Durf in de spiegel te kijken
Verdieping
Diversiteit en inclusie binnen Aveleijn

Reflectieve praktijk Vriendelijk naar jezelf kijken
Verdieping Stilstaan om anders te leren kijken

![]()
Verdieping
Diversiteit en inclusie binnen Aveleijn

Reflectieve praktijk Vriendelijk naar jezelf kijken
Verdieping Stilstaan om anders te leren kijken

Wanneer heb jij voor het laatst echt jezelf aangekeken? Niet snel tussendoor, maar bewust – alsof je even in de spiegel kijkt. In deze editie van de Spigul nodigen we je uit om dat te doen.
Reflectie gaat niet alleen over terugkijken. Het gaat over zien wat er gebeurt, ontdekken wat dat met je doet en leren wat je de volgende keer anders kunt doen. In je werk, in contact met cliënten, met collega’s en met jezelf. Soms is dat makkelijk. Soms ook niet. Maar juist daar begint groei.
In dit nummer vind je verhalen die je helpen om stil te staan en opnieuw te kijken. Je leest hoe collega’s reflecteren in hun werk, hoe teams samen leren en hoe kleine inzichten grote veranderingen kunnen brengen. Bijvoorbeeld in de reflectieve praktijk: vriendelijk kijken naar jezelf, zonder oordeel. Of in het Radarmodel, dat je helpt
om anders naar zorgvragen te kijken.
We nemen je ook mee in thema’s als diversiteit en inclusie. Want hoe kijken we naar elkaar? Wie zien we – en wie misschien nog niet? Reflectie helpt ons om verder te kijken dan wat we al gewend zijn, en om verbinding te maken.
Misschien herken je jezelf in de verhalen over vrijwilligerswerk, waar iemand ontdekt hoe zijn rol verandert. Of in de artikelen over complexe zorg, waar niet alles meteen duidelijk is en je samen moet zoeken naar wat werkt. Overal zie je hetzelfde terug: door stil te staan, ontstaat ruimte om anders te kijken.
D eze Spigul is daarmee vooral een uitnodiging om stil te staan bij je werk en je ervaringen. Om jezelf vragen te stellen.
Om het gesprek aan te gaan. Om te blijven leren.
Dus sla de volgende pagina om en kijk mee. Wat zie jij als je in de spiegel kijkt?
Veel leesplezier!
Heb jij een inspirerend verhaal? Of een les die je geleerd hebt en wil delen? Mail naar communicatie@aveleijn.nl




















































































































Colofon
Redactie communicatie@aveleijn.nl
Redactie
Elles Kamp, Chris Grootjans, Erna Broekman, Inge Masselink, Julia Regtop-Mulder, Linda Ligtenberg, Renske Willems.
Met bijdragen van en dank aan Bianca Bastiaans-Boers, Laura Rooselaar- ten Thije, Esther Worsseling, Manuela Seijger, Sabine van der Zwam, Rachel van der Meulen, Marly Meijer, Nolan Leus, Andy Bos, Carla Grummel, Thomas Ossevoort, Ilon ter Heide, Taha Barazi, Aboe Omar, Marian Huiskes, Loes Herbers, Tim Hemmer, Maruja de Vries, Silvie, Adrie, Mickey Scherer, Claudia Feringa, Gonneke van Veen, Hans Aalders, Bart Bouwhuis, Margot Oude Nijhuis, Marloes van de Maat.
Beeldmateriaal
Marlie Koggel
Ontwerp Chris Grootjans
Druk GI Business Promotors

Reflectie is een vriendelijke manier van naar jezelf kijken. Het gaat niet over fouten zoeken of jezelf beoordelen. Het is bedoeld om je bewuster te worden van je gedrag, je talenten en je valkuilen. Bij Aveleijn zien we reflectie als een bron van groei. Het helpt ons om stil te staan bij wat werkt voor cliënten, wat werkt in samenwerking en wat werkt voor onszelf.
Leven vol betekenis ontstaat in relatie met anderen
Volgens Korthagen (emeritus-hoogleraar onderwijskunde aan de Universiteit Utrecht) is reflectie een bewust en weloverwogen proces van denken over en interpreteren van ervaringen om het eigen handelen beter te leren doorgronden en hiervan te leren
Door te reflecteren kun je verbindingen leggen tussen wat je hebt gezien, ervaren, gedacht en gedaan.
Je kijkt niet alleen terug op situaties (wat gebeurde er?) maar ook naar jezelf:
• Wat deed ik?
• Waarom koos ik daarvoor?
• Wat voelde ik?
• Wat kan ik een volgende keer anders doen?
Het gaat verder dan alleen je handelen. Het gaat ook over wie je bent als mens:
• Hoe reageer ik onder druk?
• Welke patronen heb ik ontwikkeld?
• Hoe blijf ik dichtbij mijn waarden?
Reflectie is iets dat je doet vóór, tijdens en na een situatie. Soms denk je pas na een dienst: ‘Goh, dat gesprek raakte me… waarom eigenlijk?’ Maar vaak gebeurt het ook in het moment: je voelt iets verschuiven, je stelt een andere vraag, je maakt bewust een andere keuze. Precies daar ontstaat professionaliteit.
Binnen Aveleijn
Onze missie is bijdragen aan een leven vol betekenis. Dat lukt alleen als we als medewerkers, vrijwilligers én teams blijven ontwikkelen. Reflectie is daarbij een belangrijke sleutel.
Reflectie is gegroeid in de praktijk, samen met ons waardenwerk. Toen de basis van onze kernwaarden stevig stond, ontstond ook de ruimte om echt stil te staan bij ons eigen handelen. Managers en gedragswetenschappers werden geschoold in reflectie en doken er met nieuwsgierigheid en toewijding in. Zij gingen samen op zoek: wat is reflectie eigenlijk? Waarom is het belangrijk? En wat betekent het voor ons werk met cliënten en collega’s?
Beweging
Vanaf het begin was één ding duidelijk: reflectie kun je niet opleggen. Het werkt alleen als het wordt gestimuleerd en gevoed. Zo ontstond in 2018 de Reflectieve Praktijk; een groep deskundige en bevlogen collega’s die reflectie op een inspirerende manier uitdraagt binnen Aveleijn. In teams en op locaties brengen zij laagdrempelig en toepasbaar over hoe opbrengsten van reflectie bijdragen aan kwaliteit van leven en werken. Zij nodigden mensen uit om naar zichzelf te kijken, waardoor beweging ontstond. Reflectie werd geen kunstje, maar een manier van werken die steeds meer in het DNA van medewerkers kwam te zitten.
Ontwikkelingen
In die beginjaren lag de focus vooral op cliëntcasuïstiek. Logisch, want daar raakt ons werk direct aan de bedoeling van zorg. In de loop van de jaren verschoof die aandacht steeds meer naar het team. We werden ons bewuster van hoe groot de invloed van een krachtig team is op de kwaliteit van zorg. Wanneer reflecteer je op je eigen handelen, wanneer werk je aan
teamontwikkeling? En wie draagt daarin welke verantwoordelijkheid? Die scherpte helpt ons om reflectie betekenisvol te houden.
Samen en alleen
Reflectie vraagt dat je om je heen kijkt en ziet wat er nodig is. De groep die zich bezighoudt met reflectieve praktijk bracht – en brengt nog steeds – veel energie en passie mee. Mensen vullen elkaar aan, er is openheid en een sterke drive voor zelfontwikkeling. Dat is ook nodig, want je kunt reflectie alleen uitdragen als je zelf bereid bent om in de spiegel te kijken.
Die spiegel hoeft niet alleen van collega’s te komen. Cliënten kunnen daarin een grote rol spelen. Zij zien vaak haarfijn waar je sterke kanten liggen en waar je nog kunt groeien.
Veiligheid
Reflecteren betekent erkennen dat je professioneel bent, maar ook mens. Dat je mag zeggen dat iets lastig is. Dat je stilstaat bij je waarden en je patronen, omdat jij zelf je belangrijkste instrument bent. Veiligheid speelt hierin een sleutelrol. Je hebt veiligheid nodig om te kunnen reflecteren, maar door samen te reflecteren ontstaat die veiligheid ook. Zo bouwen we aan een lerende organisatie.

Reflectie houdt ons bij de bedoeling
Juist in tijden waarin veel verandert, helpt reflectie om stevig te blijven staan en met vertrouwen nieuwe stappen te zetten. De zorgvragen worden complexer. De systemen worden strakker. De werkdruk is voelbaar. Daardoor kan de focus snel verschuiven naar ‘afvinken’ of ‘doelen halen’. Reflectie brengt ons terug bij de waarom-vraag:
• Waarom doen we wat we doen?
• Draagt dit bij aan het leven van de cliënt?
• Past deze keuze bij onze kernwaarden: Ontmoeten, Ontwikkelen, Ondersteunen?
Reflectie helpt ons om niet te werken op de automatische piloot, maar met aandacht en vakmanschap.
Het versterkt onze professionaliteit
Reflectie zorgt ervoor dat we bewust stil staan bij:
• Hoe we aansluiten bij de cliënt;
• Hoe we samenwerken als team;
• Hoe we omgaan met emoties;
• Hoe we leren van casuïstiek en ervaringen.
Het maakt je werk niet alleen beter, maar ook rijker. Door te reflecteren leer je jezelf kennen — en kun je beter aansluiten bij de ander. Dit vormt de basis voor systemisch kijken, waarin je jezelf moet kennen om de ander te begrijpen.

Het draagt bij aan een lerende organisatie
Aveleijn wil een omgeving zijn waar we blijven ontwikkelen. Reflectie maakt dat mogelijk:
• Individueel leren → groeit naar teamleren;
• Teamleren → groeit naar organisatiebrede inzichten;
• Kleine reflectiemomenten → worden grote kwaliteitsverbeteringen.
Reflectie zorgt ervoor dat we als organisatie wendbaar zijn en blijven aansluiten bij de wereld van morgen.
Wil je meer leren?
In de loop der jaren hebben we op allerlei manieren en momenten gedeeld hoeveel reflectie binnen onze organisatie betekent.
computer Leerpleijn (intern Aveleijn):
Binnen Aveleijn vind je trainingen over:
• Herkennen en beïnvloeden van jezelf;
• Omgaan met complex gedrag;
• Systemisch kijken;
• Reflectieve vaardigheden in verschillende leerlijnen.
Deze trainingen sluiten naadloos aan op de reflectieve werkwijze binnen Aveleijn.
computer Portaal Reflectieve praktijk (intern): Kijk via deze QR code op het portaal wat Aveleijn biedt aan kennis en hulpmiddelen.
Het zorgt voor een veilig en warm werkklimaat
Reflectie vraagt moed. Het betekent dat je eerlijk en open naar jezelf durft te kijken. Daarvoor heb je een veilige sfeer nodig waar collega’s naar elkaar luisteren, zonder oordeel. Binnen Aveleijn willen we dat veilige klimaat actief voeden: ruimte maken voor gesprekken, voor vragen, voor twijfels, voor successen én voor lastige momenten.
De spiegel is niet alleen van jou
Reflectie doen we niet om alleen beter te worden. We doen het ook voor onze cliënten, voor elkaar, voor de kwaliteit van onze zorg, om het werk menselijk te houden en om trots te blijven op wie we zijn. Wanneer jij in de spiegel kijkt, zie je meer dan jezelf. Je ziet een professional die het verschil maakt — elke dag opnieuw. En dat begint bij even stilstaan.
book Blinde vlekken (intern):
Aveleijn nodigde Anne Gehring uit om als pottenkijker een tijdje in onze organisatie rond te lopen. Anne is theatermaker en moeder van Felix. We vroegen haar ons
op het spoor te zetten van falende afstemming en blinde vlekken. Scan deze QR code om het boekje te lezen met haar bevindingen.
book Reflection in action door L. Kolkman en R. Timmerman: Iedere week is er een nieuwe vraag waar jij antwoord op geeft of een opdracht die je uitvoert. De vragen en opdrachten herhalen zich drie jaar, zodat je terug kan zien hoe je je voelde, wat je dacht, wat je deed en wat je wilde. Bekijk dit boekje via deze QR code. Wil je het zelf gaan gebruiken?
Vraag dan een exemplaar aan via communicatie@ aveleijn.nl
book In dialoog door Kees Korthagen: Korthagen is dé grondlegger van reflectief leren in Nederland. Zijn werk legt helder uit waarom reflectie helpt om bewuster te handelen, minder op de automatische piloot te werken en beter aan te sluiten bij de ander. Zijn kern: leren doe je door ervaring te verbinden aan betekenis.
book De kracht van kwetsbaarheid door Brené Brown: Hoewel geen klassiek reflectieboek, leert het je om zachter naar jezelf te kijken. Dat maakt reflectie veiliger en eerlijker. Brown legt uit hoe moed en openheid helpen in relaties, teams en zorgsituaties.
Reflecteren is waardevol
— maar ook soms lastig
Reflecteren klinkt mooi, maar is niet altijd eenvoudig. Zeker niet wanneer:
• Je werkdruk voelt;
• Je emoties groot zijn;
• Situaties complex zijn;
• Je jezelf kwetsbaar moet opstellen;
• Je niet precies weet hoe te reflecteren.
Daarom is reflectie juist iets dat we samen doen — in teams, in gesprekken, in begeleidingsmomenten. Niemand hoeft het alleen te kunnen. Collega’s vanuit de Reflectieve Praktijk kunnen en willen hier graag bij ondersteunen. Je kunt hen benaderen via reflectiepraktijkleiders@ aveleijn.nl
Reflecteren wordt makkelijker als we het klein maken: een vraag, een moment, een gesprek. Niet perfect. Wel echt. We bieden je wat oefeningen voor zelfreflectie en reflectie in je team.
Zelfreflectie
1. Begin klein: één vraag is genoeg
Stel jezelf na een dienst één van deze vragen:
• Wat ging er vandaag goed?
• Waar werd ik geraakt?
• Welke keuze maakte ik bewust?
• Wat leerde ik van een cliënt of collega?
2. Kijk met een vriendelijke blik
Reflectie is geen beoordeling.
Stel jezelf de vraag:
‘Als een collega dit zou vertellen, hoe mild zou ik dan reageren?’
play Geef jezelf dezelfde mildheid.
3. Reflecteer in het moment
Soms voel je tijdens een gesprek al dat er iets gebeurt. Dit is ‘reflectie in action’. Sta daar even bij stil:
• Waarom voel ik dit?
• Wat heeft de cliënt nu nodig?
• Wat heb ík nu nodig?

4. Schrijf iets op
Een paar zinnen zijn genoeg. Door op te schrijven, maak je gedachten helder.
5. Doe het samen
Reflectie wordt pas echt krachtig wanneer je het deelt:
• In het team;
• In casuïstiekbespreking;
• Met je coach;
• Met gedragswetenschapper;
play In gesprek hoor je nieuwe perspectieven die je blik verruimen.
6. Verbind je reflectie aan onze kernwaarden
Vraag jezelf af:
• Heb ik vandaag écht ontmoet?
• Heb ik ruimte gegeven voor ontwikkeling?
• Heb ik ondersteund op een manier die past bij de persoon?
7. Oefen in hardop denken
Vertel eens aan een collega: ‘Ik merk dat ik hierover twijfel.’
play Dat is reflectie in zijn puurste vorm.

Teamreflectie
Oefening 1: De Spiegelvraag
Kies één kant van jezelf die je graag wilt versterken. Deel dit met elkaar:
• Wat zie ik bij mezelf?
• Wanneer helpt dit mij?
• Wanneer belemmert het mij?
play Sluit af met wat je morgen één klein beetje anders wilt doen.
Oefening 2: Vier keer kijken
Reflecteer op een situatie aan de hand van: 1. Wat gebeurde er?
2. Wat deed ik?
3. Wat voelde ik?
4. Wat heb ik nodig om verder te groeien?
Oefening 3: De waarderende terugblik
Kijk als team terug op een moment dat goed ging.
• Wat maakte dit zo waardevol?
• Wat kunnen we daarvan meenemen naar andere situaties?

collega die niet direct bij het eigen team of de situatie betrokken is.
Aveleijn’s Bedrijfsopvangteam (BOT) is er voor je als je iets ingrijpends hebt meegemaakt
Werken in de zorg is mooi. Het is betekenisvol, mensgericht en vaak hartverwarmend. Maar soms is het ook intens. Want in het werken met mensen, zeker wanneer ze kwetsbaar zijn, kunnen situaties ontstaan die heftig zijn. Momenten waarin je als medewerker, vrijwilliger of stagiaire iets meemaakt dat je bijblijft. Een schokkende gebeurtenis of een grens die wordt overschreden, verbaal of fysiek. Welke impact dat op je heeft, is heel persoonlijk. Wat voor de één klein is, kan voor de ander groot zijn. Op zulke momenten vinden we het belangrijk dat je er bent voor elkaar. Dat je passende opvang en nazorg kunt krijgen als je dat nodig hebt. Daarom hebben we een Bedrijfsopvangteam ingericht. Dit team van collega’s staat voor je klaar als je iets ingrijpends hebt meegemaakt.
Waarvoor en hoe kun je bij het BOT terecht?
Het maakt niet uit wat er gebeurd is; zodra het impact op je heeft gehad en je hiervoor nazorg wilt, kun je terecht bij het BOT.
Voorbeelden van impactvolle gebeurtenissen zijn:
• Agressie, geweld, bedreiging, intimidatie of (seksueel) grensoverschrijdend gedrag.
• Ernstig letsel, ziekte, reanimatie of overlijden.
Elkaar opvangen als team
Wanneer er iets gebeurt dat als ingrijpend wordt ervaren, is de eerste opvang heel belangrijk. Die begint bij het team en de manager. Zij kennen de situatie, de dynamiek en elkaar. Het team is de plek waar we er voor elkaar zijn, waar ruimte moet zijn om je uit te kunnen spreken als iets je geraakt heeft. Maar soms is dat niet genoeg. Dan is het juist prettig om met iemand buiten het eigen team te praten.
Het Bedrijfsopvangteam (BOT)
Sinds januari 2026 kun je hiervoor terecht bij een speciaal Bedrijfsopvangteam (BOT). Dit team staat klaar voor medewerkers, vrijwilligers en stagiaires die een impactvolle gebeurtenis hebben meegemaakt, en daarover in gesprek willen met een getrainde
• Ethische dilemma’s met emotionele lading.
• Fouten of nalatigheid in de uitvoering van werk.
• (Medische) incidenten met cliënten, collega’s, naasten of externe partijen.
• Prik- of bijtincidenten met mogelijke besmetting.
• Aandacht van (sociale) media of politieonderzoek.
Het BOT biedt geen therapie, maar wél een luisterend oor. Een plek waar je je verhaal kwijt kunt, waar ruimte is voor gevoelens, verwarring of vragen. Een veilige eerste stap richting verwerking of vervolgstappen als die nodig zijn.
Samen werken aan een veilige omgeving Reflectie, stilstaan bij ons eigen handelen en met elkaar in gesprek zijn over wat goed gaat en waar we van kunnen leren, zit in onze cultuur. Daar hoort ook bij dat je regelmatig stilstaat bij wat iets met jou doet. Als er iets gebeurt, is het fijn om te kunnen zeggen dat het je raakt. Zo kun je elkaar als collega’s begrijpen. Dat uitspreken is niet vanzelfsprekend voor iedereen. Het kan bijvoorbeeld uitmaken of je net van de opleiding komt, of jaren ervaring hebt. Daarom is het goed om hier oog voor te houden, door te vragen als er iets gebeurd is en signalen serieus te nemen. Zo nemen we samen de verantwoordelijkheid voor goede nazorg bij impactvolle gebeurtenissen.
Heb je iets anders meegemaakt dat impact op je heeft gehad? Twijfel dan niet om contact op te nemen met het BOT. Zij zijn bereikbaar op werkdagen en proberen het eerste gesprek zoveel mogelijk binnen 48 uur plaats te laten vinden. Je kunt contact opnemen met Bianca Bastiaans-Boers en Laura Rooselaar- ten Thije via 088-2832196 of bot@aveleijn.nl
Sinds september 2025 zijn Esther Worsseling en Manuela Seijger als duo actief binnen Aveleijn als deskundigen infectiepreventie. Vanuit Labmicta werken zij nauw samen met de commissie Infectiepreventie. In dit artikel vertellen zij hoe zij Aveleijn ondersteunen bij alles wat te maken heeft met infectiepreventie.
Waarom is infectiepreventie zo belangrijk? Elke zorginstelling in Nederland is verplicht om een infectiepreventiecommissie te hebben. Deze commissie bewaakt en monitort de veiligheid rondom infectiepreventie, met als doel infecties te voorkomen en de verspreiding ervan tegen te gaan.
Esther en Manuela leveren binnen deze commissie vooral de inhoudelijke expertise. Zij volgen landelijke en regionale ontwikkelingen, brengen actuele kennis in, denken mee over beleid en werken samen aan het jaarplan. Tegelijkertijd weten zij als geen ander dat infectiepreventie zich niet altijd laat plannen. ‘Uitbraken of acute situaties vragen soms direct om actie’, vertellen zij.
Geen dag is hetzelfde
Wat Esther en Manuela zo leuk vinden aan hun werk? Dat geen dag hetzelfde is. Hun werkzaamheden lopen uiteen van het geven van adviezen en het begeleiden van uitbraken tot audits, scholingen en projecten. Soms is één telefoontje al genoeg om de hele dag er anders uit te laten zien.

Ook het sociale aspect speelt een grote rol. ‘We hebben contact met veel verschillende mensen binnen organisaties, van facilitaire dienstverlening en schoonmaak tot managers en de Raad van Bestuur. Al deze disciplines hebben op hun eigen manier te maken met infectiepreventie.’
Binnen Aveleijn is dat extra bijzonder. ‘We werken hier met een doelgroep die anders is dan wij gewend waren. Cliënten met een verstandelijke beperking vragen om een andere benadering en dat maakt ons werk juist zo uitdagend.’
Richtlijnen en de praktijk
Infectiepreventie werkt met duidelijke richtlijnen, maar vraagt in de praktijk vaak om aanpassing. Het gedrag van cliënten is niet altijd voorspelbaar en instructies worden soms minder goed begrepen. ‘Infectiepreventie vormt een belangrijke basis binnen goede zorgverlening. Er zijn richtlijnen waar je aan moet voldoen, maar daarnaast is het belangrijk om te kijken wat haalbaar en passend is voor de doelgroep’, leggen Esther en Manuela uit. Dat vraagt soms om flexibiliteit binnen de geldende richtlijnen.
In beeld bij locaties
De afgelopen periode hebben Esther en Manuela veel locaties bezocht. Zo kregen zij een goed beeld van de verschillende doelgroepen, woonomstandigheden en vorm van zorg binnen Aveleijn. Dat is belangrijk;
bij vragen over bepaalde infecties wil je weten hoe iemand woont en leeft, om passende maatregelen te kunnen adviseren. Daarnaast hebben zij zich voorgesteld bij de regiotafels. Tijdens de kennismakingrondes zijn zij op locaties heel warm, open en gastvrij ontvangen. ‘Leuk en waardevol om op deze manier kennis te maken.’
Binnen Aveleijn werken Esther en Manuela samen met kennisdragers op een aantal locaties. Deze medewerkers fungeren als belangrijke schakel tussen de werkvloer en de commissie. Zij signaleren wat er speelt op de locatie en brengen vragen, knelpunten en ideeën in.
Praktische tip
Draag je tijdens het werk een smartwatch? Overweeg dan om deze niet om je pols te dragen. Onder horloges kunnen microorganismen achterblijven. Met een langer bandje kun je de smartwatch ook om je bovenarm of enkel dragen, of bevestigen aan je broeklus. Zo blijft hij gewoon je stappen tellen, maar is er minder risico op overdracht.
Heb je een vraag over infectiepreventie, twijfel je over een situatie of wil je sparren over passende maatregelen? Esther en Manuela denken graag met je mee. Je kunt hen bereiken via: infectiepreventie@labmicta.nl
‘Als
Complexe zorg vraagt daarom om meer dan kennis alleen. Het vraagt om een brede blik: samenwerken, onzekerheid verdragen en oog hebben voor elkaar. Het gaat om het samenspel tussen cliënt, team, organisatie en samenleving. Alleen samen kunnen we voorkomen dat kwetsbare situaties (nog) complexer worden.
Complexiteit van zorg als gezamenlijke ontdekkingstocht

Stel je voor dat je niet past. Niet in het tempo, niet in de regels, niet in wat we normaal vinden. Wat doen we dan?
Lange tijd draaide zorg om beheersen, uitsluiten en afzonderen. Afwijkend gedrag zagen we vooral als een probleem van het individu, los van de omgeving. Dit verhaal begint in Haarlem, bij het Dolhuys. Wat in 1320 begon als melaatsenoord, werd later een dolhuis: een plek om mensen die afweken, apart te zetten van de samenleving.
Dat perspectief is veranderd. De aandacht verschoof van probleem naar mens. Van gedrag naar context. We proberen niet langer vooral te beheersen, maar te begrijpen. Niet uit te sluiten, maar te begeleiden. Die beweging vormt de basis van hoe we vandaag kijken naar de toenemende complexiteit van zorg.
Vanuit het programma Toenemende complexiteit van zorg richten we ons op een andere manier van omgaan met complexe zorgvragen.
Complexiteit is meer dan gedrag Bij ingewikkelde zorgvragen denken we vaak dat het probleem bij de cliënt ligt: bij gedrag dat vastloopt of moeilijk te duiden is. Dan zoeken we naar extra kennis, een nieuwe methode of een training. Maar meer weten betekent niet altijd dat het beter gaat.
In de praktijk zit complexiteit niet alleen in de cliënt, maar ook in alles eromheen. Denk aan personeelstekorten, onduidelijke rollen, verschillende opvattingen en keuzes waar we weinig invloed op hebben. In overleg blijven belangrijke vragen soms onuitgesproken; mensen willen zich eerst gehoord voelen. Emoties horen daarbij en zijn een signaal dat laat zien waar het schuurt.
Als er ruimte is om te luisteren, ontstaat rust. Dan kunnen we samen zoeken naar wat mogelijk is. Wat cliënten nodig hebben – veiligheid, erkenning en gezien worden –hebben teams ook nodig.
Hoe wij bij Aveleijn kijken naar complexiteit Bij Aveleijn zien we complexiteit als onderdeel van het leven en van ons werk. Het hoort niet alleen bij specifieke teams of locaties, maar komt voor op iedere plek in de organisatie. Vaak zit het in het alledaagse, wanneer standaardoplossingen niet meer passend zijn.
Het gaat om de dynamiek tussen mensen, hun omgeving en de systemen waarin zij leven. En om begeleiders die blijven zoeken naar wat nodig en passend is.
De benodigde ondersteuning is daarom altijd persoonlijk maatwerk.
Dit doen we samen
Deze verandering geven we samen vorm met de mensen in onze gemeenschap: cliënten en verwanten, medewerkers en vrijwilligers, de organisatie Aveleijn én partners en financiers. Het biedt richting en een gedeelde taal en is tot stand gekomen met aandacht voor landelijke ontwikkelingen, zoals de Wet zorg en dwang en veranderingen in het sociaal domein.
Het veranderverhaal is de afgelopen periode op verschillende plekken binnen de organisatie gedeeld en wordt de komende tijd verder verspreid. Het nodigt uit tot herkenning en gesprek.
Dit betekent het in de praktijk
Wil je meer weten over het programma
Toenemende complexiteit van zorg en hoe we dit in de praktijk vormgeven? Op de portaalpagina lees je wat we doen, delen we ervaringen en vind je hulpmiddelen om samen verder te komen. Neem dan contact op met het programmateam, onder leiding van manager Sabine van der Zwam.
We begeleiden mensen met complexe zorgvragen in de context die er is. Iedereen verdient passende ondersteuning in de eigen omgeving. Daarom investeren we in het versterken van teams, het delen van kennis en expertise en in hulpmiddelen zoals het Intern Crisis Ondersteunings Team.
We dragen eraan bij dat ieder mens zich gezien weet – cliënt én medewerker. We werken aan (h)erkenning en handelingskracht en zetten ons in om stigma te doorbreken. Door samen te leren en situaties bespreekbaar te maken, ontstaat ruimte voor nabijheid, veiligheid en vertrouwen.
‘Ik merk dagelijks dat de zorg complexer wordt. Waar je vroeger vaak kon inspelen op één duidelijke zorgvraag, spelen er nu meerdere dingen tegelijk. Cliënten hebben steeds vaker te maken met een combinatie van een verstandelijke en lichamelijke beperking, psychische problematiek, gedragsuitdagingen en soms ook sociale of financiële problemen. Tegelijkertijd wordt er meer eigen regie verwacht en zijn netwerken niet altijd vanzelfsprekend.
Ik begrijp ook heel goed dat die complexiteit bij collega’s spanning of onzekerheid kan oproepen. Juist daarom is het belangrijk om daar ruimte voor te maken en het gesprek aan te gaan. De kracht zit uiteindelijk niet alleen in systemen of regels, maar vooral bij ons: de collega’s op de werkvloer.’
Rachel van der Meulen - senior begeleider
In een veranderende wereld maken we ruimte voor kwetsbare mensen. Dat vraagt om samenwerking en om afgewogen keuzes in de zorgketen. Samen met onder andere GGZ-organisaties, huisartsen en gemeenten zoeken we naar passende oplossingen rondom wonen en ondersteuning.
‘Bij de Geesinkbrink werken we met uiteenlopende teams en doelgroepen, en dat maakt dat complexiteit voor iedereen iets anders betekent. Voor het ene team zit die vooral in onbegrepen gedrag en emotionele signalen, voor het andere in de intensieve verzorging en nabijheid bij mensen met een meervoudige beperking. Wat al die situaties gemeen hebben, is dat ze vakmanschap vragen – alleen steeds op een andere manier.
‘Het is lastig om één oorzaak aan te wijzen voor de toenemende complexiteit van zorgvraagstukken. Meerdere maatschappelijke ontwikkelingen versterken elkaar, waardoor complexiteit van een situatie soms pas later herkend wordt. Als je daarbij betrokken bent, kan dat een gevoel van onmacht geven. Dan is het belangrijk om te kijken waar je nog wél invloed op hebt en hoe je weer beweging kunt creëren.
Soms vraagt dat niet direct om een oplossing, maar om het met elkaar kunnen verdragen van een ingewikkelde situatie. Samen voelt dat minder zwaar dan alleen. Dat vraagt van ons als individu, team en organisatie om samenwerking en om breed te kijken vanuit verschillende perspectieven.’
Marly Meijer – gedragswetenschapper
Wat mij positief opvalt, is de grote bereidheid om samen te leren. Tegelijkertijd hoor ik ook terug dat het werken met een andere doelgroep spannend kan zijn. ‘Ik wil wel, maar ik vind het spannend.’
Door die gevoelens te erkennen en bespreekbaar te maken, ontstaat ruimte om samen te groeien.
Nolan Leus - Manager Geessinkbrink

‘Doe es normaal’ - Andy Bos
Mensen vormen samen een gemeenschap en de gemeenschap vormt mensen. Ook Aveleijn is een gemeenschap vol mensen met verschillende overtuigingen, normen en waarden die elkaar beïnvloeden. Vanuit al deze verschillen werken we samen aan een hoger doel: leven vol betekenis. Onze organisatiewaarden Ontmoeten, Ontwikkelen en Ondersteunen geven richting aan hóe we samenwerken aan dit hogere doel. De mensen, de omgeving en omstandigheden veranderen voortdurend. De kernwaarden zijn ons houvast maar het zijn geen statische begrippen. Hoe we hier invulling aangeven verandert mee.
In de afgelopen periode hebben we achter de schermen stil gestaan bij ons waardenwerk. Uit evaluaties, verslagen en gesprekken met ambassadeurs, reflectieve praktijkleiders en anderen uit de organisatie kwam een aantal thema’s naar boven die we verder willen verkennen. Eén daarvan is inclusie binnen Aveleijn. We denken daarbij vaak aan inclusie van mensen met een verstandelijke beperking in de samenleving. Daarin gebeuren al veel mooie en zichtbare dingen. We zetten breed in op participatie via kunst en cultuur, sport, ervaringsdeskundigheid en het ondersteunen van cliënten om op hun eigen manier mee te doen in de maatschappij.
Hoe inclusief zijn we zelf?
Maar nu ging het juist ook over de vraag hoe inclusief we zelf eigenlijk zijn als organisatie. Wie voelen zich gezien en betrokken (of juist niet), en waar lopen mensen soms tegen drempels aan? Om hier meer inzicht in te krijgen gingen we na een oproep op het portaal verder in gesprek over diversiteit en inclusie binnen Aveleijn met een aantal medewerkers, cliënten, vrijwilligers en verwanten.
Zonder inclusie is diversiteit een optelsom van verschillen
Diversiteit gaat over verschillen. Over een mix van mensen bij elkaar met uiteenlopende achtergronden, eigenschappen, talenten
en levensverhalen. Die verschillen kunnen zichtbaar zijn (huidskleur, man/vrouw, jong, oud, etc.) of onzichtbaar (gender, religie, politiek, karakter, etc.) Diversiteit is een gegeven. Inclusie gaat over wat je met die verschillen doet. Een inclusieve cultuur is een (werk)omgeving waarin ruimte is voor verscheidenheid, waarin mensen zich gerespecteerd en welkom voelen en daadwerkelijk kunnen meedoen. Het gaat over de vraag hoe we samen mens kunnen zijn - ongeacht al die verschillen - en hoe je het beste uit iedereen kunt halen.
Onderzoek laat zien dat een diverse samenstelling in combinatie met een inclusieve cultuur bijdraagt aan grotere betrokkenheid, meer innovatie en betere samenwerking. Mensen blijven langer verbonden aan een organisatie wanneer zij zich veilig en gewaardeerd voelen. Inclusie vermindert het wij-zij-denken en vergroot het onderlinge begrip.
Van ideaal naar dagelijkse praktijk Een inclusieve gemeenschap zijn is geen eenvoudige opdracht in de praktijk. Met 2.666 cliënten, 2.125 medewerkers, 866 vrijwilligers en een groot aantal verwanten bestaat onze organisatie uit een omvangrijke en veelzijdige groep mensen. Goed omgaan met en het benutten van deze diversiteit gaat niet vanzelf.
We zijn wel op allerlei manieren op weg. Zo proberen we mensen zonder verstandelijke beperking te helpen zich te verplaatsen in wat het betekent om te leven met een verstandelijke beperking. Bijvoorbeeld door ontmoetingen tussen mensen met en zonder verstandelijke beperking te organiseren, of door Virtual Reality ervaringen aan te bieden. We willen verwanten beter leren kennen met de workshop Iedereen aan boord voor verwanten. We leren beter omgaan met verschil door het gedachtengoed van Deep Democracy en we betrekken zoveel mogelijk ervaringsdeskundigen bij ontwerp- en besluitvorming. We streven ernaar dat ieder mens in onze gemeenschap zich op zijn eigen manier kan ontwikkelen:
‘We werken aan een leercentrum voor cliënten. En we denken over een inclusief informatie- en contactsysteem waar ook cliënten, verwanten en vrijwilligers toegang toe hebben. Hoe mooi zou het zijn als er één platform is voor iedereen. In de manier waarop we nieuwe medewerkers aantrekken kijken we ook verder dan het bekende. Zoals het traject Anders opgeleiden en kansen voor zij-instromers; hierdoor groeit het aantal mensen met een andere achtergrond dan zorg. Anders omgaan met instroom biedt kansen en brengt nieuwe perspectieven in ons werk.’ Carla Grummel, manager HR

Deze voorbeelden sluiten aan bij wat we ook horen in de gesprekken: we ervaren inclusie binnen Aveleijn vooral als gezien worden om wie je bent, mee mogen doen, focus op mogelijkheden en serieus genomen worden. Of zoals Andy het mooi verwoord, ‘Je ontkomt er niet aan’:
‘Ik denk eerlijk gezegd dat Aveleijn wel inclusief moet zijn, omdat de doelgroep heel divers is. Je ontkomt er niet aan. Het voelt voor mij alsof Aveleijn dit altijd al van nature doet. Dat zie ik en dat merk ik. Er is een intrinsieke motivatie om ervoor te zorgen dat iedereen mee kan doen en dat je kunt zijn wie je bent of wie je wilt zijn.’ Andy Bos, lid van de Centrale Cliëntenraad - Verwanten (CCR-V)
Tegelijkertijd laten de interviews zien dat inclusie niet iets is wat vanzelfsprekend is. Soms betekent het ook durven kijken naar bestaande systemen, routines en aannames die kunnen schuren met het gevoel van erbij horen. Zoals Thomas en Ilon van de Sterkplaats vertellen ‘dat een diploma nog geen baan betekent’:
‘Ik ben enorm trots op mensen als Thomas. Je ziet hoeveel groei er mogelijk is. Aveleijn heeft jaren geleden uitgesproken dat Sterkplaats belangrijk is. Is het dan niet ook onze opdracht om mensen met een Sterkplaats-diploma iets te bieden, binnen of buiten onze organisatie?’ Ilon ter Heide, coach Sterkplaats en Team SAM
‘De Sterkplaats is een fijne plek waar je open kunt zijn en kunt delen wat je voelt. Ik heb hier zelfvertrouwen gekregen en binnenkort haal ik mijn diploma. Nu wil ik graag werken bij Aveleijn. Dat ik echt aan het werk kom, is denk ik iets van de lange adem. Daar moet je geduld voor hebben. En dat heb ik wel. Maar ik wil ook graag verder groeien.’ Thomas Ossevoort, student Sterkplaats
De systeemwereld en wat je wenst in de wereld sluiten niet altijd goed aan.
‘Meer inclusief talent benutten is iets wat we graag willen, maar er zit ook een juridische en morele kant aan. Kun je bijvoorbeeld wel tegelijk iemands werkgever en zorgaanbieder zijn? Hoe zit dat dan met verantwoordelijkheden en financieringen? Dit vraagt nog meer onderzoek.’
Carla Grummel

2.666 1 jaar jongste cliënt gemiddelde leeftijd 100 jaar oudste cliënt daglocatie wonen cliënten
* Deze cijfers geven een beperkt beeld van de diversiteit binnen Aveleijn. Over verwanten weten we centraal bijna niks. Veel wordt niet vastgelegd. Zo weten we niet hoeveel verschillende nationaliteiten, talen, religies of achtergronden binnen Aveleijn aanwezig zijn. Of welke geaardheid het meest voorkomt. En ook niet hoeveel collega’s met een beperking in dienst zijn, of hoeveel cliënten werken als vrijwilliger. Of hoeveel collega’s ook verwant zijn. Of mantelzorger. Dit ontdekken we pas van elkaar als we erover praten, als we elkaar bewust ontmoeten.
Inclusie is een boeiend onderwerp. Dat werd duidelijk uit de verschillende, rijke gesprekken die we voerden. Het is heel persoonlijk hoe ieder dit vanuit zijn of haar eigen perspectief ervaart. Tegelijk was er ook een rode draad. Uit de verhalen komt een aantal kernthema’s naar voren, inclusie binnen Aveleijn gaat over:
Veiligheid en verbinding
In vrijwel alle interviews komt één element steeds terug: zonder verbinding geen inclusie en zonder veiligheid geen echte verbinding. Als mensen zich geaccepteerd en (zowel psychologisch als fysiek) veilig voelen, durven zij zichzelf te laten zien. Je veilig voelen is een startvoorwaarde voor inclusie. Dat is heel letterlijk, zoals voor Taha:
‘Ik kom uit Syrië en ben twee jaar geleden naar Nederland gevlucht. Ik moest wel. Ik ben opgegroeid met oorlog, ik had geen toekomst en liep gevaar. Toen ik hier kwam was ik 16 jaar. Ik voel de reis en de angst nog in mijn lijf. Maar ik voel ook dat ik hier aan mijn toekomst kan werken. Aveleijn is voor mij bijzonder. Ik heb een ander geloof, andere gewoontes, een andere taal en een ander uiterlijk, maar ik word hier gewoon geaccepteerd. Inclusie is voor mij je veilig voelen bij mensen, dat er geen oorlog is, maar ook dat er geen oordeel is.’
Taha Barazi, stagiair Team SAM
Voor Aboe is het bestaan van oordelen en aannames herkenbaar. Hierover vrij kunnen spreken draagt bij aan verbinding:
‘Ik ben moslim en merk dat collega’s soms vragen hebben over wie ik ben en waar ik in geloof. Vooral in de huidige tijd, met het conflict in Iran. Dan willen mensen weten wat ik daarvan vind. Vaak koppelen mensen iemands uiterlijk aan een bepaalde ideologie of aan wat er zich daar afspeelt. Ik vind het dan waardevol om uit te kunnen leggen dat het niet is hoe ik denk of wat ik geloof, verre van zelfs. Het is fijn als mensen vragen stellen en nieuwsgierig zijn. Het laat zien dat iemand openstaat voor verbinding.’
Aboe Omar, begeleider woonlocatie
Wanneer je je veilig en verbonden voelt met de mensen om je heen, kan zelfvertrouwen groeien.
‘Ik ben nu een Thomas 2.0. Vroeger kwam ik er vaak met gestrekt been in en zat ik me af te sluiten met een pet op. Nu vertel ik hoe ik me voel, blijf ik rustig en wil ik meedoen met dingen en anderen helpen. Ik heb geleerd om hulp te vragen als ik iets lastig vind. En nu vragen anderen mij om hulp. Dat voelt goed.’
Thomas Ossevoort
Ook als je zelf geen gebrek aan veiligheid of verbinding ervaart, is het een terugkerend onderwerp. Zo vindt Andy dat je samen kunt bijdragen aan het creëren van een veilige omgeving.
‘Ik voel mij thuis bij Aveleijn en ik vind het leuk om betrokken te zijn. Toen ik net lid was van de lokale verwantenraad, werd ik al snel uitgenodigd voor allerlei activiteiten. Ik heb het gevoel dat ik met respect word behandeld en dat waardeer ik enorm. Ik denk dat het belangrijk is om mensen binnen de organisatie te blijven motiveren en uit te nodigen, zeker ook vrijwilligers. Zij willen zich gezien en gewaardeerd voelen.’
Marian Huiskes, verwant en vrijwilliger bij De Wieken
Als het lukt om je echt in de ander te verplaatsen, ontstaat er meer begrip en erkenning.
‘In een training met een VR-bril konden Aveleijn medewerkers ervaren hoe het is om een beperking te hebben. Dat was wel heftig. Sommigen werden er gek van. Dan zeiden wij: ‘Fijn hè, dat je deze bril af kunt doen. Dat kunnen wij niet.’ Toen voelde ik me meer begrepen. Ik wil niet altijd uitleggen dat ik autisme heb, want dan kijken mensen anders naar je. Tegelijkertijd helpt uitleg soms ook, omdat mensen je dan beter snappen.’
‘Ik ben me ervan bewust dat ik bepaalde privileges heb, ik ben nog steeds een witte man in een welvarend land. Juist daarom vind ik het belangrijk om me uit te spreken wanneer ik merk dat iemand wordt gediscrimineerd of onjuist wordt bejegend. Dan trek ik mijn mond open en zeg ik: “Volgens mij gaat hier iets niet helemaal goed.”’ Andy Bos
Je thuis voelen en jezelf kunnen zijn Je thuis voelen blijkt in de gesprekken een belangrijk signaal van inclusie. Het ervaren van welkom zijn, respect en erkenning. Thuis voelen betekent dat je mag meedoen zoals je bent, dat de wil er is om elkaar te begrijpen en dat jouw aanwezigheid ertoe doet.
Je voelt je thuis op een plek waar mensen zijn die open staan voor wat jij belangrijk vindt of voor jouw manier van communiceren.
‘Ik vroeg bijvoorbeeld of ik hier kon bidden. Ook al hadden ze dat nog niet eerder meegemaakt, mijn collega’s zorgden ervoor dat het kon. Dat gaf mij echt het gevoel: hier hoor ik thuis, hier wil ik blijven. Dat gevoel van welkom zijn, acceptatie en waardering is voor mij echt onbetaalbaar.’ Aboe Omar
Thomas Ossevoort
Inclusie is tweerichtingsverkeer Mee kunnen doen hangt niet af van anderen die jou mee laten doen. Dat helpt wel, maar sociale relaties worden sterker als er wederkerigheid is.
‘Door mijn stotteren ervaar ik hoe fijn het is om op je eigen manier te mogen communiceren. In het verleden heb ik discriminatie ervaren, omdat mensen vooral keken naar hoe ik praatte in plaats van naar wie ik ben. Dat heb ik binnen Aveleijn gelukkig nooit meegemaakt. Mijn ervaring is dat collega’s geduld hebben, mij de ruimte geven en echt naar mij luisteren.’ Loes Herbers, afstudeer stagiair HR
‘Ik merk dat ik er steeds meer bij hoor. Ik ben opener geworden en durf mijn verhaal te delen. Om mee te kunnen doen, moet je zelf ook instappen. Dat werkt twee kanten op. Ik vind het mooi als ik iets kan betekenen voor een ander en tegelijk leer ik zo weer andere mensen kennen.’ Taha Barazi
‘Als ik andere vrijwilligers een tip zou mogen geven, is het om zelf initiatief te nemen. Wacht niet te lang af, maar ga het gesprek aan. Ga op zoek naar wat bij je past en neem daarin zelf stappen. Kijk wat je kunt en als het niet lukt zijn er altijd mensen om je te helpen.’ Marian Huiskes
Eigen regie en ontwikkeling (mogelijk maken)
Inclusie betekent ook ruimte geven. Het vertrouwen hebben dat mensen zelf keuzes kunnen maken en zich blijven ontwikkelen op hun eigen tempo en op hun eigen manier. In de gesprekken komt naar voren dat die ruimte de afgelopen jaren steeds groter is geworden.
‘Mijn zusje woont al meer dan veertig jaar bij Aveleijn en in die tijd is de manier van omgaan met cliënten erg veranderd. Er is meer geduld om hen dingen zelf te laten doen. Ik zie dat ze nog steeds veel leert, daar ben ik trots op.’ Marian Huiskes

We merken dat diversiteit en inclusie een mooi gespreksonderwerp is, we zijn er bij Aveleijn op veel verschillende manieren mee bezig. Er is ook nog veel ruimte om het er verder over te hebben met elkaar. Het helpt om de ander beter te leren kennen. Er is genoeg stof tot nadenken, zoals:
Verbinding vasthouden in krapte
‘Ik kijk vooral naar talenten van mensen waarbij ik geen onderscheid maak tussen verschillende achtergronden. Ik probeer iedereen met een open houding te benaderen. Omdat ik zelf stotter, heb ik veel geduld in gesprekken. Uit ervaring weet ik hoe belangrijk dit is.’ Loes Herbers
Inclusie begint eigenlijk nooit met: kan dit wel? Maar juist bij de vraag: hoe maken we dit mogelijk?
‘Mijn tante is laatst zestig geworden en zei ineens dat ze een neuspiercing wilde. Mijn moeder reageerde met: ‘Doe es normaal.’ Maar ik zei juist: ‘Als jij daar blij van wordt, moet je dat gewoon doen.’ Laat haar vooral haar eigen keuzes maken. Een paar jaar geleden gaf ze ook aan dat ze graag een vriend wilde. In zulke situaties kijk je samen naar wat mogelijk is, stap voor stap.’
Andy Bos
Taal kan uitsluiten
Thomas: ‘Ik vind het woord cliënt moet je eigenlijk niet zeggen. Dan is het meteen alsof we niet gelijk zijn.’
Niet alleen bespreken maar ook besluiten nemen samen
Aboe Omar: ‘Ik heb voorgesteld om in plaats van gewone kipfilet halal kipfilet te gebruiken tijdens het avondeten. Zodat iedereen kan mee eten. Voor de meeste mensen maakt het, voor zover ik weet, niet uit of ze reguliere of halal kip eten. Maar voor mij maakt dat wel een verschil. Ik heb dit meerdere keren geprobeerd aan te kaarten. Tegelijkertijd wil ik het ook niet te veel pushen. Je leert je er op een gegeven moment overheen te zetten dat je er toch een beetje buiten staat. Vaak is het niet zo dat mensen het niet willen, maar het is op dat moment gewoon nog niet anders geregeld.’
Andy Bos: ‘Ik ben een beetje huiverig voor de toekomst door het tekort aan zorgpersoneel. Ik merk nu al dat de verbinding soms minder voelt, bijvoorbeeld door de huiskamertijden. Daardoor loop je minder makkelijk even binnen. Ik begrijp dat er weinig ruimte is, maar toch mis ik het huiselijke gevoel van binnenlopen voor een praatje wel een beetje. Ik hoop dat het werk voor begeleiders ook leuk en waardevol blijft. Ik gun het ze dat zij voldoende tijd blijven houden voor het persoonlijke contact met cliënten. Het zou zonde zijn als je zo betrokken bent bij iemands leven, maar uiteindelijk alleen nog bezig bent met praktische en organisatorische taken.’
Dit artikel is een uitnodiging om elkaar vragen te blijven stellen. Om bewust stil te staan bij welke verschillen zichtbaar zijn en welke minder. Wie kunnen er meedoen en op welke manier? Waar ontstaan kansen en waar juist onbedoelde drempels? Hou het gesprek open en blijf zo samen in beweging. Een inclusieve cultuur vormen we met alle mensen die samen Aveleijn zijn.

De inzet van sociale robot Ivy is gestart binnen Aveleijn. Negen clusters nemen deel aan het project. In maart kregen zij tijdens de start van het project uitleg over wat sociale robotica is en wat Ivy kan betekenen in de begeleiding van cliënten en voor de organisatie.
Verdeeld over twee groepen hebben inmiddels ook de gebruikerstrainingen plaatsgevonden en is gefaseerd begonnen met de inzet van Ivy. Er is bewust gekozen voor een projectmatige aanpak: klein beginnen, leren in de praktijk en stap voor stap toewerken naar borging en opschaling binnen de organisatie.
Ivy is een sociale robot met een vriendelijk en veilig uiterlijk. Ze kan cliënten ondersteunen bij onder andere herinneringen en routines, eenvoudige interacties, vaste gesprekken en onderdelen uit een signaleringsplan. Ivy reageert voorspelbaar, is eenvoudig in te richten door begeleiders en kan tegen een stootje.
De deelnemende clusters werken de komende periode actief met Ivy. De ervaringen en inzichten die zij opdoen, vormen de basis voor verdere keuzes over bredere inzet binnen Aveleijn.
Meer informatie is te vinden op de themapagina Project Sociale Robot Ivy. Heb je interesse voor jouw cluster of heb je vragen? Neem dan contact op met Marijn Schurink via m.schurink@aveleijn.nl.
Scan de QR code om naar de themapagina te gaan.
“Natuurlijk wil ik nu niet zwanger raken, dat kan ik er helemaal niet bij hebben…!”
Die uitspraak van een verslaafde en dakloze cliënte was de start van het landelijke programma Nu Niet Zwanger. Sinds 2021 omarmt Aveleijn dit programma.
Een kind krijgen verandert je leven. Iedereen moet die keuze bewust en vrijwillig kunnen maken – zeker mensen in een kwetsbare positie. Nu Niet Zwanger (NNZ) ondersteunt cliënten en traint professionals in het voeren van open gesprekken over kinderwens, seksualiteit en anticonceptie. Dat noemen we kinderwensverkenning. Zo hoeft niemand overvallen te worden door een onbedoelde zwangerschap.

De aandachtsfunctionarissen van Aveleijn geven voorlichting op de clusters. Zij merken dat medewerkers graag het gesprek willen aangaan met cliënten. Maar ze willen ook cliënten handvatten geven om het gesprek aan te gaan. Om die reden staat NNZ in de eerstvolgende editie van de Hoi (augustus). Een mooie aanleiding om het gesprek te beginnen.
Neem bij vragen contact op via grpnunietzwanger@aveleijn.nl. Kijk voor meer informatie op de themapagina ‘Nu niet Zwanger’ op het portaal.
Wat is privacy? Wat deel je wel en niet (online) over jezelf? En over anderen? En wat doen anderen met jouw informatie? Vragen waar veel cliënten mee worstelen, of juist niet over na (kunnen) denken waardoor dingen mis gaan. Zij zijn kwetsbaar online. Daarom besteden we hier in de volgende Hoi aandacht aan. Ook op het portaal delen we informatie. Daarnaast biedt Leerwijzer Cliënten trainingen aan en maakt het Mediateam er filmpjes over. Een mooie
co-creatie om een belangrijk en actueel onderwerp op de kaart te zetten. Ook een mooi moment om hier eens over in gesprek te gaan in groepjes of individueel.
Wil jouw cliënt meer leren over veilig social media gebruik? Neem gerust contact op of dien een leervraag in via leerwijzerclienten@aveleijn.nl.

In 2030 willen we als zorgorganisatie rookvrij zijn. Dat is een grote stap. Maar op sommige plekken is die beweging al goed zichtbaar. De locatie Westerstraat in Almelo laat zien dat je niet hoeft te wachten tot 2030 om te beginnen. Met een open gesprek, duidelijke afspraken en vooral samen volhouden, zetten zij stap voor stap een rookvrije koers uit.
Senior begeleider Silvie vertelt hoe haar team dit heeft aangepakt. ‘We wilden het vooral haalbaar maken. Niet met harde regels van bovenaf, maar door samen te kijken: wat past bij goede zorg en wat hebben cliënten en collega’s nodig?’
Waarom het gesprek begon Ongeveer een jaar geleden startte op de Westerstraat het gesprek over een rookvrije organisatie. Het team merkte dat roken op
en rond het inloophuis soms spanning gaf. Niet iedereen ervaart roken hetzelfde. De één vindt het prettig om even naar buiten te gaan met een sigaret, de ander heeft last van de rooklucht of wil niet dat cliënten roken als ‘normaal’ gaan zien.
Daarom stelde het team zichzelf een paar simpele vragen:
• Wat vinden we belangrijk in onze zorg en begeleiding?
• Welke voorbeelden geven we als medewerkers?
• Hoe zorgen we voor een veilige en prettige omgeving voor iedereen?
In die gesprekken was binnen het team al snel overeenstemming over één belangrijk punt: niet roken in het zicht van cliënten en zeker niet samen met cliënten. Dat was een duidelijke grens. Van daaruit konden ze verder bouwen.
Je staat er niet alleen voor
Na het gesprek maakte het team afspraken die passen bij de situatie op de locatie. Ze keken goed naar plekken waar veel mensen langslopen of samenkomen. Een belangrijke stap was het rookvrij maken van de ruimtes rond het inloophuis voor cliënten.
Dit zijn de afspraken die nu gelden:
• Bij het inloophuis (op het balkon, de galerij en in het trappenhuis) wordt niet meer gerookt.
• Cliënten worden gevraagd om alleen bij hun eigen woning te roken en bij voorkeur op hun eigen balkon.
• Roken in de woning wordt ontmoedigd, vanaf het eerste contactmoment.
Silvie: ‘We hebben bewust gekozen voor afspraken die je ook echt kunt volhouden. Iedereen moet weten waar hij aan toe is. Dan wordt het ook eerlijk.’
Hoe ze het doen: rustig, duidelijk en met respect
Wat opvalt aan de aanpak op de Westerstraat is de toon. Rokers en niet-rokers gingen met elkaar in gesprek. Niet met verwijten, maar met begrip. Het doel was niet: ‘jij moet stoppen’. Het doel was: ‘we willen een omgeving die beter is voor cliënten en collega’s’.
In de praktijk betekent dat bijvoorbeeld:
• Collega’s spreken elkaar aan als er toch bij het inloophuis wordt gerookt, op een rustige manier: ‘We hadden samen afgesproken dat dit een rookvrije plek is. Wil je ergens anders roken?’
• Als cliënten roken op een plek waar dat niet is afgesproken, wordt uitgelegd waarom: ‘Hier komen veel mensen langs. Sommigen hebben last van rook of vinden het moeilijk als ze rook zien.’
• Het team herhaalt de afspraken regelmatig, zodat het onderwerp niet wegzakt.
Silvie: ‘Het gaat om volhouden. Soms moet je iets drie keer zeggen. Dat is niet erg. Zolang je het op een respectvolle manier doet.’
Begin bij de start: intake en eerste weken
Een belangrijke les van de Westerstraat is dat rookvrij niet pas begint als iemand er al woont. Nieuwe bewoners krijgen vanaf het begin te horen dat er wordt toegewerkt naar een rookvrije locatie. Zo weten mensen waar ze aan toe zijn en wordt rookvrij ‘normaal’ in plaats van een plotselinge verandering.
Dit helpt op twee manieren:
• Nieuwe bewoners krijgen duidelijke verwachtingen en kunnen vragen stellen.
• Het team hoeft later minder vaak ‘achteraf’ afspraken te veranderen.
Wat als het niet meteen lukt?
Natuurlijk gaat het niet altijd in één keer goed. Soms rookt iemand toch op een verkeerde plek. Soms is een cliënt gespannen of heeft iemand een moeilijke dag. Dan is roken voor sommige mensen een manier om met stress om te gaan.
Op de Westerstraat proberen ze daarom niet alleen te corrigeren, maar ook te begrijpen. Wat is er aan de hand? Wat heeft iemand nodig? En welke andere manieren zijn er om rust te vinden? Het team houdt daarbij steeds het doel voor ogen: stap voor stap naar rookvrij, zonder dat de relatie met cliënten onder druk komt te staan.
Ondersteuning: je hoeft het niet alleen te doen
Wat de locatie vooral benadrukt: sluit aan bij wat wél kan en blijf in gesprek. Voor de één is stoppen een stap te ver, voor de ander juist een wens die nog niet is uitgesproken. Door er normaal over te praten, ontstaat ruimte.
Wat levert het op?
Rond het inloophuis is het rustiger en schoner. Collega’s ervaren minder rooklucht en cliënten komen minder vaak in contact met rook op plekken waar zij samenkomen. En misschien nog belangrijker: het team voelt dat ze samen verantwoordelijkheid nemen.
Silvie: ‘Je merkt dat het steeds gewoner wordt. Mensen weten: hier bij het inloophuis rook je niet. Dat scheelt discussies.’
Tips van de Westerstraat voor andere locaties
Wil jouw locatie ook stappen zetten richting rookvrij? Dit zijn tips die op de Westerstraat goed werken:
• Begin met het gesprek: wat vinden we goede zorg en welke voorbeelden willen we geven?
• Maak het concreet: benoem duidelijke plekken waar niet wordt gerookt (bijvoorbeeld ingangen, galerijen of plekken waar cliënten samenkomen).
• Spreek één lijn af: hoe spreken we cliënten en collega’s aan? Welke woorden gebruiken we?
• Herhaling: volhouden betekent soms iets vaker uitleggen.
• Start bij de intake: vertel nieuwe bewoners meteen dat rookvrij het doel is en wat dat betekent.
• Zoek steun: bespreek welke hulp of informatie er is rond stoppen of minderen met roken.
Samen op weg naar 2030
Het verhaal van de Westerstraat laat zien dat rookvrij worden vooral een proces is. Geen snelle oplossing, maar een reeks haalbare stappen. Door te praten, af te spreken en vol te houden, ontstaat een omgeving die gezonder en prettiger is voor cliënten, bezoekers en collega’s.
Welke van deze tips kun jij op je locatie nu al inzetten?


De Groene Zorg Alliantie ontwikkelde het leerprogramma De duurzame werkdag van een zorgprofessional: korte, praktische modules over duurzaam werken in de zorg.
Scan de QR code en volg eenvoudig één of meerdere modules. Zo ontdek je hoe je met kleine stappen, tijdens je eigen werkdag, verschil kunt maken – voor jezelf, onze cliënten en de wereld om ons heen.
Scan de QR code om naar de website te gaan.
Het is belangrijk dat je als begeleider de juiste attitude en vaardigheden hebt om cliënten te begeleiden. Dit leerpad helpt je met kennis over hoe je cliënten begeleidt in het gebruik van de verschillende mediaplatformen.
Scan de QR code om naar het leerpad te gaan.

Heb jij inspiratie voor je collega’s? Laat het weten via communicatie@aveleijn.nl
De online wereld is net een jungle. De uitdaging is om niet te verdwalen.
Mediajungle neemt je spelenderwijs mee op een ontdekkingstocht, om te ontdekken wat er kan en te leren hoe om te gaan met gevaren en risico’s.
Het is een spel met leuke filmpjes, minigames, doe- en discussieopdrachten.
Mediajungle is er voor iedereen en is daarom gemaakt met begrijpelijke taal en aansprekende visuele ondersteuning. Het ondersteunt cliënten en hulpverleners in het gesprek over het vergroten van zelfredzaamheid en weerbaarheid in de digitale samenleving.
Het spel is te leen bij Living Lab. Scan de QR-code om naar de Uitleen te gaan.

Geestelijk verzorger Ik ben er voor jou
Wie ben ik?
Ik ben Laura Rooselaar.
Ik ben geestelijk verzorger bij Aveleijn.
Ik luister naar jou. Ik ben rustig en neem tijd voor jou.


Voor wie? Ik ben er voor alle cliënten van Aveleijn.
Wat doe ik? Luisteren naar wat jou bezighoudt

Niet oordelen
Ik vertel niemand wat jij mij vertelt. (Alleen bij gevaar moet ik hulp vragen –dat bespreken we samen) optioneel de meldcode.
In de laatste editie van de HOI zit een flyer waarin Geestelijk Verzorger Laura Rooselaar zich voorsteld. Wanneer er situaties zijn waarin geestelijke verzorging van waarde kan zijn, kunnen jullie mij benaderen. Als geestelijk verzorger kan ik ondersteuning bieden aan zowel cliënten als collega’s. Dit kan onder andere gaan over het bieden van een luisterend oor, het begeleiden bij zingeving en existentiële vragen, of het bieden van rituelen en rustmomenten. Ik kijk uit naar de samenwerking en ben er om te helpen wanneer dat nodig is.
De training “Samen Sterker Zonder Stempel” is een uitbreiding op het aanbod van “Naar de Top”. Voor zorgprofessionals, verwanten, vrijwilligers en cliënten die samen leren over diversiteit, acceptatie en het doorbreken van taboes. Het doel van deze training is om acceptatie te vergroten (van jezelf en de ander) en de zorg inclusiever te maken. Ervaren trainers (vaak ervaringsdeskundigen met een beperking) en hun coaches geven samen voorlichting en workshops op locatie.
Aanmelden kan door te mailen naar naardetop@aveleijn.nl




Bij Aveleijn zijn we trots op wat we samen al goed doen in de zorg en ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking en/of lage zelfredzaamheid. Tegelijkertijd weten we dat de zorg en de samenleving altijd in beweging zijn. Zorgvragen veranderen, waardoor we ook niet meer op dezelfde manier naar zorgvragen kunnen kijken. Het Radarmodel geeft ons hierbij richting.
Om in de toekomst cliënten te kunnen blijven ondersteunen bij betekenisvol leven, moeten we opnieuw kijken naar hoe we dit doen. Met het radarmodel houden we onszelf en de mensen die we ondersteunen een spiegel voor. We zullen straks met minder mensen het werk moeten doen. En we zijn ervan overtuigd dat dat kan, maar het vraagt wel anders kijken, denken en doen van de zorgprofessional (begeleider, gedragswetenschapper, therapeut) en indirect ook van de omgeving (familie, netwerk).
Het Radarmodel helpt ons bewust stil te staan bij wat we doen, waarom we dat doen en hoe het beter kan. Vakmanschap is hierin onmisbaar. Professionals blijven leren, delen kennis en zetten hun talenten in waar dat het grootste verschil maakt.
Bewuste afwegingen
We willen en voelen de noodzaak anders naar zorg te kijken. Iedereen is gelijkwaardig; dat is niet nieuw, maar wel meer voelbaar in relaties. Zo ook in de relatie tussen cliënten
en zorgprofessional. Het gaat om het creëren van een andere mindset. Soms heeft de zorgprofessional een patroon van willen zorgen en oplossen, wat de ruimte van de ander om zelf te proberen onbedoeld kan beperken. Zie jij dit wel eens gebeuren?
Het Radarmodel draagt bij aan het vergroten van zelfredzaamheid, waardoor professionals minder of anders worden ingezet. Ze kijken op een andere manier naar de zorgvraag en stappen minder snel in. Cliënten worden
hierdoor krachtiger en kunnen eigen ontwikkelingskansen beter benutten. Dit vraagt om het loslaten van patronen die vertrouwd zijn. Dat is voor zowel cliënten als zorgprofessionals niet altijd makkelijk en vraagt een lerende houding. De ontdekkingen die ontstaan door reflectie, leiden tot de juiste ondersteuning door techniek, het netwerk of de professional.
Handelen als zorgprofessional
Het Radarmodel is een denkwijzer om te ontdekken welke ondersteuning nodig is van een zorgprofessional. Je ontdekt eerst wat iemand zelf kan, met hulp van technologie of het netwerk, voordat professionele zorg ingezet wordt. Je doorloopt bewust de vier stappen, deze richten zich op iemands eigen kracht, waarbij je de hele tijd vanuit een brede blik kijkt naar wat techniek en betrokkenen uit het netwerk kunnen betekenen. Andersom probeer je bij elke stap te ontdekken en aan te wakkeren wat iemand hierin zelf kan.
Daarnaast nodigen de vragen bij het Radarmodel uit om even stil te staan bij onszelf:
• Wat laat ik een ander doen dat ik zelf zou kunnen en wat zou ik ervan leren als ik het zelf zou doen? Wat heb ik nodig om iets te leren zodat ik het zelf kan doen?
• Hoe regel ik zelf hulp voor mezelf en welke vorm van hulp past bij mij?
• Wie vraag je om hulp? Je vraagt de ene vriend misschien voor hulp bij iets anders dan dat je de buurvrouw vraagt. En wanneer moet het eigenlijk een professional zijn?
Wat kan de cliënt zelf (leren)?
Mensen kennen of ontdekken gedurende hun leven hun kwaliteiten, kennis en waarden. De juiste balans tussen zorg en zelfstandigheid bevordert groei en levenskwaliteit. Hierbij bewust stilstaan geeft ruimte voor iemands
autonomie; iemand kan eigen mogelijkheden ontdekken door zelf iets te proberen en te doen, om op die manier te groeien.
Samen de ontwikkelvraag ontdekken is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Binnen Aveleijn kunnen cliënten hierin ondersteuning vinden bij Leerwijzer cliënten en Naar de Top
Passende inzet van (zorg)technologie
Lukt iets niet (helemaal) zelf, dan zijn er steeds meer technologische ontwikkelingen die kunnen ondersteunen. Bijvoorbeeld bij het bieden van structuur, communicatie en vitaliteit. Denk aan apps, hulpmiddelen of robots die eigen regie versterken en professionals ontlasten. Meer en meer lukt het om dit niet te zien als vervanging, maar als ondersteuning.
play Vraag Living Lab voor het aanbod van technische hulpmiddelen of de innovator van je locatie om mee te kijken met de vraag die er ligt. Wil je zien wat je kunt lenen en wat er is aan aanbod? Scan de QR-code en kijk op de Uitleenpagina op het portaal.
Wat kan het netwerk betekenen?
Vooral in relaties ontstaat het gevoel van betekenis te zijn. Hoe kun je bijdragen aan zelfstandigheid en zelfontwikkeling van iemand bij wie je je betrokken voelt? Dat vraagt dat de professional in de spiegel kijkt: ben ik nodig als professional, kan iemand uit de buurt dit doen, kan familie iets betekenen? Soms vraagt het om ontmoetingen te organiseren en relaties te helpen verstevigen.
play Vraag bij de Hagenborgh eens hoe zij samenwerken met de buurt en vraag bij de Akkerstaf naar Buurtjutten.
De professional
Het Radarmodel helpt je om het hele plaatje te zien als begeleider, gedragswetenschapper, therapeut en misschien ook wel als vrijwilliger. Maken we een ondersteuningsvraag of het behandeldoel niet te klein of te groot? Eigenlijk is de kernvraag: Doen we de juiste dingen met de juiste mensen voor deze persoon op dit moment in zijn leven?
Het helpt je ook om je bewust af te vragen: Ben ik aan het ontwikkelen, faciliteren of neem ik het over van de cliënt? Zou technologie, hulp vanuit de buurt of een vrijwilliger iets kunnen betekenen bij de hulpvraag die er is?
De bril van waaruit je kijkt, maakt of je iemand ziet als medemens of als bijvoorbeeld cliënt of verwant. Dat kan per situatie verschillen. Wees je bewust hoe je kijkt, zodat je vandaaruit weet wat passend is om wel of juist niet te doen.

Vraag jezelf af wat de impact van jouw handelen is op de ander. Bij Aveleijn hebben we daarover teamgesprekken. Het gaat hierbij niet om goed en fout, maar om bewustwording. Vind je dit interessant, neem dan contact op met de Reflectieve Praktijkleiders bij Aveleijn: reflectiepraktijkleiders@aveleijn.nl
De toepassing
Het Radarmodel wordt ondersteund met reflectieve vragen voor jou en je team. Ook zijn er voorbeeldvragen ter inspiratie voor het gesprek met de cliënt. Je hoeft niet op alle radars even veel accent te leggen. Ieder mens en elke situatie is uniek. Bepaal samen met de cliënt en de mensen die belangrijk voor hem zijn, hoe je aandacht geeft aan dat wat voor de cliënt werkt.
Er zijn ingesleten patronen:
• bij cliënten (snel hulp vragen)
• bij zorgprofessionals (snel overnemen)
Het Radarmodel biedt zorgprofessionals een denkkader om hierop te reflecteren:
• Kan iemand dit zelf?
• Wat vraagt dit van mij/ mijn houding?
• Hoe vergroten we de regie écht?
De denkwijze van de professional is cruciaal. Het is geen vast stappenplan of een afvinklijst; het is een hulpmiddel om met elkaar in gesprek te blijven over wat echt belangrijk is.
In de praktijk
Bespreken in het CWO
In Enschede is het Radarmodel besproken in het duo CWO van meerdere locaties. Om de medewerkers te prikkelen is het vierde deel, de inzet van de professional, (gedurende het CWO) uit het Radarmodel gehaald. ‘Wat gebeurt er als wij er niet zijn’, was de hoofdvraag. Met een casus in de hand doorliepen groepjes collega’s het Radarmodel.

Per onderdeel van het Radarmodel was inspiratie georganiseerd in de vorm van mensen uit het netwerk van de locaties. Zo was er iemand om over zelfontwikkeling in gesprek te gaan, iemand van de afdeling Innovatie om te vertellen over technische hulpmiddelen, en een zus van een cliënt om te vertellen hoe zij als verwant bijdraagt.
Dichtbij, herkenbaar en concreet; dat hielp de groepjes om vanuit het Radarmodel naar de casus te kijken. Is het voor iedereen even makkelijk, nee. Er is energie, enthousiasme, maar ook spanning en terughoudendheid. Dat maakt ook dat het werken vanuit het Radarmodel aanjagers nodig heeft die het gesprek aangaan met collega’s.
In het jaargesprek
Op een aantal locaties in Enschede is het Radarmodel verwerkt in het jaargesprek en in de cliëntgesprekken. De vragen die horen bij de onderdelen van het model staan in het document verwerkt en vormen een belangrijk deel van het gesprek, om zo te ontdekken hoe het lukt om als professional de juiste ondersteuning te bieden. Wil je meer weten over deze voorbeelden? Neem dan contact op met Claudia Feringa.
Tips voor verdieping
Wil je het Radarmodel gebruiken? De Denkwijzer biedt naast reflectievragen, voorbeelden en achtergrondinformatie voor teams die samen willen groeien in kwaliteit.
Bezoek de portaalpagina om te ontdekken wat het Radarmodel is, hoe we ermee werken en wat het jou kan brengen.
Wil je een gesprek met je team over jullie teamontwikkeling en de toekomst van zorg? Mail naar reflectievepraktijkleiders@aveleijn.nl
Meer weten over de denkwijzer en de toepassing van het Radarmodel in de praktijk, stuur een mail naar: radarmodel@aveleijn.nl


1.) VRIJWILLIGERSFEEST 24 juni
2.) VOLLEYBALTOERNOOI 10 juli
3.) HIJSEN REGENBOOGVLAG 1 oktober
4.) WORKSHOP “SAMEN STERKER ZONDER STEMPEL” 1 oktober
5.) WAARDENDAG 19 november











































veranderende vak










Medewerkersmagazine

Dekrachtvan systeemgerichtwerken














Achtergrond Elke stem telt inTubbergen













Achtergrond Samen bouwen aan betekenisvolle relaties







Wat is ons vak?














































Het verbeteren van het samenspel
VerdiepingEendroom werkelijkheiddiewordt Actueel Terugblik Prokkelstages




Verbeterenvanhetsamenspel Voorsorterenopwat komengaat
De Spigul bestaat al lang. Een blad dat op de deurmat valt, is voor veel mensen herkenbaar: het hoort bij Aveleijn. Het is een manier om verhalen, kennis en ontwikkelingen te delen. En het zegt ook iets anders: je hoort erbij.
Een tijdschrift ligt op tafel, in het kantoor of op een balie. Je ziet het vanzelf. Je kunt er even doorheen bladeren zonder haast. Dat is meteen een belangrijk communicatievoordeel van papier. Het nodigt







Leven in en met gemeenschappen




uit om rustig te lezen, alleen of samen. Het maakt mensen bekend met Aveleijn.
Wat valt op in de reacties?
De eerste reacties in de evaluatie waren heel direct. Veel collega’s zijn positief: ‘ leuk ’, ‘mooi’ of ‘nieuwsgierig’. Ze willen weten wat er in het tijdschrift staat en of ze bekenden tegenkomen. Tegelijkertijd noemen anderen duurzaamheid, papier en geld. Ook komt regelmatig terug: ‘ kan dit niet digitaal? ’ of ‘waarom komt werk op mijn deurmat? ’
Verdieping Werken met
beroepscode










Het versterken van de spelers

Dit nummer van de Spigul gaat over reflecteren. Dat doen wij als redactie ook. We maken het blad met aandacht en betrokkenheid, en we hebben bij jullie getoetst: doen we het goede? We vroegen collega’s en vrijwilligers om mee te denken. We keken naar de grote lijn: welke trends zien we, wat valt op en wat leren we hiervan? In dit artikel delen we de belangrijkste inzichten en wat die betekenen voor de Spigul.
Een





Die mix van reacties laat iets belangrijks zien: we hebben verschillende belangen en verschillende manieren van lezen. De één gaat er echt voor zitten. De ander bladert later, of leest vooral via het portaal. En weer anderen willen liever helemaal geen papieren exemplaar ontvangen.
Wat we hieruit meenemen: we moeten blijven uitleggen waarom we iets op papier doen, en tegelijk zorgen dat verhalen ook digitaal te vinden en te delen zijn.




Papier in een digitale tijd
Wat zouden we kunnen veranderen?
Wat nemen we mee?
samenlevingbrengen



De kunst van gelijkwaardig ontmoeten brengen







Samen(leving) in beweging
Bij de vraag wat je denkt als de Spigul op de deurmat ligt, zie je twee bewegingen. Aan de ene kant: plezier en nieuwsgierigheid. Mensen willen even kijken wat erin staat. Aan de andere kant: twijfel. Dan gaat het over papier, duurzaamheid, kosten en het gevoel dat werk je thuis binnenkomt. Een deel geeft aan dat het blad snel weer weggelegd wordt.
Toch zit er ook iets hoopvols in die reacties. Zelfs collega’s die twijfels hebben, geven vaak aan dat ze het blad wél leuk vinden om te lezen. Alleen: ze vragen zich af of papier nog de beste vorm is. Dat is precies waar deze evaluatie over gaat: niet óf we communiceren, maar hóe.
Wat lezen mensen graag?
Als mensen de Spigul lezen, dan gaat hun aandacht vaak naar verhalen over mensen. Collega’s die je kent, teams die je herkent, en ook verhalen over cliënten. Daarnaast worden artikelen met vakkennis en praktische tips genoemd. De afwisseling helpt: een langer verhaal, een interview, en tussendoor iets luchtigs. Dat past bij een tijdschrift: je bladert en je pakt eruit wat bij je past.
In de antwoorden op de vraag wat er anders kan, komen een paar wensen steeds terug. De meest genoemde wens is: geef keuze. Collega’s willen zelf kunnen bepalen of ze de Spigul digitaal of op papier ontvangen, of dat het tijdschrift thuis of op de locatie bezorgd wordt. Dan blijft ‘werk’ op een plek waar je er toch al mee bezig bent.
Naast de vorm gaat het ook over de inhoud. Mensen vragen om meer verhalen uit de praktijk: wat er speelt op locaties en in teams, en ervaringen van medewerkers. Ook wordt genoemd: meer ruimte voor cliënten, verwanten, netwerk en vrijwilligers, op een manier die past bij een medewerkersblad. Verder is er behoefte aan artikelen over vakkennis, innovatie en de toekomst van Aveleijn, zodat je niet alleen hoort wat er gebeurt, maar ook waarom.
Tot slot is er een groep die het blad liever minder vaak ziet, alleen op verzoek wil ontvangen of zelfs wil stoppen. Daaronder ligt meestal dezelfde vraag: is papier nog nodig naast het portaal, e-mail en andere kanalen? Dat nemen we serieus. Het is precies de puzzel waar we nu aan werken: een vorm kiezen die past bij de tijd, en die toch helpt om verbonden te blijven.
De evaluatie laat vooral dit zien: de Spigul roept iets op. Bij de één enthousiasme, bij de ander weerstand. En vaak allebei tegelijk. Dat is waardevolle informatie. Het helpt ons om scherp te blijven op de vraag: hoe bereiken we collega’s op een manier die past bij deze tijd, én bij hoe we met elkaar willen samenwerken?
Een papieren tijdschrift heeft sterke kanten: het is zichtbaar, het leest rustig en het geeft ruimte aan verhalen. Wanneer het in je zicht ligt, is de kans groter dat je het tijdschrift erbij pakt. Tegelijk zijn er vragen over duurzaamheid, kosten en privé-tijd. De richting is daarom: combineren. Verhalen die op papier tot hun recht komen, én een digitale plek waar je ze terugvindt en kunt delen. En waar mogelijk: meer keuze.
Dank voor het meedenken. Jullie reacties helpen ons om de Spigul beter te maken.
Heb je ideeën of wil je een verhaal delen uit jouw werk? Laat het ons weten. Dan blijft de Spigul een blad van en voor ons allemaal. Heb je aangegeven dat je geïnterviewd wilt worden of wilt schrijven? Mail dan naar communicatie@aveleijn.nl

Waarom duurzaamheid ook over zorg gaat S oms is het go ed om stil te staan en onszelf een eerlijke vraag te stellen: hoe staan we ervoor? De zorgsector heeft een grote impact op het milieu. In Nederland is 7% van de CO2 uitstoot, 13% van het grondstoffengebruik en 7% van het afval afkomstig uit de zorg. We zijn daarmee onderdeel van een groter systeem dat impact heeft op onze leefomgeving. Dat is geen prettige constatering, maar wel een belangrijke.
Als zorgorganisatie hebben we de verantwoordelijkheid om ook onderdeel van de oplossing te zijn. Voor Aveleijn gaat duurzaamheid over hoe we in ons dagelijks werk bijdragen aan een leven vol betekenis, op een gezonde aarde. We willen de aarde niet uitputten, maar goed doorgeven. Dat doen we voor onze cliënten, hun verwanten, onze collega’s en iedereen om ons heen.
Maakt wat ik doe echt verschil?
Dat is niet altijd makkelijk. Je hoort en leest veel over klimaatverandering, terwijl je dag gewoon doorgaat. De zorg vraagt elke dag aandacht en gaat altijd door. En ondertussen wordt er ook van ons verwacht dat we bewust kiezen. Vraag jij je ook weleens af of wat jij doet echt verschil maakt?
Kleine keuzes, grote invloed
Juist die kleine, dagelijkse keuzes maken samen een groot verschil. We zijn met veel mensen, op veel locaties en actief binnen veel netwerken. Samen hebben we een enorm bereik en daarmee ook invloed. Alles wat we doen, plant een zaadje – bij collega’s, cliënten, verwanten en relaties. Een collega inspireren om bewuster om te gaan met voedselverspilling. Een cliënt meenemen voor een extra wandeling buiten. Het licht uitdoen als je een ruimte verlaat. Samen bespreken of iets nieuws kopen écht nodig is. Als je in de spiegel kijkt: wat kun jij vandaag doen om bij te dragen aan een gezonde aarde? Niet morgen en niet perfect, maar vandaag, met aandacht.
Ben je benieuwd wat jij kunt doen? Bekijk de duurzame acties op onze menukaart op onze portaalpagina Aardewerk of scan de QR-code bovenaan de pagina.
Vijf jaar Aardewerk: verweven in ons werk Dit jaar kijken we terug op vijf jaar Aardewerk, het duurzaamheidsprogramma van Aveleijn. In die jaren hebben we samen stappen gezet om duurzaamheid een vaste plek te geven in ons dagelijks werk. Niet als losse activiteit, maar als iets dat verweven is met hoe we zorgen, werken en leven:
vanzelfsprekend en van alledag. Juist dan maken we, zonder extra moeite, het verschil.
Binnen Aardewerk werken we aan vijf thema’s: afval en spullen, voeding, mobiliteit, groene leefomgeving en gebouwen en energie. Deze thema’s helpen ons om focus aan te brengen en concreet te maken waar we verschil kunnen maken. Dat doen we onder andere met workshops op locaties en door cliënten op te leiden tot duurzaamheidambassadeur. Met workshops, praktische acties via de Aardewerk menukaart en actieve betrokkenheid van cliënten en medewerkers worden duurzame keuzes zichtbaar, concreet en haalbaar gemaakt. Zo groeit bewustwording stap voor stap, op een manier die past bij de locatie en bij het gewone zorgen en leven.
Samen vooruitkijken Tegelijkertijd kijken we vooruit. Er wordt steeds meer van ons verwacht als organisatie, bijvoorbeeld op het gebied van wetgeving en het verantwoorden van onze voetafdruk. Dat vraagt om blijvende aandacht – voor elkaar en voor de aarde. Kijk jij ook in de spiegel?
Wil je contact opnemen? Dat kan via duurzaamheid@aveleijn.nl.



Leerpad Ontwikkelingsgericht begeleiden
Wat kan de cliënt zelf leren? In het Radarmodel is dit de eerste stap die je zet. Met dit leerpad leer je hoe je dit kunt ontdekken in de praktijk. Het leerpad is er voor alle zorgprofessionals die cliënten willen ondersteunen in hun ontwikkeling en zelfstandigheid. Als professional speel jij een belangrijke rol in het leer- en groeiproces van je cliënt. Dit leerpad helpt je om bewust stil te staan bij:
• wat leren en ontwikkelen op verschillende niveaus betekent;
• welke mogelijkheden er op ieder niveau liggen;
• hoe jij de juiste vragen stelt om de gewenste ontwikkeling zo goed mogelijk te ondersteunen.
Ontwikkeling kan vooruitgang betekenen, maar ook het behouden en versterken van bestaande vaardigheden zodat er geen terugval ontstaat.
Benieuwd? Scan de QR-code en ontdek! Of zoek op het Leerpleijn naar ‘Ontwikkelingsgericht begeleiden’.


Reflecteren in de praktijk: leren van jezelf en elkaar
Goede zorg begint met aansluiten bij wat de cliënt nodig heeft. Die behoefte kan veranderen. Daarom is het belangrijk dat jij blijft groeien in je werk. Reflecteren helpt je daarbij.
Met het leerpad Reflecteren in de praktijk neem je regie over je eigen handelen. Je staat bewust stil bij wat je doet, waarom je het zo doet en wat het effect is. Door het gesprek aan te gaan met collega’s leer je andere perspectieven kennen en stel je actief vragen over je eigen handelen. Dat helpt om de kwaliteit van zorg te verbeteren én geeft vertrouwen in jezelf.

Kijk in de spiegel met VR-belevingen
Hoe voelt de wereld voor iemand met een licht verstandelijke beperking of beginnende dementie? Met onze VR-belevingen stap je letterlijk in de schoenen van de ander. Je kijkt in de spiegel en ontdekt wat jouw gedrag, communicatie en keuzes betekenen voor de cliënt.
In de LVB-beleving ‘Ik wil naar huis’ ervaar je hoe prikkels, onduidelijke taal en tempo kunnen zorgen voor stress en machteloosheid. Met ‘Into D’mentia’ beleef je hoe verwarrend en emotioneel de wereld kan zijn bij beginnende dementie. Deze ervaringen raken, maken bewust en zetten aan tot reflectie.
De VR-belevingen helpen je om:
• beter te begrijpen wat cliënten ervaren;
• bewuster te communiceren;
• kritisch te kijken naar je eigen handelen;
• met meer empathie aan te sluiten bij de cliënt.
Heb je de VR-beleving met je team gemist? Of wil je eerst zelf ervaren of het iets voor jou of je team is? Schrijf je dan vanaf nu in voor een individuele sessie via het Leerpleijn.
Gebruik de QR-codes of zoek op het Leerpleijn naar: ‘VR-beleving’. En kies je voor zoeken op het Leerpleijn met de zoekterm VRbeleving? Dan vind je ook alle nieuwe VR-belevingen die sinds kort beschikbaar zijn.
Gebruik de QR-codes of zoek op het Leerpleijn naar: ‘VR-beleving’.
En kies je voor zoeken op het Leerpleijn met de zoekterm VRbeleving? Dan vind je ook alle nieuwe VR-belevingen die sinds kort beschikbaar zijn.


Wat zie je als je in de spiegel kijkt? Vrijwilliger Hans Aalders ziet hoe zijn rol in de zorg in de loop der jaren is verschoven. Van begeleider naar vrijwilliger en van vanzelfsprekend ‘doen voor een ander’ naar steeds vaker stilstaan bij de eigen regie van cliënten. Hij kijkt terug, reflecteert en deelt hoe die veranderingen zijn visie op vrijwilligerswerk hebben beïnvloed.

Hans is 70 jaar en doet elke dinsdag vrijwilligerswerk bij De Oliemolensingel in Enschede. Hij woont vlakbij de woonlocatie. Aveleijn voelt voor hem vertrouwd: vanaf zijn twintiger jaren werkte hij als begeleider bij locaties De Hoesstee en De Muldermanshoek. Na 23 jaar maakte hij de overstap naar het werk als jobcoach bij verschillende organisaties. Ook daarin bleef Aveleijn dichtbij: hij begeleidde meerdere cliënten naar passend werk. ‘Ik heb in
mijn carrière altijd met mensen met een (verstandelijke) beperking gewerkt’, vertelt Hans. ‘Dat gaf me veel voldoening.’
Een andere rol, dezelfde betrokkenheid
Nadat hij met pensioen ging, bleef Hans niet stilzitten. Hobby’s had hij genoeg: hij ging regelmatig naar de sportschool, trok er met de motorboot op uit en ondernam veel met zijn familie. Toch liet zijn achtergrond in de zorg hem niet los. ‘Ik wist hoe druk het in de
zorg is’, vertelt hij. ‘Toen dacht ik: als ik iets kan doen waardoor begeleiders meer tijd hebben voor individuele zorg voor bewoners, dan is dat winst voor iedereen.’
Hij wist dat De Oliemolensingel dicht bij zijn huis lag en dat daar bewoners woonden die eerder op de Hoesstee hadden gezeten. Hans begon zijn vrijwilligerswerk als maatje voor een jonge bewoner. Samen activiteiten ondernemen was het idee, zoals koken of
naar de stad gaan, om te werken aan meer zelfstandigheid. Uiteindelijk verhuisde de jongen naar begeleid zelfstandig wonen, maar Hans bleef betrokken bij De Oliemolensingel. Inmiddels is hij daar al zo’n vijf jaar vrijwilliger.
Praktisch en persoonlijk
Als vrijwilliger pakt Hans momenteel veel praktische klusjes op. Lampen ophangen, schilderen, een deur afstellen: klussen die anders blijven liggen of waarvoor iemand ingehuurd moet worden. Voordat Hans begon als begeleider, volgde hij een tijdje de opleiding MTS Werktuigbouwkunde. Daar heeft hij nu profijt van. ‘Voor mij is het zo gedaan’, zegt hij nuchter over zijn werkzaamheden. ‘En het scheelt begeleiders tijd en gedoe.’
Daarnaast geniet Hans van het contact met bewoners: ‘Het zit ‘m in aanwezig zijn. Een praatje bij binnenkomst, samen een spelletje doen of gewoon even naast iemand zitten. Soms gebeurt er niet eens zo veel. En soms is dat precies genoeg.’
Momenten die Hans bijblijven, zijn de rustige uurtjes met bewoner Eddie. Samen luisteren ze muziek van de platenspeler en zit Hans gezellig bij Eddie terwijl hij tekent. Al jaren vrijwel dezelfde tekening, begeleid door Nederlandse smartlappen uit de jaren zeventig. Het zijn juist die kleine momenten waar hij het meeste uit haalt: iemand blij zien omdat iets eindelijk is gerepareerd, een rondje op de duofiets of simpelweg er zijn. ‘De ‘smile’ op het gezicht, daar doen we het voor’, aldus Hans.
Meer ruimte voor eigen regie Terugkijkend ziet Hans hoe de zorg in de loop der jaren is veranderd. In zijn beginjaren als begeleider was het heel vanzelfsprekend om veel voor bewoners in te vullen. ‘Je had ideeën en zorgde ervoor dat die uitgevoerd
werden. Best streng eigenlijk’, aldus Hans. Hij herinnert zich een cliënt die dol was op hagelslag op brood, maar dat niet mocht. Het gevolg? Ze ging ’s avonds stiekem chocola eten. ‘Achteraf gezien heel logisch’, zegt Hans. ‘Wij bepaalden wat goed voor haar was, zonder het gesprek aan te gaan.’
Inmiddels ligt de nadruk veel meer op eigen regie en het gesprek voeren. Voor Hans voelt dat als een verademing. ‘Ik merk wel dat oude patronen af en toe nog boven komen’, reflecteert hij. ‘Dat gevoel dat je iets móét doen voor iemand. Terwijl het juist goed is om de keuze bij de bewoner te laten.’ Dat blijft soms lastig, geeft hij toe. ‘Je wilt graag dat het goed gaat en dat er geen risico’s zijn. Dan is het goed jezelf af te vragen: blijf ik naast iemand staan, of neem ik het over?’
‘Soms
zit je gewoon even naast iemand. Er gebeurt niet eens zo veel. En soms is dat precies genoeg.’
Stilstaan bij wie wat doet
Als Hans in de spiegel kijkt, stelt hij zichzelf ook vragen over vrijwilligerswerk in bredere zin. Vrijwilligers worden steeds belangrijker in de zorg. Dat ziet hij, en dat waardeert hij. Tegelijkertijd vraagt hij zich af waar de grens ligt. Wanneer bied je echt iets extra’s, en wanneer neem je ongemerkt werk over dat eigenlijk bij betaalde functies hoort? Hij benoemt dit als een punt om samen bij stil te (blijven) staan.
‘Vrijwilligers zouden iets aanvullends moeten doen’, vindt hij. ‘Geen structureel werk overnemen doordat functies zijn
wegbezuinigd.’ Hij ziet die ontwikkeling niet alleen in de zorg, maar ook in andere sectoren.
Tegelijk voelt hij veel waardering voor hoe vrijwilligers bij Aveleijn worden betrokken. ‘Als vrijwilliger hoor je er echt bij. Je wordt betrokken bij wat er speelt en je wordt uitgenodigd voor verschillende activiteiten en feestjes. Ik voel me hier echt op mijn plek.’
Blijven komen
Hoe Hans de toekomst ziet? Dat is voor hem duidelijk: ‘Zolang ik het kan, blijf ik komen als vrijwilliger’, zegt hij met een glimlach. Soms kost het even moeite om de deur uit te gaan – net als bij een bezoek aan de sportschool –maar hij weet inmiddels: hij gaat altijd met een goed en voldaan gevoel weer naar huis.

De voordeur, de woonkamerdeur, de deur naar de inloopruimte: waarom zijn sommige deuren open en andere niet? En wanneer is dat eigenlijk logisch? Bart Bouwhuis (manager) en Margot Oude Nijhuis (gedragswetenschapper) vragen aandacht voor het openen van deuren van gezamenlijke ruimtes en voor het gesprek dat daarbij hoort.
Aandacht voor open deuren
De Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd bezocht vorig jaar 113 instellingen in de gehandicaptenzorg, waaronder Aveleijn, en zag dat inloopruimtes en woonkamers niet altijd open waren; er waren vaste inlooptijden. Dat riep belangrijke vragen op: ‘Waarom doen we dit zo?’ en ‘Kan het ook anders?’.
‘Als Aveleijn zijn we een open instelling. Vanuit onze visie willen we zo min mogelijk onvrijwillige zorg toepassen. En een gesloten deur valt daar in veel gevallen onder’, legt Margot uit.
Tegelijkertijd snapt ze het spanningsveld: cliënten hebben hun eigen appartement met alle voorzieningen. ‘In hoeverre moet je dan altijd overal toegang toe hebben? Dat blijft zoeken. Maar er is óók een andere kant: wat is er eigenlijk te verliezen als je de deur open laat? Cliënten mogen elkaar best ontmoeten.’
Voor Margot en Bart was het inspectiebezoek het startpunt van een bredere beweging. Na overleg met de Raad van Bestuur besloten ze om extra aandacht voor dit onderwerp te vragen middels de campagne Open Deuren. ‘We merkten dat
de gesloten woonkamer voor veel locaties een gewoonte was geworden en dat het gesprek hierover nog niet leefde’, aldus Margot. ‘Juist daarom is het belangrijk om bewust stil te staan bij wat normaal is geworden.’
Kritisch kijken
Een deur openzetten klinkt misschien eenvoudig, maar dat is het niet altijd. Margot en Bart horen van zowel collega’s als verwanten dat ze zich zorgen maken over veiligheid, gedrag en mogelijke onrust. Ze horen opmerkingen als ‘Straks gamen bewoners de hele nacht in de
huiskamer’, ‘Het voelt onveilig, wat als iemand wegloopt?’, ‘Zo doen we het al jaren, dit werkt toch?’, ‘Als ik de deur openlaat, plundert iemand de koelkast en heeft de rest niks meer’.
‘Als ik de deur openlaat, plundert iemand de koelkast en heeft de rest niks meer.’
‘Die risico’s zijn er zeker,’ geeft Margot toe. ‘Maar betekent dat dat je ruimtes moet afsluiten? We vragen om bewustwording: waarom doe je wat je doet? Je hebt lef nodig om iets uit te proberen of te veranderen. En soms moet je verdragen dat iets in het begin niet helemaal soepel loopt, terwijl het op de lange termijn juist winst oplevert.’
Bart vult aan: ‘We krijgen vaak de ‘ja maar’vraag. Maar tegenover elke ‘ja maar’ zetten wij de vraag ‘waarom?’ Het gaat erom dat we kritisch naar onszelf durven kijken.’
Bart en Margot geven ook toe dat er uitzonderingen zijn: ‘Soms zijn er goede redenen om een deur gesloten te houden. Belangrijk is dat je dan kunt uitleggen waarom de deur gesloten blijft. Ook hierbij is het van belang om open gesprekken te blijven voeren’, aldus Bart.
Het gesprek als startpunt Waar begin je? ‘Altijd bij het gesprek. Eerst samen signaleren of er daadwerkelijk iets aan de hand is, en dan in gesprek gaan met iedereen die hierbij een rol heeft: collega’s, cliënten, verwanten en andere betrokkenen. Samen kijk je naar de knelpunten en of je daar iets voor kan organiseren’, legt Margot uit.
‘We zijn soms geneigd tot doemdenken. Bij het openen van de voordeur maken we ons misschien zorgen over verkeersveiligheid of drukke straten, maar gaat iemand daar eigenlijk wel echt naartoe? Of denken wij dat vooral zelf? Soms blijkt een cliënt helemaal niet de behoefte te hebben om ver weg te lopen, of kun je prima in de gaten houden waar iemand heen gaat. Door in gesprek te blijven kun je afspraken maken en cliënten helpen om verantwoordelijkheid te nemen.’
Margot noemt nog een voorbeeld: ‘Dat geldt ook voor situaties zoals ’s nachts gamen in de huiskamer. Dan is het goed het gesprek aan te gaan met de cliënt: ‘Je was vandaag erg moe, misschien was dat toch niet zo handig. Kun je het de volgende keer anders doen?’. Zulke gesprekken leiden tot meer bewustwording en gezamenlijke afspraken.’
Wat levert het op?
Margot vertelt hoe ze op De Schors zijn begonnen. Niet groots, niet ingewikkeld, gewoon proberen. De inloopdeur ging open. En wat gebeurde er? ‘Niets spannends’, zegt ze. ‘De koelkast bleef vol, de woonkamer bleef heel, cliënten zaten er niet voortdurend. Ze komen binnen, zien dat een begeleider druk is, en kiezen er soms gewoon voor om later terug te komen.’
Het team van de Schors vond het idee in het begin spannend. Margot geeft aan: ‘Ze dachten: straks blijft iedereen de hele tijd hangen in de woonkamer en wordt het onrustig. Maar dat is helemaal niet zo gebleken. Collega’s zijn er nu aan gewend. De vaste openingstijd is verdwenen, en daarmee ook de druk die daarvoor ontstond. Voorheen zag je cliënten al verzamelen en drentelen voor de deur vlak voordat de inloop open ging. Nu is die spanning weg.’
Het openen van deuren levert vooral voordelen op: minder drukte rondom vaste
tijden, meer gerichte zorg, inspelen op het moment, beter signaleren en meer huiselijkheid.
‘Soms maken we ons zorgen om dingen waarvan we niet weten of ze echt gebeuren, of die we vooral dénken,’ zegt Bart. ‘Je moet het soms durven proberen om te ontdekken dat het meevalt.’
Blijven vragen waarom
Waar hopen Bart en Margot op? Dat binnen Aveleijn elke medewerker – van begeleider tot manager – kan uitleggen waarom een deur open of dicht is. Niet omdat het ooit zo is ingevoerd, maar omdat er bewust over is nagedacht. Ze nodigen je uit om na te denken waarom je dingen doet zoals je ze doet op locatie, om zo het gesprek te starten. Want open deuren beginnen met open vragen.
De inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd bracht op 25 september 2025 een onaangekondigd themabezoek aan Aveleijn. Dit bezoek vond plaats in het kader van het campagnetoezicht ‘open je ogen voor gesloten deuren.’
De inspectie wil hiermee zicht krijgen op de werkzame factoren en knelpunten bij de toepassing van open/gesloten deuren en bewustzijn creëren in het veld. De inspectie bezoekt tenminste 80 zorgaanbieders verdeeld over verschillende sectoren om te inventariseren of open deuren de standaard zijn. Wanneer een gesloten deur toch noodzakelijk is, wil de inspectie weten of de besluitvoering en uitvoering zorgvuldig verloopt.
Tijdens de eerste helft van 2026 zijn we begonnen met nieuwe vitaliteitsactiviteiten! Waaronder de workshops keramiek, die binnen een mum van tijd vol zaten. Ook de padelclinics blijven een onverminderd succes. Kijk hieronder voor de komende activiteiten en houd het portaal in de gaten!


Volleybaltoernooi
Zet in je agenda! Op vrijdag 10 juli wordt opnieuw het volleybaltoernooi georganiseerd. Een gezellig evenement met collega’s en lekker in het zonnetje!
Wist je dat Aveleijn een samenwerking heeft met Care for women en dat je gebruik kunt maken van een persoonlijk consult? Scan de QR-code om naar het Vitapleijn te gaan.
Het Vitapleijn is te vinden op het portaal bij de applicaties. Zoek dit icoon voor het Vitapleijn!


Het is mogelijk via het Vitapleijn gebruik te maken van individuele coaching. De coaching kan gericht zijn op een persoonlijke ontwikkelingsvraag, maar ook op het gebied van werk/privé balans kunnen de coaches ondersteunen. Ga op het Vitapleijn naar “persoonlijke coaching” onder het tabblad ontwikkeling.
Heb je leuke ideeën voor een vernieuwd aanbod vitaliteitsactiviteiten? Wij zijn altijd op zoek naar input. Stuur een mail met jouw idee naar m.vandemaat@aveleijn.nl.