Skip to main content

Arti kunstboek thv

Page 1

BEELDENDE VORMGEVING VOOR DE ONDERBOUW

KUNSTBOEK THV


BEELDENDE VORMGEVING VOOR DE ONDERBOUW

KUNSTBOEK THV P i eter va n d er H ei j d en A n n e l ot Somb o gaard Vi n cent van Woerkom


Arti Beeldende vormgeving bestaat uit: vmbo

vmbo-t/hv

praktijkboek 1 vmbo praktijkboek 2 vmbo

kunstboek vmbo-t/hv praktijkboek vmbo-t/hv

docentenondersteuning via www.arti-online.nl

vormgeving beeldresearch

Ontwerpbureau NEO, Velp Zwiebelfisch beeld & tekst, Arnhem

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff is dé educatieve mediaspecialist en levert educatieve oplossingen voor het Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs en Hoger Onderwijs. Deze oplossingen worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met de onderwijsmarkt en dragen bij aan verbeterde leeropbrengsten en individuele talentontwikkeling. ThiemeMeulenhoff haalt het beste uit élke leerling. Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve oplossingen: www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 088 800 20 15 ISBN 978 90 06 48425 0 Eerste druk, negende oplage, 2013 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2008 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


INHOUDSOPGAVE

Zo zit Arti in elkaar

4

IdeeĂŤn bedenken

6

Zeggingskracht

10

Wat is het en hoe werkt dat?

Het beeldend proces

14

Het scheppingsproces van een kunstwerk van A tot Z

1 Portret

19

Lijkt het een beetje?

2 Architectuur

33

Zin om te bouwen

3 Stilleven

47

Gedoe om dingen

4 Audiovisueel

61

Een stroom van verhalen

5 Landschap

75

Ver weg, dichterbij

6 Figuurstukken

89

Mensen op het toneel

7 Design

103

Alles wil een vorm

Beeldende aspecten

118 123 130 136 140 146 148

Vorm Kleur Compositie Licht Ruimte Textuur Lijn

Begrippenlijst

152

Namenlijst kunstenaars

158

Illustratieverantwoording

160

Hoe kom je op ideeĂŤn en hoe leg je ze vast?


ZO ZIT ARTI IN ELKAAR

Elk hoofdstuk gaat over een andere soort kunst of vormgeving, wel hebben ze allemaal dezelfde opbouw. Je komt in elk hoofdstuk de volgende paragrafen tegen:

Introductie Op de eerste pagina van elk hoofdstuk krijg je een idee van de inhoud van het hoofdstuk. De titel, de inleidende tekst en de afbeeldingen brengen je alvast in de sfeer van het hoofdstuk.

1 In soorten en maten Arti gaat over kunst. In dit boek zie je veel kunstwerken zoals schilderijen, beelden en gebouwen, maar ook voorwerpen die kunstzinnig zijn vormgegeven. Daar lees je over en over de kunstenaars en vormgevers die ze gemaakt hebben. Dit boek helpt je bij het kijken naar kunst en je krijgt inzicht in hoe kunstwerken ontstaan en wat ze betekenen.

In deze paragraaf maak je kennis met het onderwerp. Je leert wat het is en ook dat er meerdere soorten van deze kunstwerken bestaan. Om het onderwerp beter te begrijpen worden verschillende voorbeelden met elkaar vergeleken.

In Arti vind je de volgende zeven hoofdstukken: 1 Portret 2 Architectuur 3 Stilleven 4 Audiovisueel 5 Landschap 6 Figuurstukken 7 Design Ook staan er in dit boek paragrafen over het bedenken van ideeÍn, over zeggingskracht, het beeldend proces en de beeldende aspecten. Onder het kopje De extra’s lees je wat je daar kunt verwachten.

2 In de maak Hoe wordt een kunstwerk gemaakt? Waar moet je op letten? Welke middelen gebruikt een kunstenaar om zichtbaar te maken wat hij wil tonen? Waar legt hij in het werk de meeste nadruk op? En ook: welke stappen neemt een kunstenaar om tot een boeiend resultaat te komen? Met andere woorden: hoe ziet het beeldend proces eruit?

3 Beter bekeken Wat vertellen kunstwerken ons? Waarover gaat een kunstwerk? En met welke bedoeling heeft een kunstenaar een bepaalde vorm, inhoud of functie gekozen? Kijk en vergelijk! Zo kom je meer te weten over de diepere bedoelingen van de maker en zijn werk.

4


DE ExTra’S Ideeën krijgen en vasthouden Hoe ontwikkelt een kunstenaar of vormgever ideeën voor een kunstwerk? En hoe kun jij dat doen? In deze paragraaf worden manieren om tot goede ideeën te komen voor je uitgelegd.

Zeggingskracht: wat en hoe?

4 Met een boodschap Met welk verhaal stuurt een kunstenaar of vormgever zijn werk de wereld in? Had de kunstenaar een speciale reden om een schilderij, een beeld of een gebouw te maken? Wilde hij iets vertellen, iets bespreekbaar maken of mensen ergens van bewust maken? Kunstwerken vertellen verhalen en in deze paragraaf kom je erachter welke dat zijn.

5 en 6 In andere tijden en nu In paragraaf 5 bespreken we steeds enkele voorbeelden van kunstwerken uit het thema van vroeger. In paragraaf 6 laten we juist meer voorbeelden van nu zien. Verdiep je in de historie en vergelijk toen en nu: wat veranderde er en wat blijft altijd hetzelfde?

Je vindt iets mooi of niet. Een kunstwerk doet je wat of niet. Dat zit in de zeggingskracht van dat werk. Maar wat is dat nu precies? En welke dingen hebben invloed op de zeggingskracht van een kunstwerk? Je leest het in deze paragraaf en daarna kun jij beter aangeven waarom je iets mooi vindt. Of niet.

Het beeldend proces Een kunstenaar neemt veel stappen om tot een kunstwerk te komen. Dit proces van bedenken naar maken eindigt met nadenken over wat een volgende keer beter kan (evalueren). We noemen dit het beeldend proces. In deze paragraaf wordt dit proces getoond aan de hand van het werk van één kunstenaar.

Beeldende aspecten Beeldende aspecten zijn de bouwstenen van een kunstwerk. De belangrijkste beeldende aspecten worden in een eigen afdeling besproken en met afbeeldingen verduidelijkt. Zo leer je de taal van de beeldende vakken goed kennen en praat je al snel mee over licht, compositie, kleur, vorm, lijn, textuur en ruimte.

Glimlicht

7 Finale Hier staan kort de belangrijke zaken van dit hoofdstuk op een rij: • het onderwerp wordt nog eens samengevat (over de inhoud) • begrippen die je in dit hoofdstuk hebt geleerd staan op een rij en (over de vorm) • wat er zoal met deze kunstuitingen gezegd kan worden (over de functie).

Voor een beter begrip: • belangrijke begrippen zijn blauw + vet gedrukt • in de begrippenlijst worden deze uitgelegd • lijnen wijzen in de afbeeldingen aan wat precies van belang is • in het Arti Praktijkboek vind je heel veel opdrachten waarmee je zelf aan de slag kunt.

5


IDEEËN BEDENKEN Je kent dat wel, je krijgt een opdracht en denkt: ‘Wat moet ik hier nu mee?’. Toch moet je een werkstuk maken en daar heb je een idee voor nodig. Dat idee krijg je vaak al na het lezen van de opdracht. Dat idee wil je dan ook meteen gaan uitwerken. Maar je kunt beter eerst nog meer ideeën bedenken. Die ideeën zijn vaak beter dan je eerste idee.

HOE BEDENK jE iDEEëN? Hoe krijg je ideeën? Dat kan in vier stappen.

Stap 1 Lees de opdracht Wat moet ik gaan doen en waar let de docent op? Lees eerst de opdracht goed: wat moet je doen? Soms mag je veel zelf bepalen, soms moet je met veel rekening houden, bijvoorbeeld met kleurgebruik of bepaalde materialen. En waar let je docent straks op als je werkstuk klaar is? Besteed daar veel aandacht aan. Je kunt ook kijken hoe anderen de opdracht hebben gedaan. Van ‘afkijken’ kun je ook veel leren! Lees de opdracht goed en doe onderzoek. Dan gaat de opdracht beter.

Stap 2 Bedenk ideeën en beschrijf ze of teken ze Alle ideeën zijn belangrijk! Het is belangrijk dat je in het begin zoveel mogelijk ideeën bedenkt. Denk eens verder door over een idee en praat met je docent of klasgenoten over je ideeën. Dan kom je van het ene idee op het andere. Denk eraan: in het begin is geen enkel idee gek, dus schrijf en teken al je ideeën op een schetsblad. Je kunt ook ideeën combineren of delen ervan tot een nieuw idee omvormen. Teken of schrijf alle ideeën op, hoe onbelangrijk ze ook lijken!

Stap 3 Kies het beste idee Van drie naar één! Kies op je gevoel de drie beste ideeën. Omcirkel of onderstreep op je schetsblad de ideeën waar je mee verder wilt. Schrijf er in steekwoorden bij waarom deze ideeën je aanspreken, zoals: veel kleur, cool, simpel, sterk, gemakkelijk, enzovoort. Noteer ook de positieve en negatieve kanten van elk idee: makkelijk of moeilijk te maken, druk of saai, mooi, bijzonder, ingewikkeld, enzovoort. Op die manier kun je goed een definitieve keuze maken. Het laatste idee kan ontstaan zijn uit verschillende ideeën.

Stap 4 Maak het werkstuk En nu het werkstuk zelf Soms is het handig om van je idee een werktekening te maken. Maar je kunt ook meteen aan het werkstuk beginnen. Misschien verandert tijdens het werken je idee over het ontwerp. Pas het gewoon aan, je werkstuk wordt dan steeds beter! 6


HOE NOTEEr jE iDEEëN? Op welke manieren kun je je ideeën tekenen en opschrijven? We bespreken er drie.

1 Een schetsblad Je kunt je ideeën schetsen op een schetsblad en daar steekwoorden bij opschrijven.

2 Een mindmap maken 1

2

Schetsblad van een leerling

Voorbeeld van een mindmap

Een mindmap is een soort landkaart van je ideeën en gedachten. Je maakt een mindmap als volgt: • leg een vel papier in de breedte voor je en teken in het midden een cirkel • schrijf hierin met hoofdletters de titel van de opdracht • aan welke woorden denk je bij de opdracht? Schrijf alle woorden die je bedenkt op • zet woorden die met elkaar te maken hebben bij elkaar, op een soort eilandje • trek een lijn tussen eilanden die iets met elkaar te maken hebben. Met de dikte of de kleur van de lijnen geef je aan hoe belangrijk die band is • is een woord belangrijk? Schrijf het dan extra groot, geef het een felle kleur of onderstreep het. Is een woord minder belangrijk, schrijf dan met kleine of dunne letters. Je krijgt zo een heel persoonlijke landkaart van al jouw ideeën bij de opdracht.

3 Een moodboard maken Een moodboard, of sfeerblad, is een collage van al je ideeën, je gedachten en je gevoelens. Een moodboard maak je op de computer of met papier, een schaar en lijm. Met een moodboard kun je de sfeer, kleuren, materialen en uitstraling van je werkstuk laten zien, nog voordat je het gemaakt hebt. Op internet vind je veel voorbeelden.

3

Andy Clarke Moodboard no. 1 2006

7


IDEEテ起 BEDENKEN 4a

Henry Moore Liggende figuur nr. 6 1954

HOE KOmEN KUNSTENaarS Op iDEEテォN? Kunstenaars werken niet allemaal op dezelfde manier. Sommigen werken heel precies en systematisch, bij anderen lijkt het of er helemaal geen systeem in zit. De ene kunstenaar werkt van negen tot vijf in zijn atelier, bij een ander is kunst zijn hele leven. Iedereen zoekt naar een manier die het beste bij hem past. Ook de uitvoering kan verschillen. De ene kunstenaar maakt tientallen schetsjes, werkt er een aantal heel precies uit en maakt dan een schilderij waar hij maanden aan werkt. Een ander gaat zitten en kijkt naar wat voorwerpen, combineert er twee en is in een half uur klaar. En het bijzondere is dat het ene werk niet beter of mooier hoeft te zijn dan het andere. Beide kunnen je aanspreken, beide hebben zeggingskracht. Meer uitleg over dit begrip vind je in het volgende hoofdstuk. 4b

Henry Moore Nummer 244, liggende figuur terracotta 1945

4c

Henry Moore werkt aan een gipsmodel 1958-1959

4d

Van idee naar idee en verder Beeldhouwer Henry Moore liet zich onder andere inspireren door de menselijke figuur. Hij schetste en maakte kleine modellen en als hij tevreden was over een ontwerp, dan werkte hij dit op groot formaat uit in klei of gips. De uiteindelijke uitvoering in brons liet hij aan de bronsgieter over. Intussen was Moore alweer bezig met nieuwe ontwerpen. En dat gedurende ruim zestig jaar. 8

Henry Moore Schetsblad met tien liggende figuren 1948


5

logo voor het tv-programma Llinke soep 2006

De ingeving Een idee voor een nieuw werk kan ontstaan door iets wat je ziet, leest, hoort of ruikt. Ontwerpers laten zich soms bijvoorbeeld inspireren door kunst uit het verleden. Hier zie je een voorbeeld van reclame geïnspireerd op een voorbeeld uit de kunstgeschiedenis.

7

6

Pablo Picasso Stierenkop 1942

Andy Warhol Campbell’s Soup 1962

De vondst Soms ligt een beeld ‘op straat’ en moet het alleen nog maar gemaakt worden of worden gecombineerd tot een nieuw beeld of gebruiksvoorwerp. Pablo Picasso combineerde twee voorwerpen en hing het aan de muur. Zo ontstond een stierenkop gemaakt van een stuur en een zadel. Later heeft hij het beeld in brons laten gieten.

9


ZEGGINGSKRAcHT Je hebt misschien al veel schilderijen, beeldhouwwerken, foto’s, video’s of tekeningen gezien en toch heb je er waarschijnlijk maar een paar onthouden. Veel beeldende kunst gaat aan je voorbij, zegt je helemaal niets. Maar soms zie je een werk dat je wat doet. Het werk maakt indruk, het spreekt je aan, het zegt je iets. Misschien omdat je het heel mooi vindt of juist heel lelijk. Of ontroert het je, wekt het bewondering, woede of zelfs afschuw op? Waarom zegt het ene kunstwerk je meer dan het andere? Dat komt door de uitdrukking, de uitstraling van het werk, door de zeggingskracht van het werk.

WaarDOOr ONTSTaaT zEggiNgSKracHT? Zeggingskracht ontstaat door de combinatie van de vorm, de inhoud en de functie van het werk. • Vorm: waarmee en hoe is het werk gemaakt? (Hoe) • Inhoud: waar gaat het werk over? Wat is de boodschap? (Wat) • Functie: waarom is het werk gemaakt? Wat is het doel? (Waarom) Als je deze drie vragen beantwoordt, weet je hoe de zeggingskracht van een kunstwerk ontstaat. Laten we eens onderzoeken waardoor de zeggingskracht van het beeld hieronder bepaald wordt.

De vorm: waarmee en hoe is het kunstwerk gemaakt? Vormgeving en formaat Het beeld heeft een hoogte, breedte en diepte, je kunt om het beeld heen lopen. Het is een ruimtelijke of driedimensionale vorm. De vorm zelf neemt ruimte in, maar er is ook ruimte in de vorm. Op sommige plekken kun je door het beeld heen kijken; het is een open en asymmetrische vorm. Je herkent direct wat het voorstelt, het is een figuratieve vorm. De vorm heeft een duidelijke voorkant. Het beeld is levensgroot: 88 x 65 x 50 cm.

Materiaal en techniek Het is een wit geschilderd, bronzen beeld. Het is een afgietsel in brons van een oorspronkelijk met klei of gips geboetseerd beeld. In 2005 zijn er drie exemplaren van dit beeld gemaakt. De voelbare en zichtbare huid van het beeld, de textuur, is glad.

1 Marc Quinn Sphinx

10

2006

Kleur en licht: de schaduwwerking Door de lichtval op de ruimtelijke vorm met zijn witte kleur ontstaan er schaduwen in het beeld. Hierdoor ontstaan lichte en donkere tonen in het beeld.


2

Kate Moss met vriend op een muziekfestival

De inhoud: waar gaat het beeld over? De voorstelling De maker van dit beeld, de Engelse kunstenaar Marc Quinn, gaf het beeld de titel ‘Sphinx’. In de Griekse mythologie heeft een sfinx het lijf van een dier en daarop een boezem en hoofd van een vrouw, maar het staat ook voor ‘een raadselachtige figuur’. Dit beeld stelt het wereldberoemde fotomodel Kate Moss voor. Moss heeft een perfect figuur en poseert voor topmodemerken. Ze geeft nooit interviews en lijkt onbenaderbaar. Maar het supermodel is ook kwetsbaar. De roddelpers jaagt achter haar aan, omdat ze drugs- en relatieproblemen heeft. Ze lijkt perfect, maar is dat niet en dat maakt haar, volgens sommigen, nog mooier. Quinn vindt zelf dat Moss ‘net zo mysterieus is als het mythologische wezen’. Het beeld moet de botsing uitdrukken tussen haar echte leven en het beeld dat we van haar hebben. Betekenis: wat heeft de kunstenaar te vertellen? Mensen houden ervan om naar een ideaal lichaam te kijken. Moss heeft voor veel mensen een ideaal figuur. Maar, zegt Quinn, van Kate bestaat alleen een ‘image’ en dat beeld wil hij laten zien.

3

Afrodite, afgebeeld op het moment dat ze neerknielt in het bad

4

Venus van Milo, Louvre

11


ZEGGINGSKRAcHT

Hij geeft het eeuwenoude onderwerp ‘schoonheid’ een nieuwe wending. Hij maakte een hedendaagse Afrodite. Afrodite is in de Griekse mythologie de godin van de schoonheid en de liefde. Zij stond model voor ‘de absolute volmaaktheid’. De Grieken en Romeinen hebben deze godin vaak afgebeeld. De Romeinse benaming voor Afrodite is Venus. Quinn liet zich ook inspireren door kunstenaars die in het verleden het begrip ‘schoonheid’ al uitgebeeld hadden.

5

Beeld van de Hindostaanse god Shiva

6 De Egyptische koningin Nefertite ca. 1350 v. Chr.

7

Andy Warholl Marilyn Monroe

De functie Waarom heeft de kunstenaar het gemaakt? Quinn laat ons zijn denkbeeld over ‘het lichaam’ zien, hij laat ons nadenken over het lichaam. Hij communiceert met ons via het beeld (een communicatieve functie). Maar het is ook een mooi beeld, prettig om naar te kijken (een esthetische functie). Quinn stelt zichzelf vragen over ‘het leven’ en beantwoordt deze in de vorm van zijn beeldende kunst. In zijn kunst gaat het over het lichaam met zijn werking, zijn mogelijkheden en zijn gebreken. Soms gebruikt hij zijn eigen lichaam als model, maar hij gebruikt ook dat van anderen.

12


8

Sandro Botticelli De geboorte van Venus ca. 1483

Wat is het doel van de kunstenaar? Het beeld is van brons, maar lijkt van marmer. Marmer is het materiaal waarin de Griekse en Romeinse beeldhouwers schoonheid toonden met hun beelden van de goden en godinnen. Quinn zegt dat hij in zijn werk op zoek is naar het ideaal, naar de perfectie, maar hij vraagt zich ook af of we ons ideaal eigenlijk wel willen bereiken. Moet er niet altijd iets overblijven om naar te verlangen?

Citaat: “Het werk van Quinn is soms spectaculair en confronterend, op andere momenten is het ingetogen en ontroerend. Het thema is echter steeds weer de bezinning op het wonder van het leven.�

13


HET BEELDEND PROcES

Een kunstenaar, architect of ontwerper tovert geen beelden, gebouwen of voorwerpen uit een hoge hoed. Om tot het resultaat te komen dat hij in gedachten heeft, moeten veel stappen gemaakt worden. Elke stap is een onderdeel van een uitgebreid stappen­ plan. Dit noem je ook wel het beeldend proces. Op deze en de volgende pagina’s zie je als voorbeeld het beeldend proces dat de kunstenaar Ron Mueck doorliep bij het maken van zijn beeld ‘Een meisje’ uit 2006. Het is een voorbeeld van een stappenplan dat jij ook kunt gebruiken bij het maken van je eigen beeldend werk.

BEDENKEN 1 Wat ga ik maken?

1

Ron Mueck Ingebakerde baby 2002 12,7 x 50,8 x 21,6 cm

Ron Mueck is geïnteresseerd in mensen, van hun geboorte tot hun dood. Mensen zoals ze er in het echte leven uitzien. Hun jeugdige schoonheid (1), maar ook de kwetsbaarheid op hoge leeftijd (2). Bij Mueck kijken mensen naar zichzelf. Dat kijken naar jezelf wil Mueck extra aandacht geven door zijn beelden zo realistisch mogelijk te maken. Soms overdrijft hij dat realisme door de beelden meer dan levensgroot te maken.

2 Wat is belangrijk voor het resultaat? Om een realistisch resultaat te bereiken verdiept Mueck zich goed in de anatomie (de bouw) van het menselijk lichaam op verschillende leeftijden. Hij bestudeert ook hun houdingen, gezichtsuitdrukkingen en details, zoals de stofuitdrukking en de kleur van de huid.

3 Welke oplossingen zijn er? Het beeld ‘Een meisje’ maakt Mueck door het te modelleren in klei. Van dat beeld maakt hij later een mal. Die kan hij dan weer gebruiken om het definitieve beeld in kunststof te vormen.

4 Wat moet ik van tevoren weten? Mueck maakt een grote verzameling afbeeldingen: foto’s en illustraties uit kranten en magazines. Zo krijgt hij een beter beeld van het resultaat dat hij voor ogen heeft. Verder heeft hij boekenplanken vol kunstcatalogi en anatomieboeken. 2

14

Ron Mueck Zittende vrouw 1999 58 x 28 x 39 cm


maKEN 5 Experimenteren Met als inspiratiebron foto’s en illustraties van pasgeboren kinderen gaat Mueck aan het werk. Hij boetseert eerst een kleimodel van het kind (3). Hieraan werkt hij net zo lang tot dit model precies de gestalte en uitdrukking heeft van een pasgeboren kind.

6 De beste oplossing kiezen Het schaalmodel van de baby moet enorm worden vergroot. Om dat te doen heeft Mueck de volgende oplossing bedacht: van het kleimodel wordt een afgietsel gemaakt dat hij in gelijke plakken snijdt. De omtrek van elke plak heeft een bepaalde vorm. Deze vorm wordt sterk uitvergroot op houten plaatmateriaal en uitgezaagd (4). Alle platen tezamen vormen het skelet van de baby op de enorme grootte die Mueck gekozen heeft.

3

7 Het werkplan uitwerken Mueck is nu al een eind op weg met zijn werkplan. Hij heeft houten platen besteld voor het vervaardigen van het skelet en een grote hoeveelheid boetseerklei gekocht. Daarnaast heeft hij metaalgaas en gips nodig voor het bekleden van het skelet. Voor het maken van de mal en het uiteindelijke beeld heeft hij siliconen en glasfiber nodig. Hij heeft daarnaast foto’s gemaakt van echte baby´s voor het realistisch nabootsen van de huidskleur. 4

8 Het maken van het definitieve kunstwerk Mueck bevestigt eerst zo strak mogelijk kippengaas op het houten geraamte. Over het gaas brengt hij een laag gips aan (5). Het gips hecht aan het kippengaas en dat vormt de basis voor de kleilaag waarmee de uiteindelijke vorm van het meisje wordt gemodelleerd. Bij dat modelleren kijkt Mueck telkens goed naar een model van het meisje waarop hij de delen van het skelet heeft getekend (6).

5

6

15


HET BEELDEND PROcES

8

7

Mueck brengt grote hoeveelheden klei aan om de ‘huid’ van gips te bedekken. Om de anatomie te controleren heeft hij telkens het kleimodel bij de hand dat hij als eerste maakte. Zo heeft hij zoveel mogelijk controle over de juiste vormen en verhoudingen in het beeld (7 en 8). Als de grote vorm eenmaal gemodelleerd is, gaat Mueck het beeld tot in de kleinste details perfectioneren. Hij let op alle huidplooien en andere details. Waar de huid glad moet zijn, wordt de klei net zolang bewerkt tot dit resultaat bereikt is (9). 9

16


10

Als hij klaar is met het boetseren van het beeld, gaat hij de mal maken. Om te voorkomen dat de klei uitdroogt en gaat barsten, bespuit hij deze met schellak, daarna brengt hij een laag siliconen aan. De siliconenlaag neemt de kleinste details uit de klei over. De siliconenlaag wordt bedekt met lagen glasfiber die voor de stijfheid van de mal zorgen (10). Als de mal klaar is, wordt hij in stukken uit elkaar genomen. Mueck kiest de stukken zo dat hij later de uiteindelijke vormen zonder zichtbare naden aan elkaar kan maken. Bij het losmaken van de mal gaat het grote kleimodel volledig verloren (10). 11

In de mal wordt met polyester de uiteindelijke vorm van het beeld gemaakt. Om een natuurgetrouwe huidskleur te maken mengt Mueck al wat kleurstof door de polyesterhars dat hij met een kwast aanbrengt in de mal. Op deze manier ontstaat een door en door gekleurde huid. Bij het zo goed mogelijk benaderen van de huidskleur gebruikt Mueck foto’s op zijn computer en proefstukken van de buitenvorm (11). Daarna brengt Mueck met verf details op de huid aan zoals aderen. De haren worden stuk voor stuk in de ‘huid’ aangebracht (12). 12

17


HET BEELDEND PROcES

9 Het resultaat beoordelen Tijdens het hele proces controleert Mueck zeer nauwkeurig of alles goed gaat en het beeld wordt zoals hij bedacht had. Dit levert soms nieuwe ervaringen op waar hij bij het maken van een volgend beeld weer wat aan heeft.

10 Presenteren Uiteindelijk exposeert Mueck het beeld samen met andere in een galerie of museum (13).

13

Ron Mueck Een meisje 2006 110 x 502 x 134,5 cm

EVaLUErEN 11 Had ik het anders kunnen aanpakken? Mueck kiest zijn onderwerpen met zorg, maar hij bedenkt en probeert ook telkens nieuwe wegen om beelden te maken.

12 Verbeteren of een volgende keer beter doen Het maken van zo’n beeld is heel ingewikkeld. Elke stap in het proces kent zijn eigen problemen. Zo doet Mueck ideeÍn op om later tot een nog beter resultaat te komen.

18


Uitnodigende blikken Vier vrouwelijke schoonheden kijken je recht in de ogen. Op een mooie zomerse dag in Rome. Maar het had ook in Barcelona, Parijs of Amsterdam kunnen zijn. Want overal kom je ze tegen: tekenaars die jou graag met potlood of krijt willen vereeuwigen, zoals dat heet. Als je toehapt dan heeft hij een goede dag. Verdient足ie weer wat. En jij? Je gaat naar huis met een portret. Want zo noem je een afbeelding van een persoon. Van zijn hoofd of van heel zijn lijf, dat maakt niet uit, als het maar lijkt. Want daar gaat het vooral om bij het maken van een portret.

1

pOrTrET LIjKT HET EEN BEETjE?


1.1 1

pOrTrET IN SOORTEN EN MATEN

James Tissot Jonge vrouw in boot 1870 50 x 65 cm

2

Jock McDonald Meisje voor schoolbus

Lieve meisjes? Er bestaat niet één soort portret. Gelukkig maar, want dat zou heel saai zijn. Ieder portret is weer anders en vertelt een ander verhaal over de persoon die is afgebeeld. Maar vaak ook over de maker van het portret. Bekijk deze twee meisjesportretten maar eens. De jongedame in de roeiboot is er echt voor gaan zitten. Aan haar kleding kun je zien dat ze van zeer goede afkomst is. Ze heeft kennelijk genoeg tijd om al die dure kleren aan te (laten) trekken en voor het plukken van bloemen en een beetje varen met haar hond. Dromerig, maar ook zelfbewust kijkt ze de schilder aan. Het hele portret straalt het goede leven uit dat alleen voor sommige mensen is weggelegd. Heel andere koek is de foto van de kleuter in haar geruite rokje. Ze lacht de fotograaf toe. Zomaar een leuk kind dat even later in de schoolbus zal stappen. Maar dan moet je wel bereid zijn die enorme revolver over het hoofd te zien die ze nauwelijks goed in haar handen kan houden. Niet alleen het wapen is groot, maar ook de schoolbus. En dan die wat nors kijkende chauffeur die vanaf zijn hoge plaats meekijkt. Nee, dit is geen onschuldig portret. De fotograaf heeft duidelijk meer willen laten zien dan een frisse kleuter. Tussen deze twee meisjesportretten ligt een wereld van verschil. In die wereld wemelt het van de boeiende portretten. 6 Rombout Verhulst Portret van Willem­Joseph baron van Ghent ca. 1672 hoogte 42 cm

20


Godinnen met golvende manen Spiegeltje, spiegeltje aan de wand ... Wie wil niet de schoonste zijn? Sandro Botticelli schilderde al in 1480 een vrouw die niemand daarna nog kon vergeten. Eigenlijk is het geen echt portret, want we weten niet welke vrouw voor Botticelli heeft geposeerd. In ieder geval wilde Botticelli dat deze vrouw de godin van de liefde, Venus, zou verbeelden. Veel kunstenaars na Botticelli hebben vrouwen geportretteerd als aardse godinnen. John Currin maakt zijn al wat oudere vrouwen superslank en laat ze met zwarte ogen de beschouwer doordringend aankijken. Het in de jurk uitgeknipte hart en het bevallige handgebaar maken het beeld compleet.

3

Sandro Botticelli Geboorte van Venus ca. 1483

De foto van Ingrid Baars is een eigentijds voorbeeld van een portret waarin de vrouw als een godin wordt voorgesteld. Het afgebeelde model beeldt de popgodin Madonna uit. Zij is wat je noemt een lookalike. Kleding, houding en gezichtsuitdrukking doen de rest. Opvallend: we weten van geen van deze ‘portretten’ wie er echt is geportretteerd!

4 John Currin Harteloos 1977

5 Ingrid Baars Wannabees: Madonna

Dooie dienders Een goede reden om een portret te maken is dat je op die manier de herinnering aan een overleden persoon levend kan houden. Een mooi schilderij, beeld of een goed geslaagde foto kan dan voldoende zijn. Maar je kunt het levend houden van een herinnering ook heel letterlijk nemen. In dat geval maak je een soort dodenmasker van de overleden persoon. Dat deden de oude Romeinen al. Op afbeelding 7 zie je zo’n begrafenismasker. Het is gemaakt van was. De huidskleur is bedrieglijk echt en de glazen ogen staren je aan. Leg het masker in houtwol in een doos en je hebt voor altijd ‘contact’ met een geliefd of aanbeden persoon.

7 Wassen portret van Godard van Reede en Middachten ca. 1704

Het portret van klei in afbeelding 6 is bedoeld als dodenmasker, maar is er eigenlijk geen. De maker liet zich voor dit masker inspireren door schilderijen van de overledene die tijdens zijn leven waren gemaakt. Portretten vertellen niet altijd de waarheid. 21


1.2

pOrTrET IN DE MAAK 8

Carel Willink Zelfportret

9

Eva Besnyo Charly Toorop in haar atelier 1941

Op atelierbezoek Een portret kun je op veel plaatsen maken. ’s Zomers zie je veel portrettekenaars buiten aan het werk. Maar de meeste kunstenaars geven de voorkeur aan hun eigen werkplaats: het atelier. In het atelier heb je alles bij de hand, bijvoorbeeld als je schildert. Een schildersezel, een palet om de verf op te mengen, potten met kwasten en penselen en muren om schetsen op te hangen.

Daar begint het mee Schetsen zijn oefeningen. Je kunt ze maken in potlood of houtskool, maar ook ruimtelijk met klei. Schetsen of studies helpen je de juiste beslissing te nemen, voordat je aan het portret begint. 11a Julan Opie portret Virginia, huisvrouw 1 2000

10 11b

Atelier van Marlene Dumas 1995

Che Guevara

Plat of plastisch? Een portret kun je op verschillende manieren opzetten. Dat zie je aan de voorbeelden hiernaast. Het portret in afbeelding 11a bestaat alleen uit contouren (omtreklijnen) en egale (effen) kleurvlakken. Geen eenvoudige aanpak als je toch een sprekend portret wilt maken.

11c Käthe Kollwitz zelfportret en face 1904

22

In de kop in afbeelding 11b zie je wel schaduwen, maar toch lijkt de kop heel vlak. Dat komt doordat alle schaduwen dezelfde zwarte toon hebben. Heel anders is dat in afbeelding 11c. Door de geleidelijke toonovergang in de eigenschaduw lijkt deze kop echt ruimte in te nemen. Hij heeft wat je noemt plasticiteit.


Metalen smoelwerk Het masker dat je hiernaast ziet, is een onderdeel van een ijzeren Romeinse vizierhelm. Het ‘gezicht’ kon je omhoog klappen. Weer naar beneden geklapt, beschermde het de soldaat, terwijl de tegenstander toch het gevoel kreeg iemand aan te kijken. Een echt portret is het dus niet. Het maakte de soldaat juist anoniem.

12

Romeinse vizierhelm: replica van gezichtshelm uit de Waal bij Nijmegen eerste eeuw na Chr.

Daartegenover heeft het portret van de legeraanvoerder Cosimo I de Medici uit 1545 heel veel details (kleine onderdelen). De versieringen op zijn borstharnas zijn heel precies uitgevoerd en ook aan het hoofd is veel aandacht besteed. De beeldhouwer liet het portret in brons gieten. Door deze werkwijze kun jij je een voorstelling maken van een machtig man die lang geleden leefde.

13

Benvenuto Cellini Buste van Cosimo I de Medici 1545

Koppen modelleren Charlotte van Pallandt maakte een portret zonder details. Het lijkt onaf doordat er delen van het gezicht weggelaten zijn. Eerst boetseerde Van Pallandt dit beeld, daarna goot ze het in brons. De optelsom van de glad afgewerkte delen en de kloven en gaten geeft toch een goede indruk van het gezicht van de uitgebeelde persoon. Het in vorm brengen van een klomp klei om een kop te maken heet modelleren. Soms levert dat een realistisch portret op, een andere keer juist niet. Zoals dit portret dat Constantin Brancusi maakte van een kennis. De vorm van het hoofd en de grote ogen verklappen wel iets over het uiterlijk van deze vrouw.

14

Charlotte van Pallandt Portret van Fred Carasso 1969 hoogte 47 cm

Brancusi maakte het oppervlak zo glad mogelijk. Hij polijstte het. Op een aantal plaatsen liet hij het oppervlak ruw. Zo kreeg hij een mooie tegenstelling in de huid van het beeld. Die huid die je kunt zien en voelen, noem je de textuur.

15

Constantin Brancusi Mademoiselle Pogany 1913

Bekken trekken Een portret krijgt expressie, een uitdrukking, door er een gevoel of emotie in te verwerken. In de werken hieronder zie je vreugde, verdriet, woede en dwaasheid uitgedrukt. De uitbeelding van de ogen en de mond speelt daarbij een belangrijke rol. Ook de gezichtshuid, zoals rimpels, werkt daaraan mee.

16 Judy Chicago Drie gezichten van een man 1985 elk 137 x 90 cm

17a Franz Xaver Messerschmidt De spotter 1770 hoogte 44 cm

17b

Franz Xaver Messerschmidt Een lolbroek ca. 1775 hoogte 42 cm

17c Franz Xaver Messerschmidt Pruilerig oudje 1770 hoogte 32 cm

23


1.3

pOrTrET BETER BEKEKEN

Klatergoud Napoleon was in 1804 de machtigste man van Frankrijk. Om de uitstraling van zijn macht zichtbaar te maken nam hij een voorbeeld aan de Romeinse keizers. Hij liet zichzelf ook tot keizer kronen en zo zie je hem hier ook afgebeeld. De schilder Ingres maakte dit staatsieportret van Napoleon. Het is een plechtig portret. Met een strakke blik kijkt Napoleon de beschouwer (zijn onderdanen) in de ogen. Het portret is een en al klatergoud. Napoleon draagt een kostbaar gewaad van rood fluweel dat met goudstiksel is afgezet. De kraag en de voering zijn van hermelijnbont. Goud zie je ook in de voorwerpen die Napoleon vasthoudt en draagt: een scepter, een zwaard en een schouderketting. Net zoals de Romeinse keizers draagt hij op zijn hoofd een lauwerkrans. Al deze voorwerpen, de attributen, getuigen van de macht van Napoleon. Ingres heeft ze gedetailleerd en met een knap uitgewerkte stofuitdrukking afgebeeld. Uit het portret spreekt geen enkele bescheidenheid. Daardoor roept het gevoelens van weerzin op over zoveel vertoon van macht en rijkdom. 18 Jean Auguste Dominique Ingres Napoleon op de troon 1806

Breekbare roem Roem en rijkdom kunnen je naar het hoofd stijgen. Misschien heeft de Amerikaanse kunstenaar Jeff Koons daaraan gedacht toen hij dit levensgrote portret maakte van Michael Jackson en zijn aap Bubbles. Net zoals de sierbeeldjes die sommige mensen op een kast zetten, is dit beeld van geglazuurd aardewerk. Daardoor is het heel breekbaar. Even breekbaar als de roem van deze popartiest. Het goudglazuur is geen echt goud, net zoals veel aan Michael Jackson onecht is. Dat lijkt de boodschap die Koons jou wil voorhouden. 19 Jeff Koons Michael Jackson en Bubbles 1988 106,7 x 179,1 x 82,6 cm

24


20

George Maas Windsculpture 1

21

23

Megavision Model

Nicholas Sinclair Ralph

Een blik door de lens

22

Marcel van der Vlugt koffie 2001

Als er één middel is om portretten in allerlei variaties te maken dan is het wel de (digitale) fotografie. Door fotografie kan de kunstenaar talloze ideeën op een technisch volmaakte manier uitwerken. Daarvan zie je hier een aantal voorbeelden.

24

Koen Hauser Kosmoz No.3 2003

Al deze portretten zijn op hun eigen manier bijzonder. Neem bijvoorbeeld de foto van de figuur met de wapperende hoes over het hoofd. De print op de hoes wekt de indruk dat het een vrouw is, maar zeker is dat niet. De omhoog gerichte, opgewekte blik roept een positief gevoel op. Een portretfoto is vaak heel statisch; onbewogen. Kijk maar naar de overige portretten. Dat is in dit portret juist niet het geval. Door het wapperen van de hoes in de wind krijgt het een dynamisch (beweeglijk) karakter. Wat maakt de andere foto’s zo bijzonder? 25

Ingrid Baars Wannabees: Karl Lagerfeld

26 Jacques Dequeker Smekende vrouw 2003

25


1.4

pOrTrET MET EEN BOODScHAP Hello! Jongens houden een bord omhoog met daarop de tekst: ‘HELLO, my name is’. In het witte veld daaronder is een naam met pen of viltstift geschreven. Weinig bijzonders aan, zou je zo zeggen. Maar deze jongens zijn dakloos! En dakloze mensen zien we wel, maar kennen we niet. Ze hebben, zoals dat wordt genoemd, geen gezicht.

27

Michael Bowles Glichless

De Amerikaan Chad Rea bedacht een project om dakloze mensen een ‘gezicht’ te geven. Hij liet in Amerikaanse steden de hier getoonde naamborden verspreiden en vroeg fotografen om daklozen in hun stad met zo’n bord te fotograferen. Op deze manier probeerde Rea de Amerikanen een spiegel voor te houden: kijk, dit zijn ook medeburgers, alleen hebben ze geen dak boven hun hoofd. Michael Bowles fotografeerde Glichless in Washington. De jongen poseert naast een wagentje dat zwaar beladen is met allerlei spullen die hij dagelijks op straat meesjouwt om te kunnen overleven. Zijn speelgoedhond mag ook op de foto. Glichless staat voor het Witte Huis. Dat maakt deze foto nog interessanter. De president heeft een behoorlijk groot dak boven zijn hoofd.

28 Jay Newman Yacub

Digitale emotie Probeer je het volgende eens voor te stellen: Je staat alleen in een zaal van een museum waar allemaal oude schilderijen aan de muur hangen. Je bent verdiept in een geschilderd portret en ineens zie je vanuit je ooghoeken iets bewegen. Je bent toch alleen? Je draait je hoofd weer naar het schilderij en daar heb je het weer, die beweging! Je wist het nog niet, maar Bill Viola houdt je gezelschap. Hij maakte een bewegend schilderij. Nou ja, geen schilderij, maar een video-opname van twee mensen die telkens andere emoties in hun gezicht tonen. Door de oorspronkelijke video-opname van 45 seconden over 13 minuten uit te smeren zie je bijna geen beweging, terwijl de portretten toch veranderen. De video-opnamen plaatste Viola in schermen die op fotolijstjes lijken. Door ze in een zaal met oude kunst te hangen zijn de bezoekers er niet op bedacht dat er beweging in deze beelden zit. Viola weet door deze werkwijze het kijken naar mensen tot een heel intense ervaring te maken. Wie de tijd neemt, ziet op welke manier het menselijke gezicht bepaalde emoties uitdrukt.

29

Bill Viola De gesloten tuin 2000

26


Kennis etaleren In 1533 ontmoetten Jean de Dinteville en George de Selve elkaar in Londen. Zij waren daar als gezant van de Franse koning met een belangrijke opdracht. De Dinteville was diplomaat en De Selve was bisschop. Ter gelegenheid van deze ontmoeting vroeg De Dinteville de schilder Hans Holbein een portret van hen te maken. Het is een heel bijzonder portret geworden. De mannen leunen op een soort tafel die vol ligt met voorwerpen. Al die voorwerpen hebben met kennis en kunde te maken. Holbein gaf ze een plaats in het portret om te laten zien dat De Dinteville en De Selve geleerde vrienden zijn. De voorwerpen hebben een speciale betekenis of boodschap. Het zijn symbolen. Door die symboliek werd dit een heel speciaal portret. Zonnewijzer Op de zonnewijzer is als datum 11 april 1533 af te lezen. Een belangrijke dag in het leven van de gezanten. Misschien de dag dat ze elkaar ontmoet hebben?

Luit Om de muziek die je op een luit speelt goed te

30 Hans Holbein De Franse gezanten Jean de Dinteville en Georges de Selve 1533

laten klinken is er harmonie nodig. Daarom is de luit het symbool van de goede vriendschap tussen De Dinteville en De Selve. Maar er is wel een snaar gebroken! Dodelijke ernst De vreemde vorm op de voorgrond stelt een schedel voor. Dat ontdek je pas als je het schilderij onder een bepaalde hoek bekijkt. Met de schedel vertelt Holbein dat aan elk mensenleven een einde komt. Daarom is het belangrijk een oppassend leven te leiden. Wie zich alleen maar bezighoudt met de lichte dingen van het Hemel en aarde

leven, leeft een betekenisloos en nietszeggend

Bovenop de tafel staat een hemelglobe en op de plank daaronder ligt een wereld-

leven. In die tijd noemde men dat ijdelheid. Of

bol. Door de sterren te bestuderen kon je tijdens een zeereis je positie berekenen.

in de toen veelgebruikte Latijnse taal: vanitas.

Op de wereldbol staan de plaatsen aangegeven die belangrijk waren voor Jean de

De schedel is daarom een vanitassymbool.

Dinteville. 27


1.5

pOrTrET IN ANDERE TIjDEN

Vereeuwigen Een meisje zit wat te dromen op de bank. Haar houding is ontspannen, haar blik is afwezig. Ze let niet op de schilder of op de beschouwer. De schilder heeft dat moment gevangen en op het schilderij voor altijd vastgelegd. Hij heeft het dromende meisje vereeuwigd. Vereeuwigen is een belangrijke functie van portretten. Mensen vastleggen zoals ze zijn of zoals ze graag gezien willen worden. Vaak kun je goed zien dat de geportretteerde zich daarvan bewust is, omdat die je recht aankijkt of duidelijk poseert. Maar het kan ook lijken of je een foto neemt van iemand, terwijl die even niet oplet. Een snapshot noem je dat. Dat ziet er vaak een stuk natuurlijker uit dan een nadrukkelijk geposeerd portret. Je hebt dan een natuurlijk moment stilgezet en vereeuwigd. Schilderijen zijn nooit echte snapshots, daarvoor duurt schilderen of tekenen te lang: dit meisje weet natuurlijk best dat de schilder aan het werk is. Maar Liotard, de maker van deze pastel, geeft je toch dat gevoel. Het meisje kijkt weg, zodat je haar gezicht van opzij ziet, en profil. Hij benadrukt dat het maar een moment is, want hij laat zien dat het meisje eerst iets anders aan het doen was: lezen of haar haar goed doen. Daar gaat ze straks vast mee verder. Hij zet haar ruim in het beeldvlak, je ziet haar van een afstandje. Niet te dichtbij, want dan stoor je haar: ze is alleen met haar gedachten. Voor dat effect plakte hij zelfs een extra stuk bovenaan het papier, terwijl hij bezig was. Hij zette zijn model in koel, natuurlijk licht en gebruikte zachte, geleidelijke toon­ overgangen voor een realistisch effect. We weten niets van dit meisje. We kennen haar alleen van dit vereeuwigde moment. Wel kun je zien dat ze modebewust was: ze draagt ‘Turkse stijl’, de destijds nieuwste mode. Ook de bank en het kleed horen daarbij. En let dan eens op hoe precies Liotard zijn compositie in kleur opbouwde: wit, grijs, blauw en roze. Koele kleuren, die nog meer afstand scheppen tot deze onbekende droomster. Waar zou ze aan denken?

31 Jean-Étienne Liotard Portret van een vrouw in Turks kostuum ca. 1752-1754

28


32

Thomas Gainsborough Mr. and Mrs. Robert Andrews 1750

Huwelijksfoto’s zijn wel het toppunt van poseren. En dit schilderij, 250 jaar oud net als het portret van het dromende meisje, is een huwelijksportret. Romantiek ontbreekt, maar in die tijd waren alle huwelijken gearrangeerd en van liefde hoefde geen sprake te zijn. Toch wilde Gainsborough, de schilder, het niet al te stijfjes maken. Bruidegom en bruid verkennen hun nieuwe landgoed en terwijl de bruid even uitblaast op een bankje schiet de bruidegom wat wild. Dat is ongeveer de scène die Gainsborough schilderde. Het grootste deel van het schilderij bestaat uit landschap, maar door stevige kleurcontrasten in de kleding van het bruidspaar springen ze er toch uit. Het is een ontspannen moment in de natuur, waarmee ze hun huwelijk en deftigheid lieten vereeuwigen. Heel wat bruiloftsfotografen gebruiken nog steeds datzelfde idee!

De portretten zijn allebei geschilderd in de achttiende eeuw, de tijd van pruiken en revoluties. De stijl noem je rococo. Dat is een zwierige stijl: mensen waren dol op krullen, plooien, glimmende stoffen, bloemen en exotische dingen, zoals mode uit Turkije en serviesgoed uit China. Schilderijen uit die tijd hebben vaak vrolijke kleuren en de mensen die erop staan, zijn modieus en elegant. 29


1.6

pOrTrET NU

Portretten vereeuwigen mensen, gebeurte足 nissen, momenten in een leven. Portretten worden tegenwoordig vooral door foto足 grafen gemaakt, maar ook schilders en beeldhouwers weten er weg mee. Salvador Dali was een schilder die van absurde dingen hield. Dit fotoportret laat dat goed zien. Het is een vereeuwigd moment, als het ware in volle vlucht vastgelegd. Er kwam geen truc aan te pas, de gebeurtenis is echt: de katten en het water werden echt door de studio gegooid, terwijl Dali sprong. Het moest 28 keer over voor alles precies goed was. Het is een portret van Dali, maar vooral van zijn absurde fantasie. 33

Philippe Halsman Dali Atomicus 1948

Lucian Freud schildert zichzelf. Dat noem je een zelfportret. Hij ziet zichzelf in een spiegel die op de grond ligt. Daardoor zie je hem van onderaf, in een sterke verkorting. De achtergrond is het plafond. Schilders experimenteren vaak in zelfportretten. Met jezelf als model kun je de gekste dingen verzinnen, de geportretteerde sputtert toch niet tegen!

35

Emo Verkerk Portret van Georges Simenon 1987

34 Lucian Freud Weerspiegeling met twee kinderen (zelfportret) 1965

Emo Verkerk maakt een portret met weinig. Een neus van koper, een ruwe pijp en twee spijkers in de muur: een gezicht. Typisch de schrijver Georges Simenon, met zijn prikoogjes en eeuwige pijp. Verkerk laat alle details weg. Hij vereeuwigt vooral de kern: wat maakt deze man herkenbaar? 30


36

Jeroen Henneman De Schreeuw 2006

Theo van Gogh, een filmmaker en schrijver, is vermoord. Hij schreeuwde zijn mening nogal luid van de daken, tot een tegenstander hem op straat doodschoot. Jeroen Henneman maakte toen een beeld van hem. Je ziet Van Goghs gezicht en profil, opgebouwd uit stalen stroken. Bij elke strook, van binnen naar buiten gezien, gaat zijn mond verder open, tot hij schreeuwt. Theo van Gogh is dynamisch vereeuwigd. Schreeuwt hij zijn mening, van woede of van pijn? In elk geval schreeuwt hij voor altijd.

Reinier Gerritsen fotografeerde overal in Europa mensen die op het stoplicht wachten. Hij deed dat van flinke afstand, zodat hij niet in de gaten liep. Het zijn een soort snapshots. Daarom zie je de mensen in hun gewone doen. Maar Gerritsen besteedde veel aandacht aan de compositie. De foto’s zijn vol beweging en afwisseling in kleur, grootte, kijkrichting en zelfs scherpte. Ieder mens is helemaal zichzelf, betrapt op een onbewaakt ogenblik. Maar het is nauwelijks te ontdekken in welk land een foto gemaakt is. Gerritsen monteerde in de computer zelfs een aantal foto’s uit verschillende landen aan elkaar tot één panorama. De Europeanen met zijn allen vereeuwigd! 37 Reinier Gerritsen De Europeanen 2007

38 Reinier Gerritsen Europeanen nr. 520 2006

31


1.7

pOrTrET FINALE

WaT iS EEN pOrTrET?

TOEN EN NU

Een portret is een afbeelding van een persoon. Dat kan een ge-

Portretten zijn van alle tijden. Mensen lieten zich vroeger graag

zicht zijn, maar ook het hele lichaam. Een portret kan geschilderd

vereeuwigen op een schilderij. Ook nu worden mensen vereeu-

zijn, gefotografeerd of bijvoorbeeld gebeeldhouwd. Ook doden-

wigd. Soms wordt alleen het belangrijkste vastgelegd. Bijvoorbeeld

maskers zijn portretten, maar dan van overledenen.

de schreeuw van Theo van Gogh.

Belangrijke vorsten of staatslieden, zoals Napoleon, lieten zich vereeuwigen in een staatsieportret.

Als men ging trouwen, werd er een portret van de huwelijks-

Sommige portretten dragen een boodschap uit of laten een sterke

partners gemaakt. Er werd echt voor geposeerd, soms in een

emotie zien. Ook zijn er portretten met veel symbolen, waar-

mooi landschap. Tegenwoordig gebruiken bruiloftsfotografen nog

door er een speciale betekenis aan het portret gegeven wordt.

steeds datzelfde idee: trouwfoto’s in een mooie omgeving.

Realistische portretten lijken goed op de werkelijke persoon die

Een momentopname is met een fototoestel snel gemaakt. Je

wordt uitgebeeld.

krijgt dan een portret van iemand zoals die werkelijk is. Schilders

Een portret van de schilder of beeldhouwer door de kunstenaar

probeerden vroeger zo’n momentopname te maken door bijvoor-

zelf gemaakt heet een zelfportret.

beeld een groter beeldvlak om de geportretteerde te maken of door iemand van opzij te schilderen.

WaT KUN jE zO zEggEN? Als je een portret beter bekijkt, kun je ontdekken wat de kunste-

HaNDEN UiT DE mOUWEN

naar met zijn portret wil zeggen.

In het praktijkboek Arti BV staan de volgende opdrachten:

Het staatsieportret van Napoleon laat zien dat hij niet bescheiden

• Op verkenning

was, maar zich graag liet afbeelden met alle macht en rijkdom die

• Kijk mij nou!

hij had.

• Vreemde portretten

Het geglazuurde beeld van Michael Jackson toont eigenlijk hoe

• Een verrassend portret

breekbaar de roem van deze popster is.

Om te weten atelier attribuut beeldhouwer beeldvlak beschouwer contour detail dodenmasker dynamisch

32

egaal eigenschaduw en profil expressie inspireren kleurcontrast model modelleren natuurlijk licht

palet panorama pastel plasticiteit plastisch polijsten portret poseren realistisch

Rococo schildersezel schetsen snapshot staatsieportret statisch stofuitdrukking studie symboliek

symbool textuur toon toonovergang vanitas vanitassymbool verkorting zelfportret


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Arti kunstboek thv by ThiemeMeulenhoff - Issuu