VOOR NEDERLAND EN VLAANDEREN
€ 7,50
MAGAZINE Harry Westers WestCord hotels
‘Het is bij mij d’r op of d’r onder’
Couturier Hans Noordstrand
‘Een mooi kledingstuk is als een schilderij’ Wagyu Lakenvelder Oesterblad Machedoux bij restaurant Het Ambacht Zondagmorgen in Harlingen
INHOUDS GALERIEHOUDER GEKE WESTENBERG – GALERIE DE VIS HARLINGEN ‘Men wist hier in Harlingen, toen ik dertig jaar geleden begon, nauwelijks wat een galerie was. We zijn vrij onbevangen begonnen.’ Klaas Gubbels aan wie ze vroeg hem te mogen presenteren, noemde haar ‘’Mijn meisje aan de haven.’’ Mijn succes? Vorm en kleur moeten kloppen en het werk moet je raken. Goed kijken en kwaliteit aan je zien te binden, dat weten uit te dragen en dat in combinatie met een prijs die goed is.’ Geke Westenberg verbaast zich over de onbekendheid van de havenstad. ‘Mensen komen hier op doorreis naar een van de eilanden. Als ze de boot gemist hebben ontdekken ze Harlingen. Ze zijn verrast door de monumentale kwaliteit van de stad.’
4
COUTURIER HANS NOORDSTRAND ‘Couturier Edgar Vos zei tegen mij: “jij lacht ons vanuit Friesland allemaal uit.” Vanuit Nijeholtpade werk ik aan mijn collecties. Een prachtige plek om te werken en te wonen. Vooral die combinatie bevalt me zeer. De PC Hooftstraat in Amsterdam is leuk voor toeristen, maar voor het vak dat ik uitoefen kun je beter terecht in de Warmoesenierstraat of op de Zeedijk. Of in Nijeholtpade.’
6
HARRY WESTERS – HOTEL NEW YORK Hotel New York in Rotterdam is het icoon waarover de Vlielander ondernemer Harry Westers met enthousiasme spreekt. Maar zijn opmars in de hotelwereld startte met Seeduyn, een hotel op de duintoppen van Vlieland. Zijn bedrijf WestCord telt inmiddels 500 werknemers en de groei is er nog lang niet uit. Westers vertelt voor het eerst over de manier hoe hij het succes pakte. ‘Het is bij mij d’r op of d’r onder. Zo zit ik in mekaar.’
10
HELEEN SONNENBERG – WEDUWE JOUSTRA BEERENBURG, BRUIDSTRANEN EN NAVELTJE BLOOT Het in Sneek gevestigde familiebedrijf Weduwe Joustra – sinds 1864 voor het betere slokje – wil en kan niet anders dan met de tijd meegaan. Heleen Sonnenberg, huidig eigenaresse, zesde generatie, tweede vrouw aan de leiding, voegt voortdurend nieuwe producten en diensten aan het assortiment toe: van origine winkel met slijterij en distilleerderij van de bekende Beerenburg, nu ook groothandel met onder andere private labels, een museum met proeflokaal, merchandising en toeristische arrangementen. Bij de dranken zelf staat de tijd ook niet stil: de Weduwe heeft recentelijk moderne versies van bekende, en minder bekende dranken als Kraamanijs, Bruidstranen, Naveltje bloot en Vergeet me niet geïntroduceerd.
16
FENNA GRIJPMA – BEELDEND KUNSTENARES – GRAFISCH ONTWERPER ‘De computer geeft mij als kunstenaar van toegepaste kunst enorm veel mogelijkheden. Ik teken ontwerpen die ik voor allerlei toepassingen kan aanpassen. Ik lever akoestische panelen, vloertapijt, lampen en behang met grafische opdruk.’
2
24
SOPGAVE JOOP BRAAKHEKKE – PATRON LE GARAGE ‘Friezen zijn stevig. Wat ik daarmee bedoel? Karakter. Houden niet van flauwekul. Dat zit in hun cultuur. Ze hebben altijd voor hun bestaan moeten vechten en moesten strijden tegen de elementen. Het bestaan zal nooit gemakkelijk zijn geweest.’ Braakhekke heeft Hindeloopen als thuisbasis voor zijn jacht Stoute Louise. Die keuze werd gemakkelijk gemaakt door de kok van het voormalige restaurant De Gasterij, nu De Hinde. ‘Ik heb er een knipkaart.’
28
LOUISE COHEN – INDUSTRIEEL VORMGEVER ‘Mijn Friese projectpartners zijn echte ambachtslieden, trots op hun vak, en met een grote beroepseer. Voor hen staan handel en zakendoen niet voorop. Als ik aanklop voor advies en hen betrek bij de productie van mijn objecten, dan worden zij aangesproken op hun vakmanschap.’ Louise Cohen, afkomstig uit Den Haag, spreekt bewonderend over de ambachtlieden van Mannen van Staal. ‘Ze staan open voor samenwerken, komen met ideeën en suggesties. Ze zijn tot in hun tenen gemotiveerd.’
32
HAN STEENBRUGGEN – MUSEUM BELVÉDÈRE ORANJEWOUD
‘Kunstenaar Auke de Vries past helemaal bij ons museum Belvédère. De Vries is een onconventionele kunstenaar die weet wat hij wil. Precies zoals ons museum. Je kiest je pad en laat je niet van de wijs brengen. Auke de Vries boekte hiermee succes in Bangkok, Berlijn, Aberdeen, Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Leeuwarden. Zijn beelden zijn inspirerende, tijdloze objecten.’
39
HENK MARKUS – RESTAURANT HET AMBACHT IN HEERENVEEN
‘Al vele jaren ben ik bezig mooie en unieke producten die in en rond Friesland worden gevangen, geteeld, gekweekt en geproduceerd in mijn gerechten te gebruiken. Het is voor velen misschien erg onbekend maar het geweldige aanbod aan vis, schaal- en schelpdieren, vlees, groente, zuivelproducten, en zelfs wijnen biedt zoveel mogelijkheden.’ Markus verwierf faam in zijn restaurant De Nieuwe Mulderij in Leeuwarden. Dit voorjaar startte hij een volledig nieuw concept met zijn bijzondere medewerkers in Het Ambacht in Heerenveen.
42
NACHTLEVEN IN LEEUWARDEN
Fotograaf Harry Muis legde het nachtleven van Leeuwarden vast. In de Oude Doelesteeg en aan het Ruiterskwartier schoot hij het hardcore café-leven. In poptempel Romein kwamen de romantische bezoekers van concerten in beeld en op het Gouverneursplein ontmoette de fotograaf het rustieke uitgaansleven in hartje stad.
46
3
Zond in H 4
dagmorgen Harlingen 5
De vissersschepen van Urk, Texel en Lowestoft liggen op deze
Zondagmorgen in Harlingen
zondagmorgen roerloos aan de kade in de haven van Harlingen. De bedrijvigheid aan de carrier Abis Dover ligt op dit matineuze uur stil. Ook de terrassen aan de haven en in de stad zijn nog niet geopend, maar lang kan dit niet meer duren. Zelfs op de terminal van de havenstad waar de overtochten naar Vlieland en Terschelling starten is het rustig. Er is slechts gestommel te beluisteren in de campers die op een majestueuze plek aan de haven staan. Harlingen ontwaakt. Tijd voor een wandeling.
geschiedenis en dalen af in noordelijke richting. Op naar de Zoutsloot. Een omgeving waar iedereen op slag blij van wordt. Rechtsaf de Droogstraat in, langs het kantoor van de Wadden-vereniging. Het ene prachtige pand wordt opgevolgd door het andere. Op sommige gevels prijkt het bescheiden bordje van de Hein Buisman Stichting. Het is de stichting die verantwoordelijkheid nam voor de restauratie van de talloze panden in Harlingen. Liefde voor het monument en vakmanschap gingen hier hand in hand.
Over de Noorderhaven langs het
Via de Waddenzeeroute weer terug
pand van dominee Johan Barger. Hij vermoordde er zijn werkster Cato de Mirande toen die niet meer gediend was van zijn amoureuze verzoeken. Barger werd opgepakt en in het gevang van Leeuwarden tot zijn dood vastgezet. Aan een rechercheur die hem verhoord biechtte hij op: ‘Ik ben geen christen meer. Ik ben een schurk. Ik heb een moord gedaan.’ Op het pand op nummer 29 staat de geschiedenis kort weergegeven. We danken er nog een mooi versje aan: Tarara boemdiee De blikken dominee[ Die schoot met kruit en lood Zijn arme naaister dood Nu zit hij in de kast Al aan een ketting vast De jongens roepen luid: Die komt er nooit meer uit
6
We verlaten het pand met de trieste
naar de Noorderhaven. Aan de overkant het stadhuis. Daarnaast ooit een van de mooiste horeca etablissementen van de havenstad: De Beurs. Nu is er de Hema gevestigd. We blijven aan de noordkant en ontwaren panden waar we zouden willen wonen. Robuuste, goed onderhouden woningen en bedrijfspanden. Te koop en met vertier van een prachtige binnenhaven gratis voor de deur.
We steken het kleine sluisje over bij café De Lichtboei. Nu naar links langs het Noordijs, het water met de antieke slepers en de voormalige vrachtscheepjes. Het winkelcentrum laten we rechts liggen. We koersen aan op de Heiligeweg. De kromming – waarin in een van de panden een goed bewaard geheim is gevestigd: het atelier waar Harlinger aardewerk wordt vervaardigd – leidt naar de Spekmarkt en de Lanen. Op naar de Kleine Bredeplaats en meteen links naar de Grote Bredeplaats. Fish and Dish toont de mooiste producten (Marco Poldervaart) en in de kiosk van het VVV wordt geattendeerd op Happen en Trappen, op de fiets langs culinaire hoogtepunten.
Via de brug naar het Havenplein en naar de Willemshaven en het enige station aan de Waddenzee. Vuurtoren (linksachter) en kraan (voor) doen dienst als hotelaccommodatie. Over de brug naar de veerdiensten van de elkaar beconcurrerende Eigen Vervoermaatschappij Terschelling (EVT) en rederij Doeksen. De hal is op deze zondagmorgen vrijwel uitgestorven. We ontdekken een van de properste toiletaccommodaties van het land. Op naar café restaurant ’t Noorderke aan de Noorderhaven voor een uitsmijter ham. Het is de pleisterplaats voor varensgasten.
7
Zondagmorgen in Harlingen
8
Harlingen treurt een beetje Harlingen treurt een beetje omdat de stad vooral wordt gezien als noodzakelijke passage voor de toeristen die op de boot moeten naar de eilanden Vlieland of Terschelling en veel minder als stad om een weekend of langer door te brengen. ‘We zouden de stad graag wat langer aan de toeristen willen laten zien. Het is een havenstad met volop bedrijvigheid en met tientallen monumenten’, aldus burgemeester Roel Sluiter. De kersverse burgemeester van de havenstad heeft gelijk. Harlingen verdient meerdere overnachtingen. We noemen er een paar. De rijke geschiedenis rond schrijver Simon Vestdijk ligt er voor het oprapen (Hannemahuis). Galerie De Vis van Geke Westenberg bepaalt al dertig jaar voor een belangrijk deel het artistieke hart van de stad. Het Hannemahuis toont de geschiedenis in een notendop. Culinaire en restauratieve hoogtepunten in stad en omgeving zijn er voldoende. We bezochten de hotels Anna Casparii, Zeezicht en ’t Noorderke. We noemden al Fish ’n Dish. Ook Arum kent een topper: Indonesisch restaurant Tandjong Priok. En vergeet Herberg De Greate Pier niet in uw route op te nemen (ontbijt) of strandpaviljoen ’t Zilt. Vanuit Harlingen is een dagtocht naar Terschelling sinds kort een attractie van formaat. Ook het Planetarium van Eise Eisinga in Franeker behoeft weinig aanbeveling.
9
Henk Markus, chef van restaurant Het Ambacht in Heerenveen
‘Zilte groenten komen van het Wad, zoals oesterblad, zoute besjes en zeekraal. En iets nieuws: vioolknoppen, de toppen van varens, van kwekerij de Cuynder. Daar ga ik binnenkort mee experimenteren’ door Aart Nieuwland
10
Henk Markus heeft in zijn lange professionele carrière als kok letterlijk voor vele hete vuren gestaan. Nu hij sinds kort restaurant Het Ambacht in Heerenveen exploiteert komt daar een heel andere uitdaging bij: hoe combineer ik ambachtelijk koken met lokale en duurzame producten met op maatschappelijk verantwoorde wijze ondernemen?
11
Ambachtelijk, duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen in de horeca Het resultaat mag er zijn: sinds april 2012 is Henk de trotse uitbater van een prachtig restaurant dat met liefde voor het oorspronkelijke gebouw is ingericht. Vele originele details zoals trappen, kozijnen, vloeren, leidingen in het restaurant herinneren aan de voormaling ambachtschool die vele generaties leerlingen heeft afgeleverd. En dat past goed bij de rol die Henk Markus tegenwoordig ook heeft: docent van horeca-medewerkers.
12
Henk, waarom ben je met Het Ambacht gestart? Je hebt ook nog restaurant De Nieuwe Mulderij in Leeuwarden. Je wilde uitbreiden? “Onlangs heeft een ondernemer dit pand gekocht en er zijn bedrijf gevestigd. Hij is lid van een kookclub in Heerenveen en die was op zoek was naar een nieuwe restaurantkeuken, plus dat de leden graag iets op maatschappelijk vlak wilden gaan doen. Zij hebben contact met mij opgenomen om namens hun club, inmiddels een stichting, het restaurant op te zetten
13
Ambachtelijk, duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen in de horeca
14
en als begeleider van mensen die een tweede kans verdienen te gaan werken. De stichting en ik zijn samen eigenaar van Het Ambacht. We hebben in een zeer korte periode, zo’n 6 maanden, de hele zaak opgezet en zijn erg tevreden. Onze gasten komen overal vandaan. Een week geleden belde iemand met een zuidelijk accent voor een lunchreservering: de Michelin-inspecteur. Die hebben ons dus ook al gevonden. Hij heeft hier gegeten en rondgekeken. We zijn benieuwd. Nog even over mijn andere restaurant: door de recente economische ontwikkelingen heb ik De Nieuwe Mulderij moeten sluiten, helaas.”
Je staat bekend als een kok die het belangrijk vindt lokale producten te gebruiken. Waarom doe je dat? “Al vele jaren ben ik bezig mooie en unieke producten die in en rond Friesland worden gevangen, geteeld, gekweekt en geproduceerd in mijn gerechten te gebruiken. Het is voor velen misschien erg onbekend maar het geweldige aanbod aan vis, schaal- en schelpdieren, vlees, groente, zuivelproducten, en zelfs wijnen biedt zoveel mogelijkheden. Daar moet ik mee aan de slag. Een aantal voorbeelden. Jaap Vegter en zijn collega’s zijn dagvissers op het Wad en de Noordzee. Zij hebben
kleine vissersschepen, zonder mogelijkheid tot overnachting, dus zij brengen alle vis meteen aan land zodat tussen het moment van vangst tot op het bord van mijn gasten geen tijd verloren gaat: altijd vers! Ik haal het zelf op. Ander voorbeeld: Wagyu vlees uit Oldeberkoop. Dan heb ik het over Lakenvelder (roodbont vee vergelijkbaar met Wagyu) gevoed met graseiwitten, uit het gebied langs de Tjonger. Ik gebruik witte asperges van Hoekstra uit Katlijk. Groene kaas komt van de Heidepleats in Sint Nyk (groen door toegevoegd peterseliesap, een traditioneel conserveringsmiddel in verband met het vochtige klimaat in en rond boerderijen). Rode en witte wijn is afkomstig van Doniastate. Meel wordt gemalen door molen ’t Lam in Woudsend voor het brood dat we zelf bakken (het graan is in Noord-Nederland geteeld; zelfs in Limburg bakken ze brood met dit meel). Zilte groenten komen van het Wad, zoals oesterblad, zoute besjes en zeekraal. En iets nieuws: vioolknoppen (de toppen van varens; in het Engels ‘fiddlehead’) van kwekerij de Cuynder. Daar ga ik binnenkort mee experimenteren.”
Welke eisen stel je aan de producten die je in Het Ambacht gebruikt? “Als het product volgens een biologisch keurmerk is gekweekt, dan heeft dat mijn
voorkeur. Maar dat is geen harde eis. Zolang het eerlijk is, een geweldige smaak heeft, dan is het goed. Daarbij: ik stel mijn menu afhankelijk van het seizoen samen: bepaalde vissoorten eet je dus van april tot en met september, want in de rest van het jaar hebben ze rust nodig onder andere voor de voortplanting. Met groente, bijvoorbeeld asperges, heb je ook nog de invloed van het weer; dit kan betekenen dat ik met het menu moet schipperen want als het te koud is, zoals op dit moment, wordt er niet genoeg geoogst. Ik moet wel op de levering kunnen vertrouwen. Door klimaatverandering zijn er een aantal mooie producten op het Wad bijgekomen: zo zijn er nu pijlinktvisjes die het warmere en voedselrijke water van de Waddenzee hebben ontdekt en daar profiteren wij van. En zeebaars: van mei tot en met september is het water op de juiste temperatuur en de rest van de tijd zwemmen ze zuidelijker. Van het Wad komen verder de Japanse oesters; eerst een plaag, we deden er niets mee, is het ineens een commercieel product en eten we ze. Wat ook helpt: de overheid heeft een flexibel vergunningenbeleid vastgesteld: de visser kan en mag afhankelijk van de vismethode en het seizoen vis blijven vangen. Hij kan zo een bestaan opbouwen en ik zet het op het menu.”
15
Over de overheid gesproken: als je het hebt over wet- en regelgeving, waar loop je tegenaan als je voor regionale en biologische producten kiest? “Nou, dat valt voor sommige producenten van onder andere kaas nog niet mee. De VWA (Voedsel- en WarenAutoriteit) is streng, met name fermentatie en schimmelvorming zijn een moeilijk onderwerp. Voor de producente van de Machedoux geitenkaas, De Oude Streek in Zevenhuizen, is het lastig deze heerlijke en eerlijke kaas op een rendabele manier te maken. De verplichte periodieke keuringen zijn duur en werken kostprijsverhogend. Ik wil deze Machedoux graag op de kaart, alleen het moet wel betaalbaar blijven. Ligt de kaas – we serveren die het liefst op 17 à 18 graden - op de kaaswagen in het restaurant, dan wil de VWA dat de kaas op 7 graden wordt bewaard. Dat kan eigenlijk niet: koude kaas smaakt gewoon minder lekker. Er zit ook een ander nadeel aan deze strenge normen: tegenwoordig eten en drinken we steeds meer steriele producten. Dit houdt een mogelijk grotere kwetsbaarheid in, want we bouwen minder weerstand op. Toch doe ik soms ook een concessie. Risico’s sluit ik uit en kies in sommige gevallen voor pasteurisatie van bijvoorbeeld eieren voor de chocolademousse, ondanks mijn voorkeur voor het pure product.”
Je merkt dat er steeds meer belangstelling voor streekproducten is, en niet alleen hier,
16
maar door het hele land. Hoe is de marketing en levering van Friese specialiteiten geregeld? “Op het ogenblik is het aanbod een beetje versnipperd, en dat is jammer, zo krijg je verwarring. Naast Wâldpyk (de Wouden, Oost-Friesland) en Waddengoud (de naam zegt het al) is er nu ook Poerbest (in het Nederlands zou de naam ‘uitstekend’ of ‘geweldig’ zijn). Iedere formule heeft zijn eigen principes ten aanzien van regio, type product, producent etc. Volgens mij kun je beter 1 overkoepelend, allesomvattend merk dat vergelijkbaar is met dat van ‘Mariënwaard’ creëren. Samen zijn we sterk en het is een stuk efficiënter.”
Nu je Het Ambacht aardig aan de gang hebt: waar ga je op korte termijn mee aan de slag? “Op veel plaatsen organiseert men boerenmarkten. Het Ambacht zal dit jaar zijn eigen versie presenteren die mijn visie duidelijk weergeeft. Mijn boerenmarkt is bedoeld als platform voor horeca en producenten: kennismaken met en bevorderen van het gebruik van regionale specialiteiten. Verder ben ik bezig met de aanleg van een eigen kruidentuin bij het restaurant. Hier kweek ik die kruiden die essentieel zijn voor mijn gerechten. Daarnaast komt een terras. En in de kelder onder het restaurant zijn we bijna klaar met de inrichting van een wijnproeflokaal.”
Het Ambacht en detacheringsbureau Fifteen Werkt bieden mensen tussen de 18-27 jaar die een zetje in de goede richting nodig hebben een praktijkopleiding in het restaurant. Henk Markus en zijn brigade leiden hen op tot kok, gastheer of gastvrouw. De leerlingen ontvangen een SHV-diploma en worden gedurende 1 jaar na afronding van studie begeleid bij het zoeken naar hun eerste baan en bij het starten in die baan. Het slagingspercentage ligt op circa 80%.
Bij toerbeurt kookt een van de leerlingen de gezamenlijke maaltijd. Meinte Kloetstra (zie foto) is een Henks leerlingen en op de begeleidende foto is te zien dat hij abrikozen voor de chutney schilt. Hij werkt graag bij de mise-en-place en aan de kachel, en heeft een voorkeur voor het bereiden van vlees, groenten en patisserie, bijvoorbeeld panna cotta. Op donderdag heeft Meinte kookcorvee en dan maakt hij het liefste chili con carne voor zijn collega’s. Wietske Minkema (zie foto) spuit macarons met aardbeien op de mat en is bezig met het wegen van het meel waarmee Het Ambacht zelf brood bakt.
Direct na aanvang was het project zo succesvol dat er een opnamestop is ingesteld. Regelmatig bellen ouders met de vraag of hun kind een opleidingsplek in het Ambacht zou kunnen krijgen. Henk Markus hoopt en verwacht dat dit succes meer bedrijven in en rond Heerenveen doet besluiten mee te werken. Diverse leveranciers van het Ambacht vinden Fifteen Werkt een sympathiek project en leveren het restaurant producten en diensten tegen aangepast tarief.
Grietje Kort werkt in de bediening en ruimt het tafellinnen op, klaar voor het indekken.
De leerlingen bij Het Ambacht werken in 2 ploegen: * van 11:30-17:00 uur * van 16:30-22:30 uur
Aart heeft het volgende gegeten en gefotografeerd: Vooraf: gebakken harder uit Waddenzee, mousse van harder en asperges, zilte groenten, waaronder oesterblad en zeekraal, met bouillon van tomaat; Hoofdgerecht: 2 bereidingen van zacht gegaarde eend (krokant gebakken borstfilet en slavink van eendenborst), aardappelfondant met merg en koningszwam, gefermenteerde zwarte knoflook, geroosterde, gepofte en mousse van rode biet, erwtjes Dessert: rijstbavarois met aardbeien, traliewerk van witte chocolade, gekonfijte sinaasappelschil en ijs van tahitivanille
17
polyvalent designer
18
‘ Ik werk met echte ambachtslieden die trots zijn op hun vak’ door Aart Nieuwland
19
polyvalent designer
Verscholen in een Leeuwarder woonwijk, op de grens met het platteland, werkt Louise Cohen aan een gestaag groeiende en diverse collectie objecten. Als in een galerie staan en hangen door het hele huis prototypes, 0-series en unica; opvallend detail: Louise gebruikt kartonnen dozen voor fruit en groente als dossiermap en opbergsysteem voor haar materiaal. “Zo’n 25 jaren geleden ben ik van Den Haag naar Leeuwarden verhuisd. Ik vond en vind het hier geweldig, vooral ook omdat Leeuwarden overzichtelijk is: er is van alles maar één; je hebt geen overload door overvloedig aanbod, zoals in de Randstad. Inmiddels ben ik hier helemaal op mijn plek. Om een voorbeeld te noemen: zanger Douwe Heeringa heeft me ooit als Friezin geadopteerd. Da’s toch prachtig?!”
Je collectie is zeer divers, je maakt gebruik van allerlei materialen. Hiervoor heb je de kennis en kunde van derden nodig. Met wie werk je in Friesland samen?
dit moment ben ik druk bezig met de marketing, die ik zelf verzorg.”
“Een van de dingen die me in Friesland opvalt: mijn Friese projectpartners zijn zeer bereid tot, staan open voor samenwerking. Het zijn echte ambachtslieden, trots op hun vak, en met een grote beroepseer. Voor hen staan handel en zakendoen niet voorop. Als ik aanklop voor advies en hen betrek bij de productie van mijn objecten, dan worden zij aangesproken op hun vakmanschap. Zelf ben ik erg kritisch en wil mijn projecten zoals ik het voor ogen heb uitvoeren. Het mooie van mijn Friese partners is dat zij gevraagd en ongevraagd hun mening geven, meedenken, gericht op het voor mij beste resultaat. Dat werkt geweldig. Met een groot aantal heb ik een langdurige relatie. Ik merk dat in dit opzicht het verschil met Randstad steeds groter wordt. Hier in Friesland werkt het voor mij het prettigst.
“Met alles dat met mijn werk te maken heeft. Naast het ontwerpen en produceren van mijn collecties heb ik de zakelijke kant helemaal in eigen beheer, en heb dus bijvoorbeeld geen agent of galerie die mij vertegenwoordigt. Ik schrijf mijn eigen documentatie, maak foto’s en onderhoud via mailings, Facebook, Twitter en mijn website www.louisecohen.nl contact met mijn relaties. Internet biedt zoveel mogelijkheden: ik ben nu bezig met mijn eigen webwinkel louisecohencollections. nl. Hier kan straks iedereen mijn unica bekijken en bestellen, inclusief het betaalgedeelte. Ik zorg voor de gehele afhandeling van productie tot en met logistiek.”
Voor mijn ‘CREATE YOUR OWN’-collectie werk ik samen met Mannen van Staal uit Winsum (een dorp met veel bedrijven in de metaalindustrie). Mannen van Staal is gespecialiseerd in metaalbewerking en ik wil dat zij hun productie kunnen uitbreiden dus heb ik een soort Meccano voor volwassenen ontworpen. De collectie bestaat uit allerlei geperforeerde metalen platen die de gebruiker thuis zelfstandig tot bijvoorbeeld opbergsystemen, een kapstok, kandelaar, klok en ga zo maar door kan combineren. Het systeem is modulair en flexibel in te zetten bij veranderend gebruik of in een andere omgeving. Inmiddels heeft een tandarts haar wachtruimte met ‘CREATE YOUR OWN’ ingericht, en ik ben met interieurarchitecten in overleg. Het materiaal is efficiënt en in grote oplagen te produceren, en is duurzaam want gegalvaniseerd. Op
20
Waar houd je je mee bezig als zelfstandig ondernemer?
Welke collectie ben je op dit moment aan het samenstellen? “Voor mijn projecten werk ik altijd met aanwezige componenten waarmee ik een object creëer. Voor ‘BE BEAUTIFUL’ gebruik ik voorwerpen die uit kringloopwinkels komen: vazen, schalen, kommen, bonbonschaaltjes, puddingvormen. Ik recycle deze tot unica, bijvoorbeeld als hanglamp of decoratief object voor op een dressoir. Mijn inspiratie komt voort uit het overschot aan spullen dat Nederland in het kringloopcircuit heeft, dat kan het niet aan, en er mag niet meer naar Oost-Europa worden geëxporteerd; het afvoeren van afval kost geld. Door het materiaal te hergebruiken ontstaat een nieuw product, dat de schoonheid van het origineel in een andere vorm weergeeft. Ik maak een aantrekkelijk en nieuw object, dat de hebberigheid van de klant stimuleert. Het object dat zo
ontstaat vertegenwoordigt het thema van de verbinding van verleden-heden-toekomst.
Waar kunnen we je werk in Friesland bekijken?
Een ander voorbeeld van recent werk: ‘LIFE IS GREAT’, ook weer in samenwerking met Mannen van Staal. Dit is een serie metalen buitenmeubilair: tafels met uitsparingen voor open vuur, tafelgrill, wijnkoeler of kookelement op bio-ethanol; deze elementen zijn modulair in te passen en na gebruik onzichtbaar weg te bergen. Een ander onderdeel is een bank voor bij de tafel met onder het zitvlak bergruimte voor bijvoorbeeld open haardhout. Deze collectie heb ik zeer succesvol op de meubelbeurs in Milaan en tijdens Design Act Moscow gepresenteerd. Bij de Werpsterhoeke (Grou), exclusief voor Nederland, kan men ‘LIFE IS GREAT’ aanschaffen.”
“WATERLOOP is een lichtobject dat ik voor gezondheidscentrum De Brug (in de wijk Bilgaard te Leeuwarden) heb ontworpen. Met lichtcomposities verbeeld ik de overgang van grondwater naar lucht. In het jongere ouderencentrum in Drachten hangt VUURMUUR: met bewegend licht roep ik een beeld van vlammend vuur op. Een transparant afscheidingsdoek van geweven roestvrijstaaldraad en led-verlichting creëren het effect van een openhaard. Iets verder weg: binnenkort zal het “Tuinkunstenfestival”-project in het kader van het 120-jarig bestaan kwekerij Abbing (Zeist) worden gehouden. In hun opdracht ben ik projectmanager en zal mijn ‘LIFE IS GREAT’collectie die de reden voor mijn betrokkenheid is, presenteren.
Polyvalent designer Louise Cohen is autodidact en ook al heeft zij zelf nooit zo de behoefte aan een etiket gehad, toch wil Louise haar werk kunnen benoemen. Op basis van haar beschrijving van werkwijze en visie (samenkomen van praktische en technische invalshoeken en herkenbare gevoelswaarden, veelheid aan materialen, aard van en soort objecten, veelzijdige input, aanbieden van mogelijkheden, gebruiker geeft eigen invulling aan object, mensen voelen zich er prettig bij) is een geraadpleegde kunsthistoricus tot de titel ‘polyvalent designer’ gekomen.
21
FENNA
GRIJPMA beeldend kunstenares
Alles elektronisch! Behalve het eindresultaat dan. De Leeuwarder beeldend kunstenares en grafisch ontwerpster Fenna Grijpma heeft het roer omgegooid: in plaats van kwast en doek gebruikt Fenna tegenwoordig slechts computer en tekentablet. Na haar opleiding als docent Beeldende Kunst en Vormgeving aan de Christelijke Academie voor Beeldende Kunst (CBAK) in Zwolle heeft zij gekozen voor een carrière als zzp’er in de kunst.
22
door Aart Nieuwland
Waarom ben je direct na je opleiding in plaats van voor de klas te gaan staan als beeldend kunstenares gestart? “Via de expositie van mijn examenwerk ben ik er eigenlijk vanzelf mee begonnen. Tijdens mijn opleiding heb ik ontdekt dat werken met verf een traag proces is en het moment van ‘werk voltooid’ lastig is te bepalen. Ik ging vaak te lang door, zeg maar te ver, met het schilderen en je kunt lastig teveel aan verf verwijderen of corrigeren. Als ik op de computer ontwerp en teken dan kan ik dat met een druk op de knop eenvoudig wijzigen, en het geeft me veel meer mogelijkheden. Voor mijn afstudeeropdracht heb ik op de computer ‘schilderijen’ gemaakt en die onder andere
op overhead sheets en platen acrylaat afgedrukt. Door ruimte tussen het werk en de muur te maken krijg je diepte, en licht- en schaduweffecten; de abstracte vormen komen tot leven. Tijdens de expositie is interieurarchitect Gerhard Kippers (Warnsveld) komen kijken. Hij heeft me meteen uitgenodigd om mee te werken aan de inrichting van de kantoren van ingenieursbureau Tauw in Deventer.”
Hoe vul je zo’n opdracht bij Tauw in, en hoe kom je vervolgens aan meer opdrachten na zo’n eerste project? “Voor het Tauw-project heb ik gekozen voor een doorzichtige folie die wordt bedrukt. Deze transparanten hebben we op de glazen scheidingswanden tussen kantoorruimtes en gangen geplakt.
Ik heb de thema’s water en ruimte gebruikt, en medewerkers van de afdelingen waar de transparanten zijn geplaatst hebben me hun technische tekeningen gegeven, en met dit materiaal heb ik een nieuwe compositie gemaakt, in vorm en afmeting aangepast en ingekleurd. Deze opdracht is erg goed gegaan en toen ben ik gevraagd voor het volgende project, de inrichting van het hele Tauw-pand in Utrecht, als lid van het ontwerpteam. Voor de 1e en 2e etage, de afdelingen Bodem, Ruimte, Ecologie/Flora/Fauna, Waterbouw, Gemalen en Civiel heb ik transparanten ontworpen die aansluiten bij hun specialisme. Voor de begane grond heb ik op verzoek het thema duurzaamheid verwerkt. De beelden heb
ik uit de natuur gehaald, want die is van zichzelf al duurzaam, kent geen verspilling en dat heb ik met bijvoorbeeld afbeeldingen van plantencellen en zonnebloemen verbeeld. Bij Ecologie/Flora/ Fauna zijn bijvoorbeeld kikkers en een scholekster te zien, bij bodem komen aardlagen, fossielen en dergelijke terug, en bij Gemalen kun je pompen en buizen herkennen. Voor een ontwerp maak ik gebruik van beeldmateriaal dat afdelingen van het bedrijf me geven, van afbeeldingen van internet en eigen foto’s, en die bewerk ik om een eigen stijl, eigen stijl, een lossere vorm te krijgen. Voor Civiel heb ik als enige in zwart/wit gewerkt. Wat wel grappig is, zelf vind ik dit het minst geslaagde ontwerp en er zijn medewerkers die het juist het mooiste van alle werken vinden.
23
Waar ben je op dit moment mee bezig? “Voor mijn opdrachten ben ik nu druk met netwerken, en heb ik veel contact met interieurarchitecten, in Leeuwarden, door heel Nederland. Ik heb een website, visueleexplosie.nl, gebouwd en folders laten maken; een vriendin helpt me bij de acquisitie. Met mijn vrije werk ben ik eigenlijk gestopt en ben bezig met toegepaste opdrachten. Via drukkerij ASB Reclamemakers die een online galerie met mijn werk heeft lever ik ontwerpen voor akoestische panelen, bijvoorbeeld een Kalendarium, in een beperkte oplage van maximaal 10 afdrukken. Verder ben ik een vloertapijt, lamp en behang met grafische opdruk aan het ontwerpen. Af en toe exposeer ik ook, een tijdje terug in doos058, het brugwachtershuisje bij de Beursbrug in Leeuwarden). Hiervoor heb ik speciaal raamvullende objecten gemaakt.
Voor ‘Meer dan mooi alleen’ heb ik samen met andere kunstenaars leegstaande winkelpanden in de Leeuwarder binnenstad als galerie ingericht. Voor Thales in Hengelo werk ik aan een vervolgopdracht, eigenlijk een spoedklus, want de tijd tussen opdracht en oplevering is 1,5 weken. Voor een nieuwe presentatieruimte ontwerp ik een wandkleed waarin ik elementen van Thales-producten verwerk.
24
Een tijdje terug heb ik al voor hen gewerkt. Een opdracht met het logo van de OV-chipkaart, voor akoestische panelen (8m hoog, 3m breed) voor vides in hun kantoren. Voor deze panelen heb ik de technologie die Thales ontwikkelt, bijvoorbeeld radarsystemen, als inspiratie gebruikt. Vleermuizen en sidderalen, voorbeelden uit de natuur die ook geluid en elektriciteit voor plaatsbepaling gebruiken, heb ik in het werk opgenomen. Ook een fregatvogel, die verwijst naar een type marineschip, waar veel Thales-technologie in zit.”
Waar kunnen we je objecten in Friesland bekijken? “In Leeuwarden heb ik voor zwembad het Kalverdijkje transparanten voor de glaswand in de buitengevel met daarachter de gang naar de kleedkamers ontworpen. Er
was teveel inkijk en BV Sport wilde een mooie oplossing. Hiervoor heb ik water, en in en rond het water levende dieren gebruikt; voor dit object heb ik de Fryslân Fisk en een speciale BV Sport-vis - beide zijn er in verborgen ontworpen. En ik krijg opdrachten van particulieren, bijvoorbeeld voor een glazen douchedeur. Helaas, hier kunnen alleen de opdrachtgevers van genieten.”
FENNA
GRIJPMA beeldend kunstenares
25
Heleen Sonnenberg – ondernemer te Sneek
In zes generaties van Beerenburg naar Beerinnenburg
door Aart Nieuwland 26
Heleen Sonnenberg
27
In zes generaties van Beerenburg naar Beerinnenburg
Het in Sneek gevestigde familiebedrijf Weduwe Joustra – sinds 1864 voor het betere slokje – wil en kan niet anders dan met de tijd meegaan. Heleen Sonnenberg, huidig eigenaresse, zesde generatie, tweede vrouw aan de leiding (de eerste was de weduwe), voegt voortdurend nieuwe producten en diensten aan het assortiment toe: van origine winkel met slijterij en distilleerderij van de bekende Beerenburg, nu ook groothandel met onder andere private labels, een museum met proeflokaal, merchandising en toeristische arrangementen. Bij de dranken zelf staat de tijd ook niet stil: de Weduwe heeft recentelijk moderne versies van bekende, en minder bekende dranken als Kraamanijs, Bruidstranen, Naveltje bloot en Vergeet me niet geïntroduceerd.
28
Weduwe Joustra is een bloeiend bedrijf, dat vanaf de oprichting in hetzelfde pand (oorspronkelijk gebouwd in 1484) op het Kleinzand in Sneek actief is. In deze historische omgeving, omringd door fraaie monumenten als de Waterpoort en de watertoren en gelegen aan een oude gracht, heeft de familie tot 1960 wonen en werken gecombineerd. De eerste generaties, vanaf de weduwe, zijn met de seizoenen meeverhuisd van voorhuis - in de winter - naar de tuinzijde ’s zomers. Vele originele details als lambrisering en restanten van bedsteden en schouw zijn nog herkenbaar in de kamers die nu als kantoor en magazijn worden gebruikt. Jaap Sonnenberg, de vorige eigenaar, heeft tot 1960 boven de winkel gewoond. Zijn voormalige woonkamer is nu proefkamer en het museum zit op de zolder. Vader Sonnenberg heeft bijna alles in eigen hand gehouden, inclusief het ontvangen van bezoekers, destijds een uitzondering. Belangstellenden die hem vroegen of zij langs mochten komen voor een bezichtiging vroeg hij: “Hoezo, waarom wil je dat? Zijn mensen in deze oude rommel geïnteresseerd?” Jaap Sonnenberg wilde voor zo’n bezoek zeker geen geld vragen. Tegenwoordig is het bezoek aan het museum met het proeflokaal een goed lopende activiteit, waar gasten graag een vergoeding voor over hebben. De motor achter de veranderingen is Heleen Sonnenberg. Na het volgen van studies als
management en account management is zij in 1991 naast vader Jaap in het bedrijf gestart. Hier zijn wel eerst 22 jaren onderling overleg aan vooraf gegaan: “Je wilt toch zelf ontdekken, en de ruimte hebben ook je eigen dingen te doen”. Ondertussen is Sonnenberg uit de zaak. Hij fungeert als ambassadeur voor de Weduwe en komt nog wekelijks langs. Anno 2012 heeft de Weduwe negen medewerkers in dienst: drie in de productie, vijf op kantoor, in de winkel of in het museum. Heleen Sonnenberg neemt de rest voor haar rekening. Gevraagd naar haar visie op de bedrijfsvoering en innovatie: “De traditionele productie en verkoop van de Weduwe Joustra Beerenburg is de solide basis voor groei. Door te innoveren met het museum en het proeflokaal, de introductie van oude nieuwe dranken, het inspelen op vergrijzing, en het aanboren van nieuwe doelgroepen als jongeren, onder ander via de studentenvereniging Bernlef breng ik de Beerenburg op een andere wijze onder de aandacht. De kunst is de juiste mix te vinden en het bedrijf op de kaart te zetten. Wij focussen op het traditionele proces en zijn de enige Beerenburg distilleerder die verse kruiden gebruikt. Hiermee maken we 200.000 liter per jaar. Voor grotere volumes zouden we het ambachtelijke proces moeten stoppen en industrieel gaan werken. Dat doen anderen dan maar. We zien wel een huidige krapte voor binnenlands gedistilleerd,
29
In zes generaties van Beerenburg naar Beerinnenburg
het is een dalende trend. Het lukt ons te groeien en collega-distilleerders komen graag langs om onze ervaringen te horen. Om het bedrijf te versterken haak ik aan bij lokale initiatieven en werken wij samen met lokale en regionale partijen. Het Fries Scheepvaartmuseum is onze buurman en samen hebben we diverse arrangementen samengesteld. Een ander voorbeeld: onze droplikeur hebben we met de dropwinkel hier om de hoek gemaakt. En we steunen Sneek Promotion voor de titel Beste binnenstad van Nederland 2013. Ik wil zelf actief aan lokale ontwikkelingen bijdragen.” De ontwikkeling van nieuwe dranken is voor Weduwe Joustra de mogelijkheid
30
alle kennis en kunde naar het heden te vertalen. Heleen legt uit: “Naast de traditionele Beerenburg hebben we nieuwe soorten als Beerinnenburg (Beerenburg gezoet met stroop & honing) en Hollands Genoegen (een drank in een aarden kruik op basis van Sneker King pepermunt, D.E.-koffie en chocolade van Le Bonbon) geïntroduceerd. Aan Le Bonbon leveren we trouwens dubbelgetrokken – 8 weken in plaats van de normale 4 – Beerenburg als essence voor bonbons. Verder hebben we babbelaar- en speculaaslikeur, en allerlei oud-Hollandse likeuren waarvan we de recepten naar 2012 hebben vertaald. Sommige ingrediënten zijn lastig te vinden of gewoon niet meer te krijgen, en ook de Voedsel- en WarenAutorieit (VWA) stelt
eisen aan onder andere houdbaarheid. Het produceren van deze dranken is echt handwerk en vraagt precisie.” Heleen Sonnenberg is goed ingevoerd in de Friese zakenwereld, niet in het minst in de toeristische industrie. Op dat laatste gebied werkt zij samen met uiteenlopende partijen. Allen zijn op een of andere wijze verbonden aan het thema ‘genieten’. Voor bezoekers aan Sneek en, meer in het algemeen, Friesland heeft Heleen de volgende tips: “In Sneek kun je op het gebied van watersport natuurlijk alle kanten op. Wij werken samen met de Schuttevaerrace en de Sneker Pan, het wedstrijdskûtsje van Sneek.
Naveltje bloot
Voor de moderne en de meer traditionele zeiler is er altijd iets te doen, zeer geschikt ook voor zakelijke relaties en familieuitjes. Met chef-kok Marc van Gulick van hotel-restaurant Lauswolt in Beetsterzwaag organiseren we proeverijen. Voor gasten die ons via sociale media aandacht geven hebben we samen de Twitterbitter op basis van Beerenburg gemaakt.’ ‘Liefhebbers van kunst raad ik aan het Jopie Huisman Museum in Workum te bezoeken. Jopie was een handelaar in oude metalen en vodden, en heeft deze materialen, en nog veel meer, zeer levensecht geschilderd. Echt prachtig. En om op de watersport terug te komen: in Terhorne Haven hebben we de Joustra-vergaderzaal voor bijeenkomsten. Ook in Terhorne zit WIK’s ScheepHuisje; op en aan het water genieten van Friesland. Het ScheepHuisje combineert een schip met een luxe vakantiehuisje: je vaart je huis naar je eigen plek. Aan boord kun je genieten van onze eigen Scheepjesbitter.’ ‘Wil je op heel andere manier met de Friese cultuur kennismaken, dan raad ik je aan om te luisteren naar Piter Wilkens. Hij heeft naar aanleiding van zijn 25-jarig artiestenjubileum de CD ‘Bêst genôch’ uitgebracht. Hierop staat het lied ‘De Beerenburg is mijn chirurg’. Weduwe Joustra heeft ter gelegenheid zijn eigen Beerenburg ‘de liter van Piter’ op de markt gebracht.’
Deze likeur werd gedronken als de familie bijeen was om over de gezondheid van de aanstaande moeder en de bevalling te praten. Ook tijdens de bevalling werd er door zenuwachtige familieleden graag een glaasje van gedronken. Zoet rood fruit, vleugje lemon.
Kraamanijs Al in de 17e eeuw werd kraambezoek getrakteerd op beschuit met muisjes. Kraamanijs is hiervan de vloeibare vorm. De fris zoete smaak komt van de anijsplant. Vroeger at men er krakelingen bij, symbool van eeuwig leven, omdat ze geen einde hebben.
Bruidstranen Een echte bruiloftsdrank met kaneel en vleugje walnoot. De zwevende goudschilfers in de likeur symboliseren de tranen van de bruid. Maar zijn het tranen van geluk of van verdriet? De likeur werd ook geschonken om de bruidegom te herinneren aan zijn trouwbeloftes.wW)
Vergeet me niet Bij het afscheid in de haven gaven vrouwen hun echtgenoot een fles Vergeet me niet mee. De likeur moest ervoor zorgen dat de mannen ver van huis niet op verkeerde gedachten kwamen. Perzik, vleugje amandel.
31
Nach 32
htleven 33
34
Nachtleven Leeuwarden
35
36
Nachtleven Leeuwarden
37
Nachtleven Leeuwarden
38
39
Oranjewoud en het Museum Belvédère
FRIESE MODERNE KUNST IN
Oranjewoud, in het Fries It Oranjewâld, is een dorpje dat ten oosten van Heerenveen ligt. Oranjewoud is ook de naam van een uitgestrekt parkgebied. Oranjewoud dankt haar naam aan de aanwezigheid van de Oranjes. In 1676 kocht prinses Albertine Agnes van Nassau het boerenlandgoed. Zij was de vijfde dochter van Frederik Hendrik en Amalia van Solm. Toen ze het landgoed kocht was ze 42 jaar oud, dat was drie jaar na het overlijden van haar man, Willem Frederik van Nassau-Dietz. Willem Frederik is een stamvader van ons huidige koninklijk huis. Het hebben van een of meerdere buitenverblijven was destijds mode in koninklijke kringen. Zoals veel koningshuizen liet deze prinses van Nassau haar stempel achter in het Friese landschap. Wanneer je naar je buitenhuis gaat om lekker bij te komen en je vrienden uit te nodigen, nu noemen we dat op vakantie gaan, wil je ook iets moois zien en beleven. De prinses bleek een groot gevoel voor schoonheid te bezitten. Allereerst al door de keuze van haar aankoop van dit landgoed, toen Sickingastate geheten waarop drie boerderijen stonden. Ze liet bij haar nieuwe buiten lange lanen aanleggen, singels en tuinen in barokstijl naar Frans voorbeeld en noemde het landgoed Oranjewoud.
40
EEN PRACHTIG LANDSCHAP
Het woord singel komt van het Oudfranse woord „sengle“, ‘omheining van een stad’ dat weer afgeleid is van het Latijnse cingere wat omgorden betekent, en omdat de Nederlandse steden bijna altijd een gracht om de stadsmuren hadden krijgt singel bij ons al snel de betekenis van gracht. De grachten zijn nog steeds herkenbaar. Oranjewoud werd geërfd door de schoondochter van Prinses Albertine Agnes, Henriëtte Amalia van Anhalt-Dessau. Ook zij was zo onder de indruk van het mooie stukje Friesland dat zij de destijds beroemde architect Daniël Marot, bekend van Paleis het Loo, de opdracht gaf er een nieuw buitenhuis in classicistische stijl te ontwerpen. Classicistisch met en vleugje barok, zo luidde de opdracht. Het buiten zou de naam Paleis Oranjewoud gaan dragen. Het is nooit afgebouwd en er bestaat, helaas, alleen nog maar een kopergravure van, gemaakt door Fouquet Junior. Princes Henriëtte Amalia liet ook de tuinontwerpen van haar schoonmoeder door Daniel Marot uitbreiden. Marot verbond op een creatieve wijze de verschillende tuinen en bossen met lengteassen. Een langwerpige tuin in het noorden, de hoftuin rond het huis en een overtuin met grande allée. Net als in de muziek herkent u het begin-, midden- en eindstuk. Naar voorbeeld van het Grand Canal in Versailles verbreedde Daniel Marot de
Prinsenwijk. Vandaar de wat overdreven, en a-typische Friesche naam – de Friesen zien zich graag als nuchtere mensen - Grand Canal. De uitbreiding van enkele tuinen in de 19e eeuw gebeurde in de Engelse tuin- en landschapsstijl. In 1813 werd het landgoed in delen verkocht, maar de Oranjes komen er tot op de dag van vandaag nog graag even wandelen. Er hangt een prettige en vriendelijke sfeer door de verzameling van karakter verschillende, voormalige landgoederen. Er zijn zeven gemarkeerde wandelroutes die voeren langs de mooiste plekjes. U kunt er wandelen langs de oudste lariksen van Nederland - meer dan 160 jaar oud - over slingerende paadjes, langs waterpartijen en een grand canal. Voor fietsers en ruiters is er ook volop ruimte. Wie durft kan de 30 meter hoge uitkijktoren Belvédère beklimmen en genieten van een magnifiek uitzicht over de bossen van Oranjewoud. Er is een museum met dezelfde naam. In 2004 opende koningin Beatrix op het landgoed Oranjewoud het Friese museum voor moderne kunst Belvédère, ontworpen door de architect Eerde Schippers. De kruising van cultuur, het oude landschap en het historische erfgoed van acht Friese kunstschilders is voor de architect de inspi-
ratie geweest voor zijn ontwerp. Een zeer geslaagd modern strak ontwerp. Maar het ruim 100 meter lange gebouw brengt op intrigerende wijze spanning in het landschap. Belvédère ligt dwars op het Grand Canal. De donkergekleurde gevel is opgetrokken uit Duitse basalt. Het lijkt er bijna te zweven. De keuze van basalt blijkt voortreffelijk te passen in het landschap. Basalt is donkergrijs-bruin van kleur. Het is het eerste gesteente dat uit de vulkaan stroomt en past bij de stammen van de bomen. Het reliëf van de gevel is een verwijzing naar de verkaveling. Hier en daar groeien er al mosjes en lichenen op het basalt. Het lijkt of het gebouw zich nog meer aan wil gaan passen aan zijn omgeving. Na een fiets of wandeltocht is het heerlijk om even te stoppen bij museum Belvédère, voor de kunst of voor een kopje koffie en lekker vanaf het talud te genieten van het Friese landschap. Er zijn ook meer dan voortreffelijke overnachtingsplaatsen in het park Oranjewoud. En ziet u de koningin genieten van een wandeling in de rustieke omgeving? Doet u haar dan vooral de hartelijke groeten. Haar familie heeft er mede voor gezorgd dat dit Friese plekje een klein paradijsje is geworden en net als zij hoef je het landgoed niet te bezitten om er heerlijk van te kunnen genieten.
41
‘ Jan Mankes en Willem van Althuis zijn terugkerende iconen’ ‘Waarom weer Jan Mankes in museum Belvédère? Wat een prachtige vraag! Anderen zeggen: “Wanneer komt Jan Mankes weer in het museum?” Jan Mankes hóórt bij museum Belvédère. Jan Mankes is hier de publiekslieveling’, zo vertelt Han Steenbruggen. Steenbruggen is sinds 2008 directeur van het museum voor moderne kunst in Oranjewoud. Jan Mankes, maar ook Willem van Althuis, zijn de vaste bewoners van het museum. Aan de wand of in het depot: zonder hen geen Belvédère. ‘De laatste keer dat we een tentoonstelling van Willem van Althuis hier hadden was in 2005. Nu is er een stichting die een grote monografie aan het voorbereiden is. We hebben gezegd: als dat lukt, dan maken wij weer een grote Willem van Althuis-tentoonstelling.’ Zo gaan die dingen. ‘Mankes en Van Althuis behoren tot de terugkerende iconen.’
‘De kwaliteiten van Friesland? Licht, lucht, land en water. Kijk om je heen en daar is het. Ook binnen dit museum. Licht, lucht, land en water zijn direct gerelateerd aan de schilderkunst in ons museum. De omgeving is bepalend voor wat wij hier tonen. Met deze keuze onderscheiden we ons van andere musea.’ De inhoud van het museum Belvédère loopt parallel aan de omgeving, die bestaat uit een verscheidenheid aan landerijen, coulissenlandschappen, singels, petgaten en oerbossen. Steenbruggen: ‘Dit is de wereld weg van de haast, het lawaai en de onrust. Dat merk ik aan de mensen die ons museum bezoeken. De rust van de omgeving waarderen ze. Het is hier, met een lelijk woord, pure onthaasting.’ Museum Belvédère maakt zich op voor de prestigieuze fototentoonstelling Noorderlicht, die van 2 september tot en met 7 oktober onder de titel Terra Cognita wordt gehouden.
42
Voor het eerst een fototentoonstelling in het museum. ‘Het hele museum zal vol worden gehangen met foto’s van de manifestatie. Ook de buitenruimte wordt hierbij betrokken. We zijn zelf ook benieuwd hoe dit uitpakt. Misschien dat we vaker dergelijke uitstapjes maken.’ De hoofdmoot van Belvédère blijft de moderne schilderkunst. ‘We treffen voorbereidingen voor de tentoonstelling van Paula Modersohn Becker, een expressioniste uit het begin van de 20e eeuw. Met het Fries Museum maken we in 2014 een duotentoonstelling over Gerrit Benner’. Ook een icoon uit het verleden. Hoe zit het met ontluikende iconen? Steenbruggen hoeft niet lang na te denken: ‘Dat zijn Joachim Nieuwhof en Jouke Anema. En fotografe Awoiska van der Molen. Ja, Bas Epker ook, maar die is al weer mooi op weg.’
Terra Cognita 2 SEPTEMBER - 7 OKTOBER
De 19e Noorderlicht Internationale Fotomanifestatie Terra Cognita gaat over de relatie tussen mens en natuur. Hoe ervaren wij de natuur en wat is de waarde ervan? Tegenover het romantische verlangen naar pure natuur staat de praktische wens de wereld te cultiveren en te bedwingen. Terra Cognita toont natuur ver weg en dichtbij, als droom en als werkelijkheid -de natuur in onze genen en gedachten. Voor deze Fotomanifestatie is werk geselecteerd van ruim 70 fotografen uit de hele wereld. De fotografie is divers en genre-overstijgend. Documentair of geënsceneerd; de natuur blijkt voor fotografen een springlevende inspiratiebron. Hun beeldverhalen nemen ons mee op reis door een fantastische wereld.
Hoofdlocatie De Fotomanifestatie Noorderlicht 2012 vindt plaats in het Friese landschap, in binnenruimtes en buitengebieden. De hoofdlocatie is Museum Belvédère in Heerenveen/Oranjewoud. Museum Belvédère ligt in Museumpark Landgoed Oranjewoud, met prachtige tuinen en waterpartijen en een rijke cultuurhistorie. Terra Cognita is een tentoonstelling in hoofdstukken. Twee daarvan zijn geïnstalleerd in de buitenruimte van Oranjewoud, om het museum heen. Nevenlocaties • Museum Dr8888 (Drachten) • Museum Willem van Haren (Heerenveen). • Blokhuispoort (Leeuwarden) Openingstijden: dinsdag t/m zondag 11.00 - 17.00 uur.
43
Joop Braakhekke:
Friezen houden niet van flauwekul ‘De kwaliteit van Friesland? Die zit in de natuur en in de mensen. De provincie is onbeschrijfelijk mooi, tenminste als je van het vlakke land houdt. Maar ook als watersporter, dat hoef ik nauwelijks te vertellen, vind ik Friesland een schitterende provincie. Het jacht dat ik nu heb is de Stoute Louise 3, een
44
retro-classic kieljacht ontworpen door de beroemde jachtontwerper AndrĂŠ Hoek. Hiervoor had ik platbodems, daar gaat mijn voorkeur eigenlijk naar uit. De eerste Stoute Louise, genoemd naar mijn moeder, was een aak van de Makkumer werf Kuipers, die daarna was een Blom-aak uit Hindeloopen. Tech-
niek op die aken is eigenlijk not done, maar het werd me te zwaar, vandaar de keuze voor de retro-classic, het kieljacht van Hoek. We gebruiken hem vooral als pendel tussen Hindeloopen en Vlieland. Ook Terschelling doen we aan. Schitterend.’ ‘Friezen zijn stevig. Wat ik daarmee bedoel? Karakter. Houden niet van flauwekul. Dat zit in hun cultuur. Ze hebben altijd voor hun bestaan moeten vechten en moesten strijden tegen de elementen. Het bestaan zal nooit gemakkelijk zijn geweest. In het westen ligt dat anders. Daar is de visie breder, ze pakken meer op. Daar is de crisis nu ook meer
voelbaar. Hier in Friesland is dat volgens mij minder. De Friezen raken niet snel van hun stuk. Ik moet me eigenlijk in deze gemeente inschrijven om in aanmerking te komen voor een ligplaats in deze haven. Als ik dat doe, heb ik overigens nog geen garantie of dat lukt. Gelijke monniken, gelijke kappen. Daar heb ik respect voor. Publiciteit interesseert ze ook niet. Maar dan zeg ik: waar moet de economie dan op draaien? Waar moet het wegkomen? Hoe zeggen ze dat hier: Wy moatte foarút! Daar kan publiciteit wel mede voor zorgen.’ ‘Midden jaren negentig kwamen we hier terecht. De haven van Hindeloopen is inmid-
dels een klein Saint-Tropez. Er gebeuren hier feesten! Destijds gingen we er met het schip bij Workum uit, het IJsselmeer op. Het stormde en ik riep: We moeten weer naar binnen! Dat werd Hindeloopen. We zijn hier nooit meer weggegaan. Dat komt door Peter van der Wal, de kok van de Gasterie, dat hij samen met Stijn Glashouder had. Peter is een van de beste chefs van Nederland. Hij beheerst de eenvoudige klassieke keuken. Peter en Stijn is de reden dat we hier zijn gebleven. Hij kookte heel puur en zuiver en kocht fantastisch in. Hun zoon Harmen heeft nu De Hinde, ik heb er een knipkaart.’
45
‘Myn iepen myn Frysl 46
n lân, lân’
Elk land heeft zijn eigen windstreken met hun eigenaardigheden. Friezen spreken anders dan Brabanders en Vlamingen anders dan Walen. Noord is noord en zuid is zuid. En toch, overal oriënteren we ons met behulp van een draaiende magneet die in elke uithoek van Europa in dezelfde richting wijst. De cultuur van een land geen onbestemd patroon. Nee, de polen van het kompas trekken overal hun stippellijnen, als in ijzervijlsel, dat opeens de krachtlijnen van een magnetisch veld laat zien. Het is de taal van het licht, het landschap, het klimaat .Of omgekeerd. Het is de kunst die zich overal weer op dezelfde polen richt.
47
‘Myn iepen lân, myn Fryslân’
Maar hoe zit het nu met dat bijzondere karakter van het licht? Heeft elk land of misschien zelfs elke regio zijn eigen licht? Bestaat er zoiets als het Hollandse licht, het Friese licht, het Vlaamse licht? Het Noorderlicht of het licht van het zuiden? Bestaat dat echt of is het een mythe die in het verleden door is gecreëerd? Is het een essentiële eigenschap van onze omgeving of een historische constructie van de geest. Voor de Duitse schilder Max Liebermann was er geen twijfel mogelijk: ‘De nevels die hier uit het water in Holland opstijgen”, zo schreef hij, “en alles met een doorzichtige
48
sluier omhullen, geven het land dat bijzonder schilderachtige… alles lijkt in licht en lucht te baden. De Franse schrijver Octave Mirbeau ging nog een stap verder en schreef dat het ‘echte Holland, het land van water en lucht’, het ‘parelgrijze land’ ongeveer 10 kilometer boven Breda begon, daar waar de grote rivieren samenkomen.’ Hij had dus zelfs een lijn op de kaart getrokken, zo ongeveer ter hoogte van Zeeland. Daar lag de grens tussen noord en zuid. Hoe je het ook wendt of keert, er schijnt toch iets bijzonders te zijn met die noordelijke wolkenluchten, het licht van de lagen landen aan de kust.
De mythe van het noordelijke licht, zo wordt wel beweerd, zou eigenlijk pas in de 19de eeuw zijn ontstaan. Vanaf ongeveer 1850 werd Nederland steeds intensiever bezocht door tal van buitenlandse schilders en schrijvers, die het typische Hollandse landschap met eigen ogen gingen bekijken. Als je hun beschrijvingen leest, lijkt het wel alsof het Hollandse landschap dat door de 17de-eeuwse schilder werd ontdekt en in de negentiende eeuw werd herontdekt. Alsof het landschap en het licht de negentiende opnieuw geconstrueerd werden. Of beter gezegd, gereconstrueerd in de Romantiek, de tijd dat kunstenaars weer naar buiten gingen,
op reis, naar het zuiden of naar het noorden, in ieder geval naar oorden waar het anders was dan thuis. En Holland was anders in die tijd, vooral in de ogen van de Fransen. Of ze nu schilderden of schreven, Monet, Verlaine, de gebroeders De Goncourt of Victor Hugo, het Noorden had bijna iets exotisch in hun ogen. In het jaar 1920 maakte de Engelse schrijver Aldous Huxley per automobiel een rondreis door Nederland. In zijn dagboek schrijft hij dan: ‘Een reis door Nederland is een reis door de eerste boeken van Euclides. Op een land dat het ideale platte vlak van geome-
trieboeken is, zijn de wegen en kanalen de kortste afstanden tussen twee punten. In de eindeloze polders snijden de dijkwegen de weerkaatsende sloten in rechte hoeken, een netwerk van volmaakt evenwijdige lijnen. Aan de horizon zwaait een rij molens hun armen als dansers bij een geometrisch ballet. Onafwendbaar leiden de wetten van het perspectief de lange wegen en het glanzende water naar een vaag verdwijnpunt (..) Geometrie vraagt om poëzie; met een gevoel voor esthetische kenmerken die je niet hoog genoeg kunt schatten hebben de Nederlanders gevolg gegeven aan de roep van het landschap en hebben zij het platte
vlak van hun landschap bezaaid met kubussen en piramiden. Heerlijk landschap! Ik ken geen enkel landschap waar het geestelijk opbeurender is om in rond te reizen.” Het is tegenwoordig niet meer ‘bon ton’ om te spreken over zoiets als volksaard of volkziel. Toch zetten deze woorden van Huxley je aan het denken. Ze brachten mij het verhaal in herinnering dat ik ooit van een Duitser hoorde, die beweerde altijd aan Mondriaan moest denken als hij boven Nederland vloog op weg naar Schiphol en door het raampje beneden de geometrische vlakken in het landschap zag. Ook herinner ik mij de
49
‘Myn iepen lân, myn Fryslân’ woorden van Hans Jaffé, die ooit een boek schreef over de kunst van De Stijl en daarin ronduit stelde: “De geografische structuur van Nederland heeft bij het Nederlandse volk hoedanigheden ontwikkeld, die ook in Mondriaan’s kunst een belangrijke rol hebben gespeeld: precisie, abstracte berekening en mathematische discipline.” Zou het dan toch waar zijn dat er zoiets bestaat als de geografie van de kunst? Bijzondere kenmerken van licht, lucht en landschap, die de kunst van land of streek determineren of omgekeerd in de traditie van de kunst zijn geformeerd en niet alleen het karakter van een volk, maar ook onze blik nog altijd bepalen? Een ander citaat: ‘Cadzand, Hotel Noordzee. Het licht boven de zee net als de schilderijen van Willem van Althuis. Grijs. Twee boten die elkaar passeren. Van Althuis boten. Zeeland naar Friesland verplaatst. Door zijn schilderijen heeft Willem van Althuis een bepaald soort licht geannexeerd, dat voor hij zijn schilderijen had gemaakt nog niet van hem was.’ Met deze woorden typeerde de schrijver K. Schippers jaren geleden een vreemde ervaring die hij had aan het strand van Cadzand in Zeeland. Het licht op die plek deed hem denken aan het licht in Friesland, zoals dat door Willem van Althuis in een soort abstracte luchtlandschappen is geschilderd. Een kunstenaar kan iets heel typerends van een streek of regio herkenbaar maken. Het vreemde is echter, dat wanneer dit kenmerk eenmaal tot kunst verheven is, je het elders ook gaat zien. Jaren geleden is mij ook zoiets overkomen. Ergens in noord Italië zag ik een lucht met stapelwolken zoals die in de zeventiende eeuw door Jacob Ruysdael zo vaak geschilderd is. Een typisch Hollandse lucht die verdwaald leek in Italië. Maar dat is natuurlijk onzin. Hollandse luchten kun je overal ter wereld zien. Alleen de schilder Ruysdael heeft ze in Holland tot Hollandse luchten bestempeld. Kunstenaars hebben blijkbaar de bijzondere gave het licht te vangen van een streek, zodat je dat licht ook
50
elders kunt herkennen. Ze geven het dan een naam die past bij en plek op de kaart. Het noorderlicht of het licht van het zuiden. De eigen cultuur van een regio kan voor kunstenaars bron van inspiratie zijn, maar ook een belemmering bieden. Friese kunstenaars hebben soms moeite om door te dringen tot het kunstcircuit van de Randstad. Die kloof tussen het centrum en de periferie is misschien wel groter dan die tussen Friesland en West-Vlaanderen. Kunst heeft overal zijn eigen circuits. In die zin is de wereld van de kunst geen internationaal kerkgenootschap dat overal gevestigd is. ‘Het fijne van de Rooms Katholieke Kerk’, schreef Gerard Reve, ‘is dat zij overal filialen heeft, zulks in tegenstelling bijvoorbeeld tot de Bond van Friese Kunstenaars’. En als iemand de overeenkomst wist tussen Friezen en Vlamingen, dan moet het Reve zijn geweest, die in beide streken heeft gewoond. De kunst in Friesland onderscheidde zich in de eerste naoorlogse periode, pak weg tot 1970, door eigen varianten van internationale stromingen, zoals een rurale variant van het expressionisme en strenge vorm van neoconstructivisme. Een dergelijke verdeling in twee hoofdsstromen is niet kenmerkend voor Friesland. Typerend is hooguit het vertraagde tempo waarin deze beide stromingen zich in deze regio hebben gemanifesteerd. Je vindt deze tweedeling terug bij kunsthistorici en museumdirecteuren die gepoogd hebben een elementaire ordening aan te brengen in Nederlandse kunst van de twintigste eeuw. Het is telkens weer Mondriaan tegenover Picasso: de zuivere abstractie en de reductie van vorm tegenover de vrije verbeelding van binnenuit, waarbij de verbeelding van de zichtbare werkelijkheid nooit geheel werd losgelaten. Kortom, het noorden tegenover het zuiden. Willem Sandberg sprak over ‘oderning’ tegenover ‘expressie ’. Edy de Wilde heeft ooit gewezen op twee tegenpolen in de identiteit van de Nederlandse kunst, aan de ene kant is er het bevrijdend élan van een sterke emotionaliteit Vans Jeroen Bosch en Vincent van Gogh, aan de andere
kant een sterke discipline die soms tot in het systematische wordt doorgevoerd van Saenredam en Mondriaan. Zuid tegenover noord. Katholiek tegenover protestant, Bourgondie en Brabant en Vlaanderen tegenover Holland en Friesland. Binnen dat elementaire stramien is ook de naoorlogse kunst in Friesland heel goed te ordenen. Al wordt het totaalbeeld steeds complexer naarmate de jaren verstrijken. Ook in Friesland vormen zestig vormen in veel opzichten een breuk, niet alleen in de kunst zelf door het zoeken naar nieuwe grenzen het streven naar integratie van kunst en maatschappij, maar ook in het denken over kunst en identiteit. En nieuwe generatie wilde de ramen open zetten en loskomen van de als benauwend ervaren traditionele structuren. De jaren zeventig, die daarop volgden, vormden een bloeiperiode, niet in de laatste plaats door de invasie van veel artistiek talent van elders. Sinds de jaren tachtig verzwakte de aandacht voor het eigen Friese karakter, terwijl internationaal juist meer waardering ontstond voor regionale tendensen en de verbanden kunst en geografie. Ook de context voor het begrip ‘regionale identiteit’ is in de loop der jaren van betekenis veranderd. Het begrip identiteit verschoof van een romantische essentie in de moderniteit naar een zich onderscheidende constructie in de postmoderniteit. Hoewel het modernisme in aanzet vooral internationaal en kosmopolitisch gericht was, vormde juist de ‘klassieke moderne kunst’ voor veel Friese kunstenaars het ideale kader om voor het vinden van eigen regionale varianten. Veel typisch Friese kunst in de eerste decennia na de oorlog had zijn wortels in het vooroorlogse Duitse en Vlaamse expressionisme. Het eigene was vaak niet meer dan een eigen vertaling van wat elders ontwikkeld was. Maar daarmee is niet alles gezegd, want ook in de vertraagde vertaling van wat reeds geziene kan het oorspronkelijke zich manifesteren. Het late expressionisme van Gerrit Benner is een duidelijk voorbeeld
daarvan. De receptie van zijn werk - zowel binnen als buiten Friesland - en de verschuivende waardering daarvan in de tijd zijn dan ook exemplarisch voor wat je zou kunnen noemen: ‘de constructie van een Friese identiteit’ in de moderne kunst van na de oorlog.’ De ontwikkelingen in de laatste drie decennia laten - meer dan daarvoor - een beeld zien van pluralisme en verscheidenheid. Na de grensverleggende tendensen van de jaren zestig en zeventig maakten in het begin van de jaren tachtig ook in Friesland plaats voor een herwaardering van een vaak expressief georiënteerde schilderkunst. De doorbraak van het postmodernisme, die in de Friesland pas rond 1990 definitief zijn beslag kreeg leidde tot nieuwe uitingsvormen van kunst, design en architectuur, maar ook door een herbeleving van een eigen identiteit in breder perspectief. Het dilemma tussen de eigenzinnigheid van het isolement en het verlies van identiteit binnen een internationale context dringt zich tegenwoordig minder op dan voorheen. De mondialisering heeft het monopolie van het centrum vernietigd en daarmee komt de eigen vertaalslag van de regionale cultuur in een nieuw, haast exotisch licht te staan. Binnen de beeldende kunst in Friesland hebben dit soort ontwikkelingen zich nog nauwelijks aangediend. Ze komen pas bij een jongste generatie voorzichtig naar voren. Het begrip regionale identiteit heeft voor Friese beeldende kunstenaars vaak een stigmatiserend karakter. Het wordt niet zelden geromantiseerd of uitvergroot tot een ideaaltype, waar veel in Friesland werkzame kunstenaars zich niet in herkennen. Als een regionale identiteit teveel aan een taal wordt gelieerd kan een cultuurgemeenschap ook
beperkend en zelfs verstikkend zijn voor disciplines die zich niet van taal bedienen. De taalgemeenschap van een minderheidstaal is niet zelden een geloofsgemeenschap die niet vrij is van een zeker sentimentalisme, heeft Bram de Swaan ooit beweerd. En bovendien: ‘Je kunt best Fries zijn zonder Fries.’ ‘Waarom zou een Friezin Fries moeten zijn of Fries moeten doen. Misschien is zij liever punk of boeddhiste.’ Dat laatste geldt natuurlijk bij uitstek voor beeldende kunstenaars die wonen en werken in Friesland . Anders gezegd: waarom zou een Fries kunstenaar Fries moeten zijn of een Vlaams kunstenaar Vlaams ? Misschien is hij liever dadaïst, expressionist, constructivist of postmodernist. Daarnaast is het officiële kunstcircuit van musea en kunstkritiek nationaal of zelfs internationaal georiënteerd. Kunsthistorici vormen zich al tijdens hun opleiding een beeld van de geschiedenis dat is geënt op internationale ontwikkelingen. De regio is een blinde vlek, vooral voor kunsthistorici die in de regio zijn opgeleid. Friese beeldende kunst bestaat dan ook niet, zo wordt vaak beweerd. Het zou mij niet verbazen als het met de Vlaamse kunst niet veel anders is gesteld. En toch, bij dit soort redeneringen wordt niet zelden voorbij gegaan aan de invloeden van ruimte, landschap en levenstempo op de houding menig kunstenaar die in Friesland werkzaam is, of die zich om een van deze redenen daar is komen vestigen. Friese kunstenaars volgen meer dan elders hun eigen spoor en laten zich minder dan elders opjagen door de waan van de dag, die het hedendaagse kunstbedrijf in sterke mate bepaalt. Ze hebben niet alleen de ruimte, maar ook de tijd. In dat opzicht verschillen Friesland en West-Vlaanderen wellicht niet zo veel van elkaar . Oude stadjes als Harlingen,
Franeker, Bolsward en Sneek vinden hun spiegelbeeld in Brugge, Kortrijk, Oostende en Roeselare. Friesland en West-Vlaanderen zijn twee gewesten aan één en dezelfde kust. Ze hebben dan ook heel wat met elkaar gemeen. Zowel Friezen als Vlamingen kennen ‘de noordenwind die de adem steelt’ en ‘de grijze lucht, grijs als keileem is die tot nederigheid stemt’. Ze kennen niet alleen de taal van het vlakke land, maar ook de oude torens van middeleeuwse kerken. ‘God is een vermomming met Belgische tongval’, heeft Jacques Brel ooit beweerd, ‘ maar dat had evengoed een Friese tongval kunnen zijn, als Brel de Friezen wat beter gekend had. Veel typisch Friese kunst had evenals in Vlaanderen ooit zijn wortels in het expressionisme. Het eigene was vaak niet meer dan een eigen vertaling van wat elders ontwikkeld was. Maar daarmee is niet alles gezegd, want ook in de vertraagde vertaling van wat reeds geziene kan het oorspronkelijke zich manifesteren. Friese beeldende kunst bestaat niet, zo wordt vaak gezegd. ‘De kunst heeft geen vaderland’ zei ooit Erik Satie, ‘ze is immers niet rijk genoeg om één te hebben.’ Daarin had hij natuurlijk makkelijk praten. Voor een componist wordt de verstaanbaarheid van zijn artistieke product niet belemmerd door de eigenaardigheden van taal en tongval. De taal van de muziek is immers internationaal. Datzelfde geldt voor de beeldende kunst. Friezen en Vlamingen mogen dan hun eigen taal spreken, wat ze aan kunst voortbrengen kent geen taalbarrière. Als zo’n belemmering al bestaat. Het Vlaams is ook voor een Fries immers de taal van het vlakke land. ‘Mijn vlakke land, mijn Vlaanderland’. Of anders gezegd: ‘Myn iepen lân, myn Fryslân’, zoals ‘Le plat pays’ in het Fries wordt vertaald.
‘Myn iepen 51
Geke Westenberg – galerie De Vis Harlingen
‘JIJ BENT MIJN MEI ‘ “Jij bent mijn meisje aan de haven”, is dat niet geweldig? Klaas Gubbels zei het tegen mij toen ik hem mocht vertegenwoordigen in mijn galerie.’ Geke Westenberg loopt als een wervelwind door haar galerie aan de Noorderhaven in Harlingen. Ze heeft een naam opgebouwd in het Nederlandse galeriewezen. ‘Hoe? Kijken, kijken en kijken. Kijken en voelen of het je raakt, meer is het niet.’ Neem het landschap. ‘Kijk eens naar dit beeld met een dorpje en een kerk. Als we geen torens hebben is de ruimte weg.’ De Drentse die dertig jaar geleden aan de haven neerstreek is vol van Friesland en de Friezen. ‘Ik zie het en hoor het altijd van anderen: de vriendelijke mensen, de weinige gehaastheid, het groeten op straat, geen files en minimale irritaties. Kijk naar de mensen uit de Randstad die in Gaasterland zijn gaan wonen. Die vinden het heerlijk dat hun kinderen in de landerijen kunnen spelen. Ik vind het ook zo erg dat de bibliotheken uit de dorpen verdwijnen. Ik hoop dat ze dat besluit snel weer terugdraaien. Een dorp als Menaldum zonder bibliotheek, dat kan toch niet?’ ‘Je bent sneller bijzonder wanneer je in Friesland kunstenaar bent, of wanneer je je als kunstenaar in Friesland vestigt. Dat klinkt toch net even wat meer dan een kunstenaar uit Gelderland, vind je niet? NRC Handelsblad heeft ons altijd goed gevolgd. Zij hebben ons publicitair ontdekt toen we dertig jaar geleden begonnen. Men wist hier in Harlingen toen niet wat een galerie was. We zijn vrij onbevangen begonnen. Mijn succes? Nogmaals: goed kijken en kwaliteit aan je zien te binden, dat weten uit te dragen en het presenteren van een prijs die goed is. Vorm en kleur moeten kloppen en het werk moet je raken.’ Ze is lovend over Wim van Krimpen die als directeur een storm ontketende in het Fries Museum. Ze vindt het jammer dat Kees van Twist weg is uit Groningen. Hij liet een stevige wind waaien door het Groninger Museum. ‘Doodzonde dat Van Twist is verdwenen uit Groningen. Een man van het grote gebaar en een goed communicator. Dat heeft de kunst nodig. Dat geldt ook voor Van Krimpen. Een man die wat durft. Onconventioneel.’ Andere leidsmannen en leidsvrouwen staan nu aan het roer. ‘Bij het Stedelijk Museum in Amsterdam heeft een Amerikaanse de leiding. Ik zie de meerwaarde van die buitenlanders niet zo.’ De Vis zoekt vaak de samenwerking met musea als Belvédère, Museum Smallingerland en met het Fries Museum. ‘Jan van der Bij hebben we samen met het Fries Museum georganiseerd. Er wordt gedacht over een nieuwe tentoonstelling met het werk van Gerrit Benner. Die vond het landschap en vooral het licht prachtig. Hij zei: het licht is klaarder in Friesland.’ Galerie de Vis – Hans Bayens – Annette van Waaijen – Klaas Gubbels – Mirjam Veldhuis – Wim Buitendijk – Gerrit Benner – Barbara Broekman – Edzard Krol – Eddy Sikma – Joris Collier – Wim van der Veer
52
ISJE AAN DE HAVEN’
53
Harry Westers – WestCord
‘ Het is bij mij d’r op of d’r onder. Zo zit ik in mekaar’ 54
Vlieland | Strandhotel Seeduyn - Hotel De Wadden - Residentie Vlierijck Terschelling | Hotel Schylge - Residentie Boschrijck Ameland | Hotel Noordsee Amsterdam | Art Hotel - Fashion Hotel - City Centre Hotel Rotterdam | Hotel New York Leeuwarden | WTC Delft | Hotel Delft
‘Het recept voor succes? Hard werken, geloof in jezelf en een beetje geluk.’ Dat laatste moet je soms afdwingen, zo vertelt Harry Westers aan de lange tafel in zijn kantoor dat gevestigd is in een historische kop-hals-rompboerderij in Harlingen. Westers vertelt openhartig over zijn onderneming WestCord waarvan hij algemeen directeur en mede-eigenaar is. Zijn vrouw Jennifer is zijn rechterhand. Westers is ondernemer in grote zaken, maar verliest de details nimmer uit het oog. ‘Iedere dag hebben we inzicht in wat er binnen onze hotels gebeurt. Iedere zondag komen alle gegevens hier op ons hoofdkantoor binnen. Maandagmorgen beoordeel ik die gegevens. Ik maak per hotel een verslag op twee A4-tjes. Als ik hotel New York in Rotterdam als voorbeeld neem, waar per week 10.000 eters over de vloer komen, dan is het voor mij een uitdaging om te kijken hoe ik mijn personeel daar zo efficiënt mogelijk inzet. Horecabedrijven lijden verlies op hun stille uren. Daar moet je dus scherp op letten. Het is nu ons zesde jaar dat we New York draaien. Het loopt geweldig. Toen we dit hotel aangeboden kregen, zijn we gaan rekenen. Ik heb hier twee accountants in dienst, de een is afkomstig van Deloitte en de ander van de AVM. We hebben een jaar onderhandeld en kwamen tot de conclusie: wij kunnen dat beter. We hebben bij hotel New York de personeelslasten weten terug te brengen van 43 procent naar 35 procent. Dat is 8 procent van vijf miljoen aan personeelslasten op jaarbasis. Een hoop geld.’ 55
Harry Westers – WestCord
‘ Het is bij mij d’r op of d’r onder. Zo zit ik in mekaar’
Harry Westers werd in 1950 geboren in Oude Pekela. Vader Emo en moeder Fenny Westers zagen net na de Tweede Wereldoorlog voor zichzelf weinig toekomst in het arme Oost-Groningen. Al helemaal niet toen twee bevriende echtparen besloten te emigreren. De een ging naar Australië en de ander koos voor een nieuw bestaan in Canada. De Westers besloten een bakkerszaak op Vlieland over te namen. De verhuizing naar het waddeneiland voelde niet minder dan een emigratie naar een ander continent. ‘Ze wisten nauwelijks waar Vlieland lag. Het eiland telde toen 600 inwoners en er waren drie bakkers. Dat was daar stille armoe. Waarom ze toch die stap zetten, hebben ze me eigenlijk nooit
56
verteld. Ze geloofden erin en wisten dat het met Oost-Groningen niet goed zou komen, die zekerheid hadden ze. Ik denk dat ze voorvoelden dat het toerisme kansen bood.’ Met vier kleine kinderen, waaronder een tweeling, werd de permanente verhuizing naar het eiland gemaakt. De bakkerij van Hoedemaker werd gehuurd. Het was een bakkerij met een zakelijk gezien discutabele voorgeschiedenis. Twee voorgangers hadden het hier niet kunnen bolwerken. ‘Er stond een oliegestookte oven. Het was in het begin een en al kommer en kwel. Mijn vader pakte door. Hij had er overdag nog een baan bij als helmsteker. ’s Nachts om twee uur stond hij op om brood te
bakken. Om half zeven nam moeder het over, dan ging hij helmsteken. Moeder ging ’s morgens met de bakfiets op pad bij de klanten langs. Bakker Roos was populair om zijn witbrood, het bruin leverden wij. Er werd in die tijd veel meer brood gegeten dan nu. Om half zes kwam mijn vader terug en begon hij met het maken van banket. Tussen negen en tien uur ging hij naar bed, om twee uur ’s nachts weer op te staan. Op zondag, we waren gereformeerd, zag ik hem tijdens de lange preken van de dominee wegdommelen.’ Van dit alles leerde Harry Westers dat je er met hard werken alleen er niet komt. Het gaat om het evenwicht in de combinatie werk en financieel inzicht. ‘Mijn vader was een man die ook niet gewoon liep, nee, hij draafde. Hij pakte alles op. ’s Zomers ging hij met een wagentje achter de fiets naar de camping. Daar stonden twee weken lang 2500 gasten. Hij kon er het brood amper aanslepen. Als jongens hielpen we mee koekjes in blikken te verpakken. Om de andere dag hielpen we ’s nachts mee met het maken van de baksels. We deden wedstrijdjes wie de meeste kon maken: mijn broer, mijn vader of ik. Vader won meestal. Moeder was het gezicht naar buiten. Die was zakelijk goed onderlegd.‘ De horeca-activiteiten kwamen in 1967 in beeld op het moment dat hotel De Wadden in de Dorpsstraat van Vlieland te koop kwam. ‘Ik was zeventien, zat op de mulo en deed daar niet zo mijn best. Eigenlijk wilde ik piloot worden en dacht dit via de opleiding voor boordwerktuigkundige te bereiken. Zover is het nooit gekomen.’ Hotel de Wadden blokkeerde deze ambitie. De vakantiestroom begon als gevolg van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog op gang te komen en Vlieland profiteerde hiervan. Met koninklijke toestemming, noodzakelijk vanwege zijn leeftijd, kon Harry Westers aan de slag in hotel De Wadden. ‘Dat hotel was toen al druk bezet met 98 gasten in het hotel en 60 gasten die ondergebracht werden in diverse dependances. Ik kan het nog naslaan in de boeken: In het voorseizoen hadden we 94 Duitsers en 4 Nederlanders en in het naseizoen was het precies andersom. Het hotel bood volpension aan voor 12 gulden per dag en 14 gulden in het hoofdseizoen. En dan werd er ook nog aan verdiend.’ Na uitbreiding van hotel De Wadden met moderne kamers, waar de gasten niet meer met hun badjas over de gang naar het toilet hoefden te lopen, had Westers de smaak van de horeca te pakken. Hij legde een optie op een terrein ten westen van de strandovergang bij het Strandhotel op de toppen van de duinen aan de rand van
de zee. ‘Daar zat al een optie op van Beekman en Van der Schoot. Beekman was eigenaar van het Strandhotel en Van der Schoot had er een dertigtal zomerhuisjes, maar ze vergaten op een bepaald moment de optie te verlengen. Het geluk was met mij. Van Staatsbosbeheer kreeg ik de mededeling: ga uw gang. We zien uw plannen met belangstelling tegemoet.’ Westers begint besmuikt te lachen bij de herinnering aan de lijdensweg die hem te wachten stond: ‘Die gang naar een nieuw hotel, wat strandhotel Seeduyn moest worden, duurde vijftien jaar! De Waddenvereniging, huisjeseigenaren en allerlei andere verenigingen en belangenclubs bemoeiden zich met de aanvraag. Ook de eigenaren van het Strandhotel, mijn buurman, wilden mijn plannen keren. Architect Wytze van der Zee en ik hebben vaak zuchtend om tafel gezeten dat we het helemaal niet meer zagen zitten. Tot aan de Raad van State hebben we ons plan verdedigd. Tijdens die behandeling arriveerde er een bus vol bezwaarmakers. Ons plan voor de bouw van strandhotel Seeduyn werd aan het eind van een lang proces door het hoogste rechtscollege afgewezen. We hadden al 300.000 gulden in de plannen gestoken. Ik had gelukkig twee goed renderende horecabedrijven, anders had ik dit nooit kunnen doen. Het waren gezonde bedrijven. We werkten ons met z’n allen te pletter. Ik leefde bescheiden. Ik was ten einde raad en Wytze zei: Dit is zo onrechtvaardig, stuur een telegram naar de koningin. Binnen een week kreeg ik antwoord. Er werd een commissie van onderzoek ingesteld. Anderhalf jaar later viel het besluit. De Raad van State was om. Voorzitter Kapteijn oordeelde dat deze procedure veel te lang had geduurd. De vergunning om te bouwen moest mij worden verleend. Ik kon aan de slag. De gemeente Vlieland, die ook iedere keer formeel moest reageren op mijn plannen, was het veel eerder ook al zat. Burgemeester Rombouts liet me weten 250.000 gulden te willen geven als ik mijn plannen liet varen. Hij moest dat nog wel overleggen met het college en daarna de raad, maar hij was ertoe bereid. Zover is het nooit gekomen. Het is bij mij d’r op of d’r onder. Zo zit ik in mekaar.’ Harry Westers kwam erachter dat zaken doen te maken heeft met gunnen en ook met het zoeken naar versterking. Die versterking werd op aanraden van de bank gevonden in de persoon van Cees van der Schoot, de zoon van de eigenaar van een dertigtal zomerhuisjes in de duinen. De Harlinger Cees van der Schoot, scheepsbouwer in de havenstad en mede-eigenaar van de industriële bedrijven Landustrie en Hubert in Sneek, zag een gepassioneerd ondernemer met durf en ontdekte voor zichzelf een zakelijk belang. Van der Schoot vormt ook nu nog een van de trouwe companen van Westers. ‘Morgen gaan
57
Harry Westers – WestCord
‘ Het is bij mij d’r op of d’r onder. Zo zit ik in mekaar’ we een project in Rotterdam bekijken.’ Het creëren van coalities heeft Westers geen windeieren gelegd. Op een gegeven moment moet je groter denken, zo vertelt de ondernemer. De naam Doeksen werd genoemd door Van der Schoot. Die moet je ook achter je plannen zien te krijgen, zo zei hij.’
comben van het ministerie van Financiën in Den Haag. Van der Ploeg haalde Evenhuis op, die was vijf minuten binnen en vertelde dat we binnenkort een brief konden verwachten waarin stond dat de premie werd verstrekt. Dat was, het zal niemand verbazen, een geweldige actie.’
Rederij Doeksen is sinds jaar en dag actief op de Waddenzee en verzorgt hier de bootverbinding tussen Harlingen naar Vlieland en Terschelling vice versa. Op de weg naar Doeksen kruiste, inmiddels oud-burgemeester, Rombouts opnieuw het pad van de voortvarende ondernemer. ‘Van der Schoot tipte me om bij Jan Doeksen aan te kloppen. Dat was de grote baas van de rederij. Ik kwam in contact met Rombouts, die daar inmiddels als commissaris was aangetreden. Hij vond het niet raadzaam om mij bij Jan Doeksen langs te laten gaan, maar ik gaf niet op en na enige tijd luidde het antwoord: ‘’Vanavond word je gebeld.’’ ‘
Opnieuw werd Westers het advies gegeven om zijn organisatie te verbreden. ‘Jan Doeksen vond het belangrijk dat we ergens bij hoorden. Dat was nodig, vond hij, om je blik te verruimen en om kennis van gelijksoortige bedrijven op te doen. Renze van den Berg van Wagon Lits, destijds de exclusieve cateraar op de internationale treinen, werd erbij betrokken. We raakten betrokken bij een hotelgroep met vijftien aangesloten hotels in de Benelux. Daar heb ik veel van opgestoken. Dat waren mannen van de wereld. Die konden deuren openen. De cijfers van de hotels werden iedere maand wanneer we bijeenkwamen op de wand geprojecteerd. Dat was uiteraard indrukwekkend. Als ondernemer wilde ik natuurlijk niet onderaan bungelen, dat staat zo slordig op die wand. Ik wilde bij de eerste vijf horen. Dat is ons gelukt.’
Het was een veelbelovend telefoontje. Westers kreeg volop wind in de zeilen. Seeduyn kon gebouwd worden en draaide in korte tijd als een tierelier. De onderneming bestond nu uit drie particuliere investeerders (Westers, Van der Schoot en Doeksen) en de Rabobank en begon op een, zij het bescheiden, consortium te lijken. ‘Op een gegeven moment kwam de IPR-premie in beeld. Dat was een premie voor, zeg maar, binnenlandse ontwikkelingshulp voor achtergebleven gebieden.’ Westers moet hartelijk om zijn formulering lachen. ‘Dat lukt nooit, zo waren de drie overige investeerders van mening. Met Van der Schoot en Doeksen werd ik uitgenodigd op het Rabo-hoofdkantoor in Utrecht om onze plannen toe te lichten. Ze zagen er niks in om die premies aan te vragen. Geen kans, zo werd er gezegd. Dan gaan we nu naar Den Haag, riep ik. De plannen om die premie binnen te halen had ik helemaal voorgekookt met Jaap van der Ploeg, oud-journalist en destijds rechterhand van staatssecretaris Evenhuis. Van der Ploeg was vaak te gast op Vlieland en zo kwam die IPR-regeling ter sprake. In het gouden paleis van de Rabo in Utrecht geloofden ze hun oren niet toen ik aankondigde dat ik à la minute naar Den Haag af zou reizen voor een akkoord met Evenhuis. De totale investering voor strandhotel Seeduyn bedroeg 12 miljoen gulden en de premie die we in mijn ogen konden krijgen was 1,2 miljoen gulden. Niet niks dus. Binnen een uur gingen we van het gouden paleis naar de cata-
58
Cijfers vormen de belangrijkste pijlers onder horecabedrijven. Harry Westers houdt ze nauwlettend in de gaten. ‘We krijgen als WestCord veel bedrijven aangeboden. Als ik in een horecabedrijf op bezoek ben, dan valt me snel op wat er goed is en wat eraan mankeert. Wat ik dan zie, vertaal ik in cijfers. Ik kijk naar de inkoop en beoordeel of we dat beter zouden kunnen. Ik kijk naar de verhoudingen als het gaat om de inzet van personeel. Voor logiesbedrijven geldt weer een andere verhouding dan voor een restaurantbedrijf. Eigenlijk is het simpel: In de horeca gaat veel mis omdat de eigenaar te veel geld uitgeeft. Als de accountant je komt vertellen dat het allemaal niet lekker loopt, ben je alweer een jaar bezig. Want hij toont je de cijfers van het afgelopen boekjaar. Dan ben je dus al twee jaar aan het baggeren. Een deel van het succes van een zaak is de combinatie van het slim inzetten van personeel, scherpe inkoop en een goede sales en marketing.’ Voor Doeksen gold het belang van cijfers evenzeer. In 1994 ging volgens de rederij met Westers’ horeca-ambitie allemaal wat te wild. Ze wilden hun belang in de gezamenlijke onderneming van de hand doen. ‘Ik ben van de expansie. Uitbreiden, vergroten en verbeteren. Doeksen wilde uitstappen
en de bank wilde dat ook. Zij hadden iets van: moet dat nou? Alweer een uitbreiding met een nieuw bedrijf? Ik belde Cees met een voorstel voor de verdeling van de aandelen en met de vraag of hij verder wilde investeren. Da’s goed seun, zo sprak de open-top Harlinger. Zelf kon ik een bedrag lenen van mijn schoonvader, die een autobedrijf had. Doeksen had ik een bod gedaan waarmee hij akkoord was als het de volgende dag om klokslag twaalf uur op zijn rekening zou staan. De avond ervoor, toen het me ging lukken, was geweldig. Ik kon de aandelen kopen voor een goede prijs.’
Westers expandeerde verder en herbergt onder de vlag van WestCord inmiddels twaalf grote hotelbedrijven op de eilanden Vlieland (Strandhotel Seeduyn, het teruggekochte hotel De Wadden en Residentie Vlierijck), Terschelling (hotel Schylge en Residentie Boschrijck) en Ameland (hotel Noordsee) en in de steden Amsterdam (Art hotel, Fashion hotel en City Centre hotel), Rotterdam (hotel New York), Leeuwarden (WTC) en Delft (hotel Delft).
‘Ik herken de verbetenheid van de nieuwe rederij EVT’ Met Doeksen is decennialang een strijd gestreden rond de dienstverlening. Westers, toentertijd in zijn rol als VVV-bestuurder, windt er geen doekjes om. ‘We vonden de dienstverlening van Doeksen onder niveau. Dat hebben we herhaaldelijk aan de orde gesteld zonder dat er al te veel veranderde. Wij wilden een bagageafhandeling zoals je gewend bent op Schiphol. Je geeft je bagage af en verder heb je er geen omkijken naar. In Harlingen zou die afgegeven moeten kunnen worden bij de terminal en in het hotel afgeleverd. Dat is nu goed geregeld, maar daar was Doeksen jarenlang niet in geïnteresseerd.’ De komst van de nieuwe rederij Eigen Vervoer Terschelling (EVT) heeft Doeksen wakker doen schrikken. De Rotterdamse tak van de rederij die het bewind voert over de veerdienst heeft inmiddels adequaat gereageerd op de ontwikkelingen en allerlei klantvriendelijke aanpassingen gerealiseerd. Over die EVT zegt Westers: ‘Ik vind het knap wat ze doen. Ze hebben durf. Ik herken de verbetenheid. Er zit wel wat geld achter, maar of ze het redden vraag ik me af. Een stunt zoals dit voorjaar met gratis vervoer moet ze toch een slordige 3 ton gekost hebben. Nu zetten ze je over voor vijf euro voor een enkele reis. Het is veel geld als je dat er achteraan moet sjouwen.’
Ridder op het witte paard De openingsfestiviteiten rond strandhotel Seeduyn waren nog maar amper achter de rug of er woedde een brand. De datum 3 augustus 1987 staat in het geheugen van Harry Westers gegrift. ‘Er was een militair in het hotel die indruk wilde maken op een serveerster. Je vraagt het je af hoe iemand dat bedenkt, maar hij wilde als een soort ridder op het witte paard zijn geliefde redden. In de gang had deze man met papier de kar met lakens in brand gestoken. Niet beseffende dat boven die kar een centimeters dikke gasleiding liep. Ik sliep in het dorp toen ik van de brand hoorde. Voordat de brandweer arriveerde, was ik al ter plekke. Ik zag bij aankomst de latere verdachte en dader in zijn onderbroek met een deken om buiten zitten. Dat vond ik meteen al een vreemd gezicht. Wist niet wat me overkwam. We hadden 218 gasten in het hotel. Die moesten allemaal worden geëvacueerd. We hadden voor 2,5 miljoen gulden schade. De brand bleef beperkt maar alles zat onder het roet. In de nacht na de brand ontdekte ik pas dat ik de zaak goed had verzekerd. De volgende dag werd ik als verdachte beschouwd, maar ik herinnerde me die vreemde situatie van de man op het hek in zijn onderbroek toen in bij de brand aankwam. Hij is verhoord en sloeg vrijwel meteen door.’
59
Hotel Jans, vriendelijk gelegen aan de bosrand in Rijs
‘ We zitten hier in ee heuvels, weiland en optimale mix van h landschap’ ‘Mond-tot-mondreclame, daar moet hotel Jans in Rijs het voornamelijk van hebben’. Geeske en Victor Wiendels zijn sinds 2006 de uitbaters van het bekende etablissement in Rijs. Hotel Jans staat bekend als een vriendelijk hotel gelegen aan de rand van het Rijsterbos in Rijs. ‘Als je Jans zegt, dan komt ook meteen de speeltuin in herinnering die hier vroeger was.’
Geeske Wiendels voert het dagelijks bewind over de zaak. Haar man Victor werkt bij de luchtmacht in Den Haag en verblijft door de week in de Randstad. Op het terras aan de achterzijde van hotel Jans, dat grenst aan het bos, worden herinneringen opgehaald. Jans is een naam die in Friesland klinkt als een klok. ‘Dit hotel draagt de naam van meneer Jans. Die heeft het hotel in 1926 een gezicht gegeven. Het pand dateert overigens uit 1750 en stond toen al bekend als herberg. Het is een kleinschalig familiebedrijf dat goed kan inspelen op de wensen van de klant’, zo vertelt Geeske Wiendels. ‘De economische crisis slaat toe, daar hoeven we geen geheim van te maken. Ook wij merken dat.’ Volgens Wiendels is het nu van belang om ondernemerschap te tonen en alle creativiteit aan de dag te leggen. ‘We zitten hier in een prachtig gebied: heuvels, weiland en water. Het is een optimale mix van het Nederlandse landschap. Veel mensen kennen dit gebied niet of nauwelijks. Ze hebben geen weet van de mogelijkheden.’ Met hotel Jans als uitvalsbasis liggen de verrassingen binnen handbereik. Een deel van de beroemde Friese elf steden kan per fiets worden bezocht. Sloten, Stavoren, Workum en Hindeloopen zijn stuk voor stuk de moeite
60
en prachtig gebied: n water. Het is een het Nederlandse van een bezoek waard. Sloten ademt nostalgie, in Stavoren is een bezoek aan de vishandel van Doede Bleker alleen al een omweg waard. De haven van Laaxum is, op weg naar het Mirnser Klif, eveneens een pleisterplaats van formaat. In Workum hangen de realistische panelen van schilder en voddenkoopman Jopie Huisman. Het is het succesvolste museum van Friesland als het om publieke belangstelling gaat. In Hindeloopen mag het majestueuze badpaviljoen niet worden overgeslagen.
Andere kroonjuwelen in de Zuidwesthoek? Geeske Wiendels, afkomstig uit het historische Delft, somt ze op: ‘Voor ons gezin is De Hege Gerzen aan het IJsselmeer bij Oudemirdum een mooie plek. De omgeving wordt er pico bello onderhouden en kinderen kunnen er veilig spelen in het pierenbadje. Je hoeft niet ver te reizen om uitstekende locaties te vinden: museum Belvédère is een aanrader, net als het Fries Natuurmuseum in Leeuwarden. In de buurt van Rijs is er Sybrandy’s vogelpark
en we hebben de teatertún in onze achtertuin.’
Aanraders van Geeske Wiendels in Gaasterland - De Hege Gerzen bij Oudemirdum www.hegegerzen.nl - Sloten www.sloten.nl - Laaxum mnopr.com/laaxum - Workum workum.nl - Hindeloopen www.hindeloopen.com
61
62
63
64
65