Skip to main content

Pit taal - groep 7 - pluswerk

Page 1

Pluswerk

G7.indb 1

Groep 7

05/04/2022 12:17


G7.indb 2

05/04/2022 12:17


Taal

Pluswerk • Groep 7 Antwoorden

G7.indb 1

05/04/2022 12:17


Blok 1

Hoofdstuk 1

1

Woordenschat • Ik oefen de betekenis van nieuwe woorden uit les 1, 3 en 4.

Schrijf een verhaal bij het plaatje. Gebruik ten minste tien van de onderstaande woorden of uitdrukkingen. Kies uit: de ambulance | het tankstation | tanken | de claxon | uit je doppen kijken | de parkeerzone | zich bevinden | de instructrice | verzoeken | het rijbewijs | vermijden | geen overbodige luxe | zich beklagen

2

G7.indb 2

05/04/2022 12:17


2

Maak de puzzel. 1 Zoek woorden in hoofdstuk 1 waar de letter van de puzzel in voorkomt. 2 Schrijf de woorden in de hokjes. 3 Schrijf er een puzzelvraag bij. 1

v

e

r

2

o

d

l

3

i

4

k

5

v

6

a

7

n

8

g

9

e

10

1

b

r

Dat wat verboden is ... .

2 3 4 5 6 7 8 9 10

3

G7.indb 3

05/04/2022 12:17


3

Zoek twaalf woorden uit dit hoofdstuk in de puzzel. tiek tu ver

ting pre keer

ne

a

slo

ne

par a

plich

vreug

pag

lert

si te

gan

ken cha

cam

os

sen

de ver

tie zo

boe

tan ren

bod

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12

4

G7.indb 4

05/04/2022 12:17


4

Welke woorden staan er? Elk nummer is een letter. Zet de letters op de goede plek. Schrijf daarna het hele woord op. Kies uit: g | n | ij | i | e | w | z s v

o

3

6

l

6

r

4

v

6

f

l

5

o

7

a

r

3

o

6

r

2

b

6

1

2

s

7

6

6

l

5

s

4

6

k

7

r

m

2

d

6

7

t

a

7

d

4

5

Weet jij nu welk woord hier staat? 1

2

3

4

5

6

7

5

G7.indb 5

05/04/2022 12:17


Blok 1

Taal verkennen

Hoofdstuk 1

1

• Ik oefen zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, werkwoorden, lidwoorden, voornaamwoorden, voorzetsels, voegwoorden en telwoorden.

Vul het goede stoffelijk bijvoeglijk naamwoord in. Gebruik het woord voor de zin. Bedenk daarna zelf een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord en plaats het in de zin. lood

1 Deze

pijp is te zwaar om alleen te tillen.

goud

2 De

messing

3 Leg deze

zijde

4 Een

sjaal is erg kostbaar.

koper

5 Dat

beeld is te zwaar om te tillen.

pluche

6 Hé! Geef mijn

ring gleed van haar vinger en verdween in de diepte.

7 Dat

servetringen maar op de goede plek.

knuffelbeest terug! konijnenhok is niet stevig gebouwd.

8 Dat is apart! Een

2

vlieger in de lucht!

Verander het werkwoord in een bijvoeglijk naamwoord. Bedenk bij de laatste zin zelf een werkwoord. Vul de woorden in de zin in. afbranden

1 Dit

beantwoorden

2 Je kunt spreken van een

uitpakken

3 Het

rijden

4 Deze stuntman springt van een

bederven

5 Ruik jij eens aan dit

schrijven

6 Deze

vertellen

7 Het 8 De

huis staat er nog steeds. liefde. cadeau viel een beetje tegen. trein. vlees. brief is nooit verstuurd. sprookje liep goed af. moeder keek ontroerd naar haar kind.

6

G7.indb 6

05/04/2022 12:17


3

Ontleed de zinnen. Schrijf de woorden in het goede rijtje. 1 Ik mag vijf kinderen kiezen op mijn verjaardagsfeest. 2 We gaan zoals elk jaar naar het zwembad. 3 Tim en Tom duiken als eerste in het diepe. 4 Sonja en Max springen er snel voorbij. 5 Na afloop krijgen we allemaal een ijsje. zelfstandig naamwoord

werkwoord

lidwoord

voorzetsel

telwoord

1

2

3

4

5

4

Plak de zinnen aan elkaar. Gebruik een voegwoord en onderstreep het persoonlijk voornaamwoord. 1 Ik ga paardrijden 2 Mijn paard krijgt water 3 De dierenarts komt 4 Er is niets aan de hand 5 We rijden graag door het bos

ik zet een cap op. hooi. ze heeft last van haar been. ik haal opgelucht adem. ook vaak langs het strand.

7

G7.indb 7

05/04/2022 12:17


Blok 1

Hoofdstuk 2

1

Woordenschat • Ik oefen de betekenis van nieuwe woorden uit les 1, 3 en 4.

Maak je eigen strip. Kies één van de uitdrukkingen uit je leerwerkschrift. Maak er een korte strip mee. Welke uitdrukking heb je gekozen?

8

G7.indb 8

05/04/2022 12:17


2

Wat hoort bij elkaar? Teken een lijn. Schrijf de betekenis van de uitdrukking op. 1 in

•

•

ogen

•

•

luxe

2 de

•

•

het

•

•

gaan

3 over

•

•

overbodige

•

•

opslaan

4 geen

•

•

vervulling

•

•

algemeen

5 iemand de

•

•

zekere

•

•

wijzen

6 met een

•

•

van

•

•

hangen

7 na verloop

•

•

lippen

•

•

tijd

8 aan zijn

•

•

deur

•

•

regelmaat

1 2 3 4 5 6 7 8

9

G7.indb 9

05/04/2022 12:17


3

Maak de puzzel. 1 Welk woord hoort erbij? Schrijf het in de puzzel. 2 Welke omschrijving hoort bij de woorden in de puzzel? Schrijf de omschrijvingen op. a b c d e

‘Daar betaal ik echt niet meer voor dan € 25!’, zegt de dame. ‘Wij hebben als doel zo veel mogelijk geld op te halen!’, zei de voorzitter. ‘Ja, dat krijg je ervan als je zo lang wacht, dan zijn er geen kaartjes meer.’ ‘En toen ging hij ... en daarna nam hij nog een ... en vervolgens weer ... en ... !’ ‘Ik moet dit vliegtuig halen! Regel het voor me en snel een beetje, anders ... !’

f g h i j a b

o o

o

t

r

n

c

f

f

d

o

n

t t

e

r

f

o

t

e

o

f

u

n

i

e

k

g

d

o

o

r

n

h

a

a

g

h

m

i

n

i

s

t

e

r

i

i

i

n

g

r

ij

p

e

n

j

s

u

g

g

e

s

t

i

p

r

n

t

e

e

doornhaag

10

G7.indb 10

05/04/2022 12:17


4

Welk woord is het? Lees de omschrijving. Teken de woorden. Schrijf eronder wat het is. 1 een luxe tijdschrift met glanzend papier

2 teksten en figuren die stiekem worden geschilderd

3 een trap die als een spiraal naar boven draait

4 een papier waarop je aangeeft op wie je stemt

11

G7.indb 11

05/04/2022 12:17


Taal

Pluswerk • Groep 7

9 789006 504316

G7_Taal_Nawerk.indd 86

05/04/2022 12:46


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Pit taal - groep 7 - pluswerk by ThiemeMeulenhoff - Issuu