Skip to main content

Pit taal - groep 6 - basis - blok 1

Page 1

Groep 6

Blok

1

Kies je Kist TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 1

28/01/2022 14:45


Taal

Basis • Groep 6 • Blok 1 Hoofdstuk 1 en 2 Antwoorden

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 1

28/01/2022 14:45


Pictoʼs Deze opdracht doe je als je tijd hebt. Deze opdracht doe je alleen. Deze opdracht doe je samen. Deze opdracht doe je in een groepje. Dit is een bewegingsopdracht. Deze opdracht schrijf je op een blaadje.

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 2

28/01/2022 14:45


TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 4

28/01/2022 14:45


Hoofdstuk 1

Hoe gaat het? ?⃝ Ik moet het nog leren.

Doelenkaart

⃝↑ Ik moet het nog oefenen. ⃝✓ Ik kan het!

Spreken en luisteren • Ik kan een monoloog houden in een kleine groep.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan duidelijk verwoorden wat ik bedoel.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan luisteren naar een betoog.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan meningen herkennen.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan een betoog samenvatten.

?⃝

⃝↑

⃝✓

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik weet wat een betoog is.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan het doel van de schrijver herkennen.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan de hoofdgedachte uit een informatieve tekst halen.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan een samenvatting maken.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan voegwoorden gebruiken.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan de hoofdzin en bijzin vinden in een samengestelde zin.

?⃝

⃝↑

⃝✓

?⃝

⃝↑

⃝✓

Woordenschat • Ik ken de betekenis van 45 nieuwe woorden.

Lezen

Taal verkennen

Schrijven • Ik kan een betoog schrijven.

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 5

28/01/2022 14:45


Hoofdstuk 1

Les 1 Kijkwoorden

het brandweerkorps

Spreken en luisteren • Ik leer een monoloog houden in een kleine groep. • Ik leer duidelijk verwoorden wat ik bedoel.

Woordenschat • Ik leer de betekenis van 20 nieuwe woorden.

Leeswoorden

het dieet: verzameling eten om je gewicht te veranderen De courgette is een aanrader als je een dieet wilt volgen. de spierziekte: een ziekte die invloed heeft op je spieren Het geld gaat naar een stichting voor kinderen met een spierziekte.

de broccoli

de tijd dringt: er is geen tijd meer De tijd dringt, dus ik wil nu jullie keuze horen! uitkijken naar: je verheugen op Nina heeft uitgekeken naar deze aflevering.

de courgette

van aanpakken weten: snel en goed kunnen werken Ik hoop dat jullie van aanpakken weten, want er is een hoop werk te doen!

Weetwoorden de divan

behoren tot gehaast genieten van de illusionist het industrieterrein

de nieuwsgierigheid de olijf opkomen (de gedachte) de salade welkom heten

de witlof

6

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 6

28/01/2022 14:45


Kies je Kist!

1

Bekijk de afbeelding.

7

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 7

28/01/2022 14:45


2

Maak de vragen. 1 Wat voor soort programma is er op de televisie?

2 Wat zou de bedoeling zijn van de twee kisten?

3

Luister en kijk naar het verhaal.

4

Zou jij mee willen doen aan dit tv-programma? Je vertelt erover aan je groepje. 1 Maak met drie of vier klasgenoten een groepje. 2 Je gaat voorbereiden wat je wilt vertellen. Wat is jouw standpunt? Zou je mee willen doen aan het programma? Bedenk argumenten voor je standpunt. Schrijf de argumenten op een blaadje. Denk goed na over de woorden die je gebruikt. Bedenk ook: wat vertel je eerst? Wat daarna? 3 Vertel je standpunt en argumenten aan je groepje. De rest luistert.

5

Spreektip Vraag of je duidelijk bent geweest. Heeft iedereen je begrepen? Heb je iedereen aangekeken? Je kunt leren van de reacties van anderen.

Een goocheltruc. Een illusionist is net als een goochelaar: Hij doet een heleboel dingen, maar de vraag is altijd: HOE? 1 Welke truc vind jij helemaal geweldig? Schrijf er een paar zinnen over.

2 Maak er een tekening bij.

8

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 8

28/01/2022 14:45


Hoofdstuk 1

Les 2 1

Spreken en luisteren • Ik leer luisteren naar een betoog. • Ik leer meningen herkennen. • Ik leer een betoog samenvatten.

Woordenschat • Ik leer de betekenis van de 20 woorden uit les 1.

Luister naar het verhaal. 1 Nina en een paar klasgenoten praten over het programma Kies je Kist!. 2 Luister goed wat erover gezegd wordt en door wie. 3 Schrijf tijdens het luisteren een paar woorden op om te onthouden.

2

Is het een mening, feit of argument? Lees de zinnen. Bij één zin zijn twee antwoorden goed.

mening

feit

argument

1 Het was toch zo spannend!

▢

▢

▢

2 Ik ben er te zenuwachtig voor.

▢

▢

▢

3 Ze kozen de kist waar je het meeste geld mee kon verdienen.

▢

▢

▢

4 Het is niet leuk als je zelf niets wint.

▢

▢

▢

5 Ik zou alles verkeerd doen.

▢

▢

▢

9

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 9

28/01/2022 14:45


3

Vat de meningen uit het betoog samen in een diagram. 1 Je kunt de meningen van de leerlingen over het programma in een diagram zetten. Een diagram is een soort schema. Je kunt dan meteen zien wat iedereen ervan vindt. 2 Vonden Nina en haar klasgenoten het programma spannend, wel aardig of niet leuk? Zet de namen in de goede cirkel: Nina | Paul | Serap | Raoul | Jamal

10

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 10

28/01/2022 14:45


4

Welk woord past in de zin? Kies uit: weet van aanpakken | kijken uit naar | genieten van | het industrieterrein | dieet | behoren tot | de olijf 1 Chimpansees 2 Op

de groep van mensapen. bevinden zich veel bedrijven.

3 Floortje mag door haar ziekte niet alles eten, ze heeft een 4 Joost en Mark 5 We gaan

.

de wedstrijd van komende zaterdag. rijst met broccoli.

6 Nina helpt haar vader mee in de tuin, zij

.

7 In Griekenland groeit

5

goed.

Welk woord past bij de zin? Teken een lijn. De brandweerman van het brandweerkorps is heel benieuwd wat er in die kist zit.

•

•

Wat deze man laat zien, lijkt wel toveren!

•

Snel pakte Paul zijn jas van de kapstok en rende naar buiten.

•

• •

Jolanda kan niet lopen, ze zit in een rolstoel.

•

We moeten opschieten, want er is niet veel tijd meer.

•

Groente die op een komkommer lijkt.

•

De directeur begroet alle gasten die op het feest aanwezig zijn.

•

• •

Ineens wist Tom welk onderwerp hij voor zijn spreekbeurt moest kiezen.

•

•

• •

de illusionist

de tijd dringt de spierziekte

opkomen (gedachte) de nieuwsgierigheid

de courgette gehaast

welkom heten

11

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 11

28/01/2022 14:45


6

Maak een zin met broccoli.

Maak een zin met witlof.

7

Maak een woordspin met het woord salade. 1 Vul woorden in die bij salade horen.

de salade

2 Bedenk nu met de woorden van je woordspin een recept voor de salade.

12

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 12

28/01/2022 14:45


Hoofdstuk 1

Les 3

Woordenschat • Ik leer de betekenis van 15 nieuwe woorden.

Lezen • Ik leer wat een betoog is. • Ik leer het doel van de schrijver herkennen.

Kijkwoorden

Leeswoorden

de band (popband)

als de bliksem: heel erg snel Ik heb als de bliksem mijn laptop gepakt en meteen gereageerd. bekendstaan als: gezien worden als; mensen kennen mij als Ik sta bekend als een sportief kind.

de buis (tv)

de herdershond

geknipt zijn voor: heel geschikt zijn voor Ik ben geknipt voor het meedoen aan Kies je Kist! overtuigd: zeker; zonder twijfel Ik ben ervan overtuigd dat ik goed pas in het programma. de reden: waarom je iets doet of vindt Ik heb een belangrijke reden om mee te doen aan Kies je Kist!

Weetwoorden de radslag

chillen (iets) terecht vinden de kandidaat de wandeltocht zappen

Tip Een onbekend woord? Kijk naar het woord zelf. Is het een samenstelling? Bedenk de betekenis.

waterskiën

13

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 13

28/01/2022 14:45


Beste medewerker van Kies je Kist! Mijn naam is Nina en ik ben tien jaar. Ik ben een grote fan van Kies je Kist! Het is een superleuk en belangrijk programma. Ik vind Stichting Spieren voor spieren een fantastisch goed doel. Elke week zit ik klaar voor de buis. Dan ga ik ongeduldig zappen tot Kies je Kist! eindelijk begint. In de laatste uitzending deed Jamie een oproep aan kinderen die mee willen doen met Kies je Kist! Toen ik de oproep hoorde, heb ik als de bliksem de laptop gepakt. Je snapt dat ik heel graag in Kies je Kist! wil. Ik ben benieuwd of je mij een goede kandidaat vindt! Ik zit in groep 6 van basisschool De Notenbalk. Die naam past bij mij, want ik hou van muziek. Ik niet alleen, ons hele gezin. Mijn broer speelt gitaar in een band. Mijn ouders zingen in een koor. Zelf zit ik op drummen. Ook sta ik bekend als een sportief kind. Elke dag laat ik Herrie, onze herdershond, uit. Hij houdt van rennen en ik ren met hem mee. Ik ben gek op dansen en turnen. Ik ben het beste in de radslag. Verder doe ik graag spelletjes. Vroeger kon ik niet goed tegen mijn verlies. Nu gelukkig wel! In de vakantie gaan we naar een camping in de bergen. Elk jaar maken we een wandeltocht naar een berghut. Ik loop altijd voorop, net als bij speurtochten. Ik ben niet altijd zo actief hoor. Ik hou ook gewoon van lekker chillen en kletsen met mijn vriendinnen. Nu komt de belangrijkste reden om mee te doen aan Kies je Kist! Ik wil meedoen, omdat mijn neefje ook een ziekte heeft. Voor hem wil ik in actie komen! Mijn neefje kan veel dingen niet omdat hij in een rolstoel zit. Weet je wat zijn droom is? Dat hij ooit kan waterskiën! Met het geld van Kies je Kist! kunnen mensen onderzoek doen, zodat ze kinderen met zo’n ziekte beter kunnen helpen. Ik vind het terecht als zieke kinderen een betere toekomst krijgen. Ik ben ervan overtuigd dat ik goed pas in het programma. Mijn broer zegt ook dat ik geknipt ben voor Kies je Kist! Krijg ik snel een e-mail terug? Groetjes van Nina

1

Bekijk de tekst. Bedenk wat je nu al weet. Lees daarna de tekst.

14

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 14

28/01/2022 14:45


2

Praat samen over de tekst. 1 Wat vind je van de brief die Nina heeft geschreven? 2 Welke alinea vind jij erg goed, welke minder goed? Waardoor komt dat? 3 Waarom heeft Nina deze brief geschreven, denk je?

3

Wat staat er in de brief van Nina? 1 Kijk nog eens goed naar de brief van Nina. In welke alinea lees je dit:

alinea 2

a

Nina geeft argumenten waarom zij een goede kandidaat is.

◯

◯

b

Nina stelt zich voor.

◯

◯

waar

niet waar

2 Is het waar of niet waar?

4

alinea 1

a

In een betoog worden geen argumenten beschreven.

◯

◯

b

Het is een mening dat het neefje van Nina veel dingen niet kan in de rolstoel.

◯

◯

Welke woorden horen bij sport? Welke bij televisie? Bekijk de kijk-, lees- en weetwoorden. De woorden

en

horen bij sport.

De woorden

en

horen bij televisie.

15

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 15

28/01/2022 14:45


5

Welk woord hoort bij de zin? Teken een lijn. Ik weet heel zeker wat de weg naar het station is. De deelnemer die het laatste aankwam, had verloren. Met de avondvierdaagse loop ik wel tien kilometer. Ik vind het eerlijk dat je hier straf voor krijgt. Sanne zit in een band; dat is echt iets voor haar.

6

• • • • •

• • • • •

de wandeltocht geknipt zijn voor overtuigd de kandidaat iets terecht vinden

Jij mag meedoen aan een quiz voor scholen op tv. Bedenk waarom jij aan die quiz mee zou willen doen. Schrijf er ten minste vijf zinnen over.

16

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 16

28/01/2022 14:45


Hoofdstuk 1

Les 4

Woordenschat • Ik leer de betekenis van 10 nieuwe woorden en van de woorden uit les 3.

Lezen • Ik leer de hoofdgedachte uit een informatieve tekst halen. • Ik leer een samenvatting maken.

Auditie doen: hoera of help? Je bent uitgenodigd voor een auditie! Kun je niet wachten of sta je nu al te bibberen? Met behulp van deze jurytips wordt jouw auditie een succes! 1 Het belangrijkste advies: je moet je goed voorbereiden. Oefen flink! 2 Natuurlijk moet je beschikken over talent. Waar heb jij aanleg voor? 3 Kijk waarmee je je kunt onderscheiden van iemand anders. Wat kun jij vergeleken met anderen supergoed? 4 Wat je ook doet, probeer het enthousiast over te brengen. Je hebt maar één kans! 5 Niet vergeten: kom op tijd! Dan is het wachten op het oordeel van de jury. Wat vonden ze van jou? Of de uitslag nu tegenvalt of niet, meer dan je best doen kun je niet.

1

Lees de tekst Auditie doen: hoera of help?

2

Kies het goede antwoord.

met de hulp van iemand of iets raad; aanbeveling hebben; gebruik kunnen maken van opvallen door

mening die je hebt na overleg of nadenken

1 Wat voor soort tekst is dit? ◯ een fantasieverhaal

◯ een reclametekst

◯ een informatieve tekst

◯ een krantenartikel

2 Wat is de hoofdgedachte van de tekst? ◯ Talent heb je niet nodig, als je maar enthousiast bent. ◯ Kom niet te laat op de auditie. ◯ Je moet je goed voorbereiden op een auditie. ◯ Het zal je niet helpen als je goed oefent.

17

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 17

28/01/2022 14:45


3

Lees de tekst nog een keer. 1 Onderstreep de belangrijkste woorden. 2 Maak daarna de woordspin. Je mag de onderstreepte woorden erbij gebruiken. 3 Bedenk nog meer woorden die erbij horen.

de auditie

4

Maak een samenvatting. 1 Kijk ook naar de woorden in de woordspin. 2 Hoe maak je van jouw auditie een succes?

5

Welk woord betekent ongeveer hetzelfde als het vetgedrukte woord? Kies uit: oordeel | advies | uitslag | aanleg 1 Ik zal je een tip geven. 2 Je hebt er talent voor. 3 Dit is zijn mening over de herdershond. 4 Het resultaat van het onderzoek.

1 2

3 4

Welk woord lees je van boven naar beneden in de gekleurde vakjes? Kun jij de reden bedenken waarom iemand

speelt?

18

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 18

28/01/2022 14:45


6

Hoe kun je het ook zeggen? Teken een lijn. Iets anders doen dan de anderen. Zo kennen mensen je. Dit heb je er voor nodig. Als je gekeken hebt naar anderen. Dit is handig om erbij te gebruiken. Zo snel als een haas. Dit doe je van tevoren. Aan anderen laten zien hoe je kunt chillen.

7

• • • • • • • •

• • • • • • • •

voorbereiden als de bliksem vergeleken met met behulp van je onderscheiden van bekend staan als overbrengen beschikken over

Welk woord hoort niet in het rijtje? Onderstreep dat woord. 1 radslag – rugslag – herdershond – waterskiën 2 zappen – camera – buis (tv) – schroef

8

Hoe bereid jij je voor? Je mag auditie doen voor een voorstelling. Je moet dan laten zien hoe goed je ergens in bent. 1 2 3 4

Bedenk eerst waar jij heel goed in bent. Wat ga jij laten zien in de voorstelling? Hoe ga jij je erop voorbereiden? Schrijf daar ten minste zes zinnen over.

19

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 19

28/01/2022 14:45


9

Maak een tekening. Deze hoort bij de voorbereiding van je auditie.

Ben jij al in beweging geweest? Wat heb je geoefend?

20

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 20

28/01/2022 14:45


Hoofdstuk 1

Les 5

Woordenschat Dit kan ik nu • Ik herhaal woorden uit les 1, 3 en 4.

Dit kan ik nog • Ik herhaal woorden uit blok 5 (groep 5).

Dit kan ik nog 1

2

Wat hoort bij elkaar? Teken een lijn. Let op: je houdt twee antwoorden over. Mijn vader levert het krat met lege flessen in.

•

•

groep mensen die filmopnames maakt

De schoenmaker zet nieuwe zolen onder mijn schoenen.

•

•

klein smal paadje, buiten de stad

De cameraploeg maakte mooie opnames voor het nieuwe programma.

•

•

heel veel droog gras op elkaar

De boer legt het hooi in de hooiberg.

•

•

doos van plastic waarin je dingen vervoert

We moesten wachten, de ophaalbrug was open.

•

•

de bovenkant van het water van bijvoorbeeld een meer

•

brug die omhoog kan om schepen door te laten

•

onderkanten van je schoenen

Welk woord past in de zin? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: personeel | vriezen vast | dartelen | gezamenlijk | vorst | belanden | natuurgebied 1 In het

zijn mooie wandelroutes uitgezet.

2 Het is zo koud, de twijgen 3 Ik kan dit niet alleen, we moeten het 4 Morgen is er een uitje voor al het 5 Deze winter is er strenge

in het ijs. doen. van het bedrijf. , het is tien graden onder nul.

21

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 21

28/01/2022 14:45


3

Is het waar of niet waar? Kies het goede antwoord.

waar

niet waar

1 Als je blijft drijven, zak je naar de bodem.

◯

◯

2 Snelheid wil zeggen hoe hard je loopt, fietst of rijdt.

◯

◯

3 Afgeven wil zeggen dat je iets houdt.

◯

◯

4 Als je iets gewoonlijk doet, doe je het meestal.

◯

◯

5 Lozen wil zeggen dat je van iets af wilt.

◯

◯

Dit kan ik nu 1

Welk woord hoort bij de nummers? Kijk naar de tekening. Schrijf het woord op. Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: de herdershond | de band | de divan | het brandweerkorps | de witlof | de radslag | de buis 1

2

1

2 3

5

4 5 4

3

22

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 22

28/01/2022 14:45


2

Welk woord past bij de zin? Teken een lijn. Let op: je houdt twee antwoorden over. Bob gaat op de fiets naar school, want het is te ver om te lopen.

•

•

als de bliksem

Ik weet heel zeker dat we om drie uur hadden afgesproken.

•

•

de spierziekte

De inbreker ging er zo snel mogelijk vandoor.

•

•

de reden

Toen onze hond ziek werd, mocht hij niet alles meer eten.

•

•

de tijd dringt

Dat hoef je nu niet meer te zoeken, er is geen tijd meer.

•

•

uitkijken naar

• •

3

het dieet overtuigd

Welke woorden betekenen hetzelfde? Let op: je houdt twee antwoorden over. Kies uit: overbrengen | de aanleg | de uitslag | beschikken over | je onderscheiden van | met behulp van | het oordeel 1 in bezit hebben 2 de afloop 3 doorgeven 4 het standpunt 5 gebruik maken van

23

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 23

28/01/2022 14:45


Hoofdstuk 1

Les 6

Taal verkennen • Ik leer nieuwe voegwoorden herkennen en gebruiken. • Ik leer hoofdzin en bijzin vinden in een samengestelde zin.

Uitbreiding: voegwoord Voegwoorden zijn woorden die twee zinnen aan elkaar plakken, zoals: omdat, want, maar, en, dus, terwijl. Er zijn er nog meer! Mijn moeder heeft mijn broek korter gemaakt, zodat hij me beter past. Bas moet direct zijn huiswerk maken, als hij straks thuiskomt. Ik weet nog niet of ik straks ga zwemmen. Toen mijn zusje gisteren naar huis liep, vond ze een ketting.

Hoofdzin en bijzin Twee aan elkaar geplakte zinnen zijn samen een samengestelde zin. De belangrijkste zin is de hoofdzin. De andere zin is de bijzin. Tessa draagt een mooie jurk, omdat haar oma jarig is. hoofdzin

bijzin

Let op! De hoofdzin en bijzin kunnen ook omgedraaid worden. De samengestelde zin begint dan met het voegwoord. Omdat haar oma jarig is, draagt Tessa een mooie jurk. bijzin

1

hoofdzin

Lees het uitlegblokje.

24

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 24

28/01/2022 14:45


2

Wat is het voegwoord? Onderstreep het goede antwoord. 1 Mijn moeder volgt een dieet, omdat ze af wil vallen. 2 We gaan morgen een dagje naar zee, als het mooi weer blijft. 3 Ik neem mijn schepnet mee, zodat ik krabbetjes kan zoeken. 4 Jamal zat op de divan, terwijl de herdershond aan zijn voeten lag. 5 In de vakantie mag ik langer opblijven, want dan hoef ik niet naar school.

3

Lees de zinnen en geef daarna antwoord op de vragen. 1 Omdat Nina morgen fit wil zijn, gaat ze op tijd naar bed. 2 Jamie heeft veel groenten meegenomen, zodat de kandidaten een gezond gerecht kunnen gaan maken. 3 Deze aflevering is spannend, want het is de laatste. 4 De laatste aflevering speelt zich af op een verlaten industrieterrein. 5 Als je ergens aan mee wil doen, moet je wel op tijd zijn.

a Onderstreep de voegwoorden. Let op! Niet elke zin heeft een voegwoord. b Kijk naar zin 2. De hoofdzin is c Kijk naar zin 5. De bijzin is d Maak van zin 3 een zin met omdat.

e Maak van zin 3 twee zinnen.

25

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 25

28/01/2022 14:46


4

Welk voegwoord hoort in de zin? Kies uit: omdat | maar | terwijl | zodat 1 Nina zal erg haar best doen, 2 Raoul kwam te laat,

5

ze wordt uitgekozen. hij zijn fietssleutel niet kon vinden.

3 Mijn broer speelt gitaar,

ik een radslag maak.

4 Ik ben vaak druk bezig,

ik houd ook van chillen.

Wat is de hoofdzin? Onderstreep de goede zin. 1 Serap vindt dit een leuk spel, omdat het veel mogelijkheden heeft. 2 Mijn moeder is in de tuin aan het werk, terwijl ik op de schommel zit. 3 Ik geef je de sleutel, zodat je de deur kunt openmaken.

6

Wat is de bijzin? Onderstreep de goede zin. 1 Omdat het feest is, zijn er lekkere hapjes. 2 Terwijl mama het eten kookt, maak ik mijn huiswerk. 3 We hebben alles opgegeten, nadat mama heerlijk had gekookt.

7

Zoek zes zinnen met een voegwoord. 1 Pak je leesboek en zoek zinnen met een voegwoord. 2 Vul ten minste zes zinnen in. 3 Onderstreep het voegwoord.

26

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 26

28/01/2022 14:46


Hoofdstuk 1

Les 7 1

Taal verkennen • Ik oefen het herkennen en gebruiken van voegwoorden. • Ik oefen het vinden van hoofdzin en bijzin in samengestelde zinnen.

Welk voegwoord past in de zin? Kies uit: zodat | maar | omdat | als | want 1 Altijd

het donker wordt, doe ik de gordijnen dicht.

2 Ik vertrek op tijd, 3 Raoul en Jamal klommen in een boom, 4 Inge ging huiswerk maken, 5 Deze schoenen vind ik wel mooi,

2

ik kom niet graag te laat. ze niet gezien werden. ze niet wilde helpen met opruimen. ze zijn te groot.

Maak de hoofdzinnen af met een bijzin. 1 De leerkracht is jarig, dus 2 Ik neem een tas mee naar school, zodat 3 Als ik een hele dag wegblijf, 4 Hans werd boos, omdat

27

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 27

28/01/2022 14:46


3

Wat is de hoofdzin? Onderstreep de hoofdzin. 1 De leerkracht kijkt blij, omdat hij een cadeau krijgt. 2 Joris wil gaan fietsen, als het niet meer regent.

Tip 4

Maak van twee zinnen één zin. Gebruik een voegwoord. Kies uit: maar | of | want | als 1 Joop gaat naar het zwembad. Het is heerlijk weer.

Voegwoorden zijn signaalwoorden. Voegwoorden vertellen wat twee zinnen met elkaar te maken hebben. Het zijn signaalwoorden. maar → er volgt iets dat het tegen spreekt of → er volgt iets dat het onzeker maakt want → daarom: er volgt een reden als → voorwaarde: anders gaat het niet door

2 Ik kom straks misschien even langs. Het mag van mijn moeder.

3 Emre wilde dat spel graag kopen. Het was te duur.

4 Ga je buiten spelen? Blijf je liever binnen?

5

Maak steeds een andere zin door een ander voegwoord te kiezen. Kies uit: omdat | doordat | want | maar | zodat | als | toen 1 Nina wil meedoen, 2 Nina wil meedoen, 3 Nina wil meedoen, 4 Nina wil meedoen,

Tip Meer voegwoorden als signaalwoorden. omdat → daarom: er volgt een reden doordat → daardoor: er volgt een oorzaak zodat → er volgt een doel of gevolg toen → tijd: er volgt wanneer het gebeurde

28

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 28

28/01/2022 14:46


6

7

Verzin steeds een hoofdzin die voor de bijzin past. 1

, als ik trek heb in iets gezonds.

2

, terwijl mijn vader aan het koken is.

3

, zodat ik op tijd op kan staan.

4

, omdat hij graag films kijkt.

Bedenk een samengestelde zin. 1 Maak de zinnen af. a Ik houd van

, want

b Bart wil graag c Ik ga niet

. , omdat

, als

. .

2 Bedenk daarna nog drie zinnen met een voegwoord.

3 Onderstreep het voegwoord.

Ben jij al in beweging geweest? Wat heb je geoefend?

29

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 29

28/01/2022 14:46


Hoofdstuk 1

Les 8

Schrijven • Ik leer hoe ik een betoog (in de vorm van een brief) schrijf.

Boven aan een brief schrijf je je vooren achternaam met je adres.

Jochem Koperveld Potterstraat 10 4325 KM Illusiestad

Schrijf hier de naam en het adres van de persoon of organisatie aan wie je de brief schrijft. Daaronder laat je een paar regels leeg.

Goochelen voor Spieren Postbus 3298 1300 NL Hilversum

Je schrijft de plaats en de datum op.

Illusiestad, 5 september 2021

Je schrijft de aanhef. In de eerste alinea vertel je wie je bent, wat je wilt en waarom je het wilt: kandidaat worden voor het programma Goochelen voor Spieren. Laat een regel leeg als je naar de tweede alinea gaat. In de tweede alinea vertel je wat meer over jezelf, maar dan vooral die dingen die belangrijk kunnen zijn voor het doel. Je geeft de medewerkers argumenten (redenen), zodat ze jou als kandidaat willen. Laat een regel leeg als je naar de derde alinea gaat. In de derde alinea schrijf je nog een slotzin en vraag je om antwoord. Tot slot schrijf je een groet en je naam.

Beste medewerkers van Goochelen voor Spieren, Mijn naam is Jochem en ik houd heel erg van goochelen. Toen ik jullie oproep zag, besloot ik meteen om een brief te schrijven. Ik wil dolgraag meedoen met jullie programma en ik vind het geweldig dat het voor een goed doel is. Met mijn optreden als goochelaar wil ik ... . Toen ik nog klein was, keek ik altijd met bewondering naar mijn opa. Hij kon erg goed goochelen. Nu zit ik in groep 6 en ... . Op verjaardagsfeestjes ... .

Ik ben de beste kandidaat die je maar kunt hebben. Schrijf me dus maar snel terug. Met vriendelijke groet, Jochem

1

Bekijk de brief en lees wat ernaast staat.

30

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 30

28/01/2022 14:46


2

Maak de vragen. 1 Wat is de bedoeling van deze brief?

2 Van wie is de brief en voor wie is de brief geschreven?

3 Hoeveel alinea's heeft de brief?

3

Lees de eerste alinea. 1 Wat is het doel van de eerste alinea?

2 Welke drie redenen heeft Jochem om de brief te schrijven?

4

Lees de tweede alinea. Waarom wil Jochem meedoen met het programma? Vul de argumenten in. 1 Met mijn optreden als goochelaar wil ik . 2 Nu zit ik in groep 6 en . 3 Op verjaardagsfeestjes .

31

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 31

28/01/2022 14:46


5

Lees de derde alinea. 1 Wat vind je van de laatste zin?

Als je zo'n slot schrijft, zul je vast niet uitgekozen worden. 2 Schrijf zelf een beter slot, waardoor je meer kans hebt om antwoord te krijgen.

6

Wat vind je van de brief zoals die nu is geworden? Lees de hele brief zoals die nu is geworden. 1 Lees de brief goed. Is het duidelijk waarom Jochem mee wil doen? 2 Zitten er nog fouten in de brief? 3 Wil je nog iets verbeteren aan de brief? Zo ja, wat wil je verbeteren?

7

Bedenk zelf een alinea. Het tv-programma is voor een goed doel. 1 2 3 4 5

Bedenk een goed doel. Denk na waarom dat doel gesteund moet worden. Schrijf er een alinea over. Het moet passen in de tekst. Lees de alinea nog eens na. Verbeter als dat nodig is.

32

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 32

28/01/2022 14:46


33

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 33

28/01/2022 14:46


Hoofdstuk 1

Les 9

Schrijven • Ik oefen het schrijven van een betoog (in de vorm van een brief).

Binnenkort begint het nieuwe tv-programma Toon je Talent! In dit programma mag je laten zien waar je goed in bent. Bijvoorbeeld zingen, dansen, goochelen of grapjes maken. Het programma is voor het goede doel: kinderen in arme landen die niet naar school kunnen. Jij wilt graag meedoen, dus je schrijft een brief aan de programmamakers. eigen naam en adres

naam en adres

plaats en datum

aanhef eerste alinea

tweede alinea

derde alinea

groet en voornaam

34

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 34

28/01/2022 14:46


1

Kijk naar de brief en lees wat erbij staat.

2

Je gaat een brief schrijven voor het programma Toon je Talent!. 1 Kijk naar de brief en lees wat erbij staat. 2 Vul je woonplaats en de datum in. Schrijf de naam van het programma op. Bedenk een adres. 3 Kies een goede aanhef.

3

Schrijf de eerste alinea. 1 Aan het begin van de brief stel je jezelf voor. Wie ben je, hoe oud ben je? 2 Bedenk wat je nog meer wilt schrijven. 3 Vertel in twee of drie zinnen waarom je mee wilt doen aan het programma.

4

Kies een talent. Bedenk argumenten. Dit is een voorbereiding op het volgende stuk van de brief 1 Kies iets uit waar je goed in bent en waar je het meeste plezier in hebt. Dat is jouw talent om te laten zien tijdens het programma. 2 Bedenk twee argumenten waarom ze jou moeten kiezen. a b

5

Schrijf de tweede alinea. 1 Je gaat nog meer over jezelf vertellen. Over je hobby's en wat je in je vrije tijd doet. 2 Gebruik de argumenten van opdracht 4. 3 Schrijf alles in vier of vijf zinnen op in de brief. Gebruik de voegwoorden: want | als | omdat | maar

6

Schrijf de derde alinea. Je sluit de brief af. 1 Vat het belangrijkste van je brief samen. Vraag of je antwoord krijgt. 2 Zet een groet en je naam eronder.

Schrijftip Samenvatten Gebruik voor je samenvatting een signaalwoord. Kies uit: kortom, samengevat, al met al, het kom erop neer dat, zoals gezegd, anders gezegd.

35

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 35

28/01/2022 14:46


7

Ben je tevreden met je brief? Lees je brief na. En let daarbij op het volgende: 1 2 3 4 5 6

8

Is de brief duidelijk en leuk? Ben je geen woorden vergeten? Heb je alle woorden goed geschreven? Kijk of je hoofdletters hebt geschreven en punten hebt gezet. Laat een klasgenoot je brief lezen en vraag om een mening. Verbeter als dat nodig is.

Schrijf een brief. 1 Schrijf een brief aan je oma. 2 Vertel dat je een brief hebt geschreven om je op te geven voor het tv-programma. 3 Vraag of ze komt kijken als je wordt uitgekozen.

36

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 36

28/01/2022 14:46


Hoofdstuk 1

Les 10

Taal verkennen Dit kan ik nog • Ik herhaal onderwerp en persoonsvorm uit blok 5 (groep 5).

Dit kan ik nu • Ik herhaal voegwoorden met hoofd- en bijzinnen.

Dit kan ik nog 1

Zoek de persoonsvorm. Gebruik eerst drie manieren om de persoonsvorm te vinden, en onderstreep deze daarna in de zinnen a t/m e. 1 Maak een vraagzin. 2 Maak een zin waarin je de tijd verandert. 3 Maak een zin waarin je het onderwerp verandert. a De kippen scharrelen op het erf rond. Vraagzin: Veranderen van tijd: Veranderen van onderwerp:

b De placemat ligt op tafel. Vraagzin: Veranderen van tijd: Veranderen van onderwerp:

c De jongens genieten met volle teugen van de vakantie. Vraagzin: Veranderen van tijd: Veranderen van onderwerp:

d Elke woensdagmiddag gaan we naar het zwembad. Vraagzin: Veranderen van tijd: Veranderen van onderwerp:

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 37

37

28/01/2022 14:46


e Dit stuk kaas is precies één kilo. Vraagzin: Veranderen van tijd: Veranderen van onderwerp:

2

Welk onderwerp past in de zin? Maak de zinnen af. 1

maken een boottocht.

2

leest de vertaling uit het Frans.

3 Door de strenge vorst heeft

3

4

doet een proefje.

5

groeien in de kas.

het ijskoud.

Verander de zinnen van enkelvoud in meervoud of andersom. Onderstreep in de nieuwe zin het onderwerp met rood en de persoonsvorm met blauw. 1 Mijn vingers bevriezen bijna van de kou.

2 Klaartje en Maaike houden van warmte.

3 De placemats zijn van rood plastic.

4 Deze dode plant is het gevolg van de strenge vorst.

5 In de winter sterven vogels soms van de kou.

38

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 38

28/01/2022 14:46


Dit kan ik nu 1

Welk voegwoord past in de zin? Let op: Je houdt twee voegwoorden over. Kies uit: of | zodat | als | terwijl | en | omdat | maar 1 Ik kom pas

jullie me roepen.

2 Hans Kaban zit met sloten aan kettingen vast, sleutels in zijn hand. 3 Jamie maakt een heerlijke salade,

jullie straks kunnen smullen.

4 We willen weten 5 Ben jij sportief

2

hij heeft de

het team de goede keus heeft gemaakt. heb je zin om mee te sporten?

Wat is het voegwoord? Schrijf van elke zin het voegwoord op. 1 Mijn neefje kan veel dingen niet, omdat hij in een rolstoel zit. 2 We gaan naar het zwembad, omdat het vandaag heel warm is. 3 Als Nina thuiskomt, zet ze de televisie aan. 4 Ik begin vanzelf mee te zingen als ik dat liedje hoor. 5 Of Nina mee mag doen, weet ze nog niet. 6 Paul maakt zijn huiswerk meteen, zodat hij vanavond tv kan kijken. 7 Ik maak mijn huiswerk, terwijl Paul naar voetballen kijkt.

39

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 39

28/01/2022 14:46


3

Maak van de samengestelde zin twee zinnen. Knip de samengestelde zin in je hoofd in twee zinnen. Schrijf de losse zinnen op. Let op: van de bijzin verandert de woordvolgorde. Voorbeeld: Als ze winnen, gaan we feestvieren. Ze winnen. We gaan feestvieren. 1 Nina houdt van dansen, hoewel ze het niet zo goed kan.

2 Zodra de kisten open zijn, stapt er een bekende televisiekok uit.

3 Als je auditie wilt doen, moet je veel oefenen.

4 Omdat je ook kunt verliezen, moet je daar wel tegen kunnen.

40

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 40

28/01/2022 14:46


41

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 41

28/01/2022 14:46


Taal

Groep 6  Blok 1

9 789006 152654

TV_Taal_BASIS_G6_Blok1.indb 4

28/01/2022 14:48


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Pit taal - groep 6 - basis - blok 1 by ThiemeMeulenhoff - Issuu