Skip to main content

Flowzine, January 2018

Page 1

FLOWZINE UITGAVE NUMMER 13 EDITIE JANUARI 2018

HET MAGAZINE VAN STUDIEVERENIGING FLOW

ERIC PASSCHIER WOORDVOERDER EN COMMUNICATIEADVISEUR BIJ DE POLITIE

MAIKEL VERBOGT MANAGER VAN DE HEMA IN TILBURG

MR. DR. BART VAN DER SLOOT OVER DE SLEEPWET EN PRIVACY


Inhoudsopgave 3

7

Interview met Maikel Verbogt, manager van de HEMA in Tilburg

Mr. Dr. Bart van der Sloot over de sleepwet

11

18

Interview met Eric Passchier, woordvoerder bij de politie

Hoe voelt het om een CSAI student te zijn?

2 Column: ‘Odette’

17 Flow’s ouderlijke woonplaatsen

6 Kamer huren: ken je rechten

21 Vooroordelen over Nederland

9 Exchange: voorbereidingen en terugblik

22 Column: ‘The Winter Olympics’

15 Wat een studentje in zijn vrije tijd doet 16 Column: ‘Christmas feelings, het hele jaar door’

Het Engelse gedeelte start op p. 17

23 Yunify 25 Interview met Maddie Espy over gebarentaal 27 Tilburg is belangrijker dan je denkt 28 Column: ‘The Top 2000’ 30 Column: ‘Valentine’s Day’

1


Odette

Voorwoord De goede voornemens vliegen je alweer om de oren, wat maar één ding kan betekenen: het nieuwe jaar is begonnen! De één wil gezonder leven, de ander wil zich meer gaan focussen op de studie of juist meer tijd met familie doorbrengen. Of ik zelf goede voornemens heb, weet ik nog niet zo goed. Eigenlijk doe ik niet aan goede voornemens. Als ik iets wil gaan doen, wacht ik daar niet mee totdat er een nieuw jaar is aangebroken. Maar misschien is het begin van zo’n nieuw jaar wel juist een goed moment om stil te staan bij je dromen en doelen. Hoe wil je deze bereiken? Zal je ze vanzelf bereiken, of zal je er actie voor moeten ondernemen? Zelf probeer ik altijd zo dicht mogelijk bij mezelf te blijven, welke kansen er ook op mijn pad komen. Gewoon zijn wie ik ben en ook zo blijven. In 2018 zal ik dan ook blijven doen wat ik altijd al doe: keihard lachen om dingen die eigenlijk helemaal niet zo grappig zijn en te veel tijd steken in onnodige details (kuch, dit Flowzine heeft me meer tijd gekost dan nodig, kuch). That being said, wil ik nog even benadrukken dat ik enorm trots ben op mijn commissie. Dit Flowzine bevat zo veel interessante interviews en artikelen! Veel leesplezier, hopelijk vinden jullie deze editie net zo geslaagd als ik! - Ayra Lintsen

Er klonk een harde gil, gevolgd door: “Merel, Mart!”. Ik stond in de badkamer, me afvragend of ik het wel goed gehoord had. Op zich was het niet erg bijzonder dat mijn huisgenootje Sacha mij zou roepen, dat deed ze wel vaker. Ik betwijfelde echter of ze ook onze andere huisgenoot, Mart, heel enthousiast zou roepen. Hij zou vermoedelijk niet zo gepassioneerd zijn over een mogelijke Gossip Girl film als wij. Maar toen hoorde ik het nogmaals: “Merel, Mart! Er zit een muis in de keuken!”. Ik snelde de badkamer uit en ook Mart komt zijn kamer uit. We kijken elkaar fronsend aan, was Sacha serieus? Beneden aangekomen zien we Sacha verbouwereerd in de deuropening van mijn kamer staan. Ze was rustig op mijn bed op haar laptop bezig terwijl ik ging douchen, toen ze de muis had zien lopen. Gelukkig wist Mart wel raad. Hij toverde direct een aantal muizenvallen uit een keukenkastje tevoorschijn en zette ze, gevuld met kaas, neer op verschillende plekken in het huis. Toen we de volgende ochtend de keuken in kwamen werden we geconfronteerd met de volgende schok: de kaas is weg. Het slimme beestje had de kaas van alle vallen gepeuterd en opgegeten, zonder zelf gevangen te worden. Wekenlang hebben we van alles geprobeerd: pindakaas op de val (je zou zeggen dat de muis dat er niet af kan eten, maar helaas), de val op andere plekken zetten, en ga zo maar door. Uiteindelijk hebben we haar zelfs een naam gegeven: Odette! Eén tip: als je een muis wilt vangen met iets dodelijks en pijnlijks als een muizenval, geef haar dan geen naam. Op den duur hebben we maar gewoon geaccepteerd dat we een nieuw huisgenootje hebben.

Colofon: Flowzine 13e editie, januari 2018 Studievereniging Flow Esplanade building 204 Adres: Warandelaan 2 5037 AB Tilburg E-mail: info@svflow.nl Vind ons op: Twitter, Facebook, YouTube & LinkedIn. Volgend Flowzine: mei 2018

Dit nummer is gemaakt door: Ayra Lintsen (commissaris), Nina Serpenti (bestuursbuddy), Elaine Buis, Laura Groeneveld, Merel Groot, Jesse Janse & Anne Kessels Met medewerking van: Andrea Damyanova, Maddie Espy, Marina Gomez Fuentes, Nigel Korthout, Niklas Limacher, Marlotte Pannekoek, Eric Passchier, Bart van der Sloot, Jeske van Steen, Lena Thamsen, Peter Uhrin, Maikel Verbogt & Yunify

Het is pas op zo’n moment dat ik besef dat ik niet meer thuis woon. Pas als er een muis door je huis loopt merk je dat je niet langer je vader kan roepen om het ongedierte weg te halen. We hadden geluk dat Mart wist wat hij moest doen, anders waren we vermoedelijk een week lang de keuken niet ingekomen. Odette is nu gelukkig weg, waarschijnlijk verhuisd naar het volgende huis, maar ik ben nu al bang voor het volgende ongedierte dat ik moet trotseren. Ik denk toch niet dat het helemaal de bedoeling is om Mart te roepen bij elk spinnetje dat ik rond zie lopen.

Merel Groot

2


Tekst: Merel Groot & Anne Kessels

Maikel Verbogt Filiaalmanager van de HEMA in Tilburg Donderdag 21 september ging na een verbouwing van twee maanden het HEMAfiliaal in de Heuvelstraat weer open. Dit is het eerste filiaal in Nederland dat is ingericht naar een geheel vernieuwd concept. We interviewden Maikel Verbogt, filiaalmanager van de desbetreffende HEMA-winkel. Veertien jaar geleden begon hij in dit filiaal als stagiair bij de fotoservice en in maart 2017 is hij via verschillende opleidingen en werkervaringen bij andere filialen weer terug in het filiaal in het Tilburgse centrum beland, om daar als manager met het vernieuwde concept aan de slag te gaan. Maikel, kunt u uitleggen wat het nieuwe concept van HEMA precies inhoudt?

artikelen die vanuit de winkelstraat niet zichtbaar zijn.

Een ander voorbeeld is de afdeling met keukenartikelen. Deze is geïntegreerd in het vernieuwde restaurant, wat eigenlijk aan één stuk doorloopt. Daarnaast is ook het horecaconcept op de begane grond vernieuwd. Het take away-gedeelte, wat vroeger aan de buitenzijde zat, zit in het nieuwe concept binnen. Nu is het de bedoeling dat je als klant naar binnen komt om je hotdog of je ijsje te halen. Zo word je ook weer enthousiast gemaakt voor alle andere

Als mensen het hebben over HEMA, heeft iedereen daar vaak een vertrouwd, Hollands beeld bij. In hoeverre wordt dit beeld met de introductie van dit nieuwe concept behouden? Is er in uw ogen een balans gevonden tussen de traditionele HEMA en het moderne internationale karakter dat veel grote winkelketens nu hebben?

Waarom is ervoor gekozen om het concept van HEMA zo te Het nieuwe concept houdt in dat het winkelgedeelte wordt veranderen? gepresenteerd in verschillende werelden. Het heet HEMA Worlds en het is een internationaal concept. Dit kenden ze Het Worlds concept komt dus uit het buitenland. Wat het al in de nieuwe HEMA-vestigingen in België, Frankrijk en restaurantgedeelte betreft was HEMA van mening dat er Engeland. Daar was het zo’n succes dat is besloten om het vernieuwd moest worden, want het oude restaurant had ook in Nederland door te voeren. Bij dit concept eigenlijk een beetje een kantine-idee. Nu kan merken we dat klanten meer besteden, omdat je voor zowel ontbijt, lunch als diner bij ons de artikelen anders gepresenteerd zijn. De terecht. De bedoeling is dat we daarmee een “We blijven dus presentatie is namelijk overzichtelijker, ander publiek naar het restaurantgedeelte strakker en tevens zijn de artikelen trekken, wat vervolgens ook vaker de lekker Hollands, makkelijker te vinden voor de klant. winkel ingaat. want wat Hollanders Een voorbeeld hiervan is de ‘wereld’ voor dames. Als je als vrouw zijnde dit nieuwe concept gekozen zoeken bij HEMA hebben Isomvoor een jurk koopt, kan je daar in de beter te kunnen concurreren met we nog steeds, maar vernieuwde winkel gemakkelijk een online webshops? bijpassende panty voor vinden, terwijl dan in een ander je in de winkels met het oude concept alles Nee, want het nieuwe concept staat los jasje.” op verschillende afdelingen moest zoeken. van de webshop. Daar vernieuwen we ook, Nu word je als het ware verleid om extra maar dat staat los van het hele concept in aankopen te doen. onze fysieke winkels.

3

De nieuwe indeling van de winkel is internationaal, modern


en trendy. De producten in het assortiment zijn zowel trendy als basic. Dat is ook een beetje wat de klant van ons verwacht. Ze willen basic producten van een goede kwaliteit en tegen een normale prijs, maar tegelijkertijd willen ze ook voor de nieuwste trends naar de winkel komen. Het is dus eigenlijk een mix geworden van trends en basics, en je kunt zien dat de nieuwe vorm van presentatie in de winkel er voor zorgt dat beiden goed tot hun recht komen. We blijven dus lekker Hollands, want wat Hollanders zoeken bij HEMA hebben we nog steeds, maar dan in een ander jasje. Tjeerd Jegen (CEO HEMA) heeft bij de start van het nieuwe concept in Tilburg gezegd: “Het is een compleet vernieuwde winkel, die je kan vergelijken met filialen in Londen, Parijs en Madrid.” Waarom is er dan voor gekozen om dit concept eerst in Tilburg te introduceren, en niet in een grotere stad zoals Amsterdam? Ja, dat is grappig. Tilburg staat normaal nooit zo op de kaart, maar nu kwam dit nieuwe concept opeens als eerste naar Tilburg. Eigenlijk heeft dat een beetje te maken met het centrumplan, want de binnenstad van Tilburg is heel erg in ontwikkeling. Bekende winkels zoals Primark en Hudson’s Bay hebben bijvoorbeeld recentelijk ook een vestiging in Tilburg geopend. Bovendien zijn er ontwikkelingen wat betreft de komst van de Frederikspassage en de winkelpassage die gaat aansluiten op de Emmapassage. Om dat te kunnen realiseren was een stuk van het HEMApand nodig. Daarom is de eigenaar van het pand, Wereldhave, met ons in gesprek gegaan. Naar aanleiding van die gesprekken is besloten dat Tilburg dé Nederlandse stad was om het nieuwe concept te testen. Tilburg is

eigenlijk gewoon een doorsnee stad in Nederland, wat het ideaal maakt voor een test. Als je het concept in Amsterdam zou testen, wat ook een groot internationaal publiek heeft door toedoen van het toerisme, dan is het alweer een stuk lastiger om te meten wat de Hollanders er eigenlijk van vinden. In Tilburg kan dat dus wel. Heeft het nieuwe concept invloed op de marketing en communicatie richting klanten? Zeker wel! Wat op dit moment lastig is, is dat HEMA landelijk reclame maakt voor bijvoorbeeld een ontbijtje van twee euro. Wij hebben die ontbijtjes alleen niet meer. Wij zijn nu, samen met een klein aantal andere vestigingen, namelijk de enigen die een ander assortiment hebben. Dat heeft dan ook invloed op de marketing en communicatie richting onze klanten. Je kan de klanten die voor dat ontbijtje komen teleurstellen of je kan ze ergens tegemoetkomen. Dat tegemoetkomen hebben wij gedaan door middel van couponacties, die alleen in Tilburg geldig zijn. Op die manier kunnen wij onze klanten toch laten zien wat we hen allemaal te bieden hebben. Op wat voor manier is er gecommuniceerd richting het publiek over de verbouwing en de start van het nieuwe concept? Er waren bijvoorbeeld veel mensen bij de opening,

4


hoe hebben jullie dat voor elkaar gekregen? In de aanloop richting de opening op 21 september hebben we door middel van interviews naar het publiek toe gecommuniceerd dat we weer open zouden gaan met ons nieuwe concept. Daarnaast hebben we in bushokjes reclame gemaakt met posters, waarop stond dat de eerste 200 klanten bij de opening een goody bag zouden krijgen ter waarde van vijftig euro. Nou, zo krijg je een rode loper in de stad wel gevuld hoor! We merkten ook wel dat de mensen ons gemist hadden, want we waren natuurlijk twee maanden dicht geweest. Het leuke was dat klanten, voordat we gingen sluiten, bloemetjes en kaartjes kwamen brengen met succeswensen. De sluiting op 21 juli hebben we namelijk ook gecommuniceerd via lokale media zoals het Brabants Dagblad, de Stadskoerier en Tilburg.com, zodat klanten wisten dat ze nog snel hun aankopen konden komen doen. Diezelfde mensen kwamen na twee maanden weer terug omdat ze ons gemist hadden. Dan weet je ook weer waar je het voor doet! De vernieuwde winkel is nu weer ruim twee maanden open. Hoe vindt u het tot nu toe gaan? Loopt het zoals verwacht? Ja, qua omzet loopt het naar verwachting, dus dat is fijn. Waar we nog wel in moeten groeien, is het feit dat er, vooral in het restaurant, nog mensen getraind moeten worden. Dit concept is natuurlijk voor iedereen nieuw en het wordt hier als eerste getest, dus we kunnen onze medewerkers niet ergens anders opleiden. Ze moeten sneller worden in het werkproces, meer gevoel en training krijgen, maar dat gaat al de goede kant op.

5

Loopt u nu toch nog tegen dingen aan die beter hadden gekund? Er zijn altijd wel dingen die achteraf beter hadden gekund. We lopen nu bijvoorbeeld tegen het probleem aan dat we de keuze hebben gemaakt om de kinder- en babymode op de eerste verdieping te presenteren. Achteraf is het de vraag of dat een handige keuze is geweest, want moeders moeten nu met kinderwagen en al met de lift naar boven. De kracht hierachter is wel dat zij nu meteen de hele winkel door moeten, dus wellicht zijn ze daardoor ook wel gevoeliger voor de rest van het assortiment. Aan de andere kant zie je dat de drempel om met het kind naar boven te gaan daardoor voor een aantal klanten wat te hoog is. Nu is het dus de vraag of en hoe we dat gaan oplossen. Gaan we de afdeling naar beneden verplaatsen of niet? Ik hoop het nog even niet, maar de kans bestaat dat we tussen nu en een bepaalde tijd toch nog besluiten om de kinder- en babymode anders te gaan presenteren. Wat is de toekomst van het nieuwe concept? Gaat het binnenkort nog op andere plekken geĂŻntroduceerd worden? Jazeker. Na Tilburg zijn er al vernieuwde winkels geopend in Veghel en Maassluis. Ook in Brussel en Antwerpen zijn HEMA-winkels met het nieuwe concept opnieuw open gegaan. Dat zijn grote vestigingen van HEMA. Alle kleinere vestigingen, zoals in Tilburg de filialen bij de Westermarkt en Heyhoef, zijn ook open met het Worlds concept, maar die hebben geen eetgedeelte. Alle kleine winkels zijn ondertussen dus al veranderd. We zien dat het voor veel positieve reacties van klanten zorgt, dus het is de bedoeling dat het concept ook in andere grote vestigingen wordt geĂŻntroduceerd. Wat betreft het restaurant moeten we nog wat langer kijken hoe het gaat, voordat we beslissen om dat landelijk te introduceren.


Tekst: Nina Serpenti

Kamer huren: ken je rechten Als je een kamer huurt, wordt je vaak gewezen op je plichten als huurder. Wist je echter dat er ook een heleboel plichten zijn waaraan jouw huurbaas moet voldoen? Hieronder staan de vijf belangrijkste rechten als kamerhuurder voor je op een rijtje!

1.

Je huurbaas mag niet onaangekondigd bij je langskomen. Hiervoor moet altijd een afspraak gemaakt worden. Zelfs wanneer er een afspraak is gemaakt, moet de huurbaas verplicht aanbellen en mag hij of zij niet zomaar binnenkomen!

Grote reparaties moeten door de huurbaas worden verricht. Denk hierbij aan vaatwassers die kapot zijn, lekkages, of een verwarming die niet functioneert. Het moet voor jou mogelijk zijn om alle voorzieningen dag en nacht te gebruiken.

3.

Als huurder heb je recht op huurbescherming. Dit betekent dat de huur nooit vanzelf eindigt, tenzij hier een goede reden voor is. Denk bij goede redenen onder andere aan dat het pand wordt gesloopt of dat de verhuurder het huis voor zichzelf nodig heeft. Je mag dus niet zomaar je kamer uit worden gezet, tenzij er sprake is van bijvoorbeeld achterstallige huur of ander wangedrag.

Als huurder ben je vrij om je kamer in te richten zoals jij zelf wilt. Lijken roze muren en gele vloerbedekking jou leuk? Dan mag dit dus gewoon! Let wel op: het slopen van muren of andere grote ingrepen die de verhuurder veel geld gaan kosten om ongedaan te maken horen hier niet bij.

5.

2.

4.

Wanneer je bijvoorbeeld een semester in het buitenlang gaat studeren mag je je kamer in de meeste gevallen onderverhuren. Let alleen wel op dat dit alleen is toegestaan wanneer dit expliciet met je huurbaas is afgesproken. Dit is dus niet vanzelfsprekend zo.

Ben je tot slot benieuwd of je niet te veel voor je kamer betaalt? Op www.checkjekamer.nl kun je door middel van een puntensysteem nagaan hoeveel jouw kamer ongeveer zou moeten kosten.

6


Tekst: Jesse Janse & Anne Kessels

De sleepwet Op 21 maart 2018 mogen we met zijn allen weer richting de stembus. Ditmaal om twee verschillende redenen. Behalve over de geplande gemeenteraadsverkiezingen mogen we middels een raadgevend referendum ook onze mening geven over de vernieuwde Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, beter bekend als de ‘sleepwet’. We vroegen Mr. Dr. Bart van der Sloot, universitair docent aan Tilburg Law School en tevens gespecialiseerd op het gebied van Privacy en Big data, naar de invoering van de wet en zijn mening hierover. De belangrijkste veranderingen in de vernieuwde Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten ▪▪ Er mag een zogenaamd ‘sleepnet’ worden ingezet om op grote schaal online communicatie te monitoren, ook van niet-verdachte burgers. ▪▪ Alle geautomatiseerde apparaten, zoals telefoons en computers, mogen worden gehackt. ▪▪ Er mag een geheime databank worden aangelegd waar iedere burger in terecht kan komen. ▪▪ Verzamelde data mag worden gedeeld met buitenlandse inlichtingendiensten, ook zonder voorafgaande analyse. Wat vindt u, als expert op het gebied van privacy en big data, van de vernieuwingen in de voorgestelde Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten? Zijn ze nodig? De kernvraag bij deze vernieuwde wet is of de bulkinterceptie werkt. Kan je iemand wel opsporen aan de hand van deze nieuwe technieken? Tot nu toe wordt door experts gezegd dat dat niet het geval is. Inlichtingendiensten zeggen uiteraard van wel, maar met bewijs hiervoor komen ze niet. Natuurlijk is het logisch dat ze hun technieken niet willen delen, maar zo lang ze niet met goede argumenten komen, blijf ik sceptisch. De tweede vraag is of de manier zoals die beschreven wordt in deze vernieuwde wet wel de meest effectieve manier is. Andere landen hebben al met deze vernieuwde manier geëxperimenteerd, maar besloten uiteindelijk om weer terug over te gaan op de klassieke methode van surveillance.

7

Deze grote dataverzamelingen hebben ook een grote impact op de gewone burger. Als er verdachte praktijken plaatsvinden in een wijk, wordt ieders communicatie in die wijk bekeken. Veel onschuldigen zullen dan worden afgeluisterd. Tevens kan het ook resulteren in discriminatie en stigmatisatie. Als in bepaalde wijken communicatie wordt afgeluisterd, bijvoorbeeld in wijken in Amsterdam waar veel burgers met een Arabische achtergrond wonen, dan ga je vanzelf dingen vinden die vooroordelen en discriminatie alleen maar kunnen versterken. Het probleem is dat er heel weinig bekend is over wat inlichtingendiensten nou eigenlijk doen. Wat we wel weten, weten we bijvoorbeeld via klokkenluider Edward Snowden, de oud-medewerker van de Amerikaanse inlichtingendienst NSA (National Security Agency, red.). Hij lekte in 2013 geheime informatie, waaruit bleek dat de NSA wereldwijd online communicatie monitorde. Zo werd duidelijk dat door inlichtingendiensten meer kan worden gedaan dan zelfs de meest kritische tegenstanders vreesden. Wat zijn de gevaren van deze maatregelen op het gebied van privacy? Doordat er veel gegevens zullen worden verzameld, worden de burgers die niks kwaads in hun zin hebben daar de dupe van. Jij en ik zitten waarschijnlijk al in veel verschillende databases. Dat moet wel kunnen, maar de AIVD (Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, red.) hoort niet zomaar uit alle databases van alles bij elkaar te kunnen pakken om te kijken of ze er iets mee kunnen. Dat kan door deze wet dus wel het geval zijn. De AIVD zegt weliswaar dat ze gericht zoeken, maar daar heb ik mijn twijfels over.


Het tweede gevaar is dat de verzamelde gegevens nu lang kunnen worden opgeslagen. Je weet niet wat daar in de toekomst nog allemaal mee kan gebeuren. Sommige dingen die je doet zijn wellicht nu oké, maar mogelijk kan het over twintig jaar wel voor problemen zorgen. Als zorgverzekeraars bijvoorbeeld weten dat je nu rookt, dan kan dat gevolgen hebben voor je zorgpremie over twintig jaar. Ik geloof niet dat de AIVD die intentie heeft, maar in de toekomst kan dat zomaar anders zijn. Wat vindt u van de uitspraak dat deze wet tot zelfcensuur leidt, en de vrijheid om afwijkende meningen te delen beperkt? Dat is wel de angst die heerst. Zeker in bepaalde kringen die beter onder de loep worden genomen bestaat die angst. Het is lastig aan te tonen wat het effect van dit beleid is, maar over het algemeen zullen mensen zich beperken wanneer ze weten dat ze mogelijk worden bekeken. Het heeft ook gevolgen voor beroepen die te maken hebben met het beroepsgeheim. Een cliënt van een advocaat kan zich door deze wet niet meer geroepen voelen om naar een advocaat te stappen, omdat hij of zij bang is dat wat ze zeggen door de AIVD wordt opgevangen. Veel bedrijven hebben ook bezwaar tegen de wet gemaakt, omdat ze vrezen dat bedrijfsgeheimen kunnen worden bekeken en gestolen. Wat zijn de ontwikkelingen op dit gebied in andere landen? Zijn er landen waarin overheidsorganisaties al zulke bevoegdheden hebben? Hoe zijn de ervaringen daar? Dat is eigenlijk een tweestrijd. Een aantal landen gaan zelfs nog verder en willen nog uitgebreider hun burgers controleren. In Amerika is er dus grote ophef ontstaan, maar vermoedelijk zijn zij daar gewoon doorgegaan met wat ze al deden. Ook Engeland zet zwaar in op het afluisteren van online communicatie en Nederland wil hier nu dus in meegaan. Sommige landen zijn daarentegen zeer aarzelend. Landen zoals Frankrijk en Israël zetten, naar verluid, deels in op het verzamelen van data, maar ze geloven ook nog steeds sterk in oude manieren van surveillance, zoals gewone wijkagenten die met de bewoners praten. Zo iemand kan al veel horen en zien en van grote waarde zijn. Bij de politie zelf is er een strijd tussen de oude en nieuwe garde. De nieuwe garde denkt dat dataverzameling onmisbaar is, terwijl de oude garde vindt dat er weer mensen het veld in moeten worden gestuurd om informatie te verzamelen. Er zijn ook al allerlei nieuwe technieken uitgeprobeerd bij de politie. Deze leiden echter tot veel bureaucratie, want er moet data geanalyseerd worden, wat heel veel tijd en energie kost. Die tijd en energie

kunnen daardoor niet op straat ingezet worden. Er gaan dus stemmen op dat het wellicht een beter idee is om meer agenten in wijken rond te laten lopen. Wat vindt u ervan dat er een referendum gaat plaatsvinden voor deze wet? Vindt u dat het volk hierin mee moet kunnen beslissen, of moeten we de regering hier gewoon in vertrouwen? Ik ben persoonlijk heel erg vóór referenda. Ik snap dat er sceptische meningen zijn over de laatste referenda, maar ik ben wel voorstander van het afgeven van een signaal als burger zijnde. Als het politici niet lukt om burgers te overtuigen, dan moeten ze beter hun best doen. Dat is de essentie van democratie. Tot nu toe vind ik het politiek gezien maar een zwak verhaal. Veel parlementariërs zeggen dat deze wet ingevoerd móet worden, dat het tijd is voor een update, maar de argumenten die worden gegeven zijn erg zwak, of gewoonweg ontbrekend. Maar wat het referendum betreft vind ik het hartstikke goed dat het er komt. Ik heb de initiatiefnemers voor het referendum gesproken, een aantal studenten. Het was een leuk stel mensen, die vinden dat er op zijn minst een debat moet komen over deze vernieuwde wet. Er moeten volgens hen manieren zijn om mensen te betrekken bij belangrijke besluitvorming en tevens moet er meer awareness komen over wat er allemaal in de politiek wordt besloten. Welk advies wilt u meegeven aan iedereen die op 21 maart naar de stembus gaat? Ten eerste vraag ik mij af: zijn deze maatregelen überhaupt noodzakelijk? En werken deze maatregelen in de strijd tegen terrorisme? Totdat daar onomstotelijk bewijs voor is, ben ik zeker nog niet overtuigd van de noodzaak van bulkinterceptie. Ten tweede vraag ik me af: als het werkt, hoe verhoudt het zich dan tot elkaar? Wanneer je een terrorist kunt pakken door iedereen constant te monitoren zullen sommige mensen vinden dat dat moet kunnen, maar zelfs dan kun je je afvragen of het niet gewoon effectiever is met meer mensen in het veld? Er moeten tevens goede checks and balances zijn. Geef niet aan één bepaalde organisatie ongebreidelde macht zonder het te controleren. De AIVD wordt wel gecontroleerd, maar het is maar de vraag of dat genoeg is voor een democratische rechtsstaat. Ik denk dat deze wet aan de rechter zal worden voorgelegd. Het zou mij niks verbazen als er bepaalde onderdelen van de vernieuwde wet strijdig zijn met het recht op privacy.

8


Tekst: Jesse Janse

Exchange: voorbereidingen en terugblik Voor sommigen is het een droom om een half jaar in het buitenland te mogen studeren. Van Argentinië tot Australië en van Japan tot Canada, Tilburg University biedt met haar brede scala aan partneruniversiteiten genoeg mogelijkheden om zulke dromen te verwezenlijken. We vroegen twee CIW’ers, waarvan er één dit semester op exchange gaat en één vorig collegejaar op exchange is geweest, naar hun verwachtingen en ervaringen.

Marlotte Pannekoek

is derdejaars CIW-studente (20 jaar) en volgt voornamelijk HAIT en CSAI vakken. Marlotte, waar ga jij dit semester naar toe op exchange? Wanneer je je inschrijft om op exchange te gaan mag je drie keuzes opgeven. Alle drie mijn keuzes waren Australische universiteiten. Uiteindelijk heeft de University of Technology in Sydney mij geaccepteerd, dus daar zal ik dit voorjaar te vinden zijn. In Sydney ga ik vakken volgen zoals Game Design, Data Structures and Algorithms, Marketing Sustainability en Service Marketing. Welke voorbereidingen heb je allemaal al getroffen? Er komt toch nog best wel wat bij kijken. Ik heb veel zelf moeten regelen. Verzekeringen, je visum, het goed laten keuren van je vakken, regelen van een visa card en regelen van huisvesting. Ik heb gelukkig een kamer op de campus weten te bemachtigen, dus ik kan in ieder geval lekker lopend naar de colleges. Ik moet wel zeggen dat de Exchange Office van de universiteit me supergoed heeft geholpen gedurende de voorbereiding. Je kan daar gewoon binnenlopen en dan proberen ze je zo veel mogelijk te helpen. Waarom Australië? Het leek me leuk om naar een Engelstalig land te gaan. Ik lees en schrijf al veel in het Engels, maar als ik het moet spreken word ik toch best zenuwachtig. In Australië hoop ik daar onder andere aan te kunnen werken. Verder wil ik na het semester samen met mijn vriend langs de oostkust van Australië reizen en misschien ook nog naar een ander land in de buurt zoals Nieuw-Zeeland of Indonesië gaan. Wat verwacht je van Australië en Sydney? Ik denk dat het leven in Australië niet heel vriendelijk zal zijn voor mijn portemonnee, want over het algemeen is Australië toch wel wat duurder dan Nederland. Verder zal ik waarschijnlijk meer dan genoeg internationale mensen

9

tegenkomen en verwacht ik dat er veel mooie natuur te vinden is. In Sydney zal het waarschijnlijk wel wat drukker zijn dan in de gemiddelde Nederlandse stad. Hopelijk rijden de treinen daar wel op tijd en is het er lekker warm. Wat denk je het meest te gaan missen? Ik denk mijn vriend. Hij heeft me gewoon aangemoedigd om te gaan, maar we gaan elkaar natuurlijk wel heel erg missen, want we zijn al vier jaar samen. Om dan opeens een half jaar op afstand van elkaar te zijn is toch een hele uitdaging. Daarnaast ga ik denk ik een lekker frietje of een kroket uit de muur wel missen. Verder weet ik het eigenlijk niet, de kou zal ik in ieder geval echt niet missen. Het is alleen stiekem wel fijn dat niet alle wilde beesten je op willen eten in Nederland. Waar kijk je het meest naar uit? Het lekkere warme weer. Ik hoop dat ik ook nog genoeg tijd zal hebben om van alles te kunnen ontdekken in en rondom Sydney, want het is natuurlijk een enorme stad. Verder wil ik héél graag naar het Great Barrier Reef, omdat ik heel erg van snorkelen houd. Ik hoop echt dat ik in Australië tijd zal hebben om te snorkelen, duiken, surfen en andere leuke dingen. Het zal ook een leerzame tijd worden voor mij zelf, want ik heb nog nooit op kamers gezeten, terwijl ik straks opeens een half jaar lang op mijn uppie aan de andere kant van de wereld woon. Dat wordt al een uitdaging op zich!


Jeske van Steen

is vierdejaars CIW-studente (23 jaar) en volgt vooral vakken in de BDMrichting. Momenteel is ze aan het afstuderen en in het voorjaar van 2017 ging zij op exchange. Jeske, waar ben je geweest? Ik ben op exchange geweest naar Waterloo, Canada, wat in de buurt van Toronto ligt. Het was mijn eerste keus, voor Madrid en Kopenhagen. Aanvankelijk wilde ik heel graag naar Amerika, maar met de hele Trumpsituatie heb ik toch maar voor Canada gekozen. En ja, wanneer kom je nou eigenlijk in Canada? Het leek me toch een iets vriendelijker en open land en eventueel kan je na het regelen van een visum natuurlijk ook gewoon vanuit Canada naar de Verenigde Staten reizen. In Waterloo heb ik voornamelijk psychologische vakken gevolgd, omdat het aanbod aan communicatievakken erg gelimiteerd was. Voorbeelden van vakken die ik heb gevolgd zijn Social Psychology, Developmental Psychology en Organizational Psychology. Het waren allemaal tweede- en derdejaars vakken, wat wel redelijk pittig was, aangezien ik geen basiskennis van psychologie had. Gelukkig is het allemaal wel gewoon gelukt. In Waterloo woonde ik in een soort residence building tegen de campus aan, dus ik hoefde maar de straat over te steken om op de campus te komen, maar het was geen onderdeel van de University of Waterloo. Ik had mijn eigen slaapkamer, maar de badkamer, wc en keuken moest ik met anderen delen. Hoe was Canada als land? Canada is echt het liefste land waar je ooit zult komen. De mensen zijn zo aardig, open en oprecht geïnteresseerd in je. Het is echt waar wat ze zeggen: qua mensen verschilt Canada zó erg met de Verenigde Staten, in de positieve zin! Zelfs als ik naar de supermarkt ging vroegen de mensen bijvoorbeeld waar mijn accent vandaan kwam en op de universiteit deed iedereen echt de moeite om de exchangestudenten te leren kennen. Zoiets zal je in Nederland veel minder snel zien, denk ik. De mensen in Canada zijn gewoonweg geweldig. Voor de rest is Canada ook gewoon een prachtig land. De steden zijn mooi en de natuur is supergaaf.

gedaan. Je kon daar ook gewoon zeggen: ‘Hey, waar zullen we over drie weken eens een weekendje naar toe gaan? New York, Montréal of zullen we gaan skiën?’ In vijf maanden tijd heb ik zo verschrikkelijk veel gezien, niet normaal eigenlijk. Had je vooroordelen die (niet) waar bleken te zijn? Mensen denken altijd dat het dusdanig koud is in Canada dat je soms de deur niet uit kunt. Het is inderdaad wel koud, maar anders dan hier. Het vriest er weliswaar hard, maar de zon schijnt wel bijna altijd. Als het hier in Nederland koud is, is het meteen hartstikke depressief, grijs en grauw weer. Ik heb meegemaakt dat het -25 graden Celsius was, maar het viel uiteindelijk best wel mee hoe erg dat was. Het vooroordeel dat Canadezen zulke lieve mensen zijn, is hartstikke waar, het is gewoon een fantastisch volk. Heb je veel vrienden overgehouden aan je exchange in Canada? Ja, ik heb er genoeg vrienden aan overgehouden. Je merkt wel nu je niet meer dagelijks samen bent dat het lastig is om echt intensief contact te onderhouden, want zij zitten natuurlijk ook allemaal verspreid over de wereld, maar ik spreek ze zeker nog wekelijks. Ik denk wel echt dat ik er vrienden voor het leven aan heb overgehouden.

Heeft de gehele ervaring je verwachtingen overtroffen? Absoluut. Alles wat ze over exchange zeggen, dat het de beste tijd van je leven is, is gewoon helemaal waar. De mensen die je leert kennen maken het vooral fantastisch. Ik zit nu ook in een soort post-exchange depression, haha. Ik mis het zó erg en zou zó graag terug willen om het nog eens over te doen. Je beseft echt pas een half jaar nadat je terug bent hoe gaaf het eigenlijk wel niet is geweest. Het was zo’n gave tijd, oprecht het leukste wat ik ooit heb

10


“Als de politie stil is op sociale media dan is dat om een reden: dan kunnen we niks zeggen. Maar juist bij stilte willen mensen heel graag horen wat er aan de hand is.�


Tekst: Elaine Buis & Laura Groeneveld

Eric Passchier Woordvoerder en communicatieadviseur bij de politie voor de afdeling Zeeland-West-Brabant Hoe heeft de komst van sociale media de communicatiestrategieën van de politie veranderd? Hoe is de communicatieafdeling bij de politie eigenlijk opgebouwd, en wat is het communicatiebeleid bij kindervermissingen? Eric Passchier vertelde het ons in het politiekantoor aan de Ringbaan West. Kunt u wat vertellen over uzelf en uw carrière bij de politie? k ben communicatieadviseur en woord voerder bij de politie. Ik werk al sinds 1982 bij de politie en ben als agent begonnen. Hierna ben ik rechercheur geworden. Toen ik zelf in 1996 in het nieuws kwam omdat ik iemand had neergeschoten, raakte ik geïnteresseerd in de mediawereld. Ik ben destijds stage gaan lopen bij de communicatieafdeling en toen dat goed beviel, ben ik me via een interne opleiding gaan specialiseren in politiecommunicatie. Vroeger was mijn functie persvoorlichter, nu ben ik meer woordvoerder of adviseur. Als woordvoerder ben je onderdeel van de operatie: je duidt aan wat er aan de hand is, wat de politie doet en in de toekomst gaat doen. Je communiceert met betrokkenen bij een incident of met familieleden, maar ook naar de media en de pers. Als communicatieadviseur heb ik meer de rol van een coach: projecten opstarten, communicatieplannen maken, mensen begeleiden die in een televisieprogramma gaan optreden. Daarnaast maak ik de persberichten, voor bijvoorbeeld politie.nl.

I

Wat drijft u om al zo lang bij de politie te werken? De actie trekt mij erg: als je bij de politie gaat, weet je dat je mensen gaat helpen en actie, avontuur en gevaar tegenkomt. Geen negen tot vijf kantoorbaan, maar avonden nachtdiensten, snelheid en boeven pakken. Doordat de afdeling communicatie gehalveerd is zitten wij wel deels op kantoor, bijvoorbeeld om sociale media te monitoren en te analyseren. Wij moeten kijken wat er in de buitenwereld speelt, maar ook bekijken op welke onderwerpen we moeten inhaken en waar we projecten over moeten opstarten. Dit

beslissen we op basis van waarover gepraat of geschreven wordt. Hoe kwam de verschuiving van persvoorlichter naar woordvoerder tot stand? Er zijn afspraken gemaakt tussen het Ministerie en de Raad van Journalistiek om bepaalde zaken actief te melden aan de media, maar dat was vroeger vooral eenrichtingsverkeer. Tegenwoordig ziet dat er anders uit. De afdeling communicatie is erg gekrompen bij de politie, dus nu is er meer sprake van een interactie met de media. Wij kunnen niet alles meer melden, maar de media krijgen nu ook informatie van andere bronnen. Omdat we nu een Nationale Politie geworden zijn, is de communicatie allemaal meer geregisseerd. Daarnaast kijken we nu meer naar zaken als reputatiemanagement. Er worden elk jaar op basis van incidenten onderwerpen vastgesteld die behandeld gaan worden en waar projecten over gemaakt worden. Nu is de communicatieafdeling dus veel meer een echte communicatieafdeling dan alleen maar een persvoorlichting zoals vroeger. Wanneer er bijvoorbeeld een vraag gesteld wordt over een inbraakgolf in een wijk, wordt die beantwoord, maar ook meteen gekoppeld aan een lopend project, zoals het ‘Donkere Dagen Offensief’. Hoe bepaal je wat je wel communiceert als organisatie, en wat niet? De politie als organisatie werkt altijd met de waan van de dag: bij een groot incident zal ik daar als woordvoerder altijd direct naartoe gaan om informatie te geven. Maar aan de andere kant kunnen we, als er zich een paar incidenten voordoen van hetzelfde kaliber, besluiten daar iets mee te

12


doen: we kunnen projecten aan de incidenten koppelen, deskundigen het woord erover laten doen of ons als politie laten uitnodigen in televisiepraatprogramma’s. Een paar jaar geleden was er bijvoorbeeld een overvalgolf. Dit hebben we toen projectmatig opgepakt met allerlei partners, wat ervoor gezorgd heeft dat het aantal overvallen nu weer daalt. Samenwerking is dus heel belangrijk, bijvoorbeeld met de gemeente of de branche die bij het probleem betrokken is, zoals supermarkten. Waarom is er besloten politieteam te starten?

om

Facebookpagina’s

per

gevoelige zaken, die door ons als afdeling communicatie gecommuniceerd worden.

Ondertussen wordt Passchier gebeld door een journalist die hem een vraagt stelt over het matrixbord met de tekst ‘Heb je je kamerdeur wel op slot?’, een onderdeel van het Donkere Dagen Offensief dat loopt van oktober tot maart om inbraken te voorkomen en bewustwording te vergroten. “Daar hebben we meer aan dan dat we het later moeten oplossen”, licht hij toe. Komt het wel eens voor dat burgers de politie bij dringende zaken niet alleen via 112 of regionale telefoonnummers, maar nu ook juist via de sociale mediakanalen proberen te bereiken?

Op een gegeven moment zag ook de politie in dat sociale media de toekomst is en een uniek concept is om laagdrempelig contact te maken met de burgers, terwijl dat op dat moment niet mogelijk was met onze oude Nokia Dat staat nog een beetje in de kinderschoenen: qua telefoons. Sommige werknemers van de politie deelden al webcare scoren we niet zo goed. Wij hebben niet genoeg het een en ander over hun werk via hun privételefoon. Toen mensen om het mogelijk te maken dat er 24 uur per dag is er een groot nationaal sociale media-project gestart, en in het weekend Twitter wordt bijgehouden. Daarom waarbij elke eenheid zijn eigen sociale mediageven we het advies om altijd 0900-0844 te projectleider kreeg. Er kwamen toen een paar bellen of natuurlijk 112, wat het snelste is. We uitschieters, zoals Tess de politievlogster zijn wel bezig met het verbeteren van de “We kunnen in Amsterdam en Rachid de Instagramwebcare: daar hebben we allerlei tools en als politie op een agent in Teteringen, die in no-time 3000 programma’s voor. We willen vooral de dag tien mensen volgers kreeg. De politievloggers zijn centralisatie en de reactiesnelheid op de redden, maar één vooral gericht op het verbeteren van berichten verbeteren. negatieve reactie haalt de reputatie. We moeten laten zien dat we met de tijd meegaan. We zullen nooit Hoe gaan jullie om met negatieve reacties onze reputatie weer vooroplopen, maar we willen wel heel op sociale media? helemaal naar graag de aansluiting houden. Zo kunnen beneden” we heel gemakkelijk contact maken met de We proberen er zo open mogelijk in te zijn en burgers: wij als politie moeten het hebben van het als feedback te zien om zo te kunnen leren: de informatie van anderen. Met de Facebookpagina’s goed kijken wat er misging en daar conclusies uit trekken. per team kunnen we lokale burgers van lokale informatie Er wordt altijd op negatieve berichten gereageerd. Soms voorzien: niet heel Tilburg hoeft te weten dat in een buurt gaat het wel eens mis, maar bij onze afdeling wordt er bloembakvernielers zijn opgepakt, maar voor de buurt zelf altijd wat aan gedaan om onze reputatie te redden. We is dat wel nuttige informatie. kunnen als politie op een dag tien mensen redden, maar één negatieve reactie haalt onze reputatie weer helemaal Hoe is de communicatieafdeling, afgezien van de naar beneden. Als de politie stil is op sociale media dan Facebookpagina’s per team, over het algemeen is dat om een reden: dan kunnen we niks zeggen. Maar opgebouwd binnen de politie? juist bij stilte willen mensen heel graag horen wat er aan de hand is. De basis is vrij los: ieder team, iedere wijkagent, iedere jeugdagent en ieder rechercheteam mag via sociale Hoe proberen jullie de oudere generatie te blijven media hun informatie delen, hoewel daar natuurlijk wel bereiken, nu jullie veel bezig zijn met het digitaliseren van richtlijnen voor zijn. Je moet de informatie bijvoorbeeld de communicatie? wel bij jezelf houden en je mag geen onderzoekstactische of privacyschendende informatie delen. Dat werkt goed. We willen er toch naartoe gaan dat internet de Daarnaast heb je de wat grotere, projectmatige zaken belangrijkste manier van communiceren wordt. Als er die wel gedeeld mogen worden, maar die wel aan ons echt iets van nationaal belang is, gebruiken we ook vaak overlegd moeten worden: daar kunnen bijvoorbeeld kranten als medium. Maar er is ook een belangrijke rol andere dingen aan kleven die het team niet weet. Tot weggelegd voor wijkagenten: zij geven soms voorlichtingen slot heb je de echte grote onderzoeken, de politiek in buurtzalen. Het blijft echter een hoge drempel voor

13


ouderen om met een probleem naar de politie te gaan. Ze zijn netjes opgevoed en hebben het idee dat de politie wel belangrijkere dingen te doen heeft dan hen helpen. Toch hebben ze vaak nuttige informatie voor de politie, bijvoorbeeld als ze getuige waren van een misdrijf. Deze informatie wordt door middel van buurtonderzoek gewonnen. Daarnaast wordt het telefoonnummer van de politie veel vermeld, zodat ouderen zich hier goed bewust van zijn. Kunt u zeggen wat een woordvoerder van de politie absoluut wel en niet moet doen? ‘Geen commentaar’ is tegenwoordig uit den boze, dat kan echt niet meer. Dit wordt meestal gedaan uit tactische overwegingen om zo geen daderinformatie vrij te geven, of uit empathie. Vandaag de dag moet je niet alleen aangeven dat je geen uitspraak over iets kan doen, maar ook waarom je er geen uitspraak over kan doen. Wat we tegenwoordig ook zien bij grote onderwerpen is dat niet alleen de woordvoerder het woord doet, maar ook collega’s die over een bepaald onderwerp meer verstand hebben. De boodschap komt dan veel beter over, want zij kunnen het veel beter uitleggen. Sommige collega’s kunnen bijvoorbeeld stoffen in een drugslaboratorium bij hun naam noemen, terwijl ik die uit mijn hoofd zou moeten leren. Dat is ook een omslag in de communicatie. Er komen regelmatig kindervermissingen in het nieuws, terwijl vermissingen van volwassenen minder vaak in het

nieuws lijken te komen. Hoe bepalen jullie wanneer en hoe zoiets in het nieuws komt? Er worden in Tilburg dagelijks tientallen mensen vermist. Hieronder vallen jongeren die weglopen, maar ook vaak vermissingen uit instellingen. Deze vermissingen zijn niet zo urgent, want deze personen komen vaak snel terug. Een andere groep vermissingen zijn bijvoorbeeld demente mensen of volwassenen die gewoon weggaan zonder iemand iets te zeggen. Dit is lastig, want hierbij komt ook privacy kijken. Bovendien mag je als volwassen persoon gewoon vertrekken zonder dat te melden. Als een vermist persoon dringend medicijnen nodig heeft, is de urgentie hoger. Daarnaast is de urgentie bij een gevonden afscheidsbrief of gevaar voor eigen of andermans leven ook hoger. Bij kinderen is dit anders. Zodra een kind wordt vermist, is dit direct een hoog urgente vermissing. Dit wordt door het landelijk bureau gecoördineerd en hier zijn richtlijnen voor. Dit valt niet binnen mijn werkzaamheden: ik raak pas betrokken wanneer we als politie de media gaan benaderen om burgers te betrekken in de opsporing van het kind. De urgentie bepaalt hoe snel de politie de media benadert. De NOS bepaalt zelf wat ze uitzenden, maar er is vaak wel contact tussen de politie en de NOS over wat te vermelden en wat niet. Het voorkomen van vermissingen blijft natuurlijk het beste. Dat doen we door goed de signalen in de gaten te houden, bijvoorbeeld door contact te onderhouden met maatschappelijk werkers. Zo zijn we als politie een schakel tussen de oorzaak van een probleem en de buitenwereld.

14


Tekst: Elaine Buis

Wat een studentje in zijn vrije tijd doet Voor de nieuwe rubriek ‘Wat een studentje …’ wordt er elk Flowzine een CIW’er geïnterviewd. In deze editie: wat een studentje in zijn vrije tijd doet. Hiervoor is Nigel Korthout, commissaris van de Symposiumcommissie, geïnterviewd. Hij heeft namelijk van zijn hobby, radio-DJ zijn, zijn werk gemaakt. Op dit moment maakt hij geen radio meer, maar geeft hij les aan een radio-DJ-opleiding op een middelbare school. Deze opleiding is uniek in Nederland en is door Nigel zelf gecreëerd. De opleiding is verbonden aan de schoolradiozender die is opgezet in samenwerking met 3FM. Kun je jezelf voorstellen? Ik ben Nigel Korthout, 23 jaar en woonachtig in Tilburg. Ik heb hiervoor in Nijmegen gestudeerd en heb daar de lerarenopleiding Nederlands gedaan. Vervolgens ben ik overgestapt op Communicatie en Informatiewetenschappen in Tilburg. Ik kom vertellen over mijn hobby, die is uitgegroeid tot mijn werk. Op mijn oude middelbare school geef ik les aan een radio-DJ-opleiding. Dit is een uniek project in het Nederlands voortgezet onderwijs. We hebben een soort glazen huis waar leerlingen het hele jaar door radio maken. Naast het radio maken, geef ik ook een vak, wat leerlingen leert om radio-DJ te zijn. Hoe is je hobby ooit ontstaan? Ik denk dat het belangrijk is om eerst een onderscheid te maken in het zijn van een gewone DJ en het zijn van een radio-DJ. Een gewone DJ mixt liedjes aan elkaar, terwijl een radio-DJ eigenlijk een presentator is. Ik begon zelf als gewone DJ waaruit langzaam mijn passie voor radio gegroeid is. Toen ik zelf nog op mijn middelbare school zat had ik een radioprogramma op vrijdagavond vanuit een zolderstudio. Toen maakte ik op vrijdagavond een programma voor mijn vrienden en klasgenoten. Ik herinner me nog dat het

15

project X-feest in Haren plaatsvond tijdens een van mijn uitzendingen. Daarbij hebben we gebeld met de lokale omroep van Haren om ze te interviewen en te achterhalen wat er allemaal gaande was. Dat was hele mooie radio. In mijn zesde jaar kwam ik op het idee om op school een radiozender op te zetten. Toevallig had mijn muziekleraar een soortgelijk plan en zo hebben we dat samen verder uitgewerkt. Daarbij hebben we dus ook samengewerkt met 3FM. 3FM is namelijk een zender met veel ruimte voor nieuw talent. Ze hebben daar ook een talentenscout waar we mee om de tafel zijn gaan zitten. Hij wilde wel met ons de uitdaging aangaan om al tussen middelbare schoolleerlingen nieuw talent te gaan zoeken. Mijn muziekleraar heeft zich toen gebogen over de muziekstudio en ik heb me vanaf het begin gericht op het opleidingstraject. Er waren namelijk nog helemaal geen leerboeken en dergelijke. Daarom heb ik veel Engelse literatuur over radio en mijn eigen ervaring als uitgangspunt gebruikt. Kun je wat meer vertellen over de opleiding? Eigenlijk zijn er twee soorten radio: nieuwsradio en hitradio. Bij nieuwsradio ga je meer naar de journalistiek. Bij de opleiding zijn we voornamelijk bezig met hitradio. Bij de auditie voor de opleiding wordt er gekeken of leerlingen enthousiast zijn en niet bang zijn om hun mening te uiten. Tijdens het lesgeven heb ik ook twee petten op, die van leraar en die van radiomaker. Aan de ene kant heb ik zoiets van: ga ervoor en experimenteer maar lekker, maar natuurlijk vertegenwoordig ik ook de school. Dat is dus een afweging die ik maak. Bij het radio maken worden de leerlingen ook bekeken door de talentscout van 3FM. Leerlingen kunnen ook een diploma halen bij ons. Hiervoor moeten ze een demo maken en die wordt dan ook opgestuurd naar 3FM. 3FM verzorgt dan ook feedback op deze demo’s. Twee leerlingen die zijn afgestudeerd zijn nu al radio-DJ bij lokale en regionale zenders, maar ik denk dat


ze potentie hebben om zich te ontwikkelen tot de nationale radio. Dat is het leuke aan de opleiding, we bieden een podium voor mensen met radio talent. Wie zijn je voorbeelden in de radio? Mijn favoriete radio-DJ’s zijn Gerard Ekdom en Coen Swijnenberg. Wat ik goed vind aan Gerard Ekdom is vooral dat hij veel humor heeft en erg goed is met bellers. Je hebt veel jongere DJ’s die erg op zichzelf gericht zijn, maar Gerard is dat niet. Ik denk namelijk juist dat de kracht van radio is dat je opzoekt wat de luisteraar bezighoudt en dat de luisteraar zijn verhaal kan doen. Maar ik vind wel dat Gerard ervoor moet waken dat hij geen typetje van zichzelf wordt. Er zit geen vernieuwing in en daarin vind ik dat stilstand achteruitgang is. DJ-regel nummer één is eigenlijk: ‘wees altijd jezelf op de radio’. Dit klinkt als een open deur, maar veel mensen worden door de radio-omgeving toch een stereotype presentator. Hier moeten mensen toch even doorheen. Dit is ook een tip voor mensen die radio-DJ willen worden. Daarnaast raad ik aan om veel radio te luisteren en veel vlieguren te maken om zo te leren om tot de verbeelding te kunnen spreken. Ten slotte moet je goed denken over je luisterdoelgroep en moet je je content daar goed op afstemmen.

Wat is iets dat niet veel mensen weten over het maken van radio? Dat er veel werk zit in de voorbereiding en dat heel veel dingen die spontaan lijken vaak allemaal zijn ingecalculeerd. Negen van de tien keer is een grappige beller in scène gezet. Als radio-DJ bereid je je heel goed voor. Als er echt iets spontaans gebeurt wijken DJ’s weleens af van het draaiboek, maar ze hebben altijd iets om op terug te vallen. Een radio-DJ heeft altijd een begin, een ruwe kern en een einde vaststaan om zo strak te kunnen presenteren. Bij het Glazen Huis zit er bijvoorbeeld een gigantisch onzichtbaar productieteam achter de DJ’s dat de bellers van tevoren screent en de DJ’s de informatie doorgeeft. Zou je zelf ooit nog zelf professioneel radio willen maken? Dat weet ik niet, ik ben er wel een tijd tussenuit geweest. Ik ben er natuurlijk door de opleiding wel veel mee bezig, maar ik zit niet zelf achter de microfoon. Ik fantaseer er wel vaak over. Maar als ik nog ooit op de radio te horen ben dan zou ik op een nieuwsradiozender te horen zijn. Ik denk op Radio 1, dat vind ik een mooie zender.

Column: Laura Groeneveld ‘Driving Home for Christmas’ op de radio, meerdere malen per dag vertellen dat je wel of geen vriendje hebt, veel meer eten dan je eigenlijk nodig hebt en (hopelijk) veel gezelligheid. Grote kans dat de associatie ‘kerst’ zojuist bij je opgeroepen is, en dat je misschien ook wel denkt: ‘hey, dat is inmiddels alweer een maand geleden’. Wanneer ik deze column op de ‘grote’ computer bij mijn ouders thuis zit te schrijven (zo’n computer in het midden van de woonkamer, waar vroeger om gevochten werd voor de MSN-uurtjes na school), is het hip gezegd ‘derde kerstdag’. De dag waarop je weer kunt constateren dat kerst, het feest waar heel Nederland zo’n 1,5 maand (of langer) naartoe heeft geleefd, alweer voorbij is. Ik vind dat altijd maar jammer: met kerst is er dat speciale en warme gevoel door alle gezelligheid, maar op 27 december zitten mijn vader, moeder en zus – en tsja, ik dus ook een soort van – weer bedrijvig achter de computer te tikken en is er behalve de overgebleven etensrestjes en de kerstboom nog maar weinig over van het feest. Wanneer je dit Flowzine leest, staat het nieuwe semester zelfs alweer enthousiast voor de deur te springen. Misschien heb je er zin in, misschien kijk je er een beetje tegen op. Maar misschien is het ook een goed

moment om juist nu even terug te denken aan dat lekkere, fijne gevoel van kerst of misschien een ander hoogtepunt van vorig jaar. Een moment waarop je het gevoel had dat alles wel goed zou komen en je nieuwe inspiratie of heldere ideeën kreeg. Misschien is het fijn om juist nu even terug te denken aan die leuke oom, tante of opa met dat mooie verhaal. Aan het ouderwetse, maar fijne geluksgevoel van het spelen van bordspelletjes of aan het non-stop eten van kerstchocolaatjes. Of überhaupt gewoon genieten van het samenzijn met familie of vrienden – inderdaad: het filmpje van Serious Request en het Rode Kruis over een herenigde zoon en moeder had zeker zijn bedoelde effect op mij. Waar je nou ook gelukkig van wordt of waar je je nou goed door voelt, ik hoop dat je het blijft beleven en dat het je op kan peppen op wat mindere momentjes. En onthoud vooral in 2018: blijf lekker dromen. Want, zoals we in de Netflix-original The Christmas Prince zagen: niets is onmogelijk. Vooral het trouwen van een journaliste met een koning, terwijl zij hem heeft leren kennen toen ze undercover in zijn kasteel verbleef om een artikel over hem te schrijven. Wie weet ook wel een realistisch sprookje voor columnisten…

Christmas feelings, het hele jaar door

Let op: dit is het einde van het Nederlandse gedeelte van dit Flowzine. We adviseren je om verder te lezen vanaf de Engelse coverpagina, dus vanaf de laatste pagina. Op deze manier zul je de pagina’s op logische volgorde te lezen krijgen.

16


Text and illustration: Ayra Lintsen

Flow’s hometowns The column ‘Flow’s things’ has covered your student rooms and baby pictures before, but this time your hometowns deserve a place in the spotlight. Did you know that most Flow members are from the Dutch province Noord-Brabant? The data below is based on the 99 submissions we received for this column.

17


Text: Peter Uhrin

A first-person view on being a Cognitive Science student

‘Cognitive Science you say? Uhh, so what is that exactly?’ is the typical reaction we encounter on a regular basis upon introducing ourselves. Here, at Tilburg University, there is a group of 50-ish bachelor students who think that Cognitive Science is the most sensible/interesting/awesome field to study, even though other people haven’t even heard about it. So let me explain this peculiar situation we got ourselves into.

Do you often find yourself wondering about all kinds of deep mysteries in life? If you are that kind of a person, you might know that thinking about the awesomeness of the human brain is an especially deep rabbit hole leading to hours long Wikipedia article reading frenzies and endless pub-philosophizing sessions. I can’t put this more eloquently than David Deutsch:

“It is uncontroversial that the human brain has capabilities that are, in some respects, far superior to those of all other known objects in the cosmos. It is the only kind of object capable of understanding that the cosmos is even there, or why there are infinitely many prime numbers, or that apples fall because of the curvature of space - time, or that obeying its own inborn instincts can be morally wrong, or that it itself exists. Nor are its unique abilities confined to such cerebral matters. The cold, physical fact is that it is the only kind of object that can propel itself into space and back without harm, or predict and prevent a meteor strike upon itself, or cool objects to a billionth of a degree above absolute zero, or detect others of its kind across galactic distances.”

18


OK, so let’s say you are very well aware of all this funky business, and consequently have decided that you want to level up from reading pop-science articles and watching educational YouTube videos, and jump head-first into the academic deep water. After some preliminary research, you realize there aren’t general brain science courses offered anywhere, which leaves you with a question: you could get into neuroscience, maybe psychology, perhaps artificial intelligence programming or any other of the numerous related subfields. The decision will depend on what exactly are your reasons for taking on this challenge in the first place, besides being awestruck with the topic and your sheer curiosity. Are you interested in understanding or replicating brain function? Do you want to get filthyrich, or do you aim to even just survive in the future robot-saturated job market, or maybe you have totally pure, altruistic reasons and want to dedicate your life to science and make the world a better place? What exactly is a good way for the world becoming better in your imagination? Do you want to help people with mental disorders, or increase GDP by engineering us capable servants that never get tired and never complain? Maybe you are having sleepless nights, worrying about Skynet murdering us all, and want to prevent that. Perhaps you want to partake in the last invention humans will ever invent, because this invention will be better at inventing afterwards. A lot of these objectives seem to converge on answering the question of how human beings do what they do. How do we make decisions? How do we make sense of the

19

continuous stream of information we are subjected to at all times, and manage to go about our lives? Fun fact: there is approximately as many neurons in a human brain as stars in the Milky Way. It turns out that some of the most mundane tasks like having a conversation with a friend, which is almost effortless to do for these 86 billion neurons, is actually so complicated that not even a today’s state of the art artificial intelligence is capable of it. So how on earth does intelligence work and what is it even? There has been a lot of progress in this area in the past few decades. It all started in the mid-fifties, when researchers of several fields began to formalize new kinds of theories of the mind. What happened was a major paradigm shift, in essence, the brain started to be viewed as a computer, a device capable of storing and manipulating information. It was recognized that many separate scientific fields have things to say about the workings of the brain: psychology, philosophy, neuroscience, linguistics and computer science are just the most notable among them. This recognition has given rise to the interdisciplinary field of Cognitive Science. Since then, having researchers of these disciplines talk to each other, plus more recently the invention new brain-imaging technologies, the exponential increase in computer processing speed and memory in turn facilitating theoretical breakthroughs in deep learning, all taken together has brought us a golden age in science of the mind. As you are reading this, a revolution is happening, at least on par with the


Industrial Revolution, possibly way more significant. Universities all around the globe are quickly waking up to this new reality, and are opening up new cognitive science courses. Up until recently, to study cognitive science, you first had to get a bachelor degree in some of the constituent fields, because it was only taught on the master level. Tilburg University is one of the first ones, to open it up for bachelors as well, beginning this year. And thus, the story curves back to our class, a group of bachelor students, in a field only 60 years young, volunteering to be the guinea pigs for teachers to figure out how cognitive science can even be taught to people fresh out of high school. In return, we get some say in the specifics of how it is taught to us. The staff is very helpful, and paying close attention to our needs. We are here because we kept ourselves up to date with the large-scale trends of society, and can make some educated guesses about how will the future unfold. It

might seem as a gamble to study something most people haven’t even heard of. ‘Where are you going to work when you finish?’ is the question we get asked often. Let me tell you, once you know what we know, the path to take is just painfully obvious. We enjoy the company of like-minded people, other students and teachers alike, because there is so few of us. We are kind of a peculiar bunch, you should hear our typical lunchtime conversations, we leave no topic untouched, intricacies of human nature and society, various mysteries of the universe, you name it. There are some tensions as well, there is a division among us: some would want the study to be more technical, more towards hard, natural science, while some would prefer a softer, social science take on the issue. Nevertheless, we all get along well. The atmosphere is incredibly stimulating, we share this feeling to be in the gateway of something big. We are pioneering a field, forecasted to have a tremendous effect on the human condition as we know it. We, here at Tilburg University, are writing history.

20


Text: Merel Groot & Nina Serpenti

Prejudices about the Netherlands Whenever we visit another country, we have our expectations and often even some prejudices. As Marina, an international student from Spain, said: “We can not avoid having prejudices before knowing more about a culture, but to get rid of those prejudices you need to live in that particular country. Living abroad can change your way of understanding the world and the variety of cultures it houses.” There are many international students studying at Tilburg University, which is why we were curious about the possible prejudices they might have about Dutch people, and how those prejudices might have changed along the way. We asked around to find out.

Andrea, Bulgaria “I did not really have any real prejudices about the Netherlands. The only thing I was not sure about was how often it rained in the Netherlands. I thought it rained here every day, but it turned out to rain less than I expected. Compared to the weather back home in Bulgaria, the weather here is perfect to me. In Bulgaria we had temperatures of -15 degrees Celsius, whereas the Dutch weather has temperatures of 5 degrees Celsius, so I had no reason to complain.” Lena, Germany “Before coming to the Netherlands, I had some prejudices. For example that you are really bad at football, love Gouda cheese, all listen to hardstyle and are very tall. After living here for a few months, most of these prejudices are gone, but some new ones have emerged. In the Netherlands, you ride your bikes everywhere, despite the weather, and you guys drink a lot of beer.”

21


Marina, Spain “Before coming to the Netherlands, I already had some knowledge about the Dutch culture. My sister already lived here, so I knew about most of the differences between the Spanish and Dutch culture. In Spain we believe that Dutch people are constantly smoking weed and live surrounded by tulips, and also that they have loads of windmills and go everywhere by bike as well. Some of these prejudices turned out not to be true. After living here for nearly a year, I can tell that a lot of Dutch people try to avoid weed, as it is not as exciting because it is not illegal to smoke it. However, Dutch people do go everywhere by bike, but they do not live in the middle of big tulip gardens. Although some of my prejudices disappeared over time, I have to admit that I have developed some new prejudices. For example, Dutch people do not put a lot of effort in their cooking, they have ‘weird’ eating habits and they also are less spontaneous than us Spanish people.” Niklas, Switzerland “Most prejudices have proven themselves wrong. For example, it does not rain that much. What had remained true though, is that Dutch people drive their bikes so often, that they are pretty bad at driving cars.”

Column: Jesse Janse At the time of writing this, the 2018 Winter Olympics are on the verge of beginning, which means several things. First of all, it means that my dad will take days off from work, so he won’t miss a single speed skating match. I personally don’t get the appeal of watching people speed skate a 400 metre lap over and over and over, but my father manages to wake up the whole neighbourhood every once in a while, because him watching sports goes hand in hand with screaming, shouting and a huge amount of obscene language. For my mom however, these two weeks are very hard. My dad watching TV all the time means that she has to watch her beloved Swedish detective series upstairs, where the TV is not HD-ready, instead of downstairs, and every five minutes she nearly gets a heart attack because of my father’s aforementioned screaming. Tension will rise and if history repeats itself I predict that my parents probably will fight the whole second week of the Olympics. I think it’s a good thing that the Winter Olympics are only held every other 4 years, even though it’s quite hilarious for me.

I’m crazy, but somehow every time it happens I scream at my TV. It occurs when a TV reporter is interviewing an athlete who has just won something and asks if the athlete already ‘realizes what he or she has done’. Those 4 Dutch words, ‘besef je het al?’, bring out the worst in me. An athlete who has dedicated all of his or her life to a certain sport, who has put everything aside in the months if not years leading up to the Olympics in order to peak, thrive and excel at the perfect moment, who has just done 12 victory laps holding up his or her nation’s flag, who already cried in the arms of his or her coach, who has already posed for 132 cameras while holding up his or her gold medal, who already has chugged a complete bottle of champagne on the podium and who already got a call from his or her nation’s president. All that, and then the athlete gets asked if he or she ALREADY REALIZES WHAT JUST HAPPENED? It’s that question which triggers me every single time. And the worst part is, that nine out of ten times, the athlete answers with ‘no, I don’t think I realize what just happened’, which makes me scream even harder. Well, this concludes my rant, thanks for sticking with me, and next time you hear a reporter asking this question, you may laugh a little, because you know, somewhere in the world a Jesse is screaming at his television.

The Winter Olympics

Besides the entertainment my parents provide for me during the Winter Olympics, the Winter Olympics also are a breeding ground for one of my biggest annoyances. I doubt that anyone else on this planet gets annoyed about this, and you all might think that

22


Yunify An interview with Mandy van Mulken, former member of Flow It has almost been six years since Mandy van Mulken obtained her Master’s degree in CIS. She has good memories of her student life and of getting used to the working lifestyle with her first employer, Start People. Mandy: “No more sleeping in, like when we had our student nights out on Thursdays.” However, she has had a new challenge for a few months now: settling into her new role as a Corporate Recruiter at Yunify, a service organization for 22 companies within the IIC Group holding. Just to be clear, what exactly does Yunify do? Yunify provides services to 22 companies within one holding company: the IIC Group. We take care of marketing, planning, declaration, consultancy, but also develop innovative software and apps so that companies can better serve their customers. Hospitality, that’s what it’s all about. Hence our slogan “We take care”. Although our customers are actually sister organizations when you view the organization chart, these organizations are now so diverse that they each require a different approach. What they have in common is their relationship with health and vitality. They help companies that want to invest in a healthy lifestyle, for consumers, clients, staff and patients. For me as a corporate recruiter this is a huge challenge, which makes it so interesting for me to work here.

23

To give an example: we are currently looking for health scientists, psychologists, managers, but also programmers, visual designers, camera operators. We are becoming an international company and look far beyond our country borders for talent from all over the world. In all directions, from Italy to South Africa, but that also makes it fun.

How do you support the companies within the holding organization, for example with marketing? Traditional marketing theory is a thing of the past. As a marketing department, you now have access to a wealth of information. This poses the following questions: how do you interpret this data and how do we adapt our strategy to this? Artificial Intelligence, Machine Learning and Data Management have become relevant concepts for modern marketeers and so we at Yunify are also looking for the optimal way to use these resources. In doing so, we also try to make all communication expressions measurable in order to make real-time adjustments. To keep up with so many new developments, we find it important that if you work at Yunify, you also continue to invest in your own growth. That is why we think it is important that you participate in courses and visit events that are relevant to you.


certain structures have yet to be given shape. I therefore started by mapping out all departments, the vacancies and matters that still have to be realized in favour of the recruitment process and the positioning of our company.

How does Yunify differentiate itself from other service companies?

“We connect teams with each other, sometimes Do you have advice for students resulting in unusual but also who are ready with their studies but have no or little experience in surprisingly innovative, the workplace? interesting ideas.” The labour market is picking up

One of the pillars of Yunify is that everything happens in-house. From offline to online marketing, training and IT services to the development of new apps and software applications. We connect teams with each other, sometimes resulting in unusual but also surprisingly innovative, interesting ideas. This is what we call reaching for the “Next Level”.

Tell us a little bit more about you. How did you end up at Yunify? I worked at Yacht in Eindhoven for over a year and a half when I was approached for this position. There I was responsible for the mediation of Supply Chain and Procurement professionals in a completely different branch. At that time, I got more and more affinity with the corporate side and once I got started at Yunify things went fast. On the one hand, I was offered the opportunity to get

started with a piece of labour market communication, on the other hand I was allowed to work on the recruitment of my own colleagues. At Yunify, were you thrown in at the deep end right away? Yes, you could say that. We very clearly state upfront that you have to be self-reliant. Yunify is very dynamic, we have grown very fast, and so

more and more, but you still have to prove yourself as a starter because in general you have little or no work experience. I therefore advise you to join appropriate student associations such as Flow, and also to look for vacancies during your graduation. This way you get a timely picture of what’s happening in the labour market. If you have the opportunity, you could write a MSc. thesis at an interesting company, always a plus. Who knows, you may end up in your first job like this! In addition, internships are also popular with junior employees.

Sponsored content

24


Text: Ayra Lintsen

Maddie Espy speaks American Sign Language Maddie Espy attends the University of Minnesota in Minneapolis (USA) where she studies Speech, Language, and Hearing Sciences. She wants to become a speech pathologist in the future. From January 2017, she has been taking courses in American Sign Language (ASL). She shares her thoughts and experiences about it with us. might make when signing something, could be an incorrect pronunciation of it. Palm Orientation refers I have been learning to sign ASL for about a year now. to the direction in which your palm is facing, even if I started because the College I am in at my University the sign includes a closed handshape. Location is requires a foreign language to graduate, and I important too, because you can’t sign something specifically picked ASL because it is something that I too high or too low, because then people cannot have always wanted to learn. It’s also something that understand you. Movement of signs is really tricky, can be beneficial in my career path, so I decided it was because there are some signs that don’t move, but that same sign moving means something else. For example, the better option to pursue. the letter B in ASL is holding up your four fingers, and Can you tell us something about the basic components tucking your thumb to your palm, but if you shake that sign back and forth, it means blue! And of words in Sign Language? finally, Non-Manual Markers are probably There are many different types of Sign the most important part of ASL. These Language (e.g. British Sign Language, include facial expressions, tilting of the “ It’s really the head, raising your shoulders, and French Sign Language, …) and the even mouthing some things to create information I will give you is based most rewarding meaning. These are important, on ASL. The main difference language I have because in a sentence like ‘I am between ASL and English is that ASL’s word order is OSV (object very mad’ you would use your face ever learned” to convey the severity of your anger. - subject - verb) whereas English is Whereas in English you can be like ‘I’m SVO (subject - verb - object). So a seriously very very mad’, there is no ASL sentence in English such as ‘I go to the park’ would be signed in the word order equivalent for the English word ‘very’. ‘park I go’. It’s actually really difficult when you’ve been speaking a certain way your whole life, to have What are the main benefits of speaking ASL for you? to use a completely different word order in this nonverbal language. I learned in the first ASL course I took ASL is not only a benefit for me because it will help that there are five parameters to ASL. That includes: me out immensely in my future career, but it is Handshape, Palm Orientation, Location, Movement, something that I have grown very passionate about, and Non-Manual Markers (also known as ‘Facial and something I embrace like it is my own language. Grammar’). Handshape refers to the shape of your I’m not sure that people realize that Deaf culture is a hand, and any slight difference that you potentially thing, and I’m so happy I get the chance to explore that Why did you start studying ASL?

25


culture. The Deaf Community in the twin cities (Minneapolis and St. Paul, red.) is very welcoming to those who are hearing, and I’m beyond excited to become more involved with it. Are there any common misconceptions about ASL? Oh man, this question! A lot of people think that ASL is a direct translation of English, but this is definitely not true. Like I said earlier, ASL has its own word order, and some signs do not exist for certain English words, which is why they use facial grammar so constantly. Moreover, a lot of people think that it’s okay to speak when you are signing (if you are a hearing person), but this is technically viewed as incorrect. Another misconception is that hearing people think deaf people don’t have intellectual capabilities, or have cognitive issues. While this may be the case, just because someone is deaf doesn’t necessarily mean they are unable to learn things. Even to speak! They just need to learn in a different way, which is where signing comes in and why signing is so important. Are there any words or feelings that you cannot sign with ASL, but that you can describe with spoken language (or the other way around)? This is where ASL really varies from English. First of all, there are no pronouns in ASL, so no specific sign to describe he or she. When referring to he or she, you actually use the same sign. ASL also doesn’t use suffixes such as -ed, -ing, or -ion at the end of words. When signing a word with such a suffix, you just sign it with some more words. So if you say the word ‘playing’, there is no ASL equivalent for playing, so you would sign something that translates to ‘currently I play’ or ‘currently we play’.

could do it. A really cool thing happened to me this summer at the Minnesota State Fair. I worked there in a Coca-Cola booth and a guy came up to me and just pointed to the menu of what he wanted. I didn’t think much, but when he signed ‘thank you’ to me, I immediately signed back telling him I knew ASL and that I was sorry I didn’t realize sooner that he was deaf. Later in the week of working at the Fair, I met a few other deaf people and talked to them in ASL as well. I think it’s something that really makes their day, because not a lot of hearing people know ASL, so when they do I think they really appreciate the fact that I’m learning it. Do you have any advice for people who would like to learn Sign Language? The advice I would have is to not be wary of trying to learn it, and knowing it’s okay to mess up learning a new language. It’s really the most rewarding language I have ever learned, and I am so glad that I chose to. I think if it is something that your University offers, or there are some type of Sign Language classes being offered in your area, you should definitely try them out!

Did this interview get you excited about learning Sign Language? Maddie suggested using the following website for learning ASL: www.lifeprint.com.

Do you use ASL in your daily life? If yes, how are the reactions of people you’re communicating with? Did you ever experience something special because of ASL? A lot of the time, I’m really only signing in my ASL class, or when I teach a fun sign to my friends that I learned that day. Although, when meeting someone new it is really fun to say something like ‘Oh I know ASL! Do you want me to teach you to say hi, my name is ___?’ because it gets the conversation going and it’s fun for me to talk about. People are always really shocked to hear I know ASL, because I think it really is a language a lot of people forget about, or people think that it’s so difficult to learn and that they never

26


Text: Nina Serpenti

Tilburg is more important than you might think After graduation, many students leave Tilburg and aim for a job in one of the big cities of the Netherlands, or even go to another country. But what still is unknown for many people, is that a lot of headquarters, big companies and noteworthy brands are located in Tilburg.

1. Albert Heijn distribution center Something not many people know is that the main distribution center of supermarket Albert Heijn is located in Tilburg. That means that all the supermarkets in the Netherlands, Belgium and Germany are supplied by the center in Tilburg. To make sure every one of the more than 1000 stores has enough supplies, employees work 7 days a week, 24 hours a day in this main center in Tilburg. The transporting and packing process takes place during day and night, and is constantly going. The main reason for opening this center in Tilburg in 1971 was the central location of the city. 2. Headquarters of fashion giants Not only food products come from our cozy hometown. Besides the supermarket business, Tilburg is in touch with textile as well. The city once was the biggest producer of textile of the Netherlands and this can still be noticed. The headquarters of fashion giants like Sacha, The Sting and Costes can be found in our beautiful city. On top of this, it does not seem that the growth of shops is stopping any day soon, because the new Primark store is getting five floors full of products!

27


3. Tesla factory We all know Tesla from the Artificial Intelligence technique in their self-driving cars. But did you also know that they only have two factories in Europe and that one of these two is located in Tilburg? Now you do! This factory produces 90 cars a day which adds up to 20.000 cars a year, and they are still growing. In total, 200 employees are working at Tesla Tilburg. Their cars get more advanced every year with new hardware, cameras and sensors. With Tesla in Tilburg, a new opportunity for IT and AI students arises. 4. Achmea Holding N.V. office Last but not least, Achmea Holding N.V., one of the largest suppliers of financial services in the Netherlands, has their Interpolis department in Tilburg. Most people will know Achmea as providing insurances, but they also play a big role in the Dutch stock market. Besides being active in the Netherlands, the company is located and active in five other countries as well. The main goal of the company lies within the insurance field and it owns a lot of brands including Interpolis, Zilveren Kruis and FBTO.

Column: Elaine Buis 2017 has been a year of voting. Of course there musical styles, because every voter has a different were the Dutch parliamentary elections, in which musical taste. I got to vote for the first time. But in December, another election took place for which I voted for I have been wanting to vote for a couple of years the first time: the Top 2000. If you don’t know now, but I was always a little too late to vote. So, this election, it’s a song election organized by a this year I did some extra preparations. I began in radio station which is a countdown from number the summer holidays by making my list. This was 2000 to number 1. Everyone that wants to vote difficult for me, because I didn’t want to overlook gets to elect 20 songs that they like. The great songs. In the end, only half of my original list made it in my definite list in more votes a song gets, the higher it ends December. Nonetheless, I really liked in the list. The radio station starts with song number 2000 on December 25th voting and hearing songs that I voted The Top and ends with number 1 exactly at for on the radio. For me, it’s part of midnight on New Year’s Eve. What the Christmas holidays from now on. 2000 I really like is that the Top 2000 is a compilation of all sorts of genres and

28


Table of contents 18

A first-person view on being a Cognitive Science student

21

Prejudices about the Netherlands

25

Interview with Maddie Espy about Sign Language The Dutch section starts at page 1 and ends at page 16

Tilburg is more important than you might think 11 Interview with Eric Passchier, spokesman at the police

2 Column: ‘Odette’

15 A student’s hobby: radio-DJ’ing

3 Interview with Maikel Verbogt, manager of HEMA Tilburg

16 Column: ‘Christmas feelings’

6 Renting a student’s room: know your rights 7 Bart van der Sloot on the ‘sleepwet’ 9 Going on an exchange 29

27

17 Flow’s hometowns 22 Column: ‘The Winter Olympics’ 23 Yunify 28 Column: ‘The Top 2000’ 30 Column: ‘Valentine’s Day’


Valentine’s Day

Preface Since the new year has just started, you can see, hear and read New Year’s resolutions everywhere. Some people want to start living a healthier life, while others would like to spend more time with their family or focus more on their study. I’m not sure yet, whether I have New Year’s resolutions myself. Actually, I never had any. If I want to do something or start practicing a new hobby, I won’t wait until a new year has started to do so. But maybe the start of a new year is a good moment to think about your goals and dreams. How will you achieve these? Will you have to take action for it? I always try to stay true to myself, whichever opportunity I come across. Therefore, in 2018, I will continue doing the things I have done last year: laughing about things which aren’t even that funny, and putting too much time in refining the smallest details (cough, this Flowzine took me more time than needed, cough). That being said, I would like to pay some more attention to the fact that I am extremely proud of my committee members. This Flowzine contains so many interesting interviews and articles! Enjoy reading, I hope all of you like it as much as I do! - Ayra Lintsen

Colophon: Flowzine 13th edition, January 2018 Study Association Flow Esplanade building 204 Address: Warandelaan 2 5037 AB Tilburg E-mail: info@svflow.nl You can find us on: Twitter, Facebook, YouTube & LinkedIn. Next Flowzine: May 2018

This issue is made by: Ayra Lintsen (commissioner), Nina Serpenti (board buddy), Elaine Buis, Laura Groeneveld, Merel Groot, Jesse Janse & Anne Kessels With participation of: Andrea Damyanova, Maddie Espy, Marina Gomez Fuentes, Nigel Korthout, Niklas Limacher, Marlotte Pannekoek, Eric Passchier, Bart van der Sloot, Jeske van Steen, Lena Thamsen, Peter Uhrin, Maikel Verbogt & Yunify

At the end of January, it becomes clear that it is almost Valentine’s Day. Via all possible media, there are advertisements for this day and in almost every shop, you can buy heart-shaped candies and other presents. The 14th of February is the day of love, but could also be called the day of commerce (just like Christmas). In the United States, they even changed the focus of the day from anonymous love to love in general, just to make more money. Nevertheless, most of us take part in Valentine’s Day, because we think it’s a nice gesture, or because your girlfriend gets mad at you for three days if you don’t buy her a present. Everyone knows that the 14th of February is Valentine’s Day, whether you like it or not. However, I believe that almost nobody knows where this tradition comes from. I didn’t, at least, so I decided to Google it. And honestly, I was a little disappointed. It turns out that there is a lot of ambiguity about this festivity and they don’t even know after which Valentine the festivity is named. The only thing they do know, is that in the year 496 pope Gelasius proclaimed the 14th of February as the day of Saint Valentine and, throughout the years, people made up a lot of myths and stories about Valentine’s Day. Despite the fact that Valentine’s Day was first proclaimed a very long time ago, we only began celebrating it recently. In the Netherlands, celebrating Valentine’s Day and it becoming a big success (from commercial point of view at least) took until 1991. In that year, around the 14th of February, more than two million post cards and packages were sent. However, during the upswing of Valentine’s Day, a lot of criticism emerged. Critics argued that it was a materialistic day, devised by shopkeepers. This is actually true, because florists were the people who tried the hardest to make sure Valentine’s Day would be celebrated in the Netherlands. The funny part of the story is that, in the end, not the florists but the newspapers succeeded in making Valentine’s Day popular. They did this by offering the opportunity to place a message in the special Valentine’s column. Now, bookstores and lingerie shops are taking advantage of this success as well and therefore, Valentine’s day has indeed become the day of commerce. Nevertheless, giving someone else a present is a nice gesture, so take the plunge and send your secret love a post card or treat your lover to something delicious.

Anne Kessels

30


FLOWZINE ISSUE NUMBER 13 EDITION JANUARY 2018

THE MAGAZINE OF STUDY ASSOCIATION FLOW

MADDIE ESPY SPEAKS AMERICAN SIGN LANGUAGE

PETER UHRIN HIS VIEW ON BEING A COGNITIVE SCIENCE STUDENT

FLOW’S HOMETOWNS GET TO KNOW WHERE YOUR FELLOW STUDENTS’ ROOTS LIE


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Flowzine, January 2018 by Study Association Flow - Issuu