5 minute read

Interview met De Vedet van 2023: Johan Verminnen

MEET EN GREET jamais content, maar zanger voor het levenJohan Verminnen,

Na 20 minuten te moeten wachten voor een geopende sluis kom ik een beetje gehaast en zenuwachtig aan in het cafeetje in Zeebrugge waar we hebben afgesproken. Johan Verminnen zit er al en straalt gelukkig rust en geduld uit. Tijd voor een boeiend gesprek.

Was muzikant worden een kinderdroom? Johan: “Ik zong al in een groepje toen ik 9 jaar was. Via de jeugdbeweging leerde ik wat gitaar spelen, en met 2 vrienden speelden we op dorpsfeesten. Dat is uitgegroeid tot deelname aan ‘Ontdek de ster’ in ’69. Daar was ik laureaat, en niet - zoals Trivial Pursuit zegt - winnaar. De winnaar had als artiestennaam Gil Marvin. Hij zong met een prachtige stem zoals Tom Jones. Niemand heeft nog van hem gehoord. Ik besluit daaruit dat als je zingt als iemand anders, je geen carrière maakt. Daarmee bedoel ik niets pretentieus, maar je moet apart zijn.”

Was je carrière gelanceerd na die wedstrijd? Johan: “Je wordt niet zomaar ineens een ster. Dat is een lange weg geweest, met kleine zaaltjes en veel teleurstellingen. Ik had nooit vermoed dat ik 53 jaar later een afspraak zou hebben - nadat de sluis open stond - om uit te leggen hoe het met mijn carrière ging. Ik had ook niet kunnen vermoeden dat ik 3 namiddagen in het Kursaal van Oostende zou staan met het orkest van Lou Roman. Ik dacht, het is iets dat me overkomt, ik doe dat een paar jaar en dan zal ik wel een andere stiel moeten kiezen.”

Ik ben een grote liefhebber van het Franse chanson

Je hebt ook heel wat Franse platen uitgebracht, en prijzen gewonnen in het Franstalige landsdeel. Ligt het Franse chanson je nauw aan het hart? Johan: “Ik ben geboren in Wemmel, een randgemeente van Brussel. Heel mijn culturele visie speelt zich af in Brussel. Het was mijn ontsnapping naar de vrijheid van de stad, weg van de enge dorpen. Jacques Brel had daar een mooie uitdrukking over Bruxelles, c’était mon Amérique à moi. Zoals voor andere mensen The Beatles hun basis was, is dat bij mij het Franse chanson. Ik ben echt een liefhebber. Ik ging naar school met evenveel Nederlandstaligen als Franstaligen. Het was geen onnatuurlijke stap om ook liedjes in het Frans te maken. Zeker nadat ik in 1975 een wedstrijd gewonnen had in Spa. Die carrière is niet echt gelukt helaas. Misschien deed ik er niet genoeg moeite voor, niet alles lukt zomaar. Ik moet als ik achterom kijk – ik ben nochtans voor een stukje jamais content zoals ze in Brussel zeggen - toch een beetje tevreden zijn met wat ik heb kunnen en mogen doen van het publiek. Ik probeer dat wat bescheiden uit te drukken, maar ik zing al 53 jaar voor mijn beroep. Er zijn er niet veel die dat kunnen zeggen.” Voel je je nog steeds Brusselaar? Johan: “Ik voel me nog steeds betrokken bij Brussel. Ik ben bijvoorbeeld voorzitter van Brusseleir!, een vereniging die zich bezighoudt met het erfgoed van Brussel. Maar om te zeggen dat ik nog Brusselaar ben? Ik woon in Oost-Vlaanderen, in een piepklein dorp afhankelijk van Deinze. Het is een beetje als vragen of ik me Vlaming of Belg voel. Ik voel me Belg. Ik voel me verbonden met veel Waalse mensen ook. Ik zeg altijd als het druppelt in Wallonië, regent het in mijn hart. Toen de Vesder uit zijn oevers trad, was het mooi om te zien hoe zoveel mensen in Vlaanderen solidair waren met de Walen. Een andere manier om uit te drukken ‘ik ben van waar ik ben’. Ik voel me echt van ‘hier’.”

Je schrijft je teksten allemaal zelf. Waar haal je je inspiratie? Johan: “Dat is een moeilijke vraag om te beantwoorden. Inspiratie kan bijvoorbeeld zijn hier zitten, terwijl u voor de sluis staat. Dat is iets dat ik onthoud. Of ik onthoud een zin van iemand die iets zegt. Ik onthoud het onbewust, ik schrijf het niet op. Sommigen hebben een notaboekje om dat op te schrijven, ik heb dat nooit gekund.”

Verandert dat naarmate je ouder wordt? Johan: “Je wordt alleen maar strenger voor jezelf. Ik ben op het ogenblik geen liedjes aan het maken. Corona heeft me geblokkeerd. Nadien ben ik er niet meer

in geslaagd om te schrijven. Ik lees vaak over mensen die tijdens corona meesterwerken hebben gemaakt. Dat geldt niet voor mij. Corona was een afsluiting, een gebrek aan persoonlijk contact. Een gebrek aan zinnen die ik hoorde. Voor mij is de inspiratie de andere mensen, zeker niet mezelf.”

Is een viering van een artiest zoals S-Plus doet, belangrijk voor de Vlaamse showbizz? Johan: “Als je gevraagd wordt als artiest voor zoiets moet je daarop ja antwoorden. Met het Vlaamse lied is het altijd een slingerbeweging geweest. Er was een tijd dat de maatschappij niet wou dat je in het Nederlands zong, maar er was ook een tijd dat zingen in het Nederlands net goed was. Je kan je afvragen in welke periode we vandaag zijn. Ik zeg soms dat ik één van de ‘last standing’ van een generatie ben. Bijvoorbeeld als ik het liedje ‘Ouwe maten’ zing. Ik huldig mijn collega’s die er niet meer zijn. Ik ben naar veel begrafenissen moeten gaan van collega’s. Dat vreet aan je. Dat betekent dat alles voorbijgaand is. Je wordt daarmee geconfronteerd. Dus het is wel fijn dat ik gevierd wordt, want straks is het voorbij.”

Waar ben je het meeste trots op? Johan: “Dat ik iets gedaan heb waarvan mijn vader nooit had gedacht dat ik het zou doen. Leven van de liedjes die ik gemaakt heb. Tegenover mij was er nooit een woord van lof over dat zingen. Ik hoorde later, toen hij dood was, dat hij in zijn stamkroeg wel vaak ‘stoefte’ met zijn zoon. Maar zeker nooit tegenover mij, wees daar maar zeker van.”

Zingen voelt als een bevrijding en maakt de geest leeg

©Geert Dehaes

Is er iets dat je doet voor ontspanning, buiten zingen? Johan: “Zingen is een bevrijding. Je maakt je geest leeg daarmee. Zoals een afstandsloper doet met een ochtendtraining. Als ik een voorstelling gespeeld heb, en ik rij naar huis, dan is die leegte een rijkdom. Dan kan ik zwijgzaam naar huis rijden en in mijn bed kruipen, content over de avond. De gezondheid laat me nu niet toe om veel dingen te doen. Vroeger was het liefste wat ik deed voor ontspanning gaan zeilen op de Noordzee. Daar geniet ik enorm van. Ik ben een fan van de zee. En van al wat drijft, badkuipen, zeilboten …” Is er iets dat je nog graag had gedaan? Johan: “Ik had het plan om voor mijn 70ste een grote tournee te doen met een strijkorkest. Dat is door corona niet kunnen doorgaan. Ik hoop dat ik als slottoer van mijn carrière toch eens kan spelen, niet met een kwartet, maar met een heel strijkorkest. Om dan te zeggen ‘En nu ga ik vissen!’.”

Sarah Van Humbeeck en Gertie Brouwers