Skip to main content

Pit spelling - groep 5 - basis - blok 1

Page 1

Groep 5

Blok

TV_Spel_BASIS_G5_Blok1.indb 1

1

23/02/2022 17:59


Pictoʼs Deze opdracht doe je als je tijd hebt. Deze opdracht doe je alleen. Deze opdracht doe je samen. Deze opdracht doe je in een groepje. Deze opdracht doe je met de hele klas. Dit is een bewegingsopdracht. Deze opdracht schrijf je op een blaadje.

Knipstrategie Luisterstrategie Onthoudstrategie Ook-zo-strategie Regelstrategie Werkwoord

TV_Spel_BASIS_G5_Blok1.indb 2

23/02/2022 17:59


Blok 1

Hoe gaat het? ?⃝ ik moet het nog leren

Doelenkaart

⃝↑ ik moet het nog oefenen ⃝✓ ik kan het!

Woordpakket 1 Woorden met sch en schr • Ik kan meer woorden met sch en schr goed schrijven.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan zelf woorden met sch en schr bedenken.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan meer woorden met s, z, f en v goed schrijven.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan zelf woorden met s, z, f en v bedenken.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan meer woorden met eer, oor en eur goed schrijven.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan zelf woorden met eer, oor en eur bedenken.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan meer woorden met ei en ij goed schrijven.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan zelf woorden met ei en ij bedenken.

?⃝

⃝↑

⃝✓

Woordpakket 2 Woorden met s en z, f en v

Woordpakket 3 Woorden met eer, oor en eur

Woordpakket 4 Woorden met ei en ij

TV_Spel_BASIS_G5_Blok1.indb 3

23/02/2022 17:59


Woordpakket 1

Les 1

Woorden met sch en schr • Ik leer meer woorden schrijven met sch en schr.

Ook-zo-woorden schaatsen schaken je schamen schijnen

de schapen de schilder de schommel de schoolbus het scheenbeen

de vriendschap het landschap het windscherm het verschil

schrapen schrobben de schrijver de schroeven het schrikdraad

verschrikt het schoolschrift

Schrijf het ook-zo-stukje altijd hetzelfde. sch/schr

1 Luister naar het woord in je hoofd.

Voorbeeld: Je hoort /sgool-bus/. Je schrijft schoolbus. Je hoort /sgrik-draad/. Je schrijft schrikdraad.

2 Soms knip je het woord in twee woorden of in woordstukjes. 3 Hoor je /sg/ aan het begin van het woord of woordstukje? Schrijf dan altijd sch. Hoor je /sgr/ aan het begin van het woord of woordstukje? Schrijf dan altijd schr. sch en schr zijn ook-zo-stukjes. Je schrijft ze altijd hetzelfde.

Weet jij het verschil tussen schijven en schrijven? En tussen schapen en schrapen? Nee? De rrr!

4 Lees nog een keer na of je het woord goed geschreven hebt.

4

TV_Spel_BASIS_G5_Blok1.indb 4

23/02/2022 17:59


1

Bekijk samen het woordpakket en de schrijfaanwijzing.

2

Beantwoord de vragen. 1 Welke woorden kun je in twee woorden knippen? Schrijf er vier op.

2 In welke vier woorden is de letterrover geweest? Schrijf ze op.

3 In welke twee woorden is de letterzetter geweest? Schrijf ze op.

3

Geef elkaar een dictee. 1 2 3 4 5 6 7 8

Kies samen een rijtje uit het woordpakket. Kies rijtje 1, 2, 3 of 4. Kijk goed hoe je de woorden schrijft. Leerling 1: zorg dat je het woordpakket niet ziet. Leerling 2: lees een woord uit het rijtje voor. Leerling 1: luister goed naar je klasgenootje. Schrijf het woord op. Doe dit met alle woorden van het rijtje. Ruil om. Doe hetzelfde met een ander rijtje. Kijk samen na en verbeter.

5

TV_Spel_BASIS_G5_Blok1.indb 5

23/02/2022 17:59


4

Kijk naar het plaatje. 1 Welke woorden met sch en schr zie je? Bedenk een verhaal bij het plaatje met zo veel mogelijk woorden met sch en schr. 2 Onderstreep elk woord met sch of schr.

6

TV_Spel_BASIS_G5_Blok1.indb 6

23/02/2022 17:59


Woordpakket 1

Les 2

Woorden met sch en schr • Ik oefen meer woorden met sch en schr.

Schrijfaanwijzing Hoor je /sg/? Schrijf dan sch. Hoor je /sgr/? Schrijf dan schr. schr

1

Lees de zinnen. 1 Kleur de woorden met sch geel. 2 Kleur de woorden met schr rood. 3 Vul daarna de woorden in. a Kijk uit! Dat is schrikdraad. b Je hoeft je niet te schamen. c De schilder moest zijn keel schrapen. d Wat kijk je verschrikt! e Weet jij het verschil tussen vriendschap en liefde? f

Wil jij de keuken schrobben?

g ‘Het landschap is mooi,’ zegt de schilder. h Zie je de maan door de bomen schijnen? i

Gaan we met de schoolbus naar zwemles?

j

Ga jij maar op de schommel! Ik blijf achter het windscherm.

7

TV_Spel_BASIS_G5_Blok1.indb 7

23/02/2022 17:59


2

Welk woord uit het woordpakket hoort bij het plaatje? Vul het woord in. 1 Kijk! Ze zijn aan het

2 Wij zijn aan het

.

.

3 Dit zijn geen spijkers, maar

.

4 In de wei lopen drie

5 Ik moet de vloer

.

.

6 Ik schrijf op school in mijn

3

.

Bekijk het woordpakket nog eens. 1 Schrijf vijf woorden op die jij het moeilijkst vindt. Kijk na en verbeter als het fout is. 1 2 3 4 5 2 Bij welke vier woorden van het woordpakket hoor je /t/ maar schrijf je een d? Schrijf die woorden op.

3 Je hebt nu vier woorden met d ingevuld. Teken het picto het betekent.

bij de woorden en leg uit wat

8

TV_Spel_BASIS_G5_Blok1.indb 8

23/02/2022 17:59


Woordpakket 1

Les 3 1

2

Woorden met sch en schr • Ik oefen meer woorden met sch en schr. • Ik bedenk zelf nieuwe woorden en sch en schr.

Welke woorden staan er? Kies de goede letters. Schrijf het hele woord op. sch / schr

...ijver

sch / schr

...ool..ift

sch / schr

...eenbeen

sch / schr

vriend...ap

sch / schr

ver...il

sch / schr

ver...ikt

Zoek zes woorden met sch en schr in de puzzel. Maak ze zo lang mogelijk. Kijk → en ↓ . 1 Streep de woorden met sch en schr door. 2 Vul het woord in.

s

s

c

h

o

p

p

e

n

c

c

g

s

v

y

w

d

o

h

h

s

c

h

a

r

e

n

r

r

c

h

t

j

m

u

z

i

i

h

i

g

a

b

p

e

k

f

e

p

u

r

s

c

h

k

t

p

p

i

n

k

w

i

e

e

e

e

s

c

h

r

e

n

n

n

r

c

h

y

w

a

9

TV_Spel_BASIS_G5_Blok1.indb 9

23/02/2022 17:59


3

Maak nieuwe woorden. Zoek zeven nieuwe woorden met sch en schr in je leesboek of het (digitale) woordenboek of bedenk zelf woorden. Schrijf de woorden op.

4

Maak zinnen met de woorden uit opdracht 3. Maak met vier woorden een zin. Schrijf de zinnen op.

10

TV_Spel_BASIS_G5_Blok1.indb 10

23/02/2022 17:59


Woordpakket 1

Les 4

Dit kan ik nog

Dit kan ik nu

• Ik herhaal woorden uit blok 5 (groep 4).

• Ik kan woorden met sch en schr nu goed schrijven. • Ik kan woorden uit blok 5 (groep 4) nog goed schrijven.

Dit kan ik nog 1

Lees het verhaal. 1 Onderstreep de woorden met au, ou, ei en ij. 2 Zet de woorden in het goede rijtje. Mama neemt een hap. ‘Bah,’ zegt mama, ‘de saus is lauw. Het vlees smaakt flauw. Er zit geen zout op. En de prei is ook niet lekker.’ ‘Het spijt mij,’ zegt papa. ‘Alles ging fout. Ik was het kookboek kwijt'. au

ou

ei

ij

11

TV_Spel_BASIS_G5_Blok1.indb 11

23/02/2022 17:59


2

Welk woord staat er? Vul het hele woord in.  = t of tt

3

1 de peen

de

2 de slaen

de

3 de zween

de

4 de snoen

de

5 de straen

de

6 de stien

de

7 de draen

de

8 de muen

de

 = p of pp

 = r of rr

 = k of kk

Puzzel de woorden. Welke woorden staan er? Kijk naar het pictogram. Kies de goede letters. Vul het hele woord in. au/ou

bl

oo/o

sch

p/pp

sti

en

au/ou

sn

wt

oo/o

dr

men

t/tt

pe

en

w len

12

TV_Spel_BASIS_G5_Blok1.indb 12

23/02/2022 17:59


Dit kan ik nu Zo schrijf ik het goed

! ?



1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Woorden uit groep 4 (blok 5)

! ?



1 2 3 4 5

Goed!

13

TV_Spel_BASIS_G5_Blok1.indb 13

23/02/2022 17:59


Spelen en bewegen 1

Raad in tien keer. 1 Leerling 1: kies een woord uit woordpakket 1. Schrijf de eerste letter op. Zet voor elke letter een puntje. Teken naast je woord een huisje van tien streepjes. 2 Leerling 2: raad het woord. Zeg telkens een letter. 3 Leerling 1: komt de letter in je woord voor? Schrijf die letter dan op het goede puntje. Komt de letter niet in het woord voor? Kleur dan een streepje van het huisje rood. 4 Ga door tot het woord geraden is. Stop als het hele huisje rood is. 5 Ruil dan om. Doe hetzelfde met een ander woord uit woordpakket 1.

2

bekeuring b........

Sorteren. Wat heb je nodig? • woordkaartjes met de woorden uit woordpakket 1 • 3 bakken • poster met sch • poster met schr • plakband • stoepkrijt 1 2 3 4 5

Zet twee lege bakken op verschillende plekken op het schoolplein. Hang er een poster bij. Verzamel alle kinderen bij de volle bak met de kaartjes. De kinderen pakken een kaartje en gooien deze in de juiste bak. De kinderen schrijven het woord bij de bak. De kinderen halen een nieuw kaartje en spelen dit spel zolang er kaartjes zijn.

14

TV_Spel_BASIS_G5_Blok1.indb 14

23/02/2022 17:59


15

TV_Spel_BASIS_G5_Blok1.indb 15

23/02/2022 18:00


Spelling

Groep 5  Blok 1

TV_Spel_BASIS_G5_B1_Colofon.indd 62

01/03/2022 14:17


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Pit spelling - groep 5 - basis - blok 1 by ThiemeMeulenhoff - Issuu