WERKBOEK DEEL 2 NIVEAU 3&4
Elementaire Bedrijfseconomie
BV in Balans – De ondersteunende methode voor praktijkleren Deze uitgave Elementaire Bedrijfseconomie deel 2 maakt deel uit van de serie BV in Balans. In deze serie zijn leermiddelen ontwikkeld op basis van het kwalificatiedossier voor de Financieel administratieve beroepen zoals dat geldt vanaf augustus 2016. Elementaire Bedrijfseconomie deel 2 behandelt ondernemingsvormen. Vermogensbehoefte, financieringen, geldstromen en winstgevendheid van ondernemingen komen daarbij aan bod. Tot slot tonen we hoe een zzp’er deze gegevens gebruikt om een gedegen ondernemingsplan op te stellen.
Didactisch doordacht De methode BV in Balans houdt nadrukkelijk rekening met leerstijlen van studenten en onderwijsstijlen van docenten. De student wordt uitgenodigd om op een eigen manier de leerstof en opdrachten te verwerken, waarbij één doel voorop staat: ‘voorbereiden op een beroep in het financiële werkveld’. Diversiteit aan leermiddelen De herziene serie BV in Balans bestaat uit theorieboeken en (leer)werkboeken, die binnen de kaders van het kwalificatiedossier, aansluiten op de toetsmatrijzen van SPL. De theorieboeken geven een heldere uitleg van de vakinhouden, verduidelijkt met voorbeelden. De werkboeken starten met oriënterende vragen en kennisvragen. Met routineopdrachten, praktijktaken en een integrale casus krijgt de student de kans om de vaardigheden, nodig voor het uitvoeren van kerntaken, eigen te maken.
DEEL 2 WERKBOEK
BV in Balans is geschreven voor de kwalificaties: - Financieel administratief medewerker (Profiel 1: B1-K1 t/m K3 = basisdeel) - Bedrijfsadministrateur (Profiel 2: basisdeel, aangevuld met P2-K1) - Junior assistent-accountant (Profiel 3: basisdeel, aangevuld met P3-K1)
Elementaire Bedrijfseconomie
Ondersteunend leren De methode BV in Balans biedt de gelegenheid om zelfstandig of klassikaal aan de slag te gaan met het aanleren van ondersteunende kennis nodig voor het uitvoeren van kerntaken binnen het financiële werkveld.
financiele beroepen
EDWARD VAN BALEN PIETER MIJNSTER
9 789006 640915
WB_ElBe2_210x297mm_151016_DRUK.indd All Pages
29/10/15 10:53
Elementaire bedrijfseconomie Deel 2
Edward van Balen Pieter Mijnster Theo van de Veerdonk
Colofon Auteurs
Pieter Mijnster
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff is dé educatieve mediaspecialist en levert educatieve oplossingen voor het Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs en Hoger Onderwijs. Deze oplossingen worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met de onderwijsmarkt en dragen bij aan verbeterde leeropbrengsten en individuele talentontwikkeling.
Vormgeving
ThiemeMeulenhoff haalt het beste uit élke leerling.
Edward van Balen Theo van de Veerdonk
Redactie
Studio Fraaj, Rotterdam
Omslag
Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve oplossingen:
Studio Fraaj, Rotterdam www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 033 448 3700
Opmaak Imago Mediabuilders, Amersfoort
ISBN 978 9006 64091 5 Vierde druk, eerste oplage, 2015
Tekeningen
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2015
Tiekstramedia, Groningen Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Voorwoord Het middelbaar beroepsonderwijs verandert voortdurend onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen en in het bijzonder door de eisen die de beroepspraktijk aan de opleidingen stelt. Met het verschijnen van het nieuwe kwalificatiedossier 2015 introduceert ThiemeMeulenhoff de volledig herziene methode BV in Balans. De herziene methode sluit, binnen de kaders van dit kwalificatiedossier, aan op de toetsmatrijzen van de SPL. Drie belangrijke kenmerken van BV in Balans zijn: • Dé methode voor ondersteunend leren of u nu klassikaal met de studenten aan de slag wilt of de studenten meer zelfstandig wilt laten werken. • Sterk didactisch concept. De methode houdt rekening met de verschillende leerstijlen van studenten en verschillende onderwijsstijlen van docenten. • Grote verscheidenheid aan leermiddelen. De theorieboeken en de werkboeken bieden een groot scala aan materiaal voor de studenten om mee te oefenen. De hoofdstukken van het werkboek kennen de volgende structuur. • Start met een oriëntatie op het onderwerp waarbij de student uitgedaagd wordt voorkennis te activeren of actief op zoek te gaan naar inhoud. • Het kennisdeel zorgt ervoor dat de student de theorie doorneemt en de feiten, begrippen en verbanden in de leerstof leert. • Met de routineopgaven gaat de student aan de slag met het oefenen van vaardigheden op het basisniveau. • De praktijktaken lijken, door de context waarin ze zijn geplaatst, meer op echte problemen die de student moet oplossen, waarbij kennis en routinematig handelen onmisbaar zijn. • De integrale casus zet de student nogmaals aan het werk met alle leerstof uit het hoofdstuk. Deze casus kan aangemerkt worden als een miniproeve over het hoofdstuk. • Met de gesloten vragen Test je kennis en inzicht kan de student controleren of hij de begrippen en verbanden in voldoende mate kent. Test je kennis en inzicht kan uiteraard ook als instapper worden gebruikt wanneer met dit hoofdstuk wordt begonnen. • Voor persoonlijke ontwikkeling blikt de student altijd terug op het proces met de reflectievragen aan het eind van het hoofdstuk. • Als hulpmiddel bij de planning is het werkboek voorzien van een tijdsaanduiding per onderdeel. De vermelde tijdseenheid is haalbaar voor de gemiddelde student die serieus met zijn werk aan de slag gaat. De tijdsaanduiding is zeker niet bedoeld om de student uit te dagen om het werk binnen deze tijd af te ronden. • Achter in het werkboek vindt de student de eindantwoorden waarmee hij kan controleren of hij de vragen uit de diverse opdrachten juist heeft. De serie BV in Balans is met de grootste zorg ontwikkeld. Wij hopen dat u met plezier werkt met BV in Balans. Meer informatie over BV in Balans vindt u op onze methodesite: www.bvinbalans.nl. Wanneer u vragen of suggesties heeft, dan kunt u contact met ons opnemen.
De auteurs en uitgever
Inhoudsopgave 1
2
Ondernemingsvormen 7 Aan de slag met ‘Ondernemingsvormen’ Oriëntatie 8 Kennis 11 Routine 21 Praktijk 25 Integrale casus 33 Reflecteer op je werkzaamheden 36 Test je kennis en inzicht 38
7
Vermogensbehoefte en financieringsplan 43 Aan de slag met ‘Vermogensbehoefte en financieringsplan’ Oriëntatie 44 Kennis 49 Routine 61 Praktijk 83 Integrale casus 94 Reflecteer op je werkzaamheden 100 Test je kennis en inzicht 102
3
Geldstromen 105 Aan de slag met ‘Geldstromen’ 105 Oriëntatie 106 Kennis 108 Routine 118 Praktijk 131 Integrale casus 141 Reflecteer op je werkzaamheden 147 Test je kennis en inzicht 149
4
Winstgevendheid 151 Aan de slag met ‘Winstgevendheid’ 151 Oriëntatie 152 Kennis 155 Routine 160 Praktijk 169 Integrale casus 173 Reflecteer op je werkzaamheden 177 Test je kennis en inzicht 179
43
5
De zzp’er en zijn ondernemingsplan 181 Aan de slag met ‘De zzp’er en zijn ondernemingsplan’ 181 Oriëntatie 182 Kennis 185 Routine 197 Praktijk 224 Integrale casus 248 Reflecteer op je werkzaamheden 249 Test je kennis en inzicht 251
Eindantwoorden
253
HOOFDSTUK 1 Ondernemingsvormen
1 Aan de slag met ‘Ondernemingsvormen’
1
1.1 1.2 1.3 1.4
Onderscheid tussen een natuurlijk persoon en een rechtspersoon Natuurlijke personen Rechtspersonen Publicatieplicht
Leerdoelen Na dit hoofdstuk ken je
- de verschillende ondernemingsvormen - globaal de regelgeving van de publicatieplicht
kun je
- de verschillende ondernemingsvormen onderscheiden - aangeven waarin de verschillende ondernemingen zich van elkaar onderscheiden - een indeling maken in natuurlijke personen en rechtspersonen - omschrijven hoe de aansprakelijkheid, de belastingplicht en het arbeidsrecht is geregeld bij de verschillende ondernemingsvormen
...........................................................................................................................................................................
1
Controleer jezelf door de checklist van dit hoofdstuk in het theorieboek door te nemen!
...........................................................................................................................................................................
Vooraf Over de tijden bij de vragen, opgaven, taken en casus In dit werkboek vind je richttijden bij de vragen, opgaven, taken en de casus. Deze tijdsindicatie geeft aan hoe lang een gemiddelde student over dit deel van het werkboek doet. Het is helemaal niet erg als je langer met een opdracht bezig bent. De tijden geven slechts een richttijd aan die je kunt gebruiken bij het plannen van je werk. De tijden zijn zeker niet bedoeld om er een wedstrijd mee aan te gaan! Haastige spoed is zelden goed!
1 7
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 2
1 Oriëntatie 45 min
1
Beantwoord de onderstaande vragen zonder de tekst van het hoofdstuk erop na te slaan. Als je een vraag echt niet weet te beantwoorden, dan mag je deze overslaan.
1
‘Ondernemingsvorm’. Waar denk jij aan bij deze titel?
2
Zomaar een aantal afkortingen. Weet jij waar de letters voor staan? •
bv
•
zzp
•
KvK
•
nv
•
vof
•
cv
•
AEX
3
Ga naar de site van de Kamer van Koophandel en beschrijf in het kort de belangrijkste taken van dit bedrijf.
4
Er bestaan eenmanszaken, bv’s, verenigingen, stichtingen, enzovoorts. Heb je enig idee waarom er verschillende vormen van ondernemingen bestaan?
1 8
HOOFDSTUK 1 Ondernemingsvormen
Zo ja, bedenk dan zoveel mogelijk redenen waarom er verschillende ondernemingsvormen bestaan.
5
Lees ‘De uitdaging’ bij de inleiding van dit hoofdstuk. Noteer alle begrippen die voor jou nieuw of lastig zijn.
6
Beschrijf de vaardigheden die je moet beheersen voor de klus die in ‘De uitdaging’ van jou wordt gevraagd.
7
Heb je al ervaring met de vaardigheden die je bij antwoord 6 hebt opgeschreven?
Zo ja, waar heb je deze ervaring opgedaan?
8
Welke vaardigheden uit vraag 6 moet je je eigen maken om met ‘De uitdaging’ aan de slag te kunnen?
1 9
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 2
9
Puzzelen met begrippen Vul de juiste woorden in op de horizontale (letters) en verticale (cijfers) regels. A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13
Alle antwoorden komen uit dit hoofdstuk. Zoek het juiste woord bij onderstaande omschrijving en vul het in op de blanco velden. 3
Samen werken jullie als natuurlijke personen.
4
De eerste twee letters van ‘stichting’.
6
Iets is niet krom, maar …
9
Een samenwerking van personen gericht op een bepaald doel.
10
Verenigde Naties.
13
Dit is een winstuitkering.
B
Hier schrijft een ondernemer zich in.
D
Aandelenhandel.
D
Wat houdt toezicht op een nv?
F
De afkorting van antwoord 3!
G
Rechtspersonen met een maatschappelijk doel.
J
Welk waardepapier heeft een eigenaar van een bv?
K
Ik doe al het werk in mijn uppie.
1 10
HOOFDSTUK 1 Ondernemingsvormen
1 Kennis 90 min
1 1 1.1
Lees bij het nakijken ook de vragen nog eens door en verbeter eventuele onjuistheden met een rode pen.
Onderscheid tussen een natuurlijk persoon en een rechtspersoon 1
Vul de ontbrekende woorden in. van een
De ondernemingsvorm is de juridische vorm of
onderneming, bedrijf of organisatie. De verschillen tussen de ondernemingsvormen komen vooral tot uiting op de gebieden van de juridische aansprakelijkheid, de belastingplicht en het
.
Je kunt de ondernemingsvormen in twee categorieën plaatsen: natuurlijke en
personen.
De natuurlijke personen kun je verdelen in: •
de
•
de zzp’er;
•
de maatschap;
•
de
•
de
;
onder firma; vennootschap.
De rechtspersonen kun je verdelen in: • de vereniging; •
de
•
de coöperatie;
•
de onderlinge
•
de besloten
•
de
;
; ; vennootschap.
Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek maakt bij rechtspersonen nog onderscheid tussen: •
de privaatrechtelijke
•
de
; rechtspersonen.
1 11
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 2
2
Wat wordt bedoeld met de ‘ondernemingsvorm’ van een organisatie?
3
Welke tweedeling in ondernemingsvormen kun je maken?
4
Wat zijn publiekrechtelijke rechtspersonen?
5
Op welke drie gebieden komen de verschillen in de ondernemingsvormen tot uiting? a Juridische aansprakelijkheid. b Managementorganisatie. c Arbeidsrecht. d Belastingrecht.
6
Kan een rechtspersoon ook iemand van vlees en bloed zijn?
Motivatie:
7
Zet de rechtsvormen in de juiste kolom. Rechtsvormen: maatschap; bv en nv; stichting; commanditaire vennootschap; eenmanszaak; coöperatie; vereniging; vennootschap onder firma. Natuurlijke personen
Rechtspersonen
1 12
HOOFDSTUK 1 Ondernemingsvormen
1 1.2
Natuurlijke personen 8
Vul de ontbrekende woorden in. Eigenaren van ondernemingen die vallen onder de natuurlijke
vermogen aansprakelijk voor
zowel met het zakelijk vermogen als met hun de
, zijn
die ze aangaan voor de onderneming.
Ondernemers van natuurlijke personen kunnen onbeperkt personeel in dienst nemen als: •
er een
•
er
•
de werknemer persoonlijk
is; wordt betaald; verricht.
De eigenaar van een natuurlijke persoon moet over (een deel van) de
9
belasting betalen
van de onderneming.
Heeft de eigenaar van een eenmanszaak een arbeidscontract?
Motivatie:
10
Wie kan door de eigenaar van een eenmanszaak in loondienst genomen worden? a Zijn zoon. b De buurvrouw. c Zijn partner. d Zijn vader. Motivatie voor mijn antwoord is:
11
Hoeveel uren moet een natuurlijk persoon minimaal per jaar in zijn bedrijf werken om in aanmerking te komen voor fiscale voordelen? a Minder dan 625 klokuren per jaar. b Tussen 625 en 1225 klokuren per jaar. c Meer dan 1225 klokuren per jaar.
12
Is een eigenaar van een eenmanszaak verzekerd voor de werknemersverzekeringen?
Motivatie:
1 13
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 2
13
Zoek wat bij elkaar hoort en verbind de begrippen door middel van pijlen. NB Het is mogelijk dat er meer begrippen van toepassing zijn. Trek dan ook meerdere pijlen van de ondernemingsvorm naar de begrippen.
Maatschap
Arbeidscontract
Directeur grootaandeelhouder (Dga)
Inkomstenbelasting
Naamloze Vennootschap (nv)
Hoofdelijk aansprakelijk
Eenmanszaak
Vennootschapsbelasting
14
Wat is het verschil tussen een stille en een openbare maatschap?
15
Waarom gaan mensen een maatschap aan? Omcirkel de juiste antwoorden. a Samen een pand huren is per bedrijf duurder. b Het bij elkaar brengen van een aantal specialismen is handig. c Alleen sta je sterker en je kunt meer klanten helpen. d Samen reclame maken werkt in jouw nadeel. e Samen met andere bedrijven een gezamenlijke receptie inregelen is goedkoper. f Het is effectiever om dure apparatuur samen aan te schaffen.
16
Wat is een vennootschap onder ďŹ rma?
17
Wat is het verschil tussen een maatschap en een vof?
18
Wat is bij een commanditaire vennootschap het verschil tussen de beherende vennoot en de stille vennoot? Omcirkel de juiste antwoorden. a De beherende vennoot heeft de dagelijkse leiding over het bedrijf. b De verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn in handen van de beherende vennoot.
1 14
HOOFDSTUK 1 Ondernemingsvormen
c d e f g
1 1.3
De stille vennoot heeft een arbeidscontract van de vennootschap en mag niets zeggen. Zowel de beherende als de stille vennoot hebben geld gestoken in het bedrijf. De stille vennoot is alleen verantwoordelijk voor het opstellen van de jaarrekening van het bedrijf. De stille vennoot krijgt een fiets van de zaak om zo naar zijn werk te gaan. De beherende vennoot beheert het geld van de stille vennoot, die van de opbrengst leeft.
Rechtspersonen 19
Vul de ontbrekende begrippen in. en
Een rechtspersoon is een organisatie die zelf bevoegd is voor het aangaan van
en de daaruit
voortvloeiende schulden. In het Burgerlijk Wetboek Boek 2 Rechtspersonen staan alle rechtspersonen. •
De
is een verzameling mensen die zich met een bepaald
doel georganiseerd heeft. •
De
•
De
lijkt op een vereniging, maar heeft geen leden. is een groep producenten of verbruikers die
samenwerken om hun marktaandeel en vergroten. De aansprakelijkheid kan zijn
macht te (beperkte aansprakelijkheid) of
(uitgesloten aansprakelijkheid).
De
is een
vereniging van ondernemers die verzekeringen regelt voor haar leden. •
De besloten vennootschap (bv) met beperkte aansprakelijkheid is een rechtspersoon met een maatschappelijk kapitaal dat in verdeeld, die overigens niet
•
is
verhandelbaar zijn.
De
is een rechtspersoon waarvan
het maatschappelijk kapitaal uit aandelen bestaat die
overdraagbaar zijn.
Alle medewerkers van een rechtspersoon hebben een , ontvangen daarvoor
en treden op
namens de rechtspersoon. Alle rechtspersonen vallen onder de belasting.
1 15
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 2
Een rechtspersoon schrijft zich in het
van de Kamer
van Koophandel in. Hierdoor is de rechtspersoon van de individuele
in plaats
.
20
Welke rechtspersonen zijn er?
21
Welke rechtspersonen lenen zich het beste voor een organisatie die geen winst nastreeft? a De zzp’er en de eenmanszaak. b De vereniging en de stichting. c De bv en de nv. d De maatschap en de vof.
22
Wat is het belangrijkste verschil tussen een vereniging en een stichting? Omcirkel wat fout is. a Een stichting maakt altijd winst en een vereniging maakt geen winst. b Een vereniging bestaat uit leden en een stichting niet. c Een vereniging betaalt inkomstenbelasting en een stichting vennootschapsbelasting. d Een stichting heeft personeel in dienst en een verenging bestaat alleen uit vrijwilligers.
23
Wanneer is de bestuurder van een rechtspersoon niet hoofdelijk aansprakelijk?
24
Welke ondernemingsvorm valt met het resultaat onder vennootschapsbelasting en welke onder inkomstenbelasting? •
maatschap
•
stichting
•
vereniging
•
naamloze vennootschap
•
eenmanszaak
•
coöperatie
•
vennootschap onder firma
1 16
HOOFDSTUK 1 Ondernemingsvormen
25
•
onderlinge waarborgmaatschappij
•
commanditaire vennootschap
•
besloten vennootschap
Vul de juiste ondernemingsvorm in bij deze beschrijving. Het dagelijks bestuur bestaat uit een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. Vaak wordt een bestuur ook nog aangevuld met een aantal algemene bestuursleden die bepaalde functies hebben binnen de
26
.
Welke drie typen coöperaties zijn er? Geef per coöperatie kort aan wat de coöperatie voor de leden doet. 1
2
3
27
a
b
Wat wordt er bedoeld met de afkorting BA achter de naam van een coöperatie? Omcirkel het juiste antwoord. a Bedrijfsadministratie. b Beperkte aansprakelijkheid. c Bevoegd tot aangifte inkomstenbelasting. Wat wordt er bedoeld met de afkorting UA achter de naam van een coöperatie? Omcirkel het juiste antwoord. a Uitvoerige aangifte. b Unie van coöperatie. c Uitgesloten aansprakelijkheid.
28
Waaruit bestaat het maatschappelijk kapitaal van de bv en nv?
29
Foute uitspraak: ‘Het verschil tussen de aandelen van een bv en een nv is dat de aandeelhouders van de nv vrij verhandelbaar zijn.’ Maar wat is er fout?
1 17
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 2
30
Welke verklaring moet de minister van Justitie afgeven vóór het starten van een bv of nv?
31
Aandeelhouders bij een bv en een nv hebben rechten. Omcirkel welke rechten dat zijn. a Het recht op een dividenduitkering. b Het recht op loon. c Het recht op rente op het aandelenkapitaal. d Het recht te stemmen bij de algemene aandeelhoudersvergadering. e Het recht om belasting te ontduiken omdat ze dat al veel betalen.
32
Aan welke drie voorwaarden moet een vennootschap voldoen om een structuurvennootschap te mogen zijn? 1
2
3
1 1.4
Publicatieplicht 33
Vul de ontbrekende woorden in. Rechtspersonen die winst nastreven hebben een
. deponeren in het
Vanwege deze plicht moeten ze de Handelsregister van de
.
Onder de jaarstukken vallen: •
met balans, toelichting en eventuele winst-en-
de verliesrekening;
•
het
•
overige informatie, zoals de
van het bestuur; verklaring en winstverdeling.
Het is afhankelijk van de
van de onderneming hoe uitgebreid de
jaarstukken aangeleverd moeten worden. Een kleine rechtspersoon hoeft alleen jaarstukken te
.
1 18
HOOFDSTUK 1 Ondernemingsvormen
Kleine rechtspersonen hebben: •
minder dan
•
een jaaromzet die lager is dan
•
niet meer dan
miljoen aan
op de balans staan; miljoen;
werknemers in dienst.
Grote rechtspersonen moeten
jaarstukken deponeren.
Vrijgesteld van publicatieplicht zijn: •
de eenmansbedrijven en
•
vof’s en cv’s met alleen maar
•
maatschappen;
•
verenigingen en
; investeerders;
zonder
met minder dan € 4,4 miljoen omzet. 34
Waar moet een onderneming de jaarstukken deponeren? a In het Handelsregister van de rechtbank. b In het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. c In het Handelsregister van het Midden en Klein Bedrijf.
35
Welke jaarstukken hoeven niet te worden gedeponeerd? a De jaarrekening met balans, toelichting en winst-en-verliesrekening. b Het jaarverslag van de OR. c Het jaarverslag van het bestuur. d Overige informatie, zoals de accountantsverklaring en de winstverdeling.
36
Welke organisaties moeten jaarstukken deponeren? Er zijn uiteraard meerdere antwoorden juist! a Besloten vennootschappen. b Maatschap. c Coöperaties. d Banken. e Eenmanszaak. f Vof’s als de beherende vennoten buitenlandse vennoten zijn. g Cv’s als de beherende vennoten buitenlandse vennoten zijn. h Zzp’er. i Verenigingen en stichtingen als de omzet meer dan € 4,4 miljoen is. j Onderlinge waarborgmaatschappijen. k Naamloze vennootschappen.
1 19
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 2
37
Noem vier belanghebbenden voor wie het handig is dat de jaarstukken gedeponeerd worden. 1 2 3 4
1
Kijk de ingevulde samenvattingen en de antwoorden op de kennisvragen na. Verbeter fouten altijd met een rode pen. Het helpt je later bij het bestuderen van deze lastige leerstof!
1 20
HOOFDSTUK 1 Ondernemingsvormen
1 Routine 90 min
1 1 1
Er is heel wat kennis en inzicht nodig bij het hoofdstuk ondernemingsvormen. Om meer zicht te krijgen op wat voor ondernemingen er bij jou in de buurt actief zijn, ga je onder andere via internet op zoek naar verschillende organisaties. Goed lezen is weer erg belangrijk!
1.1
Opgave 1
1.2
Geef aan of de onderstaande stellingen juist of onjuist zijn. Motiveer je antwoord. a Stelling 1: Als je een eenmanszaak start, mag je geen personeel in dienst nemen. Dit is juist / onjuist, want
b
Stelling 2: Als je een eenmanszaak start, is alle winst na aftrek van de belastingen voor jou alleen. Dit is juist / onjuist, want
c
Stelling 3: Je kunt je als kleine zelfstandige aansluiten bij een maatschap. Dit is juist / onjuist, want
d
Stelling 4: Als je je aansluit bij een maatschap hoef je maar 20% vennootschapsbelasting te betalen over de winst die je maakt. Dit is juist / onjuist, want
e
Stelling 5: De administratie van een onderneming moet je uitbesteden aan een accountantsbureau. Het accountsbureau kan dan de juiste jaarstukken opstellen voor de Kamer van Koophandel. Dit is juist / onjuist, want
1 21
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 2
f
Stelling 6: Je wilt niet in een maatschap werken, omdat je dan niet onder je eigen naam kan functioneren. Dit is juist / onjuist, want
g
Stelling 7: Een maatschap heeft veel voordelen, omdat de maten de kosten van de receptie, de boekhouding en de marketing delen. Ook is de huur van een gebouw meestal lager als je het met meerdere maten huurt. Daarnaast kun je dure instrumenten samen kopen. Dit is juist / onjuist, want
h
Stelling 8: Je kunt beter vennoot worden in een vof dan maat in een maatschap, omdat je dan de mogelijkheid hebt om onder eigen naam verder te gaan. Dit is juist / onjuist, want
i
Stelling 9: Een groot voordeel van vennoot zijn bij een vof is dat iedere eigenaar hoofdelijk aansprakelijk is. Dit is juist / onjuist, want
j
Stelling 10: Een onderneming zonder rechtspersoonlijkheid met personeel in dienst hoeft voor dat personeel geen belastingen te betalen. Dit is juist / onjuist, want
1 1 1 1.1
Opgave 2
1.2
Je gaat op internet op zoek naar ondernemingsvormen bij jou in de regio. a Noteer eerst nog even voor jezelf welke vijf natuurlijke personen in dit hoofdstuk aan bod komen.
1.3
1 2 3 4 5
1 22
HOOFDSTUK 1 Ondernemingsvormen
b
Noteer ook welke zes rechtspersonen je bent tegengekomen. 1 2 3 4 5 6
c
Zoek via een zoekmachine of de Gouden Gids twee voorbeelden van elke ondernemingsvorm bij jou in de regio. Als voorbeelden van natuurlijke personen heb ik de volgende tien ondernemingen gevonden. 1
en
2
en
3
en
4
en
5
en
Als voorbeelden van rechtspersonen heb ik de volgende twaalf ondernemingen gevonden. 1
en
2
en
3
en
4
en
5
en
6
en
...........................................................................................................................................................................
1
Laat jouw lijst met ondernemingen beoordelen door je docent voordat je verder gaat met de volgende opgave.
...........................................................................................................................................................................
1 23
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 2
d
e f
Bezoek van iedere onderneming (van vraag 2c) de site en noteer telkens twee typische kenmerken van deze onderneming. Denk vooral aan de kenmerken die te maken hebben met de rechtsvorm van de onderneming (aansprakelijkheid, belastingplicht, arbeidsrecht). Misschien vind jij andere typische kenmerken die bij deze ondernemingen horen. Werk het overzicht, bestaande uit 22 x 2 = 44 kenmerken van de ondernemingen, overzichtelijk en verzorgd uit. Doe dit in Word. Print het overzicht uit. Berg het overzicht met de ondernemingen en de kenmerken op in je dossier.
1
Kijk de routineopgaven na voordat je verder gaat met de praktijktaken.
1 24
HOOFDSTUK 1 Ondernemingsvormen
Praktijk
1
Bij de praktijktaken krijg je veel informatie vooraf. Verder is het van belang dat je de theorie van dit hoofdstuk goed door hebt genomen en als naslagwerk bij de hand hebt. Het gaat soms om de ‘kleine lettertjes’.
Kennis van ondernemingsvormen is belangrijk om ondernemers goed te kunnen adviseren. Je moet de juiste juridische gevolgen van hun handelen kunnen aangeven. Het is belangrijk dat je weet of het privévermogen ook gevaar loopt. Ondernemers moeten weten hoe ze aan eigen vermogen kunnen komen, wanneer ze een familielid wel of niet in dienst kunnen nemen of hoe ze werknemers kunnen belonen voor het werk dat ze doen voor de onderneming. Het is ook van belang om te weten welke belasting van toepassing is op de winst. Welke belasting is het meest gunstig voor de ondernemer en wanneer moet hij deze betalen? Aan dit soort inzichten gaat veel theoretische kennis vooraf. Je moet de hoofdlijnen kennen, maar ook specifieke kennis hebben van de ondernemingsvormen om een bedrijf te kunnen doorgronden of om klanten goed te kunnen adviseren.
1 1 1 1.1
Taak 1
1.2
Klaus stelt lastige vragen
Gegeven Klaus is net klaar met zijn opleiding fysiotherapie en kan zichzelf nu fysiotherapeut noemen. 40 min Als fysiotherapeut kan Klaus mensen helpen die houdings- en bewegingsklachten hebben, zoals rugpijn en RSI. Met zijn opleiding kan Klaus op verschillende plekken aan de slag. Denk aan fitnessclubs, gezondheidscentra, psychiatrische ziekenhuizen, sportverenigingen, verpleeghuizen en ziekenhuizen. Nu weet Klaus echt niet wat hij moet doen. Zal hij in loondienst gaan bij een bedrijf of zal hij zich vestigen als zelfstandige? Alle mogelijkheden staan wat hem betreft nog open. Klaus heeft behoefte aan deskundig advies om tot een goede keuze te komen. Gelukkig heeft hij jou als vriend. Hij nodigt jou uit om het een en ander uit te leggen. Je besluit je voor te bereiden op de vragen die je kunt verwachten. Bij je voorbereiding gebruik je het schema waarin alle rechtsvormen staan. Het schema komt van de website van de Kamer van Koophandel.
1 25
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 2
Schematisch overzicht rechtsvormen
schriftelijk/notarieel
Vormvrij voorkeur
Notariële akte
bevoegdheid
rechts-
met volledige
Vereniging
Statuten
bevoegdheid
rechts-
met beperkte
Vereniging
Notariële akte
maatschappij
waarborg-
Onderlinge
Coöperatie/
Geen
Notariële akte
Stichting
Vormvrij, voorkeur
contract
Geen
Bestuur
Cv
schriftelijk/notarieel
Geen
Bestuur
Vof
Vormvrij, voorkeur contract
Geen
Bestuur
Maatschap
schriftelijk/
Geen
Bestuur
Nv
notarieel contract
Geen
Beherend vennoten
Geen
Bv
Geen
Vennoten
Ledenraad,
Eenmanszaak
€ 45.000
Maten
Leden
Notariële akte
€ 0,01
Directie
Leden
Notariële akte
Geen
Directie
Commanditaire
Vormvrij
Kapitaalvereiste
Eigenaar
Geen
Oprichting
Bestuur
Geen
evt. Raad van
Commissarissen
evt. Raad van
Aandeelhouders, Commissarissen
vennoten
Aandeelhouders, evt. Raad van
Bestuur (bij
Inkomstenbelasting,
mkb-
inkomstenbelasting,
Beherend vennoten;
belasting
vennootschaps-
Eventueel
belasting
vennootschaps-
Eventueel
belasting over
inkomsten-
belasting,
Vennootschaps-
belasting
schaps-
vennoot-
Eventueel
Geen werknemers-
ontslag tegen de wil
verzekeringen, tenzij
Geen werknemers-
verzekering
Geen werknemers-
verzekering
Geen werknemers-
verzekering
Geen werknemers-
loondienst
Bestuur niet in
loondienst
Bestuur niet in
gevallen
Alleen in bepaalde
in loondienst
Bestuur niet
26
Geen Commissarissen
Leden WA-geheel
onbehoorlijk
Bestuur (bij
bestuur)
Bestuur (bij
BA-beperkt
Beherend
UA-niet.
Alle vennoten privé
onbehoorlijk
Privé voor gelijk
onbehoorlijk
Bestuur (bij
vennoten privé
bestuur en niet
Bestuur (bij
voor 100% als V.O.F.
bestuur)
Inkomstenbelasting,
mkb-winstvrijstelling,
winstvrijstelling,
Privé 100%
deel als maatschap
100%,
Vennootschaps-
mkb-
ondernemersaftrek
ondernemersaftrek
onbehoorlijk bestuur)
verplichtingen niet
onbehoorlijk bestuur
verplichtingen niet
Commanditaire
Bestuur (bij
of bij onterechte
nakomt
onbehoorlijk
nakomt
ingeschreven in
uitkering aan
handelsregister)
Vennootschaps-
belasting,
winstvrijstelling,
(bij voldoen aan
bestuur)
vennoten beperkt
Inkomstenbelasting,
belasting,
inkomstenbelasting
ondernemersaftrek
urencriterium)
aansprakelijk
mkb-winstvrijstelling,
inkomstenbelasting
over salaris directie
(bij voldoen aan
aandeelhouders)
ondernemersaftrek
over salaris directie
en over dividend
verzekeringen, tenzij
van directeur-
winstuitkeringen
(bij voldoen aan
en over dividend
(bij voldoen aan
urencriterium)
ontslag tegen de wil
aandeelhouder
urencriterium)
van directeur-
mogelijk is
urencriterium)
Geen werknemers-
aandeelhouder
1
Andere organen
Aansprakelijkheid
Belastingen
Sociale zekerheid
verzekeringen
mogelijk is
Klaus heeft een aantal vragen voor jou. Jij probeert ze in begrijpelijke taal te beantwoorden. Je wilt je vriend laten merken dat je verstand van zaken hebt en motiveert telkens je antwoord!
HOOFDSTUK 1 Ondernemingsvormen
Gevraagd a Als ik ergens in loondienst ga, ben ik dan verzekerd tegen werkloosheid, ziekte, arbeidsongeschiktheid en dergelijke?
Motivatie:
b
Als ik een eenmanszaak begin, ben ik dan ook verzekerd tegen werkloosheid, ziekte, arbeidsongeschiktheid en dergelijke?
Motivatie:
c
Hoe zit het als ik in loondienst ga met de AOW, Akw, Wlz (Awbz) en Anw? En wat betekenen die afkortingen eigenlijk allemaal?
...........................................................................................................................................................................
1
Het antwoord op deze vraag vind je niet in dit hoofdstuk, maar kun je via internet of andere bronnen achterhalen. Informeer desnoods bij je docent hoe je dit kunt aanpakken.
...........................................................................................................................................................................
d
Welke winstbelasting moet ik betalen aan de Belastingdienst als ik me als zelfstandig ondernemer vestig?
e
Als ik mij als zelfstandig ondernemer ergens vestig, moet ik dan naar een notaris om dit vast te leggen?
Motivatie:
1 27
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 2
f
Moet ik mij als startende ondernemer melden bij de Kamer van Koophandel?
Motivatie:
g
Moet ik mij als startende ondernemer melden bij de Belastingdienst?
Motivatie:
1 1 1.2
30 min
Taak 2 Klaus wil natuurlijk een natuurlijk persoon zijn en blijven! Gegeven Klaus vindt het lastige materie. Hij vindt het na het gesprek met jou alleen maar moeilijker om een keuze te maken voor een ondernemingsvorm die bij hem past. Jij bent het daar niet mee eens en vertelt Klaus dat hij nu veel meer weet over de verschillende ondernemingsvormen. Het is duidelijk dat Klaus voorlopig zonder personeel wil werken, maar geen bezwaar heeft tegen samenwerking. Dit moeten bij voorkeur mensen zijn uit andere vakgebieden, die elkaar aanvullen. Om Klaus een bewuste keuze te laten maken voor een bepaalde ondernemingsvorm, leg jij Klaus nog een paar vragen voor.
1
Kijk ook in het schematisch overzicht met alle rechtsvormen bij de beantwoording van deze vragen.
Samen met Klaus neem je de volgende vragen door die gelden voor de natuurlijke personen. Je motiveert weer steeds je antwoord. Gevraagd a Hoe kun je als natuurlijk persoon je privĂŠvermogen afschermen van je zakelijk handelen?
b
Ben je verplicht om naar de notaris te gaan voor een oprichtingsakte?
Motivatie:
1 28
HOOFDSTUK 1 Ondernemingsvormen
c
Hoe zit het met de werknemersverzekeringen bij natuurlijke personen?
d
Welke belasting moeten natuurlijke personen betalen over de winst?
e
Mag je je eigen partner in loondienst nemen?
Motivatie:
1 1 2.3
15 min
f
Hoeveel personeel mag je als natuurlijk persoon in dienst nemen?
g
Wat is het risico als je als natuurlijk persoon personeel in dienst hebt?
Taak 3 Fusie van timmerbedrijf Hamer en Spijker Gegeven Twee grote timmerbedrijven fuseren en gaan samen verder onder de naam ‘Planken’. Beide eigenaren willen samen de volledige zeggenschap houden over het bedrijf. Omdat ze in totaal 27 werknemers hebben, maken ze er een rechtspersoon van. Het privévermogen willen ze volledig gescheiden houden van de zaak. Gevraagd a Welke rechtsvorm komt het meest in aanmerking voor de nieuwe onderneming ‘Planken’ en waarom?
Motivatie:
1 29
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 2
b
Leg uit hoe de financiële aansprakelijkheid is geregeld bij de rechtsvorm die je hebt gekozen.
c
Wat moeten beide eigenaren ondernemen voordat de nieuwe onderneming een feit is?
...........................................................................................................................................................................
1
Denk aan notaris, KvK, enzovoorts.
...........................................................................................................................................................................
1 1 1 1.3
Taak 4
1.4
Spanning in de zaak
Gegeven Het elektriciteitsbedrijf Spanning bv heeft het afgelopen jaar een aantal grote eenmanszaken 20 min in dezelfde branche opgekocht. Onlangs heeft het ook nog een grote leverancier opgekocht van elektra. Spanning bv is erg groot geworden. Het bedrijf heeft dringend kapitaal nodig. In overleg met de accountant wordt duidelijk dat het voor een gezonde balans tussen vreemd en eigen vermogen niet verstandig is om nog meer schulden aan te gaan. Er is echter dringend eigen vermogen nodig om een gezonde financiële situatie te behouden. Het advies van de accountant is om de bv om te zetten in een nv. Gevraagd a Hoeveel kapitaal moet er minimaal in de bv zitten om van Spanning bv een nv te maken?
b
Hoe komt een nv aan eigen vermogen?
1 30
HOOFDSTUK 1 Ondernemingsvormen
1 1 1 1 1
c
Wat moet de directie van Spanning bv ondernemen voor het oprichten van een nv?
d
Welke bestuursorganen heeft een nv?
e
Welke publicatieplicht heeft een nv?
1.1
Taak 5
1.2
Boogschieters schieten in de roos!
Gegeven Jan, Kees, Piet en Klaas zijn dol op boogschieten. Ze willen samen een rechtspersoon oprichten, waarin ze hun hobby kunnen uitoefenen. De rechtspersoon staat open voor andere 1.4 mensen die ook willen leren boogschieten. Ze willen ook andere mensen leren boogschieten. Ze hebben een oefenruimte nodig en daarvoor huren ze een schuur bij boer Hensen. Ze hebben niet als doel om winst te maken met hun nieuwe organisatie. Wel vragen ze de 20 min mensen die bij hen boogschieten om een jaarlijkse bijdrage om de kosten te kunnen dekken. 1.3
Gevraagd a Welke rechtsvorm adviseer jij aan Jan, Kees, Piet en Klaas? Leg uit waarom je die rechtsvorm adviseert (beschrijf hiervoor de kenmerken van de rechtsvorm).
1 31
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 2
b
Leg uit aan Jan, Kees, Piet en Klaas waarom het verstandig is om een bezoek aan de notaris te brengen.
c
Welke voorwaarden zijn er voor de rechtsvorm van Jan, Kees, Piet en Klaas om te voorkomen dat ze straks jaarstukken bij de Kamer van Koophandel moeten deponeren?
Er komt heel wat kijken bij een weloverwogen keuze voor een rechtsvorm van een onderneming. Inzicht in juridische, arbeidsrechtelijke en belastingtechnische zaken is nodig om verantwoord te kunnen starten met een rechtsvorm. Maar ook dan zal de toekomst pas leren of de keuze de juiste is geweest.
1
Kijk je uitwerkingen na van de praktijktaken. Als je twijfelt over een antwoord, informeer dan bij je docent of jouw antwoord akkoord is. Eventuele fouten verbeter je natuurlijk weer met een rode pen.
1 32
HOOFDSTUK 1 Ondernemingsvormen
Integrale casus
1
Ben je niet zeker van je antwoord, lees dan de theorie er nog eens op na of informeer bij een medestudent of docent.
Handen uit de mouwen voor je vader! (45 min) Gegeven Je vader heeft al jaren een administratiekantoor aan huis. Je weet niet beter dan dat je vader altijd thuis is. Hij doet altijd alles alleen en daarover hoor je hem de laatste tijd steeds meer klagen. Er verandert tegenwoordig nogal wat, vooral op digitaal gebied en dat is niet zijn sterkste kant. Hij is blij dat jij de opleiding ďŹ nanciĂŤle beroepen doet en zodoende af en toe een handje kunt helpen! Gevraagd a Wat voor ondernemingsvorm zal het bedrijf van jouw vader hebben?
Motivatie:
b
Mag je vader personeel in dienst nemen onder deze ondernemingsvorm?
Motivatie:
Gegeven Je vader heeft het er maar druk mee. Fijn dat er net weer twee nieuwe klanten bij zijn, maar de administratie heeft wel wat organisatie nodig. Daarnaast zijn er de reguliere klanten die op de maandafsluiting wachten. Je merkt aan je vader dat het hem allemaal te veel wordt. Voor de komende twee maanden heeft hij Truus voor drie dagen in de week in loondienst. Truus kent hij al langer. Hij weet dat ze goed is in boekhouden, maar dan alleen de basis, dus bank, kas, debiteuren en crediteuren. Je vader vraagt aan jou of je voor de reguliere klanten de maandafsluitingen kan doen zodat hij zijn handen vrij heeft voor de twee nieuwe klanten. Gevraagd c Als jij je vader af en toe helpt, ben je dan ook in loondienst bij hem?
Motivatie:
1 33
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 2
d
Kan Truus voor de korte periode van twee maanden in loondienst worden aangenomen?
Motivatie:
e
Is je vader ook verzekerd voor de werknemersverzekeringen, dus voor Truus?
Motivatie:
Gegeven Gefeliciteerd! Je hebt je diploma’s van niveau 4 financiële beroepen behaald. Dat zijn de diploma’s assistent-accountant en salarisadministrateur. Je vader is erg trots op je en vertelt aan iedereen die hij tegenkomt dat jij geslaagd bent. En tot jouw verbazing vraagt je vader of je bij hem in de zaak komt werken. Je verwacht dat je een arbeidscontract krijgt, maar hij wil je als gelijkwaardige partner in de zaak opnemen. Je gaat meedelen in de winst. Geweldig, een diploma en direct een baan als mededirecteur van een administratiekantoor! Dat staat goed op je cv. Gevraagd f Als jij mededirecteur wordt van het administratiekantoor, ben jij dan verzekerd voor werknemersverzekeringen?
Motivatie:
g
De ondernemingsvorm verandert nu van eenmanszaak in …? Welke ondernemingsvorm vind jij dan logisch?
Motivatie:
Gegeven Sinds jij bij je vader werkt, gaat het ontzettend goed met het administratiekantoor. Ondertussen hebben jullie een nieuwe afdeling opgericht die zich alleen bezighoudt met salarisadministratie. Dat was een goede zet, maandelijks komen er nieuwe klanten bij. Ondertussen werken er naast je vader en jij al vier mensen op kantoor. Binnenkort komt er een vijfde medewerker bij, maar daar is eigenlijk geen plaats meer voor. Het wordt tijd om ergens een kantoorpand te huren of kopen. Ook zal het beter voelen als je wist dat het huis, dat je net hebt gekocht, niet door fouten in de onderneming weer verkocht zou moeten worden. Daarnaast is er momenteel niets geregeld voor eventuele arbeidsongeschikt of
1 34
HOOFDSTUK 1 Ondernemingsvormen
werkeloosheid. Eigenlijk zit je met behoorlijk wat vragen waar je graag passende antwoorden op wilt vinden. Gevraagd h Als je nu van ondernemingsvorm zou willen veranderen, welke ondernemingsvorm zou dan nu de beste keuze zijn?
Motivatie:
i
Wat is het verschil in aansprakelijkheid ten aanzien van de oude situatie en de nieuw gekozen ondernemingsvorm?
j
Hoeveel arbeidscontracten kent de nieuwe ondernemingsvorm?
Motivatie:
k
Zijn je vader en jij nu ook verzekerd voor de werknemersverzekeringen?
Motivatie:
l
Welke vormen van geld moeten jij en je vader nu verantwoorden bij de inkomstenbelasting?
m Welke belasting betaalt de nieuwe rechtsvorm over de winst?
1
Kijk je gemaakte werk na en corrigeer met een rode pen. Soms zijn antwoorden in eigen woorden ook goed, ook al lijkt het antwoord in het boek anders. Vraag bij twijfel altijd even aan je docent of je hebt begrepen waar het om gaat.
1 35
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 2
1 Reecteer op je werkzaamheden 15 min
1 1
Beantwoord de onderstaande vragen kort maar motiveer door aan te geven waarom, waardoor, ondanks wat, met welk gevolg, je dit zo vindt!
Komt de tijd die jij besteed hebt aan opgaven, taken en casus overeen met de gegeven tijd of ben je sneller of juist langzamer?
Als je sneller of langzamer hebt ingevuld, geef dan kort de oorzaak hiervoor aan.
2
Geef aan wat bij dit hoofdstuk goed is gegaan, waar je tevreden of zelfs trots op bent.
3
Geef aan waarvan je baalt bij het maken van dit hoofdstuk, wat er mis is gegaan, wat je de volgende keer anders zou aanpakken.
4
Geef aan wat je bij het maken van dit hoofdstuk leuk hebt gevonden en waar je energie van kreeg.
5
Geef aan wat bij het maken van dit hoofdstuk een rol heeft gespeeld bij jouw presteren. Denk aan sfeer, collega’s, hulpmiddelen, docenten, enzovoorts.
1 36
HOOFDSTUK 1 Ondernemingsvormen
6
Lees bovenstaande opmerkingen nog eens goed na en geef jezelf minimaal twee aandachtspunten die van belang zijn voor jouw voortgang. 1
2
3
Lees ‘De uitdaging’ bij de inleiding van dit hoofdstuk nog eens door en beschrijf de vaardigheden die je je hebt eigen gemaakt en gebruikt om deze opdracht te kunnen uitvoeren.
7
1
Neem je reflectie door met je docent en vraag om goedkeuring van je antwoorden.
1 37
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 2
1 Test je kennis en inzicht 40 min
Kies het juiste antwoord bij de volgende vragen. 1
Welke ondernemingsvorm hoort niet in het rijtje thuis? a Eenmanszaak. b Commanditaire vennootschap. c Besloten vennootschap. d Vennootschap onder firma.
2
Welke ondernemingsvorm hoort niet in het rijtje thuis? a Zzp’er. b Nv. c Cv. d Vof.
3
Welke ondernemingsvorm hoort niet in het rijtje thuis? a Bv. b Nv. c Maatschap. d Stichting.
4
Geef aan of de stellingen goed of fout zijn. 1 Een zzp’er kan zijn vrouw in loondienst nemen als zij de administratie voert. 2 Een zzp’er is 100% aansprakelijk voor zijn handelen. a b c d
Stelling Stelling Stelling Stelling
1 1 1 1
en 2 zijn goed. is goed en stelling 2 is fout. is fout en stelling 2 is goed. en 2 zijn fout.
5
Phillips nv is een: a coöperatie. b maatschap. c natuurlijk persoon. d rechtspersoon.
6
Geef aan of de stellingen goed of fout zijn. 1 Een bestuurder van een rechtspersoon is aansprakelijk voor zijn zakelijk vermogen en zijn privévermogen. 2 Bij een stichting is de eigenaar niet in loondienst. a b c d
Stelling Stelling Stelling Stelling
1 1 1 1
en 2 zijn goed. is goed en stelling 2 is fout. is fout en stelling 2 is goed. en 2 zijn fout.
1 38
HOOFDSTUK 1 Ondernemingsvormen
7
Welke ondernemingsvorm hoort niet thuis in het rijtje? a Commanditaire vennootschap. b Naamloze vennootschap. c Besloten vennootschap.
Bij de volgende vragen kunnen steeds meerdere antwoorden juist zijn. Omcirkel de juiste antwoorden. Bij een maatschap zijn de maten: 8
allemaal in loondienst.
9
samen het bestuur.
10
privĂŠ aansprakelijk.
Als iemand een eenmanszaak heeft, kan hij de volgende mensen een dienstbetrekking aanbieden. 11
De echtgenote.
12
Een zoon of dochter ouder dan 14 jaar.
13
De buurman.
Een commanditaire vennootschap wordt gekenmerkt door een: 14
beherende vennoot.
15
stille vennoot.
16
geheime vennoot.
Een vof betaalt over haar winst: 17
vennootschapsbelasting.
18
inkomstenbelasting.
19
omzetbelasting.
20
dividend.
Welke volgende onderneming betaalt inkomstenbelasting over haar winst? 21
Een vereniging die naar winst streeft en een netto-omzet heeft van 6 miljoen euro.
22
Een stichting met leden.
23
Een maatschap.
1 39
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 2
Welke ondernemingsvorm betaalt vennootschapsbelasting over haar winst? 24
Vennootschap onder firma.
25
Besloten vennootschap.
26
Onderlinge waarborgmaatschappij.
Van welke onderneming(en) is de bestuurder ook privé aansprakelijk met het vermogen? 27
Een beherende vennoot van de cv.
28
Een bestuurder van een stichting.
29
Een bestuurder van een coöperatie.
Welke organisatie moet naar de notaris voor een oprichtingsakte? 30
Eenmanszaak.
31
Coöperatie.
32
Stichting.
Een coöperatie heeft de mogelijkheid voor de volgende aansprakelijkheid. 33
Sa - samen aansprakelijk.
34
Ba - beperkt aansprakelijk.
35
Ua - uitgesloten van aansprakelijkheid.
Welke onderneming heeft geen publicatieplicht? 36
Een bv.
37
Een nv.
38
Een cv.
Het Handelsregister waarin bedrijven zich laten registreren, wordt bijgehouden door: 39
de Kamer van Koophandel.
40
de Belastingdienst.
41
de Gemeente, afdeling burgerlijke stand.
1 40
HOOFDSTUK 1 Ondernemingsvormen
Onder de jaarstukken van een rechtspersoon valt: 42
de jaarrekening.
43
de aangifte loonhefďŹ ng.
44
het jaarverslag van het bestuur.
Bij de publicatieplicht is sprake van een kleine rechtspersoon als: 45
de jaaromzet 2 miljoen euro is.
46
er gemiddeld 45 werknemers in dienst zijn.
47
het totaal op de balans 7 miljoen euro is.
1 41