WERKBOEK NIVEAU 3&4
Methodiek PW
Deze uitgave Methodiek PW maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Pedagogisch werk. B1-K1-W1 Inventariseert behoeften en wensen van het kind B1-K1-W4 Stemt de werkzaamheden af op betrokkenen B1-K1-W8 Evalueert de werkzaamheden
pedagogisch werk
De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.
PW Methodiek PW WERKBOEK
De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaalagogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent.
Herz
ien
Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff .nl/trajectwelzijn.
Auteurs: K. Koomen R.F.M. van Midde Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
9 789006 978490
MBO_WB_Welzijn_methodiek_PW_210x297mm.indd All Pages
22/05/18 12:39
Methodiek PW Niveau 3 en 4
R.F.M. van Midde G.C. Koomen
Colofon Auteur R.F.M. van Midde G.C. Koomen
Redactie M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een Over ThiemeMeulenhoff learning design company. Wezich brengen content, leerontwerp ThiemeMeulenhoff ontwikkelt van educatieve uitgeverij toten een learning technologie samen. onze content, groeiende expertise,en ervaring en design company. WeMet brengen leerontwerp technologie samen. leeroplossingen zijn we een partner voor bij het vernieuwen Met onze groeiende expertise, ervaring enscholen leeroplossingen zijn we eenen verbeteren onderwijs. kunnen we betervan recht doen aan partner voorvan scholen bij hetZo vernieuwen ensamen verbeteren onderwijs. Zode verschillen endoen scholen ervoor zorgen datlerenden leren steeds kunnen we tussen samen lerenden beter recht aan en de verschillen tussen persoonlijker, en efficiënter wordt.persoonlijker, effectiever en en scholen en effectiever ervoor zorgen dat leren steeds efficiënter wordt.
Taalkundige redactie Tekst 2000, Utrecht
Vormgeving en omslag Studio Fraaj, Rotterdam
Samen leren vernieuwen. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 97849 0 www.thiememeulenhoff.nl Tweede druk, eerste oplage, 2018
Fotografie omslag Mathilde Karrèr Photography, Rotterdam
Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort
Technisch tekenwerk Tiekstra Media, Groningen
Illustraties Shutterstock © blz 9, 16, 108
ISBN 978 90 069 7849 Amersfoort, 0 © ThiemeMeulenhoff, 2018 Tweede druk, eerste oplage, 2018 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, verveelvoudigd, opgeslagen in een 2018 geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, Alle rechten door voorbehouden. Niets uit dezeofuitgave mag manier, worden zonder mechanisch, fotokopieën, opnamen, enig andere verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, fotokopieën, opnamen, of enigisandere manier, zonder Voor zover hetdoor maken van kopieën uit deze uitgave toegestaan op grond voorafgaande toestemming van van de 23 uitgever. van artikel 16B schriftelijke Auteurswet 1912 j° het Besluit augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde Voor zover hettemaken van kopieën uitPublicatiedeze uitgave is toegestaan op vergoedingen voldoen aan Stichting en Reproductierechten grond van artikel Auteurswet 1912 het Besluit(www.stichting-pro.nl). van 23 augustus 1985, Organisatie (PRO),16B Postbus 3060, 2130 KBj°Hoofddorp Stbl. 471 overnemen en artikel 17 dient men de daarvoor wettelijk Voor het vanAuteurswet gedeelte(n)1912, uit deze uitgave in bloemlezingen, verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Publicatieenzich tot readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Stichting Auteurswet) dient men Reproductierechten Organisatie Postbus 2130 KB de uitgever te wenden. Voor meer(PRO), informatie over3060, het gebruik vanHoofddorp muziek, film (www.stichting-pro.nl). Voor overnemen gedeelte(n) uit deze uitgave en het maken van kopieën in het het onderwijs zievan www.auteursrechtenonderwijs.nl. in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient ernaar men zich tot de de uitgever te wenden. Voor meer De uitgever heeft gestreefd auteursrechten te regelen volgens de informatie over het gebruik van die muziek, film en menen het maken vanrechten kopieën wettelijke bepalingen. Degenen desondanks zekere tein het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten Deze uitgavedoen is volledig CO2kunnen -neutraalzich geproduceerd. te kunnen gelden, alsnog tot de uitgever wenden. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Oriëntatie op het werkveld PW
1
Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.
Dit thema gaat over welzijnswerk. Welzijnswerk noem je ook wel sociaal-agogisch werk. Welzijn heeft te maken met het welbevinden van mensen, met zich ‘gelukkig’ voelen. In het sociaal-agogisch werk houd je je dus bezig met het welzijn van mensen. Je probeert het gedrag van mensen zo te veranderen dat ze zich gelukkig(er) voelen. Het welzijnswerk heeft drie werkvelden: PW, MZ en SW. Elk werkveld heeft zijn eigen doelgroep en aandachtspunten. • Jij hebt gekozen voor PW. Dat staat voor pedagogisch werk. Je houdt je daar bezig met de opvoeding (pedagogiek) en opvang van kinderen en jongeren tot 23 jaar. Er zijn drie opleidingen op niveau 3 en 4. • Bij MZ (maatschappelijke zorg) draait het om het geven van ondersteuning en zorg aan mensen die dat nodig hebben. Binnen MZ zijn er zes opleidingen op niveau 3 en 4. • De afkorting SW betekent sociaal werk. In dit werkveld word je opgeleid om cliënten actief mee te laten doen in de samenleving en hun maatschappelijke positie te verbeteren. SW heeft twee opleidingen, beide op niveau 4. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Sociaal-agogisch werk • sociaal-agogisch werk = welzijnswerk • beroepen in de welzijnssector - kiezen voor sociaal-agogisch werk • beroepshouding Hoofdstuk 2: Pedagogisch werk • een baan als pedagogisch medewerker • werkvelden
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Sociaal-agogisch werk 1 1
1
1
Bij sociaal-agogisch werk gaat het om het welzijn van mens en samenleving. a Geef een ander woord voor sociaal-agogisch werk.
8
b
1
In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.
2
Wat is het doel van sociaal-agogisch werk?
c
Geef een voorbeeld van PW waarmee je dit doel laat zien.
d
Maak een mindmap met als titel: sociaal-agogisch werk. Een mindmap is een woordweb, waarbij je onderwerpen rondom een thema (in dit geval: sociaalagogisch werk) noteert. Je kunt een mindmap gewoon op papier maken, maar het kan ook op een leuke manier digitaal, via ‘Coggle’. Je kunt inloggen in op www.coggle.it met een Google-account. Coggle is gratis. Het werkt eenvoudig, maar er zijn op YouTube ook instructiefilmpjes te vinden.
De welzijnssector bevat verschillende beroepsgroepen. a Welke drie hoofdgroepen kun je onderscheiden?
Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.
1 9
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen.
Toepassing Praktijksituaties Veiligheid en uitdaging De leerlingen van basisschool De Kring hebben hun jaarlijkse sportdag. De kinderen zijn door hun leerkrachten in teams verdeeld. In elk team zit van elke jaargroep een kind. De leeftijdsverschillen zijn dus groot. Dat is bewust gedaan. Kinderen kunnen elkaar zo niet alleen helpen, er ontstaat ook een goede band tussen de verschillende groepen. Naast de activiteiten op de sportdag die elk jaar terugkomen, zijn er ook elk jaar nieuwe activiteiten. Dat maakt de dag voor alle kinderen spannend en uitdagend. Nikki is onderwijsassistent op De Kring. Ze heeft een belangrijk aandeel gehad in de voorbereiding van de jaarlijkse sportdag. Ze zat in de onderzoekscommissie. Een van haar taken was het bedenken van een nieuwe activiteit en de begeleiding ervan op de dag zelf. De leerlingen en hun begeleiders hebben geluk: het is prachtig weer en het belooft een fantastische dag te worden. Nikki begeleidt het spel ‘schat veroveren’. Ze heeft het spel zelf bedacht. Ze legt uit wat de bedoeling is: In het midden van het speelveld staat een kist. Daarin ligt een schat. Aan beide kanten van het veld staat een team achter een lijn, de jongste kinderen vooraan. Op haar fluitsignaal rent het eerste kind van beide teams naar de kist en pakt er een goudstaaf uit. De kinderen rennen terug naar hun team en tikken het volgende kind aan. Pas dan mag die teamgenoot in actie komen om een volgende goudstaaf te veroveren. Als de kist leeg is, is het spel afgelopen en worden de goudstaven geteld. Het team dat het meeste goud heeft veroverd, heeft gewonnen. ‘Duidelijk? Zijn er nog vragen?’ Die zijn er niet, het spel kan beginnen. Als het fluitsignaal klinkt, sprinten de eerste twee kinderen naar het midden van het veld, duiken tegelijkertijd in de kist om een goudstaaf te pakken en knallen met hun koppen tegen elkaar. De EHBO’er kan meteen aan het begin van de dag in actie komen en voor beide kinderen is het voor die dag over en uit. Met een buil op hun hoofd en waarschijnlijk een lichte hersenschudding worden ze vroegtijdig opgehaald door hun ouders. Nikki voelt zich schuldig. Had ze dit kunnen voorkomen?
Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.
1
1
Je maakt de opdracht in een groep van vier studenten. Jullie maken een analyse van de beschreven situatie en jullie bedenken een oplossing waarmee het spel veiliger wordt.
Werkwijze Maak deze analyse aan de hand van de volgende punten en zet je uitkomsten op papier: a Bij deze sportdag is het belangrijk om een goede balans te vinden tussen uitdaging en veiligheid. Geef in je analyse aan waarom die balans belangrijk is.
1 18
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Evaluatie Studiehulp
1 Sociaal-agogisch werk 1
Stelling 1 Een ander woord voor welzijnswerk is sociaal-agogisch werk. 2 Pedagogiek is de wetenschap die zich bezighoudt met het veranderen van het gedrag van mensen. 3 Welzijn is de mate van welbevinden. 4 MZ is de afkorting voor maatschappelijke zorg. 5 MZ bestaat uit zes opleidingen. 6 PW is de afkorting van professioneel werk. 7 Een PW’er kan werken in de kinderopvang. 8 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 9 SW is de afkorting van sociaal werk. 10 De opleiding tot agogisch werker GGZ is een van de opleidingen bij SW. 11 De cliënten waar je werk op is gericht, noem je de doelgroep. 12 Een goede beroepshouding bestaat uit: echtheid, waardering en empathie. 13 Een ander woord voor empathie is inlevingsvermogen. 14 Integer zijn wil zeggen dat je kunt opkomen voor jezelf. 15 Assertief zijn betekent dat je je kunt inleven in de cliënt.
Juist Onjuist
◯ ◯
◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent.
Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?
1 Pedagogisch werk 2
Stelling 1 Bij PW werk je in de kinderopvang of in het onderwijs. 2 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 3 Onder het bijzonder onderwijs vallen scholen die uitgaan van een bepaalde levensovertuiging. 4 In een kinderdagverblijf komen kinderen van twee tot zes jaar. 5 Peuterspeelzalen zijn er voor kinderen tussen de nul en twee jaar. 6 Een gastouder mag slechts een beperkt aantal kinderen opvangen. 7 Een BSO-plus heeft een thema (zoals sport, kunst of drama) als extra. 8 Een tienercentrum is een vervolg op de buitenschoolse opvang. Er komen jongeren tussen de elf en vijftien jaar. 9 Dagopvang noem je ook wel semiresidentiële of semimurale hulpverlening. 10 24-uursopvang noem je ook wel thuisopvang of ambulante hulpverlening. 11 Een Boddaertcentrum is bedoeld voor kinderen met een meervoudige beperking.
1 28
Juist Onjuist
◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯
Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren
Vaardigheden De juiste beroepshouding tonen Oriënteren
1 1
1 2 3
Bestudeer de theorie over kiezen voor sociaal-agogisch werk en beroepshouding. Zoek drie personeelsadvertenties uit jouw toekomstige werkveld. Geef aan hoe je daarin de beroepshouding terugziet.
4
Zoek op het internet naar het kwalificatiedossier Pedagogisch werk (https://www.s-bb. nl/onderwijs/kwalificeren-en-examineren/kwalificatiedossiers) en bekijk dit. Wat zegt dat dossier over een goede beroepshouding?
5
Oefenen 6 7
Bekijk het reflectieschema hierna. Vul op de lijnen nu zelf een hulpvraag in.
Observatielijsten
Observatielijsten Bij sommige vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.
Thema 1 Lichamelijke verzorging
277
Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307
Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311
Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding
309
1 22
309
313
Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie
339
Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken
341
Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347
1 275
Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.
1 1 1 1 1 1 1
geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht. geeft aan dat deze opdracht op niveau 4 is.
Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.
Inhoudsopgave Thema 1 Oriëntatie op het werkveld PW
8
Verwerking 9 Verwerkingsopdrachten 9 Hoofdstuk 1 Sociaal-agogisch werk 9 Hoofdstuk 2 Pedagogisch werk 12 Toepassing 18 Praktijksituaties 18 Veiligheid en uitdaging 18 Tegenstrijdige belangen 20 Vaardigheden 22 De juiste beroepshouding tonen Themaopdrachten 25
22
Evaluatie 28 Studiehulp 28 Hoofdstuk 1 Sociaal-agogisch werk 28 Hoofdstuk 2 Pedagogisch werk 28 Evaluatie en reflectie 30
Thema 2 Methodisch werken
32
Verwerking 33 Verwerkingsopdrachten 33 Hoofdstuk 3 Wat is methodisch werken? 33 Hoofdstuk 4 Voor wie werk je methodisch? 38 Hoofdstuk 5 Waarvoor methodisch handelen? 41 Toepassing 45 Praktijksituaties 45 Waar staat deze organisatie voor? 45 Het hapje van thuis 47 Silke, moeder van Amber 49 Vaardigheden 51 Doelgroepanalyse maken en de beginsituatie beschrijven Methodisch werken 54 Themaopdrachten 59 Evaluatie 60 Studiehulp 60 Hoofdstuk 3 Wat is methodisch werken? 60 Hoofdstuk 4 Voor wie werk je methodisch? 60 Hoofdstuk 5 Waarvoor methodisch handelen? 60 Evaluatie en reflectie 62
51
Thema 3 Signaleren, observeren, rapporteren Verwerking 65 Verwerkingsopdrachten 65 Hoofdstuk 6 Waarnemen 65 Hoofdstuk 7 Observatiemethoden 68 Hoofdstuk 8 Rapporteren 70 Hoofdstuk 9 Helder en correct rapporteren
75
Toepassing 81 Praktijksituaties 81 Impulsief? 81 Sjoerd is ongerust 83 Sammy 85 Vaardigheden 87 Waarnemen, signaleren, observeren, rapporteren Themaopdrachten 94 Evaluatie 96 Studiehulp 96 Hoofdstuk 6 Waarnemen 96 Hoofdstuk 7 Observatiemethoden 96 Hoofdstuk 8 Rapporteren 97 Hoofdstuk 9 Helder en correct rapporteren Evaluatie en reflectie 98
64
87
97
Thema 4 Activiteiten opzetten, uitvoeren, coördineren en evalueren Verwerking 101 Verwerkingsopdrachten 101 Hoofdstuk 10 Planmatig werken 101 Hoofdstuk 11 Activiteiten formuleren 103 Hoofdstuk 12 Uitvoering 108 Toepassing 112 Praktijksituaties 112 Activiteiten uitvoeren op een basisschool 112 De BPV van Sigrid is beoordeeld met een onvoldoende Een open dag organiseren 118 Vaardigheden 120 Activiteit voorbereiden en uitvoeren 120 Evalueren 122 Themaopdrachten 127 Evaluatie 130 Studiehulp 130 Hoofdstuk 10 Planmatig werken 130 Hoofdstuk 11 Activiteiten formuleren 130 Hoofdstuk 12 Uitvoering 131 Evaluatie en reflectie 132
115
100
Thema 1 Oriëntatie op het werkveld PW
1
Dit thema gaat over welzijnswerk. Welzijnswerk noem je ook wel sociaal-agogisch werk. Welzijn heeft te maken met het welbevinden van mensen, met zich ‘gelukkig’ voelen. In het sociaal-agogisch werk houd je je dus bezig met het welzijn van mensen. Je probeert het gedrag van mensen zo te veranderen dat ze zich gelukkig(er) voelen. Het welzijnswerk heeft drie werkvelden: PW, MZ en SW. Elk werkveld heeft zijn eigen doelgroep en aandachtspunten. • Jij hebt gekozen voor PW. Dat staat voor pedagogisch werk. Je houdt je daar bezig met de opvoeding (pedagogiek) en opvang van kinderen en jongeren tot 23 jaar. Er zijn drie opleidingen op niveau 3 en 4. • Bij MZ (maatschappelijke zorg) draait het om het geven van ondersteuning en zorg aan mensen die dat nodig hebben. Binnen MZ zijn er zes opleidingen op niveau 3 en 4. • De afkorting SW betekent sociaal werk. In dit werkveld word je opgeleid om cliënten actief mee te laten doen in de samenleving en hun maatschappelijke positie te verbeteren. SW heeft twee opleidingen, beide op niveau 4. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Sociaal-agogisch werk • sociaal-agogisch werk = welzijnswerk • beroepen in de welzijnssector • kiezen voor sociaal-agogisch werk • beroepshouding Hoofdstuk 2: Pedagogisch werk • een baan als pedagogisch werker • werkvelden
1 8
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Sociaal-agogisch werk 1
1
Bij sociaal-agogisch werk gaat het om het welzijn van mens en samenleving. a Geef een ander woord voor sociaal-agogisch werk. Een ander woord voor sociaal-agogisch werk is: b
c
1 1
d
Kies het juiste antwoord. Het doel van sociaal-agogisch werk is: a het beĂŻnvloeden van gedrag van personen om te komen tot welzijn. b het ervoor zorgen dat mensen het naar hun zin hebben. c het mogelijk maken dat mensen zo zelfstandig mogelijk kunnen leven. d het sturen van mensen zodat zij mee kunnen doen in de maatschappij. Geef een voorbeeld van pedagogisch werk waarmee je laat zien dat het doel ervan is: Het beĂŻnvloeden van gedrag van personen om te komen tot welzijn.
Maak een mindmap met als titel: sociaal-agogisch werk. Een mindmap is een woordweb, waarbij je onderwerpen rondom een thema (in dit geval: sociaalagogisch werk) noteert. Je schrijft dus alles op wat je weet van sociaal-agogisch werk.
1 9
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Je kunt de afbeelding natekenen, of een digitale mindmap maken via ‘Coggle’. Log daarvoor in op www.coggle.it met een Google-account. Coggle is gratis. Het werkt eenvoudig, maar er zijn op YouTube ook instructiefilmpjes te vinden. Lever je mindmap in bij je docent. 2
De welzijnssector bevat verschillende beroepsgroepen. a Welke drie hoofdgroepen kun je onderscheiden? Vul de juiste woorden in.
b
3
1
werk (PW)
2
zorg (MZ)
3
werk (SW)
Kies bij de volgende praktijksituaties de juiste beroepsgroep. 1 Wilma snoezelt met Ton. MZ / PW / SW 2 Marije verschoont een baby bij de kinderopvang. MZ / PW / SW 3 Ali organiseert een voetbalwedstrijd met ‘hangjongeren’. MZ / PW / SW 4 Samira speelt met kleine kinderen in een peuterspeelzaal. MZ / PW / SW 5 Anne helpt Leroy op de bassischool met rekenen. MZ / PW / SW 6 Tjeerd begeleidt cliënten bij een asielzoekerscentrum. MZ / PW / SW 7 Norali verzorgt dagactiviteiten in een zorgcentrum. MZ / PW / SW 8 Jaap werkt op een informatiecentrum van de gemeente. MZ / PW / SW
Er zijn verschillende redenen waarom mensen kiezen voor een welzijnsopleiding. a Welke vier dingen moet je in ieder geval leuk vinden als je kiest voor sociaalagogisch werk? Kies de juiste antwoorden. a Afwisseling b Individueel werk c Kantoorbaan d Rustige werkomgeving e Uitdagingen f Veel mogelijkheden g Werken met mensen b Waarom heb jij gekozen voor een welzijnsopleiding?
c
4
1
Ga in groepen van drie of vier studenten bij elkaar zitten. Vergelijk jullie antwoorden. Kun je nu nog elementen toevoegen aan jouw oorspronkelijke antwoord op de vraag waarom je voor een welzijnsopleiding hebt gekozen?
Voor alle medewerkers in de welzijnssector geldt dat je een goede beroepshouding moet hebben. a Uit welke vijf elementen bestaat een goede beroepshouding? Vul de juiste woorden in. 1
B
2
E
3
A
1 10
Verwerkingsopdrachten
b
c
1
5
1 Sociaal-agogisch werk
4
R
5
I
Kies het juiste antwoord. Het begrip ‘diversiteit-sensitief’ houdt in: a dat je een gevoelig persoon bent die emotioneel kan reageren op situaties. b dat je het leuk vindt om veel verschillende taken uit te voeren en dat je dit met veel gevoel kunt doen. c dat je openstaat voor het feit dat mensen verschillend zijn, maar dat je wel iedereen hetzelfde behandelt. d dat je openstaat voor het feit dat mensen verschillend zijn, verschillende achtergronden hebben en dat je daarmee om kunt gaan. Wat kan er gebeuren als je niet beschikt over een goede beroepshouding?
d
Beoordeel jezelf op een goede beroepshouding en professionaliteit. Ga als volgt te werk: • Schrijf de elementen ‘betrokkenheid’, ‘empathie’, ‘assertiviteit’, ‘representativiteit’ en ‘integriteit’ onder elkaar. • Schrijf achter elk element het getal dat bij jou past. Kies uit: 1 = Ik heb deze eigenschap niet. 2 = Ik moet er nog flink aan werken, maar er is een begin. 3 = Ik heb deze eigenschap, maar enkele verbeteringen zijn nog wel mogelijk. 4 = Ik bezit deze eigenschap in ruime mate.
a
Lees de volgende situatieschets.
Daklozenopvang Keiran werkt nu een paar maanden in de daklozenopvang en daar heeft hij het erg naar zijn zin. Hij maakt geregeld een praatje met de daklozen. De meesten waarderen Keiran zeer, omdat hij de tijd voor ze neemt en belangstelling toont. Hij is altijd bereid om wat voor ze te doen. Bovendien vertrouwen ze hem, hij vertelt persoonlijke informatie nooit door en roddelt ook niet over anderen. Keiran vindt het triest te horen hoe sommige mensen hun werk en huis zijn kwijtgeraakt. Hij probeert altijd mee te denken over een oplossing. Aan de andere kant vindt hij ook dat de mensen zelf soms weleens wat harder hun best kunnen doen om weer werk te vinden. Zeker de jongere daklozen, die hebben hun situatie toch vooral aan zichzelf te danken, vindt hij. Als in een overleg wordt aangekaart dat er niet genoeg plekken vrij zijn om iedereen op te vangen, stelt hij dan ook voor om jongeren te weigeren. ‘Die zijn echt lui, ze moeten gewoon een baan zoeken! Ik heb er gisteren een weggestuurd en gezegd dat ie nu maar eens voor zichzelf moet gaan zorgen!’
1 11
THEMA 1 OriĂŤntatie op het werkveld PW
Noem een argument waarom sociaal-agogisch wel bij Keiran past. Noem ook een argument waarom sociaal-agogisch niet bij Keiran past.
1
6
b
Bedenk twee mogelijke redenen dat deze jongeren dakloos zijn.
c
Welke tips zou je Keiran kunnen geven om zijn beroepshouding te verbeteren?
Voor sociaal-agogisch werk is een juiste beroepshouding nodig. a Stel je doet sociaal-agogisch werk en je bent betrokken en empathisch. Je kunt representatief en integer handelen, maar je hebt moeite met het stellen van grenzen. Toon aan de hand van twee verschillende voorbeelden aan dat dit problemen kan geven voor jezelf, maar ook voor de mensen voor wie je werkt.
b
Geef een voorbeeld waarmee je duidelijk maakt op welke manier je jouw beroepshouding in bovenstaande situatie zou kunnen verbeteren.
1 Pedagogisch werk 2
1
Jij hebt gekozen voor PW. a Vul de juiste woorden in. De afkorting PW betekent
.
1 12
Verwerkingsopdrachten
b
c
d
2 Pedagogisch werk
Wat is de algemene doelgroep van PW? Kies het juiste antwoord. a Jongeren vanaf twaalf jaar met gedrags- en opvoedingsproblemen b Jongeren vanaf twaalf jaar zonder problemen c Kinderen en jongeren met een beperking op lichamelijk of verstandelijk gebied d Kinderen en jongeren van nul tot 23 jaar e Kinderen tot twaalf jaar met een achterstand, een leer- of gedragsprobleem f Kinderen tot twaalf jaar zonder problemen Welke twee werkvelden kun je onderscheiden binnen PW? Kies de juiste antwoorden. a Basisschool b Bso c Kinderopvang d Onderwijs e Peuterspeelzaal f Middelbare school Je kunt de werkvelden kinderopvang en onderwijs ook in één functie combineren. Hoe noem je zo’n functie? Vul het juiste woord in. Dit noem je een
e
2
functie.
Geef een voorbeeld van een combinatiefunctie in het PW (het liefst uit je eigen omgeving). Voor inspiratie kun je kijken op YouTube (youtu.be/BDwzihDwcXA).
Als je het profiel pedagogisch medewerker kiest, is de kinderopvang je belangrijkste werkveld. a Met welke leeftijdsgroep krijg je te maken in een kinderdagverblijf? Kies het juiste antwoord. a Kinderen van nul tot vier jaar b Kinderen van nul tot twaalf jaar c Kinderen van vier tot twaalf jaar d Kinderen van nul tot achttien jaar b Een kinderopvang kan kiezen uit horizontale of verticale groepen. Kies de juiste woorden. In een horizontale / verticale groep zitten leeftijdgenoten bij elkaar. In een horizontale / verticale groep zitten nul- tot vierjarigen bij elkaar. c Is de uitspraak waar of niet waar? Kies het juiste antwoord.
In de schoolvakanties is een peuterspeelzaal meestal dicht.
Waar / Niet waar
Gastouderopvang vindt plaats in een peuterspeelzaal.
Waar / Niet waar
De voorschool is gekoppeld aan de basisschool.
Waar / Niet waar
Bso-plus is buitenschoolse opvang met een thema (bijvoorbeeld sport-bso).
Waar / Niet waar
De oudste doelgroep in de kinderopvang tref je aan bij een tienercentrum.
Waar / Niet waar
1 13
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
3
Als je het profiel gespecialiseerd pedagogisch medewerker kiest, is de gespecialiseerde kinderopvang je belangrijkste werkveld. Zet de juiste organisatie naast de doelgroep. Kies uit: Boddaertcentrum – pleegzorg-gezinshuis-leefgroep – medisch kinderdagverblijf – justitiële jeugdinrichting Kinderen en jongeren die niet meer in het eigen gezin kunnen wonen Kinderen van anderhalf tot zeven jaar, met gedragsen ontwikkelingsproblemen Kinderen van vijf tot dertien jaar, met meerdere gedrags- en opvoedingsproblemen Jongeren van veertien tot eenentwintig jaar, als maatregel, straf of voorlopige hechtenis
4
Als je het profiel onderwijsassistent kiest, is het onderwijs je belangrijkste werkveld. a Welke twee hoofdgroepen van scholen zijn er in Nederland? Het o b c
onderwijs en het b
onderwijs.
Bij welke hoofdgroep horen Montessori-, Dalton- en Jenaplanscholen? Bij openbaar / bijzonder onderwijs. Zet de juiste doelgroep naast de organisatie. Kies uit: Kinderen van vier tot twaalf jaar – Jongeren van twaalf tot achttien jaar die ondersteuning nodig hebben bij hun huiswerk – Scholieren van twaalf tot zestien jaar – Zowel voor primair als voor voortgezet onderwijs voor kinderen die specialistische en intensieve begeleiding nodig hebben (cluster 1 t/m 4) – Kinderen van vier tot twaalf jaar die meer begeleiding nodig hebben dan het basisonderwijs kan bieden – Jongeren van vijftien/zestien jaar tot en met volwassenen – Basisschoolkinderen en scholieren waarvan de ouders geen vaste woonplaats hebben
Basisschool Huiswerkbegeleiding Mbo Schoolinternaat Speciaal basisonderwijs Speciaal onderwijs Vmbo
1 14
Verwerkingsopdrachten
1 1 1
1
2 Pedagogisch werk
5
Het is belangrijk voor jou als student om je bewust te zijn van je eigen (toekomst) beeld over de maatschappelijke zorg. Maak een collage met als thema: ‘ik als pedagogisch werker’. Je kunt de collage op papier maken of digitaal. Een digitale mogelijkheid is om gebruik te maken van Lino (en.linoit.com). Hiermee kun je interactieve collages maken van afbeeldingen, teksten, documenten en filmpjes. Het is de bedoeling dat je letterlijk een beeld schetst van je eigen (toekomst)beeld over de maatschappelijke zorg. Je kunt bijvoorbeeld op internet afbeeldingen zoeken en teksten en losse woorden toevoegen. Lever in bij je docent.
6
Binnen het pedagogisch werk kun je binnen de verschillende werkvelden met verschillende doelgroepen in aanraking komen. a Bij welke doelgroep hoort de organisatie? Kies het juiste woord. De eerste organisatie is alvast voorgedaan. De vetgedrukte doelgroepen in het voorbeeld zijn juist. Let op: bij sommige organisaties horen meerdere doelgroepen. Voorbeeld: pleegzorg: baby’s en peuters regulier / baby’s en peuters gespecialiseerd / kinderen (4-12 jaar) regulier / kinderen (4-12 jaar) gespecialiseerd / jongeren vanaf 12 regulier / jongeren vanaf 12 gespecialiseerd
b
buitenschoolse opvang plus: baby’s en peuters regulier / baby’s en peuters gespecialiseerd / kinderen (4-12 jaar) regulier / kinderen (4-12 jaar) gespecialiseerd / jongeren vanaf 12 regulier / jongeren vanaf 12 gespecialiseerd brede school /IKC: baby’s en peuters regulier / baby’s en peuters gespecialiseerd / kinderen (4-12 jaar) regulier / kinderen (4-12 jaar) gespecialiseerd / jongeren vanaf 12 regulier / jongeren vanaf 12 gespecialiseerd gastouderopvang: baby’s en peuters regulier / baby’s en peuters gespecialiseerd / kinderen (4-12 jaar) regulier / kinderen (4-12 jaar) gespecialiseerd / jongeren vanaf 12 regulier / jongeren vanaf 12 gespecialiseerd peuterspeelzaal: baby’s en peuters regulier / baby’s en peuters gespecialiseerd / kinderen (4-12 jaar) regulier / kinderen (4-12 jaar) gespecialiseerd / jongeren vanaf 12 regulier / jongeren vanaf 12 gespecialiseerd speciaal voortgezet onderwijs (cluster 1, 2, 3, 4): baby’s en peuters regulier / baby’s en peuters gespecialiseerd / kinderen (4-12 jaar) regulier / kinderen (4-12 jaar) gespecialiseerd / jongeren vanaf 12 regulier / jongeren vanaf 12 gespecialiseerd tienercentrum: baby’s en peuters regulier / baby’s en peuters gespecialiseerd / kinderen (4-12 jaar) regulier / kinderen (4-12 jaar) gespecialiseerd / jongeren vanaf 12 regulier / jongeren vanaf 12 gespecialiseerd voorschool: baby’s en peuters regulier / baby’s en peuters gespecialiseerd / kinderen (4-12 jaar) regulier / kinderen (4-12 jaar) gespecialiseerd / jongeren vanaf 12 regulier / jongeren vanaf 12 gespecialiseerd Hieronder staan de doelgroepen uit de vorige vraag nogmaals genoemd. Zoek bij iedere leeftijdsgroep een voorbeeld van een organisatie in jouw omgeving. Je mag internet gebruiken. 1
Baby’s en peuters regulier
2
Baby’s en peuters gespecialiseerd
1 15
THEMA 1 OriĂŤntatie op het werkveld PW
c
d
1 1
7
3
Kinderen (4-12 jaar) regulier
4
Kinderen (4-12 jaar) gespecialiseerd
5
Jongeren vanaf 12 regulier
6
Jongeren vanaf 12 gespecialiseerd
Bij welk werkveld hoort het kenmerk? Kies het juiste antwoord.
Activiteiten met vrijblijvend karakter
Kinderopvang / Onderwijs
Begeleiden van leerlingen met taken
Kinderopvang / Onderwijs
Motivatieproblemen komen vaker voor
Kinderopvang / Onderwijs
Werkzaamheden met verzorgend karakter
Kinderopvang / Onderwijs
Waar voel jij je prettiger, in de kinderopvang of in het onderwijs? Leg uit waarom.
Veel onderwijsassistenten vinden werk in een van de clusters van het speciaal onderwijs.
1 16
Verwerkingsopdrachten
2 Pedagogisch werk
Deze opdracht gaat over werken in het speciaal onderwijs. Voer de volgende stappen uit: 1 Maak een mindmap (woordweb) van werkzaamheden in het speciaal onderwijs. Bedenk zo veel mogelijk verschillende werkzaamheden die je daar uitvoert. 2 Je kunt de afbeelding van de mindmap natekenen, of een digitale mindmap maken via ‘Coggle’. Log daarvoor in op www.coggle.it met een Google-account. Coggle is gratis. Het werkt eenvoudig, maar er zijn op YouTube ook instructiefilmpjes te vinden. 3 Vergelijk jouw woordweb met dat van een ander. Welke onderdelen hebben jullie hetzelfde? Welke verschillen zijn er? Vul je mindmap eventueel aan. 4 Omcirkel drie werkzaamheden die jou leuk en zinvol lijken. Bedenk ook waarom jij die drie kiest. 5 Onderstreep drie werkzaamheden die jou minder leuk lijken. Bedenk daarbij hoe jij te werk zou gaan om ervoor te zorgen dat je toch plezier in je werk hebt, als je deze dingen moet doen.
1 17
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Toepassing Praktijksituaties Veiligheid en uitdaging De leerlingen van basisschool De Kring hebben hun jaarlijkse sportdag. De kinderen zijn door hun leerkrachten in teams verdeeld. In elk team zit van elke jaargroep een kind. De leeftijdsverschillen zijn dus groot. Dat is bewust gedaan. Kinderen kunnen elkaar zo niet alleen helpen, er ontstaat ook een goede band tussen de verschillende groepen. Naast de activiteiten op de sportdag die elk jaar terugkomen, zijn er ook elk jaar nieuwe activiteiten. Dat maakt de dag voor alle kinderen spannend en uitdagend. Nikki is onderwijsassistent op De Kring. Ze heeft een belangrijk aandeel gehad in de voorbereiding van de jaarlijkse sportdag. Ze zat in de onderzoekscommissie. Een van haar taken was het bedenken van een nieuwe activiteit en de begeleiding ervan op de dag zelf. De leerlingen en hun begeleiders hebben geluk: het is prachtig weer en het belooft een fantastische dag te worden. Nikki begeleidt het spel ‘schat veroveren’. Ze heeft het spel zelf bedacht. Ze legt uit wat de bedoeling is: In het midden van het speelveld staat een kist. Daarin ligt een schat. Aan beide kanten van het veld staat een team achter een lijn, de jongste kinderen vooraan. Op haar fluitsignaal rent het eerste kind van beide teams naar de kist en pakt er een goudstaaf uit. De kinderen rennen terug naar hun team en tikken het volgende kind aan. Pas dan mag die teamgenoot in actie komen om een volgende goudstaaf te veroveren. Als de kist leeg is, is het spel afgelopen en worden de goudstaven geteld. Het team dat het meeste goud heeft veroverd, heeft gewonnen. ‘Duidelijk? Zijn er nog vragen?’ Die zijn er niet, het spel kan beginnen. Als het fluitsignaal klinkt, sprinten de eerste twee kinderen naar het midden van het veld, duiken tegelijkertijd in de kist om een goudstaaf te pakken en knallen met hun koppen tegen elkaar. De EHBO’er kan meteen aan het begin van de dag in actie komen en voor beide kinderen is het voor die dag over en uit. Met een buil op hun hoofd en waarschijnlijk een lichte hersenschudding worden ze vroegtijdig opgehaald door hun ouders. Nikki voelt zich schuldig. Had ze dit kunnen voorkomen?
1
1
Je maakt de opdracht in een groep van vier studenten. Jullie maken een analyse van de beschreven situatie en jullie bedenken een oplossing waarmee het spel veiliger wordt.
Werkwijze Maak deze analyse aan de hand van de volgende punten en zet je uitkomsten op papier: a Bij deze sportdag is het belangrijk om een goede balans te vinden tussen uitdaging en veiligheid. Geef in je analyse aan waarom die balans belangrijk is.
1 18
Praktijksituaties
Veiligheid en uitdaging
b
c
Een veilige en uitdagende activiteit verzinnen is een hele klus. Probeer te bedenken waar je allemaal rekening mee moet houden bij een sportdag van een basisschool. De activiteit moet geschikt zijn voor kinderen van vier tot twaalf jaar. Nikki heeft het spel ‘schat veroveren’ als nieuwe activiteit geïntroduceerd. Activiteiten moeten uitdagend zijn en ook veilig. Geef in je analyse aan waarom dit spel voldoet aan het criterium ‘uitdagend’.
Oplossing Bedenk met elkaar hoe je de veiligheid van het spel ‘schat veroveren’ kunt verbeteren, zonder dat je het minder uitdagend maakt. Schrijf de uitkomst op een groot vel en hang dit in de klas op.
1 19
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Tegenstrijdige belangen Het is al halfzeven geweest als de vader van Melvin het kinderdagverblijf eindelijk binnenkomt. Om zes uur had het laatste kind de deur uit moeten zijn. Vanaf halfzes, als de meeste kinderen weg zijn, gaan de pedagogisch werkers opruimen. Zo kunnen ook zij om zes uur naar huis. Maar een kind dat nog niet is opgehaald, kun je natuurlijk niet zomaar achterlaten. Daarom is er altijd een pedagogisch werker die pas vertrekt als het laatste kind is opgehaald. Vandaag heeft Elora die taak: de kinderen opvangen die nog op hun ouders wachten. Elora heeft vaak pech: op de dagen dat zij de beurt heeft, is er bijna altijd wel een kind dat te laat wordt opgehaald. Ze had vandaag met haar vriend afgesproken om uit eten te gaan en daarna naar de film. De vorige keer liep dat ook al fout, omdat ze veel te laat van haar werk thuiskwam. En nu heeft ze hem weer moeten bellen dat het later zou worden. Daar was haar vriend niet blij mee geweest. ‘Dan maar niet’, was zijn reactie en hij had de verbinding verbroken. Elora valt boos tegen Melvins vader uit: ‘U weet dat we om zes uur sluiten. De meeste kinderen zijn dan al naar huis. Melvin is altijd de laatste die wordt opgehaald. Dat is toch hartstikke zielig!’ Vader reageert geprikkeld: ‘Nou, nou, kan het wat minder. Ik ben hier klant hoor. Ik stond in de file. En Melvin is helemaal niet zielig. Hij vindt het juist leuk om het rijk alleen te hebben.’ Elora wordt er alleen maar bozer door. Wat denkt hij wel! Voor ze het weet flapt ze eruit: ‘O, en daarom komt u maar altijd te laat.’ Er ontstaat een ruzieachtig gesprek over het hoofd van Melvin heen. Geen van de twee heeft in de gaten dat Melvin steeds sipper gaat kijken tot hij in huilen uitbarst. Vader pakt Melvin troostend op en zegt: ‘Stil maar. Elora heeft even haar dag niet.’ Zonder nog iets te zeggen vertrekken de twee.
1
1
Je maakt deze opdracht in een groep van vier studenten. Jullie maken een analyse van de situatie, waarbij jullie: • verschillende alternatieven noemen hoe je in deze situatie kunt handelen; • de – volgens jullie – beste manier van handelen kiezen.
Werkwijze
1
Maak deze analyse aan de hand van de volgende punten: • de situatie; • de taak van de pedagogisch werker; • de gekozen aanpak; • het resultaat. Bespreek de volgende vragen met elkaar en zet jullie antwoord op papier: a Met welke dilemma’s had de pedagogisch werker te maken? Denk hierbij aan het belang van de ouders (hier: de vader), het belang van de kinderen en het belang van de pedagogisch medewerker zelf.
1 20
Praktijksituaties
Tegenstrijdige belangen
b
1
2
Welke keuzes had de pedagogisch werker beter kunnen maken?
Wissel het resultaat van deze opdracht uit met de andere groepen. Dat kan via e-mail of via een presentatie in de klas.
1 21
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Vaardigheden De juiste beroepshouding tonen Oriënteren
1 1
1 2 3
Bestudeer de theorie over kiezen voor sociaal-agogisch werk en beroepshouding. Zoek drie personeelsadvertenties uit jouw toekomstige werkveld. Geef aan hoe je daarin de beroepshouding terugziet.
4
Zoek op het internet naar het kwalificatiedossier Pedagogisch werk (https://www.s-bb. nl/onderwijs/kwalificeren-en-examineren/kwalificatiedossiers) en bekijk dit. Wat zegt dat dossier over een goede beroepshouding?
5
Oefenen 6 7
Bekijk het reflectieschema hierna. Vul op de lijnen nu zelf een hulpvraag in.
1 22
Vaardigheden
De juiste beroepshouding tonen
Reflectieschema Eigenschap
Hulpvragen
Score 1
Betrokkenheid
Wil ik met mensen werken? Vind ik het welzijn van mensen belangrijk?
Empathie
Kan ik me verplaatsen in de gevoelens van de cliënt? Kan ik de situatie zien door de ogen van de cliënt?
Assertiviteit
Kan ik opkomen voor mezelf? Kan ik daarbij ook rekening houden met de ander?
Representativiteit
Ben ik het visitekaartje voor mijn organisatie? Toon ik respect voor de cliënt?
Integriteit
Kunnen cliënten mij vertrouwen? Ben ik eerlijk?
1 2 3 4
= = = =
2
3
Ik heb deze eigenschap niet. Er is een begin, maar hier moet nog flink aan gewerkt worden. Ik heb deze eigenschap, maar er zijn nog wat kleine verbeterpunten. Ik bezit de eigenschap ruim voldoende.
Toepassen
1
8
Vorm tweetallen. Bedenk samen een situatie waarin de pedagogisch werker hulp moet bieden en speel deze situatie na. De een speelt de rol van cliënt, de ander die van pedagogisch werker. Beoordeel de ‘pedagogisch werker’ op de volgende manier: • Gebruik het reflectieschema en beoordeel jezelf op de juiste beroepshouding. • Gebruik het reflectieschema en laat jezelf beoordelen door de ‘cliënt’. Draai nu de rollen om.
1 23
4
THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW
Transfer • • • •
Vraag je beste vriend(in) om het reflectieschema in te vullen. Vraag je vader, moeder, verzorger om het schema in te vullen. Ga naar je leerbedrijf en laat het reflectieschema invullen door je praktijkopleider. Vraag een cliënt om het schema in te vullen.
Noteer waar jij in de opleiding (school en praktijk) aan gaat werken en hoe je dat gaat aanpakken.
1 24
Themaopdrachten
1
Opdracht 1 Welke baan past bij jou? Deze opdracht maak je in een groep van drie à vier personen. In deze opdracht sta je stil bij jouw kwaliteiten en voorkeuren voor een baan in het pedagogisch werk. Je verdiept je in de organisaties die er zijn.
Beschrijving Je solliciteert naar een PW-functie. Je kiest een functie die past bij jouw voorkeursdoelgroep en die past bij jouw kwaliteiten. Je schrijft een sollicitatiebrief en naar aanleiding van deze brief voer je een sollicitatiegesprek. In dit gesprek licht je je brief toe, geef je antwoord op vragen en stel je zelf vragen over de organisatie en de functie. De sollicitatiecommissie bestaat uit de andere leden van jouw groep. Je bent dus één keer sollicitant en de andere keren lid van de sollicitatiecommissie. Je kiest zelf een geschikte advertentie op basis van jouw voorkeuren. Advertenties kun je vinden op internet of in kranten en vakbladen. Informatie over de organisatie waarbij je solliciteert, vormt de achtergrond van het sollicitatiegesprek. Kies daarom een organisatie met een informatieve website.
1 1
De opdracht levert de volgende (tussen)producten op. Tussentijds leg je deze voor aan je docent: • de advertentie; • jouw sollicitatiebrief; • de voorbereiding op je sollicitatiegesprek; • een verslag over de organisatie door de sollicitatiecommissie; • een verslag van het gesprek en de evaluatie.
Werkwijze voor de sollicitant Stap 1 Denk na over de doelgroep waarmee je zou willen werken, het soort werk dat je zou willen doen en de organisatie waarvoor je zou willen werken. Dit zet je kort en bondig op papier. • Verdiep je in de mogelijkheden van het pedagogisch werk. ...........................................................................................................................................................................
1
Ga naar de website over beroepen in beeld (www.beroepinbeeld.nl) en bekijk hier een filmpje over jouw voorkeursfunctie. Bestudeer ook de informatie op de website van Youchooz (www.youchooz.nl).
...........................................................................................................................................................................
1 25
WERKBOEK NIVEAU 3&4
Methodiek PW
Deze uitgave Methodiek PW maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaande werkprocessen uit het kwalificatiedossier Pedagogisch werk. B1-K1-W1 Inventariseert behoeften en wensen van het kind B1-K1-W4 Stemt de werkzaamheden af op betrokkenen B1-K1-W8 Evalueert de werkzaamheden
pedagogisch werk
De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.
PW Methodiek PW WERKBOEK
De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaalagogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie- / reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent.
Herz
ien
Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff .nl/trajectwelzijn.
Auteurs: K. Koomen R.F.M. van Midde Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde
9 789006 978490
MBO_WB_Welzijn_methodiek_PW_210x297mm.indd All Pages
22/05/18 12:39