Skip to main content

Verhalenderwijs

Page 1

Verhalenderwijs 1-2 HAVO - VWO


LEERJAAR HAVO-VWO

1/2

Verhalenderwijs 1-2 HAVO - VWO

Auteurs Cor Jongeneelen Pieter van Lier Henk van Putten Gerrit Sleeuwenhoek Epko Smit Jaap Veld Albert Wubs Eindredactie Albert Wubs


Colofon Van horen zeggen is een lesmethode voor het vak godsdienst en levensbeschouwing havo/vwo. Verhalenderwijs laat leerlingen kennismaken met een aantal Bijbelverhalen, waardoor zij leren inzien dat het ‘verhalen voor het leven’ zijn en daardoor ook voor mensen van nu van betekenis kunnen zijn. Redactie: Lizet Penson, PenTaal, Sibculo Vormgeving: Reclamers, Tom Lamers, Veghel Omslagbeeld: Gabriëlle Putuhena, Amersfoort Opmaak: Crius, Hulshout

Dyslexie In de opmaak hebben we zo veel mogelijk rekening gehouden met dyslectische leerlingen.

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 9006 07793 3 Eerste druk, eerste oplage, 2020 � ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2020

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieen in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


1

Verhalen voor het leven

1 Verhalen voor het leven

Het schilderij dat hierboven is afgebeeld, is van de Franse kunstenaar Paul Gauguin. Hij heeft het eind 19e eeuw geschilderd toen hij op het eiland Tahiti woonde. In de linker bovenhoek staan - in het Frans - drie vragen geschreven: D'où venons nous / Que sommes nous / Où allons nous? Het schilderij is een illustratie bij die vragen, zegt Gauguin zelf. Aan de rechterkant zie je drie vrouwen met een klein kind - Waar komen wij vandaan? In het midden zie je taferelen uit het dagelijkse leven - Wat zijn wij? Aan de linkerkant zit een oude vrouw die in haar gedachten al bezig is met de dood Waar gaan we heen?

In dit hoofdstuk leer je: • • • • • • 4

wat de drie grote levensvragen zijn, wat overeenkomsten zijn tussen mythische en religieuze verhalen, uit welke delen de Bijbel bestaat, dat er verschillende antwoorden zijn op de vraag: Waar komen wij vandaan? verschillende scheppingsverhalen kennen, zoals de twee scheppingsverhalen uit de Bijbel, dat Bijbelverhalen lessen voor het leven kunnen zijn.


1.1  Mythische verhalen

1.1

Mythische verhalen  De drie vragen op Gauguins schilderij zijn vragen waar het in de kern om draait in het leven. Naar antwoorden op deze levensvragen hebben mensen al sinds oeroude tijden gezocht. In alle culturen en religies komen mythische verhalen voor die iets vertellen over de oorsprong van de mens, zijn plaats in de wereld en zijn uiteindelijke bestemming. In zulke mythische verhalen spelen goden en goddelijke wezens een belangrijke rol. Er zijn bijvoorbeeld verhalen die vertellen hoe een god of de goden de aarde hebben geschapen. Andere verhalen gaan over het leven van de eerste mensen, hoe die mensen met elkaar omgingen in hun strijd om in leven te blijven. Weer andere verhalen willen iets duidelijk maken over wat een mens in wezen is tegenover de goden en tegenover de hem omringende natuur. Zolang er mensen zijn, hebben ze zich verwonderd over verschijnselen in de natuur. Ze zagen de zon elke avond verdwijnen en vroegen zich dan af: Als de zon onder is gegaan, weten we dan zeker dat hij de volgende dag terugkomt? Wie zou de zon, de maan en de sterren gemaakt hebben? Vroeger dachten veel mensen dat de zon een vuur van de goden was. Veel volken vereerden de zon als een god. Ook de maan werd aanbeden, omdat die gezien werd als de godin van de nacht. Soms zagen de mensen ook andere angstaanjagende dingen: de maan die groter of kleiner werd, of de zon die overdag donker werd. Mensen zochten hier een verklaring voor door middel van mythische verhalen.

1

Een verhaal uit IJsland Hieronder lees je een voorbeeld van zo'n oeroud verhaal uit IJsland, over het begin van de wereld en over de zon en de maan. Lees het verhaal en beantwoord daarna de vragen.

De wolven van Ymir 1 In het begin was er helemaal niets op de wereld. In het noorden lag een grote massa sneeuw en ijs. En helemaal in het zuiden was een gloeiend hete vulkaan. Het ijs en de hitte kwamen steeds dichter bij elkaar. Toen ze met elkaar in contact kwamen, begon het ijs te smelten. 2 Uit het smeltende ijs kwam de reus Ymir tevoorschijn. Ymir kreeg een heleboel reuzenkinderen. Ze kwamen onder zijn oksels en tussen zijn tenen vandaan. Uit het ijs kwamen ook drie goden tevoorschijn. Ze waren broers en de oudste was Odin. 3 De drie goden vonden dat Ymir veel te groot werd. Ze werden bang voor hem, dus besloten ze hem te doden. Odin doodde Ymir met een speer. Samen hakten de godenbroers het lichaam van de reus in stukken. Van de stukken maakten ze de heuvels en de bergen. En van het haar van Ymir maakten ze de bossen. 4 Daarna besloten de goden dat er lichten moesten komen op de donkere wereld. Ze maakten een groot vuur. Van de vonken uit het vuur maakten ze de sterren. Uit de grote gele en witte vlammen maakten zij de zon en de maan.

5


1

Verhalen voor het leven

5 De kinderen van Ymir waren woedend dat hun vader vermoord was. Ze wilden wraak nemen op Odin en zijn broers. Daarom lieten zij twee wolven los, die de zon en de maan moesten verslinden. Elke dag jagen de wolven op de zon en de maan. 6 Eén keer in de maand kan de ene wolf een paar happen uit de maan bijten. Maar de maan groeit telkens weer aan. De andere wolf achtervolgt de zon, maar hij kan die bijna nooit te pakken krijgen. Soms lukt het de wolf om de zon in te halen, en dan pakt hij hem in zijn bek. Maar dan merkt hij dat de zon te heet is om door te slikken. De wolf spuugt de zon dan weer uit. 7 Maar de twee wolven worden nooit moe. Er komt dus een dag dat zij het licht van de zon en de maan zullen verslinden.

a Wat was er op de aarde voordat er levende wezens ontstonden?

b Uit het smeltende ijs kwamen twee soorten levende wezens tevoorschijn. Welke levende wezens kwamen het eerst tevoorschijn?

c Welke levende wezens kwamen daarna tevoorschijn? d Waar komen de bergen en bossen vandaan, volgens dit verhaal?

e Hoe zijn de zon, de maan en de sterren ontstaan?

f Hoe gingen de kinderen van Ymir wraak nemen op de goden? g De wolven krijgen de zon en de maan soms te pakken. Wat doet één van de wolven met de maan?

h Wat doet de andere wolf met de zon?

i Welke twee gebeurtenissen in de natuur worden hiermee verklaard?

6


1.2  Waar komen wij vandaan?

Religieuze verhalen en heilige boeken In mythische en religieuze verhalen bestaat vaak geen scherpe scheiding tussen de wereld van de goden en die van de mensen. Goden kunnen contact leggen met mensen en ook dieren kunnen soms spreken met mensen. Voor veel mensen zijn zulke mythische en religieuze verhalen waardevol, niet alleen vroeger, maar ook nu nog. Ze bevatten voor hen een bepaalde 'waarheid', ook al kan die wetenschappelijk niet bewezen worden. Die waarheid zit dan in het feit dat die verhalen een diepere betekenis hebben en zin geven aan hun leven. Zo kunnen de verhalen mensen bijvoorbeeld stimuleren om goed te leven, niet alleen voor zichzelf maar ook voor medemensen. Mythische en religieuze verhalen, maar ook allerlei spreuken en volkswijsheden, zijn doorverteld van generatie op generatie. Later zijn veel van deze doorvertelde verhalen schriftelijk vastgelegd. Zo ontstonden er verzamelingen van teksten en boeken, die door de aanhangers van religies als heilige geschriften worden beschouwd. In dit boek Verhalenderwijs komen vooral verhalen en teksten aan de orde uit de verzameling van joodse en christelijke heilige geschriften, die bekendstaat als de Bijbel.

De Bijbel Het woord bijbel is afgeleid van het oorspronkelijk Griekse woord biblia, dat 'boeken' betekent. De Bijbel is een verzameling boeken uit verschillende tijden en plaatsen. Het eerste en grootste deel van die boeken zijn heilige geschriften van het jodendom, die in de Bijbel het Oude Testament heten. Het zijn verhalen over de vroegere Israëlieten, die door het Joodse volk als hun voorouders worden gezien. Het tweede, kleinere deel van de Bijbel wordt het Nieuwe Testament genoemd. Dit zijn geschriften uit de eerste eeuwen van het christendom. Ze bevatten verhalen over Jezus en zijn volgelingen, maar ook over de verspreiding van het christelijk geloof in het toenmalige Romeinse Rijk. Scan de QR-code om te leren hoe je kunt zoeken en lezen in de Bijbel.

1.2

Waar komen wij vandaan?  In Verhalenderwijs komen de drie vragen uit Gauguins schilderij in verschillende hoofdstukken aan de orde. In dit eerste hoofdstuk besteden we aandacht aan de eerste vraag: waar komen wij vandaan? Over het ontstaan van de eerste mensen komen wereldwijd enorm veel verhalen voor. Vaak geven ze niet alleen antwoord op de vraag naar het ontstaan van de mens, maar ook op andere vragen, zoals: • waarom verschillen de mensen zo van elkaar? • waarom doen mensen zowel goede als slechte dingen? • wat is de zin van een mensenleven? Hierna staat een verhaal uit Zuid-Amerika, over 'de eerste mensen'.

7


1

Verhalen voor het leven

2

Een verhaal uit Zuid-Amerika Lees het verhaal en beantwoord daarna de vragen.

Hoe de goden mensen maakten De goden hebben vroeger, toen de aarde nog onbewoond was, drie pogingen gedaan om mensen te maken. De eerste keer maakten de goden mensen uit klei. Maar deze mensen uit klei waren erg lomp en onhandig. Daarom sloegen de goden hen meteen weer kapot. De tweede keer maakten de goden mensen uit hout. Maar de houten mensen waren ruw en boosaardig. Dus wilden de goden ook deze houten mensen vernietigen. Maar sommige houten mensen ontsnapten naar de bossen. Daar vormden zij het volk van de apen. De derde keer maakten de goden mensen uit deeg. Die mensen waren wel slim, maar ook gemeen. De goden hadden er toen genoeg van om het opnieuw te proberen. Maar ze hadden geen zin om de mensen van deeg ook te vernietigen. Dus lieten ze deze mensen maar leven, ook al waren ze slecht. Maar de goden namen wel maatregelen. De mensen mochten niet zรณ slim worden, dat ze alle geheimen van de wereld zouden kennen. Daarom zorgden de goden ervoor dat het verstand van de mensen niet te groot werd.

8


1.2  Waar komen wij vandaan? 

a Hoe zijn volgens het verhaal de eerste mensen ontstaan?

b Hoe zijn volgens het verhaal de apen ontstaan?

c Waarom kunnen mensen niet alles weten?

Het eerste scheppingsverhaal in de Bijbel In het eerste hoofdstuk van het boek Genesis, het eerste boek van de Bijbel, wordt verteld dat God alles geschapen heeft wat op deze aarde bestaat. De beginsituatie, voordat de schepping begint, is dat er op aarde alleen nog maar chaos en duisternis is en dat bewoonbaar land door water wordt overspoeld. De tekst van dat eerste Genesis-hoofdstuk lijkt meer op een groot gedicht of lied dan op een verhaal. Het wordt ook wel als volgt samengevat: De eerste dag schiep God het licht De tweede dag heeft hij de dampkring ingericht De derde dag bracht gras, kruid en bomen De vierde dag deed hij de hemellichten komen De vijfde dag zijn vis en vogels voortgebracht De zesde dag het vee en het menselijk geslacht Opvallend in de tekst van Genesis 1 is dat alles wat er wordt geschapen niet door God wordt gemaakt, maar dat alles 'tevoorschijn wordt geroepen'. Als God spreekt dat er licht moet zijn, dan is het er ook meteen. Zo gaat het ook met de zon, maan en sterren, en met alle levende wezens op aarde. De hele schepping vindt plaats in zes dagen en de zevende dag is een rustdag voor alles wat er leeft. De schepping van de mens gebeurt op de zesde dag. Daarmee zijn de mensen de levende wezens die het laatst geschapen zijn.

9


1

Verhalen voor het leven

3

Genesis 1 Lees de tekst uit het Bijbelboek Genesis, hoofdstuk 1. Je kunt je Bijbel gebruiken of de QR-code scannen.

Dag 1

Dag 4

Dag 2

Dag 5

Dag 3

Dag 6

Je ziet zes foto’s die de zes scheppingsdagen uitbeelden. Schrijf onder elke foto enkele kernwoorden die bij die scheppingsdag horen. Kies uit de volgende woorden. Je moet ze allemaal gebruiken. aarde – bomen – dag – gewelf – hemel – land – licht – maan – man – mensen – nacht – planten – sterren – vee – vogels – vrouw – water – zee – zeedieren – zon

10


1.2  Waar komen wij vandaan? 

Het tweede scheppingsverhaal in de Bijbel Er staat nog een tweede scheppingsverhaal in de Bijbel, en wel in Genesis 2. Het is heel anders dan het eerste scheppingsverhaal: geen gedicht of lied, maar een lang verhaal over wie en wat de mens is en wat God van die mens verwacht. In dit verhaal vind je ook antwoorden op verschillende andere vragen.

Toen God de aarde geschapen had Toen God de aarde geschapen had, groeide er nog niets, want het had nog niet geregend. Ook was er nog geen mens om de aarde te bewerken. God maakte de eerste mens uit klei van de aardbodem, en hij blies de levensadem in de neus van de mens. Zo werd de mens een levend wezen. God noemde hem Adam, en dat betekent mens. Omdat Adam alleen was, bedacht God dat er nog een mens bij moest komen. Hij liet Adam in een diepe slaap vallen en maakte toen uit zijn zijde een vrouw, Eva. Adam was heel blij met Eva en ze woonden samen in een prachtige tuin. Daar zorgden ze voor de planten en dieren.

Adam en Eva in het aardse paradijs. Schilderij van Johann Wenzel Peter (1745-1829)

11


1

Verhalen voor het leven

4

Genesis 2 Lees de tekst van dit tweede scheppingsverhaal uit het Bijbelboek Genesis hoofdstuk 2 : 4b-25. Je kunt je Bijbel gebruiken of de QR-code scannen. a Welk verschil is er tussen de beginsituaties van het eerste en het tweede scheppingsverhaal?

b Noem nog twee andere, opvallende verschillen tussen het eerste en het tweede scheppingsverhaal.

c Welk verschil is er in het tweede scheppingsverhaal tussen de schepping van Adam en die van Eva?

5

Mythische verhalen over het ontstaan van de aarde a Je hebt nu vier mythische verhalen over het ontstaan van de aarde en de mensen gelezen. Noem een paar overeenkomsten en een paar verschillen tussen deze vier verhalen.

b Welk verhaal (of tekst uit die verhalen) spreekt je het meest aan of heeft voor jou de meeste betekenis? Leg ook uit waarom?

c Ken je ook een verhaal uit een andere religie of cultuur over het ontstaan van de aarde en van de mens? Geef er een korte beschrijving van.

12


1.2  Waar komen wij vandaan? 

Bijbelverhalen als lessen voor het leven In dit hoofdstuk heb je al twee Bijbelverhalen gelezen, allebei over de schepping. In het vervolg van dit boek Verhalenderwijs komen nog meer verhalen uit de Bijbel aan de orde. Het zijn steeds verhalen met een betekenis. Ze gaan over de drie levensvragen die aan het begin van dit hoofdstuk staan: over het begin van alles, over de zin en het doel van het leven en over het einde ervan: de dood. En vooral over de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Bijvoorbeeld hoe mensen hoogte- en dieptepunten met elkaar delen, hoe ze omgaan met verdriet en blijdschap, geluk en ongeluk, en over het begin en het einde van het leven. Die verhalen hebben niet voor iedereen dezelfde betekenis. Voor de een kan een verhaal troost bieden of nieuwe moed geven, voor een ander kan het een bron van inspiratie zijn. Eeuwenlang hebben mensen deze verhalen aan elkaar verteld en doorgegeven aan volgende generaties. Binnen geloofsgemeenschappen delen mensen die verhalen graag met anderen. Door die verhalen voelen ze zich verbonden met elkaar en met het geloof van mensen uit vroeger tijden. En ook al zijn het verhalen uit een ver verleden en uit een heel andere wereld, toch blijven ze voor veel mensen van nu waardevol. De verhalen zijn een spiegel waarin ze hun eigen levenservaringen herkennen. Je zou de Bijbelverhalen heel goed levenslessen kunnen noemen, die ook voor mensen van nu van betekenis zijn.

13


2

Je weg vinden in deze wereld

2 Je weg vinden in deze wereld

In het schilderij Verdrijving uit de Hof van Eden uit 1828 legt Thomas Cole de nadruk op het grote verschil in het landschap binnen en buiten de Hof van Eden, ook wel het Paradijs genoemd. Adam en Eva, volgens de Bijbel de eerste mensen, steken via een brug van rotsblokken een diep ravijn over. Ze laten het groene en bloeiende Paradijs achter zich en moeten hun weg vinden door een akelig landschap, waarin de dood zichtbaar aanwezig is. Let bijvoorbeeld op de dorre bomen linksonder in het schilderij. Onder die bomen zie je een wolf die een hert heeft gedood, terwijl een gier komt aanvliegen om ook van het kadaver te eten.

In dit hoofdstuk leer je: • hoe het kwaad volgens de Bijbel in de wereld is gekomen, • waarom Adam en Eva het paradijs moesten verlaten, • welke ontwikkeling de mens heeft doorgemaakt tussen het begin en het slot van het paradijsverhaal, • wat de gevolgen zijn van leven buiten het paradijs in het Bijbelverhaal over Kaïn en Abel. 14


2.1  Het verloren paradijs

2.1

Het verloren paradijs  Na de twee scheppingsverhalen in Genesis 1 en 2 volgt er in Genesis 3 een bijzonder verhaal over hoe de eerste mensen hun weg moeten vinden in een wereld die voor hen nog onbekend is. Dit verhaal, dat ook wel het paradijsverhaal wordt genoemd, moet je niet lezen als een historisch verslag van iets dat heel lang geleden is gebeurd. Dan mis je namelijk de diepere betekenis ervan. Dit mythische verhaal over de eerste man en vrouw op aarde geeft antwoorden op bepaalde vragen. Vragen als: Waarom loopt al het leven uit op de dood? Is de mens vrij is om te doen wat hij wil? Wat is het verschil tussen God en mensen? Door heel de geschiedenis heen hebben mensen in mythische verhalen antwoorden gevonden op dit soort levensvragen. Het Bijbelse paradijsverhaal moet je dan ook symbolisch zien. Je zou kunnen zeggen dat wat de eerste mensen in dit verhaal doen en meemaken, symbool staat voor wat elk mens in zijn of haar leven meemaakt in de ontwikkeling van kind naar volwassene. Voordat je het paradijsverhaal gaat lezen, is er nog een kleine toelichting van belang bij de rol en het karakter van een van de 'hoofdpersonen'.

De slang

Esculaap

De slang komt in mythische verhalen van verschillende culturen voor als het dier dat kennis heeft van het geheim van leven en dood. De biologische eigenschap van een slang om zich te vervellen, gaf de indruk dat hij telkens een nieuw leven kon beginnen. Door dit verschijnsel werd de slang gezien als een magisch wezen, dat kennis bezit over leven en dood en over de oorzaken van ziekten en het genezen ervan. Dit laatste zie je bijvoorbeeld terug in de esculaap: een staf met een slang eromheen, die symbool staat voor de geneeskunde.

Het verhaal van de eerste mensen 1 Nadat Adam en Eva door God geschapen waren, kregen zij de Hof van Eden als hun wereld om in te leven. De Hof van Eden was een prachtige tuin, een paradijs waarin ze als kinderen, naakt zonder zich te schamen, konden leven. Ze mochten ook van alle vruchten in de tuin eten, behalve van één boom. Die boom, die in het midden van de tuin stond, wordt in het verhaal de boom van kennis van goed en kwaad genoemd. God waarschuwde Adam en Eva dat ze zouden sterven, als ze van die boom zouden eten. 2 In die paradijselijke wereld duikt er op een dag een slang op. Die begint een gesprek met Eva en vraagt: 'Is het nou echt zo dat je van God geen enkele vrucht van de bomen mag eten?' Eva antwoordt: 'Wij mogen van alle bomen de vruchten eten, behalve van die boom midden in de hof. Als we daarvan eten, zullen we sterven.' De slang reageert meteen: 'Sterven? Helemaal niet! Als je van die vruchten eet, krijg je inzicht in het verschil tussen goed en kwaad, zoals God dat ook heeft.' 3 Eva kijkt naar de boom, ziet dat de vruchten er heerlijk uitzien en begint zich af te vragen of de slang misschien gelijk zou kunnen hebben. En dan plukt ze toch van de vruchten, ze eet ervan en geeft er ook van aan Adam. Na het eten van de vruchten krijgen ze inderdaad inzicht in goed en kwaad, zodat ze zich opeens bewust worden van het feit dat ze naakt zijn en de ander hun naaktheid ziet. En dan, voor het eerst schamen ze zich voor elkaar, en ze maken schorten van vijgenbladeren om zich ermee te bedekken. 15


2

Je weg vinden in deze wereld

4 Wanneer ze later op die dag merken dat God in de hof aanwezig is, verstoppen ze zich uit schaamte ook voor hem. God roept de mens en zijn vrouw dan bij zich om te vragen wat er is misgegaan en waardoor ze zich schamen. Adam geeft de schuld van hun fout aan Eva, die op haar beurt weer naar de slang wijst. 5 Aan het einde van die dag concludeert God dat de mens nu kennis heeft van goed en kwaad, en daarmee aan God gelijk is geworden. Daarom moeten ze de Hof van Eden verlaten. Een engel met een zwaard bewaakt voorgoed de toegang tot het paradijs. Het slot van het verhaal in Genesis 3 maakt duidelijk dat in het paradijs geen plaats is voor een mens die ook het kwaad kent. In het mythische paradijs kan alleen het goede bestaan en kent het leven geen einde. Buiten het paradijs beginnen Adam en Eva hun leven in de 'echte' wereld, waarin ze hard moeten werken voor hun bestaan en waar hun leven te midden van de woeste natuur niet altijd veilig is. De weg terug naar hun paradijselijk begin is voor altijd afgesloten.

1

Paradijsverhaal a Welke woorden of zinnen in het verhaal wijzen erop dat Adam en Eva in het begin nog een kinderlijke onschuld hebben?

b Dit paradijsverhaal laat zien hoe de eerste mensen volwassen worden. In welk opzicht zijn Adam en Eva aan het slot van het verhaal volwassener dan aan het begin?

c De slang zegt in het verhaal dat de mensen na het eten van de verboden vrucht 'net als God' zullen zijn. Op welk punt heeft de slang gelijk gehad?

d Twee keer wordt er gesproken over schaamte tussen Adam en Eva. De eerste keer is die er niet, de tweede keer wel. Wat is er tussen Adam en Eva gebeurd, waardoor er gezegd wordt dat zij zich voor elkaar schamen?

e In de vierde alinea wordt verteld dat Adam en Eva zich na hun foute keuze verstoppen voor God. Heel veel kinderen kunnen zich nog herinneren dat ze zich schuldig voelden, en zich soms ook schaamden, toen ze erop werden betrapt iets te hebben gedaan wat niet mocht. Herinner jij je ook zo'n ervaring toen je klein was? Schrijf kort op wat er toen gebeurde.

16


2.2  Leven buiten het paradijs

2.2 Leven buiten het paradijs  De dood doet zijn intrede In Genesis 4 wordt verteld hoe de eerste mensen, nadat ze het paradijs voorgoed achter zich hebben gelaten, beginnen aan hun leven in een wereld die ze nog moeten leren kennen. In die wereld is er een voortdurende strijd om het bestaan. Cole laat dat in zijn schilderij zien met het tafereel dat een wolf bezig is een gedood hert te verscheuren. De verteller van Genesis 4 laat in het volgende verhaal zien dat buiten het paradijs al het leven uitloopt op de dood. En dat er helaas niet altijd sprake is van een natuurlijke dood.

Kaïn en Abel Het verhaal hieronder is een navertelling in hedendaagse taal. Adam en Eva zijn uit het paradijs weggestuurd. Ze moeten nu zelf voor alles zorgen. Ze werken samen hard en ze slagen erin om in hun levensonderhoud te voorzien. Ze hebben daardoor weer een toekomst voor ogen. Die toekomst is er bovendien niet alleen voor hen beiden, want Eva wordt zwanger en ze baart haar eerste zoon. Ze zegt: 'Met Gods hulp heb ik het leven kunnen geven aan dit jongetje. We noemen hem Kaïn.' Later wordt er nog een tweede zoon geboren, die noemen ze Abel. Kaïn wordt een landbouwer en Abel wordt een schaapherder. Op een dag brengen Kaïn en Abel ieder een offer. Kaïn offert de beste vruchten van zijn eerste oogst van het land om God zijn dankbaarheid te laten zien. Abel doet hetzelfde met de eerste lammeren van zijn kudde. Dan wordt Kaïn jaloers, want hij denkt dat God meer aandacht heeft voor Abels offer dan voor dat van hem. Hij wordt zo kwaad dat hij Abel niet meer wil zien en ook God niet. Met geen van beiden wil hij nog iets te maken hebben. God zegt tegen Kaïn: 'Waarom straalt er zoveel haat van je gezicht af? Als je in zo'n stemming blijft, kun je zomaar verkeerde dingen gaan doen.'Niet lang daarna zijn Kaïn en Abel samen in het open veld. Opeens vlamt bij Kaïn de haat tegen Abel weer op. Hij slaat hem tegen de grond en blijft slaan tot Abel dood is. De eerste mens die op de aarde is geboren, is een moordenaar geworden. De eerste dode mens is de broer van de moordenaar. Dan klinkt de stem van God opnieuw: 'Kaïn, waar is je broer?' 'Dat weet ik niet,' antwoordt Kaïn, 'ben ik soms verantwoordelijk voor hem?' 'Daar zeg je het. Je weet het dus wel, maar je wil het niet zijn', zegt God. 'Ik kan de stem van je dode broer vanaf de aarde horen roepen. Je bent vervloekt, Kaïn! Omdat je de aarde tot een dodenakker hebt gemaakt, is er hier geen plaats meer voor je. Je zult een zwervend bestaan leiden, ver van hier.'

17


2

Je weg vinden in deze wereld

2

Kaïn en Abel Beantwoord de volgende vragen over het verhaal van Kaïn en Abel. a Waardoor is de relatie tussen de broers Kaïn en Abel volledig verstoord?

b Welke vraag stelt God aan Kaïn, nadat hij Abel heeft gedood? c Wat is volgens jou de bedoeling van die vraag? d Welk antwoord geeft Kaïn hier op? e Waarom geeft Kaïn volgens jou dit antwoord? f Wat is volgens jou de diepere betekenis van dit Bijbelverhaal?

Het lot van Kaïn Toen Kaïn zich realiseerde wat de gevolgen waren van zijn daad, wist hij dat hij geen recht meer had op een toekomstige plek tussen de mensen. Hij erkent zijn fout en zegt tegen God: 'Mijn misdaad is te groot om te dragen. Ik kan u er niet mee onder ogen komen. Ik zal een zwerver zijn op aarde, en ieder die mij vindt zal mij doden.' Gods antwoord is dan verrassend: 'Nee, Kaïn, niemand zal je doden. Ik zal er zelf voor zorgen dat dat niet gebeurt.' Kaïn de moordenaar erkent zijn schuld en accepteert dat zijn relatie met God is verbroken, maar hij hoeft zijn misdaad niet met zijn leven te bekopen. Hij mag blijven leven, maar moet als een rondtrekkende zwerver wonen in een land ten oosten van Eden.

Drie mensen Het lijkt alsof de verteller van Genesis 4 soms even vergeet dat het in zijn verhaal gaat over de eerste vier mensen op aarde. Als hij namelijk vertelt dat Kaïn bang is dat anderen hem zullen doden, dan staat hij er niet bij stil dat dit niet past in zijn verhaal, waar na Abels dood nog maar drie mensen over zijn.

3

Het verdriet van Adam en Eva Er zijn veel schilderijen gemaakt naar aanleiding van het verhaal van Kaïn en Abel. Hier zie je er een van de Engelse schilder William Blake.

18


2.2  Leven buiten het paradijs

Het lichaam van Abel gevonden door Adam en Eva. Schilderij van William Blake (1826).

Bekijk het schilderij, let daarbij ook op de titel, en beantwoord de volgende vragen. a Waarom zou de schilder ook een schop hebben afgebeeld?

b Beschrijf kort de lichaamshouding van Kaïn in dit schilderij.

c Welk gevoel spreekt er volgens jou uit die houding? d De reacties van Adam en Eva zijn niet hetzelfde. Waar is hun aandacht vooral op gericht? Eva let vooral op

.

Adam let vooral op

.

Omgaan met verdriet Kijk nog eens naar de houding van Eva in het schilderij van William Blake. Die houding drukt een wanhopig verdriet uit om het verlies van haar zoon. Voor het eerst in deze oerverhalen uit de Bijbel krijgen Adam en Eva te maken met de dood. Het ervaren van verdriet en lijden is iets waarmee ze moeten leren omgaan. Tegelijk zegt dit ook weer iets over alle mensen, namelijk dat iedereen in haar of zijn leven eens te maken krijgt met een groot verdriet. Hoe een mens daar, alleen of samen met anderen, mee kan omgaan, komt aan de orde in het hoofdstuk Als het leven pijn doet.

19


3

Als het leven pijn doet

3 Als het leven pijn doet

Het onderwerp van het schilderij Job en zijn vrienden van de Russische schilder Ilya Repin (1869) komt uit het Bijbelboek Job. Dit boek is een verhaal over de man Job, die alles verloor wat hij bezat: zijn huizen, zijn bedienden, zijn vee en zelfs zijn kinderen. Als zijn lichaam dan ook nog onder de schurft komt te zitten, trekt Job zich terug om in eenzaamheid zijn lijden te ondergaan. In die treurige situatie komen zijn vrienden bij hem om hun medelijden te tonen.

In dit hoofdstuk leer je: • • • • • •

20

nadenken over lijden en hoe je ermee om kunt gaan, zoals in het Bijbelboek Job. het belang van een goede vriend of vriendin bij verdriet, over rituelen bij het verwerken van verdriet, hoe je zelf of op school iemand kunt gedenken of herdenken, over begrafenisrituelen, over verschillende ideeën over leven na de dood en wat jouw eigen idee daarover is.


3.1  Over het lijden in het leven

3.1

Over het lijden in het leven  Waarom krijgen mensen te maken met verdrietige dingen zoals ziekte, dood, oorlog, honger, armoede? En waarom sommige mensen meer dan andere? Dit zijn vragen van alle tijden, en het antwoord daarop is niet zo eenvoudig. Soms is er een antwoord, maar meestal niet. Het is niet zo dat als je goed en braaf leeft, jou minder leed treft dan als je slecht leeft. Zo werkt het niet. Het leven is niet rechtvaardig en het lot kan ieder mens treffen, of je nu goed of slecht leeft. Ook de vraag hoe wij met die verdrietige dingen om moeten gaan, is van alle tijden. En ook op deze vraag is geen makkelijk antwoord te geven. Accepteer je je verdriet, of word je boos en opstandig? En hoe moet je omgaan met het leed van een ander? Hoe kun je hem of haar het beste helpen of troosten? Het antwoord daarop is niet eenvoudig. In de Bijbel staat een bijzonder verhaal over dit thema, in het boek Job.

Wijsheidsliteratuur Job behoort, samen met de boeken Prediker en Spreuken, tot de 'wijsheidsliteratuur' in de Bijbel. Deze boeken willen de lezers iets leren over 'wijsheid' die nodig is voor het leven. Bijvoorbeeld hoe je het beste kunt omgaan met anderen, zelfs als het kwaadwillende mensen zijn. Of hoe je het beste kunt reageren op nare dingen die anderen je aandoen, of op leed en onheil dat mensen soms overkomt. Het boek Job wil ook duidelijk maken dat God niet verantwoordelijk is voor het lijden of voor het kwaad in de wereld. Net als in het Paradijsverhaal bedenkt de verteller een tegenstander van God. In het paradijs was het de slang die de mensen van de verboden vrucht liet eten. In het verhaal van Job is het Satan, de tegenstander van God, die de werkelijke veroorzaker is van menselijk lijden.

Job 1 Op een dag roept God een vergadering van de goden bijeen, waarbij ook Satan aanwezig is. God vraagt dan aan Satan of hij ook heeft gezien dat Job een voorbeeldig leven leidt, dat hij een eerlijk en oprecht mens is, gelukkig met vrouw en kinderen en een man met grote rijkdom. En bij dit alles is Job een gelovig mens die God dankbaar is voor alles in zijn leven. 2 Satan zegt dan dat het niet moeilijk is om op God te vertrouwen, als het je zo voor de wind gaat. Hij denkt dat Job heel anders over God zal denken als hij zijn bezittingen verliest. Maar God is ervan overtuigd dat Job ook dan zijn geloof zal behouden. Hij geeft Satan zelfs toestemming om Job alles af te nemen, niet alleen zijn bezittingen maar ook zijn kinderen. 3 En dat gebeurt dan ook in het verhaal: Job verliest in korte tijd al zijn vee, zijn huis en zijn bedienden en tenslotte ook zijn kinderen. Hij wordt daarna ook nog ziek en zit tenslotte op een vuilnisbelt zijn zweren te krabben en te treuren. Satan verwacht op dat moment dat Job zijn geloof in God zal verliezen, maar dat gebeurt niet. 4 Job vraagt zich wel af waar hij deze vreselijke ellende aan verdiend heeft en roept uit: 'Wat heb ik verkeerd gedaan dat mij zoveel verdriet wordt aangedaan?' En nog weer later vervloekt hij zelfs zijn geboortedag en schreeuwt: 'Was ik maar nooit geboren!' 21


3

Als het leven pijn doet

5 Zijn drie vrienden komen dan bij hem langs. Eerst zeggen ze niets, ze zwijgen dagen lang en weten geen raad met de situatie waarin hun vriend is beland. 6 Maar na een tijd beginnen ze tegen Job te praten over een mogelijke verklaring voor zijn situatie. Ze stellen dat niets in het leven je zomaar toevallig overkomt, en daarom moet er dus wel een oorzaak zijn voor al zijn ellende. Die oorzaak kan liggen in dingen die Job heeft gedaan, of in verkeerde daden van zijn kinderen. Job moet niets hebben van deze manier van redeneren, die neer komt op: 'eigen schuld, dikke bult'. 7 Na de gesprekken met zijn vrienden legt Job de vraag voor aan God, in wie hij nog steeds gelooft: 'Wat is de reden dat deze ellende mij moet overkomen?' Als antwoord stelt God enkele tegenvragen over heel de schepping. Weet Job iets van het begin van het heelal, van de loop der hemellichamen en van de oorsprong van alle levende wezens? Kan Job het laten onweren? Kan hij de vogel vertellen dat hij naar het zuiden moet vliegen? Wijst hij de sterrenbeelden welke baan aan de hemel ze moeten volgen? En zo stelt God nog veel meer vragen aan Job. 8 Dan dringt het tot Job door dat er geen antwoord is op zijn vraag. Net als de mooie dingen horen ook de minder mooie dingen bij het bestaan. Bij het leven hoort ook de dood; bij het licht de duisternis; bij gezondheid ook ziekte. Niemand ontkomt aan dat lot. Ziekte, rampen, ongeluk en dood kunnen ieder mens treffen. 9 De vrienden van Job krijgen daarna ook nog iets van God te horen, namelijk dat ze beter hun mond hadden kunnen houden. Hun verklaringen hielpen Job op geen enkele manier. Ze dachten dat God Job ergens voor strafte en dus in feite de oorzaak van zijn lijden was. Maar Job heeft die beschuldiging nooit willen uitspreken. 10 Aan het slot van het boek wordt verteld dat Job door God wordt beloond voor zijn vaste vertrouwen in God. Hij krijgt alles dubbel terug aan bezittingen, en met zijn vrouw krijgt hij opnieuw kinderen, tien in totaal. En Job leefde nog lang en gelukkig en stierf op hoge leeftijd.

1

Job a Geef jouw mening over het antwoord dat Jobs vrienden uiteindelijk geven als verklaring voor zijn situatie. (alinea 6)

b Geef jouw mening over het antwoord dat God geeft op de vraag van Job naar het 'waarom' van zijn situatie. (alinea 7)

c Welke conclusie trekt Job uiteindelijk ? (alinea 8)

22


3.2  Verdriet delen

3.2 Verdriet delen  Een arm om je heen Leed en verdriet doen zich niet alleen voor in extreme situaties zoals in het verhaal van Job. Ook als je jong bent, kun je in aanraking komen met heel verdrietige dingen. De dood van een huisdier bijvoorbeeld. Of, veel aangrijpender, het overlijden van een klasgenoot, of van je opa of oma, of zelfs van een van je ouders. Wanneer groot verdriet je leven ondersteboven gooit, kan het heel veel betekenen dat er mensen zijn die even bij je langskomen, die een arm om je heen slaan. Vaak hoeft er niets gezegd te worden, want aan de voelbare aanwezigheid van je vriend of vriendin heb je soms meer dan aan allerlei woorden.

Bij elkaar schuilen Over het belang van de aanwezigheid van iemand die je vertrouwt en bij wie je ook je gevoelens durft te uiten, gaat het lied Mag ik dan bij jou? van Claudia De Breij.

Mag ik dan bij jou? Als de oorlog komt, En als ik dan moet schuilen, Mag ik dan bij jou? Als er een clubje komt, Waar ik niet bij wil horen, Mag ik dan bij jou? Als er een regel komt Waar ik niet aan voldoen kan Mag ik dan bij jou? En als ik iets moet zijn, Wat ik nooit geweest ben, Mag ik dan bij jou?

Als het onweer komt, En als ik dan bang ben, Mag ik dan bij jou? Als de avond valt, En 't is mij te donker, Mag ik dan bij jou? Als de lente komt, En als ik dan verliefd ben Mag ik dan bij jou? Als de liefde komt, En ik weet het zeker, Mag ik dan bij jou?

Mag ik dan bij jou schuilen, Als het nergens anders kan? En als ik moet huilen, Droog jij mijn tranen dan? Want als ik bij jou mag, Mag jij altijd bij mij. Kom wanneer je wilt, Ik hou een kamer voor je vrij.

Mag ik dan bij jou schuilen, Als het nergens anders kan? En als ik moet huilen, Droog jij mijn tranen dan? Want als ik bij jou mag, Mag jij altijd bij mij. Kom wanneer je wilt, Ik hou een kamer voor je vrij.

Mag ik dan bij jou schuilen, Als het nergens anders kan? En als ik moet huilen Droog jij mijn tranen dan? Want als ik bij jou mag, Mag jij altijd bij mij Kom wanneer je wilt, ‘Ik hou een kamer voor je vrij. Als het einde komt, En als ik dan bang ben, Mag ik dan bij jou? Als het einde komt, En als ik dan alleen ben, Mag ik dan bij jou?

23


3

Als het leven pijn doet

2

Mag ik dan bij jou? a Scan de QR-code en bekijk de video. b In de coupletten beginnen veel zinnen met 'Als‌ komt '. Ze beschrijven steeds een bepaalde situatie. Kies twee van die situaties uit en schrijf op wat je hierin herkent. Misschien heb je het in je eigen leven ook wel eens zo ervaren, of gezien bij iemand die je kent. Begin steeds met een zin uit het lied. Situatie 1 Zin uit het lied: Uitleg:

Situatie 2 Zin uit het lied: Uitleg:

c Wat is volgens jou de kern of het hoofdthema van dit lied?

Tranen van verdriet Een goede vriend of vriendin begrijpt het wel als je soms een tijdje moet huilen, omdat huilen nu eenmaal hoort bij verdriet. Je moet je tranen dan ook niet tegenhouden, maar jezelf de tijd en gelegenheid geven om je verdriet te uiten. Soms komt zo'n diep verdriet plotseling weer boven, als iets je eraan doet denken. Daar gaat het gedicht Laatst was er iemand dood van Bette Westera over.

Laatst was er iemand dood Laatst was er iemand dood. Niet in het echt, maar op tv. Haast iedereen moest huilen, en dat huilen duurde dagen. De dode werd begraven en er gingen vrouwen mee om onderweg hartstochtelijk te huilen en te klagen. Ze waren met z'n zevenen, hun kleren waren zwart. Ze klaagden steen en been, hun tranenstroom was niet te stuiten. Ze jammerden uit volle borst en met hun hele hart, ze huilden alle pijn van binnen schaamteloos naar buiten. Ik dacht opeens aan oom Jeroen, die laatst is overleden. We hebben hem begraven bij een oude eikenboom. Er werd zo hier en daar gesnift, gezongen en gebeden en cake gegeten, heel veel cake. Hij was mijn liefste oom. Ik zou wel eens een keertje met die vrouwen willen ruilen, om lekker op mijn allerhardst een hele dag te huilen. 24


3.2  Verdriet delen 

3

Laatst was er iemand dood a Als de 'ik' in het gedicht het heeft over de begrafenis van oom Jeroen, beschrijft hij of zij heel kort enkele rituelen. Noteer drie rituelen die je herkent in dit tekstgedeelte.

b Wat heeft de 'ik', na het zien van een tv-uitzending, voor zijn/haar gevoel gemist bij de begrafenis van oom Jeroen?

Rituelen Het begraven van een dode is een van de oudste vormen van gemeenschappelijke rituelen. Tot in de verre prehistorie zijn hiervan de sporen te vinden, bijvoorbeeld de hunebedden in Drenthe. Maar ook in onze 21e eeuw vinden mensen die rituelen nog altijd waardevol, ook al hebben ze in verschillende culturen tot verschillende vormen en gebruiken geleid. Mensen over de hele wereld hebben blijkbaar rituelen nodig om afscheid te kunnen nemen van een dierbare die gestorven is. Het samen deelnemen aan een zo'n ritueel kan troost bieden en ook kracht geven om het eigen leven weer op te pakken. Ook na een begrafenis of een crematie voeren nabestaanden vaak bepaalde rituelen uit om samen met familie en vrienden de dode te gedenken.

4

Doden gedenken a Je ziet vier foto's die te maken hebben met het gedenken van doden. Noteer voor elke foto wat het is of wat er gebeurt. Foto 1:

Foto 2:

25


3

Als het leven pijn doet

Foto 3:

Foto 4:

b Welke foto spreekt jou het meest aan? Beschrijf kort welke gevoelens de foto bij je oproept.

c Ken je nog een ander ritueel om samen met anderen een dode te gedenken?

Herdenken op school Toen een jongen uit onze klas stierf door een verkeersongeluk, hebben we als klas veel met elkaar gepraat, elkaar getroost, kaarsen aangestoken en naar muziek geluisterd. De afscheidsdienst in de aula heeft veel indruk op me gemaakt. Hoewel ik niet gelovig ben, was ik onder de indruk van de religieuze muziek, en het lezen van gedichten en teksten uit de Bijbel. Ik heb toen wel gevoeld hoe belangrijk geloof kan zijn in het leven van mensen. Bram, 15 jaar

26


3.3  Leven na de dood

3.3 Leven na de dood  Paradijs en eeuwig leven Rituelen rondom de dood zijn voor veel mensen ook verbonden met een bepaalde voorstelling over wat er is 'aan de andere zijde van de dood'. In sommige culturen wordt bijvoorbeeld in het graf of in de kist aan de dode iets meegegeven, dat hij mogelijk in een leven na de dood kan gebruiken. In het christendom is de hemel of het paradijs de plaats waar iemand na zijn of haar dood naartoe zal gaan en bij God zal zijn. In het laatste boek van de Bijbel, Openbaring, komt de uitdrukking 'een nieuwe hemel en een nieuwe aarde' voor. Die woorden verwijzen naar een bestaan waarin er geen dood en lijden meer zullen zijn, maar waar voor altijd vrede en gerechtigheid heersen. Dit christelijk geloof komt bijvoorbeeld ook tot uitdrukking in het lied In paradisum. Het In paradisum deducant te angeli; is onderdeel van het Requiem, het (et) aeternam habeas requiem. uitvaartritueel van de katholieke kerk. Het lied is geschreven in het Latijn en is vaak te Mogen engelen u geleiden naar horen aan het einde van een katholieke het paradijs,(en) moge u eeuwige uitvaartdienst, als de kist met de rust ontvangen. overledene de kerk verlaat. Van dit lied zijn hier de eerste en laatste regel afgedrukt.

5

Leven na de dood? a Lees de uitspraken die allemaal gaan over de vraag: ‘Is er leven naar de dood’? Kies de bewering die jou het meest aanspreekt. ◯ Ik hoop dat ik voortleef doordat er mensen zijn die mijn leven ‘voortzetten’, mijn idealen overnemen en daar iets mee doen. ◯ Ik geloof in de opstanding en een eeuwig leven. ◯ Met de dood is het leven voorgoed afgelopen. ◯ Misschien komt de ziel van iemand wel weer terug in het lichaam van een ander wezen. ◯ Of er leven na dit leven is, kunnen we nooit weten. Daarom is het beter daar verder niet over te spreken. ◯ Na dit leven wordt ieder mens beoordeeld op zijn goede en slechte daden. Na dat oordeel mag een mens de hemel binnengaan, of moet hij/zij naar de hel. b Leg uit waarom je voor deze uitspraak gekozen hebt. Ik heb voor deze uitspraak gekozen omdat

27


3

Als het leven pijn doet

Geloven in een hiernamaals Het aantal christenen in Nederland is de laatste tientallen jaren sterk gedaald, en daarmee het geloof in een hemel en een hel. Toch zijn er veel mensen die in een leven na de dood geloven, die geloven dat het met de dood niet allemaal afgelopen is. Dit geloof in een hiernamaals biedt veel mensen troost na de dood van een dierbare. De overledene is nu op een plek waar het goed is. En na je eigen dood word je misschien met hem of haar herenigd.

Dit schilderij van Henry Alexander Bowler (1824-1903) heeft als titel The Doubt: Can These Dry Bones Live? De vlinders op het schilderij zijn symbool van wederopstanding.

28


3.3  Leven na de dood

Tot slot In dit hoofdstuk hebben we het gehad over het verdriet waarmee je in je leven te maken krijgt. De een meer dan de ander, maar niemand ontkomt eraan. Waarom verdriet, en waarom de een meer dan de ander? Dat zijn vragen waarop eigenlijk geen antwoord is. Wat wél duidelijk is, is dat het goed is om verdriet met anderen te delen. Er is niet voor niets een spreekwoord dat daarover gaat: 'Gedeelde smart is halve smart'. Hoe moet je omgaan met andermans verdriet? Hoe vind je de juiste woorden om iemand die bijvoorbeeld zijn vader of moeder of broer of zus heeft verloren, te troosten? Soms is het, zoals het verhaal van Job laat zien, beter om maar niets te zeggen, om alleen maar te luisteren en er simpelweg voor hem of haar te zijn. De vraag naar het 'waarom' van verdriet is niet te beantwoorden. Verdriet hoort bij het leven, maar het leven is niet een en al verdriet. Er gebeuren ook veel mooie dingen in het leven. Lees daarom tot slot van dit hoofdstuk het verhaal Denk ook aan de zomer van Toon Tellegen.

Denk ook aan de zomer Op een donkere dag aan het eind van het jaar vergaderden de dieren op de open plek midden in het bos. Toen iedereen wat had gezegd schraapte de tor zijn keel en vroeg: ‘Wie van ons is er wel eens doodgegaan?’ De wind woei door de bomen, de zon was dof en iedereen zweeg. ‘Niemand?’ vroeg de tor. De salamander stond op en vroeg: ‘Echt dood? Niet alleen je staart of zo...?’ ‘Nee, echt dood,’ zei de tor. Het bleef stil. Niemand durfde om zich heen te kijken. Ten slotte zei de tor: ‘Dank jullie wel. Dat wilde ik alleen maar even weten.’ Er ontstond geroezemoes en iedereen stootte iedereen aan. ‘Waarom wilde je dat weten?’ vroeg de ekster. ‘Voor alle zekerheid,’ zei de tor. Toen draaide hij zich om en verdween in een struik. Dieren die nog nooit hun voorhoofd hadden gefronst fronsten het nu, en de wind wakkerde aan en er was niets meer te vergaderen. De mier en de eekhoorn liepen naar huis. De mier rilde, maar het waren geen gewone rillingen. ‘Wat zijn dat voor rillingen?’ vroeg de eekhoorn. ‘Dat zijn huiveringen,’ zei de mier. ‘Huiveringen??’ zei de eekhoorn. ‘Daar heb ik nog nooit van gehoord.’ ‘Nee,’ zei de mier. ‘Die heb ik voor het eerst.’ De eekhoorn begon diep na te denken. Maar plotseling werd hij bang dat hij te diep zou nadenken en misschien wel niet meer terug zou kunnen denken. En zo hevig als hij kon begon hij aan beukennoten te denken en aan dennenappels en aan de rivier en de zon en de zomer. Hij stootte de mier aan en zei: ‘Daar moet je ook aan denken, mier, aan de zomer!’ Toon Tellegen, Misschien wisten zij alles

29


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verhalenderwijs by ThiemeMeulenhoff - Issuu