Skip to main content

Friesland bouwt en ontwikkelt

Page 1


De toekomst van Friesland is rond

Friesland staat bekend om de weidse horizon, het water en de nuchtere aanpakkersmentaliteit. Maar achter die vertrouwde horizon is een stille revolutie gaande.

In onze provincie wordt niet alleen gepraat over duurzaamheid; er wordt gebouwd, geoogst en geproduceerd met de wereld van morgen in gedachten.

Circulair Friesland is geen abstract toekomstbeeld meer, maar de dagelijkse praktijk van ambitieuze ondernemers, onderwijsinstellingen en overheden.

In deze editie van Friesland Bouwt en Ontwikkelt volgt nu een SPECIAL van Circulair Friesland waarin dieper wordt gedoken in de wereld van circulariteit in onze eigen regio.

Laat je inspireren door concrete voorbeelden van Friese bodem die laten zien dat een circulaire economie niet alleen noodzakelijk is, maar ook volop kansen biedt voor innovatie en werkgelegenheid.

De vloer onder onze vereniging - om in bouwtermen te blijven - is de triple helix: bedrijven, overheden en onderwijs die samen eigenaar zijn van de transitie. Het waren destijds de bedrijven die VCF hebben opgericht, en dat blijft bijzonder. Niet een overheid die aan ondernemers probeert te trekken, maar ondernemers die zélf voorop willen lopen. Overheden en onderwijs die niet achteroverleunen, maar aansluiten, meewerken, mee-investeren. Dat eigenaarschap maakt dat wat we afspreken, niet in een la verdwijnt.

Die manier van samenwerken zie je als voorbeeld heel duidelijk in de bouwsector; circulair bouwen zie je om de hoek: in een hergebruikte sporthal, een biobased school of een geïsoleerde huurwoning. In het programma Fryslân Bouwt Circulair brengen we opdrachtgevers, ketenpartijen en onderwijs bij elkaar met focus op uitvoering en opschaling. Met inmiddels zo’n veertig projecten, van nieuwe woonwijken tot het verduurzamen van bestaande voorraad, laten Friese opdrachtgevers en bouwbedrijven zien hoe het anders kan, en hoe het blijvend anders wordt.

groeit, beweegt de grond hier direct mee. Dat ís circulaire economie, van bodem tot bouwplaats.

De derde pijler is onderwijs en leven lang ontwikkelen. Als we de bouwsector willen veranderen, is het belangrijk dat de studenten van nu het circulaire bouwen van meet af aan leren. Tegelijkertijd scholen we medewerkers van corporaties, gemeenten en bouwbedrijven bij: structureel begrijpen, oefenen, toepassen én blijven toepassen. Daarom doen in Fryslân mbo, hbo en universiteit mee in één gezamenlijk programma, samen met vijftien bouwbedrijven die medeinvesteren. Dat is uniek in Nederland.

De vierde programmalijn is het (Friese) Nieuwe Normaal: It Nije Normaal. Eén gedeelde taal en meetlat voor opdrachtgever én inschrijver. Hoeveel biobased materiaal zit in dit gebouw? Hoeveel herbruikbare materialen zijn geoogst uit bestaande panden? Hoe remontabel is het ontwerp? In Fryslân voegen we daar een eigen verdieping aan toe: water. Drinkwatergebruik en waterimpact krijgen hier een nadrukkelijke plek, met de ambitie om die kennis landelijk te verankeren.

Evert Jan van Nijen, directeur

“Sizze en dwaan, nu, straks en later”

Vereniging Circulair

Friesland

In 2025 vieren we een dubbel jubileum. Tien jaar Vereniging Circulair Friesland, én het moment waarop we met droge ogen kunnen zeggen: wat we in 2015 met elkaar hebben afgesproken, is gelukt. We wilden in 2025 Europese koploper in de circulaire economie zijn, en dat zijn we nu. Niet omdat we dat zelf roepen, maar omdat het zwart-op-wit staat in het Circularity Gap Report Fryslân: 10,6 procent hergebruik van grondstoffen. De hoogste score die wereldwijd ooit voor een land, stad of regio is gemeten. We waren als Fryslân afgelopen zomer wereldkampioen in São Paulo tijdens het internationale congres circulaire economie. Dat klinkt groot, maar het komt voort uit iets herkenbaars: hoe we het hier in Fryslân met elkaar organiseren.

In deze special staan de vijf programmalijnen centraal die samen deze beweging mogelijk maken. Vijf pijlers, even belangrijk, maar ik begin bij de locomotief: de Opdrachtgeversaanpak. Gemeenten, corporaties, onderwijsinstellingen en andere publieke organisaties zetten de toon. Als zij consequent circulair aanbesteden, niet incidenteel maar repeterend, dan beweegt de hele keten mee. We helpen projectleiders en inkopers om die kwaliteit te borgen, zodat ‘circulair’ geen ambitieuze bijzinsnede is, maar een normaal hoofdstuk in iedere aanbesteding.

De tweede pijler is ketenontwikkeling. Bouwbedrijven, architecten, toeleveranciers én boeren werken samen in concrete ketens met opdrachtgevers. De Fryske Vezelhennepdeal is een aansprekend voorbeeld: vijf corporaties, tientallen mkb-bedrijven, GreenInclusive als verwerker en tussenpartij naar inmiddels zo’n honderd Friese boeren die vezelhennep telen. Duizend woningen in drie jaar isoleren met een lokaal biobased product; met de ambitie om door te groeien naar, wat mij betreft in de komende jaren, tienduizend woningen en duizenden hectares teelt. Er staat zelfs een wachtlijst aan boeren klaar in Fryslân. Zodra de vraag bovenin

Tot slot de vijfde pijler: wet- en regelgeving. Hoe snel we gaan, wordt mede bepaald door Den Haag en Brussel. Biobased materialen worden in sommige rekenmethodes nog te negatief beoordeeld, traditionele materialen te positief. Dat remt innovatie. Samen met partners agenderen we dat, laten we zien wat er nú al kan en vragen we om ruimte in normen en regels. Zodat Fryslân geen uitzondering blijft, maar voorloper wordt van wat straks overal normaal is.

Als ik terugkijk op het afgelopen jaar, ben ik trots op het cijfer 10,6, maar misschien nog trotser op iets wat je niet in een rapport vangt: het vertrouwen. Dat we elkaar kennen. Dat we bereid zijn iets voor de regio te doen zonder meteen te vragen wat het oplevert. Dat Friese bedrijven zich verantwoordelijk voelen voor de toekomst van Fryslân. Dat we niet alleen praten, maar vooral dóen. Sizze en dwaan. Want, wereldkampioen circulaire economie zijn is geen eindpunt. Het is een verplichting om door te gaan, op te schalen, de lat hoger te leggen. Nu, straks en later.

Evert Jan van Nijen

Directeur Vereniging Circulair Friesland

Vereniging Circulair Friesland

“De

echte verandering begint aan de tekentafel”

Met ‘ze’ doelt Alders op de projecten van Friese gemeenten, provincie en woningcorporaties die expliciet circulair en biobased in de markt worden gezet. De Opdrachtgeversaanpak richt zich op deze eerste schakel in de keten: de partijen die de opdrachten formuleren. “Duurzaamheid is een containerbegrip,” zegt hij. “Daarom helpen wij opdrachtgevers om samen scherp te krijgen wat circulariteit en toekomstbestendigheid betekenen, en hoe je dat vertaalt naar concrete plannen en uitvragen.”

Het afgelopen jaar is de aanpak in een stroomversnelling gekomen. Waar eerder vooral losse pilots werden gedraaid, is er nu sprake van een volwaardig programma met zo’n veertig projecten. Vijf grotere gebiedsontwikkelingen fungeren als impactprojecten, waarin de lat bewust hoger ligt. Projectteams komen regelmatig bij elkaar om kennis en ervaringen uit te wisselen, maar vooral om gezamenlijk knelpunten te bespreken en op te lossen.

Gemeente Súdwest-Fryslân, BGDD

“Wij geven met dit gebouw zelf het goede voorbeeld”

Het hoogste punt is bereikt. Wie over de rondweg Bolsward rijdt, kan er niet meer omheen: hier verrijst het nieuwe onderkomen van de buitendienst van gemeente Súdwest-Fryslân. Straks verhuizen de locaties in Bolsward, Heeg en Sneek naar deze centrale plek. Maar het gebouw is meer dan een nieuw dak boven het hoofd van de buitendienst. Het is in één keer visitekaartje, proeflaboratorium én lesmateriaal voor circulair bouwen.

Centrale plek voor de mienskip

Opdrachtgeversaanpak

“Je ziet dat ze in onze regio flink toenemen, maar op het geheel is het nog te weinig,” zegt Erwin Alders, programmaleider Opdrachtgeversaanpak bij Vereniging Circulair Friesland. “Het besef en de bewustwording zijn inmiddels ingedaald, maar de weg om onze aanpak op een goede én betaalbare manier vorm te geven vraagt nog aandacht. Agenderen lukt goed, het er echt mee aan de slag gaan heeft nu de volle focus.”

Volgens Alders zit de meeste winst aan de voorkant van het proces. “Daar leg je de programmatische en stedenbouwkundige contouren vast. Als je vroegtijdig ruimte maakt voor water en groen rekening houdt met de zonoriëntatie, hoef je op gebouwniveau veel minder te corrigeren.” Juist daarom is de Opdrachtgeversaanpak cruciaal. “De echte verandering begint aan de tekentafel. Als opdrachtgevers andere keuzes durven maken, wordt circulair en biobased bouwen vanzelf de standaard.”

De buitendienst is de stille motor achter het dagelijkse gemak van ruim 40.000 huishoudens, 5.000 bedrijven en talloze bezoekers. Afval ophalen, straten vegen, gladheidsbestrijding, groenonderhoud, sportvelden speelklaar maken: het gebeurt vaak ’s ochtends vroeg of als iedereen al binnen zit.

“Dan mag je ook goede huisvesting organiseren”, zegt wethouder Henk de Boer. “Met dit gebouw in Bolsward bundelen we krachten op een plek die logistiek centraal ligt in de gemeente én een impuls geeft aan dit gebied.”

De raad kreeg al vroeg een kijkje achter de schermen.

“Een van mijn eerste acties als wethouder in 2022 was: de raad meenemen naar de oude situatie,” vertelt De Boer. “Toen konden we heel concreet laten zien dat

hier een enorme kans lag. De raad was eigenlijk direct enthousiast. Dít is de plek waar we naartoe moeten.”

Ambities in plaats van bestek

Die keuze voor Bolsward was het begin. Minstens zo bepalend was de manier wááróp de gemeente ging bouwen. Geen dichtgetimmerd bestek, maar een uitnodiging aan de markt om mee te denken.

Projectleider Richard Teppema van gemeente SúdwestFryslân, sinds 2019 bij het project betrokken: “We hadden één helder uitgangspunt: we willen zo circulair en toekomstbestendig mogelijk bouwen. Maar we wisten nog niet precies hoe en met wélke materialen we dat moesten doen. Dus hebben we geen lijstje met producten voorgeschreven, maar ambities op thema’s

zoals hergebruik, losmaakbaarheid, water en hitte (klimaatadaptatie), biodiversiteit en energie.”

Die ruimte is cruciaal, zegt Tjebbe de Jong, ontwikkelaar en tendermanager bij Bouwgroep Dijkstra Draisma. “Wij kunnen als bouwer wel allerlei duurzaamheidsambities hebben, maar als er een traditioneel bestek ligt - ‘dit zijn de tekeningen, zo moet je het maken’ - dan houdt het snel op. Hier zei de opdrachtgever: dit is de lat, help ons om ’m te halen. Dat vraagt lef van een gemeente. Maar alleen met zulke opdrachtgevers kom je écht verder in circulair bouwen.”

voor het eerst hebben toegepast. Ook passen we in het project hergebruikt kanaalplaatvloeren toe.

Ook nieuwe betonnen onderdelen zijn zo duurzaam mogelijk gemaakt. “Voor de fundering gebruiken we Reduxx-beton,” legt hij uit. “Dat bestaat voor de helft uit hergebruikt zand en voor een deel uit grind en steen uit gesloopte woningen in de Leeuwarder wijk Heechterp. Zo haal je de materiaalstromen uit de regio terug in dit gebouw.”

Zelfs tijdelijke materialen krijgen een tweede leven. De Jong: “Zoals de houten platen die bij eerdere bouwprojecten als bekisting zijn gebruikt. En de houten vloerplaten van het WK Wallball in Leeuwarden, waar eerder dit jaar nog op is gespeeld, worden straks wandafwerking in de werkplaats.” Friesland komt letterlijk in dit gebouw samen.

De aanpak deed denken aan eerdere projecten. “We hebben het Swettehûs in Leeuwarden gebouwd, ook met een sterke circulaire ambitie,” zegt De Jong. “Die kennis en aanpak hebben we hier neergelegd. Tegelijkertijd gaat dit project in Bolsward op sommige fronten nog een stap verder.”

Heel Friesland in één gebouw

Dat zie je terug in de materialen. De Jong: “Het kantoor wordt zoveel mogelijk gemaakt van biobased materialen. De hoofdstructuur bestaat uit een gelamineerde houtconstructie. De vloeren zijn gemaakt van hergebruikte houten balken. Het is een behoorlijke uitdaging om voldoende houten balken te vinden. De grote luifels aan de uiteinden van het hoofdgebouw worden gedragen door hergebruikte basralocus palen. Een product dat we bij het Swettehûs

Binnen gaat het net zo door. De isolatie is deels van gerecycled EPS; snijafval gaat terug naar de leverancier om opnieuw tot platen te worden verwerkt. De gevels van het kantoor zijn geïsoleerd met een biobased isolatiemateriaal. Voor de werkplaats worden hergebruikte sandwichpanelen toegepast. Het akoestische isolatiemateriaal tussen de houten is gemaakt van oude spijkerbroeken en blijft in het zicht.

“We wilden als gemeente 3.000 jeans inzamelen,” zegt De Boer. Een bijzonder symbool: onder anderen ambtenaren en werknemers van Dijkstra Draisma leverden hun oude en versleten broek in en zien hem later terug in het gebouw waar hun straten, plantsoenen en sportvelden worden aangestuurd.

Buitenruimte als grondstoffenbank “We hergebruiken stelconplaten, betonklinkers, keerwanden, hekken en schuifpoorten. Meer dan de helft van alle verhardingsmaterialen krijgt hier een tweede leven”, zegt Teppema. Dat vraagt planning, vult De Jong aan. “We

wisten al ruim van tevoren dat dit terrein bestraat moest worden. Dan ga je kijken: welke projecten lopen er binnen de gemeente, welke mutaties zijn er in de openbare ruimte, waar komen klinkers vrij? Je wilt grote, min of meer homogene partijen, anders kun je er geen fatsoenlijke verharding van maken. Die puzzel leggen we samen met gemeente en sloop- en infrabedrijven.”

De Boer: “Het is precies wat we als gemeente willen uitstralen. Beschouw je bestaande omgeving als grondstoffenbank. Wij moeten zelf het goede voorbeeld geven, anders kun je inwoners niet vragen om na te denken over wat ze weggooien en wat nog een tweede leven kan krijgen.”

Leren en bijsturen

“We maken hier stap voor stap de slag naar elektrificatie van het wagenpark,” zegt Teppema. “Niet alles in één keer, maar gefaseerd, zodat we kunnen leren en bijsturen.” Het nieuwe gebouw krijgt een groot aantal zonnepanelen op de overkappingen en er komt een eigen batterij. “We gaan energie opslaan en op rustige momenten onze voertuigen, gecontroleerd, laden.”

Daarbij speelt ook netcongestie een rol. “De gemeente krijgt voorlopig geen zwaardere aansluiting,” vertelt De Jong. “Dus ontwerpen we een systeem waarin we met de bestaande aansluiting, zonnepanelen, accu en zo nodig wat hulpstroom tóch volledig elektrisch kunnen draaien.”

Water wordt eveneens slim benut. Het regenwater van het terrein gaat niet rechtstreeks het riool in, maar wordt opgevangen in het retentiedak, in buffertanks onder maaiveld en in RVS-tanks in de vorstvrije stalling. Deze RVS-tanks zijn afkomstig van Fritom, uit de gemeente Súdwest-Fryslân, en zijn zeer geschikt voor het opvangen van regenwater voor de wasstraat. Met dat water worden straks de voertuigen gewassen.

Delen en opschalen

Het project is door Vereniging Circulair Friesland aangewezen als een goed voorbeeld binnen de programmalijn

Opdrachtgeversaanpak. Niet toevallig, zegt Teppema: “Hier zie je wat er gebeurt als een opdrachtgever ambities formuleert en vervolgens de keten uitnodigt om daar invulling aan te geven. Architect, gemeente en aannemer hebben samen een speelveld gemaakt waarin je continu kunt zoeken: kan het nog slimmer, nog duurzamer, zonder dat de kosten uit de pas lopen?”

Die zoektocht gebeurt niet achter gesloten deuren. Studenten van bouwkundige opleidingen werken met het project, lopen rond op de bouw en krijgen gastcolleges. “We zeggen tegen die studenten: maak zélf materiaalkeuzes en bedenk oplossingen,” vertelt De Jong. „Daarna laten we zien welke keuzes wij hebben gemaakt en waarom. Soms komen zij weer met iets nieuws dat wij nog niet kenden. Dat is precies de wisselwerking die je nodig hebt, want zij zijn de bouwers van morgen.”

In maart 2026, tijdens de Week van de Circulaire Economie, gaan de hekken open voor publiek en collega-gemeenten. Een open dag die Bouwgroep Dijkstra Draisma samen met de gemeente organiseert. De Boer: “Dan is het hier nog niet af, maar juist in maart kun je nog zien hoe het gebouwd wordt, hoe de materialen zijn toegepast en welke keuzes er onder de huid zitten.” Komt dat dus zien! De regio is alvast uitgenodigd.

Project Bolsward
Project Bolsward, interieur
Henk de Boer wethouder Gemeente
Buitendienst Bolsward

“De keten staat steeds

vaker echt in de praktijk”

om die groeiende vraag te beantwoorden?

“Dat is ons werk: partijen in stelling brengen. We organiseren ontmoetingen, delen kennis, bespreken successen én maken afspraken over hoe we dit in de praktijk brengen. Niet op papier, maar op de bouwplaats.”

Het woningbouwproject in Easterlittens - waarin corporatie Elkien, Lont en Hekstra samenwerken - is volgens hem een voorbeeld van hoe de keten concreet tot leven komt. “Elkien heeft de verduurzamingsopgave. Lont krijgt de opdracht. Hekstra levert de dakplaten met vezelhennep uit de regio. En samen zorgen ze dat dit materiaal ook daadwerkelijk op de daken in dezelfde regio terechtkomt. Zó hoort een keten te werken.”

“Dertien daken, één keten”

“In de regio zie je dat de vraag naar circulaire en biobased materialen snel groeit,” zegt Erik Fledderus, projectmanager Circulaire Ketens bij Vereniging Circulair Friesland. “Dat komt onder meer door de Opdrachtgeversaanpak binnen het programma Fryslân Bouwt Circulair. Overheden en corporaties formuleren hun ambities steeds duidelijker. Daardoor ontstaat er een regionale vraag die veel consistenter en sterker is dan daarvoor.”

Binnen de pijler Ketenontwikkeling richt Fledderus zich op één centrale vraag: hoe brengen we alle schakels van de circulaire keten bij elkaar, zodat ze samen klaarstaan

Dit voorbeeld laat ook het effect zien van de vezelhennepdeal, waarin tientallen partijen hebben afgesproken om de komende drie jaar duizend woningen te isoleren met biobased materialen. “Een jaar geleden voelde duizend als een enorme opgave,” zegt Fledderus. “Maar inmiddels zien we dat partijen het niet alleen beloven, ze dóen het. Als we zo doorgaan, ligt een hogere ambitie zonder meer voor de hand.”

Essentieel is ook dat Friesland zijn kennis deelt én ophaalt via het Interreg North Sea Region project project Building Based on Bio-Based (BBOBB). “Met zestien partners uit de North Sea Region kijken we: wat is er in een keten nodig om écht door te pakken? Wij laten aan Europa zien hoe wij voorbij intenties gaan en brengen waardevolle inzichten uit Europa weer terug naar onze regio. Dat versterkt onze keten elke dag.”

In Easterlittens kregen zestien grondgebonden woningen van Elkien een stevige woningverbetering. Bij dertien daarvan gebeurde iets bijzonders: de daken werden van buitenaf geïsoleerd met prefab dakelementen, gevuld met Friese vezelhennep. Geen glas- of steenwol dus, maar biobased isolatiemateriaal uit eigen provincie. Een dakenspecialist, bouwbedrijf en woningcorporatie trokken er samen in op: Hekstra, Lont en Elkien. Precies zó ziet ketenontwikkeling er in de praktijk uit.

Van ambitie naar praktijk

Bij Lont is Haije Wierda procesregisseur. Hij houdt zich bezig met ketensamenwerking én met de circulaire en biobased ambities van het bedrijf. “Ik ben binnen Lont een beetje de aanjager,” zegt hij. “Aan de ene kant praat je op directieniveau over deals en ambities, aan de andere kant moet het op de bouwplaats wérken. Mijn rol is om die twee werelden aan elkaar te knopen.”

Bij Elkien vervult Jorn Stroetenga als regisseur duurzaamheid een vergelijkbare rol. Hij werkte eerder onder meer voor Urgenda. “Sinds een jaar of vijftien ben ik echt ‘besmet’ met duurzaamheid,” zegt hij. “Ik ben naar Elkien gegaan omdat zij niet iemand zochten die duurzaamheid ‘er even bij’ doet, maar een functie maakten met echt mandaat. Dan kun je gaan duwen.”

Dat duwen is nodig. “Duurzaam werken is nog steeds missiewerk,” zegt Stroetenga. “We zijn er nog niet. Je zou eigenlijk willen dat mijn functie over een jaar of vijf niet meer nodig is. Dat duurzaamheid dan zo in de genen zit, dat iedereen vanzelf de duurzame keuze maakt.”

Onmisbaar

Zowel Wierda als Stroetenga zijn ervan overtuigd: zonder sterke ketens geen circulaire economie. Ketenontwikkeling betekent dat alle schakels - van boer en verwerker tot producent, aannemer en woningcorporatie - samen aan tafel zitten

Elkien, Lont en Hekstra

en verantwoordelijkheid nemen voor het hele traject.

“Je kunt heel makkelijk zeggen: ‘Dat ligt bij de leverancier’ of ‘De opdracht komt niet uit de markt’,” zegt Wierda. “Maar dan schuif je het probleem steeds door. Als je wilt dat biobased materialen echt de norm worden, moet je de hele keten bedienen. Dus samen kijken waar de knelpunten en de kansen liggen en wat het betekent voor iedereen.”

Die openheid gaat verder dan techniek. “In een ketensamenwerking kun je ook eerlijk zijn over geld,” zegt Wierda. “Biobased is nu soms nog duurder. Dan moet je met elkaar kijken: wie neemt waar een stukje voor zijn rekening? Dat werkt alleen als je transparant en vertrouwelijk met elkaar omgaat. Niet vanuit je eigen eiland, maar vanuit de gezamenlijke opgave.”

Friese vezelhennepdeal

Het project in Easterlittens is onderdeel van de Friese vezelhennepdeal. Een regionale afspraak waarbij boeren, verwerkers, bouwbedrijven en woningcorporaties afspreken om op te schalen met hennepisolatie uit eigen regio. GreenInclusive verwerkt de in Friesland geteelde hennep tot isolatiematten. Hekstra vult er prefab elementen mee en plaatste ze zelf voor Lont en Elkien op de woningen in Easterlittens.

“Voor boeren is hennep een prachtig rustgewas in de rotatie,” zegt Stroetenga. “Het is goed voor de bodem, en ze kunnen er ook nog aan verdienen. Maar dan moeten ze wel zeker zijn van afname. Met de vezelhennepdeal spreken we af: we gaan niet een paar proefwoningen doen, maar toewerken naar duizenden.”

Ook voor Hekstra is de deal meer dan een eenmalig project, benadrukt Leon Kooijmans. Hij is bij Hekstra de aanjager op het gebied van duurzaamheid. “Wij willen niet alleen een paar leuke pilots doen, maar echt omschakelen naar biobased als nieuwe standaard. Dan heb je volume, voorspelbaarheid en lange lijnen in de keten nodig.”

In eerste instantie werd gesproken over duizend woningen. Inmiddels ligt de ambitie hoger. “Er staan nog honderdvijftig boeren op de wachtlijst die ook graag hennep willen telen,” zegt Stroetenga. “Dan zie je hoe belangrijk het is dat de bouw en de corporaties de vraagkant organiseren.”

Snel, schoon en biobased

Arjen Brouwer en Leon Kooijmans van Hekstra leggen uit wat er in Easterlittens gebeurde. Dertien daken werden niet van binnenuit geïsoleerd, maar van buitenaf. In de fabriek van Hekstra in Damwâld werden complete dakelementen geproduceerd, gevuld met Friese hennep. Deze elementen werden vervolgens op de bestaande daken geplaatst, waarna de dakpannen terug werden gelegd.

Voor Hekstra was isoleren met prefab dakelementen al een bekende werkwijze. “Maar dit was het eerste project voor Lont dat we op deze manier uitvoerden,” vertelt Arjen Brouwer, directeur van Hekstra. “Het voordeel van een prefab dakelement is dat ze dus van buitenaf kunnen worden toegepast. Voor bewoners maakt dat een enorm verschil: veel minder overlast, we hoeven niet op zolder te komen, en per woning is het dak binne

Voor de medewerkers van Hekstra dakmeesters is het materiaal ook een verademing. “In de bouw onderschatten we nog wel eens wat er allemaal aan lijmstoffen en vezels in conventionele materialen zit,” stelt Leon Kooijmans. “Hennep is een natuurlijk product, fijner om mee te werken en gezond voor de mensen die het verwerken én bewonen.”

Bovendien is hennep goed in staat om warmte te bufferen. “Als je het goed ontwerpt, helpt het ook tegen hittestress,” aldus Kooijmans. “En juist sociale huurwoningen zijn daar volgens rapporten het meest kwetsbaar voor. Dan is dit een heel logische keuze.”

Compleet verhaal

Het is hoogwaardig isolatiemateriaal dat toevallig uit een plant komt. Dat die plant in Friesland groeit, maakt het verhaal sterk. Minder transport en meer lokale waarde. Daar draait de circulaire economie óók om.

Soms is frictie nodig

En zolang dat doel – het versterken van de circulaire en bio-based economie - een gemeenschappelijke missie blijft, mag het soms best een beetje stormen aan de overlegtafels. “Want je moet elkaar de waarheid kunnen zeggen”, vindt Haije Wierda van Lont. Jorn Stroetenga (Elkien) knikt: “Juist doordat je in een vaste keten zit, kun je dat ook. We kennen elkaar. We zitten niet uit eigen belang aan tafel, maar vanwege het algemene belang.”

Deze denk- en werkwijze geldt voor alle partijen, zegt Arjen Brouwer (Hekstra).

“Onze ambitie is dat we over een paar jaar alleen nog biobased isolatie gebruiken. Dan kún je niet blijven doen wat je altijd deed. Dan heb je aanjagers nodig. En mensen die kritische vragen durven stellen en de wereld net even anders bekijken.” Mensen zoals Leon Kooijmans, Jorn Stroetenga en Haije Wierda.

Voorbeeld van hoe het wél kan

Dertien daken in Easterlittens lossen het klimaatprobleem niet op. Maar het project laat wel zien wat er mogelijk is als partijen elkaar écht opzoeken. De boer die een gezond rustgewas teelt, de verwerker die er isolatie van maakt, de dakenspecialist die prefab-elementen ontwikkelt, het bouwbedrijf dat de keten organiseert en een corporatie die durft te kiezen. En uiteindelijk genieten de bewoners van een comfortabele woning en een lagere energierekening.

“Dit is ketenontwikkeling in het klein,” zegt Brouwer. “Iedereen neemt zijn verantwoordelijkheid en is bereid te leren. We zijn eerlijk over waar het schuurt. Maar zonder wrijving geen glans. Als we op deze manier blijven samenwerken, dan is biobased bouwen straks niet meer bijzonder, maar heel normaal.”

Ketenontwikkeling:
Jorn Stroetenga (Elkien) en Haije Wierda (Lont)
Arjen Brouwer (staand) en Leon Kooijmans (Hekstra)
Bastian in de werkplaats (Hekstra)
Project in Easterlittens

“Zorg

dat de regels zo zijn, dat circulair en biobased bouwen de logische keuze is”

Wet- en Regelgeving:

Joris Rommerts, projectleider wet- en regelgeving bij Vereniging Circulair Friesland. Zijn ambitie is bewust eenvoudig: zorg dat de regels zo zijn, dat circulair en biobased bouwen de logische keuze is. “We weten allang wat we moeten doen,” zegt hij. “Het is een politieke keuze of we voor circulair en biobased gaan of niet.”

Volgens Rommerts wringt het vooral bij de landelijke wet- en regelgeving. “Het Bouwbesluit en de huidige rekenmethodes zijn niet gemaakt voor de circulaire economie” Daardoor komen biobased materialen op papier soms slechter uit, terwijl ze in de praktijk juist grote voordelen hebben: minder CO2-uitstoot, opslag van CO2, minder stikstof en gezondere gebouwen.

Hij plaatst ook kanttekeningen bij de wens om regels te harmoniseren door lokale ambities te beperken. “Eén landelijke norm kan helpen bij snelheid, maar als die norm een plafond wordt, rem je de koplopers. Gemeenten en corporaties mogen duurzaamheid vaak alleen nog belonen in aanbestedingen, niet meer eisen. Daarmee verlies je autonomie en slagkracht.”

Wat is er wél nodig? Allereerst duidelijke richting vanuit het Rijk. “Zet een stip op de horizon: hier willen we naartoe. Dan durft de markt te investeren.” Daarnaast moeten rekenmethodes worden vernieuwd.

“Whole Life Carbon, waarbij je de totale CO2-impact van een gebouw over de hele levensduur bekijkt, is een belangrijke stap – mits die goed wordt vormgegeven.”

Tot slot pleit Rommerts voor meer samenhang. “Klimaat, woningbouw, stikstof en landbouw worden nu los van elkaar bekeken, terwijl biobased bouwen al die opgaven tegelijk raakt. Als je die puzzel integraal legt, wordt de oplossing ineens heel logisch.”

“De aarde staat in de fik, maar in Friesland durven ze te dóen”

Pim Ketelaars, manager duurzaamheid bij Heijmans, over regels die remmen, fabrieken die versnellen en waarom Friesland voorop kan lopen.

“De aarde staat in de fik,” zegt Pim Ketelaars. “We praten er veel over, maar we doen te weinig.”

Die onrust bracht de Brabander drie jaar geleden terug naar Heijmans. Na een eerste periode bij het bouwbedrijf begon hij een eigen innovatieadviesbureau, succesvol, maar uiteindelijk gaf het me te weinig impact.

“Als adviseur zie je hoe groot onze impact op de aarde is en hoe weinig er soms écht verandert. En als je advies klaar is, moet je weg. Ik wilde niet meer alleen praten over verandering, ik wilde er zelf verantwoordelijkheid voor dragen.”

Bij Heijmans kreeg hij die kans. Als manager duurzaamheid is hij verantwoordelijk voor het verduurzamen van de woningbouw. “We maken als bedrijf enorme impact. Tot in de raad van bestuur is er motivatie om dat te veranderen. De grote vraag is dan: hóe dan? Aan die ‘hoe’-vraag mag ik richting geven.”

Heijmans

De fabriek die laat zien dat het kán Die ‘hoe’ is in Heerenveen tastbaar. Aan de rand van de stad staat de houtskeletbouwfabriek van Heijmans waar Heijmans Horizonwoningen worden gefabriceerd. “Dit is ons bewijsstuk,” zegt Ketelaars. “Hier laten we zien dat industrieel, biobased én betaalbaar wonen prima samengaan.”

Heijmans nam een bestaande fabriek over, haalde die leeg en begon opnieuw. “We hebben een team met een blanco pagina op pad gestuurd: denk eerst na over de woning van de toekomst. Niet bijschaven wat we al deden, maar opnieuw beginnen. Daarna zijn we pas gaan kijken: wat voor fabriek heb je nodig om dát product te maken?”

Het resultaat is een slimme rijwoning, opgebouwd uit een 3D-kern en 2D-elementen. “In de fabriek maken we een complete kern met trappenhuis, meterkast en wc. Die kubus gaat als 3D-element naar de bouw. Vloeren en wanden maken we als 2D-elementen. Op de bouw zetten we het in één dag in elkaar. Binnen twee maanden is zo’n woning woonklaar.”

Het is houtskeletbouw, maar niet per se met een ‘hout-look’. “Welstand en ook de Nederlandse koper houdt van baksteen. Dus hebben we hier ook een metselrobot staan. We kunnen volledig in hout, een mix van hout en steen, of ogenschijnlijk een volledig stenen woning maken, terwijl daarachter een biobased houtskelet zit.”

De fabriek is bewust ‘slank’ opgezet. “We hebben laag geïnvesteerd en de fabriek geëngineerd op zo’n 250 woningen per jaar. We schalen op naar 500 woningen, en met een tweede ploeg zelfs naar duizend. Zo houden we het financieel gezond én hebben we ruimte om te leren en kinderziektes eruit te halen.”

Juiste mindset

Zelfs de energievoorziening laat zien hoe

Heijmans naar oplossingen zoekt. “Het dak ligt vol zonnepanelen,” zegt Ketelaars. “We wekken veel meer stroom op dan we nodig hebben. Door een slimme combinatie van panelen, een beperkte netaansluiting en een grote accu kunnen we hier toch draaien. Dat is precies de mindset die je nodig hebt: niet uitleggen waarom iets níet kan, maar zoeken naar manieren waarop het wél kan.”

Toch loopt zelfs de grootste optimist bij de wet- en regelgeving geregeld vast. “Veel normen zijn ooit gemaakt voor betonnen gebouwen. Die leggen we nu vaak één-opéén op houten woningen. Bij een project in Nietap moesten we bijvoorbeeld drie lagen gipsplaat aan beide kanten van de woningscheidende muur monteren om aan de brandwerendheidseis te voldoen. Theoretisch klopt dat, iedereen zet zijn handtekening, maar de vraag is: is het nog logisch?”

‘We slaan soms door’ Nog fundamenteler vindt hij de manier waarop we CO2 en circulariteit doorrekenen. “Als ik nu een houten woning doorreken, moet ik ervan uitgaan dat het hout over 75 jaar wordt verbrand. Beton mag je na 75 jaar als herbruikbaar meenemen. Terwijl we juist biobased materialen willen stimuleren. Niemand gaat een compleet houten casco naïef de oven in gooien.”

Duurzaam denken is lastig wanneer de wetgeving niet meebeweegt. “In de huidige regels komt hout er op papier soms slechter vanaf dan beton. Dat is echt een wereld op zijn kop.” De grootste rem op de woningproductie zit volgens Ketelaars in procedures en bezwaren. “Wij hebben als Heijmans duizenden woningen die in bezwaar hangen. Dan heb je een compleet plan ontwikkeld, vaak jaren werk, en dan wordt het op het laatste moment tegengehouden. Bezwaar is een belangrijk recht, maar we slaan soms door.”

Lerende overheid en Friese lef Volgens Ketelaars is het hoogste tijd om óók wet- en regelgeving als innovatiethema te zien. “Innovatiefondsen gaan nu vooral naar materialen, installaties, energie. Allemaal belangrijk. Maar waar is het programma dat zegt: we gaan de rekenregels voor CO2 actualiseren, branden geluidseisen herijken voor biobased bouwen?”

Hij pleit voor een ‘lerende overheid’ met experimenteerruimte. “Neem een gebiedsontwikkeling van een paar honderd woningen en spreek af: hier gaan we bewust afwijken van een aantal regels. We halen alle experts aan tafel, kijken wat écht nodig is en wat slimmer kan. Zo kun je nieuwe normen ontwikkelen op basis van praktijkervaring, niet alleen theorie.”

Voortrekkersrol

Dat Friesland daarin een voortrekkersrol kan spelen, staat voor hem buiten kijf. “De lijnen zijn hier kort, de bevlogenheid is voelbaar. Jullie kennen elkaar, jullie zijn trots op Friesland en er is bereidheid om een open gesprek te voeren. Dat maakt deze regio bij uitstek geschikt om te zeggen: wij gaan het gewoon doen.”

Ketelaars ziet dat de bouw de afgelopen jaren een enorme versnelling heeft doorgemaakt. “Noem de bouw alsjeblieft niet conservatief meer. Niet eens zo heel lang geleden was een volledig betonnen fabriekswoning nog het toekomstbeeld. Nu zitten we hier in een biobased fabriek, praten we over lokale hennep, CO2-opslag en circulariteit. In vijf jaar tijd is dat een bizar grote stap.”

“Hier laten we zien dat industrieel, biobased én betaalbaar wonen prima samengaan”

Juist daarom vindt hij dat de overheid nu mee móét bewegen. “Dat vraagt leiderschap en lef. Maar de mooie kant is, de voorbeelden liggen er al. Hier in Heerenveen en in al die ketens waar we samen mee optrekken. Wij laten zien dat het kan. Nu is het tijd dat de regels het mogelijk maken om op te schalen.” Hij lacht. “En altijd met het glas halfvol. Want als er één ding is dat ik heb geleerd, is het dit: met ‘het kan niet’ hebben we nog nooit een woning gebouwd.”

Heijmans Horizon

“Leven Lang Ontwikkelen”

bijhouden, je hele loopbaan lang.”

Daarom speelt LLO – Leven Lang Ontwikkelen – een centrale rol. “LLO is geen extraatje,” benadrukt Eisenbart. “Het is een randvoorwaarde. Als we willen dat circulair en biobased bouwen de norm wordt, moeten de mensen die het werk doen weten hóé ze het moeten doen. Van de timmerman op de bouwplaats tot de projectleider die een bestek maakt.”

Hij ziet dat vooral kleinere bouwbedrijven worstelen met tijd en middelen om hun mensen bij te scholen. “Juist daarom is samenwerking zo belangrijk. In Friesland doen we dat goed: onderwijs, bedrijven en overheid trekken samen op. Zo zorgen we dat opleidingen actualiseren, dat vakmensen trainingen krijgen en dat nieuwe kennis direct landt in de praktijk.”

Firda en GreenInclusive

Volgens Max Eisenbart, projectleider Bouwen aan de Toekomst bij Vereniging Circulair Friesland, staat of valt de circulaire transitie met kennis. Zonder scholing, zegt hij, blijft de bouwsector hangen in oude routines. “De ontwikkelingen gaan zó snel dat je niet kunt volstaan met wat je tien of twintig jaar geleden hebt geleerd,” zegt hij. “Biobased materialen, nieuwe technieken, andere manieren van rekenen en bouwen: het vraagt allemaal om actuele kennis en vaardigheden. En die moet je blijven

Volgens Eisenbart is het onderwijs dé sleutel om schaal te maken. “Studenten die nu worden opgeleid, zijn de vakmensen van morgen. Als zij van meet af aan leren werken met biobased materialen en circulaire principes, dan versnelt dat de hele beweging. Want wie circulair bouwen serieus neemt, moet educatie serieus nemen. Het begint bij de juiste kennis en vaardigheden.”

“Hoe onderwijs samenwerkt aan nieuwe generatie bouwers”

Aan de Splitting in Drachten ligt de Firda-campus, een plek die duidelijk maakt dat de school volop in ontwikkeling is. Vier gebouwen vormen het onderwijspark: drie zijn modern en relatief nieuw, één stamt nog uit de jaren zestig. Dat verouderde gebouw maakt over een dik jaar plaats voor een nieuwe, toekomstbestendige en opvallend duurzame campus. Een gebouw dat aansluit bij de ambities van circulair bouwen én bij de veranderende rol van onderwijs in de bouwsector.

“Wij leiden op voor de sector,” zegt Jaap van Bruggen, facilitair manager bij Firda. “Dus hebben we automatisch een voorbeeldfunctie. Als wij in het klaslokaal vertellen hoe het anders kan, dan moeten we dat buiten de klas ook laten zien. Practice what you preach.”

Die overtuiging zorgt ervoor dat Firda niet alleen inzet op natuurlijke en herbruikbare materialen, maar ook op vernieuwende manieren van ontwerpen en intensieve samenwerking met regionale partners. Eén van die partners is GreenInclusive, producent van Friese vezelhennep en in 2026 de motor achter de eerste Friese hennepfabriek.

Bouwen aan de toekomst
Jaap van Bruggen, Firda
Marthijs Roorda, GreenInclusive

Een gebouw dat ademt

Wat direct opvalt, is de manier waarop het nieuwe gebouw wordt ontworpen. In het ontwerpteam werkt een bouwbioloog mee: iemand die gespecialiseerd is in gezonde materialen en gebouwprestaties. In Duitsland is dit heel normaal, aldus Van Bruggen, in Nederland komt het nog weinig voor.

“Architecten weten veel,” zegt hij. “Maar als je echt wilt weten welke lijm, plaat of verbinding het gezondst en duurzaamst is, dan heb je specialistische kennis nodig. Een bouwbioloog kijkt naar de ecologie van het gebouw zelf: hoe het ademt, hoe het reageert op licht en vocht, en hoe gezond het is voor de gebruiker.”

Een belangrijke rol is weggelegd voor biobased isolatie, waaronder Friese vezelhennep. Dit natuurlijke, ademende materiaal draagt bij aan een prettig binnenklimaat en bevat geen schadelijke stoffen. Tegelijkertijd wordt het gebouw parametrisch ontworpen: met behulp van computers en AI wordt berekend wat de beste keuzes zijn voor licht, zon en warmte. “Per lamel berekent het systeem de ideale stand voor het hele jaar,” legt Van Bruggen uit. “Dat zorgt voor minder warmte, minder behoefte aan kunstlicht en minder installaties. Het is simpelweg slimmer ontwerpen.” Het resultaat is een gebouw dat minder technische voorzieningen nodig heeft omdat het ontwerp zélf al beter functioneert. “Duurzaamheid is hier het vertrekpunt en niet een oplossing achteraf.”

Anders rekenen, anders denken Firda ontdekte dat circulair bouwen niet automatisch duurder is. Het vraagt vooral om een andere manier van rekenen. “Traditioneel schrijf je een gebouw in veertig jaar af naar nul,” zegt Van Bruggen. “Maar houten constructies die demontabel zijn en over vijftig jaar nog waarde hebben, kun je anders waarderen.”

Met moderne certificeringssystemen kan bijvoorbeeld worden aangetoond dat een houten balk van duizend euro over vijftig jaar nog tweehonderd euro waard is. “Als je die waarde meeneemt in de berekening van het hele gebouw, ontstaat er ruimte voor investeringen in duurzame materialen,” zegt hij. “Je betaalt soms iets meer bij de start, maar per saldo ben je niet duurder uit en soms zelfs goedkoper.”

Leven Lang Ontwikkelen

De nieuwbouw is meer dan een schoolgebouw: het wordt een leeromgeving voor de toekomst. Want wie in de bouw werkt, krijgt steeds meer te maken met materialen en technieken die nu nog nieuw zijn. “De ontwikkelingen op het gebied van biosbased en circulair bouwen gaan zó snel…,” zegt Van Bruggen. “Je móét als docent en student meegroeien.”

Het LLO-programma ontwikkelt trainingen op basis van vragen uit de praktijk. Geen theoretische modellen, maar concrete situaties. “Als een bouwer zegt: ‘Mijn mensen weten niet welke zaag je voor hennep moet gebruiken’, dan wordt daar een module voor gemaakt,” zegt Roorda. “Zo praktisch is het. En het liefst geven we die trainingen op een echte bouwplaats, zoals die van de nieuwe Firda-campus.”

Waarom Friese hennep het verschil maakt

Opvallend is dat de hele keten in Friesland plaatsvindt. Hennep wordt lokaal geteeld, straks in Drachten verwerkt, omgezet in materialen en vervolgens toegepast in Friese gebouwen waar studenten leren hoe je ermee werkt. “De kracht van circulair werken zit in een keten die klein en dichtbij is,” zegt Van Bruggen. “Mensen kennen elkaar, werken samen en gunnen elkaar wat. Dan kunnen innovaties écht ontstaan.”

Roorda bevestigt dat: “Als jouw materiaal uit Amerika komt en je opdrachtgever zit in Den Haag, dan heb je geen natuurlijke samenwerking. Hier wél. De bouwer, de boer, de school, de gemeente; allemaal binnen vijftig kilometer van elkaar. Dat maakt het verhaal economisch, sociaal en ecologisch zoveel sterker.”

niet zo. Biobased materialen zijn aan de voorkant niet altijd goedkoper. Ze vragen investeringen, aanpassing van regels en moed bij opdrachtgevers. Maar ze leveren óók veel op: gezonde gebouwen, een sterke regionale (landbouw)economie, minder CO2 en nieuwe banen.”

‘Een bouwbioloog kijkt naar de ecologie van het gebouw zelf: hoe het ademt, hoe het reageert op licht en vocht en hoe gezond het is voor de gebruiker.’

Daarom werkt Firda samen met GreenInclusive, regionale bedrijven en andere kennisinstellingen in de LLO (Leven Lang Ontwikkelen) Katalysator ‘De Biobase’. Dit vierjarige programma is bedoeld voor iedereen in de keten: van boer tot bouwer. Marthijs Roorda, directeur van GreenInclusive, legt uit waarom dat nodig is: “De jonge generatie is klaar voor verandering. Die wíl geen toxische materialen in een woning. Maar vakmensen die al twintig of dertig jaar in het veld werken, hebben nooit met deze materialen leren werken. Die moeten we bijscholen. Anders komt de transitie niet van de grond.”

GreenInclusive opent in 2026 de eerste Friese vezelhennepfabriek. Daarmee wordt Friesland één van de eerste regio’s met een volledige biobased keten: van grond tot toepassing. En het blijft niet bij isolatie. Het bedrijf ontwikkelt ook plaatmateriaal, akoestische panelen en samen met deurenfabrikant Van Vuuren uit Grou wordt ingezet op de ontwikkeling van biobased deuren in een korte keten. “Met één gewas kun je meerdere producten maken,” zegt Roorda. “Dat maakt de keten stabieler en geeft boeren een echt nieuw en duurzaam verdienmodel.”

Moed om te veranderen Roorda benadrukt dat circulair bouwen vraagt om lef. “Verandering is makkelijk als niemand er last van heeft. Maar dat is nu

Volgens hem heeft Friesland een voorsprong dankzij de hechte samenwerking tussen bedrijven, overheden en organisaties zoals Vereniging Circulair Friesland. Toch ziet hij één partij die misschien wel het belangrijkste is: het onderwijs. “Studenten moeten vanaf het begin worden opgeleid in het nieuwe normaal,” zegt hij. “Voor hen wordt circulair bouwen gewoon de standaard. Geen niche, geen experiment.”

Een gebouw als leerboek

Als begin 2027 de nieuwe Firda-campus wordt opgeleverd, is het veel meer dan een gebouw. Het wordt een levend leerboek. Materialen blijven zichtbaar. Circulaire keuzes worden uitgelegd. Studenten krijgen opdrachten die direct verband houden met biobased bouwen.

“Alles wat we hier doen, moet bijdragen aan de kennis van studenten, docenten én vakmensen,” zegt Van Bruggen. Roorda besluit: “Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: een regio die economisch sterk blijft, een landbouw die toekomst heeft en een bouwsector die klaar is voor 2050. Onderwijs is daarin essentieel.”

Nieuwbouw Firda-campus Drachten

“Friese bouwtaal tegen de drinkwatercrisis”

It Nije Normaal is de Friese versie van Het Nieuwe Normaal: de landelijke taal voor circulair bouwen. Die landelijke taal zorgt ervoor dat opdrachtgevers en marktpartijen hetzelfde bedoelen als het over circulariteit gaat, zegt Johan Lakke van Vereniging Circulair Friesland (VCF): “Wereldwijd bestaan er zo’n 240 definities van circulariteit. Dan heb je een gezamenlijke taal nodig, anders praat vraag en aanbod simpelweg langs elkaar heen.”

In Friesland bouwen we verder op die landelijke basis. Het Nieuwe Normaal blijft het vertrekpunt, maar It Nije Normaal legt de lat bewust hoger op thema’s die in de regio urgent zijn: biobased bouwen én vooral drinkwaterbesparing. Lakke: “We sprinten richting een drinkwatercrisis. In sommige regio’s speelt die al, Friesland volgt binnen vier à vijf jaar. En ondertussen

spoelen we wc’s door, wassen we auto’s en sproeien we tuinen met kostbaar drinkwater. Dat moet echt anders.”

Via het programma Fryslân Bouwt

Circulair wordt drinkwaterbesparing daarom expliciet opgenomen in Friese bouwprojecten. In zo’n veertig projectenvan reguliere woningbouw tot een aantal zogeheten impactprojecten, zoals het op deze pagina’s beschreven Hof van Lemmer - wordt geëxperimenteerd met strengere eisen en slimme oplossingen. Zoals regenwateropvang, grijswatersystemen en regionale innovaties als IJsgroeptechniek. “Projecten als Hof fan Lemmer en Veenkracht in Heeg leggen de lat bewust hoger: daar worden besparingen tot 50 procent drinkwaterverbruik per woning nagestreefd.”

Parallel daaraan is onder VCF de Ambitietafel Drinkwaterbesparing ontstaan, waarin gemeenten, provincie, waterschappen, bedrijven en Rabobank samenwerken. Doel: bewustzijn vergroten, beleidsruimte creëren en zorgen dat drinkwaterbesparing een vanzelfsprekend onderdeel wordt van nieuwbouw en renovatie.

Voor Lakke is de kern helder: „Met It Nije Normaal haken we aan bij wat landelijk al bestaat, maar we willen in Fryslân de meetlat net iets hoger te leggen. We hebben nu nog de optie om te voorkomen, anders moeten we straks genezen.” Hij besluit met een optimistisch geluid: “Het is in Vlaanderen gelukt om het verbruik van drinkwater met ruim 40 procent fors terug te brengen. Dan kunnen wij dat ook.”

Wind

“Als je echte impact wilt, moet je actief bijdragen”

LEMMER Schoon drinkwater door riool? Niet meer van deze tijd!. Dat past niet in It Nije Normaal… Het gesprek met Hans La Faille en Rik Kooistra gaat al snel niet meer over ‘gewoon’ een nieuwe woonwijk, maar over een andere manier van denken. Hof fan Lemmer is woningbouw, ja. Maar vooral is het een koploper voor It Nije Normaal: de Friese doorontwikkeling van het landelijke ‘Nieuwe Normaal’ voor circulair bouwen, met extra nadruk op drinkwaterbesparing, biobased bouwen en échte impact in de praktijk. Hof fan Lemmer is in opdracht van Kompanjon BV ontwikkelt door Wind Groep en aangelegd door De Waard

“Ik vind het een prachtig compliment dat Johan Lakke van Vereniging Circulair Friesland Hof Fan Lemmer een ultiem voorbeeld van It Nije Normaal noemt,” zegt Hans La Faille, manager Vastgoed en gebiedsontwikkelaar bij Wind Groep. “Dat verplicht ons ook. Dan kun je je geen project permitteren dat alleen op papier duurzaam is. Het moet straks in elke straat, in elke woning voelbaar zijn.”

Van weiland naar waterwijk Wie nu over de noordrand van Lemmer uitkijkt, ziet geen weiland meer, maar een waterrijk woongebied in

wording. Een jaar geleden was het nog gras. Inmiddels ligt de infrastructuur er, zijn de watergangen gegraven, is de nieuwe dijk aangelegd en is het gebied aangesloten op de Friese Boezem. Tijdens een speciaal moment in september werd een dijkje ontsloten en stroomde het water in enkele dagen tijd het nieuwe wijkdeel in.

“Dat was echt een kippenvelmoment,” vertelt Rik Kooistra, gebiedsontwikkelaar bij Wind Groep. “Er stonden zo’n driehonderd mensen te kijken hoe de watergangen vol liepen. Je zag letterlijk hoe een plan op papier veranderde in een bijzondere woonplek.”

De basis ligt er. De meeste kavels zijn geleverd, de eerste woningen worden al gebouwd. “Als je er nu rondloopt, zie je al de eerste contouren van de wijk ontstaan,” zegt La Faille. “Over een jaar staat hier een flink aantal woningen, en over een jaar of twee is het grootste deel bewoond. Dan gaat het gebied echt leven.”

Heldere afspraak

It Nije Normaal borduurt voort op het landelijke Nieuwe Normaal voor circulair bouwen, maar legt in Fryslân bewust extra accenten, onder meer op drinkwaterbesparing en biobased bouwen. Hof Fan Lemmer is één van de projecten waar die ambities concreet worden.

“Onze grootste uitdaging vooraf was hoe je je ambities naar bouwstenen en daadwerkelijk effect vertaalt”, zegt Kooistra. “Je kunt een prachtig duurzaamheidsdocument schrijven, maar als kopers en bouwers vervolgens gewoon alles traditioneel doen, heb je nog niks. It Nije Normaal vraagt om echte keuzes. Dus hebben wij onszelf gedwongen om dingen te verplichten, financieel te stimuleren of

actief te inspireren. Ook op dat laatste hebben we alles uit de kast gehaald”

Een van de meest spraakmakende keuzes is de afspraak over drinkwaterbesparing. In de koopcontracten van de kavels staat dat er geen toilet mag worden doorgespoeld met drinkwater. “Daar staat een forse boete op,” zegt La Faille. “Dat is een harde afspraak, maar we vinden het niet meer van deze tijd om schoon drinkwater door het riool te spoelen. In België is doorspoeling met drinkwater al twintig jaar verboden. Dat is hier nog steeds niet zo, ondanks de vele brandbrieven van de drinkwaterbedrijven. Dan moet iemand het voortouw nemen. In potentie kunnen we in Hof fan Lemmer 13.000 m3 liter drinkwater per jaar besparen.”

Die verplichting levert Wind Groep zelf niets op. “Sterker nog, het had kopers kunnen kosten,” erkent Kooistra. “Maar als je écht wilt bijdragen aan It Nije Normaal, moet je bereid zijn om risicovoller te denken dan in een doorsnee project.”

Aquathermie: extra stap, eigen portemonnee

Voor de manier van verwarmen zet Hof Fan Lemmer actief in op aquathermie: warmtewinning uit het water van de aangrenzende vaarten, via een soort radiator tegen de damwand. “Normaal hangen mensen een luchtwaterwarmtepomp aan de gevel,” legt Kooistra uit. “Die maakt geluid en is minder efficiënt. Aquathermie is volledig stil en levert zo’n dertig procent meer rendement op per kilowattuur.” Het nadeel? Het systeem is ongeveer vijfduizend euro duurder.”

Juist daar dragen wij financieel aan bij“Wie kiest voor aquathermie, krijgt van ons vijfduizend euro subsidie,” zegt La Faille.

“We halen daarmee de meerkosten weg. De techniek blijft duurder dan een traditioneel systeem, maar de koper hoeft dat in ons project niet in de portemonnee te voelen.”

Of iedereen dat dan ook automatisch

gaat doen, staat niet vast. “We weten nu al dat niet iedere koper het aandurft,” zegt Kooistra. “Mensen vinden het nieuw, spannend. Daarom zijn we extra benieuwd wat de balans over een paar jaar is. Maar als we het lukt om hier vijftig procent van de kavelkopers over de streep trekken, dan hebben we een enorme stap gezet.”

Van vezelhennep tot Ecohuis It Nije Normaal draait ook om materiaalgebruik. Hof Fan Lemmer laat dat op meerdere fronten zien. “Voordat we begonnen met bouwen, hebben we twee jaar vezelhennep laten telen op het terrein,” vertelt La Faille. “Daar is zoveel grondstof geoogst dat je in theorie alle woningen ermee zou kunnen isoleren. Het is een prachtig voorbeeld van een gebied dat eerst grondstoffen levert, en daarna woningen.”

Ook in de wijk zelf worden bewoners stevig uitgedaagd om biobased en circulair te bouwen. Wind Groep stelde onder meer een duurzaamheidsambitieplan op en informeerde (potentiële) kopers via een eigen magazine, informatieavonden en een verkoopevent. “We hebben vijf partners uitgenodigd die gespecialiseerd zijn in biobased bouwen,” zegt Kooistra. “Die hebben hun verhaal kunnen doen, voorbeelden laten zien en direct contact gelegd met kopers.”

De reacties van kopers laten zien dat de boodschap landt. “Uit enquêtes bleek dat zo’n vijftig procent van de geïnteresseerden bereid is extra te betalen voor duurzaamheid,” zegt Kooistra. “Nog eens dertig procent vindt het belangrijk, maar twijfelt over de meerkosten. Precies die tweede groep willen we met ons verhaal, onze voorbeelden en onze subsidies over de streep trekken. We willen zo niet alleen de voorlopers bedienen, maar de middengroep in beweging krijgen.”

Regionale voorbeeldfunctie

Ondertussen ontwikkelt Hof Fan Lemmer zich razendsnel tot een wijk met een

duidelijk lokaal gezicht. De tachtig vrije bouwkavels zijn allemaal verkocht waarvan ongeveer 85 procent aan inwoners van Lemmer zelf. “We hebben de Lemsters voorrang gegeven in de toewijzing en dat zorgt voor enorme doorstroming in de lokale woningmarkt,” zegt La Faille. “Je creëert niet alleen nieuwe woningen, maar ook meerdere verhuizingen in de bestaande voorraad. Daarmee ontstaan per saldo voor een breed publiek veel meer kansen in de lokale markt.

It Nije Normaal in de praktijk meten De komende jaren worden spannend. Dan moet blijken hoeveel van de ambities daadwerkelijk in baksteen, hout, installaties en gedrag terechtkomt. “Tot nu toe is veel beleid in Nederland nog vooral papier,” zegt La Faille. “Met Hof Fan Lemmer willen we laten zien wat er gebeurt als je It Nije Normaal echt doorvertaalt naar contracten, verkaveling, techniek en bewoners.”

Daarmee ligt er ook een verantwoordelijkheid naar de regio, vindt La Faille. “Iedereen kijkt mee. Gemeenten, andere ontwikkelaars, bouwers, onderwijs. We zijn ons heel bewust van die voorbeeldrol. Over een paar jaar willen we cijfers kunnen laten zien: zóveel woningen met aquathermie, zóveel zonder drinkwater-toiletspoeling, zóveel biobased gebouwd. Dan kun je laten zien dat It Nije Normaal niet alleen een mooi Friese naam is, maar ook een nieuwe standaard in de praktijk.”

Hof fan Lemmer

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Friesland bouwt en ontwikkelt by Vereniging Circulair Friesland - Issuu