Skip to main content

Made in china

Page 1

Geschiedenis voor bovenbouw havo en vwo

havo ‘Made in China’ De lange weg naar een moderne Chinese economie

Auteur Sander Hendriks Eindredactie Jos Venner


2

Tekstredactie Bureau Sproet, Zutphen Ontwerp DATBureau, Amsterdam Layout Staalboek, Veendam Cartografie EMK, Deventer Beeldresearch Verbaal visuele communicatie, Velp

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor: Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwassenen­educatie en Hoger Beroepsonderwijs. Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen: www.thiememeulenhoff.nl of via onze klantenservice (088) 800 20 17. ISBN 978 90 06 46482 5 Tweede druk, eerste oplage © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2014 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveel­ voudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.cedar.nl/pro). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatie­werken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is voorzien van het FSC-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


3

Zo werk je met dit themakatern Voor je ligt het themakatern ‘Made in China’. De lange weg naar een moderne Chinese economie. Het katern is als volgt ingedeeld:

Oriëntatie Hier vind je een inleiding op het onderwerp en de hoofd- en deelvragen die je nodig hebt bij het bestuderen van de stof.

Afsluiting In de afsluiting staan als extra houvast bij het leren de leerdoelen en de begrippen van de hoofdstukken en een tijdbalk met de voornaamste gebeurtenissen uit de behandelde periode.

Hoofdstukken In de hoofdstukken is de economische ontwikkeling van ­ China zo veel mogelijk chronologisch beschreven.

Vaardighedenoverzicht Bevat een opsomming en beschrijving van de vaardigheden die je voor het vak geschiedenis moet beheersen op het examen.

Elk hoofdstuk is als volgt opgebouwd: De paragrafen beschrijven de lange weg naar een moderne Chinese economie in verschillende perioden. Opdrachten om de leerstof te verwerken. De vaardigheden die je moet beheersen staan bij de opdrachten vermeld.

Veel succes met het bestuderen en leren van de stof.

RUSLAND

oe

rije

KAZACHSTAN

tsj

Ulaanbaatar

an

MONGOLIË

Harbin Changchun

M

Ürümqi

JILIN

XINJIANG

LIAONING

NOORD-KOREA

Ja p

Hohhot

Beijing (Peking) Port Arthur Tianjin HEBEI Weihaiwei Yinchuan e n i Shijiazhuang ZUID-KOREA Ch Taiyuan Qingdao NINGXIA Yan’an Jinan Xining SHANXI SHANDONG Shimonoseki Lanzhou ele Rivier G JAPAN Xi’an JIANGSU Nanjing Zhengzhou SHAANXI Wuxi HENAN Suzhou Hefei Shanghai ANHUI Wuhu Yangtze HUBEI Hankou Ningbo Chengdu Hangzhou

Him

alaya

Lhasa

SICHUAN

ZHEJIANG

Chongqing

Changsha

BHUTAN

HUNAN

Jingdezhen Nanchang Wenzhou

JIANGXI

Guiyang INDIA

Kunming

BANGLADESH

FUJIAN

GUIZHOU

Guilin Parelriv i

YUNNAN

GUANGXI

er

Nanning

0

250 1 : 30.000.000

500 km

an Bengale Golf v n

VIETNAM

MYANMAR (BIRMA) LAOS

TAIWAN Guangzhou (Kanton) Shenzhen Macau Hongkong GUANGDONG

Kwan-chou-wan e Ze Haikou ese Zuid-Chin

HAINAN

THAILAND

Fuzhou Taipei

Xiamen

FILIPIJNEN

an

NEPAL

Oo

TIBET

Brah maputra

Grote Oce a

QINGHAI

st-C hinese Zee

se

M

uu r

GANSU

Shenyang

ee

BINNEN-MONGOLIË

ans eZ

KIRGIZIË

HEILONGJIANG


Illustratieverantwoording Omslag: Imago stock&people, Reporters Eyevine / Hollandse Hoogte, p. 6 Brooklyn Museum of Art, New York, USA / Gift of Jerome Burns / The Bridgeman Art Library, p. 8 (lo) Rue des Archives / Hollandse Hoogte, p. 8 (rb) International Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam, p. 9 (l), 31 (o), 33 Bloomberg via Getty Images, p. 9 (r) Peabody Essex Museum / The Bridgeman Art Library, p. 11 (o) Photographer: World History Archive (ID: 26998), © 2013 World History Archive / fotoLibra, p. 11 (b) The Art Archive / Eileen Tweedy / National Maritime Museum, Greenwich, p. 12 Peabody Essex Museum, Salem, Massachusetts, p.13 The Art Archive / John Meek / J. Paul Getty Museum, Los Angeles, p.14 Corbis, Underwood & Underwood, p. 15 (l) The Art Archive / Dagli Orti / Henri Meyr, p. 15 (r) Victoria & Albert Museum, London, UK / The Bridgeman Art Library, p. 17 (r) British Library, p. 17 (0) Private Collection / The Bridgeman Art Library, p. 20, 24 Sidney Gamble Foundation, p. 22 Hulton Archive / Getty Images, p. 25 Private Collection / Giraudon / The Bridgeman Art Library, p. 26 © Amoret Tanner / Alamy, p. 27 Hollandse Hoogte / Magnum / New China Pictures, p. 30 Zwiebelfisch collective, p. 31 (rb) Magnum Photos / Hollandse Hoogte, p. 32, 34 (lo) Uit: Jasper Becker, Hungry Ghosts: Mao’s secret famine, John Murray, Londen 1996, plaat 3 boven, p. 34 (rb) (oorspronkelijk gepubliceerd in: China Pictorial) Getty Images / Hulton Archive / Stringer, p. 35 Li Zhensheng / Contact Press Images / Hollandse Hoogte, p. 36 Liu Binsheng & Sun Yizeng / China Journalist Caricature Society, p. 40 Corbis / Owen Franken, p. 41 Corbis / David Turnley, p. 42 Don Wright / Palm Beach Post, p. 43 (lo) Str / AFP PHOTO, p. 43 (rb), 51 Hulton Archive / Getty Images, p. 48 New York Times Syndication / Hollandse Hoogte, p. 47 (l) R. ROGERS © 2012 Pittsburgh Post-Gazette. Reprinted by permission of Universal Uclick, p. 47 (r) Imagine China / Hollandse Hoogte, p. 48 ChinaFotoPress / Getty Images, p. 49 (b) © Chappatte in «International Herald Tribune» - www.globecartoon.com, p. 49 (lo) AFP / Getty Images, p. 50 De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.


Inhoud Zo werk je met dit themakatern  3 Oriëntatie  8

1

2

3

Een eeuw van vernederingen  10

1.1 China onder de Mantsjoes  10 1.2 Westerse belangstelling voor Chinese handelsproducten  11 1.3 Mislukte gezantschappen  12 1.4 De Opiumoorlogen  12 1.5 De verdragshavens  13 1.6 Zelfversterking  14 1.7 Modernisering in en rond de verdragshavens  14 1.8 De Japans-Chinese Oorlog (1894-1895)  15 1.9 Opdrachten  16

Nationalisme en communisme  20 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

Weg met de monarchie!  20 Nationalisme en de Beweging van de Vierde Mei  21 Opkomst van de communistische beweging  22 De Veldtocht naar het noorden  23 De decade van Nanjing  23 Ontwikkelingen op het platteland  24 Japanse bezetting en WOII  25 Opdrachten  26

China onder Mao  30

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7

Volksrepubliek China  30 Internationale betrekkingen  31 Massacampagnes  31 Het Eerste Vijfjarenplan  32 De Grote Sprong Voorwaarts  33 De Culturele Revolutie  35 Opdrachten  36

4

Socialisme met Chinese kenmerken  40

5

Het moderne China  46

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

De Vier Moderniseringen  40 Het succes van de hervormingen  41 De vijfde modernisering  42 Rijk worden is glorieus  43 Opdrachten  44

Urbanisatie  46 Internationale handelsbetrekkingen  47 Spanningen in de samenleving  48 Het cement van de samenleving  49 Opdrachten  50

Afsluiting  53 Vaardigheden  56


‘Made in China’ De lange weg naar een moderne Chinese economie

1500

1700

1600

Vroegmoderne Tijd


7

bron 1

Zhanghuabang, de containerterminal in het oosten van Shanghai. Xinhua/Chen Fei (15 juli 2013)

Tijdens zijn rondreis langs de leerfabrieken van de ZuidChinese havenstad Wenzhou ontdekte de Amerikaanse leerfabrikant Weingrod dat het voor hem lastig – zo niet onmogelijk – zou worden om zich staande te houden in de concurrentieslag met de Chinezen: ‘Ik stapte binnen in een loods met een dak van golfplaten. Overal stonden tafels en er waren zeker tweehonderd werknemers aan het werk. Mannen op blote voeten zaten gebogen over het slechtste leer dat ik ooit had gezien: het was dun, broos en zat vol gaten. In elke andere fabriek zou zulk leer zijn afgedankt, maar in deze Chinese riemenfabriek niet: de werknemers repareerden elk gaatje door uit een restant een passend stuk te knippen, de randen met een mes af te schuinen en het dan vast te lijmen. Hun lonen zijn zo laag, dat de aldus vervaardigde ceinturen hier in de winkels voor minder dan een dollar te koop worden aangeboden. Zo goedkoop vind je ze nergens!’ Hoewel hij al jaren in de leerhandel werkte en talloze handelaren kende, wist Weingrod niet dat Wenzhou zo’n belangrijke riemenproducent was. ‘Ik bezocht een markthal waar lokale leer- en riemenfabrieken hun producten te koop aanboden. Zoiets had ik nog nooit gezien. Het gebouw was zo groot als een voetbalveld en er stonden zeker achthonderd kramen met mensen die allemaal hetzelfde product verkochten.’ Weingrod sloot zijn fabriek in Massachusetts, waar hij tweehonderd werknemers in dienst had en trof voorbereidingen om zijn bedrijf naar China te verhuizen.

Rond 1970 streden de havens van Rotterdam en New York om de eerste plaats op de lijst van grootste havens in de wereld. Vanaf 2000 mengden Aziatische havens, zoals Singapore en Shanghai, zich in de strijd. Tegenwoordig prijkt de naam van de Chinese havenstad Shanghai, aan de monding van de rivier de Yangzi, boven aan de lijst – zeker als het gaat om containervervoer. Deze verschuiving laat zien hoe sterk de Aziatische economieën – en dan vooral die van China – de laatste decennia zijn opgekomen. Een efficiënte werkwijze en de inzet van vele miljoenen goedkope arbeidskrachten maken van China een van de grootste productie-economieën ter wereld. China is nog niet zo heel lang een economische gigant. Rond 1970 had China meer dan een miljard inwoners. Daarmee was China het bevolkingsrijkste land ter wereld, maar de Chinese economie produceerde toen nauwelijks tweemaal zoveel als Nederland.

Ted C. Fishman, China Inc. (2005)

bron 2

1800

1900

Moderne Tijd

1950

2000


Oriëntatie In de Tijd van ontdekkers en hervormers breidden Europese mogendheden hun invloed uit naar bijna alle delen van de wereld. De handel in specerijen en exotische producten leverden hoge winsten op. Ook China had hun belangstelling. Dit land – dat sinds 1644 werd overheerst door de Mantsjoes – was indertijd de machtigste en meest invloedrijke mogendheid van Oost-Azië. In de ogen van de Chinezen vormde hun keizerrijk het middelpunt van de beschaafde wereld. De mensen leefden er volgens eeuwenoude tradities en bewerkten onder een streng bestuur van mandarijnen de akkers bij hun dorp. Gebruiksvoorwerpen werden vervaardigd door ambachtslieden en op de markten verhandeld door handelaren. Omdat China in de eigen behoeften kon voorzien, waren de betrekkingen met het buitenland bovendien tot een minimum beperkt. De Chinezen probeerden Europeanen zoveel mogelijk buiten de grenzen van hun rijk te houden. In de achttiende eeuw lukte dat nog, maar in de negentiende eeuw werden de imperialisten agressiever.

bron 3

De traditionele Chinese economie was zelfvoorzienend. Vrijwel alles werd gedaan met menskracht. Daarnaast werd gebruikgemaakt van allerlei ingenieuze toestellen. Op deze zeventiende-eeuwse Chinese prent zie je een toestel voor het spinnen van zijden draad.

Na de Industriële Revolutie zochten Europese fabrikanten en handelaren vanaf het begin van de negentiende eeuw in Afrika en Azië naar goedkope grondstoffen en naar afzetmarkten voor hun producten. Het tijdvak van het modern imperialisme brak aan.

bron 4

De Chinese keizers probeerden de westerlingen en hun handel te weren. Tijdens de Opiumoorlogen dwong het Westen China zijn grenzen open te stellen. In 1860 maakte een Europese kunstenaar deze gravure van de belegering van Beijing.

Traditionele beschavingen stonden meestal machteloos tegenover de imperialistische uitdaging. Toen het tot een oorlog kwam, werd China gemakkelijk verslagen. Hoewel de Europeanen zich nu in verdragshavens langs de Chinese kust vestigden, weigerden China’s heersers de nieuwe verhoudingen te erkennen. Japan, dat ook met de imperialistische uitdaging werd geconfronteerd, koos ervoor om te moderniseren. China deed dit niet, ook niet na de militaire nederlagen. De Chinezen wilden vasthouden aan hun oude tradities. De moderniseringen werden slechts op zeer beperkte schaal doorgevoerd. Mede daardoor werd de negentiende eeuw voor China een eeuw van vernederingen: de imperialistische mogendheden – eerst de Europeanen, later ook Japan – eisten in het Chinese Rijk in steeds grotere gebieden invloed op. Juist in deze gebieden ontstond op beperkte schaal de eerste moderne industrie. Door die vernederingen van de negentiende eeuw verloor de Mantsjoe-dynastie haar steun onder de Chinese bevolking. In 1912 kwam de dynastie ten val. China werd een republiek. De machtsstrijd tussen Chinese generaals (warlords) maakte echter een eind aan de nationale eenheid. Deze werd pas in 1927 hersteld. Maar niet voor lang, want toen brak er een burgeroorlog uit tussen nationalisten en communisten. Toen Japan in 1937 het oostelijk deel van China bezette, werden de vijandigheden tijdelijk gestaakt. De westerlingen werden verdreven, maar grote delen van China werden nu door Japan


9

Oriëntatie

bron 6 bron 5

‘Maak van China een welvarend, rijk en machtig geïndustrialiseerd, socialistisch land onder leiding van de Communistische Partij en Voorzitter Mao!’ Ding Hao, Zhao Yannian, Cai Zhenhua ( januari 1954).

bezet. Na de Tweede Wereldoorlog ging de burgeroorlog weer in alle hevigheid door. Deze oorlog eindigde in 1949 met de overwinning van de communisten.

Na de dood van Mao werd ruim baan gemaakt voor de ontwikkeling van de economie. In de provincies langs de oostkust ontstonden duizenden fabrieken die goedkope goederen produceerden voor de wereldmarkt. Deze foto uit 2012 laat zien hoe in een fabriek in Ningbo plastic toeters (fufuzela’s) worden gemaakt.

Aan de roep om democratisering werd tot nu toe echter nauwelijks gehoor gegeven.

Onder leiding van Mao Zedong probeerde China een communistische staat op te bouwen. Economische doelen waren van ondergeschikt belang. Voor Mao stond de vorming van een samenleving volgens het socialisme voorop. Het conflict tussen economie en ideologie leidde ertoe dat de groei van de industrie uiteindelijk stagneerde.

Hoofdvraag

Na de dood van Mao in 1976 richtte China zich juist wel op de ontwikkeling van de economie. De ideologie kwam voortaan op de tweede plaats. Deng Xiaoping was de grote man achter deze verschuiving. De bevolking kreeg meer economische vrijheid. Het nieuwe beleid had succes. In de loop van de jaren tachtig ontstonden miljoenen kleine en grote bedrijven. De Chinese economie ging een steeds grotere rol spelen in de wereldeconomie.

1

Een deel van de bevolking spaarde geld en kocht luxe spullen. De grotere welvaart leidde echter ook tot corruptie en steeds grotere tegenstellingen tussen rijk en arm. Dit leidde tot opstanden en felle discussies op het hoogste politieke niveau.

Waardoor kwam de industrialisatie van China pas aan het eind van de twintigste eeuw echt op gang?

Deelvragen 2 3 4 5

Waardoor ging China in de negentiende eeuw niet over tot modernisering? Wat belemmerde de modernisering van China in de eerste helft van de twintigste eeuw? Welke bijdrage leverde Mao aan de modernisering van de Chinese economie? Welke invloed had Deng Xiaoping op de industrialisatie van China? Hoe kenmerkt China’s economische ontwikkeling zich onder de opvolgers van Deng Xiaoping?


1

Een eeuw van vernederingen

China’s confrontatie met de imperialistische mogendheden

bron 1 Deze oude Chinese kaart laat zien hoe de Chinezen zich de wereld voorstelden. Het Chinese Rijk ligt in het midden. De grote rivieren en de Grote Muur zijn duidelijk te onderscheiden. In kringen daaromheen liggen de andere gebieden van de wereld. Onbekende Chinese kunstenaar (rond 1500).

Deelvraag

Waardoor ging China in de negentiende eeuw niet over tot modernisering?

1.1 China onder de Mantsjoes

Voor hen was het Chinese keizerrijk het beschaafde middelpunt van de wereld. De Chinese beschaving was de enige die van belang was. Alle rijkjes en vorstendommen buiten de grenzen van het rijk waren van ondergeschikt belang. Ook de Mantsjoes waren in hun ogen een minderwaardig volk.

De keizers die in de achttiende eeuw over het Chinese Rijk heersten waren Mantsjoes. Ze stamden af van een ruitervolk dat al eeuwenlang leefde in de steppen ten noordoosten van China. Halverwege de zeventiende eeuw hadden hun voorvaderen China aan hun macht onderworpen en zich tot keizer uitgeroepen. Hun dynastie noemden ze Qing (Tsjing).

Om het Chinese Rijk te kunnen besturen, namen de Mantsjoes daarom een groot deel van de Chinese instellingen en tradities over. De Mantsjoe-keizers kleedden zich zoals de Chinese keizers dat altijd gedaan hadden en regeerden vanuit de paleizen van de Verboden Stad. Verder maakten ze gebruik van Chinese ambtenaren die de confucianistische teksten hadden bestudeerd die de basis vormden van de Chinese levenswijze.

De Chinese bevolking kon de overheersing van de Mantsjoes niet zomaar aanvaarden. De Chinezen waren trots op hun eigen tradities van het confucianisme en op hun geschiedenis.

Door deze aanpassingen konden de Chinezen de overheersing van de Mantsjoes aanvaarden. Ze leefden verder volgens de oude Chinese tradities en gebruiken. Met ĂŠĂŠn belangrijk


11

1.2 Westerse belangstelling voor Chinese handelsproducten

verschil: als teken van onderworpenheid aan de Mantsjoes moesten de mannen hun voorhoofd kaalscheren en de rest van hun haar in een vlecht op de rug dragen.

1.2 Westerse belangstelling voor Chinese handelsproducten

bron 2

De Mantsjoes veroverden het Chinese Rijk in 1644. Doordat de Mantsjoes de Chinese tradities overnamen, accepteerde de Chinese bevolking hun bestuur. Keizer Kangxi – hier afgebeeld in statiekleed met op zijn borst de draak, het symbool van de keizerlijke macht – was de tweede Mantsjoe-keizer die over China regeerde. Hij bestuurde het rijk zestig jaar en geldt als een van de grote keizers van het late Chinese keizerrijk. Onbekende kunstenaar (eind zeventiende eeuw).

bron 3

Chinese producten – en dan vooral zijde – waren in Europa al sinds de oudheid bekend. Tot laat in de middeleeuwen werden ze via de Zijderoute naar het Middellandse Zeegebied vervoerd. De ontdekking van de zeeroute naar Azië aan het eind van de vijftiende eeuw bracht hierin verandering. Voortaan vervoerden Europese kooplieden de Chinese artikelen in grotere hoeveelheden per schip naar Europa. Daar ontstond een groeiende vraag naar Chinese luxeproducten. De handel kreeg nog een nieuwe impuls toen in de achttiende eeuw in Engeland het drinken van thee in de mode raakte, Als snel werd thee een van de winstgevendste handelsartikelen. De zeeverbinding met China was niet alleen interessant voor handelaren. Na de Industriële Revolutie gingen Europese fabrikanten op zoek naar afzetmarkten. Britse textielfabrikanten droomden ervan in China handelsposten te vestigen waar ze hun producten konden verkopen aan de honderden miljoenen Chinezen. Missionarissen wilden het

De hongs (factorijen) van Kanton. Vanaf 1757 mochten de buitenlanders hier slechts een deel van het jaar verblijven. Ze mochten alleen handeldrijven met twaalf door de overheid aangewezen handelaren. Een door de keizer benoemde ambtenaar hief belasting over de verhandelde goederen. Het westerse personeel mocht het terrein niet verlaten voor uitstapjes in het Chinese binnenland, mocht de Chinese taal niet leren en was onderworpen aan de Chinese rechtspraak. Tinqua (rond 1852)

bron 3


12

1 Een eeuw van vernederingen

Chinese binnenland intrekken om de Chinese bevolking tot het christendom te bekeren. De Mantsjoes wilden de imperialistische westerlingen echter buiten de grens houden. Ze waren bang dat de komst van de ‘vreemdelingen-van-overzee’ onrust onder de bevolking zou veroorzaken. Bovendien gedroegen de ‘roodharigen’ aan de Chinese zuidkust zich niet zelden als piraten: ze plunderden Chinese steden en er werd veel gesmokkeld, zodat de overheid veel belastingen misliep. Aanvankelijk had de dynastie voldoende gezag om de buitenlanders hun wil op te leggen. De Europese handel werd in de loop van de achttiende eeuw steeds strenger aan banden gelegd. Vanaf 1757 mochten Europese handelscompagnieën alleen nog handel drijven in Kanton (Guangzhou). Er was voor de Europese handelaren nog een ander probleem. Omdat de Chinezen geen belangstelling hadden voor Europese producten en ruilhandel dus niet mogelijk was, moest de Chinese handel in zilver worden betaald. Doordat veel van dit edele metaal naar China verdween, steeg de prijs van het zilver en werd de handel met China steeds duurder. De Europese handelaren hadden hierop geen enkele invloed. Tot de Britten eind achttiende eeuw een oplossing vonden: vanuit India brachten ze kisten opium naar China, daar smokkelden ze die aan land en ruilden de opium illegaal voor thee, zijde en porselein. De Chinese overheid was woedend en beperkte de bewegingsvrijheid van de buitenlanders nog verder.

1.3 Mislukte gezantschappen Zo sloot China de grenzen, terwijl Europa juist handelscontacten wilde aanknopen. Vooral voor het machtige Britse imperium was dit een onwenselijke situatie. Daarom zonden de Britten in 1793 Lord Macartney als speciaal gezant naar het Chinese hof. Uit naam van koning George III moest hij de keizer verzoeken vrije handel tussen Engeland en China toe te staan en de Britten toestemming te geven een permanente handelspost te openen waar de Engelse wetten golden. Ook moest hij het hof voorstellen diplomatieke betrekkingen aan te knopen op voet van gelijkwaardigheid. De Britten gaven hun gezant kostbare geschenken mee, waaronder glas- en koperwerk, tapijten, wetenschappelijke instrumenten, klokken, globes, een telescoop en een planetarium. De geschenken moesten een indruk geven van het Britse vernuft en technisch vakmanschap. De keizer liet zich niet vermurwen. Missie mislukt. In 1816 en 1834 zonden de Britten opnieuw gezanten naar China, met hetzelfde negatieve resultaat.

Keizer Qianlong gaf Lord Macartney de volgende brief mee voor koning George III: ‘Ten aanzien van het verzoek, o koning, een van uw landgenoten aan het Hemelse Hof te laten verblijven om zorg te dragen voor de handel van uw land met China, deel ik u mede dat dit niet in overeenstemming is met het staatkundige bestel van onze dynastie en niet zal worden toegestaan. De voorwerpen die u, o koning, ons heeft gezonden, zal ik voor deze keer accepteren. Ik doe dit uit consideratie voor het feit dat ze van zo ver komen en omdat ze ons met oprecht goede bedoelingen gezonden zijn. Weet echter dat de deugd en het prestige van de Hemelse Dynastie ver en wijd vermaard zijn en dat koningen van tienduizenden naties over land en zee naar ons toe komen om ons allerhande kostbaarheden aan te bieden. Zoals uw gezant en zijn reisgenoten hebben kunnen constateren, is er dientengevolge niets waaraan het ons ontbreekt. Aan vreemde of vernuftige voorwerpen hebben wij nooit veel belang gehecht. Ook de manufacturen uit uw land hebben wij niet nodig.’ Brief van keizer Qianlong aan koning George III van Engeland (1793)

bron 4

1.4 De Opiumoorlogen Vanaf het begin van de negentiende eeuw begon de smokkel van opium een steeds belangrijker rol te spelen. Rond 1800 ging het om circa 4000 kisten per jaar, eind jaren dertig was dit aantal vertienvoudigd. De Chinezen waren woedend: steeds meer Chinezen raakten aan opium verslaafd en de schatkist liep steeds meer belasting mis. In 1839 stuurde de keizer een gevolmachtigde naar het zuiden om een eind aan

bron 5

De Chinese oorlogsjonken konden niet snel manoeu­ vreren en waren een gemakkelijk doelwit voor de Britse marine. Op deze prent treft het ijzeren stoomschip de Nemesis van de East India Company een Chinese jonk midscheeps tijdens de zeeslag in Anson’s Bay op 7 januari 1841. Geschilderd door E. Duncan (13 mei 1843).


13

1.5 De verdragshavens

bron 6 De Chinese theehandel door de ogen van een Europese schilder, George Chinnery (1774–1852).

de misstanden te maken. Toen hij de Britse opium in beslag nam en verbrandde, zonden de Britten oorlogsschepen naar China om de Britse belangen te beschermen. De Eerste Opiumoorlog was een feit. De jonken van de Chinese vloot werden door de moderne Engelse oorlogsbodems gemakkelijk verslagen. Door dit Britse militaire overwicht, zag Engeland de kans schoon om vergaande eisen af te dwingen. In het Verdrag van Nanjing van 1842 moest China ermee instemmen dat er vijf havens werden opengesteld waar de Britten vrij handel mochten drijven. In deze verdragshavens zouden de Britten onderworpen zijn aan de Engelse rechtspraak. Verder kreeg Engeland een permanente handelspost in Hongkong, dat China voor 150 jaar aan de Britten verpachtte. Ten slotte moest China de diplomatieke gelijkwaardigheid van Engeland erkennen. Andere Europese mogendheden haastten zich om vergelijkbare verdragen af te sluiten. China’s autonomie werd hierdoor ernstig geschaad en het land spande zich dan ook allerminst in om deze ‘Ongelijke Verdragen’ na te komen. Toen Engeland bij de herziening van het Verdrag van Nanjing eiste dat het aantal verdragshavens werd uitgebreid, dat de Britten vrije toegang zouden krijgen tot het binnenland en dat er een permanent Brits gezantschap werd gevestigd in Beijing, weigerde de keizer hiermee in te stemmen. Dit was de aanleiding van de Tweede Opiumoorlog (1858-1860). Opnieuw werd China verslagen en had het geen andere keus dan de Britse eisen in te willigen.

1.5 De verdragshavens De Europeanen profiteerden van de nieuwe verdragen. In de verdragshavens werden handelskantoren en banken gevestigd. Het openen van fabrieken was nog verboden.

In 1843 schreef een Engelsman over Hongkong: ‘Sinds de openstelling van de haven vervoeren de binnenlandse handelaren grote hoeveelheden thee en zijde hierheen om te voorzien in de behoeften van onze handelaren. Op de weg terug nemen ze de Europese en Amerikaanse manufacturen mee die ze in ruil voor deze goederen hebben aangenomen. Onze ongeverfde katoenen stoffen zijn bij de Chinezen het meest in trek, omdat zij die in hun eigen stijl en naar hun eigen goeddunken kunnen verven, geheel naar de smaak der bevolking.’ Robert Fortune, Three Years’ Wanderings in China (1843).

bron 7 De Mantsjoes en de Chinese bevolking keken met lede ogen toe hoe de buitenlandse invloed zich uitbreidde. Ze voelden de nederlaag van de buitenlandse aanwezigheid en maakten zich zorgen over de Chinese economie. De handel in buitenlandse katoen benadeelde de Chinese textielindustrie. Ook de werkgelegenheid in andere sectoren van de economie werd bedreigd.

De geleerde Zeng Guofan schreef: ‘Het gewone volk is verarmd en kan zich tot niemand wenden. Als wij de buitenlanders toestaan zout te transporteren, verliezen alle zouthandelaren en zouttransporteurs hun inkomen. Als wij toestaan dat kleine stoomschepen de binnenlandse rivieren opvaren, verliezen onze schippers en stuurlui hun inkomen. Als wij toestaan dat de vreemdelingen telegraaflijnen en spoorwegen in gebruik nemen, verliezen onze wagenmenners, ezeldrijvers en kruiers hun inkomen.’ Memorie door Zeng Guofan (1867).

bron 8


14

1 Een eeuw van vernederingen

Het was echter vooral de extraterritorialiteit, de regeling dat in een gebied de wetten van een ander land gelden, die kwaad bloed zette. De Chinezen vonden het onrechtvaardig dat de vreemdelingen na het plegen van een misdrijf niet werden gestraft volgens de strenge Chinese wetten, maar volgens milde buitenlandse wetten. Het wakkerde hun haat aan tegen de vreemdelingen en voedde hun minachting voor de eigen regering, die zulke smadelijke nederlagen had geleden en haar eigen onderdanen niet tegen de indringers kon beschermen. Mede hierdoor braken halverwege de negentiende eeuw op tal van plaatsen opstanden uit. De regering had de grootste moeite die te onderdrukken.

1.6 Zelfversterking Omdat China’s militaire zwakte een belangrijke oorzaak was van China’s nederlagen tegen de imperialistische mogendheden, gingen er na de Tweede Opiumoorlog onder de mandarijnen, ambtenaren uit de keizertijd, voorzichtige stemmen op om China naar westers voorbeeld te moderniseren.

Kort na de Chinese nederlaag in de Tweede Opiumoorlog schreef de Dienst voor Buitenlandse Zaken: ‘Als wij ons kunnen versterken, kunnen wij in vrede met de andere landen leven en ze ervan weerhouden hun listige en agressieve plannen ten uitvoer te brengen. Doen wij dat niet, dan staan wij machteloos.’ Memorie van het Bureau voor de Afhandeling van Zaken met Alle Naties (1863).

bron 9 Er gingen stemmen op om de westerse technologie over te nemen. Progressieve mandarijnen stelden dat China kanonnen, granaten, stoomschepen en modern onderwijs nodig had. De meeste mandarijnen waren echter conservatief. Ze geloofden in de superioriteit van de Chinese beschaving en waren tegen elke hervorming. De Mantsjoes, die voor hun gezag van de mandarijnen afhankelijk waren, moesten voorzichtig opereren. Om verdeeldheid tussen progressieve en behoudende mandarijnen te voorkomen, drong keizerinweduwe Cixi – die in 1861 aan de macht was gekomen – erop aan de moderniseringen slechts met zéér grote terughoudendheid door te voeren en zeker niet de Chinese maatschappij te verstoren. Er ontstond een Beweging voor Zelfversterking. Er werden vertaalscholen opgericht waar Chinezen buitenlandse talen leerden, zodat ze de buitenlandse wetenschap en techniek

bron 10

Een modern kanon van Chinese makelij in het Arsenaal van Nanjing. Het Jinling Arsenaal werd in 1865 gebouwd door Li Hongzhang, een hoofdrolspeler uit de Beweging voor Zelfversterking. John Thompson, die de foto maakte, merkte op dat de kwaliteit van de grondstoffen zeer matig was en dat de werklieden in de ijzergieterij een hongerloontje kregen. John Thomson (1874)

konden bestuderen. Er werden gezanten naar het Westen gezonden om te kijken hoe de samenleving en het onderwijs daar waren georganiseerd. En er werd een voorzichtig begin gemaakt met de modernisering van het leger en de opbouw van een eigen wapenindustrie. Buitenlandse adviseurs speelden daarin een belangrijke rol. In China kwamen de eerste moderne mijnen en fabrieken. Ze waren eigendom van het rijk en werden door mandarijnen beheerd. De schaal waarop deze hervormingen plaatsvonden was beperkt. In tegenstelling tot Japan, dat vanaf 1868 in snel tempo moderniseerde, namen de Chinezen slechts enkele westerse instellingen over. Het onderwijs werd onvoldoende vernieuwd om mensen op te leiden die op basis van eigen inzichten zelf verdere moderniseringen konden doorvoeren. China bleef zodoende afhankelijk van buitenlandse adviseurs.

1.7 Modernisering in en rond de verdragshavens In en rond de verdragshavens werden de moderniseringen het snelst doorgevoerd. Er werden moderne communicatiemiddelen geïntroduceerd en spoorlijnen aangelegd. Dit stuitte echter op weerstand van de bevolking. Telegraafpalen werden neergehaald omdat ze de fengshui, de krachten in het landschap, zouden verstoren. China’s eerste spoorweg, een tien kilometer lange verbinding die de Britten hadden aangelegd tussen Shanghai en Wusong, werd na een treinongeluk onder druk van de bevolking door de Chinese autoriteiten opgekocht en afgebroken. Een onderliggende reden voor het verzet was dat de buitenlandse vernieuwingen de binnenlandse werkgelegenheid bedreigden.


1.8 De Japans-Chinese Oorlog (1894-1895)

15

gemoderniseerd en er waren een modern leger en een moderne industrie opgebouwd. Omdat Japan nauwelijks over grondstoffen beschikte, zocht het naar gebieden waar de Japanse industrie zich verder kon ontwikkelen. Een van die gebieden was Korea dat van oudsher door China beschermd werd. Toen Japan het land aanviel, moest China in actie komen. Ondanks de hulp van buitenlandse adviseurs werd de Chinese vloot in het eerste treffen met de vijand verslagen.

bron 11

Shanghai groeide uit tot een handelscentrum van internationaal belang. Talloze buitenlandse bedrijven vestigden zich hier. Langs de ‘Bund’, de kade van de rivier de Huangpu, verrezen tientallen imposante gebouwen in westerse stijl (1900).

In 1895 werd China gedwongen het Verdrag van Shimonoseki te aanvaarden: in ruil voor vrede moest het de volledige onafhankelijkheid van Korea erkennen, Taiwan en nog enkele gebieden aan Japan afstaan, een reusachtige oorlogsschatting betalen en toestaan dat de Japanse industrie zich vestigde in vier belangrijke binnenlandse steden, waaronder Chongqing, Suzhou en Hangzhou. Nadat Japan de westerse imperialisten met succes had afgeweerd, was het land zelf imperialistisch geworden.

Ondanks dit verzet breidde de buitenlandse aanwezigheid zich gestaag uit. Vooral de handel was winstgevend.

Een Britse reiziger schreef in 1894 over de voor westerse handelaren belangrijke havenstad Kanton: ‘De inlandse weefgetouwen zijn van een zeer grove en primitieve soort. Tegenwoordig worden vanuit Engeland en Amerika echter reusachtige hoeveelheden katoenen goederen – eindproducten – ingevoerd. Een groot deel van de menigte die de vreemdeling in het voorbijgaan uitjouwt, draagt dikwijls een jas, broek of gewone witte sokken ... uit Manchester.’ J.A. Turner, Kwang Tung or Five Years in South China (1894).

bron 12

1.8 De Japans-Chinese Oorlog (1894-1895) Ondanks de conservatieve tegenkrachten lukte het China vanaf 1885 om een moderne oorlogsvloot op te bouwen. Eind jaren tachtig leverde het Duitse bedrijf AG Vulcan twee oorlogsschepen af: de Zhenyuan en de Dingyuan. Ze vormden de kern van China’s oorlogsvloot en waren de modernste oorlogsbodems in de regio. De nieuwe Chinese marine kreeg haar vuurdoop in 1894, toen Japan Korea binnenviel. Japan was uitgegroeid tot een geduchte tegenstander. Het land had zich sinds 1868 in hoog tempo aangepast aan de nieuwe tijd. Het onderwijs was

bron 13

Deze cartoon uit de kleurenbijlage van het Franse dagblad Le Petit Journal laat zien hoe China door de imperialistische mogendheden wordt verdeeld als een pannenkoek. In de prent zijn subtiele verwijzingen verwerkt naar de diplomatieke overeenkomsten die de imperialistische mogendheden eind negentiende eeuw hadden gesloten. Zo bood Frankrijk financiële hulp aan Rusland en beloofde het dit land militaire hulp als het zou worden aangevallen, terwijl Engeland juist een verdrag had gesloten met Japan om de Russische opmars in Azië te stoppen. Getekend door Henri Meyer (16 januari 1898).


16

1 Een eeuw van vernederingen

Nog was China’s vernedering niet compleet, want andere imperialistische mogendheden zagen hun kans schoon om nieuwe eisen te stellen en concessies (invloedsgebieden) te krijgen. Rusland claimde het recht om door Mantsjoerije een spoorweg aan te leggen en eiste Mantsjoerije op als invloedgebied. Duitsland, dat loerde op een gelegenheid om een kolonie te stichten, zag eind 1897 zijn kans schoon. Het bezette Qingdao (Tsingtao) en claimde een jaar later Kiaotschou (het gebied rond de stad) als concessie. De Duitse actie was het startsein voor een nieuwe reeks claims door buitenlandse mogendheden. 0

500

1.000 km

1 : 60.000.000

Amo er

RUSSISCHE RIJK

Irkoetsk

Harbin Wladiwostok Kirin

Ulanbator

Moekden Beijing

Urumqi

Qinan

KOREA Port Arthur Weihaiwei Qingdao

Kaifen Suzhou Shanghai Xi’an Nanjing Hangzhou Ningbo Hankou Wuhan Fuzhou Changsha

Lanzhou

Qinghai

Chengdu Tibet

Tianqin

BinnenMongolië

Yarkand

Lhasa

Chongjing

BHUTAN

Kunming

Formosa

NEPAL BRITS-INDIË BIRMA

Amoy Hongkong Macao Hanoi Kwan-zhou-wan FRANS INDO-CHINA FILIPIJNEN SIAM

ngalen mogendheden Invloedsferenavan n Bevreemde lf v Go Engeland China

Kanton

gebied Bokseropstand

Japan

Nepal

stad

Siam

Duitsland

verdragshaven

Portugal

Frankrijk

Rusland

Verenigde Staten

Bhutan

bron 14

1.9  Opdrachten

Mantsjoerije

Buiten-Mongolië

Xinjiang

De nederlaag tegen Japan had voor de zoveelste keer aangetoond dat de Mantsjoe-regering niet tegen de imperialistische mogendheden was opgewassen. Tegelijkertijd groeide het besef dat China moest moderniseren als het stand wilde houden in de wereld. Opvallend genoeg keken veel Chinezen daarbij bewonderend naar Japan, dat in korte tijd met zo veel succes tot een sterke natie was uitgegroeid.

China van 1850 tot 1910.

Na het vernederende verdrag van Shimonoseki kwam de Chinese industrialisatie pas echt op gang. Het verbod op vestiging van buitenlandse industrie werd opgeheven. Door de gunstige omstandigheden – beschikbaarheid van grondstoffen en lage lonen – groeide het aantal fabrieken in de buitenlandse invloedsgebieden snel. Dit leidde tot weerstand onder de Chinese bevolking. Er ontstond weliswaar werkgelegenheid, maar de arbeidsomstandigheden waren slecht en de lonen laag. Bovendien bracht de komst van de buitenlandse fabrieken schade toe aan andere sectoren van de Chinese economie. Dit werd des te heviger gevoeld omdat de levensstandaard – mede door de snelle bevolkingsgroei – steeds verder verslechterde.

Tekst uit een Chinese encyclopedie: ‘Mantsjoes: Zij maken hun kleding van hertenvellen. Ze hechten geen belang aan hun leven en hechten groot belang aan krachtpatserij. Ze zijn fel als tijgers en wolven. De mannen tatoeëren hun gezicht.’ San cai tuhui (1607).

bron 15 Opdracht 1  inleving Gebruik bron 15. a In hoeverre was er tijdens de Mantsjoe-dynastie sprake van overheersing? b Leg uit waarom de Mantsjoes in de ogen van de Chinezen een minderwaardig volk waren. Gebruik bron 15. c Waardoor konden de Chinezen het gezag van de Mantsjoes toch accepteren? Opdracht 2  betrouwbaarheid van bronnen Gebruik bron 16 en 17. a Leg uit hoe het verhaal van bron 16 kon ontstaan. b Welke waarschuwing bevat bron 16? c Noem twee belangrijke redenen waarom de Chinezen de westerlingen wilden weren. Vermeld steeds de bron waarop je je baseert. d Was de vrees van de Chinezen terecht? Licht je antwoord toe. e Ondersteunt bron 17 bron 16 of juist niet? Leg uit. Opdracht 3  betrouwbaarheid en representativiteit van bronnen Gebruik bron 18 en 19. a Is bron 18 een betrouwbare bron voor het onderhoud tussen Lord Macartney en de Chinese keizer? Licht je antwoord toe. b Is bron 19 een betrouwbare bron voor het onderhoud tussen Lord Macartney en de Chinese keizer? Licht je antwoord toe.


17

1.9 Opdrachten

Pu Songling (1640-1715), een in zijn tijd veel gelezen schrijver van wonderverhalen, noteerde het volgende verhaal over de ‘roodharigen’, een Chinese benaming voor de Engelsen: ‘Het land der roodharigen heeft van oudsher toestemming handel te drijven met het Rijk van het Midden. Een commandant van de grenstroepen zag een hele menigte roodharigen. Hij weigerde hen toestemming te geven om aan land te komen. Ze drongen aan: “Al krijgen we slechts zoveel grond als nodig is om een deken uit te spreiden.” De commandant bedacht dat een deken niet zo heel groot was, en gaf zijn toestemming. De roodharigen spreidden aan wal een deken uit. Daarop was slechts plaats voor twee personen. De twee trokken aan de deken. Nu was er plaats voor vier tot vijf personen. Ze bleven aan de deken trekken en er kwamen steeds meer roodharigen aan land. Het duurde niet lang of de deken was bijna een mu (650 vierkante meter) groot en er waren enkele honderden mannen aan land gekomen. Onverwacht trokken ze allemaal een kort zwaard, plunderden enkele dorpen en verdwenen toen weer.’

Een tijdgenoot schreef hierop het volgende commentaar: ‘Een ander uiterlijk, een ander hart. Die roodharigen zijn duivelse en verraderlijke wezens. Ze zijn de ziekte van China. Alle middelen worden aangewend om ze te weren en onder controle te houden, zodat voorkomen wordt dat zij een opstand ontketenen. De commandant valt een ernstig verwijt te maken.’ bron 17

Pu Songling (1640-1715).

bron 16

bron 18

Ontvangst van Lord Macartney en zijn gevolg aan het hof te Peking. James Gillray (1792)

bron 19 De eerste ontmoeting van Macartney met keizer Qianlong. De jongen rechts is de elfjarige George Staunton die indruk maakte op de keizer omdat hij Chinees sprak.

De prent werd gemaakt door William Alexander, een lid van het Britse gezantschap dat China in 1793 bezocht. (1793)


18

1 Een eeuw van vernederingen

c Omschrijf in je eigen woorden de bedoeling van de makers van deze bronnen. Zoek een opmerkelijk verschil in de afbeeldingen om je standpunt toe te lichten. d Stelling: De ontmoeting tussen Lord Macartney en keizer Qianlong was een sleutelmoment in de Chinees-westerse betrekkingen. Beargumenteer de (on)juistheid van deze stelling aan de hand van deze bronnen.

c Halverwege de negentiende eeuw ging het imperialisme een nieuwe fase in. Beschrijf de kenmerken van het ‘imperialisme’ en het ‘nieuwe imperialisme’ aan de hand van de gebeurtenissen in China. d Verklaar de term ‘Ongelijke verdragen’. e Maak duidelijk of die verdragen een verschijnsel zijn en in welke twee opzichten daarbij sprake is van een ontwikkeling.

Opdracht 4 Gebruik bron 1, 2 en 4. a Omschrijf de houding van keizer Qianlong tegenover de koning van Engeland. b Verklaar waarom de keizer een dergelijke houding aannam. c Met welk argument wees keizer Qianlong de Britse handel af? d Had de keizer nog andere redenen om vreemdelingen de toegang tot China te ontzeggen? Zo ja, welke? e Welk argument zal voor de keizer het zwaarst hebben gewogen? Licht je antwoord toe.

Opdracht 6  gevolgen Gebruik bron 6, 7 en 20. a Beschrijf aan de hand van de bronnen hoe de theehandel verliep, van de plantages in China tot de Engelse huiskamer. b Beschrijf drie directe en indirecte gevolgen van de theehandel voor de Chinese binnenlandse economie. c Welk van de drie genoemde gevolgen vormde naar jouw mening de grootste bedreiging voor de Mantsjoe-keizer? Licht je antwoord toe.

Opdracht 5  gebeurtenis, verschijnsel, ontwikkeling a Welke ontwikkeling in Engeland was er de oorzaak van dat de Britten graag handel met het buitenland wilden drijven? b Wat maakte China een interessante handelspartner?

Opdracht 7 Gebruik bron 9 en 10. a Typeer de voor- en de tegenstanders van de Beweging voor Zelfversterking. b Noem de argumenten die de voor- en tegenstanders aanvoerden om hun standpunt te rechtvaardigen. Gebruik zo mogelijk een bronverwijzing uit dit hoofdstuk of uit het vorige. c Wie bepaalde uiteindelijk op welke wijze de hervormingen werden doorgevoerd? d Welke motivatie – behalve persoonlijke politieke voorkeur – speelde daarbij een rol? Opdracht 8  gebeurtenis, verschijnsel, ontwikkeling Toon aan dat de Beweging voor Zelfversterking het beginpunt was van de industriële ontwikkeling van China.

Bevolkingsaantallen en beschikbare landbouwgrond Jaar

Bevolking (miljoen)

1600 130 1779 275 1850 430 1934 503 * 1 mu = 650 m2. bron 20

Een reclamefolder van de Britse thee-, koffie- en specerijenhandelaar P.H. Benn. (tweede helft negentiende eeuw)

Bebouwde oppervlakte (in miljoen mu*)

Beschikbare landbouwgrond per hoofd van de bevolking (in mu*)

500 950 1210 1470

Lloyd E. Eastman, Family, Fields, and Ancestors (1988).

bron 21

3,8 3,5 2,8 2,9


19

1.9 Opdrachten

Opdracht 9  bruikbaarheid van bronnen – oorzaak en gevolg Gebruik bron 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12 en 21. Aan het eind van de negentiende eeuw verslechterde het bestaansniveau van veel Chinezen. a Bespreek van iedere bron of je deze ontwikkeling ermee kunt verklaren. b Noem de oorzaken van het verslechterde levenspeil van de Chinezen aan het eind van de negentiende eeuw. Gebruik de feiten die je in de bronnen gevonden hebt. Opdracht 10  oorzaak en gevolg Gebruik bron 7 en bron 12. a Welke goederen werden geïmporteerd rond 1843? b Welke goederen werden geïmporteerd rond 1894? c Welke verschuiving zie je in het soort goederen dat geïmporteerd werd? Citeer in je antwoord de genoemde bronnen. d Welke gevolgen zal deze verschuiving gehad hebben voor de Chinese binnenlandse economie? Opdracht 11  oorzaak en gevolg a In welk opzicht was de oorlogsvloot die China aan het eind van de negentiende eeuw opbouwde, een typisch voortbrengsel van de Beweging voor Zelfversterking? b Stelling: De Beweging voor Zelfversterking was een succes. Beargumenteer de (on)juistheid van deze stelling. Opdracht 12  bruikbaarheid van bronnen Gebruik bron 13. a Welke landen zijn op de cartoon afgebeeld? Leg uit waaraan je dit kunt zien. b Wat wil de tekenaar met de cartoon uitdrukken? c Op welke manier brengt hij dit tot uitdrukking? d Stelling: Het is aannemelijk dat deze cartoon werd gemaakt naar aanleiding van de Duitse bezetting van Qingdao (Tsingtao). Geef argumenten om de (on)juistheid van deze stelling te onderbouwen. e Is deze bron bruikbaar als illustratie van het modern imperialisme? Licht je antwoord toe. Opdracht 13  gebeurtenis, verschijnsel, ontwikkeling In dit hoofdstuk is te zien hoe het imperialistische optreden van de buitenlandse mogendheden overging in een nieuwe vorm van imperialisme. a Hoe werd deze nieuwe vorm van imperialisme genoemd? b Geef de kenmerken van de oudere en de nieuwere vorm van imperialisme. c Welke ontwikkeling constateer je als je beide verschijnselen met elkaar vergelijkt?

Opdracht 14 In China bestond eind negentiende eeuw grote weerstand tegen alle vormen van modernisering. Geef voor elk van de onderstaande personen of bevolkingsgroepen aan wat hun bezwaren waren. Geef per persoon of bevolkingsgroep een bronverwijzing die je betoog onderbouwt. a keizer-weduwe Cixi; b de mandarijnen; c de bevolking. Opdracht 15  oorzaak en gevolg Onder de Mantsjoes kwam de modernisering van China pas zeer laat op gang. a Wat was de oorzaak hiervan? b Wat waren hiervan de gevolgen voor China’s relatie met het buitenland? Opdracht 16  samenvatten a Waarom groeide vanaf het eind van de achttiende eeuw de westerse belangstelling om handel te drijven met China? b Waarom sloot China in de loop van de achttiende eeuw zijn grenzen voor vreemdelingen? Noem twee redenen. c Waarom weigerde het keizerlijk hof tot het eind van de negentiende eeuw om China’s traditionele instellingen te moderniseren? d Wat was het streven van de Beweging voor Zelfversterking? e Was de Beweging voor Zelfversterking succesvol? f Beantwoord nu de deelvraag die centraal staat in dit hoofdstuk: Waardoor ging China in de negentiende eeuw niet over tot modernisering?

Kennis

1a, 2c, 4a, 4c-d, 5a, 6a, 7a-c, 8, 10a-b, 13a-b, 15a-b, 16a-e Begrip 1b-c, 2a-b, 2d-e, 4b, 5b, 5d, 12b-c, 15a-b, 16f Toepassing 5c, 6b, 7d,10d, 11a-b, 12d-e, 13c, 14a-c Analyse 3a-d, 4e, 5e, 6c, 9a-b, 10c


2

Nationalisme en communisme

China zoekt een nieuwe staatsvorm (1900-1949)

bron 1 In 1911, toen de Mantsjoedynastie ten einde liep, gold het afknippen van de vlecht als een symbool van verzet (7 november 1911).

Deelvraag

Wat belemmerde de modernisering van China in de eerste helft van de twintigste eeuw?

2.1 Weg met de monarchie! Na alle nederlagen die China in de loop van de negentiende eeuw tegen de imperialistische mogendheden had geleden, moest de Mantsjoe-regering haar conservatieve beleid opgeven. Het leger werd naar Japans voorbeeld gemoderniseerd en het regeringsapparaat en het onderwijs hervormd. De roep om verdergaande moderniseringen en inspraak in het bestuur hield echter aan. Overal braken opstanden uit die de Mantsjoe-dynastie omver wilden werpen. In deze jaren groeide Sun Yat-sen uit tot de belangrijkste leider van de nationalisten. Sun Yat-sen was een groot voorstander van moderniseringen in China. Hij werd geboren in de Zuid-Chinese provincie Guangdong. Zijn jonge jaren bracht hij door in China, Honolulu, waar hij Engels leerde, en Hongkong, waar hij zich

liet dopen. Daarna volgde hij een artsenopleiding in een christelijk ziekenhuis op het Chinese vasteland. Hij rondde zijn opleiding af in Hongkong. Begin jaren negentig raakte hij betrokken bij de revolutionaire beweging. Daarin vond hij zijn roeping. Hij staakte zijn artsenpraktijk en stelde zijn leven in dienst van zijn vaderland. In zijn politieke programma stonden de Drie Volksprincipes centraal: • bestuur door het volk: de Chinezen moesten zelf over hun eigen land regeren; • macht aan het volk: de Chinezen moesten via een democratisch systeem zelf hun leiders aanwijzen; • welzijn van het volk: China moest een moderne industrie opbouwen om het welvaartsniveau van de Chinese bevolking te verbeteren. Sun Yat-sen vond veel aanhang onder de Chinese jongeren die na 1895 in Japan waren gaan studeren. Ze waren vol idealisme en wilden zich na hun studie inzetten voor de toekomst van hun vaderland. Japan, dat zich als Aziatisch land met zo veel succes had gemoderniseerd, was hun grote voorbeeld. China moest op dezelfde manier moderniseren. De hervormingen die de Mantsjoe-regering doorvoerde, gingen hun niet ver genoeg. De nationalistische denkbeelden van Sun Yat-sen sloten precies aan bij hun ideeën. Velen traden daarom toe tot


21

2.2 Nationalisme en de Beweging van de Vierde Mei

Op 1 januari 1912 begon de nieuwe Republiek China. De Mantsjoes hadden echter nog geen afstand gedaan van de troon. Sun beloofde de invloedrijke generaal Yuan Shikai het presidentschap als hij de Mantsjoes tot troonsafstand kon bewegen. Toen het kindkeizertje Puyi op 13 februari 1912 inderdaad afstand deed van de troon, hield Sun woord – op voorwaarde dat Yuan vrije democratische verkiezingen zou uitschrijven. Deze verkiezingen werden inderdaad in 1913 gehouden. Suns Nationale Volkspartij (Kwo-min-tang of KMT) behaalde een grote overwinning. Generaal Yuan had echter andere plannen. Wetend dat het leger hem steunde, weigerde hij de nationalisten in zijn regering op te nemen. Hij liet enkele politieke tegenstanders vermoorden en heerste vanaf dat moment als een dictator. Sun vluchtte naar het buitenland.

Changchun

MONGOLIË

Shenyang

1 : 40.000.000

Beijing

Yinchuan Taiyuan

Xi’an Xi’an

Ge

ZUID-KOREA

Shijiazhuang Jinan

Yan’an

Lanzhou

Qingdao Shimonoseki

e Rivier lZhengzhou

Nanjing Wuxi Suzhou Shanghai

Hefei

Lhasa

Shanghai Wuhu

Yangtze

Chengdu Chengdu Chongqing

Hankou

Changsha

BHUTAN

INDIA Kunming

Jingdezhen Nanchang Wenzhou

Fuzhou Taipei

Parelrivie r Nanning

VIETNAM

INDOCHINA LAOS

TAIWAN TAIWAN

Guangzhou (Kanton) Kanton

Shenzhen Macau Hongkong

Haikou

Zuid-Chin

machtsregio’s van de verschillende warlordregimes THAILAND São Paulo invloedsgebied van Sun en zijn regering

bron 3

JAPAN

Xiamen

Guilin

BIRMA MYANMAR (BIRMA)

Ningbo

Hangzhou

Guiyang

BANGLADESH

KOREA

an

CHINA

NOORD-KOREA Beijing (Peking) Tianjin

se Z e e

Hohhot

inese Zee

500 km

hin e

Ürümqi 250

st-C h

2.2 Nationalisme en de Beweging van de Vierde Mei

0

Oo

Na verschillende mislukte pogingen om de Mantsjoe-dynastie omver te werpen, had de revolutie van oktober 1911 eindelijk succes. Een spoorwegstaking in de provincie Sichuan leidde landelijk tot rellen. Toen ook het leger in opstand kwam, kon de regering de orde niet meer herstellen. Begin december vormden de revolutionairen rond Sun in Nanjing een nieuwe regering. Op 29 december 1911 werd Sun uitgeroepen tot voorlopig president.

ese

Oce a

Suns Revolutionaire Liga. Na hun studie keerden ze terug naar China. Daar infiltreerden ze in het leger en het landsbestuur in afwachting van het moment dat Sun het teken zou geven dat zij de revolutie konden ontketenen.

Yuan Shikai overleed in 1916. Toen brak er een periode van chaos aan. China raakte in de greep van warlords (generaals met regionale macht). Sun Yat-sen keerde in 1917 terug, zocht samenwerking met enkele warlords in het zuiden van China en vestigde een regering in Kanton. Deze regering had weinig invloed. Door de oorlogen tussen de warlords was de nationale eenheid volkomen versplinterd.

Grote

bron 2

st -C

Jean Rhodes, Scènes de la vie révolutionnaire en Chine, 1911-1914 (1917).

Het jaar daarop gebruikte Japan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog om meer invloed in China te krijgen. Op aandringen van Engeland verklaarde Japan in augustus 1914 de oorlog aan Duitsland en bezette het de Duitse concessie Kiaotschou. Daarna stelde Japan 21 eisen aan China die Japan zeer grote invloed in China gaven. Tot grote woede van zijn landgenoten zette president Yuan in mei 1915 zijn handtekening onder het eisenpakket. Toen bleek dat Yuan zich ook nog tot de keizer van een nieuwe dynastie wilde uitroepen, werden zij nog woedender.

Oo

In een interview met de journalist Jean Rhodes verklaarde Sun: ‘Vóór alles verzetten wij ons tegen de Mantsjoes. Zolang China onder heerschappij van deze monarchie staat, zal het zwak blijven. Als wij in onze opzet zijn geslaagd, zullen we ons niet tegen de Europeanen keren. We zullen gelukkig zijn als zij handel komen drijven en helpen China te moderniseren.’

e Ze

FILIPIJNEN

Na de dood van Yuan Shikai viel in China het centrale gezag weg. Het land werd geteisterd door de binnen­ landse oorlogen van de warlords. Deze kaart toont de situatie rond 1925. De oranje gebieden tonen de machts­ regio’s van de verschillende warlordregimes. De groene gebieden tonen het invloedsgebied van Sun en zijn regering. United States Military Academy, West Point (2012).

In 1917 stuurde het warlordregime van Beijing Chinese soldaten naar Europa om aan geallieerde zijde te vechten in de Eerste Wereldoorlog. De noordelijke warlords hoopten zo internationale erkenning te krijgen en een veroordeling van het Japanse optreden in China. Het liep echter anders. Engeland koos partij voor Japan en tijdens de vredesbesprekingen in Versailles werden de Japanse aanspraken op het voormalige Duitse invloedsgebied Kiaotschou erkend.


22

2 Nationalisme en communisme

bron 4 Op 4 mei 1919 verzamelden meer dan drieduizend studenten zich in Beijing voor de Poort van de Hemelse Vrede. Ze scandeerden leuzen als ‘Vecht voor soevereiniteit in het buitenland, gooi nationale verraders het land uit’, ‘Weg met de 21 eisen’ en ‘Teken het Verdrag van Versailles niet!’ De studenten trokken naar de ambassadewijk, deelden daar brieven uit aan de buitenlandse gezanten, molesteerden de minister die verantwoordelijk was voor de betrekkingen met Japan en staken de woning van een andere regeringsfunctionaris in brand. De foto is gemaakt door Sidney D. Gamble (1919).

De uitkomst van de vredesconferentie ontketende in China een storm van protest. Op 4 mei 1919 trokken drieduizend studenten in een spontane protestmars door Beijing om hun grieven kenbaar te maken. Ze riepen hun landgenoten op te demonstreren en Japanse producten te boycotten. Deze oproep vond veel gehoor.

Een westerse journalist over de anti-Japanse protesten: ‘Een overvloed van anti-Japanse geschriften doet de ronde, waarin voornamelijk gewaarschuwd wordt tegen de aankoop van Japanse producten, tegen reizen op Japanse schepen en tegen het gebruik van Japanse bankbiljetten. De studenten dreigen elke winkel die producten uit Japan verkoopt, in brand te steken.’ Gilbert Rodney, in de North China Herald (mei 1919).

bron 5 De demonstratie van 4 mei 1919 was het startsein van een nationalistische beweging die lang en diep in de Chinese samenleving doorwerkte. De woede van de demonstranten richtte zich op de aanwezigheid van de imperialistische mogendheden in hun land en op de schade die hun fabrieken de Chinese economie berokkenden. Vooral Japan moest het ontgelden. Door boycots, demonstraties en stakingen hield in de Chinese steden het protest tegen Japan en de Ongelijke Verdragen jarenlang aan. Bij de organisatie van deze

betogingen en protestacties speelden de Chinese communisten, die een arbeidersrevolutie nastreefden, een belangrijke rol.

2.3 Opkomst van de communistische beweging De stichting van de republiek en Suns poging om een parlementaire democratie te vestigen, had onder de Chinese jongeren in de hoofdstad een zeer brede belangstelling voor politiek aangewakkerd. Na de dood van Yuan Shikai ontstond ruimte om actief over politieke vraagstukken te discussiëren. Met grote belangstelling werd het werk van westerse wetenschappers en denkers bestudeerd. De universiteit van Beijing vormde het middelpunt van deze activiteit. Geboeid volgden de studenten in Beijing de Russische revolutie van 1917. Het marxisme oefende grote aantrekkingskracht op hen uit: het was een westerse filosofie met een wetenschappelijke grondslag, die het imperialisme afwees. Het succes van de Russische Revolutie en de belofte van een wereldrevolutie gaf de Chinese studenten hoop dat ook in China zo’n revolutie kon plaatsvinden. De imperialisten zouden het land worden uitgezet en er zou een einde komen aan China’s achterstand en armoede. Er werden studiegroepen gevormd die het communistische gedachtengoed bestudeerden.


23

2.5 De decade van Nanjing

In maart 1919 werd in Moskou de Komintern (Kommunistische Internationale) opgericht om leiding te geven aan de wereldrevolutie. Agenten van deze organisatie trokken de wereld in om contact te leggen met communistische partijen en cellen. Ook met de communisten in China zochten zij contact. Dit buurland van de Sovjet-Unie kon een belangrijke bondgenoot worden in de strijd tegen het imperialisme en een belangrijke rol spelen in de wereldrevolutie. Bovendien kon China de Sovjet-Unie beschermen tegen dreigingen vanuit Zuid- en Oost-Azië. De Nederlander Henk Sneevliet (1883-1942) was een agent van de Komintern. Hij speelde een belangrijke rol in de politieke ontwikkelingen in China. Onder zijn schuilnaam H. Maring arriveerde hij in juni 1921 in Shanghai. Daar woonde hij de geheime oprichting van de Chinese Communistische Partij (CCP) bij. Mao Zedong, die in de bibliotheek van de universiteit van Beijing had gewerkt en zich vanaf het eerste uur actief met het communistische gedachtengoed bezighield, was een van de medeoprichters.

2.4 De Veldtocht naar het noorden Na zijn bezoek aan Shanghai was Sneevliets missie nog niet voltooid. De CCP telde in 1921 nog maar 57 leden. De invloed van de partij was dus heel klein. In de maanden die volgden voerde Sneevliet gesprekken met Sun Yat-sen, die sinds 1921 president was van de zuidelijke nationalistische regering. Sneevliet dacht dat de KMT een uitstekende bondgenoot kon zijn in de strijd tegen het imperialisme en hét middel om de Chinese bevolking te bereiken. Van zijn kant zocht Sun buitenlandse steun voor zijn streven om het verdeelde China te herenigen. Omdat hij na de Vrede van Versailles, het eind van de Eerste Wereldoorlog, weinig van de westerse democratieën te verwachten had, stond hij niet afwijzend tegenover de toenadering door de Komintern. In de zomer van 1922 reisde Sneevliet naar Moskou om verslag uit te brengen over de situatie in China. Uit strategische overwegingen was de Sovjet-Unie bereid om zeer ver te gaan in het sluiten van een bondgenootschap met de KMT. Sneevliet keerde terug naar China met de diplomaat Joffe. De KMT kreeg een strakke organisatie, gebaseerd op die van het Rode Leger en de Italiaanse fascistische partij. Daarna vormden de communisten en nationalisten een verenigd front. Ze zouden gezamenlijk proberen de nationale eenheid te herstellen. In 1924 overleed Sun Yat-sen onverwacht tijdens vredesbesprekingen in Beijing. Hij werd opgevolgd door

Begin 1923 legden Sun Yat-sen en Joffe de volgende verklaring af: ‘Dr. Sun meent dat het niet mogelijk is het communisme in China te introduceren. De heer Joffe deelt dit standpunt volledig. Bovendien is hij van mening dat China’s meest urgente taken gelegen zijn in de voltooiing van nationale eenheid en de verwezenlijking van zijn volstrekte onafhankelijkheid.’ Gemeenschappelijke verklaring Sun en Joffe (16 januari 1923).

bron 6 generaal Chiang Kai-shek. Chiang stond argwanender tegenover de CCP dan Sun. Tijdens een bezoek aan Moskou had hij begrepen dat de communisten zijn positie volledig konden ondermijnen als de Sovjet-Unie hen daarbij steunde. Desondanks ondernamen de nationalisten en communisten in 1926 onder zijn bevel vanuit Kanton een gezamenlijke Veldtocht naar het noorden. De expeditie verliep voorspoedig. Binnen een half jaar werd Shanghai bezet en had Chiang de zuidelijke helft van China in handen. Dit was het moment waarop Chiang zich tegen de communisten keerde. In de straten van Shanghai werden verschillende communistische leiders op bloedige wijze onthoofd en begon een algemene klopjacht op communisten. Ondertussen vestigde Chiang een nationalistische regering in Nanjing en zette hij zijn Veldtocht naar het noorden voort. In 1928 bezetten zijn troepen Beijing. De Chinese eenheid was hersteld. Nanjing werd China’s nieuwe hoofdstad. Het was het begin van de decade (periode van tien jaar) van Nanjing.

2.5 De decade van Nanjing De regering in Nanjing stelde zich ten doel China te moderniseren naar westers voorbeeld, vooral naar Amerikaans voorbeeld. Er werden spoorlijnen aangelegd. Er kwamen binnenlandse telegraaf- en telefoonverbindingen. Er werden binnenlandse luchtvaartdiensten opgezet. Het financiële stelsel werd hervormd en er kwamen moderne banken. Shanghai, inmiddels de belangrijkste financiële stad van het Verre Oosten, groeide uit tot een stad van wereldfaam die zich als ‘parel van het Oosten’ kon meten met steden als Parijs en New York. Tijdens de decade van Nanjing bloeide de economie op. De buitenlandse handel gedijde als nooit tevoren en de industrie groeide, al bleven de Chinese fabrieken over het algemeen klein en beperkte de productie zich tot lichte machines en reserveonderdelen. De meeste fabrieken lagen in steden langs de oostkust en in buitenlandse concessies.


24

2 Nationalisme en communisme

bron 8 Een Chinese spinnerij in Jixian (rond 1930). Hoewel de nationalistische regering nauwe betrekkingen aanknoopte met de Verenigde Staten en andere westerse mogendheden, bleven sommige sectoren van de economie primitief.

Percentage fabrieksarbeiders in de belangrijkste Chinese industriesteden in 1937 Stad China Wuxi Kanton Hankou Shanghai Suzhou Wuhu Qingdao Tianjin Nanjing

Inwoners 503.000.000 196.545 861.024 1.479.000 3.088.000 500.000 175.000 390.337 1.387.462 621.864

Aantal fabrieks­ Percentage arbeiders 1.204.318 70.688 239.365 193.866 362.894 58.813 15.835 26.428 60.000 17.887

0,24% 36% 28% 19% 12% 12% 9% 7% 4% 3%

F. van Heek, Westerse techniek en maatschappelijk leven in China (1937).

bron 7

bij de Chinese boeren. Die waren zo arm dat ze de revolutie zeker zouden steunen. Tijdens de Veldtocht naar het noorden had hij gezien met hoeveel succes de communistische kaders in de provincie Hunan de boeren hadden georganiseerd.

Mao over de boeren als revolutionaire kracht: ‘Binnenkort zullen honderden miljoenen boeren opstaan als een wervelwind, zo snel en krachtig dat geen macht in staat zal zijn deze beweging te onderdrukken. Ze zullen de boeien breken die hen nu binden en voorwaarts gaan op de weg naar de bevrijding. Ze zullen alle imperialisten, oorlogsheren, corrupte ambtenaren en slechte landheren naar hun graf dragen.’ Mao Zedong, Verslag van een onderzoek naar de boerenbeweging in Hunan (1927).

bron 9

In het algemeen bleef de industrialisatie een randverschijnsel. Meer dan 80% van de bevolking leefde en werkte nog op het land. Aan het begin van de jaren dertig heersten daar grote hongersnoden. De regering in Nanjing was nauwelijks in staat hier iets aan te doen. Voor veel plattelandsbewoners was de situatie uitzichtloos.

De leiding van de CCP hield echter vast aan de leerstellingen van het orthodoxe marxisme. Ze geloofden dat het stedelijke industrieproletariaat de voorhoede van de revolutie zou vormen. Tussen 1927 en 1931 werden verschillende pogingen gedaan om in de steden opstanden te ontketenen, maar zonder succes.

2.6 Ontwikkelingen op het platteland

Ondertussen was Mao er in het najaar van 1927 in geslaagd om de communisten aan de macht te helpen in het bergachtige grensgebied tussen de provincies Jiangxi en Hunan. De grootgrondbezitters werden onteigend en de grond onder de boeren verdeeld. Mao’s Rode Leger leverde een belangrijke bijdrage aan het succes. De soldaten werden niet alleen getraind in krijgstactieken en oorlogvoering, maar ook geschoold in de communistische ideologie. Omdat ze de boeren steunden in hun strijd tegen de landeigenaren en hielpen met

Na het bloedbad van Shanghai waren veel communisten naar het platteland gevlucht. Daar discussieerden ze over de lijn die de Partij zou volgen. Mao Zedong was ervan overtuigd dat de toekomst van de CCP niet bij de arbeiders in de stad lag, maar


25

2.7 Japanse bezetting en WOII

het werk op het land, kregen de communisten brede steun onder de bevolking. In 1928 omvatte het gebied zes miljoen boeren. Nadat de pogingen mislukt waren om met hulp van het industrieproletariaat in de steden de revolutie te ontketenen, verzamelden de communisten zich eind 1931 in de enclave van Mao. Daar werd op 11 december de Chinese Sovjetrepubliek uitgeroepen. Mao werd president van de voorlopige regering. Chiang Kai-shek probeerde de Chinese Sovjetrepubliek te omsingelen en te overmeesteren. Het Rode Leger voerde echter een guerrilla-oorlog en ging een directe confrontatie uit de weg. De communisten hielden stand tot 1934 toen, onder andere door luchtaanvallen, de druk te groot werd. De communisten doorbraken de linies van de nationalisten en begonnen aan een barre tocht van 12.000 km dwars door het Chinese binnenland. Ongeveer 130.000 mannen en vrouwen gingen op weg. Niet meer dan een kwart bereikte de communistische enclave Yan’an in de barre streken van het lössplateau. Tijdens deze ‘Lange mars’ groeide Mao Zedong uit tot de onbetwiste leider van de CCP.

MANTSJOEKWO MONGOLIË JAPAN

Beijing CHINA

Yan’an

KOREA

Shanghai Chongqing INDIA

TAIWAN 0

500

1.000 km

1 : 65.000.000

China Japan en Japanse veroveringen Japanse veroveringen in 1932 gebied van de communisten 1927-1934 De lange mars gebied van de communisten 1936-1945

bron 10

De route van de Lange mars.

2.7 Japanse bezetting en WOII

invloed uit over Mongolië en in 1936 dreigde het zelfs NoordChina te bezetten.

De communisten waren voorlopig veilig. Terwijl Chiang Kaishek nieuwe plannen maakte om hen uit te schakelen, bezette Japan in 1931 Mantsjoerije. Daarna breidde Japan zijn

De communisten verklaarden Japan meteen de oorlog. Chiang reageerde lauwer op de Japanse dreiging, want de Japanners mochten dan talrijker zijn, Chiang vreesde de

bron 11

Vluchtelingen in de straten van Chongqing na een bombardement door de Japanse luchtmacht (rond 1937). Tussen 1938 en 1943 voerde de Keizerlijke Japanse Luchtmacht meer dan vijfduizend bombardementen uit op de stad. Tijdens de bombardementen werden vooral burgerdoelen zoals woonwijken, scholen en ziekenhuizen bestookt met brandbommen.


26

2 Nationalisme en communisme

communisten het meest. Hij zei: ‘De Japanners zijn een ziekte van de huid, de communisten een ziekte van het hart.’ Toen hij echter voorbereidingen begon te treffen om de communisten aan te vallen in plaats van de Japanners, werd dit zelfs zijn medestanders te veel. Zijn officieren dwongen hem opnieuw een verenigd front te vormen met de communisten. In 1937 viel het Japanse leger China binnen. Het bezette Beijing en stootte door naar het zuiden. Tijdens de opmars werden gifgas en bacteriologische massavernietigingswapens gebruikt. De Japanse luchtmacht bombardeerde dichtbevolkte Chinese steden en de grondtroepen hielden gruwelijke moordpartijen onder de Chinese bevolking, vooral tijdens het beleg van Nanjing. Uiteindelijk veroverde Japan de hele oostkust. In de veroverde gebieden stelde Japan een Chinese Nationale Regering aan, die volledig door Japan gecontroleerd werd. De nationalistische regering van de KMT onder leiding van Chiang Kai-shek vluchtte naar Chongqing, diep in het Chinese binnenland.

2.8  Opdrachten Opdracht 1 Gebruik paragraaf 2.1 en 2.4 en bron 6. a Was Sun Yat-sen een revolutionair? Waaruit blijkt dit? b Was Sun Yat-sen een nationalist? Waaruit blijkt dit? c Was Sun Yat-sen een voorstander van modernisering? Waaruit blijkt dit? Opdracht 2  continuïteit en discontinuïteit a Welk volksprincipe is duidelijk nationalistisch? b Waarom keerde dat principe zich wel tegen de Mantsjoes en imperialisten en niet tegen Japan? c In het programma van de nationalisten werd na 1911 niet meer gesproken over de Mantsjoes. Waarom niet? d In het programma van de nationalisten veranderde de toon van pro-Japan naar anti-Japan. Verklaar die verandering met drie gebeurtenissen.

Toen in 1939 in Europa de Tweede Wereldoorlog uitbrak, had dit aanvankelijk nauwelijks invloed op de situatie in China. Dit veranderde pas toen Japan in december 1941 de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor aanviel. Nu raakten ook de Verenigde Staten betrokken bij de oorlog. China werd een Amerikaanse bondgenoot in de strijd tegen Japan. President Roosevelt, die geloofde dat China na de oorlog een belangrijke rol op het wereldtoneel zou gaan spelen, bood Chiang militaire en financiële steun. Chiang behaalde nog een ander succes: onder Amerikaanse druk gaven veel westerse naties in 1943 hun Chinese concessies op. Twee jaar later, toen Japan na de capitulatie zijn aanspraken op Chinees grondgebied opgaf, was de Chinese soevereiniteit eindelijk hersteld. Het eenheidsfront tussen nationalisten en communisten hield stand tot het eind van de Tweede Wereldoorlog. Na de Japanse capitulatie barstte de onderlinge strijd tussen de twee partijen weer in alle hevigheid los. De communisten, die via de Sovjet-Unie de industriegebieden van Mantsjoerije in handen kregen, wonnen de (burger)oorlog. In januari 1949 marcheerde het Rode Leger, inmiddels omgedoopt tot Volksbevrijdingsleger, de hoofdstad binnen. De nationalistische regering van Chiang Kai-shek en haar aanhang weken uit naar Taiwan. Veel rijke kooplieden uit Shanghai vluchtten naar Hongkong. Kort daarna hadden de communisten het hele land in handen. China’s eenheid was hersteld. Het land kreeg een communistisch bestuur en kon als autonome natie aan zijn toekomst gaan bouwen.

bron 12

China moderniseert. In Shanghai laten Chinezen in het openbaar hun vlecht afknippen. ‘In Shanghai hebben vijfhonderd heldhaftige Chinezen, bijeengekomen op een plein, de een na de ander een podium beklommen om in aanwezigheid van vierduizend landgenoten de dracht van de haarvlecht af te zweren die sinds onheuglijke tijden hoofd en rug van de trouwe onderdanen van de Zoon van Hemel siert.’ In: Le Petit Journal (5 februari 1911).


27

2.8 Opdrachten

Opdracht 3 Gebruik bron 12. a Analyseer bron 12. Welke beeldelementen gebruikt de tekenaar om de spanningen in de Chinese samenleving in beeld te brengen? b Welk toekomstbeeld schetst de tekenaar? Wat zegt dit over zijn standpunt?

‘Sinds enkele maanden neemt de campagne om de haarvlecht af te knippen een hoge vlucht. In alle grote steden leidt dit tot merkwaardige taferelen en hoogst pittoreske manifestaties. Zo lieten in december vorig jaar [1910] zes notabelen, die zowel door hun leeftijd als positie veel aanzien genoten, in Hongkong in het openbaar hun vlecht afknippen terwijl een fanfare operadeuntjes speelde. Honderden volgden hun voorbeeld. Binnen drie dagen hadden duizend personen zich bekeerd tot de nieuwe haarmode.’ Ernest Laut, in Le Petit Journal (5 februari 1911).

Opdracht 5  gebeurtenis, verschijnsel, ontwikkeling Gebruik bron 14. a Aan welke beeldelementen kunt je zien dat deze bron elementen van nationalistische propaganda bevat? b Verklaar het opschrift ‘Kehrt, – marsch! Donnerwetter, wie die Kerle laufen können’ (‘Rechtsomkeert, mars! Allemachtig, wat kunnen die kerels lopen!’). c Leg uit welk propagandistisch doel de tekenaar met deze afbeelding had. d Welk kenmerkend aspect van het tijdvak van de Wereldoorlogen wordt door bron 14 geïllustreerd? Licht je antwoord toe door het verschijnsel te beschrijven. Opdracht 6  oorzaak en gevolg a Wat waren de oorzaken van de Beweging van de Vierde Mei? b Wat waren de gevolgen? c Van welk tijdvak illustreert de Beweging van de Vierde Mei een kenmerkend aspect? Noem het tijdvak en het kenmerkende aspect.

bron 13 Opdracht 4  betrouwbaarheid, representativiteit en bruikbaarheid van bronnen Gebruik bron 1, 12 en 13. a Geef per bron aan of het een primaire of secundaire bron is en bespreek de betrouwbaarheid en representativiteit. b Beargumenteer de (on)juistheid van het bijschrift van bron 1. Gebruik daarbij de genoemde tekstbronnen. Noteer welke bron het bruikbaarst is om het bijschrift te nuanceren.

‘Op basis van het aantal scholen is de stad in drie zones verdeeld. Elke school moet alle Japanse goederen in de winkels en magazijnen opruimen. De hele dag door trekken van elke school twaalf afgevaardigden en controleurs door de stad om de artikelen te controleren. De verkopers in de tabakswinkels en agenten van de fabrikanten uit Shanghai zijn bereid de studentenbeweging met al hun financiële middelen te steunen. Ook kleine kooplieden die in binnenlandse producten handelen zoals fruit, groenten, kolen, hout en dierenvellen, slaan onze optocht lachend gade. Maar de winkeliers die serviesgoed, textiel en snuisterijen verkopen, fronsen hun wenkbrauwen zodra ze de afgevaardigden in het oog krijgen. Het zal allemaal niet zo’n vaart lopen, dachten ze. Maar al snel blijkt het ons ernst te zijn. De afgevaardigde stapt de winkel binnen. In de etalage staat een thermoskan naast een asbak. Op de onderzijde wordt een Japans teken ontdekt. De afgevaardigde tilt het breekbare voorwerp omhoog en smijt het kapot op de stoepstenen. De afgevaardigden halen de hele winkel overhoop. De eigenaar van de winkel siddert van woede. Hij had niet gedacht dat de schade zo groot zou zijn.’ Sergej Tretjakow, Den Schi-chua: Ein junger Chinese erzählt sein Leben (1932).

bron 14

bron 15 In 1914 verklaarde Japan de oorlog aan Duitsland, dat vanaf toen oorlog voerde tegen zeven landen. Deze briefkaart werd verzonden op 5 oktober 1914.


28

2 Nationalisme en communisme

Opdracht 7  soorten bronnen Gebruik bron 15. a Is dit een primaire of secundaire bron? Licht je antwoord toe. b Is dit een bruikbare bron om de nasleep van de Beweging van de Vierde Mei te illustreren? Licht je antwoord toe. c Is de actie van de scholieren eerder revolutionair of nationalistisch? Licht je antwoord toe. d Bedenk een onderzoeksvraag die je met deze bron kunt beantwoorden. Gebruik in die onderzoeksvraag een van de kernbegrippen die in dit hoofdstuk aan de orde komen. Opdracht 8 a Verklaar waarom juist het communisme aantrekkingskracht op Chinese jongeren uitoefende. b Welk nationalistisch element speelde daarbij een rol? c De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen is een kenmerkend aspect van het tijdvak van Burgers en stoommachines. Beargumenteer of de benaming van dit tijdvak voor China wel / niet goed gekozen is.

In zijn biografie vertelt de jonge Chinees Deng Xihua over zijn studietijd aan de universiteit van Beijing: ‘Een portret van Marx gaat van hand tot hand. We kijken naar het behaarde gezicht en proberen onze lippen zo te plooien om het voor onze Chinese oren zo lastige en door ons voor het eerst gehoorde woord “Marx” in te prenten. Li Dazhao leest het Communistisch Manifest voor en opgetogen horen we dat de revolutie onvermijdelijk is. Het verwondert ons echter enigszins dat het proletariaat de voorhoede van deze revolutie moet vormen: de koelies, riksjarenners en botenslepers. Li Dazhao vertelt ons over de fabrieken en fabrieksarbeiders. Maar wat een fabriek is, daar kan ik me niets bij voorstellen. Peking is in dat opzicht even leeg als Deyang of Xianxi. Boven Peking roken geen fabrieksschoorstenen. “Proletariërs aller landen, verenigt u!”’ Sergej Tretjakow, Den Schi-chua: Ein junger Chinese erzählt sein Leben (1932).

bron 16 Opdracht 9 Gebruik bron 16. a Uit welke passages blijkt dat de denkbeelden van Marx ver van de Chinese realiteit afstonden? Noem er twee. b Verklaar Deng Xihua ’s verwondering over het feit dat onder andere fabrieksarbeiders de voorhoede van de revolutie zullen vormen. c Formuleer een onderzoeksvraag die met behulp van bron 16 beantwoord kan worden.

Opdracht 10 a Wat waren de politieke en economische doelen van de KMT? b Wat waren de politieke en economische doelen van de CCP? c Lag het voor de hand dat de KMT ging samenwerken met de CCP? Behandel zowel politiek als economie. d Wat was uiteindelijk de motivatie voor de partijen om samen te werken? Opdracht 11  gebondenheid aan tijd en plaats Gebruik bron 6. a Wat is opmerkelijk aan de verklaring van Joffe? b Verklaar het standpunt van Joffe vanuit een ideologisch gezichtspunt. c Verklaar het standpunt van Joffe vanuit een economisch gezichtspunt. d Verklaar het standpunt van Joffe vanuit een politiek gezichtspunt. Opdracht 12 Gebruik bron 7. Zoek de genoemde plaatsen op met de kaart voor in dit boek. a Wat zegt bron 7 over de spreiding van de Chinese industrie? b Hoe helpt bron 7 te verklaren waarom het percentage fabrieksarbeiders in steden als Hankou, Shanghai, Suzhou, Qingdao en Tianjin zo hoog is? c Kan de Chinese samenleving in de periode van de decade van Nanjing al worden getypeerd als een industriële samenleving? Licht je antwoord toe. d Verklaar aan de hand van bron 7 waarom het de communisten niet lukte om met het industrieproletariaat in China een revolutie te ontketenen. Opdracht 13 Lees bron 9. a Op wie doelt Mao als hij het heeft over: imperialisten, oorlogsheren, corrupte ambtenaren, slechte landheren? b Waarom schilderde Mao deze groepen af als vijanden van het volk? Licht dit toe voor elk van de genoemde groepen. c Mao spreekt over boeren die zullen opstaan ‘als een wervelwind’. Waarop baseerde hij zijn overtuiging dat de boeren de voorhoede van de revolutie konden vormen? d De leiding van de Communistische Partij stond aanvankelijk negatief tegenover Mao’s denkbeelden. Leg uit waarom. e Wat was de reden dat ze zich later toch achter hem schaarden?


29

2.8 Opdrachten

Opdracht 14  gebeurtenis, verschijnsel, ontwikkeling De betrekkingen tussen China en Japan hadden in de eerste helft van de twintigste eeuw een zeer wisselend karakter. In 1895, 1914, 1915, 1919, 1931, 1932 en 1937 vonden gebeurtenissen plaats die bepalend waren voor de relaties tussen de twee landen. a Neem bovenstaande jaartallen over en vermeld de gebeurtenis(sen) die dat jaar de Chinees-Japanse betrekkingen beïnvloedden. b Stelling: De gebeurtenissen van 1895 kwamen voor China als een grote schok: de verhouding met Japan bleek volledig te zijn gewijzigd. Beredeneer de (on)juistheid van deze stelling. c Wat was het hoogtepunt in de betrekkingen met Japan? Licht je antwoord toe. d Wat was het dieptepunt in de betrekkingen met Japan? Licht je antwoord toe. e Welke ontwikkeling constateer je in de betrekkingen tussen China en Japan?

De Amerikaanse militaire attaché beschreef de inval in een ziekenhuis tijdens de ‘Verkrachting van Nanjing’: ‘Het Rode Kruisziekenhuis was het toneel van een van de bloedigste slachtingen. Bandages werden van schreeuwende mannen afgetrokken, die vervolgens met zwaarden en bajonetten werden vermoord. Gebroken armen en benen werden met stokken opnieuw gebroken. Tussen het hakken en meppen door werden zusters meermalen verkracht. Eind december waren meer dan 20.000 burgers in de dienstplichtige leeftijd afgeslacht, minstens 20.000 jonge vrouwen en meisjes verkracht, vermoord en daarna op gruwelijke wijze verminkt. Meer dan 200.000 burgers – misschien wel 300.000 – waren doelloos omgebracht.’ Frank Doorn, Sino-Japanese War (1974).

bron 17

Opdracht 15 Bron 11 en bron 17 illustreren twee kenmerkende aspecten uit het tijdvak van de Wereldoorlogen. Welke kenmerkende aspecten? Licht je antwoord toe. Opdracht 16 In 1912 had Aisingioro Puyi als laatste keizer van de Qingdynastie afstand gedaan van de troon. In 1934 verscheen hij weer op het politieke toneel toen hij zich door Japan liet kronen tot keizer van Mantsjoekwo, de twee jaar eerder gestichte ‘zelfstandige’ staat in Mantsjoerije. a Waarom stelde Japan een niet-Japanse keizer aan in de kort daarvoor gevormde staat? Formuleer je antwoord in de vorm van een hypothese. b Waarom kozen de Japanners juist Puyi uit om keizer van Mantsjoekwo te worden? Opdracht 17  samenvatten a Welk onderdeel in het programma van Sun Yat-sen maakte hem tot een revolutionair? b Welk onderdeel in zijn programma maakte hem tot een nationalist? c Wat verstoorde de opbouw van de Chinese industrie in de jaren twintig? d Waardoor werd de opbouw van de Chinese industrie verstoord in de jaren dertig? e Waarom werden de Verenigde Staten tijdens de Tweede Wereldoorlog een bondgenoot van China? f Beantwoord nu de deelvraag van dit hoofdstuk: Wat belemmerde de modernisering van China in de eerste helft van de twintigste eeuw?

Kennis Begrip

1a-c, 2a,6a-b, 8b, 10a-b, 10d, 12a, 12d, 14a, 17a-e 2b-c, 5b-c, 8a, 9a-b, 10c, 11a-d, 12b, 13b-e, 16a-b, 17f Toepassing 5d, 6c, 7c, 15 Analyse 2d, 3a-b, 4a-b, 5a, 7a-d, 8c, 9c, 12c,14b-e


China onder Mao

3

bron 1

De opbouw van een socialistische staat (1949-1976)

Vanaf de Poort van de Hemelse Vrede roept Mao op 1 oktober 1949 de Volksrepubliek China uit. Hij wordt omringd door belangrijke leiders van de revolutie. Mao werd de eerste president van de Volksrepubliek.

Deelvraag

Welke bijdrage leverde Mao aan de modernisering van de Chinese economie?

3.1 Volksrepubliek China Op 1 oktober 1949 riep Mao Zedong in Beijing officieel de Volksrepubliek China uit. De leiders zagen zich voor de taak gesteld om van China een communistisch land te maken. Zij namen de dictatuur van Stalin als voorbeeld: in de Volksrepubliek zouden de hervormingen onder strakke leiding van de centrale regering worden doorgevoerd. De bevolking werd opgedeeld in goede en slechte ‘elementen’. Arbeiders, soldaten, arme boeren, martelaren van de revolutie en functionarissen van de Communistische Partij vormden de vijf rode (goede) klassen; pachtheren, rijke boeren, rechtse elementen, contrarevolutionairen en misdadigers de vijf zwarte (slechte) klassen. Iemands klassenachtergrond bepaalde of hij kon gaan studeren of kans had op promotie.

Tijdens massacampagnes werden de leden van de zwarte klassen – de ‘vijanden van het volk’ – in het openbaar bekritiseerd, aangeklaagd, vernederd en gemolesteerd. Ze werden voor een heropvoeding naar het platteland gestuurd om ‘te leren van de boeren’ of ze werden gehersenspoeld in strafkampen. De Volksrepubliek kreeg een parallelle staatsstructuur. Alle bestuursorganen op nationaal, provinciaal en districtsniveau kregen een tegenhanger in de partijorganisatie. In naam hadden de regeringsorganen het hoogste gezag, in de praktijk stippelde de Partij het beleid uit en controleerde die ook de macht van de regeringsorganen. Binnen de Partij was Voorzitter Mao de belangrijkste leidsman. Als ‘Grote Roerganger’ zou hij China naar een nieuwe toekomst voeren. Omdat het Nieuwe China bij de wederopbouw alle hulp kon gebruiken, stonden de communisten open voor samenwerking met niet-communisten. Partijen die met de CCP wilden samenwerken, kregen zitting in een coalitieregering. Wie niet wilde samenwerken werd tot ‘vijand van het volk’ bestempeld.


31

3.3 Massacampagnes

3.2 Internationale betrekkingen De Volksrepubliek was een belangrijke bondgenoot van de Sovjet-Unie in de strijd van het internationale communisme tegen het kapitalisme. China knoopte daarom banden aan met het Oostblok (de communistische landen van OostEuropa en de Sovjet-Unie). Om een sterke economie op te bouwen sloot het land in februari 1950 een vriendschapsverdrag met de Sovjet-Unie.

‘De partijen stellen zich ten doel om, in overeenstemming met de principes van gelijkwaardigheid en respect voor de staatkundige soevereiniteit in binnenlandse aangelegenheden, de economische en culturele banden tussen de Sovjet-Unie en China te versterken en de noodzakelijke economische samenwerking tot stand te brengen.’ Verdrag van Vriendschap, Samenwerking en Wederzijdse Bijstand (1950).

bron 2 Tegelijkertijd werden de Verenigde Staten de grote kapitalistische tegenstander. In 1950 deed het communistische Noord-Korea een inval in Zuid-Korea. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties besloot dit land te steunen en stuurde een troepenmacht waaraan meer dan vijftien landen deelnamen.

bron 4 In de Chinese propaganda werd de VN-operatie in Korea afgeschilderd als een actie van agressor Amerika. ‘Het Chinese volk kan een invasie door buitenlandse mogendheden niet over haar kant laten gaan en geen gehoor schenken aan een imperialist die meent haar buurlanden straffeloos te kunnen binnendringen.’ Op de poster is te zien hoe generaal MacArthur, de Amerikaanse bevelhebber in Korea, onschuldige vrouwen en kinderen vermoordt in Korea, terwijl een Amerikaans vliegtuig een fabriek in China bombardeert. Xu Ling (1950).

bron 3

Chinese poststempel ‘ter herinnering aan het Verdrag van vriendschap, samenwerking en wederzijdse steun tussen de Volksrepubliek en de Sovjet-Unie’. (1950)

De Volksrepubliek China eiste Taiwan op, waar de nationalistische regering van Chiang Kai-shek naartoe was gevlucht. Door de Koude Oorlog steunden de Amerikanen echter de nationalistische Republiek China op Taiwan, zodat het niet tot een communistische bezetting van Taiwan kwam. Taiwan bleef een belangrijke bron van irritatie tussen de beide grootmachten.

3.3 Massacampagnes De leiders van de Volksrepubliek wilden de samenleving communistisch maken. Dat kon niet in één keer, maar zou in stappen gebeuren. De partijtop bepaalde steeds welke stap moest worden gezet en hoe actuele problemen moesten


32

3 China onder Mao

bron 5 Tijdens deze bijeenkomsten werden de armere boeren aangemoedigd hun grieven tegen de vroegere landeigenaren te uiten. Daarbij ging het er vaak heftig aan toe: naar schatting een miljoen landheren werd geëxecuteerd of gelyncht (begin jaren vijftig).

worden aangepakt. Keurde de partijtop een oplossing goed, dan werd deze via massacampagnes als een richtlijn voor de hele bevolking uitgevaardigd. Daarbij werden alle middelen van de moderne propaganda ingezet: radio-uitzendingen, posters, demonstraties en politieke bijeenkomsten. Politieke studie werd een verplicht onderdeel van het dagelijks leven in China. De landhervorming van 1950 was een van de eerste massacampagnes die op nationale schaal werden uitgevoerd. Tijdens deze campagne werd de grond – die met de stichting van de Volksrepubliek eigendom was geworden van de staat – herverdeeld onder de boeren. Communistische kaderleden trokken naar de dorpen, zochten uit welke mensen van de landhervorming zouden profiteren en richtten samen met hen een Bond van Arme Boeren op. De leden van deze Bond deelden de plaatselijke bevolking daarna op in vijf klassen: pachtheren, rijke boeren, middenboeren, arme boeren en landarbeiders. Was deze indeling gemaakt, dan organiseerden de kaderleden bijeenkomsten waarin de nieuwe wet werd uitgelegd en de grond verdeeld. De oude eigendomspapieren werden verbrand. De vroegere pachtheren en rijke boeren mochten zo veel land houden als ze zelf nodig hadden. De rest van het land en de dieren werd onder de arme boeren en landarbeiders verdeeld. De landhervorming verbeterde het lot van veel boeren. Ze hadden het gevoel dat ze een nieuwe kans kregen. Dat was precies wat de leiders wilden. Ze hoopten dat het enthousiasme van de boeren tot een groei van de landbouwproductie zou leiden. De meeropbrengst zou worden gebruikt om de industrie op te bouwen die landbouwmachines kon gaan fabriceren. Daarna kwam het einddoel van de landhervorming in zicht: de vorming van grootschalige, gemechaniseerde landbouwcommunes.

3.4 Het Eerste Vijfjarenplan Begin jaren vijftig werden de industrie en het bankwezen genationaliseerd. De Volksrepubliek kreeg een centraal geleide planeconomie: de overheid bepaalde hoeveel producten de staatsfabrieken moesten maken, regelde de toelevering van grondstoffen en stelde de prijzen vast. Met hulp van de Sovjet-Unie stelde de Partijleiding een vijfjarenplan op voor de opbouw van een moderne industrie. Het was gebaseerd op het ontwikkelingsmodel van de SovjetUnie: als eerste moest de zware industrie worden ontwikkeld en de infrastructuur voor de winning van grondstoffen worden aangelegd. Met hulp van de zware industrie zouden daarna lichtere industrieën worden opgebouwd die bijvoorbeeld landbouwmachines fabriceerden. Het Eerste Vijfjarenplan startte in 1953 met steenkolen-, ijzeren staalindustrie. Het hele proces stond onder strakke centrale leiding. Elke fabriek kreeg een productiedoel opgelegd. De druk om dit doel te halen was groot, maar de arbeiders in de staatsbedrijven kregen uitstekende arbeidsvoorwaarden: ze konden niet worden ontslagen, ze kregen speciale huisvesting, medische zorg, scholen voor hun kinderen en op hun oude dag een pensioen. Omdat een arbeider zijn leven lang goed verzorgd zou zijn, werd dit een ‘ijzeren rijstkom’ genoemd. De Sovjet-Unie hielp de Volksrepubliek fabrieken te bouwen door kennis en installaties te leveren. Het spoorwegennet werd uitgebreid. Over China’s grote rivieren werden bruggen gebouwd en wegen aangelegd. Ook het onderwijs en de wetenschap werden gemoderniseerd. Sovjetingenieurs kwamen lesgeven in de Volksrepubliek en grote aantallen studenten gingen naar de Sovjet-Unie om een opleiding te volgen.


33

3.5 De Grote Sprong Voorwaarts

Over de successen in de zijdeteelt schreef een Oost-Duitse auteur: ‘De landhervorming, de staatsleningen, de toelevering van eersteklas kweekmateriaal door de staatsbedrijven, de hogere prijs voor de cocons en de gunstige contracten met weverijen en zijdespinnerijen hebben de arbeid van de zijdeboer in belangrijke mate verlicht. Al in 1951 werd tweemaal zoveel ruwe zijde gewonnen als in 1949, terwijl de gemiddelde kwaliteit van de zijde aanzienlijk verbeterd was. Deze opmerkelijke verbeteringen zijn niet in de laatste plaats te danken aan het door erkende biologen uitgevoerde wetenschappelijk onderzoek, dat menig zijdeboer voor misoogsten heeft behoed. De temperatuur, vochtigheidsgraad en lichtsterkte worden tegenwoordig veel nauwkeuriger gecontroleerd.’ Paul Renovanz, Tee Seide Porzellan (1957).

bron 6

bron 7

3.5 De Grote Sprong Voorwaarts Halverwege de jaren vijftig werd het resultaat van het beleid zichtbaar. De industrie ontwikkelde zich voorspoedig. Economisch was dit een succes. Ideologisch was het een probleem: in sommige gebieden ontwikkelde de welvaart zich sneller dan in andere en er ontstond een bovenklasse van technische experts. Dit was strijdig met het egalitaire (gelijkheids-) beginsel van het communisme en leidde tot spanningen in de top van de CCP. Vooral Mao wilde strikt vasthouden aan het ideaal van gelijkheid en gedeelde welvaart. Hij stelde de ideologie boven de economie. Er was nog een probleem: de gehoopte productiestijging in de landbouw bleef uit. Er was een nieuwe impuls nodig. In 1953 werd daarom een geleidelijk begin gemaakt met de collectivisering. Boeren werden aangespoord samen te werken in ‘wederzijdse hulpploegen’. Toen ook hierdoor de productie niet voldoende groeide, werd in 1955 besloten de landbouw versneld te collectiviseren. De hulpteams werden samengevoegd tot landbouwcoöperaties.

‘De Volkscommunes zijn goed.’ Deze poster laat zien hoe een volkscommune eruit moest zien: de boeren halen een rijke oogst van het land, nabijgelegen fabrieken en ronkende staalovens produceren de benodigde producten, er zijn fraaie wasruimtes en eetzalen voor gezamenlijk gebruik, een centrum voor bejaarden en de mannen van de volksmilitie staan paraat (1958).


34

3 China onder Mao

In 1956 deed zich in de communistische wereld een belangrijke ontwikkeling voor. Chroesjtsjov, de opvolger van Stalin, oefende in het openbaar kritiek uit op het schrikbewind van zijn voorganger. Hij wilde de dictatuur verzachten en sprak over vreedzame co-existentie van communistische landen met niet-communistische landen. De destalinisatie leidde tot een golf van liberalisering in de communistische wereld. Aanvankelijk leek de Volksrepubliek in deze ontwikkeling mee te gaan, maar Mao maakte daar snel een eind aan. Hij hield vast aan het stalinistische staatsmodel en weigerde concessies te doen aan de idealen van de wereldrevolutie. Als gevolg van deze houding kwamen de Volksrepubliek en de Sovjet-Unie op gespannen voet te staan. In 1958 voerde de Volksrepubliek een radicale koerswijziging door in het economisch beleid. De ontwikkeling van de industrie werd niet langer centraal gepland, maar overgelaten aan lokale initiatieven. Door een gemeenschappelijke inspanning van de hele bevolking moesten overal in het land ijzerfabrieken, staalfabrieken,

bron 9

Een propagandafoto bejubelt de nieuwe, intensieve landbouwmethode: de halmen van het graan groeien zo dicht bij elkaar dat kinderen er zelfs op kunnen staan (ca. 1958).

kolenmijnen, machinefabrieken, chemische fabrieken, kunstmestfabrieken en waterkrachtcentrales verrijzen. In de landbouw werd de collectivisering nu radicaal doorgevoerd. De boeren werden georganiseerd in reusachtige volkscommunes. Daarin hadden de boeren geen eigendommen meer. Al het bezit – grond, vee, gereedschappen, huisraad, huizen en schuren – was eigendom van de commune. Het was niet langer toegestaan een eigen akkertje te onderhouden. Voortaan werkte iedereen alleen nog voor de commune, die elk jaar een vastgestelde hoeveelheid landbouwproducten moest leveren. Het nieuwe beleid moest de communistische staat in één grote stap dichterbij brengen en werd daarom de Grote Sprong Voorwaarts genoemd. De verwachtingen waren hooggespannen. Mao was er rotsvast van overtuigd dat de volksmassa’s in staat waren de grootste tegenslagen te overwinnen en zelfs de natuur te overmeesteren. Als ze maar de juiste ideologische motivatie hadden. Overal werden kleine en middelgrote fabrieken gebouwd. Op de erven van de communes verrezen kleine staalovens. De stedelingen werden gemobiliseerd om te helpen bij de aanleg van irrigatiekanalen en stuwmeren voor de watervoorziening en de opwekking van elektriciteit.

bron 8

Tijdens de Grote Sprong Voorwaarts werd de stedelijke bevolking massaal ingezet bij de bouw van een stuwdam bij Beijing. Met water uit het meer dat op deze manier ontstond, werd elektriciteit opgewekt voor de hoofdstad. Henri Cartier-Bresson maakte deze foto (1958).

De media bejubelden de successen. Alles leek mogelijk. Het plan om de oogst te vergroten door gewassen dichter bij elkaar te planten leek even simpel als geniaal. De praktijk bleek weerbarstiger. Doordat de planten te dicht op elkaar stonden, kregen ze onvoldoende voedingsstoffen. De opbrengst daalde en er ontstond schaarste. Tot overmaat van


35

3.6 De Culturele Revolutie

ramp volgden er drie jaren van droogte. Op het platteland stierven naar schatting dertig miljoen mensen van de honger. De media zwegen over deze tegenslagen, zodat de bevolking in de steden in het succes van de Grote Sprong Voorwaarts kon blijven geloven. Ook in de industrie kwamen problemen aan het licht. Veel fabrieken en staalovens voldeden niet aan de verwachting. De kwaliteit van de producten was slecht, zodat de vraag afnam. Hierdoor en door de verminderde aanvoer van grondstoffen van het platteland kwam een deel van de staatsfabrieken stil te liggen. Mao moest erkennen dat zijn poging om de productie van de landbouw en industrie te verhogen was mislukt. Hij trad af als president van de Volksrepubliek en werd opgevolgd door Liu Shaoqi. Mao weigerde echter te erkennen dat de uitgangspunten van de Grote Sprong Voorwaarts verkeerd waren geweest. In de top van de CCP kwamen daardoor twee facties tegenover elkaar te staan: Mao, die vond dat alle hervormingen ondergeschikt moesten zijn aan de hogere ideologische doelen, en pragmatischer ingestelde politici, zoals Liu Shaoqi en Deng Xiaoping, voor wie het belangrijker was dat China een sterke economie kreeg. Hoe dat moest, maakte niet uit – of, zoals Deng het zei: ‘Het maakt niet uit of de kat zwart is of wit, als hij maar muizen vangt.’

3.6 De Culturele Revolutie Het stoorde Mao dat zijn invloed kleiner werd. De koers die de Volksrepubliek was ingeslagen, beviel hem niet. Er was geen klasseloze maatschappij ontstaan, maar een samenleving met een bovenklasse van politici, bureaucraten en technici. Hij hield zich op de achtergrond tot hij eind 1965 in een toneelstuk werd bekritiseerd. Enkele maanden later schreef hij Lin Biao, de opperbevelhebber van het Volksbevrijdingsleger, dat het leger de kweekvijver moest worden van een nieuwe generatie revolutionairen. Niet lang daarna kondigde een hoofdartikel in de legerkrant het begin aan van de Grote Proletarische Culturele Revolutie.

Tijdens de Culturele Revolutie riep een leerling zijn medeleerlingen op: ‘Revolutie is in opstand komen en in opstand komen is de kern van het Denken van Mao Zedong. In opstand durven komen is de meest wezenlijke en waardevolle eigenschap van proletarische revolutionairen. Niet in opstand komen is revisionisme. Dat is zo klaar als een klontje! Zeventien jaar heeft het revisionisme onze school gecontroleerd. Als we vandaag niet in opstand komen, wanneer dan wel?’ (1966)

bron 10 massaal op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing, waar Mao – en naast hem Lin Biao – met luid gejuich werden begroet. De leiders van de Culturele Revolutie legden de Rode Gardisten geen beperkingen op. In tegendeel, met spreuken als ‘Sla de oude wereld aan gruzelementen, vestig een nieuwe wereld’ riepen ze de Rode Gardisten op zelf naar antirevolutionaire elementen op zoek te gaan en elke vorm van revisionisme aan te vallen. Vooral de Bende van Vier, waaronder Mao’s echtgenote Jiang Qing, ging hierin heel ver. De jongeren trokken het land in om alles wat in verband kon worden gebracht met het traditionele China, het Westen en het kapitalisme te bekritiseren en te vernielen. Het Rode Boekje, een bloemlezing met uitspraken van Mao Zedong, werd hun bijbel.

Nu hij het leger aan zijn zijde had, richtte Mao zich tot de scholieren en studenten. Hij noemde hen de ‘behoeders van de revolutie’ en riep hen op om als ‘Rode Gardisten’ de ondeugdelijkheden van het onderwijs te bekritiseren. De jongeren gaven massaal gehoor aan deze oproep. De situatie werd al snel onhoudbaar. Uit naam van de revolutie ontregelden jongeren hun lessen door kritiek uit te oefenen op hun docenten. Vrijwel alle scholen moesten hun deuren sluiten. In augustus verzamelden jongeren zich

bron 11

Rode Gardisten lezen tijdens een massabijeenkomst teksten uit het Rode Boekje, een bloemlezing uit de teksten en redevoeringen van Mao ( januari 1968).


36

3 China onder Mao

3.7  Opdrachten Opdracht 1  gebeurtenis, verschijnsel, ontwikkeling a De Volksrepubliek koos voor het stalinistische staatsmodel. Wat hield dat in? b Mao werd ‘de Grote Roerganger’ genoemd. Verklaar deze term. c Waarop was het vertrouwen in Mao gebaseerd? d De stichting van de Volksrepubliek illustreert een kenmerkend aspect uit het tijdvak van de Wereldoorlogen. Welk aspect?

bron 12

Beschuldigd van arrogantie, omdat zijn kapsel op dat van Mao Zedong leek, wordt deze man kaalgeschoren tijdens een openbare bijeenkomst. Om zijn hals hangt, zoals dat in China bij misdadigers gebruikelijk was, een bord met de tekst ‘Lid van de zwarte bende’. Een foto van Li Zhensheng (1966).

Het duurde niet lang of de Culturele Revolutie ontaarde in een regelrechte terreur. Met uitzondering van Mao en een kleine kring om hem heen kon iedereen voor revisionist worden uitgemaakt. Overal werden complotten onthuld en verraders ontmaskerd, die de revolutie hadden verraden en ‘de weg van het kapitalisme’ waren opgegaan. Talloze politici, kunstenaars en schrijvers werden gemolesteerd of geëxecuteerd. Onder hen bevonden zich veel politieke tegenstanders van Mao, zoals Liu Shaoqi en Deng Xiaoping. In 1967 verkeerde het land in een grote chaos. Het spoorwegnet was onklaar geraakt en de industrie ontregeld. Groepen Rode Gardisten begonnen elkaar te bekritiseren en met wapens aan te vallen. Er braken rellen uit die soms wekenlang aanhielden. Vanaf de tweede helft van 1967 probeerde het Volksbevrijdingsleger de orde te herstellen. In oktober gingen de scholen weer open. Geleidelijk kwam het land tot bedaren. De naweeën van de Culturele Revolutie duurden echter nog voort tot de dood van Mao in 1976.

Opdracht 2 a Maak een schema van de zwarte en de rode klassen. Noteer voor elke klasse welke bevolkingsgroepen er deel van uitmaakten. b Beargumenteer per bevolkingsgroep waarom ze tot de rode of de zwarte klasse werden gerekend. Opdracht 3 a Geef aan of de Volksrepubliek in de jaren vijftig met de volgende landen vriendschappelijke of vijandige betrekkingen onderhield: Verenigde Staten, Sovjet-Unie, Taiwan, Oost-Duitsland, Japan. b Geef aan waardoor deze vriendschappelijke of vijandige houding bepaald werd. Opdracht 4 Analyseer bron 3. a Aan welke beeldelementen kun je zien dat deze afbeelding voor propagandistische doeleinden is gemaakt? Licht je antwoord toe. b Welk nut heeft het zo’n afbeelding op een postzegel te zetten? Opdracht 5 Analyseer bron 4. a Aan welke beeldelementen kun je zien dat deze afbeelding voor propagandistische doeleinden is gemaakt? Licht je antwoord toe. b Leg uit welk doel de tekenaar met deze afbeelding had. Opdracht 6 Stelling: De vriendschapsband die de Volksrepubliek en de Sovjet-Unie begin jaren vijftig onderhielden was zo sterk dat men wel spreekt van blokvorming. Beargumenteer de (on)juistheid van deze stelling.


37

3.7 Opdrachten

Opdracht 7  gebeurtenis, verschijnsel, ontwikkeling Gebruik bron 5. a Maak een overzicht van de vijf klassen waarin de boerenbevolking werd ingedeeld. b Omschrijf in je eigen woorden het bezit van elk van deze klassen. c Beargumenteer per klasse of de leden daarvan als goede of als slechte elementen van de samenleving werden beschouwd. d Leg uit waarom de oude eigendomspapieren werden verbrand. e Was na de herverdeling van het land het einddoel van China’s politieke leiders bereikt? Licht je antwoord toe. Opdracht 8  inleving Gebruik bron 5. Je bent als buitenlandse journalist getuige van de landhervorming in een klein dorp op het Chinese platteland. Het dorp ligt in een streek die regelmatig te kampen heeft met droogte. Tien jaar geleden leidde een langdurige periode van droogte tot hongersnood onder de armste dorpsbewoners. Enkele opvallende figuren uit het dorp zijn: Feng Pu De pachtheer die altijd zonder pardon de pacht inde en zijn land tegen een hongerloon door landknechten liet bewerken; Feng woont in het naburige stadje Wenfu. Li Rongxin Een rijke boer die grond aan de boeren verpachtte, maar coulant was als ze niet in staat waren de pacht te betalen. Zhu Zhongwei Een middenklasse boer. Oude Liu Een arme boer die land pachtte van Feng en enkele jaren geleden gedwongen was een van zijn kinderen te verkopen om de pacht te kunnen betalen. Oude Li Een landknecht die werkt op het land van Li Rongxin, tijdens de hongersnood van tien jaar geleden is zijn vrouw overleden. Schrijf een artikel voor de krant waarin je beschrijft hoe de landhervorming in zijn werk gaat. Belicht in het artikel de algemene omstandigheden en veranderingen daarin én beschrijf per persoon wat er voor hem veranderd is en wat hij ervan vindt. Bron 5 wordt als illustratie bij het artikel geplaatst. Verzin bij de foto een bijschrift dat aansluit op jouw artikel.

product graan katoen oliezaden steenkool aardolie elektriciteit staal (ruw) cement katoenen stof

eenheid 1952 miljoen ton 161 miljoen ton 1,3 miljoen ton 3,7 miljoen ton 66 miljoen ton 0,5 miljoen mWh 7,3 miljoen ton 1,3 miljoen ton 2,8 miljoen m2 3,8

1957 191 1,6 3,8 131 1,5 19 5,4 6,9 5,0

E.B. Vermeer, China (1982).

bron 13 Opdracht 9  gebeurtenis, verschijnsel, ontwikkeling Gebruik bron 6 en bron 13. Hulp van de Sovjet-Unie moest de modernisering van de Volksrepubliek bespoedigen. a Welk belang had de Sovjet-Unie om de Volksrepubliek hulp te bieden? b Waarom verwachtte de Volksrepubliek dat juist hulp van de Sovjet-Unie nuttig zou zijn? c Kies uit bron 13 welke vijf verbeteringen in 1957 vooral mede door hulp van de Sovjet-Unie tot stand waren gebracht. Licht je keuze toe. Opdracht 10  bron en vraagstelling Gebruik bron 13. a Maak een overzicht van de in bron 13 genoemde sectoren van de economie, verdeeld in twee groepen: landbouw en industrie. b Toon aan dat de landbouw en de industrie niet dezelfde groei doormaakten. c In welk opzicht was het Eerste Vijfjarenplan een succes? Licht je antwoord toe. d In welk opzicht faalde het Eerste Vijfjarenplan? Licht je antwoord toe. e Leg uit hoe de tegenvallende ontwikkeling van de landbouw de verdere ontwikkeling van de industrie dreigde te verhinderen. Opdracht 11  bruikbaarheid en betrouwbaarheid van bronnen Lees bron 6. Het boek van Paul Renovanz werd in 1957 uitgegeven in Leipzig, een belangrijk uitgeverscentrum in Oost-Duitsland. a Beargumenteer aan de hand van stijlkenmerken van de tekst dat deze een propagandistisch karakter heeft. b Beredeneer of er buiten de tekst aanwijzingen zijn die het propagandistische karakter van de tekst aannemelijk maken.


38

3 China onder Mao

c Is bron 6 een bruikbare bron voor iemand die inzicht wil krijgen in de vooruitgang in de industrie tijdens het Eerste Vijfjarenplan? Licht je antwoord toe. d Is bron 6 een betrouwbare bron voor iemand die inzicht wil krijgen in de vooruitgang in de industrie tijdens het Eerste Vijfjarenplan? Licht je antwoord toe.

Opdracht 15 Bron 8 laat zien dat tijdens de Grote Sprong Voorwaarts massaal gebruik werd gemaakt van menskracht. Verklaar waarom er geen gebruik werd gemaakt van graafmachines, vrachtwagens en andere gemotoriseerde bouwmachines.

Opdracht 12  oorzaak en gevolg In deze opdracht combineer je uitspraken uit de eerste groep (1 t/m 5) met uitspraken uit de tweede groep (A t/m E).

Opdracht 16  oorzaak en gevolg Gebruik bron 9. Tijdens de Grote Sprong Voorwaarts werd de bevolking na jaren van eensgezinde inspanning een land van overvloed voorgespiegeld. a Wat waren de oorzaken en de gevolgen van het mislukken van de Grote Sprong Voorwaarts in de landbouw? b Boeren weten heel goed hoe ze gewassen moeten verbouwen. Verklaar hoe het kon dat zij toch de methode om de oogst te vergroten gebruikten die in de tekst wordt beschreven. c Wat zegt dit over de verhouding tussen de politieke leiders en de bevolking?

1 In 1954 viel de katoenoogst enorm tegen. 2 De productie van de landbouw groeide minder dan verwacht. 3 Er ontstond een elite van technische en industriële experts. 4 Op lokaal initiatief werden kleinschalige fabrieken opgericht. 5 De welvaart werd ongelijk over het land verdeeld. A Het Eerste Vijfjarenplan leidde niet tot de verwezenlijking van de politieke idealen van China’s leiders. B De kwaliteit van de producten ging achteruit. C Bij de opbouw van de industrie werd voorrang gegeven aan grootschalige industriecomplexen. D De textielindustrie kwam gedeeltelijk stil te liggen en kleding werd schaars. E De landbouw werd gecollectiviseerd. a Maak twee combinaties waarbij de eerste uitspraak de oorzaak was van de tweede. Licht je antwoord toe en geef aan of er sprake is van een economisch of politiek verband. b Maak twee combinaties waarbij de eerste uitspraak het gevolg was van de tweede. Licht je antwoord toe en geef aan of er sprake is van een economisch of politiek verband. Opdracht 13 Verklaar Mao’s breuk met de Sovjet-Unie na de toespraak van Chroesjtsjov. Opdracht 14  bruikbaarheid van bronnen Gebruik bron 7. a Aan welke beeldelementen kun je zien dat bron 7 voor propagandadoeleinden werd gemaakt? b Wat was het propagandistische doel van de tekenaar van bron 7? c Is bron 7 bruikbaar om de Chinese economie in de jaren zestig in beeld te brengen? Licht je antwoord toe. Geef als het kan argumenten voor en tegen dit standpunt.

Opdracht 17 Gebruik bron 10. Het ‘revisionisme’ is een stroming in het socialisme die de samenleving op een geleidelijke manier wil veranderen, niet door een snelle omwenteling (revolutie). a Leg uit waarom ‘revisionist’ voor de Rode Gardisten een scheldwoord was. b Wat werd verstaan onder ‘de weg van het kapitalisme’? c Was de Culturele Revolutie een zuiver ideologische beweging? Licht je antwoord toe. Opdracht 18 Gebruik bron 10, 11 en 12. Beargumenteer dat Mao de grote man achter de Culturele Revolutie was. Noem de bronnen en gebruik citaten om jouw argumenten te ondersteunen.

‘Op het voorstel van de Rode Gardisten haalden de werknemers van de zaak de foto’s van decadente haarstijlen van de muur, zoals de “watergolf” en de “westerse stijl”. Ze beloofden dat ze voortaan zouden weigeren het haar van hun klanten in dergelijke bizarre haarstijlen te knippen.’ Dagblad van Guangxi (23 augustus 1966).

bron 14


39

3.7 Opdrachten

Opdracht 19  betrouwbaarheid van bronnen Gebruik bron 14. a Leg uit waarom de Rode Gardisten kritiek hadden op de medewerkers van de kapperszaak. b Beargumenteer of bron 14 een betrouwbare bron is om een beeld te krijgen van de ontwikkelingen in deze periode. Licht je antwoord toe. c Formuleer een onderzoeksvraag die met behulp van bron 14 beantwoord zou kunnen worden. Opdracht 20  bruikbaarheid van bronnen Bekijk bron 12. a Verklaar waarom de man van bron 12 om zijn hals een bord draagt met de tekst ‘Lid van de zwarte bende’. b Je bent een communistische journalist uit de Volksrepubliek in de jaren zestig. Schrijf een pakkend onderschrift bij bron 12. c Je bent een anticommunistische journalist uit de Verenigde Staten in de jaren zestig. Schrijf een pakkend onderschrift bij bron 12. d Beargumenteer met welk doel de foto van bron 12 werd gemaakt. Opdracht 21  continuïteit en discontinuïteit a Leg uit waarom juist het traditionele China, het Westen en het kapitalisme door de Rode Gardisten bekritiseerd werden. b Beargumenteer of de Volksrepubliek onder Mao wordt getypeerd door continuïteit of door discontinuïteit. Denk aan de verschillende aspecten van de maatschappij en geef daarbij telkens een voorbeeld.

Opdracht 22  samenvatten a Welke rol speelden de massacampagnes in de Volksrepubliek tijdens Mao? b Was het Eerste Vijfjarenplan succesvol? Licht toe waarom wel / niet. c Wat wilde Mao bereiken met de Grote Sprong Voorwaarts? d Waarom eindigde de Grote Sprong Voorwaarts in een ramp? e Vind je Mao een realist of een idealist? Licht je antwoord toe. f Mao geloofde dat een ‘eeuwige revolutie’ nodig was om de socialistische samenleving tot stand te brengen. Leg uit waarom hij dat geloofde. Licht je antwoord toe met een voorbeeld. g Is revolutie bevorderlijk voor het opbouwen van industrie of juist niet? h Beantwoord nu de deelvraag van dit hoofdstuk: Welke bijdrage leverde Mao aan de modernisering van de Chinese economie?

Kennis Begrip

1a, 1c, 2a, 3a, 7a-b, 9a, 10a-b, 22a, 22c-d 1b, 2b, 3b, 4b, 5b, 7d, 9b-c, 10e, 11b, 13, 14b, 15, 16b-c, 17a-b, 19c, 20b-d, 21a, 22b, 22g-h Toepassing 1d, 4a, 5a, 6, 7c, 8, 11a, 12a-b, 14a, 16a, 17c, 19b-c, 20a, 21b, 22e-f Analyse 7c, 10c-d,11c-d, 14c, 18


4

Socialisme met Chinese kenmerken

De hervormingen van Deng Xiaoping (1978-1997)

bron 1 Onder het motto ‘Eenheid en stabiliteit’ lanceerde Deng Xiaoping de Vier Moderniseringen: de modernisering van de landbouw, van de industrie, van wetenschap en technologie en van de nationale defensie. Li Bingsheng en Sun Yizeng, Eenheid en stabiliteit (ca. 1978).

4.1 De Vier Moderniseringen

buitenlandse bedrijven leverden hun expertise. Zo konden Chinese ingenieurs en bedrijfsleiders zien hoe moderne buitenlandse managementsystemen en industriële technieken werden toegepast. De joint-ventures werden geen onderdeel van de binnenlandse economie, maar vestigden zich in Speciale Economische Zones die vanaf 1980 werden opengesteld. De meeste SEZ’s bevonden zich langs de Chinese zuidkust.

In 1978 maakte het Centraal Comité, het hoogste regeringsorgaan, bekend dat voortaan niet de politieke strijd maar de ontwikkeling van de economie hoofddoel van het beleid zou zijn. Tegelijk werd de campagne van de Vier Moderniseringen gelanceerd.

Ook via het onderwijs werd geprobeerd het wetenschappelijke en technische kennisniveau te verhogen. Vanaf het begin van de jaren tachtig gingen steeds meer studenten in het buitenland studeren. Vooral technische vakken waren in trek.

De landbouw werd gemoderniseerd door de volkscommunes geleidelijk op te heffen en de boeren meer economische zelfstandigheid te geven. Voortaan moest elke boer tegen een vaste, lage prijs een contractueel vastgelegde hoeveelheid graan of rijst aan de overheid verkopen. Wat hij verder produceerde, mocht hij verkopen op de vrije markt.

Om de binnenlandse economie een extra prikkel te geven, stelde de Volksrepubliek haar grenzen open voor het toerisme. De toestroom van toeristen kreeg een enorme omvang. Vooral het aantal bezoekers uit Hongkong, Macao en Taiwan was groot.

Deelvraag

Welke invloed had Deng Xiaoping op de industrialisatie van China?

Om de productie van de staatsbedrijven te verhogen werd een praktisch plan bedacht: buitenlandse bedrijven mochten zich in de Volksrepubliek vestigen als ze een joint-venture, een gezamenlijke onderneming, aangingen met een Chinees staatsbedrijf. De Volksrepubliek leverde goedkope arbeidskrachten en gunstige vestigingsvoorwaarden. De

Samen hadden deze maatregelen tot doel de welvaart in de Volksrepubliek te verhogen. ‘Aan het eind van de eeuw,’ zei Deng Xiaoping, ‘moet China voor de bevolking een redelijk comfortabele levensstandaard hebben bereikt.’


41

4.2 Het succes van de hervormingen

Jaar 1952 1957 1962 1975 1978 1979 1980 1981 1982 1983 1984 1985 1986 1987 1988 1989 1990 1991 1992

Studenten naar buitenland 231 529 114 245 860 – 2.124 – – – 3.073 4.888 4.676 4.703 3.786 3.329 2.950 2.900 6.540

Buitenlandse bouwcontracten – – – – 7 36 172 363 314 460 740 923 944 1.449 2.126 3.100 5.175 8.438 9.405

China Education and Research Network (2000); National Bureau of Statistics of China (1995, 2000); China facts & figures (2002).

Een Amerikaanse journalist beschreef het particuliere initiatief: ‘Deng bouwde wegen en snelwegen en de mensen begonnen rond te trekken. Ze veranderden de nieuwe autowegen in bazaars door zelfgemaakte spullen in stalletjes langs de weg te verkopen – meubels, veren bedden of zakken vol ganzendons, gereedschappen, tafeltjes, borduurwerkjes, sandalen, meloenen, pompoenen, komkommers en tomaten.’ Harrison E. Salisbury, The New Emperors (1992).

bron 3 In de tweede helft van de jaren tachtig werden de gevolgen van de economische groei zichtbaar. Mensen hadden geld gespaard en konden zich goederen veroorloven die boven de basisbehoeften uitgingen. Ze bouwden huizen en kochten luxe gebruiksartikelen, zoals koelkasten, wasmachines, televisies, radio-cassettespelers, fototoestellen, naaimachines, fietsen en horloges. Spottend werden dit de ‘acht moderniseringen’ genoemd.

bron 2

4.2 Het succes van de hervormingen Het nieuwe beleid wierp meteen vruchten af. Om te beginnen in de landbouw. Over de boeren werd gezegd: ‘Op collectieve grond zo sloom als een slak, op eigen grond zo energiek als een tijger.’ In tien jaar tijd groeide de graanproductie met 30% en verdubbelde de productie van katoen, rietsuiker, tabak en fruit. Maar de spectaculairste groei voltrok zich in een andere sector van de economie. Vanaf het begin van de jaren tachtig kregen de Chinezen toestemming kleinschalige privéondernemingen te beginnen. Dit gebeurde op grote schaal. Overal in het land ontstonden kleine bedrijfjes. De Speciale Economische Zones ontwikkelden zich ondertussen razendsnel. Akkerland veranderde binnen enkele jaren in uitgestrekte industriezones en kleine dorpen groeiden uit tot industriesteden met tienduizenden inwoners.

bron 4

Met de groeiende welvaart raakten westerse kleding en haardracht in de mode. Deze vrouw uit Beijing laat een modern westers permanentje in haar haar zetten. Een foto van Owen Franken (1985).

Het succes van de economische hervormingen was verbluffend. Zelfs Deng Xiaoping was onder de indruk. Nu werd een oud ideologisch vraagstuk weer actueel: mocht een socialistische staat toestaan dat de welvaart in enkele gebieden groeide, terwijl die in andere gebieden achterbleef?


42

4 Socialisme met Chinese kenmerken

Aantal producten per 100 huishoudens

Fiets S P 1985 152 81 1990 188 118 1994 192 137 S=Stad; P=Platteland

Naaimachine S P 70 43 70 55 64 63

Ventilator S P 73 10 135 41 154 81

Wasmachine S P 48 2 78 9 87 15

Koelkast S P 7 1 42 1 62 4

Kleuren-tv S P 17 1 59 5 86 14

Zwart-wit-tv S P 67 11 52 40 30 62

China Statistical Yearbook (1995).

bron 5

Deng Xiaoping over de verdeling van de welvaart: ‘Het is ons doel de productiekracht en het gemeenschappelijk bezit van de bevolking te verhogen. We staan toe dat sommige personen en sommige gebieden meer welvaart krijgen dan andere met als doel dat uiteindelijk iedereen welvaart zal hebben.’ Deng Xiaoping (omstreeks 1983).

bron 6

Beweging van de Vierde Mei. De studenten verzamelden zich op het Plein van de Hemelse Vrede en eisten inspraak in het bestuur. Ze kregen al snel bijval van arbeiders en andere groepen in de samenleving. Omdat president Gorbatsjov van de Sovjet-Unie op bezoek was, kregen de acties van de studenten in het buitenland veel aandacht. Ondertussen zochten de Chinese leiders antwoord op de vraag hoe ze moesten reageren. Deng Xiaoping meende dat het land aan de rand stond van een burgeroorlog. Hij riep de noodtoestand uit en liet legereenheden naar de hoofdstad komen. In de avond van 3 juni 1989 reden deze de stad binnen. Toen de

4.3 De vijfde modernisering De eerlijke verdeling van de welvaart werd echter ook bedreigd door corruptie. Hooggeplaatste figuren binnen de CCP hielpen hun kinderen of familieleden aan topfuncties in staatsbedrijven en joint-ventures, waar ze veel geld konden verdienen. Lagere partijkaders maakten misbruik van hun positie in het lokale bestuur. Ze stalen geld dat voor armoedebestrijding was bestemd, lieten de boeren extra belastingen betalen en verkochten producten die ze tegen de lage staatsprijs hadden ingekocht tegen hogere vrijemarktprijzen. Als de bevolking protesteerde, schakelden de corrupte bestuurders de veiligheidspolitie in om de menigte ‘relschoppers’ uiteen te drijven. Toen de welvaart in de jaren tachtig toenam en de tegenstellingen tussen arm en rijk groter werden, groeide de onvrede over de corruptie en het machtsmisbruik. Verspreid over het land vonden elk jaar tienduizenden demonstraties plaats. De bevolking eiste invloed op het lokale bestuur. Corrupte bestuurders moesten uit hun post kunnen worden gezet. De Partijleiding was verdeeld. Hu Yaobang en Zhao Ziyang, die door Deng als zijn opvolgers waren aangewezen, stonden niet afwijzend tegenover hervormingen, maar conservatieve krachten in de regering hielden ze tegen. In 1989 maakten studenten in Beijing plannen om demonstraties te houden op de zeventigste verjaardag van de

bron 7

Studenten bouwden op het Plein van de Hemelse Vrede een Godin van Democratie en Vrijheid om hun eisen om inspraak op het bestuur kracht bij te zetten. Een foto van David Turnley (1989).


43

4.4 Rijk worden is glorieus

bevolking probeerde ze tegen te houden, schoten soldaten met automatische wapens op de menigte. In de straten rond het plein vielen honderden doden. In de vroege ochtend van 4 juni werden de studenten van het plein verdreven. Daarna werd een klopjacht geopend op iedereen die had deelgenomen aan de demonstraties. Veel studenten vluchtten naar het buitenland. De sfeer in de Volksrepubliek bleef gespannen. Toen in november 1989 de Berlijnse Muur viel, vreesden de leiders dat er een volksopstand kon uitbreken. De steun voor het beleid van Deng Xiaoping werd ingetrokken en in de regering kregen links-conservatieve krachten de overhand. Handhaving van de binnenlandse stabiliteit kreeg de grootste prioriteit. Het leger trad hard op tegen demonstraties. De censuur werd aangescherpt en nationalisme aangemoedigd om de nationale saamhorigheid te versterken. Toen in 1992 de Sovjet-Unie ten val kwam, versterkte dit de onrust in de Partij. Krampachtig hield de regering vast aan het beleid van onderdrukking.

4.4 Rijk worden is glorieus Eind jaren tachtig begon de economie oververhit te raken: de industrie groeide zo snel dat er een tekort ontstond aan energie en grondstoffen. De prijzen daarvan schoten omhoog en fabrieken moesten hun deuren sluiten. Daardoor steeg de werkloosheid snel. Dit was een nieuwe bron van onvrede onder de bevolking, die van de regering verwachtte dat ze voor voldoende banen zou zorgen. Deng Xiaoping zag dat de positie van de Partij in gevaar was. Hij voorzag problemen als de economie geen impuls kreeg. Kort na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie maakte hij een reis langs de belangrijke economische centra in Zuid-China. In

bron 8

China stapt over op het kapitalisme.

Don Wright, The Palm Beach Post (1992).

bron 9

Een moderne Chinees-Duitse zijdefabriek in Ningbo in de oostelijke kustprovincie Zhejiang (2005). Met geld van buitenlandse investeerders verrezen in de jaren negentig in de Chinese kustprovincies duizenden van dit soort fabrieken.

zijn toespraken analyseerde hij de recente ontwikkelingen in de communistische wereld. De val van de Sovjet-Unie, stelde hij, bewees niet dat het communistische systeem niet deugde, maar dat het de leiders van de Sovjet-Unie niet was gelukt de economie van hun land tot bloei te brengen. Om de binnenlandse stabiliteit van de Volksrepubliek te handhaven vond Deng dat de economische groei op alle mogelijke manieren moest worden bevorderd. Hij pleitte voor verdere hervorming van de economie in de richting van een vrijemarktstelsel. Het Partijcongres steunde Dengs plannen om een ‘socialistische markteconomie’ in te voeren. De Volksrepubliek leek haar deuren wijd open te zetten voor het kapitalisme. ‘Rijk worden is glorieus’ werd de nieuwe leus. Buitenlandse investeerders stroomden toe. Onder hen waren veel Chinezen die aan het eind van de jaren veertig naar het buitenland waren gevlucht, daar fortuin hadden gemaakt en dat geld nu in de Volksrepubliek wilden investeren. Ook westerse ondernemers zagen hun kans schoon. De Chinese economie begon in sneltreinvaart te groeien. Tussen 1992 en 1996 groeide die meer dan 10% per jaar. Na het overlijden van Deng Xiaoping in 1997 werden de moderniseringen die hij had geïnitieerd voortgezet. ‘Houd vast aan de acht’ was de leus: 8% groei van de economie schiep volgens de beleidsmakers voldoende arbeidsplaatsen voor de twaalf miljoen arbeidsmigranten die elk jaar van het platteland naar de stad verhuisden. De oostkust van China veranderde in een industriële samenleving. Doordat er voldoende werkgelegenheid was en de bevolking kansen zag om de levensstandaard te verbeteren, verminderde de kritiek op het bewind. Dit kwam de binnenlandse stabiliteit ten goede. De opzet van Deng was geslaagd.


44

4 Socialisme met Chinese kenmerken

4.5 Opdrachten Opdracht 1 Bekijk bron 1. Leg voor elk van de Vier Moderniseringen uit hoe deze de groei van de economie ten goede moest komen. Opdracht 2 a Leg in je eigen woorden uit wat een joint-venture is. b Wat hoopte China door de joint-ventures tussen buitenlandse en Chinese bedrijven te bereiken? c Waarom moesten joint-ventures zich vestigen in Speciale Economische Zones? Opdracht 3  bruikbaarheid van bronnen Gebruik bron 2. a Gebruik bron 2 om aan te tonen dat Chinese ondernemers met het buitenland gingen samenwerken. b Verklaar waarom het aantal studenten dat naar het buitenland ging in 1962 gedaald was ten opzichte van 1952 en 1957. Opdracht 4  verschijnsel, gebeurtenis, ontwikkeling Het Eerste Vijfjarenplan en de Vier Moderniseringen hadden beide tot doel de economie tot ontwikkeling te brengen. Vergelijk deze plannen om de economie te moderniseren. a Formuleer de doelstellingen van elk plan. b Wat zijn overeenkomsten in beide plannen? c Wat zijn verschillen? d Welke ontwikkeling zie je? Licht je antwoord toe. Opdracht 5 Verklaar het gezegde: ‘Op collectieve grond sloom als een slak, op eigen grond energiek als een tijger.’ Opdracht 6 Leg in je eigen woorden uit wat er grappig is aan het gebruik van de aanduiding ‘de acht moderniseringen’. Opdracht 7  bruikbaarheid, betrouwbaarheid en representativiteit van bronnen Gebruik bron 3, 4 en 5. a Is bron 3 bruikbaar om de modernisering van de Chinese industrie in de jaren tachtig te illustreren? Licht je antwoord toe. b Bewijst bron 4 dat het politieke klimaat in de Volksrepubliek van de jaren tachtig liberaler was geworden? Licht je antwoord toe. Verwijs ook naar een bron uit een voorgaande paragraaf.

c Uit bron 5 blijkt dat tussen 1985 en 1994 in de stad het gemiddeld aantal naaimachines en ook het aantal zwartwit-tv’s per honderd huishoudens daalde, terwijl het aantal naaimachines en zwart-wit-tv’s in die periode op het platteland juist steeg. Betekent dit dat de welvaart in de stad minder steeg dan op het platteland? Licht je antwoord toe. d Beargumenteer per bron of deze betrouwbaar is en representatief. Opdracht 8  continuïteit en discontinuïteit Gebruik bron 6. a Welke modernisering was de belangrijkste oorzaak van de ongelijke welvaartsverdeling in de jaren tachtig? b Beargumenteer waarom deze ontwikkeling onder Mao nooit had kunnen plaatsvinden. c Geef aan in welke opzichten er sprake is van continuïteit en in welke opzichten er sprake is van discontinuïteit in het beleid van Mao en Deng. Opdracht 9  oorzaak en gevolg a Beargumenteer waarom de corruptie na de Vier Moderniseringen opbloeide. b Wat was het gevolg van de corruptie? Valt er een onderscheid te maken tussen gevolgen op de korte en op de lange termijn? c Beargumenteer of corruptie en machtsmisbruik met het verder groeien van de economie zouden toenemen, gelijk blijven of afnemen. Opdracht 10  continuïteit en discontinuïteit a Verklaar waarom het opvallend is dat de orthodoxe marxisten in de jaren tachtig conservatief werden genoemd. Orthodoxe marxisten zijn de communisten van het eerste uur, die de Lange mars meemaakten en onder Mao hadden geholpen de Volksrepubliek op te bouwen. b Leg uit waarom de orthodoxe marxisten de democratisering wilden tegenhouden. c Voor welk dilemma stonden hervormingsgezinde politici die bereid waren meer inspraak van de bevolking toe te staan?


45

4.5 Opdrachten

Een boer vertelt een journalist hoe de verhoudingen tussen de partijkaders van het lokale bestuur en de bevolking liggen: ‘Jullie stedelingen hebben er geen benul van hoe het er hier op het platteland aan toegaat – het is veel ingewikkelder dan jullie denken. Neem dit dorp hier. Het land is vorig jaar verdeeld. Maar dit jaar is het alweer herverdeeld. Waarom? Omdat de partijkaders zagen dat andere mensen goed boerden en jaloers werden op hun land. Daarom hebben ze het land opnieuw verdeeld. Nu hebben ze zelf het beste land. We hebben erom geloot. Maar ze hadden de zaak genept. Iedereen moest een lootje trekken. Maar wij kregen alle slechte stukken grond. Die andere lootjes hebben ze achtergehouden en onder elkaar verdeeld. Niemand daagt ze voor het gerecht. Zo is het leven in een dorp.’ Zhang Xinxin, Sang Ye, Chinese Lives (1986).

bron 10 Opdracht 11  bronnen, representativiteit, bruikbaarheid Gebruik bron 7 en bron 10. a Beschrijf aan de hand van deze bronnen de verhouding tussen de overheid en de bevolking. b Beargumenteer hoe representatief elke bron is. c Leg uit waarom bron 7 volgens jou wel of niet goed laat zien waar het conflict van 1989 om draaide. Opdracht 12  verschijnsel, gebeurtenis, ontwikkeling Leg uit waarom de studenten in 1989 hun demonstratie juist op 4 mei wilden houden. Opdracht 13  bruikbaarheid van bronnen Gebruik bron 1 en bron 8. a Boten spelen in deze cartoons een belangrijke rol. Leg in je eigen woorden uit wat de tekenaars met hun keuze voor de boot willen uitdrukken. b Beschrijf wat de afzonderlijke boten symboliseren: drakenboot, sampan, motorjacht. c Beschrijf wat de makers met hun tekening wilden uitdrukken. Geef per tekening aan welke symbolen ze gebruiken om hun boodschap over te brengen en beargumenteer voor welke doelgroep hun tekening bedoeld was.

Opdracht 14 A ideologie, economie B communisme, socialisme, kapitalisme C urbanisatie, collectivisering, industrialisatie a Kies uit elk van bovenstaande regels het begrip dat volgens jou het best bij Mao past. Licht je keuze toe. b Kies uit elk van bovenstaande regels het begrip dat volgens jou bij Deng past. Licht je keuze toe. Opdracht 15 Door het beleid van Deng begon China aan een nieuwe periode van sterke industrialisering. a In Europa begon de industrialisatie eerder dan in China. Wanneer? b In Europa en China begon de industrialisatie in een ander tijdvak. Geef per land aan in welk tijdvak. c Beschrijf de overeenkomsten en verschillen tussen het industrialisatieproces in China en Europa. d Kun je in het geval van China spreken van een Industriële Revolutie? Licht je antwoord toe. Opdracht 16  samenvatten a Wat was opmerkelijk aan de hervormingen die in 1978 door Deng Xiaoping werden ingevoerd? b Op welke manier wilde Deng het land moderniseren? c Wat waren de bedoelde effecten van de hervormingen? Licht je antwoord toe met voorbeelden. d Wat waren de onbedoelde effecten van de hervormingen? Licht je antwoord toe met voorbeelden. e Wat was de oorzaak van de onlusten onder de Chinese bevolking sinds de jaren tachtig? f Wat was het belang van Dengs bezoek aan Kanton en andere Zuid-Chinese steden in 1992? g Beantwoord nu de deelvraag van dit hoofdstuk: Welke invloed had Deng Xiaoping op de industrialisatie van China?

Kennis Begrip Toepassing Analyse

1, 2a-b, 4a, 11a, 15a-c, 16a-f 1, 2c, 3a, 5, 6, 9a, 10c, 13c, 14a-b, 16g 3b, 8b, 9b, 10a 11b, 12, 13a-c, 15d 4b-d, 7a-d, 8a, 8c, 9c, 11c


5

Het moderne China

Ontwikkelingen sinds Deng Xiaoping (1997 – nu)

bron 1 Door de stijgende welvaart onderging het straatbeeld van de Chinese steden begin jaren negentig een ingrijpende verandering. Steeds meer werknemers spendeerden een deel van hun salaris aan de modieuze kleding en artikelen die sinds kort in de winkels verkrijgbaar waren. Een foto van Tom Stoddart (1993).

Deelvragen – Deelvraag – Deelvraag

Platte tekst

Deelvraag

Hoe kenmerkt China’s economische ontwikkeling zich onder de opvolgers van Deng Xiaoping?

90

% van de bevolking

80 70 60 50

5.1 Urbanisatie

40 30

Toen de economie zich in de jaren negentig razendsnel begon te ontwikkelen, had dat grote gevolgen voor de Chinese samenleving. Jaarlijks trokken tussen de tien- en vijftien miljoen plattelandsbewoners naar de stad om werk te vinden. Zo vond een ongekende volksverhuizing plaats: in vijftig jaar tijd groeide het percentage stadsbewoners van minder dan 20% van de totale bevolking (in 1960) tot 50% (in 2011).

20

Om te voorkomen dat de arbeidsmigranten alleen naar de bekende steden trokken, kondigde de minister van Burgerzaken in 2000 aan dat China tot 2020 elk jaar twintig nieuwe steden zou bouwen. Lokale overheden werden gestimuleerd om bouwprojecten te ontwikkelen. Dit leidde tot een ware bouwexplosie. Lokale bestuurders onteigenden

boeren, verpachtten de grond aan projectontwikkelaars en begonnen miljoenensteden te bouwen.

10 0 1960

1970

1980

1990

Urbanisatie in China stedelingen

bron 2

2000

2010 jaar

boeren

Urbanisatie in de Volksrepubliek Wereldbank (2013).

De bouwprojecten hadden niet alleen tot doel woningen te bouwen voor de arbeidsmigranten. Omdat de Chinese banken lage spaarrentes uitkeerden, vonden bemiddelde particulieren


5.2 Internationale handelsbetrekkingen

het ook interessant om in bouwprojecten te investeren. Sommigen lieten zelfs meerdere appartementen bouwen, niet om er zelf te gaan wonen, maar om ze later met winst te verkopen. Zo verrezen vanaf 2000 gemiddeld tien nieuwe miljoenensteden per jaar, compleet met toegangswegen, winkelcentra, ziekenhuizen, scholen enz. Naar schatting gaat het in totaal om 64 miljoen appartementen. Het bizarre is dat de meeste niet worden bewoond, maar leeg staan te wachten op toekomstige bewoners. Om te voorkomen dat er te veel leegstand ontstaat, heeft de Chinese overheid maatregelen genomen om deze ontwikkeling tot staan te brengen. Ondertussen hebben Chinese bouwbedrijven en buitenlandse toeleveringsbedrijven voor bouwmaterialen – waaronder de Nederlandse verfproducent Sikkens – geprofiteerd van de Chinese bouwwoede.

bron 3

van belang zijn voor China’s voedselvoorziening en de groei van de Chinese economie: China investeert in grondstoffen, havens, landbouwgrond, energie en technologie. In Afrika en Zuid-Amerika kopen Chinese (staats)bedrijven – soms tegen hoge prijzen – mijnbouwgebieden op om zich van grondstoffen te verzekeren. Met landen die over interessante grondstoffen beschikken – ook met landen die het westen veelal links laat liggen – knoopt China handelsbetrekkingen aan. In ruil voor de export van deze grondstoffen biedt China deze landen Chinese producten aan. Zo ontstaat een internationale ‘ruilhandel’ op basis van wederzijds voordeel, zoals Chinese leningen voor Braziliaans rund- en kippenvlees, Chinese laptops voor Canadees varkensvlees. Daarnaast heeft de Volksrepubliek een bijzondere manier van ontwikkelingshulp bedacht, die uitgaat van het principe dat beide partijen ervan profiteren. In 2006 werd in dit verband het concept van de ‘overzeese Speciale Economische Zone’ geïntroduceerd. Dat is een zone in een partnerland waar zich joint-ventures kunnen vestigen van Chinese bedrijven en (overheids)bedrijven uit de regio. China legt de infrastructuur aan en stelt kredieten ter beschikking aan buitenlandse bedrijven die zich in de zone willen vestigen. Het gastland profiteert van de gecreëerde werkgelegenheid, van gunstige leningen en van de aangelegde infrastructuur; de Chinese (staats)bedrijven – vaak textiel- en leerfabrieken – profiteren van de aanwezige grondstoffen en goedkope arbeidskrachten. Door in het buitenland te produceren, omzeilen de Chinese bedrijven bovendien de exportbeperkingen die de VS en

De zestigjarige Li Rui doorzoekt de puinhopen van het dorp waar hij tot drie jaar geleden woonde. Hij werkte hier als boer, tot de overheid hem en zijn dorpsgenoten onteigende, het dorp met de grond gelijkmaakte en flats begon te bouwen. Een foto van Justin Jin (6 januari 2013).

5.2 Internationale handelsbetrekkingen Om de groei van de Chinese economie te waarborgen, richt de Volksrepubliek zich sinds het eind van de jaren negentig van de vorige eeuw meer en meer op het buitenland. De opgebouwde kapitaalreserves worden gebruikt om de Chinese belangen in de wereldeconomie veilig te stellen. Zo steunt de Volksrepubliek de economieën van belangrijke exportlanden door staatsobligaties van deze landen op te kopen. Daarnaast investeert China wereldwijd in sectoren die

47

bron 4 ‘Made in China Politici in Washington maken zich druk over het feit dat het Olympische team van de VS uniformen zal dragen die in China zijn gemaakt. Ze noemen dit ‘on-Amerikaans’. Menen ze dat serieus? China is niet alleen eigenaar van al onze staatsschulden ... bijna alles wat we in ons dagelijks leven gebruiken is in China gemaakt. Olympische uniforms die gemaakt zijn in China ... Hoeveel Amerikaanser wil je het hebben?’ Rob Rogers (17 July 2012).


48

5 Het moderne China

Europa aan de Volksrepubliek zouden kunnen opleggen. In 2006 en 2007 zijn de eerste negentien locaties uitgekozen in Vietnam (twee), Thailand, Cambodja, Zuid-Korea, Indonesië, Pakistan, Algerije, Ethiopië, Egypte, Mauritius, Nigeria (twee), Zambia, Mexico, Venezuela, Russische Federatie (drie). Op termijn moeten er vijftig van deze overzeese Speciale Economische Zones komen. Sinds China in 2001 is toegetreden tot de Wereldhandels­ organisatie, is de Chinese economie zeer nauw verweven geraakt met de wereldeconomie. Buitenlandse bedrijven hebben (beperkt) toegang gekregen tot de Chinese markt, terwijl de rest van de wereld profiteerde van een nog grotere beschikbaarheid van goedkope producten uit China. Dit zorgde onder andere voor een sterke daling in de prijs van textiel en elektronica.

5.3 Spanningen in de samenleving Ondanks de economische successen is China nog altijd een ontwikkelingsland. De welvaart is zeer ongelijk verdeeld en de tegenstellingen tussen rijk en arm lijken alleen maar te groeien. Bovendien functioneren belangrijke instanties niet goed. Dit is een voedingsbodem voor maatschappelijke onvrede. Veel boeren voelen zich achtergesteld. Zij profiteerden als eersten van de Vier Moderniseringen, maar sinds de economie in de steden in de jaren tachtig opbloeide en de lonen daar begonnen te stijgen, zijn de lonen op het platteland achtergebleven. In 2004 verdiende iemand in de stad gemiddeld 3,2 keer zoveel als iemand op het platteland. De boeren zijn ook ontevreden over het feit dat hun grond zonder goede compensatie wordt onteigend om de grote bouwprojecten mogelijk te maken. Steeds meer plattelands­ bewoners hebben het gevoel dat ze worden uitgebuit en onvoldoende profiteren van de economische groei. Ook in de steden zijn de bewoners van oude stadswijken regelmatig het slachtoffer van de nieuwbouwprojecten. In de steden ontstaan bovendien soms spanningen doordat arbeidsmigranten worden gediscrimineerd. Daarnaast kunnen fabriekssluitingen tot demonstraties leiden: de arbeiders zitten in een keer zonder werk en protesteren dat hun inkomen plotseling wegvalt. Vooral bij de arbeiders van de staatsfabrieken, die sinds het eind van de jaren negentig grondig gesaneerd zijn, komt dit hard aan: hun ‘ijzeren rijstkom’ is alsnog aan stukken gevallen.

bron 5

Op het Chinese platteland en in de steden, waar dorpen en oude stadswijken moeten plaatsmaken voor gigan­ tische nieuwbouwprojecten, worden miljoenen mensen – soms met grof geweld – uit hun huis gezet. Velen vinden de geboden compensatie – als ze die al krijgen – te laag. Zo ook de eigenaar van deze ‘spijkerwoning,’ die een jaar lang de in aanbouw zijnde snelweg bij de stad Wenling blokkeerde (22 November 2012).

Onder de hele bevolking vormen milieu- en voedselschandalen een bron van onvrede. Het grootste voedselschandaal kwam aan het licht in 2008, toen bleek dat de Chinees-Nieuw-Zeelandse joint-venture Sanlu – een van China’s grootste zuivelproducenten – melamine aan melkpoeder voor baby’s toevoegde om die eiwitrijker te maken. Zes baby’s overleden, naar schatting 300.000 kinderen werden ziek. De overheid probeerde het schandaal in de doofpot te stoppen, maar een Nieuw-Zeelandse diplomaat bracht het bericht naar buiten. Veel Chinezen voelden zich bedrogen en verloren het vertrouwen in de goede bedoelingen van hun leiders. Ze eisten onafhankelijke controlediensten. Vrije vakbonden die voor de rechten van werknemers opkomen zijn in China niet toegestaan. Door de roep om democratisering zijn inmiddels wel de eerste burgerrechtenorganisaties toegelaten. Maar hun aantal is beperkt en alle organisaties staan onder controle van de overheid. De Partij vindt dat het huidige stelsel voldoende garanties biedt om de mensenrechten te waarborgen. Procederen tegen de overheid is echter lastig. De rechters zijn partijdig, omdat ze betaald worden door de lokale overheid. Bovendien kunnen de media beperkingen opgelegd krijgen, kunnen advocaten onder druk worden gezet en zelfs bevel krijgen hun activiteiten te staken.


49

5.4 Het cement van de samenleving

bron 6 In de Confuciustempel van de stad Shijiazhuang wordt een plechtigheid opgevoerd ter ere van de 2561ste geboortedag van Confucius. Plechtigheden als deze maken deel uit van het beleid om de nationale eenheid te versterken. Een foto van ChinaFotoPress ­ (28 september 2010).

Om te voorkomen dat berichten over sociale onlusten de bevolking tot demonstraties aanzet, oefent de regering strenge censuur uit. Gevoelige onderwerpen worden buiten de media gehouden, websites en socialmedia zoals Google, Youtube en Facebook worden afgeschermd en de mailboxen en blogs van individuen worden gecontroleerd door een dienst van naar schatting dertigduizend werknemers. De Volksrepubliek beschikt daarmee over de meest uitgebreide en geavanceerde internetpolitie ter wereld. Spottend spreekt men wel over ‘The Great Firewall’.

De overheid gebruikt oude tradities, die onder Mao verboden waren, om de nationale eenheid te bevorderen. ‘Confucius heeft gezegd dat wij harmonie moeten nastreven,’ zei president Hu Jintao in 2005. Datzelfde jaar maakte hij bekend dat de regering zich voortaan zou richten op het tot stand brengen van een ‘socialistische harmonieuze samenleving’. Hierin komt het zwaartepunt te liggen bij de middenklasse en spelen confucianistische waarden als eerlijkheid, nationale eenheid en het bevorderen van de verstandhouding tussen volk en overheid een belangrijke rol.

5.4 Het cement van de samenleving De maatschappelijke onvrede uit zich elk jaar in tienduizenden ‘massa-incidenten’, zoals de overheid de demonstraties en protestacties van ontevreden burgers eufemistisch noemt. Deze onvrede dreigt de nationale solidariteit te ondermijnen. Omdat het communisme haar rol als bindende kracht in de Chinese samenleving verloren heeft, is de overheid op zoek naar nieuwe manieren om de eensgezindheid onder de bevolking te bevorderen. In de pers wordt alles gedaan om een zo positief mogelijk beeld van de overheid te schetsen. Er wordt uitgebreid aandacht besteed aan de successen van het overheidsbeleid. Waar mogelijk wordt benadrukt dat de regering doet wat zij kan om de belangen van China en het Chinese volk te behartigen. Negatieve berichten zijn zeldzaam.

bron 7

In oktober 2003 werd de Shenzhou V gelanceerd, China’s eerste bemande ruimteschip. Hu Jintao prees de ruimtevaartmentaliteit – de eensgezinde inspanning die het project mogelijk maakte – als een toonbeeld van patriottisme en spoorde zijn landgenoten aan deze mentaliteit tot voorbeeld te nemen om de nationale trots te vergroten en de nationale eenheid te versterken. Een foto van Patrick Chattappé.


50

5 Het moderne China

5.5 Opdrachten Opdracht 1  bruikbaarheid van bronnen Gebruik bron 1. Leg aan de hand van de beeldelementen in bron 1 uit waarom deze foto een goed tijdbeeld geeft van China in de eerste helft van de jaren negentig van de twintigste eeuw.

bron 8

In 2012 braken in verschillende Chinese steden antiJapanse rellen uit, toen bekend werd dat Japan de door China geclaimde Senkaku-eilanden (Chinees: Diaoyueilanden) van een zakenman had gekocht. Auto’s van Japanse makelij werden vernield, Japanse goederen werden geboycot en de ‘hond’ Japan werd opgeroepen van het eiland op te donderen (15 september 2012).

Ook het Chinese buitenlandbeleid wordt geformuleerd in termen van het confucianistische harmoniemodel. Tegelijkertijd wordt het nationalisme, dat sinds de jaren negentig in brede lagen van de bevolking is opgeleefd, aangemoedigd als middel om de nationale saamhorigheid te bevorderen. Het buitenland volgt de ontwikkelingen in de Volksrepubliek met gemengde gevoelens. Sommige analisten zien in het opkomende nationalisme een bedreiging. Anderen benadrukken dat het niet negatief hoeft te zijn. Zij vergelijken het land met de VS, waar het nationalisme meer dan twee eeuwen lang een positieve kracht is geweest. De Chinese economie is inmiddels nauw met de wereldeconomie verweven. Of en hoe de krachten in de Chinese samenleving met elkaar in evenwicht komen, zal de toekomst leren. Hoe de ontwikkelingen in China ook zijn, ze zullen van zeer grote invloed zijn op het wereldgebeuren.

‘Kwalitatief verschilt China’s urbanisatie niet zoveel van de ontwikkelingen die zich elders hebben voorgedaan. De migratie van arbeidsoverschotten van het platteland naar de stad waar ze een betere markt vinden en de stroom van geld die terugvloeit naar het platteland zijn een integraal onderdeel van economische ontwikkeling. Wat de Chinese migratie zo verbijsterend maakt, zijn de schaal waarop en het tempo waarin deze plaatsvindt. De schaal is grotendeels het gevolg van China’s omvang en haar vertraagde ontwikkeling. Als het minder volkrijke China van de negentiende eeuw was geürbaniseerd toen Europa urbaniseerde, zouden we gesproken hebben over tientallen miljoenen in plaats van over honderden miljoenen migranten.’ John Wagner Givens, The Huffington Post (28 februari 2013).

bron 9 Opdracht 2  bruikbaarheid en betrouwbaarheid van bronnen Gebruik bron 2 en bron 9. a Is bron 2 bruikbaar om aan te tonen dat China op weg is naar een industriële samenleving? b Is bron 2 betrouwbaar? Licht je antwoord toe. c Beargumenteer of je het wel / niet eens bent met de stelling van de auteur van bron 9. Opdracht 3  verschijnsel, gebeurtenis, ontwikkeling a Leg uit waarom urbanisatie samenhangt met de overgang van een agrarische naar een industriële samenleving. b Wat zijn de maatschappelijke consequenties van China’s versnelde urbanisatie? c Het urbanisatiebeleid van de Chinese overheid wordt wel een ‘nieuwe Grote Sprong Voorwaarts’ genoemd. Beredeneer of je deze vergelijking terecht vind. d Wat is een absolute voorwaarde voor verdere urbanisatie? Opdracht 4  verschijnsel, gebeurtenis, ontwikkeling a Sinds het eind van de jaren negentig koopt China steeds meer grondstoffen in het buitenland. Waarom? b Waarom probeert China met het buitenland een ‘ruilhandel’ op te zetten van buitenlandse grondstoffen voor Chinese producten?


51

5.5 Opdrachten

c China knoopt betrekkingen aan met landen die veel Europese investeerders links laten liggen. Wat voor landen worden hier bedoeld? Waarom laten de meeste Europese investeerders deze landen links liggen? Waarom doet China dit niet? Opdracht 5  verschijnsel, gebeurtenis, ontwikkeling a Noem een belangrijk verschil in de wijze waarop China en Europa ontwikkelingshulp bieden. b Beargumenteer welk systeem volgens jou het effectiefst is. c Is het Chinese model voor ontwikkelingshulp goed over te nemen? Licht je antwoord toe. d Wat is opmerkelijk aan het feit dat China derdewereldlanden ontwikkelingshulp biedt? Opdracht 6 Beargumenteer voor elk van de onderstaande begrippen waarom ze volgens jou wel of niet van toepassing zijn op de ontwikkeling van de Chinese buitenlandse handel: expansie, imperium, hegemonie, kolonialisme. Opdracht 7 Bekijk bron 4 en lees het bijschrift. a Welke boodschap wil de tekenaar met deze cartoon overbrengen? b Welke beeldelementen gebruikt de tekenaar hiervoor? c Wat zegt deze cartoon over de economische verhoudingen tussen de Verenigde Staten en de Volksrepubliek?

‘Edoardo Nesi verhaalt in zijn boek Storia della mia gente (Het verhaal van mijn volk) hoe veel textielondernemers zijn bedolven onder de stroom van vrijwel gelijkwaardige, maar veel goedkopere kledingstukken, vooral uit China. Van de 40.000 Italianen die in Prato in de textiel werkten, zijn er nog maar 15.000 over. “De Chinezen hebben ons aangedaan, wat wij in de jaren vijftig en zestig NoordEuropese steden als Tilburg aandeden. Natuurlijk hebben we geprobeerd te innoveren, zoals al die wijze economen ons aanraadden. Maar wat kun je doen als je concurrent voor de helft van de prijs een vergelijkbaar product op de markt brengt?”’ Fokke Obbema, www.volkskrant.nl (7 januari 2012).

bron 10 Opdracht 8  oorzaak en gevolg Gebruik bron 10. a Wat is de oorzaak dat China wilde toetreden tot de Wereldhandelsorganisatie? b Wat is het gevolg van China’s toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie?

bron 11

De inwoners van het dorp Wukan protesteren tegen de bestuurders die zonder compensatie land hebben afgepakt (13 december 2011). Op het spandoek staat: ‘De bevolking van Wukan is onrecht aangedaan!’ De onlusten laaiden hoog op nadat een van hun leiders in gevangenschap overleed. De dorpelingen beschuldigen de politie ervan hem te hebben doodgeslagen.

Opdracht 9 Gebruik bron 11. Deze foto is door iemand in de menigte met een mobieltje gemaakt. Foto’s als deze, waarop een demonstratie voluit is te zien, zijn zeldzaam. a De Chinese censuur haalt dit soort foto’s van het internet en houdt ze uit de pers. Leg uit waarom. b Beargumenteer waarom de tekst op het spandoek een ernstige aanklacht is tegen de overheid. Opdracht 10  continuïteit en discontinuïteit Bekijk bron 6. a Verklaar waarom deze foto niet tijdens de Culturele Revolutie kan zijn gemaakt. b Leg uit waarom de geboortedag van Confucius tegenwoordig wel wordt herdacht. Opdracht 11  continuïteit en discontinuïteit Stelling: Het confucianisme speelt in de moderne Chinese samenleving weer een rol. a Beargumenteer dat er sprake is van continuïteit. b Beargumenteer dat er sprake is van discontinuïteit.


52

5 Het moderne China

Opdracht 12  gebondenheid aan tijd en plaats Gebruik bron 7. a Beschrijf hoe een Amerikaans publiek naar deze cartoon zal kijken. b Beschrijf hoe een Chinees publiek naar deze cartoon zal kijken. c Beargumenteer uit welk land de tekenaar afkomstig is. Opdracht 13  Gebruik bron 8. Stelling: Gebeurtenissen uit het verleden kunnen maken dat relatief kleine incidenten in het heden een grote betekenis en/of lading krijgen. Beargumenteer of je het wel / niet met deze stelling eens bent. Opdracht 14 a Noem drie dingen die de Chinese overheid de laatste jaren ondersteunt of toestaat om het nationalisme onder de bevolking te bevorderen. b Leg per geval uit op welke manier deze acties het nationalisme bevorderen. c Beargumenteer per geval waarom de Chinese overheid geen bezwaar heeft tegen deze ontwikkelingen. Opdracht 15  samenvatten – gebeurtenis, verschijnsel, ontwikkeling a Gebruik de bronnen en informatie van hoofdstuk 4 en 5 om de sociale verhoudingen in China te schetsen. Behandel de volgende bevolkingsgroepen: boeren, bestuurders, stedelingen, arbeidsmigranten, veiligheidspolitie, werknemers van staatsbedrijven. Geef steeds aan uit welke bron of van welke plek je informatie afkomstig is. b In Europa ging de industrialisatie hand in hand met de opkomst van sociale en politieke bewegingen. Zie je een parallel met de ontwikkelingen in China? Ga waar mogelijk in op de verschillen en overeenkomsten.

Opdracht 16  samenvatten a Waarom voltrekt de urbanisatie zich in China zo snel? b Waarom kocht China vanaf het eind van de jaren negentig steeds meer grondstoffen in het buitenland? c Wat is een Overzeese Speciale Economische Zone? d Waarom is het opmerkelijk dat China ontwikkelingshulp geeft aan derdewereldlanden? e Welk voordeel leverde toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie voor China op? f Welke maatschappelijke spanningen heeft de snelle economische groei veroorzaakt? g Hoe probeert de Chinese overheid de maatschappelijke verdeeldheid tegen te gaan? h Beantwoord nu de deelvraag van dit hoofdstuk: Hoe kenmerkt China’s economische ontwikkeling zich onder de opvolgers van Deng Xiaoping?

Kennis Begrip Toepassing Analyse

3a-b, 5a, 11a-b, 14a, 16a-g, 3d, 4a-c, 5c-d, 9a-b, 14b-c, 16h 1, 2a-c, 6, 8a-b, 10a-b, 11a-b, 12a-c, 13 3c, 5b, 7a-c, 15a-b


53

Afsluiting

Kenmerkende aspecten • Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie. • De Industriële Revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving. • De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie. • De opkomst van de politiek-maatschappelijke stromingen nationalisme, liberalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme. • De rol van moderne propaganda- en communicatie­ middelen en vormen van massaorganisatie. • Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme, fascisme en nationaalsocialisme. • Het voeren van twee wereldoorlogen, verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigings­ wapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering. • Vormen van verzet tegen het (West-Europese) imperialisme. • De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog. • De toenemende (westerse) welvaart die (vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw) aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.

Leerdoelen 1 Een eeuw van vernederingen China’s confrontatie met de imperialistische mogendheden 1

Je weet dat China vanaf het eind van de zeventiende eeuw werd overheerst door Mantsjoes en dat de Chinese bevolking dit accepteerde omdat de overheersers de Chinese tradities in ere hielden. 2 Je weet dat het Westen in de periode van het imperialisme interesse had in Chinese producten (porselein en zijde, later ook thee) voor de Europese markt en dat Europese ondernemers na de Industriële Revolutie (in de periode van het modern imperialisme) belangstelling kregen voor China als afzetmarkt en als bron van goedkope arbeidskrachten en grondstoffen. 3 Je kunt beschrijven hoe de modernisering van China door het conservatieve hof en de mandarijnen werd vertraagd en hoe Japan, dat wel moderniseerde, China voorbijstreefde.

4 Je kunt beschrijven hoe China door zijn eigen militaire zwakte gedwongen was imperialistische mogendheden op zijn grondgebied toe te laten.

2 Nationalisme en communisme China zoekt een nieuwe staatsvorm (1900-1949) 1

2

3

4

5

Je kunt beschrijven dat de Chinese steun voor de Mantsjoe-regering aan het eind van de negentiende eeuw was uitgehold en dat revolutionairen de dynastie omver wilden werpen. Je weet dat na de val van het keizerrijk (in 1912) een periode van binnenlandse verdeeldheid aanbrak waarin warlords elkaar bevochten en twee belangrijke politieke partijen opkwamen: de nationalisten en de communisten. Je weet dat de nationalisten en communisten met hulp van de Komintern een verenigd front sloten om de Chinese eenheid te herstellen en dat de nationalisten zich onder Chiang Kai-shek tegen de communisten keerden. Je weet dat Mao op het platteland de Chinese Sovjetrepubliek stichtte, met hulp van het Rode Leger de steun van de boerenbevolking verwierf en leider van de communisten werd. Je kunt beschrijven hoe het imperialistische Japan in de jaren dertig met gebruik van massavernietigingswapens China bezette.

3 China onder Mao De opbouw van een socialistische staat (1949-1976) 1

2

3

4 5

Je weet dat in China onder Mao de ideologie voorop stond, dat Mao probeerde een socialistische samenleving op te bouwen en dat massacampagnes en propaganda daarbij een belangrijke rol speelden. Je weet dat de industrialisatie eerst het Sovjetmodel volgde en dat Mao, na de breuk met de Sovjet-Unie, de Grote Sprong Voorwaarts lanceerde in een poging om China in één klap te industrialiseren. Je weet de Grote Sprong Voorwaarts mislukte, dat er grote hongersnood uitbrak en dat Mao hierna aan invloed verloor. Je weet dat Mao in 1966 door het lanceren van de Culturele Revolutie de macht weer naar zich toe trok. Je weet dat tijdens de Culturele Revolutie de Rode Gardisten werden opgeroepen om alles wat met het oude China te maken had af te breken en dat het land jarenlang in een chaos verkeerde.


54

Afsluiting

Slotopdracht

4 Socialisme met Chinese kenmerken De hervormingen van Deng Xiaoping (1978-1997) 1

2

3

4

5

Je weet dat in China na 1978 de ontwikkeling van de economie voorop stond en dat Deng Xiaoping in deze tijd China’s belangrijkste leider werd. Je kunt beschrijven hoe het nieuwe economische beleid tot grotere welvaart leidde, maar dat ook de corruptie groeide en dat de bevolking inspraak in het bestuur begon te eisen. Je weet dat de onvrede over corruptie en werkloosheid in 1989 uitmondde in de breed gesteunde Opstand van het Plein van de Hemelse Vrede en dat de regering deze opstand hardhandig neersloeg. Je weet dat de spanningen in de samenleving aanhielden doordat de werkloosheid bleef groeien en dat Deng Xiaoping de economie in 1992 een impuls gaf door kapitalisme in de Chinese economie toe te laten. Je kunt beschrijven hoe de economische groei na 1992 de binnenlandse stabiliteit herstelde en weet dat hoge economische groeicijfers sindsdien een prioriteit zijn in het Chinese regeringsbeleid.

5 Het moderne China Ontwikkelingen sinds Deng Xiaoping (1997-nu) 1

Je weet dat de groei van de industrie gepaard is gegaan met een enorme trek van arbeidsmigranten van het platteland naar de stad en dat de Chinese steden daardoor razendsnel zijn gaan groeien. 2 Je weet dat de Chinese economie nauw verbonden is geraakt met de wereldeconomie, dat China speciale programma’s voor ontwikkelingshulp heeft opgezet en dat het land zowel in de handel als in de ontwikkelingshulp de grotere belangen van de eigen economie scherp in de gaten houdt. 3 Je weet dat China ondanks de successen nog altijd een ontwikkelingsland is, dat er door tegenstellingen in welvaart en machtsmisbruik van lokale bestuurders maatschappelijke spanningen bestaan en dat de Communistische Partij, die het land bestuurt, de bevolking nauwelijks ruimte geeft voor inspraak. 4 Je kunt beschrijven hoe de regering, om de eenheid onder de bevolking te vergroten, het nationalisme aanmoedigt en ruimte biedt aan religieuze en andere maatschappelijke organisaties.

a Noteer voor elk kenmerkend aspect wat je daarover in verband met China kunt opschrijven. b Koppel aan elk kenmerkend aspect twee kernbegrippen. Licht je keuze toe. c Zoek in dit themakatern bij elk kenmerkend aspect een bron die er het beste bij past.

Begrippen autonomie  13 Het recht van een staat om zichzelf wetten te geven. collectivisering  33 Het streven om het bezit en de productiemiddelen gemeenschappelijk eigendom te maken. communisme  31 Politieke stroming met als voornaamste streven gelijkwaardigheid en gemeenschappelijk bezit. concessie  15 Een stuk grondgebied dat een mogendheid (tijdelijk) afstaat aan een andere mogendheid. confucianisme  10 Levenswijze gebaseerd op de leer van Confucius (Meester Kong). democratisering  48 Streven van groepen naar meer inspraak in de politiek door het verwerven van actief en passief kiesrecht. destalinisatie  33 Beperkte versoepeling van het communistische systeem in de Sovjet-Unie na de dood van Stalin (1953) op initiatief van partijleider Chroesjtsjov. extraterritorialiteit  13 De regeling dat in een gebied de wetten van een ander land gelden. Grote Sprong Voorwaarts  34 De naam voor het nieuwe landbouwbeleid van Mao in 1958 waarin boerderijen werden gecollectiviseerd tot volkscommunes.

Tweede Opiumoorlog  1858-1860 Eerste Opiumoorlog, openstelling verdragshavens  1839-1840

1750

1800 Lord Macartney bezoekt keizer Qianlong  1793

Japan begint te moderniseren  1868

1850 Cixi komt aan de macht  1861


55

Afsluiting

Grote Proletarische Culturele Revolutie  35 Een massacampagne (1966) op initiatief van Mao Zedong. De Rode Gardisten hielpen om de Chinese bevolking weer tot het ware socialisme terug te brengen.

nationalisme  20 Voorliefde voor de eigen natie. Ook: het streven om alle mensen van hetzelfde volk in een eigen soevereine staat samen te brengen.

ideologie  24 Een leer of maatschappelijke opvatting.

planeconomie  32 Economisch systeem waarin de overheid een productieplanning voorschrijft.

imperialisme  12 Streven van landen om hun macht te vergroten door andere gebieden te veroveren of er op andere wijze invloed op uit te oefenen. imperium  12 Een groot rijk. Industriële Revolutie  12 Overgang van een economie van vooral landbouw en (huis)nijverheid naar een economie waarin goederen vooral machinaal en in fabrieken worden geproduceerd. industriële samenleving  44 Samenleving waarin de meeste mensen in fabrieken werken en in steden wonen. kolonie  15 In de negentiende eeuw: door een mogendheid in bezit genomen gebied in een ander land, met het doel er economisch beter van te worden. Koude Oorlog  31 Periode van grote spanningen tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie (1947-1989). mandarijn  14 Een ambtenaar van het Chinese keizerrijk. massavernietigingswapens  25 Werktuigen die in korte tijd voor een groot aantal slachtoffers zorgen, zoals mosterdgas, gifgas of een atoombom. modern imperialisme  7 Vanaf 1850 het streven van Europese landen naar bezit van koloniën in Afrika en Azië als leveranciers van grondstoffen, als afzetmarkten of als strategische speerpunten.

propaganda  31 Reclame voor een politieke partij of idee. revisionisme  35 Een stroming in het socialisme die de samenleving op een geleidelijke manier wil veranderen, niet door een snelle omwenteling (revolutie). socialisme  40 Verzamelnaam van alle politieke stromingen die tot doel hebben de maatschappelijke ongelijkheid op te heffen en een samenleving op te bouwen op basis van volledige gelijkheid. soevereiniteit  26 Onafhankelijkheid in het uitoefenen van macht (door een staat). Speciale Economische Zone  40 Een gebied in een land waarbinnen bijzondere wetten gelden die buitenlandse investeringen aantrekkelijker maken. verdragshaven  12 Een haven waar westerse imperialistische mogendheden handel konden drijven en extraterritorialiteit genoten. verenigd front  23 Samenwerking tussen politieke partijen met botsende ideologieën om een gemeenschappelijk doel te bereiken. volkscommune  35 Maatschappelijke organisatie waarin al het bezit gemeenschappelijk is en waarin de leden samen leven en werken.

Stichting Volksrepubliek China  1949 Japan bezet China  1937-1945

Bokseropstand  1900 Chinees-  1895 Japanse Oorlog

Lange mars  1934

1900

Deng Xiaoping maakt zijn toer door  1992 Zuid-China, de Chinese economie begint spectaculair te groeien

Opstand op het Plein van de Hemelse Vrede  1989

1950

Stichting Chinese Republiek, 1912 de keizer doet troonsafstand Veldtocht naar het noorden  1927 Japan bezet Mantsjoerije  1931

Landhervorming  1950-1953 Eerste Vijfjarenplan  1953

Grote Sprong Voorwaarts  1958

2000 1966-1976  Culturele Revolutie 1978  Vier moderniseringen


56

Vaardigheden

Vaardigheden Bron en vraagstelling

Continuïteit en discontinuïteit

Bij het bestuderen van het verleden spelen bronnen en historische vragen een belangrijke rol. Bij de bronnen gaat het om verhalen van ‘mensen die het meegemaakt hebben’, voorwerpen, gebouwen, foto’s, stambomen, historische kaarten, teksten en afbeeldingen, wandplaten, jeugdliteratuur en moderne media. Je moet verschillende soorten historische bronnen van elkaar kunnen onderscheiden. Je kunt vragen aan bronnen stellen met het oog op een klein onderzoek. Je kunt bronnen verzamelen voor de beantwoording van een deelvraag. En je kunt de waarde van een bron vaststellen voor de beantwoording van een vraagstelling, waarbij je rekening houdt met de betrouwbaarheid en representativiteit van de bron.

In de loop van de geschiedenis blijven bepaalde dingen min of meer hetzelfde, terwijl andere dingen juist sterk veranderen. Personen en gebeurtenissen uit verschillende tijdvakken of samenlevingen kun je niet zomaar met elkaar vergelijken. Hiermee rekening houdend moet je: – in de loop van de gebeurtenissen in een bepaalde periode ontwikkelingen kunnen aanwijzen, – zowel het incidentele als het algemene en vaak voorkomende in de geschiedenis kunnen onderscheiden, – factoren die ten grondslag liggen aan verandering van het bestaande, alsmede de reacties daarop kunnen herkennen, – inzien dat elke tijd door het verleden beïnvloed is.

Feit en objectiviteit

Gebondenheid aan tijd en plaats

Niet alles wat wordt gezegd of geschreven, is waar. In historische bronnen moet je feiten kunnen onderscheiden van meningen en vooroordelen, en/of moet je stereotypen onderkennen. Je moet kunnen aangeven waardoor een zo objectief mogelijke weergave van het verleden belemmerd kan worden.

Elke periode in het verleden heeft haar eigen kenmerken, net zoals ieder land of iedere stad en streek dat heeft. Je kunt je verplaatsen in mensen en hun beweegredenen in het verleden. Je kunt de tijd- en plaatsgebondenheid bij jezelf en bij mensen in het verleden en in andere situaties herkennen.

Oorzaken en gevolgen Voor bijna elke historische gebeurtenis kun je op zoek gaan naar oorzaken en gevolgen. – Oorzaken. Je moet duidelijk kunnen maken dat historische gebeurtenissen, verschijnselen en processen vaak meer dan een oorzaak hebben. Je kunt duidelijk maken dat de ene oorzaak belangrijker is dan de andere. Bovendien kun je onderscheid maken tussen directe en indirecte oorzaken. De directe oorzaak is de laatste oorzaak die een gebeurtenis in gang zet, de aanleiding. De indirecte oorzaken liggen dieper. – Gevolgen. Je kunt bedoelde en onbedoelde gevolgen van elkaar onderscheiden. Je moet duidelijk kunnen maken dat de gevolgen van een historische gebeurtenis soms direct zichtbaar zijn (gevolgen op korte termijn), maar soms ook pas (veel) later (gevolgen op lange termijn).

Interpretatie Hét verleden, hét verhaal van de geschiedenis bestaat niet. Je kunt herkennen dat er meer dan één interpretatie van het verleden mogelijk is. Je kunt verbanden leggen tussen verzamelde gegevens. Je kunt een hoeveelheid gegevens in een interpretatie verwerken in bijvoorbeeld een werkstuk of een presentatie. Je moet eigen interpretaties en die van anderen kunnen koppelen aan een bron, vraagstelling en standplaatsgebondenheid.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Made in china by ThiemeMeulenhoff - Issuu