Op verhaal komen 1-2 VMBO KGT
Op verhaal komen 1-2 VMBO KGT
Lennart Becking Marloes Gersen Cor Jongeneelen Lizet Penson (eindredactie) En auteurs vorige editie: Cor Jongeneelen Pieter van Lier Henk van Putten Gerrit Sleeuwenhoek Epko Smit Jaap Veld Albert Wubs
Colofon Op verhaal komen is een lesmethode voor het vak godsdienst en levensbeschouwing in alle klassen en niveaus van het vmbo. Verhalen uit het Oude Testament leert leerlingen inzien dat Bijbelverhalen ‘verhalen voor het leven’ zijn en ook voor mensen van nu van betekenis zijn. Vormgeving: Reclamers, Tom Lamers, Veghel Opmaak: Crius, Hulshout
Dyslexie In de opmaak hebben we zo veel mogelijk rekening gehouden met dyslectische leerlingen.
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 9006 48961 3 Derde druk, eerste oplage, 2020 � ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2020
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieen in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
2
Inhoud 1
Vragen en antwoorden 1.1 Wie ben jij? 1.2 Antwoorden op levensvragen 1.3 Tot slot
x x x x
2 Religies x 2.2 Wereldreligies x 2.3 Schriftloze religies x 2.4 Dode religies x 2.5 Overlevering x 2.6 Het Oude Testament x 2.7 Tot slot x 3
Waar kom jij vandaan? 3.1 Ooit is het begonnen 3.2 Waar komt de mens vandaan? 3.3 Waar kom jij vandaan? 3.4 Tot slot
4
Familie - lief en leed x 4.1 Familieverhalen x 4.2 Stamvaders x 4.3 Tot slot x
5 Dromen 5.1 Allerlei dromen 5.2 Jozef, de dromer 5.3 Dromen over de toekomst 5.4 Tot slot
x x x x x
x x x x x
6
Vrijheid en regels x 6.1 Vrijheid x 6.2 Regels en afspraken 6.3 Tot slot x
7
Omgaan met macht x 7.1 Machthebbers x 7.2 Machtsmisbruik x 7.3 Waarschuwingen en protesten x 7.4 Tot slot x
8
Over de liefde 8.1 Als je verliefd bent 8.2 Hoe zeg je het de ander? 8.3 Een koppel 8.4 Rozen verwelken... 8.5 Tot slot
3
x x x x x x
1
Vragen en antwoorden
1 Vragen en antwoorden
Een meisje stelt vragen aan een jongen en de jongen geeft antwoorden. Wat voor vragen zou ze stellen? Misschien vraagt ze welk cijfer hij had voor z'n wiskunde-proefwerk. Of vraagt ze wat hij vindt van de school. En misschien vraagt ze waarom het uit is met zijn vriendin. Op de eerste vraag kan de jongen makkelijk een antwoord geven. Over de tweede vraag moet hij misschien even nadenken. En op die laatste vraag wil of kan hij misschien helemaal geen antwoord geven. In dit hoofdstuk gaat het over vragen en antwoorden.
In dit hoofdstuk leer je: • • • • •
4
over de betekenis van je voor- en achternaam, het verschil tussen een feit en een mening, het verschil tussen een gewone vraag en een levensvraag, wat verhalen met een boodschap zijn, verschillende soorten verhalen met een boodschap herkennen (mythe, legende, fabel en sprookje).
1.1 Wie ben jij?
1.1
Wie ben jij? Je zit nu in de brugklas van deze school. Alles is nog nieuw voor je. Sommige klasgenoten ken je misschien al van de basisschool, of van de sportclub. Maar de meesten moet je nog leren kennen. De docenten zijn waarschijnlijk allemaal nieuw voor je. Maar zij weten ook nog niet wie jij bent. Ze zullen je in de eerste weken vaak naar je naam vragen. Namen hebben een bepaalde betekenis. Een achternaam kan iets zeggen over het beroep dat iemand vroeger had. Bijvoorbeeld De Boer of Bakker. Soms kun je aan de achternaam zien waar een familie vroeger vandaan kwam. Bijvoorbeeld Van Amersfoort, of De Zeeuw. Misschien heeft jouw achternaam ook een betekenis.
1
Je achternaam Waar komt jouw achternaam vandaan? Als je dit niet weet, vraag het dan aan iemand van je familie. Je kunt het ook zelf in een boek of op internet opzoeken. Scan de QR-code voor tips. Schrijf hieronder waar jouw achternaam vandaan komt.
Voornamen Voornamen hebben ook een betekenis. Sanne bijvoorbeeld komt van een Hebreeuws woord voor ‘lelie’. En Alex komt van een Grieks woord dat ‘beschermen’ betekent. Sommige ouders geven hun kind een bepaalde naam, omdat ze de betekenis ervan belangrijk vinden. Er zijn ook ouders die hun kind de naam geven van opa of oma, of van iemand anders die ze belangrijk vinden. Vaak kiezen ouders gewoon een naam die ze mooi vinden.
5
1
Vragen en antwoorden
2
Je voornaam a Wat is jouw voornaam? Schrijf die naam op.
b Leg uit waarom je die naam hebt gekregen. c Zoek de betekenis van je naam op. Scan de QR-code voor de Nederlandse voornamenbank. Beschrijf wat de betekenis van je voornaam is.
Feiten en meningen Hieronder zie je van boven naar beneden de naam VINCENT. Bij elke letter heeft Vincent een woord bedacht en een zin geschreven. In elke zin vertelt hij iets over zichzelf. letters
woorden
zinnen
V
vrienden
Zijn heel belangrijk voor mij.
i
internet
Op sommige sites staan leuke computerspelletjes.
n
Nederland
Daar woon ik.
c
christelijk
Dat is de school waar ik op zit.
e
eten
Het liefst een Big Mac met frites.
n
Nemo
Finding Nemo vind ik een hele mooie tekenfilm.
t
tekenen
Vond ik het leukste vak op de basisschool.
Sommige zinnen van Vincent zijn feiten, andere zijn meningen. Wat is het verschil tussen feiten en meningen? Feiten staan vast en zijn voor iedereen hetzelfde. Bijvoorbeeld: het is een feit dat Amsterdam de hoofdstad van Nederland is. Daar kun je niet een andere mening over hebben. Een ander voorbeeld. Als jij schoenmaat 38 hebt, is dat een feit. En als een andere leerling schoenmaat 41 heeft, is dat ook een feit. Feiten kun je meten en controleren. Meningen zijn persoonlijk. Ze zijn niet voor iedereen hetzelfde. Dus kun je het over meningen met elkaar oneens zijn. Wat de ene leerling een fijn vak vindt, kan voor een ander een saai en vervelend vak zijn.
3
Feit of mening Schrijf in de tabel een F achter de zin als het volgens jou een feit is. En schrijf een M als er volgens jou een mening staat. Welke zinnen van Vincent zijn volgens jou feiten? En in welke zinnen staat zijn mening? Schrijf in de tabel van de naam Vincent een F achter de zin als het volgens jou een feit is. En schrijf een M als er volgens jou een mening staat.
6
M/F
1.1 Wie ben jij?
4
Zeg het met je eigen naam Schrijf hieronder van boven naar beneden je naam, zoals in het voorbeeld van Vincent. Vertel nu iets over jezelf met behulp van de letters van jouw naam. • • • • •
Schrijf achter elke letter een woord, dat met die letter begint. Met dat woord maak je een korte zin, die iets over jou zegt. Probeer ongeveer evenveel meningen op te schrijven als feiten. Schrijf een M achter een mening en een F achter een feit. Ruil je boek met je buurman of buurvrouw en lees wat hij of zij heeft geschreven. letters
woorden
zinnen
M/F
Vragen en antwoorden Als iemand iets vertelt, kan dat over een feit of over een mening gaan. Maar ook wanneer je iets vraagt, kan dat over feiten of meningen gaan. Als je aan een klasgenoot vraagt wanneer de repetitie Engels is, vraag je naar een feit. Maar als je vraagt of hij de repetitie Engels moeilijk vond, vraag je naar zijn mening.
5
Feiten Hieronder staan vijf vragen naar feiten. Als je een antwoord niet weet, mag je het opzoeken.
a Wanneer was de eerste lesdag in dit schooljaar? b Hoe heet jullie docent Nederlands? c Op welke datum ben je jarig? d In welke straat woon je? e Wat is de omtrek van de aarde?
7
1
Vragen en antwoorden
6
Meningen Je kunt mensen ook naar hun mening over iets vragen. Er zijn dan verschillende antwoorden mogelijk. Wat is jouw mening? Schrijf op. a Welke muziek vind jij goed?
b Wat is volgens jou belangrijk om gelukkig te zijn? c Welk tv-programma vind jij het beste? d Wat vind jij van voetballen? e Vind jij dat met geld alles te koop is?
Levensvragen Veel vragen in de vorige opdrachten gingen over het leven van alledag. Je kon er waarschijnlijk gemakkelijk een antwoord op geven. Zulke vragen noemen we gewone vragen. Er zijn ook vragen die niet zo gemakkelijk zijn. Bijvoorbeeld vragen over de zin en de betekenis van je leven. Zulke vragen noemen we levensvragen. Enkele voorbeelden van levensvragen zijn: • Is er een God die alles geschapen heeft? • Wat is een goede manier van leven? • Is er een leven na de dood? Je kunt de antwoorden hierop niet zo gemakkelijk vinden als bij de gewone vragen.
7
Gewone vraag of levensvraag Kijk nog eens naar de vragen en antwoorden van opdracht 6. Welke vraag is een gewone vraag en welke een levensvraag? a b c d e
8
Welke muziek vind jij goed? Wat is volgens jou belangrijk om gelukkig te zijn? Welke tv-programma vind jij het beste? Wat vind jij van voetballen? Vind jij dat met geld alles te koop is?
gewone vraag | levensvraag gewone vraag | levensvraag gewone vraag | levensvraag gewone vraag | levensvraag gewone vraag | levensvraag
1.1 Wie ben jij?
8
Levensvragen Je kent vast de film The Lion King (De Leeuwenkoning) wel.
Scan de QR-code voor de trailer en een samenvatting van het verhaal.
a Op een avond heeft Simba een gesprek met zijn vader. Pap? Ja. We zijn vrienden hè? We blijven altijd bij elkaar, hè? Simba stelt zijn vader twee vragen. Waarom zijn dit twee levensvragen?
Simba, ik zal je iets vertellen dat MIJN vader me vroeger ook verteld heeft. Zie je die sterren daarboven? Alle grote koningen die vroeger over het Koninkrijk hebben geheerst, kijken vanaf die sterren naar ons... Echt?
b Vader Mufasa vertelt iets aan Simba. Vind jij dat Mufasa een antwoord geeft op de tweede vraag van Simba? Kies ja of nee, en maak je antwoord af. Ja | Nee, want
9
1
Vragen en antwoorden
Ja! Dus als je je later eens eenzaam voelt, onthoud dan dat die koningen altijd bij je zijn om je te steunen. Net als ik!
c Wat betekent dit antwoord, volgens jou, voor Simba?
9
Doodgegaan Denk jij wel eens terug aan iemand die gestorven is? Of aan een huisdier dat is doodgegaan?
Schrijf op om wie of wat het gaat en wat je dan denkt.
Na de dood Veel mensen denken wel eens over de dood na. Ze vragen zich af wat er na de dood gebeurt. Er is geen mens die dat precies weet. Sommigen stellen zich er wel iets bij voor. Bijvoorbeeld dat je na je dood 'ergens' komt waar het mooi is en waar iedereen gelukkig is. Anderen denken dat het bij de dood is afgelopen. Dat er daarna helemaal niets meer is.
10
Wat is er na de dood? Lees Na de dood. Geloof jij dat met de dood alles afgelopen is? Kies ja of nee en schrijf erachter waarom je dat gelooft. Ja | Nee, want
10
1.2 Antwoorden op levensvragen
1.2
Antwoorden op levensvragen Simba kreeg van zijn vader Mufasa een antwoord op zijn vraag: 'Blijven we altijd bij elkaar?' Ook jouw ouders of andere mensen zoals bijvoorbeeld je opa of oma, zullen je soms antwoorden op levensvragen geven. Je kunt ook door een bijzondere gebeurtenis een antwoord krijgen op een levensvraag. Je kan ook zelf antwoorden op levensvragen proberen te vinden door er bijvoorbeeld met vrienden en vriendinnen over te praten. Soms krijg je een antwoord in een boek, film of tv-programma of op internet.
11
Antwoord op een levensvraag Noem een levensvraag, waar jij voor jezelf een antwoord op hebt. Zet erbij wat het antwoord is, en van wie of door wat je het antwoord hebt gekregen of gevonden: • • • • • •
van je ouders? van andere familieleden (opa, oma, broer, zus, oom, tante)? van vrienden? door een bijzondere gebeurtenis? door een boek, film of muziek? door iets of iemand anders?
De vraag: Van wie of door wat antwoord? Het antwoord:
11
1
Vragen en antwoorden
12
Een lied over een levensvraag Ken je een lied dat antwoord geeft op een levensvraag? Gebruik internet om zo'n lied te zoeken als je er niet meteen een weet. Beantwoord de volgende vragen.
a Wat is de titel van het lied? b Wie zingt of zingen dit lied? c Over welke levensvraag gaat dit lied? d Wat is het antwoord op deze levensvraag in dit lied?
Verhalen voor je plezier In verhalen kun je ook antwoorden op levensvragen vinden. Dat is niet bij alle verhalen zo: sommige zijn alleen maar leuk, grappig, spannend of eng. Deze verhalen zijn bedoeld om ons te vermaken.
13
Leuke of spannende verhalen a Noem twee verhalen: een leuk of grappig verhaal en een spannend of eng verhaal. Het mag een verhaal uit een boek zijn of een verhaal uit een film. Schrijf ook op waarom je het verhaal leuk, grappig, eng of spannend vond. Een leuk of grappig verhaal:
Een spannend of eng verhaal:
Verhalen met een boodschap Er zijn verhalen die bedoeld zijn om ons iets te leren. Het zijn verhalen met een boodschap. Deze verhalen kunnen ook spannend of leuk zijn, maar het gaat uiteindelijk om de diepere betekenis. Dit soort verhalen kunnen antwoorden op levensvragen geven. Sommige verhalen met een boodschap zijn echt gebeurd. Ze gaan dan bijvoorbeeld over gebeurtenissen uit de geschiedenis. Ze worden verteld met de bedoeling dat we er iets van leren of dat we begrijpen dat bepaalde dingen niet opnieuw mogen gebeuren. Ook verhalen die niet echt gebeurd zijn, die dus door de vertellers of schrijvers bedacht zijn, kunnen een diepere betekenis hebben. Bij zo'n verhaal moet je proberen te begrijpen welke boodschap of diepere betekenis erachter zit .
14
Verhalen met een boodschap Jij hebt al veel verhalen met een boodschap gehoord, gelezen of in een film gezien. Hierover gaan de volgende vragen. a Welk verhaal ken je dat echt is gebeurd en een boodschap heeft?
12
1.2  Antwoorden op levensvragen 
b Wat is die boodschap? c Welke verhaal ken je dat niet echt is gebeurd maar wel een boodschap heeft? d Wat is die boodschap?
15
Verschillende soorten verhalen Hieronder worden vier verschillende verhaalsoorten met een boodschap of een diepere betekenis beschreven. Geef bij elke verhaalsoort twee voorbeelden. Dat kan een boek of een film zijn.
Mythe Mythen zijn verhalen waarin goden, godinnen of andere bovenmenselijke wezens de hoofdpersonen zijn. Vaak geven mythen een verklaring voor een natuurverschijnsel of voor andere dingen die de mensen vroeger niet begrepen.
a Geef twee voorbeelden van mythen.
Legende Een legende is een verhaal over een gebeurtenis uit het leven van een belangrijk historisch persoon, bijvoorbeeld een heilige of een koning. In een legende wordt verteld welke bijzondere dingen zo'n persoon heeft gedaan, vaak als kind al. Niet alles in het verhaal hoeft echt gebeurd te zijn. Het gaat erom dat de hoofdpersoon uit de legende een voorbeeld is voor de mensen.
b Geef twee voorbeelden van legenden.
13
1
Vragen en antwoorden
Fabel Een fabel is een verhaal met een levensles. Fabels willen ons iets leren over de manier waarop mensen met elkaar moeten omgaan. In een fabel zijn dieren vaak de hoofdrolspelers, maar de boodschap is natuurlijk voor de mensen bedoeld.
c Geef twee voorbeelden van fabels.
Sprookje Een sprookje is van oorsprong een oud volksverhaal met personen, dieren en dingen die in het echte leven niet bestaan of niet kunnen. Sprookjes hebben een symbolische betekenis. Ze gaan vaak over tegenstellingen als goed en kwaad, arm en rijk, groot en klein. Een sprookje begint vaak met 'Er was eens ...' en eindigt vaak met 'Ze leefden nog lang en gelukkig.'
d Geef twee voorbeelden van sprookjes.
Oude verhalen Sommige van dit soort verhalen met een boodschap of diepere betekenis zijn al heel oud. Veel mythen bijvoorbeeld behoren tot de oudste verhalen ter wereld.
16
Een zelfgekozen verhaal met een boodschap a Zoek een verhaal met een boodschap of een diepere betekenis dat nog niet in dit boek of in de les is genoemd. Het mag een mythe, legende, fabel of sprookje zijn. Je kunt gebruikmaken van de QR-code bij het zoeken naar een verhaal. Wat is de titel van dit verhaal?
b Noem de hoofdpersonen van dit verhaal en leg uit wat hun rollen zijn.
c Is dit verhaal een mythe, legende, fabel of sprookje? Geef uitleg bij je antwoord.
14
1.3 Tot slot
d Uit welk land komt dit verhaal? Waaruit blijkt dat?
e Wat is de boodschap of de diepere betekenis van dit verhaal?
Op verhaal komen In het Nederlands bestaat de uitdrukking 'op verhaal komen'. Daarmee wordt bedoeld dat je uitrust en weer kracht krijgt. Dit boek gaat over allerlei verhalen die mensen antwoorden op levensvragen geven. De verhalen helpen te ontspannen en geven levenswijsheid. Daarom is de titel van dit boek Op verhaal komen.
1.3 17
Tot slot Belangrijke woorden uit dit hoofdstuk Hieronder zie je de belangrijke woorden uit dit hoofdstuk. antwoorden – boodschap – fabels – feiten – legenden – levensvragen – meningen – mythen – sprookjes – verhalen Schrijf deze woorden uit het hoofdstuk op de goede plaats in de gaten in de tekst. Leer deze samenvatting daarna goed. staan vast en zijn voor iedereen hetzelfde. zijn persoonlijk. Ze zijn niet voor iedereen hetzelfde. zijn vragen die te maken hebben met de zin en de betekenis van je leven. Mensen zoeken naar
op die vragen.
kunnen daarbij helpen. Vooral de verhalen met een In
.
wordt verteld over goddelijke wezens en hoe de wereld is ontstaan. vertellen over bijzondere gebeurtenissen uit het leven van een
belangrijk persoon. In
zijn dieren vaak de hoofdrolspelers, maar de boodschap is voor
de mensen bedoeld. In
komen figuren en dingen voor, die in het echte leven niet bestaan
of niet kunnen. Ze gaan over goed en kwaad en hebben altijd een gelukkig einde.
15
2
2 Religies
In het vorige hoofdstuk hebben we het gehad over levensvragen en mogelijke antwoorden daarop. Veel mensen vinden antwoorden op hun levensvragen in hun geloof. Een kenmerk van een godsdienst is dat mensen geloven in een hogere macht die ze god noemen. Het geloof in god geeft hun de antwoorden op levensvragen.
In dit hoofdstuk leer je: • de belangrijkste wereldgodsdiensten kennen: Jodendom, Christendom, Islam, Hindoëisme en Boeddhisme, • welke kenmerken die godsdiensten hebben, • hoeveel gelovigen er van die verschillende godsdiensten zijn in Nederland, • wat schriftloze en dode religies zijn, • over de verschillende overleveringen, zowel mondeling als schriftelijk, • over het Oude Testament en de taal van het Oude Testament, Hebreeuws. 16
2.1 Wereldreligies
2.1
Wereldreligies Een ander woord voor geloof is godsdienst of religie. Er bestaan verschillende religies op de wereld. Bijvoorbeeld het christendom. Christenen geloven in één God en in Jezus Christus, die zij zien als Gods zoon. Een andere religie is het hindoeïsme. Hindoes geloven in meerdere goden. Alle religies geven antwoorden op levensvragen van mensen. Maar niet alle religies geven hetzelfde antwoord op die vragen. Bijvoorbeeld de levensvraag: ‘Is er leven na de dood?’ Een christen gelooft van wel. Hij gelooft dat hij, als hij goed leeft, na zijn dood in de hemel komt. Een hindoe gelooft ook in een leven na de dood. Hij gelooft dat zijn ziel na de dood weer op aarde terugkeert in een ander lichaam. Dit heet reïncarnatie. Dit woord betekent: ‘opnieuw geboren worden’. Zolang als er mensen leven op aarde, zijn er religies. Je kunt zeggen: religie is van altijd en overal. Overal en altijd in de geschiedenis is religie belangrijk voor de mensen geweest en is dat nog steeds. Maar de religies zelf zijn er niet altijd geweest. Ze zijn op verschillende tijden en plaatsen ontstaan en sommige religies zijn inmiddels weer verdwenen. De religies die over de hele wereld veel invloed hebben, noemen we wereldreligies of wereldgodsdiensten. Er zijn vijf wereldreligies: • • • • •
1
boeddhisme christendom hindoeïsme islam jodendom
Gelovigen wereldwijd a Welke godsdienst heeft de meeste aanhangers? Zet de godsdiensten in volgorde van meeste aanhangers tot minste. 1 is heeft de meeste aanhangers, 8 de minste. Schriftloze religies Geen religie Jodendom Hindoeïsme Christendom Andere religies Boeddhisme Islam
17
2
b Je ziet een cirkel die verdeeld is in 'taartpunten'. Elke taartpunt staat voor een godsdienst. Bij de cirkel zie je hoeveel aanhangers elke godsdienst ongeveer heeft. Zoek uit welke godsdienst bij welke taartpunt hoort. Geef de taartpunt de kleur van die godsdienst die ervoor staat. 100 miljoen
10 miljoen
400 miljoen
Christendom, 2.300 miljoen [31,2 %] Islam, 1.800 miljoen [24,1 %] geen religie, 1.200 miljoen [16 %]
500 miljoen
Hindoeïsme, 1.000 miljoen [15,1 %] 2.300 miljoen
1.000 miljoen
Boeddhisme, 500 miljoen [6,9 %] schriftloze religies, 400 miljoen [5,9 %] andere religies, 100 miljoen [0,8 %] Jodendom, 10 miljoen [0,2 %]
1.200 miljoen
2
1.800 miljoen
Vijf wereldreligies a Je ziet vijf symbolen van de vijf wereldreligies. Zoek uit welk symbool bij welke religie hoort en welk gebouw en welk heilig boek bij die religie horen. boeddhisme | tempel | Tripitaka | christendom | kerk | Bijbel | hindoeïsme | mandir | Veda's | islam | moskee | Koran | jodendom | synagoge | Tenach Vraag aan je docent of je bij deze opdracht het internet mag gebruiken en of je de opdracht samen mag doen. Religie Gebouw Heilig boek Religie Gebouw Heilig boek Religie Gebouw Heilig boek Religie Gebouw Heilig boek Religie Gebouw Heilig boek
18
2.1 Wereldreligies
3
Geluiden wereldreligies In deze opdracht ga je naar een aantal geluiden luisteren. Die geluiden hebben met verschillende religies te maken.
Een joodse man blaast op de sjofar.
Lees de geluiden eerst door. • • • • • • • •
altaarbel gezang van kerkleden gregoriaans koor klokgelui ohm oproep tot gebed ramshoorn voorzanger
Luister nu naar de geluiden. Kies na elk geluid wat je hoort en bij welke religie dit geluid hoort. Je kunt kiezen uit de geluiden die je doorgelezen hebt en de vijf wereldreligies. Geluid 1:
hoort bij
Geluid 2:
hoort bij
Geluid 3:
hoort bij
Geluid 4:
hoort bij
Geluid 5:
hoort bij
Geluid 6:
hoort bij
Geluid 7:
hoort bij
Geluid 8:
hoort bij 19
2
ďťż
Religies in Nederland Christendom in Nederland Het christendom is in Nederland al heel lang de godsdienst met het grootste aantal aanhangers. Binnen het christendom bestaan twee grote groepen: de rooms-katholieken en de protestanten. Beide groepen hebben hun eigen kerken. De paus is het hoofd van alle rooms-katholieken over de hele wereld. Bij de protestanten is er niet ĂŠĂŠn persoon die het hoofd van de kerk is. Er zijn veel verschillende groepen protestanten, zoals hervormden, Christenen gereformeerden en doopsgezinden. Alle christenen kennen de zondag als de dag van samenkomst. Voor het begin van de mis of de eredienst luiden de kerkklokken. In rooms-katholieke kerken is meestal veel te zien: beelden van heiligen (vooral van Maria), schilderijen en soms kleurige glas-in-loodramen. Protestantse kerken zijn meestal vrij kaal. Er zijn in totaal ongeveer 6 miljoen christenen in Nederland, waarvan 4 miljoen roomskatholieken en 2 miljoen protestanten.
Islam in Nederland De islam is een godsdienst die steeds meer in Nederland voorkomt. Islamieten worden ook wel moslims genoemd. Vanaf ongeveer 1960 kwamen er moslims uit Turkije en Marokko naar Nederland. Ook veel asielzoekers die naar Nederland zijn gevlucht, zijn aanhangers van de islam. Er wonen nu ongeveer 850.000 moslims in Nederland.
Moslims
Jodendom in Nederland Het jodendom komt al heel lang voor in Nederland. In de Tweede Wereldoorlog zijn meer dan 100.000 joden uit Nederland weggevoerd en in concentratiekampen vermoord. Nu zijn er in ons land nog ongeveer 17.000 joden.
Joden
20
2.1 Wereldreligies
Hindoeïsme in Nederland Het hindoeïsme is een heel oude godsdienst. Het hindoeïsme is lang geleden in India ontstaan. In Nederland leven 102.000 hindoes. De meesten komen uit Suriname.
Hindoes
Boeddhisme in Nederland Het boeddhisme is ook van oorsprong een Aziatische godsdienst. Er zijn ongeveer 68.000 boeddhisten in Nederland. Veel van hen komen uit China.
Boedhisten
Niet-religieuzen in Nederland De grootste groep Nederlanders (ruim zes miljoen) geeft aan geen religie te hebben. Ze geloven niet in een god, maar hebben wel een levensbeschouwing. Veel niet-religieuze mensen zijn ‘ietsisten’: ze geloven niet in een god, maar wel dat er ‘iets’ is tussen hemel en aarde.
4
Gelovigen in Nederland a Hoeveel mensen hebben welk geloof in Nederland? Lees de tekst over religies in Nederland nog eens goed. Vul de getallen naast de godsdiensten in. • christenen • moslims • joden • hindoes • boeddhisten • geen/iets
b Om een beeld te krijgen van hoe groot de verschillende groepen zijn, ga je de staven in de staafdiagram inkleuren. • Elk hokje staat voor 500.000 mensen. Dat zijn dus 12 hokjes. Die 12 hokjes kleur je rood in de staaf christenen. • Kleur de hokjes in de kleur van de religie. • Omdat er in Nederland naar verhouding weinig joden en boeddhisten zijn, staan ze onder 'overig'. Kleur hier de hokjes donkerpaars. 21
2
8.000
Godsdiensten in Nederland x 1.000
7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0
5
christenen
moslims
hindoes
overigen
geen/’iets’
Gelovigen in jouw klas Hoe zijn de religies in jouw klas verdeeld? Vul eerst in hoeveel klasgenoten welk geloof hebben. Kleur dan de balkjes in. Elke balkje staat voor 1 klasgenoot. Dus als er 3 joodse kinderen in jouw klas zouden zijn, kleur je 3 balkjes blauw. In deze opdracht hebben joden en boeddhisten weer een eigen staaf en vallen niet onder 'overig'. Godsdiensten in de klas christenen moslims hindoes joden boeddhisten geen iets 0
5
10
15
20
25 30 aantal mensen
2.2 Schriftloze religies Overal op de wereld komen er volken voor die wel een religie hebben, maar geen heilige boeken met verhalen en leefregels. Deze mensen kennen wel verhalen en hebben ook religieuze gewoonten en gebruiken, maar deze staan niet opgeschreven in een heilig boek. Daarom noemen we de religies van deze volkeren de schriftloze religies. Voorbeelden hiervan zijn de religie van de Massai in Kenia (Afrika) en het geloof van de Aboriginals in Australië.
22
2.2 Schriftloze religies
Aboriginals De Aboriginals zijn een schriftloos volk uit Australië. Zij geloven in de droomtijd. Dit is een mythische tijd waarin alles is ontstaan. De Aboriginals geloven dat als we dromen, dat we ons dan bepaalde gebeurtenissen uit die mythische tijd herinneren. Alles uit de cultuur van de Aboriginals heeft een link met die droomtijd. Hun rituelen, hun gebruiken, hun verhalen en ga zo maar door. De ouderen geven, door middel van bepaalde dansen en verhalen, de wijsheden uit de droomtijd door aan de jongeren.
Aboriginals geven door middel van dans hun verhalen door aan de jongeren
Een bijzonder kenmerk van het geloof van de Aboriginals is de vermenging van hun droomtijd met het landschap waarin ze leven. Zij geloven dat alles wat ze in hun omgeving zien, is gemaakt in die droomtijd. Daarom zijn ook de kenmerken van hun omgeving heilig. Denk aan een berg of aan een rivier. In hun kunst hebben ze een heel bijzondere manier om die heiligheid af te beelden. Ze maken kunst met stippen.
Typische Aboriginal kunstwerk met stippen
Vaak is zo'n kunstwerk van de Aboriginals een kaart van de omgeving of een samenvatting van een mooi verhaal. Ze hebben verschillende symbolen voor hun schilderijen. Enkele voorbeelden zie je in de afbeelding.
Voorbeelden van Aboriginal-symbolen
23
2
6
Aboriginals De Aboriginals maken mooie kaarten van hun omgeving. Daarbij gebruiken ze allerlei symbolen. Enkele voorbeelden zie je in de afbeelding. Nu ga jij ook een Aboriginal kunstwerk maken. Maak een landkaart waarin duidelijk wordt hoe jij naar school fietst. • Geef je huis het symbool van een ‘rustplaats’ en de school het symbool van ‘ontmoetingsplek’. • Ga voor jezelf na wat je onderweg allemaal tegenkomt en kijk of je bepaalde symbolen kunt gebruiken bij het maken van je kaart. • Je mag ook zelf symbolen erbij verzinnen. Leg ze dan wel uit. • Probeer te werken zoals de Aboriginals doen. Dus werk met gekleurde stippen. Scan de QR-code voor nadere instructie. Maak de kaart.
2.3 Dode religies Er zijn ook religies die inmiddels weer zijn verdwenen. Dat zijn bijvoorbeeld de religies van de Germanen, de oude Egyptenaren, de Grieken en de Romeinen. Deze religies noemen we dode religies of dode godsdiensten. Er zijn geen mensen meer die erin geloven, er zijn geen samenkomsten meer, geen feestdagen, geen regels van die godsdienst waarnaar de mensen leven. Er zijn nog wel overblijfselen van deze religies, zoals de piramides in Egypte en de Griekse en Romeinse tempels in de landen rond de Middellandse Zee.
Piramides in Egypte
Religie van het oude Egypte De religie van de oude Egyptenaren is een voorbeeld van zo’n dode religie. In de opdracht Egyptische goden maak je kennis met de goden van deze religie.
24
2.3 Dode religies
7
Egyptische goden Je ziet afbeeldingen van acht goden van het oude Egypte. Hun namen staan er niet bij. Lees de acht omschrijvingen van Egyptische goden. 1 Isis De godin van de liefde, de vrouw van Osiris en de moeder van Horus. Kenmerkend is de troon die ze op haar hoofd draagt. 2 Horus Beschermgod van de farao’s die de dubbele koningskroon op zijn valkenkop draagt. Farao’s werden gezien als Horus in mensengedaante. 3 Osiris De god van het dodenrijk. Hij wordt vaak als een mummie afgebeeld en draagt een kroon en een scepter (staf). 4 Ra De zonnegod, wordt vaak afgebeeld met een zonneschijf op zijn valkenhoofd. Hij laat dagelijks de zon in een boot langs de hemel trekken. 5 Thot De god van de wijsheid en de magie, afgebeeld met de kop van een ibis (een vogel met een lange snavel). Hij is ook de schrijver van de goden en legt alles vast over het leven van de mensen. 6 Maät De godin van de gerechtigheid en waarheid. Zij draagt als kenmerk op haar hoofd de veer van de waarheid. 7 Anoebis De god van het dodenrijk, die de gestorvenen toelaat en hun hart weegt. Vaak wordt hij afgebeeld als de god met een jakhalskop. 8 Hathor De godin van de liefde en de moederlijke zorg. Ze wordt vaak afgebeeld met twee koehoorns op haar hoofd met daartussen de zonneschijf. Zet de juiste namen bij de juiste afbeeldingen.
• •
• •
• •
• •
• •
• •
• •
• •
Thot
Anoebis
Maät
Hathor
Isis
Osiris
Horus
Ra
25
2
Mythe uit het oude Egypte Het volgende verhaal is een mythe uit het oude Egypte, uit ongeveer 1500 v.c.j. De christelijke jaartelling
Isis en Osiris
In Op verhaal komen gebruiken we de jaartallen volgens de christelijke jaartelling (c.j.). De jaren vóór het begin van de christelijke jaartelling geven we aan met: v.c.j.
Vroeger heerste Osiris als koning over Egypte, maar zijn broer Seth was heel jaloers op hem en wilde hem uit de weg ruimen. Seth organiseerde daarom op een dag een feest en liet de gasten een prachtige doodskist zien. De kist was precies naar de maten van Osiris’ lichaam gemaakt. Dat wist Osiris niet, maar de andere gasten wel. Toen het feest in volle gang was zei Seth tegen de feestgangers dat de kist bestemd was voor degene die er precies in paste. Eén voor één moesten ze plaats nemen in de kist, maar niemand paste erin. Toen Osiris aan de beurt was en er precies in paste, werd vlug de deksel op de kist gegooid en dichtgespijkerd. Vervolgens gooide Seth de kist in de Nijl, waar hij door de stroom werd meegevoerd. Isis, de vrouw van Osiris, hoorde wat er gebeurd was. Ze was diepbedroefd over de moord op haar man, ze huilde aan één stuk door. De tranen van Isis vulden de Nijl en deden de rivier buiten haar oevers treden. Isis ging diepbedroefd op zoek naar haar geliefde. Uiteindelijk vond ze de kist en verstopte hem op een geheime plek in het moeras. Maar iemand verklapte deze geheime plek aan Seth. Woedend ging hij naar de kist, maakte die open en hakte het lichaam van Osiris in veertien stukken en verspreidde die stukken over heel Egypte. De bedroefde Isis zocht alle delen van Osiris’ lichaam weer bij elkaar en wikkelde ze samen in wit linnen. Ze werd daarbij geholpen door Anoebis, de god van het dodenrijk. Met haar toverkracht wist Isis daarna de mummie van Osiris weer tot leven te wekken. Isis en Osiris kregen een zoon, Horus. Deze nam wraak op zijn oom Seth en doodde hem. Daarna werd Horus de heerser over Egypte. Sindsdien ziet elke farao zichzelf als opvolger van Horus.
8
Isis en Osiris Welk natuurverschijnsel in Egypte wordt in het verhaal van Isis en Osiris verklaard?
a De oude Egyptenaren staan bekend om de bijzondere manier waarop ze hun doden verzorgden. In dit verhaal wordt dit beschreven. Osiris wordt een mummie. Wat is een mummie? Je mag zoeken op internet.
b Waarom hebben Egyptenaren zoveel ontzag voor hun farao?
26
2.4 Overlevering
2.4 Overlevering Of je het nu hebt over de wereldreligies, de schriftloze religies of de dode religies, één dingen hebben ze gemeen: de mensen hebben de geloofsverhalen van generatie op generatie doorverteld. Dat noemen we overlevering. Heel vroeger, meer dan 5000 jaar geleden, was vertellen de enige manier om iets door te geven aan anderen. Ouders en grootouders vertelden hun kinderen en kleinkinderen verhalen over wat zij belangrijk vonden, bijvoorbeeld hoe ze moesten jagen en waar de beste weidegronden lagen voor hun vee. Via mondelinge overlevering gaven de ouderen aan de jongeren ook belangrijke dingen door over hun geschiedenis en hun geloof. Zo werden de levenswijsheden van generatie op generatie doorgegeven.
9
Mondelinge overlevering Vertel het door! Je gaat met je klas ontdekken wat één van de problemen van mondelinge overlevering is. Eén leerling krijgt op een papiertje een zin te lezen van de docent. Die leerling moet die zin doorvertellen aan een klasgenoot. Maar let op, niemand anders mag je horen, dus fluister de zin in het oor van je klasgenoot. Als alle leerlingen uit de klas de zin hebben doorverteld dan mag de laatste hardop vertellen wat hij/zij denkt dat er op het papiertje staat. Voer de opdracht uit.
Schriftelijke overlevering In de loop van de tijd gingen verschillende volken een schrift ontwikkelen, dat wil zeggen: een geschreven taal. De mensen konden toen de verhalen van hun volk en godsdienst ook doorgeven door middel van schriftelijke overlevering. De verhalen werden in de loop van de tijd vaak aangevuld met liederen, gebeden, wetten en regels. De boeken waarin dit allemaal werd opgeschreven, vonden de mensen zo belangrijk, dat ze heilige boeken werden genoemd.
Bijbel
Tora Onderdeel van de Tenach
Koran
27
2
10
Schriftelijke overlevering a Als je schriftelijke overlevering vergelijkt met mondelinge overlevering, wat is dan een voordeel van schriftelijke overlevering?
b En wat is een nadeel van schriftelijke overlevering?
2.5 Het Oude Testament Een belangrijk heilig boek is het Oude Testament (O.T.). Het is een heilig geschrift van de christenen. Veel verhalen die hierin staan, zijn ook belangrijk voor joden en voor moslims. In hun heilige boeken: de Tenach (jodendom) en de Koran (islam) staan veel verhalen die overeenkomen met de verhalen uit het O.T.
De Bijbel Het Oude Testament is het eerste deel van het heilige boek van de christenen: de Bijbel. Het tweede deel van de Bijbel is het Nieuwe Testament (N.T.). Daarin staan de verhalen over Jezus Christus en zijn volgelingen. De naam bijbel komt van biblia: Latijn voor boeken. De hele Bijbel is eigenlijk een verzameling oude boeken. Je kunt het zien als een bibliotheek met twee afdelingen: het O.T. en het N.T.
Het ontstaan van het Oude Testament In het Oude Testament staan de verhalen van de Israëlieten. Israëlieten is een ander woord voor het Joodse volk. Het zijn verhalen over de schepping, over de voorouders van het Joodse volk en over koningen en profeten. Eerst vertelden de Israëlieten de verhalen mondeling door, maar vanaf ongeveer 1000 v.c.j. begonnen ze de verhalen op te schrijven. Eerst schreven ze op boekrollen. Later maakten ze ook boeken zoals wij nu kennen. Het Oude Testament is ontstaan tussen 1000 v.c.j.. en 100 v.c.j.
28
2.5 Het Oude Testament
De Dode Zee-rollen van QUMRAN, nog niet zo lang geleden ontdekte boekrollen met Bijbelteksten.
De taal van het Oude Testament De boeken van het O. T. zijn oorspronkelijk geschreven in het Hebreeuws. Hebreeuws is de taal die vroeger werd gebruikt door het Joodse volk. Het oude Hebreeuws is een taal die nu niet meer wordt gesproken. Hebreeuws heeft twee bijzondere kenmerken: 1 Je schrijft het van rechts naar links ←. 2 Er worden geen klinkers (e - a - o - u - i ) geschreven. (Die klinkers worden natuurlijk wel uitgesproken.)
11
Woorden zonder klinkers a Je hebt de letters: BRD Door hier klinkers aan toe te voegen, kun je heel veel woorden maken. Bijvoorbeeld: BORD of BREED. Probeer zelf op deze manier zoveel mogelijk woorden te bedenken met de letters BRD. Let op: je mag zelf geen andere medeklinkers toevoegen! BoRD BReeD
29
2
12
Van rechts naar links a Je ziet een Nederlands woord, maar het is op de Hebreeuwse manier geschreven. • Het woord is van rechts naar links ← geschreven! • Het woord heft geen klinkers. TSNDSDG Hoe kom je erachter wat hier staat? Schrijf het woord eerst van links naar rechts →: GDSDNST Plaats er dan de juiste klinkers tussen: GoDSDieNST SLKGRB Welk Nederlands woord is hier op de Hebreeuwse manier geschreven? De letters van links naar rechts →: Met klinkers ertussen:
b Nu wordt het iets moeilijker. RWZ LH S NKB TM KZGR NM Welke Nederlandse zin is hier op zijn Hebreeuws geschreven? De letters van links naar rechts →:
Nu de klinkers ertussen:
13
Nadeel Hebreeuws schrift Je hebt gemerkt dat het lastig is om een zin te lezen als er geen klinkers in de woorden staan. Wat is volgens jou het grootste nadeel, als er geen klinkers in woorden staan?
14
Schrijf Hebreeuws In deze opdracht ga je je voornaam en achternaam in het Hebreeuws schrijven. Als voorbeeld zie je de naam van Willem van Oranje. a Schrijf je naam op. WILLEM VAN ORANJE
b Schrijf je naam gewoon van links naar rechts → maar zonder klinkers. WLLM VN RNJ
c Schrijf nu je naam zonder klinkers van rechts naar links ←. JRN NV MLLW 30
2.5 Het Oude Testament d Zoek in het Hebreeuwse alfabet de letters van jouw naam op. Letter
Naam lamed
Klank l
b,v
mem
m
gimel
g
nun
n
dalet
d
samek
s
he
h
aiin
(a)
wav
w
pe
p,f
dzaiin
z
tsade
ts
chet
ch
qof
q
tet
th
res
r
iod
i,j
sin
sj
kaf
k
tau
t
Naam alef
Klank (a)
bet
Letter
Schrijf ze over en begin net als in het Hebreeuws rechts.
De boeken van het Oude Testament De joden noemen het Oude Testament de TeNaCH. Dit vreemde woord heeft met de titels van de boeken in het Oude Testament te maken. De joden delen ze namelijk in drie groepen boeken in, die met Hebreeuwse woorden als volgt worden aangegeven. Tora - Onderwijzing of Leer Nebiim - Profeten Chetoebim - Geschriften Als je de T, N en CH achter elkaar zet, krijg je Tenach. Het woord heeft verder geen eigen betekenis.
Tora In de eerste vijf boeken van de Tenach hoort de mens hoe hij als mens moet leven. Soms gebeurt dit in de vorm van een verhaal, soms in de vorm van een duidelijke regel of wet. De joden noemen deze boeken de Tora. Dit woord zou je kunnen vertalen met onderwijzing. Het zijn verhalen om van te leren. In de verhalen, regels en voorschriften leert een mens God kennen. Ook leert hij hoe hij met anderen moet omgaan, zodat alle mensen in vrijheid, rechtvaardigheid en vrede kunnen samenleven.
Nebiim De boeken van de Profeten vormen het grootste deel van de Tenach. Deze boeken wijzen de mensen op hun plicht om zich te houden aan de regels van de Tora. Die plicht geldt 31
2
zowel voor gewone mensen als voor koningen, want de Tora is de basis voor een eerlijke samenleving. Opvallende figuren in deze boeken zijn de profeten. Een profeet stelt onrecht aan de kaak en doet dat namens God. Hij wijst de mensen, ook koningen, op hun fouten en herinnert hen eraan wat er geschreven staat in de Tora.
Chetoebim Het laatste deel van de Tenach bevat veel verschillende boeken, je kunt ook zeggen veel verschillende geschriften (vandaar de naam Chetoebim, dat betekent geschriften). Sommige Geschriften zijn verhalen rond een bepaalde hoofdpersoon, zoals Ester, Job en Daniël. Verder kun je ook gedichten en liederen lezen, zoals de Psalmen, waarin mensen hun goede of droevige levenservaringen vertellen. In de boeken Prediker en Spreuken zijn veel praktische raadgevingen en wijsheden te vinden.
Verhalen uit het Oude Testament In de volgende hoofdstukken gaan jullie kennismaken met verschillende verhalen uit het Oude Testament. Op welke levensvragen geven ze antwoord? Kunnen we uit die verhalen iets leren over het leven van nu?
2.6 Tot slot 15
Slotopdracht Religies In dit hoofdstuk heb je veel verschillende religies bekeken. Kies per viertal een religie die je gaat onderzoeken. Elke groep moet een andere religie kiezen! In jullie presentatie moeten de volgende onderdelen worden opgenomen: • • • • • • • •
aantal leden in de wereld en in Nederland, heilige boeken met de taal, een levensvraag en het antwoord vanuit de religie daarbij, een symbool met uitleg, een foto van een heilig/belangrijk gebouw met uitleg, een jaarlijks feest en de betekenis van dat feest, eigen mening over de gekozen religie, lijst van geraadpleegde boeken, tijdschriften, kranten en/of sites.
Voer de opdracht uit. 32
2.6 Tot slot
16
De belangrijkste woorden Je ziet enkele belangrijke woorden uit dit hoofdstuk. Zet ze op in de open plekken in de tekst. wereldreligie | Christendom | Islam | Hindoeïsme | Boeddhisme | Jodendom | schriftoze religies | droomtijd | dode religies | mondelinge overlevering | schriftelijke overlevering | heilige boeken | Tenach | Bijbel | Koran | Oude Testament | Nieuwe Testament | Jezus | Israëlieten | Joodse | Hebreeuws .
Een religie die over de hele wereld veel aanhangers heeft, noemen we een De vijf wereldreligies zijn, in volgorde van grootte: 1 2 3 4 5 Naast de vijf wereldreligies heb je nog de
: dit zijn de religies
van mensen die hun verhalen en leefregels niet in een boek hebben staan. Een voorbeeld is de van de Aborigionals. Verder zie je ook nog veel overblijfselen van religies die nu niet meer aangehangen worden. Die religies noemen we religie van het oude
. Een voorbeeld is de
.
Toen mensen nog geen schrift hadden, werden verhalen via doorverteld. Toen volken eenmaal wel een schrift hadden, werden de verhalen via doorgegeven. De
van een religie zijn een bundeling
van die verhalen, vaak aangevuld met regels, wetten, gebeden en liederen. De
is het heilige boek van de joden
De
is het heilige boek van de christenen.
De
is het heilige boek van de moslims.
De Bijbel bestaat uit twee delen: 1 het 2 het In het Nieuwe Testament staan de verhalen over In het Oude Testament staan de verhalen van de volk. Het Oude Testament is geschreven in het
en zijn volgelingen. . Dat is een ander woord voor het .
Veel van de verhalen uit het Oude Testament zijn niet alleen belangrijk voor christenen, maar ook voor joden en moslims.
33
3
Waar kom jij vandaan?
3 Waar kom jij vandaan?
Stel je eens voor: het is een warme zomeravond, je zit nog laat buiten en het wordt al een beetje donker. Je kijkt naar de lucht en je ziet de eerste sterren aan de hemel staan. Je weet dat de aarde rond is en dat je met de aardbol meedraait om de zon. Dat heb je op school geleerd. Je weet het, maar je merkt er niets van. Als je erover nadenkt is het raar: de aarde draait en draait en toch blijf jij stil liggen en ervan afvallen kan niet. Da’s gek! En wat nog vreemder is: onze aarde is maar een piepklein bolletje in dat grote heelal, nog kleiner dan een speldenknop op een grote landkaart. En op dat kleine bolletje leven we met bijna acht miljard mensen.
In dit hoofdstuk leer je: • na te denken over de levensvraag 'waar kom ik vandaan', • verschillende scheppingsverhalen kennen, in het bijzonder de scheppingsverhalen uit de Bijbel, • verschillende verhalen over het ontstaan van de mens kennen, • waarom het belangrijk is om te weten waar je vandaan komt. 34
3.1 Ooit is het begonnen
3.1
Ooit is het begonnen Misschien vraag je je wel eens af: • Hoe zou dat allemaal ooit begonnen zijn? • Wat was er voordat er mensen waren? • Waarom is het begonnen? Ooit is het begonnen. Alles. Het heelal. De wereld. Het licht. De dingen. Alles waar nog geen woord voor was. Ooit is het begonnen. Met niets? Maar wat is niets? Met een oerknal? En toen? Ooit ben ik begonnen. Maar hoe en wat? Een mens weet niet eens dat ie wordt geboren. Laat staan waarom?
1
Ooit is het begonnen a Lees het gedicht. Maak een tekening over het gedicht of zoek een mooie afbeelding die iets te maken heeft met het gedicht. Voeg het aan het gedicht toe.
Verhalen over het begin Zolang als er mensen leven, hebben ze geprobeerd om een antwoord te vinden op de vraag: Hoe is het allemaal begonnen? Hoe is het heelal ontstaan? Hoe is de wereld ontstaan? Hoe is de mens ontstaan? Vooral de zon heeft altijd veel indruk op de mensen gemaakt. Elke avond verdwijnt de zon. Komt hij nog wel terug? Wie zou de zon, de maan en de sterren gemaakt hebben? Een god of goden? Maar waar komen die goden dan vandaan? Soms zagen de mensen ook dingen die ze niet begrepen en die ze eng vonden. Bijvoorbeeld een maan die groter of kleiner werd, of een zon die overdag donker werd. Mensen zochten hier een verklaring voor. Daardoor ontstonden er verhalen waarin die wonderlijke gebeurtenissen werden verklaard.
35
3
Waar kom jij vandaan?
De wolven van Ymir a In het begin was er helemaal niets op de wereld. In het noorden lag een grote massa sneeuw en ijs. En helemaal in het zuiden was een gloeiend hete vulkaan. Het ijs en de hitte kwamen steeds dichter bij elkaar. Toen ze met elkaar in contact kwamen, begon het ijs te smelten. b Uit het smeltende ijs kwam de reus Ymir tevoorschijn. Ymir kreeg een heleboel reuzenkinderen. Ze kwamen onder zijn oksels en tussen zijn tenen vandaan. Uit het ijs kwamen ook drie goden tevoorschijn. Ze waren broers en de oudste heette Odin. c De drie goden vonden dat Ymir veel te groot werd. Ze werden bang voor hem, dus besloten ze hem te doden. Odin doodde Ymir met een speer. Samen hakten de godenbroers het lichaam van de reus in stukken. Van de stukken maakten ze de heuvels en de bergen. En van het haar van Ymir maakten ze de bossen. d Daarna besloten de goden dat er licht moest komen op de donkere wereld. Ze maakten een groot vuur. Van de vonken uit het vuur maakten ze de sterren. Uit de grote gele en witte vlammen maakten zij de zon en de maan. e De kinderen van Ymir waren woedend dat hun vader vermoord was. Ze wilden wraak nemen op Odin en zijn broers. Daarom lieten ze twee wolven los, die de zon en de maan moesten verslinden. Elke dag jagen de wolven op de zon en de maan. f Eén keer in de maand kan de ene wolf een paar happen uit de maan bijten. Maar de maan groeit telkens weer aan. De andere wolf achtervolgt de zon, maar hij kan die bijna nooit te pakken krijgen. Soms lukt het de wolf om de zon in te halen, en dan pakt hij hem in zijn bek. Maar dan merkt hij dat de zon te heet is om door te slikken. De wolf spuugt de zon dan weer uit. g Maar de twee wolven worden nooit moe. Er komt dus een dag dat zij het licht van de zon en de maan zullen verslinden.
2
De wolven van Ymir In het IJslandse verhaal De wolven van Ymir gaat het over het begin van de wereld. Lees het verhaal en beantwoord de vragen. De letters van de vragen wijzen naar de letters van de alinea’s. Dus in die alinea kun je een antwoord vinden. a Wat was er op de aarde voordat er levende wezen ontstonden?
b Uit het smeltende ijs kwamen twee soorten levende wezens tevoorschijn. Welke levende wezens kwamen het eerst tevoorschijn? En welke levende wezens daarna? kwamen als eerst tevoorschijn. kwamen daarna tevoorschijn.
c Waar komen de bergen en bossen vandaan, volgens dit verhaal? 36
3.1 Ooit is het begonnen
d Hoe zijn de zon, de maan en de sterren ontstaan? e Hoe gingen de kinderen van Ymir wraak nemen op de goden? f De wolven krijgen de zon en de maan soms te pakken. Beantwoord de vragen. 1 Wat doet een van de wolven met de maan?
2 Wat doet de andere wolf met de zon?
3 Welke twee gebeurtenissen in de natuur worden hiermee verklaard?
Het eerste scheppingsverhaal uit het O.T. In alle religies en in alle heilige boeken vind je verhalen over het ontstaan van de wereld. Ook in het Oude Testament vind je zulke verhalen. In die verhalen gaat het over God, over de aarde en alles wat er op de aarde leeft. Het scheppingsverhaal in het Oude Testament staat helemaal in het begin, in het boek Genesis.
De schepping van de wereld In het begin maakte God de hemel en de aarde. De aarde was leeg en verlaten. Overal was water en alles was donker. Toen zei God: er moet licht komen. En er was licht. God zag het licht en zag dat het goed was. Hij maakte een scheiding tussen het licht en de duisternis. Het licht noemde God dag en de duisternis noemde God nacht. De eerste dag van de schepping was voorbij. De wereld was nog een grote woestenij. God maakte een scheiding tussen de lucht en het water . De lucht noemde God de hemel. Dat was de tweede dag. Op de derde dag zei God dat al het water onder de hemel naar één plek moest stromen, zodat er land zou droog vallen. Zo gebeurde het. God noemde het droge land aarde en het water zee. God zei: Op de aarde moeten planten met zaad en bomen met vruchten groeien. Het gebeurde, en God zag dat het goed was. De derde dag was voorbij. God zei: er moeten lichten komen aan de hemel. Lichten om te kunnen zien of het dag of nacht is. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren. En God maakte de zon, de maan en de sterren. God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen. Dit was de vierde dag.
37
3
Waar kom jij vandaan?
God zei: het water moet vol met leven komen en aan de hemel moeten vogels vliegen. Hij maakte de grote zeedieren en de kleinere waterdieren en allerlei dieren met vleugels. En God zag dat het goed was, De vijfde dag was voorbij. En God zei; ook op de aarde moeten er dieren komen. Er moeten wilde en tamme dieren komen, grote en kleine. En het gebeurde. God zag dat het goed was. En God zei; laat ons mensen maken die op ons lijken. En laat de mens heersen over de vissen in de zee, de vogels in hemel en het vee in het veld. En God schiep de mens naar zijn beeld. Man en vrouw. En God zegende hen en zei: wees vruchtbaar en krijg kinderen. En God zei, de zaden van de planten en de vruchten van de boom mogen jullie eten, maar het gras is voor de dieren. En God zag dat het goed was. De zesde dag was voorbij.
3
Het eerste scheppingsverhaal a Je ziet zes afbeeldingen. Bij welke dag van de schepping horen ze? Zet voor de afbeelding van dag 1 een 1, bij de afbeelding van dag 2 een 2 enzovoort.
b Beschrijf wat je op de afbeelding ziet. • Afbeelding eerste scheppingsdag: • Afbeelding tweede scheppingsdag: • Afbeelding derde scheppingsdag: • Afbeelding vierde scheppingsdag: • Afbeelding vijfde scheppingsdag: • Afbeelding zesde scheppinsgdag: 38
3.1 Ooit is het begonnen
4
Antwoorden in het eerste scheppingsverhaal a Je hebt het verhaal uit het Oude Testament gelezen over de schepping van de wereld. Het is een mooi verhaal dat je aan het denken zet. Er worden enkele levensvragen in aangestipt. Welke antwoorden geeft het eerste scheppingsverhaal uit het O.T. op de volgende levensvragen? 1 Hoe is het leven ooit begonnen?
2 Hoe moeten we omgaan met de natuur?
3 Ben ik als mens meer dan een dier?
b Wat is jouw eigen antwoord op deze levensvragen? 1 Hoe is het leven ooit begonnen? 2 Hoe moeten we omgaan met de natuur? 3 Ben ik als mens meer dan een dier?
De zevende dag In het eerste scheppingsverhaal uit het Oude Testament komt ook een zevende dag voor. Op die dag rustte God uit van het werk dat hij gedaan had. 'God zegende de zevende dag en verklaarde die heilig', staat er in Genesis. Veel gelovigen vinden daarom dat de mens ook één dag in de week moet rusten, net als God deed na zijn scheppingswerk. Hard werken is goed, maar je moet regelmatig rusten. Je mag geen slaaf worden van je werk. Een mens is geschapen om een vrij mens te zijn. In veel landen bestaat er daarom een vrije dag op de zevende dag van de week. Bij joden is dat de zaterdag (of eigenlijk van vrijdagavond tot zaterdagavond). Christenen hebben een vrije dag op zondag. Voor moslims is de vrijdag de zevende dag. Ze hebben dan niet echt een vrije dag, maar ze gaan in de middag wel vaak naar de moskee en daarna met elkaar leuke dingen doen.
39
3
Waar kom jij vandaan?
5
Rustdag a Noem een voordeel en een nadeel van een wekelijkse rustdag. Voordeel:
Nadeel:
b Vandaag de dag is rust iets zeldzaams. Denk maar eens aan het gebruik van je mobiel. Weet jij hoeveel uur je per dag besteedt aan je mobiel? Hoeveel denk je?
c Welke regels gelden er bij jou thuis rondom het gebruik van je mobieltje?
d Wat vind je van die regels?
e Durf jij de uitdaging aan om een zondag een hele dag niet op je mobiel te kijken? Aankomende zondag gaan we klassikaal proberen om zo min mogelijk te kijken op onze mobiel. Schrijf op hoe lang je op je mobiel hebt gekeken. Misschien is het je wel gelukt om helemaal niet te kijken! Schrijf ook op of het moeilijk was om niet te kijken. De volgende les kijken we wie er het minst op zijn mobiel gekeken heeft: die heeft gewonnen!
OORKONDE
Aantal uur niet op telefoon gekeken:
Datum
40
Docent
3.2 Waar komt de mens vandaan?
3.2 Waar komt de mens vandaan? In het eerste scheppingsverhaal uit het de Bijbel staat een verklaring voor het ontstaan van de mens: God heeft man en vrouw geschapen naar zijn evenbeeld. Er zijn over de hele wereld veel mythen over het ontstaan van de mens. In zulke verhalen zulke worden antwoorden gegeven op vragen als: • • • •
hoe is de mens ontstaan? waarom verschillen de mensen zo van elkaar? wat is de zin van een mensenleven? waarom doen mensen zowel goede als slechte dingen?
Je gaat nu twee mythen lezen die op zulke vragen antwoord geven.
Verhaal uit Zuid-Amerika De goden hebben drie pogingen gedaan om een mens te scheppen. 1 De eerste keer maakten de goden mensen uit klei. Maar deze mensen uit klei waren erg lomp en onhandig. Daarom sloegen de goden hen meteen weer kapot. 2 De tweede keer maakten de goden mensen uit hout. Maar de houten mensen waren ruw en boosaardig. Dus wilden de goden ook deze houten mensen vernietigen. Maar sommige houten mensen ontsnapten naar de bossen. Daar vormden zij het volk van de apen. 3 De derde keer maakten de goden mensen uit deeg. De mensen waren knap, maar ook gemeen. De goden waren moe geworden. Ze hadden geen zin om de mensen van deeg ook weer te vernietigen. Dus lieten ze deze mensen maar leven, ook al waren ze slecht. Maar de goden namen wel maatregelen. De mensen mochten niet zó slim worden, dat ze alle geheimen van de wereld zouden kennen. Daarom zorgden de goden ervoor dat het verstand van de mensen niet te groot werd.
41
3
Waar kom jij vandaan?
6
Verhaal uit Zuid-Amerika a Je ziet hier drie tekeningen die bij het verhaal uit Zuid-Amerika horen. Welke tekening hoort bij 1, 2 of 3 uit het verhaal? Zet nummer 1, 2 en 3 bij de juiste afbeelding.
b Waarom waren de goden niet tevreden met de mensen van klei? c Waarom waren de goden niet tevreden met de mensen van hout? d Waarom waren de goden niet tevreden met de mensen van deeg?
7
Antwoorden in het verhaal uit Zuid-Amerika Het verhaal uit Zuid-Amerika geeft antwoord op vier vragen. a Hoe zijn de apen ontstaan?
b Hoe zijn de mensen ontstaan? c Waarom doen mensen slechte dingen? d Waarom weten mensen niet alles?
42
3.2  Waar komt de mens vandaan? 
Verhaal uit Afrika Twee kleine goden zaten te spelen. Ze boetseerden poppen uit klei. Ze wilden de poppen in een oven bakken om ze hard te laten worden. Een oppergod zag dat en vond dat helemaal niet goed. Hij liep op hen af, maar de twee kleine goden renden hard weg en verstopten zich. Telkens opnieuw probeerden de kleine goden kleipoppen te bakken. Maar telkens werden ze verjaagd als ze hiermee bezig waren. Hierdoor bleven enkele poppen te lang in de oven liggen. Daardoor werden ze zwart. Andere poppen kregen een bruine kleur, omdat ze er niet lang genoeg in hadden gelegen. Soms kregen de goden niet de kans om de kleipoppen in de oven te doen. Die poppen bleven dan ook wit. En zo komt het dat de mensen verschillende huidskleuren hebben gekregen.
8
Verhaal uit Afrika a Welke mensen worden bedoeld met de kleipoppen die te lang in de oven bleven liggen?
b Welke mensen worden bedoeld met de kleipoppen die niet lang genoeg in de oven bleven liggen?
c Welke mensen worden bedoeld met de kleipoppen die helemaal niet gebakken zijn in de oven?
9
Antwoorden in het verhaal uit Afrika Het verhaal uit Afrika geeft antwoord op twee vragen. a Hoe zijn de mensen ontstaan?
b Waardoor zijn er verschillen in huidskleur tussen mensen?
43
3
Waar kom jij vandaan?
Het tweede scheppingsverhaal in het O.T. In het Oude Testament is er iets vreemds aan de hand. Het eerste verhaal in dat boek gaat over de schepping van de wereld. Dit verhaal heb je hiervoor al gelezen. In het tweede verhaal wordt vooral gekeken naar de schepping van de mens. En in dat tweede verhaal staan enkele dingen die anders zijn dan in het eerste verhaal. Er staan dus twee scheppingsverhalen in de Bijbel.
De tuin van Eden 1 Toen God de aarde maakte, was er nog niets, want hij had het nog niet laten regenen. Ook waren er nog geen mensen om de aarde te bewerken. Dus maakt hij de eerste mens. Hij maakte hem van aarde. God blies de adem in de neus van de mens. En zo werd de mens een levend wezen. God noemde hem Adam. Dat betekent mens. In het oosten legde God een tuin aan, vol met heerlijk uitziende vruchten. Hij bracht de mens erheen om de tuin te bewerken. 2 Omdat Adam maar alleen was, bedacht God dat er allerlei wezens moesten komen. Hij schiep de dieren en de vogels, maar geen van hen was een goede partner voor Adam. Dus besloot hij dat er nog een mens bij moest komen. Hij liet Adam in een diepe slaap vallen en nam toen een van zijn ribben weg. Van die rib maakte God een vrouw, Eva. 3 Adam was heel blij met Eva. Samen woonden ze in de prachtige tuin. Daar zorgden ze voor de planten en dieren. Het was er een paradijs. Ze mochten alles van God. Op ĂŠĂŠn ding na. In het midden van de tuin stond een boom. De vruchten van die boom waren verboden. Als Adam en Eva daarvan zouden eten, zouden ze sterven. 4 Van alle schepsels die God had gemaakt was de slang het sluwst. Hij haalde Eva over om toch van die boom te eten. Eva deed het en haalde ook Adam over om ervan te eten. 5 God kwam erachter en werd erg boos. Adam en Eva mochten niet langer in de tuin van Eden wonen. De slang moest als straf voor altijd op zijn buik kruipen en er zou altijd vijandschap zijn tussen slangen en mensen. Voor de vrouw zou het krijgen van een kind een erg pijnlijke en levensgevaarlijke gebeurtenis worden. De man moest vanaf dat moment heel hard werken om nog aan eten te komen. De velden moet hij bewerken, de distels die er groeien met zijn blote hand eruit trekken. Ook hadden de mensen vanaf dat moment niet meer het eeuwige leven.
Paradijsverhaal, deel uit een schilderij van Jeroen Bosch.
44
3.2  Waar komt de mens vandaan? 
10
Het tweede scheppingsverhaal a In het verhaal De tuin van Eden uit het Oude Testament staan antwoorden op enkele levensvragen. Beantwoord de vragen. 1 Hoe is de eerste mens ontstaan?
2 Hoe is de eerste vrouw ontstaan?
3 Waarom gaan mensen dood?
b Wat zijn jouw antwoorden op deze levensvragen? 1 Hoe is de eerste mens ontstaan?
2 Hoe is de eerste vrouw ontstaan?
3 Waarom gaan mensen dood?
45
3
Waar kom jij vandaan?
3.3 Waar kom jij vandaan? Je hebt misschien wel eens gekeken naar een tv-programma waarin mensen op zoek gaan naar vermiste familieleden. Een voorbeeld hiervan is het verhaal van Imani. Imani is op haar tweede geadopteerd door de Nederlandse familie Jansen. Met de programmakers van Spoorloos gaat ze naar Ghana. Daar ziet ze voor het eerst haar echte (biologische) moeder.
11
Spoorloos a Waarom zou Imani graag willen weten wie haar biologische moeder is?
b Ken jij iemand die op zoek is naar zijn ouders of naar een ander familielid? Naar wie is die persoon op zoek?
Wie zijn mijn voorouders? Niet alleen mensen in een bijzondere situatie, zoals Imani, zijn nieuwsgierig naar hun afkomst. Ook wanneer je heel goed weet wie je ouders zijn, kun je heel benieuwd zijn wie je voorouders waren. Je kunt je bijvoorbeeld afvragen: • Hoe heten mijn grootouders en overgrootouders? • Waar komen mijn grootouders en overgrootouders vandaan? • Welk beroep hadden mijn grootouders en overgrootouders? Om antwoorden te vinden op zulke vragen, moet je soms veel speurwerk doen. 46
3.3  Waar kom jij vandaan? 
12
Jouw stamboom a Ga op speurtocht naar je afkomst. Hoe heten je ouders, je grootouders, de ouders van je grootouders? Misschien weet je niet alles en moet je het aan iemand van jouw familie vragen. Vul de hokjes in de tekening in.
Jouw stamboom
13
Iets speciaals a Heb jij thuis iets speciaals van je opa of oma of van een van je overgrootouders? Het gaat erom dat het iets is dat voor jou waardevol is. Iets dat je aan hem of haar doet denken. Dat kan van alles zijn, bijvoorbeeld een brief of een foto of een sieraad. Wat is het en wat betekent het voor jou?
47
3
Waar kom jij vandaan?
3.4 Tot slot 14
Jouw familie a Je kunt kiezen uit twee opdrachten: A Een interview houden met je opa of oma. B Een familiewapen ontwerpen. A Interview Je gaat een interview houden met je opa of oma. Doe dit het liefst als je een van hen ziet, maar het mag ook via de telefoon. Als je geen opa of oma meer hebt, of als het moeilijk is om hen te interviewen, interview je een van je ouders over hun vader of moeder. Hieronder staan de vragen die je in elk geval moet stellen. Je mag er zelf vragen bij bedenken. 1 Hoe heet de persoon die je geïnterviewd hebt en welke familierelatie heeft deze persoon met jou? 2 Vraag naar de geboortedatum, geboorteplaats, beroep, gezinssamenstelling, hobby's. 3 Wat is de leukste herinnering aan uw jeugd? 4 Hoe was uw middelbare schooltijd? 5 Weet u nog dat ik geboren ben? En hoe was dat voor u? 6 Wat is de belangrijkste levensles die u voor mij hebt? 7 Hebt u nog meer advies voor mij? Maak van het interview een mooi geheel. Maak of vraag om foto’s en voeg die toe aan je interview. B Familiewapen Je gaat een familiewapen maken. Daarin laat je zien uit wat voor familie je komt. 1 Maak een schild. 2 Maak een banner bovenaan het schild en zet daarin jouw familienaam, je achternaam dus. 3 Teken in je schild een afbeelding die iets zegt over jullie familie. Als je Van Eik heeft, teken je bijvoorbeeld een eikenboom. Of je tekent een dier dat bij jou of je familie past. 4 Zet in een tekst onder jouw schild een levensles of wijze raad die jouw opa of oma jou gegeven heeft, of een uitspraak die vaak gedaan wordt in jouw familie.
Familiewapen
Kies een opdracht. 48
2
Familie - lief en leed
4 Familie - lief en leed
Het vorige hoofdstuk ging onder andere over de vraag waar jij vandaan komt. Wie is jouw familie? Wat zijn de verhalen van jouw familie? Je hebt een stamboom ingevuld die vanaf jou terug de tijd in ging naar je overgrootouders.
In dit hoofdstuk leer je: • • • • •
50
over familieverbanden en jouw plaats in je familie, over jaloezie in familie, zoals in het Bijbelverhaal over Kaïn en Abel, over de stamvaders Abraham, Isaak en Jakob, over de ruzie tussen Jakob en Ismaël en het ontstaan van de Islam, over bedrogen worden en het weer goedmaken, zoals in het Bijbelverhaal over Jakob en Esau.
4.1 Familieverhalen
4.1 1
Familieverhalen Broers en zussen, ooms en tantes a Heb jij broers en zussen? Schrijf hun naam op en vertel erbij hoe oud ze zijn. Naam
Leeftijd
Naam
Leeftijd
b Heb jij ooms en tantes? Zo ja, noem er twee. Geef ook aan wat het familieverband van hen met je vader of moeder is.
2
Naam
jongere / oudere broer / zus van mijn vader / moeder.
Naam
jongere / oudere broer / zus van mijn vader / moeder.
Jouw familie Vertel over jouw familie. Waar wonen jullie? Heb je een eigen kamer? Wat is jouw positie in het gezin: ben je de oudste of de jongste? Met wie ga je veel om en met wie minder? Misschien wonen niet alle broers en zussen meer thuis? En misschien wonen er nog anderen bij jullie in huis? Het kan zijn dat je soms bij je vader en soms bij je moeder woont, omdat ze gescheiden zijn. Hoe gaat dat dan? Schrijf dit op een apart blaadje. Je kunt er ook foto's bij plakken.
51
2
Familie - lief en leed
3
Jaloers op je familie Ben je wel eens jaloers geweest op je broer of zus of op iemand anders van je familie? Schrijf op waarom je jaloers was en wat je toen hebt gedaan.
Kaïn en Abel De eerste boeken van het Oude Testament zijn eigenlijk ook een soort familieverhalen. Een onderwerp dat vaak in die familieverhalen voorkomt, is jaloezie. Het begint al met de kinderen van Adam en Eva, de broers Kaïn en Abel. Dat verhaal staat beschreven in Genesis 4.
Kaïn en Abel Adam en Eva, de eerste mensen, waren het paradijs uitgestuurd. Ze moesten nu zelf voor alles zorgen. Adam en Eva kregen een kind, een zoon. Ze noemden hem Kaïn. Later werd er nog een tweede zoon geboren, die noemden ze Abel. Kaïn werd een boer. Abel werd een herder. Op een dag legde Kaïn op een schaal wat van zijn oogst. Hij zei: ‘Ik geef dit aan God om hem te laten zien dat ik dankbaar ben.’ Abel vond het wel een goed idee. Hij legde wat vlees van de dieren die hij geslacht had op een schaal. Toen kreeg Kaïn het gevoel dat God meer naar Abel keek dan naar hem. Hij kneep boos zijn handen in elkaar en keek erg jaloers. God vroeg hem: ‘Waarom kijk je zo? Als je zo blijft kijken, ga je nog verkeerde dingen doen.’ Maar Kaïn liep weg, draaide zich nog een keer om en zei kortaf tegen Abel: ‘Kom mee.’ Toen ze samen op het veld waren, sloeg Kaïn Abel dood. Daarna liep Kaïn weg. Maar God riep hem: ‘Kaïn, waar is Abel?’ Kaïn antwoordde: 'Dat weet ik niet. Moet ik soms waken over mijn broer?' God zei: ‘Wat heb je gedaan, Kaïn? Er ligt bloed op de aarde. Vervloekt ben jij!'
4
Vragen over Kaïn en Abel Beantwoord de vragen over het verhaal van Kaïn en Abel.
a Wie werd er jaloers op wie? b Waardoor werd die persoon jaloers?
52
4.2 Stamvaders
c Wat wil de jaloerse persoon bereiken? d Hoe wil die persoon dat doen? e Lukt dat? Geef uitleg bij je antwoord.
5
Leerverhaal a God vraagt aan Kaïn: Waar is Abel? Waarom stelt God volgens jou die vraag aan Kaïn?
b Wat antwoordt Kaïn?
c Wat vind je van dit antwoord? Geef uitleg bij je antwoord.
d Het verhaal van Kaïn en Abel wordt ook wel 'leerverhaal' genoemd. Wat zou het ons kunnen leren?
4.2 Stamvaders Je hebt al geleerd dat de eerste boeken van het Oude Testament eigenlijk een soort familieverhalen zijn. In veel van die verhalen speelt Abraham een belangrijke rol. Abraham krijgt een zoon: Isaak. En Isaak krijgt een zoon: Jakob. In het Oude Testament worden Abraham, Isaak en Jakob de stamvaders (aartsvaders) van het Joodse volk genoemd.
53
2
Familie - lief en leed
Nomaden In het boek Genesis uit het Oude Testament staat dat Abraham is geboren in de stad Ur. Die plaats ligt nu in Irak. Zijn vader Terach besluit om met zijn familie en hun vee naar het noorden te trekken. De families leven in die tijd als nomaden. Dat wil zeggen dat ze van de ene plaats naar de andere trekken, op zoek naar gebieden waar eten en drinken is voor henzelf en hun vee. Na een lange tocht gaat de familie van Abraham wonen in Haran. Deze plaats heet nu Harran / Charan en ligt in Turkije bij de grens met Syrië . Daar krijgen Abraham en zijn vader volgens joodse en islamitische verhalen een flink meningsverschil.
6
Een andere mening a Heb jij wel eens een andere mening dan je vader of moeder? Vertel er kort over.
b Wat doen jij en je vader of moeder als jullie het niet met elkaar eens zijn? Beschrijf dit kort.
Geloof Abraham en zijn vader Terach krijgen een meningsverschil over het geloof. Net als de meeste mensen in Haran aanbidt Terach meerdere goden, zoals de zon, de maan en de sterren. Hij offert aan godenbeelden. Maar Abraham is ervan overtuigd dat er maar één, onzichtbare God bestaat, één Almachtige aan wie de zon, de maan en de sterren hun bestaan te danken hebben. Abraham krijgt van God de opdracht krijgt om Haran te verlaten. Hij moet op weg gaan naar een land dat God hem zal wijzen. In dat nieuwe land zal hij de stamvader van een 54
4.2 Stamvaders
groot volk worden. Abraham vertrouwt erop dat het goed is om God te gehoorzamen. Samen met zijn vrouw Sara en al hun bezittingen gaat hij op reis naar 'het beloofde land'. Na een lange reis komen ze in Kanaän, een gebied waar nu de landen Israël en Palestina liggen. Abraham gelooft dat hij zijn bestemming heeft bereikt en gaat wonen in de buurt van de plaats Sichem. Die stad heet nu Nablus en ligt op de Westelijke Jordaanoever in Palestina. Ka sp isc he Z
TURKIJE
ee
Haran Nineve
CYPRUS
Assur
e
Ze
ris Tig
SYRIË LIBANON Damascus
Sichem Jeruzalem ISRAËL
Eu
fra
Jordaan
e
ds an ell d d Mi
IRAN
at
Babel
IRAK
Dode Zee JORDANIË
Ur
Rietzee Memphis Sinaï
SAOEDI-ARABIË
r zi
Nijl
Pe
EGYPTE
sc
h
e
Rode Zee
7
0
100
200 km
Go
lf
De route van Abraham a Teken op de kaart wat de route van Abraham was volgens het verhaal in Genesis. b Scan de QR-code voor het werkblad. Hoeveel kilometer heeft Abraham ongeveer gereisd? Volg de aanwijzingen op het werkblad om dit uit te rekenen.
Isaak en Ismaël Wanneer Abraham een aantal jaren in Kanaän woont, maakt zijn vrouw Sara zich zorgen. Hoe kan Abraham nu de stamvader van een groot volk worden als zij helemaal geen kinderen hebben? En de tijd dringt! Abraham wordt steeds ouder en Sara lijkt onvruchtbaar. De enige oplossing die zij kunnen bedenken is dat Abraham een kind verwekt bij Hagar, de slavin van Sara. Volgens de gewoonten van die tijd werd dat kind dan de wettige opvolger van Abraham. En zo gebeurt het. Hagar wordt zwanger en zij baart een zoon: Ismaël. Maar enkele jaren later bevalt Sara toch nog van een kind. Het is een zoon die de naam Isaak krijgt. Dan ontstaat er een familieruzie over de vraag wie de belangrijkste zoon is. Wie is de wettige opvolger van Abraham? 55
2
Familie - lief en leed
Sara is de wettige vrouw van Abraham. Zij vindt dat haar zoon, Isaak dus, de erfgenaam van Abraham moet zijn. Hagar vindt dat haar zoon, Ismaël dus, als oudste zoon het eerstgeboorterecht heeft en daarmee het recht op de grootste erfenis. Abraham weet niet voor wie hij moet kiezen. Maar dan hoort Abraham weer de stem van God. Deze stem zegt hem dat hij afscheid moet nemen van Hagar en Ismaël. Hij moet hen wegsturen. God zegt er wel bij dat ook Ismaël de stamvader van een volk zal worden. Zo worden Isaak en Ismaël dus allebei de stamvader van een groot volk. Volgens het verhaal in Genesis is Isaak een van de stamvaders van het Joodse volk; volgens het verhaal in de Koran is Ismaël een van de stamvaders van het Arabische volk.
Abraham: vader van alle gelovigen Abraham is niet alleen voor het Joodse volk belangrijk als stamvader, maar ook voor de moslims en de christenen. Hij wordt ook wel 'vader van alle gelovigen' genoemd. Voor joden, christenen en moslims is hij het grote voorbeeld van de gelovige die luistert naar de stem van God. Er staat een beroemd verhaal in het Oude Testament dat laat zien hóe ver Abraham gaat in het luisteren naar de stem van God. Abraham krijgt van God de opdracht om zijn zoon Isaak te offeren. Abraham gehoorzaamt. Hij bindt Isaak vast, pakt zijn mes en heft zijn arm omhoog om zijn zoon te doden. Maar een engel houdt hem tegen en zegt: 'Dood je zoon niet! God heeft nu gezien hoe groot je geloof is.' Abraham pakt dan een ram en offert het dier in plaats van zijn zoon. Volgens de Koran was Ismaël de zoon die bijna werd geofferd.
8
Isaak en Ismaël a Wat zijn Ismaël en Isaak van elkaar? Welke familieband hebben ze? b Bekijk de foto. Wat wil de fotograaf met deze foto duidelijk maken, denk je?
56
4.2 Stamvaders
9
Jodendom en islam Het verhaal van Abrahams offer speelt ook en belangrijke rol in de islam en in het jodendom. Beide religies hebben zelfs twee feesten die naar dit verhaal verwijzen. a Het offerfeest Moslims vieren het offerfeest. Volgens de Koran was het niet Isaak, maar Ismaël die bijna door zijn vader werd geofferd.
Scan de QR-code voor meer informatie en een opdracht hierbij. b Joods nieuwjaar (Rosj Hasjana) Bij het joodse nieuwjaar wordt op een ramshoorn geblazen. Dit verwijst naar de ram dat Abraham in plaats van zijn zoon offerde.
Scan de QR-code voor meer informatie en een opdracht hierbij.
57
2
Familie - lief en leed
Jakob en Esau Isaak trouwt met Rebekka. Ze krijgen een tweeling, Esau en Jakob. Esau is de lievelingszoon van Isaak, maar Rebekka geeft meer om Jakob. Jakob is de jongste van de twee. Toch wordt hij, en niet Esau, stamvader van het Joodse volk. Maar dat is niet zonder problemen gegaan. Hoe dat ging, lees je in het verhaal hieronder. Maar eerst moet je iets weten over een joodse traditie. Volgens die traditie had de oudste zoon meer rechten dan zijn jongere broers. Hij kreeg het grootste deel of zelfs de hele erfenis. Hij werd leider van de andere familieleden. Dit eerstgeboorterecht gaf de vader officieel aan zijn oudste zoon door een zegen uit te spreken: hij wenste hem met God het beste voor de toekomst.
Jakob en Esau Ook het verhaal van Jakob en Esau staat in het boek Genesis van het Oude Testament. Hieronder in de vorm van een rollenspel. Er zijn vijf leerlingen nodig voor de rollen van verteller, Isaak, Rebekka, Esau en Jakob. Speel het gesprek na.
58
Verteller (m/v)
Rebekka
Isaak
Esau
Jakob
4.2 Stamvaders
De tweelingbroers Esau en Jakob zijn ongeveer veertig jaar oud. Vader Isaak is al oud en blind. Het wordt tijd om eens met zijn oudste zoon Esau over de toekomst te praten. Op een bepaald moment zijn Isaak en Esau alleen. Ze weten niet dat Rebekka in de buurt is. Esau, luister eens. Ik moet met je praten. Nu even niet, vader, ik moet nog weg. Wat ga je nog zo laat in de middag doen? Het wordt bijna donker. Ik ga nog even jagen. De herten komen nu juist bij het water drinken. We hebben al een hele tijd geen wild gegeten. Goed idee, ik heb wel trek in een lekker stuk vlees. En pluk dan ook wat van die bessen. Die smaken er lekker bij. Als we gegeten hebben, heb ik je iets heel belangrijks te zeggen. Goed? Maar waarover wil je me dan spreken? Je weet, ik ben oud. Ik zal niet lang meer leven. En ik wil met je praten over mijn opvolging. Jij bent tenslotte mijn oudste zoon. Wanneer we samen gegeten hebben, zal ik zorgen dat jij het hoofd van de familie wordt. Goed, tot straks, vader. Esau ging snel weg. Jagen vond hij geweldig. Over zijn rechten en plichten als oudste maakte hij zich meestal niet zo druk. Maar nu was dat anders. Je vader opvolgen? De belangrijkste in de familie zijn? Dat leek hem wel wat. Maar Esau was helemaal vergeten wat er een tijdje geleden was gebeurd. Toen hij een keer thuis kwam, had Jakob linzensoep gekookt. Esau had enorme honger, omdat hij hard gewerkt had. Hij wilde maar één ding: eten, eten en nog eens eten. En toen bedacht Jakob een slim plan. ‘Zullen we ruilen? Jij de linzensoep en ik de rechten van de oudste zoon? Dan word ik de baas van de familie.’ ‘Mij best’, had Esau gezegd. Die rechten interesseerden hem toen veel minder dan het bord soep. Rebekka had het gesprek tussen Isaak en Esau gehoord. Ze ging direct naar Jakob toe en vertelde hem alles. Jakob, we moeten snel iets doen. We moeten twee lammetjes laten slachten. Dan gaan we een jachtschotel voor je vader maken. Isaak is blind, dus hij ziet het verschil toch niet. En dan maakt hij jóu de baas van de familie. Ja maar, dat merkt vader toch zo. Lamsvlees smaakt heel anders dan wild. En als ik iets zeg, dan hoort hij direct dat het mijn stem is. Bovendien heeft Esau enorm veel haar op zijn armen en handen, dat voelt vader meteen als hij mij aanraakt.
59
2
Familie - lief en leed
Daar vinden we wel wat op. We doen veel peper en zout en allerlei andere kruiden door het eten. Dan smaakt zelfs lamsvlees net als reerug. Maar dat haar dan? En mijn stem? Je trekt gewoon wat oude kleren van Esau aan. Als je vader die ruikt, zal hij denken dat jij Esau bent. We plakken gewoon wat geitenhaar op je armen. Hij kan het niet zien, want hij is blind. Hij zal het echt niet merken. En praat maar met een zware stem. Dan lijk je op Esau. Zo gebeurde het. Rebekka en Jakob voerden hun plan uit. Jakob zag er wel raar uit toen hij bij zijn blinde vader Isaak kwam. Vader, hier ben ik. Esau, je oudste zoon. Is er wat met je stem? Je praat zo raar? Kom eens bij me zitten. Nee hoor. Alles is goed. Gewoon een beetje verkouden geworden tijdens het jagen. Ik heb een jachtschotel voor je gemaakt. Door de heerlijke vleesgeur werd Isaak afgeleid. Hij merkte niet dat hij met Jakob zat te praten in plaats van met Esau. Na de heerlijke maaltijd zei Isaak tegen Jakob dat hij het hoofd van de familie zou worden. Luister mijn zoon: onze God heeft mijn vader Abraham en mij beloofd dat het goed met ons zal gaan. Zo zal hij ook aan jou een goede toekomst geven. Het zal je goed gaan in het land waar je woont. Ook met je dieren en met de mensen van wie je houdt, zal het goed gaan. God zal je beschermen tegen alle kwaad. Dat belooft God aan jou, mijn zoon. Ik zegen je. Bedankt vader. Met deze zegen weet ik zeker dat we een goede toekomst zullen hebben. Jakob nam afscheid en ging snel naar zijn moeder Rebekka. Het ging goed, moeder. Ik ben nu leider van de familie. En vader heeft me beloofd dat het goed met ons zal gaan. Mij kan niets gebeuren. God zal voor mij zorgen. Jakob was net weg, toen Esau met zijn jachtschotel aankwam. Hij was nog doodmoe. Eerst een hert schieten en villen. Dat is een heel karwei. En daarna moest hij nog zo’n vleesschotel maken. Hij was er een paar uur mee bezig geweest.
60
4.2 Stamvaders
Vader, kijk eens, je lievelingsgerecht. Nee dank je, ik heb al gegeten... Wat is dat nou: ik had toch beloofd een jachtschotel voor je te maken! Ja, maar Esau, die heb ik toch al van je gehad. En ik heb je daarna verteld dat je leider van de familie wordt en dat God goed voor je zal zorgen. Hoe kan dat nou? En toen kwamen Isaak en Esau erachter wat Jakob had gedaan. Die bedrieger! Esau zag opeens wat de gevolgen waren: Jakob was de baas en niet hij. Aan Jakob was beloofd dat hij een goede toekomst zou hebben, maar niet aan hem. Esau was woedend en teleurgesteld tegelijk. Vader, alsjeblieft, zegen mij ook! Dat kan niet, mijn zoon, ik kan maar één keer zo’n zegen geven. Maar kom hier. Jij blijft mijn oudste. Ook voor jou zal de toekomst goed zijn. God laat niemand in de steek. Ook zonder die belofte is er voor jou een toekomst weggelegd. Esau liep woedend weg, op zoek naar zijn broer. Jakob heeft mij nu al twee maal bedrogen. Eerst toen het ging over mijn rechten als oudste zoon en nu bij de zegen van mijn vader. Waar is hij? Ik ga hem vermoorden! Maar Esau kon zijn broer niet vinden. Op advies van zijn moeder was Jakob gevlucht.
Verzoening In het boek Genesis wordt verteld wat Jakob jaren later deed om het weer goed te maken met Esau. Jakob wilde namelijk weer terug naar zijn geboorteland, maar hij was bang dat Esau hem nog steeds wilde vermoorden. Hij stuurde daarom heel veel geiten, schapen en kamelen naar Esau in de hoop dat zijn broer niet kwaad op hem zou blijven. Toen hij zelf bij Esau aankwam, ontving die hem met open armen. En niet vanwege het grote cadeau, maar omdat hij zo blij was zijn broer Jakob weer te zien.
61
2
Familie - lief en leed
10
Bedrogen en weer goedgemaakt De volgende vragen gaan over jezelf. Neem even de tijd om na te denken en schrijf dan de antwoorden op.
a Door wie ben jij wel eens bedrogen? Zo ja, vertel wat er gebeurde.
b Heeft degene die jou heeft bedrogen, later geprobeerd het goed te maken? Zo ja, hoe heeft hij of zij dat proberen te doen?
c Hoe heb jij daarop gereageerd?
4.3 Tot slot  11
De stamboom van Abraham
Vul de stamboom van stamvader Abraham in. Alle antwoorden staan in de verhalen uit het boek Genesis die je in dit hoofdstuk gelezen hebt. 62
5
Dromen
5 Dromen
Iedereen droomt, dus jij ook. Je droomt meestal 's nachts, als je slaapt. Soms onthoud je je dromen, soms niet, en dan lijkt het net alsof je niet gedroomd hebt. Maar ieder mens droomt enkele malen tijdens zijn slaap. Je kunt ook dromen als je wakker bent: je bent dan aan het dagdromen. Dit hoofdstuk gaat over dromen en over een beroemde 'dromer' uit het Oude Testament: Jozef.
In dit hoofdstuk leer je: • over dromen tijdens je slaap en dagdromen. • over Jozef, de dromer die ook goed dromen kon uitleggen. • over toekomstdromen van verschillende mensen, vroeger en nu, over jouw eigen toekomstdromen.
64
5.1 Allerlei dromen
5.1
Allerlei dromen Allerlei dromen Dromen kunnen gaan over wat je hebt meegemaakt of over wat zou kunnen gebeuren. Hieronder vertellen enkele jongeren over hun dromen.
A Tessa Dromen vind ik heerlijk. Slapen is ook mijn grote hobby. Dromen kunnen me dagen bezig houden. Soms onthoud ik heel goed wat ik droom. Andere keren weet ik ze niet meer. Ik droom over van alles: rijk worden, lekker eten, een spetterende vakantie of een leuke kamer... maar of mijn dromen ook echt zullen uitkomen?
B Asif Mijn droom is al jaren dezelfde. Ik hoop ooit nog eens mijn vader te ontmoeten. Ik weet niet waar hij is. Vlak nadat ik geboren ben, is hij vertrokken. Volgens mijn moeder naar Marokko. Maar verder weet ik niets. Mijn moeder weet het ook niet. Ik heb nog niet echt gezocht. Later, als ik klaar ben met mijn opleiding, ga ik alles eens op een rijtje zetten. Ik weet zeker dat ik hem vind. Mijn droom komt uit, dat weet ik zeker, daar zorg ik voor!
C Havva Als ik slaap duikt heel vaak een erg leuke jongen in mijn droom op. Hij draagt steeds dezelfde kleren en wil altijd naar me toekomen. Maar helaas, als hij wat wil gaan zeggen, word ik plotseling wakker. En dat maakt me dan een beetje boos, want ik ben heel nieuwsgierig wat hij wil zeggen. Mijn vriendin zei dat die droom misschien iets zegt over later, dat die jongen misschien degene is met wie ik later ga trouwen.
D Kyra Ik had vannacht een heel enge droom. De jongen op wie ik al een tijdje verliefd ben, appte me dat hij een zeldzame ziekte had en binnen een paar dagen dood zou gaan. Ik moest natuurlijk huilen en was helemaal in de war. Toen hij later dood was, ben ik naar de begrafenis gegaan en daar stortte ik helemaal in. Toen ik wakker werd was mijn kussen nat van tranen. Ik vind het eng zo te dromen en ben bang dat zoiets in het echt zal gebeuren.
65
5
Dromen
E Carl Ik heb dit jaar de kans gehad om met een organisatie naar Oeganda te gaan. We hebben scholen bezocht en projecten om kinderen te helpen die besmet zijn met hiv. Daar heb ik echt gezien hoe moeilijk kinderen het hebben, zeker als je het vergelijkt met het leven in Nederland. Mijn droom is om later na mijn opleiding in zo'n land te gaan werken. Dan hoop ik samen met anderen veel te kunnen doen. Ook dรกรกr zijn er kinderen die dromen dat ze later dokter of leraar worden. Ik wil eraan meewerken hun droom te laten uitkomen, dat lijkt me fantastisch.
1
Wat heb jij gedroomd? a Kun jij je herinneren wat je hebt gedroomd toen je sliep? Beschrijf kort wat je droomde.
b Waarom zou je dit gedroomd hebben? Probeer er een verklaring voor te geven.
Dromen tijdens je slaap Iedereen droomt tijdens zijn slaap. De ene keer weet je nog wat je gedroomd hebt als je wakker wordt. De andere keer ben je jouw droom meteen vergeten. Dromen kunnen over heel verschillende dingen gaan. Soms ben je ergens helemaal vol van en denk je aan niets anders. Bijvoorbeeld als je verliefd bent, of als je vlak voor een belangrijk proefwerk zit. Maar ook wanneer je op vakantie gaat, of naar een nieuwe klas of school. Dat komt dan vaak op een of andere manier terug in je droom. Soms zijn dromen leuk, maar niet altijd. Je kunt ook een nachtmerrie hebben, een droom waarin enge dingen gebeuren en die je angstig en onzeker maakt. Dan ben je 's morgens blij dat je wakker wordt en hoop je maar dat dromen bedrog zijn.
66
5.1 Allerlei dromen
Dagdromen Dromen doen we vooral 's nachts als we slapen. Maar je kan ook dromen als je wakker bent. Je droomt bijvoorbeeld weg over die leuke jongen of over het beslissende doelpunt dat je in de wedstrijd van morgen gaat maken. Of je droomt over de toekomst. Hoe zal je leven er later uitzien? Wat voor werk ga je later doen? Ben je later rijk? Misschien droom je wel eens over een betere wereld of een schoner milieu. Tijdens je dagdromen kan je over een mooie toekomst fantaseren. Maar de toekomst kan ook een zwart gat zijn. Je bent bang voor wat er zou kunnen gebeuren. Daarvan kun je in de put raken, soms zo erg dat je anderen nodig hebt om weer verder te kunnen. Maar je bepaalt voor een deel ook zelf hoe je toekomst er zal uitzien. Je kunt er zelf aan werken om je dromen uit te laten komen.
2
Dagdromen of dromen in je slaap? a Lees de vijf dromen in de tekst nog eens. Welke droom hoort bij 'dromen tijdens je slaap' en welke bij 'dromen als je wakker bent'? Dromen tijdens je slaap
Dromen als je wakker bent
• Tessa
□
□
• Asif
□
□
• Havva
□
□
• Kyra
□
□
• Carl
□
□
b 'Dromen zijn bedrog' zeggen veel mensen. Denk jij dat ook? Licht je antwoord toe.
67
5
Dromen
5.2 Jozef, de dromer  In het Oude Testament staat een verhaal van iemand die veel droomde en die ook heel goed dromen uit kon leggen. Het is het verhaal van Jozef, een zoon van aartsvader Jakob.
3
Jozef Bekijk de tekeningen en lees het verhaal van Jozef, stukje voor stukje. Jozef droomt dat hij meer is dan zijn broers. | De jaloerse broers verkopen Jozef aan een handelaar. | Jozef krijgt problemen met de vrouw van de ambtenaar. | Jozef legt de droom van de farao uit. | Jozef zorgt dat er een grote voorraad graan is. | De broers van Jozef buigen voor hem op zijn troon. Welke zin past bij het best bij het stukje tekst en de tekening? Zet deze zin op de juiste plek.
Jozef droomt veel en hij vindt het leuk om de inhoud van die dromen in geuren en kleuren aan zijn oudere broers te vertellen. Die ergeren zich vreselijk aan Jozef, omdat hij in zijn dromen altijd de baas over hen speelt. Zo droomt hij bijvoorbeeld dat de korenschoven van zijn broers voor zijn bundel met koren buigen. Hij droomt later zelfs dat de zon, maan en sterren voor hem buigen. Tekening 1: Het ging toch al niet zo goed tussen Jozef en zijn tien oudere broers. Jozef vertelde allerlei verhalen over zijn broers aan hun vader Jakob. De broers waren jaloers op Jozef, omdat ze vonden dat Jakob hem vaak voortrok , bijvoorbeeld door hem een mooie jas te geven. Op een dag hebben de broers er genoeg van. Ze verkopen Jozef als slaaf aan een handelaar die naar Egypte gaat. Tegen Jakob zeggen ze dat een wild dier hem verscheurd heeft. Tekening 2: De handelaar verkoopt Jozef als slaaf in de huishouding van een hoge ambtenaar. De vrouw van de ambtenaar probeert hem te verleiden, maar Jozef wijst haar af. De vrouw doet daarna net alsof Jozef haar wilde verkrachten. Door die valse beschuldiging komt Jozef in de gevangenis terecht.
Tekening 3: 68
5.2  Jozef, de dromer 
In de gevangenis legt Jozef de dromen van andere gevangenen uit. En steeds komt uit wat hij zegt. Op een dag heeft de farao (de koning van Egypte) een bijzondere droom, over zeven vette en zeven magere koeien. Hij droomt ook over zeven volle rijpe korenaren en zeven dunne uitgedroogde korenaren. Hij laat Jozef uit de gevangenis halen om deze dromen uit te leggen. Jozef zegt dat de dromen een waarschuwing zijn: na zeven jaar van voorspoed zullen er zeven jaren van hongersnood komen. Daarom moet de farao graan opslaan als voorraad voor later. Tekening 4: De farao vindt dat een goed plan en wil dat Jozef het gaat uitvoeren. Hij maakt hem minister. In zeven jaar tijd zorgt Jozef ervoor dat er enorm veel graan wordt opgeslagen. Dan breken de zeven slechte jaren aan. In alle landen is er hongersnood. Maar de mensen in Egypte hebben genoeg te eten.
Tekening 5: De familie van Jozef heeft ook honger. Vader Jakob stuurt daarom zijn zonen naar Egypte om eten te kopen. De broers herkennen Jozef niet meteen. Ze buigen diep voor hem. Jozef is blij dat hij zijn broers weer ziet en vertelt hun dat hij hun broer is. Hij vraagt of ze ook de rest van de familie naar Egypte willen halen. Jozef zal dan voor hen zorgen.
Tekening 6:
4
Levend schilderij a De klas wordt verdeeld in 6 groepjes. Elk groepje gaat een van de tekeningen uit de opdracht over Jozef uitbeelden in een 'levend schilderij' (tableau vivant). Lees de tekst over Jozef nog een keer goed en kies met je groepje een deel van het verhaal uit. Beeld het uit. Het moet voor de rest van de klas duidelijk zijn welk deel van het verhaal jullie uitbeelden.
69
5
Dromen
5.3 Dromen over de toekomst Jozef droomde veel tijdens zijn slaap. Zijn dromen werden werkelijkheid. Zo gingen zijn broers jaren later inderdaad voor hem buigen. Jozef kon ook de dromen van anderen uitleggen. De dromen van de farao over de zeven vette en de zeven magere jaren kwamen ook uit. Gelukkig had de farao het advies van Jozef gevolgd en graan laten opslaan. Daardoor werd Jozef een belangrijke man in Egypte en kon hij tijdens de hongersnood zijn familie helpen. De dromen die Jozef en de farao tijdens hun slaap hadden, voorspelden dus de toekomst. Ook je dagdromen kunnen in de toekomst uitkomen. Heb je daar zelf invloed op, of is het gewoon toeval als dat zo is? Stel: je droomt van een bepaald beroep of van een bepaalde ideale toekomst, zou je er dan zelf voor kunnen zorgen dat die droom werkelijkheid wordt? Hierna volgt het voorbeeld van iemand die geloofde dat het kon.
Martin Luther King Martin Luther King (1929-1968) was een zwarte dominee in de Verenigde Staten. In die tijd werden in Amerika blanke en zwarte mensen niet gelijk behandeld. Ze hadden niet dezelfde mogelijkheden en rechten. Ze leefden zelfs grotendeels gescheiden van elkaar, aparte scholen, aparte wijken in een stad, zelfs aparte openbare toiletten voor blanke en zwarte mensen. Martin Luther King wilde aan die ongelijkheid en apartheid een einde maken en streed voor gelijke burgerrechten voor blank en zwart in Amerika. Tijdens een grote demonstratie in Washington sprak hij over 'een ander en beter Amerika'. Die toespraak is beroemd geworden, vooral door de woorden: 'I have a dream ...' die King steeds herhaalde.
I have a dream Ik heb een droom dat eens op een dag ons volk zal leven naar de woorden waarin we geloven: dat alle mensen gelijk zijn geschapen. 'Ik heb een droom dat eens op de rode heuvels van Georgia de zonen van vroegere slaven en de zonen van vroegere slaveneigenaars als broeders aan één tafel zullen zitten. 'Ik heb een droom dat zelfs de staat Mississippi, een staat die verstikt is in onderdrukking, veranderd zal worden in een oase van vrijheid en recht. 'Ik heb een droom dat eens mijn vier kleine kinderen zullen leven te midden van een volk dat hen niet zal beoordelen naar de kleur van hun huid, maar naar de inhoud van hun karakter.
70
5.3 Dromen over de toekomst
5
I have a dream Scan de QR-code en luister naar de toespraak van Martin Luther King. a 'I have a dream', zegt Martin Luther King: 'Ik heb een droom'. Welke droom heeft Martin Luther King?
b Na de zin 'I have a dream' noemt Martin Luther King een paar dingen waarvan hij vindt dat elk mens, blank en zwart, er recht op heeft. Noem er twee.
Later werd de situatie in de Verenigde Staten beter. In 2009 kregen de VS zelfs een president die niet blank was: Barak Obama.
Barack Obama Barack Obama is de zoon van een Afrikaanse vader met een donkere huidskleur en een blanke Amerikaanse moeder. Zijn moeder voedt hem in haar eentje op. Als zijn vader doodgaat bij een verkeersongeluk, besluit Obama op zoek te gaan naar zijn afkomst . Via Kansas en Hawaï reist hij uiteindelijk naar Kenia, waar hij zijn Afrikaanse familie ontmoet. Hij leert veel van wat zijn familie is overkomen en hij neemt zich voor het zelf anders te doen. Dat was het begin van een fantastische carrière als advocaat, senator en uiteindelijk president. Hij werd de 44e president van de Verenigde Staten (2009 - 2017), de eerste president met een getinte huidskleur.
Barack Obama als president
71
5
Dromen
6
Barack Obama a In de persoon van Barack Obama is een deel van de droom van Martin Luther King uitgekomen. Noem twee voorbeelden waaraan je dat kunt zien.
Dromen over de toekomst De meeste mensen dromen wel eens over de toekomst. Die dromen hangen vaak samen met je leeftijd. Als je jong bent, droom je bijvoorbeeld van de opleiding of het werk dat je later wilt gaan doen. Als je bejaard bent, droom je daar waarschijnlijk niet meer over.
7
Waarvan droom je op welke leeftijd? a Waarvan droomde je toen je 10 was? Wat verwachtte jij toen? Herinner je je nog waar je toen van droomde? En wat droom je, denk je, als je 15 bent? Zet achter elke leeftijd wat je dromen (verwachtingen) zouden kunnen zijn als je zo oud bent. Je begint bij 10 jaar. En je eindigt bij 80 jaar. Je kunt denken aan onderwerpen als vriendschap, liefde, opleiding, geld, relatie, gezondheid, beroep, vakantie, hobby, of aan iets wat je graag een keer wilt doen of meemaken. Kun je je moeilijk voorstellen wat iemand van 40 of van 80 jaar zou kunnen dromen? Denk dan bijvoorbeeld aan je ouders of grootouders.
Leeftijd 10
15
25
40
65
80
72
dromen / verwachingen
5.3 Dromen over de toekomst
8
Dromen over je beroep a Je ziet hier een lijst met 15 beroepen. Ze staan in de mannelijke vorm, maar een vrouw kan dat beroep natuurlijk ook hebben. • • • • • • • •
automonteur buschauffeur computerdeskundige dierenverzorger fotograaf fotomodel journalist kok in een restaurant
• • • • • • • •
leraar meubelmaker militair modeontwerper politieagent schilder topsporter tuinder
• • • • • •
tv-presentator verpleegkundige voetbaltrainer winkelier zanger/zangeres iets anders, namelijk
Welk beroep is echt 'een droom' voor jouw toekomst? a Kies er twee uit de lijst. b Geef aan waarom je deze beroepen kiest. c Geef aan hoe je denkt dat je jouw keuze werkelijkheid kunt laten worden. Welke opleiding moet je kiezen na het vmbo? Wat moet je ervoor doen, of er juist voor laten?
73
5
Dromen
9
Jouw toekomstdroom Over wat voor toekomst droomt jouw klasgenoot? Raad dat van elkaar. a Maak een poster met jouw toekomstdroom. Daarop laat je met plaatjes, symbolen en woorden zien wat jij van jouw toekomst hoopt. Denk aan opleiding, beroep, wonen, liefde, kinderen, huisdieren. Zorg dat niemand van je klasgenoten ziet wat je maakt. Schrijf ook niet je naam op de poster. Lever de poster in bij je docent. b Voor in de klas ligt nu de stapel posters met jullie toekomstdromen Een leerling pakt de bovenste poster en laat hem aan de klas zien. De leerling vertelt wat hij ziet op de poster en probeert te raden welke klasgenoot hem heeft gemaakt. Als dit na twee keer raden nog niet gelukt is, mogen anderen helpen. Als de naam van de leerling wordt geraden, mag hij/zij uitleg geven over zijn/haar toekomstdromen. Daarna komt deze leerling naar voren en pakt de volgende poster van de stapel. Raad elkaars toekomstdroom.
5.4 Tot slot Dromen van een betere wereld Dromen over de toekomst kunnen ook over anderen gaan dan jijzelf. Bijvoorbeeld over jouw favoriete sportclub. Dromen kunnen ook gaan over hoe mensen met elkaar omgaan. Denk maar aan de droom van Martin Luther King. Of over een wereld waarin niemand meer honger heeft. Of over een wereld zonder oorlogen. Of over....
10
Groepspresentatie 'De toekomst van de wereld' a Maak samen een presentatie over de toekomst van de wereld. Wat verwachten jullie? Denk aan zowel goede als slechte voorspellingen. Wat hopen jullie? Van welke toekomstige wereld dromen jullie? • • • • •
Maak groepjes van vier leerlingen voor een groepspresentatie. Ga eerst brainstormen. Als jullie weten waar jullie presentatie over zal gaan, ga je informatie verzamelen. Daarna orden je die informatie en ga je de presentatie maken. Gebruik zowel kernwoorden als afbeeldingen in de presentatie.
Presenteer jullie toekomstverwachting van de wereld aan de overige klasgenoten. Zorg ervoor dat elk groepslid bij de presentatie wat vertelt.
74
6
Vrijheid en regels
6 Vrijheid en regels
In Nederland leven we in vrijheid We hebben met elkaar regels afgesproken, die ervoor zorgen dat we in vrede en vrijheid met elkaar kunnen leven. Niet iedereen op deze wereld leeft in vrijheid. In verschillende landen is er hongersnood of oorlog. Mensen kunnen daardoor niet meer in hun land blijven wonen. Ze gaan naar een ander land waar wel vrede is of eten en drinken. Als vreemdelingen wonen zij vaak eerst in een vluchtelingenkamp. Ze wachten daar op meer hulp.
In dit hoofdstuk leer je: • [bg] wat het betekent om in vrijheid te leven, • [bg] over het Joodse volk in Egypte: de onderdrukking door de farao, hun leider Mozes en de bevrijding, • [bg] over Pesach, het Joodse feest van die bevrijding, • [bg] waarom regels en afspraken nodig zijn, • [bg] over de Tien Leefregels (de Tien Geboden) in het Oude Testament, • [bg] over leefregels die nu voor mensen belangrijk zijn.
76
6.1 Vrijheid
6.1
Vrijheid In het hoofdstuk Dromen zagen we dat de familie van Jozef moest vluchten uit hun land Israël omdat er niet genoeg te eten was. Als vreemdelingen gingen zij wonen in het buurland Egypte. Daar was wel voldoende eten. Jozef had een hoge positie aan het hof van de farao in Egypte. Hij kon daardoor goed voor zijn familie zorgen.
1
Vluchtelingenkamp Scan de QR-code en kijk naar de video over het leven in een vluchtelingenkamp.
a Vergelijk het leven in een vluchtelingenkamp met jouw leven. Noem drie verschillen. • • •
b Wat zou jij het meest missen als je vanuit Nederland naar een ander land moet vluchten?
Onderdrukking De familie van Jozef woont eerst als vreemdelingen in Egypte. Ze voelen zich welkom en blijven daar wonen. Ze leven er in vrijheid. In een paar honderd jaar groeit de familie van Jozef uit tot een heel volk: de Israëlieten (het Joodse volk). De farao die dan de baas is, vertrouwt die grote groep vreemdelingen niet meer. Als het zo doorgaat, zijn er meer Israëlieten dan Egyptenaren! Deze farao weet niet meer wie Jozef is geweest en wat hij voor Egypte heeft gedaan. Hij laat de Israëlieten als slaven werken. De Israëlieten leven nu niet meer in vrijheid. Zij moeten hard werken voor de farao. Maar het is nog niet genoeg. De farao wordt bang dat het steeds groter wordende Joodse volk in opstand zal komen. Daarom bedenkt hij maatregelen om een opstand te voorkomen.
2
Maatregelen van de farao
Maatregel 1
Maatregel 2
Welke twee maatregelen neemt de farao van Egypte om een opstand van het Joodse volk te voorkomen? In de zinnen ontbreken woorden. Ze staan hier als rebus. Los de rebus op. Maatregel 1: De farao laat alle
erg hard werken. Zij moeten
Maatregel 2: Vlak na de geboorte worden alle
bouwen.
gedood. Zij worden in de rivier de
gegooid. 77
6
Vrijheid en regels
Exodus Het verhaal van de slavernij in Egypte wordt verteld in het tweede boek van de Bijbel, Exodus. Het verhaal stopt gelukkig niet met de onderdrukking van het Joodse volk. Het volk wordt uiteindelijk bevrijd uit Egypte en maakt een tocht door de woestijn naar het land dat God hun beloofd heeft. Daar komt de titel van het boek Exodus vandaan. Exodus betekent ‘uittocht’.
3
Het verhaal van Mozes a In het verhaal van de bevrijding uit de slavernij van Egypte speelt Mozes een belangrijke rol. Hieronder is het verhaal in vijf stukken verdeeld. Deze stukken staan door elkaar. Zet het verhaal in de goede volgorde. Mozes denkt lange tijd dat hij een Egyptische prins is. Tot hij in contact komt met zijn Joodse familie. Vlak daarna ziet hij hoe een bewaker een Joodse slaaf mishandelt. In de woestijn heeft Mozes een bijzondere ervaring. Hij hoort een stem vanuit een brandende braamstruik. De stem maakt duidelijk dat de God van zijn voorouders Abraham, Isaak en Jakob tot hem spreekt. God geeft Mozes de opdracht terug te keren naar Egypte. Hij moet als leider van zijn volk optreden en hen uit slavernij bevrijden. Mozes wordt geboren in een Joods gezin in Egypte. De farao van Egypte heeft bevolen dat alle pas geboren Joodse jongens vermoord moeten worden. De moeder van Mozes bedenkt dan een slim plan. Zij stopt hem in een rieten mand en legt hem aan de oever van de rivier de Nijl. Mozes wordt zo boos dat hij de Egyptische bewaker doodslaat. Uit angst dat de moord ontdekt wordt, vlucht hij het land uit, de woestijn in. Daar wordt Mozes door een Egyptische prinses gevonden. Zij neemt hem mee naar het paleis. Daar groeit Mozes op als haar eigen zoon.
De tien plagen De farao weigert om het Joodse volk zomaar te laten gaan. Een lange strijd volgt. De farao geeft pas toe, nadat er tien grote plagen over het land gekomen zijn. De verteller van dit Bijbelverhaal denkt dat deze natuurrampen straffen van God zijn. Hij gaat daarin nog een stap verder: bij elke ramp wordt een god van Egypte verslagen. Zo wordt in de eerste plaag het water van de rivier de Nijl veranderd in bloed. Hiermee laat de God van Israël zien dat hij sterker is dan deze goddelijke rivier. De tiende plaag is het ergst voor de farao. Zijn oudste zoon sterft. Hij heeft daardoor niet langer een opvolger. De goden en godinnen van Egypte zijn verslagen. Nu moet de farao het volk Israël wel laten gaan. 78
6.1 Vrijheid 
4
De tien plagen a Ontdek met welke tien plagen de Egyptenaren te maken krijgen. Kleur eerst de plaatjes in.
Eerste plaag
Zesde plaag
Tweede plaag
Zevende plaag
Derde plaag
Achtste plaag
Vierde plaag
Negende plaag
Vijfde plaag
Tiende plaag
79
6
Vrijheid en regels
Lees nu de zin. Er ontbreekt één woord. Vul het goede woord in. Kies uit: bloed | kikkers | muggen | steekvliegen | pest | as | hagel | sprinkhanen | duisternis | oudste . De vissen gaan dood.
1 Bij de eerste plaag wordt water veranderd in
2 Bij de tweede plaag krijgen de Egyptenaren last van heel veel kwakende
.
3 In de derde plaag verandert in heel Egypte het stof van de aarde in mensen en dieren zaten onder deze insecten. 4 Bij de vierde plaag stuurt God
. Alle
af op de Egyptenaren.
5 Bij de vijfde plaag sterft het vee van de Egyptenaren door een ziekte:
.
6 Bij de zesde plaag gooit Mozes een hand uit de oven omhoog. Overal in Egypte valt het neer en veroorzaakt het builen en zweren op de huid van de Egyptenaren. Net als bij de vorige rampen blijft het Joodse volk in leven. 7 Bij de zevende plaag richten bliksem en
heel veel schade aan.
8 Bij de achtste plaag vreten het weinige dat er op het land overgebleven was na het verschrikkelijke noodweer, op. 9 Bij de negende plaag wordt heel Egypte in diepe
gehuld.
10 Bij de tiende plaag komt er in alle Egyptische families groot verdriet: alle kinderen van de Egyptenaren worden gedood. Ook de zoon van de farao.
De bevrijding Na de tiende plaag laat de farao de Israëlieten gaan. Onder leiding van Mozes gaan ze als vrije mensen door de woestijn op weg naar het land dat God hun heeft beloofd. Maar de gevaren zijn nog niet voorbij. De farao krijgt spijt dat hij zijn slaven heeft laten vertrekken en zet met zijn leger de achtervolging in. De Israëlieten kunnen geen kant meer op: voor hen ligt de Rietzee en achter hen nadert de farao. Maar dan beschrijft de verteller van dit Bijbelverhaal hoe God zijn volk te hulp schiet en voor hen een pad door de zee maakt. Als de laatste Israëliet veilig aan de overkant is aangekomen, stroomt het water terug de zee in en verdrinkt het leger van de farao.
80
6.2 Regels en afspraken
Geloofsverhalen Mogelijk is dit wonder te verklaren door een natuurverschijnsel: de Rietzee was ondiep en viel soms op sommige plekken droog. Maar het is niet zo interessant of dit wonder wel of niet verklaard kan worden. Het verhaal van de bevrijding van het Joodse volk uit de Egyptische slavernij, is een geloofsverhaal. Het is een verhaal dat gekleurd is door het geloof van de verteller. Het gaat dan niet om de historische of wetenschappelijke feiten, maar om de bedoeling of de boodschap van het verhaal. Bij dit verhaal is het waarschijnlijk de bedoeling van de verteller geweest om de bevrijding en de uittocht uit Egypte zo indrukwekkend mogelijk voor te stellen. Het moest voor iedereen duidelijk zijn dat de God van Israël veel machtiger is dan de goden en godinnen van Egypte.
Feest van de bevrijding Nog steeds vieren de joden elk jaar de bevrijding van de slavernij in Egypte. Het is het oudste en belangrijkste joodse feest. Het wordt Pesach genoemd. Dit woord betekent ‘overslaan’. Bij de tiende plaag doodde God namelijk alle oudste kinderen in Egypte, maar hij sloeg de huizen van de Israëlieten over, omdat zij op de deurpost het bloed van een lam hadden gesmeerd.
5
Pesach Hoe de joden Pesach vieren, kun je zien op een video. Scan de QR-code en kijk naar de video. Maak daarna de opdracht die erbij staat.
6.2 Regels en afspraken Overal waar mensen met elkaar leven, heb je te maken met regels en afspraken. Zo mag je thuis vast niet met je schoenen op de bank zitten. Op school kom je op tijd. In het verkeer mag je niet door rood licht rijden. Maar ook in een vriendenclub mogen sommige dingen wel en andere niet. Aan de meeste regels zal je je houden. Sommige regels vind je misschien niet zo belangrijk. Maar waarom zijn bepaalde regels en afspraken zo belangrijk?
81
6
Vrijheid en regels
6
Regels a Hieronder staan vijf situaties. Bij deze situaties horen regels over wat je wel en niet mag doen. Noem bij elke situatie een regel die jij belangrijk vindt. En noem bij elke situatie een regel die je niet erg belangrijk vindt. Leg ook uit waarom je dat vindt.
Een belangrijke regel is: Je mag niet door rood rijden, omdat Een niet belangrijke regel is: omdat
Een belangrijke regel is: omdat Een niet zo belangrijke regel is: omdat 82
6.2  Regels en afspraken 
Een belangrijke regel is: omdat Een niet zo belangrijke regel is: omdat
.
Een belangrijke regel is:
,
omdat Een niet zo belangrijke regel is: omdat
83
6
Vrijheid en regels
Een belangrijke regel is: omdat Een niet zo belangrijke regel is: omdat
Tien Leefregels Ook het volk van de Israëlieten kende regels. Ze staan in de eerste vijf boeken van het Oude Testament: de Tora. In het verhaal De Tien Geboden lezen we hoe deze afspraken gemaakt werden.
De Tien Geboden Na de bevrijding uit Egypte reizen de Israëlieten jarenlang door de woestijn. Op een keer gebeurt er iets bijzonders. Mozes heeft op de berg Horeb een ontmoeting met God. Tijdens deze ontmoeting krijgt Mozes ‘leefregels’ voor het volk Israël. De Israëlieten weten zo precies wat zij wel en niet mogen doen. Alle leefregels zijn kort samengevat in de Tien Geboden. Een andere naam hiervoor is de Tien Woorden. Als iedereen zich aan deze leefregels zou houden, zouden de mensen in vrede met elkaar en met God kunnen leven.
84
,
6.2 Regels en afspraken
7
Tien Geboden a Hieronder staan de Tien Geboden, maar er ontbreken woorden. Vul de ontbrekende woorden in. Kiest uit: God | godenbeelden | Misbruik | rust | respect | dood | overspel | Steel | leugens | jaloers . Houd er geen andere goden op na.
1 Ik ben de Heer, jullie 2 Maak geen 3
om ze te aanbidden. mijn naam niet.
4 Houd de zevende dag 5 Heb
voor je vader en je moeder.
6 Maak niemand
.
7 Pleeg geen
(je mag dus niet vreemdgaan).
8
niet.
9 Spreek geen 10 Wees niet
8
.
over een ander. op iemand anders.
Welk gebod hoort bij welke tekening? a In de tekening zijn de Tien Geboden (Tien Woorden) uitgebeeld. Gebruik de nummers uit opdracht Tien Geboden . Kies de juiste afbeelding bij het gebod dat overtreden wordt. Eerste gebod
Tweede gebod
Derde gebod
Vierde gebod
Vijfde gebod
• •
• •
• •
• •
• •
Zesde gebod
Zevende gebod
Achtste gebod
Negende gebod
Tiende gebod
• •
• •
• •
• •
• •
85
6
Vrijheid en regels
9
Leefregels Door zich aan de leefregels te houden, leren mensen op een goede manier met elkaar en met God omgaan. Bekijk de tien leefregels bij de opdracht Tien Geboden​. a Zet de nummers op de juiste stenen. Noteer in de eerste steen de nummers van de 'leefregels', die gaan over hoe mensen met God moeten omgaan. Noteer in de tweede steen de nummers van de 'leefregels' die gaan over hoe mensen met elkaar moeten omgaan.
b Welke 'leefregel' vind jij het meest belangrijk? Leg je antwoord uit.
c Welk 'leefregel' vind jij het minst belangrijk? Leg je antwoord uit.
d Heb jij meegemaakt dat een van de Tien Geboden werd overtreden? Welke leefregel werd overtreden? Beschrijf kort wat er gebeurde. De leefregel Wat gebeurde er:
De vijfde leefregel: Heb respect voor je vader en moeder Respect krijg je niet automatisch. Respect moet je verdienen. Dat geldt voor ouders en voor kinderen. Als ouders hun kinderen van jongs af aan liefhebben en respecteren, dan mag je van kinderen verwachten dat zij hun ouders respecteren.
86
6.2 Regels en afspraken
10
Uitspraken jongeren over hun ouders a Je ziet een aantal uitspraken van jongeren over hun ouders. Lees elke uitspraak. Ik zeg altijd maar dat ik het met mijn ouders eens ben. Ik ga niet met hen in discussie, dat heeft toch geen zin. Vervolgens doe ik zelf wel wat ik wil. Ik ga mijn eigen gang. Veel dingen weten ze niet van mij. Dat wil ik graag zo houden.
Bas (13 jaar)
Ik bespreek alles met mijn ouders, zeker met m’n moeder. Dat vind ik fijn, omdat ik het gevoel heb dat ze echt luistert, ook al is ze het niet altijd met me eens. Meestal komen we er samen wel uit. Het lijkt me heel erg als je niet meer met je ouders kunt praten of altijd ruzie hebt. Dat kan ik me eigenlijk niet voorstellen.
Sharon (13 jaar)
Ik heb respect voor mijn ouders. Niet alleen omdat dit volgens mijn geloof moet, maar ook omdat ik dat logisch vind. Ze hebben mij dit leven gegeven en zorgen voor me. Mijn vader is nogal streng, ik durf hem niet tegen te spreken. Als ik van hem vroeg thuis moet komen, praat ik daarna met mijn moeder. Zij luistert naar mij en begrijpt me beter. Meestal probeert ze mijn vader van gedachten te laten veranderen. Aziz (13 jaar)
Geef voor elk stukje aan of je het met de persoon eens, oneens of gedeeltelijk eens bent. Leg ook uit waarom dat je dat vindt. Ik ben het met Bas
Ik ben het met Sharon
Ik ben het met Aziz
, omdat
, omdat
, omdat
87
6
Vrijheid en regels
11
Ouders en kinderen: vroeger en nu Ouders en kinderen gaan tegenwoordig anders om met gebod 'Heb respect voor je vader en moeder' dan vroeger. Een voorbeeld: ouders beslisten vroeger wat kinderen wel of niet moesten doen, nu overleggen ze meer met hun kinderen. Houd een interview met een ouder persoon over dit onderwerp. Scan de QR-code en maak het opdrachtenblad. Vul daarna vraag a en vraag b in.
a Beschrijf minimaal twee verschillen tussen jouw antwoorden en de antwoorden van de oudere persoon die je geïnterviewd hebt.
b Beschrijf iets wat je nog niet wist van die persoon.
De negende leefregel: Niet liegen In de Tien Geboden staat de leefregel ‘Spreek geen leugens over een ander’. Dat roddelen anderen kan kwetsen, weten we vaak wel. Tegelijk is een leugentje om bestwil zo gemaakt. Moeten we wel altijd eerlijk zijn? Stel dat een vriend(in) trots haar nieuwe sneakers aan jou laat zien en jij vindt ze niet mooi. Vertel je dat eerlijk? En als een klasgenoot iets gedaan heeft, vertel jij dan de waarheid aan de docent, met als gevolg dat jouw klasgenoot daardoor misschien wordt geschorst?
12
Test je eerlijkheid a In hoeverre vinden jij en je klasgenoten het belangrijk om eerlijk te zijn? Om daar achter te komen, ga je een test doen. Geef eerst voor jezelf antwoord op de vragen. Omcirkel het antwoord dat het beste bij jouw reactie past. Daarna ga je kijken welke antwoorden de anderen in de klas gekozen hebben. Welk antwoord is het meest gekozen? Had jij een ander antwoord? Jullie kunnen de test ook op internet maken. Scan de QR-code.
88
6.2 Regels en afspraken
1 Op straat vind je een portemonnee. Daarin zitten een bankpas en twee briefjes van € 50,-. Wat zou jij doen? a Ik hou het geld en gooi de portemonnee weg. b Ik ga naar het gemeentehuis en vertel wat ik gevonden heb. c Ik haal er € 50,- uit en breng de portemonnee dan naar het gemeentehuis. d Ik meld het bij de gemeente , maar vraag wel een beloning. 2 Je hoort een klasgenoot met je mentor praten. De klasgenoot zegt dat ze bang is dat haar ouders gaan scheiden. Vertel je dit door aan je vrienden? a Nee. Ik zou het ook niet fijn vinden als zij privé-dingen over mij zou doorvertellen. b Nou, misschien vertel ik het aan mijn beste vriend/vriendin. Die moet beloven het niet verder te vertellen. c Natuurlijk, zo’n nieuwtje wil iedereen wel weten! d Nee. Ik vertel nooit privé-dingen van iemand aan anderen. 3 Je koopt een spijkerbroek. De medewerker van de kledingzaak is een bekende van je. Bij het afrekenen geeft ze jou per ongeluk € 20,- teveel terug. Wat doe je? a b c d
Ik zeg niets, moet ze maar beter opletten. Ik wijs haar op de vergissing en geef het briefje van € 20,- terug. Ik denk: deze spijkerbroek is al duur genoeg, ik hou mooi mijn mond. Ik geef het terug, omdat ik haar ken, maar bij een vreemde had ik het gehouden.
4 Een goede vriend(in) heeft nieuwe sneakers. Jij vindt ze niet mooi. Hoe reageer je? a Je zegt eerlijk dat je de sneakers niet mooi vindt. b Je zegt dat de sneakers je vriend(in) goed staan, maar vertelt niet dat jij ze niet mooi vindt. c Je reageert enthousiast dat je ze mooi vindt. Je wilt je vriend(in) niet kwetsen. d Je zegt tegen een andere vriend(in) dat je de sneakers niet mooi vindt. 5 Je krijgt via WhatsApp een foto doorgestuurd. Op de foto is een klasgenoot bewerkt als varken. a b c d
Grappig! Ik stuur de foto gelijk door aan mijn andere groepen. Ik stuur de foto alleen door naar mijn beste vriend(in). Ik plaats meteen een leuke reactie. Ik app of degene die de foto heeft rondgestuurd, de foto wil verwijderen.
6 Na de laatste les kom je in de fietsenstalling en zie je dat je fiets is verdwenen. Gestolen waarschijnlijk. Dat gebeurde vorig jaar ook al! Wat doe je? a b c d
Ik meld het maar weer bij de politie en koop een andere fiets met een nog beter slot. Ik heb er genoeg van! Ik kijk rond om te zien of ik ook een fiets kan stelen. Ik meld het bij de conciërge. Hopelijk kan de school iets tegen dit soort diefstal doen. Ik wil naar huis. Daarom pak ik een fiets van een ander, maar zal die later wel terugbrengen.
89
6
Vrijheid en regels
7 Een klasgenoot heeft de antwoorden van een toets gedeeld in de klas. Jouw docent komt erachter en wil weten wie dat gedaan heeft. a b c d
Je vertelt direct aan de docent wie het heeft gedaan. Je wilt de klasgenoot niet verraden en zegt niets. Je kijkt de klasgenoot boos aan en hoopt dat hij of zij het zelf vertelt. Het maakt je niets uit hoe het wordt opgelost.
8 Je beste vriend is helemaal gelukkig met zijn nieuwe vriendin. Op een middag zie je zijn vriendin zoenen met een andere jongen. Wat doe je? a b c d
Ik vertel zo snel mogelijk aan mijn vriend wat ik gezien heb. Ik vertel het aan onze vrienden, behalve aan mijn vriend. Ik wil er niets mee te maken hebben en houd mijn mond. Ik zou het mijn vriend wel willen vertellen, maar weet niet hoe.
De zesde leefregel: Maak niemand dood Een belangrijke leefregel is dat je niet mag doden. Je kunt het ook anders zeggen: je moet respect hebben voor het leven. Soms zie je afschuwelijke berichten. Berichten over een leerling die op zijn school leraren en leerlingen doodschiet. Of over jagers die jonge zeehondjes doodknuppelen om hun witte bontvacht. Deze berichten kunnen je woedend maken. Waarom doen mensen dat? Je moet het leven toch beschermen?
13
Respect voor het leven a Kies één van de onderstaande stellingen. Ze hebben allemaal te maken met respect voor het leven. Maak samen met een klasgenoot een presentatie over de stelling. • • • •
De doodstraf moet verboden worden. Daders van geweld tegen de politie moeten hard gestraft worden. Make-up mag niet getest worden op dieren. Om het milieu te redden moeten vliegreizen veel duurder worden.
Bedenk twee argumenten voor en twee argumenten tegen de stelling. Sluit af met wat jullie zelf vinden van de stelling.
Leefregels voor alle mensen Volgens het verhaal in Exodus gaf God aan Mozes de leefregels voor het Joodse volk, geschreven op twee stenen. Het is belangrijk dat regels vastgelegd worden. Dan weet iedereen waar je je aan moet houden.
90
6.2  Regels en afspraken 
De Ridderzaal in Den Haag, met artikel 1 van de Nederlandse Grondwet op de schoorsteenmantel.
De regels die de mensen in Nederland met elkaar hebben afgesproken, zijn vastgelegd in de grondwet. Hierin staan alle plichten, maar ook alle rechten die de Nederlandse burgers hebben. Overal ter wereld vinden mensen het belangrijk om leefregels met elkaar af te spreken en om deze vast te leggen. In 1948 werd door de Verenigde Naties de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens opgesteld. Dit is een verklaring waarin de rechten van alle mensen staan. Bijna alle landen in de wereld hebben hun handtekening onder de verklaring gezet. Daarmee geven zijn aan, dat ze deze rechten heel belangrijk vinden. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens was vooral bedoeld voor de rechten van volwassenen. Voor de problemen van kinderen en jongeren tot achttien jaar was toen nog niet zoveel aandacht. In 1989 werd er door de Verenigde Naties een aparte Verklaring van de Rechten van het Kind opgesteld. Bijna 200 landen hebben dit Kinderrechtenverdrag ondertekend.
91
6
Vrijheid en regels
14
Kinderrechten a In het Kinderrechtenverdrag staan 54 kinderrechten. In deze opdracht staan er zeven. Je ziet hier ook zeven tekeningen waarop deze kinderrechten worden uitgebeeld.
E
T
S
E P
R C
Welke tekening hoort bij welk kinderrecht?
92
6.2 Regels en afspraken
Zet de letter van de tekening naast het artikel. Als je alles hebt ingevuld, lees je van boven naar beneden een woord. Dat woord schrijf je in de zin onder aan deze opdracht. •
Artikel 13 Een kind heeft het recht om zijn mening te geven.
•
Artikel 18 Ouders moeten hun kinderen goed opvoeden. De overheid moet de ouders daarbij helpen.
•
Artikel 24 Alle kinderen hebben recht op hulp als ze ziek zijn.
•
Artikel 28 Een kind heeft recht op (gratis) onderwijs.
•
Artikel 31 Kinderen hebben recht op vrije tijd en het recht om te spelen en creatieve dingen te doen.
•
Artikel 32 Kinderarbeid is verboden.
•
Artikel 38 Kinderen moeten worden beschermd tegen geweld door oorlog. Kinderen jonger dan vijftien jaar mogen niet in het leger werken.
Kinderen in Nederland of in een ander land, arme of rijke kinderen, zieke of gezonde kinderen: alle kinderen moeten met
15
worden behandeld.
Kinderrechten in de praktijk Hier zie je een aantal situaties waarin jongeren zich afvragen welke rechten zij hebben. Scan de QR-code voor meer informatie. Lees elke situatie en leg uit welke rechten de jongere heeft. a Welk recht heeft Bas? Een aantal vriendinnen heeft met elkaar een dansje ingestudeerd. Klasgenoot Bas heeft dit stiekem gefilmd. Hij heeft dit filmpje gedeeld via WhatsApp-groep. Het filmpje is vervolgens verspreid en door heel veel mensen gezien. Mocht Bas het filmpje maken en delen via WhatsApp?
b Welk recht heeft Iwan? De twaalfjarige Iwan wil graag wat bijverdienen om een nieuwe game te kopen. Hij zou hiervoor graag zijn zus helpen bij het rondbrengen van de krant. Mag Iwan zijn zus helpen om zo een zakcentje bij de verdienen?
93
6
Vrijheid en regels
c Welk recht heeft Lieke? Sterre maakt zich zorgen om haar vriendin Lieke. Na schooltijd heeft Lieke vrijwel nooit tijd om af te spreken. Ze moet direct naar huis om voor haar jongere broertjes te zorgen, omdat haar ouders veel werken. Ook zorgt ze vaak voor het avondeten. Daarna heeft Lieke pas tijd om haar huiswerk te maken. Sterre vraagt zich af of Lieke recht heeft op meer vrije tijd. Weet jij antwoord?
6.3 Tot slot 16
De belangrijkste woorden a Hieronder staan de belangrijkste woorden van hoofdstuk 6. Zet de woorden op de juiste plek in de samenvatting. Kies uit: vreemdelingen | plagen | Exodus | Mozes | Tien Woorden | Tien Geboden | Pesach | maaltijd | kinderrechten | respect in het land Egypte. Zij werden onderdrukt en moesten hard
De Israëlieten waren werken. Pas na tien
liet de farao het volk vrij. Het verhaal over de bevrijding lees je in het
Bijbelboek
. leidde het volk Israël door de woestijn naar het beloofde land.
In de woestijn kreeg hij leefregels van God. Deze noemen we ook wel de
of
. Als het volk zich aan deze regels hield, zou er vrede zijn. Met het feest
vieren de Joden de bevrijding uit Egypte. Dit feest begint 's avonds met
een speciale
. De etenswaren staan symbool voor de slavernij van de Joden en de
bevrijding uit Egypte. Over de hele wereld vinden mensen het belangrijk dat de rechten van ieder mens zijn vastgelegd. Er zijn speciale kinderen en jongeren omgaat.
94
om ervoor te zorgen dat iedereen met
met
7
Omgaan met macht
7 Omgaan met macht
Op 30 april 2013 vond de inhuldiging van Willem-Alexander als Koning der Nederlanden plaats. Zijn vrouw Maxima stond naast hem toen hij de volgende woorden sprak: "Ik zweer aan de volkeren van het Koninkrijk dat Ik het Statuut voor het Koninkrijk en de Grondwet steeds zal onderhouden en handhaven. Ik zweer dat Ik de onafhankelijkheid en het grondgebied van het Koninkrijk met al Mijn vermogen zal verdedigen en bewaren; dat Ik de vrijheid en de rechten van alle Nederlanders en alle ingezetenen zal beschermen, en tot instandhouding en bevordering van de welvaart alle middelen zal aanwenden welke de wetten Mij ter beschikking stellen, zoals een goed en getrouw Koning schuldig is te doen. Zo waarlijk helpe Mij God almachtig." Dit hoofdstuk gaat over machthebbers, over goed omgaan met macht, over machtsmisbruik en over protesten ertegen.
In dit hoofdstuk leer je: • • • • • • 96
[bg] over leiders en welke regels aan leiders worden gesteld, [bg] aan welke regels een koning in het Oude Testament moet voldoen, [bg] over de koningen Saul, David en Salomo en de rechter Samuël, [bg] over machtsmisbruik, zoals in het Bijbelverhaal over David en Batseba, [bg] over de profeet Natan, [bg] over mensen en organisaties die zich inzetten voor het recht.
7.1 Machthebbers 
7.1
Machthebbers  In alle landen zijn machthebbers. Ze kunnen op allerlei manieren aan de macht zijn gekomen. Een ervan is geboorte. In Nederland bijvoorbeeld is het koningschap erfelijk. Bij de geboorte van Willem Alexander stond al vast dat hij later koning zou worden. Ook in familiebedrijven geven ouders het leiderschap vaak aan hun kinderen of andere familieleden door. Maar de meeste machthebbers in de Nederlandse samenleving zijn niet vanwege hun geboorte aan de macht gekomen. Ze worden gekozen of aangesteld door anderen. De leden van de Tweede Kamer bijvoorbeeld worden door alle volwassen Nederlanders gekozen. Deze volksvertegenwoordigers stellen vervolgens de groep ministers samen, die het land gaan besturen. Ook bij provincies en gemeenten worden leiders gekozen uit alle volwassen Nederlanders. In Nederland geldt voor machthebbers dezelfde wetgeving als voor andere mensen. Niemand mag de wet overtreden of onrechtvaardig handelen. Dat geldt ook voor de koning.
Premier Rutten gaat stemmen.
1
Mannen en vrouwen aan de macht a Noem drie leiders (m/v) van een land of volk die nu leven. Vermeld het land waarin ze leven. Vertel ook hoe ze aan de macht zijn gekomen: door geboorte of door verkiezingen.
b Noem twee personen die vroeger leiding gaven aan een land of een volk. Vermeld wanneer en in welk land ze leefden. Vertel ook hoe ze aan de macht zijn gekomen: door geboorte of door verkiezingen.
97
7
Omgaan met macht
c Kies ĂŠĂŠn van de personen die je noemde. Zoek op internet meer informatie. Welke goede dingen heeft hij of zij gedaan? En welke minder goede dingen?
d Wat vind jij beter: leiderschap door geboorte of leiderschap door verkiezingen? Verklaar je antwoord.
Eigenschappen van een leider Leiders en volgers Een leider kan alleen een leider zijn, als hij volgers heeft. Dat hoeft niet een heel volk te zijn. Ook bedrijven, scholen, ziekenhuizen, sportclubs enzovoort hebben leiders. Zij worden meestal gekozen uit een aantal kandidaten. Degene die men het beste vindt, wordt aangesteld. Deze leider heeft het dan voor het zeggen. Een sportteam heeft meestal ook een leider, een aanvoerder, die aanwijzingen geeft tijdens de wedstrijd en zijn teamleden aanspoort als dat nodig is. In een klas of in een vriendengroep kan er ook iemand zijn die de 'leider' is, terwijl de anderen 'volgen'. Een leider moet bepaalde eigenschappen hebben, waardoor anderen hem of haar willen volgen.
98
7.1 Machthebbers 
2
Leiders op school Op een school heb je verschillende 'leiders'. Denk aan de rector, de docenten en de klassenvertegenwoordigers. a Wat zijn volgens jou belangrijke eigenschappen van een goede docent? Je kan bijvoorbeeld denken aan streng, geduldig, humor enz. Noem er vier. Zet op de eerste plaats wat je het belangrijkst vindt, op de tweede plaats wat daarna komt en zo verder.
b Wat zijn volgens jou belangrijke eigenschappen van een goede klassenvertegenwoordiger? Noem er twee.
Eisen aan een leider Ook de vertellers van het Oude Testament hebben nagedacht over wat eigenschappen zijn van een goede leider. In Deuteronomium, het vijfde boek van het Oude Testament, staat geschreven aan welke eisen een koning van het Joodse volk zou moeten voldoen.
Eisen aan een koning 1 De koning moet tot je eigen volk behoren; een buitenlander mag geen koning worden. 2 De koning mag geen groot leger voor zichzelf samenstellen om daarmee een oorlog te beginnen. 3 De koning mag niet veel vrouwen nemen. 4 De koning mag geen grote voorraden goud en zilver bezitten. 5 De koning moet de wetten kennen, lezen en in praktijk brengen. 6 De koning moet ontzag hebben voor God. 7 De koning mag zich niet meer voelen dan het volk en mag niet boven de wet staan.
99
7
Omgaan met macht
3
Eisen aan een leider van een land a Welke twee eisen uit Deuteronomium vind jij het belangrijkst voor een koning of een leider van een land? Leg uit waarom je dat vindt. Nummer
, omdat
Nummer
, omdat
b Deze eisen aan een koning zijn eeuwen geleden opgeschreven. Welke eis aan een koning of leider van een land is volgens jou tegenwoordig niet meer zo belangrijk? Nummer
, omdat
c Welke eigenschappen moet volgens jou in onze tijd een leider van een land of volk hebben?
Leiders in het Oude Testament Mozes Mozes was volgens het Oude Testament één van de belangrijkste leiders van het Joodse volk. In het vorige hoofdstuk heb je gelezen hoe hij de Israëlieten bevrijdde van de slavernij in Egypte en met hen op weg ging naar het door God beloofde land. Hij gaf uit naam van God leefregels aan zijn volk, de tien geboden. De mensen volgden hem en probeerden zich aan die voorschriften te houden.
Mozes leidt het Joodse volk door de woestijn naar het beloofde land.
100
7.1 Machthebbers
Samuël De reis door de woestijn duurde vele tientallen jaren. Toen de Israëlieten eindelijk in het beloofde land aankwamen, was Mozes al lang dood. De families gingen op verschillende plaatsen in dat land wonen, tussen de mensen die daar al woonden. Er was weinig onderlinge eenheid. Soms kwamen ze in conflict met omringende stammen, zoals bijvoorbeeld de Filistijnen. Dan kwam er een tijdelijke leider. Zo'n leider wordt in het Oude Testament een rechter genoemd, maar dat is geen rechter zoals wij die nu kennen. Hij is bij het Joodse volk degene die het meeste gezag heeft en voor hun belangen opkomt. Hij neemt belangrijke beslissingen, spreekt recht, benoemt personen en leidt de strijd tegen vijanden. Een van de belangrijkste rechters is Samuël. Hij was ook priester en 'bemiddelde' tussen God en de mensen. Hij is de laatste rechter van het Joodse volk. Want de Israëlieten willen net als de volken om hen heen een koning. Samuël is daar niet blij mee. Hij waarschuwt het volk. Een koning zou misbruik kunnen maken van zijn macht, hij zou het volk bijvoorbeeld kunnen dwingen om voor hem te werken en een gedeelte van hun bezittingen van hen kunnen afnemen. Het volk zou genoeg moeten hebben aan God, hun hoogste leider. Als ze Gods regels volgen, dan zal er nooit machtsmisbruik, onrecht of onderdrukking zijn. Russisch-orthodoxe icoon van Samuël.
4
Waarschuwingen van Samuël a Een van de waarschuwingen van Samuël tegen onrecht die een koning zou kunnen begaan, is letterlijk volgens de Bijbeltekst: Van de opbrengst van uw akkers en wijngaarden zal hij een tiende deel opeisen en dat aan zijn hovelingen en hoge ambtenaren geven. Op welke verplichting die iedere burger in onze tijd heeft, lijkt deze waarschuwing?
b Vind jij dat dit een onrecht is?
c Een andere waarschuwing van Samuël is, dat een koning onderdanen zal verplichten dienst te doen in zijn leger. In Nederland is er dienstplicht voor alle jongens en meisjes vanaf 17 jaar, maar sinds 1997 is de opkomstplicht voor onbepaalde tijd uitgesteld. Dat betekent dat jongens en meisjes niet meer opgeroepen worden om in dienst te gaan, maar als het oorlog is, moeten ze wel in het leger. 101
7
Omgaan met macht
Legeroefening
Wat vind jij van dienstplicht?
Nog meer leiders in het Oude Testament Saul Ondanks de waarschuwingen van Samuël willen de Israëlieten toch een koning. Op aanraden van God gaat Samuël op zoek naar een geschikt persoon. Hij komt Saul tegen, een grote boerenzoon. Samuël zalft hem tot koning. Eerst geeft Saul als koning goed leiding, maar later denkt hij meer aan zijn eigen belangen dan aan het geluk van het volk. Samuël waarschuwt Saul dat door zijn gedrag niet zijn zoon, maar iemand anders hem als koning zal opvolgen.
David Na Sauls dood wordt inderdaad niet zijn zoon, maar David koning van het Joodse volk. David is maar een gewone herdersjongen uit Betlehem, maar hij heeft wel de eigenschappen van een goede leider. Het verhaal David en Goliat laat daar iets van zien.
David en Goliat In de tijd van koning Saul is er vaak oorlog met de Filistijnen. Op een dag staan het leger van de Filistijnen en dat van de Joden weer tegenover elkaar. Een reusachtige man stapt uit het leger van de Filistijnen naar voren, Goliat. Hij buldert: 'Waarom leger tegen leger, als het eenvoudiger kan? Man tegen man! Laat één van jullie naar voren komen en met mij vechten. Wint hij, dan zijn de Filistijnen voortaan jullie slaven, win ik, dan zijn jullie onze slaven. Stuur maar iemand.' Maar niemand durft. Dan zegt Saul dat als iemand Goliat verslaat, hij met zijn dochter mag trouwen. Op dat moment komt David eraan, een herdersjongen uit Betlehem. Hij is op zoek naar zijn broers in het leger van Saul om te zien hoe het met hen gaat. 102
7.1 Machthebbers
'Ik kom als geroepen, zo te zien,' zegt David. Hij loopt naar een beekje, pakt vijf gladde witte stenen van de bodem en doet die in zijn herderstas. Gewapend met die stenen en zijn slinger en zijn staf loopt hij op Goliat af. 'Ventje!' zegt de reus minachtend. 'Denk je dat ik een hond ben, die je met een stok kunt slaan? Kom maar op, dan voer ik je vlees aan de vogels.' 'Jij hebt je speer en je zwaard,' zegt David, 'ik heb de God van Israël achter mij, hij zal mij laten winnen.' Goliat rent op David af. David steekt zijn hand in zijn tas, hij pakt een van de stenen, doet hem in zijn slinger, slingert, en raakt Goliat vol op zijn voorhoofd. De reusachtige Filistijn wankelt en valt. David neemt het zwaard uit de hand van Goliat en hakt zijn hoofd af. Hij brengt het hoofd naar Saul.
5
David en Goliat a Zet de zinnen in de goede volgorde. David pakt stenen voor zijn slinger. De legers van de Filistijnen en de Joden staan tegenover elkaar. David hakt het hoofd van Goliat af. De reus Goliat daagt het Joodse leger uit. Een steen van Davids slinger raakt Goliat tegen zijn hoofd.
b Welke eigenschappen van een leider laat David in het verhaal zien?
Leiders in het Oude Testament David: de ideale koning In de Bijbel wordt David vaak de ideale koning genoemd. Tijdens zijn koningschap erkende hij altijd het gezag van God. Hij zorgde goed voor de bevolking, bevorderde de eenheid, versloeg vijanden en bracht vrede. Hij maakte Jeruzalem tot hoofdstad van het land en ging daar wonen. Op de afbeelding zie je David afgebeeld met een harp. Het verhaal gaat dat hij met zijn mooie harpspel koning Saul tot rust kon brengen tijdens diens depressieve buien. Ook wordt van David gezegd dat hij de Koning David, glas-in-lood in de Notre Dame van Dinant dichter is van een groot aantal psalmen in de Bijbel. 103
7
Omgaan met macht
Salomo Koning David wordt opgevolgd door zijn zoon Salomo. Koning Salomo is ook een goede leider, net als zijn vader. Onder zijn leiderschap wordt Israël welvarend. Hij laat in Jeruzalem een tempel bouwen en maakt daarmee deze stad tot het religieuze centrum van de joden. Zelf woont hij met heel veel vrouwen in een groot paleis, zijn troon is van ivoor en al zijn drinkbekers zijn van goud. Salomo staat ook bekend om zijn grote wijsheid. Die wijsheid blijkt onder andere uit het volgende verhaal. Daarbij moet je vooraf weten, dat in die tijd koningen vaak ook als rechter optraden.
Salomo's oordeel Op een dag kwamen er twee vrouwen naar Salomo. Ze hadden allebei een pasgeboren kind bij zich. Het ene kind was dood en het andere leefde. Die twee vrouwen woonden in hetzelfde huis en sliepen in dezelfde kamer. Beide vrouwen zeiden tegen Salomo: ‘Het levende kind is van mij en het dode kind is van haar. Vanmorgen vroeg heeft zij de kinderen verwisseld!’ Geen van beiden gaf toe. Toch was het duidelijk dat er één loog, maar wie? Salomo zei: ‘Breng mij een zwaard. Hak het levende kind in tweeën en geef elk de helft.’ Beide vrouwen schrokken. Maar de ene reageerde Salomo's oordeel verder niet, alsof het haar niet uitmaakte wat er gebeurde. De andere vrouw riep: ‘Nee, niet doen. Geef het kind dan maar aan haar!’ Salomo zei: ‘Jij bent de moeder van het levende kind. Neem het en ga naar huis.’
6
Salomo's oordeel a Hoe wist Salomo wie de echte moeder van het kind was?
b Tegenwoordig kun je op een andere manier achterhalen wie de moeder of vader van een kind is. Op welke manier(en)?
c Waarom zouden in onze tijd kinderen graag (zeker) willen weten wie hun echte moeder en/of vader is? Geef minstens twee redenen.
104
7.2 Machtsmisbruik
7.2 Machtsmisbruik David en Batseba Toen de Israëlieten een koning wilde, waarschuwde Samuël hen. Als je iemand zoveel macht geeft, maakt hij er op den duur misbruik van. En hij bleek gelijk te hebben. Zelfs de beste koning, David, maakte soms misbruik van zijn macht. Dat zie je in het volgende verhaal.
7
Rollenspel David en Batseba a Jullie gaan een rollenspel doen. Hiervoor zijn vijf leerlingen nodig: verteller (vrouw)
koning David
soldaat Uria
legeraanvoerder Joab
de mooie buurvrouw Batseba
Speel het verhaal Koning David en Batseba.
Koning David en Batsba Het is een warme dag geweest en David kan niet slapen. Hij staat op van zijn bed en gaat naar het dakterras. Heel Jeruzalem ligt aan zijn voeten.Plotseling ziet hij zijn buurvrouw in haar tuin lopen. Ze doet haar kleren uit en stapt in een waterbak om zich te wassen.David blijft er met plezier naar kijken, want die vrouw is erg mooi. Nadat ze een bad heeft genomen, komt ze het water uit. Ze kleedt zich aan en gaat naar binnen. David denkt na, gaat naar beneden en roept één van zijn dienaren. Schildwacht, kom hier, zoek morgenvroeg meteen uit wie de vrouw is, die ik in haar tuin zag. Zeg haar dat zij morgen tussen 2 en 3 uur hier bij mij in het paleis verwacht wordt. De volgende dag meldt zich een zenuwachtige vrouw bij Davids paleis. Het is Batseba, de vrouw van Uria, een soldaat in het leger van David. Ze durft nauwelijks tegen David te praten. Waarom hebt u mij laten komen, majesteit? Ik heb toch niets verkeerds gedaan, hoop ik? Mijn man en ik hebben grote bewondering voor u. Mijn man is er trots op in uw leger te mogen dienen. Maak je geen zorgen. En je moet geen 'majesteit’ tegen me zeggen. Voor jou ben ik gewoon je buurman, koning David. Daarom heb ik je ook laten komen. Ik vind dat wij als buren best eens kennis met elkaar mogen maken. David begint steeds aardiger te doen. Hij gaat bij Batseba op de bank zitten. Na een halfuurtje babbelen schenkt hij een paar glazen wijn in.
105
7
Omgaan met macht
Je man is dus bij mij in het leger, hè? Dan vecht hij nu voor ons land bij generaal Joab tegen de Ammonieten. Dat zal voor jou niet altijd makkelijk zijn, al die tijd zonder je man? Batseba is erg onder de indruk van koning David waarnaast ze op de bank zit. Hij is ontzettend vriendelijk. En opeens wordt ze heel openhartig. Nee, het is niet altijd even gemakkelijk. Ik weet dat Uria een dappere soldaat is, maar hij vertelt zelf nooit veel over de oorlog. Wanneer hij met verlof thuis is, weet ik niet of ik wel lief genoeg voor hem ben. Volgens mij ben je heel lief voor hem. Dat zie ik aan je ogen. Ik zou bijna jaloers zijn op Uria, omdat hij zo’n lieve en mooie vrouw heeft. Waar heb ik dit aan te danken, koning, dat u zo aardig tegen me bent? Je hebt het helemaal aan jezelf te danken, Batseba. Gisteravond zag ik je voor het eerst, in de tuin, toen je een bad nam. Sinds dat moment kan ik aan niemand anders meer denken. David neemt haar bij de hand en leidt haar naar zijn slaapkamer. Ze durft nauwelijks tegen te stribbelen. Ze hebben seks en daarna gaat Batseba naar huis. Bij die ene keer is het gebleven.Een maand later wordt er een brief van Batseba op het paleis bezorgd. David opent de brief en leest: 'Ik ben zwanger'. Hij schrikt enorm. Wat een ramp! Ik ben voor het volk de grote en machtige koning. Ik wil niet dat er roddelverhalen over mij worden verteld. Zo’n affaire is heel slecht voor mijn goede naam. Ik móet een oplossing voor dit probleem vinden. David bedenkt een plan. Op de dag van Uria’s verlof laat David een groot diner klaarmaken met veel lekker eten en drank. Hij laat Uria naar zijn paleis komen om hem te prijzen voor zijn moedig gedrag. Uria komt, maar voelt zich niet op zijn gemak. Aan het eind van het feest spreekt David heel vriendelijk met Uria. Nou Uria, je hebt dit feestmaal verdiend hoor. Neem nog maar een glas wijn. Je hoeft vandaag niet meer terug naar het leger. Je krijgt als beloning twee extra dagen verlof. Ga dus maar lekker naar huis waar je vrouw op je wacht. Koning, mijn kameraden slapen in het open veld. Zij zijn in oorlog. Zal ik dan als enige soldaat thuis lekker in een zacht bed bij mijn vrouw gaan slapen? Dat kan ik niet over mijn hart verkrijgen. Ik slaap die paar nachten wel hier in het poortgebouw. Dan voel ik mij verbonden met mijn makkers. Wat een prachtkerel hè, die Uria? Maar David is woedend, want zijn plan is mislukt. Als Uria die nacht bij Batseba had doorgebracht, zou niemand vreemd hebben opgekeken dat zij enige tijd later een kind had gekregen. David verzint daarom een nieuw plan. Een plan dat nog veel gemener is dan het eerste. Twee dagen later geeft hij aan Uria een officiële, verzegelde envelop. Beste Uria, vandaag ga je weer terug naar het legerkamp. Neem deze verzegelde brief mee voor generaal Joab. Er staat een geheime opdracht in. Die moet hij precies uitvoeren. Niemand mag hiervan iets weten, behalve Joab. 106
7.2 Machtsmisbruik 
Het komt in orde, koning. Ik zal het bericht persoonlijk aan Joab geven. Daarna zal ik weer in uw leger mijn werk doen. Uria weet niet wat er in de verzegelde boodschap staat. Maar het is zijn eigen doodvonnis. Wanneer generaal Joab het bericht leest, is hij verbaasd en woedend tegelijk. Er staat namelijk: 'Doe zo snel mogelijk een aanval op de muren van de stad Rabba. Stuur je officier Uria in de voorste linies mee.' Is de koning gek geworden? De muren van Rabba bestormen? Die stad wordt zwaar verdedigd. Dit plan kost alleen maar materiaal en mensenlevens. Uria zal het vast niet overleven. Joab doet de volgende dag wat hem is opgedragen. Het leger zet lange ladders tegen de muren van Rabba en bestormt de stad. Maar de boogschutters in de stad staan al klaar. En de inwoners gooien grote stenen naar de soldaten. Een van de eerste soldaten die sneuvelt, is Uria. De aanval is een totale mislukking. Na de bestorming zit Joab in zijn legertent. Laat een boodschapper bij me komen. Hij moet deze brief naar de koning brengen. Het is een verslag van de bestorming van de stad en van de dood van Uria. En zo gebeurt het. David leest de brief van Joab maar kijkt niet echt teleurgesteld. Tegen de boodschapper en de andere bedienden in het paleis zegt hij: Uria is gesneuveld in de strijd tegen de stad Rabba. Het is jammer, maar zo gaan de dingen nu eenmaal in het leven. Soms win je en soms verlies je. Ik hoop dat Joab hierdoor de moed niet verliest. Hij moet doorgaan met zijn moedige strijd. David stuurt een brief naar Batseba. Hij schrijft daarin dat haar dappere man Uria in de strijd is gesneuveld. De koning schrijft dat hij met haar meeleeft. Hij voelt zich ervoor verantwoordelijk. Als Batseba wil, dan mag ze in het paleis komen wonen en dan zal David verder voor haar zorgen.Zodra de rouwtijd van Batseba voorbij is, verschijnt er een officieel staatsbericht: 'De koning heeft Batseba, de weduwe van Uria, tot zijn vrouw genomen.' David dacht dat niemand achter de waarheid zou komen.
David gluurt naar de badende Batseba.
107
7
Omgaan met macht
8
David en Batseba a Wanneer gaat David volgens jou in de fout?
b Wanneer vindt David dat hij wat verkeerd heeft gedaan? c Hoe probeert David dat probleem eerst op te lossen?
d De eerste poging van David mislukt. Hoe lost hij uiteindelijk zijn probleem op?
e Koning David misbruikt zijn macht op meerdere manieren. Noem minstens twee manieren.
9
Machtsmisbruik Ook in onze tijd kunnen machthebbers hun macht verkeerd gebruiken. Zoek een voorbeeld in het nieuws van leiders in binnen- en/of buitenland die hun macht misbruiken of hebben misbruikt. Dit kan gaan over koningen en presidenten, maar ook over burgemeesters, directeuren, docenten, leiders van een sportclub of een andere 'leider'. Beantwoord de vragen. Om wie gaat het? Om welk machtsmisbruik gaat het?
108
7.3 Waarschuwingen en protesten
7.3 Waarschuwingen en protesten Samuël had het Joodse volk gewaarschuwd: Neem geen koning! Hij zal de verleidingen van de macht niet kunnen weerstaan en misbruik gaan maken van die macht. Het volk kan het beter houden bij God als leider, dan zullen ze niet te maken krijgen met machtsmisbruik. Samuël was niet alleen rechter en priester, maar ook profeet.
Profeten In het Oude Testament treden regelmatig profeten op. Profeten roepen mensen namens God tot de orde. Ze protesteren tegen onrecht en onderdrukking, tegen machtsmisbruik en uitbuiting. Ze waarschuwen dat het slecht af zal lopen als het verkeerde gedrag niet verandert. Volgens een profeet moet zowel de leider van een land als het volk zich aan de regels van God houden. Alleen op die manier komt iedereen tot zijn recht.
De profeet Natan In het verhaal over Batseba heb je gezien dat zelfs de goede koning David soms misbruik maakte van zijn macht. Hij wil voorkomen dat mensen ontdekken dat hij met de vrouw van een van zijn soldaten seks heeft gehad. Zijn plan lijkt te slagen. De mensen vinden het zelfs heel aardig van hem dat hij die arme weduwe Batseba in zijn paleis opneemt. Komt hij daarmee weg? Het lijkt er wel op. Tot op een dag de profeet Natan naar Davids paleis komt.
10
Rollenspel David en Natan a Jullie gaan weer een rollenspel doen. Er zijn drie rollen: verteller
koning David
de profeet Natan
Speel het verhaal Koning David en Natan.
Koning David en Natan Op een dag komt er een man naar het paleis. Het is de profeet Natan en hij wil koning David spreken. David is meteen nieuwsgierig wat de profeet hem te vertellen heeft. Wanneer Natan voor de koning staat, begint hij meteen: Koning David, hier in de buurt woont een rijke man. Hij heeft veel vee: runderen, schapen, geiten. Hij heeft meer dieren dan hij kan tellen. Bij hem in de buurt woont een arme man, die maar één klein schaap heeft. Hij heeft het als lammetje gekocht en zorgt er goed voor, alsof het zijn kind is. Nu krijgt deze rijke man hoog bezoek. Hij wil een feestmaal houden voor zijn gasten. Maar hij vindt het jammer om een van zijn eigen dieren te slachten voor de maaltijd. Dus wat doet hij? Hij pikt gewoon dat éne lammetje van zijn buurman.
109
7
Omgaan met macht
Wat zeg je? Dat kan natuurlijk niet! Wat een smerige misdaad. Is dat hier in de buurt gebeurd? Die man moet onmiddellijk voor het gerecht worden gesleept. Hij moet veroordeeld worden en mag zijn straf niet ontlopen. Vooruit, zeg op, wie is die man? Even is het stil. Dan loopt de profeet met een uitgestoken wijsvinger recht op de koning af. David wordt bleek van schrik. Jij, koning David, jij bent die man! Plotseling ziet de koning er heel moe en oud uit. Hij beseft opeens wat Natan bedoelt met zijn verhaal. Hij ziet de gezichten van Uria en van Batseba voor zich en hij weet dat hij een moordenaar is. Hij verbergt zijn gezicht in zijn handen. Koning David, jij hebt je van God of zijn gebod niets aangetrokken. Omdat jij de vrouw van een andere man wilde hebben, heb je die man laten sterven. Deze moord zal voor jou en je familie nog slechte gevolgen hebben.
11
Natan a De profeet Natan vertelt een verhaal aan David. Hij heeft met de rijke boer, de arme buurman, het vee en het lam natuurlijk bepaalde mensen en dingen op het oog. Wat hoort bij elkaar? Trek een lijn. de rijke boer
zijn arme buurman
het vee van de rijke
het lam van de arme
• • • •
• • • •
bezit van David
David
Batseba, de vrouw van Uria
Uria
Profeten toen en nu De profeet Natan protesteerde tegen de misdaad van koning David. De hele geschiedenis door zijn er mensen geweest die protesteren tegen onrecht en machtsmisbruik. Eén van hen was Martin Luther King, over wie je in het hoofdstuk Dromen hebt gelezen. Hij protesteerde halverwege de vorige eeuw tegen racistische discriminatie in de Verenigde Staten. Voor veel mensen was hij een moderne profeet. Ook nu zijn er mensen die tegen onrecht en machtsmisbruik protesteren.
12
Moderne profeten a Ook nu zijn er mensen die je 'moderne profeten' zou kunnen noemen. Een voorbeeld is de Zweedse klimaatactiviste Greta Thunberg (geboren in 2003). Ze werd bekend doordat ze onder schooltijd ging protesteren tegen de klimaatveranderingen die de mens veroorzaakt. Vele scholieren uit allerlei landen volgden haar voorbeeld.
110
7.3 Waarschuwingen en protesten
De 15-jarige Greta Thunberg voor het Zweedse parlement. Op haar bord staat in het Nederlands vertaald 'Schoolstaking voor het klimaat'.
Scan de QR-code. Bekijk de toespraak van Greta Thunberg tijdens de VN-klimaattop in New York in 2019. b Wat vind je van de toespraak van Greta Thunberg? Ben je het met haar eens?
Amnesty International Niet alleen individuele personen zoals de profeten uit het Oude Testament en mensen als Martin Luther King en Greta Thunberg protesteren tegen onrecht en machtsmisbruik, maar er zijn ook organisaties die dat doen. Een organisatie die al sinds 1961 protesteert tegen onrecht dat mensen wordt aangedaan, is Amnesty International. Bijna alle landen hebben beloofd zich aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens te houden. Toch gaat het soms mis. Dan komt Amnesty in actie. Amnesty vindt alle mensenrechten belangrijk, maar werkt vooral voor mensen die: • gevangen zitten vanwege hun geloof of afkomst, of omdat ze hun mening gezegd hebben, • heel erg gediscrimineerd worden, • gemarteld worden, • de doodstraf krijgen. Sommige landen trekken zich niets aan van de acties van Amnesty International. Ze vinden dat anderen zich niet met hun binnenlandse politiek moeten bemoeien. Maar soms helpen de acties toch. Zo zijn in de loop van de tijd al veel mensen vrijgelaten door de acties van Amnesty International.
111
7
Omgaan met macht
Een voorbeeld van een actie Op de website van Amnesty International staan regelmatig personen van wie Amnesty International vindt dat ze gesteund moeten worden. Ze schrijven in het kort wat er aan de hand is met die persoon. Daarnaast staat een voorbeeldbrief of een e-mail aan de machthebber van het land waarin die persoon woont. Daarin roepen ze op een eind te maken aan het onrecht. Je kunt meehelpen door die brief of mail op de website te ondertekenen en te versturen.
Emil uit Wit-Rusland (15) misbruikt als drugskoerier In april vorig jaar werd scholier Emil Ostrovko (15) gearresteerd. De politie beschuldigde hem van het rondbrengen van illegale drugs. De baas van Emil misbruikte hem als drugskoerier. Om wat bij te verdienen werkte Emil als koerier voor een online bedrijfje. In de pakketjes die hij rondbracht, zat volgens zijn werkgever legale rookwaar. Dat bleek een leugen: het waren drugs. Emil kreeg 8 jaar cel. Hij mag in de gevangenis zijn school niet afmaken. De eigenaar van het bedrijf waarvoor Emil werkte, is niet vervolgd. Kom in actie voor Emil. Hij verdient geen straf! Roep de Wit-Russische autoriteiten op om Emil onmiddellijk vrij te laten en zijn strafblad te wissen.
13
Amnesty International
Scan de QR-code. Je komt op de website van Amnesty International. a Bekijk de acties van Amnesty International. Kies er een uit die jou aanspreekt b Beschrijf kort wat er aan de hand is.
c Vertel hoe Amnesty International hulp probeert te geven.
112
7.3 Waarschuwingen en protesten
Andere organisaties Er zijn nog veel meer organisaties die in verschillende landen tegen allerlei vormen van onrecht strijden en zoveel mogelijk proberen te helpen. Hieronder staan een aantal van die organisaties. • • • • • • •
14
Defence for children Fair Trade Greenpeace Plan International Terre des Hommes UNICEF War Child
Organisaties Kies twee organisaties die strijden tegen onrecht. Zoek informatie over die organisaties op internet. Beantwoord voor elke organisatie de vragen. 1 Hoe heet de organisatie? 2 Wat wil de organisatie? 3 Hoe willen de leden ervan dit doel bereiken? 4 Wat vind jij daarvan? Heb je twee organistaties beschreven? Organisatie 1 1 2
3
4
Organisatie 2 1 2
3
4
113
7
Omgaan met macht
7.4 Tot slot 15
Groepsopdracht Protest! Maak groepen van vier leerlingen. Jullie gaan ergens tegen protesteren. • Bespreek waartegen jullie willen protesteren. Je kan denken aan armoede van bepaalde mensen in een land, oorlog tussen landen, klimaatverandering enz. • Verzamel informatie over het door jullie gekozen onderwerp. • Verwerk alles in een presentatie. Combineer daarbij tekst en afbeeldingen. De hele presentatie mag maximaal vijf minuten duren.
114
8
Over de liefde
8 Over de liefde
Twee verliefde mensen kijken op het strand naar een zonsondergang. Het is een romantische plek, waar je je vanzelf nog verliefder gaat voelen dan je al bent. Dit hoofdstuk gaat over liefde en verliefdheid. Over vragen die je kunt hebben als je verliefd bent, of juist als je niet meer verliefd bent. Het hoofdstuk gaat ook over bekende koppels, van vroeger en van nu. Maar er zijn meer soorten liefde dan verliefdheid. Ook dat komt in dit hoofdstuk aan de orde.
In dit hoofdstuk leer je: • nadenken over verliefdheid en de symbolen die daarbij horen. • dat er verschillende manieren zijn om te zeggen dat je van iemand houdt, zoals in het Bijbelboek Hooglied, • een aantal bekende liefdesparen kennen, nu en in het Oude Testament, • over problemen in de liefde, hoe je daar mee om kunt gaan en hoe je anderen daarmee kunt helpen, • dat liefde meer is dan verliefd zijn. 116
8.1 Als je verliefd bent
8.1
Als je verliefd bent Heb je dat ook wel eens, zo'n speciaal gevoel van binnen? Vlinders in je buik. De wereld zie je door een roze bril. Je bent vrolijk en dan weer zenuwachtig. Uren staar je voor je uit en je denkt alleen maar aan die ene... Kortom, je bent verliefd!
1
Hartjes a Je ziet vijf hartjes van verschillende grootte. Daarbij staan een heleboel woorden. Kies vijf woorden die volgens jou veel met liefde en verliefdheid te maken hebben. In het grootste hart schrijf je het woord dat voor jou het belangrijkste is. In het op één na grootste hart schrijf je het woord dat op de tweede plaats komt, en zo verder.
avontuur
ongerustheid
verlegen
bezorgheid
openheid
vetrouwen
blozen
plezier
vriendschap
borsten
respect
vrijen
eerbied
samen delen
warmte
geloven
seks
zenuwachtig
huwelijk
trouw
jaloezie
uitsloven
kus
vakantie
lichaam
verkering 117
8
Over de liefde
2
Verliefdheidstest Doe de verliefdheidstest. Kies het het antwoord dat het beste bij jou past. Achter elk zinnetje staat een letter. Houd bij welke letter je hebt gekozen.
a Wat doe je als je op iemand verliefd bent geworden?
b
c
d
e
f
g
h
i
j
◯ Ik durf er alleen met mijn beste vriendin/vriend over te praten. ◯ Ik wil het de ander zo gauw mogelijk vertellen. ◯ Ik fantaseer over haar/hem, maar vertel het aan niemand. Vind je het leuk om verliefd te zijn? ◯ Ja, want ik kan er zo heerlijk bij wegdromen. ◯ Alleen als de ander er goed op reageert. ◯ Natuurlijk, want ik geniet ervan. Waar zou jij het liefst een afspraakje maken? ◯ Op een gezellig schoolfeest. ◯ Op een stil plekje ergens buiten, in het bos of in de duinen. ◯ Op de plek die hij/zij het leukst zou vinden. Wat voel je als je verliefd bent? ◯ Ik kan van geluk wel dansen en springen. ◯ Het maakt me onzeker; ik ben bang dat ze me gaan uitlachen. ◯ Dan droom ik zo heerlijk weg. Wat doe je het liefst als het 'aan' is tussen jullie? ◯ Samen bij kaarslicht naar muziek luisteren. ◯ Veel bij elkaar zijn en, ook met anderen erbij, leuke dingen doen. ◯ Kletsen over wat wij allebei leuk vinden. Gebruik je je smartphone om contact te krijgen met degene op wie je verliefd bent? ◯ Rechtstreeks contact hebben durf ik niet goed, maar ik volg hem/haar wel ◯ Ik reageer op foto's of berichten van hem/haar. ◯ Ik stuur een vriendschapsverzoek Vertel je thuis dat je heel verliefd bent? ◯ Als ze het merken wil ik er best over praten, maar ik begin er niet over. ◯ Nee, liever niet. ◯ Natuurlijk, want ik kan dat toch niet voor me houden. Wat doe jij als een ander op jou verliefd is geworden? ◯ Ik geniet ervan dat een ander om mij geeft. ◯ Ik wacht af totdat die ander contact met me zoekt. ◯ Als ik die ander ook leuk vind, laat ik dat meteen merken. Wil je alleen maar verliefd blijven of ook echt verkering hebben? ◯ Ik wil alleen verkering als de ander ook écht van mij houdt. ◯ Verkering natuurlijk. Daarom word je toch verliefd? ◯ Als ik na een tijdje nóg verliefd ben, wil ik wel verkering. Hoe laat jij de ander merken dat je tot over je oren verliefd bent? ◯ Ik stuur een liefdesbrief of een mooi gedicht. ◯ Ik wacht op een geschikt moment en laat het dan merken. ◯ Ik zeg het meteen.
B C A A B C C A B C B A A C B B C A A B C A B C A C B A B C
Wat zegt deze test over jou? Ben jij romantisch, een beetje verlegen of juist erg spontaan? Achter elk zinnetje staat een letter. Tel op hoe vaak je een A, B of C hebt gekozen. Vul het aantal keren dat je een A, B of C koos in.
118
8.1  Als je verliefd bent 
A B C Je scoorde vooral A Je houdt erg van dromen en fantaseren. Je bent een romantisch type. Thuis op je kamer of in de klas kun je heerlijk wegdromen. Je beleeft in gedachten de leukste avonturen met je geliefde. Je kunt genieten van rustige muziek, een mooi verhaal of een romantische film. Je vindt een goede sfeer in huis erg belangrijk. Je scoorde vooral B Je weet wat je wil, maar je durft er niet altijd duidelijk voor uit te komen. Je kijkt eerst de kat uit de boom. Je denkt een tijdje na voordat je iets zegt of doet. Onverwachte vragen en situaties brengen je in verlegenheid. Soms zou je graag wat spontaner willen reageren, maar je doet dat niet. Je hebt tijd nodig om alles te verwerken. Je scoorde vooral C Jouw relaties laten niet lang op zich wachten. Jij reageert heel direct en bent niet bang om je mening te geven. Je draait er bij problemen niet omheen. Je zegt meteen wat je wel of niet leuk vindt. Anderen weten direct wat ze aan je hebben. Je zegt altijd wat je denkt.
Symbolen voor liefde Als het over liefde gaat, kom je heel veel hartjes tegen. Hartjes zijn een symbool voor verliefdheid. Er zijn nog meer symbolen voor liefde en verliefdheid.
3
Symbolen Je ziet hieronder symbolen die met liefde en verliefdheid te maken hebben. a Beschrijf onder elke tekening wat er uitgebeeld wordt en wat dat met liefde en verliefdheid te maken heeft.
119
8
Over de liefde
Ik m is je! !! -XXX
-
b Teken een symbool voor liefde of verliefdheid dat je zelf nog kent.
120
8.2 Hoe zeg je het de ander?
8.2 Hoe zeg je het de ander? Die jongen met die mooie ogen - helemaal verliefd ben je op hem. Maar hoe zorg je dat die mooie ogen jóu zien? Als je langsloopt draait hij zich net om of begint hij met een ander te praten. Dat meisje met die lieve lach... wanneer lacht ze nou een keer naar jou? Als je verliefd bent, dan wil je aandacht van haar of hem. Je wilt weten of hij of zij ook iets voor jou voelt. Maar hoe kom je daar achter? Hoe laat je de ander weten dat je verliefd bent? Doodeng is het, als hij of zij je maar niet uitlacht...
4
Appje a Stel dat je een appje stuurt naar iemand op wie je verliefd bent. Welke woorden en emoticons zou je dan gebruiken? Schrijf in de afbeelding het berichtje dat je zou sturen. Teken de emoticon(s) erbij.
Ik hou van je 'Ik hou van je' is een veel uitgesproken zinnetje in het Nederlands. Over de hele wereld worden deze woorden in allerlei talen gezegd, geschreven en gezongen. Als je verliefd bent op een meisje of een jongen die een andere taal spreekt, is het daarom handig als je 'ik hou van jou' in die andere taal kunt zeggen. Trouwens, soms klinkt 'Ik hou van jou' in een andere taal veel romantischer!
Vakantieliefde
121
8
Over de liefde
5
Ik hou van je in acht talen a Je leest 'Ik hou van je' in acht talen. Welke taal hoort bij welk zinnetje? Ana moajaba bik.
I love you.
Ich liebe dich.
Ik hald fan dy.
Je t'aime.
Seniseviyorum.
Te quiero.
Ti amo.
• • • • • • • •
• • • • • • • •
Frans
Italiaans
Engels
Spaans
Duits
Fries
Marokkaans
Turks
Zeg het op een andere manier Verliefdheid is een erg sterk gevoel. Woorden schieten vaak tekort om dat sterke gevoel aan de ander duidelijk te maken. Sommige mensen proberen daarom op een andere, creatieve manier dat krachtige gevoel te uiten. Ze maken een schilderij, schrijven een gedicht of maken een lied over hun liefde. Overal ter wereld en door de eeuwen heen zijn er veel liedjes over liefde en verliefdheid gemaakt. Dit is het eerste couplet van de song Just The Way You are van Bruno Mars. Scan de QR-code als je het hele lied wil horen. Oh, her eyes, her eyes. Make the stars look like they’re not shining. Her hair, her hair. Falls perfectly without her trying. She’s so beautiful, and I tell her every day.
122
Oh haar ogen, haar ogen Doen de sterren verbleken. Haar haar, haar haar Valt perfect zonder dat ze er moeite voor doet. Ze is zo mooi en dat vertel ik haar elke dag.
8.2 Hoe zeg je het de ander?
Schilderij 'De Kus' van Gustav Klimt
Beeldspraak Soms schieten woorden tekort om uit te leggen hoe je je voelt, omdat je gevoel té krachtig is. Dan gebruiken mensen vaak beeldspraak om hun gevoel te uiten. Beeldspraak is figuurlijk taalgebruik, vaak in de vorm van een vergelijking. Bijvoorbeeld 'Hij straalt als de zon'. Iemand kan niet echt stralen als de zon, maar degene die dit zegt, vindt hem een 'stralend', bijzonder persoon. Of: 'Ze is zo mooi als een roos'. Die persoon ziet er natuurlijk niet letterlijk uit als een roos, maar de ander vindt haar heel erg mooi.
6
Just the way you are a Lees de tekst en lees het couplet uit het lied Just The Way You Are van Bruno Mars nog een keer. Welke beeldspraak zie je in dit kleine stukje tekst?
b Ken jij nog meer vergelijkingen over liefde en verliefdheid en hoe mooi, lief, bijzonder je iemand vindt? Noem er twee.
c Ken jij nog meer liedjes over verliefdheid? Kies er één en noteer de titel en de artiest.
d Lees de tekst van dat liedje door. Je vindt het waarschijnlijk wel op internet. Staan er vergelijkingen in? Noteer één of twee vergelijkingen op die je kunt vinden.
e Ken je nog een andere creatieve uiting over verliefdheid? Een boek, een film, een gedicht? Geef een voorbeeld.
123
8
Over de liefde
Hooglied Ook in het Oude Testament wordt over liefde en verliefdheid gesproken. Er staan bijvoorbeeld verhalen in over koningen die verliefd werden, zoals David en Salomo. Het boek Hooglied bevat zelfs alleen maar gedichten over de liefde. Dat boek wordt wel eens het Bijbelse liefdeslied genoemd. Het is een verzameling liederen en gedichten over een jongen en een meisje die elkaar vertellen hoeveel ze van elkaar houden. Bij bruiloften werden deze liederen vaak gezongen of voorgedragen.
Hooglied 4:1-5 Je bent zo mooi, vriendin van mij, je bent zo mooi! Je ogen zijn duiven, door je sluier heen. Je haar golft als een kudde geiten, die afdaalt van Gileads bergen. Je tanden zijn als witte schapen: klaar voor de scheerder komen ze twee aan twee uit het water, er ontbreekt er niet een. Als een koord van karmozijn zijn je lippen, je mond is betoverend. Als het rood van een granaatappel fonkelt je lach, door je sluier heen. Je hals is als de toren van David, die in ringen is gebouwd, die met schilden is behangen, met wel duizend schilden van helden. Je borsten zijn als kalfjes, als de tweeling van een gazelle, die tussen de lelies weidt.
7
Hooglied 4:1-5 Lees de tekst van Hooglied 4:1-5. Bedenk dat dit een tekst is die bijna 3000 jaar geleden geschreven is! De jongen vergelijkt het meisje met allemaal dingen. Welke drie vergelijkingen vallen jou het meest op? Bijvoorbeeld omdat je ze mooi of juist raar vindt. 1 2 3
124
8.2 Hoe zeg je het de ander?
Hooglied 5: 10-16 Mijn lief glanst en schittert, hij steekt boven duizenden uit. Zijn hoofd is van goud, het zuiverste goud, zijn lokken zijn als dadeltrossen, ravenzwart. Zijn ogen zijn als duiven bij een stromende beek, die baden in water, die gedompeld zijn in melk. Zijn wangen zijn als balsemtuinen, die overheerlijk geuren. Zijn lippen zijn als lelies, die druipen van vloeiende mirre. Zijn armen zijn als staven van goud, met turkoois bezet. Zijn buik is als een schijf van ivoor, versierd met saffier. Zijn benen zijn als zuilen van albast, op voetstukken van zuiver goud. Zij gestalte is zo fier als een ceder van de Libanon. Zijn mond is zoet, aan hem is alles begeerlijk. Dit is mijn lief, dit is mijn vriend, meisjes van Jeruzalem!
8
Hooglied 5:10-16 Lees de tekst van Hooglied 5: 10-16. Het meisje vergelijkt de jongen ook met van alles. Welke drie vergelijkingen vallen jou het meest op? 1 2 3
Ik noem je ik noem je: bloemen ik noem je: merel in de vroegte ik noem je: mooi ik noem je: narcissen in de nacht waaroverheen de wind strijkt naar mij toe ik noem je: bloemen in de nacht Jan Hanlo
9
Valentijn Schrijf op een apart blaadje een tekst over iemand die je bewondert, erg aardig vindt of op wie je misschien zelfs verliefd bent. Je kan dit doen in de vorm van een gedicht, een brief of een Valentijnskaart. Gebruik minstens twee vergelijkingen om aan te geven wat je zo speciaal aan die persoon vindt. Maak er iets moois van.
125
8
Over de liefde
8.3 Een koppel Als de ander jouw verliefdheid beantwoordt, is het ‘aan’. Je hebt ‘verkering’ en jullie horen dan bij elkaar. Jullie vormen een stel, of een koppel.
Beroemde koppels
Koning Willem-Alexander en koningin Maxima.
Zangeres Beyoncé met haar man, de rapper Jay-Z.
Op de foto's zie je twee bekende koppels. Ook in het Oude Testament komen enkele beroemd geworden koppels voor. In het hoofdstuk 'Omgaan met macht' heb je al gelezen over koning David en Batseba.
10
Koppels in het Oude Testament Je ziet vijf tekeningen van koppels uit het Oude Testament. En vijf korte teksten over die paren. Scan de QR-code voor de Bijbelteksten over deze koppels. Welke tekst hoort bij welke tekening? En om welk koppel uit het Oude Testament gaat het? Kies de juiste tekst en het juiste koppel bij de tekeningen. Kies uit: A Nadat hij een Egyptenaar had doodgeslagen, vluchtte hij weg voor de farao naar ander land. Daar ontmoette hij zijn vrouw. B Als kind werd hij bijna door zijn vader gedood. Later trouwde hij met een knap meisje. Ze kregen een tweeling. C Hij hield zoveel van haar, dat hij twee keer 7 jaar voor haar vader ging werken om haar te mogen trouwen. D God maakte haar uit zijn zijde, zodat de mens een gelijke had. E Op hoge leeftijd kregen zij een kind, dat een van de stamvaders werd van het Joodse volk. En uit: Adam en Eva Mozes en Sippora Jakob en Rachel Isaak en Rebekka Abraham en Sara
126
8.3 Een koppel
Tekst
Koppel
127
8
Over de liefde
11
Een bijzonder paar Beschrijf een koppel dat jij bijzonder vindt. Het mag een beroemd paar zijn, maar ook een stel uit je eigen omgeving. Vertel erbij waarom je dit een bijzonder paar vindt.
8.4 Rozen verwelken...  Problemen in de liefde Het is niet altijd rozengeur en maneschijn als je verliefd bent. De liefde kan je heel gelukkig, maar ook heel verdrietig maken. Er kan van alles gebeuren waardoor je liefde op de proef gesteld wordt. De een lost alles zelf op, de ander praat er met anderen over. Soms schrijft of mailt iemand een briefje naar een vragenrubriek in een tijdschrift of zet een berichtje op een internetforum. Hij of zij hoopt dan een antwoord te krijgen dat helpt.
12
Vragenrubriek De volgende vragen stonden op een forum op internet. Lees wat het probleem is. Probeer de schrijvers zo goed mogelijk advies te geven.
Vraag van Lisa Ik heb al bijna een jaar verkering met een jongen van wie ik veel houd. Maar nu heb ik een andere jongen op een feestje leren kennen: hij is superlief en ik kan veel met hem lachen. Ik vind hem leuk en weet niet wat ik moet doen. Wat mijn vaste vriend belooft, doet hij niet altijd. Soms zeg ik daar iets van tegen hem: hij wordt dan altijd kwaad, soms zelfs agressief. Dat is niet leuk, maar toch houd ik van hem. Niemand is volmaakt, dus hij ook niet. Die andere jongen ken ik natuurlijk niet zo goed. We willen elkaar wel beter leren kennen, 128
8.4 Rozen verwelken...
maar hij weet niet dat ik al een vriend heb. Wat moet ik nou doen? Ik weet het gewoon niet meer!
Vraag van Wouter Ik heb een vaste vriendin. Ik houd veel van haar en zij van mij. Sinds een paar weken werkt ze bij een supermarkt en daar heeft ze enkele jongens leren kennen. Ze vertelde me pas dat ze één jongen erg leuk vindt. Nu ben ik bang dat ze op hem verliefd wordt en dan ben ik haar kwijt. Misschien is ze zelfs al een beetje verliefd op hem, maar wil ze dat niet toegeven. Hoe los ik dit probleem op?
Vraag van Eyup Ik ben een jongen van 14 jaar. Mijn opa en oma zijn uit Turkije naar Nederland verhuisd. Mijn ouders zijn hier geboren. En ik ook. We gaan nog steeds elke zomervakantie terug naar Turkije om daar familie te bezoeken. We vieren in Nederland de belangrijkste islamitische feesten, maar gaan nooit naar een moskee. Tijdens dansles heb ik een meisje ontmoet waar ik verliefd op ben geworden. Gelukkig is zij ook verliefd op mij. Zij heeft een Nederlandse familie en helemaal geen godsdienst. Haar ouders maken zich niet zo druk over onze verkering. Mijn ouders doen dat wel. Ze vinden dat we uit verschillende culturen komen en daardoor niet goed bij elkaar passen. 129
8
Over de liefde
Ze willen dat ik met de danslessen stop en haar niet meer ontmoet. Maar ik wil dat echt niet! We hebben er thuis voortdurend ruzie over. Hoe kan ik ervoor zorgen dat mijn ouders anders over ons gaan denken?
Liefdesverdriet Verliefdheid is een heel sterk gevoel, dat mensen inspireert om mooie schilderijen en liedjes te maken. Maar bij hoge bergen horen ook diepe dalen. De pijn die je hebt als je liefde niet meer beantwoord wordt, kan erg groot zijn. Iedereen krijgt wel een keer te maken met die pijn en iedereen zal die pijn op zijn eigen manier moeten verwerken. Wat daarbij kan helpen is wederom muziek. Er zijn veel liedjes geschreven over liefdesverdriet.
13
Het duurt te lang a Scan de QR-code om naar het liedje te luisteren en de hele tekst te lezen. Je ziet staat een stukje tekst uit het liedje Het duurt te lang van Davina Michelle. Ook in deze songtekst is beeldspraak te vinden. Het duurt te lang. En we staan hier al een tijdje en we moeten door. Dus voor de laatste keer het spijt me. Het duurt te lang. Wat wordt er volgens jou bedoeld met de volgende beeldspraak uit dit liedje? 1 Superheld 2 De drempels van het leven 3 De tunnel zonder licht 1 2 3
b Ken jij een liedje over liefdesverdriet? Noem de titel. c Staat er beeldspraak in dat liedje? Noem de beeldspraak.
130
8.4 Tot slot
Heb jij al wel eens verdriet over liefde gehad? Vanwege een verliefdheid of een vriendschap bijvoorbeeld? Welke beeldspraak zou jij kunnen verzinnen om dat gevoel woorden te geven?
8.5 Tot slot Over de liefde In dit hoofdstuk hebben we het gehad over één soort liefde, namelijk verliefdheid. Maar er zijn ook andere vormen van liefde, bijvoorbeeld de liefde van een oma voor haar kleinkind. De ene vorm van liefde kan sterker zijn dan een andere vorm van liefde, dat verschilt per persoon.
14
Vormen van liefde a Je ziet een aantal afbeeldingen. Zet onder iedere afbeelding welke vorm van liefde de afbeelding laat zien.
131
8
Over de liefde
b Ken je nog andere vormen van liefde? Benoem ze.
Naastenliefde Nog weer een andere vorm van liefde is naastenliefde. Het speelt een belangrijke rol in het Nieuwe Testament, het tweede deel van de Bijbel. In een van de boeken van het NT staat een verhaal over Jezus, waarin hij zegt: 'Heb uw naaste lief als uzelf'. Hij noemt dit het op één na belangrijkste gebod, ná het gebod om God lief te hebben. Naastenliefde is het geven om de mensen om je heen, ongeacht wie ze zijn, of ze een van een andere cultuur komen, of een andere leeftijd hebben, het maakt niet uit.
15
Doe eens lief! Je gaat een complimentenkaartje maken voor een klasgenoot. Scan de QR-code voor de pdf. In de pdf zie je een complimentenkaartje en een lijst met woorden die je kunt gebruiken voor een compliment aan je klasgenoot. Maar je mag ook andere woorden gebruiken. Geef ook een voorbeeld bij het compliment. Maak een complimentenkaartje voor een klasgenoot. Gebruik daarvoor de woorden uit de pdf. Maar je mag ook andere woorden gebruiken. Geef ook een voorbeeld bij het compliment. Als je kaartje klaar is, kun je het aan je klasgenoot geven.
132
Verantwoording
133