Skip to main content

Verpleegtechnische handelingen Deel B niveau 3 werkboek

Page 1

WERKBOEK NIVEAU 3

Verpleegtechnische handelingen Deel B

verzorgende ig


Observatielijsten

Thema 2 Uitzetten en toedienen van medicijnen

7

Toedienen van medicijnen – oraal 7 Toedienen van medicijnen via het slijmvlies van de mond 9 Toedienen van medicijnen – rectaal (m.u.v. laxeermiddelen) 13 Toedienen van medicijnen – vaginaal 15 Toedienen van medicijnen per inhalatie 17 Toedienen van medicijnen door middel van vernevelen 19 Toedienen van medicijnen via de neus 21 Toedienen van medicijnen via het oog 25 Toedienen van medicijnen via het oor 29 Toedienen van medicijnen door middel van huidzalf 33 Toedienen van medicijnen via een transdermale pleister 35 Opzuigen van een injectievloeistof uit een ampul, uit een flesje met een rubber dop of uit een miniplasco 37 Klaarmaken van een injectievloeistof bij gebruik van een oplosvloeistof 41 Toedienen van een subcutane injectie met een kant-en-klare spuit 45 Toedienen van een subcutane injectie met behulp van spuit en naald 47 Toedienen van insuline met een voorgevulde insulinepen voor meervoudig gebruik 51 Toedienen van een intramusculaire injectie 55

Thema 3 Wondverzorging en zwachtelen

59

Verzorgen van een wond 59 Spoelen van een wond 61 Toepassen van ambulante compressietherapie met korterekzwachtels Zwachtelen van een lichaamsdeel 67

Thema 4 Specifieke zorg bij het urineren

69

Eenmalig katheteriseren van een man 69 Eenmalig katheteriseren van een vrouw 73 Inbrengen van een verblijfsblaaskatheter bij een man 77 Inbrengen van een verblijfsblaaskatheter bij een vrouw 81 Spoelen van de blaas via een blaaskatheter met een spoelzakje Spoelen van de blaas via een blaaskatheter met een spuit 89 Spoelen van een blaaskatheter met een harmonicaflacon 93 Verwijderen van een verblijfskatheter 95

1 4

85

65


Thema 5 SpeciďŹ eke zorg bij de voeding

97

Inbrengen van een maagsonde 97 Toedienen van sondevoeding met een pomp 101 Toedienen van sondevoeding met een spuit 105 Toedienen van sondevoeding met een toedieningssysteem 109 Toedienen van medicatie via een neus-maagsonde 113 Maagretentie bepalen 117 Verwijderen van een maagsonde 119 Toedienen van sondevoeding met een voedingssysteem via een PEG-sonde

Thema 6 Uitscheiding via een stoma en orgaanspoelingen

121

123

Verzorgen van een darmstoma: verwisselen van een eendelig opvangsysteem 123 Verzorgen van een darmstoma: verwisselen van een tweedelig opvangsysteem, inclusief basisplak of huidplaat 125 Verzorgen van een darmstoma: verwisselen van het zakje van het tweedelig opvangsysteem, exclusief plak 129 Irrigeren van een stoma 131 Verzorgen van een urostoma: verwisselen van een eendelig opvangsysteem 133 Verzorgen van een urostoma: verwisselen van een tweedelig opvangsysteem, inclusief plak 135 Verzorgen van een urostoma: verwisselen van het zakje van het tweedelige systeem, exclusief plak 139 Spoelen van de maag 141 Toedienen van een hoogopgaand klysma 145

Thema 7

Zorg voor de ademhaling

147

Toedienen van zuurstof vanuit een centraal toedieningssysteem via een masker, bril of katheter 147 Toedienen van zuurstof met een zuurstofcilinder 151 Toedienen van zuurstof met een zuurstofconcentrator 155 Verzorgen van een tracheostoma en een tracheacanule bij een blijvend stoma 157 Uitzuigen bij een zorgvrager met een tracheostoma 161 Uitzuigen van neus- en keelholte bij een zorgvrager 165 Vernevelen van medicijnen via een tracheostoma 169

Thema 9 Onderzoek en diagnostiek

173

Bepalen van de bloedglucosewaarde 173 Meten van de INR-waarde met de CoaguChek XS 175 Afname van een keel- en neuskweek voor onderzoek 177 Afname van een sputumkweek voor onderzoek 179 Opvangen van een monster feces voor onderzoek 181 Opvangen van een steriel monster urine bij een zorgvrager met een urinekatheter Opvangen van midstream-urine voor bacteriologisch onderzoek 187

1 5

183


Observatielijst

THEMA 2 Uitzetten en toedienen van medicijnen

Toedienen van medicijnen – oraal

oefenen

toepassen

goed fout n.v.t. goed fout n.v.t.

Voorbereiding 1 De zorgvrager wordt verteld wat er gaat gebeuren. 2 Er wordt gezorgd voor voldoende werkruimte. 3 Alle benodigdheden worden klaargelegd: - de medicijnkaart of het medicijnoverzicht op de computer; - tablet, capsule of vloeistof in verpakking; - medicijnbekertje; - indien nodig een lepel; - glas water om het medicijn door te slikken; - indien nodig water om het medicijn in op te lossen; - indien nodig vijzel om medicijn fijn te malen. 4 De medicatie wordt gecontroleerd: - naam en geboortedatum van de zorgvrager; - tijdstip van toediening; - dosering; - toedieningswijze. 5 Het bed wordt op werkhoogte gebracht. 6 Er wordt gezorgd voor de privacy van de zorgvrager door bijvoorbeeld de bedgordijnen te sluiten. 7 Hand- en polssieraden worden verwijderd en handen worden gewassen of gedesinfecteerd. Uitvoering 8 De zorgvrager wordt verteld dat wordt begonnen met het toedienen van de medicatie. 9 Er wordt gecheckt of de zorgvrager voldoende alert is om de medicatie te slikken. 10 De zorgvrager wordt in de gewenste lichaamshouding geholpen. 11 Aan de zorgvrager wordt de tablet, capsule of vloeistof in een medicijnbekertje gegeven en de zorgvrager neemt de medicijnen in. 12 De zorgvrager wordt gevraagd de medicijnen door te slikken. Indien nodig met behulp van water, dit verhoogt de opname van het medicijn. 13 Er wordt gecontroleerd of de zorgvrager alle medicijnen heeft ingenomen en doorgeslikt. Nazorg 14 De zorgvrager wordt weer in de gewenste houding geholpen. 15 Het gebruikte materiaal wordt opgeruimd. 16 De kamer wordt op orde gebracht en er wordt rekening mee gehouden dat bepaalde zaken bereikbaar zijn voor de zorgvrager. 17 De handen worden gewassen of gedesinfecteerd. 18 Het contact met de zorgvrager wordt op een correcte manier afgesloten. 19 Bijzonderheden worden gerapporteerd.

1 7

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯


Toedienen van medicijnen – oraal

Conclusies Oefenen De student beheerst de vaardigheid voldoende / onvoldoende

Toepassen De student beheerst de vaardigheid voldoende / onvoldoende

Leerpunten en aandachtspunten

Leerpunten en aandachtspunten

Datum

Datum

Handtekening begeleider

Handtekening student

Handtekening begeleider

1 8

Handtekening student


Observatielijst

THEMA 2 Uitzetten en toedienen van medicijnen

Toedienen van medicijnen via het slijmvlies van de mond Voorbereiding 1 De zorgvrager wordt verteld wat er gaat gebeuren. 2 Er wordt voor voldoende werkruimte gezorgd. 3 Alle benodigdheden voor toediening van een tablet of spray onder de tong worden klaargelegd: - de medicijnkaart of het medicijnoverzicht op de computer; - tablet of spray voor onder de tong Alle benodigdheden worden klaargelegd voor toediening van een vloeistof in de wangzak: - de medicijnkaart of het medicijnoverzicht op de computer; - ampul met medicijn voor in de wangzak; - onsteriel gaasje; - 2 cc spuit; - naald om medicijn op te trekken; - niet-steriele handschoenen en een overschort; - naaldencontainer. 4 De medicatie wordt gecontroleerd: - naam en geboortedatum van de zorgvrager; - tijdstip van toediening; - dosering; - toedieningswijze. 5 Het bed wordt op werkhoogte gebracht. 6 Er wordt voor de privacy van de zorgvrager gezorgd door bijvoorbeeld de bedgordijnen te sluiten. 7 Hand- en polssieraden worden verwijderd en handen worden gewassen of gedesinfecteerd. Uitvoering 8 De zorgvrager wordt verteld dat wordt begonnen met het toedienen van de medicatie. 9 Zo nodig worden de handschoenen en het overschort aangetrokken. 10 De zorgvrager wordt in de gewenste lichaamshouding geholpen. 11 De medicatie wordt onder de tong toegediend: Bij een tablet - De zorgvrager wordt gevraagd de mond te openen en de tablet wordt onder de tong gelegd. Bij een spray - De zorgvrager wordt gevraagd de mond te openen en de tongpunt naar het gehemelte te bewegen. - De spray wordt onder de tong gespoten.

1 9

oefenen

toepassen

goed fout n.v.t. goed fout n.v.t.

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯


Toedienen van medicijnen via het slijmvlies van de mond

oefenen

toepassen

goed fout n.v.t. goed fout n.v.t.

Bij een vloeistof in de wangzak - De vloeistof wordt uit de kop van de ampul geschud of getikt. - Er wordt een gaasje tegen de breuklijn gehouden en de ampulkop wordt afgebroken op de aangegeven lijn. - De kop van de ampul wordt in de naaldencontainer gedaan. - De verpakking van de spuit wordt tot halverwege opengetrokken. - De verpakking van de opzuignaald wordt ook tot halverwege opengetrokken. - De opzuignaald wordt zorgvuldig en snel op de spuit gezet. - De naald wordt in de ampul gestoken en de volledige hoeveelheid vloeistof wordt opgezogen. - De naald wordt uit de ampul gehaald en de lege ampul wordt in de naaldencontainer gedaan. - Haak de naald van de spuit af in de naaldencontainer. - De voorgeschreven hoeveelheid medicatie wordt langzaam in de wangzak gespoten. - Er wordt over de wang gewreven om opname door het wangslijmvlies te bevorderen. 12 De zorgvrager wordt gevraagd het medicijn niet door te slikken en 10 minuten te wachten met eten en drinken tot het medicijn is opgenomen. 13 Zo nodig worden de handschoenen en het overschort uitgetrokken. Nazorg 14 De zorgvrager wordt weer in de gewenste houding geholpen. 15 Het gebruikte materiaal wordt opgeruimd. 16 De kamer wordt op orde gebracht en er wordt rekening mee gehouden dat bepaalde zaken bereikbaar zijn voor de zorgvrager. 17 De handen worden gewassen of gedesinfecteerd. 18 Het contact met de zorgvrager wordt op een correcte manier afgesloten. 19 Bijzonderheden worden gerapporteerd.

1 10

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯


Observatielijst

THEMA 2 Uitzetten en toedienen van medicijnen

Conclusies Oefenen De student beheerst de vaardigheid voldoende / onvoldoende

Toepassen De student beheerst de vaardigheid voldoende / onvoldoende

Leerpunten en aandachtspunten

Leerpunten en aandachtspunten

Datum

Datum

Handtekening begeleider

Handtekening student

Handtekening begeleider

1 11

Handtekening student


Observatielijst

THEMA 2 Uitzetten en toedienen van medicijnen

Toedienen van medicijnen – rectaal (m.u.v. laxeermiddelen) Voorbereiding 1 De zorgvrager wordt verteld wat er gaat gebeuren. 2 Er wordt voor voldoende werkruimte gezorgd. 3 Alle benodigdheden worden klaargelegd voor toediening van een zetpil: - de medicijnkaart of het medicijnoverzicht op de computer; - suppositorium (zetpil) op kamertemperatuur; - niet-steriele handschoenen; - bekken. Alle benodigdheden worden klaargelegd voor toediening van een medicijn vanuit een rectiole: - rectiole met medicijn; - niet-steriele handschoenen; - bekken. 4 De medicatie wordt gecontroleerd: - naam en geboortedatum van de zorgvrager; - tijdstip van toediening; - dosering; - toedieningswijze. 5 Het bed wordt op de juiste werkhoogte geplaatst. 6 Er wordt voor de privacy van de zorgvrager gezorgd door bijvoorbeeld de bedgordijnen te sluiten. 7 Hand- en polssieraden worden verwijderd en handen worden gewassen of gedesinfecteerd. Uitvoering 8 De zorgvrager wordt verteld dat wordt begonnen met het toedienen van de medicatie. 9 De niet-steriele handschoenen worden aangetrokken. 10 De zorgvrager wordt in de gewenste lichaamshouding geholpen: op de linkerzij met opgetrokken knieën. 11 De zorgvrager wordt gevraagd zijn onderlichaam te ontbloten. 12 De medicatie wordt toegediend. Bij een zetpil - De zetpil wordt uit de verpakking genomen en de vinger wordt tegen de stompe kant van de zetpil geplaatst. - Met de andere hand wordt de rechterbil van de zorgvrager omhooggetrokken, zodat de anus zichtbaar wordt. - De zetpil wordt met de punt naar voren in het rectum ingebracht tot voorbij de sluitspier. Als de zorgvrager gespannen is, wordt hem gevraagd diep door de neus in te ademen en door de mond uit te ademen. - Vervolgens wordt bij de uitademing de zetpil ingebracht.

1 13

oefenen

toepassen

goed fout n.v.t. goed fout n.v.t.

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯


Toedienen van medicijnen – rectaal (m.u.v. laxeermiddelen)

oefenen

toepassen

goed fout n.v.t. goed fout n.v.t.

-

-

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

De zorgvrager wordt verteld dat de zetpil is ingebracht en de zorgvrager wordt gevraagd 5 tot 10 minuten op de linkerzij te blijven liggen. Er wordt gecontroleerd of de zetpil op zijn plaats blijft.

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

Bij een rectiole - Het dopje van de rectiole wordt verwijderd. - De tuit van de rectiole wordt helemaal in de anus ingebracht zonder in de rectiole te knijpen. - De rectiole wordt helemaal leeggeknepen en deze wordt dichtgeknepen teruggetrokken uit de anus. - De zorgvrager wordt gevraagd de billen dicht te knijpen of de billen worden tegen elkaar gedrukt om teruglopen van de vloeistof te voorkomen. 13 De handschoenen worden uitgetrokken en in het bekken gedaan. Nazorg 14 De zorgvrager wordt weer in de gewenste houding geholpen. 15 Het gebruikte materiaal wordt opgeruimd. 16 De kamer wordt op orde gebracht en er wordt rekening mee gehouden dat bepaalde zaken bereikbaar zijn voor de zorgvrager. 17 De handen worden gewassen of gedesinfecteerd. 18 Het contact met de zorgvrager wordt op een correcte manier afgesloten. 19 Bijzonderheden worden gerapporteerd.

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

Conclusies Oefenen De student beheerst de vaardigheid voldoende / onvoldoende

Toepassen De student beheerst de vaardigheid voldoende / onvoldoende

Leerpunten en aandachtspunten

Leerpunten en aandachtspunten

Datum

Datum

Handtekening begeleider

Handtekening student

Handtekening begeleider

1 14

Handtekening student


Observatielijst

THEMA 2 Uitzetten en toedienen van medicijnen

Toedienen van medicijnen – vaginaal

oefenen

toepassen

goed fout n.v.t. goed fout n.v.t.

Voorbereiding 1 De zorgvrager wordt verteld wat er gaat gebeuren. 2 Er wordt voor voldoende werkruimte gezorgd. 3 Alle benodigdheden worden klaargelegd: - de medicijnkaart of het medicijnoverzicht op de computer - applicator; - zalf of tablet in de verpakking; - zo nodig niet-steriele handschoenen en overschort; - maandverband; - bekken. 4 De medicatie wordt gecontroleerd: - naam en geboortedatum van de zorgvrager; - tijdstip van toediening; - dosering; - toedieningswijze. 5 Het bed wordt op de juiste werkhoogte geplaatst. 6 Er wordt voor de privacy van de zorgvrager gezorgd door bijvoorbeeld de bedgordijnen te sluiten. 7 Hand- en polssieraden worden verwijderd en handen worden gewassen of gedesinfecteerd. Uitvoering 8 De zorgvrager wordt verteld dat wordt begonnen met het toedienen van de medicatie. 9 De zorgvrager wordt gevraagd haar onderlichaam te ontbloten. 10 De niet-steriele handschoenen en het overschort worden aangetrokken. 11 De zorgvrager wordt in de gewenste lichaamshouding geholpen: rugligging met de benen iets opgetrokken en de knieën gespreid. 12 De medicatie wordt toegediend. Toedienen vaginaaltablet - De tablet wordt uit de verpakking genomen en deze wordt in de inbrenghuls gelegd. - Met de andere hand worden de schaamlippen gespreid. - De inbrenghuls wordt in de vagina gebracht en het medicijn wordt uit de inbrenghuls in de vagina gedrukt. - De inbrenghuls wordt teruggetrokken uit de vagina. Toedienen vaginale zalf - De applicator wordt met zalf gevuld door deze op de tube zalf te draaien en de zalf in de applicator te spuiten. - De applicator wordt in de ene hand genomen en met de andere hand worden de schaamlippen gespreid.

1 15

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯


Toedienen van medicijnen – vaginaal

oefenen

toepassen

goed fout n.v.t. goed fout n.v.t.

-

De applicator wordt ongeveer 5 centimeter in de vagina gebracht en met de zuiger wordt de zalf uit de applicator in de vagina gedrukt. - De applicator wordt verwijderd en geleegd in het bekken. 13 De zorgvrager wordt verteld dat zij even moet blijven liggen. 14 Er wordt gecontroleerd of het medicijn op zijn plaats blijft. 15 De handschoenen en het overschort worden uitgetrokken en deze worden in het bekken gedaan. Nazorg 16 De zorgvrager wordt weer in de gewenste houding geholpen. 17 Er wordt een maandverband aangeboden en zo nodig wordt geholpen met aankleden. 18 Het gebruikte materiaal wordt opgeruimd. 19 Het contact met de zorgvrager wordt op een correcte manier afgesloten. 20 De kamer wordt op orde gebracht en er wordt rekening mee gehouden dat bepaalde zaken bereikbaar zijn voor de zorgvrager. 21 De handen worden gewassen of gedesinfecteerd. 22 Bijzonderheden worden gerapporteerd.

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

Oefenen De student beheerst de vaardigheid voldoende / onvoldoende

Toepassen De student beheerst de vaardigheid voldoende / onvoldoende

Leerpunten en aandachtspunten

Leerpunten en aandachtspunten

Datum

Datum Handtekening student

Handtekening begeleider

1 16

◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

Conclusies

Handtekening begeleider

◯ ◯ ◯ ◯

Handtekening student


Observatielijst

THEMA 2 Uitzetten en toedienen van medicijnen

Toedienen van medicijnen per inhalatie

oefenen

toepassen

goed fout n.v.t. goed fout n.v.t.

Voorbereiding 1 De zorgvrager wordt verteld wat er gaat gebeuren. 2 Er wordt voor voldoende werkruimte gezorgd. 3 Alle benodigdheden worden klaargelegd: - de medicijnkaart of het medicijnoverzicht op de computer; - inhalator; - glas water; - bekken; - indien nodig een capsule; - zo nodig niet-steriele handschoenen en overschort. 4 De medicatie wordt gecontroleerd: - naam en geboortedatum van de zorgvrager; - tijdstip van toediening; - dosering; - toedieningswijze. 5 Het bed wordt op de juiste werkhoogte geplaatst. 6 Er wordt voor de privacy van de zorgvrager gezorgd door bijvoorbeeld de bedgordijnen te sluiten. 7 Hand- en polssieraden worden verwijderd en handen worden gewassen of gedesinfecteerd. Uitvoering 8 De zorgvrager wordt verteld dat wordt begonnen met het toedienen van de medicatie. 9 Zo nodig worden de niet-steriele handschoenen en het overschort aangetrokken. 10 De zorgvrager wordt een slokje water aangeboden om de mond te bevochtigen. 11 De zorgvrager wordt in de gewenste lichaamshouding geholpen: rechtop zittend of staand met het hoofd iets achterover. 12 De inhalator wordt goed geschud om gas en medicijn met elkaar te vermengen. Er wordt een capsule in de inhalator geplaatst indien een capsule is vereist. 13 De beschermdop wordt van de inhalator gehaald. 14 Er wordt een voorzetkamer in elkaar gezet indien deze wordt gebruikt, de inhalator wordt met het mondstuk onderaan in de voorzetkamer geplaatst. 15 De zorgvrager wordt geïnstrueerd: - Er wordt volledig uitgeademd. - Het mondstuk wordt van de inhalator of voorzetkamer tussen de tanden genomen en met de lippen omsloten. - Er wordt diep ingeademd en de inhalator wordt ingedrukt bij het begin van de inademing. - De adem wordt 10 seconden vastgehouden, indien mogelijk. - Ondertussen wordt de inhalator uit de mond genomen. - Er wordt rustig uitgeademd.

1 17

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯


Toedienen van medicijnen per inhalatie

oefenen

toepassen

goed fout n.v.t. goed fout n.v.t.

-

Deze handeling wordt herhaald indien een tweede inhalatie is voorgeschreven. 16 De beschermdop wordt na afloop op de inhalator teruggeplaatst. 17 De zorgvrager spoelt de mond: het eerste slokje gorgelen en uitspugen. Het tweede slokje kan worden doorgeslikt. Nazorg 18 De zorgvrager wordt weer in de gewenste houding geholpen. 19 Het gebruikte materiaal wordt opgeruimd. 20 De kamer wordt op orde gebracht en er wordt rekening mee gehouden dat bepaalde zaken bereikbaar zijn voor de zorgvrager. 21 De handen worden gewassen of gedesinfecteerd. 22 Het contact met de zorgvrager wordt op een correcte manier afgesloten. 23 Bijzonderheden worden gerapporteerd.

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

Conclusies Oefenen De student beheerst de vaardigheid voldoende / onvoldoende

Toepassen De student beheerst de vaardigheid voldoende / onvoldoende

Leerpunten en aandachtspunten

Leerpunten en aandachtspunten

Datum

Datum

Handtekening begeleider

Handtekening student

Handtekening begeleider

1 18

Handtekening student


Observatielijst

THEMA 2 Uitzetten en toedienen van medicijnen

Toedienen van medicijnen door middel van vernevelen

oefenen

toepassen

goed fout n.v.t. goed fout n.v.t.

Voorbereiding 1 De zorgvrager wordt verteld wat er gaat gebeuren. 2 Er wordt voor voldoende werkruimte gezorgd. 3 Alle benodigdheden worden klaargelegd: - de medicijnkaart of het medicijnoverzicht op de computer; - vernevelaar; - aansluiting voor perslucht; - voorgeschreven kant-en-klaar medicijn; - glaasje water; - niet-steriele handschoenen en een overschort; - bekken; - eventueel ampul of flesje; - eventueel spuit en optreknaald; - eventueel gaasjes. 4 De medicatie wordt gecontroleerd: - naam en geboortedatum van de zorgvrager; - tijdstip van toediening; - dosering; - toedieningswijze. 5 Het bed wordt op de juiste werkhoogte geplaatst. 6 Er wordt voor de privacy van de zorgvrager gezorgd door bijvoorbeeld de bedgordijnen te sluiten. 7 Hand- en polssieraden worden verwijderd en handen worden gewassen of gedesinfecteerd. 8 De medicatie wordt bereid volgens voorschrift van de arts. Eventuele medicatie wordt verdund met NaCl 0,9% tot minstens 2 ml. vloeistof is bereid. Dit is de minimale hoeveelheid vloeistof om effectief te vernevelen. Uitvoering 9 De zorgvrager wordt verteld dat wordt begonnen met vernevelen. 10 Zo nodig worden de niet-steriele handschoenen en het overschort aangetrokken. 11 De zorgvrager wordt een slokje water aangeboden om de mond te bevochtigen. 12 De zorgvrager wordt in de gewenste lichaamshouding geholpen: rechtop zittende houding voor goede ontvangst van het medicijn door de longen. 13 De vernevelaar wordt op de perslucht aangesloten. 14 Het medicijn wordt in het vloeistofreservoir van de vernevelaar gegoten. 15 De perslucht wordt ingesteld op ongeveer 1,5 bar en het apparaat wordt aangezet.

1 19

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯


Toedienen van medicijnen door middel van vernevelen

oefenen

toepassen

goed fout n.v.t. goed fout n.v.t.

16 Het mondstuk van de inhalator wordt tussen de tanden van de zorgvrager geplaatst en de zorgvrager wordt gevraagd het mondstuk met de lippen te omsluiten en het vloeistofreservoir goed rechtop te houden. 17 Tijdens de verneveling ademt de zorgvrager rustig in en uit totdat er geen nevel meer te zien is. Dit duurt ongeveer 10 tot 15 minuten. Als het apparaat begint te pruttelen, wordt gestopt met vernevelen. 18 Het vernevelapparaat wordt uitgezet. 19 Na het vernevelen spoelt de zorgvrager goed de mond. Indien corticosteroïden zijn verneveld: het eerste slokje wordt gegorgeld en gespuugd. Het tweede slokje kan worden doorgeslikt. Nazorg 20 De zorgvrager wordt weer in de gewenste houding geholpen. 21 Het gebruikte materiaal wordt opgeruimd. Na elke handeling wordt de vernevelset schoongemaakt om infectie te voorkomen. Dit wordt gedaan door het materiaal af te spoelen met warm water en alcohol en het materiaal aan de lucht te drogen. 22 De handschoenen en het overschort worden uitgetrokken en in het bekken gedaan. 23 De kamer wordt op orde gebracht en er wordt rekening mee gehouden dat bepaalde zaken bereikbaar zijn voor de zorgvrager. 24 De handen worden gewassen of gedesinfecteerd. 25 Het contact met de zorgvrager wordt op een correcte manier afgesloten. 26 Bijzonderheden worden gerapporteerd.

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

Conclusies Oefenen De student beheerst de vaardigheid voldoende / onvoldoende

Toepassen De student beheerst de vaardigheid voldoende / onvoldoende

Leerpunten en aandachtspunten

Leerpunten en aandachtspunten

Datum

Datum

Handtekening begeleider

Handtekening student

Handtekening begeleider

1 20

Handtekening student


Observatielijst

THEMA 2 Uitzetten en toedienen van medicijnen

Toedienen van medicijnen via de neus

oefenen

toepassen

goed fout n.v.t. goed fout n.v.t.

Voorbereiding 1 De zorgvrager wordt verteld wat er gaat gebeuren. 2 Er wordt voor voldoende werkruimte gezorgd. 3 Alle benodigdheden voor het toedienen van neusdruppels worden klaargelegd: - de medicijnkaart of het medicijnoverzicht op de computer; - voorgeschreven neusdruppels op kamertemperatuur; - papieren zakdoekje; - bekken; - zo nodig niet-steriele handschoenen en een overschort. Alle benodigdheden worden klaargelegd voor het toedienen van neuszalf: - de medicijnkaart of het medicijnoverzicht op de computer; - neuszalf; - twee wattenstaafjes; - papieren zakdoekje; - bekken. Alle benodigdheden worden klaargelegd voor het toedienen van neusspray: - de medicijnkaart of het medicijnoverzicht op de computer; - neusspray; - papieren zakdoekje; - bekken. 4 De medicatie wordt gecontroleerd: - naam en geboortedatum van de zorgvrager; - tijdstip van toediening; - dosering; - toedieningswijze. 5 Het bed wordt op werkhoogte gebracht. 6 Er wordt voor de privacy van de zorgvrager gezorgd door bijvoorbeeld de bedgordijnen te sluiten. 7 Hand- en polssieraden worden verwijderd en handen worden gewassen of gedesinfecteerd. Uitvoering 8 De zorgvrager wordt verteld dat wordt begonnen met het toedienen van de medicatie. 9 Zo nodig worden de niet-steriele handschoenen en het overschort aangetrokken. 10 De zorgvrager wordt gevraagd de neus te snuiten. 11 Het medicijn wordt toegediend. Bij neusdruppels - De zorgvrager wordt in de gewenste lichaamshouding geholpen: met een kussen onder de schouders zodat het hoofd iets achterover hangt. - Het flesje met het medicijn wordt geopend.

1 21

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯


Toedienen van medicijnen via de neus

oefenen

toepassen

goed fout n.v.t. goed fout n.v.t.

-

De neuspunt van de zorgvrager wordt met een vinger iets omhooggedrukt. De pipet wordt boven het neusgat gebracht en op het neustussenschot gericht. De voorgeschreven hoeveelheid druppels lopen langs het neustussenschot naar binnen. De procedure wordt, indien voorgeschreven, bij het andere neusgat herhaald. De zorgvrager wordt verteld vijf tot tien minuten op de rug te blijven liggen.

Bij neuszalf - De zorgvrager wordt in de gewenste lichaamshouding geholpen: met een kussen onder de schouders zodat het hoofd iets achterover hangt. - Een streepje zalf wordt op het uiteinde van het eerste wattenstaafje aangebracht. - De neuszalf wordt langs de binnenkant van het neusgat geveegd. - Deze handeling wordt, indien nodig, herhaald met het tweede wattenstaafje voor het andere neusgat. - De zorgvrager knijpt de neusgaten een voor een dicht en de zalf moet inmasseren zodat deze zich goed verspreidt aan de binnenkant van de neus. Bij neusspray - De zorgvrager wordt in de gewenste lichaamshouding geholpen: zittend met het hoofd licht voorover gebogen. - Het flesje met neusspray wordt een keer goed geschud en de dop wordt verwijderd. Bij eerste gebruik wordt een keer in de gootsteen gesproeid om vervolgens een gelijkmatige nevel te verkrijgen. - De zorgvrager wordt gevraagd een neusgat dicht te drukken. - Het uiteinde van het flesje neusspray wordt een klein beetje in de neus gebracht. - Het pompje van het flesje wordt ingedrukt en er wordt een gelijkmatige nevel ingebracht. - De zorgvrager wordt gevraagd goed door te ademen zodat het medicijn kan worden opgenomen.

1 22

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯


Observatielijst

THEMA 2 Uitzetten en toedienen van medicijnen

oefenen

toepassen

goed fout n.v.t. goed fout n.v.t.

Nazorg 12 De zorgvrager wordt weer in de gewenste houding geholpen. 13 Het gebruikte materiaal wordt opgeruimd. 14 De kamer wordt op orde gebracht en er wordt rekening mee gehouden dat bepaalde zaken bereikbaar zijn voor de zorgvrager. 15 De handen worden gewassen of gedesinfecteerd. 16 Het contact met de zorgvrager wordt op een correcte manier afgesloten. 17 Bijzonderheden worden gerapporteerd.

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

Conclusies Oefenen De student beheerst de vaardigheid voldoende / onvoldoende

Toepassen De student beheerst de vaardigheid voldoende / onvoldoende

Leerpunten en aandachtspunten

Leerpunten en aandachtspunten

Datum

Datum

Handtekening begeleider

Handtekening student

Handtekening begeleider

1 23

Handtekening student


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verpleegtechnische handelingen Deel B niveau 3 werkboek by ThiemeMeulenhoff - Issuu