Skip to main content

Methodewijzer Laagland, literatuur & lezer

Page 1

Methodewijzer

Laagland literatuur & lezer

Volledig vernieuwd, geactualiseerd en afgestemd op het literatuurond erwijs van vandaag

4e editie

75% van de scholen gebruikt Laagland voor literatuuronderwijs

Laagland, literatuur & lezer is dĂŠ methode literatuuronderwijs Nederlands voor de tweede fase van havo en vwo. Met al 20 jaar ervaring groeit Laagland mee; Laagland brengt literatuur tot leven met een rijk aanbod aan fragmenten en aansprekende opdrachten. De lezer staat centraal Een breed en gevarieerd aanbod van zorgvuldig geselecteerde literaire teksten Aandacht voor differentiatie Een solide basis van literaire theorie en grondige kennis van literatuurgeschiedenis Praktisch en overzichtelijk Beschikbaar als complete ĂŠn aanvullende methode literatuur


De 4e editie van Laagland bevat gevarieerde, activerende opdrachten en een rijke hoeveelheid teksten. Door samen te werken, kritisch te denken en te praten over literatuur worden leerlingen enthousiast en kritische lezers. Zo bereiden zij zich optimaal voor op het examen.

Lezer staat centraal Laagland, literatuur & lezer neemt leerlingen mee in de rijke wereld van literatuur. En over het effect dat literatuur op hen als lezer kan hebben. Laagland bevat opdrachten waarin leerlingen worden uitgedaagd actief te lezen. Ze leren nadenken over literatuur, hun wereld te verbreden en hun eigen mening te vormen. De modules starten met opdrachten en teksten. Vanuit de verwerking gaan leerlingen theorie bestuderen om die toe te passen. Leerlingen gaan zelf aan de slag, bijvoorbeeld door een eigen heldenepos te schrijven of een trailer te maken bij een tekst. Ook krijgen ze filmpjes, bijvoorbeeld over slam poetry, en links naar websites waarmee ze hun literaire ontwikkeling vergroten en hun smaak kunnen vormen.

Breed en gevarieerd aanbod aan teksten De teksten in Laagland verschillen in leesniveau, lengte en thema. Ze vormen een mooie mix tussen klassiekers en recente teksten. Alle teksten zijn beschikbaar in audio en als pdf-bestand met lettertype Arial 12. U heeft bovendien toegang tot de teksten uit vorige edities van Laagland via de tekstenbank.

Aandacht voor differentiatie Keuzeopdracht 19

Het lezen van verhale

GeenJe hebt in deze module 3 Het lezen van verhalende teksten een aantal complete korte verhalen leerling is hetzelfde. Daarom biedt Laagland gevarieerde en open opdrachten die de leerling stimuleren gelezen. om actief met literatuur bezig te zijn en verschillende vaardigheden toe te passen, zoals samenwerken, 3.1 Waarom verhalen? Kies het verhaal dat jou het meest aanspreekt en geef daarvan een onderbouwde interpretatie: leg dus beargumenteerd uit wat de thematiek is van het verhaal van jouw keuze. Een goed vertrekpunt onderzoeken en kritisch denken. van je interpretatie is de invulling van de kern van de geschiedenis: hoofdpersoon, doel, helper(s), tegenstanders(s). Leg in ieder geval ook een duidelijk verband tussen verhaal en titel.

Keuzeopdracht 20

3

OPDRACHTEN

Deze opdracht gaat over het verhaal “Winnaars” van Kira Wuck (opdracht 18). Kies opdracht 20A óf opdracht 20B. 20A Het verhaal van Kira Wuck heeft geen echte dialoog. De ik-vertelinstantie geeft alleen gesprekken in samengevatte vorm weer. Schrijf de dialoog die de ik-figuur met de moeder zou kunnen voeren als zij naar de hotdogwedstrijden gaan. Let erop dat de kern van de dialoog de directe rede is. 20B Schrijf een gedicht over Edgar, de broer van de ik-figuur. Je mag ook een gedicht schrijven met Edgar als ik-verteller en focalisator. Maak voor de inhoud van het gedicht gebruik van de informatie uit de eerste en de laatste alinea van het verhaal. Wat betreft de vorm ben je vrij in je keuzes. Bedenk ook een titel voor je gedicht.

Mensen lezen om verschillende redenen ve ontspannen en te vermaken of om het leve beschouwen in dat geval een verhaal als ee menselijke ervaringen centraal staan. Verha individuele identiteit en bij onze identiteit Keuzeopdracht als een soort laboratorium waar in verhaalv krijgen. Verhalende teksten geven op die m leerling kiest welk mensen in elkaar steken en met elkaar omg onderdeel hij wil hoe mensen zijn, en lezers kunnen zich daa

doen.

Een verteltechnische (narratologische) oms in een verhalende tekst is er een verteller d is een geschiedenis waarin personages han verhalende tekst zijn drie begrippen crucia een onderscheid gemaakt tussen twee fun handelingsfunctie van de personages.

In deze module wordt het onderscheid tus uitgangspunt genomen voor de besprekin we aan de hand van de vragen: waarover w (verhaal) en wie vertelt? (verteller). Daar wo neemt waar? (focalisatie). Ten slotte wordt het lezen van verhalende teksten te maken

3.2 Geschiedenis: waarover wo


Iedere module bevat één of meer keuzeopdrachten. Soms kan een leerling kiezen welke keuzeopdracht hij gaat maken. Een andere keer kiest hij binnen een keuzeopdracht, door bijvoorbeeld een tekst van zijn voorkeur als uitgangspunt te nemen, te bepalen hoe hij de opdracht uitvoert of welke onderdelen hij maakt. Er zijn ook verdiepingsopdrachten. Deze opdrachten zijn complexer; er wordt meer inzicht en zelfstandigheid van leerlingen gevraagd.

Verdiepingsopdracht 14

theorie 3.4 en 3.5

Lees “De vertalers” van Arnon Grunberg en beantwoord samen met een medeleerling de vragen.

hun antwoorden. Lara hoeft dat in prin Verdiepingsopdracht: 85 niet te doen; ze luistert omdat ze de me extra uitdaging voor wil begrijpen. En ze helpt de mensen. Als de leerling.

De vertalers

10

3

OPDRACHTEN

5

15

20

25

30

35

Lara werkt met de honden. Zo is van hogerhand besloten. Ze heeft altijd van honden gehouden. Eigenlijk had Lara iets anders willen doen, studeren, psychologie bijvoorbeeld. Het leek haar leuk om de mensen te begrijpen. Aan geschiedenis heeft ze ook gedacht. Wie de geschiedenis kent, begrijpt de mensen. Eerst de mensen begrijpen, dan de mensen helpen. Zo zag ze haar toekomst. Maar er kwam iets tussen. Ze kan zich niet meer precies herinneren wat. De dood van haar moeder had er in elk geval mee te maken. Ze woonde met haar moeder in een industriestad. Haar moeder was naaister. Toen stierf ze. En Lara ging ander werk zoeken. Tot haar moeders dood had ze in een bejaardentehuis gewerkt als bejaardenverzorgster. Nadat haar moeder was gestorven had ze discipline nodig, dacht ze. Geld, ook dat. En ze wilde iets van de wereld zien. Er zijn geen vaste tijden voor de honden, maar ze moeten altijd paraat staan, je weet nooit wanneer ze eraan te pas komen. Lara heeft een speciale cursus moeten volgen om met de honden te kunnen werken. Ze was de beste in haar groep. Haar honden heten Charles en Roger. Ze kent de honden beter dan ze haar moeder ooit heeft gekend, zo voelt het. Ze lijken totaal niet op elkaar: Roger is vurig, gretig, Charles is afwachtend en totaal op haar gefixeerd. Roger, die is zo speels. Soms is hij stout, maar ze slaat hem nooit. Ze spreekt hem toe, dat is voldoende. Roger en Charles begrijpen alles. De kooien van de honden zijn niet onprettig, maar ze zouden wat ruimer kunnen. Ze heeft al een brief geschreven, namens Charles en Roger – ze sloot een foto

90

45

50

55

60

65

70

75

van de honden en hun kooien bij – met de vraag om grotere kooien en ze kreeg te horen dat haar brief in behandeling was genomen. Dat is nu twee maanden geleden. Ze heeft weleens discussies gehad met haar collega’s over de rol van de honden. De een zei dat het allemaal maar illusie was, een soort theater. Een ander zei dat de honden het eigenlijke werk verrichten. Zelf gelooft Lara dat de honden een kalmerende werking hebben. Het klinkt misschien vreemd, maar ze is ervan overtuigd dat haar honden over bovenmenselijke overtuigingskracht beschikken. De vertaler staat links tegen de muur, soms zijn er twee vertalers. Een keer zei een vertaler: ‘Charles en Roger hebben geen vertaling nodig.’ Hij moest lachen. Voor ze de honden uit hun kooi haalt, praat Lara tegen ze. Dan knuffelt ze de honden. Ze speelt met de honden. ‘Wat is dat?’ vraagt ze aan Charles. ‘Is dat een stok?’ Lara had een vriend, hij werkte voor het benzinestation vijf minuten lopen van haar moeders huis. Ze was hem altijd trouw gebleven, maar de relatie ging uit. Nu is er even geen man om trouw aan te blijven. Er is een vertaler die ze leuk vindt. Soms zoekt ze hem op, al mag dat eigenlijk niet. Hij begrijpt haar niet helemaal en dat komt door het taalprobleem. Hij kan aardig vertalen, maar hij kan niet zo goed praten; als hijzelf iets moet zeggen, gaat het vaak mis. De verhoren duren lang. Ze gaan vijf, soms zes uur achter elkaar door. Soms nog langer. Het is voor een groot gedeelte psychologisch. De mensen moeten worden overtuigd, ze moeten inzien wat het beste voor hen is, maar je moet ook blijven luisteren naar hun problemen, hun vragen,

Solide basis van literaire theorie en literatuurgeschiedenis 40

80

95

100

105

110

115

120

bejaardenverzorgster hielp je de mense echt, had ze ontdekt. Dat was fabrieksw daar in het bejaardentehuis. De kwalite de zorg leed onder de enorme tijdsdruk Hoe langer het verhoor duurt, hoe onaangenamer het is. Er zijn dagen dat weinig uit komt. Ze spreken elkaar tege ze zeggen allemaal hetzelfde. Dan word aan de vertaler gevraagd: ‘Is dat écht al wat hij heeft gezegd?’ Alsof die het kan helpen. De dokter houdt zich op de achtergr hij is er alleen voor noodgevallen. Lara’s moeder was ook niet spraakza net als de mensen die verhoord worden van haar vader kan ze zich vrijwel niets herinneren. Er zijn collega’s die zeggen: ‘Je moet te veel nadenken.’ In hun vrije tijd zitte in de fitnessruimte. Zelf is ze in haar vr heel actief op Facebook. Ze heeft daar m dan vierhonderd vrienden. Haar vertal ook op Facebook. Ze hebben een paar k gezoend, maar verder wil ze niet gaan, vrouw moet niet te veel bedpartners he Bij haar staat de teller nu op twee en da moet hij even op blijven staan. Misschien is dit geen ideale baan op lange termijn. Er zit veel herhaling in. E willen mensen niet praten, dan wordt h tong langzaam soepel gemaakt. Later w met blindengeleidehonden gaan werke Het is een heel proces waar haar pat doorheen moeten voor ze spraakzaam worden. Ze noemt hen ‘patiënten’, dat v

Sommige verhalende teksten kun je typere subjectief. De mate van objectiviteit of sub focalisator(s), het aantal focalisators en in h

1 Leg beargumenteerd uit of “De vertaler eerst de vertelinstantie, focalisator en b tekst die het antwoord over objectivite 2 In het begin van het verhaal wordt Lara

28 Laagland staat voor kwaliteit: de methode biedt een solide basis van literaire theorie en begrippen. Ook de literatuurgeschiedenis wordt grondig behandeld. Uiteraard is deze 4e editie geactualiseerd; de meest recente inzichten uit de literatuurwetenschap zijn verwerkt, zoals foregrounding in literaire teksten. Daarbij is in Laagland de literatuurgeschiedenis ingedeeld in drie tijdperken: het heldenepos, het toneel en de roman. Binnen deze tijdperken komen de periodes aan bod zoals de middeleeuwen of de 17e eeuw. Hierdoor worden de periodes in een breder kader geplaatst en krijgen leerlingen een beter begrip van de literatuurgeschiedenis.


Praktisch & overzichtelijk Laagland biedt het volgende om het u als docent zo makkelijk mogelijk te maken: – Theorie: aan het eind van elke module staat de bijbehorende theorie, compleet en overzichtelijk. – Toetsen: bij iedere module hoort een afsluitende toets om te meten in welke mate leerlingen de behandelde stof in de module beheersen. De toetsen bestaan uit een A- en een B- versie (herkansings- of inhaaltoets). – Digitale verrijking: leerlingen kunnen eenvoudig bij het aanvullende, digitale materiaal door middel van QR-codes in de boeken. – Duidelijke structuur: Overzicht aan begin module van MODULE | 2 Overzicht opdrachten en theorie opdrachten en theorie, keuze- en verdiepingsopdrachten. Overzicht opdrachten en theorie

Pagina

Oriëntatie op het onderwerp van de module.

Inleiding Module 2 gaat over de nadruk op literair taalgebruik (foregrounding) en betekenis­ toekenning (het interpreteren van een tekst). Je leert hoe je stijlfiguren en beeldspraak in literaire teksten kunt herkennen en benoemen. Ook leer je wat de functie en het effect van stijlfiguren en beeldspraak kunnen zijn. Verder leer je hoe je op een gestructureerde manier betekenis aan een tekst kunt toekennen. De inhoud van module 1 wordt bekend verondersteld.

xxx xxx xxx

De opdrachten 1, 2, 3, 4 en 5 gaan over de theorie van 2.1 Nadruk op taalgebruik en 2.2 Stijlfiguren.

Opdracht 1

Opdracht in tweetallen.

theorie 2.1 en 2.2

Bestudeer de theorie van 2.1 Nadruk op taalgebruik en 2.2 Stijlfiguren en beantwoord samen met een medeleerling de vragen. 1 2

Literair taalgebruik en betekenistoekenning

xxx xxx

2 | OPDRACHTEN

• De opdrachten 1 , 2 , 3 , 4 en 5 gaan over de theorie van 2.1 Nadruk op taalgebruik en 2.2 Stijlfiguren. • Opdracht 5 is een keuzeopdracht. • De opdrachten 6 , 7 , 8 , 9 , 10 , 11 , 12 , 13 en 14 gaan over de theorie van 2.3 Beeldspraak en symboliek. • Opdracht 14 is een verdiepingsopdracht. Je maakt opdracht 12 en 13 óf de verdiepingsopdracht 14 . • De opdrachten 15 , 16 en 17 gaan over de theorie van 2.4 Betekenistoekenning.

Leg uit waarom door foregrounding de eenduidigheid en de begrijpelijkheid van een tekst bemoeilijkt kunnen worden. In de theorie van 2.2 worden dertien stijlfiguren beschreven en met voorbeelden toegelicht. Bedenk zelf voor de dertien stijlfiguren een duidelijk voorbeeld. Leg deze dertien voorbeelden voor aan een medeleerling, die op basis van de voorbeelden de stijlfiguren moet benoemen. Jij benoemt vervolgens stijlfiguren op basis van de voorbeelden van de medeleerling. Bespreek elkaars voorbeelden. Welke voorbeelden zijn correct, welke niet en waarom? Neem geen voorbeelden over die al in Laagland staan!

Opdracht 2

theorie 2.1 en 2.2

Lees het eerste hoofdstuk van Eus (2012), een roman van Özcan Akyol (1984) en beantwoord de vragen.

Eus gaat over de jeugd van de ik­figuur die opgroeit in Koekstad. Eus belandt geleidelijk aan in de criminaliteit.

Het arbeidersvolk in de Bergpoortstraat lag al te slapen en het schorriemorrie van seksclub Isabelle voerde geheime gesprekken op straat, toen mijn oudste

5

Bij iedere opdracht staat de bijbehorende theorie.

broer, ruim na bedtijd, de longen uit zijn lijf holde, op zoek naar onze vader. In het vierde café trof hij hem aan met een paar van zijn Turkse vrienden, die 31

30

Beschikbaar als complete én aanvullende methode literatuur

Meer weten? Kijk op www.thiememeulenhoff.nl/laagland voor meer informatie en bestel direct het beoordelingspakket.

Literatuur Nederlands voor de tweede fase

Literatuur Nederlands voor de tweede fase

Laagland, literatuur lezer 4e editie

Laagland, literatuur lezer 4e editie

Literaire ontwikkeling en begrippen

Literatuurgeschiedenis

boek A

boek B

4/5/6 vwo

4/5 havo

9781111277499

Laagland is beschikbaar als complete methode en als aanvullende methode bij eigen materiaal. Boek A behandelt Literaire ontwikkeling en begrippen. Boek B behandelt Literatuurgeschiedenis. Bij elkaar vormen ze een complete methode literatuuronderwijs. Door de stof te verdelen over twee boeken, wordt literatuur voor leerlingen toegankelijker, begrijpelijker en vooral leesbaarder gemaakt. Daarbij worden de begrippen van boek A in boek B als bekend verondersteld. U kunt werken met boeken of volledig digitaal met Schooltas-licenties.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Methodewijzer Laagland, literatuur & lezer by ThiemeMeulenhoff - Issuu