Skip to main content

Pit spelling - groep 6 - handleiding - blok 1

Page 1

Spelling

Groep 6

Blok

Groep 6  Blok 1 Handleiding

1

Handleiding 9 789006 841213

Covers Spelling_handleiding_groep 6 blok 1.indd All Pages

19/04/2022 16:28


Spelling

Handleiding • Groep 6 • Blok 1

TMH PIT BLOK6.1sp DEF.indd 1

19/04/2022 16:27


Pictoʼs Deze opdracht doe je als je tijd hebt. Deze opdracht doe je alleen. Deze opdracht doe je samen. Deze opdracht doe je in een groepje. Deze opdracht doe je met de hele klas. Dit is een bewegingsopdracht. Deze opdracht schrijf je op een blaadje.

Knipstrategie Luisterstrategie Onthoudstrategie Ook-zo-strategie Regelstrategie Werkwoord

2

TMH PIT BLOK6.1sp DEF.indd 2

19/04/2022 16:27


Blok 1 Differentiatie

Cheeta-opdracht De cheeta-opdracht is een extra opdracht aan het eind van elke les, in te zetten als tempodifferentiatie.

Herhalen en toepassen Leerwerkschrift

Spel 1 Geef de leerlingen ieder een kladblaadje. De leerlingen schrijven voor elkaar woorden zonder klinkers op en zo wordt een beroep gedaan op het woordbeeld dat ze in hun hoofd hebben. Spel 2 Door het woord te tekenen (of een goede contextzin te bedenken) wordt de betekenis gekoppeld aan de schrijfwijze. Spel 3 De leerlingen maken elkaars puzzel en doen zo een beroep op het woordbeeld dat ze van het woord hebben.

Leerwerkschrift Maat

Spel 1 Geef de leerlingen ieder een kladblaadje. Ze maken voor elkaar een woordslinger. Zo wordt het woordbeeld versterkt. Spel 2 De leerlingen maken samen een verhaal door om de beurt een zin toe te voegen met een woord uit blok 1. Zo wordt het woordgebruik in een functionele context geoefend. Spel 3 Geef de leerlingen een leesboek. De woorden worden op een speelse manier herhaald met analyse en synthese door een woord met een bepaalde beginletter te noemen en op te schrijven.

Pluswerk Woordpakket 1

De leerlingen oefenen op verschillende manieren met de werkwoordsvormen: in een spellingopdracht, in een functionele context en in een puzzel.

Woordpakket 2

De leerlingen oefenen met woorden met f/v en s/z. Ze breiden woordstukjes uit en maken rijmparen.

Woordpakket 3

De leerlingen oefenen met woorden met ei of ij en maken zinnen.

Woordpakket 4

De leerlingen oefenen met woorden eindigend op d en passen zo de schrijfaanwijzing zelfstandig toe.

Mijn Pakket Voor elk woordpakket kunnen leerlingen extra oefenen. De leerling oefent op eigen niveau, afhankelijk van de resultaten. Zie de handleiding Leerlingsoftware in de cockpit onder ‘jaaroverzicht’.

3

TMH PIT BLOK6.1sp DEF.indd 3

19/04/2022 16:27


Wp1

Les 1

Werkwoordspelling

Lesdoel

Lesvoorbereiding

Materiaal

• De leerling herhaalt de woordenboekvorm, de stam, de ikvorm, jij-vorm en hij/zij-vorm.

• Bekijk woordpakket 1. • Zet les 1 klaar op het digibord. • Combinatiegroep: print de instaples bij deze les. • Preteaching: zie de aanwijzingen bij Extra instructie.

• • • •

digibord leerwerkschrift leerwerkschrift Maat combinatiegroep: printblad Instaples

Werkwoorden: de woordenboekvorm, stam en de persoonsvorm enkelvoud

Woordpakket 1

Les 1

Werkwoordspelling • Ik herhaal de woordenboekvorm, de stam, de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm.

→ persoonsvorm:

1

Bekijk samen het woordpakket en de schrijfaanwijzing.

De persoonsvorm enkelvoud (pv en) en het onderwerp De persoonsvorm past bij het onderwerp. Ze horen bij elkaar!

2

Wat is de stam en de ik-vorm?

• stam -> ik-vorm • jij-vorm: ik-vorm + t • hij/zij-vorm: ik-vorm + t

Het onderwerp bij de ik-vorm is altijd ik. Het onderwerp bij de jij-vorm is altijd jij/je of u. Het onderwerp bij de hij/zij-vorm kan zijn: • hij, zij, maar ook: ze, het • een naam (Stella, Joram) • een woordgroep (de hond, de auto).

Werkwoorden pakken ik pak jij pakt hij/zij pakt

halen ik haal jij haalt hij/zij haalt

delen ik deel jij deelt hij/zij deelt

klauteren ik klauter jij klautert hij/zij klautert

kammen ik kam jij kamt hij/zij kamt

zweren ik zweer jij zweert hij/zij zweert

plagen ik plaag jij plaagt hij/zij plaagt

lezen ik lees jij leest hij/zij leest

klappen ik klap jij klapt hij/zij klapt

proberen ik probeer jij probeert hij/zij probeert

leven ik leef jij leeft hij/zij leeft

niezen ik nies jij niest hij/zij niest

schrappen ik schrap jij schrapt hij/zij schrapt

raken ik raak jij raakt hij/zij raakt

schrijven ik schrijf jij schrijft hij/zij schrijft

smoezen ik smoes jij smoest hij/zij smoest

zwemmen ik zwem jij zwemt hij/zij zwemt

slapen ik slaap jij slaapt hij/zij slaapt

beroven ik beroof jij berooft hij/zij berooft

bewijzen ik bewijs jij bewijst hij/zij bewijst

4

Vul de ik-vorm in. Zeg eerst de stam. Bedenk de ik-vorm en vul deze in. Welke letter is veranderd in de ik-vorm? Zet een streep onder die letter in de ik-vorm.

1 Leerling 1: zorg dat je het woordpakket niet ziet. 2 Leerling 2: kies een woordenboekvorm uit rijtje 1 en lees die voor. 3 Leerling 1: zeg de stam, de laatste klank heel duidelijk. Bedenk de ik-vorm van dit werkwoord en vul deze in. 4 Ruil om en doe hetzelfde met een woordenboekvorm uit rijtje 2, 3 en 4. 5 Bespreek per werkwoord wat er verandert als je van de stam de ik-vorm maakt.

Het onderwerp is één ding of één persoon -> persoonsvorm enkelvoud. De persoonvorm enkelvoud heeft de ik-, jij- of hij/zij-vorm. Ik lees een boek. -> het onderwerp is ik en daarbij de pv ev (ik-vorm): lees. Hij schrijft een brief. -> het onderwerp is hij en daarbij hoort de pv ev (hij-vorm): schrijft.

pv ev woordenboekvorm

Een werkwoord (ww) vertelt wat iets of iemand doet. Een werkwoord heeft verschillende vormen: • De woordenboekvorm is het werkwoord zoals het in het woordenboek staat. • De persoonsvorm is de vorm van het werkwoord in een zin die bij iets of iemand hoort.

pak

1 pakken

kam

2 kammen

Meerdere antwoorden mogelijk.

zwem

3 zwemmen

Let op! Kun je een naam of woordgroep vervangen door hij, zij of het? Dan weet je dat je de hij/zijvorm van de persoonsvorm moet schrijven.

Schrijfaanwijzing persoonsvorm enkelvoud Kijk altijd eerst naar de stam: de woordenboekvorm zoals je hem hoort zonder /un/.

3

Voorbeeld: /leez/

Wat is de ik-vorm en de jij/hij/zij-vorm van het werkwoord? 1 2 3 4 5

/un/

stam = /leez/ Je schrijft de stam op volgens de gewone schrijfaanwijzingen. Dan heb je de ik-vorm: ik lees. De jij-vorm en de hij/zij-vorm schrijf je als de ik-vorm + t: jij/hij/zij leest.

4 slapen

Leerling 1: zorg dat je het woordpakket niet ziet. Leerling 2: kies een woordenboekvorm uit rijtje 1 en lees die voor. Leerling 1: zeg de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm van dit werkwoord en vul ze in. Ruil om en doe hetzelfde met een woordenboekvorm uit rijtje 2, 3 en 4. Kijk samen na.

5 schrijven

Meerdere antwoorden mogelijk.

6 lezen

Voorbeeld:

persoonsvorm enkelvoud (pv ev)

woordenboekvorm

stam

ik-vorm

jij-vorm ik-vorm + t

hij/zij-vorm ik-vorm + t

schrijven smoezen vinden

/sgrijvun/ /smoezun/ /vindun/

(ik) schrijf (ik) smoes (ik) vind

(jij) schrijft (jij) smoest (jij) vindt

(hij/zij) schrijft (hij/zij) smoest (hij/zij) vindt

slaap

schrijf

lees

Let op! Als de stam van het werkwoord eindigt op /d/, schrijf je de jij-vorm en de hij/zij-vorm met dt.

4

TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 4

5

24/03/2022 15:27

TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 5

24/03/2022 15:27

6

TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 6

7

24/03/2022 15:27

TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 7

24/03/2022 15:27

LEERWERKSCHRIFT EN LEERWERKSCHRIFT MAAT blz. 4 – 5 – 6 – 7

4

TMH PIT BLOK6.1sp DEF.indd 4

19/04/2022 16:27


Lesinhoud

Extra instructie / differentiatie

Introductie

Preteaching

• Ga naar het digibord en doe de oefening met werkwoorden. • Vraag wie bij de woordenboekvorm een ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm kan maken. Laat de leerlingen vertellen hoe ze dat doen. • De werkwoorden van deze oefening komen uit groep 5. In groep 5 hebben de leerlingen ook nog andere woorden geleerd. Vraag de leerlingen of ze daar nog wat van kunnen noemen. • Vertel dat dit de eerste les spelling van groep 6 is. In groep 6 leren de leerlingen nieuwe woorden schrijven en er is meer aandacht voor werkwoordspelling. • Bespreek kort het leerdoel met de leerlingen.

Laat de spellingzwakke leerlingen het woordpakket van tevoren doorlezen.

Instructie • Doe de oefening(en). • Kijk naar het werkwoord beroven. Maak daar samen met de leerlingen de stam van. • Kijk naar de ik-vorm. Wat moet er met /beroov/ gebeuren om daar een goede ikvorm van te maken? (De v verandert in een f.) • Bespreek de regel: - de /v/ aan het eind van de stam, schrijf je als f. - de /z/ aan het eind van de stam, schrijf je als z. • Doe hetzelfde bij de hij/zij-vorm. Hier komt altijd een t achter. • Herhaal deze procedure met de andere werkwoorden. Laat een leerling het met behulp van het bord uitleggen. • Kijk samen naar de schrijfaanwijzing en laat deze voorlezen. Bespreek het voorbeeld en vertel daarbij dat de woordenboekvorm meestal een wij-vorm is. • Besteed aandacht aan de begrippen die in de schrijfaanwijzing aan de orde komen (woordenboekvorm, stam, ik-vorm, jij-vorm, hij/zij-vorm en persoonsvorm enkelvoud). Vertel dat de persoonsvorm altijd bij het onderwerp hoort en de afkorting pv is. • Bekijk samen de opdrachten in de leerwerkschriften. Lees de opdrachten voor en licht ze zo nodig toe. • Wijs op de poster deze spellingcategorie aan.

Verwerking Opdrachten zijn gelijk voor het leerwerkschrift en het leerwerkschrift Maat. Opdracht 2 De leerlingen oefenen hoe je van de stam de ik-vorm maakt. Opdracht 3 De leerlingen maken zelf de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm bij een woordenboekvorm. Hiermee passen ze de spellingregels toe. Opdracht 4 De leerlingen zeggen bij de woordenboekvormen eerst de stam en vullen daarna de ik-vorm in.

Instructie NT2 Kennen de leerlingen de betekenis van alle woordpakketwoorden? Neem zo nodig de betekenis van de woorden door met de leerlingen, zoals schrappen, zweren, klauteren en smoezen.

Opdracht 2 Leerwerkschrift Maat en Dyslexie Besteed extra aandacht aan de schrijfaanwijzingen die van toepassing zijn voor het schrijven van de ik-vorm. Bespreek met de leerlingen de werkwoorden en ik-vorm van: beroven – beroof, bewijzen – bewijs. Wijs op v/f en z/s. Doe dit nog een keer met de werkwoorden leven en lezen. Dyslexie Leg de nadruk op de ik-vorm en niet zozeer op de stam.

Compactroute Opdracht 3.

Combinatiegroep Instaples combinatiegroep Heb je een combinatiegroep, geef een van de twee groepen dan het printblad van de instaples.

Reflectie • Kijk opdracht 3 na met behulp van het digibord. Vraag de leerlingen hoe de opdracht ging en bespreek eventueel gemaakte fouten. • Kijk voor de antwoorden op het digibord.

5

TMH PIT BLOK6.1sp DEF.indd 5

19/04/2022 16:27


Wp1

Les 2

Werkwoordspelling

Lesdoel

Lesvoorbereiding

Materiaal

• De leerling oefent de woordenboekvorm, de stam, de ikvorm, jij-vorm en hij/zij-vorm.

• Bekijk woordpakket 1. • Zet les 2 klaar op het digibord.

• digibord • leerwerkschrift • leerwerkschrift Maat

Woordpakket 1

Werkwoordspelling

Les 2

3

• Ik oefen de woordenboekvorm, de stam, de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm.

Schrijfaanwijzing stam = woordenboekvorm zonder /un/ ik-vorm = de stam die je schrijft volgens de gewone schrijfaanwijzingen jij/hij/zij-vorm = ik-vorm + t

1

2

Vul de ik-vorm in.

4

woordenboekvorm

stam

ik-vorm

schrijven

/ sgrijvun

/

ik

schrijf

zwemmen

/ zwemun

/

ik

zwem

niezen

/ niezun

/

ik

nies

schrappen

/ sgrapun

/

ik

schrap

lezen

/ leezun

/

ik

lees

Vul de woordenboekvorm, de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm in. Kijk goed naar het woord dat er al staat. woordenboekvorm

ik-vorm

jij-vorm

hij/zij-vorm

klappen

klap

klapt

klapt

plagen

plaag

plaagt

plaagt

zweren

zweer

zweert

zweert

kammen

kam

kamt

kamt

Bedenk vijf werkwoorden bij het plaatje. Vul van elk werkwoord de woordenboekvorm, de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm in.

Vul de ik-vorm en de jij/hij/zij-vorm in. woordenboekvorm

ik-vorm

leven

ik

leef

jij-vorm jij

leeft

hij/zij

leeft

delen

ik

deel

jij

deelt

hij/zij

deelt

halen

ik

haal

jij

haalt

hij/zij

haalt

raken

ik

raak

jij

raakt

hij/zij

raakt

Meerdere antwoorden mogelijk. Bijvoorbeeld:

hij/zij-vorm

woordenboekvorm

ik-vorm

jij-vorm

hij/zij-vorm

klauteren

klauter

klautert

klautert

klappen

klap

klapt

klapt

plagen

plaag

plaagt

plaagt

kammen

kam

kamt

kamt

schrijven

schrijf

schrijft

schrijft

lezen

lees

leest

leest

pakken

pak

pakt

pakt

niezen

nies

niest

niest

8

9

TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 8

24/03/2022 15:27

TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 9

24/03/2022 15:28

LEERWERKSCHRIFT blz. 8 – 9

Woordpakket 1

Werkwoordspelling

Les 2

3

• Ik oefen de woordenboekvorm, de stam, de ik-vorm en de jij/ hij/zij-vorm.

Kijk naar de werkwoorden in het plaatje. Vul van elk werkwoord de ik-vorm, de jij-vorm en de hij/zij-vorm in.

kammen

Schrijfaanwijzing stam = woordenboekvorm zonder /un/ ik-vorm = de stam die je schrijft volgens de gewone schrijfaanwijzingen jij/hij/zij-vorm = ik-vorm + t

schrijven

niezen

klauteren lezen klappen pakken

1

2

Vul de ik-vorm in. woordenboekvorm

stam

kammen

/kamun

/

ik

ik-vorm

kam

niezen

/niezun

/

ik

nies

schrijven

/sgrijvun

/

ik

schrijf

schrappen

/sgrapun

/

ik

schrap

zweer

/zwirun

/

ik

zweer

Vul de ik-vorm, de jij-vorm en de hij/zij-vorm in. woordenboekvorm

ik-vorm

jij-vorm

hij/zij-vorm

leven

ik

leef

jij

leeft

hij/zij

leeft

delen

ik

deel

jij

deelt

hij/zij

deelt

halen

ik

haal

jij

haalt

hij/zij

haalt

plagen

ik

plaag

jij

plaagt

hij/zij

plaagt

lezen

ik

lees

jij

leest

hij/zij

leest

zwemmen

ik

zwem

jij

zwemt

hij/zij

zwemt

woordenboekvorm

ik-vorm

klauteren

ik

klauter

jij

klautert

hij/zij

klautert

klappen

ik

klap

jij

klapt

hij/zij

klapt

kammen

ik

kam

jij

kamt

hij/zij

kamt

schrijven

ik

schrijf

jij

schrijft

hij/zij

schrijft

lezen

ik

lees

jij

leest

hij/zij

leest

niezen

ik

nies

jij

niest

hij/zij

niest

pakken

ik

pak

jij

pakt

hij/zij

pakt

8

TV_Spel_MAAT_G6_Blok1.indb 8

jij-vorm

hij/zij-vorm

9

23/03/2022 08:35

TV_Spel_MAAT_G6_Blok1.indb 9

23/03/2022 08:35

LEERWERKSCHRIFT MAAT blz. 8 -9

6

TMH PIT BLOK6.1sp DEF.indd 6

19/04/2022 16:27


Lesinhoud

Extra instructie / differentiatie

Introductie

Opdracht 1, 2 en 3

• Ga naar het digibord en doe de oefening(en). • Bespreek kort het leerdoel met de leerlingen.

Opdracht 1 De leerlingen schrijven de ik-vorm op van de woordenboekvormen. Ze passen de gewone schrijfaanwijzingen toe bij het maken van de ik-vorm.

Spellingsterk Laat de leerlingen eens onderzoeken wat er gebeurt als jij achter het werkwoord staat (loop jij). Ze schrijven het op voor alle werkwoorden. Vraag ook naar de wij-vorm, de hetvorm, de zij-vorm (mv), de jullie-vorm en de u-vorm. Laat ze bij elke vorm een werkwoord kiezen van opdracht 2 en opschrijven. Leerwerkschrift Maat en Dyslexie Laat de leerlingen op vier kaartjes de volgende woorden schrijven en de laatste letters een kleur geven: lezen – lees; geven – geef. De leerlingen kunnen deze kaartjes gebruiken als geheugensteuntje.

Opdracht 2 De leerlingen oefenen het toepassen van de regels voor het maken van de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm.

Coöperatieve werkvorm

Instructie • Doe de oefening(en). Laat steeds een leerling de vormen van een werkwoord noemen. Laat verwoorden wat er gebeurt met het werkwoord. • Herhaal dat er bij het schrijven van de ik-vorm gelet moet worden op de gewone schrijfaanwijzingen (v/f en s/z). • Herhaal dat er bij jij en hij/zij altijd een t achter de ik-vorm komt. • Lees de verkorte schrijfaanwijzing in de leerwerkschriften. • Bekijk samen de opdrachten in de leerwerkschriften. Lees de opdrachten voor en licht ze zo nodig toe.

Verwerking

Opdracht 3 Aan de hand van één gegeven werkwoordsvorm leren de leerlingen de woordenboekvorm, de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm goed in te vullen. Maat De leerlingen bekijken de werkwoorden in de afbeelding en passen de regels voor het maken van de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm toe. Opdracht 4 De leerlingen zoeken in de afbeelding naar ten minste vijf werkwoorden. Ze oefenen het begrip werkwoord en passen de regels voor het maken van de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm toe.

Reflectie • Kijk de eerste drie werkwoorden van opdracht 2 na met behulp van het digibord. Staat er overal een t achter bij de jij-vorm en hij/zij-vorm? • Kijk voor de antwoorden op het digibord.

Opdracht 2 Deze opdracht kan gedaan worden via Rondpraat: leerling 1 zegt de woordenboekvorm, leerling 2 zegt de ikvorm, leerling 3 de jij-vorm, leerling 4 de hij/zij-vorm. Daarna vullen de leerlingen het in. Dan doen ze dezelfde opdracht weer met een volgend werkwoord, maar hun rol schuift op. (Leerling 2 begint met de woordenboekvorm enzovoort.)

Compactroute Opdracht 2 en 3.

7

TMH PIT BLOK6.1sp DEF.indd 7

19/04/2022 16:27


Wp1

Les 3

Werkwoordspelling

Lesdoel

Lesvoorbereiding

Materiaal

• De leerling oefent de werkwoorden uit les 1 en bedenkt zelf de woordenboekvorm, de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm van nieuwe werkwoorden.

• Bekijk woordpakket 1. • Zet les 3 klaar op het digibord.

• digibord • leerwerkschrift • leerwerkschrift Maat

Woordpakket 1

Werkwoordspelling

Les 3

3

• Ik oefen de woordenboekvorm, de stam, de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm. • Ik bedenk zelf de woordenboekvorm, de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm van nieuwe werkwoorden.

Bedenk zelf zes nieuwe werkwoorden met v of z aan het eind van de stam. Vul de woordenboekvorm, de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm in. woordenboekvorm

ik-vorm

jij-vorm

hij/zij-vorm

erven

erf

erft

erft

Meerdere 1

antwoorden

Vul de goede vorm van het werkwoord in.

mogelijk.

woordenboekvorm

persoonsvorm

1 klauteren

Een dief

2 proberen

Hij

3 slapen

Het is stil in huis, de hele familie

4 raken

De inbreker

klautert

door het raam van het huis.

probeert

de mensen te beroven.

raakt

slaapt

nog. De hond blaft.

in paniek en rent weg.

5 pakken

Gelukkig lukt het de politie de dief te

6 bewijzen

Een voetafdruk

7 schrijven

De dief

bewijst

schrijft

pakken

.

4

dat hij het heeft gedaan.

Teken het werkwoord. 1 Kies uit opdracht 2 en 3 ten minste vier werkwoorden. 2 Maak een kleine tekening van elk werkwoord. 3 Schrijf onder elke tekening de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm van het werkwoord.

de familie later een brief.

Ter beoordeling van de leerkracht. 2

Vul de rijtjes in. 1 Vul de woordenboekvorm, de stam, de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm in. 2 Bedenk zelf nog twee werkwoorden met de letterzetter of de letterrover. woordenboekvorm

stam

ik-vorm

jij-vorm

hij/zij-vorm

ontdekken

/ontdekkun/

ontdek

ontdekt

ontdekt

varen

/varun/

vaar

vaart

vaart

niezen

/niezun/

nies

niest

niest

10

11

TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 10

24/03/2022 15:28

TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 11

24/03/2022 15:28

LEERWERKSCHRIFT blz. 10 – 11

Woordpakket 1

Werkwoordspelling

Les 3 1

Zoek vijf nieuwe werkwoorden in een tijdschrift. Vul van elk werkwoord de woordenboekvorm, de ik-vorm en de jij/hij/zij-vorm in.

Meerdere antwoorden mogelijk.

Wat staat er onder de vlek? Schrijf de persoonsvorm achter de zin. 1 Een dief pro 2 Hij ber

door het raam te klimmen.

de mensen die er wonen.

3 Het is nog stil in huis. De hele familie sl 4 Oh! Door de tocht kl 5 De inbreker r 6 Een dag later p

4

.

Teken het werkwoord. 1 Kies uit opdracht 2 en 3 ten minste twee werkwoorden. 2 Maak een kleine tekening van elk werkwoord. 3 Schrijf onder elke tekening de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm van het werkwoord.

de deur dicht.

in paniek en rent weg.

Ter beoordeling van de leerkracht.

de politie hem op.

7 Een voetafdruk bew

2

3

• Ik oefen de woordenboekvorm, de stam, de ik-vorm en de jij/ hij/zij-vorm. • Ik bedenk zelf de woordenboekvorm, de ik-vorm en de jij/hij/ zij-vorm van nieuwe werkwoorden.

dat hij het heeft gedaan.

Vul de ik-vorm, de jij-vorm en de hij/zij-vorm in. woordenboekvorm

stam

ik-vorm

jij-vorm

hij/zij-vorm

erven

/ervun/

erf

erft

erft

durven

/durvun/

durf

durft

durft

drijven

/drijvun/

drijf

drijft

drijft

reizen

/reizun/

reis

reist

reist

wijzen

/wijzun/

wijs

wijst

wijst

verliezen

/verliezun/

verlies

verliest

verliest

10

TV_Spel_MAAT_G6_Blok1.indb 10

11

23/03/2022 08:35

TV_Spel_MAAT_G6_Blok1.indb 11

23/03/2022 08:35

LEERWERKSCHRIFT MAAT blz. 10 – 11

8

TMH PIT BLOK6.1sp DEF.indd 8

19/04/2022 16:27


Lesinhoud

Extra instructie / differentiatie

Introductie

Opdracht 1

• Ga naar het digibord en doe de oefening(en). • Bespreek kort het leerdoel met de leerlingen: Vertel dat ze deze les verder oefenen met het schrijven van de woordenboekvorm, de ik-vorm, jij-vorm en hij/ zij-vorm. En dat ze zelf nieuwe werkwoorden bedenken met v en z aan het eind van de stam.

NT2 Laat andere leerlingen het hele verhaal eens naspelen voor deze leerlingen. Een leerling leest de zin, een andere leerling beeldt de zin uit. Dyslexie De leerling doet deze opdracht samen met een spellingsterke leerling die de zinnen voorleest. De leerling moet het goede invulwoord herhalen en invullen.

Instructie • Bekijk de schrijfaanwijzing op het digibord. Herhaal kort de regels bij de werkwoorden. Wijs op de v/f en z/s-verwisseling en de t achter de jij-vorm en hij/ zij-vorm. • Bekijk samen de opdrachten in de leerwerkschriften. Lees de opdrachten voor en licht ze zo nodig toe.

Verwerking Opdracht 1 De leerlingen vullen in een verhaaltje de goede vorm van de werkwoorden in. Ze oefenen de betekenis van de werkwoorden en passen de regels toe. Maat Vergelijkbaar met Basis; de leerlingen bedenken wat onder de vlek staat en vullen de persoonsvormen in. Opdracht 2 De leerlingen vullen bij drie nieuwe werkwoorden de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm in en bedenken nog twee werkwoorden met de letterzetter of letterrover. Ze leren dat er meer werkwoorden zijn waarbij dezelfde regels worden gebruikt. Maat De leerlingen vullen bij nieuwe werkwoorden met v of z aan het eind van de stam de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm in. Zo wordt de nadruk gelegd op de verandering v/f en z/s.

Coöperatieve werkvorm Opdracht 2 Deze opdracht kan in tweetallen worden gedaan via Tweetal Check. Leerling 1 maakt bij een nieuw werkwoord alle vormen, leerling 2 controleert of het goed is. Daarna wisselen ze van rol.

Compactroute Opdracht 2 en 3.

Opdracht 3 De leerlingen bedenken nieuwe werkwoorden met v of z aan het eind van de stam en vullen de stam, de ik-vorm , jij-vorm, en hij/zij-vorm in. Zo wordt de nadruk gelegd op de verandering v/f en z/s. Maat De leerlingen breiden het woordpakket uit door in een tijdschrift nieuwe werkwoorden te zoeken en hiervan de woordenboekvorm, de ik-vorm en de jij/hij/ zij-vorm in te vullen. Opdracht 4 De leerlingen tekenen werkwoorden uit opdracht 2 en 3 en schrijven er de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm bij. Ze oefenen op een creatieve manier de vormen en de betekenis van de nieuwe werkwoorden.

Reflectie • Bespreek opdracht 2 en 3 met behulp van het digibord. Welke nieuwe werkwoorden hebben de leerlingen bedacht of ingevuld? Laat de woordenboekvorm, de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm ervan noemen en op het digibord schrijven. Kennen alle leerlingen de betekenis van deze woorden? • Kijk voor de antwoorden op het digibord.

9

TMH PIT BLOK6.1sp DEF.indd 9

19/04/2022 16:27


Wp1

Les 4

Werkwoordspelling

Lesdoelen

Lesvoorbereiding

Materiaal

• De leerling kan de woordenboekvorm, de stam, de ik-vorm, jij-vorm en hij/ zij-vorm van de werkwoorden nu goed schrijven • De leerling kan de woorden uit blok 5 (groep 5) nog goed schrijven.

• Bekijk woordpakket 17, 18, 19 en 20 van groep 5. • Zet les 4 klaar op het digibord. • Preteaching: zie de aanwijzingen bij Extra instructie.

• • • •

Woordpakket 1

Les 4

Dit kan ik nog

Dit kan ik nu

• Ik herhaal woorden uit blok 5 (groep 5).

• Ik kan de woordenboekvorm, de stam, de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm nu goed schrijven. • Ik kan woorden uit blok 5 (groep 5) nog goed schrijven.

2

Dit kan ik nu

Zoek acht woorden in de woordrups. Zet strepen tussen de woorden en schrijf ze in het goede rijtje.

a

v

i

e

z

z

a

v

z

g

n

n

e

e

v

k r

i

j

p

u

o

b

r

e

e

b

e

e

Dit kan ik nog 1

digibord leerwerkschrift leerwerkschrift Maat groeischrift of scoreblad Spelling

n

v w

d u

Zo schrijf ik het goed e

! ?

n o r v e

i

1

n

a



e

2

z n

m

l

u

3

i

4

Maak drie zinnen met de woorden. 1 Kies uit elk rijtje een woord. 2 Maak met de drie woorden een zin. 3 Maak nog twee zinnen met steeds drie andere woorden. de raven

wereldberoemd

de hardloper

de muizen

doodstil

de reuzen

de huisvrouw

benauwd

de toeschouwer

het restaurant

brave

de houthakker

de rondvaart

sportieve

de duiven

v

z

5

brave

boze

6

neven

vieze

7

duiven

prijzen

8

raven

luizen

9

Welke letters blijven over? Zet ze achter elkaar. Schrijf het woord op.

10

kauwgom

3

zin 1: Meerdere antwoorden mogelijk.

zin 2:

zin 3:

Woorden uit blok 5 (groep 5)

! ?

Vul in. Kijk naar het werkwoord voor de zin. Vul de ik-vorm van het werkwoord in. 1 fietsen

Ik

fiets

elke dag naar school.

2 zingen

Ik

zing

graag vrolijke liedjes.

3 aaien

Ik

aai

de hond van de buren.

4 zetten

Ik

zet

het pak melk in de koelkast.



1 2 3 4 5

Goed!

12

13

TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 12

24/03/2022 15:28

TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 13

24/03/2022 15:28

14

TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 14

24/03/2022 15:28

TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 15

23/03/2022 08:35

TV_Spel_MAAT_G6_Blok1.indb 15

LEERWERKSCHRIFT blz. 12 – 13 – 14

Woordpakket 1

Les 4

Dit kan ik nog

Dit kan ik nu

• Ik herhaal woorden uit blok 5 (groep 5).

• Ik kan de woordenboekvorm, de stam, de ik-vorm en de jij/hij/zij-vorm nu goed schrijven. • Ik kan woorden uit blok 5 (groep 5) nog goed schrijven.

3

Dit kan ik nu

Vul in. Kijk naar het werkwoord voor de zin. Vul de ik-vorm van het werkwoord in. 1 fietsen

Ik

fiets

elke dag naar school.

2 zingen

Ik

zing

graag vrolijke liedjes.

3 aaien

Ik

aai

de hond van de buren.

Zo schrijf ik het goed

! ?



1 2 3

Dit kan ik nog 1

4 5

Kies steeds twee woorden in elke zin.

6

Kies uit: sportieve | hardloper | huisvrouw | wereldberoemd | muizen | doodstil | benauwd | restaurant 1 Het is 2 De

doodstil

sportieve

3 In het

2

hardloper

restaurant

4 Die bijzondere

muizen

, zelfs de

8

heeft de wedstrijd gewonnen.

is het erg

huisvrouw

7

hoor ik niet.

benauwd

is nu

9

.

wereldberoemd

10 . Woorden uit blok 5 (groep 5)

! ?

Welk woord uit blok 5 hoort bij het plaatje? Vul het woord in de goede zin in.

De man zaagt de boom om voor



1

brandhout

.

2 3

Het

roodborstje

smult van de regenwormen.

4 5

Deze

neuzen

zijn bijna even groot.

Goed!

12

TV_Spel_MAAT_G6_Blok1.indb 12

13

23/03/2022 08:35

TV_Spel_MAAT_G6_Blok1.indb 13

23/03/2022 08:35

14

TV_Spel_MAAT_G6_Blok1.indb 14

LEERWERKSCHRIFT MAAT blz. 12 – 13 – 14

10

TMH PIT BLOK6.1sp DEF.indd 10

19/04/2022 16:27


Lesinhoud

Extra instructie / differentiatie

Introductie

Preteaching

• Ga naar het digibord en doe de oefening(en). • Bespreek kort de leerdoelen met de leerlingen. Vertel dat ze deze les de woorden van blok 5 (groep 5) herhalen.

Laat de leerlingen op een leeg blaadje rijtjes maken met au – auw – ou – ouw. Dicteer de volgende woorden en laat de leerlingen de woorden in het goede rijtje schrijven: augustus – houden – flauwekul – het gebouw – benauwd – de kabouter – de juffrouw – de automaat. Bespreek en verbeter het samen. Laat de letters au – auw – ou – ouw daarna kleuren, ieder rijtje een andere kleur, en nog eens voorlezen.

Instructie Dit kan ik nog • Doe de oefening(en). Herhaal nog eens de korte schrijfaanwijzingen uit de leerwerkschriften. • Bespreek kort de opdrachten uit de leerwerkschriften. Benadruk dat de leerlingen bij opdracht 1 ook zelf woorden aan de zinnen mogen toevoegen.

Verwerking Dit kan ik nog Opdracht 1 De leerlingen maken drie zinnen, met in elke zin drie woorden uit blok 5 (groep 5). Ze oefenen de schrijfwijze in een betekenisvolle context. Maat De leerlingen schrijven de goede woorden in de zin. Ze oefenen de schrijfwijze van de woorden uit blok 5 (groep 5) in een betekenisvolle context. Opdracht 2 De leerlingen zoeken acht woorden in een woordrups en rubriceren de woorden. Zo herhalen ze de woorden uit blok 5 (groep 5). Maat De leerlingen zoeken drie woorden bij de afbeeldingen en bijbehorende zinnen en herhalen zo de schrijfwijze en betekenis. Opdracht 3 De leerlingen herhalen het vervoegen van de woordenboekvorm tot de ik-vorm.

Dictee • Neem het dictee af. • Aanwijzingen voor afname van het dictee staan in de Handleiding Algemeen.

Reflectie TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 15

Instructie Spellingsterk Laat de leerlingen, eventueel in plaats van de instructieoefening, de woorden astronaut, nauwelijks en treuzelen opschrijven en hier een zin mee maken.

Opdracht 1 Spellingsterk Laat de leerlingen er een vierde rijtje woorden naast zetten met zelfbedachte woorden met au of ou (bijvoorbeeld nou – gauw). Laat ze dan zinnen maken met deze vier woorden.

Opdracht 1 en 2 15

• De leerlingen vullen in het groeischrift of op het scoreblad Spelling in hoeveel woorden ze goed hadden. • Laat op een aantal dicteewoorden de schrijfaanwijzingen toepassen. • Kijk voor de antwoorden op het digibord. 24/03/2022 15:28

Leerwerkschrift Maat en Dyslexie Laat de leerlingen een verticaal streepje zetten bij samenstellingen (doodstil – huisvrouw – houthakker – roodborstje). Laat de au rood kleuren en de ou blauw.

Compactroute Alle opdrachten.

Woorddictee Dit kan ik nu 1 2 3 4 5 6 TV_Spel_MAAT_G6_Blok1.indb 15

7 8

Hij bewijst dat hij het niet heeft gedaan. Schrijf de hij-vorm op: bewijst. De dief klautert uit het raam. Schrijf de hij-vorm op: klautert. Mijn vader plaagt mij soms. Schrijf de hij-vorm op: plaagt. Ik zweer dat ik het niet heb gedaan. Schrijf de ik-vorm op: zweer. Wij gaan allebei hetzelfde boek lezen. Schrijf de woordenboekvorm op: lezen. Ik schrijf nooit een brief, ik chat alleen. Schrijf de ik-vorm op: schrijf. 15 Tess niest drie keer achter elkaar. Schrijf de zij-vorm op: niest. Je kamt je haar voordat je naar school gaat. 23/03/2022 08:35

Schrijf de jij-vorm op: kamt. Die inbrekers gaan alleen rijke mensen beroven. Schrijf de woordenboekvorm op: beroven. 10 Opa zwemt elke ochtend twintig banen om fit te blijven. Schrijf de hij-vorm op: zwemt. 9

Dit kan ik nog Woorden uit blok 5 (groep 5) 1 In de pauze eet ik een appel. 2 Het sprookje gaat over een kabouter. 3 Zit niet zo te mopperen! Schrijf de woordenboekvorm op: mopperen. 4 Ik houd niet van peren, maar wel van druiven. 5 In de boom voor het raam zit een roodborstje.

11

TMH PIT BLOK6.1sp DEF.indd 11

19/04/2022 16:27


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Pit spelling - groep 6 - handleiding - blok 1 by ThiemeMeulenhoff - Issuu