Op verhaal komen 1-2 VMBO KGT
Op verhaal komen 1-2 VMBO KGT
Lennart Becking Cor Jongeneelen Marloes van Lindenberg-Gersen Lizet Penson (eindredactie) En auteurs vorige editie: Cor Jongeneelen Pieter van Lier Henk van Putten Gerrit Sleeuwenhoek Epko Smit Jaap Veld Albert Wubs
Colofon Op verhaal komen is een lesmethode voor het vak godsdienst en levensbeschouwing in alle klassen en niveaus van het vmbo. Verhalen uit het Oude Testament leert leerlingen inzien dat Bijbelverhalen ‘verhalen voor het leven’ zijn en ook voor mensen van nu van betekenis zijn. Vormgeving: Reclamers, Tom Lamers, Veghel Opmaak: Crius, Hulshout
Dyslexie In de opmaak hebben we zo veel mogelijk rekening gehouden met dyslectische leerlingen.
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 9006 48961 3 Derde druk, eerste oplage, 2020 � ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2020
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieen in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
1
Vragen en antwoorden
1 Vragen en antwoorden
Een meisje stelt vragen en een jongen geeft antwoorden. Wat voor vragen zou ze stellen? Misschien vraagt ze of hij goed is in wiskunde. Of vraagt ze wat hij vindt van hun school. En misschien vraagt ze waarom het uit is met zijn vriendin. Op de eerste vraag kan de jongen makkelijk een antwoord geven. Over de tweede vraag moet hij misschien even nadenken. En op die laatste vraag wil of kan hij misschien helemaal geen antwoord geven. In dit hoofdstuk gaat het over vragen en antwoorden.
In dit hoofdstuk leer je: • • • • •
4
over de betekenis van je voor- en achternaam, het verschil tussen een feit en een mening, het verschil tussen een gewone vraag en een levensvraag, wat verhalen met een boodschap zijn, verschillende soorten verhalen met een boodschap herkennen (mythe, legende, fabel en sprookje).
1.1 Wie ben jij?
1.1
Wie ben jij? Je zit nu in de brugklas van deze school. Alles is nog nieuw voor je. Sommige klasgenoten ken je misschien al van de basisschool, of van de sportclub. Maar de meesten moet je nog leren kennen. De docenten zijn waarschijnlijk allemaal nieuw voor je. Maar zij weten ook nog niet wie jij bent. Ze zullen je in de eerste weken vaak naar je naam vragen. Namen hebben een bepaalde betekenis. Een achternaam kan iets zeggen over het beroep dat iemand vroeger had. Bijvoorbeeld De Boer of Bakker. Soms kun je aan de achternaam zien waar een familie vroeger vandaan kwam. Bijvoorbeeld Van Amersfoort, of De Zeeuw. Misschien heeft jouw achternaam ook een betekenis.
1
Je achternaam Waar komt jouw achternaam (waarschijnlijk) vandaan? Als je dit niet weet, vraag het dan aan iemand van je familie. Je kunt het ook zelf in een boek of op internet opzoeken. Scan de QR-code voor tips. Schrijf hieronder waar jouw achternaam vandaan komt.
Voornamen Voornamen hebben ook een betekenis. Sanne bijvoorbeeld komt van een Hebreeuws woord voor ‘lelie’. En Alex komt van een Grieks woord dat ‘beschermen’ betekent. Sommige ouders geven hun kind een bepaalde naam, omdat ze de betekenis ervan belangrijk vinden. Er zijn ook ouders die hun kind de naam geven van opa of oma, of van iemand anders die ze belangrijk vinden. Vaak kiezen ouders gewoon een naam die ze mooi vinden.
5
1
Vragen en antwoorden
2
Je voornaam a Wat is jouw voornaam? Schrijf die naam op.
b Leg uit waarom je die naam hebt gekregen. c Zoek de betekenis van je naam op. Scan de QR-code voor de Nederlandse voornamenbank. Beschrijf wat de betekenis van je voornaam is.
Feiten en meningen Hieronder zie je van boven naar beneden de naam VINCENT. Bij elke letter heeft Vincent een woord bedacht en een zin geschreven. In elke zin vertelt hij iets over zichzelf. letters
woorden
zinnen
V
vrienden
Zijn heel belangrijk voor mij.
i
internet
Op sommige sites staan leuke computerspelletjes.
n
Nederland
Daar woon ik.
c
christelijk
Dat is de school waar ik op zit.
e
eten
Het liefst een Big Mac met frites.
n
Nemo
Finding Nemo vind ik een hele mooie tekenfilm.
t
tekenen
Vond ik het leukste vak op de basisschool.
Sommige zinnen van Vincent zijn feiten, andere zijn meningen. Wat is het verschil tussen feiten en meningen? Feiten staan vast en zijn voor iedereen hetzelfde. Bijvoorbeeld: het is een feit dat Amsterdam de hoofdstad van Nederland is. Daar kun je niet een andere mening over hebben. Een ander voorbeeld. Als jij schoenmaat 38 hebt, is dat een feit. En als een andere leerling schoenmaat 41 heeft, is dat ook een feit. Feiten kun je meten en controleren. Meningen zijn persoonlijk. Ze zijn niet voor iedereen hetzelfde. Dus kun je het over meningen met elkaar oneens zijn. Wat de ene leerling een fijn vak vindt, kan voor een ander een saai en vervelend vak zijn.
3
Feit of mening Schrijf in de tabel een F achter de zin als het volgens jou een feit is. En schrijf een M als er volgens jou een mening staat. Welke zinnen van Vincent zijn volgens jou feiten? En in welke zinnen staat zijn mening? Schrijf in de tabel van de naam Vincent een F achter de zin als het volgens jou een feit is. En schrijf een M als er volgens jou een mening staat.
6
M/F
1.1 Wie ben jij?
4
Zeg het met je eigen naam Schrijf hieronder van boven naar beneden je naam, zoals in het voorbeeld van Vincent. Vertel nu iets over jezelf met behulp van de letters van jouw naam. • • • • •
Schrijf achter elke letter een woord, dat met die letter begint. Met dat woord maak je een korte zin, die iets over jou zegt. Probeer ongeveer evenveel meningen op te schrijven als feiten. Schrijf een M achter een mening en een F achter een feit. Ruil je boek met je buurman of buurvrouw en lees wat hij of zij heeft geschreven. letters
woorden
zinnen
M/F
Vragen en antwoorden Als iemand iets vertelt, kan dat over een feit of over een mening gaan. Maar ook wanneer je iets vraagt, kan dat over feiten of meningen gaan. Als je aan een klasgenoot vraagt wanneer de repetitie Engels is, vraag je naar een feit. Maar als je vraagt of hij de repetitie Engels moeilijk vond, vraag je naar zijn mening.
5
Feiten Hieronder staan vijf vragen naar feiten. Als je een antwoord niet weet, mag je het opzoeken.
a Wanneer was de eerste lesdag in dit schooljaar? b Hoe heet jullie docent Nederlands? c Op welke datum ben je jarig? d In welke straat woon je? e Wat is de omtrek van de aarde?
7
1
Vragen en antwoorden
6
Meningen Je kunt mensen ook naar hun mening over iets vragen. Er zijn dan verschillende antwoorden mogelijk. Wat is jouw mening? Schrijf op. a Welke muziek vind jij goed?
b Wat is volgens jou belangrijk om gelukkig te zijn? c Welk tv-programma vind jij het beste? d Wat vind jij van voetballen? e Vind jij dat met geld alles te koop is?
Levensvragen Veel vragen in de vorige opdrachten gingen over het leven van alledag. Je kon er waarschijnlijk gemakkelijk een antwoord op geven. Zulke vragen noemen we gewone vragen. Er zijn ook vragen die niet zo gemakkelijk zijn. Bijvoorbeeld vragen over de zin en de betekenis van je leven. Zulke vragen noemen we levensvragen. Enkele voorbeelden van levensvragen zijn: • Is er een God die alles geschapen heeft? • Wat is een goede manier van leven? • Is er een leven na de dood? Je kunt de antwoorden hierop niet zo gemakkelijk vinden als bij de gewone vragen.
7
Gewone vraag of levensvraag Kijk nog eens naar de vragen en antwoorden van opdracht 6. Welke vraag is een gewone vraag en welke een levensvraag? a b c d e
8
Welke muziek vind jij goed? Wat is volgens jou belangrijk om gelukkig te zijn? Welke tv-programma vind jij het beste? Wat vind jij van voetballen? Vind jij dat met geld alles te koop is?
gewone vraag | levensvraag gewone vraag | levensvraag gewone vraag | levensvraag gewone vraag | levensvraag gewone vraag | levensvraag
1.1 Wie ben jij?
8
Levensvragen Je kent vast de film The Lion King (De Leeuwenkoning) wel.
Scan de QR-code voor de trailer en een samenvatting van het verhaal.
a Op een avond heeft Simba een gesprek met zijn vader. Pap? Ja. We zijn vrienden hè? We blijven altijd bij elkaar, hè? Simba stelt zijn vader twee vragen. Waarom zijn dit twee levensvragen?
Simba, ik zal je iets vertellen dat MIJN vader me vroeger ook verteld heeft. Zie je die sterren daarboven? Alle grote koningen die vroeger over het Koninkrijk hebben geheerst, kijken vanaf die sterren naar ons... Echt?
b Vader Mufasa vertelt iets aan Simba. Vind jij dat Mufasa een antwoord geeft op de tweede vraag van Simba? Kies ja of nee, en maak je antwoord af. Ja | Nee, want
9
1
Vragen en antwoorden
Ja! Dus als je je later eens eenzaam voelt, onthoud dan dat die koningen altijd bij je zijn om je te steunen. Net als ik!
c Wat betekent dit antwoord, volgens jou, voor Simba?
9
Doodgegaan Denk jij wel eens terug aan iemand die gestorven is? Of aan een huisdier dat is doodgegaan?
Schrijf op om wie of wat het gaat en wat je dan denkt.
Na de dood Veel mensen denken wel eens over de dood na. Ze vragen zich af wat er na de dood gebeurt. Er is geen mens die dat precies weet. Sommigen stellen zich er wel iets bij voor. Bijvoorbeeld dat je na je dood 'ergens' komt waar het mooi is en waar iedereen gelukkig is. Anderen denken dat het bij de dood is afgelopen. Dat er daarna helemaal niets meer is.
10
Wat is er na de dood? Lees Na de dood. Geloof jij dat met de dood alles afgelopen is? Kies ja of nee en schrijf erachter waarom je dat gelooft. Ja | Nee, want
10
1.2 Antwoorden op levensvragen
1.2
Antwoorden op levensvragen Simba kreeg van zijn vader Mufasa een antwoord op zijn vraag: 'Blijven we altijd bij elkaar?' Ook jouw ouders of andere mensen zoals bijvoorbeeld je opa of oma, zullen je soms antwoorden op levensvragen geven. Je kunt ook door een bijzondere gebeurtenis een antwoord krijgen op een levensvraag. Je kan ook zelf antwoorden op levensvragen proberen te vinden door er bijvoorbeeld met vrienden en vriendinnen over te praten. Soms krijg je een antwoord in een boek, film of tv-programma of op internet.
11
Antwoord op een levensvraag Noem een levensvraag, waar jij voor jezelf een antwoord op hebt. Zet erbij wat het antwoord is, en van wie of door wat je het antwoord hebt gekregen of gevonden: • • • • • •
van je ouders? van andere familieleden (opa, oma, broer, zus, oom, tante)? van vrienden? door een bijzondere gebeurtenis? door een boek, film of muziek? door iets of iemand anders?
De vraag: Van wie of door wat antwoord? Het antwoord:
11
1
Vragen en antwoorden
12
Een lied over een levensvraag Ken je een lied dat antwoord geeft op een levensvraag? Gebruik internet om zo'n lied te zoeken als je er niet meteen een weet. Beantwoord de volgende vragen.
a Wat is de titel van het lied? b Wie zingt of zingen dit lied? c Over welke levensvraag gaat dit lied? Wat is het antwoord op deze levensvraag in dit lied?
Verhalen voor je plezier In verhalen kun je ook antwoorden op levensvragen vinden. Dat is niet bij alle verhalen zo: sommige zijn alleen maar leuk, grappig, spannend of eng. Deze verhalen zijn bedoeld om ons te vermaken.
13
Leuke of spannende verhalen a Noem twee verhalen: een leuk of grappig verhaal en een spannend of eng verhaal. Het mag een verhaal uit een boek zijn of een verhaal uit een film. Schrijf ook op waarom je het verhaal leuk, grappig, eng of spannend vond. Een leuk of grappig verhaal:
Een spannend of eng verhaal:
Verhalen met een boodschap Er zijn verhalen die bedoeld zijn om ons iets te leren. Het zijn verhalen met een boodschap. Deze verhalen kunnen ook spannend of leuk zijn, maar het gaat uiteindelijk om de diepere betekenis. Dit soort verhalen kunnen antwoorden op levensvragen geven. Sommige verhalen met een boodschap zijn echt gebeurd. Ze gaan dan bijvoorbeeld over gebeurtenissen uit de geschiedenis. Ze worden verteld met de bedoeling dat we er iets van leren of dat we begrijpen dat bepaalde dingen niet opnieuw mogen gebeuren. Ook verhalen die niet echt gebeurd zijn, die dus door de vertellers of schrijvers bedacht zijn, kunnen een diepere betekenis hebben. Bij zo'n verhaal moet je proberen te begrijpen welke boodschap of diepere betekenis erachter zit .
14
Verhalen met een boodschap Jij hebt al veel verhalen met een boodschap gehoord, gelezen of in een film gezien. Hierover gaan de volgende vragen. a Welk verhaal ken je dat echt is gebeurd en een boodschap heeft?
12
1.2  Antwoorden op levensvragen 
b Wat is die boodschap? c Welke verhaal ken je dat niet echt is gebeurd maar wel een boodschap heeft? d Wat is die boodschap?
15
Verschillende soorten verhalen Hieronder worden vier verschillende verhaalsoorten met een boodschap of een diepere betekenis beschreven. Geef bij elke verhaalsoort twee voorbeelden. Dat kan een boek of een film zijn.
Mythe Mythen zijn verhalen waarin goden, godinnen of andere bovenmenselijke wezens de hoofdpersonen zijn. Vaak geven mythen een verklaring voor een natuurverschijnsel of voor andere dingen die de mensen vroeger niet begrepen.
a Geef twee voorbeelden van mythen.
Legende Een legende is een verhaal over een gebeurtenis uit het leven van een belangrijk historisch persoon, bijvoorbeeld een heilige of een koning. In een legende wordt verteld welke bijzondere dingen zo'n persoon heeft gedaan, vaak als kind al. Niet alles in het verhaal hoeft echt gebeurd te zijn. Het gaat erom dat de hoofdpersoon uit de legende een voorbeeld is voor de mensen.
b Geef twee voorbeelden van legenden.
13
1
Vragen en antwoorden
Fabel Een fabel is een verhaal met een levensles. Fabels willen ons iets leren over de manier waarop mensen met elkaar moeten omgaan. In een fabel zijn dieren vaak de hoofdrolspelers, maar de boodschap is natuurlijk voor de mensen bedoeld.
c Geef twee voorbeelden van fabels.
Sprookje Een sprookje is van oorsprong een oud volksverhaal met personen, dieren en/of dingen die in het echte leven niet bestaan of niet kunnen. Sprookjes hebben een symbolische betekenis. Ze gaan vaak over tegenstellingen als goed en kwaad, arm en rijk, groot en klein. Een sprookje begint vaak met 'Er was eens ...' en eindigt vaak met 'Ze leefden nog lang en gelukkig.'
d Geef twee voorbeelden van sprookjes.
Oude verhalen Sommige van dit soort verhalen met een boodschap of diepere betekenis zijn al heel oud. Veel mythen bijvoorbeeld behoren tot de oudste verhalen ter wereld.
16
Een zelfgekozen verhaal met een boodschap a Zoek een verhaal met een boodschap of een diepere betekenis dat nog niet in dit boek of in de les is genoemd. Het mag een mythe, legende, fabel of sprookje zijn. Je kunt gebruikmaken van de QR-code bij het zoeken naar een verhaal. Wat is de titel van dit verhaal?
b Noem de hoofdpersonen van dit verhaal en leg uit wat hun rollen zijn.
14
1.3 Tot slot
c Is dit verhaal een mythe, legende, fabel of sprookje? Geef uitleg bij je antwoord.
d Uit welk land komt dit verhaal? Waaruit blijkt dat? e Wat is de boodschap of de diepere betekenis van dit verhaal?
Op verhaal komen In het Nederlands bestaat de uitdrukking 'op verhaal komen'. Daarmee wordt bedoeld dat je uitrust en weer kracht krijgt. Dit boek gaat over allerlei verhalen die mensen antwoorden op levensvragen geven. De verhalen helpen te ontspannen en geven levenswijsheid. Daarom is de titel van dit boek Op verhaal komen.
1.3 17
Tot slot Belangrijke woorden uit dit hoofdstuk Hieronder zie je de belangrijke woorden uit dit hoofdstuk. antwoorden – boodschap – fabels – feiten – legenden – levensvragen – meningen – mythen – sprookjes – verhalen Schrijf deze woorden uit het hoofdstuk op de goede plaats in de gaten in de tekst. Leer deze samenvatting daarna goed. staan vast en zijn voor iedereen hetzelfde. zijn persoonlijk. Ze zijn niet voor iedereen hetzelfde. zijn vragen die te maken hebben met de zin en de betekenis van je leven. Mensen zoeken naar
op die vragen.
kunnen daarbij helpen. Vooral de verhalen met een In
.
spelen goden en goddelijke wezens de hoofdrol. Ze gaan bijvoorbeeld over
het ontstaan van de wereld. vertellen over bijzondere gebeurtenissen uit het leven van een belangrijk persoon. In
zijn dieren vaak de hoofdrolspelers, maar de boodschap is voor
de mensen bedoeld. In
komen figuren en dingen voor, die in het echte leven niet bestaan
of niet kunnen. Ze gaan over goed en kwaad en hebben altijd een gelukkig einde. 15
2
Religies
2 Religies
In het vorige hoofdstuk hebben we het gehad over levensvragen en mogelijke antwoorden daarop. Veel mensen vinden antwoorden op hun levensvragen in hun geloof. Een kenmerk van een godsdienst is dat mensen geloven in een hogere macht die ze god noemen. Het geloof in god geeft hun de antwoorden op levensvragen.
In dit hoofdstuk leer je: • de belangrijkste wereldgodsdiensten kennen: jodendom, christendom, islam, hindoëisme en boeddhisme, • welke kenmerken die godsdiensten hebben, • hoeveel gelovigen er van die verschillende godsdiensten zijn in Nederland, • wat schriftloze en dode religies zijn, • over de verschillende overleveringen, zowel mondeling als schriftelijk, • over het Oude Testament en de taal van het Oude Testament, Hebreeuws. 16
2.1 Wereldreligies
2.1
Wereldreligies Een ander woord voor geloof is godsdienst of religie. Er bestaan verschillende religies op de wereld. Bijvoorbeeld het christendom. Christenen geloven in één God en in Jezus Christus, die zij zien als Gods zoon. Een andere religie is het hindoeïsme. Hindoes geloven in meerdere goden. Alle religies geven antwoorden op levensvragen van mensen. Maar niet alle religies geven hetzelfde antwoord op die vragen. Bijvoorbeeld de levensvraag: ‘Is er leven na de dood?’ Een christen gelooft van wel. Hij gelooft dat hij, als hij goed leeft, na zijn dood in de hemel komt. Een hindoe gelooft ook in een leven na de dood. Hij gelooft dat zijn ziel na de dood weer op aarde terugkeert in een ander lichaam. Dit heet reïncarnatie. Dit woord betekent: ‘opnieuw geboren worden’. Zolang als er mensen leven op aarde, zijn er religies. Je kunt zeggen: religie is van altijd en overal. Overal en altijd in de geschiedenis is religie belangrijk voor de mensen geweest en is dat nog steeds. Maar de religies zelf zijn er niet altijd geweest. Ze zijn op verschillende tijden en plaatsen ontstaan en sommige religies zijn inmiddels weer verdwenen. De religies die over de hele wereld veel invloed hebben, noemen we wereldreligies of wereldgodsdiensten. Er zijn vijf wereldreligies: • • • • •
1
boeddhisme christendom hindoeïsme islam jodendom
Gelovigen wereldwijd Hoeveel mensen op de wereld geloven in welke godsdienst? En hoeveel mensen hebben geen godsdienst? Je ziet een cirkel die verdeeld is in 'taartpunten'. Elke taartpunt staat voor een godsdienst. Naast de cirkel staat een lijstje met het aantal aanhangers dat die godsdienst ongeveer heeft. a Welke godsdienst heeft de meeste aanhangers? Zet de godsdiensten in volgorde van meeste aanhangers tot minste. 1 betekent de meeste aanhangers, 8 de minste. Boeddhisme
100 miljoen
Christendom Hindoeïsme
10 miljoen
400 miljoen 500 miljoen
Islam
2.300 miljoen 1.000 miljoen
Jodendom Schriftloze religies Andere religies Geen religie
Christendom, 2.300 miljoen [31,2 %]
1.200 miljoen
Islam, 1.800 miljoen [24,1 %] 1.800 miljoen chriftloze religies, 400 miljoen [5,9 %] Geen religie, 1.200 miljoen [16 %]
17
2
Religies
b Zoek uit welke godsdienst bij welke taartpunt hoort. Geef de taartpunt de kleur van die godsdienst die ervoor staat.
2
Vijf wereldreligies Je ziet vijf symbolen van de vijf wereldreligies. Zoek uit welk symbool bij welke religie hoort en welk gebouw en welk heilig boek bij die religie horen. boeddhisme | tempel | Tripitaka | christendom | kerk | Bijbel | hindoeĂŻsme | mandir | Veda's | islam | moskee | Koran | jodendom | synagoge | Tenach Vraag aan je docent of je bij deze opdracht het internet mag gebruiken en of je de opdracht samen mag doen. Religie Gebouw Heilig boek Religie Gebouw Heilig boek Religie Gebouw Heilig boek Religie Gebouw Heilig boek Religie Gebouw Heilig boek
18
2.1 Wereldreligies
3
Geluiden wereldreligies In deze opdracht ga je naar een aantal geluiden luisteren. Die geluiden hebben met verschillende religies te maken.
Een joodse man blaast op de sjofar.
Lees de geluiden eerst door. • • • • • • • •
altaarbel gezang van kerkleden gregoriaans koor klokgelui ohm oproep tot gebed ramshoorn voorzanger
Luister nu naar de geluiden. Scan daarvoor de QR-code. Kies na elk geluid wat je hoort en bij welke religie dit geluid hoort. Je kunt kiezen uit de geluiden die je doorgelezen hebt en de vijf wereldreligies. Geluid 1:
hoort bij
Geluid 2:
hoort bij
Geluid 3:
hoort bij
Geluid 4:
hoort bij
Geluid 5:
hoort bij
Geluid 6:
hoort bij
Geluid 7:
hoort bij
Geluid 8:
hoort bij 19
2
Religies
Religies in Nederland Christendom in Nederland Het christendom is in Nederland al heel lang de godsdienst met het grootste aantal aanhangers. Binnen het christendom bestaan twee grote groepen: de rooms-katholieken en de protestanten. Beide groepen hebben hun eigen kerken. De paus is het hoofd van alle rooms-katholieken over de hele wereld. Bij de protestanten is er niet ĂŠĂŠn persoon die het hoofd van alle protestanten is. Er zijn veel verschillende groepen protestanten, Christenen in de kerk zoals hervormden, gereformeerden en doopsgezinden. Alle christenen kennen de zondag als de dag van samenkomst. Voor het begin van de mis of de eredienst luiden de kerkklokken. In rooms-katholieke kerken is meestal veel te zien: beelden van heiligen (vooral van Maria), schilderijen en soms kleurige glas-in-loodramen. Protestantse kerken zijn meestal vrij kaal. Er zijn in totaal ongeveer 6 miljoen christenen in Nederland, waarvan 4 miljoen roomskatholieken en 2 miljoen protestanten.
Islam in Nederland De islam is een godsdienst die steeds meer in Nederland voorkomt. Islamieten worden ook wel moslims genoemd. Vanaf ongeveer 1960 kwamen er moslims uit Turkije en Marokko naar Nederland. Ook veel asielzoekers die naar Nederland zijn gevlucht, zijn aanhangers van de islam. Er wonen nu ongeveer 850.000 moslims in Nederland.
Moslims in de moskee
Jodendom in Nederland Het jodendom komt al heel lang voor in Nederland. In de Tweede Wereldoorlog zijn meer dan 100.000 joden uit Nederland weggevoerd en in concentratiekampen vermoord. Nu zijn er in ons land nog ongeveer 17.000 joden.
Joodse man in de synagoge
20
2.1 Wereldreligies
Hindoeïsme in Nederland Het hindoeïsme is een heel oude godsdienst. Het is lang geleden in India ontstaan. In Nederland leven 102.000 hindoes. De meesten komen uit Suriname.
Hindoes in de mandir
Boeddhisme in Nederland Het boeddhisme is ook een godsdienst die in Azië is ontstaan. Er zijn ongeveer 68.000 boeddhisten in Nederland. Veel van hen komen uit China.
Boedhisten tijdens een nieuwjaarsoptocht in Amsterdam
Niet-religieuzen in Nederland De grootste groep Nederlanders (ruim zes miljoen) geeft aan geen religie te hebben. Ze geloven niet in een god, maar hebben wel een levensbeschouwing. Veel niet-religieuze mensen zijn ‘ietsisten’: ze geloven niet in een god, maar wel dat er ‘iets’ is tussen hemel en aarde.
4
Gelovigen in Nederland a Hoeveel mensen hebben welk geloof in Nederland? Lees de tekst over religies in Nederland nog eens goed. Vul de getallen naast de godsdiensten in. • christenen • moslims • joden • hindoes • boeddhisten • geen/iets
b Om een beeld te krijgen van hoe groot de verschillende groepen zijn, ga je de staven in de staafdiagram inkleuren. • Elk hokje staat voor 500.000 mensen. Dat zijn dus 12 hokjes. Die 12 hokjes kleur je rood in de staaf christenen. • Kleur bij elke staaf de hokjes in de kleur van de religie. • Omdat er in Nederland naar verhouding weinig joden en boeddhisten zijn, staan ze onder 'overig'. Kleur hier de hokjes donkerpaars. 21
2
Religies
8.000
Godsdiensten in Nederland x 1.000
7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0
5
christenen
moslims
hindoes
overigen
geen/’iets’
Gelovigen in jouw klas Hoe zijn de religies in jouw klas verdeeld? Schrijf eerst op een kladblaadje hoeveel klasgenoten welk geloof hebben. Kleur dan de staven in. Elk hokje staat voor 1 klasgenoot. Dus als er 3 joodse kinderen in jouw klas zitten, kleur je 3 hokjes blauw. In deze opdracht hebben joden en boeddhisten weer een eigen staaf en vallen zij niet onder 'overig'. Aantal leerlingen 30 25 20 15 10 5 0
christenen
moslims
hindoes
joden
boeddhisten
geen
iets
Godsdiensten in de klas
2.2 Schriftloze religies Overal op de wereld komen er volken voor die wel een religie hebben, maar geen heilige boeken met verhalen en leefregels. Deze mensen kennen wel verhalen en hebben ook religieuze gewoonten en gebruiken, maar deze staan niet opgeschreven in een heilig boek. Daarom noemen we de religies van deze volkeren de schriftloze religies. Voorbeelden hiervan zijn de religie van de Massai in Kenia (Afrika) en het geloof van de Aboriginals in Australië.
22
2.2 Schriftloze religies
Aboriginals De Aboriginals zijn een schriftloos volk uit Australië. Zij geloven in de droomtijd. Dit is een mythische tijd waarin alles is ontstaan. De Aboriginals geloven dat als we dromen, dat we ons dan bepaalde gebeurtenissen uit die mythische tijd herinneren. Alles uit de cultuur van de Aboriginals heeft een link met die droomtijd. Hun rituelen, hun gebruiken, hun verhalen en ga zo maar door. De ouderen geven, door middel van bepaalde dansen en verhalen, de wijsheden uit de droomtijd door aan de jongeren.
Aboriginals geven door middel van dans hun verhalen door aan de jongeren.
Een bijzonder kenmerk van het geloof van de Aboriginals is de vermenging van hun droomtijd met het landschap waarin ze leven. Zij geloven dat alles wat ze in hun omgeving zien, is gemaakt in die droomtijd. Daarom zijn ook de kenmerken van hun omgeving heilig. Denk aan een berg of aan een rivier. In hun kunst hebben ze een heel bijzondere manier om die heiligheid af te beelden. Ze maken kunst met stippen.
Typisch Aboriginal-kunstwerk met stippen
Vaak is zo'n kunstwerk van de Aboriginals een kaart van de omgeving of een samenvatting van een mooi verhaal. Ze hebben verschillende symbolen voor hun schilderijen. Enkele voorbeelden zie je in de afbeelding.
Voorbeelden van Aboriginal-symbolen
23
2
Religies
6
Aboriginals De Aboriginals maken mooie kaarten van hun omgeving. Daarbij gebruiken ze allerlei symbolen. Enkele voorbeelden zie je in de afbeelding. Nu ga jij ook een Aboriginal-kunstwerk maken. Maak een landkaart waarin duidelijk wordt hoe jij naar school fietst. • Geef je huis het symbool van een ‘rustplaats’ en de school het symbool van ‘ontmoetingsplek’. • Ga voor jezelf na wat je onderweg allemaal tegenkomt en kijk of je bepaalde symbolen kunt gebruiken bij het maken van je kaart. • Je mag ook zelf symbolen erbij verzinnen. Leg ze dan wel uit. • Probeer te werken zoals de Aboriginals doen. Dus werk met gekleurde stippen. Scan de QR-code voor nadere instructie. Maak de kaart.
2.3 Dode religies Er zijn ook religies die inmiddels weer zijn verdwenen. Dat zijn bijvoorbeeld de religies van de Germanen, de oude Egyptenaren, de Grieken en de Romeinen. Deze religies noemen we dode religies of dode godsdiensten. Er zijn geen mensen meer die erin geloven, er zijn geen samenkomsten meer, geen feestdagen, geen regels van die godsdienst waarnaar de mensen leven. Er zijn nog wel overblijfselen van deze religies, zoals de piramides in Egypte en de Griekse en Romeinse tempels in de landen rond de Middellandse Zee.
Piramides in Egypte
Religie van het oude Egypte De religie van de oude Egyptenaren is een voorbeeld van zo’n dode religie. In de opdracht Egyptische goden maak je kennis met de goden van deze religie.
24
2.3 Dode religies
7
Egyptische goden Je ziet afbeeldingen van acht goden van het oude Egypte. Hun namen staan er niet bij. Lees de acht omschrijvingen van Egyptische goden. 1 Isis De godin van de liefde, de vrouw van Osiris en de moeder van Horus. Kenmerkend is de troon die ze op haar hoofd draagt. 2 Horus Beschermgod van de farao’s die de dubbele koningskroon op zijn valkenkop draagt. Farao’s werden gezien als Horus in mensengedaante. 3 Osiris De god van het dodenrijk. Hij wordt vaak als een mummie afgebeeld en draagt een kroon en een scepter (staf). 4 Ra De zonnegod, wordt vaak afgebeeld met een zonneschijf op zijn valkenhoofd. Hij laat dagelijks de zon in een boot langs de hemel trekken. 5 Thot De god van de wijsheid en de magie, afgebeeld met de kop van een ibis (een vogel met een lange snavel). Hij is ook de schrijver van de goden en legt alles vast over het leven van de mensen. 6 Maät De godin van de gerechtigheid en waarheid. Zij draagt als kenmerk op haar hoofd de veer van de waarheid. 7 Anoebis De god van het dodenrijk, die de gestorvenen toelaat en hun hart weegt. Vaak wordt hij afgebeeld als de god met een jakhalskop. 8 Hathor De godin van de liefde en de moederlijke zorg. Ze wordt vaak afgebeeld met twee koehoorns op haar hoofd met daartussen de zonneschijf. Verbind de goede namen met de goede afbeeldingen.
• •
• •
• •
• •
• •
• •
• •
• •
Thot
Anoebis
Maät
Hathor
Isis
Osiris
Horus
Ra
25
2
Religies
Mythe uit het oude Egypte Het volgende verhaal is een mythe uit het oude Egypte, uit ongeveer 1500 v.c.j. De christelijke jaartelling
Isis en Osiris
In Op verhaal komen gebruiken we de jaartallen volgens de christelijke jaartelling (c.j.). De jaren vóór het begin van de christelijke jaartelling geven we aan met: v.c.j.
Vroeger heerste Osiris als koning over Egypte, maar zijn broer Seth was heel jaloers op hem en wilde hem uit de weg ruimen. Seth organiseerde daarom op een dag een feest en liet de gasten een prachtige doodskist zien. De kist was precies naar de maten van Osiris’ lichaam gemaakt. Dat wist Osiris niet, maar de andere gasten wel. Toen het feest in volle gang was zei Seth tegen de feestgangers dat de kist bestemd was voor degene die er precies in paste. Eén voor één moesten ze plaats nemen in de kist, maar niemand paste erin. Toen Osiris aan de beurt was en er precies in paste, werd vlug de deksel op de kist gegooid en dichtgespijkerd. Vervolgens gooide Seth de kist in de Nijl, waar hij door de stroom werd meegevoerd. Isis, de vrouw van Osiris, hoorde wat er gebeurd was. Ze was diepbedroefd over de moord op haar man, ze huilde aan één stuk door. De tranen van Isis vulden de Nijl en deden de rivier buiten haar oevers treden. Isis ging diepbedroefd op zoek naar haar geliefde. Uiteindelijk vond ze de kist en verstopte hem op een geheime plek in het moeras. Maar iemand verklapte deze geheime plek aan Seth. Woedend ging hij naar de kist, maakte die open en hakte het lichaam van Osiris in veertien stukken en verspreidde die stukken over heel Egypte. De bedroefde Isis zocht alle delen van Osiris’ lichaam weer bij elkaar en wikkelde ze samen in wit linnen. Ze werd daarbij geholpen door Anoebis, de god van het dodenrijk. Met haar toverkracht wist Isis daarna de mummie van Osiris weer tot leven te wekken. Isis en Osiris kregen een zoon, Horus. Deze nam wraak op zijn oom Seth en doodde hem. Daarna werd Horus de heerser over Egypte. Sindsdien ziet elke farao zichzelf als opvolger van Horus.
8
Isis en Osiris Welk natuurverschijnsel in Egypte wordt in het verhaal van Isis en Osiris verklaard?
a De oude Egyptenaren staan bekend om de bijzondere manier waarop ze hun doden verzorgden. In dit verhaal wordt dit beschreven. Osiris wordt een mummie. Wat is een mummie? Je mag zoeken op internet.
b Waarom hebben Egyptenaren zoveel ontzag voor hun farao?
26
2.4 Overlevering
2.4 Overlevering Of je het nu hebt over de wereldreligies, de schriftloze religies of de dode religies, één dingen hebben ze gemeen: de mensen hebben de geloofsverhalen van generatie op generatie doorverteld. Dat noemen we overlevering. Heel vroeger, meer dan 5000 jaar geleden, was vertellen de enige manier om iets door te geven aan anderen. Ouders en grootouders vertelden hun kinderen en kleinkinderen verhalen over wat zij belangrijk vonden, bijvoorbeeld hoe ze moesten jagen en waar de beste weidegronden lagen voor hun vee. Via mondelinge overlevering gaven de ouderen aan de jongeren ook belangrijke dingen door over hun geschiedenis en hun geloof. Zo werden de levenswijsheden van generatie op generatie doorgegeven.
9
Mondelinge overlevering Vertel het door! Je gaat met je klas ontdekken wat één van de problemen van mondelinge overlevering is. Eén leerling krijgt op een papiertje een zin te lezen van de docent. Die leerling moet die zin doorvertellen aan een klasgenoot. Maar let op, niemand anders mag je horen, dus fluister de zin in het oor van je klasgenoot. Als alle leerlingen uit de klas de zin hebben doorverteld dan mag de laatste hardop vertellen wat hij/zij denkt dat er op het papiertje staat. Voer de opdracht uit.
Schriftelijke overlevering In de loop van de tijd gingen verschillende volken een schrift ontwikkelen, dat wil zeggen: een geschreven taal. De mensen konden toen de verhalen van hun volk en godsdienst ook doorgeven door middel van schriftelijke overlevering. De verhalen werden in de loop van de tijd vaak aangevuld met liederen, gebeden, wetten en regels. De boeken waarin dit allemaal werd opgeschreven, vonden de mensen zo belangrijk, dat ze heilige boeken werden genoemd.
Bijbel
Tora (onderdeel van de Tenach)
Koran
27
2
Religies
10
Schriftelijke overlevering a Als je schriftelijke overlevering vergelijkt met mondelinge overlevering, wat is dan een voordeel van schriftelijke overlevering?
b En wat is een nadeel van schriftelijke overlevering?
2.5 Het Oude Testament Een belangrijk heilig boek is het Oude Testament (O.T.). Het is een heilig geschrift van de christenen. Veel verhalen die hierin staan, zijn ook belangrijk voor joden en voor moslims. In hun heilige boeken: de Tenach (jodendom) en de Koran (islam) staan veel verhalen die overeenkomen met de verhalen uit het O.T.
De Bijbel Het Oude Testament is het eerste deel van het heilige boek van de christenen: de Bijbel. Het tweede deel van de Bijbel is het Nieuwe Testament (N.T.). In het N.T. staan de verhalen over Jezus Christus en zijn volgelingen. De naam bijbel komt van biblia: Latijn voor boeken. De hele Bijbel is eigenlijk een verzameling oude boeken. Je kunt het zien als een bibliotheek met twee afdelingen: het O.T. en het N.T.
Het ontstaan van het Oude Testament In het Oude Testament staan de verhalen van de Israëlieten. Israëlieten is een ander woord voor het Joodse volk. Het zijn verhalen over de schepping, over de voorouders van het Joodse volk en over koningen en profeten. Eerst vertelden de Israëlieten de verhalen mondeling door, maar vanaf ongeveer 1000 v.c.j. begonnen ze de verhalen op te schrijven. Eerst schreven ze op boekrollen. Later maakten ze ook boeken zoals wij nu kennen. Het Oude Testament is ontstaan tussen 1000 v.c.j.. en 100 v.c.j.
28
2.5 Het Oude Testament
De Dode Zee-rollen van QUMRAN, nog niet zo lang geleden ontdekte boekrollen met Bijbelteksten.
De taal van het Oude Testament De boeken van het O. T. zijn oorspronkelijk geschreven in het Hebreeuws. Hebreeuws is de taal die vroeger werd gebruikt door het Joodse volk. Het oude Hebreeuws is een taal die nu niet meer wordt gesproken. Hebreeuws heeft twee bijzondere kenmerken: 1 Je schrijft het van rechts naar links ←. 2 Er worden geen klinkers (e - a - o - u - i ) geschreven. (Die klinkers worden natuurlijk wel uitgesproken.)
11
Woorden zonder klinkers a Je hebt de letters: BRD Door hier klinkers aan toe te voegen, kun je heel veel woorden maken. Bijvoorbeeld: BORD of BREED. Probeer zelf op deze manier zoveel mogelijk woorden te bedenken met de letters BRD. Let op: je mag zelf geen andere medeklinkers toevoegen! BoRD BReeD
29
2
Religies
12
Van rechts naar links a Je ziet een Nederlands woord, maar het is op de Hebreeuwse manier geschreven. • Het woord is van rechts naar links ← geschreven. • Het woord heeft geen klinkers. TSNDSDG Hoe kom je erachter wat hier staat? Schrijf het woord eerst van links naar rechts →: GDSDNST Plaats er dan de goede klinkers tussen: GoDSDieNST SLKGRB Welk Nederlands woord is hier op de Hebreeuwse manier geschreven? De letters van links naar rechts →: Met klinkers ertussen:
b Nu wordt het iets moeilijker. RWZ LH S NKB TM KZGR NM Welke Nederlandse zin is hier op zijn Hebreeuws geschreven? De letters van links naar rechts →:
Nu de klinkers ertussen:
13
Nadeel Hebreeuws schrift Je hebt gemerkt dat het lastig is om een zin te lezen als er geen klinkers in de woorden staan. Wat is volgens jou het grootste nadeel, als er geen klinkers in woorden staan?
14
Schrijf Hebreeuws In deze opdracht ga je je voornaam en achternaam in het Hebreeuws schrijven. Als voorbeeld zie je de naam van Willem van Oranje. a Schrijf je naam op. WILLEM VAN ORANJE
b Schrijf je naam gewoon van links naar rechts → maar zonder klinkers. WLLM VN RNJ
c Schrijf nu je naam zonder klinkers van rechts naar links ←. JRN NV MLLW 30
2.5 Het Oude Testament d Zoek in het Hebreeuwse alfabet de letters van jouw naam op. Letter
Naam lamed
Klank l
b,v
mem
m
gimel
g
nun
n
dalet
d
samek
s
he
h
aiin
(a)
wav
w
pe
p,f
dzaiin
z
tsade
ts
chet
ch
qof
q
tet
th
res
r
iod
i,j
sin
sj
kaf
k
tau
t
Naam alef
Klank (a)
bet
Letter
Schrijf ze over en begin net als in het Hebreeuws rechts.
De boeken van het Oude Testament De joden noemen het Oude Testament de TeNaCH. Dit vreemde woord heeft met de titels van de boeken in het Oude Testament te maken. De joden delen ze namelijk in drie groepen boeken in, die met Hebreeuwse woorden als volgt worden aangegeven. Tora - Onderwijzing of Leer Nebiim - Profeten Chetoebim - Geschriften Als je de T, N en CH achter elkaar zet, krijg je Tenach. Het woord heeft verder geen eigen betekenis.
Tora In de eerste vijf boeken van de Tenach hoort de mens hoe hij als mens moet leven. Soms gebeurt dit in de vorm van een verhaal, soms in de vorm van een duidelijke regel of wet. De joden noemen deze boeken de Tora. Dit woord zou je kunnen vertalen met onderwijzing. Het zijn verhalen om van te leren. In de verhalen, regels en voorschriften leert een mens God kennen. Ook leert hij hoe hij met anderen moet omgaan, zodat alle mensen in vrijheid, rechtvaardigheid en vrede kunnen samenleven.
Nebiim De boeken van de Profeten vormen het grootste deel van de Tenach. Deze boeken wijzen de mensen op hun plicht om zich te houden aan de regels van de Tora. Die plicht geldt 31
2
Religies
zowel voor gewone mensen als voor koningen, want de Tora is de basis voor een eerlijke samenleving. Opvallende figuren in deze boeken zijn de profeten. Een profeet stelt onrecht aan de kaak en doet dat namens God. Hij wijst de mensen, ook koningen, op hun fouten en herinnert hen eraan wat er geschreven staat in de Tora.
Chetoebim Het laatste deel van de Tenach bevat veel verschillende boeken, je kunt ook zeggen veel verschillende geschriften (vandaar de naam Chetoebim, dat betekent geschriften). Sommige Geschriften zijn verhalen rond een bepaalde hoofdpersoon, zoals Ester, Job en Daniël. Verder kun je ook gedichten en liederen lezen, zoals de Psalmen, waarin mensen hun goede of droevige levenservaringen vertellen. In de boeken Prediker en Spreuken zijn veel praktische raadgevingen en wijsheden te vinden.
Verhalen uit het Oude Testament In de volgende hoofdstukken gaan jullie kennismaken met verschillende verhalen uit het Oude Testament. Op welke levensvragen geven ze antwoord? Kunnen we uit die verhalen iets leren over het leven van nu?
2.6 Tot slot 15
Slotopdracht Religies In dit hoofdstuk heb je veel verschillende religies bekeken. Kies per viertal een religie die je gaat onderzoeken. Elke groep moet een andere religie kiezen! In jullie presentatie moeten de volgende onderdelen worden opgenomen: • • • • • • • •
aantal leden in de wereld en in Nederland, heilige boeken met de taal, een levensvraag en het antwoord vanuit de religie daarbij, een symbool met uitleg, een foto van een heilig/belangrijk gebouw met uitleg, een jaarlijks feest en de betekenis van dat feest, eigen mening over de gekozen religie, lijst van geraadpleegde boeken, tijdschriften, kranten en/of sites.
Voer de opdracht uit. 32
2.6 Tot slot
16
De belangrijkste woorden Je ziet enkele belangrijke woorden uit dit hoofdstuk. Zet ze op in de open plekken in de tekst. wereldreligie | Christendom | Islam | Hindoeïsme | Boeddhisme | Jodendom | schriftoze religies | droomtijd | dode religies | mondelinge overlevering | schriftelijke overlevering | heilige boeken | Tenach | Bijbel | Koran | Oude Testament | Nieuwe Testament | Jezus | Israëlieten | Joodse | Hebreeuws .
Een religie die over de hele wereld veel aanhangers heeft, noemen we een De vijf wereldreligies zijn, in volgorde van grootte: 1 2 3 4 5 Naast de vijf wereldreligies heb je nog de
: dit zijn de religies
van mensen die hun verhalen en leefregels niet in een boek hebben staan. Een voorbeeld is de van de Aborigionals. Verder zie je ook nog veel overblijfselen van religies die nu niet meer aangehangen worden. Die religies noemen we religie van het oude
. Een voorbeeld is de
.
Toen mensen nog geen schrift hadden, werden verhalen via doorverteld. Toen volken eenmaal wel een schrift hadden, werden de verhalen via doorgegeven. De
van een religie zijn een bundeling
van die verhalen, vaak aangevuld met regels, wetten, gebeden en liederen. De
is het heilige boek van de joden
De
is het heilige boek van de christenen.
De
is het heilige boek van de moslims.
De Bijbel bestaat uit twee delen: 1 het 2 het In het Nieuwe Testament staan de verhalen over In het Oude Testament staan de verhalen van de volk. Het Oude Testament is geschreven in het
en zijn volgelingen. . Dat is een ander woord voor het .
Veel van de verhalen uit het Oude Testament zijn niet alleen belangrijk voor christenen, maar ook voor joden en moslims.
33
3
Waar kom jij vandaan?
3 Waar kom jij vandaan?
Stel je eens voor: het is een warme zomeravond, je zit nog laat buiten en het wordt al een beetje donker. Je kijkt naar de lucht en je ziet de eerste sterren aan de hemel staan. Je weet dat de aarde rond is en dat je met de aardbol meedraait om de zon. Dat heb je op school geleerd. Je weet het, maar je merkt er niets van. Als je erover nadenkt is het raar: de aarde draait en draait en toch blijf jij stil liggen en ervan afvallen kan niet. Da’s gek! En wat nog vreemder is: onze aarde is maar een piepklein bolletje in dat grote heelal, nog kleiner dan een speldenknop op een grote landkaart. En op dat kleine bolletje leven we met bijna acht miljard mensen.
In dit hoofdstuk leer je: • • • •
34
na te denken over de levensvraag 'waar kom ik vandaan', verschillende verhalen over het ontstaan van de wereld en van de mens kennen, over de twee scheppingsverhalen in de Bijbel, waarom het belangrijk is om te weten waar je vandaan komt.
3.1 Ooit is het begonnen
3.1
Ooit is het begonnen Misschien vraag je je wel eens af: • Hoe zou het allemaal ooit begonnen zijn? • Wat was er voordat er mensen waren? • Waarom is het begonnen? Ooit is het begonnen. Alles. Het heelal. De wereld. Het licht. De dingen. Alles waar nog geen woord voor was. Ooit is het begonnen. Met niets? Maar wat is niets? Met een oerknal? En toen? Ooit ben ik begonnen. Maar hoe en wat? Een mens weet niet eens dat ie wordt geboren. Laat staan waarom?
1
Ooit is het begonnen Lees het gedicht. Maak bij het gedicht een tekening of zoek een mooie afbeelding die erbij past.
Verhalen over het begin Zolang als er mensen leven, hebben ze geprobeerd om een antwoord te vinden op de vraag: Hoe is het allemaal begonnen? Hoe is het heelal ontstaan? Hoe is de wereld ontstaan? Hoe is de mens ontstaan? Vooral de zon heeft altijd veel indruk op de mensen gemaakt. Elke avond verdwijnt de zon. Komt hij nog wel terug? Wie zou de zon, de maan en de sterren gemaakt hebben? Een god of goden? Maar waar komen die goden dan vandaan? Soms zagen de mensen ook dingen die ze niet begrepen en die ze eng vonden. Bijvoorbeeld een maan die groter of kleiner werd, of een zon die overdag donker werd. Mensen zochten hier een verklaring voor. Daardoor ontstonden er verhalen waarin die wonderlijke gebeurtenissen werden verklaard.
35
3
Waar kom jij vandaan?
De wolven van Ymir a In het begin was er helemaal niets op de wereld. In het noorden lag een grote massa sneeuw en ijs. En helemaal in het zuiden was een gloeiend hete vulkaan. Het ijs en de hitte kwamen steeds dichter bij elkaar. Toen ze met elkaar in contact kwamen, begon het ijs te smelten. b Uit het smeltende ijs kwam de reus Ymir tevoorschijn. Ymir kreeg een heleboel reuzenkinderen. Ze kwamen onder zijn oksels en tussen zijn tenen vandaan. Uit het ijs kwamen ook drie goden tevoorschijn. Ze waren broers en de oudste heette Odin. c De drie goden vonden dat Ymir veel te groot werd. Ze werden bang voor hem, dus besloten ze hem te doden. Odin doodde Ymir met een speer. Samen hakten de godenbroers het lichaam van de reus in stukken. Van de stukken maakten ze de heuvels en de bergen. En van het haar van Ymir maakten ze de bossen. d Daarna besloten de goden dat er licht moest komen op de donkere wereld. Ze maakten een groot vuur. Van de vonken uit het vuur maakten ze de sterren. Uit de grote gele en witte vlammen maakten zij de zon en de maan. e De kinderen van Ymir waren woedend dat hun vader vermoord was. Ze wilden wraak nemen op Odin en zijn broers. Daarom lieten ze twee wolven los, die de zon en de maan moesten verslinden. Elke dag jagen de wolven op de zon en de maan. f Eén keer in de maand kan de ene wolf een paar happen uit de maan bijten. Maar de maan groeit telkens weer aan. De andere wolf achtervolgt de zon, maar hij kan die bijna nooit te pakken krijgen. Soms lukt het de wolf om de zon in te halen, en dan pakt hij hem in zijn bek. Maar dan merkt hij dat de zon te heet is om door te slikken. De wolf spuugt de zon dan weer uit. g Maar de twee wolven worden nooit moe. Er komt dus een dag dat zij het licht van de zon en de maan zullen verslinden.
2
De wolven van Ymir In het IJslandse verhaal De wolven van Ymir gaat het over het begin van de wereld. Lees het verhaal en beantwoord de vragen. De letters van de vragen wijzen naar de letters van de alinea’s. Dus in die alinea kun je een antwoord vinden. a Wat was er op de aarde voordat er levende wezen ontstonden?
b Uit het smeltende ijs kwamen twee soorten levende wezens tevoorschijn. Welke levende wezens kwamen het eerst tevoorschijn? En welke levende wezens daarna? kwamen als eerst tevoorschijn. kwamen daarna tevoorschijn.
c Waar komen de bergen en bossen vandaan, volgens dit verhaal? 36
3.1 Ooit is het begonnen
d Hoe zijn de zon, de maan en de sterren ontstaan? e Hoe gingen de kinderen van Ymir wraak nemen op de goden? f De wolven krijgen de zon en de maan soms te pakken. Beantwoord de vragen. 1 Wat doet een van de wolven met de maan?
2 Wat doet de andere wolf met de zon?
3 Welke twee gebeurtenissen in de natuur worden hiermee verklaard?
Het eerste scheppingsverhaal uit het O.T. In alle religies en in alle heilige boeken vind je verhalen over het ontstaan van de wereld. Ook in het Oude Testament vind je zulke verhalen. In die verhalen gaat het over God, over de aarde en alles wat er op de aarde leeft. Het scheppingsverhaal in het Oude Testament staat helemaal in het begin, in het boek Genesis.
De schepping van de wereld In het begin maakte God de hemel en de aarde. De aarde was leeg en verlaten. Overal was water en alles was donker. Toen zei God: er moet licht komen. En er was licht. God zag het licht en zag dat het goed was. Hij maakte een scheiding tussen het licht en de duisternis. Het licht noemde God dag en de duisternis noemde God nacht. De eerste dag van de schepping was voorbij. De wereld was nog een grote woestenij. God maakte een scheiding tussen de lucht en het water . De lucht noemde God de hemel. Dat was de tweede dag. Op de derde dag zei God dat al het water onder de hemel naar één plek moest stromen, zodat er land zou droog vallen. Zo gebeurde het. God noemde het droge land aarde en het water zee. God zei: Op de aarde moeten planten met zaad en bomen met vruchten groeien. Het gebeurde, en God zag dat het goed was. De derde dag was voorbij. God zei: er moeten lichten komen aan de hemel. Lichten om te kunnen zien of het dag of nacht is. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren. En God maakte de zon, de maan en de sterren. God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen. Dit was de vierde dag.
37
3
Waar kom jij vandaan?
God zei: het water moet vol met leven komen en aan de hemel moeten vogels vliegen. Hij maakte de grote zeedieren en de kleinere waterdieren en allerlei dieren met vleugels. En God zag dat het goed was, De vijfde dag was voorbij. En God zei; ook op de aarde moeten er dieren komen. Er moeten wilde en tamme dieren komen, grote en kleine. En het gebeurde. God zag dat het goed was. En God zei; laat ons mensen maken die op ons lijken. En laat de mens heersen over de vissen in de zee, de vogels in de hemel en het vee in het veld. En God schiep de mens naar zijn beeld. Man en vrouw. En God zegende hen en zei: wees vruchtbaar en krijg kinderen. En God zei, de zaden van de planten en de vruchten van de boom mogen jullie eten, maar het gras is voor de dieren. En God zag dat het goed was. De zesde dag was voorbij.
3
Het eerste scheppingsverhaal a Je ziet zes afbeeldingen. Bij welke dag van de schepping horen ze? Zet bij de afbeelding van dag 1 een 1, bij de afbeelding van dag 2 een 2 enzovoort.
b Beschrijf wat je op de afbeelding ziet. • Afbeelding eerste scheppingsdag: • Afbeelding tweede scheppingsdag: • Afbeelding derde scheppingsdag: • Afbeelding vierde scheppingsdag: • Afbeelding vijfde scheppingsdag: • Afbeelding zesde scheppinsgdag: 38
3.1 Ooit is het begonnen
4
Antwoorden in het eerste scheppingsverhaal a Je hebt het verhaal uit het Oude Testament gelezen over de schepping van de wereld. Het is een mooi verhaal dat je aan het denken zet. Er worden enkele levensvragen in aangestipt. Welke antwoorden geeft het eerste scheppingsverhaal uit het O.T. op de volgende levensvragen? 1 Hoe is het leven ooit begonnen?
2 Hoe moeten we omgaan met de natuur?
3 Ben ik als mens meer dan een dier?
b Wat is jouw eigen antwoord op deze levensvragen? 1 Hoe is het leven ooit begonnen?
2 Hoe moeten we omgaan met de natuur?
3 Ben ik als mens meer dan een dier?
De zevende dag In het eerste scheppingsverhaal uit het Oude Testament komt ook een zevende dag voor. Op die dag rustte God uit van het werk dat hij gedaan had. 'God zegende de zevende dag en verklaarde die heilig', staat er in Genesis. Veel gelovigen vinden daarom dat de mens ook één dag in de week moet rusten, net als God deed na zijn scheppingswerk. Hard werken is goed, maar je moet regelmatig rusten. Je mag geen slaaf worden van je werk. Een mens is geschapen om een vrij mens te zijn. In veel landen bestaat er daarom een vrije dag op de zevende dag van de week. Bij joden is dat de zaterdag (of eigenlijk van vrijdagavond tot zaterdagavond). Christenen hebben een vrije dag op zondag. Voor moslims is de vrijdag de zevende dag. Ze hebben dan niet echt een vrije dag, maar ze gaan in de middag wel vaak naar de moskee en daarna met elkaar leuke dingen doen.
39
3
Waar kom jij vandaan?
5
Rustdag a Noem een voordeel en een nadeel van een wekelijkse rustdag. Voordeel:
Nadeel:
b Vandaag de dag is rust iets zeldzaams. Denk maar eens aan het gebruik van je mobiel. Weet jij hoeveel uur je per dag besteedt aan je mobiel? Hoeveel denk je?
c Welke regels gelden er bij jou thuis rondom het gebruik van je mobieltje?
d Wat vind je van die regels?
e Durf jij de uitdaging aan om een zondag een hele dag niet op je mobiel te kijken? Aankomende zondag gaan we klassikaal proberen om zo min mogelijk te kijken op onze mobiel. Schrijf op hoe lang je op je mobiel hebt gekeken. Misschien is het je wel gelukt om helemaal niet te kijken! Schrijf ook op of het moeilijk was om niet te kijken. De volgende les kijken we wie er het minst op zijn mobiel gekeken heeft: die heeft gewonnen!
OORKONDE
Aantal uur niet op telefoon gekeken:
Datum
40
Docent
3.2 Waar komt de mens vandaan?
3.2 Waar komt de mens vandaan? In het eerste scheppingsverhaal uit het de Bijbel staat een verklaring voor het ontstaan van de mens: God heeft man en vrouw geschapen naar zijn evenbeeld. Er zijn over de hele wereld veel mythen over het ontstaan van de mens. In zulke verhalen zulke worden antwoorden gegeven op vragen als: • • • •
hoe is de mens ontstaan? waarom verschillen de mensen zo van elkaar? wat is de zin van een mensenleven? waarom doen mensen zowel goede als slechte dingen?
Je gaat nu twee mythen lezen die op zulke vragen antwoord geven.
Verhaal uit Zuid-Amerika De goden hebben drie pogingen gedaan om een mens te scheppen. 1 De eerste keer maakten de goden mensen uit klei. Maar deze mensen uit klei waren erg lomp en onhandig. Daarom sloegen de goden hen meteen weer kapot. 2 De tweede keer maakten de goden mensen uit hout. Maar de houten mensen waren ruw en boosaardig. Dus wilden de goden ook deze houten mensen vernietigen. Maar sommige houten mensen ontsnapten naar de bossen. Daar vormden zij het volk van de apen. 3 De derde keer maakten de goden mensen uit deeg. De mensen waren knap, maar ook gemeen. De goden waren moe geworden. Ze hadden geen zin om de mensen van deeg ook weer te vernietigen. Dus lieten ze deze mensen maar leven, ook al waren ze slecht. Maar de goden namen wel maatregelen. De mensen mochten niet zó slim worden, dat ze alle geheimen van de wereld zouden kennen. Daarom zorgden de goden ervoor dat het verstand van de mensen niet te groot werd.
6
Verhaal uit Zuid-Amerika a Je ziet hier drie tekeningen die bij het verhaal uit Zuid-Amerika horen. Welke tekening hoort bij 1, 2 of 3 uit het verhaal? Zet het nummer bij de tekening.
41
3
Waar kom jij vandaan?
b Waarom waren de goden niet tevreden met de mensen van klei? c Waarom waren de goden niet tevreden met de mensen van hout? d Waarom waren de goden niet tevreden met de mensen van deeg?
7
Antwoorden in het verhaal uit Zuid-Amerika Het verhaal uit Zuid-Amerika geeft antwoord op vier vragen. Welke antwoorden zijn dat?
a Hoe zijn de apen ontstaan? b Hoe zijn de mensen ontstaan?
c Waarom doen mensen slechte dingen? d Waarom weten mensen niet alles?
42
3.2  Waar komt de mens vandaan? 
Verhaal uit Afrika Twee kleine goden zaten te spelen. Ze boetseerden poppen uit klei. Ze wilden de poppen in een oven bakken om ze hard te laten worden. Een oppergod zag dat en vond dat helemaal niet goed. Hij liep op hen af, maar de twee kleine goden renden hard weg en verstopten zich. Telkens opnieuw probeerden de kleine goden kleipoppen te bakken. Maar telkens werden ze verjaagd als ze hiermee bezig waren. Hierdoor bleven enkele poppen te lang in de oven liggen. Daardoor werden ze zwart. Andere poppen kregen een bruine kleur, omdat ze er niet lang genoeg in hadden gelegen. Soms kregen de goden niet de kans om de kleipoppen in de oven te doen. Die poppen bleven dan ook wit. En zo komt het dat de mensen verschillende huidskleuren hebben gekregen.
8
Verhaal uit Afrika a Welke mensen worden bedoeld met de kleipoppen die te lang in de oven bleven liggen?
b Welke mensen worden bedoeld met de kleipoppen die niet lang genoeg in de oven bleven liggen?
c Welke mensen worden bedoeld met de kleipoppen die helemaal niet gebakken zijn in de oven?
9
Antwoorden in het verhaal uit Afrika Het verhaal uit Afrika geeft antwoord op twee vragen. Welke antwoorden zijn dat? a Hoe zijn de mensen ontstaan?
b Waardoor zijn er verschillen in huidskleur tussen mensen?
43
3
Waar kom jij vandaan?
Het tweede scheppingsverhaal in het O.T. In het Oude Testament is er iets vreemds aan de hand. Het eerste verhaal in dat boek gaat over de schepping van de wereld. Dit verhaal heb je hiervoor al gelezen. In het tweede verhaal wordt vooral gekeken naar de schepping van de mens. En in dat tweede verhaal staan enkele dingen die anders zijn dan in het eerste verhaal. Er staan dus twee scheppingsverhalen in de Bijbel.
De tuin van Eden 1 Toen God de aarde maakte, was er nog niets, want hij had het nog niet laten regenen. Ook waren er nog geen mensen om de aarde te bewerken. Dus maakt hij de eerste mens. Hij maakte hem van aarde. God blies de adem in de neus van de mens. En zo werd de mens een levend wezen. God noemde hem Adam. Dat betekent mens. In het oosten legde God een tuin aan, vol met heerlijk uitziende vruchten. Hij bracht de mens erheen om de tuin te bewerken. 2 Omdat Adam maar alleen was, bedacht God dat er allerlei wezens moesten komen. Hij schiep de dieren en de vogels, maar geen van hen was een goede partner voor Adam. Dus besloot hij dat er nog een mens bij moest komen. Hij liet Adam in een diepe slaap vallen en nam toen een van zijn ribben weg. Van die rib maakte God een vrouw, Eva. 3 Adam was heel blij met Eva. Samen woonden ze in de prachtige tuin. Daar zorgden ze voor de planten en dieren. Het was er een paradijs. Ze mochten alles van God. Op ĂŠĂŠn ding na. In het midden van de tuin stond een boom. De vruchten van die boom waren verboden. Als Adam en Eva daarvan zouden eten, zouden ze sterven. 4 Van alle schepsels die God had gemaakt was de slang het sluwst. Hij haalde Eva over om toch van die boom te eten. Eva deed het en haalde ook Adam over om ervan te eten. 5 God kwam erachter en werd erg boos. Adam en Eva mochten niet langer in de tuin van Eden wonen. De slang moest als straf voor altijd op zijn buik kruipen en er zou altijd vijandschap zijn tussen slangen en mensen. Voor de vrouw zou het krijgen van een kind een erg pijnlijke en levensgevaarlijke gebeurtenis worden. De man moest vanaf dat moment heel hard werken om nog aan eten te komen. De velden moet hij bewerken, de distels die er groeien met zijn blote hand eruit trekken. Ook hadden de mensen vanaf dat moment niet meer het eeuwige leven.
Paradijsverhaal, deel uit een schilderij van Jeroen Bosch.
44
3.2  Waar komt de mens vandaan? 
10
Het tweede scheppingsverhaal a In het verhaal De tuin van Eden uit het Oude Testament staan antwoorden op enkele levensvragen. Beantwoord de vragen. 1 Hoe is de eerste mens ontstaan?
2 Hoe is de eerste vrouw ontstaan?
3 Waarom gaan mensen dood?
b Wat zijn jouw antwoorden op deze levensvragen? 1 Hoe is de eerste mens ontstaan?
2 Hoe is de eerste vrouw ontstaan?
3 Waarom gaan mensen dood?
45
3
Waar kom jij vandaan?
3.3 Waar kom jij vandaan? Je hebt misschien wel eens gekeken naar een tv-programma waarin mensen op zoek gaan naar vermiste familieleden. Een voorbeeld hiervan is het verhaal van Imani. Imani is op haar tweede geadopteerd door de Nederlandse familie Jansen. Met de programmakers van Spoorloos gaat ze naar Ghana. Daar ziet ze voor het eerst haar echte (biologische) moeder.
11
Spoorloos a Waarom zou Imani graag willen weten wie haar biologische moeder is?
b Ken jij iemand die op zoek is naar zijn ouders of naar een ander familielid? Naar wie is die persoon op zoek?
Wie zijn mijn voorouders? Niet alleen mensen in een bijzondere situatie, zoals Imani, zijn nieuwsgierig naar hun afkomst. Ook wanneer je heel goed weet wie je ouders zijn, kun je heel benieuwd zijn wie je voorouders waren. Je kunt je bijvoorbeeld afvragen: • Hoe heten mijn grootouders en overgrootouders? • Waar komen mijn grootouders en overgrootouders vandaan? • Welk beroep hadden mijn grootouders en overgrootouders? Om antwoorden te vinden op zulke vragen, moet je soms veel speurwerk doen. 46
3.3  Waar kom jij vandaan? 
12
Jouw stamboom a Ga op speurtocht naar je afkomst. Hoe heten je ouders, je grootouders, de ouders van je grootouders? Misschien weet je niet alles en moet je het aan iemand van jouw familie vragen. Vul de hokjes in de tekening in.
Jouw stamboom
13
Iets speciaals a Heb jij thuis iets speciaals van je opa of oma of van een van je overgrootouders? Het gaat erom dat het iets is dat voor jou waardevol is. Iets dat je aan hem of haar doet denken. Dat kan van alles zijn, bijvoorbeeld een brief of een foto of een sieraad. Wat is het en wat betekent het voor jou?
47
3
Waar kom jij vandaan?
3.4 Tot slot 14
Jouw familie a Je kunt kiezen uit twee opdrachten: A Een interview houden met je opa of oma. B Een familiewapen ontwerpen. A Interview Je gaat een interview houden met je opa of oma. Doe dit het liefst als je een van hen ziet, maar het mag ook via de telefoon. Als je geen opa of oma meer hebt, of als het moeilijk is om hen te interviewen, interview je een van je ouders over hun vader of moeder. Hieronder staan de vragen die je in elk geval moet stellen. Je mag er zelf vragen bij bedenken. 1 Hoe heet de persoon die je geïnterviewd hebt en welke familierelatie heeft deze persoon met jou? 2 Vraag naar de geboortedatum, geboorteplaats, beroep, gezinssamenstelling, hobby's. 3 Wat is de leukste herinnering aan uw jeugd? 4 Hoe was uw middelbare schooltijd? 5 Weet u nog dat ik geboren ben? En hoe was dat voor u? 6 Wat is de belangrijkste levensles die u voor mij hebt? 7 Hebt u nog meer advies voor mij? Maak van het interview een mooi geheel. Maak of vraag om foto’s en voeg die toe aan je interview. B Familiewapen Je gaat een familiewapen maken. Daarin laat je zien uit wat voor familie je komt. 1 Maak een schild. 2 Maak een banner bovenaan het schild en zet daarin jouw familienaam, je achternaam dus. 3 Teken in je schild een afbeelding die iets zegt over jullie familie. Als je Van Eik heeft, teken je bijvoorbeeld een eikenboom. Of je tekent een dier dat bij jou of je familie past. 4 Zet in een tekst onder jouw schild een levensles of wijze raad die jouw opa of oma jou gegeven heeft, of een uitspraak die vaak gedaan wordt in jouw familie.
Kies een opdracht en voer hem uit.
48
3.4 Tot slot
49