1
1
FAM FAM Bedrijfsadministratie deel A, ben ik klaar voor niveau 4?
BV in Balans biedt ondersteunend lesmateriaal gebaseerd op de competentiegerichte kwalificatiedossiers die door het Kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven ECABO voor de Financiële beroepen zijn ontwikkeld. Het lesmateriaal dekt de kerntaken, werkprocessen en activiteiten voor de kwalificatiedossiers: • •
niveau 3 (Financieel Administratief Medewerker) en niveau 4 (Bedrijfsadministrateur, Assistent-accountant en Salarisadministrateur).
BV in Balans bestaat uit leereenheden waarin de leerling zijn eigen leerweg vindt en waarmee de docent het gewenste curriculum vult. Mede dankzij de kritische gebruikers die hun wensen kenbaar hebben gemaakt, maakt dit lesmateriaal het mogelijk om ‘Balans in het onderwijs’ te brengen.
Bedrijfsadministratie deel A, ben ik klaar voor niveau 4?
Editie
2013
E.P. van Balen, K. Broersen, G.W.M van Heeswijk, J.P. Mijnster, S.J. Stienstra, T.F.G. Suppers, T. van de Veerdonk e.a.
De auteurs
FAM
Leerwerkboek
9781111270131
1
1
1
1
COLOFON ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Onderwijs Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen: www.thiememeulenhoff.nl of via onze klantenservice (088) 800 20 16 ISBN 9781111270131 Eerste druk, eerste oplage, 2013 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2013. Exemplaar voor verhuur. De eigendom blijft altijd bij de uitgever. Het is niet toegestaan deze uitgave te gebruiken zonder huurovereenkomst met de uitgever. Het is niet toegestaan deze uitgave onder te verhuren, te verkopen of anderszins ter beschikking van derden te stellen. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet jo het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
1
1
2
2
2
2
3
3
Inhoudsopgave ................................................ 1
2
3
Permanence 1.1 Inleiding 1.2 Hoe maak ik onderscheid tussen kosten en uitgaven en tussen opbrengsten en ontvangsten? 1.3 Hoe pas ik de permanence toe? 1.4 Welke boekingsdocumenten gebruik ik bij het toepassen van de permanence? 1.5 Hoe verwerk ik nog te betalen bedragen in de financiële administratie? 1.6 Hoe verwerk ik vooruitbetaalde bedragen in de financiële administratie? 1.7 Hoe verwerk ik vooruitontvangen bedragen in de financiële administratie? 1.8 Hoe verwerk ik nog te ontvangen bedragen in de financiële administratie? 1.9 Hoe deel ik transitorische posten in? 1.10 Hoe verwerk ik tussentijdse aflossingen op leningen in de financiële administratie? 1.11 Hoe gebruik ik het spreidingsregister voor verzekeringskosten? 1.12 Hoe verwerk ik de loonbetaling in de financiële administratie? Begrippenlijst Aan het werk Evaluatie
4 5 6 9 10 14 17 21 24 25 28 31 36 37 53
Administratie van duurzame productiemiddelen 2.1 Inleiding 2.2 Hoe boek ik de aankoop van duurzame productiemiddelen? 2.3 Hoe boek ik afschrijvingen op duurzame productiemiddelen? 2.4 Hoe boek ik de buitengebruikstelling en de verkoop van duurzame productiemiddelen? 2.5 Hoe presenteer ik duurzame productiemiddelen op een bedrijfseconomische balans? 2.6 Wat versta ik onder leasing? 2.7 Welke boekingen maak ik bij operational lease? 2.8 Welke boekingen maak ik bij financial lease? Begrippenlijst Aan het werk Evaluatie
58 59 63 71 75 77 79 81 86 87 106
Administratie van voorzieningen 3.1 Inleiding 3.2 Wat versta ik onder een voorziening? 3.3 Hoe administreer ik voorzieningen voor onderhoud? 3.4 Hoe administreer ik garantievoorzieningen? 3.5 Hoe administreer ik voorzieningen voor oninbare vorderingen? 3.6 Hoe administreer ik een voorziening voor incourante voorraden? 3.7 Hoe verwerk ik voorzieningen in een bedrijfseconomische balans? Begrippenlijst Aan het werk Evaluatie
108 109 110 113 115 121 122 125 126 167
Trefwoordenregister
© ThiemeMeulenhoff
3
1
3
4
4
2
4
© ThiemeMeulenhoff
4
5
5
1
5
Permanence
5
6
6
Theorie ................................................ 1.1
INLEIDING Een manager wil regelmatig inzicht hebben in de resultaten van zijn onderneming. Met de informatie die de manager krijgt, kan hij verantwoorde beslissingen nemen. De administrateur verwerkt de kosten en uitgaven, maar ook de opbrengsten en ontvangsten in de financiële administratie. Pas wanneer de gegevens juist zijn verwerkt, kan het management een juiste resultaatbepaling maken. Voor een juiste resultaatbepaling is het belangrijk om alleen zuivere rekeningen te gebruiken. Deze leereenheid gaat over het gebruik van dit soort rekeningen. Maar daarvóór lees je over het verschil tussen kosten en uitgaven en tussen opbrengsten en ontvangsten. In deze leereenheid leer je de kosten en opbrengsten op de juiste momenten te boeken. Kosten boek je namelijk niet altijd op het moment dat je ze betaalt. Soms betaal je gemaakte kosten pas veel later en soms betaal je kosten vooruit. Ook de opbrengsten boek je niet altijd op het moment dat je ze ontvangt. Je kunt situaties tegenkomen waarbij je de opbrengsten vooraf ontvangt of pas achteraf. De boekingsdocumenten voor het journaliseren van de hiervoor genoemde boekingen noem je memoriaalstukken. Memoriaalstukken boek je zonder tussenkomst van partijen buiten de onderneming, bijvoorbeeld een klant of een leverancier. Andere boekingsdocumenten komen tot stand na een transactie met anderen buiten de onderneming. Je leest in deze leereenheid meer over boekingsdocumenten en memoriaalstukken. Vervolgens leer je dat transitorische posten posten zijn waarbij de betaling of ontvangst vooraf of achteraf plaatsvindt. Je maakt daarbij onderscheid tussen uitstelposten en anticipatieposten. Bij uitstelposten stel je het boeken van kosten en opbrengsten uit. Bij anticipatieposten boek je de kosten en opbrengsten al voordat je ze daadwerkelijk betaalt of ontvangt. Tot slot krijg je te maken met enkele praktische toepassingen van de permanence. Je moet hierbij denken aan: – boekingen die te maken hebben met leningen, aflossingen en periodieke rentekosten; – verzekeringskosten waarbij je boekingen in een spreidingsregister inzichtelijk maakt; – boekingen die te maken hebben met arbeidskosten.
4
6
© ThiemeMeulenhoff
6
7
7
1.2
HOE MAAK IK ONDERSCHEID TUSSEN KOSTEN EN UITGAVEN EN TUSSEN OPBRENGSTEN EN ONTVANGSTEN? Ontvangsten lijken op opbrengsten, uitgaven lijken op kosten. Toch is er een groot verschil. – Opbrengsten en kosten zorgen voor veranderingen van het eigen vermogen: • Opbrengsten verhogen het eigen vermogen. • Kosten verlagen het eigen vermogen. – Ontvangsten en uitgaven zorgen voor veranderingen van de liquide middelen (kasgeld, banksaldo): • Ontvangsten verhogen de liquide middelen. • Uitgaven verlagen de liquide middelen. Een voorbeeld: Maria Hagen heeft voor de aanschaf van haar bedrijfspand op 1 januari 2010 een 5% hypothecaire lening van € 600.000 afgesloten. De lening heeft een looptijd van 20 jaar. Ze moet de interest op deze lening aan het eind van elk jaar, op 31 december, betalen. De lening moet ze aan het eind van de looptijd in één keer aflossen. Uitgaven voor deze lening in december 2010 zijn de bedragen die Maria Hagen betaalt. Hierdoor nemen haar liquide middelen (kasgeld, banksaldo) af. Op 31 december betaalt Maria Hagen aan interest op de lening 5% van € 600.000 = € 30.000. De uitgaven in de maand december 2010 zijn dus
© ThiemeMeulenhoff
7
5
7
8
8
€ 30.000. Kosten verlagen het eigen vermogen. Als je de kosten van de maand december 2010 wilt bepalen, moet je in de gaten houden dat de betaalde interest van € 30.000 betrekking heeft op het hele jaar 2010. De betaalde interest van € 30.000 is de interest van de afgelopen twaalf maanden. Je neemt bij de kosten voor december alleen het maandelijkse kostenbedrag, dus een twaalfde deel van € 30.000 = € 2.500. De kosten over de maand december 2010 zijn dus € 2.500, terwijl de uitgaven in december € 30.000 zijn. In de volgende afbeelding zijn de invloeden op de liquide middelen en het eigen vermogen in een schema weergegeven.
In deze bron leer je hoe je al tijdens het boekjaar permanent rekening kunt houden met het onderscheid tussen: – uitgaven en kosten; – ontvangsten en opbrengsten. 1
Controlevragen Waardoor veranderen de liquide middelen? Kies uit kosten, opbrengsten, ontvangsten en uitgaven.
2
Maak de zin af: ’Door het betalen van interestkosten zal het eigen vermogen …’
KORTOM
1.3
Kosten en uitgaven, opbrengsten en ontvangsten – Opbrengsten en kosten veranderen het eigen vermogen. – Ontvangsten en uitgaven veranderen de liquide middelen. – Opbrengsten verhogen het eigen vermogen. – Kosten verlagen het eigen vermogen. – Ontvangsten verhogen de liquide middelen. – Uitgaven verlagen de liquide middelen.
HOE PAS IK DE PERMANENCE TOE? Tijdens het voeren van de boekhouding wil je graag op elk gewenst moment het resultaat kunnen vaststellen: je wilt weten hoeveel winst of verlies er is gemaakt. Vaak stel je dit resultaat per maand of per kwartaal vast. Om de juiste kosten en opbrengsten van een maand of kwartaal snel te kunnen zien, maak je elke maand (of elk kwartaal) een winst-en-verliesrekening. Je moet op de grootboekrekeningen permanent de waarde van elke bezitting, elke schuld, het eigen vermogen en de omvang van de kosten en opbrengsten bijhouden. Zo kun je op elk gewenst moment
6
8
© ThiemeMeulenhoff
8
9
9
een balans en winst-en-verliesrekening maken. De grootboekrekeningen moeten zuiver zijn. Een zuivere rekening is een grootboekrekening waarvan het saldo aan het eind van een periode wordt opgenomen op de balans of op de winst-en-verliesrekening. Het saldo van een zuivere rekening gaat: – óf naar de balans; – óf naar de winst-en-verliesrekening. Aan het eind van deze paragraaf kun je in het kort zien hoe je moet werken met niet-zuivere rekeningen. Verder werk je alleen met zuivere rekeningen. Het decimale rekeningstelsel dat je gebruikt, maakt onderscheid tussen balansrekeningen en winst-en-verliesrekeningen: – In rubriek 0, 1, 2 en 7 staan de balansrekeningen. – In rubriek 4, 8 en 9 staan de winst-en-verliesrekeningen. De indeling in rubrieken is een hulpmiddel om met zuivere rekeningen te werken. De balansrekeningen kun je verder onderverdelen in: – bezittingen of vorderingen: saldo debet naar de balans; – schulden of eigen vermogen: saldo credit naar de balans. De winst-en-verliesrekeningen kun je onderverdelen in: – kosten: saldo debet naar de winst-en-verliesrekening; – opbrengsten: saldo credit naar de winst-en-verliesrekening. Als je in de boekhouding permanent zuivere rekeningen gebruikt, pas je de permanence toe in de boekhouding. Als je dit systeem toepast op de kosten en opbrengsten, zeg je dat je de permanence toepast op de kosten en opbrengsten. De permanence pas je in de praktijk meestal toe bij de bepaling van het resultaat per maand of per kwartaal. BESTAAN ER OOK ONZUIVERE REKENINGEN? Er bestaan ook onzuivere rekeningen. Je noemt dat geen ’onzuivere rekeningen’, maar gemengde rekeningen. Rolf Migo is de eigenaar van een speciaalzaak voor modelvliegtuigen. Op 1 oktober 2010 heeft Rolf Migo de verzekeringspremie van € 1.200 van een zojuist aangeschafte bestelauto voor een heel kalenderjaar per bank vooruitbetaald. Je gaat er in dit voorbeeld vanuit dat Rolf Migo gemengde rekeningen in zijn boekhouding gebruikt. Op 1 oktober 2010 heeft Rolf Migo de volgende journaalpost van de betaling van de verzekeringspremie voor de komende twaalf maanden gemaakt:
Door het maken van deze journaalpost: – boek je een uitgave in 2010 van € 1.200. Hierdoor nemen de liquide middelen (= Bank) met € 1.200 af;
© ThiemeMeulenhoff
9
7
9
10
10
– boek je kosten in 2010 van € 1.200. Hierdoor neemt het eigen vermogen met € 1.200 af. Voor de uitgaven is dit een juiste verwerking. Op 1 oktober 2010 vindt er inderdaad een uitgave plaats van € 1.200. Voor de kosten klopt er iets niet. Voor het boekjaar 2010 mag alleen de periode van 1 oktober tot en met 31 december 2010 als kosten worden berekend. De kosten voor 2010 bedragen dan: 3/12 x € 1.200 = € 300. Het resterende bedrag van € 900 valt dus onder de eerste negen maanden van 2011. Dit zijn dus kosten voor het jaar 2011. Dit bedrag moet je verwerken bij de jaarafsluiting van 2010 als je de kolommenbalans per 31 december 2010 maakt. Hoe je dat doet met gemengde rekeningen, lees je hierna. Op 31 december 2010 staat de rekening 450 Verzekeringskosten van Rolf Migo als volgt op de saldibalans:
Van het bedrag van € 1.200 heeft € 900 betrekking op 2011. Op 31 december 2010 zijn deze € 900 vooruitbetaald aan de verzekeringsmaatschappij. Rolf Migo heeft eigenlijk een voorschot verstrekt aan de verzekeringsmaatschappij voor de eerste negen maanden van 2011. Als hij de verzekering tussentijds kan opzeggen, heeft hij dus op 31 december 2010 een vordering van € 900 op de verzekeringsmaatschappij. Je plaatst het vooruitbetaalde bedrag van € 900 op 31 december 2010 als vordering debet op de balans. Als je het bedrag van € 900 debet op de balans hebt gezet, haal je dat bedrag van het kostenbedrag in 2010 af. Als verzekeringskosten voor 2010 blijft er nu nog maar € 300 over. Dat bedrag van € 300 plaats je debet op de winst-en-verliesrekening. Als je nu op de gedeeltelijke kolommenbalans kijkt naar de rekening 450 Verzekeringskosten, ziet die er zo uit.
Op de kolommenbalans zie je nu dat: – de verzekeringskosten voor 2010 maar € 300 zijn; – er op 31 december 2010 een bedrag van € 900 vooruitbetaald is aan de verzekeringsmaatschappij. Je ziet een deel van het saldo op de winst-en-verliesrekening en een deel van het saldo op de balans. Dit is kenmerkend voor een onzuivere of gemengde rekening. Om te controleren of je geen fout hebt gemaakt bij het plaatsen van de bedragen op de winst-en-verliesrekening en de balans, kun je een controleberekening maken. Deze controleberekening staat in de onderste regel van de gedeeltelijke kolommenbalans. De som van de bedragen (+ of –) moet gelijk zijn
8
10
© ThiemeMeulenhoff
10
11
11
aan nul. Door deze controle kun je zien dat de bedragen op de saldibalans ergens naartoe moeten: ze moeten óf naar de winst-en-verliesrekening (debet of credit), óf naar de balans (debet of credit). In de praktijk zie je dat veel ondernemingen gedurende een boekjaar de permanence niet toepassen. Deze ondernemingen kiezen aan het einde van het boekjaar vaak voor de oplossing. Er zijn in de beroepspraktijk nog weinig ondernemingen die met gemengde rekeningen werken. De reden hiervoor is dat softwarepakketten voor het bijhouden van een boekhouding niet uit de voeten kunnen met gemengde rekeningen. Ondernemingen die met gemengde rekeningen werken, moeten aan het einde van het boekjaar kiezen voor de oplossing die in deze bron is beschreven.
3
Controlevragen Waarom moet je zuivere rekeningen in de boekhouding gebruiken?
4
Welke rubrieknummers hebben zuivere grootboekrekeningen waarvan het saldo naar de balans gaat?
5
Welk van de volgende rubrieknummers hoort niet in dit rijtje thuis: 1, 4, 8 of 9?
KORTOM
1.4
Permanence – Zuivere rekeningen zijn grootboekrekeningen waarvan het saldo gaat naar: • de balans; óf • de winst-en-verliesrekening. – In het decimale rekeningenstelsel staan de balansrekeningen in de rubrieken 0, 1, 2 en 7. – In het decimale rekeningenstelsel staan de winst-en-verliesrekeningen in de rubrieken 4, 8 en 9. – Je past de permanence in de boekhouding toe, zodat je aan het eind van elke boekingsperiode (maand of kwartaal) snel een balans en winst-en-verliesrekening kunt samenstellen. – Om de permanence in de boekhouding te kunnen toepassen, maak je gebruik van zuivere rekeningen. – Gemengde rekeningen zijn grootboekrekeningen waarvan een gedeelte van het saldo gaat naar: • de winst-en-verliesrekening; • de balans. – Gemengde rekeningen komen in de beroepspraktijk niet zo vaak voor, omdat softwarepakketten ingesteld zijn op het werken met zuivere rekeningen.
WELKE BOEKINGSDOCUMENTEN GEBRUIK IK BIJ HET TOEPASSEN VAN DE PERMANENCE? De volgende boekingsdocumenten heb je al gebruikt: – Dagafschriften ( B…) en kasbewijzen (K…) gebruik je bij betalingen en ontvangsten per bank of kas. – Kopie-verkoopfacturen (VF…) gebruik je bij verkopen op rekening. – Inkoopfacturen (IF…) gebruik je bij inkopen op rekening. – Magazijnontvangstenbonnen (MB…) kom je bij magazijnontvangsten tegen. – Verzendbonnen (VB…) kom je bij goederenverzendingen tegen. – Creditinkoopfacturen (CIF…) gebruik je bij retourinkopen. – Kopie-creditverkoopfacturen (CVF…) gebruik je bij retourverkopen. – Retourverzendbonnen (RVB…) gebruik je bij retourzendingen van goederen. – Retourmagazijnbonnen (RMB…) gebruik je bij retourontvangst van goederen. Bij deze boekingsdocumenten is er sprake van financiële feiten tussen jouw onderneming en een ander. Dit geldt niet voor de kopie-verkoopfactuur en de magazijnbon. De kopie-verkoopfactuur maak
© ThiemeMeulenhoff
11
9
11
12
12
je zelf als je iets aan een ander bedrijf verkoopt. Een magazijnbon wordt door iemand in jouw onderneming gemaakt als er van buiten jouw onderneming goederen worden ontvangen. Er zijn ook financiële feiten waarbij niemand buiten je onderneming is betrokken. Je hebt bijvoorbeeld al eens boekingen gemaakt voor de afschrijvingen op duurzame productiemiddelen. Daarbij gebruikte je een memoriaalstuk. Een memoriaalstuk is een boekingsdocument dat je zelf maakt. Een memoriaalstuk is de vastlegging van een financieel feit op een boekingsdocument dat niet een transactie tussen jouw onderneming en een ander is. Bij het maken van kosten- en opbrengstenboekingen bij de toepassing van de permanence, gebruik je memoriaalstukken. Bij deze boekingen gaat het niet om een transactie tussen jouw onderneming en een andere. In bron 5 tot en met 8 kom je bij de toepassing van de permanence veel memoriaalboekingen tegen. 6
KORTOM
1.5
Controlevragen Wanneer gebruik je een memoriaalstuk? Memoriaalstukken – De meeste boekingsdocumenten die je gebruikt, hebben betrekking op financiële feiten waarbij er een transactie plaatsvindt tussen jouw onderneming en iemand buiten de onderneming. Het gaat daarbij om de volgende boekingsdocumenten: • dagafschriften; • kasbewijzen; • kopie-verkoopfacturen; • inkoopfacturen; • magazijnontvangstenbonnen; • verzendbonnen; • creditinkoopfacturen; • kopie-creditverkoopfacturen; • retourverzendbonnen; • retourmagazijnbonnen. – Als er een financieel feit plaatsvindt waarbij er geen sprake is van een transactie tussen jouw onderneming en iemand buiten de onderneming, leg je dat vast in een memoriaalstuk.
HOE VERWERK IK NOG TE BETALEN BEDRAGEN IN DE FINANCIËLE ADMINISTRATIE? Bij leningen komt het voor dat je de interest voor een aantal maanden of zelfs een heel jaar achteraf betaalt. Neem bijvoorbeeld de 5% hypothecaire lening van € 600.000 die Maria Hagen op 1 januari 2010 voor de aanschaf van haar bedrijfspand heeft afgesloten: – De lening heeft een looptijd van 20 jaar. – De interest op deze lening moet zij aan het eind van elk jaar op 31 december achteraf betalen. – De lening zal aan het eind van de looptijd in één keer worden afgelost. Maria Hagen wil in haar boekhouding maandelijks het resultaat kunnen vaststellen. Daarom past zij in haar boekhouding de permanence met zuivere rekeningen toe. De eerste interestkosten ontstaan al gedurende de maand januari 2010, terwijl Maria Hagen deze interestkosten pas op 31 december moet betalen.
10
12
© ThiemeMeulenhoff
12
13
13
Bij het maken van de journaalposten moet je hier al vanaf januari 2010 rekening mee houden. Om een overzicht te krijgen van de gegevens die je moet journaliseren, maak je een tijdsbalk. De tijdsbalk voor de betaling van de interest van Maria Hagen ziet er zo uit.
Als Maria Hagen de volgende (foute) journaalpost in december 2010 zou maken van de betaling van de interest op de hypothecaire lening zonder rekening te houden met de permanence, ziet deze er zo uit.
Als Maria Hagen nu het resultaat over de maand december bepaalt, zou er € 30.000 op de kostenrekening 435 Interestkosten van december staan. Maar er zijn in de elf voorgaande maanden geen interestkosten geboekt. Dat klopt dus niet. De kosten van december zijn:
In de elf voorafgaande maanden gebeurde precies het tegenovergestelde: in de maanden januari tot en met november is helemaal niets aan interestkosten op deze lening geboekt. Hierdoor is het resultaat van die maanden te gunstig voorgesteld. Als Maria Hagen elke maand het correcte bedrag van € 2.500 aan interestkosten boekt en de juiste boeking van haar betaling van € 30.000 in december 2010 maakt, ziet dat er in de tijdsbalk zo uit.
Als je een juiste bepaling van de maandelijkse resultaten wilt krijgen, moet je de boekingen van de kosten en van de betaling apart doen. Dit betekent dat je onderscheid moet maken tussen de journaalposten van:
© ThiemeMeulenhoff
13
11
13
14
14
– de maandelijkse boeking van de kosten; – de boeking van de uitgave (= de betaling). Je moet de foute journaalpost zonder toepassing van de permanence, die je normaal gesproken maakt, in tweeën knippen. De interestbetaling van € 30.000 is achteraf betaald. Daarvoor heb je wel een extra rekening nodig: de rekening 192 Nog te betalen bedragen. Het in tweeën knippen van de (foute) journaalpost zonder toepassing van de permanence gaat als volgt:
Bij de eerste journaalpost in de rechterkolom boek je de maandelijkse kosten. Deze journaalpost maak je met een memoriaalstuk dat je aan het eind van elke maand maakt. Bij de boeking van de kosten is er geen transactie met iemand buiten de onderneming, dus gebruik je een memoriaalstuk. Je maakt dus twaalf keer per jaar de kostenboeking aan de hand van een memoriaalstuk. Er is dan nog niets van de betaling geboekt. Dat gebeurt pas bij de tweede journaalpost die je op 31 december 2010 maakt. Je hoeft dus geen kosten meer te boeken. Dat heb je al per maand gedaan. Bij de betaling is er wel een transactie met iemand buiten de onderneming. Daarom staat de betaling op een dagafschrift van de bank. Je hebt de rekening 192 Nog te betalen bedragen gebruikt. Dit is een balansrekening. Elke maand boek je een deel van de totale schuld die gedurende het jaar 2010 ontstaat. De rekening 192 Nog te betalen bedragen crediteer je daarom elke maand voor een twaalfde deel van het totale interestbedrag van 2010. Op 31 december 2010 betaalt Maria Hagen de hele interestschuld. De rekening 192 Nog te betalen bedragen debiteer je op 31 december 2010 voor € 30.000. In plaats van de algemene naam 192 Nog te betalen bedragen kun je nauwkeurigere benamingen voor deze rekeningen gebruiken, bijvoorbeeld de rekening 1.. (Nog) te betalen interest. Als je aparte journaalposten van de betaling en de kosten maakt, heb je de permanence op de kosten toegepast: – De rekening 4.. Interestkosten is een winst-en-verliesrekening. – De rekening 1.. Nog te betalen bedragen is een balansrekening (rekening van schuld).
12
14
© ThiemeMeulenhoff
14
15
15
DE GROOTBOEKREKENINGEN EN DE KOLOMMENBALANS Maria Hagen past de permanence toe met de maandelijkse resultaatbepaling. Samengevat maakt ze voor de interestkosten op de hypothecaire lening de volgende journaalposten: – aan het eind van elke maand in 2010:
– bij de betaling van de interest op 31 december 2010:
Als je deze journaalposten in de grootboekrekeningen 435 Interestkosten en 192 Nog te betalen bedragen verwerkt, zien deze rekeningen er per 31 december 2010 zo uit.
De grootboekrekening 192 Nog te betalen bedragen loopt glad. Dat betekent dat de schuld die iedere maand toeneemt, aan het eind van het jaar volledig is betaald. Het saldo bij aanvang van het jaar 2011 is € 0. Het totaal van de grootboekrekening 435 Interestkosten is 12 x € 2.500 = € 30.000. Dat bedrag is gelijk aan 5% van € 600.000, de rente van het jaar 2010. De gedeeltelijke kolommenbalans per 31 december 2010 ziet er dan zo uit.
© ThiemeMeulenhoff
15
13
15
16
16
7
Controlevragen Wat is het saldo van de rekening 192 Nog te betalen bedragen op 31 januari 2010 bij een 3% hypothecaire lening van € 200.000, waarvan je op 31 december de interest achteraf moet betalen?
8
Wat zal het saldo van de rekening 192 Nog te betalen bedragen zijn op 31 augustus 2010 bij een 4% hypothecaire lening van € 150.000, waarvan je op 31 december de interest achteraf moet betalen?
KORTOM
Nog te betalen bedragen – Als er sprake is van achteraf te betalen bedragen, maak je bij toepassing van de permanence in de boekhouding gebruik van de rekening 1.. Nog te betalen bedragen. – De rekening 1.. Nog te betalen bedragen is een rekening van schuld en komt dus credit op de balans. – Als er sprake is van achteraf betaalde bedragen maak je aan het eind van elke boekingsperiode de journaalpost voor het kostenbedrag van die boekingsperiode. – Bij de boeking van het kostenbedrag aan het eind van elke periode crediteer je de rekening van schuld 1.. Nog te betalen bedragen. – Bij de betaling van het achteraf te betalen bedrag, debiteer je de rekening van schuld 1.. Nog te betalen bedragen. – Na de boeking van het achteraf betaalde bedrag, loopt de rekening 1.. Nog te betalen bedragen na de betreffende periode glad.
1.6
HOE VERWERK IK VOORUITBETAALDE BEDRAGEN IN DE FINANCIËLE ADMINISTRATIE? Verzekeringspremies betaal je meestal voor een aantal maanden of voor een heel jaar vooruit. Ook bij het betalen van huur komt het voor dat je bedragen vooruitbetaalt. Handelsonderneming Mastraal betaalt de WA-premie voor haar vier bedrijfsauto’s elk jaar aan het begin van de maand januari voor een heel jaar vooruit. Voor 2010 bedraagt de verschuldigde premie voor de vier auto’s € 4.800. De onderneming past de permanence toe met een maandelijkse resultaatbepaling. De betaling ziet er in een tijdsbalk zo uit.
Als Mastraal de permanence niet zou toepassen, zou de onderneming op 2 januari 2010 de volgende (foute) journaalpost maken van de betaling van de verzekeringspremie.
14
16
© ThiemeMeulenhoff
16
17
17
Dit is dus een verkeerde verdeling van de verzekeringskosten over 2010. In januari zouden de kosten € 4.800 bedragen en in de andere elf maanden van het jaar € 0. Om de juiste verdeling van de kosten over het jaar te krijgen, past Mastraal de permanence toe met een maandelijkse resultaatbepaling. Mastraal wil elke maand het correcte bedrag van: € 4.800 ÷ 12 = € 400 aan verzekeringskosten boeken en de juiste boeking van de betaling van € 4.800 in januari 2010 maken. In een tijdsbalk ziet dat er zo uit.
Je moet de boeking van de betaling en de kosten apart maken om de juiste bepaling van de maandelijkse resultaten te krijgen. Daarbij moet je een splitsing aanbrengen tussen de journaalposten van: – de boeking van de uitgave (de betaling); – de maandelijkse boeking van de kosten. Je moet de foute journaalpost zonder toepassing van de permanence, die je normaal gesproken maakt, in tweeën knippen. Het in tweeën knippen van de journaalpost uit de linkerkolom zonder toepassing van de permanence gaat zo.
TIP De betaling gebeurt vooraf. Daarom staat de journaalpost in het rechtergedeelte van het schema bovenaan. Als Mastraal tussentijds, bijvoorbeeld op 1 maart 2010, de autoverzekering opzegt, heeft hij een vordering op de verzekeringsmaatschappij over de periode maart tot en met december 2010. Dan komt de rekening 190 Vooruitbetaalde bedragen als vordering (bezit) debet op de balans. DE GROOTBOEKREKENINGEN EN DE KOLOMMENBALANS Mastraal past de permanence toe bij de maandelijkse resultaatbepaling. Samengevat maakt Mastraal voor de verzekering van de auto’s de volgende journaalposten: – bij de vooruitbetaling op 2 januari 2010:
© ThiemeMeulenhoff
17
15
17
18
18
– aan het eind van elke maand voor de maandelijkse verzekeringskosten:
Als je deze journaalposten op de grootboekrekeningen 445 Verzekeringskosten en 190 Vooruitbetaalde bedragen verwerkt, zien ze er per 31 januari 2010 zo uit.
Mastraal heeft op 2 januari 2010 de verzekeringspremie vooruitbetaald. Als Mastraal een dag later één van de vier auto’s zou verkopen, kan de onderneming van de verzekeringsmaatschappij (iets minder dan) € 1.200 terugvorderen, namelijk een vierde deel van € 4.800. De verzekeringskosten bedragen per maand € 400 voor vier auto’s. Dit bedrag debiteert Mastraal elke maand op de rekening 450 Verzekeringskosten. Je ziet dat Mastraal dit bedrag van de rekening 190 Vooruitbetaalde bedragen afboekt. Op deze rekening staat eind januari nog € 4.800 – € 400 = € 4.400. Dit bedrag klopt. Mastraal heeft namelijk per 1 februari nog voor elf maanden, dus 11/12e deel van € 4.800 = € 4.400 aan verzekeringskosten vooruitbetaald. Mastraal heeft op 31 januari 2010 een vordering van € 4.400 op de verzekeringsmaatschappij. Als Mastraal per 31 januari 2010 alle auto’s zou verkopen, zou Mastraal bij de verzekeringsmaatschappij € 4.400 kunnen terugvorderen. De gedeeltelijke kolommenbalans ziet er per 31 januari 2010 zo uit.
Per 31 december 2010 zien de grootboekrekeningen 445 Verzekeringskosten en 190 Vooruitbetaalde bedragen er zo uit.
16
18
© ThiemeMeulenhoff
18
19
19
De rekening 190 Vooruitbetaalde bedragen loopt aan het eind van dit jaar glad. Op 1 januari is er voor twaalf maanden vooruitbetaald. De verzekerde heeft op dat moment twaalf keer € 400 tegoed van de verzekeraar. Na twaalf maanden heeft de verzekerde niets meer tegoed. De eerder betaalde premie van € 4.800 is geheel als verzekeringskosten geboekt. Daarmee is de periode afgesloten. De gedeeltelijke kolommenbalans ziet er op 31 december 2010 zo uit.
9 10
KORTOM
1.7
Controlevragen Wat zal het saldo van de rekening 190 Vooruitbetaalde bedragen op 31 oktober 2010 zijn als de verzekeringspremie van € 3.600 over 2010 op 1 maart voor een jaar vooruit is betaald? Verklaar waarom het saldo van de rekening 1.. Vooruitbetaalde bedragen een debetsaldo zal zijn. Vooruitbetaalde bedragen – Als er sprake is van vooruitbetaalde bedragen, maak je bij toepassing van de permanence gebruik van de rekening 1.. Vooruitbetaalde bedragen. – De rekening 1.. Vooruitbetaalde bedragen is een rekening van bezit en komt dus debet op de balans. – Bij het vooruitbetalen van een bedrag, debiteer je de rekening van bezit 1.. Vooruitbetaalde bedragen. – Als er sprake is van vooruitbetaalde bedragen maak je aan het eind van elke boekingsperiode de journaalpost voor het kostenbedrag van die boekingsperiode. – Bij de boeking van het kostenbedrag aan het eind van elke periode crediteer je de rekening van bezit 1.. Vooruitbetaalde bedragen. – Na de boeking van het kostenbedrag van de laatste boekingsperiode, loopt de rekening 1.. Vooruitbetaalde bedragen glad.
HOE VERWERK IK VOORUITONTVANGEN BEDRAGEN IN DE FINANCIËLE ADMINISTRATIE? Als je een gebouw verhuurt, is het gebruikelijk dat je de huur aan het begin van de verhuurperiode ontvangt. Je ontvangt de huur in dit geval vooruit.
© ThiemeMeulenhoff
19
17
19
20
20
Als je de huur elke maand ontvangt en je past de permanence toe met de maandelijkse resultaatbepaling, is er niets bijzonders aan de hand. De huurontvangst aan het begin van de maand is dan gelijk aan de huuropbrengst van die maand. Het wordt anders als je de huur bijvoorbeeld voor drie maanden vooruitontvangt. Neem bijvoorbeeld handelsonderneming Kiwi. Kiwi verhuurt een deel van de opslagruimte aan doe-het-zelfzaak Spijker. Kiwi ontvangt de huur aan het begin van ieder kwartaal per bank vooruit: op 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober. De huur bedraagt € 6.000 per kwartaal. Kiwi past de permanence toe met de maandelijkse resultaatbepaling. Op 1 januari 2010 ontvangt Kiwi € 6.000 huur voor het eerste kwartaal. De huuropbrengst van januari 2010 bedraagt echter maar 1/3 x € 6.000 = € 2.000. Voor de maanden februari en maart 2010 is de huuropbrengst ook € 2.000 per maand. Als je de ontvangst van de vooruitontvangen huur van € 6.000 in een tijdsbalk zet, ziet dit er zo uit.
Als Kiwi de permanence niet zou toepassen, zou zij op 1 januari 2010 de volgende foute journaalpost maken van de ontvangst van de huur.
TIP Handelsonderneming Kiwi gebruikt voor de huuropbrengst een rekening in rubriek 9, omdat verhuren geen bedrijfsactiviteit is die bij een handelsonderneming hoort. Bij bijvoorbeeld een woningbouwvereniging staat de rekening Huuropbrengst in rubriek 8, omdat verhuur wel een bedrijfsactiviteit is. Als Kiwi de permanence niet zou toepassen, zou je een verkeerde verdeling van de huuropbrengsten over het eerste kwartaal van 2010 krijgen. In januari zou de huuropbrengst € 6.000 bedragen en in februari en maart € 0 . Om een juiste verdeling van de opbrengsten over het eerste kwartaal te krijgen, past Kiwi de permanence toe met de maandelijkse resultaatbepaling. Kiwi moet als opbrengst elke maand € 2.000 aan huuropbrengst boeken en de ontvangst van € 6.000 in januari 2010 van de vooruitontvangen huur. In een tijdsbalk ziet dat er zo uit.
18
20
© ThiemeMeulenhoff
20
21
21
Om een juiste bepaling van de maandelijkse resultaten te krijgen, moet je de ontvangst en de opbrengsten apart boeken. Je moet een splitsing maken tussen de journaalposten van: – de boeking van de ontvangst; – de maandelijkse boeking van de opbrengst. Je moet de foute journaalpost zonder toepassing van de permanence, die je normaal gesproken maakt, in tweeën knippen. Het in tweeën knippen van de journaalpost uit de linkerkolom zonder toepassing van de permanence gaat zo.
TIP De ontvangst vindt vooraf plaats. Daarom staat de journaalpost in het rechtergedeelte van het schema bovenaan. Als Kiwi de verhuur tussentijds, bijvoorbeeld op 1 maart 2010, zou opzeggen, is Kiwi aan de huurder de huur van maart verschuldigd. Daarom is de rekening 191 Vooruitontvangen huur een rekening van schuld die dus credit op de balans komt. DE GROOTBOEKREKENINGEN EN DE KOLOMMENBALANS Kiwi past de permanence toe met de maandelijkse resultaatbepaling. Samengevat maakt Kiwi voor de verhuur de volgende journaalposten in het eerste kwartaal 2010. – bij het vooruitontvangen van de huur op 1 januari 2010:
– aan het eind van elke maand voor de maandelijkse huuropbrengst:
© ThiemeMeulenhoff
21
19
21
22
22
Per 31 maart 2010 zien de grootboekrekeningen 960 Huuropbrengsten en 191 Vooruitontvangen bedragen er zo uit.
De grootboekrekening 191 Vooruitontvangen bedragen loopt glad. Dat betekent dat er geen schuld meer is van de verhuurder aan de huurder. Het kwartaal waarover de huurder huur vooruit heeft betaald, is nu om. Er is dus geen schuld meer tussen huurder en verhuurder. Daarmee is de huurperiode afgelopen. De gedeeltelijke kolommenbalans ziet er op 31 maart 2010 zo uit.
11
Controlevragen Is de rekening Vooruitontvangen bedragen een rekening van bezit, schuld, kosten of opbrengsten?
12
Verklaar waarom je de rekening 960 Huuropbrengst crediteert.
KORTOM
Vooruitontvangen bedragen – Als er sprake is van vooruitontvangen bedragen, maak je bij toepassing van de permanence in de boekhouding gebruik van de rekening 1.. Vooruitontvangen bedragen. – De rekening 1.. Vooruitontvangen bedragen is een rekening van schuld en komt dus credit op de balans. – Bij de ontvangst van het vooruitontvangen bedrag crediteer je de rekening van schuld 1.. Vooruitontvangen bedragen. – Als er sprake is van vooruitontvangen bedragen maak je aan het eind van elke boekingsperiode de journaalpost voor het opbrengstbedrag van de boekingsperiode. – Bij de boeking van het opbrengstbedrag aan het eind van elke periode debiteer je de rekening van schuld 1.. Vooruitontvangen bedragen. – Na de boeking van het opbrengstbedrag van de laatste boekingsperiode, loopt de rekening 1.. Vooruitontvangen bedragen glad.
20
22
© ThiemeMeulenhoff
22
23
23
1.8
HOE VERWERK IK NOG TE ONTVANGEN BEDRAGEN IN DE FINANCIËLE ADMINISTRATIE? Als je geld uitleent, ontvang je de interest meestal achteraf. De interest ontvang je aan het eind van elk kwartaal en je past de permanence toe met een resultaatbepaling per kwartaal. Op deze manier is er niets bijzonders aan de hand. De interestontvangst aan het eind van elk kwartaal is dan gelijk aan de interestopbrengst van dat kwartaal. Het is anders als je de interest bijvoorbeeld aan het eind van het jaar achteraf ontvangt. Dan kun je niet zomaar maandelijks het behaalde resultaat bepalen. Neem bijvoorbeeld onderneming J. de Goede. De Goede heeft op 2 januari 2010 aan een van de personeelsleden, W. Steenhouwer, een lening van € 6.000 verstrekt. Het interestpercentage van deze lening is 3%. Steenhouwer betaalt de interest achteraf op 31 december van elk jaar. Op die datum lost hij ook steeds € 1.000 af. De betalingen vinden per Postbank plaats. De Goede past de permanence toe, waarbij hij elk kwartaal de resultaten vaststelt. Op 31 december 2010 ontvangt De Goede de interest over heel 2010 achteraf: 3% van € 6.000 = € 180. De interestopbrengst van elk kwartaal in 2010 is maar 1/4 x € 180 = € 45. Als je de ontvangst van de € 180 aan interest in een tijdsbalk zet, ziet dit er zo uit.
Als De Goede de permanence niet zou toepassen, zou hij op 31 december 2010 de volgende (foute) journaalpost maken van de ontvangst van de interest.
TIP Handelsonderneming De Goede gebruikt voor de interestopbrengst een rekening in rubriek 9, omdat het verstrekken van leningen geen bedrijfsactiviteit is die bij een handelsonderneming hoort. Met deze journaalpost krijg je een verkeerde verdeling van de interestopbrengsten over 2010. In het vierde kwartaal van 2010 zou de interestopbrengst € 180 bedragen en in het eerste, tweede en derde kwartaal € 0. Om wel een juiste verdeling van de opbrengsten over 2010 te krijgen, past De Goede de permanence toe met een resultaatbepaling per kwartaal. De Goede moet als opbrengst elk kwartaal € 45 aan interestopbrengst boeken en een boeking van de ontvangst van € 180 in het vierde kwartaal 2010 maken van de achteraf ontvangen interest. In een tijdsbalk ziet dat er zo uit.
© ThiemeMeulenhoff
23
21
23
24
24
TIP Er wordt op 31 december 2010 ook € 1.000 op de lening afgelost! Voor een juiste bepaling van de resultaten per kwartaal moet je de opbrengsten en de ontvangsten apart boeken. Dit betekent dat je een splitsing moet maken tussen de journaalposten van: – de boeking van de opbrengst per kwartaal; – de boeking van de ontvangst. Je moet eigenlijk de foute journaalpost zonder toepassing van de permanence, die je normaal gesproken maakt, in tweeën knippen. Het in tweeën knippen van de journaalpost uit de linkerkolom zonder toepassing van de permanence gaat zo.
TIP De ontvangst vindt achteraf plaats. Daarom staat de journaalpost in het rechtergedeelte van het schema onderaan.
TIP Je kunt natuurlijk ook de permanence met de maandelijkse resultaatbepaling toepassen. Je moet dan elke maand de journaalpost van de interestopbrengst maken. De interestopbrengst in het voorbeeld is in 2010 elke maand: 1/12 x 3% van € 6.000 = € 15. De journaalpost van de interestontvangst op 31 december 2010 verandert niet. Als De Goede de mogelijkheid zou hebben om tussentijds de lening op te zeggen, zou De Goede in één keer de interest over de verstreken periode kunnen vorderen van de werknemer. Daarom is de rekening 193 Nog te ontvangen bedragen een vordering en komt hij debet op balans. DE GROOTBOEKREKENINGEN EN DE KOLOMMENBALANS De Goede past de permanence toe met een resultaatbepaling per kwartaal. Samengevat maakt De Goede voor de interest en aflossing op de lening in 2010 de volgende journaalposten. – aan het eind van elke kwartaal voor de maandelijkse interestopbrengst:
22
24
© ThiemeMeulenhoff
24
25
25
– bij de ontvangst achteraf van de interest op 31 december 2010:
TIP Er is op 31 december 2010 ook € 1.000 op de lening afgelost. Je ziet achter de grootboekrekening 085 Lening u/g de letters u/g staan. Deze afkorting betekent: uitgeleend geld. Leen je geld van bijvoorbeeld een bank, dan kun je de letters o/g gebruiken. Dat betekent: opgenomen geld. Bij het samenstellen van het grootboek op 30 juni 2010 zien de grootboekrekeningen 920 Interestopbrengsten en 191 Vooruitontvangen bedragen er zo uit.
De gedeeltelijke kolommenbalans ziet er op 30 juni 2010 zo uit.
13
Controlevragen Aan welke kant van de balans staat een saldo van de rekening 1.. Nog te ontvangen bedragen: debet of credit?
14
Waarom loopt de rekening 1.. Nog te ontvangen bedragen niet glad voordat een betreffende periode volledig voorbij is?
KORTOM
Nog te ontvangen bedragen – Als er sprake is van nog te ontvangen bedragen, maak je bij toepassing van de permanence in de boekhouding gebruik van de rekening 1.. Nog te ontvangen bedragen. – De rekening 1.. Nog te ontvangen bedragen is een rekening van bezit en komt dus debet op de balans. – Als er sprake is van nog te ontvangen bedragen maak je aan het eind van elke boekingsperiode de journaalpost voor het opbrengstbedrag van de boekingsperiode.
© ThiemeMeulenhoff
25
23
25
26
26
– Bij de boeking van het opbrengstbedrag aan het eind van elke periode debiteer je de rekening van bezit 1.. Nog te ontvangen bedragen. – Bij de ontvangst van het nog te ontvangen bedrag, crediteer je de rekening van bezit 1.. Nog te ontvangen bedragen. – Na de boeking van het opbrengstbedrag van de laatste boekingsperiode, loopt de rekening 1.. Nog te ontvangen bedragen glad.
1.9
HOE DEEL IK TRANSITORISCHE POSTEN IN? Je hebt vier nieuwe balansrekeningen leren kennen. Twee van deze rekeningen zijn vorderingen (bezit). De twee andere rekeningen zijn schulden.
Deze vier balansrekeningen samen noem je de transitorische rekeningen. Op deze transitorische rekeningen boek je de transitorische posten. Transitorische posten kun je verdelen in: – uitstelposten; – anticipatieposten. Je spreekt van uitstelposten als: – de kosten vooruit worden betaald; – de opbrengsten vooruit worden ontvangen. Het boeken van de kosten of de opbrengsten stel je dus uit. De kosten of opbrengsten boek je later, meestal maandelijks of per kwartaal. De betaling of de ontvangst gaat vooraf aan de periode waarop de kosten of opbrengsten betrekking hebben. In een schema zien de boekingen van uitstelposten er zo uit.
Je spreekt van anticipatieposten als: – de kosten achteraf worden betaald; – de opbrengsten achteraf worden ontvangen. Het boeken van de kosten of de opbrengsten vindt dus eerder plaats dan de betaling of ontvangst. De betaling of ontvangst gebeurt na de periode waarop de kosten of opbrengsten betrekking hebben. In een schema zien de boekingen van uitstelposten er zo uit.
24
26
© ThiemeMeulenhoff
26
27
27
15
Controlevragen Is de rekening 1.. Vooruitontvangen bedragen een uitstelpost of een anticipatiepost?
16
Waarom is de rekening 1.. Nog te ontvangen bedragen een anticipatiepost?
KORTOM
1.10
Transitorische posten – De rekeningen 1.. Vooruitbetaalde bedragen, 1.. Nog te betalen bedragen, 1.. Vooruitontvangen bedragen en 1.. Nog te ontvangen bedragen noem je transitorische rekeningen. – Op de transitorische rekeningen boek je transitorische posten. – Transitorische posten kun je onderverdelen in anticipatieposten en uitstelposten. – Bij uitstelposten vindt de boeking van de kosten of opbrengsten later plaats dan de betaling of ontvangst. – Bij anticipatieposten vindt de boeking van de kosten of opbrengsten eerder plaats dan de betaling of ontvangst.
HOE VERWERK IK TUSSENTIJDSE AFLOSSINGEN OP LENINGEN IN DE FINANCIËLE ADMINISTRATIE? Je weet hoe je de permanence in de boekhouding toepast op achteraf betaalde interest op een lening. Daarbij zijn aflossingen op de leningen gedurende het jaar nog niet behandeld. Je leert nu welke invloed tussentijdse aflossingen op een lening hebben op de interestkosten van deze lening. Neem bijvoorbeeld de 4% hypothecaire lening die handelsonderneming Nelissen enkele jaren geleden bij de Postbank heeft afgesloten. Nelissen betaalt elk jaar, op 31 maart en 30 september, achteraf de interest. Op die data lost Nelissen ook steeds € 30.000 af op de lening. Op 1 januari 2010 was de lening nog € 930.000. Nelissen past de permanence in zijn boekhouding toe met maandelijkse resultaatbepaling. Met een tijdslijn krijg je een overzicht van de journaalposten die je in 2010 moet maken. Op deze tijdslijn plaats je: – de aflossingen op de lening; – de interestkosten op de lening; – de interestbetalingen op de lening. De tijdslijn ziet er dan zo uit.
Zo kom je aan de bedragen op de tijdslijn: – In de periode januari 2010 tot en met maart 2010 zijn de maandelijkse interestkosten: € 930.000 x 8/100 x 1/12 = € 6.200. Ook de laatste drie maanden van 2009 waren de maandelijkse interestkosten € 6.200. Ga zelf na waarom. – Op 31 maart 2010 betaalt Nelissen de interest over de periode oktober 2009 tot en met maart 2010: 6 x € 6.200 = € 37.200 (zie tijdslijn).
© ThiemeMeulenhoff
27
25
27
28
28
– Op 31 maart 2010 lost hij ook € 30.000 op de lening af. Vanaf die datum bedraagt de schuldrest op de lening nog € 900.000. – De maandelijkse interestkosten over de periode april 2010 tot en met september 2010 worden door deze aflossing lager en zijn: € 900.000 x 8/100 x 1/12 = € 6.000; – Op 30 september betaalt hij de interest over de periode april 2010 tot en met september 2010: 6 × € 6.000 = € 36.000 (zie tijdslijn). – Op 30 september 2010 lost hij € 30.000 op de lening af. Vanaf die datum is de schuldrest op de lening nog € 870.000. – De maandelijkse interestkosten over de periode oktober 2010 tot en met maart 2011 zijn: € 870.000 × 8/100 x 1/12 = € 5.800. De tijdslijn geeft de verandering van interestkosten duidelijk aan. Je ziet dat de maandelijkse interestkosten door de tussentijdse aflossingen dalen. In januari 2010 zijn de interestkosten nog € 6.200 per maand. Uiteindelijk zijn de interestkosten in december afgenomen tot € 5.800 per maand. De bedragen die je voor de journaalposten nodig hebt, kun je nu op de tijdslijn aflezen. Hierdoor is het maken van de journaalposten al een stuk eenvoudiger. De journaalposten in verband met de aflossingen, interestbetalingen en interestkosten in 2010 zijn nu in tijdsvolgorde: – de maandelijkse interestkosten in de periode januari 2010 - maart 2010, te boeken op 31 januari, 28 februari, 31 maart:
– de aflossing en interestbetaling op 31 maart 2010:
– de maandelijkse interestkosten in de periode april 2010 - september 2010, steeds te boeken op de laatste dag van de maand:
– de aflossing en interestbetaling op 30 september 2010:
– de maandelijkse interestkosten in de periode oktober 2010 - december 2010, te boeken op de laatste dag van de maand:
26
28
© ThiemeMeulenhoff
28
29
29
Uiteraard boekt Nelissen ook in de maanden januari, februari en maart 2011 een bedrag van € 5.800 aan interestkosten. Op 31 maart 2011 betaalt hij de interest weer.
TIP In dit voorbeeld gaat het om de invloed van tussentijdse aflossingen op de interestkosten. De journaalposten van 2010 staan bij elkaar. In de praktijk maak je de journaalposten natuurlijk aan de hand van boekingsdocumenten. – De interestkosten journaliseer je aan de hand van de maandelijkse memoriaalstukken. – De betalingen van de interest en de aflossing journaliseer je aan de hand van de dagafschriften van de bank. Als je voor 2010 de grootboekrekeningen 435 Interestkosten, 192 Nog te betalen bedragen en 070 4% Hypothecaire lening samenstelt, zien deze er op 31 december 2010 zo uit.
De rekening 192 Nog te betalen bedragen open je op 1 januari 2010 met de interestschuld op die datum. Die schuld bestaat uit de nog te betalen interest over de periode oktober 2009 tot en met december 2009: 3 x € 6.200 = € 18.600. Het bedrag dat eind 2010 naar de balans gaat, is het nog te betalen bedrag aan interestschuld van de maanden oktober, november en december: 3 x € 5.800 = € 17.400.
© ThiemeMeulenhoff
29
27
29
30
30
17
18
KORTOM
1.11
Controlevragen Een onderneming heeft op 1 januari 2010 een schuld op een 5% hypothecaire lening van € 350.000. Op 1 oktober van elk jaar lost zij steeds € 25.000 af op de lening. De interestbetaling betaalt zij twee keer per jaar, op 1 april en 1 oktober. Welk bedrag staat er op 31 december 2010 als interestschuld op de rekening 192 Nog te betalen bedragen? Staat het berekende bedrag van de vorige vraag debet of credit op de balans? Verklaar je antwoord. Tussentijdse aflossingen op leningen – Door tussentijdse aflossingen op leningen dalen de interestkosten in de loop van de tijd. – Een tijdslijn is een handig hulpmiddel om de gevolgen van de tussentijdse aflossingen op leningen in beeld te brengen. – De grootboekrekeningen die je gebruikt in de journaalposten van de periodieke interestkosten blijven hetzelfde, maar de bedragen aan interestkosten veranderen door de tussentijdse aflossingen op de lening. – Door het betalen van interestkosten neemt de schuld van de lening nooit af.
HOE GEBRUIK IK HET SPREIDINGSREGISTER VOOR VERZEKERINGSKOSTEN? Verzekeringspremies moet je bij vooruitbetaling betalen. Een persoon kan één soort verzekering voor een aantal auto’s hebben. De premies voor deze vooruitbetaalde verzekeringen moet je allemaal op dezelfde datum (1 januari) betalen. In de praktijk komt het vaak voor dat een onderneming die meerdere auto’s heeft, de premies op verschillende tijdstippen moet betalen. Bovendien heeft een bedrijf vaak meer verzekeringen dan alleen de autoverzekeringen afgesloten. Zo zal ook het pand en de inventaris verzekerd zijn en heeft de onderneming een Uitgebreide Gevaren Verzekering (UGV). Je kunt voor elke verzekering apart de verzekeringskosten per periode (maand, kwartaal) berekenen en journaliseren. Dat is veel werk. Je kunt ook een overzicht maken van alle verzekeringen en de totale verzekeringskosten per maand of per kwartaal berekenen. Dit kun je doen met een rekenprogramma, zoals Excel. Zo’n overzicht noem je een spreidingsregister. Handelsonderneming Lewis heeft verschillende verzekeringen. De administrateur werkt met een spreidingsregister om de verzekeringskosten per kwartaal te berekenen. De vooruitbetaalde premies zijn overzichtelijk in de volgende tabel verwerkt.
28
30
© ThiemeMeulenhoff
30
31
31
Je hebt de gegevens van de verzekeringen die in 2009 zijn betaald nodig, omdat deze doorlopen in het jaar 2010. Een voorbeeld is de betaalde jaarpremie van de bedrijfsschadeverzekering op 1 juli 2009. Deze gaat over de periode 1 juli 2009 - 30 juni 2010. Hiervan liggen dus zes maanden in 2009 en zes maanden in 2010. Lewis past de permanence toe met een resultaatbepaling per kwartaal. In het grootboek staat de rekening 170 Vooruitbetaalde verzekeringspremies. Uit de gegevens hiervóór heeft de boekhouder bij Lewis het volgende spreidingsregister samengesteld. Hierin heeft hij voor 2010 de verzekeringskosten per kwartaal berekend.
Toelichting bij de kolommen in het spreidingsregister: – In kolom (1) en (2) vermeld je de vervaldata en omschrijving van de verschillende verzekeringen. – In kolom (3) vermeld je de betaalde premies uit het vorige jaar. In dit voorbeeld is dat 2009. – In kolom (4) vermeld je de betaalde premies uit het lopende jaar. In dit voorbeeld is dat 2010. – In kolom (5) bereken je uiteindelijk de verzekeringskosten per periode. In dit voorbeeld zijn dat de verzekeringskosten per kwartaal in 2010. Zo kom je aan de bedragen in het spreidingsregister: – De kosten van de WA-/Cascoverzekering die op 1 maart 2009 zijn betaald, zijn in het eerste kwartaal 2010 in kolom (5): 2/12 × € 1.200 = € 200. Deze WA-/Cascoverzekering loopt in 2010 nog door tot 1 maart. Dat zijn dus twee maanden. – De kosten van de WA-/Cascoverzekering die op 1 maart 2009 zijn betaald, zijn in het eerste en tweede kwartaal 2010 in kolom (5): 3/12 × € 3.000 = € 750. Dezelfde berekening kun je toepassen op de WA-verzekering die op 1 oktober 2009 is betaald en op de eerste drie kwartalen voor de UGV-verzekering die op 1 november 2010 is betaald. – De kosten van de UGV-verzekering die op 1 november 2009 zijn betaald, zijn in het vierde kwartaal 2010 in kolom (5) nog: 1/12 x € 3.600 = € 300. Deze UGV-verzekering loopt in het vierde kwartaal van 2010 nog door tot 1 november. Dat is nog een maand. – De kosten van de WA-/Casocoverzekering die op 1 maart 2010 zijn betaald, zijn in het eerste kwartaal 2010 in kolom (5): 1/12 x € 1.356 = € 113. Deze WA-/Cascoverzekering loopt in het eerste kwartaal, van 1 maart tot 1 april 2010. Dat is een maand. In de andere drie kwartalen zijn de kosten van deze verzekering steeds de kosten voor het hele kwartaal, dus drie maanden: 3/12 x € 1.356 = € 339. – Probeer zelf te achterhalen hoe je aan de andere bedragen in kolom (5) komt. In dit spreidingsregister in de regel Totaal leest de administrateur bij Lewis nu eenvoudig af wat de verzekeringskosten per kwartaal zijn. Zo kan hij aan het eind van elk kwartaal de journaalpost van de verzekeringskosten journaliseren.
© ThiemeMeulenhoff
31
29
31
32
32
Op 31 maart 2010 zal de administrateur de volgende journaalpost van de verzekeringskosten maken.
De journaalposten aan het eind van het tweede, derde en vierde kwartaal in 2010 zijn hetzelfde, maar de bedragen zijn anders. De bedragen staan in het spreidingsregister. De betalingen van de verzekeringspremies journaliseer je zoals gebruikelijk vanaf de dagafschriften van de bank. Je maakt dus geen journaalpost van de betaling vanuit het spreidingsregister. Je kunt aan het spreidingsregister eventueel twee kolommen toevoegen om de balansposten van de rekening 170 Vooruitbetaalde verzekeringspremies op 1 januari 2010 en 31 december 2010 te controleren. Dat spreidingsregister zou er voor handelsonderneming Lewis voor 2010 zo uitzien.
In het spreidingsregister zijn nu twee extra kolommen opgenomen: – kolom (4) Overlopende premies naar 2010 – kolom (7) Overlopende premies naar 2011 In het spreidingsregister zie je in kolom (4) welk gedeelte van de premies die in 2009 vooruitbetaald zijn, betrekking heeft op 2010. De premie van de WA-/Cascoverzekering van de auto is bijvoorbeeld vooruitbetaald tot 1 maart 2009. Hiervan heeft dus 2/12 x € 1.200 = € 200 betrekking op de maanden januari en februari 2010. Dit bedrag staat als overlopende premie naar 2010 in de tabel. Op dezelfde manier zijn de vooruitbetaalde premies van de andere verzekeringen per 1 januari 2010 berekend. Controleer zelf de bedragen. In totaal is het bedrag aan overlopende premies naar 2010 dus € 6.575: het totaalbedrag van de kolom overlopende premies naar 2010. Dit bedrag moet per 1 januari 2010 als balansbedrag debet op de rekening 170 Vooruitbetaalde verzekeringspremies staan.
30
32
© ThiemeMeulenhoff
32
33
33
Als je op de rekening 170 Vooruitbetaalde verzekekeringspremies alle financiële feiten uit 2010 verwerkt en afsluit, ziet deze er op 31 december 2010 zo uit.
Je kunt nu met het spreidingsregister nagaan of de grootboekrekening 170 Vooruitbetaalde verzekeringspremies klopt. Het saldo van de grootboekrekening moet op 31 december gelijk zijn aan het totaalbedrag in kolom (7) Overlopende premies naar 2011 in het speidingsregister. Het saldo van die rekening is op 31 december 2010 inderdaad € 6.891.
19
Controlevragen Welke journaalpost maak je na het eerste kwartaal, als uit het spreidingsregister de betaalde premies in dit kwartaal € 7.234 bedragen?
20
Verklaar waarom het saldo op de rekening 1.. Vooruitbetaalde verzekeringpremies altijd een debetsaldo op de balans moet zijn.
KORTOM
Spreidingsregister voor verzekeringskosten – Als je meerdere verzekeringen hebt met de vervaldata van de premie op verschillende data, gebruik je een spreidingsregister om de verzekeringskosten per periode te berekenen. – Aan het eind van de boekingsperiode kun je de bedragen voor de journaalpost van de verzekeringskosten aflezen uit het spreidingsregister. – Je kunt kolommen toevoegen aan het spreidingsregister voor het berekenen van de overlopende premies aan het begin en het eind van het boekjaar. – De totaalbedragen van de kolommen overlopende premies aan het begin en het eind van het boekjaar gebruik je om de balansbedragen van de rekening 1.. Vooruitbetaalde verzekeringspremies te controleren.
1.12
HOE VERWERK IK DE LOONBETALING IN DE FINANCIËLE ADMINISTRATIE? Je kent het onderscheid tussen brutoloon en nettoloon. Je weet ook dat een ondernemer vooral belangstelling heeft voor de arbeidskosten of loonkosten: hoeveel bedragen de kosten van de arbeid voor een onderneming? De arbeidskosten zijn altijd hoger dan het brutoloon. De ondernemer moet bijvoorbeeld een werkgeversaandeel in de premies voor werknemersverzekeringen betalen. Dit werkgeversaandeel mag de werkgever niet inhouden op het brutoloon. Hierdoor zijn de arbeidskosten of loonkosten hoger voor de ondernemer.
© ThiemeMeulenhoff
33
31
33
34
34
Er worden loonbelasting, premies voor de volksverzekeringen en premies voor de werknemersverzekeringen op het brutoloon ingehouden. In deze bron leer je hoe je in de boekhouding omgaat met het onderscheid tussen brutoloon, nettoloon en arbeidskosten. Het gaat daarbij alleen om de meest elementaire boekingen. In deze bron houden we het bij de veronderstelling dat het verschil tussen brutoloon en nettoloon alleen wordt veroorzaakt door de volgende inhoudingen: – de loonbelasting; – de premies volksverzekeringen: AOW, AKW, ANW en AWBZ; – de premies werknemersverzekeringen: WW/AWF, ZW en WAO/WIA; – de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet (ZVW). Deze inhoudingen heten sinds 1 januari 2006 samen: loonheffing.
TIP In werkelijkheid bestaan er veel meer inhoudingen. De pensioenpremie is een van de belangrijkste inhoudingen. Voor de ziektewet (ZW) wordt geen afzonderlijke premie meer ingehouden. Werkgevers zijn tegenwoordig wettelijk verplicht bij ziekte het loon voor minimaal zeventig procent gedurende 104 weken door te betalen. De ziektewet bestaat alleen nog als een vangnet, voor het geval dat een werknemer om arbeidsrechtelijke redenen bij zijn werkgever geen aanspraak kan maken op loonbetaling. De kosten daarvan worden gedekt door een extra toeslag op de WW-premie.
TIP In werkelijkheid zijn er meer (vrijwillige) lasten die de loonkosten verhogen, bijvoorbeeld de reiskostenvergoedingen die werkgevers verstrekken. De werkgever is sinds 1 januari 2006 verplicht maandelijks bij de Belastingdienst aangifte te doen van de loonheffingen. Dat betekent dat de werkgever elke maand alle gegevens van de werknemers elektronisch moeten opgeven bij de Belastingdienst. De afdracht van de loonheffingen en het werkgeversaandeel in de werknemersverzekeringen gebeurt tegelijkertijd met de aangifte. In het volgende voorbeeld zie je hoe je de loonbetaling in een onderneming boekt en hoe de afdracht van de loonheffingen aan de Belastingdienst gaat. Handelsonderneming Van Rijssen heeft in het volgende memostuk de gegevens uit de loonstaat over de maand januari 2010 samengevat.
20/1 M 023 Vanaf dit memoriaalstuk maak je de journaalpost van de loonstaat. De loonstaat is een overzicht waarop je de lonen van alle werknemers van bruto naar netto plaatst. In rubriek 4 komt de rekening 410 Loonkosten voor. Op deze rekening komen de arbeidskosten of loonkosten te staan.
32
34
© ThiemeMeulenhoff
34
35
35
De rekening 410 Loonkosten debiteer je voor het bedrag van de brutolonen van € 6.190. De loonheffingen van € 2.137 boek je credit als schuld aan de Belastingdienst op de rekening 151 Te betalen loonheffing. Op de rekening 155 Te betalen lonen boek je credit als schuld het te betalen nettoloon van € 4.053 aan de werknemers. De journaalpost ziet er dus zo uit.
Verdere gegevens over de lonen van januari 2010:
26/1 B 018 Door de betaling van het nettoloon verdwijnt de schuld aan de werknemers. Je debiteert dus de rekening van schuld 155 Te betalen lonen. De journaalpost van de betaling van het nettoloon per bank ziet er zo uit.
29/1 M 024 Het werkgeversaandeel in de werknemersverzekeringen verhoogt de loonkosten van de onderneming. Daarom debiteer je de rekening 410 Loonkosten voor € 380. Er ontstaat een schuld aan de Belastingdienst. Deze boek je op de rekening 152 Te betalen sociale lasten. De journaalpost ziet er zo uit.
Als je nu de grootboekrekening 410 Loonkosten samenstelt, zie je dat de loonkosten bestaan uit het brutoloon plus het werkgeversaandeel in de werknemersverzekeringen.
© ThiemeMeulenhoff
35
33
35
36
36
TIP Je kunt het werkgeversaandeel in de werknemersverzekeringen ook op een aparte rekening in rubriek 4 boeken, bijvoorbeeld de rekening 4.. Sociale lasten. Als je dan de loonkosten berekent, moet je de debetsaldi van de rekeningen 4.. Loonkosten en 4.. Sociale lasten bij elkaar optellen. Begin februari 2010 moet handelsonderneming Van Rijssen de loonaangifte over januari 2010 naar de Belastingdienst sturen. De afdracht van de loonheffingen en het werkgeversaandeel in de werknemersverzekeringen gebeurt tegelijkertijd met de loonaangifte. Het boekingsdocument van de afdracht per bank ziet er zo uit.
2/2 B 020 Door de afdracht van de loonheffingen en het werkgeversaandeel in de werknemersverzekeringen verdwijnen de schulden op de rekeningen 151 Te betalen loonheffingen en 152 Te betalen sociale lasten. De journaalpost ziet er zo uit.
Als je nu de grootboekrekeningen 151 Te betalen loonheffingen en 152 Te betalen sociale lasten samenstelt, lopen ze glad.
34
36
© ThiemeMeulenhoff
36
37
37
21
Controlevragen Wat voor soort rekening is de rekening 1.. Te betalen loonheffingen?
22
Na welk financieel feit lopen de rekeningen 1.. Te betalen sociale lasten en 1.. Te betalen loonheffingen glad?
KORTOM
Loonbetaling verwerken in de financiële administratie – De arbeids- of loonkosten bestaan uit het brutoloon en het werkgeversaandeel in de werknemersverzekeringen. – In de boekhouding zorg je ervoor dat de arbeids- of loonkosten zichtbaar zijn, bijvoorbeeld op een grootboekrekening 4.. Loonkosten. – Vanaf 1 januari 2006 bestaan de loonheffingen uit: • de loonbelasting; • de premies volksverzekeringen: AOW, ANW en AWBZ; • de premies werknemersverzekeringen: WW/AWF en WAO/WIA; • de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet (ZVW). – De werkgever moet de loonheffingen en het werkgeversaandeel in de werknemersverzekeringen maandelijks op aangifte aan de Belastingdienst afdragen. – Bij het journaliseren van de loonstaat onstaan er schulden aan: • de Belastingdienst op de rekening 1.. Te betalen loonheffingen; • de werknemers op de rekening 1.. Te betalen lonen. – Bij het journaliseren van de loonbetaling verdwijnt de schuld aan de werknemers op de rekening 1.. Te betalen lonen. – Bij het journaliseren van het werkgeversaandeel in de werknemersverzekeringen ontstaat er een schuld aan de Belastingdienst op de rekening 1.. Te betalen sociale lasten. – Bij de afdracht van de loonheffingen en het werkgeversaandeel in de werknemersverzekeringen verdwijnen de schulden aan de Belastingdienst op de rekeningen 1.. Te betalen loonheffingen en 1.. Te betalen sociale lasten.
© ThiemeMeulenhoff
37
35
37
38
38
Begrippenlijst ................................................ zuivere rekening Een grootboekrekening waarvan het saldo naar de balans of naar de winst-en-verliesrekening gaat. permanence Boekhoudkundig systeem waarbij, door het gebruik van zuivere rekeningen, regelmatig (bijvoorbeeld elke maand of elk kwartaal) een balans en winst-en-verliesrekening kan worden gemaakt. gemengde rekeningen Grootboekrekeningen waarvan een gedeelte van het saldo naar de winst-en-verliesrekening en een gedeelte van het saldo naar de balans gaat. transitorische rekeningen Grootboekrekeningen waarop je anticipatie- en uitstelposten boekt. transitorische posten De verzamelnaam van anticipatieposten en uitstelposten. uitstelposten Kosten of opbrengsten boek je nadat de betaling of ontvangst heeft plaatsgevonden. anticipatieposten Kosten of opbrengsten boek je voorafgaand aan de betaling of ontvangst. spreidingsregister Overzicht van de betalingen van alle verzekingen met als doel het berekenen van de te boeken verzekeringskosten per periode. loonheffing De gezamenlijke term voor de heffing van loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet.
36
38
© ThiemeMeulenhoff
38
39
39
Aan het werk ................................................ In deze leereenheid ga je aan de slag met de permanence.
TIP In deze leereenheid moet je bij veel opdrachten eigen papier gebruiken voor het maken van journaalposten. Je kunt uiteraard per opdracht een apart papier pakken, maar je kunt ook doorschrijven op het papier dat je gebruikt. Geef wel duidelijk aan om welke opdracht het gaat, zodat jij, maar ook je docent, het gemaakte werk eenvoudig kan terugvinden.
VOORAF Deze leereenheid vormt samen met de leereenheden Administratie van duurzame productiemiddelen en Administratie van voorzieningen en andere memoriaalboekingen een afgerond geheel voor wat betreft memoriaalboekingen. In deze leereenheid staan, net als in de leereenheid Administratie van duurzame productiemiddelen, een groot aantal routineopdrachten. Je moet oefenen om opdrachten in een praktijksituatie te kunnen uitvoeren. Praktijksituaties vind je in de leereenheid Administratie van voorzieningen en andere memoriaalboekingen. In deze praktijksituaties komt dus de kennis van de leereenheden Permanence en Administratie van duurzame productiemiddelen weer terug. Nu goed geleerd, is straks goed toegepast! Werk eerst deze leereenheid helemaal door. Ga vervolgens verder met de leereenheid Administratie van duurzame productiemiddelen. Besluit de memoriaalboekingen met de leereenheid Administratie van voorzieningen en andere memoriaalboekingen. ROUTINE In deze taak krijg je ruimschoots de mogelijkheid om in kleine toepassingen afzonderlijke onderdelen van de permanence te oefenen. Je kunt in deze taak oefenen met: – toepassingen van vooruitbetaalde, vooruitontvangen, nog te betalen en nog te ontvangen bedragen; – lastigere toepassingen van de permanence, zoals tussentijdse aflossingen op leningen en loonbetalingen.
OPDRACHTEN 1
Verwerk financiële feiten in de boekhouding van Ricardo Naciemento. Ricardo Naciemento heeft enkele jaren geleden een 4% hypothecaire lening op zijn winkelpand afgesloten. Per 1 januari 2010 is deze lening nog € 300.000. De interest op deze lening wordt elk halfjaar, eind juni en eind december, achteraf betaald. Op 31 december 2010 wordt ook € 20.000 afgelost. Alle betalingen worden per bank verricht. Ricardo past de permanence toe met maandelijkse resultaatbepaling.
© ThiemeMeulenhoff
39
37
39
40
40
In de boekhouding komen onder andere de volgende rekeningen voor: – 075 4% Hypothecaire lening – 110 Bank – 192 Nog te betalen bedragen – 435 Interestkosten a
Bereken de interestbetaling en interestkosten voor 2010 door in de volgende afbeelding de tijdlijn in te vullen.
b
Maak op een apart papier de journaalpost van de interestkosten voor de maand januari 2010.
c
Bereken het bedrag dat op 30 juni 2010 op de rekening 192 Nog te betalen bedragen zal staan, nadat de maandelijkse kosten voor juni zijn geboekt.
d
Maak op een apart papier de journaalpost van de betaling van de interest op 30 juni 2010 (boekingsdocument B 137).
e
TIP De grootboekrekeningen zijn hier opgemaakt in de zogenoemde gewijzigde scontrovorm. Hierin staan de kolommen met de debet- en creditbedragen aan de rechterkant naast elkaar. Zo bespaar je ruimte, omdat je voor de kolommen voor de datum, stuknummer en omschrijving maar één kolom voor de debet- en creditbedragen nodig hebt. Stel in de volgende afbeelding de rekeningen 192 Nog te betalen bedragen en 435 Interestkosten per 30 juni 2010 samen.
38
40
© ThiemeMeulenhoff
40
41
41
2
f
Stel in de volgende afbeelding de gedeeltelijke kolommenbalans per 30 juni 2010 samen.
g
Maak op een apart papier de journaalpost die op 31 december 2010 gemaakt wordt van de betaling van de aflossing en de interest (boekingsdocument B 278).
h
Berg het papier met de drie journaalposten van opdracht 1 op in je dossier. Doe dit nadat je gecontroleerd hebt of je geen fouten hebt gemaakt. Verwerk financiële feiten in de boekhouding van onderneming Alspar. Onderneming Alspar te Deventer sluit op 1 januari 2010 een 5% lening o/g (opgenomen geld) af ter hoogte van € 900.000. Het bedrag wordt op 4 januari 2010 per bank (boekingsdocument B 001) ontvangen. Elk jaar, te beginnen op 31 december 2010, lost Alspar € 100.000 af op deze lening. De interestbetaling op deze lening vindt achteraf plaats, eveneens op 31 december van elk jaar. Alle betalingen vinden per bank plaats. Alspar past de permanence toe met resultaatbepaling per kwartaal. De volgende rekeningen mogen gebruikt worden: – 070 5% Lening o/g – 110 Bank – 170 Te betalen interest – 435 Interestkosten
© ThiemeMeulenhoff
41
39
41
42
42
3
a
Vul in de volgende tijdlijn de ontvangst en aflossing van de lening, de interestbetaling en de interestkosten voor 2010 in.
b
Journaliseer op een apart papier het afsluiten van de lening en de ontvangst van het geleende bedrag.
c
Maak ook de journaalpost die je aan het eind van elke kwartaal in 2010 van de interestkosten maakt.
d
Hoeveel bedraagt het saldo van de rekening 170 Te betalen interest op 30 september 2010?
e
Stel in de volgende afbeelding de rekeningen 170 Te betalen interest en 435 Interestkosten per 30 september 2010 samen.
f
Maak in de volgende afbeelding de gedeeltelijke kolommenbalans per 30 september 2010.
g
Maak op het aparte papier de journaalpost die je op 31 december 2010 maakt van de betaling per bank.
h
Berg het blaadje met de drie journaalposten op in je dossier. Verwerk financiële feiten in de boekhouding van onderneming Landzaat. Onderneming Landzaat betaalt op 2 januari 2010 de verzekeringspremie voor haar autopark voor het hele jaar vooruit. Volgens B 001 is € 4.400 per bank betaald. Landzaat past de permanence toe met resultaatbepaling per maand.
40
42
© ThiemeMeulenhoff
42
43
43
De volgende rekeningen mogen gebruikt worden: – 110 Bank – 190 Vooruitbetaalde bedragen – 440 Verzekeringskosten a
Maak op een apart papier de journaalpost die je op 2 januari 2010 (B 001) maakt van de betaling per bank.
b
Maak op een apart papier de journaalpost van de maandelijkse verzekeringskosten.
c
Stel in de volgende afbeelding de rekeningen 190 Vooruitbetaalde bedragen en 440 Verzekeringskosten per 31 januari 2010 samen.
TIP Sluit de rekeningen niet af.
d
Bereken het saldo van de rekening 190 Vooruitbetaalde bedragen op 1 augustus 2010.
e
Stel in de volgende afbeelding de rekeningen 190 Vooruitbetaalde bedragen en 440 Verzekeringskosten per 31 december 2010 samen. Sluit de rekeningen ook af.
© ThiemeMeulenhoff
43
41
43
44
44
f 4
Berg de gemaakte journaalposten op in je dossier. Verwerk financiële feiten in de boekhouding van Mode Marja. Marja Baars is eigenaresse van Mode Marja. Zij huurt haar winkelpand voor € 2.400 per maand. De huur moet per kwartaal vooruit worden betaald. In 2010 vinden deze betalingen plaats op 4 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober. Per 1 juli 2010 wordt de huur met 5% verhoogd. Mode Marja past de permanence toe met maandelijkse resultaatbepaling. Bij Mode Marja komen onder andere de volgende rekeningen voor: – 120 Postbank – 190 Vooruitbetaalde bedragen – 441 Huurkosten
5
a
Maak op een apart papier de journaalpost van de vooruitbetaling van de huur op 4 januari 2010.
b
Maak ook de journaalpost van de huurkosten die je aan het eind van de maand in het eerste kwartaal van 2010 maakt.
c
Maak de journaalpost van de vooruitbetaling van de huur op 1 juli 2010.
d
Maak ook de journaalpost van de huurkosten, die je aan het eind van elke maand in het derde kwartaal van 2010 maakt.
e
Bereken het saldo dat op 31 augustus 2010 op de rekening 190 Vooruitbetaalde bedragen moet staan voor de vooruitbetaalde huur.
f
Controleer je antwoorden en berg de vier gemaakte journaalposten op in je dossier. Verwerk financiële feiten in de boekhouding van handelsonderneming Varossiau. Handelsonderneming Varossiau huurt voor 2010 een gedeelte van een pakhuis. De huur is € 19.200 per jaar. De huur moet in twee gelijke termijnen, begin januari en begin juli, bij vooruitbetaling worden voldaan. De betalingen vinden plaats per Postbank (PB).
42
44
© ThiemeMeulenhoff
44
45
45
Varossiau past de permanence toe met maandelijkse resultaatbepaling. De volgende rekeningen worden onder andere gebruikt: – 120 Postbank – 161 Vooruitbetaalde huur – 441 Huurkosten
6
a
Maak op een apart papier de journaalpost van de huurbetaling volgens PB 002 op 5 januari 2010.
b
Maak ook de journaalpost van de huurkosten aan het eind van elke maand in het eerste kwartaal van 2010.
c
Stel in de volgende afbeelding de rekeningen 161 Vooruitbetaalde huur en 441 Huurkosten per 31 maart 2010 samen.
d
Stel in de volgende afbeelding de gedeeltelijke kolommenbalans per 31 maart 2010 samen.
e
Berg de gemaakte journaalposten op in je dossier. Verwerk financiële feiten in de boekhouding van handelsonderneming Harjo.
TIP Het is verstandig om de eerste vragen bij Routine na te kijken voordat je verdergaat. Je weet dan of je de stof goed begrepen hebt. Als je fouten maakt die je niet begrijpt, schakel je docent in.
© ThiemeMeulenhoff
45
43
45
46
46
Onderneming Harjo acht woonhuizen. Deze woonhuizen worden aan personeelsleden verhuurd. De huur moet aan het begin van elk kwartaal bij vooruitbetaling worden voldaan. De huurprijs voor het jaar 2010 is vastgesteld op € 900 per kwartaal per woning. De huur wordt steeds per bank voldaan met een automatische incasso-opdracht. Harjo past de permanence toe met maandelijkse resultaatbepaling. De volgende rekeningen worden onder andere gebruikt: – 110 Bank – 191 Vooruitontvangen huur – 960 Huuropbrengsten a
Maak op een apart papier de journaalpost van de ontvangst van de kwartaalhuur van alle woningen op 4 januari 2010 per bank (B 001).
b
Maak ook de journaalpost van de maandelijkse huuropbrengst.
c
TIP De volgende afbeelding heb je nodig voor de twee volgende vragen. Werk in de volgende afbeelding de rekeningen 191 Vooruitontvangen huur en 960 Huuropbrengsten per 31 januari 2010 bij.
d
Werk in de afbeelding van de vorige vraag de rekeningen 191 Vooruitontvangen huur en 960 Huuropbrengsten bij per 30 juni 2010.
44
46
© ThiemeMeulenhoff
46
47
47
e
Stel in de volgende afbeelding de gedeeltelijke kolommenbalans per 30 juni 2010 samen.
f
Berg de gemaakte journaalposten op in je dossier.
7
Verwerk financiële feiten in de boekhouding van twee ondernemingen. Handelsonderneming M. Mollis te Doetinchem heeft een deel van haar magazijn als opslagruimte ter beschikking gesteld aan rijwielhandelaar J. Kistemaker. De huur voor deze ruimte bedraagtis € 15.000 per jaar en wordt aan het begin van het jaar vooruitontvangen. Mollis past de permanence toe met resultaatbepaling per kwartaal. De volgende rekeningen worden onder andere gebruikt: – 120 Postbank – 191 Vooruitontvangen bedragen – 960 Huuropbrengsten a
Maak op een apart papier de journaalpost van de ontvangst van de huur per Postbank op 4 januari 2010.
b
Maak op een apart papier de journaalpost die je van de huuropbrengst maakt aan het eind van elk kwartaal in 2010.
c
Bereken het bedrag dat op 30 september 2010 nog aan huur is vooruitontvangen en geef aan van welke rekening dit bedrag is af te lezen. Motiveer ook of dit bedrag debet of credit staat op deze rekening.
d
Werk in de volgende afbeelding de rekeningen 191 Vooruitontvangen bedragen en 960 Huuropbrengsten tot en met 30 september 2010 bij.
© ThiemeMeulenhoff
47
45
47
48
48
e
Controleer met een berekening het saldo van de rekening 191 Vooruitontvangen bedragen op 30 september 2010. Je hebt nu de boekhouding voor M. Mollis voor de verhuur van het magazijn aan J. Kistemaker bijgewerkt. Nu ga je de boekhouding van J. Kistemaker voor de huur van dit magazijn bijwerken. J. Kistemaker past in zijn boekhouding de permanence toe met resultaatbepaling per kwartaal. De volgende rekeningen worden onder andere gebruikt: – 120 Postbank – 190 Vooruitbetaalde bedragen – 445 Huurkosten
8
f
Maak op het aparte papier de journaalpost van de betaling van de huur per Postbank op 4 januari 2010.
g
Maak ook de journaalpost die je van de huurkosten maakt aan het eind van elk kwartaal in 2010.
h
Bereken het bedrag dat op 30 september 2010 nog aan huur is vooruitbetaald.
i
Werk in de volgende afbeelding de rekeningen 190 Vooruitbetaalde bedragen en 445 Huurkosten tot en met 30 september 2010 bij.
j
Controleer via een berekening het saldo van de rekening 190 Vooruitbetaalde bedragen op 30 september 2010.
k
Berg de vier gemaakte journaalposten van huuropbrengst en huurkosten op in je dossier. Verwerk financiële feiten in de boekhouding van winkelier Th. de Graaf. Winkelier Th. de Graaf te Amsterdam heeft per 1 januari 2010 aan een van zijn personeelsleden, K. Swart, een 4% lening u/g (uitgeleend geld) verstrekt van € 6.000. Swart zal de lening in twee gelijke termijnen gedurende 2010 terugbetalen. De eerste termijn vervalt op 30 juni en de tweede termijn op 31 december. De Graaf zal op die data ook de halfjaarlijkse interest achteraf ontvangen. Alle betalingen vinden plaats via de Postbank. De Graaf past in zijn administratie de permanence toe met resultaatbepaling per kwartaal.
46
48
© ThiemeMeulenhoff
48
49
49
De volgende rekeningen worden onder andere gebruikt: – 071 4% Lening u/g – 120 Postbank – 193 Nog te ontvangen bedragen – 965 Interestopbrengsten a
Vul in de volgende afbeelding de tijdlijn in met alle betalingen, ontvangsten en opbrengsten voor 2010.
b
Maak op een apart papier de journaalpost van het verstrekken en betalen van de lening op 4 januari 2010 (PB 001).
c
Maak ook de journaalpost van de interestopbrengst voor elk van de kwartalen in 2010.
d
Maak op het aparte papier ook de journaalpost van de ontvangst van de interest op 30 juni 2010 (PB 074).
e
Werk in de volgende afbeelding de rekeningen 193 Nog te ontvangen bedragen en 965 Interestopbrengsten bij tot en met 30 september 2010.
f
Stel in de volgende afbeelding de gedeeltelijke kolommenbalans per 30 september 2010 samen.
© ThiemeMeulenhoff
49
47
49
50
50
g 9
Berg het papier met de journaalposten van Th. de Graaf op in je dossier. Verwerk de verzekeringen in de boekhouding van handelsonderneming Laisina. Handelsonderneming Laisina past in haar administratie de permanence toe met resultaatbepaling per kwartaal. Voor het bepalen van de verzekeringskosten maakt Laisina gebruik van een spreidingsregister. Voor 2010 is het volgende spreidingsregister samengesteld.
De volgende rekeningen worden onder andere gebruikt: – 110 Bank – 190 Vooruitbetaalde bedragen – 440 Verzekeringskosten
10
a
Maak op een apart papier de journaalpost van de premiebetaling op 15 februari 2010 (B 020).
b
Maak ook de journaalpost van de verzekeringskosten over het tweede kwartaal van 2010.
c
Welk bedrag zal er op 31 december 1998 op de rekening 190 Vooruitbetaalde bedragen staan? Geef aan of dit een debet- of creditsaldo is.
d
Berg het papier met de gemaakte journaalposten op in je dossier. Verwerk financiële feiten in de boekhouding van Van Hooydonk.
TIP Als je tot nu toe nog niet de vragen bij Routine hebt nagekeken, moet je dat eerst doen. Schakel bij fouten de hulp van je docent in. Handelsonderneming F. van Hooydonk heeft op 1 juni 2006 een 4% onderhandse lening o/g (opgenomen geld) ter hoogte van € 900.000 afgesloten. Met ingang van 31 mei 2008 wordt elk jaar 10% van het oorspronkelijk geleende bedrag afgelost. De interest wordt achteraf op 31 mei van elk jaar betaald. Alle betalingen vinden per bank plaats. Van Hooydonk past de permanence toe met maandelijkse resultaatbepaling. De volgende rekeningen worden onder andere gebruikt: – 070 4% Onderhandse lening o/g – 110 Bank
48
50
© ThiemeMeulenhoff
50
51
51
– 192 Nog te betalen bedragen – 435 Interestkosten a
Bereken de schuldrest van de lening op 1 januari 2010.
b
Bereken het nog te betalen bedrag aan interest op 1 januari 2010.
c
Bereken het bedrag aan interestkosten per maand in de periode januari 2010 tot en met mei 2010.
d
Vul in de volgende afbeelding op de tijdlijn voor 2010 in: – de aflossing op de lening; – de maandelijkse interestkosten; – de interestbetaling.
e
Maak op een apart papier de journaalpost van de maandelijkse interestkosten voor de periode januari tot en met mei 2010.
f
Werk in de volgende afbeelding de rekeningen 192 Nog te betalen bedragen en 435 Interestkosten per 31 januari 2010 bij.
g
Maak ook de journaalpost van de betaling per 31 mei 2010.
h
Maak op het aparte papier ook de journaalpost van de maandelijkse interestkosten voor de periode juni tot en met december 2010.
i 11
Berg de gemaakte journaalposten van opdracht 10 op in je dossier. Verwerk financiële feiten in de boekhouding van Leferink. Handelsonderneming W. Leferink sloot op 1 juni 2004 een 4% onderhandse lening o/g (opgenomen geld) van € 400.000 af. Met ingang van 30 november 2004 wordt elk halfjaar € 5.000 op de lening afgelost. Ook de interest wordt per halfjaar op dezelfde data achteraf betaald. In de administratie van Leferink wordt de permanence met maandelijkse resultaatbepaling toegepast. De volgende rekeningen worden onder andere gebruikt: – 076 4% Onderhandse lening o/g – 110 Bank
© ThiemeMeulenhoff
51
49
51
52
52
– 192 Nog te betalen bedragen – 435 Interestkosten a
Bereken de schuldrest van de lening op 1 januari 2010.
b
Bereken het bedrag aan interestkosten per maand in de periode januari 2010 tot en met mei 2010.
c
Vul in de volgende afbeelding op de tijdlijn voor 2010 in: – de aflossingen op de lening; – de maandelijkse interestkosten; – de interestbetalingen.
d
Maak op een apart papier de journaalpost van de maandelijkse interestkosten voor de periode januari tot en met mei 2010.
e
Maak ook de journaalpost van de betaling per 31 mei 2010.
f
Maak op het aparte papier ook de journaalpost van de maandelijkse interestkosten voor de periode juni tot en met november 2010.
g
Maak de journaalpost van de betaling per 30 november 2010.
h
Maak vervolgens de journaalpost van de maandelijkse interestkosten voor de maand december 2010.
i
Welk bedrag staat er op de rekening 192 Nog te betalen bedragen voor de interestschuld op deze lening per 31 december 2010?
j
Berg de vijf journaalposten die je voor Leferink hebt gemaakt op in je dossier.
12
Verwerk financiële feiten in de boekhouding van Yilmaz. Onderneming Yilmaz te Rotterdam verstrekte op 1 maart 2004 een lening van € 8.000 tegen een interestvoet van 4,5% aan een van haar werknemers. De interest op deze lening ontvangt Yilmaz elk jaar achteraf aan het eind van de maand februari van de werknemer. Op dat tijdstip lost de werknemer ook steeds € 800 op de lening af. Overeengekomen is verder dat de werknemer bij uitdiensttreding het resterende bedrag in één keer aflost. De interest die de werknemer tot die datum nog verschuldigd is, betaalt hij dan direct. Met ingang van 1 september 2010 neemt de werknemer ontslag. Yilmaz past in zijn administratie het principe van de permanence met maandelijkse resultaatbepaling toe. De volgende rekeningen worden onder andere gebruikt: – 078 4,5% Onderhandse lening u/g – 120 Postbank – 193 Nog te ontvangen bedragen – 930 Interestopbrengsten a
Verklaar aan welke kant van de balans (debet of credit) Yilmaz deze lening u/g heeft opgenomen.
b
Bereken de grootte van deze lening op 1 januari 2010.
c
Bereken het bedrag aan interestopbrengsten per maand in de maanden januari en februari 2010.
50
52
© ThiemeMeulenhoff
52
53
53
d
Maak op een apart papier de journaalpost van de maandelijkse interestopbrengst in de maanden januari en februari 2010.
e
Maak ook de journaalpost van de ontvangst van de aflossing en interest op 28 februari 2010.
f
Maak op het aparte papier ook de journaalpost van de maandelijkse interestopbrengsten voor de periode maart tot aan de uitdiensttreding op 31 augustus 2010.
g
Maak ook de journaalpost van de betaling per 31 augustus 2010.
h
Berg de journaalposten die je voor Yilmaz hebt gemaakt op in je dossier.
13
Journaliseer financiële feiten bij Verkaik. Handelsonderneming J. Verkaik is gevestigd in een gehuurd pakhuis. Daarnaast heeft zij enige woningen in eigendom die verhuurd worden. In de boekhouding past Verkaik de permanence toe met maandelijkse resultaatbepaling. In haar administratie gebruikt Verkaik onder andere de volgende rekeningen: – 070 4% Hypothecaire lening o/g – 078 3% Lening u/g – 110 Bank – 190 Vooruitbetaalde bedragen – 191 Vooruitontvangen bedragen – 192 Nog te betalen bedragen – 430 Interestkosten – 441 Huurkosten – 442 Verzekeringskosten – 930 Interestopbrengsten – 940 Huuropbrengsten Hierna vind je een aantal banktransacties uit de maand maart 2010 die je voor Verkaik moet journaliseren: – 3/3 B 051 De jaarhuur voor het pakhuis over de periode maart 2010 tot februari 2011 van € 18.000 wordt vooruitbetaald. – 4/3 B 052 Ontvangen interest en aflossing op de 3% lening u/g. Aan een van de werknemers heeft Verkaik op 1 maart 2008 € 20.000 geleend tegen 3% interest per jaar. De interest moet bij vooruitbetaling halfjaarlijks voldaan worden op 1 maart en 1 september. Op 1 maart wordt vanaf 2009 elk jaar ook € 4.000 afgelost. – 14/3 B 059 De jaarpremie voor de UGV-verzekering van € 1.500 over de periode maart 2010 tot en met februari 2011 wordt bij vooruitbetaling voldaan. – 28/3 B 072 De woningen zijn gedeeltelijk gefinancierd met een 4% hypothecaire lening. De jaarlijks per 31 maart verschuldigde interest over deze lening met een schuldrest van € 500.000 wordt achteraf betaald. a
Maak op een apart papier de journaalposten die je in de maand maart 2010 maakt van deze betalingen en ontvangsten per bank. Verkaik heeft ook nog de volgende memoriaalposten per 31 maart 2010 aan je gegeven met de vraag of je deze wilt boeken: – M 013 de maandelijkse huurkosten van het pakhuis; – M 014 de maandelijkse huuropbrengsten van de verhuurde woningen. Het aantal verhuurde woningen is tien. Ze zijn verhuurd voor € 1.200 per kwartaal per woning. De huren zijn bij vooruitbetaling voldaan;
© ThiemeMeulenhoff
53
51
53
54
54
– M 015 de maandelijkse interestkosten van de 4% hypothecaire lening; – M 016 de maandelijkse verzekeringskosten van de UGV-verzekering; – M 017 de maandelijkse interestopbrengst van de 3% lening u/g. b
Maak op het aparte papier van deze opdracht ook de journaalposten die je in de maand maart 2010 maakt van deze memoriaalposten.
c
Berg de journaalposten die je voor Verkaik hebt gemaakt op in je dossier.
AFRONDING Je hebt veel met de taak Routine kunnen oefenen. Ga nu verder met de leereenheid Administratie van duurzame productiemiddelen en vervolgens met de leereenheid Administratie van voorzieningen en andere memoriaalboekingen. Bij afronding van de leereenheid Administratie van voorzieningen en andere memoriaalboekingen komen de kennis en vaardigheden uit de leereenheid Permanence weer terug, maar dan in praktische opdrachten! Je vindt in deze leereenheid geen praktijkopdracht en kennisvragen! TERUGKIJKEND 14 a
Welk onderdeel van deze leereenheid heb je als lastig ervaren? Kun je ook aangeven waarom je dat een moeilijk onderwerp vond?
b
Als je deze leereenheid weer zou moeten doen, wat zou je dan anders aanpakken?
c
Geef met eigen woorden aan wat je in deze leereenheid hebt geleerd. Denk dan niet alleen aan de betekenis van de begrippen, maar ook aan de verbanden die je hebt gevonden.
d
Noem minimaal drie aandachtspunten voor jezelf. Dat zijn punten waar je in het bijzonder rekening mee moet houden als je te maken krijgt met memoriaalboekingen. OPRUIMEN In deze leereenheid heb je de volgende documenten opgeborgen in je dossier: – opdracht 1: drie journaalposten: interestkosten, interestbetaling en interestbetaling met aflossing van Ricardo Naciemento; – opdracht 2: drie journaalposten over de 5% lening die Alspar afsluit; – opdracht 3: twee journaalposten van de maandelijkse verzekeringskosten van onderneming Landzaat; – opdracht 4: vier journaalposten van Mode Marja; – opdracht 5: twee journaalposten over de huur van handelsonderneming Varossiau; – opdracht 6: twee journaalposten over de ontvangen huur bij handelsonderneming Harjo; – opdracht 7: vier journaalposten over de huuropbrengst en huurkosten van Mollis en Kistemaker; – opdracht 8: drie journaalposten over de lening u/g van winkelier Th. de Graaf; – opdracht 9: twee journaalposten over de betaalde verzekeringspremies van handelsonderneming Laisina; – opdracht 10: drie journaalposten over de lening o/g van Van Hooydonk; – opdracht 11: vijf journaalposten die te maken hebben met de lening van Leferink; – opdracht 12: vier journaalposten over de lening u/g van Yilmaz; – opdracht 13: negen gejournaliseerde feiten voor Verkaik.
52
54
© ThiemeMeulenhoff
54
55
55
Evaluatie ................................................ 1 a
2 a
3 a
4 a
5 a
6 a
7 a
Vragen. Vink de juiste uitspraak aan. ○ Kosten verhogen het eigen vermogen. ○ Een verandering in de liquide middelen wordt altijd veroorzaakt door een uitgave of een ontvangst. ○ Kosten verlagen de liquide middelen. Vragen. Vink de juiste uitspraken aan. ○ Het saldo van een zuivere rekening gaat naar de rekening Eigen vermogen. ○ Balansrekeningen staan onder andere in rubriek 8. ○ Toepassing van de permanence is van belang om het resultaat per periode te bepalen. ○ In plaats van de permanence, zou je ook kunnen werken met Overlopende kosten en Overlopende opbrengsten. Vragen. Vink de juiste uitspraak aan. ○ Rekeningen van een leverancier horen bij de memoriaalstukken. ○ Memoriaalstukken zijn alleen van belang binnen de onderneming. ○ Kopie-creditverkoopfacturen zijn documenten die je gebruikt als je goederen terugneemt. ○ Een magazijnbon stuur je met de goederen mee naar de klant. Vragen. Vink de juiste uitspraken aan. ○ Als je de interest op een lening achterafbetaalt, wordt zonder toepassing van de permanence het resultaat van de maanden ervoor te gunstig. ○ Na boeking van het achterafbetaalde bedrag loopt de rekening 1.. Nog te betalen bedragen glad. ○ Bij toepassing van de permanence gebruik je de rekening 1.. Nog te betalen … Vragen. Vink de juiste uitspraak aan. ○ De rekening 1.. Vooruitbetaalde bedragen komt credit op de balans. ○ Aan het eind van het jaar loopt de rekening 1.. Vooruitbetaalde bedragen altijd glad. ○ Als de rekening 1.. Vooruitbetaalde bedragen gladloopt, heb je voor deze transactie geen geld meer tegoed. Vragen. Vink de juiste uitspraak aan. ○ Bij de ontvangst van het vooruitontvangen bedrag debiteer je de rekening van schuld 1.. Vooruitontvangen bedragen. ○ Huur wordt altijd vooruitontvangen. ○ Na de boeking van het opbrengstbedrag van de laatste boekingsperiode loopt de rekening 1.. Vooruitontvangen bedragen glad. Vragen. Vink de juiste uitspraak aan. ○ Als de interestontvangsten op een lening niet gelijklopen met de momenten waarop je een winst-en-verliesrekening maakt, is het verstandig met de permanence te werken.
© ThiemeMeulenhoff
55
53
55
56
56
○ Bij de boeking van het opbrengstbedrag aan het eind van elke periode crediteer je de rekening van bezit 1.. Nog te ontvangen bedragen. 8 a
9 a
10 a
11 a
b
Vragen. Vink de juiste uitspraak aan. ○ Uitstelposten kunnen transitorische posten of anticipatieposten zijn. ○ Als je de kosten maakt voordat je betaalt, gaat het om een anticipatiepost. Vragen. Vink de juiste uitspraken aan. ○ Tussentijdse aflossingen verlagen de interestkosten over de afgelopen periode. ○ Voor een interestbetaling debiteer je de rekening 0.. Hypothecaire lening. ○ Voor een aflossing op een lening maak je de journaalpost 4.. Interestkosten Aan 1.. Nog te betalen bedragen. Vragen. Vink de juiste uitspraken aan. ○ Het totaalbedrag van de overlopende premies moet per 1 januari als balansbedrag debet op de rekening 1.. Vooruitbetaalde verzekeringspremies staan. ○ Journaalposten van de betaling van een verzekeringspremie maak je uit het spreidingsregister. ○ Aan het eind van de boekingsperiode kun je de bedragen voor de journaalpost van de verzekeringskosten van die periode aflezen uit het spreidingsregister. Vragen. Vink de juiste uitspraken aan. ○ Bij het journaliseren van een loonbetaling boek je in feite een schuld aan de werknemer. ○ In de boekhouding zorg je ervoor dat het brutoloon van de werknemer zichtbaar wordt. ○ Het werkgeversaandeel in de premies werknemersverzekeringen verhoogt de loonkosten van de onderneming. ○ De werkgever moet bij de Belastingdienst maandelijks aangifte doen van de verschuldigde loonheffing van het personeel. ○ De brutolonen zijn altijd hoger dan de loonkosten. Er gaan namelijk premies en belastingen vanaf. Zet een vinkje voor de juiste uitspraken. ○ Bij betaling van lonen debiteer je de rekening 4.. Loonkosten en crediteer je de rekeningen 1.. Te betalen loonheffing en 1.. Te betalen lonen. ○ Je bent wettelijk verplicht de voorziening voor dubieuze debiteuren aan de creditzijde van de gepubliceerde balans neer te zetten. ○ Een werkgever hoeft van de Belastingdienst maar één keer per jaar aangifte te doen van de loonheffingen op zijn personeel. ○ Bij toepassing van de permanence boek je verliezen van oninbare vorderingen op debiteuren direct ten laste van de winst-en-verliesrekening. ○ Bij aankoop van een gebouw boek je de overdrachtskosten op de rekening 4.. Interestkosten. ○ Als alle lonen betaald zijn, loopt de rekening 1.. Te betalen lonen glad. ○ Als je eerst het geld ontvangt en daarna de opbrengst boekt, is er sprake van een uitstelpost. ○ Als er sprake is van vooruitbetaalde bedragen, maak je aan het eind van elke boekingsperiode de journaalpost voor het kostenbedrag van die boekingsperiode. ○ Een spreidingsregister laat zien welke bedragen je jaarlijks moet betalen. ○ Dubieuze debiteuren zijn debiteuren die niet zullen betalen. ○ De rekening 1.. Nog te betalen bedragen is een balansrekening. ○ Aflossing van een schuld boek je met de maandelijkse memoriaalstukken. ○ Als je de huur vooruitontvangt, komt de rekening 9.. Huuropbrengsten in rubriek 9 niet voor.
54
56
© ThiemeMeulenhoff
56
57
57
○ ○ ○ ○ ○
Uitgaven zorgen altijd voor een creditering op de rekeningen 1.. Kas of 1.. Bank. De rekening 1.. Nog te ontvangen bedragen kun je gebruiken als je interest vooruitbetaalt. Op een winst-en-verliesrekening zie je de kosten en opbrengsten van een bepaalde periode. Betalingen van de interest van een lening boek je aan de hand van de dagafschriften van de bank. Als je per jaar € 6.000 aan kosten moet betalen en je betaalt vooruit, dan moet je elke maand € 500 op de rekening Nog te betalen kosten boeken. ○ Interestkosten verlagen de schuld van een lening.
© ThiemeMeulenhoff
57
55
57
1
1
FAM FAM Bedrijfsadministratie deel A, ben ik klaar voor niveau 4?
BV in Balans biedt ondersteunend lesmateriaal gebaseerd op de competentiegerichte kwalificatiedossiers die door het Kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven ECABO voor de Financiële beroepen zijn ontwikkeld. Het lesmateriaal dekt de kerntaken, werkprocessen en activiteiten voor de kwalificatiedossiers: • •
niveau 3 (Financieel Administratief Medewerker) en niveau 4 (Bedrijfsadministrateur, Assistent-accountant en Salarisadministrateur).
BV in Balans bestaat uit leereenheden waarin de leerling zijn eigen leerweg vindt en waarmee de docent het gewenste curriculum vult. Mede dankzij de kritische gebruikers die hun wensen kenbaar hebben gemaakt, maakt dit lesmateriaal het mogelijk om ‘Balans in het onderwijs’ te brengen.
Bedrijfsadministratie deel A, ben ik klaar voor niveau 4?
Editie
2013
E.P. van Balen, K. Broersen, G.W.M van Heeswijk, J.P. Mijnster, S.J. Stienstra, T.F.G. Suppers, T. van de Veerdonk e.a.
De auteurs
FAM
Leerwerkboek
9781111270131
1
1