Groep 6
Blok
TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 1
1
24/03/2022 15:19
Pictoʼs Deze opdracht doe je als je tijd hebt. Deze opdracht doe je alleen. Deze opdracht doe je samen. Deze opdracht doe je in een groepje. Deze opdracht doe je met de hele klas. Dit is een bewegingsopdracht. Deze opdracht schrijf je op een blaadje.
Knipstrategie Luisterstrategie Onthoudstrategie Ook-zo-strategie Regelstrategie Werkwoord
TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 2
24/03/2022 15:19
Blok 1
Hoe gaat het? ?⃝ ik moet het nog leren
Doelenkaart
⃝↑ ik moet het nog oefenen ⃝✓ ik kan het!
Woordpakket 1 Werkwoordspelling • Ik kan de woordenboekvorm, de ik-vorm, jij-vorm en de hij/zij-vorm goed schrijven.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan zelf nieuwe werkwoorden bedenken in de ik-vorm, jij-vorm en de hij/zij-vorm.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan meer woorden met v en z goed schrijven.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan zelf woorden met v en z bedenken.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan meer woorden met ei en ij goed schrijven.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan zelf woorden met ei en ij bedenken.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan meer woorden die eindigen op d goed schrijven.
?⃝
⃝↑
⃝✓
• Ik kan zelf woorden die eindigen op d bedenken.
?⃝
⃝↑
⃝✓
Woordpakket 2 Woorden met v en z
Woordpakket 3 Woorden met ei en ij
Woordpakket 4 Woorden die eindigen op d
TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 3
24/03/2022 15:19
Woordpakket 1
Les 1
Werkwoordspelling • Ik herhaal de woordenboekvorm, de stam, de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm.
pv ev woordenboekvorm
→ persoonsvorm:
• stam -> ik-vorm • jij-vorm: ik-vorm + t • hij/zij-vorm: ik-vorm + t
Werkwoorden pakken ik pak jij pakt hij/zij pakt
halen ik haal jij haalt hij/zij haalt
delen ik deel jij deelt hij/zij deelt
klauteren ik klauter jij klautert hij/zij klautert
kammen ik kam jij kamt hij/zij kamt
zweren ik zweer jij zweert hij/zij zweert
plagen ik plaag jij plaagt hij/zij plaagt
lezen ik lees jij leest hij/zij leest
klappen ik klap jij klapt hij/zij klapt
proberen ik probeer jij probeert hij/zij probeert
leven ik leef jij leeft hij/zij leeft
niezen ik nies jij niest hij/zij niest
schrappen ik schrap jij schrapt hij/zij schrapt
raken ik raak jij raakt hij/zij raakt
schrijven ik schrijf jij schrijft hij/zij schrijft
smoezen ik smoes jij smoest hij/zij smoest
zwemmen ik zwem jij zwemt hij/zij zwemt
slapen ik slaap jij slaapt hij/zij slaapt
beroven ik beroof jij berooft hij/zij berooft
bewijzen ik bewijs jij bewijst hij/zij bewijst
4
TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 4
24/03/2022 15:19
Werkwoorden: de woordenboekvorm, stam en de persoonsvorm enkelvoud Een werkwoord (ww) vertelt wat iets of iemand doet. Een werkwoord heeft verschillende vormen: • De woordenboekvorm is het werkwoord zoals het in het woordenboek staat. • De persoonsvorm is de vorm van het werkwoord in een zin die bij iets of iemand hoort. De persoonsvorm enkelvoud (pv en) en het onderwerp De persoonsvorm past bij het onderwerp. Ze horen bij elkaar! Het onderwerp is één ding of één persoon -> persoonsvorm enkelvoud. De persoonvorm enkelvoud heeft de ik-, jij- of hij/zij-vorm. Ik lees een boek. -> het onderwerp is ik en daarbij de pv ev (ik-vorm): lees. Hij schrijft een brief. -> het onderwerp is hij en daarbij hoort de pv ev (hij-vorm): schrijft. Het onderwerp bij de ik-vorm is altijd ik. Het onderwerp bij de jij-vorm is altijd jij/je of u. Het onderwerp bij de hij/zij-vorm kan zijn: • hij, zij, maar ook: ze, het • een naam (Stella, Joram) • een woordgroep (de hond, de auto).
Let op! Kun je een naam of woordgroep vervangen door hij, zij of het? Dan weet je dat je de hij/zijvorm van de persoonsvorm moet schrijven.
Schrijfaanwijzing persoonsvorm enkelvoud Kijk altijd eerst naar de stam: de woordenboekvorm zoals je hem hoort zonder /un/.
Voorbeeld: /leez/
/un/
stam = /leez/ Je schrijft de stam op volgens de gewone schrijfaanwijzingen. Dan heb je de ik-vorm: ik lees. De jij-vorm en de hij/zij-vorm schrijf je als de ik-vorm + t: jij/hij/zij leest.
Voorbeeld:
persoonsvorm enkelvoud (pv ev)
woordenboekvorm
stam
ik-vorm
jij-vorm ik-vorm + t
hij/zij-vorm ik-vorm + t
schrijven smoezen vinden
/sgrijvun/ /smoezun/ /vindun/
(ik) schrijf (ik) smoes (ik) vind
(jij) schrijft (jij) smoest (jij) vindt
(hij/zij) schrijft (hij/zij) smoest (hij/zij) vindt
Let op! Als de stam van het werkwoord eindigt op /d/, schrijf je de jij-vorm en de hij/zij-vorm met dt.
5
TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 5
24/03/2022 15:19
1
Bekijk samen het woordpakket en de schrijfaanwijzing.
2
Wat is de stam en de ik-vorm? 1 Leerling 1: zorg dat je het woordpakket niet ziet. 2 Leerling 2: kies een woordenboekvorm uit rijtje 1 en lees die voor. 3 Leerling 1: zeg de stam, de laatste klank heel duidelijk. Bedenk de ik-vorm van dit werkwoord en vul deze in. 4 Ruil om en doe hetzelfde met een woordenboekvorm uit rijtje 2, 3 en 4. 5 Bespreek per werkwoord wat er verandert als je van de stam de ik-vorm maakt.
3
Wat is de ik-vorm en de jij/hij/zij-vorm van het werkwoord? 1 2 3 4 5
Leerling 1: zorg dat je het woordpakket niet ziet. Leerling 2: kies een woordenboekvorm uit rijtje 1 en lees die voor. Leerling 1: zeg de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm van dit werkwoord en vul ze in. Ruil om en doe hetzelfde met een woordenboekvorm uit rijtje 2, 3 en 4. Kijk samen na.
6
TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 6
24/03/2022 15:19
4
Vul de ik-vorm in. Zeg eerst de stam. Bedenk de ik-vorm en vul deze in. Welke letter is veranderd in de ik-vorm? Zet een streep onder die letter in de ik-vorm.
1 pakken
2 kammen
3 zwemmen
4 slapen
5 schrijven
f
6 lezen
7
TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 7
24/03/2022 15:19
Woordpakket 1
Werkwoordspelling
Les 2
• Ik oefen de woordenboekvorm, de stam, de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm.
Schrijfaanwijzing stam = woordenboekvorm zonder /un/ ik-vorm = de stam die je schrijft volgens de gewone schrijfaanwijzingen jij/hij/zij-vorm = ik-vorm + t
1
2
Vul de ik-vorm in. woordenboekvorm
stam
ik-vorm
schrijven
/ sgrijvun
/
ik
zwemmen
/ zwemun
/
ik
niezen
/ niezun
/
ik
schrappen
/ sgrapun
/
ik
lezen
/ leezun
/
ik
Vul de ik-vorm en de jij/hij/zij-vorm in. woordenboekvorm
ik-vorm
jij-vorm
hij/zij-vorm
leven
ik
jij
hij/zij
delen
ik
jij
hij/zij
halen
ik
jij
hij/zij
raken
ik
jij
hij/zij
8
TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 8
24/03/2022 15:19
3
Vul de woordenboekvorm, de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm in. Kijk goed naar het woord dat er al staat. woordenboekvorm
ik-vorm
jij-vorm
hij/zij-vorm
klap plaagt zweert kammen
4
Bedenk vijf werkwoorden bij het plaatje. Vul van elk werkwoord de woordenboekvorm, de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm in.
woordenboekvorm
ik-vorm
jij-vorm
hij/zij-vorm
9
TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 9
24/03/2022 15:19
Woordpakket 1
Werkwoordspelling
Les 3 1
2
• Ik oefen de woordenboekvorm, de stam, de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm. • Ik bedenk zelf de woordenboekvorm, de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm van nieuwe werkwoorden.
Vul de goede vorm van het werkwoord in. woordenboekvorm
persoonsvorm
1 klauteren
Een dief
2 proberen
Hij
3 slapen
Het is stil in huis, de hele familie
4 raken
De inbreker
5 pakken
Gelukkig lukt het de politie de dief te
6 bewijzen
Een voetafdruk
7 schrijven
De dief
door het raam van het huis. de mensen te beroven. nog. De hond blaft.
in paniek en rent weg. .
dat hij het heeft gedaan. de familie later een brief.
Vul de rijtjes in. 1 Vul de woordenboekvorm, de stam, de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm in. 2 Bedenk zelf nog twee werkwoorden met de letterzetter of de letterrover. woordenboekvorm
stam
ontdekken
/ontdekkun/
varen
/varun/
niezen
/niezun/
ik-vorm
jij-vorm
hij/zij-vorm
10
TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 10
24/03/2022 15:19
3
4
Bedenk zelf zes nieuwe werkwoorden met v of z aan het eind van de stam. Vul de woordenboekvorm, de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm in. woordenboekvorm
ik-vorm
jij-vorm
hij/zij-vorm
erven
erf
erft
erft
Teken het werkwoord. 1 Kies uit opdracht 2 en 3 ten minste vier werkwoorden. 2 Maak een kleine tekening van elk werkwoord. 3 Schrijf onder elke tekening de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm van het werkwoord.
11
TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 11
24/03/2022 15:19
Woordpakket 1
Les 4
Dit kan ik nog
Dit kan ik nu
• Ik herhaal woorden uit blok 5 (groep 5).
• Ik kan de woordenboekvorm, de stam, de ik-vorm, jij-vorm en hij/zij-vorm nu goed schrijven. • Ik kan woorden uit blok 5 (groep 5) nog goed schrijven.
Dit kan ik nog 1
Maak drie zinnen met de woorden. 1 Kies uit elk rijtje een woord. 2 Maak met de drie woorden een zin. 3 Maak nog twee zinnen met steeds drie andere woorden. de raven
wereldberoemd
de hardloper
de muizen
doodstil
de reuzen
de huisvrouw
benauwd
de toeschouwer
het restaurant
brave
de houthakker
de rondvaart
sportieve
de duiven
zin 1:
zin 2:
zin 3:
12
TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 12
24/03/2022 15:19
2
Zoek acht woorden in de woordrups. Zet strepen tussen de woorden en schrijf ze in het goede rijtje.
a
v
o b
v
r n
g
e
n e
e
v
i
j
z
p
e
v
k a
z u
z
r
e
e
e
b
i
n
v w
d u
e n o r
n
a v e
i
e z n
m
l
u
i
z
Welke letters blijven over? Zet ze achter elkaar. Schrijf het woord op.
3
Vul in. Kijk naar het werkwoord voor de zin. Vul de ik-vorm van het werkwoord in. 1 fietsen
Ik
elke dag naar school.
2 zingen
Ik
graag vrolijke liedjes.
3 aaien
Ik
de hond van de buren.
4 zetten
Ik
het pak melk in de koelkast.
13
TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 13
24/03/2022 15:19
Dit kan ik nu Zo schrijf ik het goed
! ?
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Woorden uit blok 5 (groep 5)
! ?
1 2 3 4 5
Goed!
14
TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 14
24/03/2022 15:19
15
TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 15
24/03/2022 15:20
Spelen en bewegen 1
Dobbelen. Wat heb je nodig? • dobbelsteen 1 Gooi om de beurt met de dobbelsteen. Wie het hoogst gooit, is spelleider. 2 Spelleider: kies een werkwoord uit woordpakket 1. Zeg hardop het werkwoord. 3 Spelers: gooi om de beurt met de dobbelsteen. Vul voor 1 tot en met 5 de juiste werkwoordsvorm in. Gooi je 6? Noem dan de laatste klank van de stam. Of zeg dat het een werkwoord met ch is. 4 De spelleider controleert je antwoord. Is het goed? Dan heb je een punt verdiend. Wie heeft de meeste punten? Dat is de winnaar!
ik ...
het meisje ...
jij ...
woordenboekvorm
de man ...
laatste klank van de stam
16
TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 16
24/03/2022 15:20
2
Ren je rot! Wat heb je nodig? • twee grote vellen papier • een dikke viltstift 1 Schrijf op twee grote vellen papier: vel 1: ik-vorm vel 2: jij-vorm en hij/zij-vorm 2 Hang de vellen op een afstandje van elkaar. 3 Kies een spelleider. 4 De spelleider roept steeds een werkwoordsvorm uit woordpakket 1. Is het een ik-vorm of een jij/hij/zij-vorm? Ren naar het goede vel. Sta je bij het verkeerde vel? Dan ben je af. 5 Herhaal zes keer. 6 Wie zijn de winnaars?
17
TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 17
24/03/2022 15:20
Spelling
Groep 6 Blok 1
9 789006 841299
TV_Spel_BASIS_G6_Blok1.indb 66
24/03/2022 15:23