Skip to main content

Groep 7 | blok 5 | maatwerkschrift | antwoorden

Page 1

naam:

Blok 5

m a at

werkschrift antwoorden

9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 1

27/07/2020 12:55


9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 2

27/07/2020 12:55


GROEP 7 maatwerkschrift antwoorden

Blok 5

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort

9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 1

27/07/2020 12:55


Blok 5

LES 1

lesdoel Ik leer delen door herhaald aftrekken, in zo min mogelijk stappen.

1 Nu jij!

Ik reken zo: Op de veerboot kunnen 70 auto’s. Hoe vaak moet de veerboot op en neer om 884 auto’s naar Ameland te brengen?

8 8 4 : 7 0 = 1 2 r 44

De veerboot moet

13

keer op en neer.

2 Reken uit.

vakantie film

40 Mb/s

mijn film

20 Mb/s

Je wilt een filmpje van 840 MB downloaden. De downloadsnelheid is 40 Mb per seconde. Hoe lang duurt het voordat het filmpje is

Je wilt een filmpje van 620 MB uploaden. De uploadsnelheid is 20 MB per seconde. Hoe lang duurt het voordat je filmpje online staat?

gedownload? Het duurt 21

Het duurt 31

seconden.

seconden.

3 Reken uit. 427 : 7 = 61

112 : 8 = 14

342 : 6 = 57

294 : 3 = 98

621 : 9 = 69

152 : 4 = 38

184 : 8 = 23

856 : 8 = 107

650 : 50 = 13

560 : 40 = 14

690 : 30 = 23

441 : 7 = 63

774 : 9 = 86

976 : 8 = 122

693 : 9 = 77

680 : 40 = 17

4 Reken uit.

6 7 2 : 6 = 1 1 2

In een eierdoos gaan 6 eieren. De bakker bestelt 672 eieren. Hij krijgt 112

dozen.

De bakker verkoopt 9 broodjes per zak. Op 1 dag bakt hij 324 broodjes.

In een doosje gaan 12 koekjes. De bakker bakt 876 koekjes per dag.

Hij vult 36

Hij vult 73

zakken.

doosjes.

2

9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 2

27/07/2020 12:55


5 Maak vast. =

=

561 : 3

175

522 : 9

56

700 : 4

124

268 : 4

58

868 : 7

116

252 : 3

67

896 : 8

187

392 : 7

84

928 : 8

112

594 : 9

66

6 Reken uit. 533 : 10 = 53

r3 987 : 20 = 49 r 7 683 : 30 = 22 r 23 785 : 50 = 15 r 35

344 : 40 = 8

r 24 587 : 70 = 8 r 27 970 : 20 = 48 r 10 785 : 30 = 26 r 5

845 : 40 = 21

r5 664 : 70 = 9 r 34 744 : 20 = 37 r 4 852 : 30 = 28 r 12

218 : 30 = 7

r8 922 : 50 = 18 r 22 482 : 70 = 6 r 62 415 : 50 = 8 r 15

7 Reken uit. Met 1 liter benzine rijdt de auto 15 km. Met een volle tank van 40 liter rijdt de auto

600

km.

1 De tank van de auto zit voor deel vol 3 met benzine. Er zit wel / niet genoeg benzine in de tank om van Maastricht naar Groningen (300 km) te rijden zonder te tanken. Ik reken zo: Met

40 liter benzine kun je 600 1 1 km rijden. De tank zit voor 3 Â vol. 3 x 600 = 200 km. Dat is niet genoeg.

334,5 km

Er is 8 liter benzine nodig om van Eindhoven naar Amsterdam (120 km) te rijden.

123,4 km

Ik reken zo: Met

1 liter benzine kun je 15 km rijden. Met 8 liter rij je 120 km

3

9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 3

27/07/2020 12:55


Blok 5  LES 2 1

Deze opgave maak je digitaal.

2 Reken uit. lengte

breedte

hoogte

8 dm

7 dm

3 dm

20 cm

3 cm

12 cm

40 dm

25 dm

12 dm

10 m

0,5 m

1m

8m

2m

3,5 m

inhoud

168 dm3 720 cm3 12.000 dm3 5 m3 56 m3

lengte

breedte

hoogte

5 cm

4 cm

7 cm

9 dm

5 dm

6 dm

2 cm

3 cm

2,5 cm

15 dm

18 dm

4 dm

6m

20 m

7m

inhoud

140 270 15 1080 840

cm3 dm3 cm3 dm3 m3

3 Schat eerst, reken daarna precies. De som: 320 × 68 = 43 × 2100 = 55 × 440 = 67 × 95 = 123 × 45 = De som: 394 : 68 = 713 : 48 = 915 : 25 = 875 : 12,5 = 531 : 18 =

Ik schat:

Ik reken precies:

300 x 70 = 21.000 45 x 2000 = 90.000 60 x 400 = 24.000 70 x 90 = 6300 125 x 40 = 5000

21.760 90.300 24.200 6365 5535

Ik schat:

Ik reken precies:

420 : 70 = 6 750 : 50 = 15 900 : 25 = 36 870 : 10 = 87 540 : 20 = 27

5,8 14,9 36,6 70 29,5

De som: 37 × 62 = 459 : 9 = 715 : 25 = 22 × 61 = 71 × 39 =

4

deelsommen

×

= 1025

×

= 1200

×

= 875

×

= 625

Ik reken precies:

40 x 60 = 2400 460 : 10 = 46 700 : 25 = 28 20 x 60 = 1200 70 x 40 = 2800

2294 51 28,6 1342 2769

Meerdere antwoorden mogelijk.

Bedenk een som bij de getallen. keersommen

Ik schat:

keer–en deelsommen

:

= 12

:

=8

:

= 15

:

=9

×

=

:

=

×

=

:

=

4

9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 4

27/07/2020 12:55


lesdoel Ik leer delen door herhaald aftrekken, in zo min mogelijk stappen.

5 Reken uit. 133 : 9 = 14

r7 255 : 6 = 42 r 3 376 : 4 = 94 128 : 8 = 16

338 : 9 = 37

r5

523 : 30 = 17

r 13 688 : 80 = 8 r 48 742 : 60 = 12 r 22 872 : 40 = 21 r 32

504 : 6 = 84 722 : 9 = 80

r2

128 : 8 = 16

455 : 90 = 5

r5 763 : 30 = 25 r 13 691 : 20 = 34 r 11 217 : 90 = 2 r 37

6 Reken uit.

In de boekenkast staan 659 boeken. Er passen 20 boeken in een doos.

Er kunnen 8 glazen in een doosje. In de kast staan 245 glazen.

Er moeten 980 dozen verhuisd worden. Ik moet 7 keer rijden. In een verhuisbus

Ik heb 33

Ik heb 31

passen 141

dozen nodig.

6 5 9 : 2 0 = 3 2 r 19

doosjes nodig.

2 4 5 : 8 = 3 0 r5

dozen.

9 8 0 : 7 = 1 4 0

7 Reken uit. Dit recept is voor 24 personen. Reken om naar 12 personen.

24 personen 2700 gram pasta 3600 ml water 360 gram Italiaanse kaas 18 bosuitjes 408 gram kappertjes 12 paprika’s 432 ml witte wijnazijn 3 basilicumplanten 1236 gram tomaatjes

12 personen

1350 1800 180 9 204 6 216 1,5 618

gram ml gram bosuitjes gram paprika’s ml basilicumplanten gram tomaatjes

5

9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 5

27/07/2020 12:55


Blok 5 

LES 3

lesdoel Ik oefen rekenen met inhoud en inhoudsmaten.

1 Nu jij! Per dag moet je ongeveer 1 liter water drinken.

Met 3 flesjes van 330 ml kun je

Een glas van 2 dl moet je dan 5

ongeveer 5 glazen vullen van 2 dl. Om 15 glazen te vullen heb

keer vullen.

Een glas van 25 cl moet je dan 4

keer vullen.

Een fles van 500 ml moet je dan 2

keer vullen.

ik 9

flesjes nodig.

2 Reken uit. In een fles bronwater zit 1,5 liter. Er gaan 6 flessen in een krat. Er zit 9

liter bronwater in een krat.

Met 1 liter kan ik 5

glazen van 2 dl vullen.

Met 9 liter kan ik 45

glazen van 2 dl vullen.

3 Vul in. druppel

eetlepel

drinkglas

literpak

emmer

melk 1l

1 ml

De som is: 3

De som: 2

1 cl

20 cl

x 20 = 60 cl

1l

10 l

Samen 60

melk

melk

1l

1l

x 10 + 2 x 1 = 22 l

cl = 0,6

l.

Samen 22

l.

4 Vul in. Kies uit de referentiematen van opgave 3. Zet het juiste aantal voor de referentiematen. Gebruik zo weinig mogelijk referentiematen. 18 l

1 8 0 0 0

emmer(s) literpak(ken) drinkglazen eetlepel(s) druppel(s)

0,25 liter

7,5 cl

0 0 1 5 0

0 0 0 7 5

emmer(s) literpak(ken) drinkglazen eetlepel(s) druppel(s)

1,2 l emmer(s) literpak(ken) drinkglazen eetlepel(s) druppel(s)

0 1 1 0 0

emmer(s) literpak(ken) drinkglazen eetlepel(s) druppel(s)

6

9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 6

27/07/2020 12:55


5 Zet op volgorde van klein naar groot. 2l

20 cl

2500 ml

30 dl

0,5 dl

450 ml

0,4 l

9 dl

20 cl

2l

2500 ml

30 dl

0,5 dl

0,4 l

450 ml

9 dl

80 cl

0,5 l

400 ml

4,8 dl

1920 ml

18 dl

184 cl

200 cl

400 ml

4,8 dl

0,5 l

80 cl

18 dl

184 cl

1920 ml

200 cl

40 ml

1200 ml

354 cl

28 cl

6,7 cl

83 ml

0,15 l

0,75 dl

40 ml

28 cl

1200 ml

354 cl

6,7 cl

0,75 dl

83 ml

0,15 l

6 Vul in. dl

850 dl = 85

l

35 cl = 3,5

dl

750 ml = 0,75

l

450 ml = 4,5

dl

95 ml = 9,5

cl

800 cl = 8

l

65 cl = 0,65

l

1,5 l = 1500

ml

5500 ml = 5,5

l

25 dl = 2,5

l

30 cl = 300

ml

42 l = 420

7 Omcirkel het juiste antwoord. 400 ml +

ml = 0,5 l

3,4 l +

l = 3,45 l

89 cl +

cl = 0,95 l

0,1 – 10 – 100 – 5 – 50

50 – 0,5 – 500 – 5 – 0,05

0,6 – 6 – 60 – 30 – 3

33 cl +

480 cl +

24 dl +

cl = 0,5 l

cl = 7,2 l

dl = 5,6 l

177 – 77 – 17 – 17,7 – 0,17

2,4 – 24 – 240 – 12 – 120

0,3 – 0,32 – 3,2 – 30 – 32

2,3 l +

7,5 dl +

5,8 l + ... l = 7,5 l

l=4l

dl = 1 l

17 – 2,7 – 1,7 – 70 – 0,17

0,25 – 2,5 – 25 – 5 – 50

2,7 – 27 – 1,7 – 0,17 – 0,27

1281 ml +

655 ml +

33 cl + ... cl = 3,3 l

ml = 1,8 l

1,19 – 5,19 – 519 – 51,9 – 119

ml = 1,5 l

8,45 – 84,5 – 845 – 74,5 – 745

8

Meerdere antwoorden mogelijk.

Reken uit. Supermarkt Boersma verkoopt 4 flessen bronwater van 1,5 liter voor € 5,75. Je ontvangt een gratis bidon bij je aankoop.

100 – 297 – 300 – 287 – 29,7

Supermarkt Evertsen verkoopt 9 flessen bronwater van 1 liter voor € 9,99. De flessen worden gratis thuisbezorgd.

Ik kies voor supermarkt

Supermarkt de Vries verkoopt 3 flessen bronwater van 2 liter voor € 5,58.

, omdat Bijvoorbeeld:

de Vries, deze is in

verhouding de goedkoopste of Evertsen, deze bezorgt gratis thuis. 7

9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 7

27/07/2020 12:55


Blok 5  LES 4 1

Deze opgave maak je digitaal.

2 Vul in. 1600 vogels in het park

900 bomen in het park

vogels in het park

bomen in het park eiken

mussen

kastanjebomen

merels

lindebomen

eksters

essen

koolmezen

beuken

houtduiven

400 160 320

mussen merels

400 320

dennebomen

koolmezen houtduiven

eksters

225 90 135

eiken kastanjebomen lindebomen

45 225 180

essen beuken dennebomen

3 Reken uit. Reken de omtrek en de oppervlakte van het plein en de gebouwen van fort Wierickerschans uit. veldkeuken plein kuiphuis kruithuis

10 meter

Het plein: omtrek 160

x 40 = 1600 De veldkeuken: omtrek 32 m; oppervlakte 12 x 4 = 48 Het kuiphuis: omtrek 36 m; oppervlakte 14 x 4 = 56 Het kruithuis: omtrek 40 m; oppervlakte 12 x 8 = 96

4

m; oppervlakte 40

m2 m2 m2 m2

Meerdere antwoorden mogelijk.

Reken uit en teken.

Reken de oppervlakte en omtrek van vesting A uit.

A

B

Oppervlakte = 1400

m2

Omtrek = 200

m.

Reken de oppervlakte en omtrek van vesting B uit. Oppervlakte = 1950

m2

Omtrek = 290

m.

Teken een plattegrond van vesting C met oppervlakte 300 m2. Teken een plattegrond van vesting D met omtrek 120 m. 5m

8

9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 8

27/07/2020 12:55


lesdoel Ik oefen rekenen met inhoud en inhoudsmaten.

5 Vul in < > of = 20 ml + 330 ml 3 × 0,25 l 4 × 250 ml 2 × 75 cl

< > > <

0,5 l

3 × 25 dl

700 ml 0,9 l

4 × 100 ml 75 ml + 375 ml

2l

5 × 11 dl

< > < >

800 cl

8 × 40 ml

3,5 dl

65 cl – 35 cl

5 dl

2 × 33 dl

5l

10 × 0,34 l

> < > >

30 cl 3,5 dl 6l 300 cl

6 Vul in. 1 druppel = 1 ml

1 eetlepel = 1 cl

1 drinkglas = 20 cl

1 melkpak = 1 l

1 emmer = 10 l

2,5 drinkglazen = 50

cl

2 emmers + 1,5 melkpak

= 21,5

l

3,5 melkpakken = 3,5

l

5 drinkglazen + 1 melkpak

=2

l

= 50

ml

2,8 emmers

= 28

l

3,8 eetlepel + 12 druppels

1 emmer

= 50

drinkglazen

4 drinkglazen + 15 druppels = 815

ml

100 eetlepels

=1

melkpak

3,7 melkpakken + 8 eetlepels = 378

cl

7 Reken uit.

Uit de badkraan komt 8 liter water per minuut. Een bad van 148 liter is gevuld

De afvoer is stuk. Ik schep het volle bad (148 liter) leeg met een emmer waar 6 liter in kan.

Er komt 12 liter water per minuut uit de douchekraan. Ik verbruik 150 liter water.

in 18,5

Ik moet 25

Ik heb 12,5

minuten.

keer scheppen.

minuut gedoucht.

8 Reken uit. Tube tandpasta: 75 ml Douchegelpompje: 25 cl Fles badschuim: 5 dl Flesje nagellak: 15 ml Nagellakremover: 175 ml Potje gezichtscrème: 30 ml Flesje parfum: 40 ml De inhoud van tandpasta + nagellak + nagellakremover + gezichtscrème + parfum = 335 De inhoud van douchegelpompje + badschuim = 7,5 Waar of niet waar? 10 potjes gezichtscreme = 20 flesjes nagellak 3 tubes tandpasta > 7 potjes crème 1 fles badschuim < 6 tubes tandpasta 3 flesjes parfum = 4 potjes gezichtscreme

ml.

dl.

waar / niet waar waar / niet waar waar / niet waar waar / niet waar

9

9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 9

27/07/2020 12:55


Blok 5  LES 5 1 Reken handig.

2v

2 × 3,5 = 1

× 7

= 7

12 × 2,5 = 6

× 5

= 30

34 × 4,5 = 17

× 9

2,25 × 84 = 9

× 6

= 30

124 × 4,5 = 62

× 9

= 558

= 153

5,2 × 25 = 26

× 5

= 130

× 21

= 189

1,125 × 888 = 9

× 111

= 999

8 × 7,5 = 4

× 15

= 60

24 × 1,5 = 12

× 3

= 36

6 × 4,5 = 3

× 9

= 27

8 × 1,25 = 4

× 2,5

= 2

× 5

25 × 1,2 = 5

= 10

Nu even anders. Knip de Triominoskaartjes uit het knipblad. Leg de zijdes met gelijke inhoud tegen elkaar. Probeer de kaartjes zo te leggen dat onderstaande figuur ontstaat.

10

9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 10

27/07/2020 12:55


extra oefenen 1 Vul in. 0,3 l + 2,2

l

= 2,5 l

0,8 l + 0,2

250 ml + 750

ml = 1 l

70 cl + 80

12,5 dl + 7,5

dl = 2 l

6 dl + 9

dl = 1500 ml

l

18 cl + 12

= 10 dl

cl = 3 dl

cl = 1,5 liter

1,6 l + 0,4

l = 2000 ml

3 dl + 7

dl = 100 cl

8 dl + 12

dl = 2 liter

1,7 ml + 0,8

ml = 0,25 cl

42 cl + 18

cl = 600 ml

2 Zet een lijn bij de juiste hoeveelheid. 1 druppel = 1 ml

l

1

10

1 eetlepel = 1 cl

l

dl

1

10

dl

1 drinkglas = 20 cl

l

1

10

l

dl

1

10

1 melkpak = 1 l

dl

l

1

10

dl

l

1

9

9

9

9

9

8

8

8

8

8

8

7

7

7

7

7

7

6

6

6

6

6

6

5

5

5

5

5

5

4

4

4

4

4

4

3

3

3

3

3

3

2

2

2

2

2

2

1

1

1

1

1

1

0

0

0

0

0

0

220 druppels

45 eetlepels

1 melkpak 2

3,5 drinkglazen

0,8 melkpak

a Maak de deelsom. Aantal leerlingen: 20. Totale kosten: € 304. Het schoolreisje kost per leerling.

b Bedenk zelf een deelsom over het schoolreisje. antwoorden Zet getallen in de hokjes. Aantal leerlingen: Bedenk zelf: Aantal leerlingen: Aantal hulpouders: Totale kosten: € 342.

dl

9 dl

3

€ 15,20

10

9

Meerdere mogelijk.

Aantal leerlingen per hulpouder:

Dit is mijn deelsom:

Kosten per leerling: €

304 : 20 = 15 r 4

Dit is mijn deelsom:

Dit is mijn deelsom:

Een kok gebruikt 693 champignons. Op 1 pizza zitten 9 champignons.

Een kok heeft 785 gram kaas. Op 1 pizza zit 90 gram kaas.

4 Reken uit.

Een kok gebruikt 408 tomaten. Op 1 pizza zitten 6 tomaten. Hij maakt 68

pizza's.

Hij maakt 77

pizza's.

Hij kan 8 pizza's maken met de juiste hoeveelheid kaas.

11

9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 11

27/07/2020 12:55


Blok 5

LES 6

lesdoel Ik leer hoe verhoudingen, procenten en breuken bij elkaar horen.

1 Nu jij! a Verdeel 2 pizza’s over 4 personen.

2 = 1 4 2 %. Ieder persoon krijgt 50 Ieder persoon krijgt

b Verdeel 4 pizza’s over 6 personen.

4 = 2 6 3 Ieder persoon krijgt 66,67 %.

deel.

Ieder persoon krijgt

deel.

c Vul in. pizza

2

1

6

24

pizza

4

2

6

24

personen

4

2

12

48

personen

6

3

9

36

2 Vul in.

1 2 1 op de 2 50

3 4

1 5

3 op de 4 75

1 op de 5 20

%

%

4 10

4 op de 10 40 %

%

3 a Vul het percentage in.

b Vul de breuk in.

1 = 50 2

%

1 = 20 5

%

30% =

1 = 25 4

%

1 = 10 10

%

25% =

1 = 10 10

%

1 = 33,3 % 3

60% =

3 = 75 4

%

2 = 40 5

10% =

%

3 10 1 4 6 of 3 10 5 1 10

50% = 90% = 33,3% = 75% =

1 2 9 10 1 3 3 4

4 Vul in. oranje blokjes

2

4

20

40

totaal aantal blokjes

5

10

50

100

oranje blokjes

4

8

14

20

totaal aantal blokjes

20

40

70

100

oranje blokjes

2

4

6

20

totaal aantal blokjes

7

14

21

70

oranje blokjes

3

6

30

60

totaal aantal blokjes

9

18

90

180

12

9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 12

27/07/2020 12:55


5 Vul in < > of = 1 3

>

20%

4 8

=

50%

6 10

<

65%

6 8

<

80%

3 4

>

60%

4 5

>

60%

2 4

>

40%

4 6

>

60%

1 5

<

25%

2 3

<

70%

4 5

>

75%

3 5

>

50%

3 10

=

30%

2 5

>

20%

3 3

>

99%

1 4

<

28%

6 Reken uit. Gebruik de verhoudingstabel. 3 op de 5 tegels zijn zwart.

zwarte tegels

3

60

6

12

24

60

totaal aantal tegels

5

10

20

40

100

3 op de 4 ballonnen zijn kapot.

kapotte ballonnen

3

75

30

15

60

75

totaal aantal ballonnen

4

40

20

80

100

2 op de 10 bloemen zijn rood.

rode bloemen

2

20

4

8

10

20

totaal aantal bloemen

10

20

40

50

100

% van de tegels is zwart.

% van de ballonnen is kapot.

% van de bloemen is rood.

7 Vul in. 10% van 20 = 2

30% van 200 = 60

70% van 200 = 140

25% van 360 = 90

20% van 60 = 12

40% van 600 = 240

60% van 500 = 300

10% van 1200 = 120

50% van 30 = 15

10% van 450 = 45

75% van 1000 = 750

40% van 900 = 360

90% van 100 = 90

50% van 800 = 400

10% van 700 = 70

50% van 700 = 350

8

Meerdere antwoorden mogelijk.

Teken de kledingstukken.

1 deel draagt een sjaal. 5

1 op de 2 draagt een hoed. 20% draagt bruine schoenen.

50% draagt handschoenen.

13

9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 13

27/07/2020 12:55


Blok 5  LES 7 1

Deze opgave maak je digitaal.

2 Reken uit.

600 kaarten voor een voetbalwedstrijd. 253 kaarten verkocht.

Dit jaar gaan er 957 mensen op wandelvakantie in Frankrijk. Vorig waren dat er 284 minder.

Nog 347

Vorig jaar gingen er 673 wandelvakantie in Frankrijk.

kaarten over.

In de februari worden er 894 kaarten verkocht voor de ijsbaan. In de maart zijn dat er 367 minder. In de maart worden er 527 verkocht.

mensen op

845 deelnemers aan de marathon. 683 mensen halen de finish.

162

kaarten

deelnemers halen de finish niet.

3 Vul in. a Vul het verschil tussen de tijden in.

b Tel 1 honderdste verder.

34,36 sec

35,00 sec

= 0,64 sec

57,28 sec

42,28 sec

43,00 sec

= 0,72 sec

37,02 sec

55,68 sec

56,00 sec

= 0,32 sec

59,99 sec

14,43 sec

14,00 sec

= 0,43 sec

24,09 sec

19,71 sec

20,00 sec

= 0,29 sec

48,37 sec

57,29 37,03 60,00 24,10 48,38

4 a Reken uit.

b Reken uit. Gebruik uitrekenpapier 289 – 190 = 99

5 7 2

2 3 4

1 9 9

718 – 209 = 509

2 3 7 –

2 1 8 –

1 0 1 –

631 – 212 = 419

1 6

9 8

446 – 329 = 117

3 3 5

14

9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 14

27/07/2020 12:56


lesdoel Ik leer hoe verhoudingen, procenten en breuken bij elkaar horen.

5 Vul in. verschillende sporten in de klas

sporten in de klas voetbal hockey tennis dans

Op voetbal en hockey zit samen 75

3 4

Dit is

deel of 3

op de 4

sport

percentage breuk

dans

12,5

%

voetbal

50

%

hockey

25

%

tennis

12,5

%

verhouding

1 8 1 2 1 4 1 8

1 op de 8 1 op de 2 1 op de 4 1 op de 8

% van de leerlingen. leerlingen.

6 Kleur. 50%

40%

60%

75%

25%

10%

80%

8 10

1 10

3 4

6 10

1 4

4 10

1 2

1 op de 4

1 op de 10

3 op de 4

4 op de 10

8 op de 10

1 op de 2

6 op de 10

7

Meerdere antwoorden mogelijk.

a Kruis aan. vervoer werknemers fiets auto lopend bus

25% lopend,

1 bus, 60% fiets, 5% auto. 10

1 lopend, 50% bus, 20% fiets, 10% auto. 5 25% lopend, 50% bus, 15% lopend 50% bus,

1 deel fiets, 12,5% auto. 8 1 fiets, 15% auto. 5

b Vul in. Geef 2 mogelijke redenen waarom er relatief weinig mensen met de auto naar het werk gaan.

Bijvoorbeeld: de werknemers wonen dichtbij het werk of de alternatieve opties zijn milieuvriendelijker.

15

9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 15

27/07/2020 12:56


Blok 5 maatwerkschrift

antwoorden 9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 54

9 789006 908800

27/07/2020 12:58


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Groep 7 | blok 5 | maatwerkschrift | antwoorden by ThiemeMeulenhoff - Issuu