Pluswerk
G5_Taal_Voorwerk.indd 1
Groep 5
29/03/2022 16:14
G5.indb 2
29/03/2022 14:32
Taal
Pluswerk • Groep 5 Antwoorden
G5.indb 1
29/03/2022 14:32
Blok 1
Hoofdstuk 1
1
Woordenschat • Ik oefen de betekenis van nieuwe woorden uit les 1, 3 en 4.
1
Bekijk de puzzel. Wat hoort op de puntjes? Schrijf de woorden in de puzzel. 1 Met dit instrument weet je altijd waar het noorden is. Het is een ... . 2 Hierop staat informatie die een computer kan lezen. Het is een ... . 3 ... betekent: ‘je zou kunnen zeggen dat’. 4 Een doelpunt maken, noem je ... .
2
3 4 5 6
s 7
r
u
i
m
c
a
n
n
e
n
m
i
n
s
t
e
n
s
e
v
e
n
w
i
c
v
e
r
a
n
d
a
De woorden in de puzzel zijn al ingevuld. Maak de omschrijving bij elk woord.
8 9
h
t
5 6 7 8 9 Welk woord lees je van boven naar beneden in de gekleurde vakjes? Maak de zin af. Een
2
= 1.000 meter =
cm.
Maak de trap en de woordspin af.
een glimp opvangen
aankondigen
het aanplakbiljet
2
G5.indb 2
29/03/2022 14:32
3
Welk woord rijmt? 1 Kijk naar het onderstreepte woord. 2 Maak het rijmpje af. Je mag de doelwoorden uit les 1, 3 en 4 gebruiken. 3 Maak er een tekening bij. In het park wandelt meneer Van Heerd. Waarom kijkt hij zo
?
Zijn teckel is soms heel erg sloom, dan snuffelt hij aan een
.
Toch wil hij wel eens rennen, dan gaat hij elk bosje
.
Gelukkig is hij goed afgericht. Hij doet zijn plasje
.
Want je kunt toch niet, met goed fatsoen zomaar overal een plasje doen in het
?
3
G5.indb 3
29/03/2022 14:32
Blok 1
Taal verkennen • Ik oefen het herkennen en gebruiken van zelfstandige naamwoorden, lidwoorden en verkleinwoorden. • Ik kan samenstellingen gebruiken.
Hoofdstuk 1
1
Lees de zinnen. In elke zin staan drie zelfstandige naamwoorden en drie lidwoorden. 1 Kleur de lidwoorden (lidw) geel en de zelfstandige naamwoorden (z nw) blauw. Welk lidwoord hoort bij welk zelfstandig naamwoord? Teken lijnen. Voorbeeld: a b c d
Tijdens de schoonmaak vond ik in een geheim laatje het zilveren sieraad. Het hek staat om de schapen heen, maar het schrikdraad doet het niet. De kleine schommel op het oude speelveldje is niet meer veilig voor de kinderen. De blauwe laarzen staan in het bruine kastje bij de andere schoenen.
2 Bedenk zelf ook drie van deze zinnen. Laat een klasgenootje de zelfstandige naamwoorden en lidwoorden kleuren. a b c
2
Welke zelfstandige naamwoorden (z nw) zijn altijd verkleinwoorden? 1 Sommige zelfstandige naamwoorden (z nw) bestaan alleen als verkleinwoord. Kleur de woorden die alleen als verkleinwoord bestaan. gestampte muisjes
paardje
hekje
sneeuwklokje
roodborstje boekje
beestje
huisje
madeliefje
prinsesje
boompje verstoppertje
2 Bedenk zelf nog drie zelfstandige naamwoorden (z nw) die alleen als verkleinwoord bestaan. Schrijf ze op.
4
G5.indb 4
29/03/2022 14:32
3
Bekijk het plaatje. 1 Zoek zo veel mogelijk zelfstandige naamwoorden (z nw) in het plaatje hieronder. Je mag er een pijl bij tekenen. Schrijf het zelfstandig naamwoord (z nw) op. Schrijf het lidwoord (lidw) ervoor.
2 Maak de tekening groter. Teken zo veel mogelijk zelfstandige naamwoorden (z nw) in je tekening. Kan een klasgenootje alle zelfstandige naamwoorden (z nw) vinden?
4
Wat zijn mensen? 1 Bekijk de rijtjes. In elk rijtje staat een zelfstandig naamwoord (z nw) voor een mens. Kleur die drie zelfstandige naamwoorden (z nw). 2 Bedenk zelf ook zo’n rijtje met het woord huis. Schrijf je rijtje rechts. 3 Welke woorden zijn samenstellingen? Zet daar een kruisje voor. landmeter
deurpost
handdruk
landhuis
deurbeslag
handelaar
landmacht
deurwaarder
handhaven
landverraad
draaideur
handgreep
5
G5.indb 5
29/03/2022 14:32
Blok 1
Woordenschat • Ik oefen de betekenis van nieuwe woorden uit les 1, 3 en 4.
Hoofdstuk 2
1
Maak met elk woord een zin. Begin met een zin van vier woorden. Maak de zinnen steeds langer. het trottoir ideaal inrichten het affiche de architect de code het bewijs
2
Maak de puzzel. Maak omschrijvingen van de woorden. Leg daarna een blaadje over de woorden. Laat een klasgenootje de omschrijvingen lezen en de puzzel invullen. 2 ↓ → 1 afbeelden 3 folder 2 vingerafdruk 6 kangoeroe 4 4 talent 7 inzamelen 6 5 tekenaar 8 arresteren 3 9 kennelijk Welke letters staan in de gekleurde hokjes met de rode nummers onderin? Laat je klasgenootje die letters hieronder invullen. Wat staat er? De
1
2
sterker dan
3
4
5
6
7
8
1 3 1
2
5
5 7 4 8
van een spin is
9 8 6
9
7
10 9 10
6
G5.indb 6
29/03/2022 14:32
3
Ra, ra, wie is het? Schrijf iets op over een klasgenootje of een juf of meester van je school. Verklap niet wie het is! Gebruik de uitdrukkingen die hieronder staan. Kan een klasgenootje raden over wie je hebt geschreven? barst van het talent je ergens op verheugen
4
ergens gek op zijn
in vergelijking met
het goed kunnen vinden met
uitdrukking
Maak een plattegrond van het vakantiepark ‘De drie heuvels’. De plattegrond is nog niet klaar. Maak de legenda. 1 Zet de symbolen in de plattegrond en schrijf erachter wat ze betekenen. P • ♒ 2 Bedenk zelf ook een paar symbolen. Teken ze in de kaart en schrijf in de legenda wat het is. 3 Kleur de plattegrond. 4
•
=
=
P
=
♒ =
=
= =
•
=
7
G5.indb 7
29/03/2022 14:33
Blok 1
Hoofdstuk 2
1
Taal verkennen • Ik oefen het herkennen en gebruiken van telwoorden en werkwoorden.
Lees de brief. Kleur de telwoorden.
Stratendam, 2 oktober 2021 Beste burgemeester, Hoe is het met u? Met mij is het goed. Ik schrijf u deze brief omdat ik twee klachten heb. De eerste klacht gaat over hondenpoep. Op ons speelveldje ligt veel hondenpoep. Ik heb laatst geteld: wel twaalf drollen! Sommige mensen laten hun hond daar een paar keer per dag uit. Mijn tweede klacht gaat over de prullenbakken. Daar zijn er maar weinig van. We hebben gisteren met zijn vieren het speelveld opgeruimd, omdat er allemaal troep lag. In de buurt staan wel twintig prullenbakken, maar niet bij het speelveldje. Kunt u er iets aan doen? Ik hoop dat ik een antwoord van u krijg. Met vriendelijke groet, Lisa van Straten Schrijf een antwoord van de burgemeester. Gebruik dezelfde telwoorden.
8
G5.indb 8
29/03/2022 14:33
2
Lees de rap. 1 Schrijf de woordenboekvorm van het onderstreepte werkwoord op. De man van Annaburen is gek op hoge muren. Die man heeft veel talent. Het is een beste vent. Hij tekent op de stenen En neemt dan weer de benen! 2 Maak zelf het volgende couplet van de rap af. Gebruik andere werkwoorden. Onderstreep het werkwoord. Schrijf de woordenboekvorm van de onderstreepte werkwoorden achter de zinnen. De vrouw van Jannepoelen zit graag op lage stoelen.
3
Bedenk zinnen. Gebruik het werkwoord (ww) en het zelfstandig naamwoord (z nw). 1 In de twee zinnen hieronder zijn één werkwoord (ww) en één zelfstandig naamwoord (z nw) onderstreept. Kleur het onderstreepte werkwoord blauw. Mijn fiets heeft roest en het ijzer roest steeds verder. Ik adem niet, want ik houd mijn adem in. 2 Bedenk zelf vier zinnen met de volgende zelfstandige naamwoorden (z nw) en werkwoorden (ww): bel – bel
bakken – bakken
vliegen – vliegen
Schrijf de zinnen op. Onderstreep het werkwoord (ww) en het zelfstandig naamwoord (z nw) in je zin. Laat een andere leerling het onderstreepte werkwoord in jouw zin blauw kleuren.
9
G5.indb 9
29/03/2022 14:33
Blok 2
Hoofdstuk 3
1
Woordenschat • Ik oefen de betekenis van nieuwe woorden uit les 1, 3 en 4.
Vul een ander woord in dat hetzelfde betekent. 1 Lees het gedicht. Kijk naar wat onderstreept is. 2 Wat is hetzelfde en kun je ervoor in de plaats zetten? Als je het niet weet, kun je het woord opzoeken in les 1 en 3. Verliefd! Help, mijn grote zus is verliefd! Het gaat over een jongen uit haar klas. Eerst wilde ze niet uit de doeken doen wie het was. Ze werd heel erg rood toen ik ernaar vroeg. Dan ging ze snel over op iets anders, dat zei mij genoeg. Ze zijn nu al vier weken bijeen. De verliefdheid is heel erg, dat bleek meteen. Er sloeg een vonk over, en toen was het aan. In het kort: haar kleine zusje ziet ze niet meer staan.
2
Maak de puzzel. Schrijf het woord dat bij de zin hoort in de puzzel. De woorden hebben te maken met stroom. 1 Tygo doet het licht aan. 1 2 Wind en zon zijn beter dan 2 steenkool. 3 Het waterrad begint te draaien. 4 Al fietsend wek ik stroom op. 4 5 De auto heeft nieuwe benzine nodig. 6 Bij het stofzuigen gebruik ik dit 6 stopcontact. 7 Steeds meer apparaten zijn hier zuinig mee.
2 3 3
5 4 5
7
10
6
8 7
1
Zet de letters in de hokjes met het rode cijfer achter elkaar. Welk woord is het? zijn bijzondere diertjes; ze kunnen licht geven!
10
G5.indb 10
29/03/2022 14:34
3
Maak een omschrijving zoals in het woordenboek kan staan. 1 Kijk naar het plaatje. Schrijf het woord eronder. Schrijf het lidwoord ervoor. 2 Bedenk een omschrijving van het woord. Kijk niet in het woordenboek! Iemand anders moet kunnen raden wat het is, zonder het plaatje of het woord te zien!
a
e
b
f
c
g
d
h
11
G5.indb 11
29/03/2022 14:34
Taal
Pluswerk • Groep 5
9 789006 663518
G5_Taal_Nawerk.indd 54
29/03/2022 16:15