Maat
Groep 4
Blok
2
Help ons! Covers Taal_Maat_groep 4 v4 4
27/01/2022 11:36
Taal
Maat • Groep 4 • Blok 2 Hoofdstuk 3 en 4 Antwoorden
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 1
12/01/2022 14:33
Pictoʼs Deze opdracht doe je als je tijd hebt. Deze opdracht doe je alleen. Deze opdracht doe je samen. Deze opdracht doe je in een groepje. Dit is een bewegingsopdracht. Deze opdracht schrijf je op een blaadje.
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 2
12/01/2022 14:33
Hoofdstuk 3
Hoe gaat het? ?⃝ ik moet het nog leren
Doelenkaart
⃝↑ ik moet het nog oefenen ⃝✓ ik kan het!
Spreken en luisteren • Ik ken de regels in een gesprek (overleg).
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik weet hoe ik goed kan voorlezen.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan gericht luisteren naar een verhaal.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan het belangrijkste uit het verhaal navertellen.
?⃝
⃝↑
⃝✓
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan een leesdoel bedenken.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan een beeldverhaal herkennen.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan vertellen wat ik van een beeldverhaal vind en waarom.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan vragen stellen bij een weettekst.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik weet wat een samenstelling is.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan samenstellingen herkennen.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan een beeldverhaal schrijven.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik weet dat plaatjes en tekst elkaar kunnen ondersteunen.
?⃝
⃝↑
⃝✓
Woordenschat • Ik ken de betekenis van 45 nieuwe woorden.
Lezen
Taal verkennen
Schrijven
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 3
12/01/2022 14:33
Hoofdstuk 3
Les 1
Spreken en luisteren • Ik leer wat de regels in een gesprek (overleg) zijn. • Ik leer hoe ik goed moet voorlezen.
Woordenschat • Ik leer de betekenis van 20 nieuwe woorden.
Kijkwoorden
Leeswoorden
het beeldscherm
aangifte doen: zeggen tegen de politie dat er iets is gebeurd en vertellen wat dat is De meisjes doen aangifte, omdat er in het huis is ingebroken. beschrijven: vertellen hoe een dier, een mens of een ding eruitziet Devi beschrijft Krieko: hij lijkt op een hagedis, een dinosaurus en een krokodil.
de printer
het toetsenbord
contact opnemen: iemand bellen of schrijven De agent neemt contact met de meisjes op als Krieko is gevonden. de gegevens: informatie, bijvoorbeeld naam, adres, waar en wanneer iets gebeurd is De agent heeft alle gegevens nodig om Krieko te vinden: zijn naam, hoe hij eruitziet en adres. glippen: stiekem ergens naar binnen of naar buiten gaan; ontsnappen Krieko is door de achterdeur naar buiten geglipt.
het uniform
het wapen
Weetwoorden de achtertuin hijgend de krokodil de mobiele telefoon oppassen
een pracht van een dier het stoplicht tam voor elkaar komen het zebrapad
4
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 4
12/01/2022 14:33
Help ons!
1
Bekijk de tekening.
5
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 5
12/01/2022 14:33
2
Maak de vragen. 1 Waarom zijn de kinderen op het politiebureau, denk je?
2 Wat vertellen de kinderen aan de agent?
3 Wat zal de agent gaan doen?
3
Luister en kijk naar het verhaal. Klopt het wat jullie hebben bedacht?
4
Luister nog een keer naar het verhaal. 1 Je gaat drie keer naar hetzelfde stukje van het verhaal luisteren. Het stukje verhaal wordt door de leerkracht op drie verschillende manieren voorgelezen. 2 Bespreek na elke manier hoe het is voorgelezen. Denk daarbij aan: Duidelijk? Vlot? Saai? Spannend? Hoorbaar?
Gesprekstip Kijk elkaar aan. Dan laat je zien dat je luistert. Meedoen is belangrijk. Luister goed naar elkaar. Laat elkaar uitspreken.
Doe het zo: a Maak groepjes van vier. b Spreek af wie het opschrijft en wie het aan de klas vertelt. c Spreek af wie de beurten geeft. d Wijs iemand aan die op de tijd let.
6
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 6
12/01/2022 14:33
5
Wat gebeurt er allemaal op een politiebureau? Je weet natuurlijk allang dat een agent inbrekers opspoort. Maar er gebeurt nog veel meer op een politiebureau. Bedenk wat een agent allemaal doet en vul dat in.
7
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 7
12/01/2022 14:33
Hoofdstuk 3
Spreken en luisteren
Les 2
• Ik leer gericht luisteren naar een verhaal. • Ik leer het belangrijkste uit het verhaal navertellen.
Woordenschat • Ik oefen de betekenis van de 20 woorden uit les 1.
1
Luister naar het verhaal. Na het luisteren moet je het belangrijkste uit het verhaal na kunnen vertellen.
2
Wie zegt het? Onderstreep het goede antwoord. 1 We gaan aangifte doen. 2 Wat voor dier is het? 3 Krieko bestaat wel!
Devi | Tanja’s moeder
de agent | Tanja Devi | Tanja
4 In mijn mobiele telefoon heb ik een foto.
3
de agent | Tanja’s moeder
Wat zijn de gegevens van Krieko? Onderstreep het goede antwoord. 1 Hij lijkt op een hagedis, een dinosaurus en een 2 Hij is niet wild, maar 3 Hij voelt heel
kikker | krokodil.
druk | tam.
hard | zacht aan.
8
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 8
12/01/2022 14:33
4
5
Wat gebeurde er eerst? Zet de zinnen in de goede volgorde. Zet een 1 voor de zin die het eerst gebeurde. Zet een 2 voor de zin die het laatst gebeurde.
▢
Tanja en Devi rennen over de stoep.
▢
De moeder van Tanja komt hijgend binnen.
▢
De agent typt op het toetsenbord.
▢
Hij zegt dat Krieko niet bestaat.
▢
Het beeldscherm wordt zwart.
▢
Ik print het bericht eerst even op de printer.
Welke woorden passen bij de zinnen? Teken een lijn.
Een pad met zwarte en witte strepen.
Jaap rijdt door rood. Ik zorg wel dat de band van je fiets gemaakt wordt. Als de fiets klaar is, laat ik het weten.
het stoplicht
•
•
•
•
dan neem ik contact op
•
•
het zebrapad
•
•
dat komt wel voor elkaar
9
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 9
12/01/2022 14:33
6
7
Past het woord bij de zin? goed
fout
1 Emre moet op zijn kleine broertje letten. de gegevens
◯
◯
2 Als mama terug is, krijgt hij een waterpistool. het wapen
◯
◯
3 Hij trekt zijn brandweerpak aan. het uniform
◯
◯
4 Hij vertelt aan Devi hoe het waterpistool eruitziet. beschrijven
◯
◯
5 Dan wil Devi er nog meer dingen over weten. oppassen
◯
◯
Maak de puzzel. Kies uit: glippen | achtertuin | pracht 1 Een ijsvogel is een ... van een dier. 2 Marjan wilde snel de klas uit ... . 2 3 Floor speelde op het gras in de ... .
1
3
Welk woord lees je in de gekleurde vakjes? Vul dat in de zin in. Een agent heeft op zijn hoofd een politie
8
Maak een woordparaplu met het woord computer. de computer
10
TV_Taal_MAAT_G4_B2_H3.indd 10
27/04/2022 14:28
Hoofdstuk 3
Les 3 Kijkwoorden
Woordenschat • Ik leer de betekenis van 15 nieuwe woorden.
Lezen • Ik leer bedenken wat een leesdoel is. • Ik leer een beeldverhaal herkennen. • Ik leer vertellen wat ik van een beeldverhaal vind en waarom.
Leeswoorden
afgelopen!: stoppen! ‘Afgelopen! Ik ga niet meer inbreken,’ zegt Gerrit. ‘Ik word kok.’ het biljet de bekende: iemand die je kent, je weet wie hij is en wat hij doet ‘Gerrit is voor mij een bekende,’ zegt de agent, ‘want we hebben hem al vaker gepakt.’
de cel
de foto
de bijnaam: extra naam die iets over een persoon zegt De bijnaam De Grijper past goed bij een dief als Gerrit. het is mislukt: het is helemaal niet zo goed gegaan als je had gedacht Zijn plan om iedere avond lekker te eten gaat niet door: het is mislukt. het vak: het werk waar je geld voor krijgt ‘Mijn vak is dieven opsluiten,’ zegt de agent.
het luik(je)
Weetwoorden aanvallen de gevangene keihard te pakken hebben het slot
het muntstuk
11
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 11
12/01/2022 14:33
De inbreker Hier zie je een foto van mij: Gerrit. Gevangene nummer 2045. Een bekende van de politie. De Grijper is mijn bijnaam. Inbreken was mijn vak.
AHHHH!
Hier zie je wat er is gebeurd. Ik heb Krieko na een tijdje te pakken. Dan valt de kat mij aan. Au, au! Buiten bijt Krieko mij keihard. Hij gaat er als een haas vandoor. (2) Hier zie je wat mijn plan was! Waarom ik Krieko wilde hebben. Voor elke aai zou ik een muntstuk of een biljet krijgen. (1) Genoeg om elke avond van te smullen. Hier zie je het slot: het is mislukt. (4) Ik ben gepakt en zit in de cel. [spreek uit: /sel/] Door een luikje krijg ik vies eten. Bah! (3) Afgelopen! Ik ga nu een beter vak leren ... . Wat denk je? Ik word kok!
1
Bekijk eerst de tekeningen en lees daarna de tekst. Lees de tekst na het bekijken van de tekeningen.
2
Maak de vragen. 1 Wat vind je van de tekeningen en de tekst?
2 Welk stukje vind je spannend?
12
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 12
12/01/2022 14:33
3 Waardoor komt dat, denk je?
3
Maak de vragen. Lees de tekst van het beeldverhaal nog eens. 1 Hoe heet de gevangene? 2 Wat is zijn bijnaam? 3 Waarom wilde hij Krieko hebben? 4 Waardoor is het plan van Gerrit mislukt?
4
Begrijp je alle woorden in de tekst? 1 Welke twee woorden passen bij ‘geld’? De woorden
en
passen bij geld.
2 Wat zou er kunnen staan in plaats van: ‘Hij gaat er als een haas vandoor.’?
3 Welke twee woorden horen bij ‘gevangenis’? De woorden gevangenis.
en
passen bij
4 Wat is een ander woord voor ‘het einde’? Dat noemen we
.
13
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 13
12/01/2022 14:33
5
Maak een beeldverhaal over een inbreker. Schrijf bij elk plaatje een zin.
14
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 14
12/01/2022 14:33
Hoofdstuk 3
Les 4
Woordenschat
Lezen
• Ik oefen de betekenis van 10 nieuwe woorden en van de woorden uit les 3.
• Ik leer vragen stellen bij een weettekst.
De dinosaurus Sommige diersoorten zijn uitgestorven. De dino is zo’n dier. Hij leefde allang voor er mensen op aarde waren. Maar het werd te warm op aarde. Er groeiden geen planten meer. Hij had geen voedsel meer.
groep dieren die hetzelfde zijn van dieren: dat ze wel geleefd hebben, maar er nu niet meer zijn
De dino is een interessant dier. Wist jij dat het vrouwtje eieren kon leggen? Die broedde ze uit in een nest. De dino lijkt op een erg grote hagedis. Kan Krieko toch een dino zijn?
leuk en belangrijk
1
Lees de tekst De dinosaurus.
2
Maak de vragen.
het eten
op de eieren zitten om ze warm te houden totdat de jonge dieren eruit komen
1 Wat voor soort tekst is dit? ◯ een interessant verhaal
◯ een tekst om iets van te leren
2 Welke zin is waar? ◯ De dino leefde toen er allang mensen op aarde waren. ◯ Er groeide geen eten meer voor de dino. 3 Wat is de vraag? Het antwoord is: De dinosaurus is uitgestorven. ◯ Wanneer leefde de dinosaurus?
◯ Leeft de dinosaurus nu nog?
15
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 15
12/01/2022 14:33
3
Welk woord past in de zin? Kies uit: uitbroeden | interessant | het voedsel | het is mislukt | het vak | de bijnaam | lijken op 1 Zo wordt de sporter ook wel genoemd. 2 Het eten is een ander woord voor
.
3 Als de vogel op het ei gaat zitten, gaat hij het 4 Joop en Bas
.
elkaar.
5 Een ander woord voor het beroep is 6 Die tekst is
.
om te lezen!
7 De tekening van de dino was niet goed gelukt.
4
Welk woord past in de zin? Kies uit: keihard | aanvallen | afgelopen | te pakken 1 Jaap gaf mij de schuld en wilde mij
.
2 Maar hij had de verkeerde 3 Ik rende snel weg en viel
. .
4 Bart heeft geen zin meer en roept:
5
!
Welk woord hoort er niet bij? Onderstreep het woord dat niet bij het vetgedrukte woord hoort. 1 de diersoort: vogels – rozen – apen 2 het geld:
het muntstuk – het slot – het biljet
3 de gevangene: de foto – de cel – het luikje 4 het nest:
eieren – de bekende – uitbroeden
16
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 16
12/01/2022 14:33
6
Bedenk een tekst waar je van kunt leren. Doe het zo: 1 Kies een dier waarover je veel weet. Bijvoorbeeld: krokodil, hond, vis, slang. 2 Bedenk drie woorden die bij dat dier horen. 3 Maak met elk woord een zin. 4 Geef je weettekst een titel. Zet de titel boven de zinnen. Kun je geen dier bedenken? Kijk dan naar de plaatjes.
17
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 17
12/01/2022 14:33
7
Maak een tekening. Maak een tekening van het dier uit opdracht 6.
Ben jij al in beweging geweest? Wat heb je geoefend?
18
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 18
12/01/2022 14:33
Hoofdstuk 3
Les 5
Woordenschat Dit kan ik nog • Ik herhaal woorden uit groep 3.
Dit kan ik nu • Ik herhaal woorden uit les 1, 3 en 4.
Dit kan ik nog 1
Welk woord past bij de zin? Onderstreep het goede antwoord. 1 Het drijft en het heeft een ruim.
de boot | de plank | het vlot
2 Als er wind is, kunnen we ermee varen. 3 Als je hier vaart, zie je alleen maar water.
de mast | het roer | het zeil de rivier | de sloot | de zee
4 De stuurman houdt het vast. de mast | het roer | het touw 5 Hier slaapt een matroos.
2
in de hut | in het ruim | op het dek
Welke woorden zie je op het plaatje? Let op: je houdt twee antwoorden over. ▢ bord ▢ kruk ▢ juf ▢ stoel ▢ krijt ▢ stok ▢ kaart
19
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 19
12/01/2022 14:33
3
Welk woord past in de zin? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: klutst | kalm | dreun | kreng | stronk | stroop | morst viel de kruk van Niek om.
1 Met een
2 Iedereen schrok, maar de meester bleef 3 Op de
.
van de boom groeit een paddenstoel.
4 Pas op, je
jam op mijn broek!
5 ‘Soms kan mijn zus een echt
zijn’, vindt Timo.
Dit kan ik nu 1
Welk woord past in de zin? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: printer | biljet | toetsenbord | uniform | muntstuk | luik | foto .
1 Joost moet vijf euro betalen en geeft een 2 In de vloer van het kasteel zit een
.
3 De kapitein van het schip heeft een 4 Karin print haar werkstuk op de 5 Bart heeft nog een
aan. . van toen hij drie jaar was.
20
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 20
12/01/2022 14:34
2
Wat hoort bij elkaar? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: de gegevens | aangifte doen | afgelopen | beschrijven | de bekende | het is mislukt | de bijnaam 1 het is gestopt 2 iemand die je kent 3 het is niet goed gegaan 4 naam, adres en woonplaats 5 het tegen de politie vertellen
3
Welk woord hoort erbij? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: de aarde | lijken op | het voedsel | uitgestorven | de diersoort | interessant | uitbroeden 1 brood en kaas 2 vissen en vogels 3 land en water 4 dinosaurus en mammoet 5 eieren en kuikens
21
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 21
12/01/2022 14:34
Hoofdstuk 3
Les 6
Taal verkennen • Ik leer wat een samenstelling is.
Samenstellingen Als je twee (of meer) woorden aan elkaar plakt, krijg je een samenstelling. bad + juf → de badjuf voet + bal → de voetbal voet + bal + schoen → de voetbalschoen Wil je weten of er de of het voor de samenstelling hoort? Kijk dan naar het laatste woord. de school + het plein = het schoolplein de school + de tas = de schooltas
1
Bekijk het uitlegblokje.
2
Welk woord is een samenstelling? Onderstreep het goede woord. Vul in van welke twee woorden de samenstelling is gemaakt. +
1 Devi kijkt door het raam naar de achtertuin. 2 Ging Krieko door de keukendeur naar buiten?
+
3 Bijna alles in de woonkamer is kapot.
+
4 Tanja en Devi staan bij het zebrapad.
+
5 Het stoplicht springt algauw op groen.
+
22
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 22
12/01/2022 14:34
3
Welk woord is een samenstelling? Onderstreep het goede woord. Vul in van welke twee woorden de samenstelling is gemaakt. +
1 Kim zag haar voetstap in de modder. 2 De handdoek in de keuken is nat.
+
3 Ik poets mijn tanden in de badkamer.
+
4 Je kunt de drilboor al van heel ver horen. 5 De voetbal van Jaap is lek.
4
+ +
Welke samenstelling hoort in de zin? 1 Een rover op zee is een
.
2 Een jas voor de regen is een 3 Een bol met krenten is een 4 Een journaal voor de jeugd is een
5
. . .
Maak van twee woorden één woord. Zet het lidwoord erbij. 1 de appel – de taart = 2 de tuin – de stoel = 3 het brood – het mes = 4 de friet – de saus = 5 het gras – het veld = 6 de gang – de kast = 7 het dak – het raam =
23
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 23
12/01/2022 14:34
6
Van welke twee woorden is de samenstelling gemaakt? Zoek de samenstelling in de zin. Voorbeeld: kies + pijn = kiespijn 1 Mijn zus in groep 7 krijgt al huiswerk. +
=
2 In het bos viel Jeroen over een boomstronk. + = 3 De buurman heeft een nieuwe auto gekocht. + = 4 De parkiet zit in de vogelkooi. +
7
=
Welke woorden zijn samenstellingen? Kies de goede antwoorden. ▢ de zeilboot ▢ de golven ▢ de zandbak ▢ het gordijn ▢ de vlieger ▢ het papier ▢ de bosbrand ▢ het verhaal ▢ de snotneus
24
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 24
12/01/2022 14:34
8
Maak een tekening van twee samenstellingen. Kies uit: de zeilboot | de zandbak | de bosbrand | de snotneus
25
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 25
12/01/2022 14:34
Hoofdstuk 3
Les 7 1
2
Taal verkennen • Ik oefen het herkennen van samenstellingen.
Welke woorden zijn samenstellingen? Kies de goede antwoorden. Zijn twee woorden aan elkaar geplakt? ▢ kruisspin
▢ fotoboek
▢ mierennest
▢ kasteel
▢ marmot
▢ keihard
▢ fabriek
▢ raadsel
Welk woord is een samenstelling? Onderstreep het goede woord. 1 Ga je mee naar de speeltuin? 2 De voordeur zit op slot. 3 Ik heb geen zakdoek bij me. 4 De buurjongen wil ook mee.
26
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 26
12/01/2022 14:34
3
Van welke twee woorden is de samenstelling gemaakt? 1 Ga je mee naar de speeltuin?
+
2 De voordeur zit op slot.
4
+
3 Ik heb geen zakdoek bij me.
+
4 De buurjongen wil ook mee.
+
Welke woorden passen in de zin? Voorbeeld: Een winterjas is een jas voor de winter. 1 Een schoolplein is een
bij de
2 Een fietsbel is een
op je
3 Een feestmuts is een
.
voor het
4 Een tuinpad is een
5
.
in de
. .
Maak van twee woorden één woord. Vul de woorden in de puzzel in. 1 2 3 4 5
Een hok voor kippen. Een glas voor bier. Muizen in het bos. Melk in je koffie. Een winkel voor kaas.
1 2 3 4 5
Welk woord lees je van boven naar beneden in de gekleurde vakjes?
27
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 27
12/01/2022 14:34
6
Welke woorden zijn samenstellingen? Kies de goede antwoorden. ▢ bushalte
▢ kermis
▢ schilderij
▢ kaarsrecht
▢ kampeerbus
▢ bliksem
▢ tekenfilm
▢ appelboom
▢ oorbel
▢ fontein
▢ vakantie
7
Maak van twee woorden één woord. Vul de woorden in. Zet er de of het voor. 1 de olie + de bol = 2 de arm + de band = 3 de punt + de muts = 4 het eind + het punt =
8
Wat zou het woord kunnen betekenen? Lees de rare samenstellingen. Voorbeeld: Een stoeljas = een jas voor je stoel 1 Een armsleutel = 2 Een puntvaas = 3 Een kleurkopje =
28
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 28
12/01/2022 14:34
Ben jij al in beweging geweest? Wat heb je geoefend?
29
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 29
12/01/2022 14:34
Hoofdstuk 3
Les 8
Schrijven • Ik leer hoe ik een beeldverhaal schrijf. • Ik leer dat plaatjes en tekst elkaar kunnen ondersteunen.
Een ongeluk? Tanja en Devi rennen over de stoep. Ze zijn op weg naar het politiebureau. Ze hebben haast. Het is al bijna vijf uur. Op de weg is het erg druk. De mensen willen naar huis. Bij het stoplicht moeten ze wachten. Het staat op rood. Plaatje 1
Plaatje 2
Maar dan ineens ...! Er is iets ergs op het kruispunt. Ze zien het gebeuren.
Dat was schrikken! Ze staan nog steeds bij het stoplicht. ‘Ik dacht dat het sneller groen werd’, zegt Devi. Eindelijk kunnen ze oversteken. Gelukkig zijn ze nog op tijd bij het politiebureau.
Plaatje 3
Plaatje 4
1
Kijk naar de titel en de plaatjes. Lees de tekst nog niet.
30
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 30
12/01/2022 14:34
2
Maak de vragen. 1 Waar zal het verhaal over gaan?
2 Wat zal er in het midden kunnen gebeuren, denk je? Lees de tekst nog niet.
3
Lees de tekst. Het verhaal wordt nu een beeldverhaal. 1 Het beginstukje hoort bij het eerste plaatje. Bedenk een zin die daarbij past. 2 Het middenstuk is nog niet af: dat wordt plaatje 2 en 3. Het laatste stukje van de tekst hoort bij plaatje 4. Bedenk een zin die past bij plaatje 4.
4
Bedenk het midden van het beeldverhaal. 1 Bedenk zelf wat er is gebeurd en of het erg is. Dat komt straks in plaatje 2. 2 Bedenk hoe het verder gaat. Dat komt daarna in plaatje 3.
31
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 31
12/01/2022 14:34
5
Maak het beeldverhaal af. Teken het midden van het verhaal in plaatje 2 en 3.
6
Schrijf bij elk plaatje twee zinnen. Bij plaatje 1 en 4 heb je al een zin bedacht. Schrijf die op. 1 Bedenk twee zinnen bij plaatje 2.
2 Bedenk twee zinnen bij plaatje 3.
7
Bekijk je beeldverhaal. Lees de zinnen van je beeldverhaal. – Past het goed bij elkaar? – Wil je nog iets veranderen?
8
Maak nog een beeldverhaal. – Gebruik het plaatje van het kuikentje. – Maak een verhaal van drie plaatjes.
32
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 32
12/01/2022 14:34
33
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 33
12/01/2022 14:34
Hoofdstuk 3
Les 9
Schrijven • Ik oefen het schrijven van een beeldverhaal.
Robbie
Plaatje 1
Het is zaterdag. Emre en Paul gaan naar het huis van tante Jet. Ze moeten voor de dieren zorgen. Eerst geven ze alle dieren te eten. Daarna gaan ze Robbie uitlaten.
Plaatje 3
1
Plaatje 2
Onderweg vinden ze een stok. Robbie springt op om hem te pakken. Bij het voetbalveldje zien ze Rik en Lars. ‘Doen jullie mee?’, vragen ze. Paul en Erme aarzelen. ‘Even dan ... ,’ zeggen ze.
Plaatje 4
Kijk naar de titel en de plaatjes. Lees de tekst nog niet.
34
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 34
12/01/2022 14:34
2
Hoe heet het verhaal? Het verhaal heet
3
Wat gebeurt er op plaatje 1? Vul het in één zin in.
4
Wat gebeurt er op plaatje 2? Vul het in één zin in.
5
Lees het beeldverhaal.
6
Bedenk er wat bij.
.
1 Je ziet dat het verhaal niet af is. Alleen het begin en het middenstuk zijn er al. 2 Jij gaat het verhaal afmaken. – De jongens zijn aan het voetballen. – Waar is Robbie? – Wat doet hij? – Dat kan van alles zijn. 3 Kijk naar het lijstje. 4 Bedenk er nog wat bij.
Wat doet Robbie?
35
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 35
12/01/2022 14:34
7
Hoe wil jij dat het verhaal verdergaat? 1 Bij opdracht 6 heb je bedacht wat het vervolg kan zijn. Welk vervolg vind je het leukst? Teken dat in het vak van plaatje 3. 2 Schrijf er een zin onder die bij de tekening past.
8
Hoe wil jij dat het verhaal afloopt? Bedenk een einde. 1 Hoe vinden de jongens Robbie terug? En waar? 2 Teken in het vak hoe het afloopt. Dat wordt plaatje 4. 3 Schrijf een zin die bij de tekening past.
9
Ben je tevreden met je beeldverhaal? 1 2 3 4
10
Kijk naar de vier plaatjes van het beeldverhaal. Lees de zinnen die je bij de plaatjes hebt geschreven. Heb je het zo goed gedaan? Verbeter als het nodig is.
Welke zinnen horen bij het uitlaten van een hond? Kies de goede antwoorden. ▢ goed opletten in het verkeer ▢ de hond laten spelen ▢ zelf gaan spelen ▢ een goed plekje zoeken ▢ gras laten eten ▢ hij mag altijd loslopen
36
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 36
12/01/2022 14:34
Hoofdstuk 3
Les 10
Taal verkennen Dit kan ik nog • Ik herhaal woorden voor mensen en dingen en doewoorden uit groep 3.
Dit kan ik nu • Ik herhaal samenstellingen.
Dit kan ik nog 1
Welke dingen gebruikt de timmerman? Let op: je houdt twee woorden over. ▢ zaag
▢ schroef
▢ verf
▢ spijker
▢ tang
▢ plank
▢ vork
2
Wat doen ze op het plein? Kijk naar het plaatje. Kies uit: rekenen | knikkeren | praten | zwaaien | lachen | huppelen | fietsen
37
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 37
12/01/2022 14:34
3
4
Welk woord hoort bij het plaatje?
1
4
2
5
3
6
Welke woorden horen bij elkaar? Maak van de woorden die bij elkaar horen een zin. Kies uit: fiets | bril | neus | helm | pink | duim 1
en
2
en
3
en
Dit kan ik nu 1
Welke samenstellingen zie je op de tekening? Let op: je houdt twee woorden over. Kies uit: stoelpoot | lichtknop | parkiet | schooltas | schilderij | haarband | oorbel
38
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 38
12/01/2022 14:34
2
Welke samenstelling is van twee woorden gemaakt? Kies de goede antwoorden. ▢ Een zebra en een pad is een zebrapad. ▢ Een mar en een mot is een marmot. ▢ Een zak en een doek is een zakdoek. ▢ Een huis en een kamer is een huiskamer. ▢ Een gor en een dijn is een gordijn. ▢ Een vloer en een kleed is een vloerkleed. ▢ Een doel en een punt is een doelpunt.
3
Welke woorden zijn samenstellingen? Kies de goede antwoorden. ▢ armband ▢ raadsel ▢ kasteel ▢ tuinhek ▢ taalschrift ▢ klimrek ▢ deurknop
39
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 39
12/01/2022 14:34
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 40
12/01/2022 14:34
Hoofdstuk 4
Hoe gaat het? ?⃝ ik moet het nog leren
Doelenkaart
⃝↑ ik moet het nog oefenen ⃝✓ ik kan het!
Spreken en luisteren • Ik kan een gesprek samenvatten.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan luisteren naar de opbouw van een verhaal.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik weet hoe een verhaal spannend gemaakt kan worden.
?⃝
⃝↑
⃝✓
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan een reclametekst herkennen.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan vragen stellen bij een reclametekst.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik weet wat ik kan doen om de informatie uit een weettekst goed te onthouden.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan vertellen wat het belangrijkste is in een weettekst.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik weet wat een verkleinwoord is.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan een verkleinwoord herkennen.
?⃝
⃝↑
⃝✓
?⃝
⃝↑
⃝✓
Woordenschat • Ik ken de betekenis van 45 nieuwe woorden.
Lezen
Taal verkennen
Schrijven • Ik kan een formulier invullen.
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 41
12/01/2022 14:34
Hoofdstuk 4
Les 1 Kijkwoorden
Spreken en luisteren • Ik leer een gesprek samenvatten.
Woordenschat • Ik leer de betekenis van 20 nieuwe woorden.
Leeswoorden
bedacht: wat je verzonnen hebt Devi heeft bedacht wat ze kunnen maken voor de knutselwedstrijd. de goal de handen uit de mouwen steken: hard werken Als ze de handen uit de mouwen steken, is de rommel zo opgeruimd.
de keeper
de pootafdruk
het knaagdier: dier met lange, scherpe tanden (bijvoorbeeld konijn en muis) om goed te kunnen knagen (dingen in stukjes bijten) Een hamster, een muis en een rat zijn knaagdieren. zich niets aantrekken van: je er niet verdrietig of boos door voelen Paul moet zich er niets van aantrekken dat Tanja een boos antwoord geeft. zich verslapen: niet op tijd wakker worden Tanja komt te laat, want ze heeft zich verslapen.
het trainingspak
Weetwoorden aan het werk het dekbed een handje helpen elk jaar de fantasie
de hondenmand het laken je opgeven voor iets het voetbalveld het zaad
de trekbel
42
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 42
12/01/2022 14:34
Een verrassing
1
Bekijk de tekening.
43
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 43
12/01/2022 14:34
2
Maak de vragen. 1 Wat is er gebeurd?
2 Tanja maakt de hondenmand schoon. Waarom is zij verdrietig, denk je?
3
Luister en kijk naar het verhaal.
4
Een dier knutselen. Praat er samen over. 1 Maak eerst afspraken: • Wie let erop dat iedereen aan de beurt komt? • Wie vertelt het straks aan de klas? 2 Eén leerling schrijft jullie namen onder elkaar op. Sla steeds drie regels over. Schrijf achter de naam kort op wat de leerling zegt. Vertel aan elkaar: • welk dier de kinderen in het verhaal kunnen maken. • hoe het dier eruitziet. • welke kleur het heeft. • hoe het dier beweegt (loopt, vliegt, zwemt, ...). • hoeveel poten het heeft. 3 Maak een samenvatting over welk dier ze kunnen knutselen. Doe het samen.
Gesprekstip Kijk elkaar aan. Praat duidelijk en luister goed. Zorg ervoor dat iedereen jou begrijpt. Stel een vraag als je iets niet begrijpt. Gebruik bij het samenvatten wat je hebt opgeschreven. Help elkaar bij het samenvatten.
44
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 44
12/01/2022 14:34
5
Bedenk een fantasiedier. Vul in hoe het eruitziet (kop, hoeveel poten, lijf, kleur).
6
Maak een tekening van jouw fantasiedier.
45
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 45
12/01/2022 14:34
Hoofdstuk 4
Les 2 1
Luister naar het verhaal.
2
Wie zegt het?
3
Spreken en luisteren
Woordenschat
• Ik leer luisteren naar de opbouw van een verhaal. • Ik leer hoe een verhaal spannend gemaakt kan worden.
• Ik oefen de betekenis van de 20 woorden uit les 1.
Paul
Tanja
Tanja's moeder
1 Nu kan de politie het bericht versturen.
◯
◯
◯
2 Nee, ik wil jullie een verrassing laten zien.
◯
◯
◯
3 Fijn dat jullie allemaal een handje willen helpen.
◯
◯
◯
4 Maar nu eerst mijn verrassing.
◯
◯
◯
Zet de zinnen in de goede volgorde. Elke zin gaat over een stukje van de tekst.
▢
‘Paul! Emre!’ roept Tanja. ‘Krieko is weg!’
▢
We gaan meteen naar het huis van tante Jet.
▢
‘Ik wil jullie een verrassing laten zien,’ zegt Paul.
▢
‘Doorwerken,’ zegt Tanja fel.
46
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 46
12/01/2022 14:34
4
Wat zou de verrassing van Paul kunnen zijn? 1 Schrijf het op. Ik denk dat Paul
.
2 Hoe kun je een verrassing nog even spannend houden voor anderen? Kies de goede antwoorden. ▢ de verrassing alvast laten zien ▢ de verrassing verstoppen ▢ niets zeggen over de verrassing ▢ elk jaar dezelfde verrassing geven
5
Lees de woorden in de woordspin. Bedenk er zelf twee woorden bij.
de goal
het trainingspak
het voetbalveld
voetballen
de keeper
47
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 47
12/01/2022 14:34
6
Welk woord past in de zin? Kies uit: opgeven | mouwen | aantrekken | fantasie | werk | verslapen | bedacht 1 Je wordt niet op tijd wakker, je hebt je
.
2 Je bent aan het werk, je steekt de handen uit de 3 Iets verzonnen hebben, is iets 4 Dingen die verzonnen zijn, noem je
. hebben. .
5 Als je mee wilt doen met de wedstrijd, moet je je snel
.
6 Je bent nog niet klaar, je moet hard aan het 7 Hij is vaak boos, daar moet je je niets van
7
. .
Welk woord zie je op het plaatje? Onderstreep het goede antwoord.
1
het dekbed | het kussen | het laken
2
de pootafdruk | het knaagdier | het zaad
3
de hondenmand | het laken | het zaad
4
de klok | de deurbel | de trekbel
48
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 48
12/01/2022 14:34
8
Welke woorden horen bij het plaatje hieronder?
1 Vul vijf woorden in.
2 Kies één woord uit. 3 Maak met dat woord een zin. 4 Vul de zin in.
49
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 49
12/01/2022 14:35
50
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 50
12/01/2022 14:35
Hoofdstuk 4
Les 3
Woordenschat • Ik leer de betekenis van 15 nieuwe woorden.
Lezen • Ik leer een reclametekst herkennen. • Ik leer vragen stellen bij een reclametekst.
Kijkwoorden
Leeswoorden
de as
de prijs: wat je wint als je meedoet aan een wedstrijd De eerste prijs is de beste prijs: kaartjes voor het pretpark. reageren: iets terugdoen of terugzeggen Als je wilt meedoen, moet je snel reageren.
het gaas
technisch: hoe machines en apparaten werken In het technisch museum kun je zien hoe dingen werken, bijvoorbeeld hoe een brug open en dicht kan. uiterlijk: niet later dan Je knutseldier moet uiterlijk op maandag klaar zijn.
de splitpen
van belang zijn: belangrijk zijn Het is van belang dat iets van het knutseldier kan bewegen.
Weetwoorden het textiel gratis inleveren de jaarkaart het materiaal plus de veer
51
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 51
12/01/2022 14:35
DOE MEE! DOE MEE! DOE MEE! WEDSTRIJD: KNUTSEL EEN DIER Hoe kun je meedoen? Maak een dier dat echt bestaat. Het is van belang dat het kan bewegen. (1) Gebruik een veer, splitpen of as met wieltjes. (2) (5) Elk materiaal mag. Gebruik gaas, ijzer, textiel, plastic of iets anders. (3) Wat kun je winnen? Eerste prijs Kaartjes voor pretpark Babo in België. Plus de treinreis, die krijg je er ook bij. Je slaapt in een hotel. Tweede prijs Een jaarkaart voor het TMA. (4) Elke dag gratis naar ons technisch museum. (7) Derde prijs Een jaar lang het tijdschrift Zoek het maar uit. Reageer via wedstrijd-knutseldier@TMA.nl. Dat moet uiterlijk op 21 november voor 2 uur. (6) Lever je dier die avond in voor 7 uur in het Theater. Om half 8 worden de drie winnaars gekozen. Om 8 uur is er een gratis muzikaal verhaal: De haas die geen konijn was ... .
1
Bekijk de folder en de tekeningen. Lees de tekst nog niet.
52
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 52
12/01/2022 14:35
2
Maak de vragen. 1 Zie je grote of kleine of vetgedrukte letters?
2 Is de hele bladzijde vol of zie je lege stukken?
3 Zie je veel of weinig doe-woorden en plaatjes?
4 Zijn er kopjes?
3
Lees de tekst van de folder. Wat voor soort tekst in het? ◯ een reclametekst ◯ een beeldverhaal ◯ een gedicht
4
Lees de tekst nog eens. Er staat: Het is van belang dat ... Is het wel of niet belangrijk? ◯ wel belangrijk ◯ niet belangrijk
53
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 53
12/01/2022 14:35
5
Welke twee woorden zie je in ‘splitpen’? Wat betekent splitpen dus? Een splitpen is een
die je kunt
.
1 Kun je vijf dingen bedenken die van textiel zijn?
2 Welke twee woorden zie je in ‘jaarkaart’? Wat betekent jaarkaart dus? Een jaarkaart is een door kunt gebruiken.
die je het hele
3 Waarmee kun je het knutseldier laten bewegen? Vul drie dingen in.
4 Wanneer moet je uiterlijk reageren?
5 Wat is de tweede prijs?
54
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 54
12/01/2022 14:35
6
Maak een reclamefolder voor knutselmateriaal. 1 Teken zo veel mogelijk spullen. 2 Schrijf er korte zinnen bij.
55
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 55
12/01/2022 14:35
Hoofdstuk 4
Les 4
Woordenschat
Lezen
• Ik oefen de betekenis van 10 nieuwe woorden en van de woorden uit les 3.
• Ik leer wat ik kan doen om de informatie uit een weettekst goed te onthouden. • Ik leer vertellen wat het belangrijkste is in een weettekst.
Huisdieren Bijna elk gezin heeft een huisdier. Een hond of een kat bijvoorbeeld. Vroeger waren huisdieren handig. De hond kon het huis beschermen. Als er een inbreker kwam, ging hij blaffen. Een kat joeg op de muizen. Zo hielpen de dieren in het huishouden. Nu is een huisdier vooral gezellig. Je moet goed voor je huisdier zorgen. Hij moet voldoende eten. En hij moet kunnen spelen. De kat en de hond zijn zoogdieren. Een zoogdier krijgt jongen. Een zoogdier legt dus geen ei.
1
zorgen dat iets of iemand veilig is
wat in huis gedaan moet worden om erin te leven genoeg dier dat kleintjes krijgt die melk drinken bij de moeder de baby van een dier
Lees de tekst Huisdieren.
56
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 56
12/01/2022 14:35
2
Maak de vragen. 1 Wat voor tekst is dit? ◯ brief ◯ gedicht ◯ weettekst ◯ verhaal
2 Waar gaat de tekst over? De tekst gaat over
.
3 Maak een woordspin met het woord huisdier.
huisdier
4 Waarom waren huisdieren vroeger handig?
57
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 57
12/01/2022 14:35
3
Welk woord hoort er bij? Onderstreep het woord dat bij het vetgedrukte woord hoort. 1 uiterlijk: niet later dan – te laat 2 voldoende: te weinig – net genoeg 3 het jong: een net geboren dier – een jongen 4 beschermen: zorgen voor veiligheid – een scherm eromheen zetten 5 het huishouden: in het huis blijven – schoonmaken, wassen en koken
4
Welk woord past in de zin? Kies uit: de as | de veer | technisch | het gaas | prijs | bijvoorbeeld De knutselwedstrijd is gewonnen door Lowa! Ze heeft een fantasiedier ingeleverd. Het was een zoogdier dat kon blaffen. Lowa heeft de eerste Ze krijgt een doos met Weet je welk materiaal er
! speelgoed. in zit?
Kijk maar naar het plaatje: 1 = 2 = 3 = 3
De tweede prijs is een jaarkaart voor het museum. Je mag dan het hele jaar gratis naar binnen! 1
2
58
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 58
12/01/2022 14:35
5
Maak een woordparaplu met het woord zoogdieren. Kijk naar het voorbeeld. zoogdieren
paard aap
Ben jij al in beweging geweest? Wat heb je geoefend?
59
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 59
12/01/2022 14:35
Hoofdstuk 4
Les 5
Woordenschat Dit kan ik nog • Ik herhaal woorden uit groep 3.
Dit kan ik nu • Ik herhaal woorden uit les 1, 3 en 4.
Dit kan ik nog 1
Welke zin is goed? Kies de goede antwoorden. Kijk naar de blauwe woorden. ▢ In een museum vind je kunst. ▢ Als je iets wilt leren, ga je naar school. ▢ Als je schor bent, kun je goed zingen. ▢ De bakker stopt het brood in de kluis. ▢ Een schoen heeft een hak en een tong.
2
Welk woord heeft met het plaatje te maken? Teken een lijn. Let op: je houdt twee antwoorden over.
• • • • •
•
de wolk
•
de worst
•
de golf
•
de kaars
•
de boom
•
de berg
•
kaal
60
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 60
12/01/2022 14:35
3
Wat betekent bijna hetzelfde? Kijk naar de blauwe woorden. Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: dun | fout | juist | spleet | vies | naar | trap 1 Na de wedstrijd waren de kleren van Jordy heel vuil. 2 Het antwoord op de vraag was goed. 3 Mark gaf een schop tegen de bal. 4 Fatima is een heel slank meisje. 5 Het poesje kroop door de kier in de schutting.
Dit kan ik nu 1
Welk woord past in de zin? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: trekbel | splitpen | gaas | keeper | veer | textiel | as Een kapotte speelgoedauto .
Deze auto staat achter een hekje van Eén klein wiel zit nog aan de Een
. zorgt dat dit wiel er niet af gaat.
Er ligt een
onder de auto.
De speelgoedauto lijkt net echt! De stoelen zijn niet van plastic, maar van
.
61
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 61
12/01/2022 14:35
2
3
Wat betekent bijna hetzelfde? Teken een lijn. hard werken
•
•
van belang zijn
belangrijk
•
•
je er niets van aantrekken
op z'n laatst
•
•
bedacht
er niet boos of verdrietig om worden
•
•
verzonnen
•
•
de handen uit de mouwen steken uiterlijk
Zoek vijf woorden in de puzzel. 1 Net geboren dieren noem je
.
2 Een dier met kleintjes die melk drinken bij de moeder is een
.
3 Schoonmaken, koken en wassen horen bij het
.
4 Een ander woord voor net genoeg is
.
5 Zorgen dat iemand veilig is, heet
v
a
.
k
v o
z
o
b
h
o
e
u
g
s
i
d
c
s
i
h
h
e
e
o
r
r
u
l
m
d
d
j
o
o
e
n
n
g
d
e
e
n
62
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 62
12/01/2022 14:35
Hoofdstuk 4
Les 6
Taal verkennen • Ik leer wat een verkleinwoord is.
Verkleinwoorden Er zijn woorden die laten zien dat iets klein is. Deze woorden noem je verkleinwoorden. de poes de bakker de boom
het poesje het bakkertje het boompje
Een verkleinwoord maak je door -je, -tje of -pje achter het woord te plakken. Let op! Voor een verkleinwoord staat altijd het: het poesje.
1
Bekijk het uitlegblokje.
2
Wat is het verkleinwoord? 1 Een kleine poes is een
poesje
.
2 Een klein paard is een
.
3 Een kleine egel is een
.
4 Een kleine worm is een 5 Een klein hert is een
. .
6 Welke verkleinwoorden van dieren ken je nog meer?
63
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 63
12/01/2022 14:35
3
Vul de rijtjes in. Knip de verkleinwoorden. Komt er -je, -tje of -pje achter? verkleinwoord
woord
verkleinstukje
het hondje
hond
je
het egeltje
egel
tje
veertje laarsje filmpje diertje huisje oompje hapje vogeltje
4
Welke woorden zijn verkleinwoorden? Lees het gedichtje. Onderstreep de goede woorden. -je, -tje en -pje zijn verkleinstukjes. Er was eens een meisje, dat maakte een reisje. Met in haar handje een klein poesje en haar mobieltje in een hoesje. Maar ze verdwaalde in een stadje met haar lieve kleine katje. Over haar gezichtje rolde een traantje. Ze leek even op een kraantje. Maar een agentje wees haar de weg. Dat was toch nog een gelukje zeg!
64
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 64
12/01/2022 14:35
5
Vul de verkleinstukjes in. Knip de verkleinwoorden. Komt er -je, -tje of -pje achter? verkleinwoord
verkleinstukje
meisje reisje handje poesje mobieltje hoesje stadje katje gezichtje traantje kraantje agentje gelukje
65
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 65
12/01/2022 14:35
6
Bedenk acht verkleinwoorden bij het poppenhuis.
7
Maak een gedichtje van zes regels. 1 Gebruik in elke regel een verkleinwoord. 2 De eerste regel is: Kom je op mijn feestje?
66
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 66
12/01/2022 14:35
Hoofdstuk 4
Les 7
Taal verkennen • Ik oefen het herkennen van verkleinwoorden.
Verkleinwoorden het zusje het broertje het boompje Er komt -je, -tje of -pje achter het woord.
1
Welke woorden zijn verkleinwoorden? Onderstreep de goede woorden. Let op: in elke zin staan er twee. 1 In het boompje zit een katje. 2 Op de tafel staat een plantje in een potje. 3 Mijn neef stuurde mij een kaartje en een briefje. 4 Ik eet mijn ijs met een vorkje en een lepeltje. 5 Door het open raampje vliegt een jong vogeltje naar binnen.
67
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 67
12/01/2022 14:35
2
Welke woorden zijn verkleinwoorden? Onderstreep de goede woorden. Let op: in elke zin staat er één. Kijk eerst naar het voorbeeld. Een kaboutergezin In het bos staat een boompje. Ernaast staat een huisje. Hier woont kaboutertje Sam. Met zijn vrouwtje Siem. Siem heeft een dik buikje. Ze krijgt een kindje. Sam en Siem hebben al een zoontje. Hij heet Stan en zorgt goed voor Floortje. Dat is zijn hondje, weet je.
3
Maak de woorden af. Vul het goede verlengstukje in. Kies uit: -je | -pje | -tje Hallo, ik heet Indra. Ik ben geboren op 13 oktober. van Jop en Tessa.
Ik ben het dochter Mijn hoofd Mijn mond
is een rond, lief bolletje. en neus
Ik sabbel op mijn duim Kom jij ook een beschuit
zijn klein. . eten?
68
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 68
12/01/2022 14:35
4
5
6
Maak verkleinwoorden met –je. Kijk eerst naar het voorbeeld. de kast
het
het schrift
het
de klas
het
kastje
Maak verkleinwoorden met –tje. Kijk eerst naar het voorbeeld. de tafel
het
de stoel
het
de meester
het
tafeltje
Maak verkleinwoorden met –pje. Kijk eerst naar het voorbeeld. het raam
het
de film
het
de duim
het
raampje
69
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 69
12/01/2022 14:35
7
Wat staat er allemaal in de keuken van een kabouterhuis? 1 Vul vijf dingen in. 2 Maak er daarna een verkleinwoord van. Doe het zo: de schaal – het schaaltje
Ben jij al in beweging geweest? Wat heb je geoefend?
70
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 70
12/01/2022 14:35
71
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 71
12/01/2022 14:35
Hoofdstuk 4
Schrijven
Les 8
• Ik leer hoe ik een formulier invul.
Wedstrijdformulier Ja, ik doe mee aan de wedstrijd
KNUTSEL EEN FANTASIEDIER
Bedenk steeds: wat is het belangrijkste om op te schrijven?
Naam: Ik wil graag naar het pretpark in België, omdat
Adres: Postcode: Woonplaats: Telefoonnummer: E-mailadres: Leeftijd:
jaar.
Ik ben een meisje/jongen. * * Streep door wat je niet bent.
Op een formulier is weinig schrijfruimte. Schrijf duidelijk en niet te groot. Schrijf niet te veel op. Gebruik weinig woorden.
Vul in en verstuur dit formulier per e-mail naar wedstrijd-knutseldier@TMA.nl. ja nee Wil je de nieuwsbrief ontvangen? Soms staan er op een formulier hokjes, waarin je een kruisje moet zetten.
1
Bekijk het formulier.
72
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 72
12/01/2022 14:35
2
Maak de vragen. 1 Heb jij wel eens een formulier ingevuld? Waarvoor was dat?
2 Wanneer is het nodig om een formulier in te vullen?
3 Wat moet je allemaal invullen, en waarom?
3
Vul het formulier in. Let op: schrijf nog niet op waarom je naar het pretpark wilt. Vul jouw gegevens in. Schrijf duidelijk en goed leesbaar. 1 Naam: 2 Adres: 3 Postcode: 4 Woonplaats: 5 Telefoonnummer: 6 Emailadres: 7 Leeftijd: 8 Plaats onderaan of je een jongen of meisje bent. En geef aan of je de nieuwsbrief wilt ontvangen.
73
TV_Taal_MAAT_G4_B2_H4.indd 73
29/04/2022 11:28
4
Waarom wil jij naar het pretpark? Bedenk drie leuke dingen die je er kunt doen.
5
Maak het formulier af. Schrijf op het formulier waarom jij naar het pretpark wilt. Gebruik de leuke dingen van opdracht 4.
6
Ben je tevreden met je formulier? Waarom wel of niet? Lees je formulier na. En let daarbij op het volgende: 1 2 3 4 5
Staan al je gegevens erin? Kan iedereen het goed lezen? Tip: laat ook een andere leerling naar je tekst kijken. Heb je duidelijk opgeschreven waarom je naar het pretpark wilt? Verbeter het als dat nodig is. Wat moet je met het formulier doen?
74
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 74
12/01/2022 14:35
7
Bedenk zelf een grappig formulier. Maak er een leuke tekening bij.
75
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 75
12/01/2022 14:35
Hoofdstuk 4
Schrijven
Les 9
• Ik oefen het invullen van een formulier.
Inschrijfformulier
Sportclub VEWW – Voor Elk Wat Wils
Geef je op voor het nieuwe sportjaar!
Op een formulier is weinig schrijfruimte. Schrijf duidelijk en niet te groot.
Achternaam: Voornaam: Woonplaats: Telefoonnummer: E-mailadres: Leeftijd:
Ik ben
▢ jaar.
Ik ben een jongen/meisje* Op welke sport wil jij? ** * Streep door wat niet goed is. ** Maak eerst opdracht 2. Lever het formulier uiterlijk 1 september in bij VEWW.
76
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 76
12/01/2022 14:35
1
Vul het formulier in. Schrijf netjes en duidelijk. 1 2 3 4 5
Schrijf je achternaam op de eerste regel. Schrijf je voornaam op de tweede regel. Schrijf je woonplaats op de derde regel. Schrijf je telefoonnummer op. Schrijf je e-mailadres op. Tip: je mag ook een e-mailadres verzinnen. 6 Vul in hoe oud je bent. 7 Ben je een jongen of een meisje? Streep door wat niet goed is. Let op: de laatste vraag vul je nog niet in.
2
Welke sport vind jij leuk? 1 Zet een kruisje in het goede hokje. Ik sport graag...
Ik sport graag...
▢ alleen.
▢ met een bal.
▢ met anderen.
▢ zonder bal.
2 Lees welke sporten je bij VEWW kunt doen. ▢ voetbal
▢ tennis
▢ handbal
▢ fietsen
▢ paardrijden
▢ slagbal
▢ schaatsen
▢ zwemmen
3 Kies je favoriete sport uit de lijst. Zet er een kruisje voor. 4 Vul nu de laatste vraag van het formulier in.
77
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 77
12/01/2022 14:35
3
Ben je tevreden met je formulier? Lees je formulier na. En let daarbij op het volgende: 1 2 3 4
Heb je alles ingevuld? Is alles goed te lezen? Staat alles netjes op de lijntjes? Beginnen je naam en woonplaats met een hoofdletter?
Vul in of je wel of niet tevreden bent en waarom.
4
Wat weet je over jouw favoriete sport? Maak de woordspin. Schrijf jouw sport in het midden. Schrijf eromheen wat je erover weet.
78
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 78
12/01/2022 14:35
Hoofdstuk 4
Les 10
Taal verkennen Dit kan ik nog • Ik herhaal woorden voor mensen en dingen en doewoorden uit groep 3.
Dit kan ik nu • Ik herhaal verkleinwoorden.
Dit kan ik nog 1
Wat zie je op het plaatje? Vul vijf woorden voor dingen in.
2
Welk woord voor een mens, dier of ding past bij de zin? Let op: je houdt twee woorden over. Kies uit: de arts | het brood | de juf | de vos | de klok | de kaars | de laars 1 Hierop zie je hoe laat het is. 2 Dit dier heeft een zachte vacht. 3 Hoeveel sneetjes eet jij hiervan? 4 Hij maakt mij beter. 5 Dit houdt je voet droog.
79
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 79
12/01/2022 14:35
3
Welk doe-woord past in de zin? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: denkt | blaft | valt | klimt | trekt | stapt | vraagt aan zijn riem.
1 Boris de hond 2 ‘Wat is er?’,
zijn baasje.
3 Boris ziet een kat en
.
4 De kat 5 Boris
gauw in een boom. : bah, te laat!
Dit kan ik nu 1
Vul het verkleinwoord in het goede rijtje in. Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: boompje | kroontje | nestje | zoogdiertje | zocht je | vind je | zaadje -je
-tje
-pje
80
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 80
12/01/2022 14:35
2
Vul het verkleinwoord van het blauwe woord in. Let op: twee woorden hebben geen verkleinwoord. Zet daar een x. De toverdrank Een heks zat voor in de klas. Ze zat vlak bij de tafel van de juf. Ze had een toverdrank in een fles. De juf liep naar het bord. Snel deed de heks een paar druppels in haar koffie. Even later nam de juf een slok. Weet je wat er gebeurde? De juf zweefde heel langzaam naar boven. Na vijf minuten kwam ze weer keurig op de grond. Geloof je dit niet? Vraag het aan de heks, voordat ze wegvliegt op haar bezem.
3
Wat is het woord als het niet verkleind wordt? 1 het kleutertje 2 het petje 3 het driewielertje 4 het duimpje 5 het fietsje
81
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 81
12/01/2022 14:35
Hoofdstuk 3 en 4
Herhalen en toepassen 1
Hoeveel woorden weet jij? 1 Bedenk een letter. 2 Welk woord begint met die letter? 3 Noem om de beurt een woord met die letter. Weet je geen woord meer? Dan ben je af. Ga net zolang door totdat er één iemand overblijft. 4 Bedenk nu een nieuwe letter.
2
Wie is het snelst? 1 Pak allebei een leesboek. 2 Zoek vijf samenstellingen. 3 Vul de samenstellingen in. Kijk naar het voorbeeld. 4 Heb je er als eerste vijf? Dan heb je gewonnen! Voorbeeld: voetbal = voet + bal
82
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 82
12/01/2022 14:35
3
Wie is het snelst? 1 2 3 4
4
Pak allebei een leesboek. Zoek vijf verkleinwoorden. Vul de verkleinwoorden in. Heb je er als eerste vijf? Dan heb je gewonnen!
Welk woord moet in de zin? Het dikgedrukte woord staat in de verkeerde zin. Schrijf het goede woord erachter. 1 Ik schrik me een handje. – 2 Ik val bliksemhard op mijn knie. – 3 Even de handen uit de mouwen komen. – 4 Ik help je een hoedje. – 5 Ik moet keisnel naar school, het is al half negen! – 6 Het gaat voor elkaar steken. –
5
Wat betekent de zin? Vul de betekenis in. 1 Even de handen uit de mouwen steken
2 Het gaat voor elkaar komen.
83
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 83
12/01/2022 14:36
Hulp Zelfstandig naamwoord Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een mens, dier of ding. Namen schrijf je met een hoofdletter. mens
dier
ding
de tante
de hond
het hotel
Anna
Bello
hotel Duinzicht
Meer uitleg vind je in hoofdstuk 1 les 6.
Enkelvoud en meervoud, lidwoord Enkelvoud = één mens, dier of ding. Meervoud = meer dan één mens, dier of ding. Lidwoord = de, het en een. Voor het meervoud staat altijd de. de meester het hert
de meesters de herten
Meer uitleg vind je in hoofdstuk 2 les 6.
Samenstelling Een samenstelling krijg je als je twee of meer woorden aan elkaar plakt. de school + het plein = het schoolplein Meer uitleg vind je in hoofdstuk 3 les 6.
84
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 84
12/01/2022 14:36
Verkleinwoord Een verkleinwoord laat zien dat iets klein is. Voor een verkleinwoord staat altijd het. de muis de bakker het raam
het muisje het bakkertje het raampje
Meer uitleg vind je in hoofdstuk 4 les 6.
85
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 85
12/01/2022 14:36
Mijn pittige woorden woord
uitleg
86
TV_Taal_MAAT_G4_B2_H4.indd 86
1/02/2022 08:01
Mijn pittige woorden woord
uitleg
87
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 87
12/01/2022 14:36
Colofon Verhalen en leesteksten Hetty van den Berg Annemarie van den Brink Jørgen Hofmans Auteurs Hetty van den Berg Tamara van den Berg Jannie van Driel-Copper Irene Engelbertink Wies Gloudemans Jeannette Miś Cokky Stolze-van der Vegte Saskia Tromp-Lantman Gerda Verhey Anne Coos Vuurmans
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 0 666281 8 Versie 1.1 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort
Redactie Projectteam ThiemeMeulenhoff Vormgeving Flowdesign, Utrecht Opmaak Crius Group Beeldverwerving Eduardo media Illustraties De Boer illustraties / Michel de Boer Edith Stultiens (hoofdstukopeningen) Shutterstock Foto's Shutterstock Beeldbalie Wikimedia
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
88
TV_Taal_MAAT_G4_Blok2.indb 88
12/01/2022 14:36
Taal
Maat • Groep 4 Blok 2
9 789006 662818
Covers Taal_Maat_groep 4 v4 3
27/01/2022 11:36