Chirurgie
ThiemeMeulenhoff Zorg Chirurgie
Dit boek gaat over de verschillende heelkundige deelgebieden met hun ziektebeelden. Alle orgaansystemen komen in diverse hoofdstukken aan bod. Veel aandacht is besteed aan de diagnostische en behandeltechnieken. De beschrijving, behandelmethoden en prognose van heelkundige aandoeningen worden overzichtelijk en helder besproken. Chirurgie bevat de nieuwste inzichten op het gebied van chirurgie en is een verdiepend leerboek dat aansluit bij Anatomie en fysiologie, Basisboek pathologie en Inwendige geneeskunde. Chirurgie maakt deel uit van een herziene reeks vakuitgaven die zijn ontwikkeld voor de MBO beroepsopleidingen kwaliďŹ catieniveau 4 in de sectoren Gezondheidszorg en voor de HBO beroepsopleiding Gezondheidszorg. Deze reeks bevat de theoretische vakkennis voor de opleiding verpleegkunde. Daarnaast zijn ze inzetbaar voor onder meer opleidingen tot doktersassistent, tandartsassistent en apothekersassistent. Dr. B.C. Vrouenraets Dr. J.N. Keeman
Chirurgie
9 789006 921939
6417 TM - Omslag chirurgie.indd 1
24-04-13 17:33
Chirurgie
Dr. B.C. Vrouenraets Dr. J.N. Keeman
Colofon Auteurs
Over ThiemeMeulenhoff
Dr. B.C. Vrouenraets Dr. J.N. Keeman
ThiemeMeulenhoff is dé educatieve mediaspecialist en levert educatieve oplossingen voor het Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Middelbaar Beroeps-
Redactie
onderwijs en Hoger Onderwijs. Deze oplossingen worden ontwikkeld in nauwe
Drs. Susan Hol, Chaugey/Overberg
samenwerking met de onderwijsmarkt en dragen bij aan verbeterde leeropbrengsten en individuele talentontwikkeling.
Illustraties Hans Brik, Callantsoog
ThiemeMeulenhoff haalt het beste uit élke leerling.
Ad van Horssen, Laren Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve
Foto’s
oplossingen:
H. Moinat, Sint Lucas Andreas Ziekenhuis, Amsterdam
www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 088 800 20 16
Omslagontwerp
ISBN 978 90 06 92193 9
EnOf Communicatie, Utrecht
Derde druk, eerste oplage, 2013
Vormgeving
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2013
Imago MediaBuilders, Amersfoort Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl.
De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Curriculum Dr. B.C. Vrouenraets Bart Vrouenraets heeft geneeskunde gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. In 1997 is hij gepromoveerd aan dezelfde Universiteit. Hij is ruim 7 jaar werkzaam als chirurg met het aandachtsgebied Chirurgische Oncologie in het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis te Amsterdam. Dr. J.N. Keeman Hans Keeman was vanaf 1972 chirurg in het Sint Lucas (Andreas) Ziekenhuis in Amsterdam. Na zijn pensionering, in 1999, was hij daar werkzaam als algemeen adviseur. De eerste twee drukken van dit boek waren van zijn hand. Mede door een ernstige ziekte heeft hij het tot stand komen van deze derde druk noodgedwongen moeten overlaten aan de volgende generatie chirurgen in zijn Sint Lucas Andreas Ziekenhuis. Vlak voor afronding van deze herziene versie van zijn boek overleed hij.
Aan deze uitgave werkten mee: hoofdstuk 4 Spijsverteringsstelsel Dr. Sjoerd M. Lagarde, AIOS Heelkunde hoofdstuk 5 Hart en bloedvaten Cagdas Unlu, AIOS Heelkunde hoofdstuk 7 Traumatologie Dr. Pieter Boele van Hensbroek, AIOS Heelkunde hoofdstuk 8 Steun- en bewegingsapparaat Dr. Thierry G. Guitton, AIOS vooropleiding Orthopedie hoofdstuk 10 Plastische chirurgie R. Arjen M. Blomme, AIOS vooropleiding Plastische Chirurgie hoofdstuk 11 Urogenitaal systeem Marlies G.F. Maatje, AIOS vooropleiding Urologie
Woord vooraf ‘Chirurgie’ maakt deel uit van een herziene serie
en het nog beter aan te laten sluiten bij de ver-
vakondersteunende uitgaven voor het middelbaar
schillende doelgroepen.
en hoger beroepsonderwijs. Dit boek is een ver-
Wij hopen dat u met plezier zult werken met dit
diepende uitgave en vormt samen met het basis-
boek. Heeft u vragen of suggesties, dan waarderen
boek ‘Pathologie’, ‘Anatomie en fysiologie’ en ‘In-
wij het bijzonder wanneer u contact met ons op-
wendige geneeskunde’ een gedegen onderbou-
neemt.
wing voor de MBO beroepsopleidingen kwalificatieniveau 4 en voor het HBO kwalificatieniveau 5 in de sector Gezondheidszorg. Het samenspel tussen theorie en beeldmateriaal heeft ertoe geleid dat deze uitgaven al sinds de jaren negentig van de vorige eeuw hét naslagmateriaal vormen voor het Gezondheidsonderwijs. De boeken bevatten de theoretische vakkennis voor de opleiding verpleegkundige. In ‘Chirurgie’ staan de verschillende deelgebieden met hun ziektebeelden van de heelkunde centraal. Onder leiding van de (oud-)chirurgen Vrouenraets en Keeman hebben arts-assistenten in opleiding van de afdeling Heelkunde van het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis te Amsterdam, elk binnen hun aandachtsgebied, bijgedragen en ervoor gezorgd dat dit boek de nieuwste inzichten op het gebied van Chirurgie bevat. Het boek is opgebouwd uit dertien hoofdstukken met de afzonderlijke vakgebieden binnen de chirurgie. De hoofdstukken kunnen los van elkaar, maar ook in samenhang, bestudeerd worden. De duidelijke opbouw, heldere teksten en ondersteunende afbeeldingen maken het boek voor de student heel toegankelijk. Wij bedanken de auteurs en de specialisten van het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis voor hun toegewijde inzet bij de totstandkoming van dit boek. Zij hebben veel werk verzet om het boek te actualiseren
De uitgever
Inhoudsopgave 1
2
Ontwikkeling van de chirurgie 1.1
Geschiedenis
1.2
De ontwikkeling van deelgebieden
Huidige chirurgie 2.1
2.2
13
19
3.2
3.3
3.4
3.5
19
2.1.1
Operatiecomplex en chirurgisch team 20
2.1.2
Anesthesie
24
Wonden, wondgenezing, wondcomplicaties en wondbehandeling 27 2.2.1
Wonden 27
2.2.2
Wondgenezing 28
2.2.3
Wondcomplicaties
30
Wondbehandeling
36
Shock
37
2.3.1
Oorzaken
2.3.2
Behandeling
38 39
Oncologische en endocriene chirurgie 3.1
15
Algemene oriĂŤntatie op chirurg en werkterrein
2.2.4 2.3
3
13
Oncologische chirurgie
43
43
3.1.1
Tumorcellen
3.1.2
Epidemiologie
44
3.1.3
Diagnostiek
3.1.4
Chirurgische behandeling
45 46
Maligne tumoren van de huid 3.2.1
Basaalcelcarcinoom
3.2.2
Plaveiselcelcarcinoom
3.2.3
Melanoom
Mammacarcinoom
49 49 50
51 53
3.3.1
Diagnostiek
53
3.3.2
Behandeling
55
Sarcomen
48
58
3.4.1
Diagnostiek
58
3.4.2
Behandeling
58
Endocriene chirurgie
59
3.5.1
Schildklier
59
3.5.2
Bijschildklieren
3.5.3
Bijnieren
3.5.4
Overige endocriene tumoren
61
62 62
4
Spijsverteringsstelsel 4.1
4.2
4.3
4.4
4.5
4.6
4.7
4.8
65
Mond 65 4.1.1
Slijmvlies
4.1.2
Speekselklieren
Slokdarm
65 66
67
4.2.1
Aangeboren afwijkingen
4.2.2
Divertikels
4.2.3
Achalasie
4.2.4
Gastro-oesofageale reuxziekte 68
4.2.5
Tumoren 70
4.2.6
Traumata 71
4.2.7
Oesofagusvarices
67 68
Maag en duodenum
72
4.3.1
Ulcuslijden
72
4.3.2
Maagtumoren 74
4.3.3
Obesitas
Dunne darm
67
71
75
78
4.4.1
Aangeboren afwijkingen
4.4.2
Invaginatie
78
79
Colon, rectum en anus
81
4.5.1
Appendicitis acuta
4.5.2
Diverticulitis
81
4.5.3
Motiliteitsstoornissen van colon en rectum
4.5.4
Chronische inammatoire darmziekten 84
4.5.5
Tumoren 86
4.5.6
Incontinentia alvi
4.5.7
Afwijkingen van de anus en het anale kanaal 89
82
89
Lever, galblaas, galwegen en pancreas 92 4.6.1
Lever
4.6.2
Galblaas en galwegen
4.6.3
Pancreas 96
Acute buik
83
92 93
100
4.7.1
Diagnostiek
4.7.2
Oorzaken van acute buikpijn
100
4.7.3
Peritonitis
4.7.4
Ileus
4.7.5
Bloedingen en circulatiestoornissen
4.7.6
Kolieken
106
Buikwandbreuken
106
101
101
102 105
5
5.2
Dijbreuk
4.8.3
Navelbreuk en bovenbuikbreuk
4.8.4
Littekenbreuk
6.2
6.3
7.2
7.3
108
109
111
5.1.1
Verworven hartklepaandoeningen
5.1.2
Verworven kransslagaderaandoeningen
5.1.3
Stoornissen in de elektrofysiologie en pacemakers
5.1.4
Hartondersteunende apparatuur en kunsthart
Vaatchirurgie
113 114 116
117
117
5.2.1
Veneuze pathologie
5.2.2
Arterieel vaatlijden
5.2.3
Aneurysma
118 124
127
133
Afwijkingen van de mamma
133
6.1.1
Mammacarcinoom
133
6.1.2
Goedaardige mamma-afwijkingen bij de vrouw
6.1.3
Mamma-afwijkingen bij de man
6.1.4
Congenitale afwijkingen van de mamma
Sternumafwijkingen
Trechter- of schoenmakersborst
6.2.2
Kippenborst
Thoraxchirurgie
138
141 142
143
6.2.1
143
144
144
6.3.1
Diagnostiek
6.3.2
Afwijkingen van het mediastinum
6.3.3
Goedaardige afwijkingen van pleura en longen 147
6.3.4
Kwaadaardige afwijkingen van pleura en longen
Traumatologie 7.1
107 108
111
Cardiale chirurgie
Thorax en longen 6.1
7
Liesbreuk
4.8.2
Hart en bloedvaten 5.1
6
4.8.1
144 146
155
Oorzaken van een trauma
155
Letsels van huid en onderhuidse weefsels 156 7.2.1
Letsels als gevolg van mechanisch geweld 156
7.2.2
Letsels als gevolg van thermisch geweld 158
7.2.3
Brandwonden
7.2.4
Letsels als gevolg van stralingsgeweld
7.2.5
Letsels als gevolg van chemisch geweld
Algemene fractuurleer
159
164
7.3.1
Indeling fracturen
7.3.2
Diagnostiek
166
164
163 163
150
7.4
7.5
7.6
7.7
7.8
8
7.3.3
Botgenezing
166
7.3.4
Behandeling
167
Letsels van het vaatstelsel
172
7.4.1
Gesloten vaatletsels
7.4.2
Open vaatletsels
7.4.3
Bloedverlies
172
172
172
Schedeltraumata en ruggenmergsletsels
173
7.5.1
Fracturen van de hersenschedel
7.5.2
Fracturen van de aangezichtsschedel
7.5.3
Intracraniale bloedingen
7.5.4
Hersenbeschadigingen
7.5.5
Ruggenmergsletsels
Letsels van de thorax
173
174 175
176
176
7.6.1
Stompe thoraxletsels
176
7.6.2
Scherpe thoraxletsels
177
7.6.3
Pneumothorax
177
7.6.4
Hematothorax
178
7.6.5
Harttamponnade
7.6.6
Overige afwijkingen
Buikletsels
173
179 179
179
7.7.1
Stomp buikletsel
179
7.7.2
Scherp buikletsel
181
Acute opvang van zwaargewonde slachtoffers 7.8.1
PolyblessĂŠ en polytraumatisĂŠ
182
7.8.2
Trauma Nursing Core Course
183
182
Steun- en bewegingsapparaat 191 8.1
8.2
8.3
Fracturen
191
8.1.1
Fracturen van de bovenste extremiteit
192
8.1.2
Fracturen van de onderste extremiteit
196
8.1.3
Wervelfracturen
200
Luxaties
201
8.2.1
Schouderluxaties
8.2.2
Elleboogluxaties
8.2.3
Vingerluxaties
8.2.4
Heupluxaties
203
8.2.5
Enkelluxaties
203
Letsels van spieren
201 202
202
203
8.3.1
Intrinsiek spierletsel
203
8.3.2
Extrinsiek spierletsel
204
8.4
8.5
8.6
8.7
9
Bandletsels
8.4.2
Peesverwondingen
Bottumoren
9.2
10.2
10.3
205
8.5.1
Kwaadaardige bottumoren 207
8.5.2
Goedaardige bottumoren
Wervelkolomafwijkingen
207
209
8.6.1
Verkrommingen van de wervelkolom (scoliose)
8.6.2
Vervormingen door versterkte kyfose 210
8.6.3
Degeneratieve afwijkingen
8.6.4
Metastasen in de wervelkolom
8.6.5
Wervelkolomletsels
Gewrichtsaandoeningen
213
213
Degeneratieve afwijkingen
8.7.2
Artroscopie
Ontstekingen
212
213
8.7.1
213
215
219 219
9.1.1
Algemeen
9.1.2
219
SpeciďŹ ek 220
Oppervlakkige tumoren en cysten
224
9.2.1
Oppervlakkige tumoren
224
9.2.2
Oppervlakkige cysten 227
Plastische chirurgie 10.1
205
206
Huid en huidadnexen 9.1
10
Letsels van banden en pezen 204 8.4.1
231
Plastische (esthetische) chirurgie
231
10.1.1
Borstvergroting en -verkleining
10.1.2
Buikwandcorrectie
10.1.3
Liposuctie
10.1.4
Neus-, oog- en oorcorrecties
10.1.5
Voorhoofdslift
10.1.6
Facelift
232
232
232 233
233
234
Reconstructieve chirurgie
234
10.2.1
Reconstructie bij geboorteafwijkingen
10.2.2
Reconstructie na ongevallen
10.2.3
Reconstructie na oncologische chirurgie
Handchirurgie
239
10.3.1
Pezen
239
10.3.2
Bot
10.3.3
Vaten
10.3.4
Zenuwen
10.3.5
Weke delen
240 241 241 243
234
236 238
209
11
Urogenitaal systeem 11.1
11.2
11.3
11.4
12
11.1.1
Aangeboren afwijkingen
248
11.1.2
Polycysteuze nierziekten
248
11.1.3
Ontstekingen
11.1.4
Obstructie
11.1.5
Tumoren 252
11.1.6
Stenen 253
12.2
12.3
12.4
249
251
Blaas 255 11.2.1
Aangeboren afwijkingen
11.2.2
Functiestoornissen
11.2.3
Ontstekingen
11.2.4
Vesico-ureterale reux
11.2.5
Tumoren 260
256
256
257 258
Prostaat
263
11.3.1
Benigne prostaathyperplasie
11.3.2
Prostaatcarcinoom
263
264
Mannelijke genitalia 266 11.4.1
Scrotum en inhoud 266
11.4.2
Penis
Neurochirurgie 12.1
247
Bovenste urinewegen: nieren, nierbekkens en ureters
270
275
Hersenbloedingen
276
12.1.1
Intracerebrale bloeding
12.1.2
Bloeding rond de hersenen
Hernia’s
279
12.2.1
Rughernia
279
12.2.2
Nekhernia
282
Hersentumoren
276 277
284
12.3.1
Ontstaan en voorkomen 284
12.3.2
Soorten tumoren
12.3.3
Symptomen of verschijnselen
12.3.4
Aanvullend onderzoek
12.3.5
Behandeling
286
12.3.6
Complicaties
286
12.3.7
Na de operatie 286
12.3.8
Recidief
Ulnaris neuropathie
287 287
12.4.1
Klachten
287
12.4.2
Oorzaak
288
284
285
285
247
12.5
13
12.4.3
Onderzoek 288
12.4.4
Behandeling
288
12.4.5
Complicaties
288
Carpaletunnelsyndroom 12.5.1
Klachten
289
12.5.2
Oorzaak
289
12.5.3
Onderzoek 290
12.5.4
Behandeling
290
12.5.5
Complicaties
290
Zintuigen 13.1
13.2
13.3
13.4
13.5
Register
289
293
Aandoeningen van de neus en neusbijholten 13.1.1
Ontstekingen
13.1.2
Tumoren 295
13.1.3
Traumata 295
13.1.4
Overige aandoeningen
297
Aandoeningen van de keelholte
298
293
294
13.2.1
AdenoĂŻdhypertroďŹ e 299
13.2.2
Ontstekingen
13.2.3
Tumoren 301
300
Aandoeningen van het oor 302 13.3.1
Otitis media
13.3.2
Operatieve behandeling van otitis media
302
13.3.3
Slechthorendheid
13.3.4
Otosclerose
305
306
Aandoeningen van het strottenhoofd 13.4.1
Ontstekingen
13.4.2
Glottisoedeem
13.4.3
Lokale stembandzwellingen
13.4.4
Tumoren 308
13.4.5
Ademhalingsproblemen
306
306 306
Aandoeningen van het oog
308
311
311
13.5.1
Aandoeningen van het ooglid 312
13.5.2
Rood oog 313
13.5.3
Cataract
13.5.4
Scheelzien 317
13.5.5
Netvliesloslating
13.5.6
Diabetische retinopathie
13.5.7
Refractiechirurgie
322
316
318
320
320
304
Hoofdstuk 1 Ontwikkeling van de chirurgie
1
Ontwikkeling van de chirurgie
Inleiding
lecystectomie hebben ondergaan, gaan nog dezelfde dag naar huis. Onveranderd is dat elke in-
De huidige chirurgie verschilt aanzienlijk met die uit
greep, hoe relatief eenvoudig misschien dan ook
vroegere tijden, al voeren chirurgen natuurlijk nog
voor de chirurg, een belasting is voor de patiënt.
steeds operaties uit en hechten zij wonden. Ook
Je bestudeert in dit hoofdstuk de ontwikkeling van
verrichten zij net als vroeger niet-operatieve han-
de chirurgie in de loop van de tijd, de grote lijn, en
delingen, zoals gips aanleggen, poliklinisch en kli-
het ontstaan van de deelgebieden in de ontwikke-
nisch vooronderzoek, nabehandeling van geope-
ling van de chirurgie.
reerde patiënten en de conservatieve (niet-opera-
Dit hoofdstuk begint met de geschiedenis van chi-
tieve) behandeling van patiënten met bijvoorbeeld
rurgie en geeft daarna een overzicht van een aantal
infecties en ontstekingen.
specifieke gebieden.
Wat is er dan veranderd? Neem bijvoorbeeld een afwijking als het ulcus duodeni (maagzweer). Een chirurg was daar in de jaren 1960 en 1970 bijna
1.1
Geschiedenis
dagelijks mee bezig. Nu is het ziektebeeld vrijwel
Het woord chirurgie komt uit het Oudgrieks en
verdwenen van de operatietafel, omdat de afwij-
betekent zoiets als handwerk. De doctores medici-
king medicamenteus wordt behandeld.
nae (de voorlopers van de huidige internisten)
Een ander voorbeeld is de minimaal invasieve chi-
hadden echter gestudeerd en een (academische)
rurgie: tegenwoordig worden veel buikoperaties
graad behaald. Zij stonden aan het hoofd van de
laparoscopisch in plaats van via een laparotomie
ziekenzorg. In de chirurgie vormt de ambachtelijke
verricht. Het einde van deze ontwikkeling is nog
kant van de heelkunde (het handwerk) een be-
lang niet in zicht.
langrijk deel van de werkzaamheden en draagt bij
Een derde voorbeeld is de dagopname in de chi-
aan een goed eindresultaat als het vakkundig is
rurgie. Veel operaties die vroeger een verblijf van
uitgevoerd. Maar daarnaast zijn kennis van de
een week tot tien dagen vereisten, kunnen nu op
chirurgische pathologie en adequate patiëntbege-
basis van dagbehandeling uitgevoerd worden.
leiding altijd van groot belang geweest.
Vrijwel alle patiënten die een liesbreukoperatie,
De Egyptenaren behandelden wonden, botbreuken
spataderoperatie of zelfs een laparoscopische cho-
en abcessen vele duizenden jaren voor Christus. Bij
13
Chirurgie
de Maya’s in Zuid-Amerika werd – ver voor onze
deden op een meer wetenschappelijke basis ge-
jaartelling – chirurgie toegepast door mensen met
vestigd moest worden. In Amsterdam richtten een
enige opleiding. Bij de Romeinen waren er mensen
aantal chirurgijns onder leiding van Andreas Bonn
die zich bezighielden met heelkundige behandel-
en David van Gesscher een genootschap op met
wijzen. In de Romeinse legioenen verzorgden
het doel de chirurgie te verbeteren. Dit genoot-
veldchirurgijns gewonde militairen. Deze chirurgijns
schap bestaat nog steeds: Genootschap ter Bevor-
werden duplicarii genoemd, omdat zij het dubbele
dering van de Natuur-, Genees- en Heelkunde.
salaris van een onderofficier kregen. Met de on-
Met de komst van Napoleon werd het gildewezen
dergang van het Romeinse Rijk verdwenen de du-
afgeschaft en de ‘Commisie van Geneeskundig
plicarii weer.
Toeversicht’ ingesteld. De commissie ging zich ook
Van het eerste deel van de middeleeuwen is weinig
bezighouden met de opleiding. Het uitoefenen van
bekend over de organisatie van heelkundige zorg.
barbierstaken door chirurgijns werd verboden. Ge-
In de twaalfde eeuw ontstonden de eerste univer-
leidelijk ontwikkelde de chirurgie zich tot een vol-
siteiten, met name in Zuid-Europa (Italië), die artsen
waardiger deel van de geneeskunde, hoewel de
opleidden. Chirurgen vormden toen een aparte.
doctores medicinae toch nog steeds de echte ge-
Dat waren meestal in de praktijk geschoolde
leerden waren. Pas met de invoering van de eerste
handwerkslieden, zonder al te veel opleiding, die
narcose in Amerika in 1846 door Morton Jackson
wonden, botbreuken en weke deleninfecties be-
(een tandarts!), de asepsis (handen wassen bij
handelden. In de vijftiende en zestiende eeuw
kraamvrouwen) in 1847 door Semmelweis in We-
kwam het gildewezen op en werkten chirurgijns
nen en daarna de antisepsis in 1867 door Lister in
meer in georganiseerd verband. Toch bleef het
Engeland kon de chirurgie zich gaan ontwikkelen
werken in de chirurgijnswinkel de voornaamste
tot wat er momenteel mogelijk is. In de afgelopen
bezigheid. Het ‘baardschrappen’ vormde het be-
eeuw hebben natuurlijk de ontdekking van de
langrijkste onderdeel, maar aderlaten (flebotomie)
antibiotica en vele technologische ontwikkelingen
behoorde ook tot de dagelijkse bezigheden van de
sterk bijgedragen aan de ontplooiing van de heel-
chirurgijn. De leerling-chirurgijn moest bij de
kunde. De hedendaagse chirurg is een arts die de-
meesterproef zelf de ‘vlijmen’ scherpen voor een
zelfde basis heeft als alle andere artsen, maar zich
goede flebotomie. Aan het uiteinde van het mes
daarnaast vele technieken heeft eigen gemaakt.
hingen belletjes: deze mochten tijdens de aderlating
Geleidelijk ontwikkelden zich in de chirurgie diverse
niet rinkelen als bewijs van de vaste hand van de
specialismen, zoals orthopedie, urologie, plastische
chirurgijn (figuur 1.1).
en reconstructieve chirurgie, neurochirurgie en car-
De leerling-chirurgijn kreeg ook anatomie aan de
diopulmonale chirurgie.
hand van het kadaver van een terechtgestelde
Ook in de zogeheten algemene chirurgie is er
misdadiger. Maar vaak schoten de lessen erbij in,
sprake van een steeds verdergaande differentiatie,
omdat de leerling hard moest werken in de winkel
omdat het voor niemand meer goed mogelijk is alle
van zijn meester (figuur 1.1).
nieuwe ontwikkelingen bij te houden en de daar-
Pas aan het eind van de achttiende eeuw kwam
mee gepaard gaande technieken te beheersen.
hierin enige verandering, omdat de toenmalige chirurgijns het gevoel hadden dat het werk dat zij
14
Hoofdstuk 1 Ontwikkeling van de chirurgie
traumatologie vele snijdende specialismen betrokken, bijvoorbeeld: ■
algemene chirurgie: traumata van het gehele lichaam;
■
orthopedie: traumata van het steun- en bewegingsapparaat;
■
plastische chirurgie: perifere traumata, pees- en zenuwletsels, hand- en vingerletsels;
■
neurochirurgie: letsels centraal zenuwstelsel, trauma perifere zenuwen.
Bij de vaatchirurgie gaat het veel om de volgende specialismen: ■
algemene chirurgie: perifeer en centraal arterieel vaatlijden;
■
cardiopulmonale chirurgie: centraal arterieel vaatlijden in de thoraxholte.
Bij de chirurgie van het spijsverteringskanaal zijn betrokken: Figuur 1.1
1.2
Titelpagina van het boek over de chirurgie van de Amsterdamse chirurgijn Stephen Blankaart
De ontwikkeling van deelgebieden
■
algemene chirurgie;
■
gastro-intestinale chirurgie;
■
oncologische chirurgie.
Bij de oncologische chirurgie vind je, afhankelijk van de plaats van de maligniteit, vele chirurgische specialismen:
De heelkunde betreft het hele lichaam. Afwijkingen
■
algemene chirurgie;
van sommige delen worden specifiek door één
■
gastro-intestinale chirurgie;
heelkundig specialisme behandeld. Andere delen
■
plastische chirurgie;
zijn voor verschillende chirurgische specialisten
■
KNO-arts.
toegankelijk. Verder zijn er afwijkingen die alleen maar goed behandeld kunnen worden door een
Bij de bekkenbodemchirurgie gaat het om:
team van verschillende soorten chirurgen. De
■
algemene chirurgie;
standaardindeling die in paragraaf 1.1 is genoemd,
■
gynaecologie;
is veranderd door het ontstaan van verfijningen en
■
urologie.
aandachtsgebieden die soms door meer dan één chirurgisch specialisme worden verzorgd. Zo zijn bij
15
Chirurgie
Bij de thoraxchirurgie zijn betrokken: ■
algemene chirurgie, met name longchirurgie;
■
cardiopulmonale chirurgie.
Bij de transplantatiechirurgie gaat het om de specialismen: ■
algemene chirurgie;
■
vaatchirurgie;
■
urologie.
In de algemene chirurgie is dus een vergaande onderverdeling ontstaan, de zogenoemde differentiaties. Zo zijn er de oncologische chirurgie, kinderchirurgie, traumatologie, vaatchirurgie, longchirurgie en gastro-intestinale chirurgie. Er bestaat een aparte opleiding voor al deze differentiaties.
16
Hoofdstuk 1 Ontwikkeling van de chirurgie
Samenvatting De chirurgie is veranderd van het eenvoudige handwerk door de chirurgijn, naar een discipline die technische vaardigheid en kennis over ziekte en gezondheid vereist. Er zijn specialismen als orthopedie, urologie, plastische chirurgie en neurochirurgie ontstaan. Verder zijn er binnen de algemene chirurgie tal van deelgebieden ontwikkeld.
17
Hoofdstuk 2 Huidige chirurgie
2
Huidige chirurgie
Inleiding De chirurg van nu heeft, in tegenstelling tot de
2.1
Algemene oriëntatie op chirurg en werkterrein
chirurgijn van vroeger, anderen nodig voor het
Het doel van het handelen van de chirurg is om de
uitvoeren van operaties. Hoe ingewikkelder de
zieke of getroffen patiënt weer normaal te laten
operatie, des te meer hulptroepen vereist zijn. Je
functioneren. Dat kan op verschillende manieren,
bestudeert in dit hoofdstuk het werkterrein van de
waarbij het werk op de operatiekamer een relatief
chirurg en de taken van het chirurgisch team.
klein deel van de dagtaak beslaat. Vooral het poli-
Verder komen de postoperatieve zorg op de ver-
klinische deel neemt veel tijd in beslag. Je moet
koeverkamer (postanesthesiezorgafdeling), inten-
daarbij denken aan onderzoek, diagnose, multidis-
sive care en verpleegafdeling aan bod en is er
ciplinaire besprekingen, zo nodig aanvullend preo-
aandacht voor postoperatieve complicaties op korte
peratief onderzoek en (na)behandeling. Verder
en langere termijn.
voert de chirurg puncties uit, reponeert fracturen,
De anesthesist is met de anesthesieassistenten ver-
doet gipsbehandelingen, hecht wonden, doet
antwoordelijk voor adequate pijnbestrijding, zodat
wondbehandeling en verzorgt kleine operaties on-
de patiënt de operatie rustig kan ondergaan. Je
der plaatselijke verdoving. Klinische behandeling
bestudeert in dit hoofdstuk verschillende vormen
vergt eveneens een deel van de tijd. Patiënten
van anesthesie.
worden in toenemende mate op basis van dagop-
Onvermijdelijk onderdeel van het chirurgisch han-
name of kort verblijf operatief behandeld, waardoor
delen zijn wonden. In dit hoofdstuk bestudeer je
voor de echte klinische behandeling de ernstiger
dan ook een indeling in en symptomen van won-
zieke patiënten overblijven.
den, het verloop van een normaal wondgenezingsproces, wondcomplicaties en hun behandeling en de behandeling van accidentele en chirurgische wonden. Tot slot bestudeer je de oorzaken van shock en de daarmee samenhangende behandeling.
19
Chirurgie
2.1.1
Operatiecomplex en chirurgisch team
Voorbereiding
bracht. In een apart deel van het complex bereidt de anesthesist de patiënt zoveel mogelijk voor op de operatie. Er wordt een infuus ingebracht en er wordt bijvoorbeeld – wanneer dat is afgesproken – epidurale anesthesie gegeven. De meeste opera-
Kort vóór de operatie wordt de patiënt van de
tiecomplexen hebben voorbereidingskamers, maar
verpleegafdeling naar het operatiecomplex ge-
bijna alle anesthesisten brengen de patiënt liever op
Figuur 2.1
20
Schematische opstelling o.k. 1 chirurg; 2 eerste assistent; 3 tweede assistent; 4 anesthesist; 5 anesthesieapparaat; 6 instrumenterende verpleegkundige; 7 instrumententafels; 8 infuus; 9 omloop; 10 gazenbak; 11 scherm tussen steriele gedeelte en de anesthesie sector
Hoofdstuk 2 Huidige chirurgie
de operatietafel onder narcose omdat dit veiliger is.
kleding gestoken, waarna de anderen volgen. De
Immers, de patiënt vervoeren tijdens het begin van
handen zijn bedekt met steriele operatiehand-
een narcose, een cruciaal moment, is niet zonder
schoenen. Een gelaatsmasker zorgt ervoor dat geen
risico. Inleiden op de operatietafel heeft als nadeel
sputumdruppels de operatiewond kunnen bereiken.
dat de patiënt onrustig kan worden door de drukte
Het operatiegebied wordt vervolgens door de chi-
in de operatiekamer en de vreemde omgeving met
rurg of operatieassistent nauwkeurig gedesinfec-
‘enge’ apparaten.
teerd met een alcoholische jood- of chloorhexidineoplossing. Dit gebied wordt vrijgelaten bij het
Operatiekamer
daaropvolgend steriel afdekken. Na deze voorbereidingen nemen de direct bij de operatie betrok-
In het operatiecomplex bevindt zich een aantal
kenen hun plaats in. Het aantal is afhankelijk van
operatiekamers. Vanwege steriliteit zijn alleen de
de aard van de operatieve ingreep. De opstelling
mensen aanwezig die er thuishoren en moet er zo
zal van ziekenhuis tot ziekenhuis verschillen. De
min mogelijk in en uit gelopen worden. In het
taken tijdens de operatie zijn volgens een vast pa-
centrum van de kamer staat de operatietafel met
troon opgesplitst. De chirurg heeft de leiding en de
aan het hoofdeinde de anesthesieapparatuur. De
eerste assistent opereert mee, presenteert weefsels,
anesthesist legt de patiënt zo zorgvuldig mogelijk in
pakt en ligeert (bindt af) of coaguleert (brandt
een juiste houding om drukpunten te vermijden. De
dicht) bloedende vaatjes, enzovoort. De tweede
operatieassistent heeft zich van tevoren in steriele
assistent houdt met specula de operatiewond goed
Figuur 2.2
Opstelling in werkelijkheid
21
Chirurgie
open. De operatieassistent volgt de voortgang van
wakker is geworden, wordt de tube als eerste ver-
de ingreep nauwlettend en geeft de nodige in-
wijderd. Op de postanesthesiezorgafdeling ofwel
strumenten, hechtdraden en gazen aan. Altijd zal
verkoeverkamer (uitslaapkamer) kan de patiënt
een ‘omloop’ aanwezig zijn om extra benodigdhe-
onder nauwkeurige controle bijkomen, waarbij
den aan te kunnen geven en eventuele gevallen
vooral gelet wordt op de ademhaling en andere
voorwerpen op te rapen. Deze ‘omloop’ verzamelt
vitale parameters. Zo kort na de operatie is de al-
en telt de gebruikte gazen om te voorkomen dat er
gehele anesthesie nog niet volledig uitgewerkt en
gazen in de wond achterblijven en om het bloed-
wordt het bewustzijn geleidelijk aan weer helder.
verlies te kunnen schatten. De anesthesist en/of
Aandachtspunten zijn de polsfrequentie, bloeddruk
anesthesieassistent aan het hoofdeinde van de tafel
en kleur van de patiënt. Zodra de patiënt stabiel is,
monitort met behulp van apparatuur, die bij grotere
kan deze terug naar de verpleegafdeling of afdeling
operaties vrij uitgebreid kan zijn, de vitale functies
voor dagbehandeling voor eventuele verdere post-
(bloeddruk, pols- en ademhalingsfrequentie, urine-
operatieve verzorging.
productie, pijnreacties). De apparatuur bewaakt de diepte van de narcose en de mate van pijnstilling of spierverslapping bij de patiënt (figuur 2.1 en 2.2).
Intensive care Soms is opvang en behandeling op de intensive
Verkoeverkamer
care nodig. Dit geldt voor patiënten die langdurig postoperatieve bewaking nodig hebben, zoals na
Nadat de operatie achter de rug is wordt de patiënt
grote operaties, bij peroperatieve complicaties en
op de operatiekamer uitgeleid. Vooral in het geval
instabiele patiënten. Met behulp van de beschik-
van een narcose betekent dat een risicovolle pe-
bare bewakingsapparatuur en het speciaal opge-
riode. De toediening van narcosegassen is dan al
leide personeel, artsen zowel als verpleegkundigen,
gestaakt, maar de patiënt moet geleidelijk wakker
is een intensieve bewaking en behandeling moge-
worden en uit eigen beweging weer gaan ademen.
lijk.
Om bij slaperige patiënten de ademweg vrij te kunnen houden wordt soms een Mayo-tube ingebracht (figuur 2.3). Wanneer de patiënt voldoende
Postoperatieve zorg op de afdeling Ook op de afdeling moet een regelmatige controle plaatsvinden van:
Figuur 2.3
22
Schematische weergave van de ingebrachte Mayo-tube
■
pols en polsfrequentie;
■
bloeddruk;
■
ademhaling;
■
bewustzijn (het gehoor keert als eerste terug);
■
infuus;
■
wond en eventuele drains postoperatief;
■
pijnbestrijding.
Hoofdstuk 2 Huidige chirurgie
Verder is het van belang goed te letten op de uri-
overvuld, waardoor het onmogelijk wordt de blaas
neproductie. Vooral na een epidurale of spinale
te ledigen. Het inbrengen van een blaaskatheter is
anesthesie kan blaasretentie optreden. Patiënten
dan noodzakelijk.
die op basis van dagbehandeling een ingreep
Na de operatie kan een nabloeding of
hebben ondergaan, mogen de kliniek pas na vol-
wondhematoom ontstaan. Het gevaarlijkst zijn in-
doende spontane urineproductie verlaten.
wendige, niet direct zichtbare, bloedingen. Een verhoogde polsfrequentie en lage bloeddruk bij een
Postoperatieve complicaties
bleke patiënt kunnen erop wijzen dat zich ergens bloedverlies voordoet. Direct ingrijpen is dan
Door het chirurgische ingrijpen kunnen problemen
noodzakelijk. Patiënten met een matige hartcondi-
ontstaan die de gewone gang van zaken belem-
tie kunnen last krijgen van cardiale problemen.
meren. Deze zijn afhankelijk van de aard en grootte
Hoewel dat vóór de operatie meestal al bekend is,
van de ingreep, en voor een deel van de patiënt
kan de ingreep wat te veel voor het hart zijn. De
zelf. De bekendste complicaties zijn te zien in tabel
patiënt kan een aanval van angina pectoris, hart-
2.1.
infarct of decompensatio cordis krijgen.
Als de patiënt niet goed doorademt na de operatie
Wondinfecties ontstaan tijdens de operatie, maar
vanwege de pijn, kan dit longproblemen geven.
de tekenen daarvan verschijnen pas enkele dagen
Goede pijnstilling is daarom van groot belang. Maar
later. Door de weefselreactie zien veel wonden er
de patiënt mag niet suf worden, want ook dan
direct na de operatie wat roder uit. Er is sprake van
ademt hij niet goed door. Aanmoediging tot
een wondinfectie als de roodheid blijft, de wond
ademhalen is zeer de moeite waard.
gezwollen raakt en de patiënt temperatuurverho-
Mictieproblemen – onvoldoende urineproductie –
ging heeft. Ondanks nauwgezette asepsis en soms
hebben met de operatie zelf en met anesthesie te
profylactische antibiotica vóór en tijdens de opera-
maken. De patiënt kan tijdens de operatie veel
tie kan een wondinfectie toch optreden doordat de
vocht verliezen. Hoewel de anesthesist probeert het
patiënt zelf al bacteriedrager is. De meest voorko-
vochtverlies aan te vullen, kan het voorkomen dat
mende verwekker is de Staphylococcus aureus,
de patiënt wat achterloopt. Als gevolg van de
terwijl bij buikoperaties de Escherichia coli een vaak
anesthesie (welke vorm dan ook) kan de patiënt
voorkomend micro-organisme is. De beste behan-
ondanks een volle blaas het gevoel tot aandrang
deling bestaat uit het openleggen van de wond en
missen. In extreme gevallen raakt de blaas dan
niet het geven van antibiotica!
Tabel 2.1 Postoperatieve complicaties Op korte termijn
Op langere termijn
longproblemen, vooral na buikoperaties
wondinfectie, meestal pas na ± vijf dagen
mictieproblemen, nierinsufficiëntie
trombose en embolie
nabloeding of wondhematoom
decubitus
cardiale problemen
23
Chirurgie
Trombose en embolie zijn eveneens nauw verbon-
de chirurg bepaalde welke vorm van ‘verdoving’
den met het chirurgisch ingrijpen. Door de operatie
voor de patiënt het meest geschikt was. Met een
wordt het bloedstollingsmechanisme geactiveerd en
groot arsenaal aan middelen kan de anesthesist
de patiënt ligt vaak langdurig stil. Dat kan ervoor
elke vorm van anesthesie op maat leveren. On-
zorgen dat een bloedstolsel in een van de grote
danks de zeer veilige hedendaagse technieken blijft
venen van de benen (trombose) ontstaat. De afvoer
een algehele anesthesie (narcose) voor de meeste
van het bloed uit het been raakt geblokkeerd, met
patiënten een angstige aangelegenheid. Gelukkig
als gevolg oedeemvorming en pijn. Daarnaast kan
kan vaak voor een van de andere uitvoeringsmo-
een stuk van de trombus (stolsel) loslaten en met
gelijkheden gekozen worden.
de bloedstroom meegevoerd worden tot in de longen: longembolie. Is deze groot, dan kan dat een acute dood betekenen. Om deze complicaties
Algehele anesthesie
te voorkomen, krijgt vrijwel elke operatiepatiënt
Van de vier hoofddoelen van de algehele anes-
bloedverdunners rond de operatie, meestal hepari-
thesie – pijnbestrijding, bewustzijnsdaling, onder-
ne subcutaan.
drukking van vegetatieve reflexen en spierverslap-
Decubitus is het probleem van patiënten in een
ping – is een aantal in belang veranderd. De hui-
slechte conditie, die bedlegerig zijn geworden door
dige anesthesist heeft pijnstillende middelen die
het ziekteproces en/of de operatie. Als de patiënt te
sterk en kort werken en daardoor minder bijwer-
lang op slecht gecirculeerde plekken ligt, zal door
kingen hebben. Ook is een diepe slaap niet zo
druk de circulatie in die gebieden slechter worden.
noodzakelijk meer. Afhankelijk van de ingreep kan
Meestal sterven in eerste instantie de onderhuidse
de bewustzijnsverlaging worden aangepast aan het
weefsels af en in tweede instantie de huid. De
gewenste niveau en kan dan ook variëren van een
voorkeursplaatsen zijn die gebieden waar de huid
oppervlakkige schemertoestand tot een diepe slaap.
vrijwel direct over het bot ligt, zoals de stuit, elle-
Dit alleen is niet voldoende. Tijdens de narcose
bogen, schouderbladen, heupen en hielen.
komen pijnprikkels wel in de hersenen aan, maar wordt de gewaarwording daarvan onderdrukt. Het
2.1.2
Anesthesie
lichaam echter reageert op de pijnprikkels met een vegetatieve reactie, wat bloeddrukdaling of juist
Zonder de moderne anesthesie zijn veel operaties
stijging, veranderingen in de polsfrequentie,
nauwelijks of niet uitvoerbaar. Er is een scala aan
braakneigingen en bewegen tot gevolg heeft. Door
middelen ontwikkeld die ervoor zorgen dat de pa-
medicamenteuze beïnvloeding onderdrukt de an-
tiënt een ingreep ondergaat zonder pijn. Daarnaast
esthesist deze vegetatieve reacties, omdat ze in
zijn er door nieuwe technologische ontwikkelingen
sommige gevallen (bijvoorbeeld bij een matige
apparaten beschikbaar die de patiënt steeds beter
hartconditie) ongewenst zijn. Ten slotte kan spier-
kunnen volgen. Door de toegenomen kennis over
verslapping noodzakelijk zijn voor het goed uit-
de pathofysiologie van circulatie en ademhaling is
voeren van een operatie. Bij een laparotomie
het mogelijk grote ingewikkelde ingrepen te doen
(opening van de buik) bijvoorbeeld worden de
met een goede overlevingskans, ook bij patiënten
darmen naar buiten geperst als de spieren niet
in een minder goede conditie. De tijd is voorbij dat
verslapt zijn, wat het werk van de chirurg bemoei-
24
Hoofdstuk 2 Huidige chirurgie
lijkt. Gewoonlijk wordt bij algehele anesthesie een
de chirurg moet zijn. Deze technieken worden al
gebalanceerde vorm van verdoving nagestreefd
dan niet gecombineerd met sederende middelen of
door een combinatie van verschillende stoffen,
narcose.
waarbij elke stof zorg draagt voor het bereiken van één of meer van de bovengenoemde hoofddoelen.
Perifere zenuwblokkade
Premedicatie wordt gegeven om de patiënt in een
Het beste voorbeeld van geleidingsanesthesie,
zo gunstig mogelijke lichamelijke en psychische
blokkade van perifere zenuwen, is de
conditie te brengen direct voor de operatie.
oberstanesthesie. De vier vingerzenuwen worden
Het in slaap maken van de patiënt gebeurt meestal
dan aan de basis van de vinger uitgeschakeld door
in de operatiekamer. Nadat bij de patiënt alle be-
hier een depot van het lokale anestheticum te
wakingsapparatuur is aangesloten, kan de inleiding
leggen. De vinger wordt gevoelloos.
van de narcose beginnen. Eerst wordt de patiënt gepreoxygeneerd, waarbij de zuurstofhoeveelheid
Plexusanesthesie
in het bloed wordt gemaximaliseerd. De inleiding
Bij plexusanesthesie wordt een zenuwplexus ver-
gebeurt met toediening van een snelwerkend in-
doofd. De meest gebruikelijke is die van de arm. De
traveneus hypnoticum of door inhalatieanesthesie
plexus brachialis wordt meestal via de oksel aan-
(vooral bij kleine kinderen). Zodra bewusteloosheid
geprikt, waarna het depot met anestheticum wordt
is ingetreden (de fase van bewusteloosheid is be-
ingespoten. Dit kan langdurige anesthesie van de
reikt als de ooglidreflex verdwenen is), wordt een
gehele arm geven die soms wel 24 uur kan duren.
mengsel van zuurstof (O2) en bijvoorbeeld lachgas
Het lastige voor de patiënt is daarbij dat er ook een
(N2O) toegediend via een masker en later via een
tijdelijke motorisch uitval ontstaat, waardoor de
endotracheale tube.
arm dus ‘lam’ is.
De verdere anesthesiebehandeling tijdens de ingreep bestaat uit het onderhouden van de narcose
Epidurale en spinale anesthesie
en continue monitoring van alle vitale functies van
Epidurale en spinale anesthesie spelen zich af ter
de patiënt. Tegen het einde van de operatie wordt
hoogte van het ruggenmerg. Dit ligt goed be-
de patiënt geleidelijk uitgeleid, zodat hij met een
schermd in het wervelkanaal met direct daarom-
goed bewustzijn naar de uitslaapkamer gebracht
heen de dura, het harde ruggenmergsvlies. Bij
kan worden.
epidurale anesthesie wordt het anestheticum tussen twee wervels door in het wervelkanaal juist
Regionale anesthesietechnieken
buiten de dura gedeponeerd (figuur 2.4), waardoor de daar uittredende zenuwbundels (spinale ze-
Bij regionale anesthesie wordt de voortgeleiding
nuwen) verdoofd worden. De pijnblokkade treedt
van pijnprikkels geblokkeerd voor ze het centrale
dan na 15-20 minuten op. Er ontstaat naast de
zenuwstelsel kunnen bereiken. Dit is op twee ma-
pijnblokkade ook een matige motorische uitval.
nieren te bewerkstelligen, hetzij door toediening
Deze vorm van anesthesie kan op elk niveau van
van het anestheticum ter hoogte van het ruggen-
het wervelkanaal worden toegepast, bijvoorbeeld
merg, hetzij in het verloop van een zenuw. Het is
bij thoraxoperaties, en wordt ook ter bestrijding van
dus een verdoving op afstand van het gebied waar
postoperatieve pijn gebruikt. Op deze manier kan
25
Chirurgie
Figuur 2.4
Epidurale anesthesie
in zeer grote delen van het lichaam de pijnzin
vormige anesthetica minder te gebruiken. Post-
worden uitgeschakeld, terwijl de patiënt bij be-
operatief kan de goede pijnstilling voortgezet wor-
wustzijn blijft.
den door epidurale toediening van oplossingen van
Bij spinale anesthesie (figuur 2.5) gelden dezelfde
opiaten en/of lokale anesthetica. Bij ingrepen als
principes. Het anestheticum wordt nu echter niet
thoracotomie en uitgebreide bovenbuikchirurgie
buiten de dura, maar na passeren van de durazak
kan de combinatie van epidurale analgesie en nar-
direct rondom het ruggenmerg gespoten. In 3-6
cose een zeer stabiel verloop bewerkstelligen.
minuten treedt een vrijwel totale blokkade (sensibel en motorisch) op. Na een spinale anesthesie kan postspinale hoofdpijn ontstaan doordat hersen-
Lokale anesthesie
vloeistof is afgelopen. De pijn treedt op wanneer de
Lokale anesthesie kent de vormen oppervlakte- en
patiënt rechtop gaat zitten of lopen en verdwijnt
infiltratieanesthesie.
weer wanneer hij gaat liggen. Ook kan hoofdpijn op langere termijn ontstaan door nalekken van
Oppervlakteanesthesie
hersenvocht uit het prikgat. Dit kan ook optreden
Bij oppervlakteanesthesie wordt het lokale anes-
na een epidurale anesthesie.
theticum in druppelvorm op slijmvliezen toege-
De combinatie van epidurale of spinale analgesie en
diend, met als gevolg een kortdurende gevoel-
narcose wordt vaak gebruikt. De zeer goede pijn-
loosheid. Deze anesthesievorm is geschikt bij
stilling maakt het mogelijk intraveneuze en gas-
26
Hoofdstuk 2 Huidige chirurgie
2.2
Wonden, wondgenezing, wondcomplicaties en wondbehandeling
Wonden zijn uitwendig alleen aan de huid waar te nemen, maar de principes van wondgenezing gelden natuurlijk voor elk beschadigd deel van het lichaam. Je kunt wonden indelen naar ontstaansmechanisme, maar voor wondgenezingsprocessen maakt het in principe niet zoveel uit of het om een snij-, scheur- of prikwond gaat. Wel is het zo dat snijwonden, mits goed behandeld, gemakkelijker genezen dan bijvoorbeeld scheur- of pletwonden. Om bij een scheur- of pletwond hetzelfde resultaat als bij een snijwond te bereiken, is door de rafelige wondranden met veel kneuzing van de omgeving vaak een uitgebreidere wondbehandeling nodig.
Figuur 2.5
Spinale anesthesie
bronchoscopie, cystoscopie en oppervlakkige ingrepen aan de ogen.
2.2.1
Wonden
Indeling wonden Wonden zijn in te delen naar ontstaanswijze en naar plaats en mate van penetratie.
Infiltratieanesthesie Met behulp van infiltratieanesthesie worden de
Naar ontstaanswijze
zenuwuiteinden verdoofd. Deze vorm van verdo-
Naar ontstaanswijze zijn er snij-, steek-, scheur- en
ving wordt vooral bij kleine ingrepen toegepast,
kwets- of pletwonden te onderscheiden. Er kan ook
zoals het hechten van wondjes en het verwijderen
sprake zijn van lapwonden met een schuine (tan-
van kleine zwellingen. Vaak is aan het lokale an-
gentiële) inwerking. Deze wondsoort betreft naast
estheticum adrenaline (vaatvernauwend) toege-
de huid ook het onderhuidse vet. De vitaliteit van
voegd om het bloeden te verminderen. De adre-
de lap loopt hierbij gevaar door het onderbreken
naline voorkomt ook dat de stof snel in de circulatie
van de vaatvoorziening. De bijtwond vormt nogal
komt en daardoor een langere werking heeft.
eens een combinatie van een steek-, scheur- en kwetswond. De indeling naar ontstaanswijze is vooral van belang voor de wijze waarop de wond wordt behandeld en het uiteindelijke (cosmetische) resultaat.
27
Chirurgie
Naar plaats en mate van penetratie Een kleine steekwond in de binnenzijde van de pols
2.2.2
Wondgenezing
kan veel meer consequenties hebben dan een be-
Het doel van wondbehandeling is ervoor te zorgen
trekkelijk grote oppervlakkige verwonding elders in
dat de genezing zo snel mogelijk verloopt met zo
het lichaam. Immers, door deze kleine steekver-
weinig mogelijk problemen.
wonding kan een peesletsel zijn ontstaan. Hetzelfde geldt voor de schotwond die meestal klein is, maar ernstige consequenties kan hebben. Schaafwonden
Genezingsproces
(excoriatie) betekenen een oppervlakkig substan-
Het natuurlijke wondgenezingsproces verloopt ei-
tieverlies van de huid, waarbij wel de diepere delen
genlijk altijd in dezelfde volgorde. Bij ongecompli-
intact gebleven zijn. Genezing vindt spontaan
ceerde wonden vinden drie goed te onderscheiden
plaats zonder littekenvorming.
processen in fasen plaats, je vindt dit in tabel 2.2. Hoewel deze drie fasen voor de duidelijkheid ge-
Symptomen
scheiden zijn opgeschreven, lopen ze in werkelijkheid in elkaar over. Deze reacties vormen niet te
Bloeding
stoppen processen, tenzij de omstandigheden niet
Een bloeding kan zich op drie manieren manifes-
optimaal zijn.
teren: ■
■
■
capillair: puntvormige bloedingen die doorsij-
1 Ontstekingsfase
pelen;
Na een periode van vasoconstrictie (± 10 minuten)
veneus: continu opwellende bloedingen, don-
ontstaat een vaatverwijding. Een eiwitrijk exsudaat
ker van kleur;
komt in de wond. Door bloedplaatjesklontering
arterieel: pulserende bloedingen, helderrood.
ontstaat een stolsel. Witte bloedcellen en fagocyten eten dode cellen op (fagocytose). Hoe heviger de
Pijn
ontstekingsreactie, des te langer deze fase duurt,
Door doorsnijding van zenuwtakjes ontstaat pijn.
maar in het algemeen neemt dit vier dagen.
Ook kan door het doorsnijden van een grotere zenuw een doof gebied distaal van de wond op-
2 Regeneratiefase
treden.
De regeneratie- of proliferatiefase treedt op de vijfde dag in en duurt tot de twintigste dag. In deze
Uiteenwijken van wondranden
fase neemt het aantal ontstekingscellen weer af. Er
De mate van uiteenwijken (dehiscentie) van de
volgt epitheelbedekking vanuit de wondranden,
wondranden is afhankelijk van de plaats en de
wondcontractie waarbij de wondranden naar elkaar
richting van de wond. De wondranden vertonen
toe komen en bindweefselherstel. De reparatie van
minder neiging tot dehiscentie naarmate de huid
de oude sterkte van het verwonde gebied wordt
minder elastisch wordt.
ingezet met de ingroei van fibroblasten die collagene vezels vormen. Tot slot vormen zich nieuwe bloedvaatjes.
28
Hoofdstuk 2 Huidige chirurgie
Tabel 2.2 Fasen van de normale wondgenezing Ontstekingsfase
Regeneratiefase
Remodelleringsfase
bloedplaatjesklontering met afgifte van
afname aantal ontstekingscellen
groeifactoren
nieuwe rangschikking van collagene vezels
stolselvorming waardoor de bloeding
bevordering van celgroei door groeifac-
stopt
toren
instroom van ontstekings(afweer)cellen
vorming en afzetting van nieuw bind-
(witte bloedcellen)
weefsel door fibroblasten
opruiming van bacteriën en dood
vorming van nieuwe bloedvaten
verbetering trekkracht
contractie van nieuw weefsel
deling van epitheelcellen over de wond
weefsel (fagocyten) ingroei van fibroblasten
het glijden van epitheelcellen van de wondranden
3 Remodelleringsfase
betekent het sluiten van een wond die zich nog in
In de remodelleringsfase (vanaf de 21ste dag) gaan
de ontstekingsfase bevindt.
de collagene vezels zich opnieuw vormen in de richting van trek en druk. De trekkracht verbetert
2 Sanatio per secundam intentionem
geleidelijk en bedraagt uiteindelijk 80% van de
Bij secundaire wondgenezing (sanatio per
normale huid. Verder is er in deze fase een voort-
secundam intentionem) gaat het om grote wonden
zetting van het samentrekken van het nieuwe
met een groot defect. Het weefseldefect wordt
weefsel en bedekking met epitheelcellen.
bedekt met granulatieweefsel, dat een rood aspect heeft (figuur 2.6). De sluiting vindt door wond-
Wondsluiting Van oudsher zijn drie typen wondsluiting bekend.
contractie plaats. Deze genezing door granulatie zie je bijvoorbeeld na wondinfecties, of bij wonden waar primaire wondgenezing niet kan plaatsvinden vanwege een uitgebreid trauma, weefselverlies of
1 Sanatio per primam intentionem
ernstige contaminatie.
Bij primaire wondgenezing (sanatio per primam intentionem) sluit de wond zich zonder complica-
3 Sanatio per tertiam intentionem
ties. Dat gebeurt alleen bij gehechte wonden. Er
De tertiaire of primaire uitgestelde wondgenezing
bestaat een scherpe wond, een chirurgische wond,
(sanatio per tertiam intentionem) is soms een
die zonder meer gesloten kan worden. De wond-
goede manier om besmette of gecontamineerde
genezing vindt met geringe granulatie plaats en het
wonden in de regeneratiefase te sluiten. Door enige
resultaat is een dunne lijn als litteken. Bij diepere
dagen te wachten krijgt het lichaam de kans een
wonden is het soms verstandig een gelaagde slui-
verdediging tegen de indringers op te bouwen,
ting uit te voeren. Een uitgestelde primaire sluiting
waardoor dan met succes, zonder een grote kans
29
Chirurgie
a Granulerende wond ontstaan bij een jonge man na een bromfietsongeval waarbij een stuk huid onder de knie is afgeschoven. Dit leidde tot huidnecrose Figuur 2.6
b Het granulerende defect bedekt met een meshgraft
Weefseldefect bedekt met granulatieweefsel
op een wondabces, de wond alsnog gesloten kan
rondom de wond, zwelling, pijn en temperatuurs-
worden.
verhoging. Bij voortschrijdende, onbehandelde infecties kan de wondverkleuring overgaan van rood
2.2.3
Wondcomplicaties
naar violet, naar donkerbruin en uiteindelijk naar zwart als weefselnecrose optreedt. De zwelling is
De wondgenezing verloopt meestal zonder proble-
aanvankelijk plaatselijk, maar wanneer het ontste-
men. Als er toch complicaties optreden, dan gaat
kingsproces verder gaat kan de zwelling meer re-
het doorgaans om een wondinfectie. Er zijn vaak
gionaal worden of de hele extremiteit distaal van
meerdere oorzaken voor een gestoorde wondge-
het ontstekingsgebied omvatten. Pijn kan continu
nezing, al dan niet samenhangend met de om-
of kloppend van aard zijn, en kan plotseling ver-
standigheden waaronder de verwonding heeft
dwijnen wanneer een abces zich ontlast of gedrai-
plaatsgevonden. Wondgenezingsstoornissen zijn als
neerd wordt. Pijn is overigens een weinig constant
volgt in te delen:
symptoom voor een wondinfectie. Zodra weke
■
■
■
wondinfecties: bijvoorbeeld met stafylokokken
delen door een trauma (door een ongeval dan wel
of streptokokken;
chirurgisch) verwond raken en de huidbarrière
vertraagde wondgenezing: niet-genezende
doorbroken is, kan een contaminatie met ziekte-
wond, ulcusvorming;
kiemen optreden. Of daaruit een wondinfectie
versterkte wondgenezing: hypertrofisch litte-
ontstaat hangt van veel factoren af:
ken, keloïd.
■
De aard van het micro-organisme. Het zijn toch vooral de banale pusvormende bacteriën die de
Wondinfectie
wondinfectie veroorzaken. a
Infecties met Staphylococcus aureus ver-
Wondinfectie is de meest voorkomende wond-
oorzaken, naast folliculitis en furunkel,
complicatie. Het wordt vaak vastgesteld op basis
vooral wondinfecties.
van een aantal lokale verschijnselen: roodheid
30
Hoofdstuk 2 Huidige chirurgie
b
Streptococcus pyogenes – groep A, B, C en
■
ondervoeding;
G – zijn kleine grampositieve kokken. Op
■
medicatie: corticosteroïden en cytostatica.
grond van hun specifieke enzymproductie (protease, streptokinase, hyaluronidase)
Er is een aantal bronnen aan te wijzen die de oor-
veroorzaken ze een zich in de omgeving
zaak van een infectie kunnen zijn:
uitbreidende ontsteking, de zogeheten
■
al stafylokokkendrager (neus, perineum);
wondroos (erysipelas). c
Menginfecties, vaak veroorzaakt door
■
huidafwijkingen, bijvoorbeeld eczeem;
darmbacteriën zoals enterokokken, E. coli,
■
reeds bestaande infectiehaarden;
Bacteroides-soorten en pyocyaneabacte-
■
het milieu: aarde, lucht, kleding van de patiënt en het ziekenhuis;
riën. Colibacteriën veroorzaken daarbij samen met de Bacteroides vaak uitgebreide
■
het behandelend personeel: handen en hoesten;
necrose. ■
de huid van de patiënt zelf: veel patiënten zijn
Het aantal binnengedrongen kiemen en de vi-
■
verbandmateriaal en instrumentarium
rulentie van deze kiemen. In deze tijd, waarin
■
contaminatie tijdens de operatie, bijvoorbeeld
het gebruik van antibiotica (te) wijd verspreid
door het openen van de darmen.
is, zijn eigenlijk nauwelijks meer stafylokokken
■
■
te vinden die nog gevoelig zijn voor penicilline.
Behandeling
Andere (oorspronkelijk commensale) micro-or-
De stafylokokkeninfecties zijn typische chirurgische
ganismen (bijvoorbeeld Serratia marcescens)
ontstekingen. Daarvoor is dan ook eigenlijk altijd
hebben zich ontwikkeld tot zeer virulente
een chirurgische behandeling nodig. De behande-
ziekmakende bacteriën met een sterke onge-
ling van lokale stafylokokkeninfecties berust nog
voeligheid voor antibiotica.
steeds op de chirurgische principes van rust, even-
De plaats van de wond. Op goed doorbloede
tueel hoogleggen, en vooral drainage wanneer zich
plaatsen (bijvoorbeeld het hoofd-halsgebied)
eenmaal pus heeft gevormd. In het geval van een
ontstaat niet gemakkelijk een ontsteking, maar
wondinfectie betekent dat het verwijderen van de
in regio’s waar de huid al van nature geconta-
hechtingen en het openleggen van de wond.
mineerd is (perineum) kan dit wel het geval
Bij streptokokkeninfecties van wonden zijn boven-
zijn.
genoemde maatregelen in het algemeen niet vol-
De uitgebreidheid en de aard van de wond.
doende en moeten daarnaast vaak antibiotica worden toegediend. De wondkweek speelt bij de
Specifieke risicofactoren bij het ontstaan van in-
keuze van behandeling dus een belangrijke rol.
fecties zijn:
Menginfecties vragen meestal chirurgische behan-
■
■
leeftijd: gebleken is dat bij oudere mensen de
deling: ontlasten van het abces, maar soms zijn
kans op het optreden van een wondinfectie
antibiotica op geleide van de kweek als onder-
toeneemt;
steuning nodig.
gestoord immuunapparaat, zoals bij diabetes mellitus, nierfunctiestoornis en aids;
■
obesitas;
31
Chirurgie
de gestoorde immuniteit en vaatvoorziening
Vertraagde wondgenezing Er zijn algemene en lokale oorzaken van een vertraagde wondgenezing aan te wijzen (tabel 2.3).
(figuur 2.7). ■
Medicijngebruik: corticosteroïden en cytostatica remmen de celdeling, de collageensynthese en de granulatievorming.
Algemene oorzaken Factoren die een verhoogde gevoeligheid voor in-
Lokale oorzaken
fecties opleveren zijn meestal ook verantwoordelijk
Lokale factoren, zoals een slechte lokale circulatie –
voor een trage wondgenezing.
zowel arterieel als veneus –, kunnen bij elke
■
Ondervoeding:
wondgenezing een rol spelen. Bij een stoornis in de
–
laag serumeiwit: bij eiwitgebrek is de derde
bloedtoevoer is het duidelijk dat een stoornis in de
fase van de wondgenezing, de vorming
wondgenezing ontstaat. Dit is bijvoorbeeld het
van granulatieweefsel, duidelijk vertraagd.
geval bij een arteriële insufficiëntie. Ook wanneer
Het aantal en de activiteit van de fibro-
de wond onder sterke spanning gesloten wordt,
blasten zijn verminderd, waardoor het col-
ontstaat een belemmerde microcirculatie, en daar-
lageen vertraagd wordt gevormd. Er ont-
door een moeizame wondgenezing met eventueel
staat een weinig trekvast litteken;
dehiscentie of necrose van de wondranden. Het
ernstige anemie: een uitgesproken anemie
sluiten van de wond onder spanning moet dus
heeft door gebrekkige zuurstofvoorziening
vermeden te worden.
negatieve invloed op de wondgenezing;
Veneuze afvoerstoornissen kunnen eveneens aan-
vitamine-C-deficiëntie: van oudsher is be-
leiding zijn tot een gestoorde wondgenezing. Door
kend dat scorbuut (scheurbuik) een ver-
de afvoerbelemmering ontstaat oedeem, dat de
traagde wondgenezing veroorzaakt, door-
genezing remt. De beste methode is een dergelijke
dat bij een gebrek aan vitamine C een
wond met een drukverband te beschermen. Oe-
gestoorde collageenvorming optreedt.
deemvorming is ook de reden waarom sommige
–
–
■
Diabetes: bij een goed ingestelde diabetes
wonden aan de onderste extremiteit moeizaam
verloopt de wondgenezing meestal zonder
genezen. Opgehoopt weefselvocht in het onderste
complicaties. Een minder goede controle van de
deel van het lichaam kan namelijk moeilijk afge-
bloedsuikerspiegel kan aanleiding zijn voor een
voerd worden. Is er ook nog een lichte infectie, dan
vertraagde opbouw van de wondsterkte met
lukt het helemaal niet meer. Op die manier ontstaat
een verhoogde kans op infectie, als gevolg van
een zweer aan het onderbeen (ulcus cruris) die geen veneuze pathologie als oorzaak hoeft te
Tabel 2.3 Oorzaken van vertraagde wondgenezing
hebben. Het drukverband zorgt ervoor dat het oedeem verdwijnt, met als gevolg een versnelde
Algemene oorzaken
Lokale oorzaken
slechte voedingstoestand
slechte circulatie
diabetes
status na radiotherapie
permeabiliteit aanleiding zijn tot geremde celdeling
medicijngebruik
oedeem
en oedeemvorming in het weefsel. Uitdroging is
sluiting van de zo traag genezende wond. Voorafgaande radiotherapie kan door verhoogde capillaire
een vaak onderschatte factor in een gestoorde
32
Hoofdstuk 10
10
Plastische chirurgie
Plastische chirurgie
Tijdens de Eerste Wereldoorlog hadden veel men-
Tot slot bestudeer je de handchirurgie en de be-
sen verminkingen opgelopen. Er ontstond grote
handeling van buigpeesletsels, gebroken vingers en
behoefte aan het herstellen van die verminkingen.
middenhandsbeentjes, klachten als gevolg van ar-
Dit heeft de ontwikkeling van de plastische chirur-
trose, getraumatiseerde bloedvaten in hand en
gie een flinke impuls gegeven.
vingers, zenuwletsel, het carpale- en cubitaletun-
Het specialisme heet officieel ‘plastische, recon-
nelsyndroom, weke delen aandoeningen van de
structieve- en handchirurgie’, waarmee de drie pij-
handen en de ziekte van Dupuytren.
lers van de plastische chirurgie worden aangegeven. Het vak bestaat dus uit veel meer dan waaraan de meeste mensen in eerste instantie denken. Plastische chirurgie is niet alleen het esthetisch en/
10.1
Plastische (esthetische) chirurgie
of functioneel aanpassen van het uiterlijk, zoals
De esthetische kant van de plastische chirurgie
aangeboren of opgelopen verminkingen herstellen
vormt een relatief klein deel van het vak (ongeveer
en cosmetische operaties zonder medische nood-
10-20% in Nederland). De media-aandacht daar-
zaak.
voor staat dus niet in verhouding tot de daadwer-
Je bestudeert in dit hoofdstuk de plastisch (esthe-
kelijke situatie in de praktijk. Daarnaast zijn de be-
tische) chirurgie met cosmetische operaties als
weringen in de media dat steeds jonger wordende
borstvergroting en -verkleining, buikwandcorrectie,
mensen cosmetische operaties ondergaan en dat
liposuctie, neus-, oog- en oorcorrectie, voor-
plastisch chirurgen elke gewenste operatie zonder
hoofdslift en facelift.
meer uitvoeren nergens op gestoeld. Er zijn geen
Daarnaast bestudeer je de plastische reconstruc-
cijfers die deze beweringen bevestigen.
tieve chirurgie met operaties bij geboorteafwijkin-
Iemand die het uiterlijk wil optimaliseren kan te-
gen als hazenlip, hand- of voetafwijkingen, con-
recht bij de cosmetische of esthetische chirurgie.
genitale naevi, hemangiomen en craniosynostose,
Het gaat vaak om mensen die sterke onvrede
de technieken om grote wonden te bedekken en de
hebben met hun uiterlijk. De meeste hebben zeer
reconstructie bij borstkanker, kanker in het hoofd-/
duidelijk omschreven wensen en verwachtingen
halsgebied en huidkanker.
van de ingreep en het resultaat. Een reële verwachting van zowel patiënt als chirurg zijn essen-
237
Chirurgie
tieel voor een bevredigend resultaat. Dit geldt voor
schouder- en/of nekklachten geven. De operatie
operaties in het algemeen, maar voor cosmetische
vindt plaats onder algehele anesthesie en meestal
operaties in het bijzonder.
blijft de patiënt een nacht in het ziekenhuis. De
Een aantal vaak uitgevoerde operaties is:
grootste complicatie van deze ingreep is namelijk
■
borstvergroting of -verkleining;
een nabloeding.
■
buikwandcorrectie;
Na de operatie moet patiënte gedurende vier tot
■
liposuctie;
zes weken een stevige sport BH dragen.
■
neus-, oog- en oorcorrecties;
■
voorhoofdslift;
■
facelift.
10.1.2
Buikwandcorrectie
Obesitas is een groeiend probleem in Nederland en Een groot aantal van deze cosmetische correcties is
elk jaar neemt het aantal bariatrische operaties
mogelijk geworden door het transplanteren van
(onder andere maagverkleiningen) toe. Daarmee
weefsel of het gebruik van kunstmatige materialen
neemt ook het aantal buikwandcorrecties (abdo-
(siliconen).
minoplastiek) toe. De operatie heeft als doel de overtollige huid te
10.1.1
Borstvergroting en -verkleining
excideren en daarmee de buik weer relatief strak te krijgen. Omdat er na de operatie veel spanning op de buik staat, is het soms nodig het bed in een
Een borstvergroting (mamma augmentatie) is een
lichtgebogen stand te zetten. Op deze wijze liggen
veel voorkomende ingreep op het gebied van
de benen in opgetrokken positie, wat voor span-
plastische chirurgie. Jaarlijks worden in Nederland
ningsvermindering zorgt.
ruim 3000 borstvergrotende operaties uitgevoerd.
De patiënten blijven meestal een nacht in het zie-
De ingreep vindt plaats onder algehele narcose,
kenhuis.
maar meestal mag de patiënt dezelfde dag weer naar huis. Er bestaan verschillende soorten borstimplantaten. De meest gebruikte implantaten zijn
10.1.3
Liposuctie
silicone borstimplantaten en implantaten gevuld
Liposuctie betekent letterlijk: het wegzuigen van
met fysiologisch zout.
vet. Liposuctie zorgt voor vetverwijdering op on-
Na een borstvergrotende operatie kunnen de bor-
gewenste plaatsen van het lichaam. Onder invloed
sten soms pijnlijk en gespannen aanvoelen. Dit
van hormonen kan het lichaam op sommige
wordt binnen een paar dagen minder. De pijn is
plaatsen teveel vet opslaan. Deze vetophopingen
goed te bestrijden met paracetamol. Is er gebruik
staan soms niet in verhouding tot de lichaamsbouw
gemaakt van drains, dan worden deze in overleg
en zijn moeilijk met behulp van diëten weg te krij-
met de plastisch chirurg na één tot twee dagen
gen. Dit zogenaamde stapelingsvet zet zich bij
verwijderd.
vrouwen vooral vast rond de heupen, bovenbenen
Een borstverkleining (mammareductie) kan worden
(cellulitis), buik en bovenarmen. Bij mannen con-
gedaan als de borsten zo groot zijn dat ze een
centreert het zich vaker rond de lendenen, buik,
onprettig gevoel geven over het uiterlijk, of ze rug-,
maag- en halsstreek. Ook knieën, gezicht, enkels,
238
Hoofdstuk 12
12
Neurochirurgie
Neurochirurgie
Inleiding
beeld de zenuwen die naar de ledematen verlopen, bij de neurochirurgie.
Het zenuwstelsel in het menselijk lichaam kun je
Zenuwweefsel is zacht en mist mechanische ste-
opvatten als een ingenieus en zeer complex com-
vigheid. Het is daardoor kwetsbaar voor mechani-
municatiesysteem. Aandoeningen van dit complexe
sche inwerkingen. Het heeft ook de neiging te
systeem leiden tot een diversiteit aan symptomen,
zwellen bij geringe beschadiging. Verder heeft ze-
lokaal en op afstand. De symptomen van neurolo-
nuwweefsel een slecht herstelvermogen.
gische aandoeningen kunnen zich presenteren als
De hersenen zijn rijk aan bloedvaten, omdat ze
uitvals- en prikkelingsverschijnselen. De patiënt
voor hun functie veel energie (suiker en zuurstof)
krijgt uitvalsverschijnselen als een deel van het ze-
nodig hebben. Als hersenen door beschadiging
nuwstelsel (hersenen of perifere zenuwen) minder
sterk gaan zwellen (hersenoedeem), is er al gauw
of helemaal niet meer functioneert. De prikkels die
het risico dat ze niet meer in de schedel passen.
nodig waren om een proces goed te laten verlopen,
Bepaalde vitale gedeelten van de hersenen kunnen
worden niet meer doorgegeven of ontstaan niet
dan in de schedel bekneld raken.
meer. Zo kan de patiënt verlamd raken als een deel
Je bestudeert in dit hoofdstuk van de hersenbloe-
van de motorische hersenschors uitvalt. De patiënt
dingen de intracerebrale bloeding en de bloeding
krijgt prikkelingsverschijnselen als een gedeelte van
rond de hersenen: de subarachnoïdale en subdurale
het zenuwstelsel abnormaal actief is en er teveel
bloeding. Daarnaast leer je over de rug- en nek-
prikkels ontstaan.
hernia, de diagnose en operatie ervan en hun re-
Neurochirurgie is de chirurgie van het zenuwstelsel.
cidief. Van de hersentumoren bestudeer je ontstaan
Het terrein van de neurochirurgie omvat het cen-
en voorkomen, verschillende soorten, symptomen
trale zenuwstelsel. Dit bestaat uit de hersenen en
en verschijnselen, onderzoek, behandeling, compli-
het ruggenmerg, maar ook hun benige omhulsels:
caties, de operatie en het recidief van deze aan-
de schedel en de wervels. Beiden liggen heel dicht
doeningen. Tot slot bestudeer je de ulnaris neuro-
om het zenuwstelsel waardoor bij aandoeningen
pathie of het sulcus nervi ulnaris syndroom: een
van de schedel of de wervels de hersenen of het
aandoening van een van de drie armzenuwen, en
ruggenmerg vaak betrokken zijn. Daarnaast hoort
het carpaletunnelsyndroom, hun klachten, oorzaak,
het terrein van het perifere zenuwstelsel, bijvoor-
onderzoek, behandeling en complicaties.
283
Chirurgie
12.1
Hersenbloedingen
met een voorgeschiedenis van hoge bloeddruk, suikerziekte, atherosclerose of een combinatie
Een hersenbloeding is een plotselinge en spontaan
hiervan.
opgetreden bloedophoping in of rond de hersenen
Nader onderzoek, bijvoorbeeld angiografie, levert
(figuur 12.1).
geen oorzaak op. Zonder aanwijsbare oorzaak is
De spontane (niet-traumatische) hersenbloedingen
een operatie uitgesloten, maar daarvoor is ook
zijn te onderscheiden in de bloeding in en rond de
meestal geen reden. De verschijnselen lijken sterk
hersenen. Een bloeding in de hersenen wordt een
op die van het herseninfarct (de beroerte).
intracerebrale bloeding genoemd. De bloeding rond
De behandeling van de intracerebrale bloeding
de hersenen worden ingedeeld in subarachnoïdale
zonder aanwijsbare oorzaak wordt gedaan door de
en subdurale bloedingen.
neuroloog. De intracerebrale bloeding met aanwijsbare oorzaak
12.1.1
Intracerebrale bloeding
treedt eveneens plotseling op. De patiënt is over het algemeen jonger dan die bij de bloeding zonder
Er zijn intracerebrale bloedingen met en zonder
aanwijsbare oorzaak en de bloeding ligt opper-
aanwijsbare oorzaak. De intracerebrale bloeding
vlakkiger in de hersenen. Om na te gaan of de
zonder aanwijsbare oorzaak treedt plotseling op en
oorzaak een afwijking aan de bloedvaten is, volgt
ligt doorgaans diep in de hersenen (vaak in de
na de CT-scan altijd een (CT-)angiografie. Er zijn
basale ganglia). Bij de meeste patiënten veroorzaakt
twee soorten afwijking te onderscheiden:
de bloeding een halfzijdige verlamming aan de te-
■
De arterioveneuze malformatie (AVM). Dit is
genover gelegen lichaamshelft. Er kan een spraak-
een vaatmisvorming die bestaat uit een kluwen
stoornis optreden en enige bewustzijnsdaling. De
bloedvaten van aders en slagaders. Het ont-
patiënten zijn over het algemeen ouder dan 65 jaar
staat heel vroeg in de ontwikkeling van de foetus (de tweede tot derde week van de zwangerschap) tijdens de aanleg van het vaatbed. De misvorming is dus altijd al aanwezig en kan in de loop van het leven aanleiding zijn tot een hersenbloeding. Bij ongeveer driekwart van de patiënten kan geopereerd worden. Bij een vierde van de patiënten is opereren zonder grote schade niet mogelijk. Bij hen ligt de misvorming te diep, is deze te groot of niet goed toegankelijk. Voor zulke vaatkluwens is een speciale bestraling eventueel mogelijk. ■
Figuur 12.1
Hersendoorsnede van diep gelegen bloeding. Het bloed verdringt hersendelen en is ook in de hersenholte (ventrikel) terechtgekomen
Het aneurysma. Dit is een zwakke plaats in de bloedvatwand van een slagader. Het gaat meestal om een aangeboren afwijking. De bloeding vindt rond de hersenen plaats, maar dit kan ook gebeuren in het hersenweefsel.
284