Skip to main content

Inzage 4 vmbo-gt | 200% Economie

Page 1

70

3. aaN ’T WERK

kosten transport

kost inkooen p


71

iN diT hoofdsTuK LEER jE verschillende indelingen van produceren hoe arbeidsverdeling werkt wat het belang van een grote arbeidsproductiviteit is rekenen met afzet, omzet en winst wat maatschappelijke kosten en opbrengsten zijn wat constante en variabele kosten zijn

KIJ K a b c d

bEKijK dE foTo

Wat heb je nodig om een oliebol te kunnen bakken? Welke bedrijfskosten zie je in beeld? Welke verschillende taken zie je in de oliebollenkraam? Niet iedereen in de straat is blij met de oliebollenkraam. Leg uit wat de bezwaren kunnen zijn.

kosten

personeel

en kost citeit i r t c ele huur standplaats

kosten schoonmaak


72

3.1 pRODUCTIE LE E s

Een taart bakken, een huis schilderen en je haar laten knippen zijn allemaal voorbeelden van productie. Produceren is het maken van goederen en het verrichten van diensten. De overheid, bedrijven en consumenten kunnen goederen en diensten maken. Alle productie samen is productie in ruime zin. De productie door bedrijven en de overheid, die geregistreerd wordt, is de productie in enge zin. Als economen het over produceren hebben, bedoelen ze meestal de productie in enge zin. Je kunt productie ook indelen in formele en informele productie. Formele productie is de productie die plaatsvindt bij bedrijven en de overheid. Informele productie is de niet officieel geregistreerde productie. Deze vorm van productie bestaat uit vrijwilligerswerk, huishoudelijk werk, zwart werk en werk waarbij in natura betaald wordt. Je werkt zwart als je geen belasting betaalt over je inkomsten. Als je betaald wordt in natura, krijg je goederen of diensten in plaats van geld. Als je als bedrijf wilt produceren, maak je gebruik van productiefactoren. Dit zijn natuur, arbeid, kapitaal en ondernemerschap. Het gebruik van productiefactoren is niet gratis, er hoort een beloning bij. Voor natuur heet dit pacht, voor arbeid is dit loon, voor kapitaal is dit rente en ondernemerschap wordt beloond met winst. Gebruikt een bedrijf veel kapitaal-

goederen, dan is de productie kapitaalintensief. Gebruikt een bedrijf juist weinig kapitaalgoederen, dan is het bedrijf kapitaalextensief. Kapitaalgoederen zijn goederen waarmee je andere producten maakt, zoals machines. Het kopen van nieuwe kapitaalgoederen noemen we investeren. Als een bedrijf juist veel arbeid voor de productie gebruikt, dan is een bedrijf arbeidsintensief. Omdat arbeid veel geld kost in Nederland, zie je dat veel arbeidsintensieve bedrijven naar landen gaan waar de lonen lager zijn. Vaak zijn voor het maken van een product meerdere bedrijven nodig. De een levert de grondstoffen, een ander bedrijf vervoert ze en weer een ander bedrijf maakt er producten van. Alle bedrijven die betrokken zijn bij het maken van ĂŠĂŠn eindproduct, vormen samen de bedrijfskolom. Elk bedrijf in een bedrijfskolom voegt wat waarde toe. Het product wordt dus ook steeds iets duurder. Bedrijven zijn vaak gespecialiseerd in een klein onderdeel van het productieproces. Er zijn tegenwoordig veel bedrijven betrokken bij het maken van een product. Het tekenen van een bedrijfskolom is dan niet eenvoudig. Bedrijven die hetzelfde soort werk verrichten, behoren tot de dezelfde bedrijfstak. Een voorbeeld van een bedrijfstak is de landbouw. Tot deze bedrijfstak behoren alle boerderijen.


HOOFDsTUK 3. aaN ’T WERK

ZO E K Op ................... ................... ................... ................... ...................

1

pRoducTiE productie in ruime zin

................... ................... ................... ................... ...................

=

a b

2 a b c d

Neem het schema over in je schrift en zet de woorden formele productie en informele productie op de juiste plek. Zet in het schema: niet-geregistreerde productie, geregistreerde productie door bedrijven en overheid.

soEpfAbRiEK Deze zinnen gaan over een soepfabriek. Zet het goede woord in je schrift. Een andere fabrikant van soep behoort tot de dezelfde bedrijfskolom/bedrijfstak. De leverancier van grondstoffen behoort tot dezelfde bedrijfskolom/bedrijfstak. De grondstoffen behoren tot de vaste kapitaalgoederen/vlottende kapitaalgoederen. De machines in de fabriek behoren tot de vaste kapitaalgoederen/vlottende kapitaal goederen.

3

bEdRijfsKoLoM EN bEdRijfsTAK

4

K ApiTA ALiNTENsiEf

a b c d

DEN K

=

a b

Wat is een bedrijfskolom? Teken de bedrijfskolom van een zak chips. Wat is een bedrijfstak? Noem drie voorbeelden van bedrijfstakken.

Bedrijf A

Bedrijf B

Bedrijf C

Aantal werknemers

2

2000

200

Waarde kapitaalgoederen

€ 20.000

€ 2.000.000

€ 100.000

Welk bedrijf is het meest kapitaalintensief? Bewijs je antwoord met een berekening. Een van deze bedrijven is een aspergekwekerij. Welk bedrijf is dat waarschijnlijk? Leg je antwoord uit.

73


3.1 pRODUCTIE

74

5 ................... ................... ................... ................... ...................

sooRTEN iNKoMEN Gebruik Rekenhulp 6B: Uitdrukken in een percentage van (www.200procent-online)

................... ................... ................... ................... ...................

I

II

III

IV

V

Aantal huishoudens (x 1000)

Percentage huishoudens

Totaal bedrag ( x € 1.000)

Aandeel van het totale inkomen

Inkomen uit arbeid

...................................

Inkomen uit eigen onderneming

...................................

Inkomen uit vermogen

...................................

6.530

Totaal

...................................

12.455

5.100

95,3

825

7,5

100%

-9.000

-2,8

321.000

100%

Bron: cbs, 2013

a b c d e

6 ................... ................... ................... ................... ...................

Neem de tabel over. Zet de woorden loon, rente en winst op de goede plek in kolom I van de tabel. Vul de goede percentages in in kolom III van de tabel. Bereken de bedragen aan inkomen. Vul deze in in kolom IV van de tabel. Het percentage bij inkomen uit vermogen is negatief. Wat betekent dit? Vergelijk de percentages in kolom III en V. Wat valt je op?

chocoLAdEfAbRiEK

................... ................... ................... ................... ...................

goederenstroom

a b c

d

e f

cacaoboer

€ 0,10

exporteur

€ 0,25

cacaofabriek

€ 0,50

chocoladefabriek

€ 0,90

supermarkt

€ 1,50 geldstroom

Teken de bedrijfskolom in je schrift en bereken per bedrijf de toegevoegde waarde. Ook de supermarkt voegt waarde toe aan een chocoladereep. Wat voegt een supermarkt toe? Er is in Nederland een aantal chocoladefabrieken. Alle chocoladefabrieken samen behoren tot dezelfde bedrijfskolom/bedrijfstak. Zet het goede woord in je schrift. Er werken negen mensen in een fabriek. Acht mensen werken 40 uur per week en één persoon werkt 20 uur per week. Op kantoor werkt één persoon 30 uur per week. De fabriek maakt in een maand 10.500 kilo chocolade. Hoeveel kilo chocolade maakt een persoon per uur? De directeur heeft een nieuwe machine gekocht waardoor de werknemers meer chocolade per uur kunnen maken. Wat kan er met de verkoopprijs van een chocoladereep gebeuren? Verklaar je antwoord. De productie van chocolade is door de nieuwe machine meer arbeidsintensief/ kapitaalintensief geworden. Zet het goede woord in je schrift.


HOOFDsTUK 3. aaN ’T WERK

7 a b c

8

In Nederland zijn veel grote bedrijven. Maak een quiz over bedrijven in de voedselindustrie. Doe deze opdracht in kleine groepjes. Schrijf de namen van acht grote Nederlandse bedrijven in de voedselindustrie op. Maak kaartjes met quizvragen over wetenswaardigheden rondom deze bedrijven. Bijvoorbeeld: Wat is geen Unox-product? A soep, B knakworst, C boter. Speel het spel. Heb je de vraag goed, dan krijg je twee punten. Heb je de vraag fout, dan verlies je een punt. Wie de meeste punten heeft, heeft gewonnen.

zWART WERKEN Zwart werken naar economische sector. Percentage van de bevolking werkzaam in die sector 30 25 20 15 Legenda

10

b c d e f g

re

se

cto

r

tor ec

de an

po

tra

ns

tui

rts

nb

ou

w

a rec

en

org

ho dlan

rk we on

lijk

ev

erz

tie rso

pe

ov

eri

gr

ep

ara

ep

ara

tie

uw bo

tor au

g din ou

van

hu

ish

rop de kin

in lp

a

ing

0 s

totale bevolking uitkeringsgerechtigden g

5

hu

DOE

pRoducTiEspEL

de

O NTDE K

De bevolking is in deze grafiek van het CBS ingedeeld in economische sectoren. Wat is een andere naam hiervoor? A Bedrijfstak C Bedrijfskundige sector B Bedrijfskolom D Bedrijfsvisie Zwart werken behoort tot de informele/formele economie. In welke twee sectoren wordt in totaal het meest zwart gewerkt? Hoeveel procent van de totale bevolking is dit? Verklaar waarom de percentages hier zo hoog zijn. Waarom is zwart werken strafbaar? Waarom willen werkgevers toch soms mensen zwart in dienst nemen? Nina en Moses hebben een discussie over zwart werken. Beiden hebben gelijk. Leg dit uit.

Nina

Moses

75


76

3.2 aRBEIDspRODUCTIVITEIT De bedrijven in Nederland kun je in vier sectoren indelen

LE E s

secundaire sector • industrie

u

• landbouw • tuinbouw • mijnbouw • visserij • veeteelt

2

u

primaire sector

u

u

1

3

4

tertiaire sector

quartaire sector

• dienstverlenende bedrijven die winst willen maken

• dienstverlenende bedrijven die geen winst willen maken

De bedrijven in Nederland kun je in vier sectoren indelen. In Nederland is de tertiaire sector het grootst, hier werken de meeste mensen. Bedrijven produceren goederen en diensten om geld te verdienen. Als je de waarde van alle productie door bedrijven en overheid in een land optelt, heb je het binnenlands product. Deze waarde is gelijk aan het nationaal inkomen. Als bedrijven meer gaan produceren, neemt het binnenlands product toe. We spreken dan van economische groei. De meeste bedrijven willen groeien. Groeien kan een verschillende betekenis hebben. Bijvoorbeeld meer omzet maken, meer winst maken of meer vestigingen openen. De groei van een bedrijf is vaak ook nodig om de concurrentie met andere bedrijven aan te kunnen. Managers van bedrijven proberen de arbeids productivi teit in hun bedrijf daarom zo hoog mogelijk te krijgen. Arbeidsproductiviteit geeft aan hoeveel goederen en diensten een werknemer in een bepaalde tijd kan maken. Bij een hoge arbeidsproductiviteit maken werknemers veel producten per tijdseenheid. De loonkosten per product zijn dan laag. Hoe hoger de arbeidsproductiviteit is van een bedrijf, hoe hoger de concurrentiekracht.

Bedrijven zullen steeds moeten innoveren om hun concurrentiekracht op peil te houden. Innoveren is het ontwikkelen van nieuwe ideeën, werkmethodes of producten. Bij nieuwe werkmethodes wordt werk vaak gemechaniseerd of geautomatiseerd. Mechanisering betekent dat werk dat eerst door mensenhanden werd gedaan, wordt overgenomen door machines. Automatisering betekent dat denkwerk wordt vervangen door computers. Binnen een bedrijf worden werkzaamheden vaak verdeeld. De ene persoon is bijvoorbeeld bezig met de verkoop, de ander doet de administratie. Dit is de technische arbeidsverdeling. Werknemers hebben zich gespecialiseerd in een deel van het werk. Hierdoor gaat het tempo van het werk omhoog, waardoor de arbeidsproductiviteit stijgt. Een nadeel is dat het werk saai en eentonig kan worden. Werk is ook verdeeld naar geslacht en cultuur. Zo zijn er typische mannen- en vrouwenberoepen en zie je dat in bepaalde culturen bepaalde beroepen vaker voorkomen. Arbeidsverdeling zie je binnen een bedrijf, maar ook binnen de maatschappij. Werk wordt verdeeld tussen bedrijven, de overheid en andere organisaties. Dit is de maatschappelijke arbeidsverdeling.


HOOFDsTUK 3. aaN ’T WERK

De overheid zorgt bijvoorbeeld voor de aanleg van wegen, maar de uitvoering hiervan gebeurt door verschillende bedrijven. Het voordeel van arbeidsverdeling tussen bedrijven is dat producten vaak beter en goedkoper worden. Het nadeel is dat je als bedrijf afhankelijk bent van andere bedrijven. De arbeidsverdeling tussen verschillende gebieden wordt regionale of internationale arbeidsverdeling genoemd. De arbeids verdeling tussen bedrijven is zo ver doorgevoerd dat bedrijven en landen niet meer zonder elkaar kunnen.

Waar een bedrijf zich vestigt, is afhanke lijk van veel factoren. In bijna alle gevallen spelen de kosten een rol. Bij een arbeidsintensief bedrijf is de hoogte van de lonen dus belangrijk. Daarnaast kiest een bedrijf zijn vestigingsplek ook op basis van de aanwezigheid van grondstoffen, kwaliteit van de infrastrucuur, politieke zekerheid, klimaat en grondsoort. Als een vestigingsplaats aantrekkelijk is, ontstaat hier veel werk en komen er dus ook veel woningen. In Nederland is de Randstad hier een voorbeeld van. Stedelijke gebieden hebben vaak ook problemen, denk aan files.

scholing van werknemers

werk beter verdelen tussen werknemers

arbeidsomstandigheden verbeteren

Wat kan een bedrijf doen om de arbeidsproductiviteit te verhogen?

goede arbeidsvoorwaarden voor werknemers

ZO E K Op

1

nieuwe technieken inzetten: mechanisering en automatisering

ARbEidsVERdELiNg Lees de krantenkoppen. Van welk soort arbeidsverdeling is sprake? Kies uit technische arbeidsverdeling, maatschappelijke arbeidsverdeling of regionale arbeidsverdeling.

77


3.2 aRBEIDspRODUCTIVITEIT

78

QUIZ ................... ................... ................... ................... ...................

2

ji j? ho E iN No VATi Ef bE N wa s eig en lijk op zo ek na ar ee n he el kra ch tig e

it br ief jes De uit vin de r va n po stora ntroller is be da ch t he el zw ak ke . De de od n ee st jui kte tde on de nken on tst aa n lijm , ma ar or nie uw e ide eë n te be Do . ek ke n lpe ba n ee toe n iem an d na ar ef? Da t ga an we ee ns br uik t! Be n jij inn ov ati ge en ere ied na bij die pro du cte n tes ten . d. en € 7,5 0 vo or ee n kin tre e vo or vo lw as se ne n en 15 € st ko rk tpa Ee n pre ise ren . kke- pr ijz en -d ag org an He t pre tpa rk wi l ee n ge pr ijs sy ste em . ide eë n vo or ee n an de r lijk ge mo el ve zo nk a Be de

................... ................... ................... ................... ...................

b

DEN K

3

el mo ge lijk din ge n. Be de nk pe r fig uu r zo ve n? zij en nn ku dit u zo Wa t bla dz ijd e 21 7. ov ati ef je be nt? Kij k op inn e ho d uw nie be je Be n Da ar sta at de uit sla g.

sEcToREN Inkomens x 1 miljoen euro per sector Primaire sector

10.000

Secundaire sector

135.000

Tertiaire sector

260.000

Quartaire sector

125.000

Totaal

Gebruik Rekenhulp 3: Rekenen met grote getallen (www.200procent-online.nl) a b

Bereken het binnenlands product. Het meeste geld wordt verdiend in de tertiaire sector. Noem drie voorbeelden van bedrijven in die sector. Gebruik Rekenhulp 6C: Procenten: hoeveelheid berekenen (www.200procent-online.nl)

c

Bereken hoeveel procent van het totale inkomen in de primaire sector wordt verdiend. Doe dit ook voor de andere sectoren.


HOOFDSTUK 3. AAN ’T WERK

Gebruik Rekenhulp 5: Grafieken lezen en maken (www.200procent-online.nl) d

4

Zet de gegevens uit vraag c om in een staafdiagram.

REgioNALE ARbEidsVERdELiNg Ontgrendelingskabel motorkap Klüster, Slowakije

Schokdempers Vibraucustic, Duitsland

Dashboard Faurecia, Frankrijk

Beeldscherm Yazaki, Japan Navigatie Mitsubishi, Japan

Airbags en veiligheidsgordels Autoliv, Zweden

Versterker Alpine, Japan

Haaienvin antenne Delphi, VS/Japan/Brazilië

Hoofdsteunen en Stoelverwarming Kongsberg, Noorwegen

90% van de carrosserie voorgemonteerd Tower, VS Glas Securit, Frankrijk

Controle-unit motor Borgwarner, VS

Stoelen Johnson Controls, VS Ontgrendelingskabel motorkap Klüster, Slowakije

Achterlichten Seima, Frankrijk

Turbo diesel Sanden, Japan

Achterbumper Plastal, Zweden/Nederland

Koppakking Elringklinger, Duitsland

Vierwielaandrijving Haldex, Zweden

Radiateur Behr, Duitsland

Wielen Borbet, Duitsland

Turbolader Garett, GB/VS

Brandstof- en remleidingen TI Automotive, GB/VS

Stabilisatorstang Allevard Rejna, Frankrijk/Argentinië Portieren Brose, Duitsland

Luchtinlaat Mark IV, Zweden/VS/Italië Automatische transmissie Aisim AW, Japan

Uitlaatsysteem Faurecia/Tenneco, Zweden

Controle-unit benzinemotor Bosch, Duitsland

Air conditioner Valeo, Frankrijk

Aandrijfas GNK/Visteon, VS

Elektronische pedaalcontrole Methode Electronics, VS

Luidsprekers Harman/Becker, Duitsland

Brandstoftank Kutex Textron, Duitsland

Zijspiegels Schafenacker, Duitsland

Antiblokkeersysteem (ABS) Continental Teves, Duitsland Deurvergrendeling Hülsbeck & Fürst, Duitsland Deurrubbers Plastic Omnium, VS

Koplampen Automotive Lighting, VS/Canada

a b c d e

5 a b

Volvo is een Zweeds merk. Schrijf op welke landen een onderdeel van Volvo leveren. Orden de landen per werelddeel. Schrijf per land op hoeveel onderdelen ze leveren. Bereken voor welk percentage een Volvo Zweeds is. Bereken voor welk percentage een Volvo Europees is. Deze opdracht heeft als titel ‘regionale arbeidsverdeling’. Leg uit waarom dit de titel is.

LEoNARds ijsKiosK Leonard is eigenaar van een ijskiosk. Het ijs dat hij verkoopt, maakt hij zelf. Per dag maakt hij 100 liter ijs met verse ingrediënten zoals meloen en chocolade. Hij heeft vier werknemers in dienst. Twee werknemers werken in de keuken, de andere twee in de bediening. Leonard werkt zelf ook mee. Is Leonards IJskiosk arbeidsintensief of kapitaalintensief? Bereken de arbeidsproductiviteit in liters ijs.

79


3.2 aRBEIDspRODUCTIVITEIT

80

c d

O NTDE K

6 a b c d

DOE

7

Leonard wil graag de arbeidsproductiviteit verhogen. Hij denkt aan de volgende mogelijkheden: - Een nieuwe ijsmachine aanschaffen. - IJsjes niet meer zelf scheppen, maar de klanten dit laten doen. - Nog iemand in dienst nemen. Bespreek per maatregel of deze de arbeidsproductiviteit zal verhogen of niet. Bedenk zelf nog een manier om de arbeidsproductiviteit te verhogen.

iNfogRAphic Een infographic is een informatieve tekening. De tekeningen bij elke leestekst zijn hier voorbeelden van. Zoek op internet voorbeelden van infographics. Schrijf voor jezelf op wat arbeidsproductiviteit is. Schrijf de manieren op waardoor de arbeidsproductiviteit in een bedrijf kan toenemen. Werk vraag b en c uit in een infographic. De titel van je infographic is ‘Hoe kan de arbeidsproductiviteit toenemen?’ Werk je tekening duidelijk uit. Je mag meerdere plaatjes gebruiken.

AdMiNisTRATiE Edwin is eigenaar van een administratiekantoor. Hij heeft tien mensen in dienst die allemaal vijf dagen per week werken. Het afgelopen jaar is de arbeidsproductiviteit gedaald ten opzichte van het jaar daarvoor. Edwin heeft geen idee waar het aan ligt, tot hij het volgende krantenartikel leest.

a

De tien werknemers van Edwin maken nu 500 opdrachten per vier weken. Edwin wil graag weten hoeveel opdrachten er per werknemer worden afgehandeld. Bereken de arbeidsproductiviteit per werknemer per week. Schrijf je berekening op.

b

Edwin vindt de arbeidsproductiviteit van zijn werknemers laag. Hierdoor is de kostprijs van zijn product hoog. Verklaar waarom een lage arbeidsproductiviteit leidt tot een hoge kostprijs.


HOOFDsTUK 3. aaN ’T WERK

c

d

e

Thomas, een collega van Edwin, zegt dat een hogere arbeidsproductiviteit leidt tot een hogere welvaart. Hieronder staan drie tussenstappen. 1 lagere arbeidskosten per product 2 stijging van de koopkracht 3 lagere verkoopprijs Neem onderstaande zin over in je schrift. Noteer de nummers van de tussenstappen in de goede volgorde zodat er een logische gedachtegang ontstaat. A hogere arbeidsproductiviteit 1 2 3 hogere welvaart B hogere arbeidsproductiviteit 1 3 2 hogere welvaart C hogere arbeidsproductiviteit 2 1 3 hogere welvaart D hogere arbeidsproductiviteit 2 3 1 hogere welvaart E hogere arbeidsproductiviteit 3 1 2 hogere welvaart F hogere arbeidsproductiviteit 3 2 1 hogere welvaart Edwin wil maatregelen gaan nemen om de arbeidsproductiviteit per uur te verhogen. Door welke maatregel zal de arbeidsproductiviteit toenemen? A arbeidsverdeling toepassen B meer personeel aannemen C meer verschillende opdrachten uitvoeren D werknemers meer dagen laten werken Een andere oplossing die Edwin bedacht heeft, is de invoering van prestatieloon. Hierbij zullen de werknemers een basisloon ontvangen en daar bovenop een bonus per afgemaakte opdracht. Geef een voordeel en een nadeel voor Edwin van het prestatieloon. Edwin heeft een aantal veranderingen doorgevoerd. De werknemers hebben nog maar beperkt toegang tot internet en de opstelling van de werkplekken zorgt ervoor dat er efficiĂŤnter gewerkt kan worden. Door de nieuwe maatregelen wordt de arbeidsproductiviteit enorm verbeterd. De tien werknemers kunnen een jaar later 900 opdrachten per vier weken uitvoeren. Enige tijd later blijkt echter dat er maar 540 opdrachten per vier weken verkocht worden.

f

8

Hoeveel werknemers moet Edwin ontslaan als hij zijn productie wil aanpassen aan de vraag? Schrijf je berekening op.

dE EcoNoMiE gRoEiT Gebruik Rekenhulp 3: Rekenen met grote getallen (www.200procent-online.nl)

a

De Chinese economie draait op volle toeren. In 2011 was het binnenlands product 3.250.827 miljoen dollar. Het binnenlands product van China steeg met maar liefst 13,6% in de periode 2011-2012. Bereken het binnenlands product in 2012.

b

Het inkomen per hoofd van de bevolking steeg minder, namelijk met 12,4%. Geef hiervoor een verklaring.

c

De snelle economische groei van China kan ook positieve gevolgen hebben voor andere landen, zoals Nederland. Verklaar op welke manier de economische groei van China positieve gevolgen voor de Nederlandse economie kan hebben. Gebruik in je antwoord het woord arbeidsverdeling.

81


82

3.3 WE gaaN ONDERNEMEN LE E s

Een ondernemer is iemand die een eigen bedrijf heeft. Als je zelf een bedrijf hebt, is het belangrijk dat je weet hoe je bedrijf er financieel voor staat. Hiervoor moet je weten hoeveel producten je hebt verkocht en hoeveel kosten je hebt gemaakt. Het aantal verkochte producten is de afzet. Als een oliebollenkraam op één dag 100 oliebollen verkoopt, is de afzet 100 oliebollen. Als je de afzet vermenigvuldigt met de verkoopprijs, krijg je de omzet. Dit is het bedrag dat de ondernemer aan het einde van de dag in zijn kassa heeft. Als een oliebol € 2 kost, is bij een afzet van 100 oliebollen de omzet 100 x € 2 = € 200. Een bedrijf maakt natuurlijk ook kosten. Die kosten moeten betaald worden. Om een oliebol te bakken moet je meel, melk, eieren en olie kopen. De prijs van de grondstoffen of producten die je nodig hebt om het eindproduct te maken, is de inkoopprijs van ingekochte goederen. De inkoopwaarde is de inkoopprijs van ingekochte goederen met daarbij de inkoopkosten zoals het vervoer van de spullen.

Als je de inkoopwaarde van de omzet afhaalt, heb je de brutowinst. Stel dat de inkoopwaarde per oliebol € 0,50 is. Dan is de totale inkoopwaarde van 100 oliebollen € 50. De brutowinst van de oliebollenkraam is dan € 200 - € 50 = € 150. Als je van de brutowinst ook de andere kosten zoals huur, loonkosten, afschrijvingskosten en kosten voor diensten van derden afhaalt, heb je de nettowinst of het nettoverlies. Als de overige kosten bijvoorbeeld € 80 zijn, is de nettowinst van de oliebollenkraam € 150 - € 80 = € 70. De btw blijft bij deze berekeningen altijd buiten beschouwing, want die moet je afdragen aan de overheid. De oliebollenkraam heeft een werknemer in dienst. Dat betekent dat de kraam loonkosten heeft. De loonkosten voor een bedrijf bestaan uit de onderdelen: nettoloon, loonbelasting, sociale premies voor werknemers en sociale premies voor werkgevers. Het verschil tussen de loonkosten en het nettoloon is de wig. De meeste bedrijven weten niet precies hoe hoog de kosten zijn. Wel weten ze voor welke prijs ze inkopen. Daarom berekenen veel bedrijven de verkoopprijs door de inkoopprijs te verhogen met behulp van een brutowinstmarge of bruto winstopslagpercentage. Dit is het verschil tussen de verkoopprijs en de inkoopprijs van een product.

inkoopprijs x afzet € 0,50 x 100

verkoopprijs x afzet € 2,- x 100

u

u

omzet € 200

-

inkoopwaarde € 50

=

brutowinst

€ 150

overige kosten € 80

nettowinst

€ 70 €

-


HOOFDsTUK 3. aaN ’T WERK

Bedrijven stellen vaak de brutowinst als percentage van de inkoopprijs vast, en berekenen zo de verkoopprijs. Als een schoenenverkoper een paar

ZO E K Op

1

WiNsT Neem de figuur over in je schrift. Waar hoort welk begrip? Kies uit omzet, afzet, brutowinst en nettowinst.

................... ................... ................... ................... ...................

2

omzet - inkoopwaarde

- overige kosten

}

}

aantal verkochte producten x verkoopprijs

................... ................... ................... ................... ...................

schoenen inkoopt voor € 55 en een brutowinstmarge van 60% gebruikt, dan is de brutowinst € 33. De verkoopprijs zonder btw is dan € 55 + € 33 = € 88.

bRuToWiNsTMARgE Gebruik Rekenhulp 6F: Rekenen met btw (www.200procent-online.nl)

a b

3 ................... ................... ................... ................... ...................

................... ................... ................... ................... ...................

Een winkelier koopt lampenkappen in voor € 30 per stuk. Hij gebruikt een brutowinstmarge van 60%. Bereken de verkoopprijs van een lampenkap exclusief btw. Bereken de verkoopprijs van een lampenkap inclusief 21% btw.

Wig Hier zie je een tekening van de opbouw van de totale loonkosten voor een bedrijf. Neem de tekening over en vul de volgende woorden in: wig, sociale premies werknemers en loonbelasting, nettoloon.

Totale loonkosten

brutoloon

premie werkgevers

83


84

3.3 WE gaaN ONDERNEMEN 4

VELbo Personeelsleden naar functie: Aantal directieleden (personen)

2

Aantal apk-keurmeesters (personen)

1

Aantal autoschade-monteurs (personen)

7

Aantal caravanschade-monteurs (personen)

1

Totale werkgelegenheid (in fulltime banen)

10,5

Gegevens per afdeling: Afzet gerepareerde schade-auto’s

650

Afzet apk-gekeurde caravans

180

Afzet gerepareerde schade-caravans

95

Omzet schade-auto’s

€ 520.000

Omzet apk-gekeurde caravans

€ 18.000

Omzet schade-caravans

€ 57.000

Overige gegevens:

a b

c

d e f

Totale personeelskosten (incl. directie)

€ 283.000

Totale inkoop (onderdelen, autolak, e.d.)

€ 124.000

Totale overige kosten

€ 157.000

Velbo is een autoschadebedrijf dat caravans en auto’s repareert. Hoeveel mensen zijn in dienst bij Velbo? Hoeveel bedraagt de waarde van de productie per fulltime werknemer in euro’s per jaar van Velbo? Schrijf je berekening op. Er worden in verhouding weinig apk-keuringen verricht. Toch wil de directie de apkkeuringen niet afstoten. De winstmarge van de apk-keuringen is namelijk veel hoger dan die van de reparaties van auto- en caravanschade. Wat kan de oorzaak zijn dat de brutowinstmarge bij de apk-keuringen zo hoog is? A Apk-keuringen zijn goedkoop B De inkoopwaarde is in verhouding laag C De kosten zijn in verhouding laag D Er hoeft geen btw over te worden betaald Bij Velbo werkt iedereen fulltime, behalve de apk-keurmeester. Een werknemer die fulltime werkt bij Velbo, werkt 230 dagen per jaar. De keurmeester heeft een halve dag nodig om een caravan te keuren, inclusief halen en brengen en andere bijkomende werkzaamheden. Hoeveel dagen per jaar heeft de keurmeester tijd voor andere werkzaamheden op zijn werk? Geef je berekening. Bereken voor Velbo de brutowinst. Bereken voor Velbo de nettowinst.


HOOFDsTUK 3. aaN ’T WERK

5

schiphoL Gebruik Rekenhulp 6D: Verandering in procenten (www.200procent-online.nl)

ra nt Bron : de Vo lk sk

a b

DEN K

................... ................... ................... ................... ...................

6

................... ................... ................... ................... ...................

Lees het artikel. Hoeveel was de afzet van Schiphol in 2012? Bereken de juiste percentages voor a t/m d.

AfzET, oMzET, WiNsT Neem het schema over in je schrift en vul het in. Afzet

Verkoopprijs per product

1000

€4 € 1,50

600 4500

O NTDE K

7 a b

€ 3.000

Inkoopwaarde van de omzet

500

€

€

750

800 € 6.000 € 1.000

€ 3,25

€ 5.200

€ 2.500

€9

€ 13.050

€ 7.000

€ 9.450

Bedrijfskosten €

€ 0,50

€ 2,50

Brutowinst

€ 1.000

€ 9.500

1750 300

Omzet

Nettowinst

€ 3.000 € 1.500 € 3.000 € 4.500

€ 5.550

€

975

€

€

650

500

guERRiLLA Guerrillamarketing is een nieuwe manier van reclame maken voor je bedrijf. De reclame popt ergens op en is na korte tijd weer weg. Een flashmob bijvoorbeeld of een ludieke straatreclame. Guerrillamarketing is een goede manier om een goed gevoel over je merk bij klanten te creëren, want bijna altijd heeft guerrillamarketing humor. Ontdek via Google wat guerrillamarketing is. Omschrijf daarna guerrillamarketing in je eigen woorden. Jullie starten een reclamebureau in guerrillamarketing. Jullie werken vanuit huis. Jullie hebben een computer met internetverbinding. Genoeg om te starten. Bedenk een naam en logo voor jullie reclamebureau.

85


3.3 WE gaaN ONDERNEMEN

86

c

d

DOE

8 a

b

Jullie school wil graag een guerrilla-actie rondom de open dag van de school. Voor een school is het belangrijk om leerlingen aan te trekken. De school vraagt jullie, als reclamebureau, om een guerrilla-actie te bedenken, waardoor meer leerlingen van de basisscholen komen kijken bij de open dag. Bedenk een ludieke guerrilla-actie en beeld deze uit op een poster. Bepaal voor jullie reclamebureau hoe je hier geld mee gaat verdienen. - Bereken de kosten voor deze actie. - Bereken welke prijs jullie voor het organiseren en bedenken van de actie aan de school gaan vragen. - Maak een offerte voor de school. Denk er ook aan dat je btw berekent!

K A AsMAKERs Jan is eigenaar van een kaaswinkel. Door het liggen in de winkel drogen de kazen na verloop van tijd in. Ze worden daardoor gemiddeld 10% lichter. Jan koopt een kaas van 10 kilo in voor ₏ 36 (excl. btw). Hij wil bij verkoop een brutowinst overhouden van 40% van de inkoopprijs. Voor welke prijs per kilo (excl. btw) moet hij deze kaas verkopen? Houd rekening met die 10% indroging. Laat de berekening zien. Jan is na enige tijd niet tevreden over de verkoopresultaten. Hij vraagt zich af wat hij moet doen. Hij heeft de keus uit twee mogelijkheden: 1 bij de groothandel grotere partijen kaas bestellen, zodat hij korting krijgt, of 2 ook noten en wijn gaan verkopen. Noem van beide mogelijkheden een voordeel en een nadeel.


HOOFDsTUK 3. aaN ’T WERK

9

a

b

c

d

doVE Michelle en Anouk, twee leerlingen uit 4-vmbo, lezen het volgende in de krant.

Hoeveel procent is de afzet van Dove in 2006 gestegen ten opzichte van 2005? A ± 0% B ± 3% C ± 16% D ± 103% Volgens het stukje uit de krant hebben de A-merken marktaandeel teruggewonnen van de B-merken. Wat is de juiste omschrijving van marktaandeel? A De afzet van een product van een bedrijf als percentage van de totale afzet van dat product van alle bedrijven B De groei van een bedrijf als percentage van de totale groei van alle bedrijven C De kosten van een bedrijf als percentage van de totale kosten van alle bedrijven D Het aantal werknemers van een bedrijf als percentage van het totale aantal werknemers Michelle en Anouk praten over de oorzaken van de omzetstijging van de A-merken. Michelle is het met de economen eens en denkt dat de lagere werkloosheid in 2006 een oorzaak van de omzetstijging is. Verklaar waarom een lagere werkloosheid kan leiden tot een grotere omzetstijging bij A-merken dan bij B-merken. Volgens Anouk is het verstandig om A-merken een betere plaats in de schappen van een winkel te geven dan de zogenaamde huismerken. Volgens Michelle is dat juist andersom. Zij zegt: ‘Volgens mij is de brutowinstmarge op huismerken groter dan die op A-merken.’ Leg uit wat bedoeld wordt met de brutowinstmarge.

87


88

3.4 WaT KOsT ’T? LE E s

Een bedrijf maakt allerlei kosten, bijvoor beeld kosten voor het gebouw, het personeel en de verzekeringen. Kosten kun je verdelen in constante kosten en variabele kosten. Constante kosten blijven altijd gelijk, of er nu veel of weinig geproduceerd wordt. Huur en verzekeringen zijn hiervan voorbeelden. Je hebt ook kosten die toenemen als je meer produceert, dit zijn variabele kosten. Een voorbeeld van variabele kosten zijn grondstoffen.

Als je alle kosten voor het maken van een product berekent, heb je de kostprijs van een product. De kostprijs is niet gelijk aan de verkoopprijs. Het bedrijf wil zelf ook nog geld verdienen. De verkoopprijs van een product bestaat uit de onderdelen inkoopkosten, bedrijfskosten en winstopslag. De consument betaalt vervolgens ook nog btw, belasting toegevoegde waarde, over de verkoopprijs. De verkoopprijs inclusief btw is de consumentenprijs.

Auto’s of computers worden na verloop van tijd minder waard, doordat ze slijten of doordat er bijvoorbeeld betere computers zijn uitgevonden. De kosten van deze producten worden verdeeld over hun levens duur. Dit gebeurt door middel van afschrijvingen. Een afschrijving is een waardevermindering van een productiemiddel. Afschrijvingen zijn wel kosten voor een bedrijf, maar geen uitgaven. Je doet de uitgaven namelijk al als je het productiemiddel aanschaft, de kosten verspreid je over de jaren dat het productiemiddel meegaat.

Bij bedrijfskosten is het duidelijk dat het bedrijf de kosten betaalt. In de samenleving zijn er echter soms kosten waarbij het eigenlijk niet duidelijk is naar wie de rekening voor die kosten gestuurd moet worden. Maatschappelijke kosten zijn kosten die door de maatschappij worden betaald. Een voorbeeld hiervan zijn de kosten voor het opruimen van zwerfafval. Wie betaalt het opruimen hiervan? De overheid regelt dit via de belastingen. Soms doen bedrijven ontdekkingen die goed zijn voor de hele samenleving, bijvoorbeeld een ontdekking van medicijnen. Dit zijn maatschappelijke opbrengsten. Bij grote overheidsprojecten wordt een kosten-batenanalyse uitgevoerd. Vaak gaat het over projecten in de infrastructuur, maar ook bij het rookverbod in de horeca is het toegepast. Dan worden individuele belangen (de inkomsten van café-eigenaren) afgewogen tegen andere belangen (de volksgezondheid).

afschrijving = vervangingswaarde – restwaarde levensduur

inkoopkosten € 0,50

+

bedrijfskosten € 0,60

+

winst € 0,79

=

€ 1,89 verkoopprijs € 0,11 btw + € 2,- consumentenprijs


HOOFDsTUK 3. aaN ’T WERK

ZO E K Op

1 a b c d e

................... ................... ................... ................... ...................

Jaap heeft een autogarage. Hij heeft constante en variabele kosten. Wat valt onder constante en wat onder variabele kosten? Huur pand Motorolie In te kopen onderdelen Twee werkplaatsmedewerkers Elektriciteit

2

AfschRijViNgEN

3

VERKooppRijs

a b

................... ................... ................... ................... ...................

coNsTANT of VARiAbEL

Waarom zijn afschrijvingen geen uitgaven? Wat is waar? A Afschrijving is vervangingswaarde - restwaarde delen door levensduur B Afschrijving is restwaarde - aanschafwaarde delen door levensduur

Neem het schema over in je schrift en vul de volgende woorden in: kostprijs – brutowinstmarge – verkoopprijs exclusief btw – verkoopprijs inclusief btw – consumentenprijs. btw

=

4

AfschRijViNg Gebruik Rekenhulp 7B: Afschrijvingen (www.200procent-online.nl)

a

b

c

Jan wil een computer aanschaffen. De computer kost € 898. Jan zal hem drie jaar gebruiken. Dan krijgt hij er bij verkoop nog € 100 voor. Hoeveel moet Jan per maand op deze computer afschrijven? Lotte wil ijsjes gaan verkopen en moet daarvoor een ijscokar kopen. De ijscokar kost € 7.500. Ze verwacht dat ze de kar acht jaar kan gebruiken. Daarna is hij niets meer waard. Hoeveel moet Lotte per jaar op deze ijscokar afschrijven? Thea wil voor haar bloemenwinkel een bestelbusje kopen. Het busje kost € 11.000. Thea zal het bestelbusje zes jaar gebruiken, daarna krijgt ze er nog € 4.500 voor. Hoeveel moet Thea per maand op het bestelbusje afschrijven?

89


3.4 WaT KOsT ’T?

90

DEN K

5

a b c

................... ................... ................... ................... ...................

................... ................... ................... ................... ...................

TRopischE VissEN Een bedrijf maakt voer voor tropische vissen. Het bedrijf wil de productie uitbreiden met 20.000 zakken voer. Met machine A kan het bedrijf 20.000 zakken produceren. Deze machine is erg zuinig met energie. Met machine B kunnen 10.000 zakken worden geproduceerd. Er zijn dan twee machines nodig. De constante kosten van een machine zijn gelijk aan de afschrijving per jaar. Machine A

Machine B

aanschafprijs

€ 30.000

€ 10.000

levensduur

10 jaar

10 jaar

restwaarde

€ 5.000

€ 2.000

Variabele kosten per zak voer

€

€

13,85

14,00

Wat is goedkoper in aanschaf? Machine A of B? Bereken de afschrijving per machine per jaar. Het bedrijf gaat 20.000 zakken visvoer extra maken. Neem de tabel over en vul de kosten per product in. Machine A

Machine B

Constante kosten per product ...

Constante kosten per product ...

Variabele kosten per product ...

Variabele kosten per product ...

Totale kosten per product ...

Totale kosten per product ...

Constante kosten per jaar Kosten bij een productie van 20.000 zakken voer

d

Zal het bedrijf machine A of B kopen? Leg je antwoord uit. Gebruik Rekenhulp 6F: Rekenen met btw (www.200procent-online.nl)

e

6

De kostprijs is 78% van de verkoopprijs exclusief btw. Bereken voor de machine die wordt gekocht (zie vraag d) wat de verkoopprijs (inclusief btw) van een zak voer zal worden.

ochTENdspiTs

Bron : CB S

a b c

Leg uit dat het gebruik van de auto maatschappelijke kosten met zich meebrengt. Noem twee maatregelen die de overheid kan nemen om het autoverbruik te verminderen. Een groot deel van de spitsuren staan er ook files. Leg uit waarom dit er voor zorgt dat producten duurder worden.


HOOFDsTUK 3. aaN ’T WERK

O NTDE K

7

huis VAN dE ToEKoMsT

.n u .n l, B ro n : w w w

a

b

DOE

8 a

20 13 11 ja n u ar i

Het huis van de toekomst zal veel technologische ontwikkelingen hebben. Levert de nieuwigheid met de koelkast maatschappelijk kosten en/of maatschappelijke opbrengsten op? Leg je antwoord uit. Product ontwerpen. Bedenk zelf een technische nieuwigheid voor in huis. Het liefst een nieuwigheid die een probleem oplost of die het leven leuker maakt. Het mag een nieuw apparaat zijn, maar ook een nieuwe functie op een bestaand apparaat. - Wat is je technische nieuwigheid? - Welk probleem lost het op? Of wat voegt het toe? - Schrijf zo duidelijk mogelijk op waarom dit een nuttige uitvinding is. Dit is je Unique Selling Point. - Maak een schets van je product.

3d-pRiNTER Kiki is ontwerpster van unieke flesjes. Ze overweegt als eerste in haar stad om een 3D-printer aan te schaffen. Met een 3D-printer kun je voorwerpen uitprinten. Het is een nieuwe techniek en Kiki twijfelt omdat de aanschaf nogal duur is: ₏ 1.850, inclusief 21% btw. Geef een argument voor de verkoper van 3D-printers om Kiki te overtuigen. Gebruik Rekenhulp 6F: Rekenen met btw (www.200procent-online.nl)

b

Bereken de aanschafprijs van de printer exclusief btw. Volgens de verkoper gaat de printer drie jaar mee. Met de printer kan Kiki een flesje printen in 40 minuten. Ze denkt dat ze op een dag drie flesjes zal ontwerpen en printen. Ze werkt in een maand 20 dagen. Gebruik Rekenhulp 7B: Afschrijvingen (www.200procent-online.nl)

c

Bereken de afschrijvingskosten die ze aan een flesje moet doorberekenen. Ga uit van de aanschafprijs exclusief btw.

91


3.4 WaT KOsT ’T? 9

MELKKoE

Gebruik Rekenhulp 2: Gemiddelde berekenen (www.200procent-online.nl) a

b

Hoe groot is de gemiddelde opbrengst in euro’s van de melk per koe? Schrijf je berekening op. De melkprijs bij de boer kent een regelmatig patroon van pieken en dalen. In de herfst/winter stijgt de prijs, om in de lente/zomer weer te gaan dalen. Geef een verklaring voor dit stijgen en dalen van de prijs bij de boer. Gebruik in je antwoord de woorden: vraag en aanbod. Bedrijfskolom van melk

boer producent (zuivelcoöperatie, melkfabriek) detailhandel (supermarkt, buurtwinkel e.d.) consument

Ontwikkeling melkprijs (indexcijfers) 2000-2009 index

92

150 140 130 120 110 100 Legenda

90 80

consumentenprijs

70

producentenprijs prijs bij de boer

60 2000

2001 2002

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009


HOOFDSTUK 3. AAN ’T WERK

c

De producentenprijs was in de periode 2002 tot en met 2006 redelijk stabiel. De prijs bij de boer varieerde in deze periode. In welk jaargetijde is de winst van de producent het hoogst: in de lente/zomer of in de herfst/winter? Verklaar je antwoord.

d

De melkveeboeren hebben vaak veel geld moeten investeren in hun bedrijf. De kosten per liter melk bedragen gemiddeld 37 cent per liter. De prijs die de boeren ontvangen voor de melk is voor hen vaak niet kostendekkend. Een uitbreiding van het aantal koeien kan op den duur kostendekkend werken. Waarom kan er wel kostendekkend worden geproduceerd als een boer meer koeien heeft? A De variabele kosten worden over meer liters melk verdeeld. B De variabele kosten worden over minder liters melk verdeeld. C De constante kosten worden over meer liters melk verdeeld. D De constante kosten worden over minder liters melk verdeeld.

e

In oktober 2009 bedraagt de melkprijs in de supermarkt € 0,68 per liter, terwijl de boer maar € 0,21 per liter krijgt. Geef twee argumenten waarom je niet kunt stellen dat de supermarkt € 0,47 nettowinst maakt op een liter melk. Je moet één argument uit de bron halen en één argument zelf bedenken.

93


REKENEN

94

1

AfschRijViNgEN Bereken de ontbrekende getallen en vul de tabel in. Gebruik Rekenhulp 7B: Afschrijvingen (www.200procent-online.nl)

................... ................... ................... ................... ...................

................... ................... ................... ................... ...................

Vervangingswaarde

Restwaarde

Levensduur

€ 40.000

€ 10.000

5 jaar

€ 800.000 €

3.400

€ 255.000

2

4 jaar €

600

8 jaar

€

0

3 jaar

€ 15.000

Afschrijving per jaar

€ 100.000

€

4.000

10 jaar

iNcLusiEf EN EXcLusiEf bTW Bereken de ontbrekende getallen en vul de tabel in. Gebruik Rekenhulp 6F: Rekenen met btw (www.200procent-online.nl)

................... ................... ................... ................... ...................

Prijs exclusief btw

................... ................... ................... ................... ...................

Btw (21%)

Prijs inclusief btw

€ 14,50 € 340 € 4.500 €

220

€ 4,50 € 33

3 ................... ................... ................... ................... ...................

................... ................... ................... ................... ...................

oMzET Bereken de ontbrekende getallen en vul de tabel in. Afzet

Prijs exclusief btw

4.000

€

5

Omzet exclusief btw

Omzet inclusief 21% btw

3,50

€ 450

400

€ € 240

2.100

€ 290.400


HOOFDsTUK 3. aaN ’T WERK

4

ARbEidspRoducTiViTEiT Alfa

a b c d e f

5 ................... ................... ................... ................... ...................

................... ................... ................... ................... ...................

Aantal machines

2

3

Aantal werknemers

6

12

Kosten grondstoffen etc.

€ 21.500

€ 48.600

Loonkosten

€ 200.000

€ 480.000

Overige kosten

€ 23.800

€ 42.400

Afzet en productie

9.000 rollen

43.000 rollen

Omzet

€ 378.300

€ 820.000

Alle bedragen zijn exclusief btw. Alfa en Beta zijn bedrijven die verpakkingsfolie produceren. Hoe groot is de arbeidsproductiviteit in rollen van Alfa? Hoe groot is de arbeidsproductiviteit in rollen van Beta? Bereken de nettowinst voor Alfa. Bereken de nettowinst voor Beta. Bereken de verkoopprijs inclusief 21% btw voor een rol folie bij Alfa. Bereken de verkoopprijs inclusief 21% btw voor een rol folie bij Beta.

bRuToWiNsTMARgE Bereken de ontbrekende getallen en vul de tabel in. Inkoopprijs

Brutowinstmarge van de inkoopprijs

€

25 %

€

400 2,30

€ 4.800

6

Beta

Brutowinst (€)

Verkoopprijs exclusief btw

33 % 30 % 20 %

€

40

25 %

€

500

40 %

€ 1.200

10 %

€

800

coNsuMENTENpRijs Bereken de ontbrekende getallen en vul de tabel in. Gebruik Rekenhulp 6F: Rekenen met btw (www.200procent-online.nl)

................... ................... ................... ................... ...................

................... ................... ................... ................... ...................

Prijs exclusief btw

Btw-percentage

€

350

21

€

6

6

Btw-bedrag

Prijs inclusief btw

21

€ 120

6

€ 32

95


96

DIT MOET JE ONTHOUDEN

bEgRippENLijsT 3.1 PRODUCTIE arbeidsintensief

Productie met in verhouding veel arbeidskrachten en weinig machines.

bedrijfskolom

De bedrijven die na elkaar meewerken bij de productie van grondstof tot eindproduct.

bedrijfstak

De bedrijven die dezelfde soort productie hebben.

kapitaalgoederen

Goederen waarmee je andere goederen kunt produceren.

kapitaalextensief

Productie waarbij in verhouding weinig kapitaalgoederen worden gebruikt.

kapitaalintensief

Productie met naar verhouding veel machines en weinig arbeiders.

formele productie

De productie die plaatsvindt bij bedrijven en de overheid en die officieel wordt geregistreerd.

informele productie

De niet officieel geregistreerde productie zoals vrijwilligerswerk en onbetaald huishoudelijk werk.

investeren

Het kopen van nieuwe kapitaalgoederen door bedrijven.

in natura

Betaald worden in goederen of diensten in plaats van in geld.

produceren

Het maken van goederen en het leveren van diensten.

productiefactoren

Natuur, arbeid, kapitaal en ondernemerschap.

productie in enge zin

Betaalde productie die geregistreerd wordt en daarom bekend is bij de overheid.

productie in ruime zin

Betaalde en onbetaalde productie samen.

zwart werk

Werken zonder belasting af te dragen over je inkomsten.


HOOFDsTUK 3. aaN ’T WERK iN diT hoofdsTuK hEb jE gELEERd verschillende indelingen van produceren hoe arbeidsverdeling werkt wat het belang van een grote arbeidsproductiviteit is rekenen met afzet, omzet en winst wat maatschappelijke kosten en opbrengsten zijn wat constante en variabele kosten zijn

3.2 ARBEIDSPRODUCTIVITEIT arbeidsproductiviteit

De productie die een werknemer in een bepaalde periode kan verrichten. De arbeidsproductiviteit kun je berekenen als aantal producten per uur, maar ook als de waarde van de productie per uur.

arbeidsverdeling

Iedereen specialiseert zich in dat waar hij of zij goed in is. Daardoor stijgt de kwaliteit van het werk en gaat het werk sneller.

automatisering

Productieprocessen worden automatisch uitgevoerd, zonder dat er mensen nodig zijn voor de bediening van de machines.

binnenlands product

De waarde van alle productie door bedrijven en overheid in een land.

innoveren

Het ontwikkelen van nieuwe ideeën, werkmethodes of producten.

internationale arbeidsverdeling

De arbeidsverdeling tussen landen. De arbeiders in een land gaan zich specialiseren in de productie van goederen die ze goed en goedkoop kunnen maken.

maatschappelijke arbeidsverdeling

Het werk wordt verdeeld tussen de bedrijven, de overheid en andere organisaties.

mechanisering

Een deel van het werk dat eerst door mensenhanden werd gedaan wordt overgenomen door machines.

primaire sector

Landbouw, tuinbouw, mijnbouw, visserij en veeteelt.

quartaire sector

Dienstverlenende bedrijven die geen winst willen maken.

regionale arbeidsverdeling

De arbeidsverdeling tussen regio’s, gebieden.

secundaire sector

Industrie.

technische arbeidsverdeling

De arbeidsverdeling binnen het bedrijf.

tertiaire sector

Dienstverlenende bedrijven die winst willen maken.

97


DIT MOET JE ONTHOUDEN

98

3.3 WE GAAN ONDERNEMEN afzet

Het aantal verkochte producten.

brutowinst

Omzet - inkoopprijs.

brutowinstmarge

Het percentage waarmee het bedrijf de inkoopprijs verhoogt als dekking van de bedrijfskosten en als nettowinst voor de eigenaar.

brutowinstopslagpercentage

Zie brutowinstmarge.

inkoopprijs

De som van de inkoopprijs en de inkoopkosten van de ingekochte goederen.

inkoopwaarde

De inkoopprijs van ingekochte goederen plus de inkoop kosten.

loonkosten

Bestaan uit de onderdelen: nettoloon, loonbelasting, sociale premies voor werknemers en sociale premies voor werkgevers.

nettowinst/-verlies

Het verschil tussen de brutowinst en de overige kosten.

omzet

De opbrengst van het aantal verkochte producten: afzet keer de verkoopprijs.

wig

Het verschil tussen de loonkosten en het nettoloon.


HOOFDsTUK 3. aaN ’T WERK

3.4 WAT KOST ’T?

WO O R D WE B

afschrijving

Het minder waard worden van een duurzaam productiemiddel.

btw

Belasting toegevoegde waarde, belasting over het bedrag waar consumenten goederen en diensten voor kopen.

constante kosten

Kosten die gelijk blijven, ook als de productieomvang verandert.

consumentenprijs

De verkoopprijs inclusief btw.

kostprijs

Alle kosten voor het maken van een product.

maatschappelijke kosten

De kosten die de samenleving (maatschappij) moet betalen, bijvoorbeeld milieuschade. De veroorzakers van de schade betalen de kosten niet en rekenen ze ook niet door in hun verkoopprijs.

maatschappelijke opbrengsten

De opbrengsten van bijvoorbeeld uitvindingen waar de maatschappij als geheel voordeel van heeft.

variabele kosten

Kosten die veranderen als de productieomvang verandert.

verkoopprijs

De verkoopprijs bestaat uit de onderdelen inkoopkosten, bedrijfskosten en winstopslag.

W W W.200pRocENT-oNLiNE.NL Vul het woordweb over dit hoofdstuk in op www.200procent-online.nl

99


EXaMENTRaININg

100

1

gARNALEN pELLEN Klaas Puul is een heel grote speler in garnalenland. In 2005 had hij 72,5 procent van de totale garnalenmarkt in handen. Verkoopwaarde gevangen vis

euro‘s (in mln.)

60 50 40 30 Legenda

20

kabeljauw

10

garnaal schar

0 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005

a

b

Bereken de waarde in euro’s van de door Klaas Puul verhandelde garnalen voor het jaar 2005. Schrijf je berekening op. Klaas Puul verplaatste zijn garnalenpellerij enkele jaren geleden van Nederland naar Marokko. Door de lagere loonkosten verwachtte hij een stijging van de afzet. Hieronder staan drie tussenstappen: 1 De consumentenprijs daalt. 2 Verbetering van de concurrentiepositie. 3 De bedrijfskosten dalen. In welke van de regels staan de tussenstappen in een dusdanige volgorde dat ze een logische gedachtegang weergeven? A lagere loonkosten 1 2 3 stijging van de afzet. B lagere loonkosten 1 3 2 stijging van de afzet. C lagere loonkosten 2 1 3 stijging van de afzet. D lagere loonkosten 2 3 1 stijging van de afzet. E lagere loonkosten 3 1 2 stijging van de afzet.

euro’s

Gegevens Klaas Puul 2007 16.000.000 14.000.000 12.000.000

13.490.000

10.000.000 8.000.000 6.000.000

6.720.000

4.000.000 2.000.000

2.770.000

0 omzet

c

inkoopwaarde

bedrijfskosten

In 2008 verkocht Klaas Puul in totaal 680.000 kilo gepelde garnalen met een gemiddelde verkoopprijs exclusief btw van € 25 per kilo. In 2007 bedroeg deze nog € 19 per kilo. Deze prijsstijging werd veroorzaakt door de vangstbeperkingen die in Europa waren afgesproken. Klaas Puul vraagt zich af wat zijn afzet in 2007 was. Hoeveel bedroeg de afzet in 2007 van Klaas Puul? Schrijf je berekening op.


HOOFDsTUK 3. aaN ’T WERK

2

AcTioN

r 20 10 ra nt , 1 de ce m be Bron : de Vo lk sk

a

De winkelketen Action begint een grote speler te worden in Nederland. Mensen komen naar Action, omdat ze daar ‘lekker’ kunnen shoppen voor weinig geld. Naast een permanent assortiment is er ook een steeds wisselend assortiment. Leg uit dat een wisselend assortiment klanten naar de winkel kan lokken.

b

Veel consumenten zijn van mening dat de producten bij Action goedkoop zijn. In de praktijk blijkt het assortiment maar voor een derde deel uit vaste artikelen te bestaan, de rest wisselt om de zoveel tijd. Naast het lokken van klanten heeft Action een andere reden om met een steeds wisselend assortiment te werken. Noem een andere reden voor Action om met een steeds wisselend assortiment te werken.

c

Jolanda en Wendy, beiden 16 jaar oud, zijn vriendinnen. Ze zijn op weg naar de Actionwinkel waar Wendy werkt. Jolanda zegt: ‘Gisteren heb ik nog een pennenetui bij jullie gekocht en moest € 1,35 (inclusief € 0,22 btw) afrekenen bij de kassa. Hoe kan Action hier ooit winst op maken?’ ‘Nou’, zegt Wendy, ‘goedkoop inkopen. De inkoopprijs bedraagt 80% van de verkoopprijs exclusief btw.’ Hoeveel bedraagt de brutowinst in euro’s op een pennenetui? Schrijf je berekening op.

d

Wendy zegt: ‘Ook de personeelskosten bij Action zijn laag in vergelijking met andere winkelketens. Ik verdien net iets meer dan het minimumloon en moet er hard voor werken. Onze arbeidsproductiviteit is heel hoog. Dat is gunstig voor een lage kostprijs.’ Leg uit waarom een hoge arbeidsproductiviteit zorgt voor een lage kostprijs per product.

e

Om uiteindelijk toch een flinke winst te maken, is het nodig dat Action een grote afzet heeft. Wat wordt er bedoeld met afzet?

f

Volgens Jolanda zou Action er verstandig aan doen ook wat duurdere producten te verkopen met een betere kwaliteit. ‘Ik denk dat er dan meer klanten komen’, zegt ze. Geef een argument voor de mening van Jolanda.

101


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Inzage 4 vmbo-gt | 200% Economie by ThiemeMeulenhoff - Issuu