Spelling
Groep 4
Blok
Naam
1
Woordpakket 2
Les 1
Woorden met eu en ui • Ik leer woorden schrijven met eu en ui.
Luisterwoorden de beuk de breuk de spreuk de dreun de steun de gleuf de keus
deugt kreukt leukst
de kluif de kluis de pruik de struik de trui de vuist het kruis
buigt sluipt
Let op! thuis
Schrijf het woord zoals je het hoort. eu/ui Voorbeeld 1 Zeg het woord zachtjes voor jezelf. 2 Hak het woord in klanken. 3 Schrijf voor elke klank de goede letter of letters op. Let op eu en ui. 4 Lees het woord nog een keer. Heb je het goed geschreven?
Let op! Thuis: je hoort /t/ aan het begin van het woord. Maar je schrijft thuis. Hulpje: bij jouw huis met een t ervoor ben je weer thuis.
16
1 Zeg het woord zachtjes voor jezelf: 2 Hak het woord in klanken: t-r-ui. 3 Schrijf voor elke klank de goede letter of letters op: trui.
1
Bekijk samen de woorden en de schrijfaanwijzing.
2
Hoor je eu of ui? 1 Leerling 1: kies een woord. Hak het woord in klanken. 2 Leerling 2: zeg het woord goed na. Vertel: hoor je eu of ui? Vul het woord in. 3 Doe dit met nog twee andere woorden. 4 Ruil om. Kies andere woorden. 5 Kijk samen na en verbeter.
3
Welk woord hoort bij het plaatje? Gebruik woorden uit het woordpakket.
17
4
Bedenk een elfje met thuis. 1 Gebruik woorden uit het woordpakket. 2 Op regel 1 is al thuis ingevuld. Voorbeeld: Juist! een dreun met je vuist deugt echt niet hoor deugniet! 1 2 3 4 5
18
thuis