naam:
Blok 5 9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 1
m a at
werkschrift
27/07/2020 12:47
9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 2
27/07/2020 12:47
GROEP 7 maatwerkschrift
Blok 5
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort
9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 1
27/07/2020 12:47
Blok 5
LES 1
lesdoel Ik leer delen door herhaald aftrekken, in zo min mogelijk stappen.
1 Nu jij!
Ik reken zo: Op de veerboot kunnen 70 auto’s. Hoe vaak moet de veerboot op en neer om 884 auto’s naar Ameland te brengen? De veerboot moet keer op en neer.
2 Reken uit.
vakantie film
40 Mb/s
mijn film
20 Mb/s
Je wilt een filmpje van 840 MB downloaden. De downloadsnelheid is 40 Mb per seconde. Hoe lang duurt het voordat het filmpje is
Je wilt een filmpje van 620 MB uploaden. De uploadsnelheid is 20 MB per seconde. Hoe lang duurt het voordat je filmpje online staat?
gedownload? Het duurt
Het duurt
seconden.
seconden.
3 Reken uit. 427 : 7 =
112 : 8 =
342 : 6 =
294 : 3 =
621 : 9 =
152 : 4 =
184 : 8 =
856 : 8 =
650 : 50 =
560 : 40 =
690 : 30 =
441 : 7 =
774 : 9 =
976 : 8 =
693 : 9 =
680 : 40 =
4 Reken uit.
In een eierdoos gaan 6 eieren. De bakker bestelt 672 eieren. Hij krijgt
dozen.
De bakker verkoopt 9 broodjes per zak. Op 1 dag bakt hij 324 broodjes.
In een doosje gaan 12 koekjes. De bakker bakt 876 koekjes per dag.
Hij vult
Hij vult
zakken.
doosjes.
2
9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 2
27/07/2020 12:47
5 Maak vast. =
=
561 : 3
175
522 : 9
56
700 : 4
124
268 : 4
58
868 : 7
116
252 : 3
67
896 : 8
187
392 : 7
84
928 : 8
112
594 : 9
66
6 Reken uit. 533 : 10 =
344 : 40 =
845 : 40 =
218 : 30 =
987 : 20 =
587 : 70 =
664 : 70 =
922 : 50 =
683 : 30 =
970 : 20 =
744 : 20 =
482 : 70 =
785 : 50 =
785 : 30 =
852 : 30 =
415 : 50 =
7 Reken uit. Met 1 liter benzine rijdt de auto 15 km. Met een volle tank van 40 liter rijdt de auto km. 1 De tank van de auto zit voor deel vol 3 met benzine. Er zit wel / niet genoeg benzine in de tank om van Maastricht naar Groningen (300 km) te rijden zonder te tanken. Ik reken zo:
334,5 km
Er is liter benzine nodig om van Eindhoven naar Amsterdam (120 km) te rijden.
123,4 km
Ik reken zo:
3
9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 3
27/07/2020 12:47
Blok 5 LES 2 1
Deze opgave maak je digitaal.
2 Reken uit. lengte
breedte
hoogte
inhoud
8 dm
7 dm
3 dm
20 cm
3 cm
12 cm
40 dm
25 dm
12 dm
10 m
0,5 m
1m
8m
2m
3,5 m
lengte
breedte
hoogte
inhoud
dm3
5 cm
4 cm
7 cm
cm3
cm3
9 dm
5 dm
6 dm
dm3
dm3
2 cm
3 cm
2,5 cm
m3
15 dm
18 dm
4 dm
m3
6m
20 m
7m
cm3
dm3 m3
3 Schat eerst, reken daarna precies. De som:
Ik schat:
Ik reken precies:
320 × 68 = 43 × 2100 = 55 × 440 = 67 × 95 = 123 × 45 = De som:
Ik schat:
Ik reken precies:
De som:
394 : 68 =
37 × 62 =
713 : 48 =
459 : 9 =
915 : 25 =
715 : 25 =
875 : 12,5 =
22 × 61 =
531 : 18 =
71 × 39 =
Ik schat:
Ik reken precies:
4 Bedenk een som bij de getallen. keersommen
deelsommen
keer–en deelsommen
×
= 1025
:
= 12
×
=
×
= 1200
:
=8
:
=
×
= 875
:
= 15
×
=
×
= 625
:
=9
:
=
4
9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 4
27/07/2020 12:47
lesdoel Ik leer delen door herhaald aftrekken, in zo min mogelijk stappen.
5 Reken uit. 133 : 9 =
338 : 9 =
523 : 30 =
455 : 90 =
255 : 6 =
504 : 6 =
688 : 80 =
763 : 30 =
376 : 4 =
722 : 9 =
742 : 60 =
691 : 20 =
128 : 8 =
128 : 8 =
872 : 40 =
217 : 90 =
6 Reken uit.
In de boekenkast staan 659 boeken. Er passen 20 boeken in een doos.
Er kunnen 8 glazen in een doosje. In de kast staan 245 glazen.
Er moeten 980 dozen verhuisd worden. Ik moet 7 keer rijden. In een verhuisbus
Ik heb
Ik heb
passen
dozen nodig.
doosjes nodig.
dozen.
7 Reken uit. Dit recept is voor 24 personen. Reken om naar 12 personen.
24 personen
12 personen
2700 gram pasta
gram
3600 ml water
ml
360 gram Italiaanse kaas
gram
18 bosuitjes
bosuitjes
408 gram kappertjes
gram
12 paprika’s
paprika’s
432 ml witte wijnazijn
ml
3 basilicumplanten
basilicumplanten
1236 gram tomaatjes
gram tomaatjes
5
9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 5
27/07/2020 12:47
Blok 5 
LES 3
lesdoel Ik oefen rekenen met inhoud en inhoudsmaten.
1 Nu jij! Per dag moet je ongeveer 1 liter water drinken.
Met 3 flesjes van 330 ml kun je
Een glas van 2 dl moet je dan
ongeveer glazen vullen van 2 dl. Om 15 glazen te vullen heb
keer vullen.
Een glas van 25 cl moet je dan
keer vullen.
Een fles van 500 ml moet je dan
keer vullen.
ik
flesjes nodig.
2 Reken uit. In een fles bronwater zit 1,5 liter. Er gaan 6 flessen in een krat. Er zit
liter bronwater in een krat.
Met 1 liter kan ik
glazen van 2 dl vullen.
Met 9 liter kan ik
glazen van 2 dl vullen.
3 Vul in. druppel
eetlepel
drinkglas
literpak
emmer
melk 1l
1 ml
1 cl
20 cl
De som is:
1l
10 l
Samen melk
melk
1l
1l
De som:
cl =
l.
Samen
l.
4 Vul in. Kies uit de referentiematen van opgave 3. Zet het juiste aantal voor de referentiematen. Gebruik zo weinig mogelijk referentiematen. 18 l
0,25 liter
7,5 cl
1,2 l
emmer(s)
emmer(s)
emmer(s)
emmer(s)
literpak(ken)
literpak(ken)
literpak(ken)
literpak(ken)
drinkglazen
drinkglazen
drinkglazen
drinkglazen
eetlepel(s)
eetlepel(s)
eetlepel(s)
eetlepel(s)
druppel(s)
druppel(s)
druppel(s)
druppel(s)
6
9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 6
27/07/2020 12:47
5 Zet op volgorde van klein naar groot. 2l
20 cl
2500 ml
30 dl
0,5 dl
450 ml
0,4 l
9 dl
80 cl
0,5 l
400 ml
4,8 dl
1920 ml
18 dl
184 cl
200 cl
40 ml
1200 ml
354 cl
28 cl
6,7 cl
83 ml
0,15 l
0,75 dl
6 Vul in.
42 l =
dl
850 dl =
l
35 cl =
dl
750 ml =
l
450 ml =
dl
95 ml =
cl
800 cl =
l
65 cl =
l
1,5 l =
ml
5500 ml =
l
25 dl =
l
30 cl =
ml
7 Omcirkel het juiste antwoord. 400 ml +
ml = 0,5 l
3,4 l +
l = 3,45 l
89 cl +
cl = 0,95 l
0,1 – 10 – 100 – 5 – 50
50 – 0,5 – 500 – 5 – 0,05
0,6 – 6 – 60 – 30 – 3
33 cl +
480 cl +
24 dl +
cl = 0,5 l
cl = 7,2 l
dl = 5,6 l
177 – 77 – 17 – 17,7 – 0,17
2,4 – 24 – 240 – 12 – 120
0,3 – 0,32 – 3,2 – 30 – 32
2,3 l +
7,5 dl +
5,8 l + ... l = 7,5 l
l=4l
dl = 1 l
17 – 2,7 – 1,7 – 70 – 0,17
0,25 – 2,5 – 25 – 5 – 50
2,7 – 27 – 1,7 – 0,17 – 0,27
1281 ml +
655 ml +
33 cl + ... cl = 3,3 l
ml = 1,8 l
1,19 – 5,19 – 519 – 51,9 – 119
ml = 1,5 l
8,45 – 84,5 – 845 – 74,5 – 745
100 – 297 – 300 – 287 – 29,7
Supermarkt Evertsen verkoopt 9 flessen bronwater van 1 liter voor € 9,99. De flessen worden gratis thuisbezorgd.
Supermarkt de Vries verkoopt 3 flessen bronwater van 2 liter voor € 5,58.
8 Reken uit. Supermarkt Boersma verkoopt 4 flessen bronwater van 1,5 liter voor € 5,75. Je ontvangt een gratis bidon bij je aankoop. Ik kies voor supermarkt
, omdat
7
9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 7
27/07/2020 12:47
Blok 5  LES 4 1
Deze opgave maak je digitaal.
2 Vul in. 1600 vogels in het park
900 bomen in het park
vogels in het park
bomen in het park eiken
mussen
kastanjebomen
merels
lindebomen
eksters
essen
koolmezen
beuken
houtduiven
dennebomen
mussen
koolmezen
eiken
essen
merels
houtduiven
kastanjebomen
beuken
lindebomen
dennebomen
eksters
3 Reken uit. Reken de omtrek en de oppervlakte van het plein en de gebouwen van fort Wierickerschans uit. veldkeuken plein kuiphuis kruithuis
Het plein: omtrek
m; oppervlakte
m2
De veldkeuken: omtrek
m; oppervlakte
m2
Het kuiphuis: omtrek
m; oppervlakte
m2
Het kruithuis: omtrek
m; oppervlakte
m2
10 meter
4 Reken uit en teken. Reken de oppervlakte en omtrek van vesting A uit.
A
B
Oppervlakte =
m2
Omtrek =
m.
Reken de oppervlakte en omtrek van vesting B uit. Oppervlakte =
m2
Omtrek =
m.
Teken een plattegrond van vesting C met oppervlakte 300 m2. Teken een plattegrond van vesting D met omtrek 120 m. 5m
8
9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 8
27/07/2020 12:47
lesdoel Ik oefen rekenen met inhoud en inhoudsmaten.
5 Vul in < > of = 20 ml + 330 ml
0,5 l
3 × 0,25 l
700 ml
4 × 250 ml
0,9 l
2 × 75 cl
3 × 25 dl
800 cl
8 × 40 ml
30 cl
4 × 100 ml
3,5 dl
65 cl – 35 cl
3,5 dl
75 ml + 375 ml
2l
5 × 11 dl
5 dl
2 × 33 dl
5l
10 × 0,34 l
6l 300 cl
6 Vul in. 1 druppel = 1 ml
1 eetlepel = 1 cl
1 drinkglas = 20 cl
1 emmer = 10 l
1 melkpak = 1 l
2,5 drinkglazen =
cl
2 emmers + 1,5 melkpak
=
l
3,5 melkpakken =
l
5 drinkglazen + 1 melkpak
=
l
2,8 emmers
=
l
3,8 eetlepel + 12 druppels
=
ml
1 emmer
=
drinkglazen
4 drinkglazen + 15 druppels =
ml
100 eetlepels
=
melkpak
3,7 melkpakken + 8 eetlepels =
cl
7 Reken uit.
Uit de badkraan komt 8 liter water per minuut. Een bad van 148 liter is gevuld
De afvoer is stuk. Ik schep het volle bad (148 liter) leeg met een emmer waar 6 liter in kan.
Er komt 12 liter water per minuut uit de douchekraan. Ik verbruik 150 liter water.
in
Ik moet
Ik heb
minuten.
keer scheppen.
minuut gedoucht.
8 Reken uit. Tube tandpasta: 75 ml Douchegelpompje: 25 cl Fles badschuim: 5 dl Flesje nagellak: 15 ml Nagellakremover: 175 ml Potje gezichtscrème: 30 ml Flesje parfum: 40 ml De inhoud van tandpasta + nagellak + nagellakremover + gezichtscrème + parfum = De inhoud van douchegelpompje + badschuim = Waar of niet waar? 10 potjes gezichtscreme = 20 flesjes nagellak 3 tubes tandpasta > 7 potjes crème 1 fles badschuim < 6 tubes tandpasta 3 flesjes parfum = 4 potjes gezichtscreme
ml.
dl.
waar / niet waar waar / niet waar waar / niet waar waar / niet waar
9
9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 9
27/07/2020 12:47
Blok 5 LES 5 1 Reken handig.
2v
2 × 3,5 = 1
× 7
= 7
25 × 1,2 =
×
=
12 × 2,5 =
×
=
124 × 4,5 =
×
=
34 × 4,5 =
×
=
5,2 × 25 =
×
=
2,25 × 84 =
×
=
1,125 × 888 =
×
=
8 × 7,5 =
×
=
24 × 1,5 =
×
=
6 × 4,5 =
×
=
8 × 1,25 =
×
=
×
=
Nu even anders. Knip de Triominoskaartjes uit het knipblad. Leg de zijdes met gelijke inhoud tegen elkaar. Probeer de kaartjes zo te leggen dat onderstaande figuur ontstaat.
10
9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 10
27/07/2020 12:47
extra oefenen 1 Vul in. 0,3 l +
l
= 2,5 l
0,8 l +
l
= 10 dl
18 cl +
cl = 3 dl
cl = 1,5 liter
1,6 l +
l = 2000 ml
250 ml +
ml = 1 l
70 cl +
12,5 dl +
dl = 2 l
3 dl +
dl = 100 cl
8 dl +
dl = 2 liter
1,7 ml +
ml = 0,25 cl
42 cl +
cl = 600 ml
6 dl +
dl = 1500 ml
2 Zet een lijn bij de juiste hoeveelheid. 1 druppel = 1 ml
l
1
10
1 eetlepel = 1 cl
l
dl
1
10
dl
1 drinkglas = 20 cl
l
1
10
l
dl
1
10
1 melkpak = 1 l
dl
l
1
10
dl
l
1
10
9
9
9
9
9
9
8
8
8
8
8
8
7
7
7
7
7
7
6
6
6
6
6
6
5
5
5
5
5
5
4
4
4
4
4
4
3
3
3
3
3
3
2
2
2
2
2
2
1
1
1
1
1
1
0
0
0
0
0
0
220 druppels
45 eetlepels
1 melkpak 2
3,5 drinkglazen
0,8 melkpak
dl
9 dl
3 a Maak de deelsom. Aantal leerlingen: 20. Totale kosten: € 304. Het schoolreisje kost €
per leerling.
Dit is mijn deelsom:
b Bedenk zelf een deelsom over het schoolreisje. Zet getallen in de hokjes. Aantal leerlingen: Bedenk zelf: Aantal leerlingen: Aantal hulpouders: Totale kosten: € 342.
Aantal leerlingen per hulpouder:
Kosten per leerling: € Dit is mijn deelsom:
Dit is mijn deelsom:
Een kok gebruikt 693 champignons. Op 1 pizza zitten 9 champignons.
Een kok heeft 785 gram kaas. Op 1 pizza zit 90 gram kaas.
4 Reken uit.
Een kok gebruikt 408 tomaten. Op 1 pizza zitten 6 tomaten. Hij maakt
pizza's.
Hij maakt
pizza's.
Hij kan pizza's maken met de juiste hoeveelheid kaas.
11
9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 11
27/07/2020 12:47
Blok 5
LES 6
lesdoel Ik leer hoe verhoudingen, procenten en breuken bij elkaar horen.
1 Nu jij! a Verdeel 2 pizza’s over 4 personen.
Ieder persoon krijgt
b Verdeel 4 pizza’s over 6 personen.
deel.
Ieder persoon krijgt
%.
Ieder persoon krijgt
deel. %.
Ieder persoon krijgt
c Vul in. pizza
2
personen
4
1
6
24
pizza
4
personen
6
2
6
24
2 Vul in.
3 4 3 op de 4 75
%
%
%
%
3 a Vul het percentage in.
b Vul de breuk in.
3 10
1 = 50 2
%
1 = 5
%
30% =
1 = 4
%
1 = 10
%
25% =
90% =
1 = 10
%
1 = 3
%
60% =
33,3% =
3 = 4
%
2 = 5
%
10% =
75% =
50% =
4 Vul in. oranje blokjes
2
totaal aantal blokjes
5
oranje blokjes
4
totaal aantal blokjes
20
10
40
50
70
100
100
oranje blokjes
2
totaal aantal blokjes
7
oranje blokjes
3
totaal aantal blokjes
9
14
21
70
18
90
180
12
9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 12
27/07/2020 12:47
5 Vul in < > of = 1 3
20%
4 8
50%
6 10
65%
6 8
80%
3 4
60%
4 5
60%
2 4
40%
4 6
60%
1 5
25%
2 3
70%
4 5
75%
3 5
50%
3 10
30%
2 5
20%
3 3
99%
1 4
28%
6 Reken uit. Gebruik de verhoudingstabel. 3 op de 5 tegels zijn zwart. % van de tegels is zwart. 3 op de 4 ballonnen zijn kapot. % van de ballonnen is kapot. 2 op de 10 bloemen zijn rood. % van de bloemen is rood.
zwarte tegels
3
totaal aantal tegels
5
kapotte ballonnen
3
totaal aantal ballonnen
4
rode bloemen
2
totaal aantal bloemen
10
10
20
40
100
40
20
80
100
20
40
50
100
7 Vul in. 10% van 20 =
30% van 200 =
70% van 200 =
25% van 360 =
20% van 60 =
40% van 600 =
60% van 500 =
10% van 1200 =
50% van 30 =
10% van 450 =
75% van 1000 =
40% van 900 =
90% van 100 =
50% van 800 =
10% van 700 =
50% van 700 =
8 Teken de kledingstukken. 1 deel draagt een sjaal. 5
1 op de 2 draagt een hoed. 20% draagt bruine schoenen.
50% draagt handschoenen.
13
9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 13
27/07/2020 12:47
Blok 5 LES 7 1
Deze opgave maak je digitaal.
2 Reken uit.
600 kaarten voor een voetbalwedstrijd. 253 kaarten verkocht.
Dit jaar gaan er 957 mensen op wandelvakantie in Frankrijk. Vorig waren dat er 284 minder.
Nog
Vorig jaar gingen er wandelvakantie in Frankrijk.
kaarten over.
In de februari worden er 894 kaarten verkocht voor de ijsbaan. In de maart zijn dat er 367 minder. In de maart worden er verkocht.
mensen op
845 deelnemers aan de marathon. 683 mensen halen de finish. deelnemers halen de finish niet.
kaarten
3 Vul in. a Vul het verschil tussen de tijden in.
b Tel 1 honderdste verder.
34,36 sec
35,00 sec
=
sec
57,28 sec
42,28 sec
43,00 sec
=
sec
37,02 sec
55,68 sec
56,00 sec
=
sec
59,99 sec
14,43 sec
14,00 sec
=
sec
24,09 sec
19,71 sec
20,00 sec
=
sec
48,37 sec
4 a Reken uit.
b Reken uit. Gebruik uitrekenpapier 289 – 190 =
5 7 2
2 3 4
1 9 9
718 – 209 =
2 3 7 –
2 1 8 –
1 0 1 –
631 – 212 = 446 – 329 =
14
9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 14
27/07/2020 12:47
lesdoel Ik leer hoe verhoudingen, procenten en breuken bij elkaar horen.
5 Vul in. verschillende sporten in de klas sport
sporten in de klas voetbal hockey tennis dans
Op voetbal en hockey zit samen Dit is
deel of
percentage breuk
verhouding
dans
%
op de
voetbal
%
op de
hockey
%
op de
tennis
%
op de
% van de leerlingen.
op de
leerlingen.
6 Kleur. 50%
40%
60%
75%
25%
10%
80%
8 10
1 10
3 4
6 10
1 4
4 10
1 2
1 op de 4
1 op de 10
3 op de 4
4 op de 10
8 op de 10
1 op de 2
6 op de 10
7 a Kruis aan. vervoer werknemers fiets auto lopend bus
25% lopend,
1 bus, 60% fiets, 5% auto. 10
1 lopend, 50% bus, 20% fiets, 10% auto. 5 25% lopend, 50% bus, 15% lopend 50% bus,
1 deel fiets, 12,5% auto. 8 1 fiets, 15% auto. 5
b Vul in. Geef 2 mogelijke redenen waarom er relatief weinig mensen met de auto naar het werk gaan.
15
9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 15
27/07/2020 12:48
Blok 5 maatwerkschrift
9 789006 908688
9789006908688_gr7_mws_blok5.indd 54
27/07/2020 12:50