PO
KopKrant
Drie instanties voor hulp aan ouders
3-4-5
‘Alle drie de scholen krijgen van mij een dikke tien’
De Impulsklas – voor kinderen én ouders
6
9
november 2023
Bericht van de Ondersteuningsplanraad De Samen naar School klas op IKC De Fontein Ondersteuning voor scholen bij inclusief onderwijs
‘Samen werken aan ouderbetrokkenheid’
Elk kind een passende onderwijsplek
2
KopKrant, november 2023
Kopstuk
Partners
Ouders en scholen. Het zijn twee van de meest bepalende factoren voor de gezondheid van een kind.
www.swvkopvannoordholland.nl
Stichting Meerwerf De heer D. Burger Drs. F. Bijlweg 8a 1784 MC Den Helder www.meerwerf.nl (0223) 65 93 00
Blosse De heer R. Prast Postbus 271 1700 AG Heerhugowaard www.blosse.nl (072) 566 02 00
info@meerwerf.nl
remco.prast@blosse.nl
PO
Stichting SARKON De heer A. Hietbrink Drs. F. Bijlweg 8a 1784 MC Den Helder Postbus 6040 1780 KA Den Helder www.sarkon.nl (0223) 67 21 50 info@sarkon.nl
Daarom is deze KopKrant volledig gewijd aan de samenwerking met ouders. We delen goede voorbeelden en informatie over plekken waar ouders terecht kunnen met vragen voor advies en hulp.
Sanne Kruijer, Directeur-bestuurder SWV Kop van Noord Holland PO
Ik hoop dat jullie deze krant zullen delen met het team en met ouders, zodat iedereen vanaf vandaag weet waar ouders terecht kunnen met vragen over passend en inclusief onderwijs.
Een speciaal woord van dank aan redactielid Jan Bot die vanaf de eerste krant betrokken is geweest en per oktober 2023 met welverdiend pensioen is gegaan. Dank voor al je mooie bijdrages!
Dit is een ode aan alle ouders: Stichting SURPLUS De heer R. Winter Westerpark 164 1742 BX Schagen Postbus 333 1740 AH Schagen www.stichtingsurplus.nl (0224) 20 30 40
Stichting Comenius De heer R. Bijlsma Postbus 6032 1780 KA Den Helder www.abscomenius.nl (0223) 61 38 64 directie@abscomenius.nl
Stichting Kopwerk De heer G. van Meerveld De Verwachting 7 1761 VM Anna Paulowna Postbus 79 1760 AB Anna Paulowna www.kopwerk.nl (0223) 20 30 00
Zo fijn dat jij er bent, Met jouw hart vol liefde en hoofd vol vragen. Ook al heb je vaak geen idee, En zit je er regelmatig helemaal doorheen. Weet, zo begint iedereen. Huil, dans, schreeuw, praat, klaag, vraag en lach, Gewoon omdat het mag.
info@kopwerk.nl
r.winter@stichtingsurplus.nl
Je wilt alles geven, maar je hoeft het niet alleen te doen. Vergeet niet, het feit dat jij er bent.. Heeft een groot effect op een mensenleven.
Stichting Samenwerkingsschool De heer T. Jong Drs. F. Bijlweg 8a 1784 MC Den Helder www.speciaalonderwijsdenhelder.nl
Stichting Heliomare Onderwijs De heer J. Welmers Postbus 78 1940 AB Beverwijk www.heliomare.nl (088) 920 80 02
(06) 15 31 25 82
bestuurssecretariaat@heliomare.nl
Bron: Een ode aan alle ouders, landelijke campagne van de gezonde generatie.
Colofon KopKrant is een initiatief van Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland
t.jong@sws-dh.nl
Projectleiding: Sanne Kruijer Tekst, ontwerp en productie: Second Opinion, Leeuwarden Redactie: Jan Bot, Sanne Kruijer, Katja Walstra-Groot Liefde en VertrouwenWest Nederland De heer H. Eilander
Stichting Aloysius Mevrouw A. van Kampen Havinghastraat 17 1817 DA Alkmaar www.aloysiusstichting.nl (072) 511 26 32
’s-Molenaarsweg 1 2401 LL Alphen a/d Rijn www.levwn.nl (0172) 41 88 30
annamarieke.vankampen@
h.eilander@levwn.nl
aloysiusstichting.nl
Voor meer informatie over deze uitgave kunt u mailen naar: secretariaat@swvkopvannoordholland.nl De KopKrant staat ook op de website: www.swvkopvannoordholland.nl Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opname of enige ander manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
KopKrant, november 2023
Wat als een ouder er met de school niet uitkomt?
Als een ouder vragen heeft en/of er met de school niet uitkomt, zijn er verschillende instanties waar de ouder terecht kan. In deze KopKrant komen drie van deze organisaties aan het woord. We spreken met het Ouder- en jeugdsteunpunt, de Onderwijsconsulenten en het netwerk Onderwijs & Ouders. Wat doen deze organisaties, wanneer roep je ze in, en hoe verschillen ze van elkaar? Daar proberen we in de volgende artikelen een antwoord op te geven.
3
PO
Interview met Brechtje Dantuma van het Ouder- en jeugdsteunpunt
‘Het begint altijd met heel goed luisteren’
Met de invoering van een nieuwe wet krijgt het ondersteunen van ouders en jongeren én het signaleren van hun behoeften een plek in alle samenwerkingsverbanden. Sinds zomer 2022 is elk samenwerkingsverband gestart met het inrichten van een Ouder- en jeugdsteunpunt. Voor de kop van Noord-Holland werkt Brechtje Dantuma voor dit steunpunt. In dit interview licht ze toe waar het steunpunt een rol kan spelen en wat scholen kunnen doen om het contact met ouders goed te laten lopen. Brechtje Dantuma werkte vanaf 2014 als ouderondersteuner bij een samenwerkingsverband (po en vo) en daarvoor bij een regionaal expertisecentrum. Sinds januari is ze als ondersteuner verbonden aan vier samenwerkingsverbanden in Noord-Holland. Wat was de aanleiding voor het instellen van een Ouderen jeugdsteunpunt? “Het is een van de vijfentwintig maatregelen die horen bij de Verbeteraanpak Passend Onderwijs. Op dit moment is daarvoor de consulatie van de wettekst ‘Versterking positie ouders en leerlingen in passend onderwijs’ afgerond. Regelmatig zijn hier Kamervragen over gesteld. Dat hoort een beetje bij deze tijd, hè. Daar wil ik niet mee zeggen dat het steunpunt niet nodig is natuurlijk. Het kan voor ouders echt helpend zijn. Maar goed, we zitten nog wel in een soort pioniersfase. Het zou altijd kunnen dat op basis van de vragen en reacties van ouders en jongeren het nog anders ingericht gaat worden.” Hoe zou je jouw rol omschrijven? “Als medewerker van het steunpunt vervul ik een spilfunctie voor ouders als er iets is met een kind op schoolniveau. Heel concreet komen ouders naar mij toe als ze er met een school niet uitkomen. Een moeder vertelt me bijvoorbeeld dat er op school iets met haar zoon gebeurt waar zij niet achter kan staan. Zij mist het open contact en de duidelijkheid met school. Het is dan mijn taak om in de driehoek ‘ouder – kind – onderwijs’ te bemiddelen, onafhankelijk.” Hoe kun jij daar een meerwaarde bieden? “Het begint altijd met heel goed luisteren. Mijn ervaring is dat scholen soms denken dat ze iets duidelijk hebben gecommuniceerd, maar dat ouders dat helemaal niet zo
hebben opgevat. Door bijvoorbeeld aan te sluiten bij een overleg op school, probeer ik het gesprek weer op gang te brengen.” Hoe? “Wat ik altijd probeer is even het bandje terug te draaien, en de ouder stoom te laten afblazen. En daarna te kijken wat ervoor nodig is om weer samen verder te kunnen.” Wat is daar vaak voor nodig, vooral vanuit de school? “Wat ouders heel fijn vinden is dat de communicatie duidelijk is. Dus geen lange verslagen, maar gewoon drie gemaakte afspraken op papier zetten. Wie doet wat en wie heeft de regie? Het heel simpel houden. En toets altijd of ouders het wel echt begrepen hebben. We gebruiken in het onderwijs zoveel jargon en termen.” Heb je nog meer tips voor scholen? “Het is heel belangrijk dat je als school interesse hebt voor thuis. Dat vraagt natuurlijk tijd bij de intake en de aanmelding. Maar ik zou toch tegen scholen willen zeggen: zorg voor een uitgebreide intake. Dat kan veel onduidelijkheid later wegnemen. Zorg ook dat er op een aanmeldformulier ruimte is waar ouders kunnen invullen of er sprake is van een extra ondersteuningsbehoefte. Ouders hebben de plicht om dat door te geven. Het kan zijn dat een kind bijvoorbeeld niet naar een peuterspeelzaal is geweest. Ik had pas nog een casus waarbij dit zo was en het kind pas op vijfjarige leeftijd werd aangemeld. Het antwoord van de moeder was: ‘Ik wist wel dat er wat aan de hand was,
dus ik dacht ik meld hem nog maar niet aan.’ Dat kan hè.” Dus informatie over thuis is belangrijk? “Ja, en realiseer je ook dat het niet altijd onwil is van ouders. Soms gaat een kind niet naar de peuterspeelzaal vanwege armoede. Probeer daar in een gesprek ook naar te vragen. Was het misschien omdat het gewoon te duur was?” Nog een ander advies? “Ga niet op de verkeerde stoel zitten. Soms denkt een school dat ze de ouder moeten vertellen hoe ze moeten opvoeden. Maar als school kun je je het beste beperken tot de kennis die jij hebt. Je kunt wel zeggen: ‘Ik heb zorg over …’, of ‘Ik merk dat ...’ maar daarna is het belangrijk dat je iemand bijvoorbeeld naar Jeugdzorg verwijst. Dus blijf op je eigen stoel zitten, en vertel wat jouw expertise is.” Kun je voorbeelden geven van vragen die je krijgt? “In het vo hebben vragen bijna altijd te maken met het gedrag van een leerling. In het po zie je vaak dat ouders graag willen dat een kind op school mag blijven en niet naar het so of sbo gaat. Of dat ze verwachtingen hebben van een school die de school niet kan waarmaken.” Zou je zeggen dat jij er voor de ouders bent, of voor de school? “Als je de vraag zo stelt, ben ik er voor de ouders. Maar ik voer het gesprek wel in de context van wat er mogelijk is. Soms denken ouders dat alles kan; een-op-een begeleiding, passend onderwijs, dat kan toch wel geregeld worden? En dat kan natuurlijk niet, dat probeer ik ouders
Brechtje Dantuma
ook duidelijk te maken. Wat u vraagt, kan gewoon niet.” Lukt het altijd om eruit te komen met elkaar? “Nee, het lukt mij ook niet altijd. Ik ben voor ouders de eerste stap. Als het daar niet lukt, kunnen ze altijd nog naar de Onderwijsconsulent. Die gaat op huisbezoek en gaat met ouders overal mee naartoe. Overigens is het mijn ervaring dat bij de meeste ouders een tot twee contactmomenten met mij voldoende zijn en dat het samenwerkingsverband het daarna overneemt. Er zijn ook ouders die nog niet gesproken hebben met het samenwerkingsverband als ze mij bellen. Die adviseer ik dan eerst het gesprek daar aan te gaan, en dan eventueel naar mij terug te komen. Ik zorg wel dat ouders met de juiste persoon van het samenwerkingsverband in contact komen.” Dus het gaat vaak wel goed? “Die ervaring heb ik wel. Negen van de tien keer kun je als school door het gesprek met elkaar te voeren, en tijd en ruimte te nemen, zorgen dat er inzicht komt. Aan beide kanten. En op heel veel scholen gaat dat goed.”
‘Blijf op je eigen stoel zitten, en vertel wat jouw expertise is’
Het Ouder- en jeugdsteunpunt is te benaderen via: https://www.swvkopvannoordholland.nl/ouder-en-jeugdsteunpunt-onderwijs/
4
KopKrant, november 2023
Wat als een ouder er met de school niet uitkomt?
PO
Interview met de Onderwijsconsulenten
Over de grens heen kijken
Viola Vlietstra en Natasja Nieuwboer werken beiden als Onderwijsconsulent in de kop van Noord-Holland. Ouders kunnen met vragen bij hen terecht, maar wel pas als ze eerst de school en het samenwerkingsverband hebben benaderd. Als het daar niet gelukt is, kunnen ouders hun vraag aan de Onderwijsconsulent stellen. In dit interview vroegen we Vlietstra en Nieuwboer naar hun werkwijze.
school voor speciaal basisonderwijs. Wij denken dan onafhankelijk mee in een adviserende en vaak bemiddelende rol.” Wat doe je als er een conflict is tussen ouders en school? Vlietstra: “We beginnen altijd bij de ouders en het kind thuis. Daarna gaan we, als ouders toestemming hebben gegeven, contact opnemen met de school. In een persoonlijk gesprek vragen we de school meer te vertellen over de leerling, wat ze al gedaan hebben, of ze hulpverlening hebben betrokken, en hoe zij er zelf in zitten. We proberen zoveel mogelijk informatie te verzamelen om dan de puzzel te leggen en te onderzoeken waar ouders en school het wel over eens zijn, zodat ze weer gezamenlijk op kunnen trekken.”
Onderwijsconsulenten Viola Vlietstra en Natasja Nieuwboer
De Onderwijsconsulenten bieden onafhankelijk advies en bemiddeling wanneer leerlingen thuiszitten of een extra ondersteuningsbehoefte hebben en vastlopen op school. Als het de ouders, de school en het samenwerkingsverband niet lukt om hiervoor een oplossing te vinden, kunnen de Onderwijsconsulenten helpen. De financiering voor de organisatie loopt via OCW en VWS. Elk traject van een consulent start met een bezoek aan de ouders en het kind thuis. Volgens consulent Viola Vlietstra maakt dat ook zichtbaar waarin de Onderwijsconsulenten verschillen van bijvoorbeeld het Ouderen jeugdsteunpunt. Vlietstra: “Het steunpunt is gelinkt aan het samenwerkingsverband en geeft in die rol vooral algemene informatie rond wetgeving en wat mogelijk is. Wij gaan meer de diepte in en kijken ook inhoudelijk naar het kind. Een bezoek aan huis is essentieel daarvoor.” Wat is jullie uitgangspunt of doel bij de hulp die je biedt? Vlietstra: “We proberen vooral heel goed te kijken naar wie
het kind is en wat het nodig heeft. Belangrijk daarbij is ook de vraag: Wat is er in deze regio voor dit kind te halen? Want alhoewel onderwijsnabij een recht is, lukt dat niet altijd in elke regio. Doordat wij landelijk en regionaal werken, kunnen we soms wel over de grens van een samenwerkingsverband heen kijken en een bredere blik hebben voor een oplossing.” Jullie moeten de regio waar je werkt dus goed kennen. Zijn jullie in de Kop gestationeerd? Vlietstra: “Ja, we wonen en werken beiden in Noord-Holland. Het hoofdkantoor is in Den Haag, maar daar zijn wij bijna nooit. Wel zijn er scholingsdagen in Utrecht waar consulenten uit heel Nederland bij elkaar komen en kennis delen.” Zijn er twee mensen voor de Kop? Vlietstra: “Nee, we zijn met een vast team van vier medewerkers voor Noord-Holland. Ons gebied loopt van de onderkant van Noord-Holland tot Texel en in de breedte. Wel hebben we het werk een beetje verdeeld: twee collega’s werken met name
in Amsterdam en de directe omgeving en wij doen de omliggende gebieden.” Wie komen er vooral bij jullie met hun vragen? Vlietstra: “Dat zijn vaak de ouders. Maar ook scholen, leerplichtambtenaren of een medewerker van Jeugdzorg kunnen een vooraanmelding doen.” Kun je wat voorbeelden geven van waarom een ouder jullie benadert? Nieuwboer: “Dat kunnen verschillende redenen zijn. Soms is het een complexe hulpvraag waarbij de professionals die in de basis betrokken zijn niet tot een passende oplossing kunnen komen. Wij worden dan gevraagd omdat we een breed netwerk hebben en gespecialiseerd zijn in maatwerkoplossingen. Oplossingen die niet vallen binnen het standaardsysteem van onderwijs en zorg. Maar er zijn ook situaties waarin de communicatie tussen school en ouders verstoord is geraakt en ouders het bijvoorbeeld niet eens zijn met het advies om een leerling te verwijzen naar een
Hoe lang duurt zo’n traject meestal? Nieuwboer: “Dat is heel wisselend. Er zijn casussen waar we meer dan een jaar bij betrokken zijn, maar dat zijn wel de uitzonderingen. Gemiddeld duurt het tussen de vier en zes maanden. Meestal sluiten we onze betrokkenheid af als er een passende oplossing is gevonden en er een eerste evaluatiemoment is geweest.” Vlietstra: “We zien wel dat doorlooptijden langer worden omdat er veel wachtlijsten zijn. Scholen zitten vol, het speciaal onderwijs zit vol, maar ook Jeugdzorg heeft vaak geen plek. Als je dan een passende plek hebt gevonden, moet een kind nog drie tot zes maanden wachten. Soms sluit je het dan toch af, maar er zijn ook gevallen die zo complex zijn dat je voor de tussentijd nog iets moet bedenken.” Komt het ook voor dat een school jullie benadert? Vlietstra: “Ja, maar dan vragen we wel bij de intake of de ouders ervan weten en of ze toestemming hebben gegeven. Als blijkt dat de ouders niet willen meewerken, dan kunnen wij weinig doen. We kunnen soms wel een advies geven of even sparren, maar als de ouders niet meewer-
ken, kun je niet echt de inhoud in.” Je noemde eerder dat jullie goed zijn in maatwerkoplossingen, buiten de standaardstructuur. Kun je dat toelichten? Nieuwboer: “Het gaat in die gevallen vaak om het bedenken van creatieve oplossingen binnen de kaders van wet- en regelgeving. Neem de Variawet. Dat is een wet waarmee je van de schooltijden kunt afwijken. Veel scholen weten niet altijd wat daar mogelijk is. Als je het goed onderbouwt, kun je een kind bijvoorbeeld halve dagen naar school laten gaan. Er zijn duidelijke eisen waaraan je moet voldoen. Een aanvraag moet bijvoorbeeld goed onderbouwd in een ontwikkelingsperspectief ingediend worden bij de Inspectie. Wij kunnen de school begeleiden, zodat ze geen stappen vergeten.” Vlietstra: “Maatwerk kan ook gaan om expertise die je als school mag inkopen. Dat kan soms een begeleider zijn die de leerkracht of het kind een bepaalde tijd ondersteunt. Ook dat soort oplossingen kunnen helpend zijn.” Er is dus vaak meer mogelijk dan scholen denken? Nieuwboer: “Ja, en soms ook meer dan zij in eerste instantie durven. Sommige leerlingen hebben een periode van rust en een andere vorm van dagbesteding nodig om daarna weer stappen binnen het onderwijs te kunnen maken.” Zijn er ook dingen waar ouders jullie NIET voor kunnen vragen? Vlietstra: “Jazeker. Niveauadvies, het eindadvies dat een kind in groep 8 krijgt, daar gaan wij niet over. En ‘zittenblijven’. Ook daar kunnen ouders ons niet voor benaderen. Dat is echt aan de school. Maar als het vragen zijn over passend onderwijs en onderwijsondersteuning, dan mogen ze ons bellen.” Meer informatie: www.onderwijsconsulenten.nl
KopKrant, november 2023
Wat als een ouder er met de school niet uitkomt?
PO
Interview met Marieke Boon van Ouders & Onderwijs
Omgaan met kritische ouders
Lastige of kritische ouders, wie kent ze niet. Er zijn zelfs speciale cursussen voor omgaan met ingewikkelde ouders. Maar wie is die lastige ouder en hoe zien ouders dat zelf? We vroegen het Marieke Boon, thema-adviseur passend onderwijs bij de stichting Ouders & Onderwijs. Ouders & Onderwijs is een landelijke organisatie voor ouders van kinderen in de schoolgaande leeftijd. Gefinancierd door het ministerie van OCW, maar onafhankelijk. Het is de organisatie die ouders in het onderwijs vertegenwoordigt, ook naar de politiek toe. Je zou Ouders & Onderwijs kunnen vergelijken met een PO-raad of een vakbond voor leraren, maar dan specifiek gericht op de belangen van ouders. Een ander doel van Ouders & Onderwijs is het informeren van ouders. Jaarlijks komen er bij de stichting zo’n 15.000 vragen binnen, veelal via de telefoon, maar ook via de social mediakanalen of e-mail. Hoe zie jij de lastige ouder, en bestaat er eigenlijk wel zoiets? “Over het algemeen is het onze indruk dat het ouders lastig gemaakt wordt. Ze hebben vaak vervelende ervaringen opgedaan bij een probleem dat speelt. Als de communicatie dan niet goed is geweest, dan krijg je ervaring op ervaring. En dan heb je lastige ouders. Maar het gros is dat absoluut niet. Ik heb juist ook veel ouders aan de telefoon waar ik bewondering voor heb hoe zij nog met een positieve blik naar het onderwijs kunnen kijken.” Kun je daar een voorbeeld van geven? “Ja, er was toevallig gisteren een werkbezoek van mensen van het ministerie die met ons meeluisterden aan de telefoon. Ik had toen een vader aan de lijn van wie de veertienjarige dochter wordt gepest op school. Ze durft niet meer naar school en voelt zich onveilig. De ouder vertelde dat er wel wat geregeld was door de school, maar dat ze zich niet aan de gemaakte afspraken hielden. Vervolgens kregen ze een ongeoorloofd verzuimmelding met als toelichting dat de dochter gewoon naar school moet omdat ze niet ziek
5
is. De reactie van de vader hierop was dat het geen onwil van de school is en dat het voor hen ook lastig is. Terwijl zijn kind doodongelukkig thuis zit, en de school hem onder druk zet, heeft hij nog steeds begrip voor de school. Die ouders zijn er dus ook.” Zeg je dan dat lastige ouders niet bestaan? “Nee, ouders zijn een vertegenwoordiging van de maatschappij en daar kom je ingewikkelde mensen tegen. Er zijn ouders met psychiatrische problemen of ouders die communiceren op een manier die wij niet acceptabel vinden. Dat maak je in het onderwijs mee. Maar ouders worden soms ook wel lastig gemaakt doordat ze niet geïnformeerd zijn of dingen zomaar op hun bord krijgen. Dan kan het gebeuren dat ouders verharden en zich alleen nog maar op de regeltjes gaan richten.” Wat zouden scholen daaraan kunnen doen? “De basis is goed met elkaar in gesprek gaan en ouders eerder en meer betrekken. En duidelijk maken waarom je bepaalde dingen doet. Neem het basisschooladvies. Ouders hebben altijd gehoord ‘Uw kind doet het hartstikke goed’. Vervolgens krijgt het kind een schooladvies vmbokader. Een prima advies, maar voor de ouders komt dat niet overeen met wat zij bij ‘goed’ hadden verwacht. Het is daarom belangrijk om duidelijk te communiceren. Als je zegt dat het hartstikke goed gaat, moet je dat concreet toelichten zodat ouders de juiste verwachtingen hebben.” Heb je het idee dat scholen ouders wel voldoende kennen? Zouden scholen daar nog wat in kunnen leren? “Ik denk het wel. Veel ouders hebben bijvoorbeeld vaak nog het beeld van de school waar ze zelf op zaten. Als ze horen ‘speciaal onderwijs’ denken ze aan het speciaal onderwijs uit
hun tijd, terwijl het nu toch heel anders gaat. Daar moet je ouders in meenemen. Daar komt bij dat we de maatschappelijke discussies ook terugzien in het onderwijs. Prestatiedrang, vwo is beter dan vmbo. Je kunt het een ouder niet kwalijk nemen dat ze daar vervolgens naar handelen.” Een school kan daar niet veel aan doen toch, aan dat soort gevoelens. “Nee, maar het is wel goed als je daarover praat en het bespreekbaar maakt. Als je dat niet doet, kom je eerder tegenover elkaar te staan.” Welke vragen krijg je vooral, en uit welke doelgroep? “Iets meer dan de helft van de vragen komt van ouders uit het primair onderwijs, een derde daarvan gaat over passend onderwijs. Verder zijn de vragen heel divers. Van hele praktische vragen, zoals mag ik mijn kind een dag eerder van school halen om op vakantie te kunnen, tot de meest schrijnende situaties.” Kunnen jullie zo’n schrijnende situatie oplossen? “Nee, we kunnen ouders adviseren en de mogelijkheden noemen. Met die informatie kunnen zij het gesprek met de school weer aangaan. Verder kunnen we ouders een
luisterend oor bieden, dat is vaak al heel belangrijk. Dat advies geef ik de school ook vaak: Zorg dat ouders weten wie ze moeten bellen of spreken op school als er iets is, zodat ze in ieder geval hun verhaal kwijt kunnen en zich gehoord voelen. Investeer daarin.” Neemt het aantal vragen toe? “Dit jaar zijn we van 12.000 naar 15.000 vragen gestegen, maar de naamsbekendheid vinden we nog steeds te laag. En dat is jammer. Als alles goed loopt, heb je ons niet nodig. Maar op het moment dat er iets is, is het handig als ouders ons in een vroeg stadium weten te vinden. Dan voorkom je veel problemen.” Problemen die de school misschien ook zelf kan oplossen? “Ja, wij zeggen altijd dat het contact met de school het belangrijkste is. Maar het kan voor een school soms ook helpend zijn als een ouder eerst bij ons informatie heeft ingewonnen.” Wanneer bijvoorbeeld? “Bijvoorbeeld bij zittenblijven of bij de klassenindeling. Dat bepaalt de school, niet de ouder. Je mag absoluut als ouder de school om uitleg vragen en kritisch zijn, maar je gaat er niet over. Als de school dit zegt, heb je misschien een boze ouder. Maar
Marieke Boon, thema-adviseur passend onderwijs
als een ouder dat van ons hoort, is dat anders. Wij kunnen ouders wel tips geven over wat ze kunnen vragen aan de school.” Denk je dat jullie als organisatie nodig blijven? “Ja, er blijft altijd een noodzaak voor een stichting als de onze, ook als vertegenwoordiging in het landelijk onderwijsveld en bij de politiek. Maar ik hoop wel dat we steeds minder nodig zijn. Ik vind dat het contact over een kind bij de ouder en de school hoort. Maar een stukje onafhankelijk advies zal altijd nodig zijn.”
Meer informatie op de website https://oudersenonderwijs.nl
6
KopKrant, november 2023
PO
Ouder Marie Noort over onderwijs voor haar zoon Harge
“Alle drie de scholen krijgen van mij een dikke tien” Harge is negen jaar en gaat een aantal uur per week naar Kindcentrum De Marinx in ‘t Veld. Dat dit bijzonder is, heeft te maken met de beperkingen die Harge heeft. Harge is spastisch, zit in een rolstoel en heeft de verstandelijke ontwikkeling van een vierjarige. Met de inzet van de mensen op school en de ouders van de altijd vrolijke Harge is het de afgelopen jaren gelukt Harge te laten meedoen op een reguliere basisschool. Woensdag is de favoriete schooldag van Harge. Dan mag hij namelijk meevoetballen tijdens het buitenspelen op de Marinx. Harge’s vader staat dan met Harge naast een van de goals. Hij heeft Harge uit zijn stoel getild en houdt hem rechtop, zodat Harge af en toe een bal kan raken. Sommige kinderen schieten de bal naar Harge toe, anderen weten niet echt wat ze met hem aan moeten. Maar sowieso weten alle kinderen dat op woensdag Harge meespeelt. Filmpjes en rookworst “Harge houdt van filmpjes kijken op de computer en van rookworst”, aldus Marie Noort, zijn moeder. “Eigenlijk is hij altijd vrolijk.” Door zijn beperking werd het al snel
‘Ik vind het geweldig dat ze het gewoon aandurven en meedenken. Want we vragen best wel wat van ze, hè’
duidelijk dat De Ruimte, van Heliomare, de beste school voor Harge was. Op deze school voor speciaal onderwijs krijgt hij vier dagen per week onderwijs en revalidatie. Dat Harge ook een aantal uur naar De Marinx gaat, komt eigenlijk door de zus van Harge, Anniek. Meedoen Noort: “Anniek is net als Harge spastisch, maar heeft geen ontwikkelingsachterstand. De kans dat we na Anniek nog een kind met eenzelfde beperking zouden krijgen, was volgens de dokters een op de miljoen. Toch gebeurde het. Toen Anniek jong was, ging zij net als Harge naar De Ruimte, een hartstikke leuke school. Maar doordat ze met de taxibus naar school moest, was ze al weg voordat de andere kinderen naar school gingen en kwam ze thuis als alle kinderen al speelafspraakjes hadden gemaakt. Daardoor viel ze er best wel buiten in het dorp. Dat vond ik heel jammer. Toen we Harge kregen, dacht ik: die fout maken we niet nog een keer. We gaan vragen of hij een dag in de week naar de dorpsschool mag.” Op de kermis Door Harge naar de dorpsschool te laten gaan, hoopte zijn moeder dat hij daar vriendjes op zou doen. Harge’s verstandelijke beperking maakt dat echter lastig. Toch is Noort blij dat hij op De Marinx zit. “Als we nu op de kermis lopen, komen kinderen naar Harge toe en kennen de mensen ons. Het is toch een manier om aansluiting te vinden in het dorp. En Harge vindt die paar uur op De Marinx heerlijk. Hij heeft dan muziekles, knutselen en op de computer lezen en schrijven. Harge kan niet zelf schrijven, maar kan wel op de computer woorden en letters aantikken. Als de school om twee uur uit gaat, lopen Harge en zijn vader weer naar huis.”
Veilig Leren Lezen Toen zijn ouders bij De Marinx vroegen of Harge daar op school kon komen, reageerden ze meteen positief – maar wel met de kanttekening dat er een begeleider bij nodig was. Dat werd de vader van Harge. Die is er alle uren bij en zit naast hem in de klas. Noort: “De school is eigenlijk altijd heel meewerkend geweest. Ook als we soms dachten dat het niet meer zou kunnen, kwam de school weer met een oplossing. Zo is de muziekles op woensdag perfect om Harge mee te laten doen. En de intern begeleider Sarina heeft er weer voor gezorgd dat Harge met het programma van Veilig Leren Lezen aan de gang kon. Ze hadden eigenlijk geen licentie omdat Harge niet officieel bij de school staat ingeschreven. Sarina heeft dat toch kunnen regelen.” Positieve ervaringen Al met al zijn de ervaringen die Noort heeft met de scholen voor haar kinderen heel positief, op die ene vmbo, waar Anniek op zat, na dan. Op De Ruimte van Heliomare krijgt Harge vier dagen per week les op zijn niveau en zit hij in een klas met zo’n dertien kinderen. Hij heeft daar ook een persoonlijk begeleider. Dochter Anniek doet op dit moment mbo 4 op het Mediacollege in Amsterdam. Ze doet het daar geweldig en kan heel veel zelf, vindt Noort. Medestudenten helpen haar wel met dingen als dat nodig is en een begeleider komt tijdens de lunchpauze om te helpen met het eten en naar de wc gaan. Er is op het Mediacollege zelfs speciaal voor Anniek een aangepaste wc gemaakt. Noort: “Alle drie de scholen, De Marinx, De Ruimte en het Mediacollege, krijgen van mij een dikke tien. Ik vind het geweldig dat ze het gewoon aandurven en meedenken. Want we vragen best wel wat van ze, hè.”
KopKrant, november 2023
7
PO
“Je hoort erbij als kind, ook als je ziek bent”
Onderwijs aan zieke leerlingen
Reactie De Marinx: Sarina Hopman, intern begeleider op Kindcentrum De Marinx: “We hadden nog geen ervaring met een kind als Harge bij ons op school, maar dat weerhield ons er niet van om ‘ja’ te zeggen. Ik zie het als een winwin-situatie. Het is mooi dat de kinderen uit het dorp zien dat er kinderen zijn met een beperking, en dat ze Harge als klasgenoot hebben, zelfs al is het maar voor een paar uur per week. We hadden aanvankelijk verwacht dat hij meer interactie zou hebben met de andere kinderen. Dat zie je nog niet veel terug, maar dat hoeft ook niet. Je merkt dat de kinderen het prima vinden dat Harge er is en zijn eigen ding doet. Om het te laten slagen is het vooral belangrijk dat je als school goede afspraken met de ouders maakt en de verwachtingen naar elkaar uitspreekt. Deze ouders waren daar heel helder in. Ze gaven aan dat ze niet van
Ook wanneer een kind ziek is, heeft het recht op goed onderwijs. Voor scholen kan dat een uitdaging zijn. Daarom kunnen scholen en ouders onderwijsondersteuning vragen van een consulent onderwijsondersteuning zieke leerlingen van het landelijk netwerk Ziezon, bestaande uit 120 consulenten. In de kop van Noord-Holland zijn 5 consulenten werkzaam, die samen tussen de 2530 leerlingen begeleiden. Een van die consulenten is Eveline van Mameren. ‘Wij worden door scholen ingeschakeld om de ouders, leerkracht en leerling te ondersteunen bij het onderwijs aan de zieke leerling. Wij helpen mee met de keuzes die moeten worden gemaakt op het gebied van onderwijs’. Eveline van Marmeren Route Van Mameren legt uit: “Er zijn twee routes, via ouders/scholen of via het ziekenhuis. Ouders en scholen kunnen in contact komen met een consulent in de regio via de website van Onderwijsversterkers (www.onderwijsversterkers.nl). Wij zijn goed bekend bij de scholen, bij de ouders is dit niet het geval. Ik hoor vaak ‘We wisten niet dat jullie er waren’. Hier ligt nog een uitdaging. Daarnaast krijgen we leerlingen via de consulenten die werkzaam zijn bij de Educatieve voorzieningen in ziekenhuizen in de regio. Leerlingen die ontslagen worden uit het ziekenhuis, maar nog niet naar school kunnen, worden aan ons overgedragen. Deze ‘warme’ overdracht is fijn voor alle betrokkenen.”
ons verwachtten dat we hem onderwijs zouden geven, maar dat het vooral belangrijk was dat hij erbij mocht zijn. En dat lukt. In 2018 startte Harge bij ons op school in groep 1/2. Hij zit nu voor het tweede jaar in groep 4. Aan het eind van het jaar kijken we hoe het is gegaan en wat we hem het komende jaar kunnen bieden.” Lian Riepma, leerkracht groep 4:
Rol samenwerkingsverband “Ouders/scholen kunnen voor een periode van maximaal 12 weken via Ziezon gebruik maken van de ondersteuning van een consulent. Als er na deze 12 weken nog behoefte is aan ondersteuning wordt dit aangeboden via het samenwerkingsverband. Uitzondering zijn de KlasseContact-trajecten waarbij de leerling digitaal aanwezig is in de klas. De consulent blijft hier contactpersoon, ook na de 12 weken.”
Betrokkenheid “School is belangrijk, en dan gaat het niet alleen om de taal- of rekenles maar ook om de verbinding met andere leerlingen. Je hoort erbij, je doet ertoe. De kinderen hebben vaak erge dingen meegemaakt en het maken van huiswerk, het bijwonen van een les voelt dan vertrouwd. Het is goed voor hun zelfwaarde. Voor ouders zijn we een luisterend oor, zorgen we voor ordening in een stressvolle situatie. Als je kind ziek is, heb je al genoeg aan je hoofd. Scholen kunnen we helpen in een al drukke tijd. We ontlasten de school en de ouder, maar zorgen wel voor betrokkenheid.” Trots “Het plaatsen van KlasseContact geeft ontzettend veel voldoening. Ik ga altijd mee met de KPN-monteur. De eerste keer dat een leerling groot in beeld komt in de klas en de zieke leerling de meester/juf en klasgenoten ziet is altijd emotioneel, voor alle partijen. Dat zijn de pareltjes van mij werk, daar doe ik het voor!” Boodschap voor de ouders “Schroom niet om ons te raadplegen. Als je wilt sparren, een vraag hebt, een luisterend oor wilt, een situatie wilt uitleggen of alleen even je verhaal kwijt wilt. Dat kan altijd en hier zijn geen kosten aan verbonden. Het kan zelfs anoniem. Wij zijn er voor jullie!”
“Toen ik Harge voor het moest ik mijn weg nog een beetje vinden. Soms maakt Harge geluiden als de andere kinderen stil zijn. Bovendien is er altijd een ouder in de klas. Maar inmiddels ben ik er helemaal aan gewend, en het gaat heel goed. Harge begint de dag buiten en eet dan samen met de groep. We kijken naar een filmpje, lezen een verhaal en daarna hebben we muziekles. Harge is dol op muziek en doet ook echt mee, geholpen door zijn vader. De muziekles is speciaal voor Harge op woensdagmiddag gepland.”
Foto: KlasseContact
eerst in de klas kreeg,
8
KopKrant, november 2023
PO
Bericht uit de Ondersteuningsplanraad
De Ondersteuningsplanraad (OPR) is opgezet om betrokkenen uit het onderwijs mee te laten denken over de visie van het samenwerkingsverband. In de raad zitten ook Simone Koster, directeur van basisschool De Vloedlijn, en ouder Margreet Lienos. Hieronder belichten zij hun rol in de raad.
n OPR
Simone Koster
het lerarentekort maakt dat we een nieuwe ontwikkeling noodgedwongen uitstellen. Door binnen het samenwerkingsverband met alle partijen samen te werken aan een gezamenlijk doel, vergroot dit de kans op succes. Het delen van ervaringen en kennis zorgt ervoor dat het minder spannend wordt nieuwe stappen te zetten op het gebied van inclusie. Het Ondersteuningsplan biedt scholen zo een toekomstbeeld waar ze naartoe kunnen werken.
De organisatie van een OPR
Margreet Lienos
Simone Koster, directeur Als voorzitter van de OPR vind Margreet Lienos, ouder: ens de Wet “Zo’n drie jaar geleden ben basisschool De Vloedlijn: ik het belangrijk om van alle de taak om ik begonnen als ouderlid bij “Ik ben vanafDe 2022 lid van geledingen wat te horen en OPR heeft een regelement, een nstemming de OPR. Ik was al wel lid de te OPR en sinds een half jaar iedereen een stem te geven. statuut en een huishoudelijk geweest van de MR van de voorzitter. Ik regelement. heb het stokje Vertegenwoordigers van het In deze formele an van hetovergenomen van mijn voorschool van mijn kinderen en samenwerkingsverband, stukken staat onder meer rband. In ganger het de GMR, maar de OPR was Joke Harlaar. Ik heb directeuren, leerkrachten, oubeschreven hoe de vergaderingen nieuw voor mij. n staan als relatieve nieuwkomer nog ders – ieder brengt zijn eigen worden voorbereid en zullen niet veel ervaring met dit ormanier waarop ervaring mee. verlopen en hoe er gestemd moet Ik ben altijd geïnteresseerd ik vorig jaar et SWV zogaan, aangezien worden. geweest in hoe het scholenIk zie de rol van ouders in de assende lid geworden ben. Dat heeft systeem werkt. Ik wil het natuurlijk ook zijn voordelen; OPR als heel waardevol. Ze nnen krijgen, graag begrijpen. Wij hebben ik kijk met een frisse blik naar hebben een andere invalshoek n. drie kinderen die zelf geen de ontwikkelingen binnen en hebben als ouder vaak extra zorg nodig hebben op het samenwerkingsverband ervaring vanuit een ander school, maar ik heb vrienden en neem 25 jaar ervaring in oogpunt. Ook hun ervaring waarbij dat wel het geval is. het onderwijs mee vanuit de met het voortgezet onderwijs Het is goed om te zien dat verschillende De rollen die ikvan hebde is leden OPR moeten waardevol. Ik hoop dat oude zorg op scholen nu goed gehad. ders de ruimte voelen om die ouders of personeelsleden zijn geregeld is. Vroeger was dat kennis te delen, en ik zal een van een school in het anders. Als ikzelf toen wat Ik heb me altijd sterk verbonieder ook zeker die ruimte samenwerkingsverband. De beter begeleid was, had ik den gevoeld met passend ongeven. leden van de OPR worden misschien een andere uitderwijs, en dan met name afgevaardigd door de GMR-en gangspositie gehad qua opmet de vraag: wat is werkeIk zie de tijd die ik besteed van de scholen, die deelnemen leiding, denk ik nu. Als je me lijk inclusiever onderwijs dan als lid van de OPR als een het samenwerkingsverband. vraagt waar mijn interesse wat we nu al in bieden? Er zijn goede investering en probeer Maar hoeven deel voor onderwijs vandaan komt, veel idealen en mooie voor- zelf deniet kennis die uit ik opdoe ook tehoe maken van een zou dat daarmee te maken beelden, maar kunnen altijd te koppelen aan mijn kunnen hebben. Met hoe mijn we die nu ookmedezeggenschapsraad. toepassen in eigen praktijk. Daarnaast is eigen schoolperiode is gede praktijk waar wij werken, het samenwerken Ouders krijgen een vergoeding in de OPR weest en welke rol onderwijs met de problematiek waar we en het contact met de andere voor reis en tijd. kan spelen. tegenaanlopen? leden heel interessant, dat geeft energie!” Een van mijn kinderen zit in Ik denk dat er al veel nabije groep 5, de andere twee zitondersteuning mogelijk is binten op het voortgezet ondernen ons netwerk, en dat er al Samenwerkingsverband wijs. Ook daar praat enKop denk veel gebeurt. Maar toch zien van Holland POhet ik Noord graag mee over hoe we niet altijd de kansen die ••• en over wat er gaat op school er zijn en maken we het ons anders zou kunnen. Postbus 1120 Het gaat soms te moeilijk. Ik denk dat mij dan zozeer om mijn het samenwerkingsverband 1810 KCniet ALKMAAR eigen kinderen, maar meer en het Ondersteuningsplan om kinderen in het algemeen. scholen en scholengroepen T: (06) 52 34 71 63 juist daar goed bij kan helE: Wat me bijvoorbeeld erg bepen. secretariaat@swvkopvannoord zighoudt is het aantal thuisholland.nl zittende kinderen. Ze kunnen Soms is het zo dat het om allerlei redenen thuiszitspannende ervoor zorgt dat ten. Ik vind het heel belangwe ervan wegblijven, of dat
kan iedereen lid worden
‘Wat is werkelijk inclusiever onderwijs dan wat we nu al bieden?’
rijk dat we die kinderen niet uit het oog verliezen. Wat ik verder belangrijk vind, is dat scholen niet allemaal zelf het wiel proberen uit te vinden, maar dat ze de samenwerking opzoeken. Waarom zou je iets zelf gaan uitzoeken als je de kennis bij een andere school kan halen. Ik merk dat het samenwerkingsverband daar ook naartoe wil. In de visie gaat het heel erg om inclusie, en dat houdt ook in dat je meer zult moeten samenwerken. Ik zie mijzelf niet meteen als doorgeefluik voor andere ouders, al zou ik dat misschien wel willen. Dat ouders mij benaderen met vragen of opmerkingen en dat ik die weer doorspeel naar de OPR. Eigenlijk probeer ik dat al jaren, ook voor de MR en GMR. Maar ook daar krijg je weinig reacties van ouders. Misschien zou de OPR wel iets kunnen doen om ouders te betrekken. Ze kunnen bijvoorbeeld een keer per jaar een avond organiseren, eventueel met een broodje zodat
ouders wat meer geneigd zijn te komen. Maar waarschijnlijk blijft het lastig om mensen daarvoor te krijgen. Overigens vind ik dat het samenwerkingsverband mij als ouderlid bij heel veel dingen betrekt. Ik word uitgenodigd voor allerlei bijeenkomsten waar bijvoorbeeld ook mensen van de gemeente of scholen bij zijn. Je voelt dat je erbij hoort en dat je mening ook echt gehoord wordt.”
‘Waarom zou je iets zelf WAT IS EEN OPR gaan uitzoeken als je de kennis bij een andere school OndersteuningsPlanRaad kan halen?’
KopKrant, november 2023
9
PO
Interview met Impulsklasbegeleiders Beppy de Groot en Bart van Loon
De Impulsklas – voor kinderen én ouders
In de Impulsklas komt een groep ouders en kinderen wekelijks samen om gezamenlijk aan de persoonlijke leerdoelen van het kind te werken. Dat is leerzaam voor kinderen, maar ook voor de ouders en de school. Op dit moment bekijkt het samenwerkingsverband of ook scholen in de Kop met de Impulsklas aan de slag kunnen gaan. Beppy de Groot en Bart van Loon, beiden werkzaam voor de Impulsklas, vertellen wat je kunt verwachten als je voor de Impulsklas kiest. Het idee voor de Impulsklas is niet nieuw, het bestaat al zo’n tien jaar. In de afgelopen jaren hebben steeds meer scholen dit programma voor kinderen met werkhoudingsof gedragsproblemen ontdekt. Bij de Impulsklas komt een groep van 6 tot 8 kinderen een ochtend in de week bij elkaar. Dat kunnen kinderen zijn van één school, maar ook van verschillende scholen. Veelal liggen de leeftijden van de kinderen niet ver uit elkaar. Wat de klas bijzonder maakt, is dat ook ouders deel uitmaken van de Impulsklas. Transfer In de Impulsklas staat het persoonlijke doel van een kind centraal. Elk kind formuleert bij de intake een of meerdere doelen waar ze in de Impulsklas samen met hun ouder aan gaan werken. De ouder is er dus altijd bij. Het werken in de Impulsklas bestaat uit kringgesprekken, oefeningen, maar ook uit schoolwerk dat ze meenemen uit hun eigen klas. Twee Impulsklasbegeleiders begeleiden de groep. Via een digitale doelenkaart, die regelmatig wordt ingevuld, kan de groepsleerkracht volgen wat er gebeurt. De Groot: “En dat is niet de enige manier waarop er transfer is met de eigen groep. We doen als begeleider bij aanvang en halverwege het traject ook een observatie in de klas van het kind en bespreken die met de leerkracht. Daarnaast sturen we regelmatig een update met wat we gedaan hebben en wat de aandachtspunten zijn.” In de kring Een sessie van de Impulsklas start altijd met een inloop en een kringactiviteit. In de kring bespreken de Impulsklasbegeleiders samen met ouders en kinderen hoe het de afgelopen week is ge-
gaan. “Dat gebeurt aan de hand van oplossingsgerichte vragen”, aldus Van Loon. “Dus bijvoorbeeld: ‘Hoe is het jou deze week gelukt om een speelafspraak te maken?’ Of ‘Kon je je concentreren bij het rekenwerk?’ Via vragen, probeer je kleine stapjes in beeld te brengen, en successen te benoemen. Wat leuk is, is dat de kinderen op den duur zelf allerlei vragen aan elkaar gaan stellen en de ouders ook.” Ouderbijeenkomst Na de kring gaan de kinderen werken. In die tijd werken ouders en kinderen samen aan taken uit de eigen klas. Daarna is er een pauze, waarna de kinderen verder gaan met hun schoolwerk. De ouders stappen op dat moment uit de groep en gaan naar een andere ruimte voor een ouderbijeenkomst met een van de Impulsklasbegeleiders. De Groot: “Het is een beetje afhankelijk van de ouders wat we daarin bespreken, al doen we wel altijd suggesties. We praten bijvoorbeeld over vragen als ‘Hoe ga ik om met de boosheid van mijn kind?’ Of ‘Ik wil mijn kind graag zelfstandiger maken, hoe kan ik dat het beste aanpakken?’.” Aan het eind van de ochtend komen beide groepen weer bij elkaar en volgt er een creatief moment. Dat zijn vaak oefeningen of spellen die passen bij de doelen van de kinderen, zoals samen iets knutselen of het complimentenspel. Ambassadeurs Een Impulsklas duurt in totaal twaalf weken. In die tijd gaan ouders en kinderen elke week een ochtend samen aan het werk. Het zal zeker niet altijd makkelijk zijn voor ouders om die tijd vrij te houden. Toch reageren de meeste ouders positief als ze de vraag krij-
gen om mee te doen. Sommige ouders hebben zelfs na de Impulsklas nog contact met elkaar. Ook zijn er ouders die zich hebben opgeworpen als ambassadeur en proberen andere ouders mee te krijgen. Wat maakt dat ouders zo enthousiast zijn? Volgens De Groot heeft dat er vooral mee te maken dat ouders zelf het effect kunnen zien van de Impulsklas. “Ouders zien hun kind nu in de context van de klas. Dat is soms heel anders dan thuis. Daarnaast leren ze meer over het benaderen van hun zoon of dochter. Niet elke ouder heeft meteen door dat hun rol onderdeel is van het proces. Zo stuurde een van de ouders oma een aantal keer. Maar uiteindelijk krijgen de ouders wel door dat het cruciaal is dat ook zij mee veranderen, en dat kan alleen als ze er zelf bij zijn.” Leerdoelen De doelen waar kinderen in de Impulsklas aan werken zijn verschillend, maar hebben vaak wel met werkhouding of gedrag te maken. Kinderen willen bijvoorbeeld leren om beter op te letten of gemakkelijker contact te maken met anderen. Van Loon: “De kinderen zijn hier in de lead. Zij leren. Maar ook ouders hebben wat te leren. Als je ze dat van tevoren zou zeggen, zou er zeker weerstand komen. Zo van: ‘Daar krijg je de school weer, die legt de bal weer bij ons.’ Maar in
de Impulsklas gaat het leren eigenlijk als vanzelf. Ouders zien vanzelf hoe ze bepaalde dingen anders kunnen aanpakken. Je ziet het bijvoorbeeld bij complimenten geven. Als iemand tegen ze zou zeggen dat ze dat vaker moeten doen, dan zegt zo’n ouder al snel dat hij dat niet kan. Of ‘Zo ben ik niet opgevoed.’ Nu ziet een ouder in de Impulsklas hoe wij dat doen en hoe het werkt. Er wordt dus niet over gepraat, maar het wordt gewoon gedaan. En dat komt beter aan.” Positief Wat je volgens De Groot ook van ouders terug hoort, is dat er op school vaak over de problemen van een kind gepraat wordt, maar dat het bij praten blijft. Met de Impulsklas kunnen de ouders er zelf wat aan doen. “De Impulsklas is een manier waarop ouder en school weer heel concreet en heel direct met elkaar in gesprek komen”, vult Van Loon aan. “Op een positieve manier. Doordat ouders hun kind nu in de context van de school zien, ontstaat er meer begrip naar de school toe.” Het samenwerkingsverband oriënteert zich of de opzet van Impulsgroepen in onze regio ook passend zou kunnen zijn. Daarom gaan wij een bezoek brengen aan de Impulsgroep in de praktijk om hier nog meer informatie over te krijgen.
Bart van Loon
Beppy de Groot
Ben je geïnteresseerd? Houd dan de nieuwsbrief en de KopKrant in de gaten voor updates hierover.
10
KopKrant, november 2023
PO
De Samen naar School klas op IKC De Fontein
Al vijf jaar bevindt zich in het gebouw van IKC De Fontein een Samen naar School klas, een speciale klas voor kinderen met een beperking. Dit jaar is er een tweede SNS-klas bijgekomen. Voor dit artikel spraken we met clustermanager bij Esdégé-Reigersdaal, Kim Hartman, en schooldirecteur Ellis Swagerman om meer te horen over de opzet en praktijk van de SNS-klas.
Zo’n twintig jaar geleden startte zorgorganisatie Esdégé-Reigersdaal een innovatief project waarbij kinderen met een beperking naar een reguliere basisschoolklas gingen. Ze werden daar ondersteund door een ambulant begeleider. Het idee hierachter was dat alle kinderen een zo ‘normaal’ mogelijk leven zouden moeten kunnen leiden, en bijvoorbeeld ook in de eigen buurt naar school zouden moeten kunnen. Voor bepaalde kinderen bleek een
klas met dertig kinderen echter te veel prikkels op te leveren. Daarom werd nog een andere vorm bedacht: de Samen naar School klas. Dit is een aparte klas binnen de basisschool voor kinderen met een beperking. Ze krijgen daar dagbehandeling en waar mogelijk doen ze ervaringen op met onderwijs, én draaien mee met de rest van de school. Leeg lokaal Clustermanager bij Esdégé-
Reigersdaal, Kim Hartman, is vanaf het begin betrokken bij de SNS-klas. Toen zij vijf jaar geleden op zoek ging naar scholen die wilden meewerken, kwam ze al snel terecht bij Stichting Kopwerk, waar IKC De Fontein in Den Helder onder valt. Hartman licht toe: “Het ging heel snel bij De Fontein. Ik wist dat ze een leeg lokaal hadden en vroeg Jaap Hus, de toenmalig directeur, of we dat konden gebruiken. Hij vond het meteen goed. Na de zomer konden de eerste kinderen al beginnen. Omdat het natuurlijk spannend is voor een school heb ik een proefperiode voorgesteld; als het niet zou bevallen, mocht hij ons er na een jaar ‘uitzetten’. Het is nu vijf jaar later en we zijn er nog steeds.” Eigen programma In de SNS-klas staan twee pedagogisch medewerkers, soms ondersteund door stagiaires en vrijwilligers, voor een groep van zes kinderen. Elk kind in de klas heeft een individueel programma dat bestaat uit dagbehandeling en intensieve ontwikkelingsstimulering. In de ochtend starten de kinderen in de eigen klas met een tafelactiviteit. Daarna doorloopt elk kind zijn eigen programma. Sommige kinderen krijgen bijvoorbeeld fysiotherapie, terwijl anderen aansluiten bij een reguliere groep en meedoen aan een kringactiviteit. Het komt ook voor dat kinderen uit een reguliere groep in de SNS-klas komen spelen. Hartman licht toe: “Zo is er voor elk kind een programma waarbij het kan profiteren van een leerrijke omgeving in de school, maar er zijn ook tal van kansen voor ontmoeting – door aan te sluiten bij elkaars lessen of gewoon door te spelen op het schoolplein.” Inclusief Kindcentrum Wat betekent de aanwezigheid van een SNS-klas voor
een reguliere school en brengt het niet veel extra werk met zich mee? Ellis Swagerman, schooldirecteur van IKC De Fontein, ziet dit anders. Ze legt uit: “Eigenlijk hebben wij altijd gekeken naar hoe we zo inclusief mogelijk kunnen zijn. Dat is ook de reden dat we een Inclusief Kindcentrum zijn geworden waar we zorg, opvang en onderwijs combineren in één gebouw. De samenwerking met EsdégéReigersdaal is daar een onderdeel van. Wat betreft extra werk voor de school: wanneer een kind meedraait in een reguliere groep gaat er een pedagogisch medewerker mee als begeleider. Deze blijft bij het kind totdat blijkt dat het kind alleen kan blijven. Dat gebeurt stapsgewijs. De leerkracht weet dus altijd dat er iemand bij is. En als blijkt dat het kind zonder ondersteuning kan, wordt dit in overleg met de leerkracht, de pedagogisch medewerker en de ouders bepaald.” Uitbreiding Op dit moment lopen er gesprekken om de samenwerking tussen De Fontein en Esdégé-Reigersdaal op het gebied van onderwijs uit te breiden. Swagerman denkt dat zij als school nog meer zou kunnen betekenen bij het gepersonaliseerde onderwijs voor kinderen van de SNSklas. “Een leerkracht en een pedagogisch medewerker hebben uren gekregen om samen te kijken naar de onderwijsbehoeften van kinderen in de SNS-klas. Als blijkt dat een bepaald kind meer aankan, bekijken we of het kan deelnemen aan lessen in een reguliere klas of dat het onderwijs in de SNS-klas wordt gegeven. Zo zijn we per kind aan het afstemmen hoe we dat gaan doen. Hoewel dit nog in de beginfase verkeert, zie ik het als een mooie ontwikkeling.” Spraakcomputer Swagerman heeft gezien dat een samenwerking zoals hierboven beschreven echt wat kan opleveren. Zo maakte een jongetje dat een aantal uren in een kleuterklas mee-
draaide, uiteindelijk de overstap naar de Meerpaal voor ZML-onderwijs. Doordat hij op de Fontein had kunnen oefenen in een schoolse setting, bleek dat succesvol. Er zijn nog meer van dergelijke verhalen, zoals dat van Lea. Lea zit in een rolstoel en kan niet praten. Toen duidelijk werd dat ze op cognitief gebied meer aankon, is ze momenten gaan meedoen in een klas. In die reguliere basisschoolgroep ging ze elke week een aantal keer op visite en volgde ze het programma. Toen Lea een spraakcomputer kreeg, kon ze voor het eerst echt met taal communiceren met de kinderen in de klas. Swagerman: “Ik weet nog hoe enthousiast de kinderen daarover waren. Het communiceren gebeurde daarvoor via aanrakingen of ze namen Lea gewoon mee. Maar nu kon Lea door op het knopje te drukken ook echt ‘Ja’ zeggen als ze iets aan haar vroegen. De kinderen in de klas vonden dat geweldig.” Te veel prikkels Natuurlijk verloopt niet elke situatie vlekkeloos, en soms kan een kind dat al een tijdje in een SNS-klas heeft meegedraaid, overweldigd raken door de prikkels en de school verlaten. Voor de andere kinderen is dit vaak een gemis, en ze vragen zich af wat er is
Kim Hartman
Ellis Swagerman
11
KopKrant, november 2023
PO
gebeurd of dat ze iets verkeerd hebben gedaan. Swagerman: “Je moet kinderen dan uitleggen dat het soms gewoon niet lukt.” Hartman voegt hieraan toe: “Of dat het soms ‘anders’ lukt. In het onderwijs wordt vaak gesproken in termen van falen of succes, maar wij denken eerder in een ontwikkelingslijn waar we in meelopen. Als iets anders loopt, kies je een ander spoor en ga je verder, zoals bij dit kind. In die zin kunnen we als organisaties nog veel van elkaar leren.”
Meebewegen Als je vraagt welke zaken bepalend zijn om een SNSklas goed te laten lopen, benadrukt Hartman dat het niet voor elke school geschikt is. “Een belangrijke voorwaarde om een SNS-klas te laten slagen – en die is in de Kopwerkscholen heel erg aanwezig – is dat je het met elkaar moet willen doen. Je moet meebewegen met de kinderen en daar heb je voor nodig dat zowel de leerkrachten als management het willen. Op het moment dat je het met elkaar
over die voorwaarde eens bent, en je geeft de mensen die het moeten doen genoeg ruimte en vertrouwen, kom je een heel eind.”
Toekenning onderwijsvoorziening uitgelegd in informatieve animatie
Van leerplicht naar leerrecht. De kinderen in de SNS-klas hebben vaak een ontheffing van leerplicht. Landelijk is een beweging gaande die de leerplicht wil omzetten naar leerrecht voor ieder kind. Een ontwikkeling als de SNS-klas brengt dit leerrecht al (gedeeltelijk) in de praktijk.
Als een school onvoldoende mogelijkheden ziet voor een passende oplossing voor een kind ten
Ouders over de SNS-klas op De Fontein
aanzien van het onderwijs kan besloten worden advies te vragen aan de CTO (Commissie Toe-
Debby van Laaren, moeder van Jane: “Jane is er een van een eeneiige tweeling. Ze is een vrolijk, lief en ondeugend meisje. Bij de geboorte heeft Jane veel opstartproblemen gehad. Later bleek dat de meeste problematiek te wijten is aan een genmutatie.
kenning Onderwijsvoorzieningen) of een toelaatbaarheidsverklaring voor plaatsing in het speciaal (basis)onderwijs.
Via de revalidatiearts is Jane op De Troubadour terechtgekomen. Daar had ze het heel erg naar haar zin. Maar toen de kans kwam om Jane meer uitdaging te geven door haar naar de SNS-klas te laten gaan, zijn we daar meteen op ingegaan. Voor ons is het vooral belangrijk dat Jane het naar haar zin heeft en op haar eigen tempo kan groeien. Die mogelijkheid krijgt ze nu. Ze speelt in de SNS-klas met leeftijdsgenoten, het contact tussen de kinderen onDebby van Laaren derling is heel goed. Buiten hun beperking is het belangrijk dat je elkaar accepteert zoals je bent; ‘jij oké, ik oké’. Daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen. Jane vindt het superleuk in de SNS-klas en gaat heel graag naar school. Op Familienet kunnen we lezen hoe de dag van Jane was, er staan vaak ook leuke foto’s op. Jane heeft zelf niet het vermogen om ons te vertellen hoe het was, tenzij iets echt indruk heeft gemaakt. Dan blijft ze daar op haar manier in hangen. Wij zijn heel tevreden over hoe het nu gaat en zien Jane op haar manier groeien en genieten; twee dingen die je graag van je kind wil zien.” Patricia Kompier, moeder van Sofie: “Sofie is vijf jaar en zit in groep 1/2a. Ze vindt het erg leuk om naar school te gaan, zo leuk dat ze thuis schooltje speelt met haar poppen. Sofie vertelt vaak over alle kinderen uit haar klas en wat ze allemaal gedaan hebben. Ze is gek op knutselen en speelt graag buiten. Bij het zoeken naar een basisschool voor Sofie voelden we ons meteen thuis op De Fontein. De groepen van Esdégé-Reigersdaal van ’t WAD en De Troubadour vonden we toen en vind ik nog steeds een meerwaarde voor de school. Sofie en Patricia Kompier
Doordat ik zelf werk in de gehandicaptenzorg merk ik dat mensen het soms lastig vinden om te reageren op mijn cliënten. Ik vind het daarom goed dat kinderen op De Fontein leren dat er ook kinderen zijn met een lichamelijke beperking of die iets minder goed kunnen leren. Voor Sofie is er geen verschil tussen de SNS-klas en de andere klassen op De Fontein. Het zijn gewoon de kinderen in de klas naast haar. Laatst vertelde Sofie over de speciale stoel van een van de kinderen in de SNS-klas. Ze vond er niks raars aan, het was vooral een vet handige stoel. Het is leuk dat de kinderen van de SNS-klas in de groep van Sofie komen. Op het plein rennen ze volgens mij allemaal met elkaar mee. Het maakt niet uit in welke klas ze zitten. Dat vind ik nog steeds erg mooi en ik denk dat het een grote meerwaarde heeft voor alle kinderen.”
De CTO heeft voor ouders van kinderen die extra ondersteuning nodig hebben over dit proces een informatieve animatie gemaakt. Hierin beschrijft de CTO hun werkwijze. Meer informatie en de animatie zijn te vinden op onze website: https://www.swvkopvannoordholland.nl/ primair-onderwijs/ouders/ondersteuning-1/ toekenning-onderwijsvoorziening-/
12
KopKrant, november 2023
In gesprek met ambulant begeleiders Femma Zeegers-Ursem en Thea Ligthart
Ondersteuning voor scholen bij inclusief onderwijs
Inkopper Kopwerk Nee, deze column gaat niet over een gewaardeerd bestuur binnen ons samen-
De scholen in de Kop worden steeds inclusiever, die trend is al een tijd geleden ingezet. Om scholen hierbij te ondersteunen heeft het samenwerkingsverband een team van deskundigen samengesteld. In deze editie van de KopKrant stellen we twee van deze deskundigen aan je voor: ambulant begeleiders Femma Zeegers-Ursem en Thea Ligthart.
werkingsverband. Ik wil het hebben over hoofd-hart-handen, hoog-laag, kansen(on) gelijkheid, leermotivatie. Kortom, hét onderwerp van deze tijd en ook hét onderwerp waar we voorlopig niet
Het is de eerste week na de herfstvakantie. Dat betekent veel vergaderingen voor Zeegers en Ligthart. Toch maken de ambulant begeleiders graag tijd voor dit interview. Want hoewel ze al op veel scholen actief zijn, zijn er ook scholen voor wie het inroepen van extra hulp nog geen logische stap is. “Terwijl die hulp een leerkracht vaak wat lucht kan geven”, aldus Zeegers. Inclusief onderwijs Zeegers en Ligthart zijn beiden werkzaam als bovenbouwleerkracht op De Tender, een school voor speciaal basisonderwijs in Schagen. Naast dit werk hebben ze uren voor ambulante begeleiding in de regio Schagen. Ligthart legt uit: “Het samenwerkingsverband heeft ons gevraagd om deze rol op ons te nemen in het kader van inclusief onderwijs, met als doel ervoor te zorgen dat leerlingen langer op de reguliere basisschool kunnen blijven. We voeren observaties uit op scholen en geven vervolgens tips. Ook worden we vaak gevraagd door intern begeleiders om mee te denken over specifieke casussen.” Aanpassen leerstof Als een leerling vastloopt in een groep, heeft dat vaak te maken met leerstof die niet aansluit. Dit kan leiden tot frustratie en gedragsproblemen. “Door het onderwijscurriculum aan te passen, kun je de druk verminderen en verbetert meestal het gedrag”, aldus Ligthart. “Vaak denken mensen dat ze alle lessen van een methode moeten doen. Maar als je weet dat een leerling gaat uitstromen naar het praktijkonderwijs, kun je ook een leerlijn bieden die loopt tot medio groep 6. Hierdoor kun je veel langzamer door de lesstof gaan.” Vroeg beginnen Zeegers benadrukt het belang van vroegtijdige interventie. “Als je merkt dat een kind nog goed draait in de groep maar veel moeite heeft met
de leerstof, moet je eigenlijk al handelen. Als je te lang wacht, kan het soms te laat zijn, en is er al veel frustratie. Op De Tender zien we soms kinderen waarvan je je afvraagt waarom het niet op de reguliere basisschool is gelukt. Als die kinderen bij ons op school komen, zorgen we eerst dat het leren even niet op één staat, maar wel hoe het kind zich voelt en in z’n vel zit. Pas daarna kijken we naar wat het kind kan en welke stappen het vervolgens kan zetten.” Gelijkwaardig Wanneer Zeegers en Ligthart op een school worden gevraagd, beginnen ze met een intakegesprek waarin de hulpvraag en verwachtingen worden besproken. Daarna volgen meestal observaties en gesprekken. Wat beide ondersteuners heel belangrijk vinden bij een traject is dat het laagdrempelig is en dat mensen zich niet op hun vingers gekeken voelen. Ligthart benadrukt: “Het moet vooral ontspannen zijn en niet voelen alsof er dingen opgelegd worden. Ik ga daarom tijdens het observeren al in gesprek met een leerkracht. Het voelt gelijkwaardiger als je samen naar de situatie kijkt.” Terugplaatsen De laatste twee jaar zijn er steeds vaker terugplaatsingen van leerlingen naar het regulier onderwijs. Zowel Zeegers als Ligthart begeleiden scholen waarbij dit het geval is. Voordat een kind naar de reguliere school terug kan, is het gesprek daarover heel belangrijk. Samen met de school wordt dan gekeken naar de onderwijsbehoeften van het kind en de benodigde
ondersteuning. Zeegers legt uit: “Bij de scholen die ik nu begeleid is dat heel positief verlopen. De intern begeleiders zijn eerst bij ons op school komen observeren in de klas, waarna we samen een plan hebben opgesteld.” Ligthart vult aan: “Niet alle scholen willen meewerken aan een terugplaatsing. Soms geven scholen aan dat ze bepaalde zorg niet kunnen bieden. En dat kan ik ook begrijpen. Je moet goed kijken naar hoe groot je zorgpakket op school al is, en of er ruimte is voor een kind met extra zorg.”
uit gaan komen.
Hybride traject Bij het terugplaatsen van kinderen is het mogelijk om te starten met een hybride traject. Een leerling hoeft dan niet meteen van nul naar vijf dagen in het regulier onderwijs. Het wordt geleidelijk opgebouwd. Zeegers legt uit: “Bij twee trajecten gaat een kind nu één dag per week naar de reguliere basisschool en vier dagen naar onze school. Later vindt er een evaluatie plaats en kan het aantal dagen worden verhoogd. Zo’n voorzichtige start is fijn voor het kind en de school.”
aan de capaciteiten van de leerling. Soms zijn ze bij-
‘Hoe zou de basisschool jouw leven makkelijker hebben kunnen maken?’, vroeg onderzoeker Nathalie Lacina een vmbo-leerling in een uitzending van Pointer op 9 november. ‘Meer aandacht voor creatieve en praktische vakken en minder voor theoretische. Je voelt je dom als je steeds wordt afgerekend op taal en rekenen’, antwoordde het meisje, dat intussen werkte aan een fraai kledingdesign. Er wordt vooral ingeschaald op ‘kopwerk’ dus. Het viel Nathalie op, dat hoe minder deze leerlingen passen bij het reguliere onderwijs, hoe innovatiever hun ideeën zijn. ‘We meten met alleen taal en rekenen het verkeerde om te weten wat we in de toekomst nodig hebben, namelijk ondernemerschap, creativiteit en innovatie. De waaromvraag wordt niet gesteld.’ Het is een feit, dat sommige leerlingen zich niet thuis voelen in het reguliere onderwijs en dat ligt niet altijd zonder begaafd, soms leren ze gewoon op een andere manier beter of, zoals in de Pointeruitzending duidelijk werd, zijn ze op andere terreinen dan taal en rekenen bijzonder begaafd, maar krijgen ze de kans niet om zich daarin te ontwikkelen. Op de Bongerd in Venray hebben ze voor deze leerlingen (kennelijk zijn het er nogal wat) een aparte Agora-bovenbouwgroep geformeerd zonder toetsen en met meer eigen verantwoordelijkheid voor wat ze willen leren. Ik weet dat dit bijvoorbeeld op democratische scholen een hoofdrol speelt en dat leerlingen uit het reguliere onderwijs daar eerst een tijdje mogen ontscholen. Als de motivatie er is, kun je heel veel in korte tijd leren. Er zijn immers instituten die je foutloos leren rekenen in 12 weken. Op de Leon van Gelderschool voor vmbo/havo/vwo in Groningen zitten leerlingen vier jaar lang in dezelfde gemengde klas en krijgen ze drie jaar lang geen cijfers. Iedere klas heeft twee mentoren en leerlingen krijgen per vak les op hun eigen niveau. Het zou vooral voor leerlingen met een disharmonisch profiel, bijvoorbeeld met een vwo-niveau op taal en een vmbo-niveau voor rekenen, een uitkomst zijn. Nu worden deze leerlingen standaard op hun laagste niveau ingeschaald. Cijfers komen op deze voormalige Middenschool pas in beeld in jaar vier, als het schoolexamen in beeld komt. Dan kan de leerling z’n vmbo-diploma halen of een overgangsbewijs naar 4 havo/vwo. Je ontkomt uiteindelijk toch niet
Femma Zeegers-Ursem en Thea Ligthart
aan het reguliere systeem. Wat zou de maatschappij dan gebaat zijn bij maatwerkdiploma’s, waardoor zoveel minder talent verloren zou gaan. Het zal er, ondanks de bekende bezwaren van de
Wil je meer weten over terugplaatsingstrajecten of over de mogelijkheden voor ambulante begeleiding? Een overzicht van alle deskundigen met hun contactgegevens staat op onze website www.swvkopvannoordholland.nl/primaironderwijs/professionals/ondersteuning/ overzicht-deskundigen/
Onderwijsraad (vooral dat het erg veel werk is), een keer van komen. Portfolio’s en bewezen capaciteiten zullen uiteindelijk voor ondernemingen belangrijker worden dan algemene diploma’s. Ruud Musman