maan. 6 Eén keer in de maand kan de ene wolf een paar happen uit de maan bijten. Maar de maan groeit telkens weer aan. De andere wolf achtervolgt de zon, maar hij kan die bijna nooit te pakken krijgen. Soms lukt het de wolf om de zon in te halen, en dan pakt hij hem in zijn bek. Maar dan merkt hij dat de zon te heet is om door te slikken. De wolf spuugt de zon dan weer uit. 7 Maar de twee wolven worden nooit moe. Er komt dus een dag dat zij het licht van de zon en de maan zullen verslinden.

a Wat was er op de aarde voordat er levende wezen ontstonden?

b Uit het smeltende ijs kwamen twee soorten levende wezens tevoorschijn. Welke levende wezens kwamen het eerst tevoorschijn?

c Welke levende wezens kwamen daarna tevoorschijn? d Waar komen de bergen en bossen vandaan, volgens dit verhaal?

e Hoe zijn de zon, de maan en de sterren ontstaan?

f Hoe gingen de kinderen van Ymir wraak nemen op de goden? g De wolven krijgen de zon en de maan soms te pakken. Wat doet één van de wolven met de maan?

h Wat doet de andere wolf met de zon?

i Welke twee gebeurtenissen in de natuur worden hiermee verklaard?

6


1.1  Mythische verhalen

Religieuze verhalen en heilige boeken In mythische en religieuze verhalen bestaat vaak geen scherpe scheiding tussen de wereld van de goden en die van de mensen. Goden kunnen contact leggen met mensen en ook dieren kunnen soms spreken met mensen. Voor veel mensen zijn zulke mythische en religieuze verhalen waardevol, niet alleen vroeger, maar ook nu nog. Ze bevatten voor hen een bepaalde 'waarheid', ook al kan die wetenschappelijk niet bewezen worden. Die waarheid zit dan in het feit dat die verhalen een diepere betekenis hebben en zin geven aan hun leven. Zo kunnen de verhalen mensen bijvoorbeeld stimuleren om goed te leven, niet alleen voor zichzelf maar ook voor medemensen. Mythische en religieuze verhalen, maar ook allerlei spreuken en volkswijsheden, zijn doorverteld van generatie op generatie. Later zijn veel van deze doorvertelde verhalen schriftelijk vastgelegd. Zo ontstonden er verzamelingen van teksten en boeken, die door de aanhangers van religies als heilige geschriften worden beschouwd. In dit boek Verhalenderwijs komen vooral verhalen en teksten aan de orde uit de verzameling van joodse en christelijke heilige geschriften, die bekendstaat als de Bijbel.

De Bijbel Het woord bijbel is afgeleid van het oorspronkelijk Griekse woord biblia, dat 'boeken' betekent. De Bijbel is een verzameling boeken uit verschillende tijden en plaatsen. Het eerste en grootste deel van die boeken zijn heilige geschriften van het jodendom, die in de Bijbel het Oude Testament heten. Het zijn verhalen over de vroegere Israëlieten, die door het Joodse volk als hun voorouders worden gezien. Het tweede, kleinere deel van de Bijbel wordt het Nieuwe Testament genoemd. Dit zijn geschriften uit de eerste eeuwen van het christendom. Ze bevatten verhalen over Jezus en zijn volgelingen, maar ook over de verspreiding van het christelijk geloof in het toenmalige Romeinse Rijk. Scan de QR-code om te leren hoe je kunt zoeken en lezen in de Bijbel.

7


1

Verhalen voor het leven

1.2

Waar komen wij vandaan?  In dit boek komen de drie vragen uit Gauguins schilderij in verschillende hoofdstukken aan de orde. In dit eerste hoofdstuk besteden we aandacht aan de eerste vraag: waar komen wij vandaan? Over het ontstaan van de eerste mensen komen wereldwijd enorm veel verhalen voor. Vaak geven ze niet alleen antwoord op de vraag naar het ontstaan van de mens, maar ook op andere vragen, zoals: • waarom verschillen de mensen zo van elkaar? • waarom doen mensen zowel goede als slechte dingen? • wat is de zin van een mensenleven? Hierna staat een verhaal uit Zuid-Amerika, over 'de eerste mensen'.

2

Een verhaal uit Zuid-Amerika Lees het verhaal en beantwoord daarna de vragen.

Hoe de goden mensen maakten De goden hebben vroeger, toen de aarde nog onbewoond was, drie pogingen gedaan om mensen te maken. De eerste keer maakten de goden mensen uit klei. Maar deze mensen uit klei waren erg lomp en onhandig. Daarom sloegen de goden hen meteen weer kapot. De tweede keer maakten de goden mensen uit hout. Maar de houten mensen waren ruw en boosaardig. Dus wilden de goden ook deze houten mensen vernietigen. Maar sommige houten mensen ontsnapten naar de bossen. Daar vormden zij het volk van de apen. De derde keer maakten de goden mensen uit deeg. Die mensen waren wel slim, maar ook gemeen. De goden hadden er toen genoeg van om het opnieuw te proberen. Maar ze hadden geen zin om de mensen van deeg ook te vernietigen. Dus lieten ze deze mensen maar leven, ook al waren ze slecht. Maar de goden namen wel maatregelen. De mensen mochten niet zó slim worden, dat ze alle geheimen van de wereld zouden kennen. Daarom zorgden de goden ervoor dat het verstand van de mensen niet te groot werd.

8


1.2  Waar komen wij vandaan? 

a Hoe zijn de eerste mensen ontstaan?

b Hoe zijn de apen ontstaan?

c Waarom kunnen mensen niet alles weten?

Het eerste scheppingsverhaal in de Bijbel In het eerste hoofdstuk van het boek Genesis, het eerste boek van de Bijbel, wordt verteld dat God alles geschapen heeft wat op deze aarde bestaat. De beginsituatie, voordat de schepping begint, is dat er op aarde alleen nog maar chaos en duisternis is en dat bewoonbaar land door water wordt overspoeld. De tekst van dat eerste Genesis-hoofdstuk lijkt meer op een groot gedicht of lied dan op een verhaal. Het wordt ook wel als volgt samengevat: De eerste dag schiep God het licht De tweede dag heeft hij de dampkring ingericht De derde dag bracht gras, kruid en bomen De vierde dag deed hij de hemellichten komen De vijfde dag zijn vis en vogels voortgebracht De zesde dag het vee en het menselijk geslacht Opvallend in de tekst van Genesis 1 is dat alles wat er wordt geschapen niet door God wordt gemaakt, maar dat alles 'tevoorschijn wordt geroepen'. Als God spreekt dat er licht moet zijn, dan is het er ook meteen. Zo gaat het ook met de zon, maan en sterren, en met alle levende wezens op aarde. De hele schepping vindt plaats in zes dagen en de zevende dag is een rustdag voor alles wat er leeft. De schepping van de mens gebeurt op de zesde dag. Daarmee zijn de mensen de levende wezens die het laatst geschapen zijn.

9


1

Verhalen voor het leven

3

Genesis 1 Lees de tekst uit het Bijbelboek Genesis, hoofdstuk 1. Je kunt je Bijbel gebruiken of de QR-code scannen.

Dag 1

Dag 4

Dag 2

Dag 5

Dag 3

Dag 6

Je ziet zes foto’s die de zes scheppingsdagen uitbeelden. Schrijf onder elke foto enkele kernwoorden die bij die scheppingsdag horen. Kies uit de volgende woorden. Je moet ze allemaal gebruiken. aarde – bomen – dag – gewelf – hemel – land – licht – maan – man – mensen – nacht – planten – sterren – vee – vogels – vrouw – water – zee – zeedieren – zon

10


1.2  Waar komen wij vandaan? 

Het tweede scheppingsverhaal in de Bijbel Er staat nog een tweede scheppingsverhaal in de Bijbel, en wel in Genesis 2. Het is heel anders dan het eerste scheppingsverhaal: geen gedicht of lied, maar een lang verhaal over wie en wat de mens is en wat God van die mens verwacht. In dit verhaal vind je ook antwoorden op verschillende andere vragen.

Toen God de aarde geschapen had Toen God de aarde geschapen had, groeide er nog niets, want het had nog niet geregend. Ook was er nog geen mens om de aarde te bewerken. God maakte de eerste mens uit klei van de aardbodem, en hij blies de levensadem in de neus van de mens. Zo werd de mens een levend wezen. God noemde hem Adam, en dat betekent mens. Omdat Adam alleen was, bedacht God dat er nog een mens bij moest komen. Hij liet Adam in een diepe slaap vallen en maakte toen uit zijn zijde een vrouw, Eva. Adam was heel blij met Eva en ze woonden samen in een prachtige tuin. Daar zorgden ze voor de planten en dieren.

4

Genesis 2 Lees de tekst van dit tweede scheppingsverhaal uit het Bijbelboek Genesis hoofdstuk 2 : 4b-25. Je kunt je Bijbel gebruiken of de QR-code scannen. a Welk verschil is er tussen de beginsituaties van het eerste en het tweede scheppingsverhaal?

b Noem nog twee andere, opvallende verschillen tussen het eerste en het tweede scheppingsverhaal.

11


1

Verhalen voor het leven

c Welk verschil is er in het tweede scheppingsverhaal tussen de schepping van Adam en die van Eva?

5

Mythische verhalen over het ontstaan van de aarde a Je hebt nu vier mythische verhalen over het ontstaan van de aarde en de mensen gelezen. Noem een paar overeenkomsten en een paar verschillen tussen deze vier verhalen.

b Welk verhaal (of tekst uit die verhalen) spreekt je het meest aan of heeft voor jou de meeste betekenis? Leg ook uit waarom?

c Ken je ook een verhaal uit een andere religie of cultuur over het ontstaan van de aarde en van de mens? Geef er een korte beschrijving van.

Bijbelverhalen als lessen voor het leven In dit hoofdstuk heb je al twee Bijbelverhalen gelezen, allebei over de schepping. In het vervolg van dit boek Verhalenderwijs komen nog meer verhalen uit de Bijbel aan de orde. Het zijn steeds verhalen met een betekenis. Ze gaan over de drie levensvragen die aan het begin van dit hoofdstuk staan: over het begin van alles, over de zin en het doel van het leven en over het einde ervan: de dood. En vooral over de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Bijvoorbeeld hoe mensen hoogte- en dieptepunten met elkaar delen, hoe ze omgaan met verdriet en blijdschap, geluk en ongeluk, en over het begin en het einde van het leven. Die verhalen hebben niet voor iedereen dezelfde betekenis. Voor de een kan een verhaal troost bieden of nieuwe moed geven, voor een ander kan het een bron van inspiratie zijn. Eeuwenlang hebben mensen deze verhalen aan elkaar verteld en doorgegeven aan volgende generaties. Binnen geloofsgemeenschappen delen mensen die verhalen graag met anderen. Door die verhalen voelen ze zich verbonden met elkaar en met het geloof van mensen uit vroeger tijden. En ook al zijn het verhalen uit een ver verleden en uit een heel andere wereld, toch blijven ze voor veel mensen van nu waardevol. De verhalen zijn een spiegel waarin ze hun eigen levenservaringen herkennen. 12


1.2  Waar komen wij vandaan? 

Je zou de Bijbelverhalen heel goed levenslessen kunnen noemen, die ook voor mensen van nu van betekenis zijn.

13


2

Je weg vinden in deze wereld

2 Je weg vinden in deze wereld

In het schilderij Verdrijving uit de Hof van Eden uit 1828 legt Thomas Cole de nadruk op het grote verschil in het landschap binnen en buiten de Hof van Eden, ook wel het Paradijs genoemd. Adam en Eva, volgens de Bijbel de eerste mensen, steken via een brug van rotsblokken een diep ravijn over. Ze laten het groene en bloeiende Paradijs achter zich en moeten hun weg vinden door een akelig landschap, waarin de dood zichtbaar aanwezig is. Let bijvoorbeeld op de dorre bomen linksonder in het schilderij. Onder die bomen zie je een wolf die een hert heeft gedood, terwijl een gier komt aanvliegen om ook van het kadaver te eten.

In dit hoofdstuk leer je: • hoe het kwaad volgens de Bijbel in de wereld is gekomen, • waarom Adam en Eva het paradijs moesten verlaten, • welke ontwikkeling de mens heeft doorgemaakt tussen het begin en het slot van het paradijsverhaal, • wat de gevolgen zijn van leven buiten het paradijs in het Bijbelverhaal over Kaïn en Abel. 14


2.1  Het verloren paradijs

2.1

Het verloren paradijs  Na de twee scheppingsverhalen in Genesis 1 en 2 volgt er in Genesis 3 een bijzonder verhaal over hoe de eerste mensen hun weg moeten vinden in een wereld die voor hen nog onbekend is. Dit verhaal, dat ook wel het paradijsverhaal wordt genoemd, moet je niet lezen als een historisch verslag van iets dat heel lang geleden is gebeurd. Dan mis je namelijk de diepere betekenis ervan. Dit mythische verhaal over de eerste man en vrouw op aarde geeft antwoorden op bepaalde vragen. Vragen als: Waarom loopt al het leven uit op de dood? Is de mens vrij is om te doen wat hij wil? Wat is het verschil tussen God en mensen? Door heel de geschiedenis heen hebben mensen in mythische verhalen antwoorden gevonden op dit soort levensvragen. Het Bijbelse paradijsverhaal moet je dan ook symbolisch zien. Je zou kunnen zeggen dat wat de eerste mensen in dit verhaal doen en meemaken, symbool staat voor wat elk mens in zijn of haar leven meemaakt in de ontwikkeling van kind naar volwassene. Voordat je het paradijsverhaal gaat lezen, is er nog een kleine toelichting van belang bij de rol en het karakter van een van de 'hoofdpersonen'.

De slang

Esculaap

De slang komt in mythische verhalen van verschillende culturen voor als het dier dat kennis heeft van het geheim van leven en dood. De biologische eigenschap van een slang om zich te vervellen, gaf de indruk dat hij telkens een nieuw leven kon beginnen. Door dit verschijnsel werd de slang gezien als een magisch wezen, dat kennis bezit over leven en dood en over de oorzaken van ziekten en het genezen ervan. Dit laatste zie je bijvoorbeeld terug in de esculaap: een staf met een slang eromheen, die symbool staat voor de geneeskunde.

Het verhaal van de eerste mensen 1 Nadat Adam en Eva door God geschapen waren, kregen zij de Hof van Eden als hun wereld om in te leven. De Hof van Eden was een prachtige tuin, een paradijs waarin ze als kinderen, naakt zonder zich te schamen, konden leven. Ze mochten ook van alle vruchten in de tuin eten, behalve van één boom. Die boom, die in het midden van de tuin stond, wordt in het verhaal de boom van kennis van goed en kwaad genoemd. God waarschuwde Adam en Eva dat ze zouden sterven, als ze van die boom zouden eten. 2 In die paradijselijke wereld duikt er op een dag een slang op. Die begint een gesprek met Eva en vraagt: 'Is het nou echt zo dat je van God geen enkele vrucht van de bomen mag eten?' Eva antwoordt: 'Wij mogen van alle bomen de vruchten eten, behalve van die boom midden in de hof. Als we daarvan eten, zullen we sterven.' De slang reageert meteen: 'Sterven? Helemaal niet! Als je van die vruchten eet, krijg je inzicht in het verschil tussen goed en kwaad, zoals God dat ook heeft.' 3 Eva kijkt naar de boom, ziet dat de vruchten er heerlijk uitzien en begint zich af te vragen of de slang misschien gelijk zou kunnen hebben. En dan plukt ze toch van de vruchten, ze eet ervan en geeft er ook van aan Adam. Na het eten van de vruchten krijgen ze inderdaad inzicht in goed en kwaad, zodat ze zich opeens bewust worden van het feit dat ze naakt zijn en de ander hun naaktheid ziet. En dan, voor het eerst schamen ze zich voor elkaar, en ze maken schorten van vijgenbladeren om zich ermee te bedekken. 15


2

Je weg vinden in deze wereld

4 Wanneer ze later op die dag merken dat God in de hof aanwezig is, verstoppen ze zich uit schaamte ook voor hem. God roept de mens en zijn vrouw dan bij zich om te vragen wat er is misgegaan en waardoor ze zich schamen. Adam geeft de schuld van hun fout aan Eva, die op haar beurt weer naar de slang wijst. 5 Aan het einde van die dag concludeert God dat de mens nu kennis heeft van goed en kwaad, en daarmee aan God gelijk is geworden. Daarom moeten ze de Hof van Eden verlaten. Een engel met een zwaard bewaakt voorgoed de toegang tot het paradijs. Het slot van het verhaal in Genesis 3 maakt duidelijk dat in het paradijs geen plaats is voor een mens die ook het kwaad kent. In het mythische paradijs kan alleen het goede bestaan en kent het leven geen einde. Buiten het paradijs beginnen Adam en Eva hun leven in de 'echte' wereld, waarin ze hard moeten werken voor hun bestaan en waar hun leven te midden van de woeste natuur niet altijd veilig is. De weg terug naar hun paradijselijk begin is voor altijd afgesloten.

1

Paradijsverhaal a Welke woorden of zinnen in het verhaal wijzen erop dat Adam en Eva in het begin nog een kinderlijke onschuld hebben?

b Dit paradijsverhaal laat zien hoe de eerste mensen volwassen worden. In welk opzicht zijn Adam en Eva aan het slot van het verhaal volwassener dan aan het begin?

c De slang zegt in het verhaal dat de mensen na het eten van de verboden vrucht 'net als God' zullen zijn. Op welk punt heeft de slang gelijk gehad?

d Twee keer wordt er gesproken over schaamte tussen Adam en Eva. De eerste keer is die er niet, de tweede keer wel. Wat is er tussen Adam en Eva gebeurd, waardoor er gezegd wordt dat zij zich voor elkaar schamen?

e In de vierde alinea wordt verteld dat Adam en Eva zich na hun foute keuze verstoppen voor God. Heel veel kinderen kunnen zich nog herinneren dat ze zich schuldig voelden, en zich soms ook schaamden, toen ze erop werden betrapt iets te hebben gedaan wat niet mocht. Herinner jij je ook zo'n ervaring toen je klein was? Schrijf kort op wat er toen gebeurde.

16


2.2  Leven buiten het paradijs

2.2 Leven buiten het paradijs  De dood doet zijn intrede In Genesis 4 wordt verteld hoe de eerste mensen, nadat ze het paradijs voorgoed achter zich hebben gelaten, beginnen aan hun leven in een wereld die ze nog moeten leren kennen. In die wereld is er een voortdurende strijd om het bestaan. Cole laat dat in zijn schilderij zien met het tafereel dat een wolf bezig is een gedood hert te verscheuren. De verteller van Genesis 4 laat in het volgende verhaal zien dat buiten het paradijs al het leven uitloopt op de dood. En dat er helaas niet altijd sprake is van een natuurlijke dood.

Kaïn en Abel Het verhaal hieronder is een navertelling in hedendaagse taal. Adam en Eva zijn uit het paradijs weggestuurd. Ze moeten nu zelf voor alles zorgen. Ze werken samen hard en ze slagen erin om in hun levensonderhoud te voorzien. Ze hebben daardoor weer een toekomst voor ogen. Die toekomst is er bovendien niet alleen voor hen beiden, want Eva wordt zwanger en ze baart haar eerste zoon. Ze zegt: 'Met Gods hulp heb ik het leven kunnen geven aan dit jongetje. We noemen hem Kaïn.' Later wordt er nog een tweede zoon geboren, die noemen ze Abel. Kaïn wordt een landbouwer en Abel wordt een schaapherder. Op een dag brengen Kaïn en Abel ieder een offer. Kaïn offert de beste vruchten van zijn eerste oogst van het land om God zijn dankbaarheid te laten zien. Abel doet hetzelfde met de eerste lammeren van zijn kudde. Dan wordt Kaïn jaloers, want hij denkt dat God meer aandacht heeft voor Abels offer dan voor dat van hem. Hij wordt zo kwaad dat hij Abel niet meer wil zien en ook God niet. Met geen van beiden wil hij nog iets te maken hebben. God zegt tegen Kaïn: 'Waarom straalt er zoveel haat van je gezicht af? Als je in zo'n stemming blijft, kun je zomaar verkeerde dingen gaan doen.'Niet lang daarna zijn Kaïn en Abel samen in het open veld. Opeens vlamt bij Kaïn de haat tegen Abel weer op. Hij slaat hem tegen de grond en blijft slaan tot Abel dood is. De eerste mens die op de aarde is geboren, is een moordenaar geworden. De eerste dode mens is de broer van de moordenaar. Dan klinkt de stem van God opnieuw: 'Kaïn, waar is je broer?' 'Dat weet ik niet,' antwoordt Kaïn, 'ben ik soms verantwoordelijk voor hem?''Daar zeg je het. Je weet het dus wel, maar je wilde het niet zijn', zegt God. 'Ik kan de stem van je dode broer vanaf de aarde horen roepen. Je bent vervloekt, Kaïn! Omdat je de aarde tot een dodenakker hebt gemaakt, is er hier geen plaats meer voor je. Je zult een zwervend bestaan leiden, ver van hier.'

17


2

Je weg vinden in deze wereld

2

Kaïn en Abel Beantwoord de volgende vragen over het verhaal van Kaïn en Abel. a Waardoor is de relatie tussen de broers Kaïn en Abel volledig verstoord?

b Welke vraag stelt God aan Kaïn, nadat hij Abel heeft gedood? c Wat is volgens jou de bedoeling van die vraag? d Welk antwoord geeft Kaïn hier op? e Waarom geeft Kaïn volgens jou dit antwoord? f Wat is volgens jou de diepere betekenis van dit Bijbelverhaal?

Het lot van Kaïn Toen Kaïn zich realiseerde wat de gevolgen waren van zijn daad, wist hij dat hij geen recht meer had op een toekomstige plek tussen de mensen. Hij erkent zijn fout en zegt tegen God: 'Mijn misdaad is te groot om te dragen. Ik kan u er niet mee onder ogen komen. Ik zal een zwerver zijn op aarde, en ieder die mij vindt zal mij doden.' Gods antwoord is dan verrassend: 'Nee, Kaïn, niemand zal je doden. Ik zal er zelf voor zorgen dat dat niet gebeurt.' Kaïn de moordenaar erkent zijn schuld en accepteert dat zijn relatie met God is verbroken, maar hij hoeft zijn misdaad niet met zijn leven te bekopen. Hij mag blijven leven, maar moet als een rondtrekkende zwerver wonen in een land ten oosten van Eden.

Drie mensen Het lijkt alsof de verteller van Genesis 4 soms even vergeet dat het in zijn verhaal gaat over de eerste vier mensen op aarde. Als hij namelijk vertelt dat Kaïn bang is dat anderen hem zullen doden, dan staat hij er niet bij stil dat dit niet past in zijn verhaal, waar na Abels dood nog maar drie mensen over zijn.

18


2.2  Leven buiten het paradijs

3

Het verdriet van Adam en Eva

Het lichaam van Abel gevonden door Adam en Eva. Schilderij van William Blake (1826).

Er zijn veel schilderijen gemaakt naar aanleiding van het verhaal van Kaïn en Abel. Hier zie je er een van de Engelse schilder William Blake. Bekijk het schilderij, let daarbij ook op de titel, en beantwoord de volgende vragen. a Waarom zou de schilder ook een schop hebben afgebeeld?

b Beschrijf kort de lichaamshouding van Kaïn in dit schilderij. c Welk gevoel spreekt er volgens jou uit die houding? d De reacties van Adam en Eva zijn niet hetzelfde. Waar is hun aandacht vooral op gericht? Eva let vooral op

.

Adam let vooral op

.

Omgaan met verdriet Kijk nog eens naar de houding van Eva in het schilderij van William Blake. Die houding drukt een wanhopig verdriet uit om het verlies van haar zoon. Voor het eerst in deze oerverhalen uit de Bijbel krijgen Adam en Eva te maken met de dood. Het ervaren van verdriet en lijden is iets waarmee ze moeten leren omgaan. Tegelijk zegt dit ook weer iets over alle mensen, namelijk dat iedereen in haar of zijn leven eens te maken krijgt met een groot verdriet. Hoe een mens daar, alleen of samen met anderen, mee kan omgaan, komt aan de orde in het hoofdstuk Als het leven pijn doet.

19


3

Als het leven pijn doet

3 Als het leven pijn doet

Het onderwerp van het schilderij Job en zijn vrienden van de Russische schilder Ilya Repin (1869) komt uit het Bijbelboek Job. Dit boek is een verhaal over de man Job, die alles verloor wat hij bezat: zijn huizen, zijn bedienden, zijn vee en zelfs zijn kinderen. Als zijn lichaam dan ook nog onder de schurft komt te zitten, trekt Job zich terug om in eenzaamheid zijn lijden te ondergaan. In die treurige situatie komen zijn vrienden bij hem om hun medelijden te tonen.

In dit hoofdstuk leer je: • • • • • •

20

nadenken over lijden en hoe je ermee om kunt gaan, zoals in het Bijbelboek Job. het belang van een goede vriend of vriendin bij verdriet, over rituelen bij het verwerken van verdriet, hoe je zelf of op school iemand kunt gedenken of herdenken, over begrafenisrituelen, over verschillende ideeën over leven na de dood en wat jouw eigen idee daarover is.


3.1  Over het lijden in het leven

3.1

Over het lijden in het leven  Waarom krijgen mensen te maken met verdrietige dingen zoals ziekte, dood, oorlog, honger, armoede? En waarom sommige mensen meer dan andere? Dit zijn vragen van alle tijden, en het antwoord daarop is niet zo eenvoudig. Soms is er een antwoord, maar meestal niet. Het is niet zo dat als je goed en braaf leeft, jou minder leed treft dan als je slecht leeft. Zo werkt het niet. Het leven is niet rechtvaardig en het lot kan ieder mens treffen, of je nu goed of slecht leeft. Ook de vraag hoe wij met die verdrietige dingen om moeten gaan, is van alle tijden. En ook op deze vraag is geen makkelijk antwoord te geven. Accepteer je je verdriet, of word je boos en opstandig? En hoe moet je omgaan met het leed van een ander? Hoe kun je hem of haar het beste helpen of troosten? Het antwoord daarop is niet eenvoudig. In de Bijbel staat een bijzonder verhaal over dit thema, in het boek Job.

Wijsheidsliteratuur Job behoort, samen met de boeken Prediker en Spreuken, tot de 'wijsheidsliteratuur' in de Bijbel. Deze boeken willen de lezers iets leren over 'wijsheid' die nodig is voor het leven. Bijvoorbeeld hoe je het beste kunt omgaan met anderen, zelfs als het kwaadwillende mensen zijn. Of hoe je het beste kunt reageren op nare dingen die anderen je aandoen, of op leed en onheil dat mensen soms overkomt. Het boek Job wil ook duidelijk maken dat God niet verantwoordelijk is voor het lijden of voor het kwaad in de wereld. Net als in het Paradijsverhaal bedenkt de verteller een tegenstander van God. In het paradijs was het de slang die de mensen van de verboden vrucht liet eten. In het verhaal van Job is het Satan, de tegenstander van God, die de werkelijke veroorzaker is van menselijk lijden.

Job 1 Op een dag roept God een vergadering van de goden bijeen, waarbij ook Satan aanwezig is. God vraagt dan aan Satan of hij ook heeft gezien dat Job een voorbeeldig leven leidt, dat hij een eerlijk en oprecht mens is, gelukkig met vrouw en kinderen en een man met grote rijkdom. En bij dit alles is Job een gelovig mens die God dankbaar is voor alles in zijn leven. 2 Satan zegt dan dat het niet moeilijk is om op God te vertrouwen, als het je zo voor de wind gaat. Hij denkt dat Job heel anders over God zal denken als hij zijn bezittingen verliest. Maar God is ervan overtuigd dat Job ook dan zijn geloof zal behouden. Hij geeft Satan zelfs toestemming om Job alles af te nemen, niet alleen zijn bezittingen maar ook zijn kinderen. 3 En dat gebeurt dan ook in het verhaal: Job verliest in korte tijd al zijn vee, zijn huis en zijn bedienden en tenslotte ook zijn kinderen. Hij wordt daarna ook nog ziek en zit tenslotte op een vuilnisbelt zijn zweren te krabben en te treuren. Satan verwacht op dat moment dat Job zijn geloof in God zal verliezen, maar dat gebeurt niet. 4 Job vraagt zich wel af waar hij deze vreselijke ellende aan verdiend heeft en roept uit: 'Wat heb ik verkeerd gedaan dat mij zoveel verdriet wordt aangedaan?' En nog weer later vervloekt hij zelfs zijn geboortedag en schreeuwt: 'Was ik maar nooit geboren!' 21


3

Als het leven pijn doet

5 Zijn drie vrienden komen dan bij hem langs. Eerst zeggen ze niets, ze zwijgen dagen lang en weten geen raad met de situatie waarin hun vriend is beland. 6 Maar na een tijd beginnen ze tegen Job te praten over een mogelijke verklaring voor zijn situatie. Ze stellen dat niets in het leven je zomaar toevallig overkomt, en daarom moet er dus wel een oorzaak zijn voor al zijn ellende. Die oorzaak kan liggen in dingen die Job heeft gedaan, of in verkeerde daden van zijn kinderen. Job moet niets hebben van deze manier van redeneren, die neer komt op: 'eigen schuld, dikke bult'. 7 Na de gesprekken met zijn vrienden legt Job de vraag voor aan God, in wie hij nog steeds gelooft: 'Wat is de reden dat deze ellende mij moet overkomen?' Als antwoord stelt God enkele tegenvragen over heel de schepping. Weet Job iets van het begin van het heelal, van de loop der hemellichamen en van de oorsprong van alle levende wezens? Kan Job het laten onweren? Kan hij de vogel vertellen dat hij naar het zuiden moet vliegen? Wijst hij de sterrenbeelden welke baan aan de hemel ze moeten volgen? En zo stelt God nog veel meer vragen aan Job. 8 Dan dringt het tot Job door dat er geen antwoord is op zijn vraag. Net als de mooie dingen horen ook de minder mooie dingen bij het bestaan. Bij het leven hoort ook de dood; bij het licht de duisternis; bij gezondheid ook ziekte. Niemand ontkomt aan dat lot. Ziekte, rampen, ongeluk en dood kunnen ieder mens treffen. 9 De vrienden van Job krijgen daarna ook nog iets van God te horen, namelijk dat ze beter hun mond hadden kunnen houden. Hun verklaringen hielpen Job op geen enkele manier. Ze dachten dat God Job ergens voor strafte en dus in feite de oorzaak van zijn lijden was. Maar Job heeft die beschuldiging nooit willen uitspreken. 10 Aan het slot van het boek wordt verteld dat Job door God wordt beloond voor zijn vaste vertrouwen in God. Hij krijgt alles dubbel terug aan bezittingen, en met zijn vrouw krijgt hij opnieuw kinderen, tien in totaal. En Job leefde nog lang en gelukkig en stierf op hoge leeftijd.

1

Job a Geef jouw mening over het antwoord dat Jobs vrienden uiteindelijk geven als verklaring voor zijn situatie. (alinea 6)

b Geef jouw mening over het antwoord dat God geeft op de vraag van Job naar het 'waarom' van zijn situatie. (alinea 7)

c Welke conclusie trekt Job uiteindelijk aan het slot van het verhaal?

22


3.2  Verdriet delen

3.2 Verdriet delen  Een arm om je heen Leed en verdriet doen zich niet alleen voor in extreme situaties zoals in het verhaal van Job. Ook als je jong bent, kun je in aanraking komen met heel verdrietige dingen. De dood van een huisdier bijvoorbeeld. Of, veel aangrijpender, het overlijden van een klasgenoot, of van je opa of oma, of zelfs van een van je ouders. Wanneer groot verdriet je leven ondersteboven gooit, kan het heel veel betekenen dat er mensen zijn die even bij je langskomen, die een arm om je heen slaan. Vaak hoeft er niets gezegd te worden, want aan de voelbare aanwezigheid van je vriend of vriendin heb je soms meer dan aan allerlei woorden.

Bij elkaar schuilen Over het belang van de aanwezigheid van iemand die je vertrouwt en bij wie je ook je gevoelens durft te uiten, gaat het lied Mag ik dan bij jou? van Claudia De Breij.

Mag ik dan bij jou? Als de oorlog komt, En als ik dan moet schuilen, Mag ik dan bij jou? Als er een clubje komt, Waar ik niet bij wil horen, Mag ik dan bij jou? Als er een regel komt Waar ik niet aan voldoen kan Mag ik dan bij jou? En als ik iets moet zijn, Wat ik nooit geweest ben, Mag ik dan bij jou?

Als het onweer komt, En als ik dan bang ben, Mag ik dan bij jou? Als de avond valt, En 't is mij te donker, Mag ik dan bij jou? Als de lente komt, En als ik dan verliefd ben Mag ik dan bij jou? Als de liefde komt, En ik weet het zeker, Mag ik dan bij jou?

Mag ik dan bij jou schuilen, Als het nergens anders kan? En als ik moet huilen, Droog jij mijn tranen dan? Want als ik bij jou mag, Mag jij altijd bij mij. Kom wanneer je wilt, Ik hou een kamer voor je vrij.

Mag ik dan bij jou schuilen, Als het nergens anders kan? En als ik moet huilen, Droog jij mijn tranen dan? Want als ik bij jou mag, Mag jij altijd bij mij. Kom wanneer je wilt, Ik hou een kamer voor je vrij.

Mag ik dan bij jou schuilen, Als het nergens anders kan? En als ik moet huilen Droog jij mijn tranen dan? Want als ik bij jou mag, Mag jij altijd bij mij Kom wanneer je wilt, ‘Ik hou een kamer voor je vrij. Als het einde komt, En als ik dan bang ben, Mag ik dan bij jou? Als het einde komt, En als ik dan alleen ben, Mag ik dan bij jou?

23


3

Als het leven pijn doet

2

Mag ik dan bij jou? a Scan de QR-code en bekijk de video. b In de coupletten beginnen veel zinnen met 'Als‌ komt '. Ze beschrijven steeds een bepaalde situatie. Kies twee van die situaties uit en schrijf op wat je hierin herkent. Misschien heb je het in je eigen leven ook wel eens zo ervaren, of gezien bij iemand die je kent. Begin steeds met een zin uit het lied. Situatie 1 Zin uit het lied: Uitleg:

Situatie 2 Zin uit het lied: Uitleg:

c Wat is volgens jou de kern of het hoofdthema van dit lied?

Tranen van verdriet Een goede vriend of vriendin begrijpt het wel als je soms een tijdje moet huilen, omdat huilen nu eenmaal hoort bij verdriet. Je moet je tranen dan ook niet tegenhouden, maar jezelf de tijd en gelegenheid geven om je verdriet te uiten. Soms komt zo'n diep verdriet plotseling weer boven, als iets je eraan doet denken. Daar gaat het gedicht Laatst was er iemand dood van Bette Westera over.

Laatst was er iemand dood Laatst was er iemand dood. Niet in het echt, maar op tv. Haast iedereen moest huilen, en dat huilen duurde dagen. De dode werd begraven en er gingen vrouwen mee om onderweg hartstochtelijk te huilen en te klagen. Ze waren met z'n zevenen, hun kleren waren zwart. Ze klaagden steen en been, hun tranenstroom was niet te stuiten. Ze jammerden uit volle borst en met hun hele hart, ze huilden alle pijn van binnen schaamteloos naar buiten. Ik dacht opeens aan oom Jeroen, die laatst is overleden. We hebben hem begraven bij een oude eikenboom. Er werd zo hier en daar gesnift, gezongen en gebeden en cake gegeten, heel veel cake. Hij was mijn liefste oom. Ik zou wel eens een keertje met die vrouwen willen ruilen, om lekker op mijn allerhardst een hele dag te huilen. 24


3.2  Verdriet delen 

3

Laatst was er iemand dood a Als de 'ik' in het gedicht het heeft over de begrafenis van oom Jeroen, beschrijft hij of zij heel kort enkele rituelen. Noteer drie rituelen die je herkent in dit couplet.

b Wat heeft de 'ik', na het zien van een tv uitzending, voor zijn/haar gevoel gemist bij de begrafenis van oom Jeroen?

Rituelen Het begraven van een dode is een van de oudste vormen van gemeenschappelijke rituelen. Tot in de verre prehistorie zijn hiervan de sporen te vinden, bijvoorbeeld de hunebedden in Drenthe. Maar ook in onze 21e eeuw vinden mensen die rituelen nog altijd waardevol, ook al hebben ze in verschillende culturen tot verschillende vormen en gebruiken geleid. Mensen over de hele wereld hebben blijkbaar rituelen nodig om afscheid te kunnen nemen van een dierbare die gestorven is. Het samen deelnemen aan een zo'n ritueel kan troost bieden en ook kracht geven om het eigen leven weer op te pakken. Ook na een begrafenis of een crematie voeren nabestaanden vaak bepaalde rituelen uit om samen met familie en vrienden de dode te gedenken.

4

Doden gedenken a Je ziet vier foto's die te maken hebben met het gedenken van doden. Noteer voor elke foto wat het is of wat er gebeurt. Foto 1:

Foto 2:

25


3

Als het leven pijn doet

Foto 3:

Foto 4:

b Welke foto spreekt jou het meest aan? Beschrijf kort welke gevoelens het bij je oproept.

c Ken je nog een ander ritueel om samen met anderen een dode te gedenken?

Herdenken op school Toen een jongen uit onze klas stierf door een verkeersongeluk, hebben we als klas veel met elkaar gepraat, elkaar getroost, kaarsen aangestoken en naar muziek geluisterd. De afscheidsdienst in de aula heeft veel indruk op me gemaakt. Hoewel ik niet gelovig ben, was ik onder de indruk van de religieuze muziek, en het lezen van gedichten en teksten uit de Bijbel. Ik heb toen wel gevoeld hoe belangrijk geloof kan zijn in het leven van mensen. Bram, 15 jaar

26


3.3  Leven na de dood

3.3 Leven na de dood  Paradijs en eeuwig leven Rituelen rondom de dood zijn voor veel mensen ook verbonden met een bepaalde voorstelling over wat er is 'aan de andere zijde van de dood'. In sommige culturen wordt bijvoorbeeld in het graf of in de kist aan de dode iets meegegeven, dat hij mogelijk in een leven na de dood kan gebruiken. In het christendom is de hemel of het paradijs de plaats waar iemand na zijn of haar dood naartoe zal gaan en bij God zal zijn. In het laatste boek van de Bijbel, Openbaring, komt de uitdrukking 'een nieuwe hemel en een nieuwe aarde' voor. Die woorden verwijzen naar een bestaan waarin er geen dood en lijden meer zullen zijn, maar waar voor altijd vrede en gerechtigheid heersen. Dit christelijk geloof komt bijvoorbeeld ook tot uitdrukking in het lied In paradisum. Het In paradisum deducant te angeli; is onderdeel van het Requiem, het (et) aeternam habeas requiem. uitvaartritueel van de katholieke kerk. Het lied is geschreven in het Latijn en is vaak te Mogen engelen u geleiden naar horen aan het einde van een katholieke het paradijs,(en) moge u eeuwige uitvaartdienst, als de kist met de rust ontvangen. overledene de kerk verlaat. Van dit lied zijn hier de eerste en laatste regel afgedrukt.

Geloven in een hiernamaals Het aantal christenen in Nederland is de laatste tientallen jaren sterk gedaald, en daarmee het geloof in een hemel en een hel. Toch zijn er veel mensen die in een leven na de dood geloven, die geloven dat het met de dood niet allemaal afgelopen is. Dit geloof in een hiernamaals biedt veel mensen troost na de dood van een dierbare. De overledene is nu op een plek waar het goed is. En na je eigen dood word je misschien met hem of haar herenigd.

5

Leven na de dood? a Lees de uitspraken die allemaal gaan over de vraag: ‘Is er leven naar de dood’? Kies de bewering die jou het meest aanspreekt. ◯ Ik hoop dat ik voortleef doordat er mensen zijn die mijn leven ‘voortzetten’, mijn idealen overnemen en daar iets mee doen. ◯ Ik geloof in de opstanding en een eeuwig leven. ◯ Met de dood is het leven voorgoed afgelopen. ◯ Misschien komt de ziel van iemand wel weer terug in het lichaam van een ander wezen. ◯ Of er leven na dit leven is, kunnen we nooit weten. Daarom is het beter daar verder niet over te spreken. ◯ Na dit leven wordt ieder mens beoordeeld op zijn goede en slechte daden. Na dat oordeel mag een mens de hemel binnengaan, of moet hij/zij naar de hel. b Leg uit waarom je voor deze uitspraak gekozen hebt. Ik heb voor deze uitspraak gekozen omdat

27


3

Als het leven pijn doet

Tot slot In dit hoofdstuk hebben we het gehad over het verdriet waarmee je in je leven te maken krijgt. De een meer dan de ander, maar niemand ontkomt eraan. Waarom verdriet, en waarom de een meer dan de ander? Dat zijn vragen waarop eigenlijk geen antwoord is. Wat wél duidelijk is, is dat het goed is om verdriet met anderen te delen. Er is niet voor niets een spreekwoord dat daarover gaat: 'Gedeelde smart is halve smart'. Hoe moet je omgaan met andermans verdriet? Hoe vind je de juiste woorden om iemand die bijvoorbeeld zijn vader of moeder of broer of zus heeft verloren, te troosten? Soms is het, zoals het verhaal van Job laat zien, beter om maar niets te zeggen, om alleen maar te luisteren en er simpelweg voor hem of haar te zijn. De vraag naar het 'waarom' van verdriet is niet te beantwoorden. Verdriet hoort bij het leven, maar het leven is niet een en al verdriet. Er gebeuren ook veel mooie dingen in het leven. Lees daarom tot slot van dit hoofdstuk het verhaal Denk ook aan de zomer van Toon Tellegen.

Denk ook aan de zomer Op een donkere dag aan het eind van het jaar vergaderden de dieren op de open plek midden in het bos. Toen iedereen wat had gezegd schraapte de tor zijn keel en vroeg: ‘Wie van ons is er wel eens doodgegaan?’ De wind woei door de bomen, de zon was dof en iedereen zweeg. ‘Niemand?’ vroeg de tor. De salamander stond op en vroeg: ‘Echt dood? Niet alleen je staart of zo...?’ ‘Nee, echt dood,’ zei de tor. Het bleef stil. Niemand durfde om zich heen te kijken. Ten slotte zei de tor: ‘Dank jullie wel. Dat wilde ik alleen maar even weten.’ Er ontstond geroezemoes en iedereen stootte iedereen aan. ‘Waarom wilde je dat weten?’ vroeg de ekster. ‘Voor alle zekerheid,’ zei de tor. Toen draaide hij zich om en verdween in een struik. Dieren die nog nooit hun voorhoofd hadden gefronst fronsten het nu, en de wind wakkerde aan en er was niets meer te vergaderen. De mier en de eekhoorn liepen naar huis. De mier rilde, maar het waren geen gewone rillingen. ‘Wat zijn dat voor rillingen?’ vroeg de eekhoorn. ‘Dat zijn huiveringen,’ zei de mier. ‘Huiveringen??’ zei de eekhoorn. ‘Daar heb ik nog nooit van gehoord.’ ‘Nee,’ zei de mier. ‘Die heb ik voor het eerst.’ De eekhoorn begon diep na te denken. Maar plotseling werd hij bang dat hij te diep zou nadenken en misschien wel niet meer terug zou kunnen denken. En zo hevig als hij kon begon hij aan beukennoten te denken en aan dennenappels en aan de rivier en de zon en de zomer. Hij stootte de mier aan en zei: ‘Daar moet je ook aan denken, mier, aan de zomer!’ Toon Tellegen, Misschien wisten zij alles

28


4

De weg naar verzoening

4 De weg naar verzoening

Het bronzen beeld Reconciliation staat in Berlijn op de plaats waar vroeger een kerk stond. De Oost-Duitse autoriteiten hadden die af laten breken, omdat hij te dicht bij de Berlijnse Muur stond. Het beeld laat twee personen zien die elkaar omhelzen, nadat ze lange tijd door die Muur van elkaar gescheiden waren. Linksboven op de foto is een roodbruin hekwerk te zien, dat staat op de plek van de Muur die in 1990 is afgebroken. Achter het beeld is een veld met graan aangelegd, als symbool voor het leven dat groeit uit dezelfde grond waar jarenlang de dood dreigde. Elk jaar wordt van het graan 'vredesbrood' gebakken.

In dit hoofdstuk leer je: • • • • • 30

hoe het kwaad volgens de Bijbel in de wereld is gekomen, over wantrouwen en wat dat met mensen doet, over de aartsvaders Abraham, Isaak en Jakob, over de breuk en de verzoening tussen Jakob en Esau. hoe je zelf omgaat met wantrouwen en verzoening.


4.1  Wantrouwen tussen familieleden

4.1

Wantrouwen tussen familieleden  Na de Tweede Wereldoorlog is Duitsland ruim 40 jaar lang een in tweeën gedeeld land geweest. De grens die Oost- en West-Duitsland van elkaar scheidde, werd het IJzeren Gordijn genoemd en de Muur in Berlijn was er een deel van. Die streng bewaakte grens heeft niet alleen de Duitse bevolking gespleten, maar soms ook families en gezinnen. Door toedoen van maatregelen van de overheid ontstond er soms diep wantrouwen tussen familie en gezinsleden. Door het leven in verschillende werelden ontstond er ook vervreemding tussen familieleden. Over en weer zag men elkaar soms als 'de anderen' die je niet kon vertrouwen. Het beeld Reconciliation in Berlijn laat zien dat mensen weer tot verzoening kunnen komen als alle opgelegde of zelf aangebrachte grenzen en beperkingen weggenomen worden.

1

Reconciliation Het beeld Reconciliation is in meer steden geplaatst, waar mensen tot verzoening of tot hereniging kwamen. Zoek uit in welke steden dit beeld nog meer staat. En ter gelegenheid waarvan dit beeld geplaatst is. Gebruik bijvoorbeeld Wikipedia.

Twee broers en hun vader De vraag in dit hoofdstuk is of mensen ook zelfgekozen scheidingen en zelf veroorzaakt wantrouwen kunnen overwinnen. Kun je je bijvoorbeeld verzoenen met iemand die jou kwaad heeft aangedaan? Of als er door jouw schuld wantrouwen is gegroeid? Wat moet er gebeuren als mensen vertrouwen in relaties willen herstellen? Een voorbeeld van dit probleem en hoe het uiteindelijk afloopt, is het volgende verhaal over twee broers. In het Bijbelboek Genesis kunnen we allerlei verhalen lezen over de drie aartsvaders van het Joodse volk: Abraham, Isaak en Jakob. Volgens de overlevering zijn zij de eerste voorouders van het Joodse volk.

In de Koran, het heilige boek van de moslims, worden deze drie personen ook genoemd. Ze zijn de voorouders van de Arabische volken.

Het verhaal begint wanneer aartsvader Isaak al oud en blind is. Hij is in de loop van zijn leven zijn vader Abraham opgevolgd als welvarende veehouder. Hij is getrouwd met Rebekka. Ze hebben twee zonen, de tweeling Esau en Jakob.

31


4

De weg naar verzoening

Eerstgeboorterecht Volgens vroegere Joodse traditie had de oudste zoon meer rechten dan zijn jongere broers. Ze noemden dat het eerstgeboorterecht. Deze oudste zoon kreeg het grootste deel of zelfs de hele erfenis en werd leider van de andere familieleden. Dit erfrecht werd door middel van een familieritueel overgedragen. Als de vader zijn einde voelde naderen, riep hij zijn kinderen bij zich. De oudste zoon ontving dan zijn eerstgeboorterecht, waarbij de vader hem zegende hij en hem met God het beste voor de toekomst wenste.

Jakob en Esau Hierna staat dit verhaal gaat over een ruzie tussen Esau en Jakob. Het is verteld in de vorm van een rollenspel. Er zijn vijf rollen: Verteller (m/v)

Rebekka

Isaak

Esau

Jakob

Vader Isaak is oud en blind. Hij is getrouwd met Rebekka. Hun twee zonen Esau en Jakob zijn zo’n veertig jaar oud. Jakob en Esau zijn tweelingen. Esau werd het eerst geboren. Esau is de lievelingszoon van Isaak, maar Rebekka geeft meer om Jakob. Op een dag zijn vader Isaak en zoon Esau alleen. Ze weten niet dat Rebekka in de buurt is en alles hoort wat ze zeggen. Esau, luister eens. Ik moet eens met je praten. Nu liever niet, vader, ik moet nog weg. Wat ga je nog zo laat in de middag doen? Het wordt bijna donker. Ik ga nog even jagen. De herten komen nu juist bij het water drinken. We hebben al een hele tijd geen wild gegeten. Goed idee, ik heb wel trek in een lekker stuk vlees. En pluk dan ook wat van die bessen. Die smaken er lekker bij. Als we gegeten hebben, heb ik je iets heel belangrijks te zeggen. Goed? Maar waarover wil je me dan spreken? Je weet, ik ben oud. En voordat ik het niet meer kan, wil ik met je praten over mijn opvolging. Jij bent mijn oudste zoon. Wanneer we samen gegeten hebben, zal ik je zegenen. Ik zal je het beste wensen met God als getuige. Goed, tot straks, vader.

32


4.1  Wantrouwen tussen familieleden

Esau ging snel weg. Jagen vond hij geweldig. Over zijn rechten en plichten als oudste maakte hij zich meestal niet zo druk. Maar nu was dat anders. Je vader opvolgen? De belangrijkste in de familie zijn? Dat leek hem wel wat.Maar Esau was helemaal vergeten wat er een tijdje geleden was gebeurd. Toen hij een keer thuis kwam, had Jakob linzensoep gekookt. Esau had na het hard werken enorme honger. Hij wilde maar één ding: eten!Toen bedacht Jakob een slim plan. Hij stelde Esau voor om te ruilen. Esau de linzensoep en Jakob de rechten van de oudste zoon. Esau stemde er mee in, want recht op een erfenis betekende voor hem op dat moment minder dan een bord linzensoep.Intussen had Rebekka het gesprek tussen vader Isaak en Esau gehoord. Ze ging direct naar Jakob om hem te waarschuwen. Jakob, we moeten snel iets doen. We moeten een lam slachten en van dat vlees voor je vader een jachtschotel maken. Isaak is blind en ziet het verschil toch niet. Als vader denkt dat jij Esau bent, zal hij je zegenen. Jij wordt dan de leider van de familie. Ja maar, dat merkt vader toch zo. Lamsvlees smaakt heel anders dan wild. En als ik iets zeg, dan hoort hij toch direct dat het mijn stem is. Bovendien heeft Esau enorm veel haren op zijn hele lichaam, dat voelt vader toch meteen als hij mij aanraakt! Daar vinden we wel wat op. We doen veel peper, zout en andere kruiden door het vlees. Dan smaakt zelfs lamsvlees als reerug. Maar dat haar dan? En mijn stem? Je trekt gewoon wat oude kleren van Esau aan die nog niet zijn gewassen. Als vader ze ruikt, zal hij denken dat jij Esau bent. Bovendien binden we wat vellen geitenhaar om je armen en hals zodat hij dat kan voelen. Jakob kan niets zien. Als je ook nog met een zware stem praat, zal hij denken dat jij Esau bent. Zo gebeurde het. Rebekka en Jakob voerden hun plan uit. Jakob zag er wel raar uit toen hij bij zijn blinde vader Isaak kwam. Vader, hier ben ik. Esau, je oudste zoon. Wat ben je snel terug! En je stem klinkt anders dan anders, zoon. Kom eens bij me zitten. De jacht ging heel voorspoedig, vader. En ik heb een schotel van gestoofd hertenvlees voor je gemaakt. Isaak genoot van de heerlijke geur van het vlees. Hij rook ook de lichaamsgeur van Esau. Toen hij de dik behaarde armen voelde, twijfelde hij niet meer. Hij dacht dat hij met Esau sprak in plaats van met Jakob. Na de lekkere maaltijd zei Isaak tegen zijn zoon dat hij hem wilde zegenen. Luister mijn zoon: onze God heeft mijn vader Abraham en mij beloofd dat het goed met ons zal gaan. Zo zal hij ook aan jou een goede toekomst geven. Het zal je goed gaan in het land waar je woont. Het land zal vruchtbaar zijn Ook met je dieren en met de mensen van wie je houdt, zal het goed gaan. Je zal leider van de hele familie zijn. God zal je beschermen tegen alle kwaad. Dat belooft God aan jou, mijn zoon. 33


4

De weg naar verzoening

Bedankt vader. Met deze belofte weet ik zeker dat we een goede toekomst zullen hebben. Jakob nam afscheid en ging snel naar zijn moeder Rebekka. Het ging goed, moeder. Ik ben nu het hoofd van de familie geworden. Vader heeft me beloofd dat het goed met ons zal gaan. Mij kan niets gebeuren. God zal voor mij zorgen. Jakob was net weg toen Esau met zijn jachtschotel aankwam. Hij was doodmoe. Hij had eerst een hert moeten schieten en villen. Daarna moest hij er nog een vleesschotel van maken ook. Dat duurde een paar uur. Vader, hier ben ik. Dit is je lievelingsgerecht. Nee dank je, ik heb al gegeten... Wat is dat nou: ik had toch beloofd een jachtschotel voor je te maken! Ja, maar Esau, die heb ik toch al van je gehad. En ik heb je daarna verteld dat je het hoofd van de familie wordt. Ik heb al gezegd dat God goed voor ons zal zorgen. Hoe kan dat nou? Toen ontdekten Isaak en Esau wat Jakob had gedaan. Die bedrieger. Esau zag opeens wat de gevolgen daarvan waren. Jakob was de leider geworden. Aan Jakob was beloofd dat hij een goede toekomst zou hebben. Esau was teleurgesteld en woedend tegelijk. Vader, alsjeblieft, maak mij toch het hoofd van de familie. God kan toch ook aan mij beloven dat alles goed zal gaan. Dat kan niet, mijn zoon, ik kan maar één keer zo’n belofte doen. Maar kom hier. Jij blijft mijn oudste. Ook voor jou zal de toekomst goed zijn. God laat niemand in de steek. Ook voor jou is een toekomst weggelegd. Esau liep woedend weg, op zoek naar zijn broer. Jakob heeft mij nu al tweemaal bedrogen! Een paar jaar geleden, toen ging het over mijn rechten als oudste zoon en nu bij de zegen van mijn vader. Waar is hij! Ik ga hem vermoorden! Maar Esau zag zijn broer nergens. Op advies van zijn moeder was Jakob gevlucht.

34


4.2  Verzoening na wantrouwen

2

Jakob en Esau In dit verhaal is Jakob zijn broer twee keer te slim af. Wat vind je van moeder Rebekka die haar zoon Jakob helpt bij het bedriegen?

a Hoe heeft Jakob zijn vader Isaak en zijn broer Esau bedrogen?

b Hoe heeft Jakob eerder van Esau zijn eerstgeboorterecht afgenomen?

4.2 Verzoening na wantrouwen  In het Bijbelboek Genesis gaat het verhaal over Jakob verder nadat hij is gevlucht. Hij maakt een reis naar het land waar nog familieleden wonen en waar zijn grootvader Abraham vandaan kwam. Hij vindt daar onderdak bij Laban, een verre oom van hem die hem als schaapherder in dienst neemt. Jakob trouwt er na een aantal jaren ook, met twee dochters van Laban. Jaren later, als Jakob een welvarende veehouder is geworden, keert hij met zijn vrouwen en kinderen terug naar zijn geboorteland. Wanneer hij de grens met zijn vaderland nadert, bereidt hij zich voor op de ontmoeting met zijn broer Esau. De vraag is dan natuurlijk: Hoe zal de ontmoeting tussen die twee broers verlopen?

3

Verzoening? a Wat zou jij willen van Jakob, als je Esau was?

b Wat zou jij zeggen en doen als je Jakob was?

35


4

De weg naar verzoening

De ontmoeting na het vroegere bedrog Jakob heeft een boodschapper naar zijn broer vooruitgestuurd. De boodschapper komt terug met het bericht dat Esau naar hem op weg is. Hij komt eraan en een groep van 400 man is bij hem. Jakob schrikt van dat bericht, want wat is de betekenis van die grote groep begeleiders? Hij besluit om Esau gunstig te stemmen en stuurt dienaren vooruit met kleine kuddes dieren, bedoeld als een geschenk aan zijn broer. De verteller van het Bijbelverhaal laat tussen de regels door alvast weten, dat Esau daar eigenlijk geen aandacht aan schenkt. Hoe de ontmoeting tussen Jakob en Esau verloopt, lees je in het volgende rollenspel.

Jakob ziet in de verte Esau met zijn mannen aankomen. Hij is gespannen, want hij weet niet wat Esaus bedoelingen zijn. Als ze op elkaar af lopen en elkaars gezicht zien, knielt Jakob neer uit respect voor zijn oudere broer. Esau is spontaner, slaat zijn armen om Jakob heen en begroet hem hartelijk. Hij is zรณ blij dat zijn broer na zoveel jaren weer terug is! Nadat Esau ook met Jakobs vrouwen en kinderen kennis heeft gemaakt, begint hij een gesprek met zijn broer. Broeder Jakob, onderweg hierheen kwam ik steeds herders met vee tegen, die zeiden dat ze naar mij op weg waren. Hoe zit dat en wat wil je daarmee? Ik wil je graag iets geven, Esau, omdat God mij in de achterliggende jaren tot een rijk man heeft gemaakt. En ik vind ons weerzien een passende gelegenheid om jou iets te geven van mijn grote bezit. Beste broer, dat is echt niet nodig. Ik heb al zoveel aan land en vee, dus houd jij nu maar wat van jou is. Toch wil ik het heel graag geven, Esau, en je zou mij een groot plezier doen als je mijn geschenken aanneemt. Ik heb ze persoonlijk voor je uitgezocht uit mijn veestapel. Nou goed, als je het zo graag wil geven, dan neem ik het van je aan. Dank je wel, broer! Nu de begroeting, het kennismaken met de nieuwe familieleden en het aanbieden en accepteren van de geschenken achter de rug zijn, komt Esau met een voorstel. Zeg Jakob, nu we weer als familie bij elkaar zijn, stel ik voor dat we samen naar het berggebied gaan waar mijn familie en ik wonen. Je bent van harte welkom en we vinden vast en zeker een ook goede woonplaats voor jou en je familie.

36


4.2  Verzoening na wantrouwen

Dat lijkt mij niet zo'n goed idee, Esau. Wij moeten rekening houden met de kleine kinderen en met veel kleinvee. Wij kunnen het tempo van jou en je ruiters niet volgen. Ga dus maar vast vooruit, dan komen wij later wel. De broers wensen elkaar vaarwel en gaan ieder hun eigen weg. Jakob ging toch niet naar het gebied waar Esau woonde, maar vestigde zich met zijn familie en vee op een andere plek. Ze zien elkaar pas jaren later terug, als ze horen dat hun vader Isaak op zijn sterfbed ligt. Zo worden de twee zonen uiteindelijk herenigd met hun oude vader. En als enkele dagen later Isaak sterft, wordt hij door zijn beide zonen, Jakob en Esau, begraven.

4

Vertrouwen tussen Jakob en Esau a Jakob wil de relatie met zijn broer Esau weer herstellen. Om dat te bereiken stuurt hij hem allerlei geschenken toe. Denk je dat het geven van geschenken helpt om een relatie te herstellen? Kies je antwoord en geef je toelichting. ◯ Ja, zeker helpt dat. ◯ Misschien helpt het een beetje ◯ Nee, dat zal zeker niet helpen, want

b Na de ontmoeting heeft Jakob niet veel zin om mee te gaan met Esau en bij hem in de buurt te gaan wonen. Waarom zou Jakob dat niet willen?

37


4

De weg naar verzoening

5

Vertrouwen schaden en herstellen Onderstaande vragen gaan over jezelf. Je kunt denken aan nu, maar ook aan dingen die al enkele jaren geleden gebeurd zijn. Denk erover na en schrijf je antwoorden kort op.

a Heeft er wel eens iemand tegen jou gelogen om iets van je gedaan te krijgen?

b Wat gebeurde er toen en hoe liep het af?

c Heeft degene die jou heeft bedrogen, ook geprobeerd het weer goed te maken? d Hoe probeerde hij/zij dat te doen? e Hoe heb jij daarop gereageerd?

38


5

Over liefde en verliefdheid

5 Over liefde en verliefdheid

Heb je dat ook wel eens, zo'n speciaal gevoel vanbinnen? Vlinders in je buik. De wereld zie je door een roze bril. Je bent vrolijk en dan weer zenuwachtig. Uren staar je voor je uit en je denkt alleen maar aan die ene... Kortom, je bent verliefd!

In dit hoofdstuk leer je: • • • • •

40

nadenken over liefde en verliefdheid, welke gevoelens daarbij een rol kunnen spelen en hoe je die kunt verwoorden, de liefdesverhalen uit het Bijbelboek Hooglied kennen, dat over de hele wereld mensen verliefdheid en liefde voelen, dat bij verliefdheid en liefde ook nare gevoelens kunnen horen.


5.1  Als je verliefd bent

5.1 1

Als je verliefd bent  Vijf harten Je ziet hier vijf hartjes van verschillende grootte en je ziet ook een heleboel woorden staan. avontuur – bezorgdheid – blozen – borsten – eerbied – geloven – huwelijk – jaloezie – kus – lichaam – ongerustheid – openheid – plezier – respect – samen delen – seks – trouw – uitsloven – vakantie – verkering – verlegen – vertrouwen – vriendschap – vrijen – warmte – zenuwachtig Kies vijf woorden die volgens jou veel met liefde en verliefdheid te maken hebben. In het grootste hart schrijf je het woord dat voor jou het belangrijkste is. In het op één na grootste hart schrijf je het woord dat op de tweede plaats komt, en zo verder.

41


5

Over liefde en verliefdheid

2

Verliefd a

b

c

d

e

f

g

h

i

j

Kleur het hartje van het antwoord dat het beste bij jou past. Wat doe je als je op iemand verliefd bent geworden? ◯ Ik durf er alleen met mijn beste vriendin/vriend over te praten. B ◯ Ik wil het de ander zo gauw mogelijk vertellen. C ◯ Ik fantaseer over haar/hem, maar vertel het aan niemand. A Vind je het leuk om verliefd te zijn? ◯ Ja, want ik kan er zo heerlijk bij wegdromen. ◯ Alleen als de ander er goed op reageert. ◯ Natuurlijk, want ik geniet ervan. Waar zou jij het liefst een afspraakje maken? ◯ Op een gezellig schoolfeest. ◯ Op een stil plekje ergens buiten, in het bos of in de duinen. ◯ Op de plek die hij/zij het leukst zou vinden. Wat voel je als je verliefd bent? ◯ Ik kan van geluk wel dansen en springen. ◯ Het maakt me onzeker; ik ben bang dat ze me gaan uitlachen. ◯ Dan droom ik zo heerlijk weg. Wat doe je het liefst als het 'aan' is tussen jullie? ◯ Samen bij kaarslicht naar muziek luisteren. ◯ Veel bij elkaar zijn en, ook met anderen erbij, leuke dingen doen. ◯ Kletsen over wat wij allebei leuk vinden. Gebruik je je smartphone om contact te krijgen met degene op wie je verliefd bent? ◯ Rechtstreeks contact hebben durf ik niet goed, maar ik volg hem/haar wel. ◯ Ik reageer op foto's of berichten van hem/haar. ◯ Ik stuur een vriendschapsverzoek. Vertel je thuis dat je heel verliefd bent? ◯ Als ze het merken wil ik er best over praten, maar ik begin er niet over. ◯ Nee, liever niet. ◯ Natuurlijk, want ik kan dat toch niet voor me houden. Wat doe jij als een ander op jou verliefd is geworden? ◯ Ik geniet ervan dat een ander om mij geeft. ◯ Ik wacht af totdat die ander contact met me zoekt. ◯ Als ik die ander ook leuk vind, laat ik dat meteen merken. Wil je alleen maar verliefd blijven of ook echt verkering hebben? ◯ Ik wil alleen verkering als de ander ook écht van mij houdt. ◯ Verkering natuurlijk. Daarom word je toch verliefd. ◯ Als ik na een tijdje nóg verliefd ben, wil ik wel verkering. Hoe laat jij de ander merken dat je tot over je oren verliefd bent? ◯ Ik stuur een liefdesbrief of een mooi gedicht. ◯ Ik wacht op een geschikt moment en laat het dan merken. ◯ Ik zeg het meteen.

A B C C A B C B A A C B B C A A B C A B C A C B A B C

Uitslag van de test Wat zegt deze test over jou? Ben jij romantisch, wat verlegen of erg spontaan? Achter elk zinnetje staat een letter. Tel op hoe vaak je een A, B of C hebt gekozen. Vul het aantal keren dat je een A, B of C koos hieronder in. A B C 42


5.1  Als je verliefd bent 

Je scoorde vooral A Je houdt erg van dromen en fantaseren. Je bent een romantisch type. Thuis op je kamer of in de klas kun je heerlijk wegdromen. Je beleeft in gedachten de leukste avonturen met je geliefde. Je kunt genieten van rustige muziek, een mooi verhaal of een romantische film. Je vindt een goede sfeer in huis erg belangrijk.

Je scoorde vooral B Je weet wat je wil, maar je durft er niet altijd duidelijk voor uit te komen. Je kijkt eerst de kat uit de boom. Je denkt een tijdje na voordat je iets zegt of doet. Onverwachte vragen en situaties brengen je in verlegenheid. Soms zou je graag wat spontaner willen reageren, maar je doet dat niet. Je hebt tijd nodig om alles te verwerken.

Je scoorde vooral C Jouw relaties laten niet lang op zich wachten. Jij reageert heel direct en bent niet bang om je mening te geven. Je draait er bij problemen niet omheen. Je zegt meteen wat je wel of niet leuk vindt. Anderen weten direct wat ze aan je hebben. Je zegt altijd wat je denkt.

43


5

Over liefde en verliefdheid

Liefdesliedjes Hoe laat je een ander merken dat je verliefd op hem of haar bent? Sommigen zeggen het gewoon tegen de ander, maar veel jongens en meisjes laten het indirect weten. Bijvoorbeeld door steeds naast de ander te gaan fietsen of naast hem of haar in de bus te gaan zitten. Of door op een feestje met de ander te gaan dansen als er een liedje wordt gedraaid dat helemaal jouw gevoel uitdrukt. Bijvoorbeeld Make you feel my love van Adèle: Om je mijn liefde te laten voelen…

Adèle

When the rain is blowing in your face And the whole world is on your case I could offer you a warm embrace To make you feel my love

Wanneer de regen waait in je gezicht En de hele wereld zich met je bemoeit Zou ik je een warme omhelzing kunnen bieden Om je mijn liefde te laten voelen

When the evening shadows and the stars appear And there is no one there to dry your tears Oh, I hold you for a million years To make you feel my love

Als de schaduwen van de avond en de sterren  verschijnen En er niemand is om je tranen te drogen Zou ik je een miljoen jaar vast kunnen houden Om je mijn liefde te laten voelen

I know you haven't made your mind up yet But I will never do you wrong I've known it from the moment that we met No doubt in my mind where you belong

Ik weet dat je er nog niet uit bent Maar ik zou je nooit kwaad kunnen doen Ik weet het vanaf het moment dat we elkaar  ontmoetten Geen twijfel in mijn gedachten waar je thuishoort

I'd go hungry; I'd go black and blue And I'd go crawling down the avenue No, there's nothing that I wouldn't do To make you feel my love

Ik zou honger lijden, ik zou bont en blauw worden Ik zou op mijn knieën over de straat gaan Nee, er is niets dat ik niet zou doen Om je mijn liefde te laten voelen

The storms are raging on the rolling sea And on the highway of regret The winds of change are blowing wild and free You ain't seen nothing like me yet

De stormen razen boven de kolkende zee En op de snelweg van spijt Hoewel de winden van verandering wild om zich   heen slaan Heb je nog nooit iemand zoals ik gezien

I could make you happy, make your dreams   come true There's nothing that I wouldn't do Go to the ends of this Earth for you To make you feel my love, oh yes To make you feel my love

Ik kan je gelukkig maken, je dromen uit laten  komen Niets dat ik niet zou doen Zou naar het einde van de aarde gaan voor jou Om je mijn liefde te laten voelen

Lyrics: Bob Dylan

3

Make you feel my love a Lees de songtekst van Make you feel my love. Adèle zingt het liedje, maar Bob Dylan heeft het geschreven. De 'ik' maakt duidelijk hoe verliefd hij of zij is. Welke omschrijvingen worden daarvoor gebruikt? Onderstreep de woorden in de songtekst.

44


5.1  Als je verliefd bent 

4

Woorden en symbolen Er zijn natuurlijk nog andere manieren om te laten zien welke gevoelens je voor elkaar hebt. Je kunt bijvoorbeeld regelmatig opbellen, of een berichtje sturen. Stel dat je een appje stuurt naar iemand op wie je verliefd bent. Welke woorden en symbolen zou je dan gebruiken? Schrijf het berichtje dat je zou sturen. In de tekst van het berichtje dat je stuurt kun je allerlei emoticons opnemen, bijvoorbeeld of

. Die hartjes zijn dan een symbool voor je verliefdheid.

45


5

Over liefde en verliefdheid

5

Symbolen van de liefde Je ziet hier enkele symbolen voor liefde en verliefdheid. a Schrijf bij elke tekening wat er uitgebeeld wordt en wat het verband met liefde en verliefdheid is.

Ik m is je! !! -XXX

-

b Bedenk nu zelf nog een symbool voor liefde of verliefdheid en teken dat in het kader.

46


5.2  Verliefdheid in de Bijbel

5.2 Verliefdheid in de Bijbel  Over de liefde zijn ontelbare liedjes, gedichten en romans geschreven. Kunstenaars hebben er schilderijen over gemaakt en in bijna elke speelfilm speelt de liefde een rol. Ook in de Bijbel wordt over liefde en verliefdheid gesproken. Er staan bijvoorbeeld verhalen in over koningen die verliefd werden, zoals David en Salomo. In het boek Hooglied staat heel veel over liefde, dat boek wordt zelfs wel eens het Bijbelse liefdeslied genoemd. Het is een verzameling liederen en gedichten over een jongen en een meisje die elkaar vertellen hoeveel ze van elkaar houden. Bij bruiloften werden deze liederen vaak gezongen of voorgedragen.

Verliefdheid in de Bijbel Je ziet hier een voorbeeld van wat de jongen en het meisje in het Hooglied tegen elkaar zeggen. O, meisje wat ben je mooi. Je haar golft over je schouder, je ogen fonkelen, je lippen zijn prachtig rood, verrukkelijk is je mond. Zijn mond is een zoet genot, alles aan hem is begeerlijk! Zó is mijn liefste, zó is mijn vriend. Mijn vriendin, niets ontbreekt er aan je schoonheid. Mijn lippen zijn voor jou, je mag ze kussen, mijn jongen. 0, ik ben helemaal ziek van verlangen naar zijn linkerarm onder mijn hoofd, zijn rechterarm om mij heen. Mijn liefste, je bent voor mij een prinses! Als je naar me kijkt, raak ik in verwarring. Alles is mooi aan jou. Mijn bruid, je hebt me betoverd met één blik van je ogen. Mijn jongen is van mij en ik ben van hem. 's Nachts op mijn bed verlang ik naar hem, droom ik dat ik hem zoek, mijn lieveling.

6

Hooglied a Zoek in de Bijbel de tekst van Hooglied 4:1-5 op of scan de QR-code. De jongen vergelijkt het meisje met allemaal dingen. Schrijf de drie vergelijkingen op die jou het meest opvallen. Bijvoorbeeld omdat je ze mooi of juist raar vindt. Leg ook uit waarom ze je opvallen. 1

2

3

47


5

Over liefde en verliefdheid

b Lees Hooglied 5:10-16. Zoek de tekst op in de Bijbel of scan de QR-code. Het meisje vergelijkt de jongen ook met van alles. Schrijf de drie vergelijkingen op die jou het meest opvallen. 1

2

3

7

Ik noem je Ik noem je: bloemen ik noem je: merel in de vroegte ik noem je: mooi ik noem je: narcissen in de nacht waaroverheen de wind strijkt naar mij toe ik noem je: bloemen in de nacht Jan Hanlo

Schrijf op een apart blaadje een tekst over iemand die je bewondert, erg aardig vindt of op wie je misschien zelfs verliefd bent. Je kan dit doen in de vorm van een gedicht, een brief of een Valentijnskaart. Gebruik minstens drie vergelijkingen om aan te geven wat je zo speciaal aan die persoon vindt. Maak het blaadje mooi met kleuren en versieringen.

5.3 Rozen verwelken...  'Ik hou van je' is een veel uitgesproken zinnetje in het Nederlands. En over de hele wereld worden deze woorden in allerlei talen gezegd, geschreven en gezongen. Als je verliefd bent op een meisje of een jongen die een andere taal spreekt, is het daarom handig als je 'ik hou van jou' in die andere taal kunt zeggen. Trouwens, soms klinkt 'Ik hou van jou' in een andere taal veel romantischer!

8

Vakantieliefde

Ik hou van je Hier lees je 'Ik hou van je' in acht talen. Welke taal hoort bij welk zinnetje? Je kunt kiezen uit de volgende talen. Marokkaans | Engels | Duits | Fries | Frans | Turks | Spaans | Italiaans 1 Ana moajaba bik. 2 I love you.

48


5.3  Rozen verwelken... 

3 Ich liebe dich. 4 Ik hald fan dy. 5 Je t'aime. 6 Seni seviyorum. 7 Te quiero. 8 Ti amo.

Liefdesverdriet Het is niet altijd rozengeur en maneschijn als je verliefd bent. De liefde kan je heel gelukkig, maar soms helaas ook heel verdrietig maken. Bijvoorbeeld als jouw liefde niet beantwoord wordt. Of als de verliefdheid voorbij is, bij jou of bij de ander. Of als de ander iets doet waar je heel verdrietig om wordt. Er kan van alles gebeuren waardoor je liefde op de proef gesteld wordt. Als er zich problemen voordoen in een liefdesrelatie, gaat de een daar heel anders mee om dan de ander. Sommigen proberen alles zelf op te lossen, anderen praten er met vrienden of vriendinnen over. Soms schrijft of mailt iemand een briefje naar een vragenrubriek in een tijdschrift. Hij of zij hoopt dan een antwoord te krijgen dat helpt.

9

Brieven De volgende briefjes stonden in vragenrubrieken van tijdschriften. Lees wat het probleem is. Probeer de brievenschrijvers zo goed mogelijk advies te geven. Schrijf jouw antwoord telkens onder de tekst. a Brief van Lisa Ik heb al bijna een jaar verkering met een jongen van wie ik veel houd. Maar nu heb ik een andere jongen op een feestje leren kennen: hij is superlief en ik kan veel met hem lachen. Ik vind hem leuk en weet niet wat ik moet doen. Wat mijn vaste vriend belooft, doet hij niet altijd. Soms zeg ik daar iets van tegen hem: hij wordt dan altijd kwaad, soms zelfs agressief. Dat is niet leuk, maar toch houd ik van hem. Niemand is volmaakt, dus hij ook niet. Die andere jongen ken ik natuurlijk niet zo goed. We willen elkaar wel beter leren kennen, maar hij weet niet dat ik al een vriend heb. Wat moet ik nou doen? Ik weet het gewoon niet meer!

Lisa

Beste Lisa,

49


5

Over liefde en verliefdheid

b Brief van Wouter Ik heb een vaste vriendin. Ik houd veel van haar en zij van mij. Sinds een paar weken werkt ze bij een supermarkt en daar heeft ze enkele jongens leren kennen. Ze vertelde me pas dat ze één jongen erg leuk vindt. Nu ben ik bang dat ze op hem verliefd wordt en dan ben ik haar kwijt. Misschien is ze zelfs al een beetje verliefd op hem, maar wil ze dat niet toegeven. Hoe los ik dit probleem op?

Wouter

Beste Wouter,

c Brief van Maureen Ik ben 15 en verliefd op een jongen van 16 jaar. Hij is ook verliefd op mij, dat heeft hij al een aantal keren gezegd. Mijn ouders zijn van oorsprong christelijk, maar ze doen er niet veel meer aan. Dat geldt voor mij ook. Alleen met Kerstmis gaan we naar de kerk. Ik ga vooral voor de gezelligheid met ze mee. De ouders van de jongen waarop ik verliefd ben, komen uit Marokko. Maureen Ze zijn moslim. Zijn moeder draagt een hoofddoek en zijn vader gaat elke vrijdag naar de moskee. Hun zoon (waarop ik dus verliefd ben) gaat soms mee. Hij vast tijdens de ramadan. Soms leest hij wat in de Koran, al is het Arabisch voor hem erg moeilijk. Van hem hoef ik niet mee naar de moskee te gaan, te vasten of in de Koran te lezen. Volgens mijn ouders zijn onze culturen veel te verschillend. Ze willen daarom dat ik niet meer met hem omga. Maar ik ben écht verliefd op hem. Ik vind hem heel lief en hij laat me vrij. Wat kan ik nu het beste doen? Beste Maureen,

50


6

Geen vrijheid zonder regels

6 Geen vrijheid zonder regels

Een verkeersbrigadier (vaak een 'klaar-over' genoemd) zorgt er bij oversteekplaatsen voor dat kinderen veilig kunnen oversteken op weg naar school. Een verkeersbrigadier doet in zo'n situatie als op de foto hierboven twee dingen tegelijk: hij/zij houdt het rijdende verkeer tegen en maakt daardoor ruimte en tijd vrij voor overstekende kinderen. Het handhaven van regels, niet alleen in het verkeer maar ook in andere situaties van het leven, heeft altijd met die twee doelen te maken: duidelijk aangeven wat niet mag en vrijheid geven aan wat juist wel mag.

In dit hoofdstuk leer je: • • • • • 52

uitleggen waarom je regels en afspraken nodig hebt, nadenken waarom een regel zinvol is, hoe Mozes het Joodse volk bevrijdde van de Egyptische slavernij, de tien leefregels uit de Bijbel kennen en wat ze voor jou betekenen, dat er nog meer leefregels in de Bijbel zijn, bijvoorbeeld over hoe je om moet gaan met je medemens.


6.1  Vrijheid en regels

6.1

Vrijheid en regels  In het dagelijkse leven heb je altijd en overal te maken met regels en afspraken. Dat heb je al als klein kind waarschijnlijk al geleerd. Sommige dingen mocht je wel en andere dingen niet. Bijvoorbeeld: thuis mag je vast niet met je schoenen op de bank zitten, en op school mag je niet te laat komen. Bij voetbal mag je iemand niet onderuit schoppen. In het verkeer mag je niet door rood rijden en moet je je houden aan de aanwijzingen van verkeersregelaars en politieagenten. Als je erover nadenkt, dan wordt het je duidelijk dat iedereen in het leven altijd met regels te maken heeft. Zonder regels zou het leven namelijk een chaos worden. Sommige regels lijken minder belangrijk dan andere. Toch is er meestal wel een reden waarom zo'n regel zinvol is. Daarover gaat de volgende opdracht.

1

Regels De foto's bij deze opdracht laten verschillende situaties zien waarin bepaalde regels en afspraken gelden. Noem een regel die jij in deze situaties zinvol vindt en leg uit waarom die regel volgens jou nodig is.

a

School

Een zinvolle regel is:

,

omdat

.

53


6

Geen vrijheid zonder regels

b

Schoolkamp

Een zinvolle regel is: omdat

, .

c

Gezin

Een zinvolle regel is:

,

omdat .

54


6.1  Vrijheid en regels

d

Sportclub

Een zinvolle regel is:

,

omdat

.

e

Verkeer

Een zinvolle regel is:

,

omdat

.

55


6

Geen vrijheid zonder regels

Exodus In het tweede Bijbelboek, dat Exodus (letterlijk: Uittocht) heet, staat een lang verhaal over vrijheid en regels, dat ook grote invloed gehad heeft op de normen en waarden van onze westerse cultuur. De volgende kadertekst is een korte inleiding op dat verhaal.

Israëlieten In hoofdstuk 4 ging het onder andere over de drie aartsvaders van het Joodse volk: Abraham, Isaak en Jakob. De nakomelingen van deze aartsvaders worden in het Oude Testament meestal Israëlieten genoemd. In de tijd van Jakob zijn de Israëlieten vanwege een hongersnood weggetrokken uit hun land en hebben ze zich gevestigd in het land Egypte. Jaren later speelt daar zich het verhaal af over de slavernij en de bevrijding van de Israëlieten onder leiding van Mozes.

Bevrijding uit Egypte De familie van Jakob is in Egypte uitgegroeid tot een groot volk, en dat brengt ze in moeilijkheden. De Egyptische farao vertrouwt die groeiende groep vreemdelingen in zijn land niet: stel dat ze zich op een bepaald moment als vijanden gaan gedragen. Zijn wantrouwen wordt zo groot, dat hij verschillende maatregelen neemt. Hij laat onder andere de Israëlieten als slaven werken in de bouw. Een andere maatregel is dat hij het bevel geeft om alle pasgeboren Israëlitische jongetjes in de Nijl te gooien.

Mozes bij brandende braamstruik

Maar één pasgeboren jongetje ontsnapt aan deze maatregel. Zijn oudere zus verbergt hem in een mandje tussen het riet van de oever van de Nijl. Daar wordt hij korte tijd later door een Egyptische prinses gevonden. Zij neemt hem mee naar het koninklijk paleis, geeft hem de naam Mozes en voedt hem op als een Egyptische prins. Op latere leeftijd komt Mozes weer met de Israëlieten in contact. Wanneer hij op een dag ziet hoe een Egyptenaar een van de Israëlitische slaven mishandelt, wordt hij zo woedend dat hij de bewaker doodslaat. Uit angst dat de moord ontdekt wordt, vlucht hij naar een ander land. Daar trouwt hij met een herdersdochter en krijgt een gezin. Jaren later heeft Mozes op een dag een bijzondere ervaring in de woestijn. Hij hoort vanuit een brandende braamstruik de stem van God, die hem de opdracht geeft om terug te keren naar Egypte. Hij moet daar als leider van zijn volk optreden, de Israëlieten van de slavernij bevrijden en uit Egypte wegleiden naar een nieuw land. De ontmoeting tussen Mozes en de farao loopt uit op een lange strijd om de vrijheid. De farao laat de Israëlieten pas vrij nadat er tien grote rampen over het land zijn gekomen. In de Bijbel worden ze de tien plagen genoemd. Telkens waarschuwt Mozes de farao dat God hem en het Egyptische volk zal straffen als hij het Joodse volk niet laat gaan. Pas na de tiende plaag geeft de farao toe en laat hij de Israëlieten gaan. Maar ook dan zijn de gevaren niet voorbij. De farao krijgt spijt dat hij zijn slaven laat vertrekken, en zet de achtervolging in met zijn leger. Als de Israëlieten bij de Rietzee door het Egyptische leger omsingeld zijn, zorgt God ervoor dat het water zich terugtrekt en er en pad ontstaat door de zee. Daarlangs kunnen de Israëlieten ontsnappen. Zodra de laatste Israëliet aan de andere kant aankomt, laat God het water terugstromen en verdrinkt het hele leger van de farao. Daarmee is de bevrijding van het volk Israël voltooid.

56


6.1  Vrijheid en regels 

2

Rebus

Los de rebus op, dan begrijp je waarom dit verhaal voor het Joodse volk zo belangrijk is. Oplossing:

57


6

Geen vrijheid zonder regels

6.2 Tien regels voor het leven  In de Bijbel wordt verteld dat er na de bevrijding uit Egypte in de woestijn Sinaï bij de berg Horeb, iets bijzonders gebeurt. Mozes trekt zich daar een aantal dagen op de berg terug voor een ontmoeting met God. Tijdens die ontmoeting krijgt Mozes van God regels die hij aan het volk moet doorgeven. Dit zijn de nieuwe leefregels voor het volk. Aan die regels en geboden moeten de Israëlieten zich houden, ook als ze in het nieuwe land zijn aangekomen. Die regels, geboden en verboden zijn kort samengevat in tien leefregels. Ze worden ook wel de tien geboden of de tien woorden genoemd. Ze vormen als het ware de grondwet voor de Israëlieten. Als iedereen zich eraan houdt, zullen de mensen in vrede met elkaar kunnen leven.

3

Tien leefregels Zoek in de Bijbel of op internet de tien leefregels op en vul hieronder de ontbrekende woorden in. Je kunt de Bijbelteksten vinden in Exodus 20 of Deuteronomium 5. 1 Ik ben de Heer, jullie na.

. Houd er geen

2 Maak geen

om ze te

3

mijn

4 Houd de 5 Heb

10 Wees niet

4

niet.

voor je

en je

.

.

7 Pleeg geen

9 Spreek geen

.

in ere.

6 Bega geen

8

goden op

. niet. over een ander. op iemand anders.

Welke leefregel wordt overtreden? Je ziet hier tien tekeningen. Welke leefregel hoort bij welke tekening? Zet het nummer van de leefregel bij de juiste afbeelding.

58


6.3  Eerbied voor je vader en moeder 

3

1

8

5

6

9

10

2

4

7

kleur van antwoord aanpassen!!! De kleuren moeten in spotkleur in het antwoordbeeld staan! Op deze manier blijft het antwoord staan in de NIET-oplossingen pdf. Met een script filteren we enkel de spotkleur uit de pdf, niet de kleur met cmyk-waarde. Als we het magenta eruit filteren is dit overal weg in het boek en dat is niet de bedoeling

6.3 Eerbied voor je vader en moeder  Waarom er in de tien geboden een aparte regel is voor de relatie tussen ouders en kinderen, begrijp je pas goed als je beseft dat de verhouding tussen ouders/ ouderen en kinderen/jongeren vroeger anders was dan nu. In vroegere culturen leefden mensen veel in familieverband of in samenlevingen van kleine dorpen of steden. Ouderen en jongeren waren daardoor heel goed op de hoogte van elkaars ervaringen. Op grond van hun levenservaringen hadden ouders en ouderen een bepaald gezag en werden ze met respect behandeld. Ouderen hadden ook de belangrijke taak om 'de tradities' van de familie of van het volk door te geven aan de volgende generatie. In onze cultuur is de rol van ouders en ouderen anders geworden. Kinderen gaan op jonge leeftijd naar school, krijgen een opleiding en worden voorbereid op een beroep. Het 'opleiden voor het leven' is zodoende voor een groot deel bij anderen terechtgekomen, vooral bij het onderwijs. Kinderen mogen in veel gezinnen ook over bepaalde dingen mee beslissen, terwijl vroeger de ouders beslisten wat er gebeurde. Veel kinderen vinden het ook gewoon dat ze onderhandelen met hun ouders over allerlei zaken. 59


6

Geen vrijheid zonder regels

5

Ouders en kinderen a Geef twee voorbeelden waaraan je kunt zien dat ouders en kinderen nu heel anders met elkaar omgaan dan ouders en kinderen vroeger.

b Geef twee voorbeelden waaraan je kunt zien dat ouders daarvoor niet meer zo belangrijk zijn als vroeger.

c Geef twee voorbeelden waaraan je kunt zien dat ouders daarvoor nog net zo belangrijk zijn als vroeger.

Survivaltips In het boek Hoe overleef ik mezelf van Francine Oomen gaat het onder andere over de verhouding tussen moeder en dochter. De 14-jarige Rosa heeft nogal wat problemen met haar moeder. Haar moeder is gescheiden en heeft een nieuwe vriend. Rosa kan niet zo goed met hem opschieten. In een e-mail aan haar vriendin klaagt ze dat ze van haar moeder niet veel mag. Daar baalt ze van en ze zint op wraak. Samen met haar vriendin Ester bedenkt ze een plan. Ze laat een tattoo zetten. Niet een echte, maar een nep-tattoo om haar moeder te laten schrikken. Haar moeder schrikt zich inderdaad rot en het wordt een flinke ruzie. Rosa krijgt huisarrest en haar zakgeld wordt ingehouden. Rosa denkt na over de ruzie. Ze vindt het toch wel vervelend dat ze vaak zo brutaal en gemeen tegen haar moeder doet. Maar ze vindt ook dat haar moeder anders met háár zou moeten omgaan. Ze heeft daarover laatst iets gelezen in een tijdschrift: survivaltips voor ouders. Die zou ze wel aan haar moeder willen laten zien! Hieronder staan ze. De laatste drie tips heeft Rosa zelf verzonnen.

Survivaltips voor ouders van pubers 1 Luister rustig naar wat je kind te zeggen heeft, onderbreek hem/haar niet. 2 Vraag hoe hij/zij zich voelt. 3 Word niet meteen boos en begin niet direct te schelden. 4 Behandel hem/haar niet als een klein kind, maar als een gelijke. 5 Straffen helpt niet, praten wel. 6 Geef hem/haar genoeg vrijheid. 7 Laat blijken dat je hem/haar vertrouwt. 8 Geef zoveel zakgeld als hij/zij nodig heeft. 9 En een heleboel kleedgeld. 10 En massa’s aandacht en liefde.

60


6.3  Eerbied voor je vader en moeder 

6

Survivaltips a Vind je dat Roos haar moeder met eerbied behandelt? ja/nee, omdat

b Noem twee dingen waarvan je het belangrijk vindt dat je die van je ouders hebt geleerd.

c Maak zelf een lijst van 5 survivaltips voor je ouders. 1. 2. 3. 4. 5.

7

Wat bespreek je met wie? a Je ziet een lijst met vragen waarmee je in je leven te maken kunt krijgen.

Met wie zou je de vragen bespreken?

61


6

beide ouders

vader

moeder

broer

zus

vriend(in)

opa

oma

een ander

niemand (beslis ik zelf)

Geen vrijheid zonder regels

• Hoe laat je na een feestje thuis moet komen.

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

• Hoeveel zakgeld je krijgt.

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

• Hoe je de ruzie met je beste vriend(in) moet oplossen.

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

• Wat je later voor beroep zult kiezen.

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

• Of je wel of niet (meer) naar de kerk gaat.

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

• Of je wel of niet zult gaan roken.

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

• Welke game je zult vragen voor je verjaardag.

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

• Hoe je een lekke band moet plakken.

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

• Hoe lang je dagelijks achter je laptop mag.

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

• Welke kleren je aandoet voor dat feestje.

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

• Naar welke filmpjes je kijkt.

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

• Hoe je het beste je huiswerk kunt maken.

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

• Hoe je die jongen/dat meisje duidelijk maakt dat je hem/haar heel aardig vindt.

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

• Als je antwoord wilt hebben op belangrijke levensvragen.

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

◯

Aantal keren aangekruist

b Tel op hoe vaak je bepaalde mensen hebt aangekruist. Zet de uitkomsten in de vakjes onderaan. Wie heb je het vaakst aangekruist?

Respect, man! Je hebt het vast wel eens gehoord: respect, man! Met zo'n uitspraak wil iemand de ander erop wijzen dat je respect voor hem moet hebben. Respect krijg je niet zomaar, maar moet je verdienen. Dat geldt voor jongeren, maar ook voor ouderen. En dat geldt ook voor ouders. Wanneer ouders hun kinderen van jongs af aan liefhebben en respecteren, dan mag je van kinderen verwachten dat zij hun ouders ook respecteren en liefhebben. 62


6.4  Steel niet

6.4 Steel niet  De achtste van de tien leefregels luidt 'Steel niet'. Je mag dus niet roven en stelen. Geen mensen, geen dieren en geen dingen. Bijna iedereen vindt het belangrijk dat anderen niet zomaar aan jouw spullen zitten. Maar deze leefregel betekent meer dan dat je niet stiekem iets van iemand mag afnemen. De regel wil ook zeggen dat we als samenleving niet mogen 'stelen'. We mogen mensen geen dingen onthouden waar ze recht op hebben: voedsel bijvoorbeeld, of een eerlijk loon, of een dak boven hun hoofd. Als er dus mensen zijn die te weinig te eten hebben, onderbetaald worden of als daklozen moeten leven, dan worden zij volgens deze leefregel dus 'bestolen'.

Boter en brood Een bakker kreeg boter van een boer en de boer brood van de bakker. Na een tijdje viel het de bakker op dat de stukken boter van de boer, die drie pond zouden moeten wegen, steeds lichter werden. Zijn weegschaal gaf hem gelijk en hij klaagde zijn boterleverancier aan bij de rechter. 'Uw stukken boter zouden niet het vereiste gewicht hebben', zei de rechter tegen de boer. 'Dit stuk zou drie pond moeten wegen, het weegt echter veel minder.' 'Dat is uitgesloten, meneer de rechter', zei de boer, 'ik heb het elke keer nagewogen.' 'Misschien kloppen uw gewichten niet', meende de rechter. 'Hoezo gewichten?' vroeg de boer stomverbaasd. 'Ik heb helemaal geen gewichten, die gebruik ik nooit'. 'Maar waar weegt u dan mee als u geen gewichten heeft', vroeg de rechter.' Heel eenvoudig', zei de boer, 'ik krijg mijn brood van de bakker en hij krijgt boter van mij. Een brood weegt drie pond, en dan doe ik het zo: ik leg dat brood links op de weegschaal en de boter rechts, en zo weeg ik dat af'.

8

De bakker en de boer a Wie heeft van wie gestolen?

b Wat vind je van het gedrag van de bakker?

63


6

Geen vrijheid zonder regels

9

Schrijfronde Hier staan vijf stellingen die te maken hebben met de leefregel 'steel niet'. Geef je mening over elke stelling op een apart blad papier. Je noteert het nummer van de stelling en schrijft jouw commentaar er meteen onder. De docent legt uit hoe deze schrijfronde verder gaat. Stellingen 1 Als je op straat een portemonnee met een bankpasje en 100 euro vindt, moet je dat melden bij het loket gevonden voorwerpen van de gemeente. 2 Als je in een supermarkt te veel wisselgeld terugkrijgt, hoef je daar niets van te zeggen, want de kassamedewerker moet maar beter opletten. 3 Op het illegaal downloaden van muziek en films moeten hoge straffen staan. Je benadeelt de maker van de muziek of de film. 4 Als je goedkoop een tweedehands iPhone kan kopen van een klasgenoot, moet je wel weten hoe hij eraan gekomen is. 5 Zwart werken moet voor jongeren kunnen, dat heeft niets met stelen te maken.

Andere leefregels De Tien Woorden zijn niet de enige leefregels die in de Tora staan. In de boeken Exodus, Leviticus en Deuteronomium staan bijvoorbeeld regels over offergebruiken, over reine en onreine dieren, over feesten, en voorschriften over hoe je om moet gaan met je medemens, enzovoort. De Tora zegt bijvoorbeeld dat de vele armen, wezen, weduwen en vreemdelingen niet hoeven te leven van aalmoezen. Zij hebben ook recht op een deel van wat het land opbrengt. De opbrengst van het land wordt als een geschenk van God gezien en is niet alleen voor de eigenaren van het land, maar voor het hele volk. Uit veel van die regels en voorschriften spreekt een belangrijke hoofdregel: mensen zijn verantwoordelijkheid voor elkaar. In de opdracht Vreemdeling zie je een voorbeeld van zo'n regel.

64


6.4  Steel niet

10

Vreemdeling De volgende leefregel komt uit het boek Leviticus. Wanneer een vreemdeling bij jullie in het land woont, dan mag je hem niet slecht behandelen. Je moet hem behandelen alsof hij een landgenoot van je is. Want jullie zijn ook vreemdeling geweest in Egypte.

a Aan welk verhaal worden de Israëlieten herinnerd in deze tekst? b Vind je dat in Nederland volgens deze Bijbeltekst gehandeld wordt? Geef een voorbeeld waarin dat wel gebeurt, en een voorbeeld waarvan je vindt dat deze Bijbeltekst niet nageleefd wordt. Ja, bijvoorbeeld Nee, bijvoorbeeld

65


7

Macht hebben en recht doen

7 Macht hebben en recht doen

Dit is een standbeeld van Vrouwe Justitia, naar het voorbeeld van de Romeinse godin van het recht. Zij wordt afgebeeld met twee attributen, een weegschaal en een tweesnijdend zwaard. De weegschaal symboliseert het zorgvuldig afwegen van de argumenten die bij een rechtszaak tot een oordeel moeten leiden. Het zwaard is het symbool voor de macht om het vonnis van de rechtbank te voltrekken, De macht is in een rechtsstaat dus altijd ondergeschikt aan het recht. Vrouwe Justitia zelf wordt vaak afgebeeld als een vrouw met blinde ogen, maar ook wel als een figuur die een blinddoek draagt. In beide gevallen wijst dit naar de onpartijdigheid van de rechtsspraak, waarbij de rechter niet een van de partijen 'naar de ogen zal kijken' en zonder aanzien des persoons tot zijn vonnis zal komen.

In dit hoofdstuk leer je: • wat democratie is, • nadenken aan welke eisen een machthebber (zoals een burgemeester of koning) zou moeten voldoen, • aan welke eisen een koning moet voldoen volgens de Bijbel, • koningen en profeten in de Bijbel kennen, zoals David, Natan, Salomo en Achab, • over machtsmisbruik in deze tijd en wat je er tegen kunt doen. 66


7.1  Mensen die macht hebben

7.1

Mensen die macht hebben  Democratie Nederland is een democratie, dat woord betekent letterlijk: volksregering. In de praktijk houdt dit in dat alle mensen mogen meepraten en meebeslissen over wat er in het land gebeurt. In Nederland is dat geregeld in de grondwet. Iedereen van 18 jaar en ouder mag aan verkiezingen meedoen. Dit kan zowel actief door je stem uit te brengen, als passief door je via een politieke partij verkiesbaar te stellen. Verkiezingen zorgen ervoor dat er een regering komt, waar de Ambtsketen van de burgemeester van Amsterdam meerderheid van het volk het mee eens is. Ook een gemeente wordt bestuurd door een soort regering, namelijk het 'college van burgemeester en wethouders'. Dat college wordt samengesteld uit de gemeenteraad, die bestaat uit mensen die via verkiezingen gekozen zijn. De voorzitter van de gemeenteraad is de burgemeester. In Nederland wordt een burgemeester niet gekozen, maar door de gemeente voorgedragen en daarna door de koning benoemd. Voordat de gemeenteraad een man of vrouw voordraagt voor het burgemeesterschap, wordt er een 'profiel' samengesteld waarin de gewenste eigenschappen en kwaliteiten worden genoemd van de kandidaat-burgemeester.

1

Eigenschappen van een burgemeester Stel dat jij zou mogen meebeslissen over het profiel van een nieuwe burgemeester van jouw gemeente. Welke eigenschappen en kwaliteiten zou jij dan heel belangrijk vinden? Kies de eigenschappen en kwaliteiten die jij belangrijk vindt voor een burgemeester. Een burgemeester moet ... □ de Nederlandse nationaliteit hebben □ betrouwbaar zijn □ goed kunnen luisteren naar de bevolking □ goed met mensen kunnen omgaan □ bij een religie horen □ oog hebben voor economische belangen □ laten zien de baas te zijn als het nodig is □ openstaan voor wensen van jongeren □ bereid zijn om in de gemeente te wonen □ minimaal een hbo opleiding hebben gehad □ zuinig zijn met het geld van de gemeente

67


7

Macht hebben en recht doen

Alleenheersers Een paar eeuwen terug was er in de meeste Europese landen geen democratie. Koningen of keizers hadden meestal alle macht in handen. Ze konden daarom doen en laten wat zij wilden, want ze vonden dat zij boven de wetten voor het volk stonden. Het gewone volk had niets te vertellen. Ook in het vroegere Israël waren er alleenheersers. Maar er werden wel eisen aan een koning gesteld. In de Bijbel, in het boek Deuteronomium, komt namelijk het volgende rijtje eisen voor, waaraan een koning in Israël zou moeten voldoen.

Een beroemde Europese alleenheerser uit de 17e eeuw was de Franse koning Lodewijk IV, ook wel de Zonnekoning genoemd.

Een koning in Israël ... 1 ... moet tot het eigen volk behoren, hij mag geen buitenlander zijn. 2 ... mag niet grote aantallen paarden aanschaffen (voor zijn leger). 3 ... mag niet veel vrouwen nemen. 4 ... mag geen grote hoeveelheden goud en zilver bezitten. 5 ... moet de wetten kennen en moet zich aan het wetboek houden. 6 ... moet ontzag hebben voor God. 7 ... mag zich nooit boven het volk verheven voelen.

2

Eisen aan een koning a Noem twee van de zeven eisen, die jij ook in onze tijd nog belangrijk vindt. • •

b Noem twee van de zeven eisen, die jij in onze tijd niet meer van belang vindt. • •

c Ook in de 21e eeuw zijn er alleenheersers die in hun land als een dictator optreden. Noem een voorbeeld.

68


7.1  Mensen die macht hebben

Profeten Soms komen mensen in verzet tegen de alleenheerschappij van iemand. Ze waarschuwen voor mensen die van hun macht misbruik maken. Ze vinden dat de wet voor iedereen geldt en door iedereen nageleefd moet worden, of hij nu koning of president of een gewone burger is. In de Bijbel worden mensen die waarschuwen tegen machtsmisbruik, profeten genoemd. Ze protesteren tegen onrecht in de samenleving. Meestal hebben ze kritiek op de koning, maar ook wel op rijke mensen die armen aan hun lot overlaten. De profeet Samuël waarschuwde zijn landgenoten, toen zij bij hem kwamen, omdat ze graag een koning wilden. Hij waarschuwt voor drie soorten onrecht die een koning kan begaan, namelijk: • dwangarbeid, • afpersing, • slavernij.

3

Waarschuwing van Samuël Lees de waarschuwing van Samuël. Hij noemt zeven voorbeelden van mogelijk machtsmisbruik door een koning. Samuël zegt onder andere: Pas op wanneer er een koning over je regeert, want ... 1 Jullie zonen zullen dienst moeten doen in het leger van de koning. Ze zullen zijn strijdwagens en wapens in orde moeten maken. 2 Jullie zonen zullen ook zijn akkers moeten ploegen en zijn oogst binnenhalen. 3 Jullie dochters zal hij aanstellen om de maaltijden te koken en om allerlei lekkernijen te bakken. 4 Jullie beste landerijen, wijngaarden en olijfgaarden zal hij afpakken en aan zijn vrienden aan het hof geven. 5 Van de oogst van de akkers en de wijngaarden zal hij 10% voor zichzelf opeisen, en dat zal hij ook weer aan zijn vrienden geven. 6 Hij zal jullie sterkste dienaren van jullie afnemen en voor zichzelf laten werken. 7 In het ergste geval zal hij jullie zelf tot slaven maken.

a Kies bij elk voorbeeld om welke van de drie onrechten hierboven het gaat.

waarschuwing waarschuwing waarschuwing waarschuwing waarschuwing waarschuwing waarschuwing 1 2 3 4 5 6 7 • Dwangarbeid

□

□

□

□

□

□

• Afpersing

□

□

□

□

□

□

• Slavernij

□

□

□

□

□

□

□

□

b Lees nog eens waarschuwingen 1 en 5. Geef twee voorbeelden van verplichtingen (vroeger of nu) die heel veel lijken op deze twee voorbeelden van onrecht van Samuël. Geef ook aan of je het dwangarbeid of afpersing vindt of niet. • Waarschuwing 1: Is dit onrecht? • Waarschuwing 5: Is dit onrecht?

69


7

Macht hebben en recht doen

7.2 Opmerkelijke verhalen over koningen  Koning David Een beroemde koning uit de verhalen van de Israëlieten is koning David (± 1000 v.c.j.). Hij heeft volgens de Bijbel veel goede dingen voor het volk gedaan. Hij heeft vijanden verslagen en zijn volk vrede gebracht. Hij maakte Jeruzalem tot hoofdstad en woonde daar in een mooi paleis. Net als koningen in de buurlanden had hij een harem met veel vrouwen, veel bedienden en heel veel bezittingen. Wat dat betreft voldeed hij dus niet aan de eisen aan een koning uit het boek Deuteronomium. En ook was niet alles wat koning David deed, mooi en goed. Soms maakte hij misbruik van zijn macht, zoals blijkt uit het onderstaande verhaal.

v.c.j. betekent: voor christelijke jaartelling

Koning David en Batseba Op een dag wandelt David over het platte dak van zijn paleis heen en weer om van de koele wind te genieten. Hij geniet van het uitzicht over Jeruzalem. Als hij op een gegeven moment wat meer naar beneden kijkt ziet hij op een lager gelegen plat dak een heel mooie vrouw. Ze heeft zich juist uitgekleed om een David begluurt Batseba, Schilderij van Jean-Léon Gérome (1824-1904) bad nemen. David kan zijn ogen niet van haar afhouden en wil meer van die vrouw weten. Hij vraagt een van zijn dienaren wie die vrouw is. 'Dat is Batseba, de vrouw van Uria. Uria is een soldaat uit uw leger,' zegt de dienaar. David geeft opdracht om Batseba uit te nodigen voor een ontmoeting. Batseba durft dat niet te weigeren en de ontmoeting met David verandert haar leven. David wordt namelijk verliefd op haar en hun samenzijn duurt zelfs enkele dagen en nachten. Korte tijd nadat Batseba weer naar haar eigen huis is terug gegaan, ontdekt zij dat ze zwanger is. Zij laat dat meteen aan David weten, die door dat bericht een lichte paniek voelt opkomen, want daar had hij niet op gerekend. Bovendien wil hij absoluut niet dat de mensen over hem zullen roddelen. Daarom bedenkt hij het volgende plan. David stuurt een koninklijk bevel naar zijn hoogste generaal om de dappere officier Uria met verlof naar huis te sturen. Hij rekent er helemaal op dat Uria op die vrije dagen thuis bij zijn vrouw zal slapen en dat iedereen begrijpt dat Batseba's zwangerschap daar het gevolg van is. Maar het loopt totaal anders. Uria komt overdag wel naar huis, maar uit plichtsbesef wil hij de nachten in de kazerne slapen, bij zijn manschappen. Davids plan mislukt dus en hij is ten einde raad. Hij moet een ander plan bedenken, want hij wil volstrekt niet dat men in het land zal zeggen dat koning David vreemd is gegaan met de vrouw van een van zijn legerofficieren. 70


7.2  Opmerkelijke verhalen over koningen

Daarom schrijft David een brief aan zijn hoogste generaal Joab. Daarin staat: 'Zet Uria bij de volgende aanval op de plaats waar het zwaarst gevochten wordt. Roep dan de andere soldaten terug, zodat Uria alleen komt te staan en dodelijk gewond zal raken.' Zoals David het voorstelt, zo gebeurt het ook. Uria wordt bij een vijandelijke aanval naar de voorste linies gestuurd en daar door boogschutters gedood. Het bericht van Uria's dood wordt aan een opgeluchte David overgebracht. Ook Batseba hoort dat haar man is omgekomen. Na de verplichte tijd van rouw laat David Batseba bij zich in het paleis komen en hij neemt de weduwe tot zijn vrouw. Maanden later krijgen Batseba en David een zoon.

4

David en Batseba a Op welk moment ging David in de fout? b Op welk moment vond David dat hij in de problemen kwam?

c Hoe probeert David dat probleem op te lossen? d Op welk moment in het verhaal vind jij dat David het ergste misbruik van zijn macht maakt? Leg je antwoord uit.

Koning David en Natan Verteller

Natan

David

Na de dood van Uria leek het alsof alles goed was afgelopen voor David. Er kwamen geen roddelverhalen over de koning en Batseba bleef niet als een arme weduwe en ongehuwde moeder achter. Maar dan komt er op een dag een man naar het paleis. Het is de profeet Natan. Hij vraagt op sombere toon of hij de koning kan spreken. David vraagt zich af wat de profeet te vertellen heeft. Wanneer Natan het paleis is binnengelaten en voor de koning staat, begint hij meteen: Koning David, hier in de buurt woont een rijke man. Hij heeft in zin stallen veel vee: runderen, schapen, geiten. Hij heeft meer beesten dan hij tellen kan. Naast hem woont een arme man, die maar één klein schaap heeft. Hij heeft het als lammetje gekocht en zorgt er goed voor, alsof het zijn kind is. Nu komt er een hoog bezoek bij die rijke man. Die wil een feestmaal aanrichten voor zijn gasten. Maar hij vindt het jammer om een van zijn eigen dieren te slachten voor de maaltijd. Dus wat doet hij? Hij pikt gewoon dat ene schaap van zijn buurman. (woedend) Wat zeg je? Dat kan natuurlijk niet! Wat een smerige misdaad. En dat is hier in de buurt gebeurd? Die man moet onmiddellijk voor het gerecht gesleept worden. Daar moet de doodstraf op staan. Vooruit, zeg op, wie is die man? 71


7

Macht hebben en recht doen

Even is het stil. Dan loopt de profeet met een uitgestoken wijsvinger recht op de koning af. David wordt bleek van schrik. Jij, koning David, jij bent die man! Plotseling ziet de koning er heel moe uit. Hij beseft opeens wat Natan bedoelt met zijn verhaal. Hij ziet de gezichten van Uria en van Batseba voor zich en hij weet dat hij een moordenaar is. Hij verbergt zijn gezicht in zijn handen. Koning David, geef jij nu op deze manier het voorbeeld aan de mensen in je land? Jij hebt je van God of zijn geboden niets aangetrokken. Omdat jij de vrouw van een andere man wilde hebben, heb jij die man gedood. Deze moord zal voor jou en je familie nog slechte gevolgen hebben.

5

Profeet Natan De profeet Natan vertelde een verhaal. Hij had met de rijke boer en de arme buurman natuurlijk bepaalde mensen op het oog. Vul in wie of wat de profeet bedoelde in zijn verhaal. • de rijke boer • zijn arme buurman • het vele vee van de rijke • het schaap van de arme

6

David en de eisen aan een koning a Denk nog eens terug aan de zeven eisen (op blz. XX) waaraan een koning in Israël moet voldoen. Aan welke eisen heeft David niet voldaan?

Koning Salomo Koning Salomo, de zoon van David en Batseba, staat in de Bijbelverhalen vooral bekend om twee dingen: zijn grote rijkdom en zijn grote wijsheid. Die wijsheid had hij in de praktijk ook wel nodig, want een koning was in die tijd vaak ook rechter. Over de macht en de rijkdom van Salomo, en over zijn leven in extreme weelde, wordt in het Bijbelboek Koningen onder andere het volgende verteld.

Salomo's leven in luxe Salomo heeft zijn hart verloren aan vrouwen. Hij bezit een harem met zevenhonderd vrouwen en driehonderd bijvrouwen. Maar die vrouwen brengen hem op de verkeerde weg, want Salomo vindt het goed dat zijn vrouwen wierook branden voor hun eigen goden en ook dat ze offers brengen voor vreemde godenbeelden. Salomo laat ook een grote troon maken die met ivoor is ingelegd en met zuiver goud 72


7.2  Opmerkelijke verhalen over koningen

overtrokken. In geen enkel koninkrijk was zoiets ooit eerder gemaakt. Alle drinkbekers van koning Salomo zijn van zuiver goud. Salomo krijgt jaarlijks aan belastingen wel twintigduizend kilo goud binnen. Hierbij is nog niet meegerekend wat hij met de handel verdient. Want koning Salomo heeft een koopvaardijvloot die eens in de drie jaar terugkeert met een rijke vracht aan goud, zilver, ivoor, apen en pauwen.

7

Salomo's rijkdom a Vergelijk de tekst Salomon's leven in luxe over Salomo met de Eisen aan een koning (blz. xx). Noem twee voorbeelden van eisen waar Salomo zich niet aan hield. 1 2

Salomo's wijsheid In het volgende verhaal lees je dat koning Salomo op een dag als rechter moet optreden. In die rechtszaak wordt duidelijk dat hij veel wijsheid heeft in het omgaan met zijn volk.

Salomo's oordeel Eens kwamen er twee vrouwen naar Salomo. Ze hadden allebei een pasgeboren kind bij zich. Het ene kind was dood en het andere leefde. Die twee vrouwen woonden in hetzelfde huis en sliepen in dezelfde kamer. Toen ze voor de rechtbank stonden, zeiden beide vrouwen hetzelfde tegen Salomo: 'Het levende kind is van mij en het dode kind is van haar. Vanmorgen vroeg heeft zij de kinderen verwisseld!' Het was duidelijk dat er één loog, maar wie? Salomo zei: 'Breng mij een zwaard. Hak het levende kind in tweeën en geef elk de helft.' Salomo's oordeel , mozaïek in Westminster Beide vrouwen schrokken. Maar de ene reageerde Cathedral van Clayton en Bell (1912). verder niet, alsof het haar niet uitmaakte wat er gebeurde. De andere vrouw riep: 'Nee, niet doen. Geef het kind dan maar aan haar!' Salomo zei: 'Jij bent de moeder van het levende kind. Neem het en ga naar huis.'

8

Wie is de moeder? a Hoe zou je tegenwoordig het probleem van de moeders en het kind kunnen oplossen?

73


7

Macht hebben en recht doen

Koning Achab Na de regering van koning Salomo valt zijn koninkrijk uiteen in een noordelijk en zuidelijk rijk. In het noordelijke rijk regeert op een gegeven moment koning Achab. Hij is getrouwd met een prinses uit Libanon, Izebel. En deze vrouw vereert een andere god dan de god van Israël. Daarbij heeft zij ook haar eigen ideeën over de macht van de koning over zijn onderdanen. Dat wordt duidelijk in het verhaal 'De wijngaard van Nabot'.

De wijngaard van Nabot Verteller

Achab

Nabot

Izebel

Elia

Er was eens een zekere Nabot die een wijngaard bezat die grensde aan de paleistuin van koning Achab. De koning wil die wijngaard van Nabot er graag bij hebben, zodat zijn eigen tuin groter wordt. Hij gaat naar het huis van Nabot en zegt: Laten we ruilen. Ik heb verderop een prachtige wijngaard met vruchtbare grond die groter is dan jouw wijngaard. Je mag hem hebben als ik jouw wijngaard krijg. Aan het gezicht van Nabot is af te lezen dat hij er niets voor voelt. Achab dringt aan. Geld speelt geen rol. Ik wil er ook best wel een goede prijs voor betalen en je krijgt mijn wijngaard er gratis bij. Maar Nabot slaat het gulle aanbod van de koning af. Het is een mooi aanbod, koning. Maar de wijngaard is een erfenis van mijn vader. Die kan ik niet verkopen. Teleurgesteld en boos gaat Achab terug naar zijn paleis. Daar gedraagt hij zich als een klein kind. Mokkend gaat hij op een bank liggen. Zijn vrouw Izebel ziet hem liggen en vraagt: Wat mankeert jou? Ach niets. Nabot wil zijn wijngaard niet aan mij verkopen. Wacht maar, ik zal dat varkentje wel even wassen. Kom jij nu maar van die bank af. Het duurt enkele maanden, maar dan komt Izebel in actie. Het is een warme zomer en er heerst een grote droogte in het land. Dat brengt Izebel op een idee. Ze roept een dienaar en zegt tegen hem: Laat alle mensen in het hele land gaan vasten om de god Baäl gunstig te stemmen. Dan zal de droogte ophouden en gaat het weer regenen en wordt het land weer vruchtbaar. 74


7.2  Opmerkelijke verhalen over koningen

Izebel verwacht dat Nabot niet aan de buitenlandse god Baäl zal offeren. Hij zal trouw blijven aan de god van Israël, die heeft gezegd dat je geen andere goden mag aanbidden. Ze zegt tegen twee dienaren: Houd Nabot goed in de gaten. Als hij zich niet aan het vasten houdt en toch eet, dan moet je het mij vertellen. Dan kan ik hem aanklagen. Het plan van Izebel lukt. Nabot blijft trouw aan zijn god en wordt door Izebel aangeklaagd. Hij wordt ter dood veroordeeld. Hij wordt buiten de stad gebracht en daar gestenigd. Daarna gaat zij naar Achab en zegt: Zo Achab, die wijngaard kun je krijgen, want Nabot is dood. De volgende dag al loopt Achab tevreden door de wijngaard van Nabot. Opeens komt er een man aanlopen. Het is de profeet Elia. Hij is woedend en zegt: Achab, je hebt je helemaal niets aangetrokken van God en van zijn Tien Geboden! Een koning die zó omgaat met zijn onderdanen, mag geen koning blijven. Jij en Izebel zullen hiervoor gestraft worden. En zo loopt het verhaal af. Aan de heerschappij van Achab, Izebel en hun zonen komt snel een einde.

9

De wijngaard van Nabot In dit verhaal hebben de hoofdpersonen allemaal hun eigen idee over wat er met de wijngaard moet gebeuren. a Wat wil koning Achab?

b Wat wil boer Nabot? c Hoe reageert Achab op het antwoord van Nabot?

d Hoe reageert koningin Izebel hierop?

75


7

Macht hebben en recht doen

10

Achab en Izebel Lees het verhaal van de wijngaard van Nabot nog eens door. Vergelijk het verhaal met de tien leefregels. a Kies de regels die volgens jou zijn overtreden □ 1. Ik ben de Heer, jullie God. Houd er geen andere goden op na. □ 2. Maak geen godenbeelden om ze te vereren. □ 3. Misbruik mijn naam niet. □ 4. Houd de sabbat in ere. □ 5. Heb eerbied voor je vader en moeder. □ 6. Pleeg geen moord. □ 7. Pleeg geen overspel. □ 8. Steel niet. □ 9. Spreek geen kwaad over een ander. □ 10. Wees niet jaloers op iemand anders. b Noem bij elke leefregel die je gekozen hebt, de persoon of de personen die die regel hebben overtreden • • • • •

Profetische stemmen in onze tijd De profeten Natan en Elia protesteerden tegen het machtsmisbruik en de misdaden van de koningen David en Achab. Ook in onze tijd zijn er mensen die protesteren tegen machtsmisbruik en onrecht. Want ook nu nog zijn er allerlei landen waar politieke leiders zich niets aantrekken van de rechten van hun onderdanen. Mensen mogen daar bijvoorbeeld niet voor hun mening uitkomen Of ze worden in de gevangenis gegooid vanwege hun geloof, hun politieke overtuiging of geaardheid. Een organisatie die al sinds 1961 protesteert tegen onrecht dat mensen wordt aangedaan, is Amnesty International. Op hun website www.amnesty.nl kan je lezen waar zij voor staan en waartegen ze zich verzetten. Er staan verschillende acties op hun site, die je kunt steunen. Een voorbeeld zie je in de tekst Acht jaar cel voor scholier uit Wit-Rusland.

Acht jaar cel voor scholier uit Wit-Rusland In april werd scholier Emil Ostrovko (17) gearresteerd. De politie beschuldigde hem van het rondbrengen van illegale drugs. De baas van Emil misbruikte hem als drugskoerier. Om wat bij te verdienen werkte Emil als koerier voor een online bedrijfje. In de pakketjes die hij rondbracht, zat volgens zijn werkgever legale rookwaar. Dat bleek een leugen: het waren drugs. Emil kreeg acht jaar cel. Hij mag in de gevangenis zijn school niet afmaken. De eigenaar van het bedrijf waarvoor Emil werkte, wordt niet vervolgd. Wat kun jij doen? Roep de Wit-Russische autoriteiten op om Emil onmiddellijk vrij te laten en zijn strafblad te wissen. Dowload de voorbeeldbrief. 76


7.2  Opmerkelijke verhalen over koningen 

11

Amnesty International Kies een van de acties op de website van Amnesty International. Schrijf daarover een gedicht, een lied of een rap. Of maak er een filmpje, een actiekrant of poster over. Maak in elk geval duidelijk waar het onrecht over gaat en geef er je eigen reactie op hoe het volgens jou kan worden veranderd.

77


8

Verhalen over Jezus

8 Verhalen over Jezus

Een kerststal in een kathedraal in Montreal, Canada. Over de hele wereld worden in de kersttijd kerststallen gebouwd. De kerststal is een uitbeelding van het verhaal van de geboorte van Jezus. Het idee voor een kerststal komt van Franciscus van Assisi, die in 1223 in het Italiaanse dorp Greccio de geboorteverhalen in de Bijbel door dorpsbewoners liet uitbeelden. Kenmerkend voor elke kerststal is de kribbe (voederbak) met daarin het kind Jezus, met aan weerskanten moeder Maria en vader Jozef. Traditioneel zijn er bij de kribbe ook een os en een ezel te zien. Verder zijn er bij deze kerststal nog zes mensen afgebeeld die het pasgeboren kind komen bezoeken: links drie herders en rechts drie wijzen.

In dit hoofdstuk leer je: • • • • • • 78

over de geboorte van Jezus en de verschillende verhalen daarover in de Bijbel, wat een evangelie is, wat apostelen zijn en wie dat waren, over discussies tussen Jezus en de joodse geleerden over de uitleg van de Tora, over het lijdensverhaal van Jezus, zijn dood en zijn opstanding, hoe Jezus voortleeft in christelijke organisaties die mensen in nood helpen.


8.1  Lucas en Matteüs vertellen

8.1

Lucas en Matteüs vertellen  Evangeliën De verhalen over Jezus van Nazaret zijn verzameld in de eerste vier geschriften van het Nieuwe Testament. Deze geschriften worden de evangeliën genoemd. Het woord evangelie betekent letterlijk 'goede boodschap'. In het Nieuwe Testament komen vier evangeliën voor: die van Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Opvallend is dat de verhalen in de evangeliën vooral gaan over de laatste drie jaren van Jezus' leven en zijn levenseinde. Over de jonge jaren van Jezus, zijn opleiding of beroep, wordt in het Nieuwe Testament bijna niets verteld. Alleen Matteüs en Lucas vertellen een geboorteverhaal van Jezus, met opvallende gebeurtenissen daaromheen. Allebei doen ze dat op hun eigen manier en hun verhalen verschillen behoorlijk van elkaar.

Lucas vertelt Lucas vertelt in zijn evangelie het volgende over de geboorte van Jezus: 1 In Nazaret wonen Jozef en Maria, zijn aanstaande vrouw. Op een dag verschijnt er een engel aan Maria en zegt: Je zult zwanger worden en een zoon krijgen die je Jezus moet noemen. 2 Negen maanden later laat de Romeinse keizer Augustus een volkstelling houden, waarbij Jozef en Maria zich moeten laten registreren in Betlehem. 3 Daar aangekomen merkt Maria dat ze op het punt van bevallen staat, maar ze kunnen nergens een gastenverblijf vinden. 4 Die nacht bevalt Maria van haar eerstgeboren zoon. Ze wikkelt hem in een doek en legt hem in een kribbe, een voederbak voor dieren. 5 Niet ver daarvandaan, in het open veld buiten de stad, brengen herders de nacht door en houden de wacht bij hun kudde. 6 Plotseling verschijnt er bij hen een engel van God. De herders worden bang, maar de engel stelt hen gerust en zegt dat hij goed nieuws heeft. 7 Dat goede nieuws is dat die nacht in Betlehem voor hen een redder is geboren, de messias. De herders kunnen het pasgeboren kind vinden in een kribbe. 8 Als de engel weer is weggegaan, besluiten de herders naar Betlehem te gaan om met eigen ogen te zien wat daar gebeurd is. 9 De herders vinden Jozef en Maria bij de kribbe waarin het kind ligt. Als ze dat zien, vertellen ze wat de engel daarover gezegd heeft. 10 Acht dagen later wordt het jongetje volgens de joodse regels besneden en krijgt dan de naam Jezus.

79


8

Verhalen over Jezus

Matteüs vertelt Matteüs vertelt in zijn evangelie het volgende over de geboorte van Jezus: 1 Jozef en Maria, wonend in Betlehem, hebben al plannen om te trouwen als Maria plotseling in verwachting blijkt te zijn. 2 In een droom verschijnt een engel aan Jozef, die zegt dat hij Maria niet moet verstoten, want zij is zwanger door de Heilige Geest. 3 Jozef doet wat de engel heeft gezegd. Hij neemt Maria bij zich in huis en als ze bevalt van een zoon, geeft hij hem de naam Jezus. 4 Er komen wijzen naar Jeruzalem, op zoek naar de pasgeboren koning van de Joden. Door een opgaande ster weten zij dat die geboren is. 5 Herodes, koning in Jeruzalem, laat navraag doen bij priesters en geleerden waar die 'nieuwe koning der Joden' is geboren. 6 Joodse schriftgeleerden lezen in teksten in het Oude Testament dat de 'messias' geboren zal worden in Betlehem. 7 Herodes stuurt daarop de wijzen naar Betlehem. Hij geeft ze opdracht om hem te laten weten wat ze daar aantreffen. 8 De wijzen gaan met die opdracht naar Betlehem. De ster gaat voor hen uit en blijft stilstaan boven het huis waar het kind is. 9 Blij gaan ze het huis binnen. Daar zien ze de moeder met het kind. Uit eerbied geven ze het kind geschenken: goud, wierook en mirre. 10 In een droom worden de wijzen gewaarschuwd om niet terug te gaan naar Herodes, dus nemen ze een andere weg naar huis.

1

Kerststal a In de kerststal op de foto zie je dat de twee verhalen van Lucas en Matteüs gecombineerd zijn. Kies welk element in het verhaal van Lucas en welk in dat van Matteüs te vinden is. Je kunt ook beiden kiezen. Kies Geen als het in geen van beide verhalen voorkomt.

80

Lucas

Matteüs

Geen

• Een stal

□

□

□

• Een kribbe

□

□

□

• Pasgeboren Jezus

□

□

□

• Jozef

□

□

□

• Maria

□

□

□

• Herders

□

□

□

• Schapen

□

□

□

• Een os

□

□

□

• Een ezel

□

□

□

• Een kameel

□

□

□

• Wijzen of magiërs

□

□

□


8.1  Lucas en Matteüs vertellen

De geboorte van Jezus en onze jaartelling Soms hoor je wel eens dat Jezus is geboren 'in het jaar nul'. Dat is een wat merkwaardige uitdrukking, want het jaar nul heeft nooit bestaan. De vraag wanneer Jezus is geboren, is niet zo gemakkelijk te beantwoorden. Matteüs en Lucas zeggen hier verschillende dingen over. Lucas vertelt dat Jezus is geboren in het jaar waarin Quirinius, de landvoogd over Syrië en Judea, een grote volkstelling moest organiseren. Dit gebeurde tijdens de regering van de Romeinse keizer Augustus. Matteüs vertelt dat Jezus is geboren tijdens het koningschap van Herodes de Grote. Het probleem daarbij is, dat deze koning al negen jaar vóór de volkstelling van Quirinius was gestorven. Tussen de gegevens van Matteüs en Lucas bestaat dus een verschil van bijna tien jaar. Toen later een geleerde monnik de christelijke jaartelling wilde invoeren, beginnend met het geboortejaar van Jezus, liep hij tegen dit tijdverschil in de evangeliën aan. Hij koos toen voor het jaar dat ongeveer in het midden ligt en noemde dat jaar 1 van de christelijke jaartelling. Tyrus Caesarea Filippi

gebied bestuurd door: Herodes Antipas

SYRIË

Pontius Pilatus

GALILEA

Ptolemaïs

Kafarnaüm Karmel

Betsaïda

Meer van Galilea

Kana Nazaret

ndse

Zee

Gadara

DEKAPOLIS

e lla

Caesarea

id d

SAMARIA

M

Gerizim Joppe

Jericho

Emmaüs

Gerasa

Jordaan

Sichem

PEREA

Jeruzalem

Betlehem Askelon

JUDEA

Hebron

Dode Zee

Gaza Massada

0

25

50 km

Kaart van het Joodse land in de tijd van Jezus

De naam van Jezus De naam Jezus is de Griekse vertaling van de Hebreeuwse naam Jozua, die 'God redt' betekent. De aanduiding Christus is de Griekse vertaling van het Hebreeuwse 'Messias', dat 'Gezalfde' betekent. Van Christus is het woord 'christenen' afgeleid. De naam 'Jezus van Nazaret' verwijst naar het dorp Nazaret waar Jezus is opgegroeid. Deze plaats lag in de noordelijke provincie Galilea. Voor de Romeinen was dat gebied berucht, omdat er onder de Galilese bevolking veel verzetsstrijders waren die aanslagen pleegden tegen de Romeinse overheersing. 81


8

Verhalen over Jezus

Jezus en de twaalf discipelen Wanneer Jezus ongeveer 30 jaar is, begint hij bekend te worden als een rabbi, een toraleraar. Evenals andere joodse leraren in die tijd had ook Jezus een groep leerlingen, die bijna dagelijks bij hem waren. In het Nieuwe Testament wordt voor het woord leerlingen vaak het Latijnse woord discipelen gebruikt. De meest trouwe kring van leerlingen bestond uit twaalf mannen, die bijna allemaal uit Galilea afkomstig waren. Een deel van hen was oorspronkelijk visser van beroep. Na Jezus' dood werden deze discipelen apostelen (uitgezondenen) genoemd, omdat zij de taak hadden het evangelie te verkondigen. Van de groep van twaalf discipelen zijn er drie die vaker genoemd worden dan de anderen. Dat zijn Petrus, Jakobus en Johannes. Je zou kunnen zeggen dat ze Jezus' vertrouwelingen zijn. Bij een aantal gelegenheden neemt Jezus alleen deze drie met zich mee.

2

Apostelen a In deze opdracht zie je afbeeldingen van apostelen. Elke apostel draagt een voorwerp dat kenmerkend voor hem is. Die voorwerpen komen soms uit het Nieuwe Testament, maar ook uit later overgeleverde verhalen. De apostelen zijn: Andreas, Jakobus, Petrus, Philippus en Johannes. Lees de beschrijvingen van deze vijf apostelen.

Andreas Andreas was visser in Galilea totdat hij volgeling van Jezus werd. Na zijn dood ging hij het geloof in Jezus Christus bekendmaken, wat tot zijn kruisiging aan een x-vormig kruis leidde.

Jakobus Jakobus was van oorsprong visser in Galilea. Na de opstanding van Jezus ging hij het evangelie verkondigen tot in Santiago de Compostela in het Noord-Westen van Spanje. Een pelgrimsstaf en een schelp op de hoed verwijzen hiernaar.

Petrus Petrus was een visser uit Galilea. Jezus zei dat hij Petrus de sleutels zou geven van het 'koninkrijk der hemelen'. Na de arrestatie van Jezus heeft Petrus uit angst verklaard dat hij hem niet kende. Op het moment dat er een haan kraaide, realiseerde hij zich zijn leugen en had hij daar diep berouw over.

Philippus Philippus was een visser in Galilea die door Jezus werd geroepen om zijn volgeling te zijn. Hij verkondigde na het sterven van Jezus het evangelie tot in het huidige Turkije. Volgens de overlevering bezat hij een kruisstaf en een boek met heilige teksten.

82


8.2  Jezus vertelt

Johannes Johannes was een van de eerste discipelen van Jezus. Hij wordt gezien als de schrijver van het evangelie van Johannes. Daarom wordt hij vaak afgebeeld met een boek en schrijfmateriaal. Zet bij elk beeld de naam van de apostel.

8.2 Jezus vertelt  Jezus als toraleraar Toen Jezus als toraleraar rondtrok door het land, sprak hij veel met de mensen die hij ontmoette. Hij gaf advies over de uitleg van de Tora en soms vertelde hij een verhaal als toelichting bij zijn woorden. Volgens de evangeliën kwamen er vaak grote groepen mensen naar Jezus luisteren. Het viel wel op dat Jezus geen onderscheid maakte tussen de mensen met wie hij omging. Hij had een open oog en oor voor iedereen, ook voor mensen die zich niet zo precies aan de regels van de Tora hielden. Dit laatste viel verkeerd bij sommige Farizeeën en schriftgeleerden, die in hoog aanzien stonden bij het gewone volk.

Schilderij van James Tissot (1836-1902) waarop farizeeën en schriftgeleerden te zien zijn. Deze joodse geleerden discussieerden regelmatig over hoe de voorschriften uit de Tora nageleefd moeten worden. Volgens veel Farizeeën is het beter voor vrome joden om in het dagelijkse leven niet om te gaan met mensen die zich niet aan de Tora houden.

Op een dag werd Jezus uitgenodigd op een feest van iemand die voor de Romeinen werkte als belastingontvanger. In tegenstelling tot veel andere Joden had Jezus er geen enkel probleem mee om de uitnodiging aan te nemen. Toen enkele Farizeeën zagen hoe Jezus genoot van de maaltijd, spraken ze daar schande van. Ze zeiden tegen hem: 'Kan het je dan helemaal niets schelen of mensen goed of slecht leven? Waarom moet je nu uitgerekend bij iemand die niet deugt gaan eten?' Nadat Jezus hen had aangehoord, vertelde hij het volgende verhaal.

83


8

Verhalen over Jezus

Iemand had twee zonen Er was een man die twee zonen had. De jongste zei tegen zijn vader: 'Ik wil graag nu al mijn deel van de erfenis.' De vader schrok, maar gaf de helft van zijn geld aan de jongste zoon, die daarna vertrok naar een ver land. Daar leefde hij er op los met nieuwe vrienden en vriendinnen en maakte al zijn geld op. Toen er in dat land een hongersnood uitbrak, was zijn geld op en kon hij geen eten meer kopen. Hij kwam uiteindelijk in dienst bij een boer, die hem op zijn land de varkens liet hoeden. Hij had zo'n honger dat hij graag het voer van de varkens had willen eten. Hij dacht toen bij zichzelf: De knechten van mijn vader hebben het nog beter dan ik, want ik verga hier van de honger. Ik ga terug naar mijn vader en zal tegen hem zeggen: ‘Ik ben helemaal fout geweest. Ik heb er geen recht meer op uw zoon te zijn. Behandel mij maar als een van uw knechten’. Hij stond op en ging op weg, terug naar zijn vader. Zijn vader zag hem in de verte aankomen. Hij holde zijn zoon tegemoet en omhelsde hem. De zoon zei: 'Vader, ik heb helemaal fout gehandeld. Ik heb het recht niet meer uw zoon te zijn ... ' Maar zijn vader zei tegen zijn knechten: 'Haal de mooiste kleren die we in huis hebben en laat hem die aantrekken. Doe een ring aan zijn vinger en geef hem nieuwe schoenen. Haal daarna een kalf en slacht het. We gaan een groot feestmaal geven! Mijn jongste zoon was dood, dacht ik, maar hij staat weer levend voor me. Hij was verloren en is teruggevonden.' En het feest begon. De oudste zoon was nog bezig op het land. Toen hij naar huis ging, hoorde hij van verre al de muziek. Hij riep een van de knechten en vroeg wat er aan de hand was. Die antwoordde: 'Uw broer is weer thuisgekomen en daarom geeft uw vader een groot feest.'

Terugkeer van de verloren zoon, schilderij van Rembrandt van Rijn, ca 1668.

De oudste zoon werd kwaad en wilde niet naar binnen. Zijn vader probeerde hem over te halen, maar hij zei: 'Ik werk al zóveel jaren bij u en wat hebt u mij in al die tijd gegeven? Nog nooit heb ik een feest kunnen vieren met mijn vrienden. Maar nu die jongste van u terug is, die al het geld er met hoeren doorheen heeft gejaagd, nu geeft u een groot feest! Zijn vader zei: 'Jongen, jij bent toch altijd bij mij en alles wat van mij is, is van jou. Kom, doe mee met het feest. Je broer was dood, dacht ik, maar hij staat weer levend voor ons. Hij was verloren en ik heb hem terug.'

84


8.2  Jezus vertelt

3

De hoofdpersonen uit het verhaal a Het verhaal heeft drie hoofdpersonen: de vader, de jongste zoon en de oudste zoon. Zet onder elke persoon drie woorden, waarvan jij vindt dat deze het beste bij die persoon passen. Kies uit de volgende woorden (je mag een woord vaker gebruiken): vriendelijk - liefdevol - avontuurlijk - moedig - gehoorzaam - meelevend - trouw - verwend eigenwijs - verantwoordelijk - eerlijk - hard Vader

4

Jongste zoon

Oudste zoon

Iemand had twee zonen a De vader reageert heel anders dan zijn oudste zoon op de thuiskomst van de jongste zoon. Dit verschil in reactie bevat de kern van het verhaal. Waarvan beschuldigt de oudste zoon zijn jongere broer?

b Waarvan beschuldigt de oudste zoon zijn vader?

c Hoe reageert de vader op die beschuldiging?

d Een verhaal als dit wordt ook wel een leerverhaal genoemd. Van wie uit het verhaal zou je iets kunnen leren? En waarom? Van de

, omdat hij

e Als je kijkt naar je antwoord op de vorige vraag, wat zou dan een goede titel zijn voor dit verhaal? □ De verloren zoon □ De barmhartige vader □ De teruggevonden zoon □ De verloren zonen □ Anders, namelijk: Kies de titel die jij het beste vindt passen, of bedenk zelf een betere. 85


8

Verhalen over Jezus

5

Het laken Lees eerst het verhaal Het laken en reageer dan op de stelling.

Het laken Een jongen woonde als enig kind met zijn ouders in een kleine boerderij, dicht bij de spoorlijn tussen Amersfoort en Zwolle. De jongen was een verschrikkelijke lastpak en zijn ouders leden erg onder zijn wangedrag. Zijn school verprutste hij en in werken had hij geen zin. Men zei dat hij geld verdiende op een manier die niet door de beugel kon. En als hij teveel gedronken had, sloeg hij zijn ouders wel eens. Op een dag verliet hij het huis, nadat hij stiekem het spaargeld van zijn ouders van de bank had gehaald. Jarenlang hoorden de vader en moeder niets van hun zoon. Totdat zij opeens een brief van hem kregen. Hij schreef: 'Lieve moeder en vader. Het is vreemd om jullie voor het eerst in mijn leven een brief te schrijven. Dat ik dit nu doe, is omdat ik jullie heel graag wil zeggen: ik heb verschrikkelijk spijt van wat ik jullie vroeger heb aangedaan, en wat ik niet meer goed kan maken. Ik kan me voorstellen dat jullie me liever niet meer zien. Maar toch vraag ik jullie: als ik bij jullie thuis mag komen, willen jullie dan dinsdag voor elf uur 's ochtends een wit laken hangen over de heg voor het huis? Ik moet die ochtend naar Zwolle en dan kan ik vanuit de trein zien of ik nog bij jullie welkom ben. Dag, jullie zoon! Die dinsdag zat hij in de intercity op weg naar Zwolle. Hij voelde zich gespannen, want hij wist dat hij straks het ouderlijk huis zou zien. Maar wat zou hij dan te zien krijgen? Hij bleef naar buiten staren, in gedachten over vroeger en nu ... Op een gegeven moment zag hij, rechts van het spoor, in de verte de hoge bomen achter de boerderij. Kort daarna zag hij ook het dak van het huis boven het groen uitsteken, en vlak daarna de voorkant van het huis en de heg ... en hij was verbijsterd over wat hij zag! Niet één wit laken, maar de hele heg, alle struiken in de tuin en de hele voorgevel van het huis hingen vol met lakens ... in tranen wist hij: ik ben welkom thuis! Stelling: Bij je ouders moet je altijd welkom zijn, wát er ook gebeurd is. Bedenk met je buurman/vrouw twee argumenten vóór en twee argumenten tégen deze stelling. Voor:

Tegen:

86


8.3  Op weg naar Jeruzalem

8.3 Op weg naar Jeruzalem  Nadat Jezus een tijd als toraleraar heeft rondgetrokken in Galilea, gaat hij op weg naar Jeruzalem, de hoofdstad met de tempel, in de provincie Judea. Wanneer de inwoners en de stadsbestuurders van Jeruzalem de geruchten horen over de komst van Jezus van Nazaret, ontstaat er grote bezorgdheid. Het stadsbestuur weet nog heel goed dat er tijdens de volkstelling door Quirinius een opstand was geweest, die toen met veel geweld door de Romeinen was neergeslagen. Ze willen absoluut niet dat er opnieuw door een Galileër onrust in de stad zal ontstaan. Daarom besluiten ze dat ze zodra er zich een gunstige gelegenheid voordoet, Jezus zullen arresteren en voor de Hoge Raad brengen.

De Hoge Raad De Hoge Raad (ook wel Sanhedrin genoemd) was de hoogste joodse rechtbank. Met toestemming van de Romeinse overheid mocht deze rechtbank zijn werk doen, vooral op het gebied van de joodse godsdienst. Voorzitter van de Hoge Raad was de Hogepriester. De andere leden van deze rechtbank waren: • oudsten, mensen uit voorname families die ervaring hadden in de rechtspraak; • priesters, die op de hoogte waren van de regels voor het werk in de tempel; • schriftgeleerden, die veel kennis hadden van de regels in de Tora.

Waar het op uitliep 1 Wanneer Jezus in Jeruzalem aankomt, staan er honderden mensen langs de kant van de weg. Ze juichen hem toe alsof hij een koning is. Dat baart het stadsbestuur zorgen. 2 Hun angst voor een opstand wordt nog groter, als Jezus de volgende dag in de tempel komt. Hij is daar nog maar net binnen of hij verjaagt alle handelaren uit de tempel, die daar dieren verkopen voor een offer of voor de paasmaaltijd. Jezus vindt de tempel een plaats om tot God te bidden en niet een plaats om geld te verdienen. 3 Die avond houdt Jezus met zijn leerlingen de eerste maaltijd van het Joodse paasfeest. Daarna gaan ze naar de tuin van Getsemane, waar Jezus de rust zoekt om te bidden. 4 Laat op die avond wordt Jezus daar gevangen genomen door de tempelpolitie. Een van zijn discipelen, Judas, heeft verraden waar hij zich bevond. 5 Diezelfde nacht nog moet Jezus voor de Hoge Raad verschijnen. Hij wordt ervan beschuldigd dat hij zich als 'de zoon van God' voordoet. De straf voor deze godslastering is de doodstraf. Maar de Hoge Raad mag geen doodstraf uitvoeren zonder toestemming van de Romeinen. Daarom sturen ze Jezus naar de Romeinse gouverneur Pilatus. 6 De volgende ochtend wordt Jezus door Pilatus verhoord. Deze Romeinse bestuurder wil maar één ding: voorkomen dat er een opstand ontstaat tegen het Romeinse gezag. Hij laat Jezus geselen. Omdat sommige mensen beweren dat Jezus zichzelf 'de koning van de joden' noemt, besluit hij uiteindelijk om Jezus te kruisigen. 7 Jezus wordt weggeleid naar de heuvel Golgota, waar hij zal worden terechtgesteld. Onderweg naar Golgota moet hij zijn eigen kruis dragen. 8 Op Golgota wordt Jezus tegelijk met twee misdadigers gekruisigd. De Romeinse soldaten voeren de kruisiging uit en blijven daar totdat ze zien dat Jezus dood is. 9 Een rijke man, Josef uit Arimatea, krijgt van Pilatus toestemming om het lichaam van Jezus te begraven in zijn familiegraf dat hij in een rots heeft laten uithakken. Als de begrafenis afgerond is, wordt er een grote steen voor het rotsgraf gerold. 87


8

Verhalen over Jezus

10 Een paar dagen later doen er echter wonderlijke verhalen de ronde. Op de eerste dag van de week zouden vrouwen hebben ontdekt dat het graf van Jezus leeg is. Eerst gaat er het gerucht dat het lichaam van Jezus is gestolen door zijn volgelingen. Maar kort daarna zijn er verschillende mensen, ook onder zijn discipelen, die zeggen dat zij de opgestane Jezus hebben ontmoet.

6

Taferelen uit de Passie van Christus De 15e-eeuwse schilder Hans Memling heeft een schilderij gemaakt over de laatste dagen van Jezus. Het heet Taferelen uit de Passie van Christus (de passie betekent 'het lijden').

a

b

c

88

d


8.3  Op weg naar Jeruzalem 

a Bekijk de uitvergrotingen van het schilderij. Welk detail staat waar op het grote schilderij? Trek een lijn van de uitvergroting naar het bijbehorende tafereel op het grote schilderij.

b Welke alinea wordt waar op het schilderij uitgebeeld? Zet bij elke uitvergroting welke alinea uit het verhaal Waar het op uit liep bij hoort. Let op! De 5de alinea is niet in het schilderij uitgebeeld.

e

f

g

h

89


8

Verhalen over Jezus

8.4 Het verhaal gaat verder  De vier evangeliën vertellen elk op hun eigen manier over de dood en opstanding van Jezus, maar hun boodschap is dezelfde: Jezus is gekruisigd, maar toch leeft hij! De twee evangelieschrijvers Matteüs en Lucas, die in het begin van dit hoofdstuk vertelden over de geboorte van Jezus, geven hieronder hun verhaal over wat er gebeurde nadat Jezus was begraven.

Matteüs vertelt 1 Vroeg in de ochtend van de eerste dag van de week kwam Maria Magdalena met een andere Maria naar het graf kijken. 2 Plotseling begon de aarde te beven: er daalde een engel neer uit de hemel. Hij liep naar het graf in de rotswand, rolde de steen weg en ging erop zitten. 3 De engel droeg kleding die wit was als sneeuw. Hij zei tegen de vrouwen: 'Wees niet bang, ik weet dat jullie Jezus zoeken die gekruisigd is. 4 Maar Jezus is hier niet, want hij is opgestaan, zoals hij gezegd heeft. Kijk, dat is de plaats waar hij gelegen heeft. 5 Ga nu snel naar zijn leerlingen en zeg hun: 'Jezus is opgestaan uit de dood. Hij gaat alvast naar Galilea, daar zullen jullie hem zien.' 6 Ze waren in de war en blij tegelijk, en ze verlieten haastig het graf om het nieuws aan zijn leerlingen te gaan vertellen. 7 Op dat moment kwam Jezus de vrouwen tegemoet en hij groette hen. Ze liepen naar hem toe, knielden voor hem neer en raakten zijn voeten aan. 8 Jezus zei: 'Wees niet bang. Ga mijn broeders vertellen dat ze naar Galilea moeten gaan, daar zullen ze mij zien.' 9 De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg die Jezus genoemd had, en toen ze hem daar zagen, knielden ze voor hem neer. 10 Jezus gaf aan hen de opdracht: 'Ga de wereld in en maak alle volken tot mijn leerlingen, en doop hen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.

Lucas vertelt 1 Op de eerste dag van de week gingen de vrouwen, die met Jezus uit Galilea waren gekomen, heel vroeg naar het graf met de kruiden die ze hadden klaargemaakt. 2 Toen ze dichtbij de rots met het graf waren, zagen ze dat de afsluitende steen was weggerold, en binnen in vonden ze het lichaam van Jezus niet. 3 Daarvan raakten ze helemaal in de war. Ze schrokken vreselijk, want opeens stonden er twee mannen in stralende gewaden bij hen. 4 De mannen zeiden tegen hen: 'Waarom zoeken jullie de levende onder de doden? Hij is niet hier, hij is uit de dood opgewekt.' 5 Denk aan wat hij eens gezegd heeft: de Mensenzoon zal worden gekruisigd en hij zal op de derde dag opstaan.' Toen herinnerden ze zich die woorden. 6 De vrouwen die het graf bezochten, waren Maria Magdalena, Johanna, Maria de moeder van Jakobus, en nog enkele andere vrouwen. 7 Ze vertelden de apostelen wat er was gebeurd, maar die vonden het maar kletspraat en geloofden hen niet. 8 Terwijl ze er nog over aan het praten waren, stond Jezus zelf opeens bij hen en zei: 'Vrede voor jullie.' De leerlingen schrokken en dachten dat ze een geest zagen. 90


8.4  Het verhaal gaat verder

9 Maar Jezus zei: 'Wees niet bang, ik ben het zelf. Er is immers geschreven dat de messias zal lijden en sterven, maar op de derde dag uit de dood zal opstaan. 10 En jullie moeten het goede nieuws in de hele wereld vertellen, dat de mensen een nieuw leven kunnen beginnen en dat hun zonden worden vergeven.'

7

Verhalen over de opstanding a Wie gaan er naar het graf om het lichaam van Jezus te verzorgen? Volgens Matteüs: Volgens Lucas:

b Wat zien de mensen als ze bij het rotsgraf aankomen? Volgens Matteüs:

Volgens Lucas:

c Wie ontmoeten zij bij het graf? Volgens Matteüs: Volgens Lucas:

d Welke opdracht geeft Jezus in beide verhalen aan zijn leerlingen? e Welke extra opdracht geeft Jezus aan zijn leerlingen, volgens Matteüs? In Matteüs staat, dat

f Wat vind jij het meest opvallende in deze verhalen over het lege graf?

Voortleven na de dood Matteüs en Lucas leggen er allebei veel nadruk op dat het verhaal van de opstanding van Jezus aan de hele wereld verkondigd moet worden. Als dat verhaal verteld blijft worden, dan blijft Jezus 'als een levende' aanwezig in deze wereld. Het verhaal Presente uit Chili laat zien hoe mensen die gestorven zijn, toch nog 'aanwezig' kunnen zijn door wat ze gedaan hebben tijdens hun leven.

91


8

Verhalen over Jezus

Presente In Chili waren er halverwege de vorige eeuw veel arme mensen. Toen Salvador Allende tot president werd gekozen, probeerde hij ervoor te zorgen dat er minder verschillen kwamen tussen arm en rijk. Hij vond dat de rijken met de armen moesten gaan delen. Maar in 1973 pleegden politieke tegenstanders een staatsgreep, waarbij Salvador Allende om het leven kwam. Veel van Allendes vrienden werden gedood, waaronder de dichter Pablo Neruda. Toen hij begraven werd en de mensen zijn kist in het graf lieten zakken, riep ineens iemand: 'Pablo Neruda, waar ben je?' Even bleef het stil. Maar toen klonk er een stem uit het volk: 'Presente!' (Hier ben ik!). En weer klonk de vraag: 'Pablo Neruda, waar ben je?' 'En nu waren er meer stemmen die riepen: 'Presente!' Er werden nog meer namen geroepen, waaronder ook die van Salvador Allende. 'Salvador Allende, waar ben je?' En al die mensen riepen luidkeels: 'Presente!'

Neruda

Sant'Egidio Een voorbeeld van het 'aanwezig' zijn van Jezus het dagelijkse leven, is te vinden in de activiteiten van Sant'Egidio. Dit is een katholieke gemeenschap, opgericht in 1968 door de 18-jarige student Andrea Ricardi en genoemd naar het kerkje Sant'Egidio in Rome. Deze internationale gemeenschap heeft als uitgangspunten: bidden en leven volgens het evangelie, vrijwillige inzet voor de armen en bijdragen aan vrede in de wereld. Een Nederlandse vrijwilliger bij Sant'Egidio legt uit wat hem daarin aantrok: 'De kern van onze gemeenschap is dat je, net als Jezus, oprecht bevriend raakt met de armen. Sant’Egidio wil armen net als Jezus zien als familie.

8

Het werk van Jezus nu Er zijn ook andere voorbeelden van mensen en organisaties die het 'aanwezig zijn' van Jezus in het dagelijkse leven willen laten zien. Zij brengen bijvoorbeeld in praktijk wat Jezus de mensen leerde over naastenliefde, vrede stichten en zorg voor de armen. In de volgende opdracht ga je je verdiepen in een van de organisaties die in onze tijd deze idealen in praktijk brengen. Ga als volgt te werk:

Een vrijwilliger van Sant'Egidio

brengt dekens en een maaltijd • Maak groepjes van vier leerlingen. aan een dakloze in Turijn. • Kies samen een christelijke organisatie die zich laat inspireren door Jezus en die zijn boodschap in de praktijk proberen na te volgen. • Verzamel informatie over de activiteiten van deze organisatie. • Maak duidelijk welk verband er is tussen hun werk en het christelijk geloof. • Beschrijf welke positieve bijdrage(n) zij zo aan de samenleving leveren. • Geef je eigen mening over de organisatie en over hun activiteiten. • Verwerk alles in een presentatie. • Zorg ervoor dat elk groepslid een eigen bijdrage bij de presentatie heeft.

Scan de QR-code voor voorbeelden van organisaties waarover jullie de presentatie kunnen maken. Maar jullie mogen ook zelf een andere christelijke organisatie kiezen.

92


9

Ontmoetingen met Jezus

9 Ontmoetingen met Jezus

Volgens de verhalen in het Nieuwe Testament heeft een ontmoeting met Jezus vaak grote veranderingen tot gevolg voor de persoon die het betreft. Op dit schilderij van Vasily Polenov zie je twee groepen mensen. Links: Jezus die op de grond zit, met een groep volgelingen bij zich. Rechts: een groep mannen met een wat tegenstribbelende vrouw, die zij beschuldigen van overspel. Volgens de Joodse wet zou ze daarvoor gestenigd moeten worden. De groep vraagt wat Jezus daarvan vindt. Jezus zegt alleen tegen de aanklagers: 'Wie van jullie zonder zonden is, moet maar de eerste steen werpen.' Als reactie op die woorden druipen ze een voor een af. Als ze allemaal weg zijn, spreekt Jezus de vrouw aan en bemoedigt haar om voortaan een goed leven te leiden. In dit hoofdstuk lezen we een aantal verhalen waarin de ontmoeting van Jezus met kwetsbare en/of buitengesloten mensen centraal staat.

In dit hoofdstuk leer je: • • • • • 94

• dat een totaal onverwachte ontmoeting een keerpunt in het leven kan zijn, • wat en hoe je leeftijdgenoten kan adviseren, als die zich buitengesloten voelen, • hoe een zeer verwarde persoon tot rust komt door zijn ontmoeting met Jezus, • hoe voor een ernstig ziek meisje de ontmoeting met Jezus genezing betekende, • dat aandacht voor iemands situatie veel voor die persoon kan betekenen.


9.1 Zacheüs

9.1

Zacheüs  Het eerste verhaal gaat over de tollenaar Zacheüs. Tollenaars zijn belastingontvangers, die in dienst waren van de Romeinen, van de bezetter dus. Ze werden vaak als verraders gezien, want ze moesten de belasting innen die de Romeinen hadden opgelegd. Veel tollenaars werden er ook van verdacht dat ze meer geld vroegen dan voorgeschreven was. Voor de meeste mensen was dit een reden om niet met hen om te gaan. Jezus ontmoet Zacheüs wanneer hij met zijn leerlingen in de stad Jericho aankomt. Het verhaal begint als volgt:

De tollenaar Zacheüs Verteller Het is een warme zomermiddag. De tollenaar Zacheüs is aan het werk in zijn belastingkantoor. Bij de bewoners van Jericho gaat het gerucht rond dat Jezus uit Nazaret op weg is naar hun stad. Zacheüs ... en dan blijven er nog 340 denariën aan achterstallige belasting staan! Volgende week verwacht ik je terug om het te betalen. Als je niet betaalt, zal ik je huisraad in beslag laten nemen. Stem 1 Driehonderdveertig!? Dat is het loon voor een jaar werken! Het bedrag is volgens mij veel te hoog. Je bent toch wel eerlijk, Zacheüs? Zacheüs Zeg, pas een beetje op je woorden. Voor belediging van een belastingambtenaar kun je een zware straf krijgen. Stem 1 Ja, ja, stil maar, 't is al goed. Ik zal proberen volgende week alles te betalen. Zacheüs (tegen zijn werkster) Het is net alsof de mensen lastiger worden de laatste tijd. Niet alleen hier, maar ook in het noorden, in Galilea. Ik hoorde dat ze daar achter een of andere messias aanlopen, een man uit Nazaret. Best mogelijk dat er weer een opstand aan zit te komen. De Romeinen moeten die man goed in de gaten houden! Werkster Zei u Nazaret, meneer? U bedoelt toch niet Jezus van Nazaret? Daar heb ik al eens van gehoord. Schijnt wel een bijzondere man te zijn. Zacheüs Ja, dat zal wel... Werkster Ja, ... en ze zeggen dat hij naar onze stad komt. Een buurvrouw had het erover. Morgen of overmorgen zou hij naar Jericho komen. Zacheüs Wat zeg je me nou? Is dat echt waar? Werkster Ja, en ze zeggen dat de burgemeester of wethouder hem zal ontvangen op het stadhuis. 95


9

Ontmoetingen met Jezus

Zacheüs Wat? Op het stadhuis? Zou hij dan toch niet een opstandeling zijn? ... Weet je wat? Ik wil ik hem wel eens zien. Werkster Ik zou maar uitkijken meneer. U bent wel eens bedreigd door bepaalde personen! En bovendien, als er veel mensen langs de straat staan, dan eh ... ja, hoe zal ik het zeggen, dan kunt u niet zoveel zien, nietwaar? Zacheüs Ja, dat ik niet de allergrootste ben, dat weet ik. Maar daar vind ik wel iets op. Verteller Twee dagen later zien we een vreemd tafereel bij de Noorderpoort van Jericho. Zacheüs Ik heb gehoord dat hij hier langskomt. Als jij het krukje even vasthoudt, dan kom ik er wel in. Werkster Kijk toch uit, meneer Zacheüs, boompje klimmen ... op uw leeftijd? Zacheüs Dat lukt wel hoor, want deze vijgenboom ken ik heel goed. Toen ik nog op school zat, ben ik er ook vaak ingeklommen, als ik weer eens door de grotere jongens gepest werd. Door de grote bladeren zagen ze me niet. Verteller In de verte klinken stemmen door elkaar vanwege de naderende groep. Sommige luide woorden zijn duidelijk verstaanbaar. Stem 2 Hé, is dat nou Jezus? Ik heb al zoveel verhalen over hem gehoord. Wat ziet hij er gewoon uit! Stem 3 Zeg, laat me er langs, ik wil Jezus voor de lunch bij ons thuis vragen. Ik heb nú de kans hem te spreken. Stem 4 Meneer, namens de burgemeester van Jericho mag ik u uitnodigen voor een hapje en een drankje op het stadhuis. De burgemeester wil graag een gesprek met u hebben over uw bezoek aan onze stad. Jezus Mensen, niet allemaal door elkaar! Ik hoef de burgemeester niet te ontmoeten. Ik ben ook niet gekomen voor een lunch of een maaltijd. Als we trek hebben, kunnen we wel wat vijgen plukken van die boom daar ... hé, wie zit daar tussen de bladeren? Stem 2 Verdraaid, dat is Zacheüs. Dat kleine ventje zit in de vijgenboom! Wie had ooit gedacht dat we dat nog eens zouden meemaken! Stem 3 Zeg wat doe je daar in die boom? Zit je lekker? Denk je dat daar ook wat te halen valt? Stem 4 Ik zie die verrader liever daar dan bij mij thuis. Zoek eens een paar stenen, jongens! Dan kunnen we hem eruit gooien. 96


9.1 Zacheüs

Jezus Wacht even mensen. Deze man zal er wel een reden voor hebben dat hij in de boom klimt. Zeg, Zacheüs - zo heet je toch? - ik stel voor ... Hier ontbreekt een stuk uit het verhaal, doordat het papier waarop het staat, beschadigd is. Het slot van het verhaal is weer goed leesbaar en gaat als volgt verder. Zacheüs ... elke dag mensen bij mij zien, aan wie ik geld moet vragen. Ik schaam mij ook voor ze, want ik heb vaak te veel gevraagd. Weet je wat ik daarom ga doen? Ik geef het ze terug; dubbel en dwars krijgen ze het terug. Jezus Dat is een grote beslissing. Zacheüs, weet je zeker wat je doet? Zacheüs Ja, ik zie nu wat ik de mensen heb aangedaan. Ik hoop dat ze mij niet voorgoed hebben afgeschreven. Ik wil het graag weer goedmaken met ze. Jezus Dit is een belangrijk moment, Zacheüs. Jij wilt je leven veranderen, jij wilt weer goedmaken wat er fout zit. Ik wens je veel sterkte met dit besluit, want als je doet wat je zegt, dan hoor je er weer helemaal bij!

1

Zacheüs In het verhaal van Zacheüs ontbreekt een stuk tekst, omdat het papier beschadigd is. Wel zijn er nog een paar papiersnippers waarop de volgende woorden staan: gast - aandacht - tafel - niemand - maaltijd - ontmoeting - stil Schrijf een goed lopende, verbindende tekst tussen de twee gedeelten van het verhaal. Let daarbij op twee dingen: • Je moet in je tekst de woorden op de papiersnippers gebruiken. • In je tekst moet je duidelijk maken waardoor Zacheüs aan het slot van het verhaal zo anders is dan in het eerste gedeelte. Jezus: Zeg Zacheüs - zo heet je toch? - ik stel voor ...

... elke dag mensen bij mij zien, aan wie ik geld moet vragen. 97


9

Ontmoetingen met Jezus

Buitengesloten Het thema van het Zacheüs-verhaal is dat mensen die buitengesloten zijn, weer in de samenleving opgenomen zouden moeten worden. Mensen kunnen om verschillende redenen buitengesloten worden. Bijvoorbeeld omdat hun gedrag, taal of kleding afwijken van die van de groep. Maar het kan ook zijn dat een bepaalde groep (een klas of vriendenkring) iemand buitensluit, omdat ze die ander er niet bij willen hebben. Bij Zacheüs is het duidelijk dat hij zichzelf door zijn werk voor de Romeinen gehaat had gemaakt bij de inwoners van Jericho. De verhalen in dit hoofdstuk laten zien dat mensen ook zonder hun eigen schuld soms buiten de samenleving komen te staan.

2

Esther geeft raad Je ziet hier vier teksten van jongeren. Alle vier vragen zij raad, omdat zij bang zijn om buitengesloten te worden. Zij stuurden hun e-mail naar Esther, die redacteur is van een jongerenmagazine. Schrijf bij elke e-mail kort een advies dat Esther volgens jou zou kunnen of moeten geven. From: Esther To: Anoniem Subject: Als laatste gekozen

a

Hallo Esther, Ik ben een jongen van 13 jaar. Ik zit nu in twee havo. Ik ben niet goed in sporten. Als er bij gym twee groepen gemaakt worden, blijf ik altijd over. 'Die mogen jullie er wel van ons bij hebben' zeggen ze dan. Altijd als ik gym heb, zie ik op tegen die dag. Wat kan ik doen?

Esthers advies:

From: Esther To: Anoniem Subject: Nieuwe vrienden maken

b

Hallo Esther, Ik ben een meisje van 14. Ik word soms gepest omdat ik er anders uitzie dan de rest van de klas. En ze vinden ook dat ik een raar accent heb. Dat komt omdat we pas zijn verhuisd van de randstad naar Brabant. Ze lachen mij vaak uit, of schelden me uit. Toch wil ik de kleren die mijn moeder voor me heeft gemaakt, blijven dragen. Maar ik wil ook vrienden hebben. Hoe moet ik dit oplossen?

98


9.1 Zacheüs

Esthers advies:

From: Esther To: Anoniem Subject: Feestjes

c

Hallo Esther, Ik ben een meisje van 13. Ik kom oorspronkelijk uit Zimbabwe, maar woon al twaalf jaar in Nederland. Bij ons op school geven ze vaak feestjes thuis of gaan ze iets leuks doen. Maar ik word nooit uitgenodigd! Ik vind het niet leuk en haat het om te zien dat zij wél mogen gaan en ik niet! Moet ik er iets van zeggen? Of moet ik het erbij laten?

Esthers advies:

From: Esther Anoniem Wat moet ik doen?

d

Hallo Esther, Ik ben een jongen van 14. Mijn probleem is dat ik niet durf te laten merken dat ik op jongens val. Ik ben bang dat ik dan vervelende opmerkingen krijg. Maar daardoor moet ik me steeds anders voordoen dan ik ben. Wat moet ik doen?

Esthers advies:

99


9

Ontmoetingen met Jezus

9.2 Legioen  Bezetenheid De figuur op het schilderij lijkt geen weerstand te hebben tegen de gevoelens van wanhoop die hem plotseling overvallen. Voor omstanders is iemand in zo'n heftige gemoedstoestand vaak angstaanjagend. Wat bezielt die persoon? Tegenwoordig weten we veel meer over psychische stoornissen of hersenaandoeningen, maar vroeger vonden mensen het vreemde gedrag van een geesteszieke onbegrijpelijk. Bijvoorbeeld als iemand uit het niets scheldwoorden roept of ongecontroleerde bewegingen maakt of stemmen hoort in zijn hoofd die opdrachten geven iets te doen. Als verklaring werd vaak gezegd dat zo'n mens bezeten was door een boze geest. Meestal werden zulke ‘bezetenen’ verdreven uit de steden en dorpen, vooral wanneer de mensen bang voor ze waren. Psychiaters waren er toen nog niet en van behandeling was in die tijd geen sprake. In zeldzame gevallen kon een ‘geestenbezweerder’ of ‘duiveluitdrijver’ de 'bezetene' genezen door de kwade geest te verjagen. Ook in de Bijbel wordt bezetenheid gezien als het werk van een duivelse geest. In het Nieuwe Testament komen enkele verhalen voor waarin Jezus boze geesten uitdrijft. Hier volgt zo’n verhaal uit het evangelie van Marcus?

Er staat een figuur op een brug, zijn handen bedekken zijn oren. Hij lijkt overvallen door angst en wanhoop. De schrille kleuren in de lucht door de ondergaande zon versterken die indruk. Zijn mond is open: schreeuwt hij? De Schreeuw zoals het schilderij van Edvard Munch heet, is de verbeelding van de angst, wanhoop en depressie die de schilder overvielen toen hij bij zonsondergang over een brug in Oslo liep.

Legioen Hij woonde aan de overkant van het meer van Galilea. Er zijn daar geen huizen, alleen maar holen waarin de mensen hun doden begraven. Daarin leven ook figuren die niet bij de mensen willen wonen, of kunnen wonen. Toen Jezus er op een dag in een boot met zijn volgelingen langs voer, begon er een man naar hem te schreeuwen. 'Je kunt maar beter niet naar hem toegaan,' zeiden zijn leerlingen, 'het spookt daar, het is een land van demonen, van boze geesten.' Maar Jezus antwoordde: 'Laten we naar hem toegaan, misschien lukt het om die ongelukkige man te bevrijden en de demonen te verdrijven.' Ze waren nog maar net aan land of de man kwam op Jezus af, helemaal naakt, met wilde haren en angstige ogen. 'Donder op!' riep hij. 'Donder op!' 'Zie je wel,' zeiden de discipelen, 'de duivel zit in die man. Laten we maar weer gauw terugvaren naar Galilea.' Jezus riep: 'Lelijke demon, ga weg uit die man.' Maar de man riep: 'Wat heb ik met jou te maken? Helemaal niets!' Jezus wilde het nog niet opgeven. Hij vroeg: 'Hoe is je naam?' De man schrok. Hij had helemaal geen naam meer. Vroeger had hij een naam, waarmee zijn moeder en vader hem riepen. Nu woont hij tussen de doden en alles van vroeger is weg. Er spoken boze geesten rond in zijn hoofd, demonen die allemaal door elkaar heen schreeuwen. 'Mijn naam? Mijn naam is Legioen, want wij zijn met velen.' Er lag een oude boomstronk op de oever. 'Zullen we daar even gaan zitten?' zei Jezus. Dat deden ze. 'Jouw naam is dus Legioen,' zei Jezus. 'Maar je bent toch niet als Legioen geboren?' 100


9.2 Legioen 

'Nee,' zei Legioen, 'maar later zijn er allemaal demonen in mijn hoofd gekomen. En niet alleen in mijn hoofd, ook overal om mij heen. Ik kan ze zien. Ziet u die berghelling daar?' 'Ja,' zei Jezus, 'die zie ik.' 'En ziet u ook die kudde zwijnen die daar in de aarde wroet?' 'Nee,' zei Jezus, 'die zie ik niet.' Vreemd dat die man de zwijnen wel zag, want hij had zijn ogen dicht! Hij was flink in de war. 'Ziet u dan ook al die demonen niet die ons zitten aan te grijnzen?' 'Nee,' zei Jezus, 'die zie ik ook niet.' 'Ze zitten er toch echt,' zei de man. 'Zeg dan dat ze moeten opdonderen,' zei Jezus. 'Dat durf ik niet,' zei de man. 'Dan worden ze boos.' 'Onzin,' zei Jezus, 'ik ken dat gespuis. Je moet ze recht in de ogen kijken. Niet bang zijn. Kijk ze maar recht in de ogen.' 'Goed, dat doe ik nu,' zei Legioen. Hij had zijn ogen nog steeds dicht. 'Zie je wel dat je het kunt!' zei Jezus. 'En nu moet je schreeuwen. Hard schreeuwen dat ze moeten opdonderen.' 'Opdonderen, jullie!' schreeuwde de man. En meteen nog een keer. Toen werd hij stil. 'Wat zie je nu?' vroeg Jezus. 'Ik zie ze nog wel,' zei de man, 'maar ze grijnzen niet meer. Het is net alsof ze bang zijn en niet weten waar ze heen moeten.' 'Zeg dat ze in die zwijnen gaan,' zei Jezus. 'Want daar horen ze, die krengen.' 'Ik zie ze gaan,' riep de man. 'Een voor een gaan ze de zwijnen in.'

Illustratie van Meester Alexander, 15e eeuw.

'U raadt nooit wat ik nu zie,' zei de man. 'Ik zie die zwijnen de berghelling afrennen. Ze stormen naar beneden en storten zich halsoverkop in de zee. Ik zie ze zinken, ze kunnen niet zwemmen, ik zie ze verdrinken, 'Dan kun je je ogen wel weer open doen,' zei Jezus, 'dan zien we nu hetzelfde.' Ze bleven nog een tijdje zitten, zwijgend maar gelukkig. 'Ik ben helemaal naakt,' zei de man. 'Dat is wel een beetje raar.' 'Ja, dat is een beetje raar,' zei Jezus. 'Hier doe mijn jas maar aan.' Toen de man weer rustig ademde, vroeg Jezus: 'Kom je gauw weer bij de mensen wonen?' 'Dat beloof ik,' zei Legioen. Maar zo heette hij dus niet meer.

101


9

Ontmoetingen met Jezus

3

Vragen bij Legioen a Welke twee kernmomenten uit het verhaal worden in de afbeelding weergegeven?

b Welke details in het schilderij wijken af van het verhaal in de Bijbel?

Verwarde mensen Hieronder lees je enkele koppen van nieuwsberichten: 'Een verwarde man gooit zijn complete inboedel op straat.' 'Een vrouw hoort 'stemmen' en houdt de buren 's nachts wakker met haar geschreeuw.' 'Een psychiatrisch patiënt loopt in Utrecht halfnaakt over straat.' 'Een aardige vrouw in Alkmaar gaat opeens haar buurman met een mes te lijf.' Steeds vaker komen er meldingen bij de politie binnen van mensen die 'verward' op straat lopen of voor overlast zorgen. Vaak vertonen ze 'afwijkend gedrag' omdat ze dronken zijn of onder invloed van drugs; soms zijn ze dakloos en wanhopig of hebben een verstandelijke beperking. Deze mensen hebben ze niet allemaal ernstige psychiatrische problemen. Maar soms is dat wel het geval, ook al is het verschil niet altijd duidelijk.

4

Verwarde mensen a Heb jij of iemand die jij kent wel eens een ontmoeting gehad met iemand die zich heel erg afwijkend gedroeg? • Beschrijf wat er gebeurde. • Was het bedreigend of niet? • Wat heb je (of heeft jouw bekende) gedaan in die situatie?

102


9.3  Het meisje en de dood

9.3 Het meisje en de dood  Lucas vertelt dat Jezus na de ontmoeting met Legioen weer met zijn leerlingen per boot terugging naar Galilea. Daar werden zij begroet door een grote menigte die gehoord had dat Jezus op een wonderbaarlijke manier mensen kon genezen. Jezus was nog maar net uit de boot geklommen, toen er iemand in grote haast naar hem toe kwam. Het was Jaïrus, de leider van een synagoge. Hij knielde voor Jezus neer en vroeg hem dringend mee te komen. Zijn enig kind, een dochter van bijna twaalf jaar, lag op sterven. We zullen niet zeker weten wat er met het meisje aan de hand was, maar aan het slot van het verhaal uit het evangelie van Lucas staat een opvallende opmerking van Jezus.

Het meisje en de dood Jaïrus klampt Jezus aan en zegt: 'Mijn dochter ligt op sterven. Kom alsjeblieft mee en leg uw handen op haar, zodat ze blijft leven.' Zonder verder iets te zeggen gaat Jezus mee naar het huis van Jaïrus. Onderweg komen er zoveel mensen naar Jezus toe, dat de reis slechts langzaam vordert. Steeds zijn er mensen die hem iets willen vragen of die willen dat hij een zieke aanraakt. Ze hebben het huis van Jaïrus nog niet bereikt, als er een familielid aan komt lopen en zegt: 'Je hoeft Jezus niet Jezus en de dochter van Jaïrus. meer lastig te vallen, Jaïrus, je dochter is gestorven.' Dan Schilderij van Vasily Polenov, 1871. zegt Jezus nadrukkelijk tegen Jaïrus: 'Raak niet in paniek, blijf geloven in haar redding.' Als ze bij het huis zijn, gaat Jezus met de ouders en drie van zijn leerlingen naar binnen. Roerloos ligt het meisje op haar bed. 'Ze is dood,' huilen de aanwezigen. 'Nee, ze slaapt,' zegt Jezus. Sommigen lachen smalend: ze weten toch dat een dode écht dood is. Jezus stuurt de mensen naar buiten en gaat naar het bed van het meisje. Hij legt haar niet de handen op, zoals bij een zieke of een dode, maar hij neemt haar hand in de zijne en zegt: 'Meisje, sta nu maar op.' Het meisje haalt diep adem, komt overeind en gaat staan. Tegen de stomverbaasde ouders zegt Jezus: 'Geef haar nu te eten.' Ze doen wat Jezus zegt.

Anorexia nervosa Sommigen denken dat de dochter van Jaïrus leed aan wat we nu anorexia nervosa noemen. Deze eetstoornis komt vaker voor bij meisjes dan bij jongens. Een kenmerk van iemand die aan anorexia lijdt zich, is dat hij/zij zich diep ongelukkig voelt met zichzelf. Dit gevoel kan zo sterk zijn dat de persoon niet meer wil eten, waardoor de lichamelijke conditie hard achteruit gaat. Wanneer er geen goede hulp geboden wordt, kan dit zelfs de dood tot gevolg hebben.

103


9

Ontmoetingen met Jezus

5

Anorexia? a Welke woorden in het verhaal wijzen in de richting van de mogelijkheid dat het meisje leed aan anorexia nervosa?

b Waardoor zou het meisje de moed hebben gekregen om op te staan en weer te gaan eten?

6

Ontmoetingen a Ontmoetingen met andere mensen kunnen soms van grote betekenis zijn. Een voorbeeld zag je in de verhalen over ZacheĂźs, Legioen en het 'dode' meisje. Zo'n ontmoeting kan grote gevolgen hebben voor lange tijd, of zelfs voor de rest van je leven. Beschrijf een ontmoeting die voor jou veel betekenis heeft gehad.

b Geef ook aan waarom die ontmoeting zo veel voor je betekende.

104


10

Wij in onze wereld

10  Wij in onze wereld

De Nederlandse stichting SIRE (Stichting Ideële Reclame) is al meer dan 50 jaar bezig om door middel van spotjes op radio en televisie en door het publiceren van posters mensen te stimuleren meer rekening met elkaar te houden. Er waren bijvoorbeeld campagnes tegen alcohol in het verkeer, over de gevaren van vuurwerk, over geweld tegen hulpverleners of over het gevaar van social-mediagebruik op de fiets. Hierboven zie je een foto uit een SIRE-poster uit de campagne Onbewust Asociaal van een aantal jaren geleden.

In dit hoofdstuk leer je: • • • • • • 106

over omgaan met je medemens, over de stichting SIRE, over het verhaal van de Barmhartige Samaritaan en de boodschap van dit verhaal, over hoe je geld eerlijk kunt verdelen, over het verhaal van de landeigenaar en zijn arbeiders en de boodschap van dit verhaal, wat de grootte van jouw ecologische voetafdruk is en hoe je die kleiner kunt maken.


10.1 Omgaan met je medemensen  In wat voor een samenleving en onder welke overheid willen we het liefst wonen? Als we daarover met elkaar overleggen, dan zijn we het over bepaalde dingen waarschijnlijk met elkaar eens. Niemand zal er bijvoorbeeld tegen zijn dat de overheid via wetgeving rekening houdt met zwakkeren in de samenleving, dat er goede zorg is voor mensen die ziek of oud zijn, dat kinderen recht hebben op onderwijs. Anders wordt het bij de vraag: hoe willen wij dat mensen met elkaar omgaan? Daarvoor hebben we namelijk niet alleen regels en wetten van de overheid nodig, maar moeten we ook zelf de handen uit de mouwen steken. Op een goede manier samenleven kan in de praktijk pas beginnen als we zelf het goede voorbeeld geven. Dat begint er bijvoorbeeld mee dat we vriendelijk met elkaar omgaan, dat we een ander met respect behandelen, dat we het normaal vinden dat een ander evenveel recht en ruimte heeft als wijzelf. Zo'n levenshouding moet een mens in de praktijk leren. Allereerst natuurlijk door de mensen die je thuis opvoeden, maar ook door anderen, bijvoorbeeld op school of via de sportvereniging.

1

Onbewust Asociaal a Wat wil de afgebeelde situatie op de poster aan het begin van dit hoofdstuk oproepen bij de kijker?

b Zoek en bekijk zelf via internet een aantal spotjes die SIRE heeft uitgezonden om het gedrag van mensen te beïnvloeden. Kies er twee uit die jou het meest aanspreken of die je het meest opvallend vindt. Schrijf op wat de spotjes laten zien en waarom je juist die twee hebt uitgekozen.

Bijbelverhalen als voorbeelden In alle culturen vind je verhalen die ons bewust willen maken dat door ons gedrag deze wereld er een beetje beter uit kan zien.. Ook in de Bijbel staan verhalen als voorbeeld hoe je maatschappelijke leefregels in praktijk kunt brengen. Op een dag is Jezus in gesprek met enkele mensen over het Bijbelse voorschrift dat je God moet liefhebben boven alles en je naaste als jezelf. Iemand vraagt hem dan: 'Maar wie is eigenlijk mijn naaste?' Als antwoord op die vraag vertelt Jezus een verhaal. Om de kern van het verhaal over de barmhartige Samaritaan te begrijpen, is de volgende achtergrondinformatie van belang.

107


10

Wij in onze wereld

Samaritanen Samaritanen waren een minderheid in het Joodse land. Zij werden vaak niet als echte Joden gezien, omdat zij gedeeltelijk afstamden van buitenlandse volken. Tussen Joden en Samaritanen bestonden grote meningsverschillen over het belang van de tempel en over de joodse heilige boeken. Priesters en Levieten waren door Joodse leiders aangesteld om te werken in de tempel in Jeruzalem. De priesters moesten de offers brengen in de tempel en het volk zegenen. De Levieten hielpen de priesters en hielden toezicht op de reinheid van de tempel. Beide beroepen kenden strenge regels op het gebied van reinheid. Als ze bijvoorbeeld in contact waren geweest met een dode, dan moesten ze een reinigingsbad nemen, voordat ze terug mochten naar de tempel.

De barmhartige Samaritaan Er was een man die in het heuvelachtige gebied reisde van Jeruzalem naar Jericho. Op die weg werd hij door rovers overvallen. Ze beroofden en mishandelden hem en lieten hem halfdood langs de weg liggen. Toevallig kwam er een priester langs. Maar toen hij de man zag liggen, liep hij met een grote boog om de man heen. Daarna kwam er een Leviet langs, maar ook die bleef zo ver mogelijk bij de gewonde man vandaan. Toen kwam er een Samaritaan langs die op reis was. Hij zag de gewonde man liggen en kreeg medelijden met hem. Hij ging naar hem toe, maakte zijn wonden schoon en verbond ze zo goed als hij kon. Toen zette hij de gewonde man op zijn eigen ezel en bracht hem naar een herberg, waar hij hem verder liet verzorgen. Hij gaf de herbergier wat geld en zei: 'Zorg goed voor hem en als u nog meer kosten maakt, dan zal ik u die op mijn terugreis betalen.'

108


10.2  Gelijke kansen en gelijke rechten

2

De barmhartige Samaritaan a De priester en de Leviet helpen de man niet. Welke goede reden kunnen ze daarvoor gehad hebben?

b Als de beroofde man later een van de drie als zijn ‘naaste’ zou moeten aanwijzen, wie zou hij dan aanwijzen?

c Waarom zou Jezus dit verhaal zo hebben verteld dat een Samaritaan de hulpverlener is?

10.2 Gelijke kansen en gelijke rechten  In Nederland vinden we het belangrijk dat er voor iedereen gelijke kansen en gelijke rechten zijn. Niemand mag bijvoorbeeld uitgesloten worden van een hem of haar passende vorm van onderwijs. 'Eerlijkheid' vinden we ook belangrijk bij vakantiewerk. Leerlingen van dezelfde leeftijd hebben recht op dezelfde beloning voor hetzelfde werk. Maar hoe moeten we omgaan met bijzondere gevallen? Bijvoorbeeld als er iemand een paar dagen ziek is? Of als iemand door een lichamelijke beperking minder hard kan werken dan gemiddeld? Om je gedachten hierover te vormen, lees je het volgende verhaal en maak je de bijbehorende opdracht.

Een klusje op school Stel: jullie mentor vraagt of jullie als klas op school een klus willen doen, waarmee je geld kunt verdienen. Door twintig leerlingen moet er aan de school wat schilderwerk worden gedaan. Wanneer iedereen meewerkt, kan de klus in vier uur af zijn. De schoolleiding betaalt in totaal 800 euro voor het werk. Iedere leerling kan dus 40 euro verdienen. Er wordt afgesproken op zaterdagmorgen om 8.00 uur te beginnen, dan is alles om 12 uur achter de rug. Op de ochtend van de klus is niet iedereen om 8.00 uur aanwezig. Klaas, Joop, Chantal, Mariska en Iwan zijn er niet. Klaas en Iwan hebben een lekke band gehad en komen daardoor een uur te laat. Chantal en Mariska hebben zich verslapen en beginnen pas om 10.00 uur. Joop komt om 12 uur binnen slenteren; hij was het vergeten, zegt-ie. Toch werkt hij nog even mee. Om 12.30 uur is het werk af. De mentor komt met 800 euro binnen, geeft jou het bedrag en jij moet het onder de klasgenoten verdelen.

109


10

Wij in onze wereld

3

Eerlijk zullen we alles delen a Hoeveel geef jij elke leerling? Klaas: Joop: Chantal: Mariska: Iwan:

b Waarom heb je iedereen hetzelfde bedrag of juist een ander bedrag gegeven? Licht je keuze toe.

Rechtvaardigheid Jezus heeft een verhaal verteld dat wel een beetje lijkt op het verhaal over het klusje op school. Voordat je dat verhaal gaat lezen, heb je de volgende achtergrondinformatie nodig.

Dagloners Rond het begin van onze jaartelling was in het Midden-Oosten de markt een plaats waar je goederen ruilde, kocht of verkocht. Het was ook de plaats waar je naartoe ging als je werk zocht. De meeste arbeiders in die tijd hadden geen vast werk. Ze werden vaak voor een dag aangenomen en ze werden daarom dagloners genoemd. Hun loon kregen ze dan ook meteen aan het einde van die dag. Een dag geen werk betekende een dag geen inkomen, want sociale uitkeringen bestonden toen nog niet.

Een rechtvaardige werkgever? De eigenaar van een wijngaard gaat om 6 uur 's ochtends naar de markt om voor de oogst van die dag druivenplukkers te huren. Hij spreekt met ze af dat ze voor een dag werken één zilverstuk als beloning krijgen. De arbeiders stemmen er mee in en gaan naar de wijngaard om er te werken. Om 9 uur komt de landeigenaar weer op de markt en ziet hij nog een paar mannen staan die geen werk hebben. Kom ook in mijn wijngaard werken. Ik zal jullie een eerlijk loon geven. En zij gaan ook naar de wijngaard om er te werken. Om 12 uur en om 3 uur ’s middags doet de landeigenaar hetzelfde. En ook om 5 uur ’s middags gaat hij nog een keer naar de markt en hij ziet nog mannen zonder werk staan. 110


10.2  Gelijke kansen en gelijke rechten

Waarom staan jullie hier de hele dag? Omdat niemand ons nodig had. Kom ook in mijn wijngaard werken. Als het avond geworden is, zegt de eigenaar van de wijngaard tegen zijn opzichter: Roep de arbeiders en betaal allen het dagloon. Begin bij de arbeiders die het laatst gekomen zijn. De druivenplukkers die om 5 uur begonnen waren, komen naar voren en krijgen elk een zilverstuk uitbetaald. De mannen die om 6 uur ’s ochtends begonnen waren, komen ook naar voren. Ze denken dat zij meer zullen krijgen. Maar ook zij krijgen elk een zilverstuk. Hoe kan dat nou? Wij hebben toch de hele dag gewerkt en zij maar een uurtje. Vrienden, ik doe jullie toch niet te kort? Vanochtend hebben we afgesproken dat je één zilverstuk zou krijgen. Neem wat je toekomt en wees tevreden. Ik wil aan de mensen die het laatst kwamen, evenveel geven als aan jullie. Mag ik niet met mijn geld doen wat ik wil? Of zijn jullie jaloers, omdat ik goed ben?

4

De arbeiders in de wijngaard a Hoeveel groepen arbeiders huurt de landeigenaar in? b Wat belooft hij de eerste groep? c Waarom staan er aan het einde van de middag nog arbeiders op de marktplaats?

d Hoe lang zijn zij al op de markt?

e Hoeveel betaalt de landeigenaar aan de laatste groep?

f Vind je het terecht dat de eerste groep arbeiders boos wordt? Ja / Nee, omdat

g Heeft de landeigenaar zich aan zijn afspraak met de arbeiders gehouden?

111


10

Wij in onze wereld

5

Twee meningen In dit verhaal botsen twee meningen: die van de landeigenaar en die van de eerste groep arbeiders. Je ziet een rij woorden staan die van belang kunnen zijn voor de beloning. Welke vier woorden passen het best bij het besluit van de landeigenaar en welke vier woorden passen het best bij de verwachtingen van de eerste groep arbeiders.

6

Landeigenaar

Eerste groep arbeiders

• Werktijd

◯

◯

• Prestatie

◯

◯

• Overeenkomst

◯

◯

• Levensonderhoud

◯

◯

• Behoefte

◯

◯

• Eisen

◯

◯

• Gezin

◯

◯

• Arbeid

◯

◯

• Vrije tijd

◯

◯

• Eerlijkheid

◯

◯

• Evenwicht

◯

◯

• Inspanning

◯

◯

De boodschap van Jezus a Wat is de boodschap van dit verhaal van Jezus? Om daar achter te komen moet je het volgende doen. Je ziet vijf druiventrossen met daarin cijfers. De cijfers verwijzen naar de 26 letters van het alfabet. Bijvoorbeeld 14=N en 22=V. Vul de druiventrossen in.

112


10.3  Kan ik er wat aan doen?

b Telkens als je een letter hebt gevonden bij opdracht 6a, zet je die in het hokje in het vak met dezelfde kleur als die van de druiventros. Welke zin komt er te staan? paarse tros: blauwe tros: groene tros: gele tros: Rode tros:

c Wat vind jij van deze boodschap?

10.3 Kan ik er wat aan doen?  Als je hoort dat iemand uitroept: 'Kan ik er wat aan doen?' dan klinken die woorden meestal als een verontschuldiging. De persoon bedoelt ermee dat hij of zij niet verantwoordelijk is voor een bepaald probleem en er dus ook niks aan kan doen. Toch zijn er ook mensen die door dat zinnetje zich gaan afvragen: 'Zou ik er misschien wel wat aan kunnen doen?' In het verhaal Die ene zeester zie je daar een voorbeeld van.

Die ene zeester Door de storm en de vloed waren duizenden zeesterren op het strand gespoeld. Ze zouden allemaal onherroepelijk omkomen voordat het water van de volgende vloed hen weer bereikte. Een meisje pakte zeesterren op en gooide ze terug in het water. ‘Wat heeft het voor zin om dat te doen?’ vroeg een wandelaar. ‘Het strand is kilometerslang en er liggen duizenden zeesterren. Je kunt ze onmogelijk allemaal teruggooien in zee. Wat maakt het uit dat je er een paar kunt redden?’ Het meisje keek naar de bewegende zeester in haar hand en zei: ‘Je hebt gelijk, maar voor déze maakt het wel iets uit.’ En ze gooide hem terug in zee.

7

Wel of niet redden Met wie van de twee personen uit het verhaal ben je het het meest eens, en waarom? Met de wandelaar met zijn kritische vraag? Of met het meisje en haar antwoord. Ik ben het eens met

, omdat

113


10

Wij in onze wereld

The Ocean Cleanup

System 001, een in zee drijvende installatie van de organisatie The Ocean Cleanup. Het is een grote drijvende plasticvanger, bedacht in 2012 door de Nederlander Boyan Slat, en ontwikkeld om het plastic afval in de oceanen op te ruimen.

De Nederlander Boyan Slat (geboren in 1994) is een voorbeeld van iemand die dacht: 'Misschien kan ik er wel wat aan doen'. Als zestienjarige jongen was hij op vakantie in Griekenland. Tijdens het duiken in de Middellandse Zee zag hij meer plastic dan vissen. Vanaf die tijd was hij voortdurend bezig met de vraag: 'Wat kunnen doen om zo veel mogelijk plastic uit de zee te verwijderen?' Dat het geen overbodige vraag is, blijkt uit de enorme hoeveelheid plastic die in oceanen drijft. Naar schatting ligt er bijvoorbeeld tussen HawaĂŻ en CaliforniĂŤ 80 miljoen ton plastic in het water. Die hoeveelheid beslaat een oppervlakte die driemaal zo groot is als Frankrijk. Sinds 2012 werkt Boyan aan een technische oplossing om het plastic op te ruimen. Dit idee wordt wereldwijd door veel mensen omarmd. Via crowdfunding haalde hij in honderd dagen twee miljoen dollar op. Genoeg om met zijn organisatie The Ocean Cleanup een systeem te bouwen. Na verschillende testen op zee en het verhelpen van enkele fouten in de bouw van de plasticvanger, kon hij in 2019 beginnen aan het opruimen van het plastic in de Stille Oceaan. Hij denkt in vijf jaar de helft van de hoeveelheid plastic te kunnen opruimen.

8

Ocean Cleanup Zoek op internet het laatste nieuws over Boyan Slat en zijn Ocean Cleanup. Beschrijf kort de nieuwste resultaten in het opruimen van plastic.

114


10.3  Kan ik er wat aan doen?

9

Plastic Zoek op internet antwoorden op de volgende vragen. a Hoeveel ton (1 ton = 1000 kg.) plastic komt er elk jaar in de oceanen bij?

b Schrijf kort op wat de kern is van het plastic-probleem voor mens en dier.

c Scan de QR-code voor tips. Wat kun je zelf doen om het gebruik van plastic te verminderen? • Welke dingen doe je al?

• Welke dingen ben je van plan nog meer te gaan doen?

10

Jouw ecologische voetafdruk Wat is jouw ecologische voetafdruk? Vul de vragenlijst in. Na vraag 12 tel je de scores van je antwoorden bij elkaar op. Deze totaalscore geeft aan hoe groot de voetafdruk is die jij op aarde achterlaat. Weet je het antwoord op een vraag niet, kies dan een puntenaantal in het midden van het rijtje bij die vraag. a Hoeveel zuivel eet jij gemiddeld per dag. Tel de bekers melk en karnemelk en de bakjes yoghurt en vla bij elkaar op. ◯ 7 bekers/bakjes of meer per dag ◯ ongeveer 6 bekers/bakjes per dag ◯ ongeveer 4 bekers/bakjes per dag ◯ ongeveer 2 bekers/bakjes per dag ◯ soms wel, soms niet ◯ helemaal geen melk/karnemelk/yoghurt/vla b Hoeveel boterhammen met kaas eet je gemiddeld op een dag? ◯ 4 of meer boterhammen met kaas per dag ◯ 3 boterhammen met kaas per dag ◯ 2 boterhammen met kaas per dag ◯ 1 boterham met kaas per dag ◯ soms wel, soms niet ◯ helemaal nooit kaas

(10) (8) (6) (4) (2) (0) (10) (8) (6) (4) (2) (0) 115


10

Wij in onze wereld

c Hoe vaak eet jij gemiddeld per week vlees?

d

e

f

g

h

i

j

116

◯ elke dag vlees bij de warme maaltijd (28) ◯ 5 of 6 keer per week vlees bij de warme maaltijd (21) ◯ 3 of 4 keer in de week vlees bij warme maaltijd (14) ◯ 1 of 2 keer per week vlees bij warme maaltijd (7) ◯ helemaal nooit vlees (0) Hoe vaak krijg of koop jij kleding? ◯ Ik krijg of koop vaak nieuwe kleding, zodat ik met de mode mee kan gaan. (10) ◯ Ik krijg of koop alleen kleding wanneer het echt nodig is. (5) ◯ Ik krijg of koop vooral tweedehands kleding. (2) Hoe ga je naar school? ◯ Ik loop of fiets meestal naar school. (0) ◯ Ik kom meestal met de bus of trein naar school. (4) ◯ Ik word meestal met de auto naar school gebracht, hoewel ik ook anders naar school zou kunnen komen. (5) ◯ Ik word met de auto naar school gebracht, omdat het te ver is om te lopen of te fietsen en er geen bus of trein is. (6) ◯ Ik ga soms met de fiets/lopend, bus of auto naar school. (4) Hoeveel uur per dag kijk je televisie, ben je aan het computeren, aan het gamen en/of met je mobiel bezig? Tel deze uren bij elkaar op. Hoeveel zijn dat er in totaal? ◯ 6 uur of meer per dag (6) ◯ ongeveer 5 uur per dag (5) ◯ ongeveer 4 uur per dag (4) ◯ ongeveer 3 uur per dag (3) ◯ ongeveer 2 uur per dag (2) ◯ ongeveer 1 uur of minder per dag (1) ◯ helemaal nooit (0) Hoe vaak krijg of koop jij nieuwe cadeaus? ◯ elke week wel iets nieuws (12) ◯ elke maand wel iets nieuws (5) ◯ alleen met m’n verjaardag en Sinterklaas/kerst (2) ◯ net iets vaker dan verjaardag en Sinterklaas/kerst (3) ◯ vooral tweedehands spullen (1) Hoeveel boeken krijg of koop jij? ◯ elke maand wel een nieuw boek (4) ◯ een paar nieuwe boeken per jaar (2) ◯ vooral tweedehands of geleend van de bibliotheek (1) ◯ helemaal geen boeken (0) Ben je geabonneerd op een tijdschrift? ◯ Ik ben geabonneerd op meer dan één tijdschrift. (3) ◯ Ik ben geabonneerd op één weekblad. (2) ◯ Ik ben geabonneerd op één maandblad. (1) ◯ Ik ben nergens op geabonneerd. (0) Vliegvakanties: hoe vaak per jaar ga je met het vliegtuig op vakantie en hoe ver weg? ◯ meer keren per jaar een verre reis buiten Europa (30) ◯ meer keren per jaar binnen Europa (24) ◯ elk jaar één verre vliegreis buiten Europa (18) ◯ elk jaar één vliegreis binnen Europa (12) ◯ Ik heb in totaal 3 keer gevlogen in mijn hele leven. (8) ◯ Ik heb in totaal 2 keer gevlogen in mijn hele leven. (4) ◯ Ik heb nog nooit gevlogen. (0)


10.3  Kan ik er wat aan doen?

k Autovakanties: hoe vaak per jaar ga je met de auto op vakantie en hoe ver weg? ◯ meer keren per jaar ver weg, bijvoorbeeld Spanje ◯ meer keren per jaar dichtbij ◯ eens per jaar ver weg ◯ eens per jaar dichtbij ◯ alleen in Nederland ◯ niet met de auto op vakantie l Treinvakanties: hoe vaak per jaar ga je met de trein op vakantie en hoe ver weg? ◯ meer keren per jaar ver weg, bijvoorbeeld Spanje ◯ meer keren per jaar dichtbij ◯ eens per jaar ver weg ◯ eens per jaar dichtbij ◯ alleen in Nederland ◯ niet met de trein op vakantie Tel de punten bij elkaar op. Totaal:

(12) (8) (8) (6) (4) (0) (6) (5) (4) (3) (2) (0)

punten.

Kijk in welke categorie jij valt. 0 – 20 Je hebt een hele mooie voetafdruk. Jouw manier van leven is erg goed voor de aarde. Je hebt voor jouw manier van leven erg weinig grondstoffen/energie/aarde nodig. De aarde heeft ruim voldoende tijd om te herstellen. Je laat maar een heel kleine voetafdruk achter. Ga zo door! 21 – 40 Je hebt een kleine voetafdruk. Jouw manier van leven is goed voor de aarde. Je gebruikt maar weinig van de aarde, aan grondstoffen/energie/enzovoort. De aarde heeft voldoende tijd om alles wat jij gebruikt weer aan te vullen. Je laat een kleine voetafdruk achter. Ga zo door! 41 – 70 Je hebt een gemiddelde voetafdruk. Om jouw manier van leven mogelijk te maken, zijn wel aardig wat grondstoffen/energie/aarde nodig. Je laat best wel een stevige voetafdruk achter op de aarde. Als iedereen zo zou leven, dan zou de aarde dit niet meer aan kunnen. Je zou kunnen kijken naar de vragen waar je veel punten op scoorde. Misschien vind je een manier om dat puntenaantal naar beneden te halen. 71 – 100 Je hebt een vrij grote voetafdruk. Om jouw manier van leven mogelijk te maken, gebruik je veel van de aarde aan grondstoffen en energie. Jouw manier van leven is een behoorlijke aanslag op de aarde. Je gebruikt zo veel dat de aarde niet voldoende tijd heeft om dit weer aan te vullen. Als iedereen zo zou leven, dan raakt de aarde al snel op. Kijk eens hoe je jouw voetafdruk kunt verkleinen. Kijk naar de vragen waar je veel punten op scoorde en vind een manier om deze te verlagen. 101 – 125 Je hebt een megagrote voetafdruk. Om jouw luxe leventje mogelijk te maken, gebruik je enorm veel van de aarde. Jouw manier van leven zorgt ervoor dat de aarde uit balans raakt en ook niet voldoende tijd heeft om maar een beetje te herstellen. De aarde beschadigt hier enorm door. Als iedereen zo zou leven, dan gaat de aarde in rap tempo achteruit. Het zou erg fijn zijn als je manieren vindt om je puntenaantal en daarmee je voetafdruk te verkleinen. Kijk eens naar de vragen waar je veel punten op scoorde en zoek een manier om deze te vervangen. 117


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Van horen zeggen – Verhalenderwijs by ThiemeMeulenhoff - Issuu