Skip to main content

Dagbesteding MZ werkboek

Page 1

WERKBOEK NIVEAU 3&4

Dagbesteding MZ

Deze uitgave Dagbesteding MZ maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaand werkproces uit het kwalificatiedossier Maatschappelijke zorg. B1-K1-W4 Ondersteunt de cliĂŤnt bij dagbesteding De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.

De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaalagogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie/ reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent.

MZ Dagbesteding MZ WERKBOEK

De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie.

m a at s c h a p p e l i j k e zorg

Herz

ien

Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff .nl/trajectwelzijn.

Auteurs: N. Bus K. van Schaik Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

9 789006 978469

MBO_WB_Welzijn_dagbesteding_MZ_210x297mm.indd All Pages

24/05/18 17:02


Dagbesteding MZ

N. Bus K. van Schaik


Colofon Auteur N. Bus K. van Schaik

Redactie M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

Taalkundige redactie Tekst 2000, Utrecht

Vormgeving en omslag Studio Fraaj, Rotterdam

Fotografie omslag Mathilde Karrèr Photography, Rotterdam

Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort

Illustraties Shutterstock © blz. 13, 72, 82

Technisch tekenwerk DDCom, Veldhoven

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt ontwikkelt zich zichvan vaneducatieve educatieveuitgeverij uitgeverijtottoteen een learning learning design company. Wecontent, brengenleerontwerp content, leerontwerp en samen. design company. We brengen en technologie technologie samen. Met onze ervaring groeiende ervaring Met onze groeiende expertise, en expertise, leeroplossingen zijnen we een partner leeroplossingen zijnvernieuwen we een partner voor scholen bij het vernieuwen voor scholen bij het en verbeteren van onderwijs. Zo kunnenenwe verbeteren onderwijs. we samen recht aanende samen betervan recht doen aanZodekunnen verschillen tussen beter lerenden endoen scholen verschillen tussen lerenden en persoonlijker, scholen en ervoor zorgen leren steeds ervoor zorgen dat leren steeds effectiever en dat efficiënter wordt. persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 97846 9 ISBN 978druk, 90 069 7846 9 Tweede eerste oplage, 2018 Tweede druk, eerste oplage, 2018 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2018 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2018 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden Alle rechten voorbehouden. Niets deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in eenuit geautomatiseerd gegevensbestand, verveelvoudigd, opgeslagen in vorm een geautomatiseerd of openbaar gemaakt, in enige of op enige wijze,gegevensbestand, hetzij elektronisch,of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enigwijze, andere manier, zonder mechanisch, fotokopieën, opnamen, andere manier, zonder voorafgaandedoor schriftelijke toestemming vanofdeenig uitgever. voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond Voor zover16B hetAuteurswet maken van1912 kopieën dezevan uitgave is toegestaan op 471 van artikel j° hetuit Besluit 23 augustus 1985, Stbl. grond van17artikel 16B Auteurswet Besluitwettelijk van 23 augustus 1985, en artikel Auteurswet 1912, dient1912 men j°dehet daarvoor verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatieen de Reproductierechten Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men daarvoor wettelijk Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Voor het overnemen Organisatie van gedeelte(n) uit deze uitgave in 2130 bloemlezingen, readers Reproductierechten (PRO), Postbus 3060, KB Hoofddorp en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men uit zichdeze tot de (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uitgave uitgever te wenden.readers Voor meer informatie over het gebruik(artikel van muziek, film en in bloemlezingen, en andere compilatiewerken 16 het maken van kopieën hettot onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. Auteurswet) dient men in zich de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te De uitgever ernaar gestreefd de auteursrechten regelen volgens kunnen doenheeft gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgevertewenden. de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave volledig CO2CO -neutraal geproduceerd. Deze uitgaveis is volledig -neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte2 papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Rondleiding door dit werkboek Het werkboek is verdeeld in thema’s. Een thema in het werkboek sluit precies aan bij een thema in de theorie. Thema 1 Oriëntatie op het werkveld PW

1

Themaopening Je leest waar het thema over gaat en welke hoofdstukken en onderwerpen aan de orde komen.

Dit thema gaat over welzijnswerk. Welzijnswerk noem je ook wel sociaal-agogisch werk. Welzijn heeft te maken met het welbevinden van mensen, met zich ‘gelukkig’ voelen. In het sociaal-agogisch werk houd je je dus bezig met het welzijn van mensen. Je probeert het gedrag van mensen zo te veranderen dat ze zich gelukkig(er) voelen. Het welzijnswerk heeft drie werkvelden: PW, MZ en SW. Elk werkveld heeft zijn eigen doelgroep en aandachtspunten. • Jij hebt gekozen voor PW. Dat staat voor pedagogisch werk. Je houdt je daar bezig met de opvoeding (pedagogiek) en opvang van kinderen en jongeren tot 23 jaar. Er zijn drie opleidingen op niveau 3 en 4. • Bij MZ (maatschappelijke zorg) draait het om het geven van ondersteuning en zorg aan mensen die dat nodig hebben. Binnen MZ zijn er zes opleidingen op niveau 3 en 4. • De afkorting SW betekent sociaal werk. In dit werkveld word je opgeleid om cliënten actief mee te laten doen in de samenleving en hun maatschappelijke positie te verbeteren. SW heeft twee opleidingen, beide op niveau 4. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Sociaal-agogisch werk • sociaal-agogisch werk = welzijnswerk • beroepen in de welzijnssector - kiezen voor sociaal-agogisch werk • beroepshouding Hoofdstuk 2: Pedagogisch werk • een baan als pedagogisch medewerker • werkvelden

Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Sociaal-agogisch werk 1 1

1

1

Bij sociaal-agogisch werk gaat het om het welzijn van mens en samenleving. a Geef een ander woord voor sociaal-agogisch werk.

8

b

1

In dit werkboek staan verschillende soorten opdrachten. Deze helpen je om je de benodigde vakkennis en beroepsvaardigheden eigen te maken.

2

Wat is het doel van sociaal-agogisch werk?

c

Geef een voorbeeld van PW waarmee je dit doel laat zien.

d

Maak een mindmap met als titel: sociaal-agogisch werk. Een mindmap is een woordweb, waarbij je onderwerpen rondom een thema (in dit geval: sociaalagogisch werk) noteert. Je kunt een mindmap gewoon op papier maken, maar het kan ook op een leuke manier digitaal, via ‘Coggle’. Je kunt inloggen in op www.coggle.it met een Google-account. Coggle is gratis. Het werkt eenvoudig, maar er zijn op YouTube ook instructiefilmpjes te vinden.

De welzijnssector bevat verschillende beroepsgroepen. a Welke drie hoofdgroepen kun je onderscheiden?

Verwerking Verwerkingsopdrachten helpen je de theorie te leren en te begrijpen. Ze zijn geordend per hoofdstuk.

1 9

THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Toepassing Praktijksituaties hiermee pas je de theorie toe in realistische praktijkbeschrijvingen.

Toepassing Praktijksituaties Veiligheid en uitdaging De leerlingen van basisschool De Kring hebben hun jaarlijkse sportdag. De kinderen zijn door hun leerkrachten in teams verdeeld. In elk team zit van elke jaargroep een kind. De leeftijdsverschillen zijn dus groot. Dat is bewust gedaan. Kinderen kunnen elkaar zo niet alleen helpen, er ontstaat ook een goede band tussen de verschillende groepen. Naast de activiteiten op de sportdag die elk jaar terugkomen, zijn er ook elk jaar nieuwe activiteiten. Dat maakt de dag voor alle kinderen spannend en uitdagend. Nikki is onderwijsassistent op De Kring. Ze heeft een belangrijk aandeel gehad in de voorbereiding van de jaarlijkse sportdag. Ze zat in de onderzoekscommissie. Een van haar taken was het bedenken van een nieuwe activiteit en de begeleiding ervan op de dag zelf. De leerlingen en hun begeleiders hebben geluk: het is prachtig weer en het belooft een fantastische dag te worden. Nikki begeleidt het spel ‘schat veroveren’. Ze heeft het spel zelf bedacht. Ze legt uit wat de bedoeling is: In het midden van het speelveld staat een kist. Daarin ligt een schat. Aan beide kanten van het veld staat een team achter een lijn, de jongste kinderen vooraan. Op haar fluitsignaal rent het eerste kind van beide teams naar de kist en pakt er een goudstaaf uit. De kinderen rennen terug naar hun team en tikken het volgende kind aan. Pas dan mag die teamgenoot in actie komen om een volgende goudstaaf te veroveren. Als de kist leeg is, is het spel afgelopen en worden de goudstaven geteld. Het team dat het meeste goud heeft veroverd, heeft gewonnen. ‘Duidelijk? Zijn er nog vragen?’ Die zijn er niet, het spel kan beginnen. Als het fluitsignaal klinkt, sprinten de eerste twee kinderen naar het midden van het veld, duiken tegelijkertijd in de kist om een goudstaaf te pakken en knallen met hun koppen tegen elkaar. De EHBO’er kan meteen aan het begin van de dag in actie komen en voor beide kinderen is het voor die dag over en uit. Met een buil op hun hoofd en waarschijnlijk een lichte hersenschudding worden ze vroegtijdig opgehaald door hun ouders. Nikki voelt zich schuldig. Had ze dit kunnen voorkomen?

Vaardigheden om de benodigde beroepsvaardigheden aan te leren. Themaopdrachten grotere opdrachten waarmee je met de kennis en vaardigheden aan de slag gaat. Je werkt dan ook aan belangrijke algemene vaardigheden als samenwerken, informatie zoeken, presenteren, kritisch denken, plannen en problemen oplossen.

1

1

Je maakt de opdracht in een groep van vier studenten. Jullie maken een analyse van de beschreven situatie en jullie bedenken een oplossing waarmee het spel veiliger wordt.

Werkwijze Maak deze analyse aan de hand van de volgende punten en zet je uitkomsten op papier: a Bij deze sportdag is het belangrijk om een goede balans te vinden tussen uitdaging en veiligheid. Geef in je analyse aan waarom die balans belangrijk is.

1 18

THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Evaluatie Studiehulp

1 Sociaal-agogisch werk 1

Stelling 1 Een ander woord voor welzijnswerk is sociaal-agogisch werk. 2 Pedagogiek is de wetenschap die zich bezighoudt met het veranderen van het gedrag van mensen. 3 Welzijn is de mate van welbevinden. 4 MZ is de afkorting voor maatschappelijke zorg. 5 MZ bestaat uit zes opleidingen. 6 PW is de afkorting van professioneel werk. 7 Een PW’er kan werken in de kinderopvang. 8 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 9 SW is de afkorting van sociaal werk. 10 De opleiding tot agogisch werker GGZ is een van de opleidingen bij SW. 11 De cliënten waar je werk op is gericht, noem je de doelgroep. 12 Een goede beroepshouding bestaat uit: echtheid, waardering en empathie. 13 Een ander woord voor empathie is inlevingsvermogen. 14 Integer zijn wil zeggen dat je kunt opkomen voor jezelf. 15 Assertief zijn betekent dat je je kunt inleven in de cliënt.

Juist Onjuist

◯ ◯

◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯ ◯

Evaluatie Studiehulp een zelftoets waarmee je controleert of je de theorie kent. Antwoorden zijn op te vragen bij je docent.

Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?

1 Pedagogisch werk 2

Stelling 1 Bij PW werk je in de kinderopvang of in het onderwijs. 2 De opleiding tot onderwijsassistent valt ook onder PW. 3 Onder het bijzonder onderwijs vallen scholen die uitgaan van een bepaalde levensovertuiging. 4 In een kinderdagverblijf komen kinderen van twee tot zes jaar. 5 Peuterspeelzalen zijn er voor kinderen tussen de nul en twee jaar. 6 Een gastouder mag slechts een beperkt aantal kinderen opvangen. 7 Een BSO-plus heeft een thema (zoals sport, kunst of drama) als extra. 8 Een tienercentrum is een vervolg op de buitenschoolse opvang. Er komen jongeren tussen de elf en vijftien jaar. 9 Dagopvang noem je ook wel semiresidentiële of semimurale hulpverlening. 10 24-uursopvang noem je ook wel thuisopvang of ambulante hulpverlening. 11 Een Boddaertcentrum is bedoeld voor kinderen met een meervoudige beperking.

1 28

Juist Onjuist

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

◯ ◯ ◯

Evaluatie evalueren en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden voor jouw toekomstige beroep: zet na elk thema op een rij wat je goed beheerst en wat je actiepunten zijn.


THEMA 1 Oriëntatie op het werkveld PW

Vaardigheden Een vaardigheid heeft een vaste opbouw: Oriënteren Oefenen Toepassen Transfer

Vaardigheden De juiste beroepshouding tonen Oriënteren

1 1

1 2 3

Bestudeer de theorie over kiezen voor sociaal-agogisch werk en beroepshouding. Zoek drie personeelsadvertenties uit jouw toekomstige werkveld. Geef aan hoe je daarin de beroepshouding terugziet.

4

Zoek op het internet naar het kwalificatiedossier Pedagogisch werk (https://www.s-bb. nl/onderwijs/kwalificeren-en-examineren/kwalificatiedossiers) en bekijk dit. Wat zegt dat dossier over een goede beroepshouding?

5

Oefenen 6 7

Bekijk het reflectieschema hierna. Vul op de lijnen nu zelf een hulpvraag in.

Observatielijsten

Observatielijsten Bij sommige vaardigheden horen observatielijsten. Die vind je direct achter in dit werkboek. De observatielijsten zijn geordend per thema. Bovenaan staat bij welke vaardigheid de observatielijst hoort. Een observatielijst kun je gemakkelijk uit je werkboek halen. Zo kun je ze in de klas of in je BPV laten invullen.

Thema 1 Lichamelijke verzorging

277

Zorgvrager wassen op bed 277 Zorgvrager wassen op bed met wasdoekjes 281 Zorgvrager wassen aan de wastafel, onder de douche of in bad 285 Haren wassen op bed 289 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met een elektrisch scheerapparaat 291 Zorgvrager die zich op bed bevindt, scheren met scheermes en scheerzeep 293 Tandenpoetsen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 295 Gebitsprothese verzorgen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 297 Mondholte reinigen van een zorgvrager die zich op bed bevindt 299 Therapeutische elastische kousen met een open teenstuk aantrekken 301 Therapeutische elastische kousen met een gesloten teenstuk aantrekken 303 Therapeutische elastische kousen uittrekken 305 Hygiënische verzorging van een baby 307

Thema 2 Hulp bieden bij de opname van voeding en vocht Hulp bieden aan een zorgvrager die zelf niet kan eten en drinken Flesvoeding geven 311

Thema 3 Hulp bieden bij de uitscheiding

309

1 22

309

313

Hulp bij het gebruik van een po op bed 313 Hulp bij het gebruik van een urinaal op bed 317 Verwisselen van een incontinentiemat 319 Externe katheter of condoomkatheter verwisselen 321 Katheterzak verwisselen 325 Verzorgen van een blaaskatheter 327 Laxerende zetpil toedienen 329 Microklysma (microlax) of fosfaatklysma toedienen 331 Hulp bieden bij het manueel verwijderen van ontlasting 333 Hulp bieden bij het opgeven van sputum 335 Hulp bieden bij braken 337 Hulp bieden bij het inbrengen van een tampon bij menstruatie

339

Thema 4 Hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken

341

Handen wassen met (vloeibare) zeep 341 Handen desinfecteren met handalcohol 343 Aan- en uittrekken van steriele handschoenen 345 Creëren van een schoon of steriel werkveld 347

1 275

Iconen helpen je op weg In de kantlijn staan icoontjes. Die geven aan wat je in de opdracht kunt verwachten.

1 1 1 1 1 1 1

geeft aan dat je een deel van de theorie (nog een keer) leest om de vraag te kunnen beantwoorden. bij deze opdracht werk je samen met anderen. bij deze opdracht heb je een computer met internet nodig om informatie op te zoeken. bij deze opdracht werk je aan je schrijfvaardigheden, bijvoorbeeld met het schrijven van een uitgebreid antwoord, verslag of rapport. bij deze opdracht laat je de uitkomsten zien in een mondelinge presentatie. geeft aan dat het gaat om een creatieve opdracht. geeft aan dat deze opdracht op niveau 4 is.

Werken met dit werkboek Vind je het prettig om eerst de theorie te lezen en dan te kijken of je het weet en begrepen hebt? Lees dan eerst de theorie en maak daarna de verwerkingsvragen. Ben je meer iemand die het liefst de theorie doorneemt aan de hand van vragen? Start dan met de verwerkingsvragen en leg je theorieboek ernaast. Werk je het liefst vanuit de praktijk? Begin dan met een praktijksituatie of een themaopdracht en kijk of je de vragen kunt beantwoorden met de informatie uit de theorie.


Inhoudsopgave Thema 1 Dagbesteding

8

Verwerking 9 Verwerkingsopdrachten 9 Hoofdstuk 1 Wat is dagbesteding? 9 Hoofdstuk 2 De betekenis van dagbesteding voor de cliënt 15 Hoofdstuk 3 De betekenis van dagbesteding voor de beroepskracht

19

Toepassing 23 Praktijksituaties 23 Zomerfeest 23 De Grijze Weerschijn 27 Vaardigheden 30 Activiteiten inzetten met participatie als doel 30 Themaopdrachten 33 Evaluatie 35 Studiehulp 35 Hoofdstuk 1 Wat is dagbesteding? 35 Hoofdstuk 2 De betekenis van dagbesteding voor de cliënt 35 Hoofdstuk 3 De betekenis van dagbesteding voor de beroepskracht Evaluatie en reflectie 37

Thema 2 Activiteiten aanbieden

39

Verwerking 40 Verwerkingsopdrachten 40 Hoofdstuk 4 Methodisch begeleiden van dagbesteding Hoofdstuk 5 Een indeling van dagbesteding 45

40

Toepassing 50 Praktijksituaties 50 De hulpvraag van Mirjam 50 Op zoek naar arbeidsmatige activiteiten voor meneer Franke Vaardigheden 56 Een muzikale activiteit inzetten 56 Een theatrale (drama) activiteit inzetten 59 Een beeldende activiteit inzetten 62 Themaopdrachten 65 Evaluatie 66 Studiehulp 66 Hoofdstuk 4 Methodisch begeleiden van dagbesteding Hoofdstuk 5 Een indeling van dagbesteding 67 Evaluatie en reflectie 68

66

53

36


Thema 3 Werk, scholing en vrije tijd

70

Verwerking 71 Verwerkingsopdrachten 71 Hoofdstuk 6 Werk 71 Hoofdstuk 7 Scholing 77 Hoofdstuk 8 Vrije tijd 84 Toepassing 88 Praktijksituaties 88 Jonge vaders 88 Op de boerderij 89 Vaardigheden 92 Arbeidsmatige dagbesteding inzetten 92 Educatieve dagbesteding inzetten 95 Vrijetijdsbesteding inzetten 98 Themaopdrachten 101 Evaluatie 102 Studiehulp 102 Hoofdstuk 6 Werk 102 Hoofdstuk 7 Scholing 102 Hoofdstuk 8 Vrije tijd 103 Evaluatie en reectie 104


Thema 1 Dagbesteding

1

Een belangrijk aandachtsveld in het werkveld van de maatschappelijke zorg is dagbesteding. Dat komt omdat dagbesteding een levensbehoefte is. Mensen willen en moeten wat te doen hebben. Als beroepskracht MZ krijg je hiermee te maken. Dat begint bij het inventariseren van de mogelijkheden en de wensen van je cliënt. Als je die in kaart hebt, ga je die samen met de cliënt afzetten tegen de mogelijkheden. Het doel van de dagbesteding speelt dan ook een rol. Het bepaalt de inhoud van de dagbesteding; de activiteiten. Het begeleiden van je cliënten naar en in hun dagbesteding is een belangrijk onderdeel van je taak als beroepskracht MZ. Er zijn verschillende vormen van dagbesteding. In dit thema komen werk, scholing en vrije tijd aan bod. Deze onderdelen sluiten goed aan bij wat nu in de samenleving belangrijk is: participatie. Dit betekent dat iedereen mee moet kunnen doen. Dit thema bevat verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, vaardigheden, themaopdrachten, studiehulp, evaluatie en reflectie over de volgende onderwerpen. Hoofdstuk 1: Wat is dagbesteding? • dagbesteding in ons bestaan • dagbesteding in zorg en welzijn • financiering en verantwoordelijkheden Hoofdstuk 2: De betekenis van dagbesteding voor de cliënt • participatie en emancipatie • sociale inclusie • structuur Hoofdstuk 3: De betekenis van dagbesteding voor de beroepskracht • kaders voor begeleiding van dagbesteding • vraaggericht werken • beroepskracht MZ en dagbesteding • instructies geven

1 8


Verwerking Verwerkingsopdrachten

1 Wat is dagbesteding? 1

1

Als beroepskracht MZ heb je veel te maken met dagbesteding. De betekenis van dagbesteding kun je letterlijk uit het woord halen: het besteden, het opmaken van de dag. a Dagbesteding geeft zin en invulling aan het leven. Zet het juiste woord achter de voorbeelden. Kies uit: activiteiten – doelgericht – structuur – zingeving Pjotr werkt in een buurtcafé. Hij zorgt ervoor dat alle tafels er gezellig uitzien met bloemen en dat alle kopjes en glazen schoon zijn. Pjotr is trots op zijn werk en gaat fijn om met zijn collega’s en de bezoekers. De bezoekers groeten hem zelfs op straat! Pjotr werkt van 10.00 tot 17.00 uur. Dan gaat hij elke dag naar zijn moeder om te eten. Pjotr heeft elke dinsdag dansles en op zaterdag gaat hij zwemmen. b

Noem één voorbeeld van dagbesteding uit je BPV.

c

Lees de volgende situatie:

Bram en Ali zijn vijf middagen per week te vinden in het eetcafé ‘De Markt’. Bram werkt in de bediening, hij verwelkomt de klanten van het eetcafé en neemt de bestelling op. Hij geniet van het contact met alle bezoekers en maakt graag een praatje met de mensen. ’s Avonds vertelt hij vaak trots over zijn ontmoetingen. Ali vindt al die onbekende mensen een beetje eng. Hij werkt liever achter de schermen en helpt in de spoelkeuken, daar voelt hij zich veilig en gewaardeerd. Hij wordt daardoor steeds zekerder en de laatste tijd komt hij ook weleens de keuken uit om te helpen met afruimen.

1 9


THEMA 1 Dagbesteding

Er zijn vier aspecten die een rol spelen bij dagbesteding. Dat geldt ook voor de situatie over Bram en Ali. Zet het aspect naast de juiste omschrijving. Kies uit: waarde dagbesteding – omgeving dagbesteding – aard dagbesteding – personen

Bram en Ali. Klanten bedienen en de afwas doen. Eetcafé in de ruimte waar de gasten zitten en in de spoelkeuken. Contact met mensen, gewaardeerd worden.

2

Als beroepskracht MZ help je cliënten bij het aanleren van taken. Daarbij moet je verschillende zaken in het oog houden: competenties, gedrag, scholing, vrije tijd, werken, zingeving. a Waarom valt vrije tijd in de maatschappelijke zorg wettelijk gezien niet onder de noemer dagbesteding? Kies de juiste antwoorden. a Vrije tijd is tijd die cliënten en jij zelf kunnen invullen. b In vrije tijd zijn cliënten en jij meer op jullie zelf aangewezen. c Wat voor de ene cliënt vrije tijd is, is voor de ander werken. d Begeleiden van dagbesteding wordt betaald, vrije tijd niet. e Vrije tijd voor cliënten valt meer onder dagstructurering in de woon-/ verblijfssituatie. b Waar hoort het voorbeeld bij? Kies het juiste woord. Je ontwikkelt je als je leert hoe je de keuken schoonhoudt. Competenties / Gedrag / Scholing / Vrije tijd / Werken / Zingeving Je spreekt af met je vriendin om naar de film te gaan. Competenties / Gedrag / Scholing / Vrije tijd / Werken / Zingeving Je merkt dat anderen fijn vinden wat jij doet. Competenties / Gedrag / Scholing / Vrije tijd / Werken / Zingeving Je kunt goed omgaan met veranderingen, maar je hebt moeite met samenwerken. Competenties / Gedrag / Scholing / Vrije tijd /Werken / Zingeving Je verdient geld met het rondbrengen van kranten. Competenties / Gedrag / Scholing / Vrije tijd / Werken / Zingeving Je reageert altijd op dezelfde manier. Competenties / Gedrag / Scholing / Vrije tijd / Werken / Zingeving

1 10


Verwerkingsopdrachten

3

1 Wat is dagbesteding?

Dagbesteding binnen zorg en welzijn richt zich in de praktijk op verschillende aspecten. a Zet de woorden op de juiste plek. Kies uit: behouden – beperkingen – eigenwaarde van cliënten – mantelzorgers – nader doel – (re)activeren – vaardigheden Dagbesteding in de zorg richt zich op: Het

van mensen.

Het aanleren van

. van vaardigheden.

Het

b

4

Het vergroten en behouden van

.

Ondersteuning in het (leren) omgaan met

.

Het bereiken van een

.

Het voorkomen van overbelasting bij

.

Beschrijf een situatie uit je BPV waarbij je je bij het begeleiden van een cliënt gericht hebt op één of meer van die aspecten.

Dagbesteding is er altijd geweest, alleen is de inhoud en de vorm van dagbesteding veranderd. a Welke varianten van dagbesteding uit het verleden herken je? Zet het juiste begrip naast de omschrijving. Kies uit: activiteitenbegeleiding – sociale werkvoorziening – bezigheidstherapie – arbeidstherapie – individualisering Het aanbieden en begeleiden van creatieve of fysieke activiteiten. Aandacht van de cliënt afleiden van zijn beperkingen en een aangenaam tijdverdrijf bieden. In de geestelijke gezondheidszorg neemt de zieke cliënt actief deel aan allerlei werkzaamheden. Maatwerk bij ondersteuning en vraaggericht werken. Een passende, beschutte werkplek vanuit de overheid voor mensen met een arbeidshandicap.

1 11


THEMA 1 Dagbesteding

b

Zet de varianten uit het verleden in volgorde van tijd. Zet een 1 voor de eerste variant, een 2 voor de volgende en zo verder. Bezigheidstherapie Arbeidstherapie Activiteitenbegeleiding Individualisering Sociale werkvoorziening

c

d

5

Dagbesteding is er altijd geweest, alleen veranderen de inhoud en vorm voortdurend. Hoe komt dit? Kies de juiste antwoorden. a Normen en waarden en de visie op zorg en welzijn veranderen. b De politiek bepaalt wat dagbesteding voor cliënten is. c De economie en technische ontwikkelingen spelen een rol. d Maatschappelijke organisaties en de geestelijke gezondheidszorg vonden dat het tijd werd voor iets anders. e Er worden steeds andere eisen gesteld. Momenteel spreken we van een participatiesamenleving. Deze heeft drie kenmerken. Kies het juiste kenmerk bij elke stelling. Een participatiesamenleving is een maatschappij waarin iedereen binnen zijn mogelijkheden meedoet. Eigen netwerk raadplegen / Eigen regie / Niet zorgen dat, maar zorgen voor Een beroep doen op instellingen wordt ontmoedigd. Eigen netwerk raadplegen / Eigen regie / Niet zorgen dat, maar zorgen voor De hulpverlening ondersteunt cliënten op een heel andere manier dan vroeger. Eigen netwerk raadplegen / Eigen regie / Niet zorgen dat, maar zorgen voor

Onder maatschappelijke ondersteuning vallen activiteiten die ervoor zorgen dat mensen kunnen meedoen in de samenleving. a Welke ‘spelers’ bepalen hoe dagbesteding wordt geïndiceerd en betaald? Kies het juiste antwoord. a De gemeente, burgers en indicatiecommissies. b De wijkverpleging, de thuiszorg, de huisarts en de provincie. c De rijksoverheid betaalt de gemeente om dit te doen. d De gemeente en de verzekeraar, aanvragers en aanbieders van zorg.

1 12


Verwerkingsopdrachten

1 Wat is dagbesteding?

b

1 1 1 1

Maak een mindmap met als titel: maatschappelijke ondersteuning. Een mindmap is een woordweb, waarbij je onderwerpen rondom een thema (in dit geval: maatschappelijke ondersteuning) noteert. Zorg dat je duidelijk maakt wat de rol is van de burgers, de gemeenten en de zorgverzekeraars. Je kunt hiervoor de afbeelding natekenen. Je kunt ook een digitale mindmap maken via ‘Coggle’. Log daarvoor in op www.coggle.it met een Google-account. Coggle is gratis. Het werkt eenvoudig, maar er zijn op YouTube ook instructiefilmpjes te vinden. Lever de mindmap in bij je docent. 6

Bekijk op YouTube het filmpje ‘Wie was Maslow’ (www.youtube.com/watch? v=MFhiQMRCHQ4&feature=youtu.be). a Je mag deze opdracht uitvoeren op papier of op de computer. Teken de piramide van Maslow met de vijf lagen. Plak in elke behoeftelaag plaatjes van producten die die behoefte bevredigen. Je kunt ze knippen uit tijdschriften, kranten of halen van internet. Lever in bij je docent.

1 13


THEMA 1 Dagbesteding

b

Tegenwoordig kom je ook deze afbeelding tegen: Addendum op de piramide van Maslow

zelfontplooiing

waardering en erkenning

sociaal contact

veiligheid en zekerheid

lichamelijke behoeften

wifi

batterij

Wat wordt met de toegevoegde lagen bedoeld?

c

1

7

Ben jij het ermee eens dat ‘wifi’ (of internet) en ‘batterij’ tegenwoordig basisbehoeften zijn? Leg uit waarom (niet).

De psycholoog Maslow heeft de behoeften van mensen gerangschikt. Volgens zijn theorie zou de mens eerst streven naar de behoeften die onderaan in de piramide staan. a Wat zijn de verschillen tussen de behoeften uit de onderste twee lagen van de piramide van Maslow en de behoeften van de bovenste twee lagen?

1 14


Verwerkingsopdrachten

2 De betekenis van dagbesteding voor de cliënt

b

Volgens Maslow streven mensen pas naar bevrediging van de behoeften die hoger in de piramide staan, als de behoeften daaronder bevredigd zijn. Ben jij het daarmee eens? Licht je antwoord toe.

c

Geef een voorbeeld uit je eigen omgeving van de behoefte aan sociale acceptatie.

d

Vind jij sociale acceptatie een belangrijke behoefte? Licht je antwoord toe.

e

Wat vind jij de belangrijkste behoeften? Licht je antwoord toe.

1 De betekenis van dagbesteding voor de cliënt 2

1

Participatie en emancipatie zijn belangrijk op verschillende gebieden. a Kies het juiste begrip. Kies uit: vrije tijd – werk – scholing Iedereen heeft het recht om een bijdrage te leveren aan zijn eigen (economische) bestaan. Iedereen heeft het recht om zich te ontspannen en om zich verbonden te voelen. Iedereen heeft het recht zich te ontwikkelen.

b

Kies het juiste woord. Het als volwaardig burger kunnen deelnemen aan de samenleving, noem je participatie / emancipatie. Het opkomen voor jezelf en je eigen rechten, noem je participatie / emancipatie.

1 15


THEMA 1 Dagbesteding

c

Er zijn vijf belangrijke aandachtspunten in het proces van emancipatie. Zet het aandachtspunt naast de juiste zin. Kies uit: ondersteuning – respectvolle bejegening – keuzevrijheid – gelijkwaardigheid – sociale (ondersteunings) netwerken

Deze grondhouding is een voorwaarde voor een emancipatorisch gerichte benadering. Eigen keuzes kunnen en mogen maken. Dit vraagt van jou naar je cliënten toe specifieke benaderingstechnieken. Je gaat in je werk ten opzichte van je cliënt uit van het principe van flexibiliteit en vraaggericht werken. In je werk als beroepskracht MZ spreek je niet van ‘omgaan met’, want je gaat immers naast je cliënt staan. Je maakt gebruik van ervaringsdeskundigen. Dit kan je helpen in het vraaggericht en flexibel werken in de communicatie met je cliënt.

d

Je kunt participatie op verschillende manieren indelen. Zet de juiste manier van indelen naast de zin. Kies uit: actieve en passieve participatie – breed en smal – doel en mate van interactie – domein Je bepaalt waarom de activiteit georganiseerd wordt en in hoeverre een deelnemer betrokken wordt. Indeling naar: Je stelt vast wat de inzet van de deelnemer is. Indeling naar: Je stelt vast bij welk (maatschappelijk) gebied participatie past. Indeling naar: Je bepaalt of het om meedoen aan al het maatschappelijke verkeer gaat of om het deelnemen aan één bepaalde activiteit. Indeling naar

e

Leg uit wat participatie en emancipatie met elkaar te maken hebben.

1 16


Verwerkingsopdrachten

2 De betekenis van dagbesteding voor de cliënt

2

Bij dagbesteding van allochtonen en cliënten met een beperking heb je te maken met sociale inclusie. Ook speelt bij dagbesteding de ontwikkelingsfase een rol. a Wat betekent sociale inclusie? Kies het juiste antwoord. a Het in het reguliere leven laten overnemen van taken van mantelzorgers door beroepskrachten MZ. b Het in het reguliere leven laten overnemen van regie van cliënten door beroepskrachten MZ. c Insluiting in de samenleving van achtergestelde groepen op basis van gelijkwaardige rechten en plichten. d Uitsluiting van de samenleving van achtergestelde groepen op basis van gelijkwaardige rechten en plichten. b Dagbesteding kun je laten aansluiten bij de verschillende ontwikkelingsfasen in een mensenleven. Kies bij elke zin de juiste levensfase. In deze levensfase ben je verantwoordelijk voor je eigen inkomen en voorzie je zelf in je onderhoud. Er is sprake van rechten en plichten. De dagbesteding is opgebouwd uit activiteiten met en voor je dierbaren, vrienden, kennissen en collega’s. Adolescentie / Ouderdom / Volwassenheid In deze levensfase zoek je al of niet naar een partner. Zingeving en ambities worden gedefinieerd en je eigen verantwoordelijkheid wordt belangrijk. De dagbesteding varieert sterk en hangt sterk af van de persoonlijke ambities. Adolescentie / Ouderdom / Volwassenheid In deze levensfase hecht je niet meer aan uiterlijk, materie en luxe. Je richt je op je persoonlijke leven. Er is sprake van rust en tevredenheid. In de dagbesteding is sprake van natuurlijke onthaasting. Adolescentie / Ouderdom / Volwassenheid c Waarom is het zo belangrijk om kennis te hebben van de levensloop van de mens?

3

Een wereld zonder structuur bestaat niet. a Wat is structuur? Kies de juiste antwoorden. a De manier waarop de dingen steeds gebeuren. b De opbouw van activiteiten voor de dagbesteding. c Een ordening van dingen in de wereld om ons heen, een patroon. d Het geheel aan activiteiten die bij elkaar een samenhangend geheel vormen. e Het opstellen van een programma waarvan afgeweken mag worden. b Waarom heb je structuur nodig?

c

Welke structuur hoort waarbij? Je neemt de activiteiten van de week dag voor dag door. Dit is materiële / sociale / ruimtelijke / tijds- structuur. Je maakt een poster met de voornaamste gedragsregels. Dit is materiële / sociale / ruimtelijke / tijds- structuur. Je maakt een poster met een dagschema. Dit is materiële / sociale/ ruimtelijke / tijds- structuur.

1 17


THEMA 1 Dagbesteding

Je geeft met foto’s op de kast aan welke spullen op welke plank horen te liggen. Dit is materiële / sociale / ruimtelijke / tijds- structuur. Je legt uit waarvoor het materiaal bedoeld is. Dit is materiële / sociale / ruimtelijke / tijds- structuur. Je haalt overtollige spullen weg. Dit is materiële / sociale / ruimtelijke / tijdsstructuur. 4

1

5

Tijdens de dagbesteding verleen je structuur. a Geef met een voorbeeld uit je leerbedrijf aan hoe je structuur aanbiedt bij een spel. Zijn er nog verbeterpunten voor het aanbrengen van structuur bij een spel? Zo ja, welke?

b

Geef met een voorbeeld uit je leerbedrijf aan hoe je structuur aanbiedt bij de inrichting. Zijn er nog verbeterpunten voor het aanbrengen van structuur bij de inrichting? Zo ja, welke?

c

Geef met een voorbeeld uit je leerbedrijf aan hoe je structuur aanbiedt bij een taak. Zijn er nog verbeterpunten voor het aanbrengen van structuur bij een taak? Zo ja, welke?

Leg uit wat het verschil is tussen het opstellen van een programma voor een cliënt en het structureren van bijvoorbeeld een dag voor een cliënt.

1 18


Verwerkingsopdrachten

3 De betekenis van dagbesteding voor de beroepskracht

betekenis van dagbesteding voor de 1 De beroepskracht 3

1

Er zijn verschillende visies op menselijk gedrag en dagbesteding. Daaruit zijn in de loop der tijd vijf verschillende benaderingen ontstaan. a Welke benaderingen zijn er?

b

Zet de juiste benadering naast elke uitspraak. Kies uit: cognitieve benadering – humanistische benadering – biologische benadering – behavioristische benadering – psychodynamische benadering ‘De mens heeft een aangeboren vermogen om te willen groeien en ontwikkelen.’ ‘De mens onderscheidt zich van dieren door zijn gave om te denken.’ ‘Onze omgeving beïnvloedt ons gedrag en de besteding van onze tijd.’ ‘Hersengebieden kunnen positief beïnvloed worden door medicijnen, technieken, operaties en oefening.’ ‘Kies ik voor wat ik wil (en lekker vind) of kies ik voor wat kan en mag?’

c

2

Leg uit wat behaviorisme met reclame te maken heeft.

Vraaggericht werken betekent de cliënt centraal stellen: van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’. a Wat betekent dit voor de beroepskracht MZ? Kies de juiste antwoorden. Een beroepskracht MZ: a laat de begeleiding van de cliënt aansluiten op het specialisme van de beroepskracht. b moet goed kunnen luisteren en kijken naar signalen van de cliënten. c brengt wensen, behoeften en mogelijkheden van de cliënt in kaart. d kan zich inleven in de cliënt. e laat zich leiden door zijn eigen normen en waarden.

1 19


THEMA 1 Dagbesteding

3

b

Er kunnen zich situaties voordoen dat de cliënt zijn hulpvraag niet onder woorden kan brengen. Leg dit uit met een voorbeeld.

c

Stel dat een cliënt zijn hulpvraag niet onder woorden kan brengen. Hoe kun je de hulpvraag dan wel duidelijk krijgen?

d

Wat is het gevaar wanneer jij als beroepskracht maatschappelijke zorg de hulpvraag voor de cliënt vertaalt?

a

Zet de kernkwaliteit naast de juiste omschrijving. Kies uit: genuanceerdheid en diplomatie – doelmatigheid en pragmatisme – inlevingsvermogen en harmonie – creativiteit en scheppingsvermogen

Dit is vanzelfsprekend voor een beroepsgroep die zich richt op dagbesteding en daarvoor muzische, sportieve en creatieve middelen inzet. Maar het slaat ook op het vermogen om met steeds verschillende hulpvragen van cliënten, behandelaars en beleidsmakers om te kunnen gaan. Je werkt in een omgeving met complexe vraagstukken, problemen en uitdagingen. Het is van groot belang dat je goed kunt en blijft samenwerken. Daarvoor moet je je grenzen kennen en bewaken maar altijd met respect voor de ander en met het idee dat grenzen kunnen verschuiven. Dit hangt samen met weten wat je wilt en waar je naar toe wilt werken. Dit kun je niet aanleren. Het is een kernkwaliteit die je moet bezitten. Samenwerken is belangrijk. Je hebt deze kwaliteiten nodig om goed te kunnen samenwerken met collega’s en je cliëntcontacten.

b

Waarom zijn deze kwaliteiten zo belangrijk in het werk van de beroepskracht MZ?

1 20


Verwerkingsopdrachten

c

3 De betekenis van dagbesteding voor de beroepskracht

Uit welke vier componenten zijn vaardigheden opgebouwd? Kies uit: cognitieve component – handelingscomponent – motorische component – sociaalpsychologische component

Dit is de kennis die je nodig hebt om te begrijpen hoe je iets moet doen en waarom zo. Het uitvoeren van de handeling is een automatisme. Je durft de handeling in de praktijk toe te passen. Je kunt de handeling in verschillende situaties toepassen.

1 1 4

d

Noem twee kernkwaliteiten en/of vaardigheden die jij bezit die van belang zijn voor het werk als beroepskracht MZ. Waar blijkt dit uit?

e

Bespreek in drietallen het antwoord op de vorige vraag. Bedenk voorbeelden uit jullie BPV waarmee je kunt aantonen dat je die kwaliteiten of vaardigheden bezit. Beschrijf in tien tot vijftien zinnen het beste voorbeeld. Lever in bij je docent.

Als beroepskracht maatschappelijke zorg moet je je cliënt geregeld instructies geven. a Zet de stappen van de inleiding bij de instructie in de juiste volgorde. Zet een 1 voor de eerste stap, een 2 voor de volgende stap en zo verder. Voorkennis peilen Bijkomende uitleg geven Samenvatten van de nieuwe kennis b

Is de uitspraak juist of onjuist?

Als je iets goed hebt uitgelegd, is oefenen of herhalen niet meer nodig.

Juist / Onjuist

Handelingen kun je aanleren door het eerst zelf voor te doen, dan samendoen en ten slotte kan de cliënt het zelf nadoen.

Juist / Onjuist

Het is handig om stappen of ezelsbruggetjes op te (laten) schrijven.

Juist / Onjuist

Een goede instructie hoef je niet te evalueren.

Juist / Onjuist

1 21


THEMA 1 Dagbesteding

c

d

1 1 1

Welke aandachtspunten zijn juist bij het geven van instructie? Kies de juiste antwoorden. a Geef in het kort aan wat het doel is. b Presenteer nieuwe gegevens in grote stappen. c Werk de concrete voorbeelden in je instructie uit. d Zorg dat je taalgebruik aansluit bij het taalniveau van je cliënt. e Controleer telkens of je cliënt begrijpt wat je vertelt. f Wijd waar nodig uit over het onderwerp. g Vat tussentijds en op het eind de hoofdlijnen van de instructie samen. Welke twee aandachtspunten bij het geven van een instructie vind jij het belangrijkste? Licht je antwoord toe.

5

Maak tweetallen en ontwerp een poster waarin jullie laten zien wat de stappen zijn bij het voorbereiden, geven en evalueren van een instructie. Lever in bij je docent.

6

Een beroepskracht MZ moet beschikken over verschillende kwaliteiten en vaardigheden. a Wat is het verschil tussen kwaliteiten en vaardigheden? Kwaliteiten komen van binnenuit / buitenaf. Vaardigheden komen van binnenuit / buitenaf. b Maak de volgende vragen en voer de opdracht uit: 1 Bedenk een voorbeeld uit je BPV van een situatie waarin je methodische vaardigheden nodig hebt.

2

1 1 1

Bedenk ook een voorbeeld uit je BPV om aan te tonen waarom je bij de begeleiding van cliënten ambachtelijke vaardigheden nodig hebt.

3 c

Maak groepjes van drie of vier personen. Bespreek jullie antwoorden bij vraag 1 en 2. Als beroepskracht MZ moet je ook beschikken over strategische vaardigheden. Maak in tweetallen een (powerpoint)presentatie met uitleg wat het begeleiden van dagbesteding (op je BPV) inhoudt en wat je erbij nodig hebt aan materialen en/of ruimtes. Geef argumenten die het belang van deze werkzaamheden weergeven. Presenteer jullie werk aan jullie klasgenoten.

1 22


Toepassing Praktijksituaties Zomerfeest “Eeuwige zomer in het oosten, waar de zon nooit onder gaat, zo volledig buiten westen, omdat ons ding de mensen raakt, omdat ons ding de mensen raakt” Bron: Typhoon, Oosterse zomer Vier generaties Typhoon is dit jaar de grote naam van het zomerfeest. Iedereen in het dorp is er al weken mee bezig. Dat zie je bij de familie Nolten van de Hoofdstraat 6. De familie Nolten houdt van tradities. Dat zie je onder andere terug in hun leefwijze. Al generaties lang wonen ze in hetzelfde dorp in het oosten van het land waar ze twee slagerijen runnen. Het slagersvak gaat over van vader op zoon. Net zoals het spelen in de plaatselijke harmonie. Die traditie zie je ook terug in de namen van de mannen. Het is gebruikelijk dat de eerstgeborene wordt vernoemd naar de grootvader. In de familie Nolten zijn op dit moment vier generaties ‘Jannen’ in leven. Jan Nolten 80 jaar, Jan Nolten 50 jaar, Jan Nolten 25 jaar en Jan(tje) Nolten 3 jaar. Volgende week is er in het dorp het jaarlijkse zomerfeest. Natuurlijk doet de familie Nolten hieraan mee, ieder op zijn eigen wijze. De buren Ook de buren van de familie Nolten, Hoofdstraat 10 t/m 24, zijn druk bezig met het zomerfeest. Hoofdstraat 10 t/m 24 is een klein appartementencomplex waar acht cliënten met een licht verstandelijke beperking wonen. Renske werkt daar als begeleidster. Ze heeft de opleiding maatschappelijke zorg gedaan. Het zomerfeest staat ook in haar agenda. Je kunt er niet aan ontkomen. Ze heeft vandaag eerst een gesprek met Jos, een jonge onzekere man, creatief en erg op zoek naar erkenning en vaste waarden. Hij is sinds kort aan het daten en gaat voor het eerst met een vriendin naar het zomerfeest. Renske gaat met hem de dag doornemen. Daarna heeft ze een gesprek met Jane. Jane werkt bij de familie Nolten met veel plezier; ze is trots op haar werk. Vaak maken ze grapjes over haar naam Jane tussen alle Jannen. Maar nu is ze even niet blij met haar werk. Tijdens de zomerfeesten moet ze helpen bij de barbecue die door de slagerij wordt verzorgd. Ze wil ander werk, ze wordt vegetariër en ze wil naar Typhoon. Renske begrijpt de boosheid van Jane wel. Ze heeft dit zelf ook weleens als stagiaire meegemaakt. Maar ja, dit hoort erbij; werk gaat voor.

1 23


THEMA 1 Dagbesteding

Renske is zelf ook nauw betrokken bij het zomerfeest; ze is vrijwilliger bij VluchtelingenWerk en vanuit deze positie spant ze zich in om de vluchtelingen van het azc bij het zomerfeest te betrekken. Ze is heel blij met het optreden van Typhoon, omdat hij ook zo maatschappelijk betrokken is. 1

Elke streek heeft zo zijn eigen tradities en ontstaansgeschiedenis, die je terugziet in de festiviteiten zoals een zomerfeest. a Welke tradities ken jij van welk zomerfeest?

b

Kun je achterhalen waar die vandaan komen?

c

Zou hier ook een vleugje zingeving bij zitten?

d

Als je de invulling van een zomerfeest naast de behoeftepiramide van Maslow legt, welke activiteiten zou jij dan bij welke laag aanbieden?

Behoeftes

Dagbestedingsactiviteiten

Groei

Zelfhandhaving

1 24


Praktijksituaties

Zomerfeest

2

Elk zomerfeest biedt tal van mogelijkheden voor dagbesteding. Bij dagbesteding spelen vier aspecten een rol: 1 de persoon die aan de dagbesteding meedoet; 2 de aard van de dagbesteding zelf; 3 de omgeving waarin de dagbesteding plaatsvindt; 4 de waarde van de dagbesteding. Hoe zien deze aspecten eruit voor de oudste Jan Nolten?

3

Een zomerfeest biedt door de activiteiten die er gedaan (moeten) worden tal van mogelijkheden voor participatie en inclusie. Een zomerfeest is er immers voor iedereen. Het begrip participatie kan zowel breed als smal worden opgevat. Bij een brede opvatting gaat het om het meedoen aan het maatschappelijke verkeer in al zijn facetten en ook andere vormen van betrokkenheid, zoals het op de hoogte blijven van nieuws en actualiteiten. Bij een smalle opvatting draait het om deelname aan een bepaalde activiteit. Renske participeert volop in haar rol, als vrijwilligster probeert ze het brede met het smalle te verbinden. Welke verbindingsmogelijkheden zie jij?

4

Jane is boos, Renske heeft met haar een begeleidingsgesprek. Renske is van mening dat ook dit sociale inclusie is. Welke argumenten kan zij daarvoor aanvoeren?

1 25


WERKBOEK NIVEAU 3&4

Dagbesteding MZ

Deze uitgave Dagbesteding MZ maakt deel uit van de serie Traject Welzijn. De theorie van deze uitgave sluit volledig aan bij onderstaand werkproces uit het kwalificatiedossier Maatschappelijke zorg. B1-K1-W4 Ondersteunt de cliĂŤnt bij dagbesteding De leermiddelen uit de serie Traject Welzijn zijn bestemd voor de opleidingen Pedagogisch werk, Maatschappelijke zorg en Sociaal werk. Door de thematische opbouw is Traject Welzijn geschikt voor alle onderwijsvormen en alle leerwegen, past daarnaast in verkorte trajecten en sluit aan bij elke leerstijl. De leerstof is opgebouwd uit: theorie, praktijksituaties en beroepsvaardigheden. Je kunt starten vanuit de theorie of vanuit een (gesimuleerde) praktijksituatie. Wat voor jou het beste werkt.

De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van sociaalagogische, communicatieve, verzorgende en creatieve vaardigheden. Het complete aanbod van Traject Welzijn bestaat uit: - theorieboeken met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - werkboeken met verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten en evaluatie/ reflectieopdrachten; - digitale omgeving met ondersteunend materiaal voor zowel student als docent.

MZ Dagbesteding MZ WERKBOEK

De theorie bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie bij het betreffende werkproces en bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. De verwerkingsopdrachten sluiten aan bij de leerstof in de theorie.

m a at s c h a p p e l i j k e zorg

Herz

ien

Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject Welzijn? Kijk dan op www.thiememeulenhoff .nl/trajectwelzijn.

Auteurs: N. Bus K. van Schaik Onder redactie van: M.H.A.J. Gloudemans R.F.M. van Midde

9 789006 978469

MBO_WB_Welzijn_dagbesteding_MZ_210x297mm.indd All Pages

24/05/18 17:02


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Dagbesteding MZ werkboek by ThiemeMeulenhoff - Issuu