WERKBOEK NIVEAU 3
Verpleegtechnische handelingen Deel A
verzorgende ig
Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Lichamelijke verzorging
1
Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.
Lichamelijke verzorging is een belangrijk onderdeel van je werk als verzorgende. In dit thema gaat het om de verzorging van de huid, de haren, de slijmvliezen en het gebit. Daarbij is het belangrijk dat je het een en ander weet over de bouw en functies van deze lichaamsdelen. De lichamelijke of hygiënische verzorging is een belangrijk onderdeel van het takenpakket van de verzorgende. In eerste instantie wordt de hygiënische verzorging in de eerste levensjaren van een kind volledig door de mantelzorg gedaan. Naarmate een kind ouder wordt, neemt zijn zelfstandigheid toe, totdat er sprake is van volledige zelfzorg. Soms gaat het mis met de zelfzorg en de mantelzorg. Vaak moet je als verzorgende de hygiënische verzorging dan geheel of gedeeltelijk overnemen. Je hebt hierbij ook de taak om de familie van de zorgvrager in te schakelen. De wens van de zorgvrager komt hierbij altijd op de eerste plaats en daarna die van de familie. Daarnaast zijn er mensen die onvoldoende lichaamsbeweging krijgen om verschillende redenen. Door onvoldoende lichaamsbeweging kunnen allerlei complicaties ontstaan. Ook hier ligt een belangrijke taak voor jou als verzorgende om te weten hoe je bij bepaalde complicaties het beste kunt handelen. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit • huid • slijmvliezen • gebit Hoofdstuk 2: Hygiënische verzorging • doel van de hygiënische verzorging • hygiënische verzorging van de volwassene • de plaats voor hulp • hygiënische verzorging van de baby en het kind Hoofdstuk 3: Complicaties door onvoldoende lichaamsbeweging • decubitus • contracturen • osteoporose • trombose • longontsteking • obstipatie • smetten • blaasontsteking
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit 1
1
In de theorie staat dat de huid verschillende functies heeft. Een droge, schrale huid gaat eerder stuk, waardoor de huid niet optimaal functioneert. Welke functie van de huid is hier aangetast? a beschermen tegen schadelijke invloeden van buitenaf b lichaamstemperatuur regelen c stoffen uitscheiden d vet opslaan in het onderhuids bindweefsel
2
De huid bestaat uit drie lagen. Hieronder staan zes kenmerken. Vul in de tweede kolom in bij welke huidlaag het kenmerk hoort. Kies uit: opperhuid, lederhuid en onderhuids bindweefsel.
1 10
Het vet in deze laag zorgt voor warmte-isolatie. Er zitten geen bloedvaten in deze laag.
In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.
In deze laag zitten zweetklieren. In deze laag zitten pigmentkorrels. Deze laag is dikker op de billen, bovenbenen en bovenarmen. Deze laag bestaat uit de hoornlaag en de kiemlaag.
3
Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.
De huid vertelt veel over iemand. a Beschrijf wat je aan jouw huid kunt aflezen.
1 11
Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen. Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.
Toepassing Praktijksituaties Het gedrag van Jolanda maakt Chaimaa onzeker tijdens de lichamelijke verzorging Chaimaa Chaimaa is tweedejaarsstudent verzorgende IG. In het eerste leerjaar deed ze BPV in een zorgcentrum. Die BPV werd ruim voldoende beoordeeld. Chaimaa werkt nu een week bij de stichting Adamant. Mensen met een beperking hebben daar een zelfstandige woning in een normale woonwijk. Er is een dienstencentrum van waaruit hulp verleend wordt. Elke woning heeft een communicatielijn met dat centrum. Als een bewoner hulp nodig heeft, belt hij naar het dienstencentrum. In haar eerste week heeft Chaimaa kennisgemaakt met alle bewoners en geholpen bij de hygiënische verzorging. Overleg met Hanneke en Chaimaa Begeleidster Hanneke geeft uitleg over hoe de gegevens van zorgvragers vastgelegd worden in een elektronisch zorgdossier. Sommige bewoners vinden het fijn dat er een uitgebreid zorgplan van hen is. Anderen willen geen of nauwelijks informatie in het dossier. De bewoner bepaalt zelf hoe en wanneer hij verzorgd wordt. Hij is zelf actief in het vragen van hulp. ‘Als iemand besluit om een dag niet gewassen te worden, dan respecteren we dat’, vertelt Hanneke. Chaimaa leest het zorgdossier van Jolanda Dan gaat de telefoon. Hanneke neemt op: ‘Komt in orde, Jolanda. Is het goed dat Chaimaa komt? Ja, dat is dat nieuwe meisje dat vorige week begonnen is. Ik zal zeggen dat ze even moet nalezen hoe moeilijk jij bent, ha ha ha!’ Hanneke legt de telefoon neer en vraagt aan Chaimaa: ‘Durf jij het aan om Jolanda zelfstandig te wassen? Je moet wel eerst even in haar dossier kijken. Niet dat het al compleet is, hoor. Jolanda heeft zelf haar persoonsbeschrijving ingetypt, daar stond ze op. Wat er met de rest van het zorgplan moet gebeuren, daar wil ze nog over denken.’ Chaimaa loopt naar de computer en leest het zorgplan van Jolanda. Dan pakt Chaimaa haar jas en gaat.
1 19
THEMA 1 Lichamelijke verzorging
Evaluatie Studiehulp
1 Bouw en functie van huid, slijmvliezen en gebit 1
Stelling 1 De huid is een van de zintuigorganen. 2 Vitamine C wordt in de huid gevormd onder invloed van zonlicht. 3 Bij een verminderde doorbloeding is de huid rood. 4 De huid is overal even dik. 5 Pigmentkorrels bevinden zich in de opperhuid. 6 De buitenste laag van de lederhuid is de hoornlaag. 7 De talgkliertjes bevinden zich in de lederhuid. 8 Het onderhuids bindweefsel bestaat grotendeels uit vet. 9 De lengtegroei van de nagels vindt plaats vanuit het nagelbed. 10 Een volledig gebit van een volwassene bestaat uit 28 tanden en kiezen. 11 Het tandbeen wordt in zijn geheel bedekt door tandglazuur.
Juist Onjuist
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯
Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?
1 Hygiënische verzorging 2
Stelling Juist Onjuist 1 De hygiënische verzorging heeft meestal alleen invloed op het lichamelijk ◯ ◯ functioneren. 2 Een zorgvrager was je met lekker warm water. ◯ ◯ 3 Smetten is een huidirritatie die kan ontstaan doordat de huidplooien niet ◯ ◯ goed droog gemaakt worden. 4 In fase 2 van smetten is de huid kapot. ◯ ◯ 5 In fase 3 van smetten breng je zinkoxide FNA op de huid aan. ◯ ◯ 6 Neten zijn eitjes van de hoofdluis. ◯ ◯ 7 Bij aanwezigheid van luizen en neten is het gebruik van een ◯ ◯ bestrijdingsmiddel altijd aan te raden. 8 Als iemand hoofdluizen heeft, is dat een teken van een slechte hygiëne. ◯ ◯ 9 Wanneer je iemand scheert met een elektrisch scheerapparaat met een ◯ ◯ scheerblad, moet je op-en-neergaande bewegingen maken. 10 Een fysiologische zoutoplossing kun je gebruiken om de ogen te reinigen. ◯ ◯ 11 Stomatitis is een ontsteking van het oogslijmvlies. ◯ ◯ 12 De teennagels worden in het algemeen recht afgeknipt. ◯ ◯ 13 De vulva was je van schaamheuvel richting anus. ◯ ◯ 14 Zeep is een goed reinigingsmiddel voor de vulva. ◯ ◯ 15 Wanneer je als verzorgende een vrouw moet wassen die menstrueert, kun je ◯ ◯ het best handschoenen dragen.
1 76
Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent. Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.
THEMA 5 Zorg voor de bedden
Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oefenen Toepassen Transfer Oriënteren
Vaardigheden Bed opmaken, zonder dat de zorgvrager in bed ligt Oriënteren
1
1 2
Bestudeer de theorie over het opmaken van het bed zonder zorgvrager. Bestudeer de beschrijving van deze vaardigheid. Voorbereiding 1 Vertel de zorgvrager wat er gaat gebeuren. 2 Leg of zet de volgende benodigdheden klaar: - niet-steriele handschoenen, een overschort en een wasmand. Voor een bed in de thuissituatie: - hoeslaken; - dekbedovertrek; - kussenslopen. Voor een hoog-laagbed: - boven- en onderlaken; - steeklaken; - deken; - kussenslopen. 3 Creëer voldoende werkruimte rondom het bed. 4 Zet het bed op werkhoogte. 5 Plaats een of twee stoelen aan het voeteneinde van het bed. 6 Verwijder hand- en polssieraden en was of desinfecteer je handen.
Observatielijsten
Observatielijsten Bij de meeste vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.
Thema 1 Lichamelijke verzorging
277
Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307
Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311
Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding
Uitvoering 7 Trek bij kans op contact met uitscheidingsproducten en bloed handschoenen en/ of overschort aan. 8 Leg de kussens op de stoel(en). 9 Maak sprei en dekens los. 10 Let er tijdens het opmaken van het bed op dat je niet te veel met het beddengoed wappert in verband met hygiëne. 11 Zorg ervoor dat tijdens de werkzaamheden het vuile wasgoed zo min mogelijk in contact met het schone wasgoed komt in verband met hygiëne. 12 Vouw sprei en dekens afzonderlijk in drieën en leg ze over de stoel(en). Het beddengoed mag de vloer niet raken. 13 Doe het bovenlaken in drieën gevouwen in de wasmand. 14 Doe het steeklaken in de wasmand. 15 Leg een eventueel zeil ongevouwen over de stoel(en). 16 Doe het onderlaken in de wasmand. 17 Als je het molton niet verschoont, trek je het glad.
1 260
309
309
313
Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie
339
Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken
341
Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347
1 275
Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.
1 1 1 1 1 1
geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht.
Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.
Inhoudsopgave Thema 1 Voorbehouden handelingen
12
Verwerking 13 Verwerkingsopdrachten 13 Hoofdstuk 1 Voorbehouden handelingen
13
Toepassing 17 Praktijksituaties 17 Halima is geïnteresseerd in de Wet BIG 17 Mevrouw Venrooy heeft een injectie nodig 20 Themaopdrachten 22 Evaluatie 23 Studiehulp 23 Hoofdstuk 1 Voorbehouden handelingen Evaluatie en reflectie 24
23
Thema 2 Uitzetten en toedienen van medicijnen
26
Verwerking 27 Verwerkingsopdrachten 27 Hoofdstuk 2 Medicijnen 27 Hoofdstuk 3 Regels rond geneesmiddelen 32 Hoofdstuk 4 Medicatie: werking en bijwerking 34 Hoofdstuk 5 Toedienen van medicatie 39 Toepassing 44 Praktijksituaties 44 Het echtpaar Merkus raakt het overzicht over de medicijnen kwijt 44 Meneer Kromhout weet zelf wel wat goed voor hem is 48 Renate dient Carmen medicijnen toe 52 Vaardigheden 56 Toedienen van medicijnen – oraal 56 Toedienen van medicijnen via het slijmvlies van de mond 59 Toedienen van medicijnen – rectaal (m.u.v. laxeermiddelen) 63 Toedienen van medicijnen – vaginaal 66 Toedienen van medicijnen per inhalatie 69 Toedienen van medicijnen door middel van vernevelen 72 Toedienen van medicijnen via de neus 75 Toedienen van medicijnen via het oog 79 Toedienen van medicijnen via het oor 83 Toedienen van medicijnen door middel van huidzalf 87 Toedienen van medicijnen via een transdermale pleister 90 Opzuigen van een injectievloeistof uit een ampul, uit een flesje met rubber dop of uit een miniplasco 93 Klaarmaken van een injectievloeistof bij gebruik van een oplosvloeistof 97
Toedienen van Toedienen van Toedienen van gebruik 108 Toedienen van Themaopdrachten
een subcutane injectie met een kant-en-klare spuit 101 een subcutane injectie met behulp van spuit en naald 104 insuline met een voorgevulde insulinepen voor meervoudig een intramusculaire injectie 116
112
Evaluatie 118 Studiehulp 118 Hoofdstuk 2 Medicijnen 118 Hoofdstuk 3 Regels rond geneesmiddelen 119 Hoofdstuk 4 Medicatie: werking en bijwerking 120 Hoofdstuk 5 Toedienen van medicatie 121 Evaluatie en reflectie 123
Thema 3 Wondverzorging en zwachtelen
125
Verwerking 126 Verwerkingsopdrachten 126 Hoofdstuk 6 Wonden en wondgenezing 126 Hoofdstuk 7 Specifieke wondverzorging 128 Hoofdstuk 8 Verbandmiddelen en verzorgingsproducten Hoofdstuk 9 Zwachtelen 133
130
Toepassing 135 Praktijksituaties 135 De wond van Sam geneest slecht 135 Mevrouw Aalbers komt met decubitus uit het ziekenhuis 138 Selma heeft last van woede-uitbarstingen 141 Vaardigheden 144 Verzorgen van een wond 144 Spoelen van een wond 148 Toepassen van ambulante compressietherapie met korterekzwachtels Zwachtelen van een lichaamsdeel 154 Themaopdrachten 157 Evaluatie 159 Studiehulp 159 Hoofdstuk 6 Wonden en wondgenezing 159 Hoofdstuk 7 Specifieke wondverzorging 159 Hoofdstuk 8 Verbandmiddelen en verzorgingsproducten Hoofdstuk 9 Zwachtelen 160 Evaluatie en reflectie 161
Thema 4 Specifieke zorg bij het urineren
163
Verwerking 164 Verwerkingsopdrachten 164 Hoofdstuk 10 Verzorgen van een blaaskatheter
164
160
151
Toepassing 168 Praktijksituaties 168 Birgit voelt zich niet prettig tijdens het inbrengen van de katheter 168 De katheter van mevrouw Perez wordt vervangen 171 Maurice gaat zichzelf katheteriseren 175 Vaardigheden 177 Eenmalig katheteriseren van een man 177 Eenmalig katheteriseren van een vrouw 182 Inbrengen van een verblijfsblaaskatheter bij een man 186 Inbrengen van een verblijfsblaaskatheter bij een vrouw 190 Spoelen van de blaas via een blaaskatheter met een spoelzakje 194 Spoelen van de blaas via een blaaskatheter met een spuit 198 Spoelen van een blaaskatheter met een harmonicaflacon 202 Verwijderen van een verblijfskatheter 206 Themaopdrachten 209 Evaluatie 210 Studiehulp 210 Hoofdstuk 10 Verzorgen van een blaaskatheter Evaluatie en reflectie 211
Thema 5 Specifieke zorg bij de voeding Verwerking 214 Verwerkingsopdrachten 214 Hoofdstuk 11 Sondevoeding
210
213
214
Toepassing 219 Praktijksituaties 219 De ouders van Leontien hebben problemen met sondevoeding 219 Marion leert hoe ze sondevoeding moet geven 221 Meneer Broekkamp kan niet meer normaal eten 225 Vaardigheden 228 Inbrengen van een maagsonde 228 Toedienen van sondevoeding met een pomp 233 Toedienen van sondevoeding met een spuit 237 Toedienen van sondevoeding met een toedieningssysteem 241 Toedienen van medicatie via een neus-maagsonde 245 Maagretentie bepalen 249 Verwijderen van een maagsonde 252 Toedienen van sondevoeding met een voedingssysteem via een PEG-sonde Themaopdrachten 258 Evaluatie 259 Studiehulp 259 Hoofdstuk 11 Sondevoeding Evaluatie en reflectie 260
259
255
Thema 1 Voorbehouden handelingen
1
Een voorbehouden handeling is een handeling die voor de zorgvrager meer risico geeft als deze wordt uitgevoerd door een ondeskundige. In de Wet BIG staan hierover wetsartikelen die van belang zijn voor jou als verzorgende. In de Wet BIG is ook een strafbepaling opgenomen voor zorgverleners die grove fouten hebben gemaakt. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Voorbehouden handelingen • kwaliteit van zorg • Wet BIG • voorbehouden handelingen • bevoegd en bekwaam • niet-zelfstandige bevoegdheid of bevoegdheid onder voorbehoud • leerling • zelfzorg en mantelzorg • noodsituaties • richtlijnen voor de verzorgende • aansprakelijkheid
1 12
Verwerking Verwerkingsopdrachten
1 Voorbehouden handelingen 1
1
In de theorie staat dat de Wet BIG duidelijke regelingen bevat die direct te maken hebben met je beroep als verzorgende. Welke beweringen zijn juist? Omcirkel de juiste antwoorden. a Verzorgenden die bekwaam zijn mogen bepaalde voorbehouden handelingen verrichten. b De afkorting BIG betekent Beroepsuitoefening Individuele Gezondheidszorg. c De Wet BIG beschermt de zorgvrager tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen. d De Wet BIG heeft invloed op de kwaliteit van zorg, omdat er regels in staan over het uitvoeren van bepaalde risicovolle handelingen. e In de Wet BIG staat precies wanneer iemand bekwaam is om een voorbehouden handeling te verrichten. f Verzorgenden en mantelzorgers vallen allebei onder de Wet BIG g Voorbehouden handelingen brengen een risico met zich mee voor de zorgvrager als ze niet deskundig worden uitgevoerd. h Volgens de Wet BIG is ‘zorg’ het beschermen of herstellen van iemands gezondheid.
2
Maak een korte praktijkbeschrijving waarin een voorbehouden handeling door een zelfstandig bevoegde wordt uitgevoerd.
3
a
Een verzorgende mag een voorbehouden handeling uitvoeren als er aan drie eisen is voldaan. Vul de twee ontbrekende eisen in. 1 De verzorgende is bekwaam om de handeling goed uit te voeren. 2 3
1 13
THEMA 1 Voorbehouden handelingen
b
c
4
Hoe kun je bekwaam worden voor het uitvoeren van een voorbehouden handeling? Kies de juiste antwoorden. a Je hebt de handeling in een aantal instructievideo’s goed bekeken. b Je hebt de handeling meerdere keren onder toezicht uitgevoerd. c Je hebt de handeling op de opleiding geleerd. d Je hebt meegekeken hoe een zelfstandig bevoegde de handeling heeft uitgevoerd. Noem twee voorbeelden van voorbehouden handelingen die je als verzorgende mag uitvoeren.
In de theorie wordt de Wet BIG besproken en er staat ook een figuur met een overzicht van voorbehouden handelingen. a In welk artikel en lid van de Wet BIG wordt aangegeven dat verloskundigen heelkundige handelingen mogen verrichten?
b
Bedenk om welke heelkundige handeling het in dit verband zal gaan.
c
Zoek een voorbehouden handeling op waar de tandarts ‘bij wet’ voor is uitgesloten.
d
In welk artikel en welk lid staat de informatie hierover?
5
Is het afnemen van bloed door een verzorgende altijd een voorbehouden handeling? Motiveer je antwoord.
6
Lees de volgende situatieschets.
Ilona en Mehmet werken als verzorgenden op een somatische afdeling. Vanmiddag wordt mevrouw Dijkstra uit het ziekenhuis opgenomen op de afdeling. Zij krijgt voeding per sonde.
In de tabel hierna staat in de eerste kolom wat Mehmet en Ilona over het geven van sondevoeding zeggen. Licht in de tweede kolom toe wat jij hiervan vindt.
1 14
Verwerkingsopdrachten
1 Voorbehouden handelingen
Mening
Toelichting
Mehmet zegt: ‘Het geven van sondevoeding is een voorbehouden handeling.’
Ilona zegt: ‘Alle verzorgenden mogen sondevoeding toedienen.’
7
Lees de volgende situatieschets.
Een van je collega’s is plotseling ziek geworden. Zij zou die middag bij de heer Brouwers op kamer K215 de blaas katheteriseren. Voordat ze ziek naar huis gaat, ziet ze jou toevallig in het kantoor en zegt tegen je dat jij dat wel van haar kunt overnemen, omdat jij ook bekwaam bent in die voorbehouden handeling. Ze geeft je ook nog het formulier waar de volgende gegevens op staan: de handeling, het tijdstip, de naam en de paraaf van de arts en datum en tijdstip van de opdracht.
Om welke twee redenen mag je deze opdracht niet uitvoeren?
8
In de theorie staat als je schade toebrengt aan een zorgvrager je daarvoor aansprakelijk kunt worden gesteld. Hierna staan een aantal omschrijvingen. Vul de ontbrekende woorden in. Kies uit: arbeidsrecht, burgerlijk recht, klachtrecht en strafrecht. •
Als een zorgvrager bij de politie aangifte doet van een fout, dan valt dit onder het
•
Het
. richt zich op de verhouding tussen de werkgever en
de werknemer. •
Het
gaat over de rechtsverhouding tussen de
verzorgende en de zorgvrager. •
Volgens het
moet iedere instelling een klachtencommissie
hebben waar een zorgvrager een klacht kan indienen.
1 15
THEMA 1 Voorbehouden handelingen
9
Lees de volgende situatieschets.
Jara doet haar BPV in een verpleeghuis. De eerste dag heeft ze een gesprek met haar begeleider. Deze vertelt haar dat ze de kans krijgt om verschillende voorbehouden handelingen aan te leren, waarbij hij opmerkt: ‘Eén ding mag je absoluut niet en dat is het inbrengen van een katheter bij een man. Dat is volgens de Wet BIG verboden’.
Wat vind je van deze uitspraak? Motiveer je antwoord.
1 16
Toepassing Praktijksituaties Halima is geïnteresseerd in de Wet BIG Halima en Jan Halima is 19 jaar en volgt de opleiding tot verzorgende IG. Ze zit nu in het tweede leerjaar. Binnenkort gaat ze haar BPV doen in een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. Ze heeft vandaag haar kennismakingsgesprek met Jan. Hij is hoofd verzorging van de instelling. Jan heeft jarenlang als verpleegkundige in een algemeen ziekenhuis gewerkt. Vier jaar geleden stapte hij over naar zijn huidige functie. Als hoofd verzorging is hij nog regelmatig bezig met praktische zorg en dat vindt hij mooi. Meestal moet hij helpen bij voorbehouden handelingen. Voor veel van die handelingen is hij bekwaam en dus bevoegd. Daarnaast is het natuurlijk handig dat hij beschikt over de ‘functionele zelfstandigheid’. Voorbehouden handelingen Voor Halima staan voorbehouden handelingen in de toekomst nog op het programma. Door de interesse die Halima toont in voorbehouden handelingen, komt het gesprek met Jan op dit onderwerp. Jan zegt dat vaak wordt onderschat hoeveel voorbehouden handelingen er in zijn instelling voorkomen. Halima is nieuwsgierig wat er in de instelling gebeurt. Jan zegt dat de Wet BIG nogal wat invloed heeft en dat het een belangrijk deel is van zijn baan. Het gesprek verloopt als volgt: Halima: ‘Wat doe je allemaal?’ Jan: ‘We werken met veel BPV’ers en het aantal gediplomeerden wisselt vaak. Daarom is het belangrijk dat we een goed beleid hebben rondom de voorbehouden handelingen. We verzorgen hier interne scholing. De gediplomeerden moeten vaardigheden aanleren en op peil houden. Ook BPV’ers volgen vaardigheidstrainingen in ons skillslab. Daarnaast houden we onze protocollen actueel. Dat is nodig als er bijvoorbeeld nieuw materiaal op de markt komt.’ Wat voor handelingen kom je tegen? Halima: ‘Wat voor handelingen kom je tegen?’ Jan: ‘Van alles, maar ik zal een voorbeeld geven. Een aantal bewoners krijgt sondevoeding. Twee ervan krijgen de voeding via een PEG-katheter. Dat is een slangetje dat via een opening in de buikwand in de maag ligt. Door het slangetje wordt voeding gegeven. Zo’n PEG-katheter kan er wel eens uit gaan of moet verwisseld worden.’
1 17
THEMA 1 Voorbehouden handelingen
Halima: ‘Wordt dat niet in het ziekenhuis gedaan?’ Jan: ‘Nee, je moet de bewoners zo min mogelijk in het ziekenhuis laten komen, daar weten ze er toch geen raad mee. Ik breng meestal zelf zo’n katheter weer in.’ Halima: ‘We hebben het op de opleiding al een paar keer over de Wet BIG gehad en toen heb ik begrepen dat dit niet zomaar mag.’ Jan: ‘Ja, dat weet ik wel, maar wat moeten we dan doen? Ik heb laatst nog contact gehad met de huisarts die hier in de instelling komt. Die zei dat ik zo’n katheter veel beter in kan brengen dan hij.’ Halima: ‘Ja, dat neem ik meteen aan, maar er moet toch wel wat geregeld zijn?’ Jan: ‘Ik leg je nog wel eens uit hoe dat precies zit.’ Komen voorbehouden handeling veel voor? Halima: ‘Moeten jullie veel voorbehouden handelingen doen?’ Jan: ‘Wat is veel? Ik had het net over de PEG-katheter. Daar hoort natuurlijk ook het geven van sondevoeding bij. Maar we hebben ook bewoners met een blaaskatheter. Dat betekent het inbrengen van een blaaskatheter, het spoelen van de blaas, injecties geven, noem maar op. Er moeten veel dingen gedaan worden.’ Halima: ‘Wat voor gediplomeerden werken er eigenlijk bij jullie? Zijn dat allemaal verpleegkundigen en SPW’ers of hebben jullie ook verzorgenden?’ Jan: ‘Vroeger waren het bijna allemaal Z-verpleegkundigen. De laatste jaren komen er steeds meer SPW’ers. Vorig jaar hebben we voor het eerst twee verzorgenden aangenomen.’ Halima: ‘Dus bij het invoeren van de wet moet je ook nog rekening houden met die verschillende werknemers.’ Jan: ‘Ja, dat klopt. Maar ik stel voor dat we ons nu eerst gaan richten op je doelstellingen voor deze BPV-periode.’ 1
Jan is voor veel vaardigheden bekwaam en dus bevoegd. Lijkt jou dat logisch? Licht je antwoord toe.
2
a b
3
Jan legt uit dat hij het inbrengen van de PEG-katheter zelf doet. Leg aan de hand van de volgende begrippen uit wat je hiervan vindt: • bekwaam; • bevoegd; • voorbehouden handeling; • risicovolle handeling.
De functionele zelfstandigheid van Jan is handig. Waarom? Is er kans dat Halima op het eind van haar opleiding ook in het bezit is van deze functionele zelfstandigheid? Licht je antwoord toe.
1 18
Praktijksituaties
Halima is geïnteresseerd in de Wet BIG
4
Jan is bekwaam voor het inbrengen van een PEG-katheter. Kan de huisarts uit de praktijksituatie Jan een opdracht geven voor het inbrengen van een PEG-katheter? Motiveer je antwoord.
5
Halima vraagt: ‘Moeten jullie veel voorbehouden handelingen doen?’ Jan geeft een opsomming van de handelingen. Wat vind je van deze opsomming? Motiveer je antwoord.
6
Jan vertelt dat er veel aan interne scholing gedaan wordt. Mag Halima deze scholing volgen (bijvoorbeeld injecteren) en het geleerde dan in de praktijk uitvoeren? Licht je antwoord toe.
1 19
THEMA 1 Voorbehouden handelingen
Mevrouw Venrooy heeft een injectie nodig Mevrouw Venrooy Mevrouw Venrooy is 83 jaar en heeft een hersentumor. De hersentumor is drie maanden geleden ontdekt. De lichamelijke toestand van mevrouw is zeer snel achteruitgegaan. In korte tijd zijn allerlei uitvalsverschijnselen opgetreden. Ze is niet meer in staat te praten. Ook heeft ze een sterk gestoorde motoriek en kan ze zichzelf niet meer verplaatsen. Meneer Venrooy verzorgt haar thuis samen met zijn vijf kinderen. Eén van de kinderen is verpleegkundige. Zij coördineert de zorg voor haar moeder. Om beurten is één van de kinderen een dag en een nacht aanwezig. De laatste weken heeft mevrouw Venrooy door de hersentumor regelmatig epileptische aanvallen. Op het moment dat ze een aanval heeft, krijgt ze via een injectie een medicijn toegediend om de aanval te stoppen. Dit medicijn is voorgeschreven door de huisarts. De familie heeft met de huisarts afgesproken dat de familieleden de injecties zelf zullen geven. De dochter die verpleegkundige is, heeft haar broers en zussen geïnstrueerd. Er zijn nu drie personen in het gezin die bij het optreden van een epileptische aanval een injectie kunnen geven. De huidige situatie De toestand van mevrouw Venrooy gaat snel achteruit. Ze reageert nauwelijks op haar omgeving en heeft veel verzorging nodig. Het aantal epileptische aanvallen neemt toe. Het gezin vindt dat het tijd is om professionele hulp in te schakelen. Via de thuiszorg komt Anneke drie keer per dag bij het gezin om mevrouw de noodzakelijke lichamelijke verzorging te geven. Anneke is gediplomeerd verzorgende. Ze werkt 50% bij de thuiszorg en 50% in een verpleeghuis. De eerste dag krijgt Anneke al een goed beeld van de gezinssituatie. De gezinsleden willen graag betrokken blijven bij de verzorging van mevrouw Venrooy. Anneke geeft aan dat ze mee mogen helpen waar dat kan. Verzorgende Anneke Anneke komt vandaag voor de tweede keer in het gezin. Ze verzorgt mevrouw Venrooy, terwijl de oudste zoon een beetje hulp biedt. Tijdens de verzorging krijgt mevrouw een epileptische aanval. Anneke weet dat de gezinsleden zelf de injectie kunnen geven. Ze zegt tegen de zoon: ‘Het lijkt me verstandig dat jij de injectie geeft.’ Hij zegt: ‘Dat heb ik nog nooit gedaan en ik durf het eigenlijk niet. Ik heb liever dat u de injectie geeft.’ 1
a
Mevrouw Venrooy krijgt de injecties toegediend door haar kinderen. Leg uit wat je daarvan vindt. Gebruik bij je uitleg de Wet BIG.
1 20
Praktijksituaties
Mevrouw Venrooy heeft een injectie nodig
b
De verpleegkundige dochter dient injecties toe, maar de andere kinderen ook. Vind je dat het uitmaakt wie de injecties geeft? Licht je antwoord toe.
2
Is er in deze praktijksituatie sprake van een voorbehouden handeling? Motiveer je antwoord.
3
De zoon vraagt of Anneke de injectie toedient. Vind je dat Anneke de injectie mag toedienen? Licht je antwoord toe en gebruik hierbij de Wet BIG.
1 21
THEMA 1 Voorbehouden handelingen
Themaopdrachten
1
1
1
In deze opdracht gaan jullie in groepjes onderzoek doen naar voorbehouden en risicovolle handelingen die in zorginstellingen voorkomen. Ook onderzoeken jullie wat het beleid van de instelling is bij het uitvoeren van deze handelingen door studenten. Het onderzoek wordt in verschillende instellingen gedaan. Bij voorkeur in alle werkvelden. Elk groepje presenteert de resultaten van zijn onderzoek aan de leergroep. a Maak groepjes van maximaal vier personen. b Gebruik voor het onderzoek de volgende vragen: a Welke voorbehouden handelingen komen er in de instelling voor? b Welke risicovolle handelingen komen in de instelling voor? c Wordt er met de voorbehouden handelingen -risicovolle handelingen op een verschillende manier om gegaan? Licht het antwoord toe. d Vanaf welk leerjaar mogen studenten de handelingen verrichten? e Aan welke eisen moet een student voldoen om een handeling uit te mogen voeren? c Werk het onderzoek uit en presenteer de resultaten aan de leergroep. d Welke feedback heeft de leergroep op de onderzoeksresultaten?
e
1 1
Welk advies geeft de leergroep op basis van de onderzoekgegevens?
2
In een verpleeghuis werkt een verzorgende die 25 jaar geleden haar diploma Bejaardenhelpende behaald heeft. Tijdens de koffiepauze klaagt ze dat ze al tien jaar medicijnen uitdeelt en dat dit volgens de Wet BIG ineens niet meer mag. Wat is jouw mening over deze situatie?
3
Je werkt als verzorgende bij mevrouw Van Leur. Mevrouw heeft drie weken in het ziekenhuis gelegen vanwege een operatie aan de rug. De ingreep heeft niet het gewenste resultaat gehad. Integendeel, mevrouw heeft nu verlammingsverschijnselen aan het linkerbeen. Ze wil een klacht indienen bij het medisch tuchtcollege, omdat er volgens haar fouten zijn gemaakt. Jij gaat haar helpen. a Verzamel informatie via internet. Dit doe je door in een zoekmachine bijvoorbeeld ‘medisch tuchtcollege indienen klacht’ in te voeren. b Beschrijf nauwkeurig op welke manier mevrouw haar klacht kan indienen bij het tuchtcollege.
1 22
Evaluatie Studiehulp
1 Voorbehouden handelingen 1
Stelling Juist Onjuist 1 De Wet BIG richt zich uitsluitend op medische handelingen. ◯ ◯ 2 Als een verzorgende bekwaam is voor een bepaalde handeling is ze ◯ ◯ automatisch zelfstandig bevoegd. 3 Een verloskundige kan in het kader van de Wet BIG zelfstandig bevoegd ◯ ◯ zijn voor het uitvoeren van een voorbehouden handeling. 4 Een beroepsbeoefenaar die bevoegd is voor een voorbehouden handeling ◯ ◯ is ook bekwaam. 5 Verzorgenden hebben geen functionele zelfstandigheid voor voorbehouden ◯ ◯ handelingen. 6 Alle risicovolle medische handelingen zijn voorbehouden handelingen. ◯ ◯ 7 Een leerling-verzorgende mag onder bepaalde omstandigheden een ◯ ◯ voorbehouden handeling verrichten. 8 Het toedienen van een injectie als vorm van mantelzorg valt niet onder de ◯ ◯ Wet BIG. 9 De verzorgende valt niet onder het tuchtrecht. ◯ ◯ 10 De Wet BIG geeft instellingen geen ruimte om een eigen invulling te geven ◯ ◯ aan de wet. Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?
1 23
THEMA 1 Voorbehouden handelingen
Evaluatie en reflectie Evalueer en reflecteer op alle leeractiviteiten die je voor dit thema hebt uitgevoerd. Bepaal ook wat je actiepunten zijn.
De theorie Ik heb de theorie van dit thema wel / deels / niet bestudeerd. De verwerkingsopdrachten bij de theorie heb ik wel / deels / niet gemaakt. Ik vind dat ik: • voldoende / onvoldoende kennis en inzicht in de theorie heb om hiermee in de praktijk aan de slag te gaan; • vragen van een docent, praktijkbegeleider, medestudent of zorgvrager over de belangrijkste onderwerpen van dit thema wel / niet goed kan beantwoorden. Daarom vind ik dat ik dit thema voldoende / onvoldoende beheers. Eventuele toelichting:
De praktijksituaties Ik heb de praktijksituaties gelezen en de opdrachten wel / deels / niet gemaakt. Daarom kan ik wel / niet een voorbeeld van een praktijksituatie over dit thema aan mijn docent, praktijkbegeleider of medestudent toelichten en uitleggen hoe ik daarmee om zou gaan. Eventuele toelichting:
1 24
Evaluatie en reectie
Conclusie Ik ken alle onderwerpen die aan bod zijn gekomen in dit thema wel / nog niet goed. Daarom kan ik wel / nog niet getoetst worden over dit thema. Dit zijn mijn actiepunten bij dit thema:
1 25