Skip to main content

In de praktijk - 2e trimester 2026

Page 1


praktijk In de 3

Informatieblad van Solidaris voor de arts 02.2026

Let op voor phishing Zo herken je een echte e-mail van Solidaris

De complexe realiteit achter adviserend artsen

p.4

10

Beter communiceren met patiënten 3 vragen tijdens elk zorgcontact

Iedereen mee?

Het voorjaar brengt fris bladgroen, een vleugje hooikoorts, vragen naar je vakantiebestemming … én een nakend begrotingsproces voor onze ziekte- en invaliditeitsverzekering. Maar in tegenstelling tot de lentebloesems van de kerselaar, ziet onze gezondheidszorgbegroting er niet bepaald rooskleurig uit.

De kloof tussen de financiering van onze gezondheidszorg en de zorgnood van onze bevolking dreigt de komende jaren toe te nemen. Een verouderende populatie, meer chronische ziekten, complexere noden … De financiering groeit wel, maar kan de vraag niet bijhouden. Daarom gaan er stemmen op voor mogelijke ingrepen: we verhogen de remgelden, privatiseren de ziekteverzekering, reorganiseren onze zorg. Uiteraard moeten we nadenken over maatregelen om onze gezondheidszorg kwaliteitsvol en betaalbaar te organiseren. Maar laten we ons daarvoor baseren op ervaringen uit het verleden, wetenschappelijke literatuur én inzichten uit andere landen.

Cylus, J., Thomson, S., Serrano-Gregori, M., Martinez, M. G., Garcia-Ramirez, J. A., & Evetovits, T. (2026)

Health financing and population ageing: evidence on sustainability and financial hardship from the PASH simulator.

Health Policy

Cylus en collega’s vertrekken van de vaststelling dat heel wat Europese landen te maken krijgen met een toenemende kloof tussen de zorgvraag en de financiering van de gezondheidszorg door verouderende populaties. Als Europese landen er niet in slagen om deze kloof te dichten, dan zal het aandeel eigen bijdragen (‘out-of-pocket payments’) toenemen. Het risico is dat gezondheidszorg zo mee verantwoordelijk wordt voor financiële problemen.

Gebruikmakend van de PASH simulator (Population Ageing Financial Sustainability Gap for Health Systems) simuleerden de auteurs de effecten van de financieringskloof op de mate van financiële problemen in Bulgarije, Italië, Slowakije, Slovenië en Spanje. Alle 5 deze landen zullen een stijgende financieringskloof optekenen tegen 2060 en, daaraan gekoppeld, een toename in catastrofale gezondheidsuitgaven en verarming van bevolkingsgroepen met een hoge zorgvraag.

Martinussen, P. E., & Nordheim, O. (2026)

Somebody get me a doctor: Voluntary health insurance, social background and subjective health in Europe, 2002-2022. Health Policy

Hoe kunnen we onze bevolking daartegen beschermen? Moeten we meer inzetten op aanvullende, facultatieve verzekeringen? Nee, zeggen Martinussen en collega’s in hetzelfde tijdschrift. Zij baseerden zich op de recentste data in de European Social Survey om na te gaan hoe een toename in ‘Voluntary Health Insurance’ (facultatieve ziekteverzekeringen) de subjectieve gezondheid van Europese burgers beïnvloedt en hoe de sociale achtergrond van burgers dit verband medieert.

Een toename in facultatieve verzekeringen heeft negatieve effecten op de gerapporteerde gezondheid van de bevolking, én dat effect is hoger voor kortgeschoolde personen. De resultaten wijzen op een mogelijk crowding-out effect, waarbij een toenemend aandeel bescherming via facultatieve producten het publieke verzekeringssysteem verdringt. Mogelijk geniet wie naar het facultatieve systeem overstapt een vergelijkbare of zelfs hogere mate van bescherming. Maar voor wie niet anders kan dan in het publieke ver zekeringssysteem te blijven, verlaagt de bescherming. Over het algemeen verlaagt dan ook de gezondheid van de bevolking.

Te lang? Geen zorgen. We vatten samen.

De groeiende financieringskloof in de gezondheidszorg zal leiden tot meer financiële problemen voor zorgbehoevenden.

Redactieadres

In de praktijk, Sint-Jansstraat 32, 1000 Brussel indepraktijk@solidaris.be

Redactie

Hoofdredactie Bart Demyttenaere

Eindredactie Dimitri Neyt

Auteurs Bram Beeck

Bart Demyttenaere

Annemarie Hoogewys

Anly Lippens

Véronique Mertens

Gwen Muylaert

Aicha Sidki

Sarah Tertyschnikow

Bieke Van Deun

Nathan Wittock

Julie Wyffels

Vormgeving

Jeroen Migneaux — 3-4-3

Druk

Bredero Graphics

Verantwoordelijke uitgever

Paul Callewaert, Sint-Jansstraat 32, 1000 Brussel

Afgiftekantoor Brussel X, driemaandelijks tijdschrift, 2de trimester 2026

Abonneren www.solidaris.be/abonneren

Adreswijziging of uitschrijven indepraktijk@solidaris.be

In de praktijk is een informatieblad van Solidaris voor de arts. 4 keer per jaar informeren we specialisten en huisartsen over de ziekteverzekering, medische ontwikkelingen en de dienstverlening van ons ziekenfonds voor jou en je patiënt.

Een toename in facultatieve ziekteverzekeringen leidt tot een verslechtering van de algemene gezondheid van de bevolking.

Let vooropphishing

VÉRONIQUE MERTENS

Digitale communicatie is vaak essentieel om vlot te communiceren, maar helaas wordt e-mail ook misbruikt door fraudeurs. Daarom willen we je informeren én waarschuwen: hoe herken je een echte mail van Solidaris en hoe vermijd je dat je slachtoffer wordt van phishing?

Waarom contacteren wij zorgverstrekkers per e-mail?

Vooral in deze situaties nemen wij contact met je op via e-mail:

Een dossier is niet in orde. We vragen correcties of bijkomende informatie, bijvoorbeeld wanneer gegevens ontbreken of onduidelijk zijn op getuigschriften voor verstrekte hulp.

We kijken prestaties met wachttijd na binnen een concreet dossier.

· Je hebt ons zelf een vraag gesteld, bijvoorbeeld over de verwerking van prestaties.

Zo herken je een echte e-mail van Solidaris

Zo herken je communicatie van Solidaris:

Het adres van de afzender eindigt op @solidaris.be of @mail.solidaris-vlaanderen.be

We versturen nooit e-mails vanaf gratis adressen (zoals Gmail, Hotmail, Outlook …) of variaties zoals @solidaris-info.be. Vertrouw e-mails die afkomstig zijn van zulke afzendadressen en die zogezegd van Solidaris zijn dus niet.

De e-mail bevat geen onverwachte bijlagen of links. We vragen nooit om wachtwoorden of eID- of logininformatie.

Wat te doen bij twijfel?

Krijg je een e-mail die zogezegd van Solidaris komt, maar die je niet vertrouwt? Volg dan deze 3 tips:

1. Antwoord niet rechtstreeks op de mail. Neem contact op via de gekende en officiële kanalen van Solidaris: www.solidaris.be/contact.

2. Klik niet op links en open geen bijlagen.

3. Meld de verdachte e-mail aan onze diensten.

Volg deze tips en help zo niet alleen jezelf, maar bescherm ook andere zorgverleners tegen fraude. 

Informatieblad van Solidaris voor

Let op voor:

Aandringen: mails die een onmiddellijke actie vragen, zoals ‘dringend’, ‘vandaag antwoorden’ of ‘laatste waarschuwing’.

Vage of onduidelijke informatie en onverwachte communicatie: mails zonder enige aanleiding, of mails die geen dossier of context vermelden.

De wetgeving rond arbeidsongeschiktheid verandert.
En jouw rol telt.

Rond arbeidsongeschiktheid is er veel in beweging. Dat las je ongetwijfeld al in de media. Sommige beslissingen zijn genomen, andere krijgen nog vorm. Dat zorgt voor vragen. Bij patiënten, en bij wie hen begeleidt.

Wat ligt er momenteel op tafel?

Verstrengde sancties

Wijzigingen rond het gebruik van het getuigschrift van arbeidsongeschiktheid

· Bedrijfsvoorheffing vanaf 2027

·

Solidaris volgt alle evoluties van nabij en bundelt de meest actuele informatie op www.solidaris.be/arbeidsongeschiktheid

Wat kan je vandaag al doen?

Informeer correct zodra er duidelijkheid is.

Sta stil bij de impact op werk en herstel.

Verwijs gericht door bij vragen. Blijf nieuwe updates volgen via onze website. 

De regelgeving evolueert snel.

Bekijk online de meest actuele informatie over de nieuwe wetgeving rond arbeidsongeschiktheid.

Meer dan alleen controle

Het debat over langdurige arbeidsongeschiktheid, re-integratie en de organisatie van de ziekteverzekering laait geregeld op. Daarbij duikt ook steeds opnieuw de vraag op of adviserend artsen nog wel thuishoren binnen de ziekenfondsen.

Sommigen pleiten voor een overheveling naar een centrale overheidsinstantie, in de veronderstelling dat zo’n model neutraler, strenger of efficiënter zou zijn. Maar wie de rol van de adviserend arts herleidt tot louter controle, kijkt te eng naar een functie die in werkelijk-

heid veel breder en complexer is.

De adviserend arts is vandaag geen administratieve rem of louter repressieve actor, maar een arts met een sociaal-geneeskundige opdracht op het kruispunt van rechten, medische beoordeling, re-integratie en bescherming van vertrouwelijkheid.

Functie met historische wortels

Om die rol goed te begrijpen, loont het om terug te keren naar de fundamenten van ons systeem. De Belgische ziekteen invaliditeitsverzekering is niet toevallig gegroeid zoals ze vandaag bestaat. Haar basis ligt in het Sociaal Pact van 1944, dat tijdens de oorlog werd voorbereid en nadien uitmondde in de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering van 1945.

Van bij het begin kregen ziekenfondsen niet alleen een rol in het beheer, maar ook in de controle van de middelen. In die eerste periode sprak men nog

“Wie de adviserend arts enkel ziet als de poortwachter van een uitkering, ziet maar een deel van het verhaal.”

van de ‘controlerend geneesheer’, een term die perfect aansloot bij de toenmalige nadruk op toezicht en financiële leefbaarheid.

De echte inhoudelijke ommekeer kwam er met de Wet Leburton van 9 augustus 1963. Die hervorming maakte niet alleen institutioneel een verschil, maar hertekende ook het profiel van de arts van het ziekenfonds. De term ‘controlerend geneesheer’ verdween en maakte plaats voor ‘adviserend geneesheer’. Dat was geen semantische ingreep, maar een duidelijke keuze van de wetgever: de arts moest niet langer alleen controleren, maar ook adviseren, begeleiden en meedenken over revalidatie, preventie en re-integratie. De huidige rol van de adviserend arts is dus niet het overblijfsel van een verouderd controlesysteem, maar het resultaat van een bewuste inhoudelijke modernisering.

Geen doublure van de behandelend arts

Voor behandelend artsen is het belangrijk om scherp te zien waarin de adviserend arts verschilt van, maar ook aansluit bij, de eigen opdracht. De behandelend arts behandelt ziekte en begeleidt de patiënt klinisch. De arbeidsarts beoordeelt de geschiktheid in relatie tot een concrete werkpost en werkgever. De adviserend arts tot slot beoordeelt het sociaalverzekeringsrecht op uitkeringen, de verenigbaarheid van werkhervatting met de gezondheidstoestand en de toegang tot bepaalde terugbetalingen of toelatingen. Die rollen overlappen gedeeltelijk, maar ze zijn juridisch en functioneel niet identiek. Precies daarom zijn samenwerking en wederzijds begrip cruciaal.

Vanuit die logica wordt de adviserend arts niet beschreven als een gewone controlearts, maar als een sociale-zekerheidsarts. Dat is een veelzeggende term.

De adviserend arts beoordeelt rechten, verleent toelatingen, toetst medische voorwaarden, ondersteunt re-integratie en bewaakt de medische vertrouwelijkheid binnen een sociaalverzekeringscontext. Het gaat dus om een medische functie met een duidelijke maatschappelijke en juridische dimensie.

Onafhankelijkheid is geen detail

Een van de klassieke tegenwerpingen luidt dat ziekenfondsen ‘rechter en partij’ zouden zijn. Die kritiek klinkt stevig, maar verliest veel van haar kracht als je kijkt naar de manier waarop de rol juridisch is vormgegeven. De adviserend arts beslist persoonlijk en onafhankelijk, die beslissing is bindend voor de verzekeringsinstelling, moet gemotiveerd worden en is vatbaar voor beroep. Daarbovenop gelden eed, erkenning, tucht en wettelijke onverenigbaarheden. Het systeem is dus niet ontworpen om willekeurige of institutioneel gestuurde medische beslissingen mogelijk te maken, maar net om te vermijden dat een verzekeringsinstelling autonoom over medische rechten zou beschikken.

Voor behandelend artsen is dat een belangrijk onderscheid. Die staan niet tegenover een louter administratieve machine, maar tegenover een arts met een wettelijk afgebakende opdracht en een persoonlijke verantwoordelijkheid voor de eigen beslissingen. Dat maakt de adviserend arts niet onfeilbaar, maar wel duidelijk ingebed in een systeem van waarborgen. “

De adviserend arts is niet de tegenpool van de behandelend arts, maar evenmin een doublure ervan.

Neutraliteit zit niet in het gebouw

Een 2de argument in het debat is dat de controle neutraler zou worden als ze volledig onder een overheidsinstantie zoals het RIZIV zou vallen. Ook dat klinkt op het eerste gezicht logisch, maar daar hoort een duidelijke nuance bij. De Belgische ziekteverzekering is historisch en juridisch geen zuiver gecentraliseerd staatsmodel, maar een publiek gereguleerde verzekering uitgevoerd door verzekeringsinstellingen. Neutraliteit wordt daarin niet in de eerste plaats verzekerd door fysieke centralisatie, maar door uniforme wetgeving, richtlijnen, toezicht, eed en beroepsmogelijkheden.

Met andere woorden: neutraliteit is niet zomaar een kwestie van organigram of gebouw. Een verhuis van adviserend artsen naar een federale overheidsinstantie zou vooral de uitvoeringsketen verzwaren, zonder automatisch meer objectiviteit te creëren. De echte vraag is dus niet wie formeel het loket beheert, maar welk model het best in staat is om juridisch correcte, medisch onderbouwde en tijdige beslissingen te nemen.

Een rem op re-integratie?

Of net een schakel erin?

Een andere hardnekkige misvatting is dat adviserend artsen vooral een rem zouden vormen op re-integratie. Precies het omgekeerde is waar. Zowel de wet als de richtlijnen van het RIZIV leggen vast dat adviserend artsen systematisch aandacht moeten hebben voor restcapaciteiten, toegelaten arbeid en socio-professionele re-integratie. Dat is dus geen nevenopdracht, maar een wezenlijk onderdeel van hun rol.

Voor behandelend artsen is dat een belangrijke nuance. Waar de behandelend arts de medische realiteit van de patiënt kent en opvolgt, kan de 

“Een overheveling naar een federale administratie zoals het RIZIV houdt een aanzienlijk risico op een administratief infarct in.”

adviserend arts die realiteit vertalen naar een sociaalverzekeringskader en mee nadenken over de voorwaarden waaronder werkhervatting haalbaar is. Dat vraagt communicatie en wederzijds begrip, maar toont vooral dat de adviserend arts niet per definitie tegenover re-integratie staat. De huidige hervormingen bouwen net voort op die rol, in plaats van die af te bouwen.

Digitalisering vervangt geen medisch oordeel

Ook het argument dat digitalisering het ziekenfonds of de adviserend arts overbodig zou maken, verdient een nuchtere repliek. Digitale platformen kunnen informatie delen, processen stroomlijnen en administratieve stappen vereenvoudigen, maar ze vervangen geen verantwoordelijke medische beslisser en evenmin een organisatie die rechten uitbetaalt, opvolgt en motiveert. Een platform is een hulpmiddel, geen alternatief voor een arts met een duidelijke verantwoordelijkheid in het systeem.

Dat is ook voor behandelend artsen herkenbaar. Elektronische dossiers en gedeelde platformen kunnen de samenwerking versterken, maar ze nemen het klinisch oordeel niet over. Op dezelfde manier volstaat een digitaal systeem niet om te beslissen over arbeidsongeschikt-

0-5,5%

heid, re-integratie of toegang tot rechten. De medische dimensie verdwijnt niet door ze te digitaliseren.

Wat de cijfers suggereren

Het beeld van de adviserend arts als structureel soepele actor dient ook cijfermatig genuanceerd te worden. De Dienst voor Uitkeringen van het RIZIV voert zelf controles uit op beslissingen van adviserend artsen van de ziekenfondsen. In steekproeven met data uit 2024 blijkt dat in slechts 0 tot 5,5% van de gevallen een afwijkend oordeel wordt geveld. Dat kan gelezen worden als een normale marge van medische interpretatie en als een aanwijzing dat adviserend artsen hun taak strikt en correct uitvoeren.

Los van de politieke interpretatie van zulke cijfers, is de kernboodschap helder: het idee van systematische laksheid of massaal misbruik wordt uitdrukkelijk verworpen. Voor artsen op het terrein helpt dat om het debat los te maken van slogans en terug te brengen naar de realiteit van professionele afwegingen in vaak complexe dossiers.

De praktische grens van etatisering

Minstens even belangrijk is de kwestie van de uitvoerbaarheid. Vandaag zijn er ongeveer 240 adviserend artsen voor meer dan 500 000 langdurig zieken. Vanuit dat perspectief wordt gewaarschuwd dat een overheveling van dit controle- en begeleidingsapparaat naar een federale administratie zoals het RIZIV een aanzienlijk risico inhoudt op een administratief infarct. De wachttijden voor medische erkenningen, en dus ook voor de uitbetaling van vervangings-

inkomens, zouden kunnen ontsporen. Dat argument verschuift de discussie van ideologie naar praktijk. Voor patiënten in een kwetsbare fase van hun leven is dit geen abstract institutioneel debat. Vertragingen in erkenning of uitbetaling raken rechtstreeks aan bestaanszekerheid, therapietrouw, herstelkansen en vertrouwen in het systeem. In die zin draait de discussie niet alleen om bestuurlijke architectuur, maar ook om de concrete gevolgen voor mensen die afhankelijk zijn van een snelle en zorgvuldige beoordeling.

“

Neutraliteit is geen kwestie van gebouw of organigram, maar van normering, toezicht en professionele verantwoordelijkheid.

Geen terugkeer naar ‘politiegeneeskunde’

Dit is een waarschuwing voor wat omschreven kan worden als een symbolische terugkeer naar een logica van ‘politiegeneeskunde’ van vóór 1963. Daarmee wordt bedoeld dat adviserend artsen onder de rechtstreekse hiërarchie van een centrale administratie het risico lopen opnieuw gereduceerd te worden tot louter controlerende artsen die vooral zoeken naar uitsluiting of fraude, in plaats van naar een evenwicht tussen bescherming, beoordeling en perspectief op re-integratie.

In scherpe bewoordingen stelt dit dat mensen met psychische kwetsbaarheid of kanker niet gebaat zijn bij een kille federale controleur, maar bij een adviserend arts die samen met huisarts en arbeidsarts zoekt naar werkbaar werk. Die formulering is uitgesproken, maar ze legt wel een essentiële vraag bloot: welk soort institutionele cultuur willen we organiseren rond arbeidsongeschiktheid en herstel? Een cultuur van louter sanctioneren, of een cultuur waarin beoordeling en begeleiding met elkaar verbonden blijven?

De echte beleidsvraag

Voor behandelend artsen ligt de belangrijkste conclusie misschien precies daar. De adviserend arts vertrekt vanuit een ander mandaat dan de behandelend arts, maar hoeft daarom geen bron van wantrouwen te zijn. Integendeel, beide functies kunnen complementair werken als ze elkaars opdracht begrijpen. In dat licht is de kernvraag niet of adviserend artsen uit de ziekenfondsen moeten verdwijnen, maar hoe hun rol verder kan worden versterkt en hoe samenwerking met behandelend artsen en arbeidsartsen beter kan worden ondersteund. Noodzakelijke randvoorwaarden daarvoor zijn meer uniformiteit via richtlijnen en audit, betere digitale

Zorgpaden

voor en na een transplantatie

Onbekend is onbemind?

BIEKE VAN DEUN & ANNEMARIE HOOGEWYS

Kleine inspanningen vóór een transplantatie kunnen een groot verschil maken erna. Ze zorgen niet alleen voor een sterkere start, maar ook voor een vlottere en effectievere revalidatie na de ingreep.

Sinds 1 februari 2024 bestaat er dan ook een vergoeding voor prehabilitatie en rehabilitatie voor en na een abdominale transplantatie of niertransplantatie, in het kader van 2 multidisciplinaire zorgpaden in ziekenhuizen die zijn toegetreden tot een overeenkomst.

Het doel van deze revalidatie is: de preventie van comorbiditeiten

ondersteuning, voldoende capaciteit, meer samenwerking en transparante kwaliteitsmonitoring. Dat spoor is minder spectaculair dan een grote institutionele verhuis, maar mogelijk wel veel relevanter voor patiënten én artsen op het terrein.

Conclusie: een bredere blik op de adviserend arts

Wie de adviserend arts alleen ziet als poortwachter van een uitkering, ziet slechts een deel van het verhaal. Historisch, juridisch en functioneel is de adviserend arts ingebed in een model van publieke regie en maatschappelijke verzekering waarin medische beoordeling, rechtenbescherming, controle en

begeleiding samenkomen. Dat model is niet perfect en kan verder worden verbeterd, maar verdient een eerlijkere lezing dan een karikatuur waarin de adviserend arts wordt herleid tot een koude administratieve filter.

Voor behandelend artsen, die vaak de eerste vertrouwensfiguur zijn voor patiënten in een traject van arbeidsongeschiktheid, is dat een wezenlijk punt. Niet omdat elk onderdeel van het bestaande systeem boven kritiek verheven zou zijn, maar omdat een goed debat begint bij een juiste omschrijving van ieders rol. En precies daarin ligt de kern van de adviserend arts: niet als verlengstuk van een kille administratie, maar als een sociale-zekerheidsarts die medische beoordeling verbindt met maatschappelijke verantwoordelijkheid. 

en/of cardiovasculaire risicofactoren het verminderen van verwikkelingen na de transplantatie een langere overleving van het transplantorgaan het verhogen van het aantal gezonde levensjaren.

Voorafgaand aan de transplantatie voorziet het zorgpad een prehabilitatietraject, en dit vanaf de datum van activatie op de transplantatielijst. Na de ingreep wordt dan het rehabilitatietraject geactiveerd gedurende 2 jaar. De trajecten worden opgestart vanuit het transplantatiecentrum of in het dialysecentrum. Elk traject start met een multidisciplinair assessment (fysiotherapeutisch, klinisch psychologisch en diëtetisch onderzoek en een sociaal assessment), gevolgd door een intakeonderzoek bij een arts-specialist in de fysische geneeskunde en revalidatie (FGR-arts) die een gedetailleerd en gepersonaliseerd behandelplan opstelt. Tijdens het opstartoverleg wordt het geschikte (p)rehabilitatieprogramma vastgelegd, waarna de zorgpadcoördinator een akkoord vraagt aan het ziekenfonds.

Begeleiding door een psycholoog, diëtist, maatschappelijk werker en eventueel ergotherapeut wordt in het centrum zelf voorzien. Voor kinesitherapie kan een beroep worden gedaan op het centrum of op externe kinesitherapeuten. Via specifieke pseudocodes en op voorschrift van de FGR-arts zijn hiervoor 60 zittingen per behandeljaar voorzien. Kortom, het verdient zeker aanbeveling om samen te kijken naar deze prehabilitatie- en rehabilitatietrajecten. 

Meer weten over de zorgpaden, voorwaarden en toegetreden ziekenhuizen?

Lees meer over abdominale transplantatie

Lees meer over niertransplantatie

“ Je begint jezelf te zien door de blik waarmee anderen naar je kijken. ”

Validisme in de zorg

In gesprek met Inge Blockmans

Zorgverleners stappen elke dag hun praktijk binnen met de intentie om mensen te helpen. Toch voelt zorg niet voor iedereen even toegankelijk, veilig of versterkend aan. Ongelijkheid ontstaat daarbij zelden uit onwil, maar binnen systemen, routines en ideeën over wat een ‘normaal’ lichaam is.

In dit gesprek reflecteert Inge Blockmans, onderzoeker en therapeut met een achtergrond in literatuurwetenschap, sociale psychologie en disability studies, op validisme in de zorg. In haar academisch werk en vanuit haar eigen geleefde ervaring met een ruggenmergletsel, onderzoekt ze hoe ideeën over ‘normale’ lichamen onze zorgpraktijken vormen. Haar verhaal nodigt uit tot reflectie, niet vanuit schuld of tekort, maar vanuit gedeelde verantwoordelijkheid.

Wat bedoelen we met validisme in de zorg?

“Validisme, vaak beter gekend als ‘ableism’, verwijst naar overtuigingen en praktijken die vertrekken vanuit het idee dat er één normatief lichaam bestaat,” zegt Inge. “Een lichaam dat perfect functioneert, fysiek én mentaal. Iedereen die daarvan

Na studies Engelse literatuur en taalkunde (UA) en sociale psychologie (Surrey) doctoreerde Inge Blockmans in 2019 over seksualiteit en het lichaam bij vrouwen met een ruggenmergletsel (FWO; UGent & KU Leuven). Als postdoc onderzocht ze het niet-normatieve lichaam in dans. Momenteel lanceert ze met haar echtgenoot WildeRust, een drempelloze plek voor vrije expressie in de natuur.

afwijkt, wordt gezien als minder waardevol, als beperkt, als incompleet. Alsof je niet meer kan zijn dan je beperking.”

Die ideeën zijn zichtbaar én onzichtbaar aanwezig in de zorg. “Het zit in gebouwen zonder lift, in regelgeving die niet wordt toegepast, in ontoegankelijke toiletten of onderzoekstafels die niet verstelbaar zijn in hoogte. Maar het zit evenzeer in tijd: consultaties van 15 minuten. Mensen die meer tijd nodig hebben, worden niet voldoende gehoord of voelen zich onder druk gezet.”

Volgens haar speelt validisme zich niet alleen af op systeemniveau. “Het zit in de dynamiek tussen mensen, maar ook in mensen zelf. De blik van beperking, ‘anderszijn’, gebroken zijn weegt vaak door. Je gaat je uiteindelijk identificeren met die dominante blik waarmee anderen naar je kijken, en handelen naar die positie. Dat noemen we geïnternaliseerde onderdrukking.”

Ze verduidelijkt wat dat betekent: “Als je constant benaderd wordt vanuit een medische blik, als een lichaam dat genezen of gerepareerd moet worden, dan ga je jezelf ook zo zien. Je verliest het idee dat je ook een mens bent met mogelijkheden, met een hoge kwaliteit van leven.”

“

Er wordt vaak gekeken door de lens van iemands beperking. Maar al te vaak worden alle problemen daaraan toegeschreven. Terwijl je op die manier onterecht stopt met zoeken naar andere verklaringen.

Wanneer zorg onbedoeld schaadt

Veel zorgverleners willen het juiste doen, maar toch kan zorg uitsluiten of schade berokkenen. Zo kan zorg mensen effectief zieker maken. Niet alleen fysiek, maar ook mentaal en emotioneel. Inge beschrijft hoe zorg soms intrusief wordt, en hoe zulke ervaringen zich dan mentaal opstapelen en ook lijfelijk sporen van indrukken achterlaten. “Door frequente blootstelling (ook letterlijk) aan zorg en afhankelijkheid ervan, leer je dat je dingen moet ondergaan: aanrakin-

gen, visies op jouw lichaam en gezondheid, gesprekken over je hoofd heen waarin niet naar jouw inbreng wordt gevraagd. Je vergeet bijna dat je eigenaarschap hebt over je lichaam, dat jouw lichaam van jou is. Dat je grenzen mag hebben en stellen. En dat je ook plezier kan ervaren in jouw lichaam.”

Ook de focus op diagnoses draagt daaraan bij. “Er wordt vaak gekeken door de lens van iemands beperking. Maar al te vaak worden alle problemen daaraan toegeschreven. Terwijl je op die manier onterecht stopt met zoeken naar andere verklaringen.”

Die vernauwing heeft gevolgen voor hoe mensen zichzelf zien en hoe ze zorg ervaren. “Je wordt gereduceerd tot je diagnose. En dat tast ook je vertrouwen in de zorg aan: het gevoel dat iemand je echt helemaal kan zien en ondersteunen.”

Het persoonlijke als sleutel tot inzicht

Die dynamieken zijn voor Inge geen abstract gegeven. Ze vertelt over een jonge vrouw die tijdens haar revalidatie gewassen diende te worden door een mannelijke verzorger van haar eigen leeftijd. Dat voelde te confronterend en het kostte haar een gevecht, via de psycholoog tot bij het diensthoofd van de afdeling, om die grens bespreekbaar te maken.

“Je moet vaak vechten voor je grenzen in de zorg, of ondergaan”, zegt ze. “Dat tast je welzijn aan. Je maakt je letterlijk kleiner: hoofd intrekken, minder ruimte innemen.”

Ze linkt dat rechtstreeks aan eigenaarschap. “Ik ben in het verleden letterlijk ziek geworden door geen eigenaarschap op te nemen. Tot ik besefte:

mijn lijf, mijn leven.”

Opkomen voor jezelf is een groeiproces. “Het is niet vanzelfsprekend, maar elke keer dat je je stem laat horen, wordt het de volgende keer iets makkelijker.”

Zwangerschap en bevalling: tussen aannames en afstemming

Tijdens haar zwangerschap werd voor Inge heel concreet hoe aannames in de zorg kunnen doorwerken.

“Een eerste gesprek met een anesthesist ging over de manier van bevallen en verdoving. Er werd een epidurale voorgesteld, en er werd gesproken over mogelijke gevolgen, littekenvorming en of de verdoving wel effectief zou aanslaan. Hoewel de uitkomst niet duidelijk was, wilde deze arts het risico wel nemen. Het werd niet uitgesproken, maar voor mij voelde het alsof dit idee eronder zat: “ze kan toch niet voelen”. Dat is een assumptie natuurlijk, maar ik voelde me alleszins een proefkonijn.”

Bij een second opinion had Inge gelukkig een andere ervaring. “Ik ben zo dankbaar dat mijn uiteindelijke gynaecoloog als een leeuwin is opgesprongen en zei dat er niet ging gerommeld worden in mijn lichaam. Zij en haar team 

Validisme, wat is dat? We leggen het uit.

Validisme of ‘ableism’ is de discriminatie, stigmatisering of marginalisering van mensen met een fysieke, verstandelijke of psychische beperking. Het stelt mensen zonder beperking voor als de ‘norm’ en reduceert mensen met een beperking tot hun beperking.

vertrokken vanuit mijn bezorgdheden, mijn noden en mijn mogelijkheden. De communicatie was helemaal anders.”

Voor Inge zat de moeilijkheid niet alleen in de beslissing zelf, maar in het ontbreken van afstemming. “Kunnen we die gesprekken niet op voorhand hebben?”

Ze herinnert zich bij de eerste zorginstelling hoe een vroedvrouw bij de standaard uitleg over zwangerschap de powerpointslide met de titel “bewegen tijdens de zwangerschap” wegklikte met de woorden “dat is niet voor jou van toepassing”. Mijn echtgenoot en ik waren verbouwereerd. En het strafste is dat ik de vroedvrouw ook echt begon te geloven. “Fietsen, trappen doen … ik dacht: dat kan ik niet, dus bewegen gaat niet, toch niet voldoende om goed voor mijn buikbewoner te kunnen zorgen.”

“Terwijl bij de second opinion een andere context werd gecreëerd: wat kan er wél? Hoe kan jij bewegen zodat we doorligwonden kunnen vermijden? Wat zijn jouw mogelijkheden? Dat vertrekpunt maakt alles anders.”

Ook tijdens de bevalling zelf voelde Inge dat verschil. “Er was een groot team, maar het voelde minder intrusief. Niet: wij bepalen wat er met jouw lichaam gebeurt. Wel: wat heb jij nodig om je veilig te voelen? Wat heb jij nodig om met vertrouwen straks naar huis te gaan als moeder?”

De afgestemde ondersteuning hielp angst te minderen en opende ruimte. “Ik was leven aan het creëren. Dat was een krachtig gevoel en dat kon mijn focus blijven.”

Intimiteit en seksualiteit: het onbesproken domein

Een ander domein waar volgens Inge nog veel winst te boeken valt, is intimiteit en seksualiteit. “Je krijgt veel fysiologische uitleg: dit zijn de zenuwbanen, dit werkt zo. Maar het gaat nauwelijks over beleving. Over hoe je je lichaam opnieuw leert kennen.”

Zorgcontexten zoals ziekenhuizen maken dat gesprek niet vanzelfsprekend. “Er is weinig privacy, weinig eigen ruimte. Mensen lopen binnen in je kamer zonder afstemming: voelt het oké om langs te komen en past het nu? En zorgverleners voelen vaak han-

Goed luisteren betekent ook ruimte laten. Kunnen wachten tot iemand zelf aangeeft of die hulp wil. Aanvaarden wanneer het een nee is. Afstemmen wat de ander precies nodig heeft en wil.

delingsverlegenheid: wie ben ik om dit gesprek te voeren?”

Volgens haar hoeft die drempel er niet te zijn. “We zijn allemaal mensen. Je hoeft geen expert te zijn om een betekenisvolle conversatie te hebben.”

Ook hier spelen structuren mee. “Als thuis het enige type hoogteverstelbaar bed dat deels wordt terugbetaald een eenpersoonsbed is, worden partners bijna gedwongen om apart te slapen. Dat heeft impact op intimiteit. Dat zijn vormen van validisme die diep doorwerken.”

Van dialoog naar praktijk

Wat kunnen zorgverleners vandaag doen? Voor Inge begint het bij bewustwording van eigen denken en handelen, en bij aandacht voor de stem van de ander. “Durven vertragen. Luisteren. En je eigen aannames checken.”

Goed luisteren betekent ook ruimte laten. “Kunnen wachten tot iemand zelf aangeeft of die hulp wil. Aanvaarden wanneer het een nee is. Afstemmen wat de ander precies nodig heeft en wil, en hoe, wanneer het een ja is.”

Daarnaast pleit ze voor meer representatie en een bredere blik. “Mensen met een beperking worden nog te weinig gezien als capabele zorgverleners. Dat is een gemiste kans.”

Tot slot keert ze terug naar de kern: eigenaarschap. “Het hangt samen met de beleving: dit is mijn lichaam, mijn leven. Als zorg daar ruimte voor maakt, ontstaat er iets anders. Niet perfect, maar wel menselijker.”

Dit gesprek maakt duidelijk dat inclusieve zorg niet begint bij grote veranderingen alleen, maar in kleine verschuivingen: in taal, in luisteren, in het durven loslaten van aannames en van eigenaarschap respecteren en faciliteren waar het thuishoort. 

3vragen naar betere zorg

Overheidscampagne ‘Vertel me eens …’

BRAM BEECK & GWEN MUYLAERT

Hoe zorg je ervoor dat je patiënt begrijpt wat jij als zorgverlener zegt? En dat die de juiste vragen stelt om helemaal mee te zijn? Met de campagne ‘Vertel me eens …’ wil de overheid burgers en zorgverleners stimuleren om samen in te zetten op betere communicatie in de zorg.

Deze campagne van de FOD Volksgezondheid moedigt patiënten aan om 3 eenvoudige maar belangrijke vragen te stellen tijdens een consultatie.

3 vragen die het verschil maken

De campagne is gebaseerd op de internationale ‘Ask Me 3’-methodiek. Patiënten worden aangemoedigd om tijdens elk zorgcontact deze 3 vragen te stellen:

· Wat is mijn situatie?

· Hoe pakken we dit samen aan?

· Waarom is dit belangrijk voor mij?

Door deze vragen te stellen, krijgen patiënten meer inzicht in hun gezondheid en behandeling. Tegelijk worden zorgverleners gestimuleerd om helder en begrijpelijk te communiceren.

Gezondheidsgeletterdheid als sleutel

De campagne kadert binnen een bredere inzet op gezondheidsgeletterdheid: het vermogen om gezondheidsinformatie

Meer weten?

te vinden, begrijpen en gebruiken om goede keuzes te maken. Sterke gezondheidsgeletterdheid helpt mensen om:

· beter geïnformeerde beslissingen te nemen

· hun behandeling correct op te volgen

· actiever betrokken te zijn bij hun eigen gezondheid.

Samen werken aan betere zorg

De campagne ‘Vertel me eens …’ loopt in mei en juni 2026 en wordt breed verspreid via media, zorgverleners en organisaties zoals ziekenfondsen.

Door samen in te zetten op duidelijke communicatie en actieve betrokkenheid van patiënten, bouwen we stap voor stap aan een zorgsysteem waarin iedereen mee is. 

Ontdek de campagne op www.drievragen.be Download er de praktische gids voor zorgprofessionals, met alle informatie en tips om gezondheidsvaardigheden in je dagelijkse zorgpraktijk te brengen. Of download de affiche voor je wachtzaal.

Ook Solidaris zet in op gezondheidsgeletterdheid

Als ziekenfonds speelt Solidaris een actieve rol in het versterken van gezondheidsgeletterdheid en patient empowerment.

Heldere communicatie voor iedereen

Solidaris zet sterk in op duidelijke en toegankelijke communicatie naar leden met onder meer deze initiatieven: We ontwikkelden een eigen schrijfwijzer die alle medewerkers concrete tips geeft om helder te schrijven naar onze leden. Want met duidelijke taal maken we complexe informatie toegankelijk voor een breed publiek.

· We werken overzichtelijke infofiches uit over complexe thema’s, zoals arbeidsongeschiktheid of verhoogde tegemoetkoming. We organiseren regelmatig opleidingen over heldere taal voor medewerkers.

Tools voor patient empowerment

We geven onze leden concrete handvatten om hun gezondheid beter te begrijpen en actief mee te beheren. Zo bieden we ondersteuning bij het gebruik van online gezondheidsportalen. Of we geven praktische tips om leden te helpen om beter voorbereid naar hun doktersbezoek te gaan.

Samen met partners

Ook onze socioculturele partners zetten sterk in op begrijpelijke zorginformatie. Zo biedt www.begrijpjedokter.be, een initiatief van Rebelle en S-Plus, praktische tools en informatie om gesprekken tussen zorgverleners en patiënten te vergemakkelijken. Daarnaast ontwikkelde Rebelle toegankelijke folders voor patiënten over thema’s zoals een bezoek aan de gynaecoloog, het herkennen van een hartaanval en bijwerkingen van medicatie.

Meer weten over de initiatieven van Solidaris en partners?

Download folders en infofiches op www.solidaris.be/ drievragen

Altijd een oogje in het zeil i-mens geeft digitale steun bij diabetes type 2

Diabetes type 2 is een van de meest voorkomende chronische aandoeningen in Vlaanderen. Honderdduizenden mensen leven er dagelijks mee. Dat betekent: bloedsuiker meten, medicatie opvolgen, letten op voeding en beweging en regelmatig op controle gaan.

Tegelijk staat de zorg onder druk. Het aantal patiënten stijgt, ziektebeelden worden complexer en zorgverleners zijn schaars. Hoe zorgen we ervoor dat mensen met diabetes zich goed opgevolgd voelen, zonder de zorg nog zwaarder te belasten?

Vanuit die vraag ontwikkelde thuiszorgorganisatie i-mens, samen met 5 ziekenhuizen en zorgcentrale Z-plus, het project ‘Hybride zorgpad diabetes type 2’. Met steun van de FOD Volksgezondheid willen ze technologie inzetten om mensen met diabetes beter en sneller te ondersteunen, met de patiënt centraal.

Zorg wanneer het nodig is Vandaag verloopt de opvolging van mensen met diabetes via het zorgtraject met onder meer diabeteseducatoren of via de diabetesconventie in het ziekenhuis. Die zorg is waardevol, maar niet iedereen heeft op elk moment dezelfde ondersteuning nodig. Sommige mensen hebben tijdelijk intensieve begeleiding nodig. Anderen zijn vooral gebaat bij geruststelling en een snelle reactie wanneer een waarde afwijkt. Het hybride zorgpad van i-mens speelt daarop in en voegt er technologie en monitoring aan toe.

Wie deelneemt, krijgt meettoestellen en een gebruiksvriendelijke app. De bloedsuikerwaarden die mensen thuis meten, worden automatisch en veilig doorgestuurd. Zorgcentrale Z-plus, partner van i-mens, volgt die gegevens dagelijks op. Zijn de waarden te hoog, te laag of worden metingen vergeten? Dan neemt de zorgcentrale contact op met de patiënt. Samen bekijken

ze wat er aan de hand is. Indien nodig wordt een diabeteseducator ingeschakeld of wordt overlegd met de huisarts of specialist. In dringende situaties wordt meteen doorverwezen.

Zo ontstaat een combinatie van digitale opvolging én menselijke zorg. Niet volgens een vast schema, maar afgestemd op wat iemand op dat moment nodig heeft.

Sneller ingrijpen kan complicaties voorkomen

Hoe belangrijk die snelle opvolging kan zijn, bleek bij een patiënte binnen het traject van i-mens. De zorgcentrale kreeg een alarmmelding van sterk verhoogde bloedsuikerwaarden. Tijdens het telefoongesprek bleek dat zij zich in een kwetsbare thuissituatie bevond. In overleg werd 112 gebeld. In het ziekenhuis werd haar medicatie aangepast. Zonder deze digitale opvolging was dit mogelijk pas veel later opgemerkt, met grotere gezondheidsrisico’s tot gevolg.

Wat zeggen de resultaten?

Het project van i-mens werd getest in een klinische studie met ongeveer 200 patiënten, in samenwerking met AZ Maria Middelares en 4 andere ziekenhuizen. De interventie liep een jaar en de resultaten zijn duidelijk: het hybride zorgpad werkt minstens even goed als de klassieke opvolging. Op het vlak van medische uitkomsten, zoals HbA1c, zien we weinig verschil. Dat betekent dat een deel van de zorg zonder kwaliteitsverlies op afstand kan plaatsvinden.

Het grootste verschil zit in de ervaring van patiënten, die zeer positief is. Ongeveer 85% verkiest het hybride zorgpad boven de klassieke aanpak. Patiënten voelen zich beter opgevolgd, hebben meer inzicht in hun gezondheid en ervaren meer rust.

Het positieve was dat er iemand over je schouder meekeek. Dat gaf een enorm veiligheidsgevoel. – deelnemer hybride zorgpad ”

Ook zorgverleners zijn positief. Door continue monitoring kunnen ze sneller ingrijpen en hun tijd gerichter inzetten. Tegelijk benadrukken ze dat dit enkel werkt als het zorgpad goed georganiseerd is en structureel ondersteund

85%

85% van de deelnemers verkiest het hybride zorgpad boven de klassieke aanpak

wordt. De conclusie is dan ook dubbel: hybride zorg werkt en wordt gedragen, maar de verdere uitrol botst vandaag nog op de grenzen van het huidige zorgsysteem.

Een blik op de toekomst van chronische zorg De aanpak raakt dus aan een bredere vraag: hoe organiseren we chronische zorg in de toekomst? Technologie kan helpen om sneller te reageren en complicaties te voorkomen. Maar digitale zorg vervangt geen menselijke zorg, ze versterkt die.

Het hybride zorgpad toont aan dat zorg anders kan worden georganiseerd: meer opvolging wanneer het écht nodig is en een efficiëntere inzet van zorgverleners. In de praktijk betekent dit dat er tijd vrijkomt die kan worden ingezet voor patiënten met complexere noden. Net daar wringt vandaag het schoentje. Deze manier van werken past nog onvoldoende binnen het huidige systeem van prestatiefinanciering, dat fysieke contacten blijft belonen en digitale opvolging nauwelijks vergoedt. Daardoor blijft hybride zorg, ondanks haar meerwaarde, vandaag moeilijk levensvatbaar op grotere schaal.

Als we de stijgende zorgvraag willen opvangen en tegelijk de kwaliteit van zorg willen behouden, zullen we zorg anders moeten organiseren. Dat betekent technologie en menselijke expertise combineren, met zorg op maat, dicht bij de patiënt. De resultaten tonen dat hybride zorg daartoe kan bijdragen, op voorwaarde dat ook het financieringsmodel meebeweegt met de realiteit van hoe zorg vandaag georganiseerd moet worden.

De toekomst van onze gezondheidszorg wordt niet alleen bepaald door innovatie, maar door de keuzes die we vandaag maken om zorg solidair, menselijk en rechtvaardig te organiseren. 

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
In de praktijk - 2e trimester 2026 by Solidaris - Issuu