Skip to main content

Pit spelling - groep 4 - basis - blok 1

Page 1

Groep 4

Blok

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 1

1

23/02/2022 13:16


Pictoʼs Deze opdracht doe je als je tijd hebt. Deze opdracht doe je alleen. Deze opdracht doe je samen. Deze opdracht doe je in een groepje. Deze opdracht doe je met de hele klas. Dit is een bewegingsopdracht. Deze opdracht schrijf je op een blaadje.

Knipstrategie Luisterstrategie Onthoudstrategie Ook-zo-strategie Regelstrategie Werkwoord

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 2

23/02/2022 13:16


Blok 1

Hoe gaat het? ?⃝ ik moet het nog leren

Doelenkaart

⃝↑ ik moet het nog oefenen ⃝✓ ik kan het!

Woordpakket 1 Woorden met drie medeklinkers • Ik kan woorden met drie medeklinkers goed schrijven.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan zelf woorden met drie medeklinkers bedenken.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan woorden met eu en ui goed schrijven.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan zelf woorden met eu en ui bedenken.

?⃝

⃝↑

⃝✓

Woordpakket 2 Woorden met eu en ui

Woordpakket 3 Woorden die beginnen met sch en schr • Ik kan woorden met sch en schr goed schrijven.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan zelf woorden met sch en schr bedenken.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan woorden met de magneetletters r en l goed schrijven.

?⃝

⃝↑

⃝✓

• Ik kan zelf woorden met de magneetletters r en l bedenken.

?⃝

⃝↑

⃝✓

Woordpakket 4 De magneetletters r en l

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 3

23/02/2022 13:16


Woordpakket 1

Woorden met drie medeklinkers

Les 1

• Ik leer woorden met drie medeklinkers goed schrijven.

Luisterwoorden de spleet de straat de straf de streep de strik de stroom de stroop

spreek strekt strak

de barst de borst de dorst de kerst

morst wenst minst botst klotst laatst

Schrijf het woord zoals je het hoort. mmm Soms staan in een woord drie medeklinkers achter elkaar. 1 Zeg het woord zachtjes voor jezelf.

Voorbeeld: 1 Zeg het woord zachtjes voor jezelf: 2 Hak het woord in klanken: /s/ - /t/ - /r/ - /i/ - /k/

2 Hak het woord in klanken. 3 Schrijf voor elke klank de goede letter of letters op. Let op de volgorde.

3 Schrijf voor elke klank de goede letter of letters op. Let op de volgorde: strik.

4 Lees het woord nog een keer. Heb je het goed geschreven?

4

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 4

23/02/2022 13:16


1

Bekijk samen het woordpakket en de schrijfaanwijzing.

2

Vul de woorden in. 1 Bekijk samen woordpakket 1. 2 Leerling 1: zorg dat je het woordpakket niet ziet. 3 Leerling 2: kies een woord. Hak het woord in klanken. 4 Leerling 1: luister goed naar leerling 2. Zeg het woord. Vul het woord in. 5 Doe dit met nog twee andere woorden. 6 Ruil om. Doe hetzelfde. 7 Kijk samen na en verbeter.

3

Hak de woorden in klanken. 1 2 3 4 5

Kies allebei vijf woorden uit het woordpakket. Vul de woorden in. Leerling 1: lees je woorden één voor één voor. Leerling 2: luister goed. Hak elk woord in klanken. Leerling 1: luister of leerling 2 het goed doet. Ruil om en doe hetzelfde.

5

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 5

23/02/2022 13:16


4

Onthoud zo veel mogelijk woorden. 1 2 3 4 5

Bekijk woordpakket 1. Zorg dat je het woordpakket niet ziet. Vul zo veel mogelijk woorden in met drie medeklinkers vooraan. Doe hetzelfde met woorden met drie medeklinkers achteraan. Kijk na. Hoeveel woorden heb je goed geschreven?

drie medeklinkers vooraan

drie medeklinkers achteraan

6

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 6

23/02/2022 13:16


Woordpakket 1

Woorden met drie medeklinkers

Les 2

• Ik oefen woorden met drie medeklinkers.

Schrijfaanwijzing Schrijf het woord zoals je het hoort. Hak het woord in klanken. Schrijf voor elke klank de goede letter of letters op. Let op de volgorde.

1

Welk stukje ontbreekt? Vul de drie medeklinkers in.

Voorbeeld:

de borst

De woorden komen uit woordpakket 1. 1

2

eek

4 de

2 we

5 mi

3 laa

6

oop

af

Welke letters passen ervoor of erachter? 1 ba

5 klo

2 do

6 bo

3

eep

7 ke

4

oom

8 mo

7

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 7

23/02/2022 13:16


3

Welk woord past in de zin? Voorbeeld: De

stroom

1 De fiets 2 Hij klopt op zijn 3 ‘Wat

4

valt uit. op de auto. . jij dat woord mooi uit!’

Kies vier woorden uit het woordpakket. Maak met elk woord een zin. 1 2 3 4

8

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 8

23/02/2022 13:16


Woordpakket 1

Les 3 1

2

Woorden met drie medeklinkers • Ik oefen woorden met drie medeklinkers. • Ik bedenk zelf nieuwe woorden met drie medeklinkers.

Maak de strip af. De woorden beginnen met str.

1

De auto rijdt door de

2

Pas op! Een hond met een grote

3

Koen

4

Hij pakt de riem heel

.

.

zijn arm uit naar de riem.

vast.

Lees de strip. Maak nog twee tekeningen en bedenk twee zinnen.

9

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 9

23/02/2022 13:16


3

Maak nieuwe woorden. 1 Verander steeds één letter. 2 Vul de nieuwe woorden in. 1 botst

Voorbeeld:

botst →

bonst

bonst

2 winst 3 streep 4 strak 5 straat 6 kerst 7 borst 8 stroom 9 strik

4

Bedenk rijmwoorden. 1 Kies uit de volgende woorden zes woorden uit: botst | de straal | de streep | strak | de kerst | de stroom | de strik | de straat 2 Bedenk bij elk woord twee of drie rijmwoorden. Voorbeeld: borst vorst dorst woord

rijmwoorden

10

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 10

23/02/2022 13:16


Woordpakket 1

Les 4

Dit kan ik nog

Dit kan ik nu

• Ik herhaal woorden uit groep 3.

• Ik kan woorden met drie medeklinkers nu goed schrijven. • Ik kan woorden uit groep 3 nog goed schrijven.

Dit kan ik nog 1

Maak zinnen met de woorden. 1 Kies steeds uit elk rijtje een woord. 2 Maak daar één zin mee. de bak

de bil

boos

de poot

de boot

de doos

het dak

het dek

het pak

het bot

de pot

dom

11

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 11

23/02/2022 13:16


2

Vul de rijtjes in. Zet de woorden in het goede rijtje. Kijk goed of het woord begint met een b, d of p. Let op: de en het tellen niet mee. Kies uit: het dak | de boot | de poot | het pak | het dek | de bak | de doos | de pot | de bil | dom | het bot | boos b

3

d

p

Welke tien woorden zie je in de puzzel? Kijk van boven naar beneden en van links naar rechts.

b

oo

s

p

h

i

w

d

o

m

l

g

e

t

p

d

a

k

k

e

uu

r

b

ee

t

r

j

p

i

l

12

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 12

23/02/2022 13:16


Dit kan ik nu ! ?



Zo schrijf ik het goed

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Woorden uit groep 3

! ?



1 2 3 4 5

Goed! 13

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 13

23/02/2022 13:16


Spelen en bewegen 1

Eerste-letter-spel. 1 2 3 4 5

Leerling 1: kies een woord uit woordpakket 1. Hak het woord in klanken. Schrijf de letters van het woord onder elkaar. Leerling 2: maak nieuwe woorden met de letters. Nu begint leerling 2 met een woord.

Voorbeeld: strekt

s

soep

t

trein

r

regen

e

eerst

k

korst

t

tas

14

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 14

23/02/2022 13:17


2

Live bingo! Wat heb je nodig? • stoepkrijt • pen 1 Kies een spelleider en verdeel de groep in teams van zes spelers. Zijn er spelers over? Verdeel die dan over de teams. 2 Elk team tekent een bingokaart met zes vakken. In elk vak komt een woord uit woordpakket 1. 3 Elke speler gaat in een vak van de bingokaart staan. Een extra speler speelt samen met een ander door in hetzelfde vak te gaan staan. 4 De spelleider staat met zijn rug naar de spelers toe en roept steeds een woord uit het woordpakket. Het woord streept hij door in het woordpakket. 5 Sta jij op dat woord? Dan stap je uit het vak en ga je naast de bingokaart staan. 6 Welk team heeft het eerst zijn kaart leeg? Dat team roept ‘Bingo!’ De spelleider controleert of hij die woorden inderdaad genoemd heeft. Klopt het? Dan heeft dat team gewonnen.

15

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 15

23/02/2022 13:17


Spelling

Groep 4  Blok 1

9 789006 440010

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 62

23/02/2022 13:20


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Pit spelling - groep 4 - basis - blok 1 by ThiemeMeulenhoff - Issuu