Groep 8
Blok
2
Storm in een glas water TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 1
12/04/2022 11:22
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 2
12/04/2022 11:22
Taal
Basis • Groep 8 • Blok 2 Hoofdstuk 3 en 4 Antwoorden
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 1
12/04/2022 11:22
Pictoʼs Deze opdracht doe je als je tijd hebt. Deze opdracht doe je alleen. Deze opdracht doe je samen. Deze opdracht doe je in een groepje. Dit is een bewegingsopdracht. Deze opdracht schrijf je op een blaadje.
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 2
12/04/2022 11:22
Hoofdstuk 3
Hoe gaat het? ?⃝ Ik moet het nog leren.
Doelenkaart
⃝↑ Ik moet het nog oefenen. ⃝✓ Ik kan het!
Spreken en luisteren • Ik kan bepalen wat mijn gespreksdoel is.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan in een brainstorm ideeën verzamelen, informatie en mijn mening uitwisselen.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan gericht luisteren naar een informatieve luistertekst.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan de hoofdgedachte in een luistertekst benoemen.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan een tekst samenvatten.
?⃝
⃝↑
⃝✓
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan de hoofdgedachte uit een informatieve tekst halen.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan een tekst samenvatten.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan informatie opzoeken in een tabel.
?⃝
⃝↑
⃝✓
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan een spannend verhaal schrijven.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan een goede titel bedenken.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik weet wat de opbouw is van een spannend verhaal.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan een verhaal in alinea’s verdelen.
?⃝
⃝↑
⃝✓
Woordenschat • Ik ken de betekenis van 45 nieuwe woorden.
Lezen
Taal verkennen • Ik kan de leestekens aanhalingstekens, afbreekstreepje en puntkomma herkennen en gebruiken.
Schrijven
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 3
12/04/2022 11:22
Hoofdstuk 3
Les 1
Spreken en luisteren • Ik leer bepalen wat mijn gespreksdoel is. • Ik leer in een brainstorm ideeën verzamelen, informatie en mijn mening uitwisselen.
Woordenschat • Ik leer de betekenis van 20 nieuwe woorden.
Kijkwoorden
Leeswoorden
het lagedrukgebied
evenwel: maar Het leek erop dat het een ramp zou worden, de storm is evenwel overgewaaid. extreem: uitzonderlijk, buitengewoon Een extreem lagedrukgebied zorgt voor een zware storm.
de natuurramp
het waterpeil
mobiliseren: tot actie brengen We moeten iedereen mobiliseren om mee te helpen! het nieuwsbulletin: nieuwsbericht Er volgt een belangrijk nieuwsbulletin over de zware storm. de ontwrichting: toestand waarin alles door elkaar ligt of door elkaar gebeurt Als de Rijn overstroomt, wordt het een totale ontwrichting in Amerstad.
Weetwoorden alle hens aan dek de bezitting de binnenstad de buienradar de consequentie inlassen
de mankracht met bakken uit de hemel komen de overlast de regio stug doorwerken de voorzorgsmaatregelen
4
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 4
12/04/2022 11:22
Storm in een glas water
1
Bekijk de afbeelding.
5
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 5
12/04/2022 11:22
2
Beantwoord de vragen. 1 Wat is er aan de hand? 2 Wat zijn de mensen aan het doen? 3 Waarom is de titel Storm in een glas water, denk je? 4 Wat betekent die uitdrukking?
3
Luister en kijk naar het verhaal.
4
Brainstorm in je groepje over symbolen. 1 Maak eerst afspraken: • Luister goed naar de ander, wacht met het geven van je reactie tot hij uitgepraat is. • Stel alleen vragen om erachter te komen wat de ander bedoelt. • Spreker: controleer of de anderen je kunnen volgen.
Gesprekstip Luister goed naar de ander. Je kunt van de ander leren. Samen weten jullie meer.
2 Bedenk samen vijf nieuwe symbolen die met gevaar of iets engs te maken hebben.
3 Teken de symbolen en beschrijf kort wat ze betekenen.
4 Bespreek na afloop hoe het is gegaan: Heb je goed naar de ander geluisterd? Ben je op méér ideeën gekomen door het brainstormen? Leg je antwoord uit.
6
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 6
12/04/2022 11:22
5
6
Kies waar of niet waar.
waar
niet waar
1 Een aardbeving is een natuurramp.
◯
◯
2 Als je stug doorwerkt, neem je weinig tijd voor pauzes.
◯
◯
3 Als je mensen mobiliseert, schakel je ze in om iets te doen.
◯
◯
4 Als je voorzorgsmaatregelen treft, wacht je rustig af wat er gaat gebeuren.
◯
◯
Schrijf het weerbericht van vandaag. Gebruik ten minste twee symbolen.
7
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 7
12/04/2022 11:22
Hoofdstuk 3
Les 2
Spreken en luisteren
Woordenschat
• Ik leer gericht luisteren naar een informatieve luistertekst. • Ik leer de hoofdgedachte uit een tekst halen. • Ik leer een tekst samenvatten.
1
Luister naar de tekst. Maak aantekeningen. Vul de belangrijkste informatie uit de tekst in kernwoorden in.
2
Beantwoord de vragen.
• Ik oefen de betekenis van de 20 woorden uit les 1.
Luistertip Luistermanieren Bedenk wat je wilt weten. Kies dan de luistermanier die erbij past: • globaal: je volgt alleen de grote lijn; je let op het belangrijkste en niet op de details; • precies: je luistert naar alles heel goed, ook de details; • selectief of gericht: je luistert alleen naar wat je nodig hebt; • kritisch: je luistert en bedenk meteen of je het ermee eens bent.
1 Is de informatie belangrijk of minder belangrijk? Kruis het aan. belangrijk
minder belangrijk
a Wat is een orkaan?
◯
◯
b Waar ontstaan orkanen?
◯
◯
c Waar komen orkanen vooral voor?
◯
◯
d Wat is het oog van de orkaan?
◯
◯
e Wanneer was de laatste orkaan in Nederland?
◯
◯
f
◯
◯
Hoe kun je jezelf beschermen?
8
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 8
12/04/2022 11:22
2 Hoe kun je jezelf en je huis beschermen? Schrijf ten minste vier dingen op.
3 Wat zou je doen als je een konijn in een hok in de tuin hebt?
4 Wat is de hoofdgedachte van deze tekst?
3
Maak de samenvatting. Vat de tekst kort samen. Gebruik daarbij je antwoorden op vraag 1 uit opdracht 2.
9
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 9
12/04/2022 11:22
4
Zoek het woord dat erbij hoort. Kies uit: de ontwrichting | het waterpeil | het nieuwsbulletin | de overlast | extreem | de bezitting 1 journaal | televisie | nieuws | 2 chaos | puin | rommel | 3 huis | auto | boot | 4 stand | niveau | hoog of laag | 5 heel erg | uitzonderlijk | buitengewoon | 6 vervelend | hinder | lastig |
5
Wat betekent hetzelfde? Teken een lijn. met bakken uit de hemel komen de regio de consequentie evenwel
6
• • • •
• • • •
maar hard regenen het gevolg het gebied
Welk woord past in de zin? Kies uit: alle hens aan dek | inlassen | de buienradar | de binnenstad | de mankracht 1 Er wordt stug doorgewerkt om de straten in
af te krijgen.
2 Het schip dreigde te zinken; de kapitein riep:
!
3 We moeten iedereen mobiliseren; we hebben 4 'Laten we even een pauze 5 Op
hard nodig. , ' zei de vermoeide voorzitter.
kun je zien dat het morgen droog blijft.
10
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 10
12/04/2022 11:22
7
Maak een woordparaplu bij het woord weerbericht. Gebruik zoveel mogelijk doelwoorden. Bedenk zelf ook nog ten minste drie woorden. het weerbericht
11
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 11
12/04/2022 11:23
12
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 12
12/04/2022 11:23
Hoofdstuk 3
Les 3 Kijkwoorden
Woordenschat
Lezen
• Ik leer de betekenis van 15 nieuwe woorden.
• Ik leer de hoofdgedachte uit een informatieve tekst halen. • Ik leer de tekst samenvatten. • Ik leer informatie opzoeken in een tabel.
Leeswoorden
fluctueren: wisselen De luchtdruk kan fluctueren. de cycloon
de dampkring
de luchtdruk: gewicht van de lucht die op de aarde drukt Luchtdruk is het gewicht van de lucht dat door de zwaartekracht op de aarde drukt. per slot van rekening: uiteindelijk; als je erover nadenkt Per slot van rekening is een briesje wat anders dan een orkaan. sporadisch: bijna nooit; zeer zelden Dat er echt geen zuchtje wind is, komt maar sporadisch voor.
het fregat
zich baseren op: uitgaan van, als basis nemen Bij het meten van de windkracht, baseerde Beaufort zich op de druk die de wind op de zeilen uitoefende.
Weetwoorden het hogedrukgebied
onophoudelijk op een schaal van de windenergie de zonnewarmte de zwaartekracht
Tip Een onbekend woord? Bedenk de betekenis of zoek een belangrijk woord op. Zorg dat je informatie in een tekst begrijpt. Luister je naar uitleg en begrijp je een belangrijk woord niet? Steek je vinger op!
het logboek
13
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 13
12/04/2022 11:23
Luchtdruk, windkracht en windsnelheid weegt dezelfde hoeveelheid warme lucht minder dan koude lucht. Dat heeft weer tot gevolg dat deze warme lucht opstijgt. De plaats van de opgestegen lucht wordt ingenomen door koele, zwaardere en dalende lucht. Zo ontstaat wind.
Lucht verplaatst zich door verschillen in luchtdruk in de dampkring. Die beweging van de lucht is wind. Hoe hoger de verschillen in luchtdruk zijn, hoe harder het gaat waaien. Luchtdruk is het gewicht van de lucht boven de grond, die door de zwaartekracht op de aarde drukt. Op plaatsen waar de lucht opstijgt, is de druk op de aarde vrij laag. Er ontstaat daar dan een lagedrukgebied. Waar de lucht naar de grond zakt, ontstaat juist een hogedrukgebied. De luchtdruk kan fluctueren doordat de zonnewarmte op aarde niet overal hetzelfde is. Lucht boven warme bodem krijgt een hogere temperatuur. Die warme lucht zet uit. Hierdoor kracht
1
Wind waait vrijwel onophoudelijk. Dat er geen zuchtje wind staat, komt maar sporadisch voor. Je spreekt over windkracht en windsnelheid. Windsnelheid is de afstand die de wind aflegt in een bepaalde Moderne windmolens tijd. maken gebruik van Windkracht kan windkracht om nogal verschillen. Een windenergie op te lekker verkoelend wekken. briesje in de zomer is per slot van rekening wat anders dan een cycloon die huizen met de grond gelijk kan maken. Windkracht is de kracht die de wind uitoefent, uitgedrukt op een schaal van 0 tot 12. Deze schaal is bedacht door de Ierse admiraal Beaufort. Hij hield een logboek bij van de windkracht en baseerde zich op de druk die de wind op de zeilen van zijn fregat uitoefende, van windstil tot een orkaan.
benaming
windsnelheid km/uur
uitwerking
0
stil
0-1
rook stijgt recht of bijna recht omhoog
1
zwak
1-5
windrichting goed af te leiden uit rookpluimen
2
zwak
6-11
wind merkbaar in gezicht
3
matig
12-19
stof waait op
4
matig
20-28
haar in de war; kleding flappert
5
vrij krachtig
29-38
vuilcontainers waaien om
6
krachtig
39-49
paraplu’s met moeite vast te houden
7
hard
50-61
het is lastig tegen de wind in te lopen of te fietsen
8
stormachtig
62-74
voortbewegen zeer moeilijk
9
storm
75-88
dakpannen waaien weg; kinderen waaien om
10
zware storm
89-102
schade aan gebouwen; volwassenen waaien om
11
zeer zware storm
103-117
enorme schade aan bossen
12
orkaan
> 117
verwoestingen
Lees de titel. Wat weet je al? Vul een paar kernwoorden in.
14
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 14
12/04/2022 11:23
2
Lees de tekst en beantwoord de vragen. 1 Wat is luchtdruk?
2 Lees de tweede alinea nog eens: Luchtdruk is ... tot aan ... een hogedrukgebied. Wat is een lagedrukgebied? Licht toe welke stappen je hebt gebruikt om de betekenis te bedenken.
3 Hoe ontstaat wind?
4 Wat is windsnelheid?
5 Wat is windkracht?
3
Wat zijn de hoofdzaken in de leestekst? 1 Onderstreep of markeer de hoofdzaken in de tekst. 2 Maak een samenvatting van de tekst. • Gebruik de hoofdzaken. • Schrijf de samenvatting in je eigen woorden. • Zorg ervoor dat je zinnen goed lopen.
15
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 15
12/04/2022 11:23
4
Lees de tabel en beantwoord de vragen. 1 Bij welke windsnelheid waaien vuilcontainers om?
km/uur
2 Bij welke windkracht wordt voortbewegen zeer moeilijk? 3 Hoe noem je wind bij windkracht 3? 4 Welke windsnelheid hoort bij windkracht 9?
5
Welk woord hoort bij de omschrijving? Teken een lijn. wisselen uitgaan van snel varend oorlogsschip uiteindelijk bijna nooit wervelstorm
6
km/uur
• • • • • •
• • • • • •
het fregat de cycloon fluctueren sporadisch per slot van rekening zich baseren op
Hoe ontstaat wind? Laat het in een tekening zien.
16
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 16
12/04/2022 11:23
Hoofdstuk 3
Les 4
Woordenschat
Lezen
• Ik oefen de betekenis van 10 nieuwe woorden en van de woorden uit les 3.
• Ik leer de hoofdgedachte uit een informatieve tekst halen. • Ik leer de tekst samenvatten. • Ik leer informatie opzoeken in een tabel.
Sandy neemt New York in 30 oktober 2012
New York – Superstorm Sandy heeft enorme schade aangericht. Geleidelijk wordt duidelijk dat bijna een miljoen mensen zonder stroom zitten. De orkaan heeft delen van deze wereldstad in een spookstad veranderd. Metrotunnels en straten staan blank. De bussen staan stil, evenals de metro’s. De internationale vliegvelden zijn gesloten, waardoor duizenden vluchten zijn geschrapt. Scholen, kantoren en restaurants blijven eveneens dicht. Tienduizend mensen hebben tevergeefs geprobeerd het alarmnummer van de gebruikelijke hulpdiensten te raadplegen. Van heinde en verre worden hulpmiddelen aangeboden. Het transport daarvan naar New York kan echter nog niet gegarandeerd worden.
Rampen in New York datum 11-9-2001 14-8-2003 30-10-2012
1
soort ramp terroristische aanslag WTC black-out 2003 orkaan Sandy
Lees de tekst Sandy neemt New York in.
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 17
aantal doden 2749 90 40
langzaam steeds meer
ook zonder resultaat overal vandaan zeggen of ervoor zorgen dat het zeker is
Leestip
Wat te doen als je het niet meer snapt Je leest de tekst intensief en opeens begrijp je het niet meer! Wat moet je dan doen? 1 Ga terug in de tekst. Lees het laatste stukje nog eens, langzaam en aandachtig. Let op de verwijswoorden en waar ze naar verwijzen. Begrijp je alle woorden? Lees of bedenk de betekenis van onbekende woorden. 2 Lukt het bedenken van de betekenis van een woord niet? Zoek de betekenis op. 3 Lees het stukje dan nog eens. Begrijp je het? Lees dan door. Begrijp je het nog niet? Vraag het aan een ander.
17
12/04/2022 11:23
2
Maak een samenvatting. 1 Wat is de hoofdgedachte van deze tekst? ◯ Door de superstorm is er geen transport mogelijk. ◯ Superstormen komen vaak voor in Amerika. ◯ Superstorm Sandy heeft enorme schade aangericht. ◯ Sandy neemt een kijkje in New York waar het stormt. 2 Onderstreep of kleur de hoofdzaken in de tekst. 3 Maak een samenvatting van de tekst. Doe het zo: • Gebruik de hoofdzaken. • Schrijf de samenvatting in je eigen woorden. • Zorg ervoor dat de zinnen goed lopen.
3
Bekijk de tabel onder aan de tekst. 1 Waarover geeft deze tabel informatie?
2 Hoeveel doden vielen er bij black-out 2003? Er vielen
doden bij black-out 2003.
3 Wanneer was de terroristische aanslag op het WTC? ◯ 11-9-2001
◯ 14-08-2003
◯ 30-10-2012
18
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 18
12/04/2022 11:23
4
Welke woorden passen bij het plaatje? Vul onder elk plaatje twee woorden in. Kies uit: tevergeefs | raadplegen | gebruikelijk | de zonnewarmte | het hogedrukgebied
5
Welk woord past in de zin? Kies uit: eveneens | geleidelijk | garanderen | het hulpmiddel | evenals | van heinde en verre 1 Schaatsen is moeilijk, maar
word ik steeds beter.
2 De mensen kwamen overal vandaan naar het concert, ze kwamen 3 De bomen waaien om en de reclameborden 4 'Ik kan u 5 De buschauffeurs staken, 6 Dit karretje is
. .
dat dit een heel goede wasmachine is, ' zei de verkoper. de treinmachinisten. om iets zwaars te vervoeren.
19
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 19
12/04/2022 11:23
6
Maak de woordtrap af. 1 Vul de woorden in de woordtrap in. 2 Maak met elk woord uit de woordtrap een zin.
onophoudelijk nooit
Ben jij al in beweging geweest? Wat heb je geoefend?
20
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 20
12/04/2022 11:23
Hoofdstuk 3
Les 5
Woordenschat Dit kan ik nog • Ik herhaal woorden uit blok 6 (groep 7).
Dit kan ik nu • Ik herhaal woorden uit les 1, 3 en 4.
Dit kan ik nog 1
Welk woord hoort bij de omschrijving? Teken een lijn. Let op: je houdt twee antwoorden over. soort lange zwarte jurk die advocaten aan hebben
2
•
afbeelding waarin je bijvoorbeeld een bedrijf herkent
•
deel van een bril; houder van glazen
•
vocht in je mond
•
holte, uitholling in een muur
•
• • • • • • •
het montuur het speeksel het boegbeeld de toga de nis het logo de advocaat
Lees de tekst. Wat past er in de zin? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: is een held op sokken | handhaaft | doet hem iets aan | staat met zijn mond vol tanden | richt op | heeft veel bravoure | heeft respect voor hem 1 Stan durft alles, hij
.
2 Peter doet stoer, maar durft niets, hij
.
3 Ferdi weet niet wat hij moet zeggen, hij
.
4 De meester is streng, hij 5 Dat waardeert mijn vader wel, hij
de regels. .
21
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 21
12/04/2022 11:23
3
Lees de woorden. Wat is het tegengestelde? Let op: je houdt twee antwoorden over. eenzijdig
•
heel veel
•
heel weinig
•
stoppen
•
toegeven
•
• • • • • • •
overvloedig desnoods veelzijdig bedreigen doorgaan ontkennen schaars
Dit kan ik nu 1
Welk woord past in het weerbericht? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: fregat | lagedrukgebied | dampkring | waterpeil | hogedrukgebied | natuurramp | cycloon Goedenavond dames en heren, Helaas ligt er een groot
boven ons land. Dit gaat ervoor zorgen dat
het heel hard gaat waaien. De wind wakkert aan tot een Daardoor zal het
.
in de rivieren hard stijgen. De angst bestaat dat
sommige dijken zullen breken, waardoor er een De marine heeft als voorzorgsmaatregel alvast een
dreigt. gestuurd voor
eventuele noodhulp.
22
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 22
12/04/2022 11:23
2
Wat betekent hetzelfde? Teken een lijn. Let op: je houdt twee antwoorden over.
•
maar
3
uitzonderlijk
•
steeds veranderen
•
uiteindelijk
•
bijna nooit
•
• • • • • • •
per slot van rekening evenwel het nieuwsbulletin extreem zich baseren op fluctueren sporadisch
Welke omschrijving hoort bij het woord? Onderstreep het goede antwoord. 1 geleidelijk:
gewoonlijk | langzamerhand
2 garanderen:
verzekeren | wisselen
3 raadplegen:
advies vragen | in actie komen
4 tevergeefs:
herhaaldelijk | voor niets, zonder resultaat
5 van heinde en verre:
uit de buurt | uit het hele land
23
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 23
12/04/2022 11:23
Hoofdstuk 3
Les 6
Taal verkennen • Ik leer de leestekens afbreekstreepje en puntkomma herkennen en gebruiken. • Ik herhaal het herkennen en gebruiken van aanhalingstekens.
Leestekens en hoofdletters Leestekens helpen om een tekst beter te kunnen lezen. Voorbeelden van leestekens zijn: punt (.), komma (,), vraagteken (?), uitroepteken (!) en dubbele punt (:). Ook hoofdletters (h → H) helpen je bij het lezen van de tekst. Er zijn nog meer leestekens: Aanhalingstekens gebruik je bij de directe rede. De aanhalingstekens laten zien dat iets precies zo gezegd wordt. Merel zegt: ‘Ik voel me niet zo lekker.’ Een afbreekstreepje gebruik je als een woord niet meer helemaal op de regel past. Dan zet je een deel van het woord op de volgende regel. Je zet een streepje om te laten zien dat het woord op de volgende regel verder gaat. Breek af: • aan het einde van een lettergreep: boe-ken, jam-mer, mees-ter, ang-stig, leeu-wen • na het eerste woord van een samenstelling: school-tas, kaas-schaaf, dorps-straat • na een voorvoegsel of voor een achtervoegsel: on-echt, breek-baar • tussen de n en de g en de n en de k: rin-gen, ban-ket • voor de ch: ka-chel Een puntkomma gebruik je: • bij een opsomming van stukjes zinnen. We hebben veel uitstapjes gemaakt: – naar de kermis; – naar het zwembad; – logeren bij opa en oma. • tussen twee zinnen die heel erg bij elkaar horen. De puntkomma vervangt dan de punt achter de eerste zin. Sofie is ziek; ze heeft een flinke keelontsteking.
1
Bekijk het uitlegblokje.
24
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 24
12/04/2022 11:23
2
Lees de e-mail van Sam. Welke leestekens zie je? Vul in welke leestekens voorkomen en hoe vaak ze voorkomen. Vergeet de hoofdletters niet. Hoi Inge, Heb je al gehoord over de ramp bij ons in Amerom? Nou ja, het was bijna een ramp geworden! Er was een zware storm; het water stond heel hoog. Ze waren zelfs bang dat de Rijn zou overstromen! Nou, je kent mij. Ik zei: ‘Ik ga helpen!’ Ik vroeg aan Klaartje: ‘Ga jij mee helpen?’ In de hele binnenstad legden we zandzakken neer. Iedereen hielp: de bakker, de slager, zelfs de burgemeester. Maar opeens knapte het weer op! En wat denk je? Ik viel in een plas, dus werd ik toch nog nat!
3
Maak de zinnen in de directe rede. Let erop dat je een spatie plaatst na de dubbele punt!
1
Sam zegt dat we meteen naar de studio moeten gaan.
2
Bert zegt dat iedereen gemobiliseerd moet worden om te helpen.
3
Anniek zegt dat het leger de hoeveelheid werk niet aankan.
4
Yourek zegt dat het weer opknapt.
25
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 25
12/04/2022 11:23
4
Waar komt het afbreekstreepje in de vetgedrukte woorden? 1 De dokter gaf pillen tegen een hoge bloeddruk.
2 In de oude stadswijk worden veel huizen gerenoveerd, waardoor er weer jonge stellen komen wonen.
3 Op een bruiloft mogen de ringen natuurlijk niet ontbreken.
4 De man tilde de flinke kachel met één hand op.
5 De dikke dame droeg een poncho.
5
Zet een dubbele punt of puntkomma op de goede plaats. Vul de hele zin in. 1 De agent schoot op de verdachte hij werd in zijn been geraakt.
2 In de vakantie zijn we naar verschillende pretparken geweest naar de Efteling naar Walibi naar Duinrell.
3 Mijn oma is een heel charmante dame ze windt iedereen om haar vinger.
4 Pim heeft straf hij heeft een week huisarrest.
5 Harry heeft drie lievelingsmaaltijden lasagne, macaroni en boerenkool.
26
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 26
12/04/2022 11:23
6
Zet de goede leestekens en hoofdletters op de goede plaats. Vul de hele zin in. 1 de juf zegt na de pauze gaan we verder met deze les
2 voor mijn verjaardag kreeg ik een boek een glitterpen en een puzzel
3 mijn moeder roept wat een puinhoop is het hier
4 weet jij hoe je een appeltaart bakt
5 ilse is ziek ze heeft keelontsteking
6 kun je even hier komen vroeg de leraar
7
Bedenk een gesprek. Bedenk een gesprek tussen twee personen, bijvoorbeeld tussen een moeder en een dochter of tussen een leraar en een leerling. Vul de zinnen in de directe rede in. Denk aan het gebruik van aanhalingstekens.
27
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 27
12/04/2022 11:23
Hoofdstuk 3
Les 7 1
Taal verkennen • Ik oefen het herkennen en gebruiken van de leestekens aanhalingstekens, afbreekstreepje en puntkomma.
Lees de oproep. Onderstreep de leestekens en hoofdletters. Beste mensen, Kom allemaal helpen! Het water stijgt; en sommige dijken kunnen breken. Er is genoeg te doen: zandzakken leggen, water hozen en vee verhuizen. Dus denkt u: is er voor mij ook een taak? Aarzel dan niet, trek uw laarzen aan en help mee! Alle hulp is welkom. Zelfs de burgemeester is aan het helpen! Dus waarom zou u niet ook een steentje bijdragen?
2
Beantwoord de vragen. 1 Vul de goede hoofdletters en leestekens in. Schrijf het verhaal opnieuw op. ruik jij dat ook vroeg pjotr simon snoof de lucht op maar zei dat hij niets bijzonders rook het ruikt hier wel een beetje muf maar dat is toch normaal in een grot vroeg hij pjotr zei dat hij een rooklucht rook het is net alsof iemand een vuurtje gestookt heeft zei hij laten we maar eens kijken waar dat vandaan komt simon zei oké lopen maar
2 Welke zinnen staan in de indirecte rede? Zet deze in de directe rede.
28
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 28
12/04/2022 11:23
3
4
Waar komt het afbreekstreepje? Vul het woord in, met het afbreekstreepje op de goede plaats. 1 schoenen
6 bochten
2 bakfiets
7 koksmuts
3 stadstuin
8 donker
4 onwijs
9 cycloon
5 rekbaar
10 hangen
Zet een dubbele punt of puntkomma op de goede plaats. 1 Bas kreeg een onderscheiding voor verschillende goede daden voor het redden van een kind uit een brandend huis voor het redden van een drenkeling voor het helpen van een oude man. 2 De leerkracht kreeg veel cadeautjes van de kinderen zeepjes, chocola en parfum. 3 De wethouder draafde tijdens de vergadering weer door hij luisterde naar niemand.
5
Leestekens gebruiken. 1 Zet een dubbele punt of puntkomma op de goede plaats in iedere zin. 2 Zoek de zelfstandige naamwoorden op en schrijf ze naast de zin met een afbreekstreepje. 1 Met mijn tante ging ik vaak op stap –
naar de kermis
–
naar het pretpark
–
naar het stadspark.
2 De mensaap deed allerlei kunstjes –
eerst deed hij een radslag
–
toen deed hij een koprol
–
ten slotte maakte hij een buiging.
29
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 29
12/04/2022 11:23
6
Vul de leestekens in. Denk aan de hoofdletters. illy de chimpansee was vandaag chagrijnig is er toch aan de hand n wat denk je dan aar nee hoor chips voeren chocola
7
at
illy had heel veel zin in chocola
r is vast wel een bezoeker die dat bij zich heeft
r was een schoolreisje en alle kinderen wilden hem aar Billy haat chips
aar chips
ij houdt van bananen
snoep en koekjes vindt hij vies
jongetje met een hotdog o
et zat zo
e oppasser dacht
nootjes en
elukkig was er een
illy pakte hem af en likte de ketchup eraf
toch nog iets lekkers vandaag
Bedenk zelf zinnen met leestekens. Bedenk de toespraak die de burgemeester van Amerom houdt, nadat iedereen zo fantastisch heeft geholpen. Zorg dat je alle leestekens minstens één keer gebruikt.
Ben jij al in beweging geweest? Wat heb je geoefend?
30
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 30
12/04/2022 11:23
31
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 31
12/04/2022 11:23
Hoofdstuk 3
Les 8
Schrijven • Ik leer hoe ik een spannend verhaal schrijf. • Ik leer hoe ik een goede titel bedenk. • Ik leer wat de opbouw is van een spannend verhaal.
In de inleiding lees je over wie het gaat en waar ze zijn. Je krijgt ook al een gevoel dat er iets gaat gebeuren. De schrijver kiest voor woorden die vertellen dat de hoofdpersonen bang worden.
Zodra de deur achter Sam en Yourek dichtviel, wisten ze dat ze niet alleen waren. Ze hoorden een ademhaling en een gegrom. En het geluid kwam dichterbij. Er ging een rilling langs Sams rug. Er was nog iemand in de kelder! Dat vonden Sam en Yourek niet leuk.
In een spannend verhaal moet altijd een moeilijke keuze gemaakt worden. Je wilt graag actie ondernemen, maar ... hoe ga je dat aanpakken?
Er moest iets gebeuren. Sam en Yourek voelden om zich heen. Een kast, een stoffer en blik, een bezem ... Toen sloten Sams handen zich om een handvat. Zo te voelen had ze een schop te pakken.
In dit deel van het verhaal stijgt langzaam de spanning.
Sam tilde de schop voorzichtig op. Langzaam sloop ze in de richting van het geluid.
De schrijver zorgt nu voor het spannendste moment van het verhaal. Er gebeurt iets engs en je leest hoe iedereen zich dan voelt.
Sam liet de schop met een vaartje naar beneden zwaaien. Haar hart ging flink tekeer. Maar, ze raakte helemaal niets!
Het verhaal krijgt een slot. De schrijver zorgt ervoor dat iemand een eind aan de spanning maakt.
1
Sam besloot nog een poging te wagen. Ze sloop verder naar voren en ...
Lees het verhaal en de toelichtingen.
32
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 32
12/04/2022 11:23
2
Lees de toelichtingen bij het spannende verhaal en geef antwoord op de vragen. Waar begint de schrijver zijn verhaal mee? Hoe noem je het deel van het verhaal met de rode lijnen?
3
. .
Maak het verhaal spannender. 1 Je gaat zo het verhaal overschrijven en spannender maken. Dat doe je door bijvoeglijke naamwoorden toe te voegen en bijzinnen. Je kunt daarvoor de zinnen a t/m e gebruiken, maar je mag ook andere zinnen bedenken. 2 Bedenk wat Sam en Yourek voelen. Waar kun je zinnen over hun gevoelens toevoegen? 3 Schrijf het verhaal over en voeg bijvoeglijke naamwoorden en bijzinnen toe. Deel het verhaal in alinea’s in. a b c d e
Zodra de ... deur achter Sam en Yourek dichtviel, wisten ze dat ze niet alleen waren. Ze hoorden een ... ademhaling en een ... gegrom. Sam en Yourek wisten dat ze niet alleen waren, want ... Sam en Yourek voelden om zich heen, omdat ... Sam besloot nog een poging te wagen en ...
33
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 33
12/04/2022 11:23
4
Lees het verhaaltje hieronder en beantwoord de vragen. Langzaam deed Iris de kastdeur weer open. Voorzichtig gluurde ze naar binnen. Het was aardedonker in de kast. Eerst zag ze alleen vage omtrekken van boodschappen. Daarna deed ze zachtjes een stap naar voren. Plotseling zag ze achter een pak macaroni twee groene, gloeiende spleetjes ... 1 Wat vind jij een goede titel voor dit verhaal? Leg je antwoord uit. a Een kat in de kast b De keukengriezel c Het geheim van de voorraadkast
2 Leg van elke titel uit wat hij doet. Kies uit: het verhaal spannend maken | aangeven waar het verhaal over gaat | je op het verkeerde been zetten a Een kat in de kast b De keukengriezel c Het geheim van de voorraadkast 3 Welke signaalwoorden zie je in de tekst? Onderstreep de goede woorden. Eerst | Toen | naar | Daarna
5
Kies een goede titel voor het verhaal over Sam en Yourek. Leg uit waarom je deze titel gekozen hebt. Schrijf de titel boven je verhaal.
6
Bedenk het slot van het verhaal. 1 Bedenk wie een einde maakt aan de spanning en hoe dat gebeurt. 2 Schrijf het slot. 3 Klopt de titel nog steeds, nu je verhaal een slot heeft?
34
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 34
12/04/2022 11:24
7
Lees het verhaal na en verbeter. 1 Kijk je verhaal na. En let daarbij op het volgende: a Is het verhaal spannender geworden? b Heb je een goede indeling in alinea's gemaakt? c Lopen de zinnen goed? d Heb je signaalwoorden gebruikt? e Leef je in jouw lezer in. Is het slot logisch na het lezen van de kern? 2 Vul in of je wel of niet tevreden bent en waarom.
8
Teken het woord spannend in spannende letters.
35
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 35
12/04/2022 11:24
Hoofdstuk 3
Les 9
Schrijven • Ik oefen het schrijven van een spannend verhaal. • Ik oefen het bedenken van een goede titel. • Ik oefen het verdelen van een verhaal in alinea's.
De titel moet pakkend zijn en bij het verhaal passen. De titel kan je juist ook op het verkeerde been zetten. In de inleiding vertel je wie er in het verhaal voorkomen en waar ze zijn. Je schrijft ook wat er aan de hand is. Gebruik bijvoeglijke naamwoorden om over de personen en de plaats te vertellen. In de kern vertel je welke moeilijke keuze er gemaakt moet worden. Je schrijft over dingen die gebeuren en die het verhaal steeds spannender maken. Gebruik veel spannende woorden, bijvoorbeeld bijvoeglijke naamwoorden zoals eng, griezelig en gemeen. Gebruik ook bijzinnen waarin je vertelt hoe de personages zich voelen. Denk aan voegwoorden, zoals maar, hoewel en dus.
In het slot vertel je hoe het verhaal afloopt. Eind goed al goed, of juist niet?
36
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 36
12/04/2022 11:24
1
Lees het verhaal uit les 8 van je klasgenoot. Beantwoord de vragen 1 Ruil van leerwerkschrift met je klasgenoot. 2 Bespreek met elkaar jullie commentaar op elkaars verhaal.
ja
nee
1 Is het verhaal spannend?
◯
◯
2 Is er een goede titel gekozen?
◯
◯
3 Is er een goede indeling in alinea’s gemaakt?
◯
◯
4 Zijn er spannende woorden gebruikt?
◯
◯
5 En staan er bijzinnen in waarin gevoelens van personages staan?
◯
◯
6 Is het slot logisch na het lezen van de kern?
◯
◯
7 Lopen de zinnen goed?
◯
◯
8 Zijn er nog andere dingen in het verhaal die naar jouw idee beter kunnen?
◯
◯
2
Herschrijf zo nodig de titel en de inleiding. Gebruik wat je klasgenoot bij opdracht 1 heeft opgeschreven. Schrijf je inleiding in het net.
3
Herschrijf de kern van je verhaal. Gebruik wat je klasgenoot bij opdracht 1 heeft opgeschreven. Maak spannende zinnen en gebruik spannende woorden. Deel je verhaal goed in alinea’s in.
4
Lees de kern van je verhaal nog eens na en verbeter zo nodig. Kijk goed naar je zinnen. Kun je ze nog spannender maken? 1 Heb je genoeg bijvoeglijke naamwoorden gebruikt om het spannend te maken? Voeg zo nodig nog toe. 2 Kijk eens naar de verwijswoorden: de persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden. Kloppen die?
37
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 37
12/04/2022 11:24
5
Herschrijf het slot van je verhaal Maak in het slot een einde aan de spanning. Gebruik wat je klasgenoot bij opdracht 1 heeft opgeschreven.
6
Laat je verhaal nog een keer lezen door je klasgenoot. 1 Je klasgenoot let op de volgende punten: • Is het verhaal spannend? • Heeft hij een goede titel gekozen? • Heeft hij een goede indeling in alinea's gemaakt? • Zijn er spannende woorden gebruikt? • Is het slot logisch na het lezen van de kern? • Lopen de zinnen goed? Zijn er signaalwoorden en voegwoorden gebruikt? 2 Vindt je klasgenoot het verhaal spannend?
3 Vindt je klasgenoot de opbouw van je verhaal goed? Leg uit waarom.
7
Bedenk een ander slot voor je verhaal. Is je verhaal nu spannender geworden of minder spannend? Leg je antwoord uit
38
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 38
12/04/2022 11:24
Hoofdstuk 3
Les 10
Taal verkennen Dit kan ik nog • Ik herhaal zinnen ontleden uit blok 6 (groep 7).
Dit kan ik nu • Ik herhaal alle leestekens, de hoofdletter en het afbreekstreepje.
Dit kan ik nog 1
Lees de zinnen. 1 Wat is het gezegde? Onderstreep het goede antwoord. 2 Onderstreep de persoonsvorm in iedere zin met rood.
2
1 Op straat probeerde een zakkenroller mij te beroven.
probeerde | probeerde te beroven | te beroven
2 Indra mag een horloge uitkiezen voor haar verjaardag.
mag | mag uitkiezen | uitkiezen
3 Ik zou die valse kat geen eten durven geven.
durven geven | zou durven | zou durven geven
4 Op zondag zijn we gaan wandelen met oma.
gaan wandelen | zijn | zijn gaan wandelen
5 Vanwege de sneeuw hebben we het skiën uitgesteld.
hebben | hebben uitgesteld | uitgesteld
Lees de zinnen. Benoem de vetgedrukte zinsdelen.
gezegde onderwerp
lijdend voorwerp
1 Voor elke dag krijgt oma medicijnen voorgeschreven.
◯
◯
◯
2 Het kleine meisje drinkt haar limonadeglas leeg.
◯
◯
◯
3 Moeder heeft boodschappen gedaan bij de supermarkt.
◯
◯
◯
4 De kleine kat kroop weg onder de bank.
◯
◯
◯
5 Je moet de rotzooi op je kamer opruimen.
◯
◯
◯
39
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 39
12/04/2022 11:24
3
Lees de zinnen. Beantwoord de vragen. 1 De kermis in de stad is een groot succes. Wat is het onderwerp? 2 Mike eet een groot stuk appeltaart. Wat is het lijdend voorwerp? 3 De voetballer heeft een schitterend doelpunt gemaakt. Wat is het gezegde? 4 Vergeet je het programma niet voor mij op te nemen? Wat is de persoonsvorm? 5 Ik ga koffie kopen bij de supermarkt. Wat is een 'ander zinsdeel'?
Dit kan ik nu 1
Vul hoofdletters en leestekens op de goede plaats in. 1 samir kocht een treinkaartje naar rotterdam
2 weet jij hoe laat het is
3 we stonden vroeg op we moesten ver rijden
4 anne at een appel een banaan en een sinaasappel
5 mevrouw bruinsma belt haar zus in rotterdam
40
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 40
12/04/2022 11:24
2
Zet de zinnen in de directe rede. Denk aan de leestekens. 1 Mijn vader roept dat ik op moet schieten.
2 De leraar zegt dat hij het huiswerk op gaat geven.
3 Meike vertelt dat ze morgen jarig is.
4 Mijn zusje vraagt of ze mee mag winkelen.
5 Ingmar zegt dat hij nooit te laat komt.
3
Vul de vetgedrukte woorden in met het afbreekstreepje op de goede plaats.
borden: breekbaar:
kapsel: onecht:
ketchup:
41
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 41
12/04/2022 11:24
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 42
12/04/2022 11:24
Hoofdstuk 4
Hoe gaat het? ?⃝ Ik moet het nog leren.
Doelenkaart
⃝↑ Ik moet het nog oefenen. ⃝✓ Ik kan het!
Spreken en luisteren • Ik kan een discussie voeren.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan mijn mening geven en uitleggen.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan gericht luisteren naar een verhaal.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan vertellen wat ik van een verhaal vind en waarom.
?⃝
⃝↑
⃝✓
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan een betoog herkennen.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan feiten, meningen en argumenten in een tekst herkennen.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan het doel van de schrijver herkennen.
?⃝
⃝↑
⃝✓
?⃝
⃝↑
⃝✓
?⃝
⃝↑
⃝✓
Woordenschat • Ik ken de betekenis van 45 nieuwe woorden.
Lezen
Taal verkennen • Ik kan een samengestelde zin ontleden in zinsdelen.
Schrijven • Ik kan een oproep schrijven.
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 43
12/04/2022 11:24
Hoofdstuk 4
Les 1 Kijkwoorden
de abrikoos
de cacao
Spreken en luisteren • Ik leer een discussie voeren. • Ik leer mijn mening geven en uitleggen.
Woordenschat • Ik leer de betekenis van 20 nieuwe woorden.
Leeswoorden
de balans opmaken: kijken hoe iets gegaan is Na de uitzending maken ze de balans op: bijna alles was leuk. het over een andere boeg gooien: het helemaal anders doen We gooien het over een andere boeg: we gaan het helemaal anders doen. kommer en kwel: alleen maar ellende De laatste tijd lijkt het wel alleen maar kommer en kwel in Amerstad: wat een narigheid! multimediaal: gebruikmakend van verschillende media (zoals tv, internet en radio) Laten de mensen nu eens niet multimediaal gaan, maar een avond zonder tv, radio en internet doorbrengen.
de lasagne
oubollig: een beetje ouderwets; niet meer van deze tijd Een avond oubollig een spelletje spelen is hartstikke leuk!
Weetwoorden de puppy
de amandel beamen ellenlange evenwichtig in het teken staan van het nagerecht
onbekommerd twinkelen de verbouwing voor pampus liggen zich kostelijk amuseren
44
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 44
12/04/2022 11:24
Helemaal anders
1
Bekijk de afbeelding.
45
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 45
12/04/2022 11:24
2
Beantwoord de vragen. In de studio vergadert de redactie van radio Amerom. 1 Welke twee onderwerpen voor de nieuwe uitzending worden besproken?
2 Waar zie je aan dat de redactie er nog niet uit komt?
3
Luister en kijk naar het verhaal.
4
Bij multimediale middelen worden veel Engelse leenwoorden gebruikt. Praat er samen over. Doe het zo: 1 Maak eerst afspraken: • Wie zorgt dat iedereen aan de beurt komt en dat het gesprek goed verloopt? Wie is dus de voorzitter? • Hoe maak je duidelijk dat jij de beurt wil? • Wie maakt de aantekeningen en vertelt straks aan de klas? Wie is dus de verslaggever? • Wie bewaakt de tijd? Wie is dus de tijdbewaker? 2 Vertel aan elkaar: • Welke Nederlandse woorden kun je gebruiken in plaats van: computer – chillen – mailen – website • Vind jij dat onze taal mooier of beter wordt door leenwoorden? Waarom wel of niet?
Gesprekstip Kies en verdeel de rollen. Kies de rollen die je voor een opdracht nodig hebt en verdeel ze: De voorzitter leidt het gesprek. De verslaggever schrijft op wat er gezegd wordt. De tijdbewaker houdt de tijd in de gaten. De aanmoediger zorgt dat iedereen mee blijft doen. De taakverdeler zorgt dat taken (die later moeten gebeuren) verdeeld worden en dat er afspraken worden gemaakt.
46
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 46
12/04/2022 11:24
5
Praat samen na over jullie discussie. 1 Heeft iedereen zijn mening kunnen geven? 2 Werkte de afspraak over de beurt nemen? 3 Welke dingen kunnen jullie verbeteren bij de volgende discussie?
6
Onze taal heeft ook veel Franse leenwoorden. Welke Nederlandse woorden lijken op deze Franse woorden? Let op: voeg geen lidwoord toe. tarte:
tapis:
meuble:
fin:
citron:
abricot:
rubrique:
situation:
théâtre:
47
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 47
12/04/2022 11:24
Hoofdstuk 4
Les 2
Spreken en luisteren • Ik leer gericht luisteren naar een verhaal. • Ik leer vertellen wat ik van een verhaal vind en waarom.
1
Luister nog een keer naar het verhaal Helemaal anders.
2
Beantwoord de vragen.
Woordenschat • Ik oefen de betekenis van de 20 woorden uit les 1.
1 Waarom wil de redactie dat JWMW deze vrijdag in het teken van goed nieuws staat?
2 Welke vier dingen zijn er als goed nieuws over Amerstad te melden?
3
Lees de zin. Leg uit wat de spreker ermee bedoelt. 1 Wat bedoelt Bert met: ‘We gooien het dit keer over een hele andere boeg’?
2 Wat bedoelt Jolanda met: ‘Ik heb me kostelijk geamuseerd!’?
3 Wat bedoelt Sam met: ‘Er was zo veel. Iedereen lag voor pampus.’?
48
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 48
12/04/2022 11:24
4
De kinderen kwamen met het idee: Ga voor één keertje niet multimediaal! Wat vind jij van dat idee? Leg ook uit waarom je dat vindt. Maak de zin af. Ik vind het een goed/slecht idee, omdat
5
Welk woord past in de zin? Kies uit: de lasagne | de puppy | het nagerecht | de cacao | ellenlange | de amandel | de abrikoos 1 Voor de toets moesten we 2
rijen met woorden leren.
zat voor de winkel te wachten op zijn baasje.
3 Pas op! De schaal met
is heel heet.
4 Waarom ligt
naast de fruitmand in plaats van erin?
5 Ik hoop dat
bestaat uit ijs met aardbeien.
6 Opa probeert
te kraken zonder notenkraker.
7 We kunnen geen chocolademelk maken zonder
6
.
Wat betekent hetzelfde? Teken een lijn. kommer en kwel beamen evenwichtig onbekommerd twinkelen de verbouwing
• • • • • •
• • • • • •
gelijkmatig alleen maar ellende wijziging van een bestaand gebouw fonkelen met iets instemmen onbezorgd
49
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 49
12/04/2022 11:24
7
Lees het doelwoord en gebruik het in een zin. 1 in het teken staan van:
2 oubollig:
3 multimediaal:
4 de balans opmaken:
8
Maak een woordspin met acht woorden. Kies uit: oubollig | onbekommerd
50
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 50
12/04/2022 11:24
Hoofdstuk 4
Les 3
Woordenschat • Ik leer de betekenis van 15 nieuwe woorden.
Lezen • Ik leer een betoog herkennen. • Ik leer feiten, meningen en argumenten in een tekst herkennen.
Kijkwoorden
Leeswoorden
het billboard
bevorderen: vooruithelpen; proberen ervoor te zorgen dat iets meer, beter, groter enzovoort wordt We hoeven het verengelsen van onze taal niet te bevorderen: het gaat vanzelf. de globalisering: het wereldwijd worden: landen hebben steeds meer met elkaar te maken, bedrijven doen zaken over de hele wereld In deze tijd van globalisering is een wereldtaal nodig.
de boiler
het minderwaardigheidscomplex: het gevoel minder waard te zijn Wij Nederlanders hebben last van een minderwaardigheidscomplex. sentiment: gevoel van ontroering Ik wil niet uit sentiment alles van vroeger behouden.
de meteoriet
de standaardtaal: de taal die in het hele taalgebied en in alle situaties bruikbaar is en die geldt als norm voor goed (correct) taalgebruik Ik ben tegen het opnemen van Engelse woorden in de Nederlandse standaardtaal.
Weetwoorden de wolkenkrabber
de aanbidder de afschuw het alternatief benutten betwijfelen het zelfvertrouwen
Tip Een onbekend woord? Pas de stappen toe bij een tekst in een andere taal. Lees je een tekst in een andere taal, bijvoorbeeld in het Engels? Gebruik dezelfde stappen als je geleerd hebt bij het bedenken van de betekenis van een Nederlands onbekend woord.
51
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 51
12/04/2022 11:24
Waarom shuttle als we ruimteveer hebben?! Met afschuw heb ik gisteren het artikel Engels als tweede taal van uw redacteur gelezen, waarin hij zegt voorstander te zijn van de verengelsing van onze standaardtaal, het Nederlands. Het verplicht willen stellen van Engelse les voor kleuters was voor mij de druppel ... om de pen op te pakken. Als we op deze wijze doorgaan, duurt het niet lang meer voordat het Nederlands verdwenen is. Niet dat ik zo’n aanbidder ben van Oranje of uit sentiment alles van vroeger wil behouden. Nee, wij Nederlanders hebben last van een minderwaardigheidscomplex. Waarom boiler als heetwatervat ook kan? Of billboard als reclamebord een prima alternatief is? En vindt u wolkenkrabber niet veel leuker klinken dan torenflat? Al die Engelse woorden verarmen onze taal.
Uw redacteur is er ook voorstander van om het hoger en universitair onderwijs in het Engels te laten geven. Ik kan u echter nu al verzekeren dat Nederlandse studenten hierdoor een achterstand oplopen. Aan de basis van goede studieresultaten ligt een uitgebreide woordenschat. En die ontbreekt nu juist voor hen in het Engels. Wij hebben eenvoudigweg te weinig zelfvertrouwen en benutten onze eigen mogelijkheden niet. Overigens betwijfel ik of deze verengelsing van het onderwijs werkelijk zal doorgaan. Lang leve onze taal!
Jan Berends, Nijmegen
Engels is niet te stoppen Uw artikel ‘Engels als tweede taal’ van gisteren kwam bij mij als een meteoriet binnen. Ik ben het volledig eens met de strekking. Natuurlijk is in deze tijd van globalisering een wereldtaal nodig. Nederland is als een stad in het land dat Aarde heet. Samenwerking en vrede beginnen met een gemeenschappelijke taal. Pas dan begrijp je elkaar. Het verengelsen van de taal en het onderwijs hoeven we niet eens te bevorderen. Het gebeurt namelijk al vanzelf. Engels is cool en hip en verlevendigt de taal. Voor veel woorden is ook geen goed alternatief. Denk aan computer, e-mail, hacken, spam en gamen. Engelse woorden zijn
vaak korter en doeltreffender. Spyware zegt toch meer dan spionageprogramma? En een loser is echt iets anders dan een verliezer. Dat Nederlands dreigt te verdwijnen, daar ben ik niet bang voor. Die paniek is van alle tijden. Toen de Romeinen kwamen, was er verzet tegen het Latijn. Later zou het Frans en nog later het Duits onze moedertaal verdringen. En wat gebeurde er? Sommige woorden raakten ingeburgerd en andere niet. Taal is iets levends. Taal maakt zijn eigen ontwikkeling door en dat is nu juist het boeiende!
John van Dael, Arnhem
1
Lees de teksten Waarom shuttle als we ruimteveer hebben?! en Engels is niet te stoppen.
2
Beantwoord de vragen. 1 Wat voor soort teksten zijn het? Kies het goede antwoord. ◯ Twee monologen.
◯ Twee betogen (ingezonden brieven).
◯ Twee informatieve artikelen.
◯ Twee gedichten.
52
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 52
12/04/2022 11:24
2 Welke kenmerken heeft zo'n tekst? ◯ De tekst bevat informatie met extra uitleg.
◯ De tekst bevat de actuele stand van zaken.
◯ De tekst bevat meningen en argumenten.
◯ De tekst bevat alleen feiten.
3 Wat willen de schrijvers bij hun lezers bereiken?
4 Met welke ingezonden brief ben jij het eens? Leg uit waarom.
3
4
Lees de zin. Kies of het een feit, mening of argument is.
feit
mening
argument
1 Onze standaardtaal is het Nederlands.
◯
◯
◯
2 Waarom boiler als heetwatervat ook kan?
◯
◯
◯
3 Al die Engelse woorden verarmen onze taal.
◯
◯
◯
Lees de zin. Welk woord past bij de zin? Kies uit: het sentiment | de wolkenkrabber | de meteoriet | de aanbidder 1
heeft een flink gat in de grond veroorzaakt.
2 De bovenste verdieping van 3 Bij het horen van dat liedje komt 4 Het fotomodel gaf een handtekening aan
verdwijnt in de mist. van mijn jeugd naar boven. .
53
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 53
12/04/2022 11:24
5
Welk woord past bij de zin? Teken een lijn. Hij maakte gebruik van zijn kans om een doelpunt te maken. Zij heeft een afkeer van spruiten. Als je hier genoeg van hebt, ben je niet onzeker. Dit is mogelijk, maar er is ook een andere oplossing. We weten niet zeker of dat wel waar is.
6
•
•
• • • •
• • • •
het zelfvertrouwen benutten betwijfelen het alternatief de afschuw
Schrijf ook een ingezonden brief naar de krant. Geef daarin jouw mening over het gebruik van leenwoorden in onze taal.
54
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 54
12/04/2022 11:24
Hoofdstuk 4
Les 4
Woordenschat • Ik oefen de betekenis van 10 nieuwe woorden en van de woorden uit les 3.
Lezen • Ik leer het doel van de schrijver herkennen.
Doe mee met Real Life! Wij roepen iedereen op om op kerstavond offline te gaan. Het is een hele opgave, maar wij dagen je uit om alles uit te schakelen: je computer, je telefoon, ... en de tv mag evenmin aan! Maak van de gelegenheid gebruik en ga helemaal Real Life! Waarom? Allereerst om eens echt met je familie samen te zijn in het heden, door samen spelletjes te doen en te kletsen. Zo word je je grondig bewust van de hoeveelheid tijd die je gedachteloos doorbrengt achter de computer. Het merendeel van jullie zit namelijk herhaaldelijk veel te lang achter een scherm. En ofschoon je denkt met anderen te communiceren, is het gebruik van al die apparaten toch iets heel anders dan echt samen zijn! Er heerst bovendien niet voor niets de opvatting dat het verslavend kan zijn, wat gepaard gaat met slaapproblemen, slecht eten en te weinig beweging.
moeilijke taak; iets lastigs wat je moet doen ook niet moment van nu
hoewel
samen gaan met
Sam en Yourek
1
Lees de tekst Doe mee met Real Life!
2
Beantwoord de vragen. 1 Wat voor soort tekst is dit? ◯ een verslag
◯ een betoog
◯ een instructie
◯ een verhaal
◯ een artikel 2 Waarom kiezen Sam en Yourek juist voor deze tekstsoort?
55
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 55
12/04/2022 11:24
3 Vertel in eigen woorden wat bedoeld wordt met: Er heerst bovendien niet voor niets de opvatting dat het verslavend kan zijn, wat gepaard gaat met slaapproblemen, slecht eten en te weinig beweging.
4 Zou jij meedoen met deze Real Life-actie? Leg uit waarom wel of niet.
3
Lees de zinnen. Wat willen de schrijvers daarmee bereiken? Wat is het doel van de zin? Kies uit: mening geven | uitleg geven | informatie geven | je uitdagen | iets laten beseffen 1 Vertellen wat Real Life is. 2 Zo word je je grondig bewust van de tijd die jij gedachteloos doorbrengt.
3 Het merendeel van jullie zit namelijk herhaaldelijk veel te lang achter een scherm.
4 Dat het gepaard gaat met slaapproblemen, slecht eten en te weinig beweging.
5 Doe mee aan deze moeilijke opgave!
56
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 56
12/04/2022 11:24
4
Welk woord hoort op de puntjes? Vul het in de puzzel in. 1 2 3 4 5 6
Niet het verleden, maar juist het ... . Als je steeds hetzelfde doet, dan doe je het ... . Ik kan echt niet komen en mijn broer ... . Als er veel mensen griep hebben, dan zeg je dat er griep .... ... hij hard doorwerkt, komt het vandaag niet af. Het was nog een hele ... om het op tijd af te krijgen. 1 2
h
d 3
k n
e
n 4
5
s
c
h h
6
5
Welk woord past in de zin? Kies uit: een minderwaardigheidscomplex | de standaardtaal | het merendeel | bevorder 1 Als iedereen in het land dezelfde taal gebruikt, dan spreken ze 2 Door goed je tanden te poetsen,
. je de gezondheid van je gebit.
3 Als de meeste mensen over de finish zijn, dan heeft bereikt.
de eindstreep
4 Als je denkt: iedereen kan het beter dan ik, dan heb je
6
.
Het woord staat achterstevoren. Vul het goed in. 1 reliob
Het hete water komt uit de
2 gniresilabolg
Zaken doen in alle landen heet
3 draapeg
De verbouwing gaat
4 kiurbeg
In dit boek staat uitleg over het
5 gidnorg
De politie deed
. . met veel lawaai. van leestekens. onderzoek.
57
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 57
12/04/2022 11:24
7
Bedenk nieuwe woorden met de letters van het woord minderwaardigheidscomplex. Vul er ten minste zes in. 1 2 3 4 5 6
Ben jij al in beweging geweest? Wat heb je geoefend?
58
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 58
12/04/2022 11:24
Hoofdstuk 4
Les 5
Woordenschat Dit kan ik nog • Ik herhaal woorden uit blok 6 (groep 7).
Dit kan ik nu • Ik herhaal woorden uit les 1, 3 en 4.
Dit kan ik nog 1
Bekijk de plaatjes. Wat is het? Vul het woord in. Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: de gastvrouw | de peul | het bestrijdingsmiddel | de compost | het zaakvak | het houtsnijwerk | het boegbeeld
2
Wat hoort bij elkaar? Teken een lijn. Let op: je houdt twee antwoorden over. op eigen houtje iets doen
•
toe zijn aan iets
•
er gaat niets boven het zelf doen
•
hoe langer hoe meer
•
iemand aanzetten tot iets
•
• • • • • • •
er is niet beters dan het zelf doen verbeteren van wat je kunt recht hebben die anderen niet hebben helemaal zelf iets doen steeds meer zorgen dat iemand iets gaat doen klaar zijn voor iets
59
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 59
12/04/2022 11:24
3
Lees de tekst. Welk woord past in de zin? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: doorgaan | zich realiseren | ontkennen | desnoods | profiteren | ontlopen | in werkelijkheid Sommige kinderen zijn erg bang voor honden. Ze proberen honden te
.
lopen ze er zelfs een stukje voor om. Maar daar kunnen ze beter niet mee Ze moeten
.
dat je honden overal en altijd tegenkomt.
Het beste is om kalm en rustig door te lopen. en niet gevaarlijk.
zijn de meeste honden lief
Dit kan ik nu 1
Welk woord hoort bij het nummer? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: het billboard | de abrikoos | de boiler | de puppy | de wolkenkrabber | de lasagne | de cacao
1
4
2
5
3
60
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 60
12/04/2022 11:25
2
Welk woord hoort bij de omschrijving? Teken een lijn. Let op: je houdt twee antwoorden over. Zij neemt ontslag en gaat ander werk zoeken.
Die trui is echt niet meer in de mode, hoor.
Hij denkt steeds dat hij het niet zo goed kan als zijn vriend.
3
• • •
Door veel te sporten, stimuleren wij dat we afvalllen.
•
Als we kijken naar wat het toch aan positiefs heeft opgeleverd, zijn we tevreden.
•
•
oubollig
•
het sentiment
•
het over een andere boeg gooien
•
de balans opmaken
• • •
kommer en kwel het minderwaardigheidscomplex bevorderen
Klopt de zin? Kies het juiste antwoord.
goed
fout
1 Hij bleef maar praten, ofschoon ik hem vroeg om eens even zijn mond te houden.
◯
◯
2 De schoonmaakster was snel klaar. Zij heeft de vloer grondig gepoetst.
◯
◯
3 Het merendeel van het publiek is al naar huis. De tribune zit vol.
◯
◯
4 De herfst is begonnen en dat gaat gepaard met hevige storm en regen.
◯
◯
5 Dit karwei doe ik herhaaldelijk. Vandaag verf ik voor het eerst een deur.
◯
◯
61
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 61
12/04/2022 11:25
Hoofdstuk 4
Les 6
Taal verkennen • Ik herhaal het ontleden van een samengestelde zin in zinsdelen.
Samengestelde zinnen ontleden Een samengestelde zin bestaat uit twee of meer deelzinnen. De deelzinnen kunnen op verschillende manieren met elkaar verbonden zijn: • met het voegwoord en, maar, dus, want en of → in beide zinnen staan onderwerp en persoonsvorm naast elkaar. Zo’n deelzin noem je een hoofdzin. • met een ander voegwoord bijvoorbeeld: omdat, doordat, zodat, dat, terwijl, zodra, toen, hoewel, tenzij en of → het onderwerp en de persoonsvorm zijn (of kunnen) door een ander zinsdeel gescheiden (worden). Zo’n deelzin noem je een bijzijn. • met het verwijswoord die, dat en wat. Als het verwijswoord aan het begin van een bijzin staat, noem je het een betrekkelijk voornaamwoord. Het verwijst naar iets of iemand dat in de hoofdzin genoemd wordt. Zineb pakt haar fiets /, want / ze gaat naar muziekles. hoofdzin
hoofdzin
Zineb pakt haar fiets / , omdat / ze naar muziekles gaat. hoofdzin
bijzin: pv en ond zijn van elkaar gescheiden.
Zineb / , die naar muziekles gaat, / pakt haar fiets.
Elke samengestelde zin heeft minstens één hoofdzin. Een bijzin is een zinsdeel van de hoofdzin of een deel van een zinsdeel. Dat Anniek haar bril niet kon vinden, was niet vreemd. → de bijzin is een zinsdeel van de hoofdzin: het onderwerp ond bij de pv was Ik zei haar dat ze hem op haar hoofd had. → Wie/Wat zei ik haar? Dat ze hem op haar hoofd had → de bijzin is een zinsdeel van de hoofdzin: lijd vw het lijdend voorwerp Anniek, die haar bril niet kon vinden, was verstrooid. bijzin is deel van het ond
62
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 62
12/04/2022 11:25
1
Bekijk het uitlegblokje.
Grammaticatip 2
Lees wat er op de redactievergadering gezegd wordt. 1 Omcirkel het voegwoord in de samengestelde zinnen. 2 Onderstreep de twee deelzinnen. Schrijf eronder: hoofdzin of bijzin. 3 Maak alleen van de bijzinnen enkelvoudige zinnen. Vul ze in. 1 We gooien het over een andere boeg, want het lijkt wel een en al kommer en kwel.
Moet je een samengestelde zin ontleden? Maak eerst van elke deelzin een enkelvoudige zin. Onderwerp en persoonsvorm staan dan naast elkaar. Ook handig als je de persoonsvorm moet schrijven in een bijzin!
2 Ofschoon het geen noodweer werd, vond ik het wel heel erg eng.
3 De hond van mijn buren heeft puppy’s gekregen, maar dat is vast geen nieuws.
4 We sluiten de vergadering, hoewel we nog geen nieuw onderwerp hebben.
3
Beantwoord de vragen. 1 Omcirkel het voegwoord. 2 Welke deelzinnen zijn bijzinnen? Markeer ze. a
Jolanda heeft een topavond gehad, omdat zij niet multimediaal ging.
b
De kinderen maken een radiospotje, zodat zij veel luisteraars bereiken.
c
Iedereen zat aan een ellenlange tafel en genoot van de lasagne.
d
Zij brachten de nagerechten, terwijl het hoofdgerecht nog op tafel stond.
63
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 63
12/04/2022 11:25
4
Lees de uitleg over het voegwoord of.
Het voegwoord of kan zowel aan het begin van een hoofdzin als bijzin staan. Kijk maar naar deze twee zinnen: 1 Hij gaat met het vliegtuig of hij gaat met de boot. → twee hoofdzinnen 2 Of hij met het vliegtuig gaat, is niet zeker. → bijzin (pv en ond zijn gescheiden!) en hoofdzin.
1 Lees de zinnen a t/m d. Kleur in de deelzinnen: • de persoonsvorm rood • het onderwerp groen. 2 Is de cursieve deelzin een hoofdzin of een bijzin? Kleur het goede bolletje.
5
hoofdzin
bijzin
a Ga je met me mee of blijf je nog even hier?
◯
◯
b Weet je al of je vriendje vanavond langskomt?
◯
◯
c Het is niet zeker of hij komt!
◯
◯
d Ik zal vragen of hij me even belt.
◯
◯
Lees de zinnen. De zinsdelen staan door elkaar. 1 Schrijf de zin eerst goed op. 2 Kleur met rood het voegwoord. 3 Wat zijn de deelzinnen? Hoofd- of bijzin? Vul achter de zin in. Kies uit: hoofdzin + hoofdzin | bijzin + hoofdzin | hoofdzin + bijzin is / De verbouwing / klaar, / dus / geopend / de supermarkt / wordt. zin:
dus wordt de supermarkt geopend.
soort zin: hebben / nog steeds koud water, / Wij / hoewel / gisteren / werd gerepareerd / de boiler. zin:
hoewel de boiler gisteren werd gerepareerd.
soort zin:
64
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 64
12/04/2022 11:25
6
Welk zinsdeel van de hoofdzin is de vetgedrukte bijzin? Vul in. Kies uit: onderwerp | lijdend voorwerp | ander zinsdeel 1 Mijn vader, die vanavond kookt, wil zijn vriendin uitnodigen. 2 Ik ga meteen mijn huiswerk maken, zodat ik daarna kan gamen. 3 Degene die het weet, mag het zeggen. 4 Vraag je mij of ik met je mee wil gaan?
7
Wat zou jij doen als je een avondje niet multimediaal zou gaan? 1 Bedenk er twee samengestelde zinnen over. 2 Onderstreep in elke deelzin de persoonsvorm met rood en het onderwerp met groen.
65
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 65
12/04/2022 11:25
Hoofdstuk 4
Les 7 1
Taal verkennen • Ik oefen het ontleden van een samengestelde zin in zinsdelen.
Lees de veel te lange samengestelde zin. Omcirkel eerst de voegwoorden. Maak er dan zes enkelvoudige zinnen van. De kinderen zitten bij Ralph in de studio, want vandaag wordt het radiospotje ingesproken, maar de tekst moet eerst nog goedgekeurd worden, nadat ze de jingle bedacht hebben, hoewel de muziek thuis al uitgezocht is, dus kan Ralph nog niet beginnen met de opname. 1 2 3 4 5 6
2
Verdeel de veel te lange samengestelde zin in zinsdelen. Zet schuine strepen tussen de zinsdelen. De kinderen zitten bij Ralph in de studio, want vandaag wordt het radiospotje ingesproken, maar de tekst moet eerst nog goedgekeurd worden, nadat ze de jingle bedacht hebben, hoewel de muziek thuis al uitgezocht is, dus kan Ralph nog niet beginnen met de opname.
66
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 66
12/04/2022 11:25
3
Lees de samengestelde zinnen. 1 Onderstreep de voegwoorden met blauw. 2 Onderstreep de persoonsvorm met rood en het onderwerp met groen. 3 Markeer de bijzinnen. 1 De kinderen zitten bij Ralph in de studio, want vandaag wordt het radiospotje ingesproken. 2 De tekst moet eerst nog goedgekeurd worden, nadat ze de jingle bedacht hebben. 3 Hoewel de muziek thuis al uitgezocht is, kan Ralph nog niet beginnen met de opname.
4
Ontleed de samengestelde zin. Maak er eerst twee enkelvoudige zinnen van. Nadat het rode lichtje ging branden, kon de opname starten. enkelvoudige zin 1: persoonsvorm: gezegde: onderwerp:
enkelvoudige zin 2: persoonsvorm: gezegde: onderwerp:
67
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 67
12/04/2022 11:25
5
Ontleed de zinnen. Kleur eerst het voegwoord. 1 Bert wil geen narigheid, dus gooit hij het over een andere boeg. persoonsvorm 1:
persoonsvorm 2:
gezegde 1:
gezegde 2:
onderwerp 1:
onderwerp 2:
2 Anniek kijkt vrolijk, omdat zij een nieuwsonderwerp bedacht heeft.
6
persoonsvorm 1:
persoonsvorm 2:
gezegde 1:
gezegde 2:
onderwerp 1:
onderwerp 2:
Bedenk vijf korte zinnen. Maak er één lange zin van met vier voegwoorden. Onderstreep de persoonsvorm met rood, het gezegde met blauw en het onderwerp met groen. Zie je ook nog een lijdend voorwerp? Kleur dat paars.
Ben jij al in beweging geweest? Wat heb je geoefend?
68
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 68
12/04/2022 11:25
69
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 69
12/04/2022 11:25
Hoofdstuk 4
Les 8
Schrijven • Ik leer hoe ik een oproep schrijf.
Oproep Een oproep is een vraag aan veel mensen. Een oproep moet kort, overtuigend en opvallend zijn. Een oproep zie je bijvoorbeeld in de krant.
De kop van de oproep moet de aandacht van de lezer trekken. In de inleiding gebruik je al argumenten om iemand uit te dagen om mee te doen. In de kern geef je verdere informatie en nog meer argumenten om iemand over te halen. In het slot vertel je wat de lezer kan doen om gehoor te geven aan de oproep.
1
Proef Italië in Nederland! ‘Mag ik me even voorstellen? Mijn naam is Antonia Rosorino.’
Lust u graag spaghetti, macaroni en lasagne? Dan boft u, lieve ouders!
Als alternatief voor jullie avond zonder multimediale middelen, organiseren wij een Italiaanse avond op onze school. Hiervoor hebben wij een kokkin gevonden. Haar naam is Antonia Rosorino. Zij kent de lekkerste recepten uit haar geboorteland Italië. Haar originele pasta’s, soepen, salades en nagerechten zijn beroemd. Wilt u de Italiaanse keuken écht leren kennen? Op 20 september (17.00 – 22.00 uur) geeft zij kookles en maakt zij samen met u een verrukkelijk Italiaans driegangenmenu. Daarna gaan wij er zelf van genieten bij Italiaanse achtergrondmuziek. De kosten bedragen slechts € 10,00 per persoon. Natuurlijk is dat inclusief een schuimige cappuccino! Vul vandaag nog het aanmeldingsformulier in!
Lees de oproep Proef Italië in Nederland!
70
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 70
12/04/2022 11:25
2
Beantwoord de vragen. 1 Wie kunnen de schrijvers van de oproep zijn? ▢ leerlingen van groep 8 ▢ Antonia Rosorino ▢ de directeur van de school ▢ leerkrachten van de school 2 Voor wie is de oproep geschreven? ◯ voor ouders die van Hollands eten houden ◯ voor ouders die niet van koken houden ◯ voor ouders die van Italiaans eten houden ◯ voor leerlingen die van Italiaans eten houden 3 Waarom wordt deze avond georganiseerd? ◯ Om te laten zien dat er op school ook kooklessen gegeven worden. ◯ Om meer ouders te betrekken bij activiteiten op school. ◯ Om geld in te zamelen voor een goed doel. ◯ Als alternatief voor een avond zonder multimediale middelen.
3
Lees de woorden uit de oproep. Bedenk bij elk woord een ander woord dat ook goed past in de oproep. Voorbeeld: boffen = geluk hebben 1 proeven
5 slechts
2 lusten
6 beroemd
3 organiseren
7 bedragen
4 kennen
71
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 71
12/04/2022 11:25
4
In de oproep staan argumenten die de lezer moeten overtuigen om mee te doen. Onderstreep in elke zin welk woord het argument extra sterk maakt. 1 Zij kent de lekkerste recepten. 2 Haar originele pasta's, Italiaanse soepen, salades en nagerechten zijn beroemd. 3 Wij koken samen een verrukkelijk Italiaans driegangenmenu. 4 Wij gaan er zelf van genieten. 5 De prijs is slechts €10,00. 6 Dat is inclusief een schuimige cappuccino.
5
Denk jij dat Antonia met deze argumenten veel of weinig deelnemers voor haar kookles zal krijgen? Leg uit waarom je dat denkt.
6
De oproep in de schoolkrant moet opvallend zijn, anders krijg je geen deelnemers. Is de redactie daarin geslaagd? Geef je mening.
72
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 72
12/04/2022 11:25
7
In deze oproep staat dat je je moet aanmelden. Bedenk wat de schrijver van je wil weten. Maak een ontwerp voor dit aanmeldingsformulier.
73
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 73
12/04/2022 11:25
Hoofdstuk 4
Les 9
Schrijven • Ik oefen het schrijven van een oproep.
Oproep Een oproep is een vraag aan veel mensen. Een oproep moet kort, overtuigend en opvallend zijn. Een oproep zie je bijvoorbeeld in de krant. De kop van de oproep moet de aandacht van de lezer trekken. In de inleiding gebruik je al argumenten om iemand uit te dagen om mee te doen. In de kern geef je verdere informatie en nog meer argumenten om iemand over te halen.
In het slot vertel je wat de lezer kan doen om gehoor te geven aan de oproep.
1
Bekijk het schema en lees de toelichtingen.
74
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 74
12/04/2022 11:25
2
Bedenk een oproep voor je klasgenoten. Beantwoord eerst de vragen. 1 Voor welke actie wil jij je oproep schrijven?
2 Wat houdt de actie precies in?
3 Wie wil jij dat er meedoen aan je actie?
3
Bedenk wat er in de oproep moet staan. Maak aantekeningen in kernwoorden.
4
Bedenk argumenten die je oproep overtuigend maken. Vul de zin vijf keer aan.
Ik haal mijn lezers over om mee te doen door te zeggen dat... 1 2 3 4 5
75
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 75
12/04/2022 11:25
5
Vul de zinnen aan. 1 De kop van mijn oproep wordt 2 Ik laat mijn oproep opvallen door 3 De lezers kunnen zich aanmelden door
6
Vul nu je oproep in. Gebruik wat je bij opdracht 2 tot en met 5 hebt bedacht.
7
Lees je oproep na. 1 Bestaat je oproep uit duidelijke en korte zinnen? Verbeter de zinnen anders nog. 2 Heb je sterke argumenten om de lezers over te halen? Bedenk er anders nog bij. 3 Heb je alle leestekens en woorden goed geschreven? Verbeter als het nodig is. Vul in of je wel of niet tevreden bent en waarom.
8
Maak een tekening bij je oproep. Maak een opvallende, overtuigende tekening om je lezers extra over te halen.
76
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 76
12/04/2022 11:25
Hoofdstuk 4
Les 10
Taal verkennen Dit kan ik nog • Ik herhaal zinnen ontleden uit blok 6 (groep 7).
Dit kan ik nu • Ik herhaal het ontleden van een samengestelde zin in zinsdelen.
Dit kan ik nog 1
2
Lees de zinnen. Benoem de vetgedrukte woorden. zelfstandig naamwoord
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
1 Het meisje viel van haar fiets.
◯
◯
◯
◯
2 Waar heb jij die nieuwe broek gekocht?
◯
◯
◯
◯
3 De raket vloog met veel lawaai de ruimte in.
◯
◯
◯
◯
4 Het verliefde stel omhelsde elkaar.
◯
◯
◯
◯
5 Strik je veters, voordat je straks struikelt.
◯
◯
◯
◯
Lees de zinnen. Benoem de vetgedrukte woorden. persoonlijk bezittelijk aanwijzend voornaamwoord voornaamwoord voornaamwoord 1 Wil je met ons mee op wintersportvakantie?
◯
◯
◯
2 Waar heb je jouw nieuwe schoenen gekocht?
◯
◯
◯
3 Mijn moeder vindt dat mobieltje toch wel erg handig.
◯
◯
◯
4 Zij zijn al hun bagage kwijtgeraakt.
◯
◯
◯
5 Ik vind dit wel heel erg dom.
◯
◯
◯
77
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 77
12/04/2022 11:25
3
Lees de zinnen. Benoem de vetgedrukte woorden. voorzetsel telwoord
vraagwoord voegwoord
1 De tiende bezoeker mag gratis naar binnen.
◯
◯
◯
◯
2 De ambulance legde de gewonde vrouw op de brancard.
◯
◯
◯
◯
3 Wat voor een kleur sjaal staat mij het leukst, vind jij?
◯
◯
◯
◯
4 Zodra jij je rijbewijs hebt, mag je mijn scooter lenen, oké?
◯
◯
◯
◯
5 Waarom zegt iedereen: 'Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg?'
◯
◯
◯
◯
Dit kan ik nu 1
Lees de samengestelde zinnen. 1 Omcirkel het voegwoord. 2 Onderstreep elke persoonsvorm met rood, elk gezegde met blauw en elk onderwerp met groen. 3 Markeer de bijzinnen met geel. 1 Opa en oma spelen Monopoly, terwijl wij televisiekijken. 2 Ik kon vannacht slecht slapen, doordat de muziek hard klonk. 3 Mijn tante heeft hoofdpijn, daarom neemt zij een aspirine. 4 De jongens vervelen zich, hoewel zij genoeg kunnen doen. 5 Veel mensen kennen ons product, want we maken overal reclame.
78
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 78
12/04/2022 11:25
2
Benoem de zinsdelen. Vul in. De meteoriet heeft een gat geslagen, toen hij op de aarde viel.
1 Het voegwoord is 2 De persoonsvorm van de hoofdzin is 3 Het gezegde in de bijzin is 4 Het onderwerp in de hoofdzin is 5 Het onderwerp in de bijzin is
3
Lees de samengestelde zinnen a, b en c. Wat is helemaal waar? a Lars wil alles weten over je avond, dus vraagt hij om dat vrijdag te komen vertellen. b Mijn zusje zit graag in de zon, maar ze verbrandt heel snel. c Terwijl Timo nog in de schuur zoekt, heeft Rachid de hamer al gevonden. waar
niet waar
1 In zin a is wil weten het gezegde in de bijzin.
◯
◯
2 In zin a is vraagt de persoonsvorm in een hoofdzin.
◯
◯
3 Zin b bestaat uit twee hoofdzinnen.
◯
◯
4 In zin b is Mijn zusje het lijdend voorwerp in een hoofdzin.
◯
◯
5 In zin c is Timo het onderwerp in de bijzin.
◯
◯
6 Zin c bestaat uit twee hoofdzinnen.
◯
◯
7 In zin c is heeft gevonden het gezegde in een hoofdzin.
◯
◯
79
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 79
12/04/2022 11:25
Hoofdstuk 3 en 4
Herhalen en toepassen 1
Schrijven en vertellen. Wat heb je nodig? • karton • schaar • doos 1 2 3 4 5
Maak tien kaartjes. Schrijf op elk kaartje een doelwoord uit dit blok. Doe de kaartjes in een doos. Pak om de beurt een kaartje. Vul een zin in met het woord dat op het kaartje staat. Schrijf zo samen een verhaal. Lees na afloop je verhaal voor.
80
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 80
12/04/2022 11:25
2
Beeld een uitdrukking uit. Kies om de beurt een van de vijf zinnen hieronder. Het is een uitdrukking of figuurlijk taalgebruik. Beeld de zin uit. Je mag er niet bij praten. Wie weet welke uitdrukking het is? Je mag maar één keer raden. 1 2 3 4 5
3
voor pampus liggen zich kostelijk amuseren het over een andere boeg gooien met bakken uit de hemel komen de balans opmaken
Waar horen de leestekens? 1 Kies allebei vijf woorden uit dit blok. 2 Verzin per woord: • een zin met een dubbele punt; • een zin met een afbreekstreepje; • een zin met een komma; • een zin met aanhalingstekens; • een zin met een puntkomma. 3 Ruil de schriften. Schrijf de zinnen van de ander nog een keer op, maar nu met de goede leestekens en hoofdletters. 4 Kijk samen na en verbeter. Let op! Schrijf de zinnen achter elkaar door, zonder hoofdletters en zonder leestekens.
81
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 81
12/04/2022 11:25
Hulp Herhaling: zinnen ontleden 1 Zoek de persoonsvorm (pv). De persoonsvorm vind je met de vraag-, tijd- en/of getalproef. 2 Vind het gezegde (gez): de persoonsvorm + één of meer andere werkwoorden. 3 Bepaal het onderwerp (ond). Gebruik de vraag: Wie/Wat + persoonsvorm (+ wat er bij de persoonsvorm hoort)? Controleer met de getalproef! 4 Check of de zin een lijdend voorwerp (lijd vw) heeft. Het lijdend voorwerp vind je met de vraag: Wie/Wat + gezegde + onderwerp? 5 Check of de zin een meewerkend voorwerp (meew vw) heeft. Het meewerkend voorwerp vind je met de vraag: Aan wie + gezegde + onderwerp (+ lijdend voorwerp)? Vaak begint het meewerkend voorwerp met het voorzetsel aan. Als het meewerkend voorwerp niet met aan begint, kun je er aan bij denken. 6 Blijven er zinsdelen over? Noem die ander zinsdeel (az). Joris en Joop / zullen / mijn zusje / morgen / een mooi cadeau / geven. Meer uitleg vind je in hoofdstuk 1 les 6.
82
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 82
12/04/2022 11:25
Herhaling: woordsoorten benoemen
zelfstandig naamwoord (z nw)
woord voor een mens, dier of ding
lidwoord (lidw)
de, het, een
werkwoord (ww)
woord dat vertelt wat iets of iemand doet, of wat er gebeurt
bijvoeglijk naamwoord (bijv nw)
woord dat iets vertelt over het z nw
stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
bijvoeglijk naamwoord dat vertelt van welk materiaal iets gemaakt is
persoonlijk voornaamwoord (pers vnw)
woord dat verwijst naar iets of iemand
aanwijzend voornaamwoord (aanw vnw)
woord dat iets of iemand aanwijst (dit, dat, deze, die)
bezittelijk voornaamwoord (bez vnw)
woord dat aangeeft van wie iets of iemand is
voorzetsel (tijd, plaats) (vz)
woord dat aangeeft wanneer of waar iets gebeurt
telwoord (telw)
woord dat laat zien hoeveel er van iets is of wat de volgorde is
voegwoord (vw)
woord dat twee zinnen aan elkaar plakt
vraagwoord (vraagw)
woord waarmee je een vraag kunt beginnen (wie, wat, hoe, ...)
Meer uitleg vind je in hoofdstuk 2 les 6.
83
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 83
12/04/2022 11:25
Leestekens Leestekens helpen je om een tekst beter te kunnen lezen. punt .
uitroepteken !
dubbele punt :
afbreekstreepje boe-ken, rin-gen
vraagteken ?
komma ,
aanhalingsteken ‘...’
puntkomma ;
Ook hoofdletters (h → H) helpen je bij het lezen van de tekst. Meer uitleg vind je in hoofdstuk 3 les 6.
Samengestelde zinnen ontleden Een samengestelde zin bestaat uit twee of meer deelzinnen. De deelzinnen kunnen op verschillende manieren met elkaar verbonden zijn: met een voegwoord of met een verwijswoord. In een hoofdzin staan onderwerp en persoonsvorm naast elkaar; ze kunnen niet door een ander zinsdeel worden gescheiden. In een bijzijn staan onderwerp en persoonsvorm niet naast elkaar of ze kunnen door een ander zinsdeel worden gescheiden. Zineb pakt haar fiets /, want / ze gaat naar muziekles. hoofdzin
hoofdzin
Zineb pakt haar fiets / , omdat / ze naar muziekles gaat. hoofdzin
bijzin: pv en ond zijn van elkaar gescheiden.
Zineb / , die naar muziekles gaat, / pakt haar fiets.
Elke samengestelde zin heeft minsten één hoofdzin. Een bijzin is een zinsdeel van de hoofdzin of een deel van een zinsdeel. Meer uitleg vind je in hoofdstuk 4 les 6.
84
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 84
12/04/2022 11:25
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 85
12/04/2022 11:25
Mijn pittige woorden woord
uitleg
86
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 86
12/04/2022 11:25
Mijn pittige woorden woord
uitleg
87
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 87
12/04/2022 11:25
Colofon Verhalen en leesteksten Hetty van den Berg Annemarie van den Brink Jørgen Hofmans Auteurs Hetty van den Berg Tamara van den Berg Ingrid Berkers Jannie van Driel-Copper Irene Engelbertink Wies Gloudemans Iris Meijsing Jeannette Miś Cokky Stolze-van der Vegte Saskia Tromp-Lantman Gerda Verhey Anne Coos Vuurmans Redactie Projectteam ThiemeMeulenhoff Vormgeving Flowdesign, Utrecht Opmaak Crius Group Beeldverwerving Eduardo media Illustraties Peter FitzVerploegh De Boer illustraties Studio Toendra (hoofdstukopeningen) Foto's Shutterstock
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 46842 7 Versie 1.1 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
88
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 88
12/04/2022 11:25
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 89
12/04/2022 11:25
Taal
Groep 8 Blok 2
9 789006 468427
TV_Taal_BASIS_G8_Blok2.indb 90
12/04/2022 11:25