ZORG & WELZIJN LEERWERKBOEK
9006371963_ZW_dagbest.indd All Pages
WELZIJN VOLWASSENEN EN OUDEREN
EK LE E RW E R KBO
BB / KB / GL • LEERJAAR 3 & 4
WELZIJN VOLWASSENEN EN OUDEREN 9 789006 371963
ZORG & WELZIJN
25/04/17 13:56
WELZIJN VOLWASSENEN EN OUDEREN Zorg en Welzijn
COLOFON Auteur
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff
Chantal Visser
ThiemeMeulenhoff educatieve uitgeverij tot een designdesign company. We brenThiemeMeulenhoffontwikkelt ontwikkeltzich zichvanvan educatieve uitgeverij tot learning een learning company. We gen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende en leeroplosbrengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze expertise, groeiendeervaring expertise, ervaring en
Auteur oriëntatie op het beroep
singen zijn we eenzijn partner voorpartner scholenvoor bij het vernieuwen verbeteren van onderwijs. Zo we leeroplossingen we een scholen bij hetenvernieuwen en verbeteren vankunnen onderwijs.
RadarTalent Assessment & Ontwikkeling
persoonlijker, effectiever efficiënter wordt. zorgen dat leren steedsenpersoonlijker, effectiever en efficiënter wordt.
samen beter we rechtsamen doen aan de recht verschillen en scholen ervoor zorgen dat leren Zo kunnen beter doen tussen aan delerenden verschillen tussen en lerenden en scholen en steeds ervoor
Samen Samen leren lerenvernieuwen. vernieuwen.
Eindredactie Odette Winter
www.thiememeulenhoff.nl www.thiememeulenhoff.nl
Bureauredactie
Dit leerwerkboek op op tweetwee manieren geleverd: leerwerkboekwordt wordt manieren geleverd:
Singeling Tekstproducties
- leerwerkboek plus startlicentie (ISBN 978 90 06 37196 3) - leerwerkboek 978978 90 06 8) (combi-pakket) leerwerkboekplus plustotaallicentie startlicentie(ISBN (ISBN 9069909 06 37196 3) Eerste druk, eerste oplage, 2017
- leerwerkboek plus totaallicentie (ISBN 978 90 06 69909 8) (combi-pakket) © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2010
Eerste druk, eerste oplage, 2017 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming de uitgever. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in Alle rechten van voorbehouden.
een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, Voor het makenmechanisch, van kopieën uit dezefotokopieën, uitgave is toegestaan op of grond artikelmanier, 16B Auteurswet hetzijzover elektronisch, door opnamen, enigvan andere zonder 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoorafgaande schriftelijke toestemming van 471 de uitgever. voor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie Postbus 2130uit KB deze Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het van Voor zover (PRO), het maken van3060, kopieën uitgave is toegestaan op grond vanovernemen artikel 16B gedeelte(n) deze j° uitgave in bloemlezingen, readers en1985, andereStbl. compilatiewerken (artikel 16 AuteursAuteurswetuit1912 het Besluit van 23 augustus 471 en artikel 17 Auteurswet wet) dient menmen zich de tot de uitgeverwettelijk te wenden. Voor meer informatie over hettegebruik muziek, film en 1912, dient daarvoor verschuldigde vergoedingen voldoenvanaan Stichting het maken van in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. Publicatieen kopieën Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.
stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers De ernaar gestreefd(artikel de auteursrechten te regelen de wettelijke bepalingen. en uitgever andere heeft compilatiewerken 16 Auteurswet) dientvolgens men zich tot de uitgever te Degenen wenden. die menen zekere rechten te kunnen doen gelden, alsnog de uitgever Voordesondanks meer informatie over het gebruik van muziek, film kunnen en hetzich maken vantotkopieën in wenden. het on-
derwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalinDeze is volledig CO2-neutraal geproduceerd. gen. uitgave Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. alsnog tot de uitgever wenden. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Deze uitgave is volledig co2-neutraal geproduceerd. ® Deze uitgave is voorzien van het FSC -keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
WOORD VOORAF Het voortgezet onderwijs verandert voortdurend onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen. Ook de beroepspraktijk verandert hierdoor en daarmee ook het onderwijs. Met de start van het nieuwe examenprogramma voor de beroepsgerichte profielen in het vmbo introduceert ThiemeMeulenhoff de nieuwe methode MIXED. Deze methode is voor leerlingen in leerjaar 3 en 4 voor de niveaus basis beroepsgerichte leerweg, kader beroepsgerichte leerweg en de gemengde leerweg. Wij hebben MIXED ontwikkeld in nauwe samenwerking met pilotscholen. Belangrijke kenmerken van MIXED: ■ Beroepspraktijk staat centraal. Door een krachtige didactiek met realistische werkplekken en werkbedrijven bereiden de leerlingen zich goed voor op hun examen. ■ Loopbaanoriëntatie en -begeleiding geïntegreerd in het lesmateriaal en gekoppeld aan de werkplek en het werkbedrijf. ■ Ieder zijn eigen MIXED. Scholen kunnen kiezen uit leerwerkboeken, een volledige digitale leeromgeving of de mogelijkheid deze te combineren. ■ De lesstof is gedifferentieerd op basis van de exameneisen, zodat elke leerling de lessen kan volgen op zijn eigen niveau. ■ Werkkaarten helpen de leerling zich stap voor stap belangrijke vaardigheden eigen te maken. ■ Video's verduidelijken de theorie in realistische settings. Leerlingen en docenten kunnen snel aan de slag dankzij de overzichtelijke opbouw: ■ Het leerwerkboek bestaat uit acht blokken, gevolgd door de theorie en een begrippenlijst. ■ Een blok begint met een introductie en een overzicht van de inhoud en leerdoelen. ■ In een blok maakt de leerling praktijkopdrachten en theorieopdrachten. ■ Elk blok sluit af met Oriëntatie op het beroep. Deze opdrachten helpen de leerling met het kiezen van een passende vervolgopleiding. ■ Achter in het boek staat alle theorie op alfabetische volgorde. ■ Achter de theorie staat ook een uitgebreide begrippenlijst. De vetgedrukte woorden in de theorie worden hier uitgelegd. Wij hebben de methode MIXED met de grootste zorg ontwikkeld. Meer informatie kunt u vinden op www.thiememeulenhoff.nl/mixed. Hebt u vragen of suggesties? Neem dan gerust contact op met onze klantenservice via 033 448 3600. Wij wensen u en uw leerlingen een fijne en leerzame tijd met MIXED!
De auteurs, het ontwikkelteam en de uitgever
TOELICHTING OP DE PICTOGRAMMEN
A
Oriënteren Computeropdracht Theorie-opdracht Rollenspel Tip Werkkaart Hulpkaart Let op! Opdracht voor BB of KB of KB/GL
INHOUDSOPGAVE Blok 0 Welzijn volwassenen en ouderen 9 Over dit deel
11
Blok 1 Zelfredzaamheid
17
Over dit blok 19 Zelfredzaam zijn 20 Samenredzaamheid 25 Zelfredzaamheid bepalen 26 Bejegening van de klant 30 Zelfredzaamheid stimuleren 33 Eindopdracht 37 Oriëntatie op het beroep (LOB) 39
Blok 2 Luisteren naar de wensen van de klant 45 Over dit blok 47 Je klant leren kennen 48 Gevoelens en wensen van je klant 52 Communiceren met je klant 55 Non-verbale communicatie 58 Eindopdracht 63 Oriëntatie op het beroep (LOB) 65
Blok 3 Verzorging van de klant
71
Over dit blok 73 Voeding en gewicht 74 Het ochtendritueel 79 Overbelasting voorkomen 83 Eindopdracht 85 Oriëntatie op het beroep (LOB) 87
Blok 4 Soorten dagbesteding
93
Over dit blok 95 Dagbesteding 96 De klanten op de dagbesteding 100 Eindopdracht 103 Oriëntatie op het beroep (LOB) 105
Blok 5 Op zoek naar passende dagbesteding Over dit blok 111 Verdiep je in de doelgroep 112 Een voorstel doen voor een dagbesteding Weerstand 117 Informatie zoeken 119 Eindopdracht 121 Oriëntatie op het beroep (LOB) 123
114
109
Blok 6 Activiteiten voorbereiden
129
Over dit blok 131 Een thema bedenken 132 Materialen bedenken 135 Plannen 138 Activiteit aankondigen 139 Eindopdracht 141 Oriëntatie op het beroep (LOB) 142
Blok 7 Een activiteit uitvoeren
149
Over dit blok 151 Vogelvoer maken 152 De hobby van meneer Jonkers 161 Eindopdracht 166 Oriëntatie op het beroep (LOB) 168
Blok 8 Observeren en rapporteren Over dit blok 177 Je klant observeren 178 Negatief gedrag van de klant 182 Evalueren 184 Rapporteren 187 Eindopdracht 188 Oriëntatie op het beroep (LOB) 190
Theorie
195
Activiteiten begeleiden 197 Agressie in de zorg 198 Bejegening 199 Belang van communicatie 200 Dagbesteding 201 Dansen met ouderen 202 Downsyndroom 203 Draaiboek maken 204 Evalueren 205 Goed gesprek 206 Goed gewicht 207 Hersenletsel 208 Hulpmiddelen 209 Kauw- en slikproblemen 210 Luchtwegbelemmering 211 Medicijnen 212 Observeren 213 Omgaan met gevoelens 214 Rapporteren 216 Samenredzaamheid 217 Soorten beperkingen 218 Zelfredzaamheid 219
Begrippen
223
175
BLOK 0
WELZIJN VOLWASSENEN EN OUDEREN
OVER DIT DEEL Opdracht Opdracht Opdracht Opdracht
1 2 3 4
11
Je inleven in je klant 11 Zo lang mogelijk zelfstandig 12 Dagbesteding 13 Omgaan met lastige situaties 14
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 0 Welzijn volwassenen en ouderen
10
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 0
Welzijn volwassenen en ouderen
BLOK 0 WELZIJN VOLWASSENEN EN OUDEREN Over dit deel Dit keuzedeel gaat over zorg en welzijn voor ouderen en volwassenen. Hiermee bedoelen we mensen ouder dan achttien jaar met een zorgindicatie. In de praktijk zijn dat meestal mensen met een beperking, psychische aandoening of verslaving. En natuurlijk ouderen. Zij verblijven vaak in zorginstellingen, waar zorgprofessionals hen de zorg bieden die nodig is. Stel je eens voor dat jij oud bent en zorg nodig hebt. Je werkt niet meer. Uitstapjes maken lukt niet meer en je zit vooral de hele dag binnen. Misschien heb je wel een aandoening waardoor het niet meer lukt om je eigen brood te smeren of om jezelf te douchen en aan te kleden. Hoe zou je dan behandeld willen worden? En hoe kom je de dag door zonder je te vervelen? In dit boek maak je kennis met al die mensen die ondanks hun beperkingen toch een zinvolle dagbesteding willen door middel van werk of activiteiten. En die met hulp van hun zorgverlener zo zelfstandig mogelijk willen leven. Je leert ook over de taken en werkzaamheden die jij gaat doen als je mensen helpt tijdens hun dagbesteding.
Opdracht 1 Je inleven in je klant Als je iets niet kunt vanwege een handicap, ziekte of door ouderdom roept dat vaak frustraties op. Vergelijk het met een peuter die iets wil maar nog niet kan en daardoor heel driftig wordt. Of vergelijk het met jezelf in een soortgelijke situatie. In de zorg is het heel belangrijk hoe er met de beperkingen van klanten wordt omgegaan. Laat een klant zo zelfredzaam mogelijk zijn. Dat wil zeggen dat je iemand vooral laat doen wat hij nog zelf kan en hem helpt bij de dingen die hij niet kan. Ga altijd vol respect om met klanten. Blijf rustig en geduldig en geef iemand oprechte aandacht.
11
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 0 Welzijn volwassenen en ouderen
Vraag zoveel mogelijk naar de mening van de klant. Probeer bij alles wat je doet de wens van de klant te respecteren. Opdracht 1.1 Kun je nog iets bedenken wat belangrijk is bij het omgaan met klanten in de zorg?
Opdracht 1.2 Ken jij een volwassene of oudere die zorg nodig heeft? Wie is dit?
Wat voor zorg krijgt deze persoon?
Opdracht 1.3 Bedenk drie beroepen in de zorg voor volwassenen en ouderen. Noteer ze hieronder. 1 2 3 Opdracht 2 Zo lang mogelijk zelfstandig De overheid vindt dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig moeten blijven wonen. Dat betekent dat ze pas naar een verzorgings- of verpleeghuis kunnen als het echt niet meer anders kan. Oudere mensen kunnen thuis wonen, maar met de dingen die ze niet meer kunnen, krijgen ze hulp van bijvoorbeeld mantelzorgers of een wijkverpleegkundige. Opdracht 2.1 Vorm een groepje met minimaal twee en maximaal vier andere klasgenoten. Ga met elkaar in gesprek aan de hand van drie stellingen. Per stelling geven jullie om de beurt aan of jullie het met de stelling eens zijn of niet. Vertel waarom je dit vindt. Over elke stelling praten jullie niet langer dan 10 minuten. Stelling 1: Als mijn ouders oud zijn, zorg ik graag voor ze. Stelling 2: Ouderen moeten zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Stelling 3: Er moet meer geld beschikbaar komen voor ouderenzorg, zodat ouderen eerder naar een verzorgingshuis kunnen als ze dat willen. Opdracht 2.2 Met welke van de volgende stellingen ben jij het eens? □ Stelling 1: Als mijn ouders oud zijn, zorg ik graag voor ze. □ Stelling 2: Ouderen moeten zo lang mogelijk thuis blijven wonen. □ Stelling 3: Er moet meer geld beschikbaar komen voor ouderenzorg, zodat ouderen eerder naar een verzorgingshuis kunnen als ze dat willen.
12
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 0
Welzijn volwassenen en ouderen
Opdracht 2.3 Met welke stellingen ben je het oneens? □ Stelling 1: Als mijn ouders oud zijn, zorg ik graag voor ze. □ Stelling 2: Ouderen moeten zo lang mogelijk thuis blijven wonen. □ Stelling 3: Er moet meer geld beschikbaar komen voor ouderenzorg, zodat ouderen eerder naar een verzorgingshuis kunnen als ze dat willen. Opdracht 3 Dagbesteding Het begeleiden van of ondersteunen bij activiteiten is een belangrijke taak binnen de zorg en het welzijnswerk. Een zinvolle dagbesteding zorgt er onder andere voor dat iemand zich nuttig voelt, contact heeft met anderen en zich niet verveelt. Opdracht 3.1 Bedenk drie activiteiten die geschikt zijn voor ouderen. 1 2 3 Opdracht 3.2 Bedenk ook drie activiteiten die geschikt zijn voor mensen met een verstandelijke beperking. 1 2 3 Opdracht 3.3 Meneer Van Wilgen is 88 jaar oud. Hij kan alleen korte afstanden lopen. Bijvoorbeeld van de eettafel naar het toilet en van de bank naar de brievenbus in de gang. Hij ziet slecht. Zijn de activiteiten voor ouderen die je hebt bedacht geschikt voor deze meneer? □ Ja □ Nee Opdracht 3.4 Als je activiteiten voor ouderen organiseert, is het belangrijk dat iedereen kan meedoen. Kun je nog een activiteit bedenken waaraan meneer Van Wilgen kan meedoen?
Opdracht 3.5 Een activiteit moet goed voorbereid worden. Wat heb je allemaal nodig om de activiteit voor meneer Van Wilgen voor te bereiden?
13
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 0 Welzijn volwassenen en ouderen
Opdracht 4 Omgaan met lastige situaties Als je activiteiten voor volwassenen en ouderen organiseert, moet je ook weleens omgaan met lastige situaties. Een klant die boos wordt, omdat hij een activiteit stom vindt. Of een klant die nergens aan wil meedoen. Opdracht 4.1 Bedenk een situatie die jij lastig zou vinden als je een activiteit organiseert voor klanten. Geef hieronder een beschrijving van deze situatie.
Opdracht 4.2 Lastige situaties zijn er om opgelost te worden. Hoe zou jij deze situatie oplossen?
Opdracht 4.3 Natuurlijk zijn er weleens lastige situaties in de zorg. Maar meestal is het leuk en nuttig werk. Wat lijkt jou leuk aan het organiseren van gezellige activiteiten en nuttige dagbesteding?
14
BLOK 1
ZELFREDZAAMHEID
OVER DIT BLOK
19
ZELFREDZAAM ZIJN
20
Opdracht 1 Kennismaken
SAMENREDZAAMHEID
20
25
Opdracht 2 Het netwerk 25 Opdracht 3 Hulp durven vragen 25
ZELFREDZAAMHEID BEPALEN
26
Opdracht 4 Vragen stellen 26 Opdracht 5 Meneer De Vrieze uit bed helpen 28 Opdracht 6 Schijn bedriegt 29
BEJEGENING VAN DE KLANT
30
Opdracht 7 Rustig en vriendelijk blijven Opdracht 8 Inleven in een klant 32
ZELFREDZAAMHEID STIMULEREN Opdracht Opdracht Opdracht Opdracht
30
33
9 Bij wie stimuleer je zelfredzaamheid? 33 10 Hoe stimuleer je zelfredzaamheid? 34 11 Meneer Hoppe in beweging krijgen 36 12 Fotoboek 37
EINDOPDRACHT 37 Opdracht 13 Samen soep maken
37
ORIËNTATIE OP HET BEROEP (LOB)
39
Opdracht 14 Eigenschappen in de zorg 39 Opdracht 15 Ouderenzorg in beeld 41 Opdracht 16 Netwerken in de zorg 42
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
18
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
BLOK 1 ZELFREDZAAMHEID Over dit blok Als jij je sneakers aantrekt, wie strikt dan je veters? Jijzelf natuurlijk! Je smeert je eigen brood, kamt je haar en ďŹ etst naar school. Het feit dat jij dit kunt, maakt dat je jezelf kunt redden. We noemen dit zelfredzaamheid. In de zorg spreken we vaak over zelfredzaamheid. We bedoelen dan dat mensen zich kunnen redden met zo weinig mogelijk professionele ondersteuning en zorg. Dit is belangrijk om twee redenen. Ten eerste omdat mensen het vaak prettig vinden om zo zelfstandig en zelfredzaam mogelijk te zijn. Het vergroot namelijk je eigenwaarde. Ten tweede omdat het de hoge kosten in de zorg vermindert. In dit blok denk jij na over manieren om ouderen die zorg nodig hebben zo zelfredzaam mogelijk te houden.
Waar werk je?
Park De Winden Park De Winden is een woonzorgcentrum voor ouderen. Er zijn twee appartementencomplexen. In De Oostenwind wonen ouderen die nog redelijk zelfstandig zijn. Zij wonen zelfstandig, maar kunnen gebruikmaken van de voorzieningen van het park, zoals activiteiten, samen kofďŹ e drinken, maaltijdzorg en de kapsalon. Ook hebben ze een alarmknop in huis. Met een druk op deze knop kunnen ze altijd snel hulp krijgen. In complex De Westenwind wonen ouderen die wat meer zorg nodig hebben. Zij kunnen 24 uur per dag verpleging krijgen, maar het doel is om ook deze klanten zo zelfstandig mogelijk te laten wonen en leven. Klanten van zowel De Oostenwind als
19
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
De Westenwind kunnen gebruikmaken van een gezamenlijke ruimte om koffie te drinken en mee te doen aan activiteiten. Ook is er een gezamenlijke tuin met terras. Deze week loop je mee op zowel De Oostenwind als De Westenwind.
Wat leer je?
□ □ □ □ □ □
wat zelfredzaamheid is; hoe je zelfredzaamheid kunt stimuleren; hoe je het netwerk van klanten om hulp kunt vragen; wensen en behoeften van je klanten achterhalen; hoe je omgaat met klanten; een boodschappenlijst maken voor een activiteit.
Hoe ga je het doen? Plannen is belangrijk voor je beroep en voor je studie. Aan het begin van elk blok maak je een planning voor de rest van de week. Bekijk wat je deze week allemaal moet doen en verdeel de opdrachten over de lesuren. 1 Open het document Planning. 2 Bekijk hoeveel tijd voor de opdrachten gepland is. 3 Vul in wanneer je welke opdracht doet. 4 Bewaar de planning in je portfolio. 5 Ga je aan Mixed werken? Bekijk dan telkens eerst je planning. 6 Ben je klaar met je werk? Open dan je planning en vul in wat je hebt gedaan.
Zelfredzaam zijn In de ouderenzorg is zelfredzaamheid erg belangrijk. Hoe langer iemand zichzelf kan redden zonder al te veel professionele hulp, hoe beter.
Lees de theorie Zelfredzaamheid. Opdracht 1 Kennismaken
20
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
Je werkt deze week in de gezamenlijke koffieruimte van De Winden. Je helpt mee met koffie zetten en zorgt dat de klanten het naar hun zin hebben. Ook maak je af en toe een praatje met de aanwezige klanten. Natuurlijk stel je jezelf ook voor. En je wilt weten wie je klanten zijn. Maak kennis met een aantal ouderen in De Winden. Meneer Bos, 78 jaar
Meneer Bos woont op De Westenwind. Hij heeft veel zorg nodig, omdat hij de ziekte van Alzheimer heeft (een ziekte waardoor je dingen vergeet). Zijn vrouw kan niet meer voldoende voor hem zorgen. Meneer Bos herkent mensen vaak niet meer en kan daarom erg boos worden. Hij houdt van muziek luisteren, koffie drinken en dieren. Mevrouw Bos, 77 jaar
Mevrouw Bos is de vrouw van Jan Bos. Ze heeft reuma, maar kan zich nog goed redden. De zorg voor haar man werd haar wel te zwaar. Ze woont nu op De Oostenwind om dicht bij haar man te zijn. Ze bezoekt hem elke dag, ook al herkent hij haar niet altijd. Ze houdt van bridge (een kaartspel), de natuur en handwerken. Ze pakt wekelijks de bus richting de stad om even te winkelen.
21
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
Mevrouw De Vos, 86 jaar
Mevrouw De Vos is een charmante, nette dame op leeftijd. Ze kleedt zich nog steeds volgens de laatste mode en ziet er prachtig uit. Ze is dan ook heel ijdel. Mevrouw krijgt steeds meer last van kwaaltjes. Ze heeft zwakke heupen en moet daarom gebruikmaken van de rollator en daarmee heeft ze veel moeite. Ze woont op De Oostenwind, zolang het kan. Ze houdt van mooie kleding, soaps kijken en haken. Ze heeft een dochter, die graag op bezoek komt. Meneer De Vrieze, 90 jaar
Meneer De Vrieze heeft het niet makkelijk. Hij heeft een beroerte gehad, een hartaanval en hij heeft suikerziekte. Hij kan slecht lopen en zit de meeste tijd in een rolstoel. Ook ziet hij steeds minder. Toch blijft hij elke dag vrolijk. Hij is blij dat hij verpleging krijgt op De Westenwind en geniet van het gezelschap. Lezen doet hij nog steeds, maar dan met behulp van een vergrootglas of luisterboeken.
22
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
Meneer Hoppe, 84 jaar
Meneer Hoppe is tegen zijn zin in op De Westenwind gaan wonen nadat zijn vrouw overleed en hij twee keer is uitgegleden in de douche. Hij vindt het niks dat hij zijn eigen huis uit moest en wilde het liefst zelfstandig blijven. Meneer Hoppe heeft parkinson (een hersenaandoening, waardoor je onder andere gaat trillen) en beginnende alzheimer. Hij is slecht ter been. Hij moppert veel en wil nergens aan meedoen. Als het aan hem ligt, zit hij de hele dag voor de tv. Mevrouw Visser-de Weerd, 80 jaar
Mevrouw Visser-de Weerd woont op De Oostenwind. Voordat ze hier ging wonen, had ze een druk sociaal leven. Dat probeert ze ook hier op te pakken, ook al zit ze in een rolstoel. Ze praat veel met andere klanten en met hulpverleners. En ze helpt andere bewoners waar ze kan, bijvoorbeeld door te vragen hoe het gaat of een kopje kofďŹ e te brengen.
23
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
Opdracht 1.1 Je hebt net kennisgemaakt met zes bewoners van De Winden. Wie van hen is het meest zelfredzaam en wie het minst? Zet de persoon die het meest zelfredzaam is bovenaan. 1 2 3 4 5 6 Opdracht 1.2 Met wie van deze zes ouderen zou je het liefst een gesprek over zelfredzaamheid aangaan? En waarom?
Opdracht 1.3 Je leest in het evaluatieverslag van Robin zes stukjes over de mate van zelfredzaamheid van deze klanten. Bij welke klant hoort welk stukje tekst? ‘Ik heb haar uitgelegd hoe online winkelen werkt. Zo kan ze toch dat mooie sjaaltje kopen, zonder er de deur voor uit te gaan.’
‘Als hij meedoet met kaarten, gebruikt hij gewoon zijn vergrootglas.’
‘Als ik hem niet stimuleer om af en toe beneden een praatje te maken, komt hij zijn kamer niet af. Terwijl hij meer kan dan hij denkt.’
‘Ze kan bijna alles nog. Maar als dat niet meer zo is, zijn wij er om te helpen waar het nodig is.’
‘Hij is vergeten hoe hij van de de kinderboerderij terug naar De Winden moet lopen, maar als we met hem meelopen, geniet hij erg van zijn uitje.’
24
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
‘We hebben het koffieapparaat lager geplaatst, zodat ze er zelf bij kan. Zo kan ze koffie pakken wanneer ze maar wil.’
Samenredzaamheid Opdracht 2 Het netwerk
Lees de theorie Samenredzaamheid. Opdracht 2.1 Stel: je breekt een been en kunt twee weken niets doen. Wie zitten er allemaal in jouw netwerk om je te helpen?
Opdracht 2.2 Wat zijn voordelen van samenredzaamheid? a Je betrekt familie en vrienden bij de zorg. b Een klant houdt zelf de regie. c De professionele hulp krijgt iets minder taken. Opdracht 3 Hulp durven vragen
De dochter van mevrouw De Vos vertelt dat ze het belangrijk vindt dat haar moeder er elke dag tiptop uitziet, met netjes gekapte haren, mooie kleding, een bijpassende ketting en gelakte nagels. Robin legt uit dat het voor de verzorgers te veel tijd kost om al deze dingen te regelen. Hij laat jou de dochter van mevrouw De Vos vragen of ze een of twee dagen per week wil helpen. Bijvoorbeeld door setjes kleding klaar te leggen en de nagels van haar moeder te lakken. Hij verwacht dat de dochter dit wel wil, en dat ze blij is dat ze kan helpen.
25
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
Opdracht 3.1 Durf jij dit aan de dochter van mevrouw De Vos te vragen?
En wat vind je van dit idee?
Opdracht 3.2 Speel nu het rollenspel ‘Samenredzaamheid’ met een klasgenoot. Speel het gesprek na. Gebruik de hulpkaart Hoe doe je een rollenspel? ■ Een leerling speelt Annemiek de Vos, de dochter van mevrouw De Vos. Deze dochter is 60 jaar oud en erg dol op haar moeder. ■ Een leerling speelt de stagiair(e) en belt Annemiek de Vos op. ■ Stel je voor aan Annemiek de Vos en vertel kort waarom je belt. ■ Vraag beleefd of Annemiek de Vos wil helpen. ■ Sluit het gesprek af met een samenvatting en de afspraken die gemaakt zijn. ■ Wissel van rol zodat iedereen een keer Annemiek de Vos en stagiair(e) geweest is. ■ Bespreek na wat goed ging en welke verbeterpunten er zijn. Opdracht 3.3 Vond je het lastig om hulp te vragen aan Annemiek de Vos?
Hoe zou jij het vinden als iemand jou zou vragen iets voor een ouder iemand te doen?
Zelfredzaamheid bepalen Opdracht 4 Vragen stellen
26
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
Er zijn manieren om te bepalen hoe zelfredzaam iemand is. Sommige organisaties gebruiken een zelfredzaamheidsmeter. Dat is een vragenlijst die de zelfredzaamheid van een klant in beeld brengt. Vragen stellen is altijd een goede manier om te bepalen hoe zelfredzaam iemand is. Net als observeren en goed luisteren.
Opdracht 4.1 Kun jij goed luisteren?
Kun jij goed vragen stellen?
Opdracht 4.2 Welke vragen zou je stellen aan meneer Hoppe als je wilt weten hoe zelfredzaam hij is? Bedenk minstens vijf vragen.
Opdracht 4.3 Het valt je op dat meneer De Vrieze vandaag wat somber is. Je hebt het gevoel dat hem iets dwars zit. Wat zou je kunnen zeggen? Let op: er zijn meerdere antwoorden goed. a Het valt me op dat u wat somber bent vandaag. Is er iets dat u dwars zit? b Kom op, meneer De Vrieze, niet zo somber vandaag! c Gaat het wel goed met u vandaag? Opdracht 4.4
27
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
Meneer De Vrieze vertelt je dat hij zich verveelt en dat hij zich nutteloos voelt. Hij wil graag skypen met zijn zoon, maar hij weet niet hoe. Bedenk samen met een klasgenoot een manier om meneer De Vrieze aan het skypen of facetimen te krijgen. Houd daarbij rekening met zijn beperkingen en met het feit dat hij nog nooit eerder heeft gechat of geskypet. Omschrijf jullie idee hieronder. Heb je meer ruimte nodig? Schrijf je idee dan uit op de computer en bewaar het document in je portfolio.
Opdracht 5 Meneer De Vrieze uit bed helpen
Meneer De Vrieze zit rechtop in bed. Hij heeft goed geslapen en wil zijn bed uit om gewassen te worden. Zijn rolstoel staat naast zijn bed, maar hij kan ook kleine stukjes zelf lopen met behulp van een rollator. Meneer De Vrieze hoeft vandaag niet gedoucht te worden. Wassen met een washand is voldoende. Na het wassen gaat meneer De Vrieze met de lift naar de kantine, een verdieping lager, voor kofďŹ e en een broodje.
Opdracht 5.1 Wat kan meneer De Vrieze nog zelf? Er zijn meer antwoorden goed. a b c d e
Met de rollator naar de wasbak lopen. Zich wassen met een washand. Naar de kantine lopen. Brood smeren. Aankleden.
Opdracht 5.2 Als je niet zeker weet of hij iets nog zelf kan, wat doe je dan om hier achter te komen?
28
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
Opdracht 5.3 Bij welke handelingen heeft meneer De Vrieze ondersteuning nodig? Er zijn meer antwoorden goed. a b c d e f
Met de rollator naar de wasbak lopen. Zich wassen met een washand. Naar de kantine lopen. Brood smeren. Aankleden. Douchen.
Opdracht 6 Schijn bedriegt
Meneer De Vrieze zit in een rolstoel. Je ziet dat hij zijn jas wil pakken. Een van de andere stagiairs, Richard, ziet het ook. Richard komt snel overeind en geeft meneer De Vrieze zijn jas aan. Maar meneer De Vrieze kijkt helemaal niet blij. ‘Dat ik in een rolstoel zit, betekent niet dat ik mijn eigen jas niet kan pakken’, moppert hij.
Opdracht 6.1 Wat had Richard anders kunnen doen?
Opdracht 6.2 Wat zijn gelijksoortige situaties als in het voorbeeld van meneer De Vrieze? Er zijn meer antwoorden goed. a Extra duidelijk praten tegen iemand die oud is. b Iemand die blind is helpen met oversteken. c Een suikerklontje in de koffie doen van iemand die in een rolstoel zit.
29
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
Opdracht 6.3 Probeer je eens in te leven in meneer De Vrieze. Je hebt je beperkingen. Je ziet niet zo goed meer. Maar je wilt wel zoveel mogelijk zelf doen. Dat heb je nu eenmaal altijd zo gedaan. Hoe zou jij het vinden als iemand je ongevraagd helpt met dingen die je best zelf kunt?
Bejegening van de klant Meneer Bos, met wie je al eerder hebt kennisgemaakt, woont op De Westenwind. Hij is vergeetachtig en vandaag extra humeurig omdat hij zijn medicijnen niet wil slikken. Door de ziekte van Alzheimer weet hij niet meer dat hij deze medicijnen elke dag moet slikken.
Opdracht 7 Rustig en vriendelijk blijven
Als je met mensen werkt, is het altijd belangrijk om een professionele houding aan te nemen. Blijf rustig, vriendelijk en geduldig. Ook als klanten het je moeilijk maken en je je misschien helemaal niet zo geduldig voelt.
Lees de theorie Bejegening. Opdracht 7.1 Welke eigenschappen heb je nodig als zorgverlener? □ Geduldig □ Vriendelijk □ Streng □ Duidelijk □ Eerlijk □ Positief □ Bazig
30
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
Opdracht 7.2
Lees de theorie Medicijnen. Speel een rollenspel met een klasgenoot, waarin je meneer Bos zijn medicijnen tegen zijn hoge bloeddruk laat slikken. ■ Een leerling is meneer Bos. Meneer Bos wil zijn medicijnen niet slikken, omdat hij is vergeten waarom hij ze moet slikken. Hij zegt dat hij niet zomaar die vieze troep slikt. ■ Een leerling speelt de stagiair(e) die de medicijnen moet geven. ■ Vertel als stagiair(e) dat het tijd is voor de medicijnen. Leg ook uit waarom meneer Bos de medicijnen moet slikken. ■ Zorg dat je aardig en rustig blijft en meneer Bos altijd juist bejegent. ■ Probeer meneer Bos ervan te overtuigen dat hij zijn medicijnen moet slikken. ■ Laat hem zijn medicijnen slikken zoals beschreven in de werkkaart. ■ Wissel van rol zodat iedereen een keer meneer Bos en stagiair geweest is. ■ Bespreek na wat goed ging en welke verbeterpunten er zijn. Opdracht 7.3 Vond je dat je vriendelijk bleef tegen meneer Bos?
Hoe zou jij koppige klanten van iets overtuigen?
Opdracht 7.4 Hoe zelfredzaam is meneer Bos op het gebied van medicijnen slikken? a Hij kan zelf zijn medicijnen slikken, zonder hulp. b Hij kan zelf zijn medicijnen slikken, maar heeft er wel hulp bij nodig. c Hij kan zelf geen medicijnen slikken. De medicijnen moeten worden toegediend.
31
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
Opdracht 7.5 Stel dat je meneer Bos onder dwang zijn medicijnen had laten innemen. Hoe zou hij zich dan gevoeld hebben?
Opdracht 8 Inleven in een klant
Het is voor klanten niet altijd makkelijk om te accepteren dat ze dingen niet meer kunnen. En het is ook niet altijd makkelijk om door iemand verzorgd te worden als je deze dingen vroeger altijd zelf deed.
Opdracht 8.1 Stel je eens voor dat je niet meer zelf naar het toilet kunt. Je ouders/verzorgers moeten helpen om je billen af te vegen. Hoe zou je dit vinden?
Opdracht 8.2
Mevrouw De Vos krijgt bezoek van haar zus. Ze wil er op haar allermooist uitzien, maar kan haar parelketting niet vinden. Ze lijkt te gaan huilen. Hoe kun jij het best reageren? a Haar troosten en samen nog eens naar de ketting zoeken. b Zeggen dat haar zus haar vast ook wel mooi vindt zonder die ketting. c Zeggen dat ze zich niet zo moet aanstellen.
32
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
Waarom denk je dat mevrouw De Vos het zo belangrijk vindt dat ze haar ketting om kan?
Zelfredzaamheid stimuleren Opdracht 9 Bij wie stimuleer je zelfredzaamheid?
Zelfredzaamheid stimuleren kan bij alle klanten, maar bij de een gaat het wel makkelijker dan bij de ander. Klanten die gemotiveerd zijn om dingen aan te pakken, zullen gemakkelijker zelfredzaam (willen) zijn dan klanten die geen zin hebben om in beweging te komen.
Opdracht 9.1 Welke van de zes klanten met wie je in dit blok hebt kennisgemaakt, is/zijn moeilijk zelfredzaam te maken, denk je? Lees de korte tekst over deze klanten eerst nog maar eens.
Waarom denk je dat?
Opdracht 9.2 Robin vertelt dat er drie factoren zijn die bijdragen aan een grotere mate van zelfredzaamheid. De eerste factor is het kunnen. Wat kan een klant allemaal nog? De tweede is het willen. Wil een klant zelfredzamer zijn? De derde is de omgeving. Wie en wat kunnen helpen om de klant zelfredzamer te maken? Denk hierbij aan familie, vrienden, maar ook technologische hulpmiddelen.
Bij welke klant denk je dat welke factor nodig is om hem of haar zelfredzamer te maken? Kies per klant uit ‘kunnen’, ‘willen’ en ‘omgeving’. Je mag ook meer factoren per klant kiezen. Meneer Bos □ Kunnen □ Willen □ Omgeving Mevrouw Bos □ Kunnen □ Willen □ Omgeving 33
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
Mevrouw De Vos □ Kunnen □ Willen □ Omgeving Meneer De Vrieze □ Kunnen □ Willen □ Omgeving Meneer Hoppe □ Kunnen □ Willen □ Omgeving Mevrouw Visser-de Weerd □ Kunnen □ Willen □ Omgeving
Opdracht 10 Hoe stimuleer je zelfredzaamheid?
Mevrouw De Vos heeft hulp nodig bij het aankleden. Robin vraagt of jij haar wilt helpen. Stimuleer mevrouw De Vos om zo veel mogelijk zelf te doen. En zorg dat zij zich op haar gemak voelt. Ze vindt het namelijk niet prettig dat een ander haar aankleedt.
Opdracht 10.1
Bekijk de instructiefilm Elastische kousen aantrekken. Speel dit rollenspel met een klasgenoot. Gebruik wat je hebt gezien in de film.
34
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
■
■ ■
■
■
Zorg dat alle benodigdheden klaarliggen. Vraag eventueel de docent waar je steunkousen en kleding kunt vinden. Verdeel de rollen. Een leerling is mevrouw De Vos. Zij heeft nu haar nachthemd aan, maar wil graag haar nieuwe blouse en rok aan. De knoopjes van de blouse en de rits van de rok kan ze niet zelf dichtmaken. Ze is ’s ochtends erg stijf en heeft hulp nodig. De steunkousen kan ze ook niet zelf aantrekken. Een leerling is de stagiair(e). ■ Was je handen. ■ Stimuleer mevrouw om zo veel mogelijk zelf te doen. ■ Help mevrouw bij het aantrekken van haar blouse en rok. Denk daarbij aan haar privacy. ■ Doe mevrouw de steunkousen aan. ■ Doe mevrouw de pantykousjes aan. ■ Help haar met het aantrekken van pantoffels. ■ Ruim dan alle benodigdheden weer op. Wissel daarna van rol.
Opdracht 10.2 Bespreek met elkaar hoe het ging. Wat deed je goed en wat kon beter?
Hoe heb je mevrouw De Vos gestimuleerd zoveel mogelijk zelf te doen?
Hoe heb je haar op haar gemak gesteld?
35
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
Opdracht 11 Meneer Hoppe in beweging krijgen
Vandaag ga je meneer Hoppe wat extra aandacht geven. Robin vertelt dat het lijkt alsof meneer Hoppe bijna niks kan, maar dat dit niet helemaal waar is. Meneer Hoppe is volgens Robin een beetje depressief. Hij moet gestimuleerd worden om in beweging te komen en mee te doen aan activiteiten.
Opdracht 11.1 Robin vraagt jou om een kopje kofďŹ e te gaan drinken met meneer Hoppe. Bedenk een onderwerp waarover je het zou kunnen hebben met meneer Hoppe.
Opdracht 11.2 Alle klanten van De Westenwind doen beneden een kaartspelletje. Behalve meneer Hoppe, want die zit voor de tv. Hoe zou jij meneer Hoppe stimuleren mee te doen met kaarten?
Opdracht 11.3 Bedenk een activiteit die meneer Hoppe leuk zou vinden.
36
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
Opdracht 12 Fotoboek
Voor Park De Winden ga je een fotoboek maken over de verschillende jaargetijden. In dit fotoboek komen mooie foto’s van de lente, zomer, herfst en winter. Je betrekt de bewoners van de afdeling individueel bij je activiteit. Maartje en Roos zijn de vrijwilligers van de afdeling en helpen bij de activiteiten.
Opdracht 12.1 Bedenk eerst het volgende. Hoe betrek je de bewoners bij het maken van het fotoboek?
Hoe houd je daarbij rekening met hun mogelijkheden en beperkingen?
Wat verwacht je van de vrijwilligers?
Opdracht 12.2 Maak het fotoboek en bewaar het in je portfolio.
Eindopdracht Opdracht 13 Samen soep maken
Het is middag. Jij gaat samen met de zes ouderen met wie je in dit blok hebt kennisgemaakt groentensoep maken. Dit is een leuke activiteit voor de ouderen. Ze mogen de soep bij het avondeten opeten.
Opdracht 13.1 Zoek een recept voor groentensoep op op internet. Maak dan een boodschappenlijst. Wat heb je allemaal nodig om deze soep te maken voor deze zes klanten plus jezelf en Robin?
37
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
IngrediĂŤnt
Hoeveelheid
Opdracht 13.2 Het is goed om nu de zelfredzaamheid van de klanten te stimuleren. Dit doe je door iedere klant een taak te geven die hij nog zelf, of met een beetje hulp, kan uitvoeren. Verdeel de taken onder de klanten. Zet achter elke taak de naam van de klant die volgens jou deze taak kan doen. Taak
Naam klant
Ui en prei snijden Paprika snijden Gehaktballetjes draaien Het recept voorlezen De tafel dekken Vermicelli in de pan doen
Opdracht 13.3 Het is altijd goed om activiteiten eerst uit te proberen voordat je ze met je klanten doet. Maak deze week zelf, of samen met je ouders, de groentensoep die je hebt opgezocht op internet.
38
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
Oriëntatie op het beroep (LOB) In deze opdrachten ga je verder nadenken over eigenschappen die een zorgverlener nodig heeft in de gehandicaptenzorg en de ouderenzorg. Heb jij deze eigenschappen zelf ook? Of kun je die nog leren? Ook ga je een moodboard maken over jouw beeld van de ouderenzorg en nadenken over jouw netwerk in de zorg. Opdracht 14 Eigenschappen in de zorg Opdracht 14.1 Kies de vijf eigenschappen die jij het belangrijkst vindt om te hebben als je in een woonzorgcentrum voor ouderen werkt.
□ □ □ □ □ □ □ □ □ □
Creatief Stressbestendig Serieus Doorzettingsvermogen Behulpzaam Vrolijk Resultaatgericht IJverig Prater Humor
□ □ □ □ □ □ □ □ □ □
Vriendelijk Handig Nauwkeurig Zelfverzekerd Flexibel Energiek Zelfstandig Dapper Sociaal Kalm
□ □ □ □ □ □ □ □ □ □
Bescheiden Geduldig Leiderschap Direct Zorgvuldig Samenwerken Leergierig Organisatietalent Origineel Klantgericht
Opdracht 14.2 Waarom vind je deze eigenschappen het belangrijkst voor het werken met deze doelgroep?
Opdracht 14.3 Welke van deze eigenschappen heb jij al?
Opdracht 14.4 Welke eigenschappen zou jij nog moeten leren als je met deze doelgroep gaat werken?
Opdracht 14.5 Welke eigenschap uit de lijst vind jij het minst passen bij het werken met deze doelgroep? Leg je antwoord uit.
39
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
Opdracht 14.6 Kies de drie eigenschappen die jij het belangrijkst vindt om te hebben als je met gehandicapte volwassenen werkt.
□ □ □ □ □ □ □ □ □ □
Creatief Stressbestendig Serieus Doorzettingsvermogen Behulpzaam Vrolijk Resultaatgericht IJverig Prater Humor
□ □ □ □ □ □ □ □ □ □
Vriendelijk Handig Nauwkeurig Zelfverzekerd Flexibel Energiek Zelfstandig Dapper Sociaal Kalm
□ □ □ □ □ □ □ □ □ □
Bescheiden Geduldig Leiderschap Direct Zorgvuldig Samenwerken Leergierig Organisatietalent Origineel Klantgericht
Opdracht 14.7 Waarom vind je deze eigenschappen het belangrijkst voor het werken met deze doelgroep?
Opdracht 14.8 Welke van deze eigenschappen heb jij al?
Opdracht 14.9 Welke eigenschappen zou jij nog moeten leren als je met deze doelgroep gaat werken?
Opdracht 14.10 Welke eigenschap uit de lijst vind jij het minst passen bij het werken met deze doelgroep? Leg je antwoord uit.
Opdracht 14.11 Welke verschillen en overeenkomsten zitten er tussen jouw antwoorden bij het werken met ouderen en gehandicapte volwassenen?
40
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
Opdracht 15 Ouderenzorg in beeld Opdracht 15.1 Maak een moodboard over het zorgen voor ouderen. Waar moet jij dan aan denken? Welke woorden, voorwerpen, mensen, gebouwen, kleuren en uitspraken passen voor jou bij dit werkgebied? Overleg met je docent of je een digitaal of papieren moodboard maakt. Opdracht 15.2 Kijk naar je moodboard. Hoe zou jij de sfeer van jouw moodboard beschrijven aan iemand anders?
Opdracht 15.3 Welke gevoelens roept jouw moodboard bij jou op? Leg je antwoord uit.
Opdracht 15.4 Ruil jouw moodboard met het moodboard van een klasgenoot. Praat er nog niet over samen. Omschrijf de sfeer van het moodboard van je klasgenoot.
Opdracht 15.5 Wat voor gevoelens roept zijn/haar moodboard bij jou op? Leg je antwoord uit.
Opdracht 15.6 Vergelijk nu jullie antwoorden. Omschrijft jouw klasgenoot de sfeer van jouw moodboard hetzelfde als jijzelf? Leg je antwoord uit.
Welke gevoelens roept jouw moodboard op bij jouw klasgenoot? Zijn dat dezelfde gevoelens als jij had opgeschreven? Leg je antwoord uit.
Opdracht 15.7 Als je naar jouw moodboard kijkt, zou je dan graag in dit werkgebied willen werken? Leg je antwoord uit.
41
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
Opdracht 15.8 Laat je moodboard zien aan iemand die niet weet waar deze opdracht over gaat (bijvoorbeeld een familielid of vriend). Vraag hem of haar over welk werkgebied jouw moodboard gaat. Vraag ook waarom hij of zij dat denkt en schrijf het antwoord op.
Vraag welke sfeer en gevoelens jouw moodboard bij hem of haar oproept.
Opdracht 16 Netwerken in de zorg Opdracht 16.1 Welke mensen ken jij die in de zorg werken? Dit mag dus alle soorten van zorg zijn, het maakt niet uit welke doelgroep. Schrijf van elke persoon de naam op, hoe jij hem/haar kent en welk soort werk in de zorg hij/zij doet.
Opdracht 16.2 Welke van deze mensen zouden jou kunnen helpen als jij een baan in de ouderenzorg zoekt? Hoe zouden ze jou hierbij kunnen helpen, denk je?
42
Welzijn volwassenen en ouderen Blok 1 Zelfredzaamheid
Opdracht 16.3 Welke van deze mensen zouden jou kunnen helpen als jij een baan in de gehandicaptenzorg voor volwassenen zoekt? Hoe zouden ze jou hierbij kunnen helpen, denk je?
Opdracht 16.4 Stel dat jij op zoek bent naar een baan. Ben jij dan iemand die anderen makkelijk om hulp vraagt of vind je dit juist lastig? Leg je antwoord uit.
43
ZORG & WELZIJN LEERWERKBOEK
9006371963_ZW_dagbest.indd All Pages
WELZIJN VOLWASSENEN EN OUDEREN
EK LE E RW E R KBO
BB / KB / GL • LEERJAAR 3 & 4
WELZIJN VOLWASSENEN EN OUDEREN 9 789006 371963
ZORG & WELZIJN
25/04/17 13:56