Skip to main content

Intro bovenbouw informatieboek

Page 1

INTRO… VERKENNEN

KLASSIEK, JAZZ, WERELDMUZIEK EN POP

KENNEN

MUZIKALE BEGRIPPEN EN MUZIEKLEER

MUSICEREN

ALGEMENE INSTRUCTIE

INFORMATIEBOEK MUZIEK VOOR DE BOVENBOUW HAVO/VWO


Intro... INFORMATIEBOEK MUZIEK VOOR DE BOVENBOUW HAVO/VWO EERSTE DRUK

Joost Overmars Ruth van de Putte Gerwin van der Werf


Methodeoverzicht Intro voor de basisvorming Intro 1 vmbo leerboek, werkmap, cd Intro 2 vmbo leerboek, werkmap, cd

Intro 1 havo/vwo leerboek, werkmap, cd Intro 2 havo/vwo leerboek, werkmap, cd Intro 3 havo/vwo leerboek, werkmap, cd

Intro voor de bovenbouw havo/vwo Intro Informatieboek Intro Werkmap 1 + dvd-rom Intro Werkmap 2 redactie vormgeving beeldresearch foto omslag notenschrift

Op schrift, Enschede Neon, Amsterdam B en U, Diemen Neal Preston/Corbis Ruth van de Putte

Intro muziek voor de bovenbouw is mede tot stand gekomen dankzij de welwillende medewerking van Huub de Vriend, Renee Jonker, Rolf Delfos, Jolanda Konings en Emel Spaninks.

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff is dé educatieve mediaspecialist en levert educatieve oplossingen voor het Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs en Hoger Onderwijs. Deze oplossingen worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met de onderwijsmarkt en dragen bij aan verbeterde leeropbrengsten en individuele talentontwikkeling. ThiemeMeulenhoff haalt het beste uit élke leerling. Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve oplossingen: www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 088 800 20 15 ISBN 978 90 06 48259 1 Eerste druk, vierde oplage, 2013 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2007 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


INHOUD

Verkennen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16

Middeleeuwen Renaissance Barok Weense klassieken Romantiek Twintigste eeuw Jazz Wereldmuziek Rock-’n-roll Rock (1): Terug naar de roots Rock (2): The sky is the limit Rock (3): Kick ass! Metal Zwarte muziek (1): Soul, funk, R&B Zwarte muziek (2): Reggae, hiphop Dance

6 11 15 24 32 41 50 61 69 75 79 84 88 92 99 105

Kennen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Toonhoogte Toonladder Melodie Interval Akkoord Toonsoort Toonduur Ritme Maat Tempo Dynamiek Uitvoeringspraktijk Compositietechniek Muzikale vorm Koor, orkest, band

110 112 118 124 127 132 136 137 139 144 145 146 150 155 163

Musiceren 1 2 3

Inleiding Vocaal musiceren Gemengd musiceren Instrumentaal musiceren

Register

168 171 173 174


utn

gloria sanctu


c

usVERKENNEN ag MUZIEKHISTORIE


6

1 MIDDELEEUWEN H E T L E V E N I N de Middeleeuwen wordt beheerst door het geloof in God. Tot in de verste uithoeken van Europa dicteert de katholieke kerk vanuit Rome wat en hoe er geloofd moet worden. Wat kun je anders doen dan hopen op een beter leven na het vaak helse leven op aarde? De mens is bang en weerloos tegenover de altijd terugkerende rampen: uitzuiging, pest, honger, brand, beroving en oorlog. In een wereld waarin zo’n ramp je ieder moment kan treffen, biedt het christelijk geloof houvast. De fantastische gebouwen en stijlvolle rituelen van de katholieke kerk brengen in onze tijd nog steeds ontzag en ontroering teweeg. Loop maar eens zo’n torenhoge kathedraal binnen, bekijk daar een processie van priesters en monniken en luister naar de muziek die er al duizend jaar gezongen wordt. Maar vergeet niet, de kerk is in de Middeleeuwen een machtig instituut. De kerk predikt onderwerping aan de ‘wil van God’, anders kom je zeker in de hel. Heb je een andere mening, dan word je als ‘ketter’ veroordeeld. Hoe intolerant de kerk was tegenover andersdenkenden blijkt wel uit de kruistochten, de heksenjachten en de inquisitie (de wrede kerkelijke ‘rechtbank’). Muziek en beeldende kunst hebben een duidelijke functie: ze moeten de leer van de kerk uitdragen en het geloof sterker maken. Kunst is dus heel belangrijk voor de kerk. De Middeleeuwen beslaan honderden jaren. In die lange periode verandert Europa langzaam van een verzameling geïsoleerde boerendorpen in een maatschappij van steden en bloeiende handel. Ook de ontwikkelingen in de muziek gaan langzaam in de Middeleeuwen. Toch gebeurt er veel. Het notenschrift krijgt langzaam vorm. De toonladders die we nu nog steeds gebruiken ontstaan. Er komt meerstemmige muziek. Troubadours schrijven de eerste ‘songs’. Kortom, ‘onze’ muziek wordt in deze tijd geboren.


VERKENNEN

7

1.1 Middeleeuwen: gregoriaans

Handschrift uit de 10e eeuw. De toonhoogte is globaal aangegeven met neumen.

LUISTERVOORBEELDEN 1 INTROITUS: RESURREXI, GREGORIAANS (‘IK BEN OPGESTAAN’)

2 ALLELUIA PASCHA NOSTRUM, GREGORIAANS (UIT DE LITURGIE VAN PASEN)

‘ B I D O N O P H O U D E L I J K ’ , S C H R I J F T de Bijbel voor. In de kloosters wordt dat zeer serieus genomen. Met een ijzeren regelmaat worden dagelijks op vaste tijden minimaal zeven gebedsdiensten gehouden, de getijden. De eerste van deze getijden (metten) begint in het holst van de nacht, om drie uur. Daarna volgt een hazenslaapje, om vier uur wordt er weer gebeden (lauden) en daarna moet er worden gewerkt. Bidden betekent zingen. Na een week zijn de 150 verplichte psalmen afgewerkt, evenals vele andere gezangen en gebeden. En dan begint de riedel weer opnieuw. Dit is de liturgie van de katholieke kerk. De gezangen van de liturgie zijn vocaal (dus gezongen), eenstemmig en in het Latijn. We noemen ze gregoriaanse gezangen. Ze zijn bewaard gebleven in vele oude handschriften. In de oudste kun je het op en neer gaan van de melodie zien aan de krabbeltjes. De toonhoogte kun je er niet uit aflezen. Waarschijnlijk zijn deze krabbels een geheugensteuntje voor de koorleider, die de beweging van de melodie in handbewegingen omzette. Zo kunnen alle monniken de melodie foutloos meezingen. In latere handschriften is de precieze toonhoogte wel vastgelegd, in het neumenschrift: een blokvormig notenschrift op vier lijnen, met een sleutel aan de notenbalk.

De psalmen hebben een eenvoudige melodie. Ze worden bijna helemaal op één toon voorgedragen. Iedere lettergreep krijgt een noot. Dit heet syllabisch. Andere gezangen, bijvoorbeeld die van de mis, zijn beweeglijker en dus ook moeilijker te onthouden zonder notenschrift. Er worden meer noten op een lettergreep gezongen. Dit heet melismatisch. Hoe wordt het gregoriaans uitgevoerd? Plaats van uitvoering is het koorgedeelte van de kerk. De monniken zitten in banken tegenover elkaar. Soms is er een zanger die eerst solo zingt, waarop de hele groep monniken antwoordt: de responsoriale stijl. Soms zingen de twee groepen die tegenover elkaar zitten om de beurt: de antifonale stijl.

GREGORIUS EN DE DUIF Het verhaal gaat dat God zelf in de gedaante van een duif op de schouder van paus Gregorius de Grote zat om de ‘gregoriaanse’ gezangen in zijn oor te zingen. De paus schreef ijverig mee. Zo is het natuurlijk niet echt gegaan. Paus Gregorius was geen musicus, maar wel een slimme bestuurder en hij hield zelf de mythe in stand. Door God ingefluisterde liederen staan niet ter discussie, dus zong iedereen dezelfde liederen op hetzelfde moment. Overal werden koorscholen opgericht om de correcte uitvoering van het gregoriaans te waarborgen. Er werden zelfs controles uitgevoerd. Waarom al die moeite? Om eenheid in christelijk Europa te krijgen. Uniformiteit in de liturgie vormde de basis van de pauselijke macht.


8

De Notre Dame in Parijs, geboorteplaats van de meerstemmige muziek.

1.2 Middeleeuwen: meerstemmigheid de Middeleeuwen is ter ere van God: het kerkgebouw, de ramen, de schilderingen en ook de muziek. Een goddelijke harmonie klinkt door in de gregoriaanse gezangen. Van muziek genieten omdat je het zelf zo mooi vindt, was echter niet de bedoeling. De eerste experimenten met meerstemmigheid worden argwanend bekeken. Het vertroebelt het originele gregoriaans, Gods eigen gezangen. En het klinkt mooi, dus dat is verdacht. Maar de ontwikkeling van de meerstemmige muziek is vanaf de twaalfde eeuw niet te stoppen. De eerste meerstemmige muziek heet organum. Bij een parallel organum wordt een extra stem aan het gregoriaanse gezang toegevoegd, die hetzelfde zingt maar dan een reine kwart lager. Het is nogal statisch. Bij het vrije organum is de richting van de tegenstem niet meer gebonden aan die van de gregoriaanse melodie. Het melismatisch organum gaat nog verder: de tegenstem zingt meerdere noten terwijl de tenor het gregoriaanse gezang in lang aangehouden noten zingt. Het originele gregoriaanse gezang wordt bij deze meerstemmige muziek cantus firmus genoemd: het ‘vaste gezang’. Langzaam maar zeker worden de meerstemmige composities echte kunststukjes. Componisten die verbonden zijn aan de Notre Dame in Parijs maken drie- en vierstemmige stukken. De nieuw gecomponeerde stemmen krijgen zelfs andere teksten, in het Frans. De samenklanken die in de Middeleeuwen de voorkeur krijgen zijn kwart, kwint en octaaf. Tertsen en sexten worden spaarzaam gebruikt.

ALLE KUNST IN

GODSVRUCHT EN WELLUST Zo nu en dan moest de paus in actie komen om al te wilde experimenten met meerstemmigheid een halt toe te roepen. ‘Door het te veel opstapelen van noten bedwelmen ze het gehoor in plaats van het te stichten. Zo wordt de godsvrucht opzij gezet en de wellust bevorderd’, aldus een pauselijk bevel uit 1320. Dit is wel te begrijpen als je bedenkt dat in sommige stukken maar één woord uit het gregoriaans gezongen werd, in hele lange noten. Boven die cantus firmus zong een tweede stem bijvoorbeeld een drinklied of een ode aan het gokken en een derde stem een liefdesliedje. Dat is natuurlijk geen verering van God, geen bidden meer.

LUISTERVOORBEELDEN 3 HYMNE PANGE LINGUA (LITURGIE VAN PASEN) 4 ALLELUIA PASCHA NOSTRUM, PEROTINUS 5 J’AI MIS TOUT MA PENSEE/JE N’EN PUIS/PUERORUM, CODEX MONTPELLIER

1.3 Middeleeuwen: mis het hoogtepunt in de liturgie. De mis dankt zijn naam aan de woorden die de priester spreekt als afsluiting: ‘Ite, missa est’, oftewel: ‘dit was het, u kunt gaan’. De mis op zondag wordt bijgewoond door alle gelovigen. Voor de poort verzamelen zich lepralijders en andere verminkte bedelaars in de hoop op een aalmoes. Binnen speelt zich een kerkelijk spektakel af waar arm en rijk zich aan DE MIS IS


VERKENNEN

DOREMI Gregoriaanse melodieĂŤn bleken gebaseerd te zijn op toonreeksen van zes (later zeven) tonen, de kerktoonladders. Ze hebben Griekse namen gekregen: dorisch (van d tot d), frygisch (van e tot e), lydisch (van f tot f) en mixolydisch (van g tot g). Guido van Arezzo, een zangleraar die leefde rond het jaar 1000, bedacht een truc om zijn leerlingen sneller de gregoriaanse gezangen te leren. Hij maakte een notenbalk van vier lijnen en gaf alle toonhoogtes een naam: do - re - mi - fa - so - la - ti - do. Dat is de toonladder die wij nu nog gebruiken en kennen als de majeurladder.

9

kan vergapen. De prachtige gewaden van de priesters, gezwaai met gouden wierookvaten en zonlicht door de glas-in-loodramen. De mis kent vele gezangen. Sommige wisselen met de tijd van het jaar. Dat je met Kerstmis andere liederen zingt dan met Pasen, spreekt voor zich. Het proprium heten die wisselende gezangen. Een paar gezangen komen altijd in de mis voor, ongeacht de tijd van het jaar. Dit ordinarium bestaat uit de gezangen Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus en Agnus Dei. Ze maken de kerkdienst extra feestelijk, en al helemaal in een meerstemmige zetting. Guillaume de Machaut, de koorleider van de Notre Dame-kathedraal in Reims, componeert rond 1360 als eerste alle gezangen van het ordinarium in een meerstemmige zetting. Hij noemt de hele compositie La messe de Nostre Dame. In de Renaissance wordt de gecomponeerde mis zeer populair. Veel later componeren ook Bach, Mozart en Beethoven missen. Ze worden nog steeds gespeeld, maar allang niet meer uitsluitend in de kerk. Een bijzondere mis is het requiem, de dodenmis. Die wordt uitgevoerd als er een belangrijk persoon is overleden. De anders zo feestelijke mis wordt dan een plechtig, indrukwekkend afscheid. In plaats van het optimistische Gloria en de wat brave geloofsbelijdenis Credo worden in de dodenmis angstaanjagende teksten gezongen over het vuur van de hel en de dag des oordeels. Maar ook over de hemel, het paradijs waar de engelen je opwachten.

1.4 Middeleeuwen: speellieden en troubadours is de kerkelijke muziek strikt gescheiden van de wereldlijke muziek. Een goede zanger of componist van kerkmuziek geniet aanzien, in tegenstelling tot de speellieden. Deze rondreizende muzikanten worden eerloos, onbetrouwbaar en minderwaardig genoemd. Bij ziekte wordt hulp gewoon geweigerd, hun huwelijk is onwettig en als hun onrecht is aangedaan mogen ze alleen de schaduw van hun tegenstander slaan. Maar zolang ze voor amusement IN DE MIDDELEEUWEN

LUISTERVOORBEELDEN 6 KYRIE, UIT: LA MESSE DE NOSTRE DAME, GUILLAUME DE MACHAUT


10

Het lot van muzikanten is niet te benijden. In de hel worden ze gepijnigd met hun eigen duivelstuig, de muziekinstrumenten. (Detail uit: Het laatste oordeel van Jeroen Bosch.)

LUISTERVOORBEELDEN 7 LA TIERCHE ESTAMPIE REAL 8 CAN L’ERBA FRESCH’E.LH FOLHA PAR, BERNARD DE VENTADORN

zorgen op de stadsmarkten, worden ze enthousiast ontvangen. Speellieden zijn muzikale duizendpoten die ook nog eens talloze goocheltrucs kennen. Ze beheersen diverse instrumenten zoals de vedel, de harp, de fluit en de trom. Dansmuziek zoals de estampie is het meest geliefd. Daarbij spelen ze om het publiek op te zwepen een steeds terugkerend refrein, afgewisseld met virtuoos geïmproviseerde coupletten. Na hun act dienen ze de stad snel te verlaten – weg met dat tuig. Van de liederen en dansen van speellieden is weinig bewaard gebleven omdat de muziek nauwelijks de moeite waard werd gevonden om op te schrijven. De sociale status van de troubadour is iets beter. Dat komt doordat sommige troubadours zelf van adel zijn. Bovendien maken troubadours kunstliederen, met poëtische teksten en kunstige melodieën van hoog niveau. Die liederen zijn bedoeld om niet het volk, maar de adel te vermaken. Troubadours zingen in de eerste plaats over de liefde, de ridderlijke (hoofse) liefde waarbij een meestal onbereikbare jonkvrouw wordt aanbeden. Maar soms bemoeien ze zich met politiek, bijvoorbeeld in liederen over de kruistochten. Voor de troubadours zijn de teksten het voornaamste, maar ook de muziek maken ze vaak zelf. Het zijn dus eigenlijk de eerste singer-songwriters. Troubadours vind je in het zuidwesten van Frankrijk. In het noorden van Frankrijk heten ze trouvères en in Nederland en Duitsland Minnesänger.


2 RENAISSANCE ontstaat een nieuwe levenshouding. Trek je eigen plan, ontwikkel jezelf, wees onafhankelijk, vrij, zelfverzekerd. Niet God, maar de mens staat in het middelpunt. Deze nieuwe levenshouding, het humanisme, gaat gepaard met een grote belangstelling voor de klassieke Oudheid, voor de Griekse en Romeinse denkers en kunstenaars. Goddeloos en heidens noemen de paus en zijn kardinalen die klassieken, maar wat de kerkleiders zeggen wordt niet langer klakkeloos aangenomen. Maarten Luther predikt een nieuw geloof, vrij van corruptie en uitbuiting. Zijn Reformatie, de oprichting van de protestante kerk, krijgt vanaf 1517 gestalte. Let wel, de katholieke kerk blijft het grootste machtsbolwerk in Europa, maar er is ook kritiek. De Renaissance is ook de tijd van de grote ontdekkingsreizen zoals die van Columbus. De mens ontdekt zichzelf en de wereld. De Renaissance (wedergeboorte) begint rond 1450 in Florence en spreidt zich in een kleine eeuw uit over heel Europa. De kunst beleeft een enorme bloei in de Renaissance. Behalve de kerk zijn ook de rijke vorsten van steden als Florence en Milaan belangrijke opdrachtgevers. Dat levert de kunstenaars betere verdiensten op, meer bekendheid en veel minder beperkingen. In de schilderkunst worden mensen zeer levensecht en anatomisch correct afgebeeld. Schilderijen krijgen diepte door het gebruik van perspectief.

IN DE RENAISSANCE

De mens als maat van alle dingen (tekening van Leonardo da Vinci). De geboorte van Venus van Botticelli. Dit schilderij werd het symbool van de Renaissance. Een heidense godin, een frisse wind, bloemen en ... bloot!


12

KOMT WEL GOED! Kardinaal Sforza uit Milaan was dol op muziek. Hij hield van zijn Nederlandse zangers en van ‘zijn’ componist Josquin. Maar hij was ook dol op zijn geld, en de betaling van de musici schoot er nog wel eens bij in. Het schijnt dat als Josquin kwam smeken om zijn salaris, de kardinaal hem wegwuifde met de woorden ‘Lascia fare a me!’ Dat betekent: ‘laat dat maar aan mij over’, oftewel: dat komt wel goed. En weer zagen de zangers geen cent! De uitspraak ‘lascia fare a me’ toverde Josquin om in het muzikale motief la - sol - fa - re - mi (in noten: a g f d e), om zijn baas fijntjes aan te spreken op zijn wanbetalingen. Het motief la - sol fa - re - mi gebruikte hij als basis voor een complete mis.

Mooi versierd handschrift van een imitatie-mis van Josquin. Dat niet iedereen gediend was van zulke ‘moderne’ muziek blijkt uit een brief van een bisschop, die schreef: ‘Tegenwoordig schrijft iedereen maar van die imitatie-passages, zodat de ene stem “sanctus” zegt en een ander tegelijkertijd “gloria”, al jankend en stotterend, zodat ze meer lijken op katten in januari dan op bloemen in mei.’

Ook de muziek krijgt diepte door de verdere ontwikkeling van meerstemmigheid. Componisten zijn meestal in dienst van kerkvorsten, die zich ook graag omringen met aardse genoegens, dus ook met wereldlijke muziek. Rond 1480 werken bijvoorbeeld zowel Leonardo da Vinci als Josquin des Prez aan het hof van Milaan. De grootste kunstenaar en de beste componist, een ‘dreamteam’!

2.1 Renaissance: vocale muziek de belangrijkste werkgever voor componisten. In de liturgie van de katholieke kerk is de mis het hoogtepunt. Grote composities worden gemaakt op de teksten van het ordinarium (de vaste gezangen) van de mis: Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus en Agnus Dei. Het zijn vocale composities, meestal voor vier stemmen a capella (zonder begeleiding): sopraan, alt, tenor, bas. Alle stemmen worden door mannen en jongens gezongen. Vrouwen mogen niet zingen in de kerk. Tegenwoordig worden de hoge stemmen vaak door een countertenor gezongen. Dat is een man die zijn kopstem sterk getraind heeft, zodat hij even hoog kan zingen als een alt of sopraan. Componisten gebruiken als melodisch materiaal voor hun meerstemmige missen vaak bestaande liederen, zoals een oud gregoriaans gezang of een populair volksdeuntje. De cantus firmus noem je zo’n lied dan. Wat de componist met zo’n deuntje doet, grenst aan het onwaarschijnlijke! In alle vier de stemmen komen motieven uit het bestaande lied terug, vaak in imitatie: de stemmen ‘doen elkaar na’. Als dat imiteren lang door blijft gaan, noem je het doorimitatie. De strengste vorm van imitatie is een canon. Bij een canon zing je immers allemaal precies hetzelfde, maar dan net na elkaar. Canon en (door)imitatie zijn vormen van polyfonie. De techniek van stemparen komt ook vaak voor. Twee stemmen (bijvoorbeeld sopraan en alt) gaan dan samen en vormen zo een paar tegenover twee andere stemmen (bijvoorbeeld tenor en bas). Als je naar deze polyfone muziek luistert, lijkt het alsof de stemmen vrij van DE KERK BLIJFT


VERKENNEN

13

De King’s Singers staan al jarenlang aan de top als het gaat om het uitvoeren van muziek uit de Renaissance, maar ze zingen ook popliedjes.

TRANSFERMARKT Talloze Nederlandse zangers en componisten maken in de Renaissance carrière in Italië. We nemen Nederland dan wel een beetje ruim, met België en Noord-Frankrijk erbij. Een goede zanger vertrekt zodra hij volleerd is naar Milaan, Rome of Venetië, naar waar het geld zit. Italiaanse talent scouts komen ook naar Nederland. Ze geven de ouders van een talentvol zangertje een zak geld en nemen het kind dan mee. Sommigen worden zelfs ontvoerd. De zangers worden ingelijfd in het koor van een kathedraal of in het ensemble (muziekgroep) van een rijke vorst. Er is in Italië een levendige transfermarkt van zangers en vooral van componisten. Een grote naam aan je hofhouding verbinden betekent roem en prestige (net als tegenwoordig rijke voetbalclubs graag spelers van naam willen inlijven). Van de ‘Nederlanders’ is Josquin de meest gewilde componist. Hij is ook de duurste!

LUISTERVOORBEELDEN 9 10 11 12 13

SANCTUS,UIT: MISSA LASOLFAREMI,JOSQUIN CREDO,UIT: MISSA L’HOMME ARMEE,PALESTRINA ABSALON FILI MI,JOSQUIN LA LA LA JE NE L’OSE DIRE,PIERRE DE CERTON SI CH’IO VORREI MORIRE,MONTEVERDI

elkaar bewegen en ‘toevallig’ samen goed klinken. Maar toeval bestaat niet in deze composities. De componist zorgt ervoor dat er vooral tertsen en sexten klinken. Die intervallen vindt men mooi in de Renaissance. Daardoor krijg je akkoorden die veel voller en rijker klinken dan de open kwinten uit de Middeleeuwen. Een ander vocaal werk voor gebruik in de kerk is het motet. Een motet is een op muziek gezette bijbeltekst. In het motet gebruikt de componist dezelfde technieken als bij de mis – dus imitatie, canon, stemparen – maar het motet is korter. In het motet probeert de componist muziek te componeren die goed bij de sfeer en de lading van de tekst past. Dat noemen we tekstuitbeelding. Tekstuitbeelding kan soms heel letterlijk zijn, bijvoorbeeld een dalende melodie als het gaat over het sterven en begraven van Jezus of een springerige, stijgende melodie als hij ten hemel vaart. Het madrigaal is een vocale compositie voor buiten de kerk. Het is dus een wereldlijk stuk en de tekst is altijd Italiaans. Madrigalen worden in de Renaissance vaak aan het hof gezongen. Het madrigaal biedt amusement op hoog niveau. Componisten gebruiken voor de tekst vaak gedichten van beroemde schrijvers. Het favoriete onderwerp is natuurlijk de liefde. In de muziek moet de tekst zo goed mogelijk uitgebeeld worden. Componisten houden ervan te experimenteren met dissonante,‘vreemde’ harmonieën die in de kerkmuziek verboden zijn. Het chanson is een wereldlijk werk, in het Frans gezongen. Chansons zijn eenvoudiger dan de kunstige madrigalen. Sommige chansons zijn zo populair dat je ze de hits van de Renaissance zou kunnen noemen. In chansons en madrigalen wisselen polyfonie en homofonie elkaar vaak af. In homofone stukjes hebben alle stemmen (vrijwel) hetzelfde ritme en dezelfde tekst tegelijkertijd.


14

TROUWFEESTJE ‘Trompetfanfares vormen de inleiding. Een zevenstemmig motet van Di Lasso begeleidt het voorafje. Zes trombones blazen een madrigaal bij de tweede gang. Tijdens het verorberen van de vis spelen gamba’s een motet van De Rore. Tijdens de wildschotel een twaalfstemmig stuk van Padovana. Zes gamba’s, zes fluiten en een klavecimbel laten zich horen tijdens de vijfde gang. Een complete kapel begeleidt dessert en suikergoed.’ Zo verliep het bruiloftsfeest van de Beierse troonopvolger in 1568, beschreven door de hofmusicus: een ratjetoe van instrumenten en soorten stukken (zelfs kerkelijke motetten), en veel, heel veel eten. Een waar muziekfeest! Ook tegenwoordig zijn de bruiloften van leden van het koninklijk huis grote evenementen, met veel muziek en dans.

2.2 Renaissance: instrumentale muziek maar weinig muziek speciaal voor instrumenten gecomponeerd. De stem is het instrument dat God zelf heeft geschapen. Alle andere instrumenten zijn door mensenhanden gemaakt, dus wat geluid betreft slappe aftreksels van de ‘goddelijke’ stem. Toch wordt muziek die eigenlijk voor zangstemmen geschreven is, heel vaak gespeeld door instrumenten zoals orgel, trombones, zinken (een houten blaasinstrument), viola da gamba’s en kromhoorns. Later in de Renaissance worden muziekinstrumenten populairder en komt er dus ook meer instrumentale muziek, bijvoorbeeld om op te dansen. Aan de Europese hoven zijn de pavane en de gaillarde een tijd lang in de mode. De pavane is statig, in een tweedelige maat. De pavane wordt altijd direct gevolgd door de gaillarde. De gaillarde heeft dezelfde melodie, maar in een driedelige maat en een flink stuk sneller. Dat betekent dolle pret op de dansvloer, want ouderen en overdadig aangeklede gasten – vooral bewapende mannen – kunnen het tempo dan niet meer bijbenen. A A N VA N K E L I J K WO R D T E R

LUISTERVOORBEELDEN 14 PAVANE & GAILLARDE,PHALÈSE

Orlando di Lasso met het uitgebreide instrumentale ensemble van het hof van de Beierse hertog in München.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook