Skip to main content

Docentenhandleiding DoorEngels

Page 1

Docentenhandleiding Engels voor mbo

ThiemeMeulenhoff | Amersfoort Š september 2019, versie 1.0

Š ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 1 van 28


Inhoud 1

Achtergronden ................................................................................................................................ 3

2

Uitgangspunten ............................................................................................................................... 4

3

4

5

8

2.1

Gelijke didactische concepten Engels en Nederlands ............................................................. 4

2.2

Functioneel en contextrijk taalonderwijs ................................................................................ 4

2.3

Focus op de beroepspraktijk ................................................................................................... 4

2.4

Afwisseling in vaardigheden .................................................................................................... 5

2.5

Eenvoudig in te zetten niveaudifferentiatie ............................................................................ 5

2.6

Flexibel: leerroutes op maat.................................................................................................... 6

2.7

Activerende didactiek .............................................................................................................. 6

2.8

Functionele ontwikkeling van de woordenschat .................................................................... 6

Arrangement ................................................................................................................................... 7 3.1

Digitale licentie ........................................................................................................................ 7

3.2

Leerwerkboeken ...................................................................................................................... 8

Structuur van de methode .............................................................................................................. 9 4.1

Themes .................................................................................................................................... 9

4.2

Taken ....................................................................................................................................... 9

4.3

Studielast ............................................................................................................................... 10

4.4

Didactische structuur ............................................................................................................ 10

Rol van de Language support ........................................................................................................ 13 5.1

Corpus.................................................................................................................................... 13

5.2

Verwerking van Language support in de taken..................................................................... 13

Toetsing ......................................................................................................................................... 15 8.1

Uitgangspunten toetsvisie ..................................................................................................... 15

8.2

Uitwerking toetsing ............................................................................................................... 16

Rubrics ............................................................................................................................................... 17 Voorbereiding op het examen ........................................................................................................... 18 8.3 9

Eigen observaties en kwaliteitscyclus school ........................................................................ 19

Hoe werk je met DoorEngels? ....................................................................................................... 20 9.1

Verschillen A2, B1 en B2 ........................................................................................................ 23

9.2

Het kiezen van taken ............................................................................................................. 23

9.3

Online werken ....................................................................................................................... 24

BIJLAGE 1A/B/C

Taak-/leerdoelenoverzicht A2 – A2/B1 – B1/B2.................................................... 25

BIJLAGE 2A/B/C

Taak-/theorieoverzicht A2 – A2/B1 – B1/B2 ......................................................... 25

BIJLAGE 3

Language support – table of contents............................................................................... 26

© ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 2 van 28


1

Achtergronden

DoorEngels is een methode Engels voor het mbo. De methode is speciaal voor dit onderwijstype ontwikkeld. DoorEngels laat studenten zien hoe relevant taal is, niet alleen in het dagelijks leven, maar juist ook in de beroepspraktijk. Daarmee focust DoorEngels zich op de toekomst van de studenten in het mbo. DoorEngels heeft drie doelen: 1. De student vergroot zijn taalvaardigheid Engels, zowel in beroepsspecifieke situaties als in het dagelijks leven. 2. De student bereidt zich voor op het examen. De eisen van de centrale examens (lezen en luisteren) en de richtlijnen voor de instellingsexamens (spreken, gesprekken voeren, schrijven) zijn hierbij leidend. 3. De student ziet de relevantie in van taal en communicatie in de context van zijn toekomstig beroep en kan de Engelse taal effectief in het dagelijks leven en zijn beroep gebruiken. Dit doel heeft ook een belangrijk motivationeel aspect. In een globaliserende wereld is het kunnen communiceren in het Engels belangrijker dan ooit. Bijna iedereen zal in zijn (toekomstige) werk wel eens moeten lezen, luisteren, spreken of schrijven in het Engels. Het is een probleem dat de meeste studenten niet erg gemotiveerd zijn voor het vak Engels. Ze menen – onterecht – dat ze een beroepsopleiding volgen waarin algemene vakken niet thuishoren en ze zien geen verband tussen het belang van taal en de beroepscontext. Ze vinden Engels een saai en oninteressant vak.1 Daardoor hebben veel studenten niet alleen een calculerende, pragmatische houding, die puur gericht is op het slagen voor het examen, maar dreigen ze ook stil te staan in hun taalontwikkeling en mogelijk zelfs in hun vak. Dit gegeven staat aan de wieg van DoorEngels. Studenten worden uitgedaagd een taaltaak uit te voeren die realistisch is voor hun werk. Op deze manier ervaren studenten dat taalvaardigheid van belang is voor hun toekomstig beroep. Ze bereiden zich voor op de betreffende task door eerst de benodigde vaardigheden te oefenen in een andere context; in daily life. Zo ontstaat het besef dat taalvaardigheid een belangrijke vaardigheid is; zowel in het dagelijks leven als op het werk.

1

Eind 2016 heeft ThiemeMeulenhoff onderzoek gedaan naar het motivatieaspect. Hieruit kwam naar voren dat de docenten over het algemeen onmacht ervaren om Engels relevant(er) te maken. De docenten vinden dat het aanwakkeren van de motivatie bij studenten door de relevantie te vergroten, de hoogste prioriteit moet krijgen.

© ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 3 van 28


2

Uitgangspunten

DoorEngels heeft de volgende organisatorische en didactische uitgangspunten: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 2.1

Gelijke didactische concepten van DoorEngels en DoorNederlands Functioneel en contextrijk taalonderwijs Focus op de beroepspraktijk Afwisseling in vaardigheden Eenvoudig in te zetten niveaudifferentiatie Flexibel: leerroutes op maat Activerende didactiek Functionele ontwikkeling van de woordenschat Gelijke didactische concepten Engels en Nederlands

De didactische concepten van DoorEngels en DoorNederlands zijn, behoudens vakspecifieke punten en accenten, hetzelfde. Ook hebben beide lesmethodes dezelfde thema’s en dezelfde opbouw. Dit vergemakkelijkt een nauwere samenwerking tussen deze twee talen binnen de opleidingen. Zo kun je met collega’s van Nederlands bepaalde stof beter afstemmen en binnen het onderwijsprogramma van de opleidingen kun je gemakkelijk per thema (of taak) modulair werken. Studenten leren op die manier ook beter dwarsverbanden herkennen, bijvoorbeeld waar ze op moeten letten als ze een leestekst samenvatten of een presentatie voorbereiden en geven. 2.2

Functioneel en contextrijk taalonderwijs

DoorEngels laat studenten ervaren hoe relevant taal voor hen is, niet alleen in het dagelijks leven, ook in het toekomstige beroep. In de maatschappij maakt een goede taalvaardigheid het verschil. Dat geldt ook voor het beroep, al vraagt het ene beroep natuurlijk meer dan het andere van de taalvaardigheid van de student als medewerker. De leerdoelen in DoorEngels zijn afgeleid van de descriptoren en niveaus uit het ERK. De opdrachten in een taak worden gestuurd vanuit de leerdoelen die aan het begin van elke taak in het overzicht staan aangegeven. Zo zien studenten waar ze aan gaan werken. Het managen van verwachtingen over het leren, hier in de vorm van de leerdoelen, blijkt een van de belangrijkste effecten op de prestaties in het leerproces te zijn.2 DoorEngels werkt de leerdoelen uit door het bieden van realistische taalsituaties, zowel uit het dagelijks leven als uit de toekomstige beroepspraktijk. Er wordt niet geoefend om ‘bezig te zijn’ of om theorie na te vragen. Het gaat om betekenisvol leren: realistische contexten in de taken staan centraal en roepen de taalhandelingen op. Zo zijn studenten bezig met taal en opdrachten die relevant zijn en die hen uitnodigen actief te zijn en hun taalvaardigheid te verbeteren. Zie bijlage 1A, 1B en 1C voor een overzicht van de leerdoelen in de taken. 2.3

Focus op de beroepspraktijk

De beroepspraktijk als thematische invalshoek en context is binnen het vak Engels in het mbo erg belangrijk, niet alleen om studenten meer te motiveren. Het gaat er ook om dat studenten het 2

Zie John Hattie: Visible Learning for Teachers, in het Nederlands in 2014 (derde druk) vertaald door uitgeverij Bazalt Educatieve Uitgaven en gepubliceerd onder de titel Leren zichtbaar maken. Hattie heeft over een lange periode wereldwijd empirisch onderzoek gedaan naar de effecten van maatregelen en didactieken in het onderwijs op leren. Het genoemde boek is een aanrader voor wie zich hierin wenst te verdiepen.

© ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 4 van 28


geleerde in diverse praktische situaties die ze in hun beroep zullen tegenkomen, op een effectieve manier kunnen toepassen. Er zijn acht thema’s (themes). Elk thema behandelt een aspect van de beroepspraktijk. Een thema begint met een inleiding waarin duidelijk gemaakt wordt wat het thema inhoudt en waarom het belangrijk is voor de professionele ontwikkeling van de student. In elk thema komen vijf taken (tasks) aan bod waarbij steeds een vaardigheid centraal staat: reading, listening, writing, speaking en conversation. De taken zijn weliswaar in deze volgorde gerangschikt, maar kunnen onafhankelijk van elkaar en in willekeurige volgorde worden doorgewerkt. In totaal telt DoorEngels negenendertig taken waarvan vijfendertig beroepsgerichte en vier examengerichte taken. Elke taak bestaat uit een generiek deel (In daily life) en een praktijkdeel (At work). De kennis en vaardigheden die je nodig hebt in het praktijkdeel worden eerst geoefend in daily life. Eerst krijgen studenten opdrachten waarin ze taalvaardigheden ontwikkelen en kennis over die vaardigheden vergroten, gebaseerd op de leerdoelen per taak en verwijzend naar de theorie die ze nodig hebben. Daarna passen studenten het geleerde toe in het praktijkdeel. De taalsituatie in het praktijkdeel bevat geen nieuwe leerdoelen: de studenten moeten het geleerde uit het generieke deel toepassen binnen een voor de student relevante praktijksituatie. Vaardigheden en kennis worden dus wel geoefend in bredere, algemene contexten, maar het ‘hogere’ doel is dat de student deze in een praktijksituatie kan toepassen. 2.4

Afwisseling in vaardigheden

Elke taak in DoorEngels draait om een hoofdvaardigheid (bijvoorbeeld: reading, writing, etc.). Andere vaardigheden en kennisonderdelen kunnen aan bod komen binnen de taak: ze ondersteunen de hoofdvaardigheid. Vaardigheden staan natuurlijk niet op zich. In de taken van DoorEngels komen daarom ook regelmatig combinaties van vaardigheden voor, bijvoorbeeld schrijf- of spreekactiviteiten bij receptieve taken en lees- of kijk-/luisterenactiviteiten bij productieve taken. Denk aan een samenvatting maken (schrijfactiviteit) van een leestekst, een discussie naar aanleiding van een video, teksten lezen (informatie verwerven) als uitgangspunt voor een presentatie. De afwisseling in vaardigheden staat in de taken ten dienste van de context en de leerdoelen van de hoofdtaak. Deze wijze van aanbieden van de vaardigheden zorgt ook voor veel variatie. Dat heeft dan weer een positief effect op de motivatie van studenten (en waarschijnlijk ook op jou als docent). Vanzelfsprekend spelen 21ste-eeuwse vaardigheden in DoorEngels een grote rol. Deze vaardigheden komen in diverse variaties in de opdrachten en werkvormen terug. 2.5

Eenvoudig in te zetten niveaudifferentiatie

Elke taak kan op verschillende niveaus worden uitgevoerd. DoorEngels biedt de receptieve taken op drie niveaus aan (A2, B1 en B2) en de productieve taken op twee niveaus (A2, B1). Als student (en docent) krijg je met een licentie van DoorEngels online toegang tot alle niveaus. Voor het boek maakt de student een keuze uit A2, A2/B1 of B1/B2, afhankelijk van het niveau dat op de boekenlijst wordt vermeld. Een student kan online gemakkelijk een ‘uitstap’ maken naar een taak op een niveau hoger of lager als hij hier behoefte aan heeft, terwijl hij binnen hetzelfde thema aan dezelfde taak (vaardigheid) werkt met dezelfde studielast.

© ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 5 van 28


Niveaudifferentiatie wordt ook ondersteund in de taakuitvoering van de opdrachten. Dat geldt zeker voor de productieve taken. Studenten kunnen de productieve opdrachten en taken vaak op een hoger niveau uitvoeren als ze dat aankunnen. De rubrics helpen hierbij; studenten worden beoordeeld op het niveau van taalproductie. Stel dat een student een taak op A2 niveau maakt, kan het zijn dat de uitvoering van die taak op sommige aspecten als B1 gescoord wordt. 2.6

Flexibel: leerroutes op maat

De modulaire opzet van DoorEngels maakt dat je als docent (of student) je eigen keuzes kunt maken. Die kunnen afhangen van je eigen voorkeuren en de leerdoelen die je belangrijk vindt, of van wat jouw studenten nodig hebben of interessant vinden. Thematisch of op vaardigheid heeft elke taak weliswaar samenhang met andere taken, maar ook een eigen ‘kop en staart’: de ene taak is dus niet voorwaardelijk voor een andere. De taken vormen op zich staande, zelfstandige leereenheden. Je kunt lineair-cursorisch werken: je volgt de aangeboden thematische leerlijn. Hierbij begin je dus bij het begin (taak 1 van thema 1, enz.) en werk je thema voor thema, taak voor taak naar het eind. Je kunt ook een leerlijn van één vaardigheid of enkele vaardigheden volgen, of daaruit keuzes maken. Alle combinaties zijn in feite mogelijk. Een andere mogelijkheid is dat je een eigen leerroute samenstelt uit verschillende thema’s en/of taken, al of niet op verschillende niveaus. Zo kun je thema’s of taken in een eigen volgorde zetten en/of weglaten uit het curriculum. 2.7

Activerende didactiek

DoorEngels werkt vanuit realistische contexten die relevant zijn. De leerdoelen zijn daaraan gekoppeld en de taken werken toe naar een praktijksituatie. De praktijksituatie is in feite de ultieme toepassing van het geleerde in het generieke deel. Veelal moeten studenten een ‘probleem’ uit de toekomstige beroepspraktijk oplossen. DoorEngels maakt gebruik van activerende werkvormen, zoals het delen en uitwisselen van meningen of informatie, interviewen, reflecteren en feedback geven, het maken van een mindmap, teksten of tekstdelen reconstrueren of samenvatten en woordraadstrategieën toepassen. Ook het expliciteren van de relevantie van wat studenten gaan leren en doen en de daaropvolgende opdracht 1 (‘warming up’) zet aan tot een actieve leerhouding van studenten. Daarnaast spelen 21ste-eeuwse vaardigheden in DoorEngels een grote rol. Deze vaardigheden zijn geïntegreerd en maken deel uit van de activerende didactiek. Het gaat dan om vaardigheden als kritisch denken, creatief denken, probleemoplossing, zelfregulering (reflectie en evaluatie), informatievaardigheden en samenwerken. Bij veel opdrachten in DoorEngels moeten studenten met elkaar samenwerken. (Dit staat in de boeken telkens met een icoon aangegeven.) Samenwerkend leren is een van de krachtigste werkvormen van activerende didactiek. Het heeft een hoog leerrendement doordat het een sociale activiteit is die perfect aansluit bij hoe onze hersenen werken in sociale contacten. 2.8

Functionele ontwikkeling van de woordenschat

Het laatste hier te noemen belangrijke uitgangspunt van DoorEngels is dat studenten actief werken aan de ontwikkeling van hun woordenschat. DoorEngels besteedt systematisch aandacht aan het leren van woorden. In elke taak zijn hier opdrachten over opgenomen.

© ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 6 van 28


3

Arrangement

Het arrangement van DoorEngels bestaat uit drie edities. Een editie bestaat uit een jaar- of twee- of driejarenlicentie waarmee de student toegang heeft tot al het beschikbare materiaal op alle niveaus in de digitale online-omgeving (eDition). Tegen een meerprijs kan de student ook een leerwerkboek aanschaffen; de leerwerkboeken zijn verkrijgbaar in de niveaus A2, A2/B1 en B1/B2. In de onlineomgeving (eDition) vindt de student alle opdrachten, de Language support, de benodigde audiofragmenten, de zelftoetsen (self-tests) en extra oefenmateriaal (extra practice).

leerwerkboek A2

digitale licentie: toegang tot alle materialen leerwerkboek B1/B2

3.1

leerwerkboek A2/B1

Digitale licentie

De digitale licentie voor de student geeft toegang tot: receptieve taken op A2, B1 en B2; productieve taken op A2 en B1; het naslagwerk (Language support) behorende bij de taken; extra oefenmateriaal: Grammar, Useful phrases, Vocabulary; zelftoetsen (Self-test) per taak. De digitale licentie voor de docent geeft toegang tot: al het materiaal in de studentenlicentie; per thema kant-en-klare vaardigheidstoetsen lezen en luisteren op A2, B1 en B2; -

kennistoetsen per thema op A2, A2/B1 en B1/B2 niveau; antwoorden/uitwerkingen bij de opdrachten in de boeken; rubrics voor de praktijkopdrachten; docentenhandleiding.

Š ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 7 van 28


3.2

Leerwerkboeken

Er zijn drie leerwerkboeken. Het boek A2 heeft zowel productieve als receptieve taken op A2 niveau. Het boek A2/B1 heeft productieve taken op niveau A2, maar receptieve taken op niveau B1. Het boek B1/B2 heeft productieve taken op niveau B1 en receptieve taken op niveau B2. Achter in elk leerwerkboek vindt de student de Language support, bestaande uit vier onderdelen: Vocabulary, Useful phrases, Grammar en Strategies and examples. Ook zijn de rubrics achter in het leerwerkboek te vinden. De student kan deze gebruiken voor zelfbeoordeling of peer beoordeling. De student kan bijna alle opdrachten uitwerken in het leerwerkboek. Alleen bij langere (schrijf)opdrachten wordt er aangeraden om het antwoord in een schrift te noteren of digitaal te schrijven. Doordat bijna alle uitwerkingen in het leerwerkboek staan zie je als docent in een oogopslag waar studenten zich in het leerproces bevinden.

Š ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 8 van 28


4

Structuur van de methode

DoorEngels is – evenals DoorNederlands – ingedeeld in zeven thema’s van elk vijf taken. Elke taak heeft dezelfde opbouw en didactische structuur. Daarnaast is er voor de niveaus A2/B1 en B1/B2 een achtste thema toegevoegd: Exam training. Op niveau A2 zijn er dus vijfendertig taken, op de niveaus A2/B1 en B1/B2 zijn dat er negenendertig. 4.1

Themes

1 Lifelong learning 2 Work placement 3 Instructions and procedures 4 Working together with colleagues 5 Dealing with your target group 6 Dealing with complaints 7 Applying for a job 8 Exam training* *Het thema Exam training is een extra thema in de leerwerkboeken A2/B1 en B1/B2, omdat de centrale examens Engels op het niveau A2/B1 zijn (A2 productief, B1 receptief) – of eventueel een niveau hoger (B1/B2). In het leerwerkboek A2 is dit thema dus niet opgenomen. De content is wel voor iedereen met een licentie toegankelijk in de online-omgeving eDition. 4.2

Taken

Een belangrijk kenmerk van DoorEngels is de benadering van functioneel taalonderwijs via taaltaken. De methode is daarom opgebouwd in taken. Elk thema bestaat uit vijf taken die ieder op zich een hoofdvaardigheid centraal stellen: reading, listening, writing, speaking of conversation. De taken zijn kleine, flexibel in te zetten leereenheden die betekenisvolle leerstof in realistische contexten bevatten en die een of meer descriptoren en/of leerdoelen behandelen. Elke taak is een zelfstandige leereenheid. Er is dus geen didactische afhankelijkheid tussen taken onderling, ook al zijn ze binnen hetzelfde thema wel thematisch aan elkaar gelinkt. Een taak is opgebouwd volgens een aantal leerfasen en bestaat uit achtereenvolgens: -

een introductie met een overzicht van leerdoelen en theorie en een warming up-opdracht; een generiek deel (In daily life) met opdrachten, afgesloten met een Self-test van de kennisonderdelen; een praktijkgericht deel (At work); toetsing.

De twee receptieve taken hebben nog een onderdeel ‘Exam practice’ met een leestekst of een videofragment met gesloten vragen. Dit onderdeel sluit qua opzet en structuur aan bij de centrale examens.

© ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 9 van 28


4.3

Studielast

De taken hebben de volgende studielasturen (SLU). reading: 4 SLU listening: 3 SLU writing: 2 SLU speaking: 1,5 SLU conversation: 1,5 SLU Deze studielast is exclusief toetsing en extra oefenen. De totale netto studielast van een thema bedraagt dus 12 SLU. 4.4

Didactische structuur

Elk thema kent een vaste opbouw van leerfasen. Leerfase 1 Een thema start met een introductie op het thema en de daarin voorkomende taaltaken: -

-

de titel van het thema; een korte tekst waarin de relevantie van het thema in relatie tot de taaltaken wordt uitgelegd. Deze kern is een activerende beschrijving van wat er aan bod gaat komen in de verschillende taken en waarom het thema van belang is voor de student; een overzicht van de kerninhoud van de taaltaken.

Na deze leerfase volgen de leerfases van een taak. In elke taak hebben deze dezelfde structuur. Leerfase 2 Introductie van een taak. Het belangrijkste doel is om de relevantie van de taak en de benodigde oefening over te brengen op de student. De introductie bestaat uit de volgende onderdelen: -

-

de titel van de taak; een korte tekst waarin de relevantie van de taak wordt geschetst; een overzicht van de leerdoelen. Onder ‘You will practice’ staat welke ERK descriptoren aan bod komen in de taak. De ERK-descriptoren zijn in versimpeld Engels opgeschreven. Onder ‘Language support’ staat een opsomming van de kennisonderdelen die aan bod komen. Language support omvat vier onderdelen, die elk hun eigen herkenbare kleur hebben: Vocabulary (geel), Useful phrases (groen), Grammar (donkerblauw), Strategies and examples (lichtblauw). De handige nummering van de Language support onderdelen zorgt ervoor dat de student achter in het boek snel de juiste informatie vindt. Bij online werken (eDition) klikt de student eenvoudigweg op het desbetreffende theorieonderdeel bij de opdracht; opdracht 1 ‘Warming up’. In deze opdracht gaat de student direct aan de slag in de werkcontext. Het is in die zin een ‘preview’ van het At work onderdeel aan het einde. Hierna gaat de student aan de slag met In daily life, wetende waar hij of zij naartoe werkt.

In de introductie kunnen de studenten goed zien wat er van hen wordt verwacht. Ze kunnen tijdens het werken aan de opdrachten in de taak en de praktijkopdracht hierop terugvallen. Leerfase 3 In daily life is het onderdeel van de taak waarin de student werkt aan de leerdoelen (ERK) en de kennisonderdelen en strategieën (Language support) die aan het begin van de les worden genoemd. De context van de opdrachten is situaties in het dagelijks leven.

© ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 10 van 28


In de opdrachten wordt veel geoefend met de hoofdvaardigheid, maar er wordt ook aandacht besteed aan de ondersteunende vaardigheden. Zo zit er bijvoorbeeld ook altijd een luisteropdracht in een spreektaak. Daarnaast zijn er opdrachten die expliciet oefenen met de kennisonderdelen. In alle taken komen oefeningen voor waarin wordt gewerkt aan Vocabulary en Grammar (of sporadisch: uitspraak of spelling). Bij de schrijf-, spreek- en gesprekstaken komen daarnaast ook Useful phrases aan bod. De kennisonderdelen zijn ondersteunend voor de vaardigheden. Het doel van het oefenen met de kennisonderdelen is dat de student de nieuwverworven kennis zo snel mogelijk in de praktijk kan brengen. Daar wordt in de taak naar toe gewerkt. Zie bijvoorbeeld de Useful phrases; daar wordt vroeg in de taak expliciet mee geoefend (de student maakt bijvoorbeeld een oefening waarbij de juiste betekenis van de phrases gekozen moet worden), en later in de taak gebruikt de student ze zelf in een gesprek met een medestudent. De opdrachten bieden een doorlopende leerlijn en zijn voorwaardelijk voor een goede toepassing in het praktijkdeel van de taak. Leerfase 4 Toepassing van vaardigheden. De toepassing van de geoefende hoofdvaardigheid met de daarbij ondersteunende theorie uit het generieke deel, vindt plaats in de praktijkopdracht ‘At work’ aan het eind van de taak. De praktijkopdracht wordt door de studenten uitgevoerd binnen een praktijkgerichte context. Hier vindt dus transfer plaats van de ingeoefende hoofdvaardigheid van een generieke, algemene/maatschappelijke context naar een praktische, beroepsgerichte context. De praktijkopdracht kan een zeer leerzame ervaring voor de studenten zijn. Je kunt overigens ook een taak beginnen met de praktijkopdracht en daarbij ‘omgekeerd’ werken. At work bestaat uit vier onderdelen: 1. Situation - hierin wordt de context van de taak geschetst; wat moet er gebeuren en waarom is dat nodig? 2. Preparation – de voorbereidingsfase bestaat uit twee steps. Ten eerste krijgt de student de kans om de Language support te bestuderen. Dat zijn de onderdelen waarmee eerder is geoefend, aangevuld met de speciale Vocabulary at work, en in sommige gevallen nog extra Language support die handig is bij de uitvoer van de taak. Ten tweede wordt de student erop gewezen om de evaluatiecriteria te bekijken; zo weten ze precies wat er van hen verwacht wordt bij de uitvoering van de taak. 3. Practical assignment – de student volgt de steps en voert de taak uit. De steps zijn uniek voor iedere taak; het kan zijn dat er een tekst gelezen moet worden, een brainstorm gehouden moet worden, of een mindmap gemaakt moet worden. Bij de uiteindelijke uitvoering van de taak wordt de proef op de som genomen; beheerst de student de leerdoelen? 4. Evaluation – de evaluatiecriteria zijn op maat gemaakt bij de taak. Het onderdeel Evaluation is voor receptieve taken iets anders dan voor productieve taken. Bij receptieve taken zijn de criteria die in de tabel staan leidend; op basis daarvan kan de taak geëvalueerd worden. Bij de productieve taken zijn de beoordelingscriteria de randvoorwaarden voor een succesvolle uitvoering van de opdracht; als aan die voorwaarden is voldaan kan de uitvoer van de taak verder geëvalueerd worden. Het is dus een checklist voor de student. Om daadwerkelijk te evalueren waar hij/zij staat op het bied van schrijf-, spreek-, of gespreksvaardigheid wordt gebruik gemaakt van rubrics.

© ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 11 van 28


Leerfase 5 Evaluatie, reflectie en toetsing. Zie hoofdstuk 8. Productieve taken worden, zoals hierboven bij leerfase 4 al aangestipt, afgesloten met een concreet product dat beoordeeld wordt op basis van evaluatiecriteria en een rubric. Dit is een formatieve evaluatie van de leerdoelen in de taak, hoewel het ook mogelijk is om de productieve taken voor summatieve toetsing in te zetten. Receptieve taken kunnen worden afgesloten met een te becijferen vaardigheidstoets. Dit is een summatieve toetsing van de leerdoelen in de taak. Deze toetsen zijn echter ook als formatieve toetsing in te zetten als je de studenten de mogelijkheid biedt om zich op diverse punten of leerdoelen te verbeteren waarop in de toets niet goed werd gescoord. Ook kun je de becijfering achterwege laten, omdat het geven van cijfers toch het effect van ‘afrekenen’ op de studenten heeft. Bij de planning van deze formatieve functie kan het taak-/leerdoelenoverzicht uit bijlage 1A en 1B van pas komen. Aan het eind van het generieke deel van elke taak (‘In daily life’) kun je de taak laten afsluiten met een zelftoets (‘Self-test’), die in de digitale online-omgeving (eDition) van DoorEngels staat. Studenten kunnen de zelftoets volledig zelfstandig maken. De zelftoetsen gaan over de Vocabulary, Grammar en Useful phrases die aan bod zijn gekomen in de taak. De Self-test bevat feedback.

© ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 12 van 28


5

Rol van de Language support

De Language support, die je achter in het boek vindt, bestaat uit de onderdelen Vocabulary, Useful phrases, Grammar en Strategies and examples. De Language support in DoorEngels is een hulpmiddel, ter ondersteuning bij het uitvoeren van de opdrachten in de taken. De Language support is de ‘gereedschapskist’, een achterliggend kader voor elke student en heeft een naslagfunctie. Een groot voordeel van deze wijze van aanbieden van theorie is dat studenten altijd en overal theorie kunnen opzoeken, ook als ze in een taak werken waar bepaalde theorie niet wordt toegepast. 5.1

Corpus

DoorEngels houdt rekening met wat voor een mbo student zinvol is aan theorie in een naslagfunctie. Niet ‘alle’ theorie van het Engels wordt in DoorEngels behandeld. Compleetheid is niet het uitgangspunt, maar praktische bruikbaarheid. 5.2

Verwerking van Language support in de taken

Studenten moeten in staat zijn om de Language support onderdelen toe te passen in een betekenisvolle context, zowel generiek als specifiek in het beroep, ook al bestaan er uiteraard verschillen tussen talige beroepen en minder talige beroepen. In iedere taak van DoorEngels wordt verwezen naar specifieke onderdelen van de Language support. In iedere taak komt Vocabulary en Grammar aan bod. In de taken voor writing, speaking en conversation worden daarnaast Useful phrases aangeboden. Wanneer relevant worden ook Strategies and examples aangeboden. Aan het begin van iedere taak staat een opsomming van welke Language support onderdelen aan bod komen in die taak. Sommige Language support wordt in meerdere taken aangeboden. Bepaalde strategies zoals ‘How to scan a text’ komen regelmatig aan bod in leestaken. Het toepassen van de geleerde strategieën en kennis gebeurt actief in de generieke opdrachten van elke taak (‘In daily life’), maar natuurlijk leren de studenten ook in het praktijkdeel. In de praktijkopdracht (‘At work’) hebben de studenten dezelfde Language support ook weer nodig. In de stap ‘Preparation’ krijgen de studenten de kans om de Language support nog een keer te bestuderen. Daar kunnen ze naar eigen inzicht en behoefte gebruik van maken. In At work wordt ook nieuwe Language support aangeboden, die specifiek relevant is voor de praktijktaak. In alle taken wordt in At work verwezen naar Vocabulary at work; woorden die je op het werk nodig hebt. Het kan ook zijn dat er naar andere, nieuwe Language support onderdelen wordt verwezen die specifiek relevant zijn voor de praktijktaak. Aan het begin van iedere taak staat een overzicht met de nummers van de Language support die aan bod komen in de taak – zowel wat aan bod komt in In daily life, als wat aan bod komt in At work. Zo weet de student altijd wat hij/zij moet leren voor een toets. Los van die ‘leerstof, wordt de Language support ook wel eens als vrijblijvend hulpmiddel aangeboden bij een opdracht. Bijvoorbeeld als een student een medestudent feedback moet geven over een schrijfopdracht, kan hij verwezen worden naar de Useful phrases ‘How to give and receive feedback’. De Language support geeft de student dan net dat beetje ondersteuning, waardoor hij/zij zich beter kan richten op de inhoud van de opdracht, waar het om gaat. Zie bijlage 2A, 2B en 2C voor een overzicht van de Language support in de taken.

© ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 13 van 28


5.3 Language support: de vier onderdelen toegelicht Vocabulary Bij iedere taak wordt naar twee Vocabulary-onderdelen in de Language support verwezen: Vocabulary in daily life en Vocabulary at work. Het nummer van Vocabulary in daily life is uniek voor iedere taak. Dit is een lijst met woorden die de student kan gebruiken bij het uitvoeren van de opdrachten in het In daily life gedeelte van een taak. Het zijn zoveel mogelijk hoogfrequente woorden die ook bruikbaar zijn in veel andere situaties in het dagelijks leven. Het nummer van Vocabulary at work is hetzelfde voor alle taken binnen een thema. Het gaat hier om vrij algemeen voorkomende woorden die in bijna elk beroep of vakgebied worden gebruikt en relevant zijn voor de student. Binnen het thema ‘Lifelong learning’ gaat het dan bijvoorbeeld om woorden als ‘graduate’, ‘network meeting’ en ‘soft skills’. In de receptieve taken bevat Vocabulary in daily life woorden die de student receptief moet leren; hij moet de betekenis kunnen begrijpen. Bij de Vocabulary in daily life bij de productieve taken is het andersom; dit zijn woorden die de student zelf actief moet kunnen gebruiken. In de Language support is dan ook te zien dat de Vocabulary in daily life bij de receptieve taken EN-NL is geordend, en de Vocabulary in daily life bij de productieve taken NL-EN. De woorden worden in de Language support altijd aangeboden in een contextzin. Useful phrases Useful phrases zijn handige zinnen of chunks die de leerling direct kan inzetten in gesprekken of schrijfproducten. De Useful phrases gaan altijd over een bepaalde taalsituatie, zoals ‘how to offer solutions’, ‘how to express understanding’ of ‘how to ask for help and advice’. Grammar Zie het overzicht bijlage 3 ‘Language support: Table of contents’ voor een overzicht van welke grammaticaonderdelen aangeboden worden. Naast grammatica bevat dit deel van de Language support ook enkele onderdelen die te maken hebben met spelling en uitspraak. Strategies and examples Dit onderdeel bevat strategieën op het gebied van lezen, luisteren, schrijven, spreken en gesprekken voeren, zoals ‘how to scan a text’ en ‘how to write a summary’. Ook komen woordraadstrategieën en compensatiestrategieën aan bod. De theorie is waar mogelijk aangevuld met praktische voorbeelden, zoals bijvoorbeeld bij ‘how to write a professional email’ en ‘how to compose a CV’.

© ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 14 van 28


8

Toetsing

DoorEngels besteedt veel aandacht aan evaluatie, reflectie en toetsing. Zowel voor DoorEngels als DoorNederlands is speciaal een gefundeerde toetsvisie ontwikkeld, waarbij een van de uitgangspunten is dat de kwaliteit van de toetsen hoogwaardig moet zijn. Jij als docent, maar natuurlijk ook de studenten, hebben alleen baat bij toetsen die werken. 8.1

Uitgangspunten toetsvisie

Toetsen helpen studenten op weg naar het beheersen van competenties, taalvaardigheid en einddoelen (examens) en zijn onderdeel van het leerproces. De toetsen bij DoorEngels kunnen het leren en de voortgang positief beïnvloeden. Toetsen bieden jouw studenten ruimte om te leren. Bij het toetsproces staan de student en de leerdoelen centraal. Samen met je studenten kijk je naar de betekenis van de leerdoelen aan het begin van elke taak en bepaal je welk resultaat de studenten moeten opleveren. Studenten bekijken waar ze staan ten opzichte van de leerdoelen. Hiervoor gebruiken ze formele instrumenten (toetsen en rubrics) en putten ze uit hun eigen ervaringen uit informeel leren. Studenten halen en brengen ook actief informatie bij medestudenten door het vragen en geven van feedback. Feedback geven en ontvangen is onderdeel van het leerproces en een formatieve evaluatie bij uitstek. Uiteraard geef jij als docent ook feedback. DoorEngels werkt met leereenheden die flexibel inzetbaar zijn. Deze modulaire opbouw maakt modulair toetsen mogelijk: de toetsvormen passen bij de taak en de leerdoelen, en de toetsen bij de ene taak zijn onafhankelijk van die van een andere taak. De toetsen van DoorEngels zijn een mix van efficiënte toetsen en beoordeling van praktijkopdrachten. Om te zien waar studenten staan ten opzichte van de leerlijn moeten ze inzicht krijgen in hun ontwikkeling. Leerlijn en toetslijn vormen in DoorEngels dan ook een samenhangend geheel. Toetsen zijn een onmisbaar onderdeel van het leerproces. Dat geldt voor zowel summatieve als formatieve toetsen. Je kunt toetsen gebruiken om studenten inzicht te geven in hun groei en ze te motiveren zonder ze met een cijfer af te rekenen op het resultaat. 3 Resultaten laten zien wat studenten al beheersen en waar ze nog aan moeten werken. Toetsen helpen studenten ook bij het nadenken over de beste aanpak van de volgende leerstap. Studenten zijn met name bij formatief evalueren gericht op het beoordelen van hun eigen werk en daardoor op de verbetering van hun vaardigheden. Ook kunnen ze van elkaar leren door samen te werken: formatieve evaluatie zet de deur open naar elkaars kennis en kunde. De kracht zit in een combinatie tussen summatief en formatief evalueren. DoorEngels biedt daarom doelbewust een mix van deze toetsvormen aan.

3

Twee lezenswaardige publicaties: Tijl Koenderink & Roland Louwerse, Is het voor een cijfer? Motivatie in het onderwijs: van containerbegrip naar hanteerbaar concept. Novilo, Venlo 2013 en Dylan William (vert. René Kneyber), Cijfers geven werkt niet. Ten Brink Uitgevers/Didactief, 2013.

© ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 15 van 28


8.2

Uitwerking toetsing

DoorEngels biedt de volgende toetsen en evaluatievormen. Toets

Wat wordt getoetst

Hoe beoordeeld

Aantal toetsen

Self-test

Vocabulary, Grammar en eventueel Useful phrases die in de taak aan bod komen

35 x A2 35 x B1 35 x B2

Kennistoets

Vocabulary, Grammar en eventueel Useful phrases die in het thema aan bod komen

Vaardigheidstoets reading

Leesvaardigheid – gelinkt aan ERK-descriptoren die in de taak behandeld zijn

Vaardigheidstoetsen listening

Luistervaardigheid – gelinkt aan ERK-descriptoren die in de taak behandeld zijn

At work praktijktaak writing

Schrijfvaardigheid – de ERKdescriptoren en Language support waarmee In daily life is geoefend. Deze At work taak kan als toets ingezet worden. Spreekvaardigheid – de ERKdescriptoren en Language support waarmee In daily life is geoefend. Deze At work taak kan als toets ingezet worden. Gespreksvaardigheid – de ERK-descriptoren en Language support waarmee In daily life is geoefend. Deze At work taak kan als toets ingezet worden.

De toets wordt digitaal afgenomen en de leerling kan zijn eigen resultaat zien + ontvangt feedback. De toets wordt op papier afgenomen. Wordt met antwoordblad geleverd. De toets wordt op papier afgenomen. Wordt met antwoordblad geleverd. De toets wordt op papier afgenomen. Wordt met antwoordblad geleverd. Beoordelingscriteria + rubric

At work praktijktaak speaking

At work praktijktaak conversation

Gem. toetsduur 20 minuten

7 x A2 7 x B1 7 x B2

45 minuten

7 x A2 7 x B1 7 x B2

45 minuten

7 x A2 7 x B1 7 x B2

45 minuten

7 x A2 7 x B1

variabel

Beoordelingscriteria + rubric

7 x A2 7 x B1

variabel

Beoordelingscriteria + rubric

7 x A2 7 x B1

variabel

Toetsing van kennisonderdelen; Vocabulary, Useful phrases, Grammar De kennisonderdelen kunnen per taak worden getoetst door middel van de Self-test, of er kan een kennistoets afgenomen worden die gaat over alle kennisonderdelen in het thema (vijf taken). Self-test De Self-test per taak toetst de volgende Language support onderdelen: Vocabulary, Grammar en Useful phrases. Dit zijn korte, digitale toetsen met gesloten vragen. De Self-tests zijn gericht op toepassing. Ze zijn zo opgezet dat de student ze zelfstandig kan doen in de online-omgeving (eDition). Studenten kunnen de Self-test maken op een zelfgekozen moment of op advies van de docent.

© ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 16 van 28


De digitale self-tests met gesloten vragen zijn efficiënt en objectief. De resultaten zijn direct beschikbaar voor de student en hij kan de gemaakte toets zelfstandig doornemen. De feedback bij de zelftoetsen is zeer uitgebreid, met verwijzingen naar de Language support, en vervangt een nabespreking of extra uitleg door de docent; in principe kunnen de studenten de uitslag en feedback zelfstandig doornemen en er hun voordeel mee doen. Kennistoetsen Als docent kun je in de online-omgeving (eDition) kennistoetsen vinden. Deze worden compleet met een antwoordmodel geleverd. Toetsing van receptieve taken De receptieve vaardigheden (lezen en luisteren) worden centraal geëxamineerd. De examens worden aangeboden op niveau B1 en B2 en hebben een bepaalde, gestandaardiseerde vorm. DoorEngels bereidt hier in de receptieve taken op B1 en B2 niveau daarom uitgebreid op voor en sluit met receptieve vaardigheidstoetsen op die vorm aan. Deze toetsen zijn niet digitaal beschikbaar.4 Er is gekozen voor een toetsvorm die lijkt op de digitale vorm van het centraal examen met gesloten vragen.5 De vraagvormen komen overeen met die van het examen. De vaardigheidstoetsen zijn objectieve, summatieve toetsen die de leerdoelen in een receptieve taak afsluiten Natuurlijk hebben deze toetsen ook een formatieve waarde: ze leveren informatie waarmee de student zijn lees-/luistervaardigheden én examenvoorbereiding kan optimaliseren. Toetsing van productieve taken De focus van DoorEngels ligt op de beroepspraktijk; daarom is het essentieel dat studenten met realistische praktijkopdrachten werken. Voor het maximale leereffect worden de vaardigheden writing, speaking en conversation geoefend en beoordeeld in taken met een realistische context. Aan het einde van een productieve taak vindt evaluatie plaats. Dat begint met het bekijken van de criteria; er moet aan alle criteria voldaan worden om het gesprek, de monoloog of het schrijfproduct verder te kunnen beoordelen. De criteria zijn vanaf het begin zichtbaar voor de student. De student kan dus, door zich goed voor te bereiden, zorgen dat hij of zij de taak uitvoert zoals bedoeld. Deze evaluatie om te beslissen of de criteria behaald zijn, kan door de student zelf gebeuren, door een medestudent, of door de docent. Als aan de criteria voldaan is, kan de prestatie van de student vervolgens verder beoordeeld worden door de rubric die achterin het boek staat. Rubrics Om inzicht te krijgen in waar studenten nu staan en wat ze moeten doen om verder te komen, maakt DoorEngels gebruik van rubrics. Er zijn rubrics voor writing, speaking en conversation, gericht op niveau A2 en B1. De rubrics zijn gebaseerd op wat in het ERK bij de taakuitvoering staat omschreven. In de rubrics voor A2 worden evaluatiecriteria op niveau A1 tot en met B1 beschreven. Zo ziet een leerling niet alleen wat het streefniveau is, maar ook wat het betekent om daarnaar op weg te zijn, en hoe de volgende stap er uit ziet. De rubrics voor B1 taken beschrijven de niveaus A2 tot en met B2. Een rubric geeft inzicht in de evaluatiecriteria van een vaardigheid en beschrijft precies wat de output is die past bij een bepaald ERK-niveau.

4

De vaardigheidstoetsen zijn summatieve toetsen. De studenten krijgen hier een cijfer voor. Met het oog op fraudegevoeligheid is een ‘ouderwetse, maar vertrouwde’ schriftelijke afname van deze toetsen de op dit moment veiligste manier van summatief toetsen. 5 Zie ook de oefenexamens van Facet of op de site van het CvTE.

© ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 17 van 28


De rubrics zijn zo gemaakt dat niet alleen docenten, maar ook studenten ze kunnen gebruiken om elkaar te beoordelen De At work taken van de productieve vaardigheden (writing, speaking, conversation) zijn uitermate geschikt om als vaardigheidstoets in te zetten en kunnen zowel formatief als summatief beoordeeld worden. De rubrics staan achter in het leerwerkboek en zijn ook in de online omgeving te vinden. Voorbereiding op het examen Sinds 2015-2016 worden bij Engels (en Nederlands) centrale examens voor de vaardigheden lezen en luisteren afgenomen. De centrale examens zijn alleen voor de studenten bedoeld die op kwalificatieniveau 4 een opleiding volgen en zijn voor hen verplicht. De centrale examens worden aangeboden op referentieniveaus B1 en B2. Normaal gesproken doet een student examen op niveau B1, maar na goedkeuring van de examencommissie is het ook mogelijk voor een student om op niveau B2 examen te doen. De inhoud van de centrale examens is generiek en sluit aan bij de eisen van het Referentiekader. De centrale examens vallen onder de bestuurlijke en inhoudelijke verantwoordelijkheid van het College voor Toetsen en Examens (CvTE), een overheidsorgaan van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), en worden in opdracht van het CvTE door Cito ontwikkeld. De centrale examens zijn gestandaardiseerde toetsen met gesloten vragen die ieder jaar ontwikkeld worden. De afname van deze examens in de scholen vindt centraal plaats in de digitale omgeving Facet, in beheer bij Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). De beoordeling van de centrale examens gebeurt ook centraal. Je kunt studenten laten oefenen met voorbeeldexamens op de websites van Facet of Examenbladmbo. De vaardigheden schrijven, spreken en gesprekken voeren worden geëxamineerd met instellingsexamens. Er wordt geëxamineerd op niveau A2, maar ook hier geldt dat het mogelijk is om op een hoger niveau (B1 of zelfs B2) examen te doen met goedkeuring van de examencommissie. Scholen mogen zelf instellingsexamens ontwikkelen, mits ze aan de exameneisen voldoen en gecertificeerd zijn. De beoordeling gebeurt door de scholen zelf. De resultaten voor Engels tellen mee in de slaag/zak-regeling: Voor Nederlands, rekenen en Engels moet de student ten minste een 5 hebben en twee van de vakken moeten ten minste een 6 zijn. Vrijstellingen zijn niet meer mogelijk. De minimale cijferlijst om te slagen is dus 5, 6, 6 voor deze drie vakken.6 De cijfers voor CE en IE op de kwalificatieniveaus 3 en 4 tellen elk voor 50% mee voor het eindcijfer. DoorEngels helpt studenten in de voorbereiding op het centrale examen en de instellingsexamens. Achteraan iedere lees- en luistertaak vindt de student het onderdeel Exam practice. Zo wordt systematisch, vanaf de eerste taak, voorbereid op het centrale examen. De vraagstelling is hier gelijk aan de vraagstelling op de centrale examens – studenten raken op die manier al vroeg vertrouwd met de opzet van de centrale examens.

6

Bij het schrijven van deze handleiding versie 1.0 (augustus 2019) is dit de stand van zaken. Wijzigingen in de slaag/zak-regeling worden ruim van tevoren aangekondigd en gepubliceerd door het College voor Toetsing en Examens in het Examenbladmbo: zie www.examenbladmbo.nl. Meer informatie is ook te vinden op de site van het Steunpunt taal en rekenen mbo.

© ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 18 van 28


DoorEngels bereidt uiteraard ook voor op de instellingsexamens van de productieve vaardigheden. In de opdrachten van de taken schrijven, spreken en gesprekken komen deze vaardigheden uitvoerig aan bod met als uitgangspunt dat de taalvaardigheid contextrijk wordt ontwikkeld vanuit diverse generieke situaties. De studenten werken in het praktijkdeel van de taak aan een relevante praktijkopdracht in de context van het beroep. Deze praktijkopdrachten geven tegelijkertijd een goed beeld van hoe de meeste opdrachten uit de instellingsexamens zijn opgesteld. Daarnaast biedt DoorEngels een apart thema Exam training (Theme 8) aan voor alle vaardigheden, voor lezen en luisteren op de niveaus B1 en B2 en voor schrijven, spreken en gespreksvaardigheid op de niveaus A2 en B1. Daar worden speciaal strategieën en oefenstof aangeboden die ingaan op de vorm, de vraagstelling, de inhouden en de organisatie van de examens bij Engels. Dit thema is in samenwerking met het Instituut voor Taalonderzoek en Taalonderwijs Amsterdam (ITTA) van de Universiteit van Amsterdam ontwikkeld. 8.3

Eigen observaties en kwaliteitscyclus school

Natuurlijk vorm jij je als docent een indruk van de prestaties en het leerproces van je studenten. Jouw eigen observaties zijn ook een vorm van toetsing. Samen met jouw observaties geven de toetsen en evaluatie-instrumenten van DoorEngels jou een beeld van de taalvaardigheid van studenten. Je kunt je eigen observaties meenemen om te kijken of studenten klaar zijn voor of met een leerdoel of een taak. Daarbij kun je gebruikmaken van applicaties als Kahoot of bijvoorbeeld een ‘dilemma’-discussie met de studenten voeren over een doel of onderwerp uit het thema of de taak. Tools als Kahoot zijn prima in te zetten als een vorm van formatieve evaluatie. De meeste studenten vinden het ook leuk om hiermee bezig te zijn, zeker als je er een wedstrijdelement aan toevoegt. Feedback en je eigen observaties kunnen de studenten meenemen in hun reflectie. Wissel tips en tools uit in je vaksectie. Andere vormen van reflectie zijn de volgende: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Studenten maken een mindmap. Studenten maken een prikbord. Studenten maken een online brainstorm. Studenten maken een quiz. Studenten maken flashcards. Studenten maken een woordwolk of woordweb.

Toetsen geven ook jou als docent, je collega’s, vakgroep en school ruimte om te leren. Toetsen leveren informatie om het leertraject aan te passen aan de ontwikkeling van de studenten en hebben daarmee een evaluatieve functie voor jouw onderwijs. Neem het bekijken van de toetsresultaten en vervolgacties op in een kwaliteitscyclus van de school. Bespreek met collega’s of de vakgroep hoe de toetsing verloopt.

© ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 19 van 28


9

Hoe werk je met DoorEngels?

Š ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 20 van 28


Š ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 21 van 28


Š ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 22 van 28


9.1

Verschillen A2, B1 en B2

Alle reading en listening taken in DoorEngels worden aangeboden op niveau A2, B1 en B2. De writing, speaking en conversation taken worden aangeboden op niveau A2 en B1. Doordat een licentie toegang geeft tot al het lesmateriaal, kan iedere student op zijn eigen niveau werken. Waar mogelijk is het onderwerp van de praktijktaak gelijk voor de verschillende niveaus. Soms is de taak echter wezenlijk anders om relevant te zijn voor iedere student. De taken werken hetzelfde voor alle niveaus. Ook is de instructietaal Engels voor alle niveaus. Zo wordt er rekening gehouden met de niveauverschillen: 9.2

De lengte en het taalniveau van de bronnen zijn afgestemd op het ERK-niveau en de descriptoren die aan bod komen in een taak. De lat ligt hoger voor de output die verwacht wordt in de productieve taken; dit is terug te zien in de rubrics die per ERK-niveau zijn gemaakt. Bij de hogere ERK-niveaus zijn de onderwerpen en contexten soms abstracter. De Engelstalige instructieteksten zijn afhankelijk van het niveau korter en concreter. Het kiezen van taken

Je kunt met DoorEngels heel gemakkelijk modulair werken. Elke taak staat op zichzelf en hangt alleen thematisch samen met andere taken uit hetzelfde thema. Je kunt dus zelf keuzes maken en bijvoorbeeld taken overslaan. Bekijk het leerstofoverzicht bij het selecteren van taken, zo zie je meteen welke leerdoelen je behandelt met een bepaalde taak en welke kennisonderdelen en strategieën aan bod komen. Het kiezen van opdrachten Binnen de meeste taken kun je ook selectief te werk gaan en een of twee opdrachten overslaan. De taken in DoorEngels zijn volgens een vaste structuur opgebouwd. In sommige taken is daarvan afgeweken, maar in de meeste taken zul je deze structuur herkennen. Zie de structuur hieronder. Die kan je helpen om snel te beoordelen welke opdrachten relevant zijn voor jouw studenten. reading 4 SLU

listening 3 SLU

writing 2 SLU

speaking 1,5 SLU

conversation 1,5 SLU

Introtekst

Introtekst

Introtekst

Introtekst

Introtekst

You will practise (leerdoelen) Opsomming Language support onderdelen

You will practise (leerdoelen) Opsomming Language support onderdelen Warming up (activerend, werkcontext)

You will practise (leerdoelen) Opsomming Language support onderdelen

You will practise (leerdoelen) Opsomming Language support onderdelen

You will practise (leerdoelen) Opsomming Language support onderdelen

Warming up (activerend, werkcontext)

Warming up (activerend, werkcontext)

Warming up (activerend, werkcontext)

Introtekst

Introtekst

Introtekst

Introtekst

Introtekst

Reading bij tekstbron 1 (globaal)

Listening bij audio/video 1 (globaal)

Tekstbron 1 als voorbeeld – opdracht Useful phrases

Audio-/videobron 1 als voorbeeld + opdracht Useful phrases

Audio-/videobron 1 als voorbeeld _ opdracht Useful phrases

Intro

1

Warming up (activerend, werkcontext) In daily life 2

© ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 23 van 28

1

2


3

Reading bij tekstbron 1 (intensief)

Listening bij audio/video 1 (intensief) Vocabulary receptief

Vocabulary receptief

Vocabulary receptief

Vocabulary receptief

3

4

Vocabulary receptief

Vocabulary productief

Vocabulary productief

Vocabulary productief

4

5

Speaking / conversation / writing

Reading of writing

Writing (halfgeleid met Useful phrases en Vocabulary)

Speaking (halfgeleid met Useful phrases en Vocabulary)

5

6

Grammar (1)

Grammar (1)

Grammar (1)

Grammar (1)

Conversation (halfgeleid met Useful phrases en Vocabulary) Grammar (1)

7

Grammar (2)

Grammar (2)

Grammar (2)

Grammar (2)

Grammar (2)

7

8

Reading bij tekstbron 2 (globaal)

Reading (met tekstbron 2 als input)

Reading met tekstbron 1 als input)

Reading (met tekstbron 1 als input)

8

9

Reading bij tekstbron 2 (intensief)

Listening bij audio/video 2 (globaal) Listening bij audio/video 2 (intensief)

Writing met tekstbron 2 als input (ongeleid, met Useful phrases en Vocabulary)

Speaking / conversation / writing (andere skill dan bij opdracht 5) At work

Speaking / conversation / writing (andere skill dan bij opdracht 5)

n.v.t.

Conversation met tekstbron 1 als input (ongeleid, met Useful phrases en Vocabulary) n.v.t.

9

10

Speaking met tekstbron 1 als input (ongeleid, met Useful phrases en Vocabulary) n.v.t.

Practical assignment volgens format Exam practice

Practical assignment volgens format

Practical assignment volgens format

Practical assignment volgens format

Practical assignment volgens format

Examenopdracht alleen voor B1 en B2 Language support

Examenopdracht alleen voor B1 en B2

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Vocabulary in daily life Vocabulary at work n.v.t.

Vocabulary in daily life Vocabulary at work Useful phrases

Vocabulary in daily life Vocabulary at work Useful phrases

Vocabulary in daily life Vocabulary at work Useful phrases

Grammar

Grammar

Grammar

Grammar

Grammar

Strategies and examples (indien nodig)

Strategies and examples (indien nodig)

Strategies and examples (indien nodig)

Strategies and examples (indien nodig)

Strategies and examples (indien nodig)

Vocabulary in daily life Vocabulary at work

9.3

Online werken

Alle thema’s van DoorEngels zijn ook digitaal in de online-omgeving (eDition) beschikbaar. Dat geldt ook voor de Language support en de rubrics die achterin de leerwerkboeken staan. Daarnaast biedt DoorEngels extra oefeningen (‘Extra practice’) op het gebied van Vocabulary, Useful phrases en Grammar in de online-omgeving (eDition) aan. Deze stof is zo opgezet dat de studenten deze zelfstandig kunnen doorwerken. Je kunt de studenten hier af en toe aan laten werken, buiten de lessen om, of ze zelf laten kiezen welke oefeningen ze doen. Online maken studenten ook de Self-test aan het einde van het generiek deel van de taak (At work). © ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 24 van 28

6

10


BIJLAGE 1A/B/C Taak-/leerdoelenoverzicht A2 – A2/B1 – B1/B2 De taak-/leerdoelenoverzichten A2 en A2/B1 en B1/B2 vind je op de docentenstartpagina van de online-omgeving van DoorEngels.

BIJLAGE 2A/B/C Taak-/theorieoverzicht A2 – A2/B1 – B1/B2 De taak-/theorieoverzichten A2 en A2/B1 en B1/B2 vind je op de docentenstartpagina van de onlineomgeving van DoorEngels.

© ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 25 van 28


BIJLAGE 3

Language support – table of contents

Vocabulary In daily life At work

Useful phrases 1 How to agree / disagree 2 How to apologise 3 How to ask for and give approval 4 How to ask for information 5 How to ask for help and advice 6 How to ask for opinions and give your own opinion 7 How to ask someone to repeat themselves 8 How to check for understanding 9 How to compare options 10 How to describe places 11 How to describe what happened 12 How to describe your skills and talents 13 How to draw conclusions 14 How to express likes or dislikes 15 How to express understanding 16 How to express worry or concern 17 How to give a presentation 18 How to give and ask for detailed information 19 How to give and ask for directions 20 How to give and receive feedback 21 How to give instructions 22 How to inform someone of likely events 23 How to interrupt politely 24 How to introduce a subject 25 How to make an announcement 26 How to make a complaint 27 How to make an appointment 28 How to make suggestions 29 How to negotiate 30 How to offer solutions 31 How to paraphrase 32 How to react to surprising news 33 How to report on observations 34 How to say that you (don’t) understand 35 How to say what someone was doing when something important happened 36 How to sell something 37 How to summarise 38 How to talk about jobs to be done 39 How to talk about long-term goals 40 How to talk about past experiences 41 How to talk about short-term goals

© ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 26 van 28


42 How to talk about things you are passionate about 43 How to talk about recent accomplishments 44 How to talk on the phone 45 How to thank people 46 How to write a letter of application 47 How to write a cover letter 48 How to write a self-assessment

Gammar 1 How to talk about the present using the present simple 2 How to talk about the present using the present continuous 3 How to talk about the future (using will, shall and to be going to) 4 How to talk about the future (using the present continuous and the present simple) 5 How to talk about the past (using the past simple) 6 How to talk about the past (using the past continuous) 7 How to talk about the past (using the past simple and the past continuous) 8 How to talk about the past (using the present perfect) 9 How to use the irregular verbs: past simple – present perfect 10 How to use if-clauses 11 How to tell someone what (not) to do 12 How to use the passive voice 13 How to use verbs of ability, possibility and permission (can, could, may, be allowed to, be able to) 14 How to use must, have to and should (to express ‘moeten’) 15 How to use let, allow, make and have (to express ‘laten’) 16 How to use phrasal verbs 17 How to ask questions using question words 18 How to use question tags 19 How to use adjectives and adverbs 20 How to use the correct word order in sentences 21 How to use adverbs of place and time 22 How to use adverbs of frequency 23 How to say that something belongs to another person 24 How to use who, which and that 25 How to use reflexive verbs and pronouns 26 How to use prepositions 27 How to use linking words 28 How to choose between ‘some’ and ‘any’ in a sentence 29 How to use quantifiers: much, many, a lot of / lots of 30 How to use quantifiers: few, a few, little, a little 31 How to use plurals 32 How to avoid some common spelling errors 33 How to form words with prefixes and suffixes 34 How to spell names and other words (the alphabet) 35 How to spell and pronounce numbers 36 How to spell and pronounce days, months, years and dates 37 How to talk about times 38 How to pronounce English vowel sounds correctly 39 How to pronounce plosives

© ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 27 van 28


Strategies & examples 1 How to understand a text using signal words and linking words 2 How to scan a text 3 How to skim a text 4 How to guess the meaning of a word 5 How to use a dictionary (app) 6 How to make notes 7 How to prepare for writing 8 How to write a professional email 9 How to write a formal letter 10 How to compose a CV 11 How to write a summary 12 How to use abbreviations 13 How to prepare a presentation 14 How to improvise when you don’t know a word 15 How to prepare for a job interview

Š ThiemeMeulenhoff, september 2019

versie 1.0

Pagina 28 van 28


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Docentenhandleiding DoorEngels by ThiemeMeulenhoff - Issuu