Skip to main content

Pit Leerwerkschrift Taal groep 8 Basis, blok 3

Page 1

Groep 8

Blok

3

Een hit TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 1

12/04/2022 11:29


TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 2

12/04/2022 11:29


Taal

Basis • Groep 8 • Blok 3 Hoofdstuk 5 en 6 Antwoorden

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 1

12/04/2022 11:29


Pictoʼs Deze opdracht doe je als je tijd hebt. Deze opdracht doe je alleen. Deze opdracht doe je samen. Deze opdracht doe je in een groepje. Dit is een bewegingsopdracht. Deze opdracht schrijf je op een blaadje.

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 2

12/04/2022 11:29


Hoofdstuk 5

Hoe gaat het? ?⃝ Ik moet het nog leren.

Doelenkaart

⃝↑ Ik moet het nog oefenen. ⃝✓ Ik kan het!

Spreken en luisteren • Ik kan overleggen in een kleine groep (met rollen).

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan mijn mening geven en uitleggen.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan de hoofdgedachte in een luistertekst benoemen.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan een luistertekst samenvatten.

?⃝

⃝↑

⃝✓

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan voorspellen waar een tekst over gaat.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan hoofd- en bijzaken onderscheiden.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan een instructietekst herkennen.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik weet wat ik kan doen als ik een woord niet begrijp.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan een schematische tekening begrijpen.

?⃝

⃝↑

⃝✓

?⃝

⃝↑

⃝✓

?⃝

⃝↑

⃝✓

Woordenschat • Ik ken de betekenis van 45 nieuwe woorden.

Lezen

Taal verkennen • Ik kan zinnen met ‘het’ en ‘er’ ontleden.

Schrijven • Ik kan een aanvraagformulier invullen.

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 3

12/04/2022 11:29


Hoofdstuk 5

Les 1 Kijkwoorden

het atelier

de aula

de borstkas

Spreken en luisteren • Ik leer overleggen in een kleine groep. • Ik leer mijn mening geven en uitleggen.

Woordenschat • Ik leer de betekenis van 20 nieuwe woorden.

Leeswoorden

afmatten: heel erg moe maken; uitputten Yourek hijgt en puft, want hij is helemaal afgemat. authentiek: echt; geen namaak Het moet er authentiek uitzien, alsof we niet geoefend hebben. complex: ingewikkeld Het is een complexe taak: zo verslag doen dat de luisteraars het voor zich zien. synchroon: gelijktijdig Alle leerlingen moeten synchroon zingen. uit volle borst zingen: heel hard en enthousiast zingen Op het einde moet iedereen uit volle borst ‘La di di, la di da’ zingen.

Weetwoorden het trommelvlies

belast zijn met de generale repetitie de kramp minutieus de reportage spiksplinternieuw

stabiel de stortbak (wc) sussen het tenue over zijn toeren zijn

4

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 4

12/04/2022 11:29


Een hit

1

Bekijk de afbeelding en lees de titel van het verhaal.

5

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 5

12/04/2022 11:29


2

Beantwoord de vragen. 1 Weet je wat een record is?

2 Wat gaat Sam proberen, denk je?

3

Luister en kijk naar het verhaal.

4

Overleg in een groepje welk record jullie het gekst vinden. Bereid het gesprek voor. 1 Bedenk eerst wat jij het gekste record vindt en waarom. Kies uit: a het grootste gewicht getild door een tong (12,5 kg). b de snelste tijd om in een koffer met rits te kruipen (5,43 sec). c het luidste spinnen van een kat (67.7 dB, ongeveer het geluid van een stofzuiger). d de meeste lepels balancerend op het gezicht (17). 2 Schrijf met een paar woorden je mening op (Waarom vind jij dit record het gekst?) en je argumenten (Waarom vind je dat?). Gebruik woorden als Mijn mening is…, Dat vind ik omdat…, Ten eerste…, enzovoort. Ik kies:

3 Maak afspraken over de rolverdeling tijdens het gesprek: voorzitter, tijdbewaker, verslaggever.

6

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 6

12/04/2022 11:29


5

Welk record vinden jullie het gekst? Praat erover met je groepje. 1 Vertel aan je groepje wat jij het gekste record vindt en waarom. Probeer de anderen te overtuigen met je argumenten. Luister ook goed naar de argumenten van de anderen. Misschien verander je van mening. 2 De verslaggever schrijft op welk record het groepje het gekst vindt en wat de argumenten daarvoor zijn.

6

Samen praten Zorg dat iedereen aan bod komt. Luister naar elkaar. Let op je gesprekspartners: kijk ze aan als je praat; let erop of ze begrijpen wat je zegt; willen zij ook iets zeggen?

Ken je nog andere records? 1 Schrijf er een paar op.

2 Wat voor record zou jij zelf neer willen zetten? Wat kun jij goed?

7

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 7

12/04/2022 11:29


Hoofdstuk 5

Les 2 1

Spreken en luisteren • Ik leer de hoofdgedachte uit een luistertekst halen. • Ik leer een luistertekst samenvatten.

Woordenschat • Ik oefen de betekenis van de 20 woorden uit les 1.

Wat zijn de belangrijke woorden? 1 Je gaat luisteren naar een tekst over lipdubs. 2 Straks moet je de hoofdgedachte van deze tekst opschrijven en er een samenvatting van maken. Schrijf tijdens het luisteren belangrijke woorden op. Die woorden heb je nodig voor de samenvatting.

2

Lees de zinnen. 1 Kies de zinnen die belangrijk zijn in de tekst. ▢ Een lipdub wordt gemaakt door een groep mensen te filmen die een liedje aan het meezingen of playbacken zijn. ▢ Er komt steeds een nieuwe persoon in beeld die een stukje van de clip speelt. ▢ Lipdubs zijn erg populair geworden met de komst van websites als YouTube. ▢ Misschien kun je eens opzoeken wat de records op dit moment zijn.

2 Wat is de hoofdgedachte van de tekst?

8

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 8

12/04/2022 11:29


3

Vat de tekst samen. Vul de belangrijkste informatie in. Gebruik de woorden die je bij opdracht 1 hebt ingevuld en de belangrijke zinnen uit opdracht 2.

4

Welk woord past in de zin? Kies uit: over haar toeren | tenue | kramp | minutieus | sust | complexe | spiksplinternieuw | borstkas | stabiel 1 Sylvie zit op turnen. Vandaag heeft ze een wedstrijd. 2 Sylvie heeft van de club een 3 Ze heeft voorbereid.

gekregen. een

oefening op de balk

4 Na de afsprong moet ze haar

ver vooruit steken en zo

mogelijk blijven staan. 5 Maar ineens krijgt ze 6 Ze is helemaal

in haar voet. , maar de trainster

haar:

‘De rest ging prima; je hebt het uitstekend gedaan.’

9

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 9

12/04/2022 11:29


5

Vul de puzzel in. 1 2 3 4 5 6 7 8 9

gelijktijdig geen namaak de generale... ingewikkeld werkruimte van een kunstenaar gelijkmatig en rustig grote zaal in de school uit volle borst... ... zijn met een zware taak

1

y

s 2

u

a

3

5

t

t

r

e

4

c

x

6

s

l

e 7

l

a

8 9

b

Wat lees je van boven naar beneden in de gekleurde vakken? Van het maken van de lipdub wordt een

6

gemaakt voor JWMW.

Wat kun je allemaal synchroon doen? Welke dingen kunnen complex zijn? Vul zo veel mogelijk dingen in. synchroon

complex

10

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 10

12/04/2022 11:29


Hoofdstuk 5

Les 3

Woordenschat • Ik leer de betekenis van 15 nieuwe woorden.

Lezen • Ik leer voorspellen waar een tekst over gaat. • Ik leer hoofd- en bijzaken onderscheiden.

Kijkwoorden

Leeswoorden

de emoe

het certificaat: een officieel papier waarop staat dat iets echt of waar is Als je recordpoging is goedgekeurd en succesvol is, krijg je een certificaat van Guinness. de corruptie: het aannemen van geld om dingen te doen die verboden zijn Als een controleur stiekem geld aanneemt, is dat corruptie en dat wordt bestraft.

het flosdraad

zich identificeren: officieel laten zien wie je bent Met je paspoort kun je je identificeren. maatregelen treffen: besluiten hoe iets wordt opgelost of veranderd Als je vals speelt, worden er maatregelen getroffen en mag je niet meer meedoen.

het legitimatiebewijs

omkopen: geld of cadeaus geven zodat iemand iets doet wat niet mag, maar wel in jouw voordeel is De controleurs zijn heel eerlijk en laten zich niet omkopen.

Tip

Weetwoorden de tapir

akkoord gaan met de krachtmeting mensonwaardig het misbruik de nicotine registreren

Je woordenschat uitbreiden. Hoe snel jij je woordenschat uitbreidt, hangt van jou af. Als je nieuwe woorden leren belangrijk vindt, let je erop en onthoud je ze ook beter. Je kunt altijd en overal nieuwe woorden leren: je pikt nieuwe woorden op voor concrete dingen die je ziet en voor abstracte zaken, zoals gevoelens of kenmerken.

11

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 11

12/04/2022 11:29


Iedereen beroemd Veel mensen willen beroemd worden, maar hebben eigenlijk geen bijzonder talent. Voor die mensen biedt het Guinness Book of World Records uitkomst. Je kunt het zo gek niet bedenken, of er valt wel een record te verbreken.

Guinness World Records begon ooit in 1951 als een wild idee van Sir Hugh Beaver, toen directeur van de Guinness-brouwerij. Nu is het hét merk voor wereldrecords. Overigens is het boek zelf recordhouder als het bestverkochte boek ooit! In het recordboek staan vooral menselijke records vermeld. Het bevat zowel serieuze krachtmetingen, zoals gewichtheffen, als grappige records, zoals de langste wandeling met een tapir of emoe, met de meeste mensen synchroon tanden schoonmaken met flosdraad of het record fittingen indraaien in één uur. Jaarlijks wordt voor het boek een selectie gemaakt uit een enorm aantal records. Eet- en drinkrecords worden niet meer opgenomen, omdat die mensonwaardig zijn en ze te veel schade berokkenen. Zo zijn bij sigarettenrookrecords verscheidene vergiftigingsgevallen door nicotine geweest. Zo kun je meedoen Voor alle recordpogingen gelden de volgende uitgangspunten. Een record moet: – te meten zijn, zoals de grootste, snelste, zwaarste, meeste. – te verifiëren zijn, dus kun je het bewijzen? – te verbreken zijn, door een ander. – slechts één aspect meten, dus niet de snelste langste, maar de snelste of de langste. 1. Aanmelden van een nieuw of een te breken record Registreren van nieuwe recordpogingen kun je online doen op de website. Vul al je gegevens nauwkeurig in. Om je te identificeren, moet je een kopie van je legitimatiebewijs meesturen. Onvolledige aanvragen worden niet in behandeling genomen. Als Guinness akkoord gaat met je aanmelding, ontvang je een informatiepakket met de richtlijnen voor de recordpoging die je wilt gaan doen. Ook ontvang je de eisen voor echtheid en betrouwbaarheid. 2. Kosten Aanmelden is gratis. Iedereen kan een poging wagen om een vermelding te krijgen in het Guinness Book of World Records. Wil je echter dat een van de controleurs aanwezig is bij je poging, dan worden daar kosten voor in rekening gebracht. 3. Afwikkeling Na je recordpoging stuur je het complete bewijspakket naar het kantoor in Londen. Guinness heeft altijd de controle over het beoordelen van de geldigheid van je recordpoging. Pas als je poging als betrouwbaar en succesvol is beoordeeld, krijg je een officieel Guinness World Records-certificaat toegestuurd. Ter kennisgeving De controleurs van Guinness zijn niet om te kopen. Tegen misbruik van de merknaam en corruptie worden onmiddellijk juridische maatregelen getroffen.

Tip 1

Bekijk de tekst en het plaatje. Let op de titel en de kopjes.

Woordenschat en tekstbegrip Begrijp je een alinea niet goed? Lukt het niet om in je eigen woorden de alinea samen te vatten of de belangrijkste zin(nen) te kiezen? Kijk dan welke woorden of woordgroepen je moeilijk vindt. Zoek ze op in een (digitaal) woordenboek. Dan lukt het daarna vast wel!

12

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 12

12/04/2022 11:29


2

Beantwoord de vragen. 1 Wat voor soort tekst is het? 2 Waar zal de tekst over gaan, denk je?

3 Wat weet je al over dit onderwerp?

4 Voor wie is de tekst bedoeld, denk je?

3

Lees de tekst Iedereen beroemd.

4

Beantwoord de vragen. 1 Wat wordt duidelijk gemaakt met de titel ‘Iedereen beroemd’?

2 Welke woorden herken je in mensonwaardig en krachtmeting?

3 Waarom worden niet alle records opgenomen in het recordboek, denk je?

4 In de tekst staan hoofdzaken en bijzaken. De titel en de kopjes zijn in elk geval belangrijk. Onderstreep die in de tekst. 5 Onderstreep of markeer per alinea de hoofdzaken. Als je alle hoofdzaken achter elkaar zet, heb je een samenvatting van de tekst gemaakt.

13

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 13

12/04/2022 11:29


5

Welk woord past bij de zin? Let op de vetgedrukte woorden. Kies uit: zich identificeren | akkoord gaan met | het legitimatiebewijs | het misbruik | maatregelen treffen 1 Soms moet je officieel laten zien wie je bent.

2 Dat kan bijvoorbeeld met een paspoort. 3 Men probeert ervoor te zorgen dat een paspoort niet makkelijk kan worden vervalst.

4 Volwassenen moeten het goed vinden dat hun vingerafdruk in het paspoort staat. Sommige mensen weigeren dat. 5 Ze zijn bang dat er iets verkeerds gedaan wordt met hun vingerafdruk.

6

Maak een woordspin met zich identificeren. Vul er zo veel mogelijk woorden omheen in.

zich identificeren

14

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 14

12/04/2022 11:29


Hoofdstuk 5

Les 4

Woordenschat • Ik oefen de betekenis van 10 nieuwe woorden en van de woorden uit les 3.

Lezen • Ik leer een instructietekst herkennen. • Ik leer wat ik kan doen als ik een woord niet begrijp. • Ik leer een schematische tekening begrijpen.

Maak je eigen lipdub!

Een lipdub is een clip waarin je met een aantal mensen een lied playbackt. Het maken van een lipdub is een superleuk proces. 1 Kies een lied en regel een grote groep kinderen. 2 Maak een overzichtelijk en compleet storyboard in plaatjes of maak een plattegrond met aanwijzingen. Stippel de route uit, nummer de locaties, rangschik alles. 3 Ontwerp een set, zorg voor geluid, licht, een camera en regie. 4 Repetities leveren een extra goed resultaat op. 5 De opname wordt in één take genomen op de locatie waar de lipdub plaatsvindt. 6 Zorg dat iedereen op de hoogte is van zijn beurt. Zet de muziek redelijk hard, zodat iedereen goed kan meezingen. Laat ze er zo nu en dan van die té gekke danspasjes bij maken! 7 Tijdens de montage vervang je het geluid en 1 schrap je de bloopers.

hoe iets zich ontwikkelt; voortgang om iets te bereiken plannen; vooraf bedenken hoe het zal worden of hoe het zal lopen in een bepaalde volgorde zetten weten van behoorlijk; nogal

2

3 4

1

Lees de tekst Maak je eigen lipdub!

2

Beantwoord de vragen. 1 Wat voor soort tekst is het?

2 Wanneer heb je deze tekst nodig?

15

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 15

12/04/2022 11:29


3 Wat kun je het beste doen, als je een woord niet begrijpt? ◯ Overslaan en verder lezen. ◯ Nagaan of het woord belangrijk is om de tekst te begrijpen. 4 Van welk woord is de betekenis niet zo belangrijk voor het begrijpen van de tekst? ◯ repetities ◯ playbackt ◯ redelijk 5 Het woord 'storyboard' is belangrijk om de tekst te begrijpen. Je kunt de betekenis vinden door: ◯ het op te zoeken. ◯ naar het plaatje te kijken. ◯ verder of terug te lezen. ◯ het aan iemand te vragen. 6 Wat is de betekenis van storyboard?

3

Kijk naar het schematische plaatje bij de tekst. 1 Wat staat op de tekening afgebeeld? 2 Waarom staan er nummers in de tekening, denk je?

3 Wat geven de stippellijnen aan, denk je?

1

2

3 4

16

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 16

12/04/2022 11:29


4

Welk woord past bij de zin? Kies uit: op de hoogte zijn van | schrappen | plaatsvinden | redelijk | uitstippelen | het proces | rangschikken | nummeren | compleet 1 Er is vandaag een turnwedstrijd. 2 De kleuter moest de muntjes neerleggen van groot naar klein. 3 Ben jij bekend met de schoolregels? 4 Voor mijn feestje zet mijn vader een speurtocht uit. 5 De ANWB gaf elk paaltje op deze route een nummer. 6 Er ontbreekt gelukkig geen enkel puzzelstukje. 7 Wat te veel is in je tekst, moet je weghalen. 8 Het is vandaag best wel lekker weer. 9 Leren lezen is iets dat je stap voor stap onder de knie krijgt.

5

Welk woord past in de zin? Onderstreep het goede antwoord. 1 Als de typecursus af is, krijgt iedereen een 2 Het is verboden de jury met snoep

certificaat | legitimatiebewijs .

om te kopen | te sussen .

3 Tijdens de sportdag is er ook altijd een de leraren .

krachtmeting | reportage tussen de leerlingen en

4 Stiekem geld aannemen en dan iemand zijn zin geven is

corruptie | misbruik .

17

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 17

12/04/2022 11:29


6

Zoek in een boek vijf woorden die je niet kent. Ze moeten belangrijk zijn voor de tekst waar ze in staan. 1 Vul de woorden onder elkaar in. 2 Bedenk de betekenis met de stappen die je geleerd hebt. 3 Vul de betekenis achter de woorden in.

Ben jij al in beweging geweest? Wat heb je geoefend?

18

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 18

12/04/2022 11:29


Hoofdstuk 5

Les 5

Woordenschat Dit kan ik nog • Ik herhaal woorden uit blok 1.

Dit kan ik nu • Ik herhaal woorden uit les 1, 3 en 4.

Dit kan ik nog 1

Welk woord hoort bij de zin? Teken een lijn. Let op: je houdt twee antwoorden over. Een gebouw dat zo oud en bijzonder is dat het bewaard moet blijven.

•

•

de abri

•

het hunebed

•

de bestrating

Prehistorisch bouwwerk van grote stenen om iemand te begraven.

•

Open hokje waarin je droog staat als je bijvoorbeeld op de bus wacht.

•

•

de drukkerij

Werkplaats waar tekst en/of plaatjes op papier wordt gezet.

•

•

het monument

•

het manuscript

•

het klooster

Een gebouw waar monniken of nonnen wonen, die leven voor hun geloof.

•

19

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 19

12/04/2022 11:29


2

Vervang de vetgedrukte omschrijvingen in de zin door doelwoorden. Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: op last van | stel alles in het werk | verdacht | op heterdaad betrapt | pracht en praal | heb geen flauw idee | tot nader order 1 In de Ridderzaal zagen we veel mooie dingen die indruk maken. 2 Op bevel van de brandweer werd het gebouw gesloten. 3 De politie heeft de dief gesnapt toen hij met de misdaad bezig was.

4 Tot hij anders hoort moet deze boef nu in de politiecel zitten. 5 Ik weet helemaal niet hoe lang dit zal duren.

3

Welk woord past bij de omschrijving? Teken een lijn. Let op: je houdt twee antwoorden over. voor iets opzij gaan

•

naar een later tijdstip verplaatsen

•

iemand een bepaald idee geven, zonder het precies te zeggen

•

iets zien, horen, ruiken of voelen

•

waar je iets of iemand aan kunt herkennen

•

• • • • • • •

het kenmerk de schrijftechniek waarnemen uitstellen het conflict ontwijken suggereren

20

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 20

12/04/2022 11:29


Dit kan ik nu 1

Welk woord past in de zin? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: emoe | trommelvlies | borstkas | aula | tapir | flosdraad | atelier 1 Mijn broertje hoort niet goed en krijgt daarom een buisje in zijn 2 Een

.

heeft net als een olifant een slurf (maar wel een kleine).

3 De voorleeswedstrijd van school vindt plaats in de

.

4 In die dierentuin hebben ze geen struisvogels, maar wel een 5 Bij die jongen kun je de ribben in zijn

2

. erg goed zien.

Welk werkwoord hoort erbij? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: afmatten | registreren | zich identificeren | uit volle borst zingen | omkopen | maatregelen treffen | over zijn toeren zijn 1 actie ondernemen om iets op te lossen 2 heel hard en enthousiast zingen 3 officieel laten zien wie je bent 4 heel erg moe maken 5 geld of cadeaus geven om iemand iets te laten doen

3

Wat betekent ongeveer hetzelfde als de vetgedrukte woorden? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: overzichtelijk | plaatsvinden | rangschikken | compleet | op de hoogte zijn van | redelijk | het proces Weten jullie al dat er volgende maand een té gek muziekfestival gehouden wordt even buiten het dorp? De lijst met optredende bands is bijna af. De prijs van een toegangskaartje hebben we behoorlijk laag kunnen houden: tien euro. Wij zorgen voor een duidelijke plattegrond van het festivalterrein. weten:

behoorlijk:

gehouden wordt:

duidelijke:

af:

21

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 21

12/04/2022 11:29


Hoofdstuk 5

Les 6

Taal verkennen • Ik herhaal het ontleden van zinnen met ‘het’ en ‘er’.

Ontleden van zinnen met het Meestal is het een lidwoord en dus deel van een zinsdeel. Het meisje is lief. → het = lidwoord → het meisje = onderwerp Maar het kan ook een zinsdeel zijn. Dan is het meestal het onderwerp. Het waait. → het = onderwerp Het regent. Maar het kan als zinsdeel ook een lijdend voorwerp of soms een meewerkend voorwerp zijn. Ik geef het. → het = lijdend voorwerp Ik hoop het. Wat een goed werkstuk. Ik geef het een tien. → het = meewerkend voorwerp Ik nam contact op met het bedrijf. Ik mailde het mijn vraag.

Ontleden van zinnen met er In zinnen met er, kan er nooit het onderwerp zijn. Er zijn twee manieren om het onderwerp te vinden. 1 Je vraagt: wie of wat + gezegde + er? Er komt een storm. → wie of wat komt er? → onderwerp = een storm 2 Verander de zin. Maak er een zin van zonder er. Het onderwerp staat dan vooraan. Er komt een storm. → komt een storm → Een storm komt.

1

Bekijk het uitlegblokje.

22

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 22

12/04/2022 11:29


2

Lees wat Sam en Yourek zeggen. a b c d e f g

Sam: ‘Wat gebeurt er?’ Sam: 'Hoor je het?' Yourek: ‘Het regent.’ Sam: ‘Nee, het hagelt.’ Yourek: ‘Er komt vast ook onweer.’ Sam: ‘Ik zie hele grote hagelstenen!’ Yourek: ‘Misschien wordt er wel een record verbroken.’

1 Welke zinnen met het staan erin? 2 En welke zinnen met er? Maak van de zinnen met er een zin zonder er. Let op! Bij verandering van een vraagzin moet je het vraagwoord vervangen door iets of iemand!

3 Onderstreep met groen de persoonsvormen en met blauw het onderwerp in de zinnen van Sam en Yourek. 4 In welke zin is het een lijdend voorwerp?

3

Lees de tekst. 1 Kies de er-zinnen. ▢ Het is zover.

▢ Opeens klinkt er een kreet.

▢ Er wordt vandaag een hit opgenomen.

▢ Iedereen hoort het.

▢ Gelukkig is het mooi weer. ▢ Het gaat vast heel goed.

▢ Wat is er met hem? ▢ Het is niet erg: een beetje kramp in iemands tenen.

2 Maak van elke er-zin een zin zonder er. Let op! Bij verandering van een vraagzin moet je het vraagwoord vervangen.

23

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 23

12/04/2022 11:29


3 Onderstreep in alle zinnen de persoonsvorm met rood. 4 Onderstreep in alle zinnen het onderwerp met groen. 5 Onderstreep het met paars als het een lijdend voorwerp is.

4

Welke er-zinnen staan er in de tekst? 1 Onderstreep de er-zinnen in de tekst. 2 Maak van elke er-zin een zin zonder er. Schrijf de zinnen op. Sam en Yourek zijn in de studio van Radio Amerom. Sam zegt: ‘Er staat hier iets,’ en Yourek vraagt: ‘Wat staat er precies?’ Sam merkt op: ‘Er is iets gebeurd,’ en Yourek wil weten: ‘Wat is er dan gebeurd?’ Ineens roept Bert: ‘Het duurt te lang!’ en Sam en Yourek vragen tegelijk: ‘Wat duurt te lang?

5

Ontleed de zinnen. 1 Kleur de persoonsvorm rood. 2 Onderstreep het gezegde. 3 Kleur het onderwerp blauw.

6

1 Er staat hier iets.

4 Wat is er dan gebeurd?

2 Wat staat er precies?

5 Het duurt te lang!

3 Er is iets gebeurd.

6 Wat duurt te lang?

Zoek zinnen met 'het' en 'er'. 1 Zoek in boeken of tijdschriften naar zinnen met het en er. 2 Vul ze in. Vul achter alle zinnen het onderwerp in.

24

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 24

12/04/2022 11:29


Hoofdstuk 5

Les 7 1

Taal verkennen • Ik oefen het ontleden van zinnen met ‘het’ en ‘er’.

Lees de tekst. Beantwoord de vragen. En dan volgt nu het weer op radio Amerom: Het wordt vandaag aardig weer. Er drijven wel veel wolken over. Maar het blijft droog. Er staat weinig wind. Het wordt ongeveer 12 graden.

weer temperatuur

12°

neerslag

10 %

zonkans

20 %

windkracht

2

1 Verander de er-zinnen in zinnen zonder er.

2 Onderstreep in alle zinnen van de tekst de persoonsvorm met rood. 3 Onderstreep in alle zinnen van de tekst het onderwerp met groen. 4 Eén keer is het een lidwoord. Zet er een rondje om.

2

Lees de tekst. 1 2 3 4 5

Verander in je hoofd de er-zinnen in zinnen zonder er. Onderstreep in alle zinnen de persoonsvorm met rood. Onderstreep in alle zinnen het gezegde met blauw. Onderstreep in alle zinnen het onderwerp met groen. Twee keer is het een lidwoord. Zet er een rondje om.

1 Alle kinderen zijn op het plein. 2 Er klinkt een nummer van Lady Gigi. 3 Het is een rapnummer waar een stoere videoclip bij hoort. 4 Er wordt met het nummer een lipdub gemaakt. 5 Er worden te gekke danspasjes gedaan bij de libdub. 6 Het wordt gefilmd door de collega’s van de televisie. 7 Er wordt ook een reportage gemaakt voor JWMW. 8 Het gaat fantastisch!

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 25

25

12/04/2022 11:29


3

Wat zie je op het plaatje?

1 Maak drie zinnen met het en drie zinnen met er. Vul ze in. 2 Onderstreep in elke zin de persoonsvorm met rood en het onderwerp met groen. Zinnen met het: 1 2 3 Zinnen met er: 1 2 3 3 Heb je hierboven geschreven: ‘Het is lekker weer’? Welke zin met het als lijdend voorwerp kun je bedenken die daarna komt? Gebruik het werkwoord zeggen of denken. Het is lekker weer.

26

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 26

12/04/2022 11:29


4

Maak een weerrapport. Kijk naar buiten. Wat voor weer is het? 1 Schrijf in korte zinnen wat voor weer het is. Begin de zinnen met de woorden het en er. 2 Onderstreep in elke zin de persoonsvorm en het onderwerp.

Ben jij al in beweging geweest? Wat heb je geoefend?

27

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 27

12/04/2022 11:30


Hoofdstuk 5

Schrijven

Les 8

• Ik leer hoe ik een aanvraagformulier invul.

GUINNESS WORLD RECORDS Boven aan het formulier staat vaak wat het doel is. Een aanvraagformulier begint vaak met invulvelden voor je gegevens, dus waar je je naam, adres enzovoort moet invullen.

Soms staan er meerdere antwoorden en moet je een hokje (of soms meer) aanvinken. Soms moet je meer tekst schrijven of dingen toelichten.

Aanvraagformulier record Heer/mevrouw:

◯ heer

◯ mevrouw

Voorletters:

B.A.

Achternaam:

de Beste

Geboortedatum:

01-01-2002

Straat:

Recordplaats

Huisnummer:

1

Postcode:

1111 AB

Plaats:

Amerstad

Land:

Nederland

Telefoon:

06-12345678

E-mailadres:

bdebeste@amerstad.nl

Ik wil een:

◯ nieuw record vestigen ◯ bestaand record breken

Omschrijving van het record: touwtjespringen en ondertussen een voetbal koppen Het record wordt zo gemeten: een stopwatch en tellen

Soms moet je een zin afmaken.

Het bewijs van mijn record wordt geleverd door: controleurs Ik wil dat er een controleur aanwezig is bij de poging:

◯ ja

◯ nee

◯ Houd mij op de hoogte van nieuws over Guinness World Records. Ik stuur een kopie van mijn legitimatiebewijs mee. VERSTUUR

28

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 28

12/04/2022 11:30


1

Bekijk het formulier.

2

Beantwoord de vragen. 1 Wat is dit voor formulier?

2 Wie vult zo’n formulier in?

3 Hoe vul je dit formulier in?

3

4

Lees de informatie die Ben de Beste al heeft ingevuld.

Beantwoord de vragen. 1 Is het record dat Ben wil gaan halen nieuw? ◯ Ja, het is nieuw. ◯ Nee, het bestaat al.

2 Hoe zie je dat op het formulier?

Het record dat Ben wil breken, is ‘de meeste sprongen met een touw in één minuut, terwijl je een voetbal hooghoudt met het hoofd’. Dit wil hij laten meten door twee controleurs van Guinness World Records: de een houdt met een stopwatch bij wanneer de minuut voorbij is, de ander telt het aantal sprongen met het touw en controleert of Ben de voetbal ondertussen hooghoudt met zijn hoofd. Het bewijs wordt dus geleverd door deze controleurs.

3 Wil Ben op de hoogte gehouden worden van nieuws over Guinness World Records? Hoe weet je dat?

4 Denk je dat de organisatie van Guinness World Records genoeg heeft aan de informatie die Ben heeft ingevuld? Waarom wel of niet?

29

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 29

12/04/2022 11:30


5

Lees de tekst hiernaast. Beantwoord de vragen. 1 De omschrijving van het record op het aanvraagformulier moet kort, maar zo precies mogelijk zijn. Ben schrijft: touwtjespringen en ondertussen een voetbal koppen. Is dat precies genoeg, denk je? Hoe zou je het preciezer kunnen zeggen?

2 De organisatie wil weten hoe het record gemeten wordt. Ben schrijft: met een stopwatch en tellen. Is dat duidelijk genoeg, denk je? Hoe zou je het duidelijker kunnen zeggen?

3 Het bewijs van mijn record wordt geleverd door: Hier moet Ben een zin afmaken. Doet hij dat op de goede manier? Hoe zou je dit beter kunnen invullen?

6

Bedenk een reactie op het aanvraagformulier van Ben. De informatie die Ben geeft, is niet helemaal duidelijk en compleet. Vul een mail in namens de organisatie van Guinness World Records, waarin je duidelijk maakt wat je nog van hem wilt weten.

30

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 30

12/04/2022 11:30


31

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 31

12/04/2022 11:30


Hoofdstuk 5

Schrijven

Les 9 Boven aan het formulier staat vaak wat het doel is. Een aanvraagformulier begint vaak met invulvelden waar je je gegevens, zoals je naam, adres enzovoort moet invullen.

• Ik oefen het invullen van een aanvraagformulier.

Inschrijfformulier Wedden dat ik het kan?! Voornaam: Achternaam: Ik ben een:

◯ jongen

◯ meisje

Geboortedatum: Straat en huisnummer: Postcode: Woonplaats: Telefoonnummer: E-mail:

Soms staan er meerdere antwoorden en moet je een hokje (of soms meer) aanvinken. Soms moet je meer tekst schrijven en/of dingen toelichten. Soms moet je een zin afmaken.

Hobby’s:

Heb je eerder aan een televisieprogramma meegedaan? ◯ Ja, namelijk ◯ Nee Wat ga je doen:

Ik wil graag meedoen, omdat:

32

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 32

12/04/2022 11:30


1

Bekijk het formulier.

2

Vul het eerste deel van het formulier in. Vul je gegevens in: je voornaam tot en met je e-mailadres.

3

Vul het formulier verder in. 1 Schrijf bij Hobby’s maximaal drie hobby’s op. 2 Kruis een hokje aan bij Heb je eerder aan een televisieprogramma meegedaan? Als je ‘Ja’ hebt aangekruist, vul je daarna in aan welk tv-programma je al hebt meegedaan.

4

Bekijk het plaatje. Stel dat jij daarvoor het formulier invult. 1 Wat is de weddenschap, denk je?

2 Vul nu het antwoord in op de vraag Wat ga je doen? Denk eerst na over de manier waarop je het antwoord op deze vraag het beste kunt invullen.

5

Lees de laatste zin op het formulier. Vul het laatste invulveld in. Denk eerst na over de manier waarop je je antwoord het beste kunt invullen.

6

Lees het ingevulde formulier na en verbeter. 1 2 3 4 5

Heb je je naam en adresgegevens goed ingevuld? Heb je duidelijk antwoord gegeven op de vragen? Heb je op de goede manier antwoord gegeven? Staan er op de goede plek hoofdletters, punten en komma’s? Ben je niets vergeten in te vullen?

33

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 33

12/04/2022 11:30


7

Bedenk een reactie van de redactie. Maak een uitnodiging voor de opname van het programma. 1 Maak namens de redactie een e-mail aan jezelf. 2 Zorg dat in elk geval de volgende dingen in de mail staan: dat je mag komen – wanneer je moet komen (datum en tijd) – waar je moet zijn.

34

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 34

12/04/2022 11:30


Hoofdstuk 5

Les 10

Taal verkennen Dit kan ik nu • Ik herhaal het ontleden van zinnen met 'het' en 'er'.

Dit kan ik nog • Ik herhaal ontleden van een zin in zinsdelen uit blok 1.

Dit kan ik nog 1

Wat is de persoonsvorm, het gezegde en het onderwerp? 1 Verdeel elke zin in zinsdelen. Zet schuine strepen. 2 Onderstreep de persoonsvorm met rood, het gezegde met blauw en het onderwerp met groen. a Vorige week hebben wij de voetbalwedstrijd verloren. b Wij gaan binnenkort een keertje skaten in het park. c Waarom heb jij de afwas niet gelijk gedaan? d Zou jij willen helpen in de keuken? e Het meisje hoopte de eenden de stukjes brood te kunnen voeren.

2

Hoe heten de gekleurde zinsdelen? gezegde

onderwerp

lijdend meewerkend voorwerp voorwerp

ander zinsdeel

1 De burgemeester van Amerstad stelt vast dat de stad schoongemaakt moet worden.

◯

◯

◯

◯

◯

2 Een brainstorm moet nieuwe ideeën opleveren

◯

◯

◯

◯

◯

3 Alleen overdag zendt de radiozender muziek uit.

◯

◯

◯

◯

◯

4 Sam en Yourek stellen de hangjongeren allerlei vragen.

◯

◯

◯

◯

◯

35

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 35

12/04/2022 11:30


3

gezegde

onderwerp

lijdend meewerkend voorwerp voorwerp

ander zinsdeel

5 Ze hielden die interviews, omdat ze meer over hangjongeren wilden weten.

◯

◯

◯

◯

◯

6 Als kind had ik de behoefte om verhalen te schrijven.

◯

◯

◯

◯

◯

7 Mijn valkuil is dat ik het boek te snel af wil hebben.

◯

◯

◯

◯

◯

Ontleed elke zin. Doe het zo voor elke zin: 1 2 3 4 5 6 7

Zet schuine strepen tussen de zinsdelen. Onderstreep de persoonsvorm met rood. Onderstreep het onderwerp met groen. Onderstreep het gezegde met blauw. Onderstreep een lijdend voorwerp met paars. Kleur een meewerkend voorwerp met oranje. Nog een ander zinsdeel over? Onderstreep met zwart.

1 Die bekende auteur van kinderboeken bedenkt steeds nieuwe verhalen. 2 De kinderen willen haar boeken graag lezen. 3 Sam heeft Ralph een boek uitgeleend van deze schrijfster. 4 Na twee weken brengt hij het boek weer terug. 5 Soms doet hij veel langer over het lezen van een boek.

4

Bedenk hoe je ontleden uitlegt. Vul in. Stel je voor ... jij bent juf en je gaat uitleggen wat ontleden is. Je gebruikt daarvoor de voorbeeldzin: Ik geef mijn buurvrouw een mooie bos bloemen.

36

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 36

12/04/2022 11:30


Dit kan ik nu 1

Wat is het onderwerp? Vul het in achter de zin. 1 Er vindt morgen een leuke activiteit plaats. 2 Het gaat om een wedstrijd voor touringcars. 3 Er moet een bepaalde route afgelegd worden. 4 Er is een lastig parcours uitgestippeld. 5 Er komt ook een filmploeg van het journaal langs.

6 De regisseur van het journaal wil het morgen live uitzenden.

2

Wat is de persoonsvorm en het onderwerp? Onderstreep de persoonsvorm met rood en het onderwerp met groen. 1 Er was eens een troubadour. 2 Op een dag gebeurde er iets vreemds. 3 Er verdween een heel couplet uit zijn geheugen. 4 Er ontstond een doodse stilte. 5 Het duurde gelukkig maar een paar minuten.

3

Lees de tekst. Wat is het? Kies uit: lidwoord | onderwerp | lijdend voorwerp | meewerkend voorwerp 1 Vind je het niet ook heel bijzonder? 2 Het is me gewoon overkomen. 3 Ik heb het ritje met die limousine gewonnen. 4 Ik geef het een elf! 5 Zo leuk vond ik het! 6 Het was een enorme verrassing.

37

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 37

12/04/2022 11:30


TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 38

12/04/2022 11:30


Hoofdstuk 6

Hoe gaat het? ?⃝ Ik moet het nog leren.

Doelenkaart

⃝↑ Ik moet het nog oefenen. ⃝✓ Ik kan het!

Spreken en luisteren • Ik kan een opbouw voor een monoloog maken.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan letten op mijn stemgebruik en lichaamstaal tijdens het spreken.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan luisteren naar een instructietekst.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan vertellen wat ik van een instructietekst vind en waarom.

?⃝

⃝↑

⃝✓

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan een bijsluiter (instructietekst) herkennen.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan vragen stellen bij een bijsluiter.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan een verhaal in chronologische volgorde navertellen.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan een verhaal visualiseren.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik weet wat verwijswoorden zijn.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan verwijswoorden herkennen en gebruiken.

?⃝

⃝↑

⃝✓

?⃝

⃝↑

⃝✓

Woordenschat • Ik ken de betekenis van 45 nieuwe woorden.

Lezen

Taal verkennen

Schrijven • Ik kan een speurtocht (instructietekst) schrijven.

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 39

12/04/2022 11:30


Hoofdstuk 6

Les 1

Spreken en luisteren • Ik leer een opbouw voor een monoloog maken. • Ik leer letten op mijn stemgebruik en lichaamstaal.

Woordenschat • Ik leer de betekenis van 20 nieuwe woorden.

Kijkwoorden

Leeswoorden

de bivakmuts

het complot: geheim plan dat twee of meer mensen hebben Een actiegroep heeft een complot bedacht. Men zou de wedstrijd bewust saboteren. de entourage: de personen en de omgeving van een belangrijk iemand Wat een entourage heeft die wedstrijdschaatser mee. Er lopen wel vijf man achter hem aan.

de boord (schip)

de invasie: plotselinge inval van veel mensen Wat is het druk, hè? Het lijkt wel een invasie. het spektakel: evenement waar indrukwekkende dingen gebeuren en te zien zijn Er zijn veel journalisten die verslag uitbrengen van het spektakel.

de koers (richting)

het terrorisme: het gebruik van geweld om politieke doelen te bereiken. Er zou iets aan de hand zijn in Amerstad, mogelijk terrorisme.

Weetwoorden de portofoon

abnormaal dubben het ergste vrezen de kaper een kop als een boei krijgen de omroep

de omstander overslaan (stem); overslaande stem resoluut spraakmakend zich meester maken van

40

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 40

12/04/2022 11:30


De schaatswedstrijd

1

Bekijk de afbeelding en de titel.

41

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 41

12/04/2022 11:30


2

Beantwoord de vragen. 1 Wat hebben de haven en de wedstrijd met elkaar te maken?

2 Wat denk jij dat er aan de hand is?

3

Luister en kijk naar het verhaal.

4

Schrijf in kernwoorden je spreekbeurt op. Volg de stappen.

5

Houd je spreekbeurt in je groepje. 1 Houd om de beurt je spreekbeurt. Luister en kijk goed naar elkaar. Geef elkaar positieve tips. 2 Praat samen na over de spreekbeurten. Begreep iedereen de spreekbeurten? Keek de spreker iedereen goed aan? Gebruikte de spreker zijn stem goed?

Spreektip Let op je stemgebruik: spreek duidelijk en niet te snel of te langzaam. Let op je adem. Laat gerust even een stilte vallen. Kijk je publiek aan. Sta of zit rechtop. Zorg dat iedereen je kan zien en horen. Kies de goede toon. Vraag je publiek om reacties. En wees gewoon jezelf!

42

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 42

12/04/2022 11:30


6

Welke muziek past erbij? 1 Maak een lijst met verschillende situaties, bijvoorbeeld: het ontbijt, het avondeten, een feest, een luie zomerdag, in de auto. 2 Bedenk bij elke situatie welke muziek je zou willen horen.

43

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 43

12/04/2022 11:30


Hoofdstuk 6

Les 2

Spreken en luisteren • Ik leer gericht luisteren naar een instructietekst. • Ik leer vertellen wat ik van een instructietekst vind en waarom.

1

Bekijk het plaatje en luister naar het verhaal.

2

Beantwoord de vragen.

Woordenschat • Ik oefen de betekenis van de 20 woorden uit les 1.

1 Wat voor een soort tekst is dit?

2 Waar gaat de tekst over?

3

Bedenk de indeling van de tekst. 1 De tekst is ingedeeld in vier delen. Vul de onderdelen in. a De inleiding. b De c De d De 2 Wat betekent: kom op eigen gelegenheid?

44

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 44

12/04/2022 11:30


4

Wat vind je van de instructietekst? 1 Is de tekst duidelijk? Ik vind de tekst wel/niet duidelijk, want

2 Zou jij de opdrachten kunnen uitvoeren? Ja/nee, want

3 Zijn er dingen die je zou toevoegen? Ja, Nee, want

5

Zet de woorden in het goede rijtje. Kies uit: een kop als een boei krijgen | spraakmakend | de bivakmuts | het ergste vrezen | de kaper | abnormaal | het terrorisme | zich meester maken van | resoluut | met overslaande stem | de invasie

woorden die horen bij piraten

woordgroepen figuurlijk taalgebruik

bijvoeglijke naamwoorden

45

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 45

12/04/2022 11:30


6

Wat hoort bij elkaar? Teken een lijn. Er zijn indrukwekkende dingen te zien. Het was ontzettend druk op de kade. De actiegroep wil niet dat de schaatswedstrijd doorgaat. Iedereen praat over de verloren rugtas. De toeschouwers begonnen te juichen.

7

• • • • •

• • • • •

het complot spraakmakend het spektakel de omstanders de invasie

Welke omschrijving past in de zin? Onderstreep het goede antwoord. 1 De koers is: de richting | een rechte lijn | een wielerwedstrijd . 2 De entourage betekent: de bijzondere kleding | de personen en de omgeving van een belangrijk iemand | het grote evenement . 3 Dubben betekent:

drukken | twijfelen | uitgummen .

4 De boord betekent: de onderkant van een schip | de voorkant van een schip | de zijkant van een schip .

8

Maak een woordspin met het woord omroep. Vul er ten minste 4 woorden bij in.

de omroep

46

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 46

12/04/2022 11:30


Hoofdstuk 6

Les 3

Woordenschat • Ik leer de betekenis van 15 nieuwe woorden.

Lezen • Ik leer een bijsluiter (instructietekst) herkennen. • Ik leer vragen stellen bij een bijsluiter.

Kijkwoorden

Leeswoorden

de bloeddruk

afbouwen: langzaam verminderen tot niets Je moet het gebruik van het medicijn langzaam afbouwen. een aversie hebben tegen: geen zin hebben in Van dit medicijn kun je een aversie tegen eten krijgen.

de capsule

impulsief: als je plotseling en zonder nadenken iets doet Sommige kinderen met ADHD zijn impulsief en doen dingen zonder na te denken. nuttigen: eten en/of drinken Je moet het medicijn innemen tijdens het nuttigen van een maaltijd.

het doktersvoorschrift

stimuleren: beter laten verlopen, een goede invloed hebben op Dit medicijn kan de aandacht positief stimuleren, waardoor je beter kunt leren.

Weetwoorden de dosering

chaotisch concentreren emotioneel moedeloos riskeren het verschijnsel

Tip Woordenschat en tekstbegrip. Om een tekst te snappen, moet je 90% van de woorden in de tekst begrijpen. Begrijp je veel woorden in een tekst niet, dan kun je de betekenis niet uit de context afleiden. Dus moet je dan veel belangrijke woorden opzoeken.

47

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 47

12/04/2022 11:30


‘Yourek, ik kan mijn leesbril nergens vinden en de lettertjes van deze bijsluiter zijn zó klein. Wil jij hem even voorlezen?’ Natuurlijk doet Yourek dit voor zijn moeder. Maar als hij heeft gelezen welke bijwerkingen er allemaal kunnen zijn, had hij het liever niet gedaan.

Bijsluiter Methylfenidaat Lees de hele bijsluiter goed door, voordat je dit geneesmiddel gaat gebruiken. Er staat belangrijke informatie voor je in. Methylfenidaat is een opwekkend medicijn dat de aandacht en stemming positief kan stimuleren. Het wordt gebruikt voor de behandeling van narcolepsie, dat zich kenmerkt door aanvallen van onbedwingbare slaap die overdag plaatsvinden. Als iemand met narcolepsie erg emotioneel wordt, bijvoorbeeld bij lachen of schrikken, kan een slaapaanval uitgelokt worden. Methylfenidaat helpt ook tegen impulsief zijn, matig tot ernstig druk zijn, en afdwalende, losse gedachten hebben. Door Methylfenidaat worden patiënten met narcolepsie minder snel slaperig en kunnen ze zich beter concentreren. Kinderen krijgen zo een gemakkelijker schooldag, omdat slaapaanvallen voorkomen kunnen worden en de dag daardoor minder chaotisch verloopt. Methylfenidaat moet als onderdeel van een uitgebreid behandelprogramma worden gebruikt, in combinatie met andere vormen van behandeling, zoals therapie.

Effect De werking van de gewone tabletten begint na 1-2 uur en houdt 3-6 uur aan. Tabletten en capsules met verlengde afgifte (een langere werking) beginnen ook na 1-2 uur te werken en houden 8-12 uur aan.

Bijwerkingen Soms – Hoofdpijn. – Slapeloosheid, rusteloosheid. – Nervositeit. Zelden – Een aversie hebben tegen eten. – Duizeligheid. – Buikpijn, misselijkheid en diarree. – Hartkloppingen en verhoogde bloeddruk. – Extra prikkelbaarheid. – Sneller last van koude handen en voeten. – Bij langdurig gebruik groeien kinderen soms minder snel dan hun leeftijdsgenoten. – Droge mond. Hierdoor kunnen zich eerder gaatjes in je gebit ontwikkelen. – Verlies van spontaniteit. – Slaperigheid. – Spier- of gewrichtspijn, stijfheid en moeite met lopen en spreken. – Wazig zien, droge ogen, duizelingen en spierzwakte. Gebruik Neem de tabletten volgens doktersvoorschrift twee- tot driemaal daags in met een half glas water, het liefst tijdens het nuttigen van een maaltijd. Neem de laatste dosering niet later dan 4 uur voor het slapengaan, omdat je anders moeite kunt krijgen met inslapen. Je kunt niet in één keer stoppen met het medicijn. Je moet het gebruik in enkele dagen afbouwen. Als je plotseling stopt, riskeer je misselijkheid, trillen en beven. Ook kun je tijdelijk erg moedeloos of verward worden en de verschijnselen van narcolepsie kunnen in alle hevigheid terugkomen.

48

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 48

12/04/2022 11:30


Leestip 1

Bekijk de tekst.

2

Beantwoord de vragen.

Zoekend lezen Je leest de tekst om informatie te vinden. Je dwaalt met je ogen over de tekst en je leest nauwkeurig het tekstgedeelte dat de informatie bevat die je zoekt.

1 Wat voor soort tekst is dit? 2 Waar zie je dat aan?

3

Lees de tekst Bijsluiter Methylfenidaat.

4

Beantwoord de vragen. 1 Bedenk vragen bij deze bijsluiter. Gebruik vraagwoorden: wie, wat, waar, wanneer, hoe, waarvoor en hoeveel. Bedenk er ten minste drie. Voorbeeld: Voor wie is het medicijn? Hoeveel moet je innemen? 1

2

3

2 Zoek in de tekst de antwoorden op je vragen. Vul de antwoorden op je eigen vragen in.

49

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 49

12/04/2022 11:30


3 Wat is de bedoeling van het eerste stukje van de tekst?

4 Welke tekst vind je alleen in een bijsluiter?

5 Waarom had Yourek de bijsluiter liever niet gelezen?

5

Beantwoord de vragen. 1 Welke stappen kun je gebruiken om de betekenis te bedenken van chaotisch? Vul het zo uitgebreid mogelijk in.

2 Wat is chaotisch? Bedenk zelf een definitie.

3 Wat doe je als je je concentreert op iets?

4 Noem drie dingen waar je een aversie tegen hebt.

5 Wat betekent doktersvoorschrift? Gebruik voor de betekenis afleiden de stap: het woord zelf.

50

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 50

12/04/2022 11:31


6

Maak een bijsluiter. Bedenk een rare ziekte, bijvoorbeeld ‘ernstige sloomheid’ of kwebbelzucht.

51

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 51

12/04/2022 11:31


Hoofdstuk 6

Les 4

Woordenschat • Ik oefen de betekenis van 10 nieuwe woorden en van de woorden uit les 3.

Lezen • Ik leer een verhaal in chronologische volgorde navertellen. • Ik leer een verhaal visualiseren.

Alles voor Amalia ‘Vanaf vandaag, woensdag 19 september 1629, zijn alle kenmerken van het katholieke bijgeloof weg,’ sprak de dominee in de Sint-Jan tijdens de eerste Hervormde viering in Den Bosch. Prins Frederik Hendrik keek trots naar zijn vrouw Amalia naast hem. Aan de ene kant had hij het plunderen verboden, maar aan de andere kant ... Hij veronderstelde dat hij toch wel een buit zou krijgen, aangezien hij de strijdheer was die de katholieken had verjaagd. Hoe kon hij anders zijn verwende vrouw tevreden stellen? De inname van de stad en dus de uittocht van de katholieken was nog maar twee dagen geleden. Vanaf de tribunes had hij toegekeken hoe de katholieken de stad vernederd verlieten. ‘Vieze vuile paapse ratten!’ schreeuwde iedereen vanaf de tribunes. Amalia had waardig naast hem gezeten. ‘Komt er nog een bal?’ had ze gevraagd. ‘Dat paleis is in het vervolg een aardig buitenhuis voor ons.’ ‘God heeft u laten winnen,’ ging de dominee verder. Frederik Hendrik glunderde. Niemand wist, dat hij Den Bosch hoofdzakelijk wilde innemen voor Amalia. Maar het was hem gelukt! Hij dacht terug aan hoe het gegaan was. Afgelopen april hadden ze de stad omsingeld. Ze hadden de kampementen rond het moeras om de stad aangelegd. Hij had daarvoor 40.000 manschappen ingeschakeld. Na een maand hadden ze aan de hand van kaarten de 40 kilometer lange dijk rond de stad voltooid. ‘Installeer 23 molens,’ had hij aan Leeghwater te kennen gegeven. ‘En pomp nu dit gebied leeg.’ En zo hadden ze Den Bosch kunnen innemen. Hij had het eigenlijk allemaal aan Piet Hein te danken. Als die kaper een jaar eerder die Spaanse Zilvervloot niet had veroverd ... Dan had hij nooit het geld gehad om deze belegering te bekostigen. Tevreden keek hij opzij naar zijn vrouw en glimlachte.

1

aannemen dat iets zo is; denken dat het waar is omdat

voortaan

op basis van; geleid door; middels laten weten

Lees de tekst Alles voor Amalia.

52

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 52

12/04/2022 11:31


2

Maak een samenvatting in een tijdsbalk. Vul de gebeurtenissen bij de juiste tijd in. Het verhaal wordt niet verteld in chronologische volgorde (= de volgorde die klopt in de tijd). Beleg van Den Bosch (1629)

1628

april 1629

mei 1629

17 september 1629

19 september 1629

3

Welke zinnen horen bij welke datum? Lees de tekst nog een keer. Zet links van elk stukje tekst dat een periode beschrijft een gekleurde streep. Kijk hieronder voor de kleur van elke periode. • 1 mei 1629 • 30 mei 1629 • 17 september 1629 • 19 september 1629

53

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 53

12/04/2022 11:31


4

Maak een goede samenvatting in tekst van de gebeurtenissen. Gebruik de chronologische volgorde. Verwerk de informatie van de tijdslijn van opdracht 2.

54

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 54

12/04/2022 11:31


5

Beantwoord de vragen. 1 Wat is het synoniem voor aan de ene kant ... aan de andere kant? Lees het begin nog eens. ◯ allereerst ... vervolgens ◯ ten eerste ... ten tweede ◯ enerzijds ... anderzijds 2 Hoe kun je de betekenis bedenken van hoofdzakelijk? Lees het middenstuk nog eens. ▢ de bouw van het woord zelf ▢ één van de plaatjes ▢ context: de betekenis wordt gegeven ▢ context: er staat een tegenstelling / synoniem 3 Wat betekent hoofdzakelijk dus? Bedenk het zelf!

4 Hoe zoek je de betekenis van ingeschakeld op in het woordenboek? Vertel het in je eigen woorden.

6

Welk woord past in de zin? Kies uit: aangezien | aan de ene kant | aan de hand van | aan de andere kant De Elfstedentocht wordt uitgezonden op tv. Een belangrijk kenmerk is het oer-Hollandse karakter van deze wedstrijd. beetje oubollig, maar

is dat misschien wel een is dat ook het unieke eraan.

het niet vaak voorkomt dat de Elfstedentocht gereden kan worden, is het logisch dat veel mensen kijken.

de kijkcijfers mag

geconcludeerd worden dat vrijwel heel Nederland aan de buis gekluisterd zit.

55

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 55

12/04/2022 11:31


7

Maak je eigen tijdlijn. Kies een onderwerp. Bijvoorbeeld: alle bijzondere dagen in de maand december, alle bijzondere dagen in je jaren op de basisschool, de gebeurtenissen in de kerstvakantie.

Ben jij al in beweging geweest? Wat heb je geoefend?

56

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 56

12/04/2022 11:31


Hoofdstuk 6

Les 5

Woordenschat Dit kan ik nog • Ik herhaal woorden uit blok 1.

Dit kan ik nu • Ik herhaal woorden uit les 1, 3 en 4.

Dit kan ik nog 1

Welk woord past bij het plaatje? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: de bestrating | de fagot | de typemachine | de abri | het percentage | de roetwolk | de gft-container

2

Welk woord hoort bij de vetgedrukte woorden? Teken een lijn. Let op: je houdt twee antwoorden over.

Het verzamelen van zoveel mogelijk nieuwe ideeën met Sam en Yourek moet nieuwe onderwerpen opleveren.

•

Als kind had ik al de behoefte om verhalen te verzinnen.

•

Aan het eind van het verhaal werd duidelijk hoe het allemaal echt in elkaar zat.

•

Hopelijk hoorde Joeri de twijfel in mijn stem niet.

•

De man die ons wenkte, leek mij iemand die niet te vertrouwen was.

•

• • • • • • •

de aarzeling de ontknoping lukraak de brainstorm de drang de valkuil verdacht

57

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 57

12/04/2022 11:31


3

Welk woord hoort bij de zin? Teken een lijn. Let op: je houdt twee antwoorden over. De politie moet ervoor zorgen dat het veilig is en dat er niets gebeurt.

•

•

de bedreiging

•

de bescherming

•

het conflict

In de serie kreeg de hoofdpersoon een briefje waarin stond dat er iets ergs zou gaan gebeuren.

•

De machinist gaf een seintje dat de trein eraan kwam.

•

•

het signaal

De hoofdpersoon van het verhaal ging de strijd aan met zijn buren.

•

•

de tegenstelling

•

de spanning

•

het element

Technisch goed lezen is een belangrijk deel van de vaardigheid 'begrijpend lezen'.

•

Dit kan ik nu 1

Welk woord past in de zin? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: dosering | doktersvoorschrift | boord | bivakmuts | koers | capsule | portofoon 1 Door die

kun je hem niet herkennen.

2 Vanmiddag zetten we

naar het zuiden.

3 Om met de andere politiemensen te praten, gebruikten zij een 4 Pas op, de boot gaat schuin. Je moet niet op de 5 Dat medicijn krijg je alleen op

. zitten.

.

58

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 58

12/04/2022 11:31


2

Wat is het tegengestelde van het vetgedrukte woord? Teken een lijn. Let op: je houdt twee antwoorden over.

Ik heb heel veel zin in spinazie.

afbouwen

•

het spektakel

•

impulsief

Hij is iemand die goed nadenkt voor hij iets doet.

•

Met die gewoonte moet je onmiddellijk stoppen.

•

•

stimuleren

Door die muziek neemt je concentratie juist af.

•

•

nuttigen

•

het terrorisme

•

een aversie hebben tegen

Het is beter om met een actie zonder geweld je politieke doel te bereiken.

3

•

•

•

Wat is de omschrijving van het vetgedrukte woord? Teken een lijn. Let op: je houdt twee antwoorden over.

•

laten weten

•

zonder te aarzelen

De troepen konden de stad zonder al te veel geweld innemen.

•

Jelle kwam te laat op school, aangezien zijn fiets gestolen was.

•

•

omdat

In het vervolg moeten we allemaal gewoon op tijd komen.

•

•

voortaan

•

veroveren

•

op basis van

•

want

Hij nam zijn besluit aan de hand van de nieuwe informatie.

•

Ik heb de burgemeester meteen te kennen gegeven dat ik het niet met hem eens ben.

•

59

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 59

12/04/2022 11:31


Hoofdstuk 6

Les 6

Taal verkennen • Ik herhaal wat verwijswoorden zijn.

Verwijswoord Een verwijswoord verwijst naar een woord of woordgroep. De groene auto, die daar staat, is van Nienke. Het hok waarin de hond zit, is kapot. Verwijswoorden zijn: • persoonlijke voornaamwoorden: hij, haar, ons, jullie bijvoorbeeld; • bezittelijke voornaamwoorden: mijn, jouw, zijn, onze bijvoorbeeld; • aanwijzende voornaamwoorden: die, deze (verwijzen naar de-woorden), dit, dat (verwijzen naar het-woorden); • betrekkelijke voornaamwoorden: die, dat; • woorden met een voorzetseldeel: waarnaar, daarop, ermee, daarin, waarin bijvoorbeeld. Lees of schrijf je een zin met een verwijswoord? Vervang dan in je hoofd het verwijswoord voor het woord of de woordgroep waar het voor staat. Daardoor begrijp je de zin als je leest, en als je schrijft, controleer je zo of je verwijswoord correct is. Laura zit op voetbal. Ze (= Laura) vindt dat (= voetbal) een leuke sport. Youri wil komen logeren. Zijn ouders (= de ouders van Youri) vinden dit (= dat hij komt logeren) wel goed. Daar staat een ladder. Durf je eronderdoor (= onder de ladder door) te lopen? Ali heeft de toets gemaakt. Ik ben benieuwd welk advies daaruit (= uit de toets) zal volgen.

1

Bekijk het uitlegblokje.

60

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 60

12/04/2022 11:31


2

Wat is het verwijswoord en het woord waar het naar verwijst? 1 Paul wil graag zwemmen, maar hij heeft geen zwembroek. Het verwijswoord is:

en het verwijst naar

.

en het verwijst naar

.

en het verwijst naar

.

2 ‘Sorry,’ zegt Asha, ‘het is mijn fout.’ Het verwijswoord is: 3 Meral leest een boek, dat erg spannend is. Het verwijswoord is:

4 Hier heb je de sleutel waarmee je de deur kunt openen. Het verwijswoord is:

3

en het verwijst naar

.

Lees wat Ralf, zijn moeder en de dokter zeggen. 1 De blauwe woorden in het plaatje zijn verwijswoorden. Schrijf erachter waarnaar ze verwijzen. Hij verwijst naar

.

Dat verwijst naar

.

Hem verwijst naar

.

Die verwijst naar Ze verwijst naar

. .

2 Kijk nog eens naar de zinnen bij het plaatje. Maak van arm een verkleinwoord: Wat wordt dan het verwijswoord? 3 Als mama de trainer wordt, welk verwijswoord gebruik je dan? Verwijswoord: Maak van capsules enkelvoud: Wat wordt dan het verwijswoord?

61

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 61

12/04/2022 11:31


4

Waar verwijzen de gekleurde woorden naar? Lees de tekst. Frederik Hendrik was een Prins van Oranje, die leefde van 1584 tot 1647. Hij veroverde veel steden en dat gaf hem de bijnaam de Stedendwinger. Hij vocht tegen de Spanjaarden, van wie er velen door zijn hand sneuvelden. In 1625 volgde hij prins Maurits op, die tot die tijd stadhouder was. Deze was zijn halfbroer. die: dat: van wie: die: deze:

5

Die of dat? Kijk naar de gekleurde woorden. Vul het zelfstandig naamwoord in waar het verwijswoord naar verwijst. Vul ook het lidwoord in. Weet je het lidwoord niet? Zoek het op in een (digitaal) woordenboek. 1 Een veldheer trekt met het leger ten strijde. Dat vertrouwt op de aanvoerder.

2 De aanvoerder is een machtig man. Die staat aan het hoofd van de troepen.

3 De tent van de aanvoerder is groter dan de anderen. Deze is van alle gemakken voorzien.

6

Welk verwijswoord past in deze zin? Vul het in. 1 Frederik Hendrik verwierf grote rijkdom. Hij liet bouwen. 2 Frederik Hendrik gaf ook uitbundige feesten.

grote paleizen

waren beroemd.

3 Een jaar na de dood van de prins, werd de vrede getekend. Je kunt

informatie op internet vinden.

62

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 62

12/04/2022 11:31


7

Lees de tekst. Vervang de gekleurde woorden door verwijswoorden. Niet alleen pillen Veel mensen klagen wel eens over buikpijn. Die mensen snel naar pillen. Maar pillen

zijn niet altijd nodig. Soms verdwijnt de

buikpijn vanzelf. Tegen buikpijn Broccoli eten

grijpen al

helpt bijvoorbeeld ook broccoli eten. stimuleert de maagwerking. En sommige mensen genieten ook

nog van de smaak van de groente. Voor die mensen broccoli

is

gewoon een lekker hapje.

Als niks helpt, kun je zonder recept tabletten bij de drogist halen. De drogist

8

geeft de tabletten

zo mee.

Wat is het goede verwijswoord? Kies het goede antwoord. Let op het voorzetsel in de zin ervoor! 1 Moeder en Ralf luisteren naar het advies van de dokter. Ze luisteren 2 De dokter praat over de gebroken arm. Hij praat

daarover | daarvan .

3 Hij geeft informatie over de gevolgen. Hij geeft informatie

erin | erover .

4 Of Ralf mag voetballen, hangt af van de genezing. Het hangt

ermee | ervan

5 Ralf is niet helemaal tevreden met het antwoord. Hij is niet tevreden

9

erheen | ernaar .

af.

daarmee | daarop .

Beschrijf je kamer thuis. 1 Maak ten minste vier zinnen met verwijswoorden. 2 Onderstreep het verwijswoord en trek een pijl naar het woord of de woordgroep waar het naar verwijst. Voorbeeld: Boven mijn bed hangt een poster, die ik voor mijn verjaardag kreeg.

63

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 63

12/04/2022 11:31


Hoofdstuk 6

Les 7 1

Taal verkennen • Ik oefen het herkennen en gebruiken van verwijswoorden.

Wat is het verwijswoord en waar verwijst het naar? 1 Lees de zinnen en zoek het verwijswoord. 2 Schrijf het woord erachter. 3 Teken een pijl van het verwijswoord naar het woord of de woordgroep waar het naar verwijst. Omcirkel dat woord of die woordgroep. 4 Er doen duizend schaatsers mee. Die willen allemaal winnen. 5 Ralph roept door de portofoon. Die kraakt een beetje. 6 Het startschot vanaf de boot klinkt. Dat knalt hard! 7 De vondst van het pakketje was spannend. Dat liep goed af. 8 Het spektakel begint straks. Dat wil iedereen zien.

2

Maak van enkelvoud meervoud of andersom. Vul het woord en het verwijswoord in. Voorbeeld: De toeschouwer – Op de kade staan toeschouwers, die allemaal komen kijken. De omroep

Er zijn veel

De boorden

De boot ligt te wachten met

De bivakmuts

De mensen dragen

De complotten

Jolanda hoorde over een

De pakketten

De agenten vonden een

allemaal gekomen zijn. mooi versierd zijn. ze beschermen tegen de kou. er een kaper zou zijn. er verdacht uitzag.

64

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 64

12/04/2022 11:31


3

Welk verwijswoord past in de zin? Kies uit: daarop | erin | hen | waarmee | erover 1 Ralph heeft een portofoon,

hij met Yourek kan praten.

2 Ralph vertelt wat hij heeft gehoord. Yourek praat

met Sam.

3 Jolanda luisterde naar de agenten. Ook Ramalya luisterde naar 4 Sam stelt een vraag. Ralph antwoordt

. .

5 Er is een rugtas gevonden. Jolanda weet wat ze

4

heeft gestopt.

Maak van twee zinnen een lange zin. Gebruik verwijswoorden. 1 Mijn neef slikt een medicijn. Het medicijn zorgt dat hij zich beter kan concentreren.

2 Hij heeft narcolepsie. Door narcolepsie is hij overdag erg slaperig.

3 De dokter heeft de dosering aangegeven. Hij mag de dosering niet overschrijden.

4 Wij zijn allemaal blij met het medicijn. Door het medicijn gaat het veel beter op school.

5

Maak de zin af of maak een nieuwe zin. Gebruik een verwijswoord. Let op: soms staat er een punt, soms een komma. 1 Fredrik Hendrik is geboren in Delft.

2 Hij was een zoon van Willem van Oranje,

3 De Nederlanden waren in oorlog met Spanje.

65

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 65

12/04/2022 11:31


4 Frederik vocht samen met Prins Maurits,

5 Frederik Hendrik was getrouwd met Amalia van Solms.

6

Vul in wat je op het schilderij ziet. 1 Prins Frederik kijkt naar de stad Den Bosch. Hij

2 Prins Casimir zit ook hoog te paard. Hij

3 De stad Den Bosch

4 De soldaten van de prins

66

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 66

12/04/2022 11:31


7

Beschrijf in vijf zinnen hoe je dag is gegaan. Onderstreep het verwijswoord. Voorbeeld: Vanmorgen pakte ik mijn fiets, die in de schuur staat. 1 2 3 4 5

Ben jij al in beweging geweest? Wat heb je geoefend?

67

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 67

12/04/2022 11:31


Hoofdstuk 6

Les 8

Schrijven • Ik leer hoe ik een speurtocht (instructietekst) schrijf.

Zoek je cadeau! Sommige speurtochten hebben een thema. In de inleiding vertel je iets over het thema. Hier beschrijf je wat de speurders moeten doen voor ze op weg gaan. Wat moeten ze meenemen en hoe is de speurtocht georganiseerd? Elke instructie begint met een persoonsvorm in de gebiedende wijs.

De inleiding Sinterklaas doet het dit jaar allemaal anders. Geen grote mand met cadeaus die de klas binnen wordt gedragen, maar een speurtocht met opdrachten. De beloning aan het eind? Ja, natuurlijk een mand vol surprises. De voorbereiding Neem mee: de routebeschrijving, een potlood en een schrijfblok, een fototoestel of mobiel met fotofunctie en een tas om spullen in op te bergen. Maak groepjes van twee tot vier kinderen. Nummer de groepjes en laat de groepen met tien minuten tussentijd op weg gaan.

Hier beschrijf je stap voor stap hoe de speurders moeten lopen. Geef richting aan, links of rechts en waar ze op moeten letten.

De route – Sla bij het verlaten van de klas meteen linksaf de gang in, tot aan de trap. – Zoek daar de eerste pijl en volg de pijlen tot je bij een foto uitkomt. – Kijk waar de foto is gemaakt en ga daarheen. – Voer daar de eerste opdracht uit.

Hier beschrijf je stap voor stap de opdracht. Let erop dat de opdracht goed afgesloten wordt, want er komen nog meer groepen langs.

Opdracht 1 – Maak de mand open. – Trek de kleren aan. – Maak een grappige foto van je groep met de kleren. – Trek de kleren weer uit en berg ze weer op in de mand.

Hier beschrijf je stap voor stap wat de deelnemers na afloop moeten doen.

De afronding Zet op al je foto’s het nummer van je groep en/of jullie namen. Lever de foto’s in bij je leerkracht. Een jury zal alle opdrachten beoordelen en de winnaar bekendmaken.

68

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 68

12/04/2022 11:31


1

Lees de titel van de tekst en de toelichtingen.

2

Beantwoord de vragen. 1 Het is een speurtocht. Wat voor tekstsoort is dit? ◯ Het is een betoog. ◯ Het is een oproep. ◯ Het is een informatieve tekst. ◯ Het is een instructietekst. 2 Ken je meer voorbeelden van deze tekstsoort? Is deze tekst al af?

3

Lees de tekst Zoek je cadeau!

69

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 69

12/04/2022 11:31


4

Beantwoord de vragen. 1 Waarom wordt deze speurtocht gehouden?

2 Lees wat er meegenomen moet worden. Bedenk bij elk ding waar het voor nodig zou zijn.

3 Lees het eerste stukje van de routebeschrijving. Waar sta je dan in je eigen school?

4 De foto’s moeten duidelijk maken waar je heen moet. Wat moet er op te zien zijn?

5 Waarom is de laatste aanwijzing van opdracht 1 nodig?

5

Bereid je speurtocht voor. Bedenk nieuwe routeaanwijzingen. Vul ze op dezelfde manier in als de routeaanwijzingen in de tekst, dus als instructies.

70

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 70

12/04/2022 11:31


6

Bedenk opdrachten. Kijk naar de plaatjes voor ideeën.

1 Welke opdracht wordt in de tekst gegeven?

2 Bedenk nog meer opdrachten die de leerlingen onderweg kunnen doen.

7

Jouw speurtocht. Je hebt vast wel eens een speurtocht gelopen. Wat was het leukst?

71

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 71

12/04/2022 11:32


Hoofdstuk 6

Les 9

Schrijven • Ik oefen het schrijven van een speurtocht (instructietekst).

Sommige speurtochten hebben een thema. In de inleiding vertel je iets over het thema. Hier beschrijf je wat de speurders moeten doen voor ze op weg gaan. Wat moeten ze meenemen en hoe is de speurtocht georganiseerd? Elke instructie begint met een gebiedende wijs. Hier beschrijf je stap voor stap hoe de speurders moeten lopen. Geef richting aan, links of rechts en waar ze op moeten letten.

Hier beschrijf je stap voor stap de opdracht. Let erop dat de opdracht goed afgesloten wordt, want er komen nog meer groepen langs.

Hier beschrijf je stap voor stap wat de deelnemers na afloop moeten doen.

72

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 72

12/04/2022 11:32


1

Bedenk een leuk thema voor je speurtocht. Maak een woordspin bij je thema.

2

Bedenk wat de deelnemers vooraf moeten doen of meenemen. Wat moeten ze vooraf lezen? Moeten ze dingen verzamelen, opschrijven of fotograferen?

3

Bedenk een plek en een route voor je speurtocht. Hoe geef je je speurtocht aan? Is het een speurtocht op school, bij je thuis, in de buurt of nog ergens anders? Gebruik je pijlen of lintjes of andere dingen?

73

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 73

12/04/2022 11:32


4

Bedenk één of twee opdrachten voor je speurtocht en een leuke afsluiting.

5

Bereid het schrijven van je speurtocht voor. Gebruik je ideeën van opdracht 1 t/m 4. 1 Beschrijf elke stap kort. 2 Begin een instructie met een persoonsvorm tegenwoordige tijd in de ik-vorm. 3 Geef duidelijk aan wat er nodig is. 4 Maak tekeningen als dat nodig is.

6

Lees na en verbeter. 1 Is de indeling goed en volledig? 2 Zijn de stappen duidelijk? 3 Beginnen je instructies met een persoonsvorm tegenwoordige tijd in de ik-vorm?

7

Bedenk nog twee leuke opdrachten voor je speurtocht. Zorg ervoor dat de opdrachten binnen de tijd uitgevoerd kunnen worden. Denk aan wat je ervoor nodig hebt.

74

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 74

12/04/2022 11:32


Hoofdstuk 6

Les 10

Taal verkennen Dit kan ik nog • Ik herhaal het herkennen en gebruiken van verschillende woordsoorten uit blok 1.

Dit kan ik nu • Ik herhaal wat verwijswoorden zijn. • Ik herhaal het herkennen en gebruiken van verwijswoorden.

Dit kan ik nog 1

Bij welke woordsoort horen deze woorden? Teken een lijn. tegen verschrikkelijke veel het rangschikken hem terwijl koers

• • • • • • • •

• • • • • • • •

bijvoeglijk naamwoord werkwoord voorzetsel voegwoord telwoord zelfstandig naamwoord lidwoord persoonlijk voornaamwoord

75

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 75

12/04/2022 11:32


2

3

Welk woord hoort bij de gevraagde woordsoort? Lees goed de tabel. Kleur het goede woord. a

b

c

d

e

Wat is het zelfstandig naamwoord?

1

De

slakken

kruipen

enorm

traag.

Wat is het voegwoord?

2

Nieke

gilt

terwijl

ze

valt.

Wat is het persoonlijk voornaamwoord?

3

In

welk

atelier

werkt

hij?

Wat is het werkwoord?

4

De

vliegen

vliegen

erg

snel.

Wat is het voorzetsel?

5

Tussen

de

middag

lunchen

wij.

Benoem de woordsoorten van de gekleurde woorden. Kies uit: zelfstandig naamwoord | lidwoord | bijvoeglijk naamwoord | persoonlijk voornaamwoord | voorzetsel | telwoord | voegwoord | werkwoord 1 Het gebeurde midden in de nacht. Het

, in

2 Ik werd wakker van een oorverdovend geluid. Ik

, oorverdovend

3 Uit angst kroop ik dieper onder mijn veilige dekbed. angst

, veilige

4 Het geluid werd harder en harder, maar ineens was het weer stil. geluid

, maar

5 Gelukkig, het was mijn broer maar, die om kwart voor twaalf even blies op zijn fagot. twaalf

, blies

76

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 76

12/04/2022 11:32


Dit kan ik nu 1

Vul het verwijswoord en het woord waar het naar verwijst in. 1 Het avontuur met het vlot was gevaarlijk. Maar het liep goed af. Het verwijswoord is

en het verwijst naar

.

2 Yourek juichte om de goal. Die was snoeihard. Het verwijswoord is

en het verwijst naar

.

3 De paarden rennen door de wei. Ze hebben veel energie. Het verwijswoord is

en het verwijst naar

.

4 De koeien blijven op stal. Die is lekker warm. Het verwijswoord is

en het verwijst naar

.

5 De boer heeft een melkmachine. Hij wil tijd besparen. Het verwijswoord is

2

en het verwijst naar

.

Vul het goede verwijswoord met een voorzetsel in. 1 Ramalya helpt zieke kinderen met haar idee. Ze helpt ze

.

2 De poes slaapt in haar mand. Ze slaapt

.

3 Sam piekert over wat ze moet kiezen. Ze piekert

.

4 De muizen kruipen door de gang. Ze kruipen 5 Eelco kijkt naar een film. Hij kijkt

3

. .

Welke zinnen horen bij elkaar? Teken een lijn. Het raampje staat open. De ramen staan open. De deur staat open. De deurtjes zijn dicht. Het deurtje is dicht.

• • • • •

• • • • •

Je moet ze open doen. Je moet het open doen. Je moet het dicht doen. Je moet hem dicht doen. Je moet ze dicht doen.

77

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 77

12/04/2022 11:32


Hoofdstuk 5 en 6

Herhalen en toepassen 1

Memory. Wat heb je nodig? • karton • schaar 1 2 3 4 5 6

2

Schrijf tien doelwoorden uit blok 3 op losse kaartjes. Maak bij elk kaartje nog een kaartje met de omschrijving van het woord. Hussel de kaartjes door elkaar. Leg de kaartjes met de tekst naar beneden en speel Memory. Heb je twee kaartjes die bij elkaar passen? Zeg dan een zin met het doelwoord. Je krijgt een punt voor elke zin. Wie de meeste punten heeft, is de winnaar.

Welke uitdrukking hoort bij de zin? Teken een lijn. Aan het eind van de voorstelling klinkt er een lied. Je kan Roos er bovenuit horen.

•

•

'Ja, dat is mijn verantwoordelijkheid.'

•

Er lag nog maar één taartje. Stijn griste het van de schaal.

•

• •

Iris was verdwaald. Door de route te bekijken, komt ze weer thuis.

•

•

Ja, ik begrijp het. Ik ben op de hoogte van de locatie en de tijd.

Paco is zijn nieuwe tablet kwijt. Hij is in alle staten.

•

•

Ik maak me er meester van.

Ik ben morgen om 9 uur op het centraal station.

•

•

Ik vind aan de hand van de kaart de weg weer.

Met die taak ben ik belast.

Ik zing uit volle borst mee. Ik ben helemaal over mijn toeren.

78

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 78

12/04/2022 11:32


3

Zoek de verwijswoorden. 1 Lees de brief. 2 Zoek en onderstreep de verwijswoorden. 3 Schrijf nu de tekst opnieuw. Vervang elk verwijswoord door het woord of de woordgroep waar het naar verwijst.

’s-Hertogenbosch, oktober 1629 Waarde heer, Ik, Prins Frederik Hendrik laat u groeten. De vorige maand vond voor de eerste maal een hervormde viering plaats. Deze heeft mij en mijn vrouw veel vreugde gebracht. Zij zat aan mijn zijde tijdens de gebeurtenis. De kerk was geheel gevuld met gelovigen. Zij juichten de dominee toe, toen deze daarin zijn plechtige intrede deed. Ik zal u daarover nog uitgebreid vertellen.

79

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 79

12/04/2022 11:32


Hulp Herhaling: zinnen ontleden 1 Zoek de persoonsvorm (pv). De persoonsvorm vind je met de vraag-, tijd- en/of getalproef. 2 Vind het gezegde (gez): de persoonsvorm + één of meer andere werkwoorden. 3 Bepaal het onderwerp (ond). Gebruik de vraag: Wie/Wat + persoonsvorm (+ wat er bij de persoonsvorm hoort)? Controleer met de getalproef! 4 Check of de zin een lijdend voorwerp (lijd vw) heeft. Het lijdend voorwerp vind je met de vraag: Wie/Wat + gezegde + onderwerp? 5 Check of de zin een meewerkend voorwerp (meew vw) heeft. Het meewerkend voorwerp vind je met de vraag: Aan wie + gezegde + onderwerp (+ lijdend voorwerp)? Vaak begint het meewerkend voorwerp met het voorzetsel aan. Als het meewerkend voorwerp niet met aan begint, kun je er aan bij denken. 6 Blijven er zinsdelen over? Noem die ander zinsdeel (az). Joris en Joop / zullen / mijn zusje / morgen / een mooi cadeau / geven. Meer uitleg vind je in hoofdstuk 1 les 6.

80

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 80

12/04/2022 11:32


Herhaling: woordsoorten benoemen

zelfstandig naamwoord (z nw)

woord voor een mens, dier of ding

lidwoord (lidw)

de, het, een

werkwoord (ww)

woord dat vertelt wat iets of iemand doet, of wat er gebeurt

bijvoeglijk naamwoord (bijv nw)

woord dat iets vertelt over het z nw

stoffelijk bijvoeglijk naamwoord

bijvoeglijk naamwoord dat vertelt van welk materiaal iets gemaakt is

persoonlijk voornaamwoord (pers vnw)

woord dat verwijst naar iets of iemand

aanwijzend voornaamwoord (aanw vnw)

woord dat iets of iemand aanwijst (dit, dat, deze, die)

bezittelijk voornaamwoord (bez vnw)

woord dat aangeeft van wie iets of iemand is

voorzetsel (tijd, plaats) (vz)

woord dat aangeeft wanneer of waar iets gebeurt

telwoord (telw)

woord dat laat zien hoeveel er van iets is of wat de volgorde is

voegwoord (vw)

woord dat twee zinnen aan elkaar plakt

vraagwoord (vraagw)

woord waarmee je een vraag kunt beginnen (wie, wat, hoe, ...)

Meer uitleg vind je in hoofdstuk 2 les 6.

81

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 81

12/04/2022 11:32


Leestekens Leestekens helpen je om een tekst beter te kunnen lezen. punt .

uitroepteken !

dubbele punt :

afbreekstreepje boe-ken, rin-gen

vraagteken ?

komma ,

aanhalingsteken ‘...’

puntkomma ;

Ook hoofdletters (h → H) helpen je bij het lezen van de tekst. Meer uitleg vind je in hoofdstuk 3 les 6.

Samengestelde zinnen ontleden Een samengestelde zin bestaat uit twee of meer deelzinnen. De deelzinnen kunnen op verschillende manieren met elkaar verbonden zijn: met een voegwoord of met een verwijswoord. In een hoofdzin staan onderwerp en persoonsvorm naast elkaar; ze kunnen niet door een ander zinsdeel worden gescheiden. In een bijzijn staan onderwerp en persoonsvorm niet naast elkaar of ze kunnen door een ander zinsdeel worden gescheiden. Zineb pakt haar fiets /, want / ze gaat naar muziekles. hoofdzin

hoofdzin

Zineb pakt haar fiets / , omdat / ze naar muziekles gaat. hoofdzin

bijzin: pv en ond zijn van elkaar gescheiden.

Zineb / , die naar muziekles gaat, / pakt haar fiets.

Elke samengestelde zin heeft minsten één hoofdzin. Een bijzin is een zinsdeel van de hoofdzin of een deel van een zinsdeel. Meer uitleg vind je in hoofdstuk 4 les 6.

82

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 82

12/04/2022 11:32


Zinnen met het en er ontleden In zinnen met het en er zijn het onderwerp en de persoonsvorm soms moeilijk te herkennen. Dan is het meestal het onderwerp. Zinnen met het Het is het onderwerp. Maar het kan als zinsdeel ook een lijdend voorwerp of soms een meewerkend voorwerp zijn. Ik geef het. → het = lijdend voorwerp Ik hoop het.

Het waait.

onderwerp = Het

Er komt een storm. Wie of wat komt er? Een storm komt.

onderwerp = een storm

Wat een goed werkstuk. Ik geef het een tien. → het = meewerkend voorwerp Ik nam contact op met het bedrijf. Ik mailde het mijn vraag.

Zinnen met er 1 Wie of wat + gezegde + er? 2 Maak een zin zonder er. Het onderwerp staat vooraan.

Meer uitleg vind je in hoofdstuk 5 les 6.

Verwijswoord Een verwijswoord verwijst naar een woord of woordgroep. De groene auto, die daar staat, is van Nienke. Het hok waarin de hond zit, is kapot. Verwijswoorden zijn: • persoonlijke voornaamwoorden: hij, haar, ons, jullie bijvoorbeeld; • bezittelijke voornaamwoorden: mijn, jouw, zijn, onze bijvoorbeeld; • aanwijzende voornaamwoorden: die, deze (verwijzen naar de-woorden), dit, dat (verwijzen naar het-woorden); • betrekkelijke voornaamwoorden: die, dat; • woorden met een voorzetseldeel: waarnaar, daarop, ermee, daarin, waarin bijvoorbeeld. Meer uitleg vind je in hoofdstuk 6 les 6.

83

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 83

12/04/2022 11:32


Mijn pittige woorden woord

uitleg

84

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 84

12/04/2022 11:32


Mijn pittige woorden woord

uitleg

85

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 85

12/04/2022 11:32


Colofon Verhalen en leesteksten Hetty van den Berg Annemarie van den Brink Jørgen Hofmans Auteurs Hetty van den Berg Tamara van den Berg Ingrid Berkers Jannie van Driel-Copper Irene Engelbertink Wies Gloudemans Iris Meijsing Jeannette Miś Cokky Stolze-van der Vegte Saskia Tromp-Lantman Gerda Verhey Anne Coos Vuurmans Redactie Projectteam ThiemeMeulenhoff Vormgeving Flowdesign, Utrecht Opmaak Crius Group Beeldverwerving Eduardo media Illustraties Peter FitzVerploegh De Boer illustraties Studio Toendra (hoofdstukopeningen) Foto's Shutterstock

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 46843 4 Versie 1.1 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

86

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 86

12/04/2022 11:32


TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 87

12/04/2022 11:32


TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 87

12/04/2022 11:32


TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 87

12/04/2022 11:32


Taal

Groep 8  Blok 3

9 789006 468434

TV_Taal_BASIS_G8_Blok3.indb 88

12/04/2022 11:32


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Pit Leerwerkschrift Taal groep 8 Basis, blok 3 by ThiemeMeulenhoff - Issuu