DOCENTENOVERZICHT
TRAJECT | PEDAGOGISCH WERK
001 | DOCENTENOVERZICHT
Samenwerkingsopdrachten Module Methodisch handelen - hoofdstuk 1
1. Moduleoverzicht Onderdeel
001-SO1
001-SO2
Opdracht
Samenwerkingsopdracht 1
Samenwerkingsopdracht 2
Code
001-SO1
001-SO2
Titel
Rayan kiest met ondersteuning
Noa doet mee met ondersteuning
Niveau
3
4
Beroepscontext
Pedagogisch Professional - BSO
Gespecialiseerd pedagogisch professional
Groepsgrootte
4 studenten; 3 studenten is mogelijk
4 studenten
Tijd
26 minuten
30 minuten
Vaardigheidsdoel
Je kunt in een eenvoudige beroepssituatie een keuze binnen methodisch handelen onderbouwen met feitelijke informatie, een gegeven doel en de beroepscontext.
Je kunt in een eenvoudige beroepssituatie een keuze binnen methodisch handelen onderbouwen met feitelijke informatie, een gegeven doel en de beroepscontext.
Gedragsdoel
Je kunt in een eenvoudige beroepssituatie zorgvuldig, doelgericht en flexibel handelen met aandacht voor verschillende verklaringen, feedback en nieuwe informatie.
Je kunt in een eenvoudige beroepssituatie zorgvuldig, doelgericht en flexibel handelen met aandacht voor verschillende verklaringen, feedback en nieuwe informatie.
Primair werkproces
B1-K1-W3 - Volgt en monitort de ontwikkeling en het leren
B1-K1-W3 - Volgt en monitort de ontwikkeling en het leren
Profielkoppeling
P1-K1-W4 - Voert buitenschoolse activiteiten uit
P3-K1-W4 - Voert (specifieke) ontwikkelingsgerichte activiteiten uit
Eindproduct
Eén ingevulde besliskaart methodisch handelen met een gekozen en bijgestelde aanpak.
Eén ingevulde besliskaart methodisch handelen met een afgewogen en bijgestelde aanpak.
2. Niveauverschil Aspect
Niveau 3 - BSO
Niveau 4 - GPP
Informatie
Vier korte, concrete kaarten met voldoende informatie.
Vier bronnen met verschillende perspectieven en relevante onzekerheid.
Keuzeruimte
Eén duidelijk meest passende route.
Twee verdedigbare routes; studenten wegen voorwaarden en risico’s.
Beroepsverantwoordelijk heid
Uitvoeren binnen teamafspraken en toezicht op de groep.
Afstemmen, zelfstandigheid ondersteunen en effect op kind én groep bewaken.
Bijstellen
Eén concrete aanpassing na resultaat en feedback.
Meerdere belangen verbinden en ondersteuning gericht afbouwen.
Taal en steun
2F, expliciete stappen en zinsstarters.
3F, hogere informatiedichtheid en zelfstandiger redeneren.
© ThiemeMeulenhoff - Traject Pedagogisch Werk | 001
1
TRAJECT | PEDAGOGISCH WERK
DOCENTENOVERZICHT
3. Inzet BOL, BBL, BPV en gemende groep BOL: plan de opdracht direct na hoofdstuk 1. Gebruik de klassikale nabespreking om de koppeling tussen de vijf stappen en de beroepscontext te expliciteren. BBL: laat studenten na de modelcasus één overeenkomst met hun eigen werkplek benoemen. Houd het gezamenlijke eindproduct ongewijzigd. BPV: laat studenten een geanonimiseerde situatie meenemen en alleen de vijf onderdelen van de besliskaart vergelijken. Gebruik geen herkenbare persoonsgegevens. Gemengde groep: laat niveau-3- en niveau-4-groepen parallel werken en na afloop één verschil in zelfstandigheid, informatie of beroepsverantwoordelijkheid uitwisselen.
© ThiemeMeulenhoff - Traject Pedagogisch Werk | 001
2
DOCENTENHANDLEIDING
TRAJECT | PEDAGOGISCH WERK
001-SO2 | DOCENTENHANDLEIDING
Noa doet mee met ondersteuning Korte docentkaart Theorie
Module 001 - Methodisch handelen; hoofdstuk 1
Niveau en context
Niveau 4 - Gespecialiseerd pedagogisch professional
Groepsgrootte
4 studenten; 3 studenten is mogelijk
Tijd
30 minuten
Primair werkproces
B1-K1-W3 - Volgt en monitort de ontwikkeling en het leren
Secundaire koppeling
P3-K1-W4 - Voert (specifieke) ontwikkelingsgerichte activiteiten uit
Eindproduct
Een gezamenlijke routekaart met de vijf stappen, de vier kenmerken en een voorbeeld van systematisch handelen.
Doelen en bewijs Doel
Zichtbaar in de opdracht
Vaardigheidsdoel Je kunt aan de hand van een eenvoudige beroepssituatie toelichten hoe methodisch en systematisch handelen zichtbaar zijn.
Studenten vullen de vijf stappen in, koppelen de vier kenmerken en formuleren één zin over systematisch handelen.
Gedragsdoel Je kunt laten zien dat je doelgericht, planmatig en systematisch handelt binnen de PW-cyclus.
De groep volgt de afgesproken volgorde, maakt vooraf een plan en gebruikt kaart E bij evalueren en bijstellen voor Noa en de groep.
Samenwerkingsdoel Je kunt informatie delen, naar elkaar luisteren en samen tot één uitkomst komen.
Alle kaarten zijn besproken voordat de groep één gezamenlijke routekaart invult.
Didactische onderbouwing Deze opdracht is een gestructureerde, formatieve toepassing van heel hoofdstuk 1. De verschillende informatiekaarten maken de situatie gelaagd: studenten verbinden informatie over Noa, eerdere ondersteuning en de groep. Zij oefenen met het herkennen en toelichten van de vijf stappen, de vier kenmerken en systematisch handelen. De keuze uit aanpak A, B of C is alleen de invulling van de stap Een plan maken; de formele onderbouwing uit hoofdstuk 3 is nog geen vereiste. Kaart E maakt uitvoeren, evalueren, bijstellen en het cyclische karakter zichtbaar, met aandacht voor Noa én de groep.
Voorbereiding en materialen Voor de les
Print of deel één studentdocument per groep. Knip kaart A tot en met D uit en houd kaart E afgedekt.
Per groep
Vier informatiekaarten A-D, één kaart E en één gezamenlijke routekaart in het studentdocument.
© ThiemeMeulenhoff - Traject Pedagogisch Werk | 001
1
DOCENTENHANDLEIDING
TRAJECT | PEDAGOGISCH WERK
Lesroute Tijd
Fase
Studentactiviteit
Rol van de docent
3 min
Introductie
Luisteren naar doel, werkwijze en gezamenlijke afspraak.
Leg uit dat kaart E pas na stap 1 tot en met 3 wordt gegeven.
4 min
Eigen kaart
Kaart lezen en twee belangrijke gegevens markeren.
Deel de kaarten uit en bewaak dat studenten alleen hun eigen kaart lezen.
5 min
Informatie delen
Kaarten in eigen woorden samenvatten en stap 1 invullen.
Zorg dat alle kaarten aan bod komen.
8 min
Eerste drie stappen
Doel verbinden aan de route, aanpak kiezen en afspraken voor de uitvoering noteren.
Vraag welke stap de groep invult; geef geen voorkeursantwoord.
6 min
Nieuwe informatie
Kaart E verwerken, stap 4 en 5 invullen en kenmerken koppelen.
Laat studenten benoemen wat blijft en wat verandert voor Noa en de groep.
4 min
Nabespreking
De route en kenmerken kort toelichten.
Gebruik de drie nabespreekvragen.
Samenwerking organiseren Geef ieder groepslid één kaart. Bij drie studenten ontvangt één student twee kaarten en licht die in twee beurten toe. De groep kiest pas een aanpak nadat kaart A tot en met D zijn samengevat. Vraag tijdens het werken willekeurig aan een groepslid om één stap van de route toe te lichten.
Docentvragen tijdens het werken • Welke stap vullen jullie nu in en welke informatie hoort daarbij? • Waar zie je planmatig handelen en waar procesmatig handelen? • Wat maakt de werkwijze van Malik en zijn collega systematisch?
Verwachte uitkomst Onderdeel
Modelrichting
1. Beginsituatie en behoeften verkennen
Noa verlaat de groep na vijf en zeven minuten als meerdere kinderen tegelijk spelen. Zij zegt dat haar beurt niet altijd duidelijk is en dat het geluid te veel kan worden. Een kaart met stappen en beurten één voor één hielpen eerder; het team let ook op ze lfstandigheid en duidelijkheid voor de groep.
2. Een doel formuleren
Het doel helpt het team een plan te kiezen en later te vergelijken of Noa twaalf minuten deelneemt en zelf een korte pauze aangeeft.
3. Een plan maken
Aanpak A. De groep ziet op één kaart wie aan de beurt is. Noa krijgt een duidelijke start en een teken voor een pauze. Malik vermindert aanwijzingen; het team verdeelt het groepsoverzicht en spreekt aandachtspunten af.
4. Uitvoeren en begeleiden
De eerste keer doet Noa elf minuten mee, gebruikt zij het teken en keert zij terug. De tweede keer doet zij dertien minuten mee, maar wacht nog op Malik. Voor de groep is niet altijd duidelijk wie aan de beurt is.
5. Evalueren en bijstellen
De kaart en het teken blijven. Het team toont ook wie daarna komt, vermindert aanwijzingen en verdeelt het groepsoverzicht. Daarna volgt het dezelfde punten opnieuw.
Ook aanpak B is mogelijk als Noa daarna bij de groep aansluit; aanpak C past niet bij het doel.
© ThiemeMeulenhoff - Traject Pedagogisch Werk | 001
2
DOCENTENHANDLEIDING
TRAJECT | PEDAGOGISCH WERK
Vier kenmerken en systematisch handelen Begrip
Modelrichting
Doelgericht
Het afgesproken resultaat geeft richting aan het plan en aan de evaluatie.
Planmatig
Het team kiest vooraf een aanpak, taakverdeling en aandachtspunten.
Procesmatig
Het team volgt twee uitvoeringen en past de aanpak daarna gericht aan.
Bewust
Malik let op Noa's zelfstandigheid én het groepsoverzicht.
Systematisch
Het team gebruikt beide keren dezelfde aandachtspunten en vergelijkt de resultaten met hetzelfde doel.
Nabespreking • • •
Hoe hangen de vijf stappen in deze situatie met elkaar samen? Wat verandert door kaart E voor Noa en voor de groep? Hoe laat kaart E zien dat methodisch handelen cyclisch is?
Differentiatie Extra ondersteuning
Markeer per kaart één belangrijk gegeven en geef de vijf stapnamen op een los kaartje.
Taalsteun
Gebruik de zinsstarters en laat studenten één zin eerst mondeling oefenen.
Verdieping
Laat de groep één handeling aan twee kenmerken koppelen en het verschil toelichten.
BBL / BPV
Laat studenten een geanonimiseerde werkpleksituatie kort vergelijken met de vijf stappen.
Formatief gebruik De docent gebruikt de routekaart, de mondelinge toelichting en de nabespreking om te beoordelen of studenten de vijf stappen, de vier kenmerken en systematisch handelen voldoende herkennen en kunnen toelichten. De docent bepaalt op basis van het totale beeld welke uitleg of oefening nog nodig is.
© ThiemeMeulenhoff - Traject Pedagogisch Werk | 001
3
DOCENTENHANDLEIDING
TRAJECT | PEDAGOGISCH WERK
001-SO1 | DOCENTENHANDLEIDING
Rayan kiest met ondersteuning Korte docentkaart Theorie
Module 001 - Methodisch handelen; hoofdstuk 1
Niveau en context
Niveau 3 - Pedagogisch Professional - BSO
Groepsgrootte
4 studenten; 3 studenten is mogelijk
Tijd
30 minuten
Primair werkproces
B1-K1-W3 - Volgt en monitort de ontwikkeling en het leren
Secundaire koppeling
P1-K1-W4 - Voert buitenschoolse activiteiten uit
Eindproduct
Een gezamenlijke routekaart met de vijf stappen, de vier kenmerken en een voorbeeld van systematisch handelen.
Doelen en bewijs Doel
Zichtbaar in de opdracht
Vaardigheidsdoel Je kunt aan de hand van een eenvoudige beroepssituatie toelichten hoe methodisch en systematisch handelen zichtbaar zijn.
Studenten vullen de vijf stappen in, koppelen de vier kenmerken en formuleren één zin over systematisch handelen.
Gedragsdoel Je kunt laten zien dat je doelgericht, planmatig en systematisch handelt binnen het methodisch handelen
De groep volgt de afgesproken volgorde, maakt vooraf een plan en gebruikt kaart E bij evalueren en bijstellen.
Samenwerkingsdoel Je kunt informatie delen, naar elkaar luisteren en samen tot één uitkomst komen.
Alle kaarten zijn besproken voordat de groep één gezamenlijke routekaart invult.
Didactische opbouw Deze opdracht is een sterk gestructureerde, formatieve toepassing van heel hoofdstuk 1. De keuze uit aanpak A, B of C dient alleen als invulling van de stap Een plan maken; studenten oefenen nog niet met de formele onderbouwing uit hoofdstuk 3. Kaart E maakt uitvoeren, evalueren, bijstellen en het cyclische karakter zichtbaar. Door de verdeelde kaarten heeft ieder groepslid informatie die de groep nodig heeft.
Voorbereiding en materialen Voor de les
Print of deel één studentdocument per groep. Knip kaart A tot en met D uit en houd kaart E afgedekt.
Per groep
Vier informatiekaarten A-D, één kaart E en één gezamenlijke routekaart in het studentdocument.
© ThiemeMeulenhoff - Traject Pedagogisch Werk | 001
1
DOCENTENHANDLEIDING
TRAJECT | PEDAGOGISCH WERK
Lesroute Tijd
Fase
Studentactiviteit
Rol van de docent
3 min
Introductie
Luisteren naar doel, werkwijze en gezamenlijke afspraak.
Leg uit dat kaart E pas na stap 1 tot en met 3 wordt gegeven.
3 min
Eigen kaart
Kaart lezen en twee belangrijke gegevens markeren.
Deel de kaarten uit en bewaak dat studenten alleen hun eigen kaart lezen.
4 min
Informatie delen
Kaarten in eigen woorden samenvatten en stap 1 invullen.
Zorg dat alle kaarten aan bod komen.
8 min
Eerste drie stappen
Doel verbinden aan de route, aanpak kiezen en aandachtspunten noteren.
Vraag welke stap de groep invult; geef geen voorkeursantwoord.
8 min
Nieuwe informatie
Kaart E verwerken, stap 4 en 5 invullen en kenmerken koppelen.
Laat studenten benoemen wat zij behouden en wat verandert.
4 min
Nabespreking
De route en kenmerken kort toelichten.
Gebruik de drie nabespreekvragen.
Samenwerking organiseren Geef ieder groepslid één kaart. Bij drie studenten ontvangt één student twee kaarten en licht die in twee beurten toe. De groep kiest pas een aanpak nadat kaart A tot en met D zijn samengevat. Vraag tijdens het werken willekeurig aan een groepslid om één stap van de route toe te lichten.
Docentvragen tijdens het werken • • •
Welke stap vullen jullie nu in en welke informatie hoort daarbij? Waar zie je planmatig handelen en waar procesmatig handelen? Wat maakt de werkwijze van Evi systematisch?
Verwachte uitkomst Onderdeel
Modelrichting
1. Beginsituatie en behoeften verkennen
Bij drukte loopt Rayan weg. Hij zegt dat tegelijk praten kiezen moeilijk maakt. In een klein groepje met één korte voordoen stap bleef hij langer betrokken. De BSO kan een rustige, zichtbare plek gebruiken.
2. Een doel formuleren
Het doel helpt het team een plan te kiezen en later te beoordelen wat de uitvoering oplevert.
3. Een plan maken
Aanpak B. Evi biedt op de rustige zijtafel twee vertrouwde activiteiten aan, laat Rayan kiezen en doet alleen de eerste stap voor. Zij let op de tijd tot kiezen en de duur van de betrokkenheid.
4. Uitvoeren en begeleiden
Rayan kiest binnen twee minuten voor bouwen. Hij blijft zeven minuten bezig en loopt weg wanneer materiaal ontbreekt en hij niet weet hoe hij verder kan.
5. Evalueren en bijstellen
De rustige start en twee keuzes blijven. Het team zorgt vooraf voor voldoende materiaal en spreekt af dat Evi bij vastlopen één korte vraag of aanwijzing geeft. Daarna kijkt het team opnieuw hoelang Rayan betrokken blijft.
Aanpak A neemt de keuze te veel over. Aanpak C biedt bij het kiezen te weinig ondersteuning.
© ThiemeMeulenhoff - Traject Pedagogisch Werk | 001
2
DOCENTENHANDLEIDING
TRAJECT | PEDAGOGISCH WERK
Vier kenmerken en systematisch handelen Begrip
Modelrichting
Doelgericht
Het afgesproken resultaat geeft richting aan het plan en aan de evaluatie.
Planmatig
Het team kiest vooraf een aanpak en spreekt af waarop Evi let.
Procesmatig
Evi volgt wat er tijdens de uitvoering gebeurt en de aanpak wordt daarna aangepast.
Bewust
Evi laat Rayan zelf kiezen en neemt zijn zelfstandigheid niet onnodig over.
Systematisch
Evi gebruikt vaste aandachtspunten, legt de uitkomst vast en vergelijkt deze met hetzelfde doel.
Nabespreking • • •
Hoe hangen de vijf stappen in deze situatie met elkaar samen? Wat is in deze opdracht het verschil tussen planmatig en procesmatig handelen? Hoe laat kaart E zien dat methodisch handelen cyclisch is?
Differentiatie Extra ondersteuning
Markeer vooraf op iedere kaart één belangrijk gegeven en geef de vijf stapnamen al op een los kaartje.
Taalsteun
Laat studenten de zinsstarters uit het studentdocument gebruiken en eerst één zin mondeling oefenen.
Verdieping
Laat de groep één extra werkafspraak formuleren die het systematisch handelen versterkt.
BBL / BPV
Laat studenten één geanonimiseerde werkpleksituatie kort vergelijken met de vijf stappen.
Formatief gebruik De docent gebruikt de routekaart, de mondelinge toelichting en de nabespreking om te beoordelen of studenten de vijf stappen, de vier kenmerken en systematisch handelen voldoende herkennen en kunnen toelichten. De docent bepaalt op basis van het totale beeld welke uitleg of oefening nog nodig is.
© ThiemeMeulenhoff - Traject Pedagogisch Werk | 001
3
SAMENWERKINGSOPDRACHT
TRAJECT | PEDAGOGISCH WERK
001-SO2 | SAMENWERKINGSOPDRACHT
Noa doet mee met ondersteuning Herken de vijf stappen, de vier kenmerken en systematisch handelen. Namen
Datum
Klas
Groepsnummer
Theorie
Module 001 - Methodisch handelen; hoofdstuk 1
Niveau en context
Niveau 4 - Gespecialiseerd pedagogisch professional
Groepsgrootte
4 studenten; 3 studenten is mogelijk
Tijd
30 minuten
Werkproces
B1-K1-W3 - Volgt en monitort de ontwikkeling en het leren
Dit ga je oefenen Vaardigheidsdoel
Je kunt aan de hand van een eenvoudige beroepssituatie toelichten hoe methodisch en systematisch handelen zichtbaar zijn.
Gedragsdoel
Je kunt laten zien dat je doelgericht, planmatig en systematisch handelt binnen het methodisch handelen.
Samenwerkingsdoel
Je kunt informatie delen, naar elkaar luisteren en samen tot één uitkomst komen.
Wat gaan jullie doen? Jullie werken als team in een gespecialiseerde naschoolse groep van kindcentrum De Kade. Gespecialiseerd pedagogisch professional Malik ondersteunt Noa bij een gezamenlijke muziekactiviteit. Jullie delen de informatie uit de kaarten, vullen samen de vijf stappen in en bekijken wat nieuwe informatie verandert.
De beroepssituatie Noa is elf jaar en wil graag meedoen met de gezamenlijke muziekactiviteit. Toch verlaat zij de groep soms vroeg. Malik bereidt met de collega die de activiteit leidt een volgende uitvoering voor. Zij willen Noa ondersteunen en tegelijk het overzicht voor de hele groep bewaren. Het doel
Noa neemt met passende ondersteuning twaalf minuten deel aan de gezamenlijke muziekactiviteit en geeft aan wanneer zij een korte pauze nodig heeft.
Samenwerken Iedere student ontvangt één kaart A tot en met D. Vertel om de beurt in eigen woorden wat er op je kaart staat. Jullie kiezen pas een aanpak wanneer alle kaarten zijn besproken. Bij drie studenten ontvangt één student twee kaarten. Gezamenlijke afspraak
Kaart E blijft afgedekt. Vraag deze kaart pas aan de docent nadat stap 1 tot en met 3 van de routekaart zijn ingevuld.
© ThiemeMeulenhoff - Traject Pedagogisch Werk | 001
1
TRAJECT | PEDAGOGISCH WERK
SAMENWERKINGSOPDRACHT
Aan de slag 1. Bekijk je eigen kaart • • •
Lees alleen jouw informatiekaart. Onderstreep twee gegevens die helpen om de situatie te begrijpen. Bedenk bij welke stap van methodisch handelen jouw informatie kan horen.
2. Deel de informatie • • •
8 minuten
Maak bij stap 2 de zin over het doel af. Vergelijk aanpak A, B en C en kies samen één aanpak voor stap 3. Noteer bij stap 3 wat Malik en zijn collega vooraf afspreken.
Keuze
Mogelijke aanpak
A
Noa start direct in de groep van zes. Op één kaart ziet iedereen wie aan de beurt is. Noa krijgt de eerste beurt. Malik en Noa spreken een teken af voor een korte pauze. Malik vermindert zijn aanwijzingen zodra zij is gestart.
B
Noa bereidt vier minuten met één ander kind het eerste ritme voor. Daarna sluiten zij aan bij de groep. Op één kaart ziet iedereen wie aan de beurt is. Malik en Noa spreken ook een teken af voor een korte pauze. Malik kijkt of Noa daarna zonder het andere kind verder kan.
C
Noa doet de hele activiteit één-op-één met Malik in een andere ruimte. Zij neemt niet deel aan de muziekactiviteit met de groep.
4. Verwerk de nieuwe informatie • • •
5 minuten
Vat om de beurt jouw kaart in eigen woorden samen. Schrijf samen bij stap 1 vier belangrijke gegevens op. Lees het doel en bespreek waarom dit na stap 1 komt.
3. Vul de eerste drie stappen in • • •
4 minuten
6 minuten
Vraag kaart E aan de docent en lees deze samen. Vul met kaart E stap 4 en stap 5 van de routekaart in. Koppel daarna de vier kenmerken en maak de zin over systematisch handelen af.
© ThiemeMeulenhoff - Traject Pedagogisch Werk | 001
2
SAMENWERKINGSOPDRACHT
TRAJECT | PEDAGOGISCH WERK
Jullie resultaat Vul samen één routekaart in. Schrijf kort en gebruik de informatie uit de situatie en de kaarten. Stap
Jullie uitwerking
Schrijf vier belangrijke gegevens uit de kaarten op. 1. Beginsituatie en behoeften verkennen
Maak af: Het doel helpt het team om ... 2. Een doel formuleren
Gekozen aanpak: A / B / C Vooraf spreken Malik en zijn collega af: ... en ... 3. Een plan maken
Wat gebeurt er tijdens de twee uitvoeringen? Schrijf drie korte punten uit kaart E. 4. Uitvoeren en begeleiden
Wat werkt al? Wat passen Malik en zijn collega aan voor Noa en voor de groep? 5. Evalueren en bijstellen
De vier kenmerken Schrijf achter iedere handeling het juiste kenmerk. Gebruik elk kenmerk één keer: doelgericht, planmatig, procesmatig en bewust. Handeling
Kenmerk
Het doel bepaalt wat Malik en zijn collega willen bereiken.
Malik en zijn collega spreken vooraf af wie wat doet en waarop zij letten.
Tijdens de uitvoering volgen zij wat er gebeurt. Daarna passen zij de aanpak aan.
Malik stemt zijn ondersteuning af en denkt na over wat zijn handelen betekent voor Noa en de groep.
© ThiemeMeulenhoff - Traject Pedagogisch Werk | 001
3
SAMENWERKINGSOPDRACHT
TRAJECT | PEDAGOGISCH WERK
Systematisch handelen Maak de zin af Malik en zijn collega handelen systematisch doordat zij vooraf ...................................., tijdens beide uitvoering en .................................... en daarna .................................... Taalhulp Bij stap 1 zien we ... | Het doel helpt ... | Vooraf spreken Malik en zijn collega af ... | Tijdens de uitvoering ... | Voor de volgende keer ...
Succescriteria De opdracht is gelukt wanneer...
o o o o o
de vijf stappen zijn ingevuld met informatie uit de beroepssituatie en de kaarten; de gekozen aanpak bij stap 3 staat en kaart E is verwerkt bij stap 4 en 5; bij stap 5 duidelijk is wat verandert voor Noa en voor de groep; de vier kenmerken zijn gekoppeld en er één passende zin over systematisch handelen staat; alle kaarten zijn besproken en ieder groepslid één onderdeel kan toelichten.
Informatiekaarten A tot en met D Knip de kaarten uit of verdeel ze digitaal. Iedere student ontvangt één kaart. Vertel de informatie eerst mondeling; houd de andere kaarten afgedekt. KAART A
KAART B
Wat Malik heeft waargenomen
Wat Noa zelf zegt
Tijdens twee muziekactiviteiten met zes kinderen verlaat Noa de kring na vijf en na zeven minuten. Beide keren beginnen vlak daarvoor meerdere kinderen tegelijk te spelen. Malik ziet ook dat Noa naar de kaarten van andere kinderen kijkt. Zij start pas wanneer iemand haar een seintje geeft.
Noa zegt dat zij graag op de trommel speelt en bij de groep wil horen. Zij zegt: “Soms weet ik niet wanneer ik aan de beurt ben.” Op een ander moment zegt zij dat het geluid “ineens te veel” kan worden. Zij wil zelf kunnen aangeven wanneer zij kort op de rustige plek wil zitten.
KAART C
KAART D
Wat eerder resultaat gaf
Afspraken en mogelijkheden in de groep
Bij een kookactiviteit hielp een kaart met drie zichtbare stappen. Noa voerde toen meer handelingen zelfstandig uit. Wanneer een professional veel mondelinge aanwijzingen gaf, wachtte zij juist vaker af. In een ritmespel met drie kinderen bleef Noa veertie n minuten betrokken toen de beurten één voor één verliepen.
Aan de muziekactiviteit doen zes kinderen mee. Een collega leidt de activiteit; Malik ondersteunt en stemt veranderingen met haar af. In dezelfde ruimte is een rustige plek. De teamafspraak is dat kinderen niet vanzelf buiten de groep worden geplaatst. Ondersteuning wordt verminderd als dat kan. Voor alle kinderen moet duidelijk zijn wie aan de beurt is.
Nieuwe informatie - kaart E Voor de docent Houd kaart E afgedekt. Geef de kaart pas nadat de groep stap 1 tot en met 3 van de routekaart heeft ingevuld. KAART E
Wat gebeurt er bij twee uitvoeringen? De gekozen aanpak wordt twee keer uitgevoerd. De eerste keer doet Noa elf minuten mee. Zij gebruikt het afgesproken teken voo r een korte pauze en keert daarna terug. De tweede keer doet zij dertien minuten mee. Zij wacht nog vaak op een seintje van Mal ik voordat zij begint. Een kind zegt dat niet altijd duidelijk is wie daarna aan de beurt is, omdat Malik vooral op Noa let. Noa zegt dat de kaart helpt en dat zij ook wil zien wie na haar komt. De collega wil één duidelijk overzicht voor de hele groep en mind er aanwijzingen aan Noa.
© ThiemeMeulenhoff - Traject Pedagogisch Werk | 001
4
SAMENWERKINGSOPDRACHT
TRAJECT | PEDAGOGISCH WERK
001-SO1 | SAMENWERKINGSOPDRACHT
Rayan kiest met ondersteuning Herken de vijf stappen, de vier kenmerken en systematisch handelen. Namen
Datum
Klas
Groepsnummer
Theorie
Module 001 - Methodisch handelen; hoofdstuk 1
Niveau en context
Niveau 3 - Pedagogisch Professional - BSO
Groepsgrootte
4 studenten; 3 studenten is mogelijk
Tijd
30 minuten
Werkproces
B1-K1-W3 - Volgt en monitort de ontwikkeling en het leren
Dit ga je oefenen Vaardigheidsdoel
Je kunt aan de hand van een eenvoudige beroepssituatie toelichten hoe methodisch en systematisch handelen zichtbaar zijn.
Gedragsdoel
Je kunt laten zien dat je doelgericht, planmatig en systematisch handelt binnen het methodisch handelen.
Samenwerkingsdoel
Je kunt informatie delen, naar elkaar luisteren en samen tot één uitkomst komen.
Wat gaan jullie doen? Jullie werken als team op BSO De Speelbrug. Pedagogisch professional Evi wil Rayan helpen om na schooltijd een activiteit te kiezen en eraan deel te nemen. Jullie delen de informatie uit de kaarten, vullen samen de vijf stappen in en bekijken wat nieuwe informatie verandert.
De beroepssituatie Rayan is negen jaar. Na binnenkomst loopt hij vaak langs het activiteitenbord. Hij begint soms aan een activiteit, maar stopt snel. Evi bereidt met haar collega het volgende moment voor. Het team wil Rayan ondersteunen zonder de keuze volledig van hem over te nemen. Het doel
Rayan kiest met passende ondersteuning binnen vijf minuten een activiteit en blijft minimaal tien minuten betrokken.
Samenwerken Iedere student ontvangt één kaart A tot en met D. Vertel om de beurt in eigen woorden wat er op je kaart staat. Jullie kiezen pas een aanpak wanneer alle kaarten zijn besproken. Bij drie studenten ontvangt één student twee kaarten. Gezamenlijke afspraak
Kaart E blijft afgedekt. Vraag deze kaart pas aan de docent nadat stap 1 tot en met 3 van de routekaart zijn ingevuld.
© ThiemeMeulenhoff - Traject Pedagogisch Werk | 001
1
SAMENWERKINGSOPDRACHT
TRAJECT | PEDAGOGISCH WERK
Aan de slag 1. Bekijk je eigen kaart • • •
3 minuten
Lees alleen jouw informatiekaart. Onderstreep twee gegevens die helpen om de situatie te begrijpen. Bedenk bij welke stap van methodisch handelen jouw informatie kan horen.
2. Deel de informatie • • •
4 minuten
Vat om de beurt jouw kaart in eigen woorden samen. Schrijf samen bij stap 1 drie belangrijke gegevens op. Lees het doel en bespreek waarom dit na stap 1 komt.
3. Vul de eerste drie stappen in • • •
8 minuten
Maak bij stap 2 de zin over het doel af. Vergelijk aanpak A, B en C en kies samen één aanpak voor stap 3. Noteer bij stap 3 waarop Evi tijdens de uitvoering let.
Keuze
Mogelijke aanpak
A
Evi kiest de bouwactiviteit voor Rayan. Zij blijft tien minuten naast hem zitten en vertelt steeds wat zijn volgende stap is.
B
Evi ontvangt Rayan aan de rustige zijtafel. Zij biedt twee vertrouwde activiteiten aan, laat hem kiezen, laat de eerste stap zien en neemt daarna meer afstand.
C
Evi vraagt Rayan in de leeshoek te wachten totdat hij zonder hulp heeft bedacht wat hij wil doen.
4. Verwerk de nieuwe informatie • • •
8 minuten
Vraag kaart E aan de docent en lees deze samen. Vul met kaart E stap 4 en stap 5 van de routekaart in. Koppel daarna de vier kenmerken en maak de zin over systematisch handelen af.
© ThiemeMeulenhoff - Traject Pedagogisch Werk | 001
2
SAMENWERKINGSOPDRACHT
TRAJECT | PEDAGOGISCH WERK
Jullie resultaat Vul samen één routekaart in. Schrijf kort en gebruik de informatie uit de situatie en de kaarten. Stap
Jullie uitwerking
Schrijf drie belangrijke gegevens uit de kaarten op. 1. Beginsituatie en behoeften verkennen Maak af: Het doel helpt het team om ... 2. Een doel formuleren
3. Een plan maken
Gekozen aanpak: A / B / C Evi let tijdens de uitvoering op: ... en ...
Wat gebeurt er bij de eerste uitvoering? Schrijf twee korte punten uit kaart E. 4. Uitvoeren en begeleiden
Wat werkt al? Wat past het team aan voor de volgende keer? 5. Evalueren en bijstellen
De vier kenmerken Schrijf achter iedere handeling het juiste kenmerk. Gebruik elk kenmerk één keer: doelgericht, planmatig, procesmatig en bewust. Handeling
Kenmerk
Het doel bepaalt wat het team wil bereiken. Het team spreekt vooraf af welke aanpak Evi uitvoert en waarop zij let. Evi kijkt wat er tijdens de uitvoering gebeurt. Daarna past het team de aanpak aan. Evi laat Rayan zelf kiezen, omdat zij de keuze niet van hem wil overnemen.
Systematisch handelen Maak de zin af Evi handelt systematisch doordat zij vooraf .................................................... en daarna ....................................................
Taalhulp Bij stap 1 zien we ... | Het doel helpt ... | Vooraf spreken Evi en haar collega af ... | Tijdens de uitvoering ... | Voor de volgende keer ...
Succescriteria De opdracht is gelukt wanneer...
o o o o o
de vijf stappen zijn ingevuld met informatie uit de beroepssituatie en de kaarten; de gekozen aanpak bij stap 3 staat en kaart E is verwerkt bij stap 4 en 5; de vier kenmerken aan de juiste handelingen zijn gekoppeld; er één passende zin over systematisch handelen staat; alle kaarten zijn besproken en ieder groepslid één onderdeel kan toelichten.
© ThiemeMeulenhoff - Traject Pedagogisch Werk | 001
3
SAMENWERKINGSOPDRACHT
TRAJECT | PEDAGOGISCH WERK
Informatiekaarten A tot en met D Knip de kaarten uit of verdeel ze digitaal. Iedere student ontvangt één kaart. Vertel de informatie eerst mondeling; houd de andere kaarten afgedekt. KAART A
KAART B
Wat Evi heeft waargenomen
Wat Rayan zelf aangeeft
Op drie middagen loopt Rayan weg zodra meerdere kinderen tegelijk bij het activiteitenbord staan. In de grote speelruimte begint hij achter elkaar aan twee activiteiten. Hij stopt na drie of vier minuten. Evi ziet dat hij bij het bord om zich heen kijkt en zijn handen voor zijn oren houdt wanneer kinderen hard praten.
Rayan zegt tegen Evi: “Als iedereen tegelijk praat, weet ik niet wat ik moet kiezen.” Hij vertelt dat hij graag beweegt en bouwt. Op de vraag of hij liever alleen wil zijn, zegt hij: “Nee, maar ik wil wel eerst rustig kunnen kijken.”
KAART C
KAART D
Wat eerder resultaat gaf
Afspraken en mogelijkheden op de BSO
Tijdens een bouwactiviteit met drie kinderen bleef Rayan twaalf minuten betrokken. Een collega liet hem toen alleen de eerste stap zien. Bij tafelvoetbal met zes kinderen stopte hij na vier minuten. De collega noteerde dat Rayan daarna opnieuw langs het activiteitenbord liep.
Er zijn die middag twee pedagogisch professionals. Eén professional houdt ook toezicht op het buitenspelen. Naast de grote ruimte staat een rustige zijtafel die vanuit de groep zichtbaar is. De teamafspraak is: bied kinderen een overzichtelijke keuze, maar beslis niet alles voor hen. Ook de andere kinderen moeten voldoende begeleiding houden.
Nieuwe informatie - kaart E Voor de docent Houd kaart E afgedekt. Geef de kaart pas nadat de groep stap 1 tot en met 3 van de routekaart heeft ingevuld. KAART E
Wat gebeurt er bij de eerste uitvoering? Evi gebruikt de rustige zijtafel en biedt twee activiteiten aan. Rayan kiest binnen twee minuten voor bouwen. Hij blijft zeven minuten bezig. Dan zijn de platte bouwstukken op. Rayan zegt: “Ik wilde een brug maken, maar nu weet ik niet verder.” Hij loopt weg. De collega zegt: “De rustige start en twee keuzes hielpen. We hadden alleen niet afgesproken wat we doen wanneer hij tijdens de activiteit vastloopt.”
© ThiemeMeulenhoff - Traject Pedagogisch Werk | 001
4